CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bestemmingsplan Kerkdreef

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan en grondexploitatie Kerkdreef25.974 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

14/21

geïnvesteerd in het inzetten van deelauto's. Bekend is namelijk dat de doelgroep van het plangebied duurzaam verantwoord wil wonen en heeft aangegeven open te staan voor deelmobiliteit. Op basis van CROW publicatie 381 vervangt 1 deelauto 4 tot 8 privéauto's. Voor het bepalen van de reductie per deelauto wordt gekeken naar de doelgroep die hier gaat wonen. Op basis hiervan kan het gemiddelde worden gehanteerd, wat betekent dat 1 deelauto 6 privéauto's zal vervangen. Dit resulteert in een reductie van de parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen per deelauto. Het aantal deelauto's dat voor de beoogde ontwikkeling wordt ingezet dient in de verdere uitwerking van het plan te worden onderzocht. Conclusie De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 197 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Deze toename is dermate klein dat de invloed op de verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet verwaarloosbaar is. Inclusief de parkeerbehoefte van de naastgelegen school bedraagt de parkeerbehoefte van het plangebied gedurende het maatgevende moment 43 parkeerplaatsen. In de toekomstige situatie bedraagt het parkeeraanbod binnen het plangebied 56 parkeerplaatsen, waarmee ruim aan de parkeerbehoefte wordt voldaan.

Gezien de doelgroep kan potentieel ook deelmobiliteit worden ingezet om de parkeerbehoefte verder te verlagen, maar dit dient in de verdere uitwerking van het plan te worden onderzocht. Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er geen sprake van negatieve effecten.

3.2

Geluid

Ten behoeve van de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten geluidbelasting vanwege wegverkeer (omliggende wegen) en industrielawaai (industrieterrein IJsseldijk en bestaande school).1 De geluidbelasting is getoetst aan de grenswaarden als vastgelegd in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. De resultaten zijn onderstaand opgenomen. Wegverkeerslawaai Uit de resultaten volgt dat voor de gezoneerde Burgemeester Aalberslaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt voldaan. Het doorlopen van een hogere waarde procedure vanwege wegverkeerlawaai is niet nodig. Industrielawaai In voorliggende situatie dient voor nieuw te bouwen woningen binnen de geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Voorgesteld wordt om voor alle binnen de geluidzone te realiseren woningen c.q. wooneenheden een hogere waarde van 55 dB(A) voor industrielawaai vast te stellen (overeenkomend met de maximaal toegestane geluidbelasting). Het conceptbesluit hogere waarden zal tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Cumulatie Er hoeft uitsluitend een hogere waarde Wgh voor industrielawaai te worden vastgesteld. Voor wegverkeerslawaai wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Voor het stemgeluid van het schoolplein geldt een ruimtelijke afweging.

Door bij dimensioneren van de gevelgeluidwering van de woningen rekening te houden met de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, industrielawaai en stemgeluid, wordt een aanvaardbaar binnenniveau gerealiseerd. Uitstralingseffect De ontwikkeling heeft een beoogde verkeersgeneratie van circa 178 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Het verkeer wordt voornamelijk afgewikkeld over de Kerkdreef. Consequentie is dat de geluidbelasting op bestaande woningen langs deze ontsluitingsroute kan toenemen. Een vuistregel is dat de geluidtoename akoestisch verwaarloosbaar is als de verkeersintensiteit op een weg of wegvak minder dan 40% toeneemt, wanneer andere variabelen (locatie bebouwing, samenstelling van het verkeer, verhardingssoort e.d.) onveranderd blijven. Een toename van 40% komt dan overeen met een toename van 1,5 dB, zijnde het reconstructiecriterium 1 Noorman Bouw- en milieu-advies, Akoestisch onderzoek wegverkeer en industrielawaai, rapport 22310195.R01a, 21 september 2023.

15/21

uit de Wet geluidhinder. Voor het menselijk gehoor geldt dat pas bij een toename hoger dan 1,5 dB (afgerond 2 dB) dit als zodanig net waarneembaar is. Gezien de hoogte van de intensiteiten op de ontsluitingswegen is er geen sprake van een verkeerstoename van meer dan 40%. Concluderend kan worden gesteld dat de toename van verkeersgeluid zodanig is dat het niet waarneembaar zal zijn en daarmee in het kader van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. Conclusie Het laten vaststellen van hogere waarden op basis van de Wet geluidhinder is nodig. Het conceptbesluit hogere waarden wordt tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De nieuwe woningen worden mogelijk gemaakt in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast blijkt dat de toename van verkeersgeluid zodanig is dat het niet akoestisch relevant is. Vanuit het aspect geluid worden geen negatieve effecten verwacht.

3.3

Bodem

Huidige situatie Er zijn in grond(meng)monsters en grondwatermonsters voor diverse parameters overschrijdingen van de achtergrondwaarden en streefwaarden vastgesteld.2 Gelet hierop dient de locatie als verontreinigd te worden beschouwd en wordt de in het Bodemonderzoek beschreven hypothese 'verdacht' voor de onderhavige locatie bevestigd. Op basis van het gehalte PFOA / PFOS/PFAS wordt de grond als klasse landbouw/natuur geclassificeerd. Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie volgens de geldende richtlijnen vastgelegd. Op grond van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en zijn er geen milieuhygiënische bezwaren tegen het beoogde gebruik van de locatie. Asbest Er is analytisch geen asbest aangetoond; op de locatie hoeven geen sanerende maatregelen te worden uitgevoerd. Planvoornemen Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt.

3.4

Water

Huidige situatie Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een primaire watergang. Ten noorden van het plangebied is een waterkering gelegen. De locatie ligt binnen de beschermingszone van de waterkering. Het gehele plangebied ligt binnendijks. Planvoornemen Waterkwantiteit Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de watergangen. Om te voorkomen dat wateroverlast ontstaat, eist het Hoogheemraadschap dat er ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Kleine plannen hebben echter slechts een minimaal effect op de waterhuishouding. Voor plannen met minder dan 500 m² extra verharding is daarom geen watercompensatie vereist. De toename in verharding valt naar verwachting boven de grens van 500 m2 in stedelijk gebied. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. De compensatie dient gelijktijdig of voorafgaand aan het aanbrengen van de verharding

2 Deta milieu, verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek, projectnummer 2104056D-V2, 12 oktober 2023.

16/21

te worden gerealiseerd. Het realiseren van extra water binnen het plangebied is niet voor de hand liggend. Er kan gebruik worden gemaakt van de 'waterbank'-afspraken die de gemeente Krimpen aan den IJssel en het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard hebben gemaakt. Op dit moment heeft de gemeente een positief saldo aan gerealiseerd oppervlaktewater. De te compenseren oppervlakte water van de ontwikkeling zal in saldo worden gebracht. Waterveiligheid Er vinden bouwactiviteiten plaats in de beschermingszone van de waterkering. Voor de werkzaamheden in de waterkering zal een watervergunning aangevraagd worden. Bouwplannen worden beoordeeld aan de hand van de beleidsregels voor bebouwing. Vergunningen worden alleen verleend als blijkt dat de invloed op veiligheid, beheer en onderhoud en/of ruimte voor toekomstige verbeteringen acceptabel is. Ook voor eventuele beplanting dient beoordeelt te worden of dit tot negatieve effecten op de waterkerende functie zal leiden. Hiervoor zal overleg met het Hoogheemraadschap plaatsvinden. Conclusie Vanuit het aspect water is er geen sprake van negatieve effecten op de waterhuishouding.

3.5

Natuur

Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk ligt op circa 4,6 kilometer. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch ligt op circa 15,8 kilometer. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk Zuid-Holland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 135 meter ten noorden van het plangebied. Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Door de ruime afstand wordt ook de kans klein geacht dat het invloed heeft op de Biesbosch op het gebied van stikstof. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied voor de realisatie- en gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling.

Soortenbescherming Er heeft een quickscan voor het plangebied plaatsgevonden.3 Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen niet leiden tot schadelijke effecten op potentieel aanwezige verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen. Nader veldonderzoek is niet nodig, evenals het aanvragen van een ontheffing. De voorgenomen ontwikkelingen leiden ook niet tot een negatief effect op voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde faunasoorten welke vrijgesteld zijn van een ontheffing in de provincie Zuid-Holland. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht.

Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad,

3 Ecoresult, Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening, rapportkenmerk ER202 10622v01, 2 juli 2021.

17/21

bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Conclusie Negatieve effecten kunnen op vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen en vleermuizen uitgesloten worden. Wanneer buiten het broedseizoen gewerkt wordt en de algemene zorgplicht in acht genomen wordt, kunnen ook effecten opgezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels uitgesloten worden. Op basis van de afstand tot beschermde natuur en de berekening van stikstofdepositie worden geen significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000 of NNN verwacht.

3.6

Luchtkwaliteit

Huidige situatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2022 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Burgemeester Aalberslaan, ten westen van het plangebied. Uit de CIMLK-tool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 19 µg/m³ voor NO2, 18,5 µg/m³ voor PM10 en 11 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg zes dagen. Planvoornemen De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van maximaal 25 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

3.7

Externe veiligheid

Huidige situatie In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over door buisleidingen met een externe werking. Volgens de risicokaart zijn er op grotere afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen. De invloedsgebieden en PR 10-6 contouren liggen niet over het plangebied. Transport over gevaarlijke stoffen over de weg Ten westen van het plangebied bevindt zich de A16 op circa 3,6 kilometer. Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De ontwikkeling bevindt zich niet in de PR-contouren van deze weg. Ook is het plangebied buiten het plasbrandaandachtsgebied van 30 meter van de A16 gelegen. Het invloedsgebied van de weg wordt bepaald door het vervoer van stofcategorie GT4 en bedraagt 4 kilometer. Het plangebied is in het invloedsgebied gelegen. Omdat de afstand tot de weg groter is dan 200 meter, hoeven volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient een beknopte verantwoording te worden opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Het spoortraject Rotterdam Blijdorp - Gouda bevindt zich ten noorden van het plangebied en maakt onderdeel uit van het Basisnet. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van stofcategorie D4 en bedraagt 4 km.

Met een afstand van circa 3,7 km bevindt het plangebied zich in het invloedsgebied. Ook hier kan worden volstaan met een beknopte verantwoording doordat de afstand groter is dan 200 m. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water

18/21

Ten zuiden bevindt zich de corridor Rotterdam - Duitsland. De corridor maakt onderdeel van het basisnet. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van de stofcategorie GT3 en bedraagt 1.070 m. Met een afstand van circa 2 km tot het plangebied bevindt de ontwikkeling zich niet in het invloedsgebied. Een verantwoording of berekening van het groepsrisico is voor de corridor niet nodig. Op circa 83 meter ten westen van het plangebied bevindt zich de Hollandsche IJssel waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De Hollandsche IJssel heeft volgens de bijlage van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) bevaarbaarheidsklasse 5 en daarmee geen PR 10-6 contour. Bovendien wordt langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. De Hollandsche IJssel is niet opgenomen in het basisnet en daarom hoeft er verder geen toetsing op PR en GR gedaan te worden. Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten.

De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Kerkdreef. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van Krimpen aan den IJssel. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg, het spoor en het water geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen.

Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Planvoornemen Er worden geen nieuwe risicobronnen gerealiseerd. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied van de N59. Gelet op de aspecten uit de groepsverantwoording worden er geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid.

3.8

Archeologie

Archeologie Voor de ontwikkeling heeft een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek plaatsgevonden.4 Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied direct ten zuiden van de stroomrug van de Hollandsche IJssel is gelegen. De Hollandsche IJssel is actief vanaf de Romeinse Tijd. Onder deze stroomrug zijn mogelijk nog resten van oudere stroomruggen aanwezig, van de kreek de Rotte (IJzertijd) en de Oudekerk (Neolithicum). De afzettingen van de Oudekerk worden op circa -8 m NAP (ongeveer 6,5 tot 7,0 m -mv) verwacht, waardoor wat dusdanig diep is dat deze niet relevant zijn voor het 4 IDDS, Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, projectnummer A4158, OM-nummer 5432510100, versie 1.2.

19/21

huidige onderzoek. De stroomrugafzettingen van de Rotte zijn waarschijnlijk grotendeels weggeërodeerd door de huidige IJssel. Het plangebied ligt mogelijk deels op de oeverwal van de Hollandsche IJssel en deels in het komgebied. Voor het deel van het plangebied dat eventueel ligt op de oeverwal geldt een hoge archeologische verwachting vanaf de Romeinse tijd. Het gaat hierbij om de complextypen zoals bewoning, begraving en infrastructuur, met sporen van zoals funderingen, paalkuilen, waterputten, greppels, sloten en dergelijke en resten vondsten zoals aardewerk, glas, metaal, bot en dergelijke. Voor de delen van het plangebied die liggen in de rivierkom geldt een lage archeologische verwachting omdat komgebieden over het algemeen laaggelegen zijn met een hoge grondwaterstand. Een komgebied is dus veelal nat en werd daarom vaak alleen gebruikt als landbouwgrond (met name weilanden). In deze delen van het plangebied kunnen dus archeologische sporen voorkomen die horen bij landbouwactiviteiten, zoals resten van sloten en greppels, water- en afvalkuilen en dergelijke. Na de bedijking van de Hollandsche IJssel in de 13e eeuw kan langs deze dijken gewoond worden.

Op de het kadastrale minuutplan is te zien dat er zeker van het begin van de 19e eeuw langs de dijk ten noorden van het plangebied bebouwing heeft gestaan (mogelijk is deze bebouwing ouder, hoewel deze niet is afgebeeld op de kaart uit de 17e eeuw). In het plangebied heeft waarschijnlijk, op een enkel bijgebouw na, geen bebouwing gestaan tussen de 17e en 20e eeuw, waardoor het plangebied alleen een lage archeologische verwachting heeft voor deze periode. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied ligt in een komgebied met alleen een archeologische verwachting op resten van landbouw, zoals sloten, greppels en waterkuilen (archeologische resten met een lage waarde). Door de verstoring van de bodem in de 20e eeuw (tussen de 0,5 en 1,0 m -mv ofwel -1,8 tot -2,2 m NAP) zal, buiten de gedempte sloten (die reiken tot 1,9 m -mv ofwel -3,3 m NAP), een groot deel van deze resten niet meer intact zijn. Er wordt geadviseerd om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor alle in de toekomst geplande werkzaamheden.

3.9

Aanlegwerkzaamheden

Ook tijdens de bouwfase kunnen milieueffecten optreden door het in te zetten materieel en de verkeersgeneratie. De rijroutes zullen zodanig worden gekozen dat het bouwverkeer zo min mogelijk hinder oplevert voor de bestaande woningen in de omgeving. De bouw- en aanlegactiviteiten produceren geluid. Op dit moment is er nog geen specifieke informatie beschikbaar over het in te zetten materieel. Van belang is dat zal moeten worden voldaan aan de geldende regelgeving. Waar nodig zullen geluidbeperkende maatregelen moeten worden getroffen om onaanvaardbare akoestische situaties te voorkomen. Dit zal bij het bepalen van de concrete uitgangspunten voor de aanlegfase verder worden uitgewerkt. Dat geldt ook voor de mogelijke trillinghinder ter plaatse van bestaande en nieuwe woningen door de werkzaamheden binnen het plangebied. Gelet op de tijdelijkheid van de werkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden.

3.10 Maatregelen Voor dit plan zijn geen mitigerende maatregelen bekend.

20/21

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat de kenmerken en de plaats van het plan geen aanleiding vormen voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Het stedelijk ontwikkelingsproject leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

21/21

Bijlage 2 Bodemonderzoek

VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN ASBEST IN GROND ONDERZOEK KERKDREEF 4 TE KRIMPEN AAN DEN IJSSEL 2001/2002/ 2018

Opdrachtgever: Gemeente Krimpen aan den IJssel Raadhuisplein 2 2922 AD KRIMPEN AAN DEN IJSSEL Projectnummer: 2104056D-V2 Vierpolders, 12 oktober 2023 DETA MILIEU B.V. | Landsweg 4 | 3237 KG Vierpolders T: +31(0)181 - 39 05 90 | E: info@detamilieu.nl | I: www.detamilieu.nl KvK Rotterdam nr: 24421797 | BTW nr: NL-818488657.B01 | IBAN: NL87 ABNA 0462 7066 48

Projectnummer: 2104056D

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

4

1. 1.1. 1.2. 1.3.

INLEIDING Algemeen Doel van het onderzoek Betrouwbaarheid

6 6 6 6

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7.

VOORONDERZOEK Locatiegegevens Terreininspectie Historische informatie Bodembedreigende activiteiten en bodemonderzoeken Bodemopbouw en geohydrologie Bodemkwaliteitskaart Ondergrondse objecten

7 7 7 7 8 9 9 10

3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK 3.1. Onderzoekshypothese 3.2. Uitvoering veldwerk 3.3. Onderzoeksresultaten 3.3.1. Monsterselectie 3.3.2. Analyseresultaten

11 11 11 13 13 13

4. ASBEST IN GROND ONDERZOEK 4.1. Onderzoekshypothese 4.2. Uitvoering veldwerk 4.3. Onderzoeksresultaten 4.3.1. Monsterselectie 4.3.2. Analyseresultaten 4.3.3. Interpretatie analyseresultaten

16 16 16 16 16 17 17

5. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 5.1. Conclusie 5.1.1. Verkennend bodemonderzoek 5.1.2. Asbest in grond onderzoek 5.2. Aanbevelingen 5.2.1. Verkennend bodemonderzoek 5.3. Asbest in grond onderzoek.

18 18 18 18 18 18 18

LITERATUUR

19

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

2 van 19

Projectnummer: 2104056D

Bijlagen: 1. Kadastrale kaart 2. Situatietekening 3. Boorprofielen 4. Analyserapporten, toetsing Circulaire bodemsanering en berekening asbest 5. Uitvoering veldwerk, referentie- en toetsingskader

Naam Auteur

Datum 12 oktober 2023

Controle

12 oktober 2023

Paraaf

Zonder toestemming van de opdrachtgever of DETA MILIEU B.V., mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

3 van 19

Projectnummer: 2104056D

SAMENVATTING Algemene gegevens Onderzoeksopzet: Locatie: Oppervlakte: Opdrachtgever: Maand van uitvoering:

NEN 5740, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek NEN 5707, onderzoeksstrategie bij asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 te Krimpen aan den IJssel 9.250 m2 Gemeente Krimpen aan den IJssel mei 2021 en september 2023

Vooronderzoek Gebruik terrein (hist.): Gebruik terrein (heden): Gebruik terrein (toekomst): Onderzoekshypothese: Strategie:

School Braakliggend Wonen ‘Verdacht’ VED-NL uit de NEN 5740

Bodemonderzoek Ophooglaag: Bodemopbouw:

Niet aangetroffen Vanaf maaiveld tot circa 2,5 m -mv (maximale boordiepte) uit klei, zand of veen Grondwaterstand: circa 1,0 m -mv Zintuiglijke waarnemingen: Ter hoogte van boringen 01 en 03 t/m 10 van 0 tot circa 1,0 m -mv resten baksteen Asbestverdacht materiaal: Niet aangetroffen Conclusie Onderzoekshypothese verkennend onderzoek Op basis van het feit dat in monster MM01 en MM2 van de grond en in de grondwatermonsters voor diverse parameters overschrijdingen van de achtergrondwaarden en streefwaarden zijn vastgesteld, wordt de onderzoekshypothese 'verdacht' voor de onderhavige locatie bevestigd. Verontreinigingssituatie: Grond Boring 20,22,28,30: 0 tot 0,5 m -mv: PCB (som 7) > achtergrondwaarde Boring 01: 0,8 tot 2,0 m -mv: PAK (10 VROM), PCB (som 7) >achtergrondwaarden Het overig deel van de onderzoekslocatie voldoet aan klasse vrij toepasbaar. Grondwater Peilbuizen 01 en 25:

Barium, molybdeen> streefwaarden

Asbest in grond Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de bodemkwaliteit (asbest) van de onderzoekslocatie volgens de geldende richtlijnen vastgelegd. Er is analytisch geen asbest aangetoond.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

4 van 19

Projectnummer: 2104056D

Aanbevelingen Verkennend onderzoek Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie volgens de geldende richtlijnen vastgelegd. Het overgrote deel van de locatie voldoet milieu hygiënisch voor de bodemfunctie wonen. Ter hoogte van boring 01 is in de ondergrond van 0,8 tot 2,m -mv een lichte verontreiniging aangetroffen (klasse industrie). De omvang van deze lichte verontreiniging kan op basis van huidig onderzoek niet worden vastgesteld. Opgemerkt wordt dat eventueel vrijkomende grond niet zonder meer kan worden hergebruikt. De grond mag wettelijk gezien tijdelijk worden uitgeplaatst op de locatie, ten behoeve van de geplande werkzaamheden. De grond dient na afronding van de werkzaamheden te worden terug geplaatst op dezelfde plaats en in dezelfde bodemlaag, in verband met het wettelijke stand-still beginsel voor (in meer of mindere mate) verontreinigde grond. Indien vrijkomende grond dient te worden afgevoerd of hergebruikt op een andere locatie, gelden aanvullende regels en is een melding voor de toepassing van grond noodzakelijk. Hiervoor wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit en de vigerende bodemkwaliteitskaart van de betreffende gemeente. Asbest in grond onderzoek Op de locatie hoeven geen sanerende maatregelen te worden uitgevoerd.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

5 van 19

Projectnummer: 2104056D

1. INLEIDING 1.1.

Algemeen

In opdracht van Gemeente Krimpen aan den IJssel heeft DETA MILIEU B.V. een verkennend bodemonderzoek en een asbest in grond onderzoek uitgevoerd op het adres Kerkdreef 4 te Krimpen aan den IJssel. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het onderzoeksprotocol NEN 5740, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek [2] en het onderzoeksprotocol NEN 5707, onderzoeksstrategie bij asbest in grond onderzoek [8]. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725, leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek [3]. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat en conform de BRL SIKB-2000 [5] en onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018 [6,7,9]. In bijlage 5 is de veldwerkstrategie beschreven. DETA MILIEU B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele duurzame rechtsbetrekking met de eigenaar van de onderzoekslocatie of de opdrachtgever van het onderzoek. 1.2.

Doel van het onderzoek

Het doel van het verkennend bodemonderzoek en het asbest in grond onderzoek is inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem (aard en concentraties van verontreinigende stoffen in de grond en het grondwater). 1.3.

Betrouwbaarheid

Opgemerkt wordt dat het doel van een verkennend bodemonderzoek is, het met een relatief geringe onderzoeksinspanning vaststellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. Hiertoe wordt de grond en het grondwater van de locatie steekproefsgewijs onderzocht op de aanwezigheid van een aantal algemene verontreinigende verbindingen/ parameters. Analyses vinden plaats binnen bepaalde nauwkeurigheidsgrenzen hetgeen inhoudt dat altijd spreiding van analyseresultaten te verwachten is. Een verkennend onderzoek kan derhalve nooit garanderen dat een onderzochte locatie geheel schoon dan wel verontreinigd is. De informatie in dit rapport is ontleend aan de resultaten van onderzoeksmethoden en de evaluatie van deze resultaten gebaseerd op de technische normen en gebruikelijke werkwijze en eventuele andere omstandigheden waarmee rekening gehouden zou moeten worden. Daarnaast wordt opgemerkt dat de resultaten van een verkennend onderzoek een momentopname weergeven. De milieuhygiënische bodemkwaliteit kan in de loop van de tijd wijzigen bijvoorbeeld als gevolg van bedrijfs- of bouwactiviteiten op of rond het terrein, bodemkundige invloeden (afbraak, accumulatie, verspreiding via grondwater) en dergelijke.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

6 van 19

Projectnummer: 2104056D

2. VOORONDERZOEK 2.1.

Locatiegegevens

Informatie over het huidige en voormalige gebruik van de onderzoekslocatie is verkregen van de DCMR milieudienst Rijnmond. De ligging van de onderzoekslocatie op de kadastrale kaart is weergegeven in bijlage 1. Een situatieschets is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Krimpen aan den IJssel, sectie C, nummer 5092 en betreft een braakliggend perceel met een oppervlakte van circa 9.250 m2. Het voornemen van de opdrachtgever is woningen te realiseren. 2.2.

Terreininspectie

Op 4 september 2023 heeft een terreininspectie plaatsgevonden. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein waar voorheen de Admiraal de Ruyterschool heeft gestaan. De resten van de fundering zijn nog in het terrein aanwezig. De locatie bestaat uit twee delen, doorsneden door een ontsluitingsweg naar de boerderij aan de IJsseldijk. De locatie heeft een oppervlakte van circa 9.250 m² (exclusief de ontsluitingsweg). Het terrein is onverhard. Bij de onderzoekslocatie zijn woningen en openbaar groen gelegen. Op de onderzoekslocatie zijn kabels en leidingen aanwezig. Het betreft elektra- en datakabels en gas- en rioolleidingen. Op de onderzoekslocatie bevinden zich geen opslagtanks voor olieproducten. Op de onderzoekslocatie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld Op basis van de terreininspectie bestaat er vooralsnog geen verdenking op het voorkomen van asbest in de grond op de locatie. 2.3.

Historische informatie

Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - (digitaal) bodeminformatiesysteem DCMR; - bodemloket; - bodemkwaliteitskaart en bodembeheersplan; - luchtfoto’s; - topotijdreis; - BAG-viewer van het Kadaster.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

7 van 19

Projectnummer: 2104056D

2.4.

Bodembedreigende activiteiten en bodemonderzoeken

In het bodeminformatiesysteem van de DCMR Milieudienst Rijnmond is ter hoogte van de onderzoekslocatie de volgende locaties en bodembedreigende activiteiten geregistreerd, zoals is weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Locaties en bodembedreigende activiteiten Locatiecode

Locatienaam

Activiteit

Begin

Eind jaar

AA054200024

Kerkdreef 4

-

-

-

AA054200525

Kerkdreef 1

demping (niet gespecificeerd)

onbekend

heden

kantoormachinereparatiebedrijf

1981

onbekend

benzinepompinstallatie

1981

onbekend

benzine-service-station

1967

onbekend

Ondergrondse tank benzine

-

1981

hbo-tank (ondergronds)

1964

1989

jaar

AA054200317

IJsseldijk 278

Op de onderzoekslocatie en/of in de directe omgeving zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd, zoals weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Uitgevoerde bodemonderzoeken Locatienaam

Rapportage

Adviesbureau

Datum

Kerkdreef 1

Aanvullende rapportage

Koenders en partners

21-05-2012

BUS evaluatie

Koenders en partners

07-03-2011

Kerkdreef 4

Verkennend onderzoek

WIHA

16-1-2003

IJsseldijk 278

Verkennend onderzoek

APS Milieu

01-03-2004

Op het terrein Kerkdreef 4 is bodemonderzoek uitgevoerd in 2003 (Wiha, kenmerk WN-11776, d.d. 16 januari 2003). In verband met uitbreidingen van de toen nog bestaande schoolgebouwen. Daarbij werden ten hoogste achtergrondwaarde overschrijdingen aangetoond. Ter hoogte van Kerkdreef 1 aan de zijde van de Burgemeester Aalberslaan is in 2011 een sanering uitgevoerd. Hierbij is verontreinigde grond ontgraven tot 1,0 m -mv, de grond is afgevoerd naar een erkend verwerker. Daarna is een leeflaag van 1 meter aangebracht van grond met kwaliteit wonen. Op het in standhouden van de leeflaag is een nazorgmaatregel van toepassing, aangezien een restverontreiniging met minerale olie, PAK (10 VROM), lood en zink is achtergebleven. Het saneringsgebied bevindt zich buiten onderhavige onderzoekslocatie. Op basis van oude topografische kaarten worden op de onderzoekslocatie gedempte sloten verwacht. Dit betreft poldersloten welke in 1969 zijn gedempt met onbekend materiaal (mogelijk zand en houtvezels).

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

8 van 19

Projectnummer: 2104056D

Op het westelijk deel van de onderzoekslocatie was een ondergrondse benzinetank van 5000 liter aanwezig. Deze is in 1981 gesaneerd en opgevuld met zand. Asbest Op basis van het vooronderzoek geldt voor de onderhavige locatie, dat: Er geen asbestverdacht puin en/of afval is aangetroffen; Er in een aangetroffen gedempte sloot bij archeologisch onderzoek asbestverdacht materiaal is aangetroffen; Er voor zover bekend geen sprake is van bodembedreigende activiteiten welke kunnen wijzen op de aanwezigheid van asbest op de locatie (zie paragraaf 2.4); Er in het bodeminformatiesysteem van Bodemloket geen ophooglagen zijn geregistreerd; Er in het Bodemloket en op Topotijdreis gedempte sloten zijn geregistreerd. Op basis van bovenstaande wordt een onderzoek naar asbest in grond conform de NEN 5707 uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4. 2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie

Gegevens omtrent de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn ontleend aan de digitale grondwaterkaart 38A van de Dienst grondwaterverkenning van TNO [4]. Het maaiveld op de onderzoekslocatie is gelegen op 0,5 m -NAP. In tabel 3 is de regionale bodemopbouw weergegeven. Tabel 3. Regionale bodemopbouw Laag

Diepte van [m NAP] tot [m NAP]

Bodemtype

Holocene deklaag

-0,5/-13

Zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen

Onderliggende laag

-13/-16

Midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind

Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,0 m -mv. Op basis van de beschikbare gegevens is de stromingsrichting van het freatisch grondwater niet aan te geven. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater betreft zuidelijk gelegen watergang.

2.6.

Bodemkwaliteitskaart

Op de bodemkwaliteitskaart van Krimpen aan den IJssel (Lievense CSO, kenmerk 13M1166.RAP001, d.d. juli 2015 wordt de onderzoekslocatie ingedeeld in de zone waar de bodem over het algemeen wordt gekwalificeerd als klasse wonen uit het Besluit bodemkwaliteit. Een bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op de bij het bevoegd gezag beschikbare gegevens van bodemonderzoeken. Een bodemonderzoek betreft altijd een beperkte oppervlakte, waarbij middels een beperkt aantal boringen is vastgesteld wat de algemene bodemkwaliteit van een dergelijke locatie is. Tevens kan een bodemonderzoek waarop de bodemkwaliteitskaart is gebaseerd, bij gebrek aan recente gegevens, verouderd zijn (ouder dan vijf jaar). Indien er op de locatie geen

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

9 van 19

Projectnummer: 2104056D

wijzigingen zijn geweest in de bodemkwaliteit, als gevolg van graafwerkzaamheden en/of nieuwe bedrijfsvoeringen/ bodembedreigende activiteiten, kunnen deze onderzoeken nog als representatief worden beschouwd. In de meeste gevallen is het echter noodzakelijk een bodemonderzoek uit te voeren om de actuele bodemkwaliteit vast te stellen. 2.7.

Ondergrondse objecten

Op de archeologische verwachtingswaardenkaart van het AMK en het IKAW, ligt de onderzoekslocatie binnen de zone met een lage archeologische trefkans. Op deze locatie wordt op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed en de naoorlogse bebouwing verwacht dat er geen risico is op conventionele explosieven in de grond.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

10 van 19

Projectnummer: 2104056D

3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK 3.1.

Onderzoekshypothese

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een hypothese opgesteld voor het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Hierbij zijn de bekende bodemonderzoeken, eventuele bodembedreigende activiteiten, de bodemkwaliteitskaart en alle overige beschikbare data in overweging genomen. Gezien de resultaten van het vooronderzoek dient de locatie als verdacht te worden beschouwd. Toetsing van de hypothese en de gevolgde strategie vindt plaats aan de hand van de onderzoeksresultaten. 3.2.

Uitvoering veldwerk

De boorwerkzaamheden zijn door DETA MILIEU B.V. verricht op 19 mei 2021 en 1, 4 en 15 september 2023. Het grondwater is bemonsterd op 27 mei 2021 en 15 september 2023. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren R. Smit en H.F. Borghouts van DETA MILIEU B.V. Aangezien op het oostelijk deel van de locatie in 2021 een zware begroeiing met onder andere bramen aanwezig was, was het niet mogelijk op dat deel van de locatie onderzoek uit te voeren. In augustus 2023 is de begroeiing verwijderd, waarna onder andere archeologisch onderzoek en bodemonderzoek kon plaatsvinden. Op dit deel van de locatie is een oude fundering aanwezig. Op de locatie zijn in totaal 23 boringen verricht. Zeventien boringen zijn geplaatst tot 0,5 m -mv. Zes boringen zijn doorgezet tot in het grondwater, waarvan twee boringen zijn afgewerkt met een peilbuis voor de bemonstering van het grondwater. Het filter van de peilbuizen bevindt zich van 0,5 tot 1,5 m onder de actuele grondwaterspiegel. De grondwaterstand is tijdens de boorwerkzaamheden waargenomen op circa 1,0 m -mv. De boringen zijn verspreid over het terrein geplaatst (zie bijlage 2). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 [5] en onderliggende protocollen (zie bijlage 5). De bodem bestaat vanaf maaiveld tot circa 2,5 m -mv (maximale boordiepte) uit klei, zand of veen. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.

In de grond zijn zintuiglijk geen afwijkende, op een verontreiniging duidende, geuren of kleuren waargenomen. In de grond zijn ter hoogte van boringen 01 en 03 t/m 10 van 0 tot circa 1,0 m -mv resten baksteen waargenomen. Voor bijmengingen met puin in de grond wordt doorgaans de volgende verdeling aangehouden: Sporen en resten puin: <1% puin; Zwak puinhoudend: 1 tot 5% puin; Matig puinhoudend: 5 tot 10% puin;

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

11 van 19

Projectnummer: 2104056D

Sterk puinhoudend: 10 tot 20% puin; Uiterst puinhoudend: 20 tot 50% puin; Volledig puinhoudend: meer dan 50% puin; geen sprake meer van grond.

-

Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal tevens visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn echter niet waargenomen. Opgemerkt wordt dat onderhavig onderzoek niet is uitgevoerd conform de NEN 5707, onderzoeksstrategie bij onderzoek van asbest in grond. Bij het aantreffen van puin, wordt een asbest in grond onderzoek in veel gevallen aanbevolen. Conform de NEN 5707 is puin per definitie asbestverdacht, tenzij er een voldoende onderbouwing bestaat dat er geen sprake kan zijn van asbest (op basis van hoeveelheid puin, herkomst, ouderdom van het puin, typering en historisch onderzoek). Hiervoor wordt verwezen naar de brief van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT, asbestonderzoek bij puin(resten) in de grond, d.d. 26 januari 2017). De grondwaterstand, de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de overige fysische en chemische parameters zijn in het veld bepaald. De parameters zijn geregistreerd met gekalibreerde apparatuur, welke geijkt is conform SIKB protocol 2002. Deze zijn weergegeven in tabel 4. Tabel 4. Grondwater meetgegevens Peilbuis

Grondwaterstand

Zuurgraad (pH)

[m -mv]

Elektrische geleid-

Temperatuur

Opgelost

Troebelheid

baarheid (EC) µS/cm]

(oC)

zuurstof [mg/l]

[FNU]

01-1-1

0,6

6,8

1497

12

0,1

91

25-1-1

1,0

6,7

1090

11

2

26

De pH, EC en temperatuur vertonen geen afwijkende waarden. De troebelheid van grondwater is een parameter die iets zegt over de hoeveelheid zwevende deeltjes. Wanneer de troebelheid van het grondwater hoger is dan 10 FNU, kan dat verhoogde waarden aan organische parameters opleveren. In dit geval zijn geen verhoogde waarden voor deze parameters aangetoond (zie paragraaf 4.3). Tijdens de grondwaterbemonstering zijn geen drijflagen of afwijkende geuren, kleuren en dergelijke aangetroffen. Tijdens de grondwaterbemonstering zijn geen afwijkingen waargenomen. Er was sprake van een goede toestroming en er was geen sprake van belvorming. Tevens is de grondwaterstand <0,5 meter afgenomen tussen het afpompen van de peilbuis en de monstername.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

12 van 19

Projectnummer: 2104056D

3.3.

Onderzoeksresultaten

3.3.1.

Monsterselectie

De grondmengmonsters zijn zodanig samengesteld dat een indruk is verkregen van de kwaliteit van de onderscheiden bodemlagen en/of de eventueel aanwezige bodemverontreiniging. In tabel 5 zijn de onderzochte grond- en grondwatermonsters en analysepakketten weergegeven. De analyses zijn uitgevoerd door het voor de betreffende analyses geaccrediteerde (erkende) laboratorium van Eurofins Analytico. De voorbehandeling voor zowel de grondmonsters als het grondwatermonster wordt conform AS3000 uitgevoerd. Tabel 5. Samenstelling (meng-)monsters en uitgevoerde analyses Monster-

Boringen/

Bodemlaag/

Aantal deel-

Zintuiglijke

Analysepakket

Analysepakket

nummer

peilbuizen

filterstelling (m -mv)

monsters

waarnemingen

grond

grondwater

MM1

04, 07, 09

0-0,5

3

MM01

20, 22, 28,

0-0,5

4

Resten

Standaard,

baksteen

PFAS

-

Standaard,

30

-

-

PFAS

MM2

01

0,8-1,3

1

-

Standaard

-

MM02

25, 27, 31

1,0-1,5

2

-

Standaard,

-

M03

25

1,5-2,0

1

-

Standaard

-

01-1-1

01

1,5-2,5

1

-

-

Standaard

25-1-1

25

1,5-2,5

1

-

-

Standaard

PFAS

De samenstelling van het standaardpakket grond en grondwater is vastgelegd in de notitie ‘Standaard stoffenpakket bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek vastgesteld’, een gezamenlijke uitgave van SIKB, NEN en bodem+ van 4 juni 2008. Het ‘standaard pakket grond’ betreft analyse van lutum, organische stof, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK VROM), minerale olie, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) en polychloorbifenylen (PCB). Het ‘standaard pakket grondwater’ betreft analyse van minerale olie, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige chloorkoolwaterstoffen, vluchtige aromaten en naftaleen. Van de grondwatermonsters worden ook de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) bepaald.

3.3.2.

Analyseresultaten

De analyserapporten van de grond- en de grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater is gebruik gemaakt van de toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 [1]. Het referentie- en toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden zijn weergegeven in paragraaf 4.3. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de achtergrondwaarden (AW) voor grond of streefwaarden (S) voor grondwater, de toetsingswaarden voor nader onderzoek (½ (S+I)) en de interventiewaarden (I). De toetsingswaarde voor barium voor grond is per 1 april 2009 tijdelijk buiten werking gesteld door

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

13 van 19

Projectnummer: 2104056D

het ministerie van VROM, derhalve wordt dit aangetroffen gehalte buiten beschouwing gelaten in onderhavige rapportage. De analyseresultaten voor poly- en perfluor alkyl stoffen (PFAS), ofwel PFOS en PFOA, worden getoetst aan de waarden in het Tijdelijke handelingskader PFAS houdende grond [10]. Hierin zijn maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen landbouw/natuur (achtergrondwaarde), wonen/ industrie gedefinieerd, zie tabel 6. Opgemerkt dient te worden dat deze toetsing de toepasbaarheid van de grond weergeeft, en daarmee geen uitspraak wordt gedaan over een saneringsnoodzaak. Hiervoor zijn vooralsnog de Indicatieve Niveaus van Ernstige Bodemverontreiniging (INEV) leidend, welke zijn weergegeven in de memo van het RIVM d.d. 20 juli 2021. Tabel 6: Tijdelijk handelingskader PFAS Functieklasse in de zin van

PFOA

PFOS

Overige PFAS

Landbouw/natuur

1,9 µg/kg

1,4 µg/kg

1,4 µg/kg

Wonen / industrie

7 µg/kg

3 µg/kg

3 µg/kg

Besluit Bodemkwaliteit

Interpretatie analyseresultaten Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater is gebruik gemaakt van de toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 [1]. Het referentie- en toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in tabel 3.3. In tabel 7 is tevens een indicatieve toetsing weergegeven aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Op basis van deze toetsing kan eventueel vrijkomende grond tijdens de werkzaamheden, worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Tevens is het mogelijk deze toe te passen op basis van een vigerende Bodemkwaliteitskaart. Hiervoor is minimaal vijf werkdagen van tevoren, een melding noodzakelijk via het Meldpunt bodemkwaliteit. Tabel 7. Analyseresultaten en toetsing Cbs 2013 Monster

Boring/

Bodemlaag/

Zintuiglijke

peilbuis

filterstelling

waarnemingen

(m -mv)

Toetsing Circulaire bodemsanering 2013

Klasse Bbk (indicatief)

>Achtergrondwaarde

>Index 0,5

>Interventiewaarde

Grond MM1

04, 07,

0-0,5

09 MM01

20, 22,

Resten

-

-

-

Vrij toepasbaar

PCB (som 7)

-

-

Vrij toepasbaar

Molybdeen, PAK (10

-

-

Industrie

baksteen 0-0,5

-

0,8-1,3

-

28, 30 MM2

01

VROM), PCB (som 7) MM02

25, 27,

1,0-1,5

-

-

-

-

Vrij toepasbaar

1,5-2,0

-

-

-

-

Vrij toepasbaar

31 M03

25

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

14 van 19

Projectnummer: 2104056D

Monster

Boring/

Bodemlaag/

Zintuiglijke

peilbuis

filterstelling

waarnemingen

Toetsing Circulaire bodemsanering 2013

(m -mv)

Klasse Bbk (indicatief)

>Achtergrondwaarde

>Index 0,5

>Interventiewaarde

Grondwater 01-1-1

01

1,5-2,5

-

Barium, molybdeen

-

-

-

25-1-1

25

1,5-2,5

-

Barium

-

-

-

Tabel 8. Analyseresultaten en toetsing PFAS Monster

Boring/

Bodemlaag/

Zintuiglijke

Toetsing Handelingskader PFAS (µg/kg)

peilbuis

filterstelling

waarnemingen

Landbouw/Natuur

(m -mv) MM1

04, 07,

0-0,5

09 MM01

20, 22,

Wonen/

Niet toepasbaar

Industrie Resten

x

baksteen 0-0,5

-

x

1,0-1,5

-

x

28, 30 MM02

25, 27, 31

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

15 van 19

Projectnummer: 2104056D

4. ASBEST IN GROND ONDERZOEK 4.1.

Onderzoekshypothese

Naar aanleiding van het aantreffen van asbestverdacht materiaal tijdens archeologisch onderzoek in september 2023 is ter hoogte van de vindplaats een asbest in grond onderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van het asbest in grond onderzoek is een hypothese opgesteld voor het al dan niet aanwezig zijn van een bodemverontreiniging met asbest op de onderzoekslocatie. De locatie wordt onderzocht conform de strategie voor een ‘verdachte’ locatie uit de NEN 5707. Op basis van de beschikbare gegevens wordt hierbij uitgegaan van de strategie voor een ‘verdachte actuele contactzone met een plaatselijke bodembelasting’ . Toetsing van de hypothese en de gevolgde strategie vindt plaats aan de hand van de onderzoeksresultaten. 4.2.

Uitvoering veldwerk

De veldwerkzaamheden zijn conform de BRL SIKB 2000 [4] en onderliggend protocol 2018 (zie bijlage 5) uitgevoerd op 15 september 2023, door de heer H.F. Borghouts van DETA MILIEU B.V. Een veldinspectie heeft plaatsgevonden alvorens over te gaan tot monstername. De inspectieefficiency bedroeg hierbij 90%. Aan het maaiveld werden geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis hiervan is de locatie vooralsnog asbest onverdacht. Echter wordt op basis van het aantreffen van asbest verdacht materiaal bij eerder archeologisch onderzoek een verkennend onderzoek asbest in grond uitgevoerd. Vervolgens zijn verspreid over het onderzoeksgebied drie sleuven gegraven met behulp van een mobiele kraan. De sleuven zijn ter hoogte van de vindplaats van asbest verdacht materiaal en ter hoogte van gedempte sloten gesitueerd. De proefsleuven zijn gegraven in een afmeting van 5,0 m lengte, 1,0 m breedte, en 2,0 m diepte. De bodem bestaat vanaf het maaiveld tot 0,5 m -mv uit zand en tot 2,0 m -mv (maximale boordiepte) uit klei. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. De grond is gezeefd op 20 mm en visueel geïnspecteerd. Daarbij is zintuiglijk geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Uit de gegraven proefsleuven zijn vier grondmengmonsters samengesteld en geanalyseerd op asbest met behulp van een phase contrast microscoop. 4.3.

Onderzoeksresultaten

4.3.1.

Monsterselectie

De mengmonsters zijn zodanig samengesteld dat een indruk is verkregen van de kwaliteit van de grond per ruimtelijke eenheid.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

16 van 19

Projectnummer: 2104056D

In tabel 9 zijn de onderzochte grondmengmonsters en analysepakketten weergegeven. De analyses zijn uitgevoerd door een voor de betreffende analyses geaccrediteerd (erkend) laboratorium van Eurofins Omegam. Tabel 9. Samenstelling (meng-)monsters en uitgevoerde analyses Monster-

Proefgat /

nummer

sleuf

Bodemlaag

Soort

MMASB

Zintuiglijke waarnemingen Analysepakket

MMASB01

0-0,5

Grond

-

Asbest in grond

Sleuf 1

0,5-2,0

Grond

-

Asbest in grond

Sleuf 2

0,5-2,0

Grond

-

Asbest in grond

Sleuf 3

0,5-2,0

Grond

-

Asbest in grond

01 MMasb sleuf 1 MMasb sleuf2 MMasb sleuf3

4.3.2.

Analyseresultaten

De analyserapporten (lab rapportnummers: 2023125559 en 2 023132320) van de materiaal- en grondmengmonsters zijn opgenomen in bijlage 4. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de wettelijke interventiewaarde voor asbest van 100 mg/kg.ds. 4.3.3.

Interpretatie analyseresultaten

In de grondmengmonsters is geen asbest aangetoond. .

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

17 van 19

Projectnummer: 2104056D

5. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 5.1.

Conclusie

5.1.1.

Verkennend bodemonderzoek

Onderzoekshypothese Op basis van het feit dat in monster MM01 en MM2 van de grond en in de grondwatermonsters voor diverse parameters overschrijdingen van de achtergrondwaarden en streefwaarden zijn vastgesteld, wordt de onderzoekshypothese 'verdacht' voor de onderhavige locatie bevestigd. Verontreinigingssituatie Grond Boring 20,22,28,30: 0 tot 0,5 m -mv: PCB (som 7) > achtergrondwaarde Boring 01: 0,8 tot 2,0 m -mv: PAK (10 VROM), PCB (som 7) >achtergrondwaarden Het overig deel van de onderzoekslocatie voldoet aan klasse vrij toepasbaar. Op basis van het gehalte PFOA / PFOS/PFAS wordt de grond als klasse landbouw/natuur geclassificeerd. Grondwater Peilbuizen 01 en 25: 5.1.2.

Barium, molybdeen> streefwaarden

Asbest in grond onderzoek

Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de bodemkwaliteit (asbest) van de onderzoekslocatie volgens de geldende richtlijnen vastgelegd. Er is analytisch geen asbest aangetoond. 5.2.

Aanbevelingen

5.2.1.

Verkennend bodemonderzoek

Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie volgens de geldende richtlijnen vastgelegd. Het overgrote deel van de locatie voldoet milieu hygiënisch voor de bodemfunctie wonen. Ter hoogte van boring 01 is in de ondergrond van 0,8 tot 2,m -mv een lichte verontreiniging aangetroffen (klasse industrie). De omvang van deze lichte verontreiniging kan op basis van huidig onderzoek niet worden vastgesteld. Opgemerkt wordt dat eventueel vrijkomende grond niet zonder meer kan worden hergebruikt. De grond mag wettelijk gezien tijdelijk worden uitgeplaatst op de locatie, ten behoeve van de geplande werkzaamheden. De grond dient na afronding van de werkzaamheden te worden terug geplaatst op dezelfde plaats en in dezelfde bodemlaag, in verband met het wettelijke stand-still beginsel voor (in meer of mindere mate) verontreinigde grond. Indien vrijkomende grond dient te worden afgevoerd of hergebruikt op een andere locatie, gelden aanvullende regels en is een melding voor de toepassing van grond noodzakelijk. Hiervoor wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit en de vigerende bodemkwaliteitskaart van de betreffende gemeente. 5.3. Asbest in grond onderzoek. Op de locatie hoeven geen sanerende maatregelen te worden uitgevoerd.

Verkennend bodemonderzoek en asbest in grond onderzoek Kerkdreef 4 Krimpen ad IJssel

18 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14213585/1