Transcript cie AZM 13 september 2021.pdf
Tekst van het document
dank, ook namens de Rekenkamer, voor de complimenten die zijn gegeven. Er zijn een paar goede opmerkingen gemaakt en specifiek een aantal vragen gesteld door de heer Pfiefer van de SP, waarbij het goed is om daarop in te gaan. Er werden vraagtekens gesteld bij hoe het kan dat de kwaliteit niet vast te stellen is. Het gaat hier dus over een combinatie van het ontbreken van het ontbreken van een kwalitatieve nulmeting en vastgestelde indicatoren aan de voorkant. Daardoor is het voor ons lastig geweest om objectief vast te kunnen stellen of BsGW heeft voldaan aan die eigen ambitie om minimaal gelijkblijvende kwaliteit van dienstverlening te leveren. Over de kostenbesparing werd ook de vraag gesteld hoe het kan dat die niet echt goed vast te stellen is. Wij hebben gezegd dat het een aannemelijke kostenbesparing is waar je het hierover hebt die ook goed terug te leiden en traceren is tot logische aannames en uitgangspunten. Tegelijkertijd zeggen wij dat je de cumulatieve besparing niet geheel hard kan maken, en dat komt doordat de juistheid van die financiële nulmetingen niet binnen de scope van dit onderzoek vielen en niet hebben kunnen onderzoeken. Ten tweede heb je ook te maken met een niet geheel ondenkbare situatie dat toetredende gemeenten na toetreding ook te maken hebben gehad met frictiekosten.
Maar toch stellen wij dat het aannemelijk is dat die besparingen er voor de deelnemende gemeenten zijn geweest en aanzienlijk zijn. Dank u wel. Dan wil ik de beide heren van de Rekenkamercommissie de gelegenheid -geven om te reageren op de eerste termijn. -Dank u wel, Voorzitter. Volgens mij heeft de heer Wilzing inhoudelijk al een goede onderbouwing gegeven. Misschien nog ten aanzien van de vraag van de heer Boumans: waarom hebben andere gemeenten niet meegedaan? Het voordeel is dat wij in die regionale bijeenkomsten hebben geparticipeerd en er vrij snel hebben kunnen op sturen. Andere gemeente, bijvoorbeeld [onhoorbaar 01:18:55] hebben gezegd: "Wij doen niet mee aan dit onderzoek". Er waren ook wel wat gemeentes met de Rekenkamer in ontwikkeling en daar op dit moment niet de prioriteit op hebben gelegd. Verder denk ik dat de heer Wilzing een vrij inhoudelijke reactie heeft verzorgd op de gevraagde punten. Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan H.J. Bejas wethouder
-wethouder Bejas. -Dank u, Voorzitter. Laat ik zeggen dat ik als AB-lid op al de opmerkingen die gemaakt zijn door de commissie en dus ook in feite door de raad, zeker de vinger aan de pols zal houden en daar aandacht aan besteed zal worden. Over harmonisatie zegt men steeds dat men ermee bezig is, maar wanneer de vraag gesteld wordt, wordt er ook gezegd dat we door corona een beetje zijn achtergebleven. Wat dat betreft, houd ik daar ook de vingers aan de pols: wanneer komen jullie met iets? De zienswijzen: wij hebben in deze raad vaker een negatieve zienswijze afgegeven. Wij zijn dan één van die zogenaamde achtentwintig gemeenten. Wanneer je een negatieve zienswijze afgeeft, moet je nog afwachten of die het haalt maar we blijven ook daar de vinger aan de pols zouden en zullen ook de kritische opmerkingen - die niet alleen door ons maar door de raad is gemaakt - zeker aankaarten. De opmerking van mevrouw Bremen vond ik wel interessant en zal ik zeker meenemen. Ik wijs er nog op dat ik vorig jaar en dit voorjaar de toezegging gedaan heb dat de directie van de BsGW zich hier elk jaar komt verantwoorden. Die wil ik ook nu weer in stand doen, door te zeggen dat zij volgend jaar - voor de behandeling van de begroting - een toelichting moet geven over hoe de meerkosten zijn ontstaan. Dank u, Voorzitter. Dames en heren, daarmee sluit ik de beantwoording van deze eerste termijn af J.
Roland voorzitter
en is mijn vraag: is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ik denk dat de vragen goed beantwoord zijn. Rest mij tot slot aan u te vragen of dit een akkoord of een bespreek stuk moet worden in de raad. Ik verwacht van u - als u het niet met mij eens bent dat het een akkoordstuk is - dat u uw handje opsteekt. Dat zie ik niet. Dan wil ik bij deze dit onderdeel afsluiten. Ik dank de heren voor de aanwezigheid en ik wens u verder nog een prettige avond. We gaan over tot agendapunt acht en dat is een toelichting
8 Toelichting diverse financiële onderwerpen
J. Roland voorzitter
van de diverse financiële statussen op dit moment. U heeft de heer Van Vugt al eens een keer meegemaakt naar aanleiding van een eerdere aanwezigheid in de commissie Algemene zaken en Middelen. In de commissie zal de heer Van Vught van Deloitte Accountants diverse onderwerpen nader toelichten. Ik wens u een prettige avond en welkom in onze vergadering, meneer Van Vugt. Dit betreft een update van de financiële positie (waar staan we nu), een visie op de risico stadion (Rekeningencommissie) en een visie op de samenstelling van een rekeningcommissie en de actuele verordening 212 (de financiële verordening) 213 (de controleverordening) 213 A met enkele daaraan nauw gerelateerde documenten. De verordeningen liggen volgens de planning in oktober 2021 ter besluitvorming. De inhoudelijke wijzigingen in de 212 en de 213 verordeningen hebben te maken met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college vanaf het verslagjaar 2022 als gevolg van een wetswijziging. Dit traject vindt plaats in nauwe samenwerking met de accountant. De heer Van Vugt wil ons nu updaten. Meneer Vugt, ik geef u het woord. Of sorry, ik geef het woord aan wethouder Bejas. Dank u, Voorzitter. Ik wil hier even meedelen dat wij in juni met H.J. Bejas wethouder
de Rekencommissie, de heer Van Vugt en mevrouw [onhoorbaar 01:23:02] van Deloitte een goed gesprek hebben gehad. In dat gesprek kwamen een paar items naar voren waarvan de Rekencommissie vond dat een verduidelijking goed zou zijn. Verder heb ik diverse complimenten gekregen dat de heer Van Vugt vorig jaar op een voortreffelijke wijze hoe de financiële stand van zaken was. Daarom heb ik de vraag ook een beetje uitgebreid en de heer Van Vugt gevraagd om dit jaar nog eens een licht te laten schijnen over de financiële rekening 2020 en neem de raad of de commissie daar een stukje in mee. Daaro is de heer Van Vugt vanavond aanwezig. Dank u. Goed, meneer Van Vugt, het woord is aan u. Dhr. van Vugt Deloitte Accountants
Dank u wel, Voorzitter. Ben ik goed verstaanbaar en zichtbaar? Ja, u bent goed zichtbaar en ook verstaanbaar. Dank u wel. Vorig jaar ben ik bij u live geweest. Ik moet zeggen dat ik me ontzettend plezierig voelde ontvangen door u en vond het dan ook ontzettend jammer dat dit jaar geen vervolg kon krijgen. Maar gelet op de ontwikkelingen op dit moment heb ik er vertrouwen in dat dat weer snel wel kan en dan hoop ik u allen ook weer snel in het echt te kunnen ontmoeten in Kerkrade. Zoals uw voorzitter al zei, ben ik vorig jaar wat uitgebreider op de financiële positie ingegaan naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole over 2020. Hetgeen ook een bijzondere controle was in dat coronajaar en staan we ook bij een aantal onderwerpen - die ook in de Rekencommissie aan de orde zijn geweest - stil. Ik zal even mijn sheets met u delen kijken. We kunnen de sheets zien, meneer Van Vugt. Is het zichtbaar? Heel goed. Ik geloof dat u nu heel veel plaatjes -tegelijkertijd ziet. -Nee, we zien maar één plaatje zien 'update financieel beeld'. We zien de eerste sheet. U bent er bedrevener in geworden, -merk ik. Nu zien we cijfers. -Heel goed. U als voorzitter, heeft de vier thema's waar ik stil wil bij staan, genoemd. Het eerste onderwerp betreft een actualisatie van het beeld van de financiële positie.
Hoe kijken wij ook naar de financiële positie, het financiële beeld van de gemeente Kerkrade? Vorig jaar heb ik aangegeven dat uw gemeente een stabiele, evenwichtige financiële positie heeft. Het enige aandachtspunt wat ik uw raad toen vooral meegaf was: laat de algemene reserves - dat zijn de reserves om de risico's van de gemeente Kerkrade op te kunnen vangen - niet te veel verder dalen/afnemen. Ik moet u zeggen dat uw gemeente Kerkrade in 2020 daar heel goed invulling aan heeft gegeven. Want de financiële positie, de reserves van de gemeente Kerkrade, zijn in 2020 met zs miljoen gestegen. Dat vindt u op deze balans terug. Daar ziet u 2019 naast 2020 gezet. Links ziet u de activa. Dat zijn de bezittingen van de gemeente Kerkrade: wegen, straten, pleinen, vorderingen en et cetera. Dat is wat u bezit. Rechts ziet u hoe u die bezittingen heeft betaald. Die heeft u voor een deel betaald met eigen geld. Dat is het eigen vermogen en de reserves. Voor een andere deel heeft u moeten lenen. Als we dan naar die reserves kijken - daar staat een eentje voor - ziet u dat die in 2020 met bijna zes miljoen euro - van zesentwintig miljoen naar bijna tweeëndertig miljoen - zijn toegenomen. Een paar regeltjes daarboven ziet u algemene reserves staan en die is voor de gemeente Kerkrade van zeven miljoen naar bijna negen miljoen gestegen.
Dat is bijna twee miljoen toename van uw algemene reserve. Daar waar ik vorig jaar zei: "Let op dat die verder niet te veel daalt", zie je in 2020 bij de gemeente Kerkrade best een forse stijging van die algemene reserve. Maar uw totale eigen reserves zijn met zes miljoen toegenomen en dat ziet u bij nummer één terug. Als je eigen vermogen en reserves toenemen met zes miljoen, ben je als gemeente aan het sparen geweest in 2020 en komt er extra geld/cash binnen. Maar dat zien we niet terug bij de post liquide middelen. Daar ziet u een bedrag staan van één komma zes miljoen. Dat betekent dat wat aan extra geld is binnengekomen, niet allemaal op de bankrekeningen is gezet van de gemeente Kerkrade. En dat is in zekere zin maar goed ook. Want als u heel veel geld in kas zou hebben als gemeente, moet u dat parkeren bij het ministerie van Financiën en daar krijgt u geen vergoeding voor. Dat is een beetje jammer en niet zo efficiënt. Het is ook
logisch dat het extra geld wat is binnengekomen niet bij de post liquide middelen - op uw bankrekeningenstaat, bij nummer twee. Maar dan is wel de vraag: waar is dan die zes miljoen die we extra binnenkregen en spaarden aan uitgegeven? Dan moeten we vooral kijken naar de vaste post activa - en dat zijn de wegen, straten, pleinen, rioleringen en gebouwen - en ziet u dat deze ook is toegenomen van honderdachtenzestig miljoen naar bijna honderdvierenzeventig miljoen. Nummer twee links bovenaan. Dat is wat u geïnvesteerd heeft in 2020, en vooral in riolering, wegen maar ook door een extra aandeelhouderslening aan Enexis te verstrekken. Over 2020 heeft u per saldo ongeveer zes miljoen extra geïnvesteerd. Die investeringen heeft u niet betaald door leningen extra aan te trekken. Doordat u had gespaard en uw eigen reserves waren toegenomen, heeft u die zes miljoen gebruikt om de rekeningen van die investeringen te betalen. U heeft daarvoor geen extra financiering voor hoeven aan te trekken. Dat is de kern van wat er in 2020 is gebeurd. Dan kom ik bij het verschil - daar heb ik vorig jaar ok al even iets over gezegd - tussen dekken en lenen. Ik zal dat nog een keer benadrukken.
Dat is net als bij u thuis: als u een nieuwe woning gaat kopen is de eerste vraag of u iedere maand de lasten van die nieuwe woning kan opvangen? Is er voldoende inkomen? Als u dat kan, heeft u een dekkingsmiddel. U kan de extra lasten van zo'n extra woning iedere maand dekken. De tweede vraag is dan: hoe ga ik de aankoop van die nieuwe woning betalen? Heb ik voldoende geld op mijn bankrekening staan om dat te betalen? Kan ik het cash betalen of moet ik toch naar de bank om een hypotheek te gaan nemen, om een lening af te sluiten? Dat is dus het lenen en is wat anders als het dekken. Dat zijn altijd twee cruciale vragen. De eerste: hoe dek ik het? En de tweede: hoe betaal ik het? Uit eigen geld of door middel van een lening? Dat is bij een gemeente niet anders. Als u investeert in projecten bijvoorbeeld van Vie, is de eerste vraag: kan ik de vaste lasten - die met die investering van die projecten samenhangt - opvangen in de begroting? Staan er voldoende middelen in de begr-... Meneer Van Vugt, u ben op het moment niet hoorbaar. Ik weet niet of u mij hoort. Uw scherm is bevroren. Het lijkt mij verstandig dat ik de vergadering even schors voor een paar minuten totdat de heer Van Vught weer in beeld is. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Als het goed is, bent u weer in de vergadering meneer Van Vugt. Ik heb de vergadering SCHORSING
even een paar minuten geschorst en dan gaan we verder. Ik zie dat mensen van hun plek zijn, dus over een paar minuutjes gaan we weer verder. Oké? -Ja. -Dames en heren, de heer Van Vught is weer in beeld. Ik wil de vergadering bij deze weer herstarten en ik het woord aan de heer Van Vugt. Wellicht kan u een klein beetje teruggaan in uw presentatie en hebben we de draad weer te pakken. Meneer Van Vugt aan u het woord. Dhr. van Vugt Deloitte Accountants
Helemaal goed, Voorzitter. Dank u wel. Excuus! Dat is dan het lastige van zo'n grote afstand. Ziet u dit plaatje weer in beeld? -We zien het plaatje. -Ik was gebleven bij 'als gemeente -investeren in Vie'; -Daarna zijn we de draad kwijt geraakt. U wilde ons het verschil vertellen tussen dat je iets wil kopen en je moet weten hoe je het moet betalen. Of je gaat lenen, ja of neen, enzovoort. Net als bij u thuis met een huis. Daarna zei ik dat dit bij uw gemeente precies zo is. Als u bijvoorbeeld investeert in projecten van Vie, is de eerste vraag: kunnen wij de extra lasten van dat project maandelijks/jaarlijks opvangen in de begroting? Hebben we voldoende middelen, ruimte, inkomsten in die begroting om die extra lasten voor die investeringen in bijvoorbeeld Vie op te kunnen vangen, te kunnen dekken? Daar gaat uw gemeenteraad vooral over. Dat is de kernvraag waar u als gemeenteraad altijd over discussieert en uiteindelijk besluit of je een project gaat doen.
Welk dekkingsmiddel en welke ruimte in de begroting gebruikt u daarvoor? Dan komt de tweede vraag: hoe gaan we de projecten - die u in uw begroting heeft en over heeft besloten - dan betalen? Gaan we dit doen met het geld dat op onze bankrekening staat als gemeente? Of gaan we dat doen door een lening af te sluiten bij de bank? Doordat u als gemeente niet te veel liquide middelen/geld op uw eigen bankrekening mag hebben - want dan moet u dat parkeren bij het Rijk, het ministerie van Financiën - zal het bij grote investeringen nodig zijn om het geld bij de bank te gaan lenen. Dat is een terrein waar vooral uw college over gaat: hoe betalen we die investeringen die we gaan doen? Met eigen geld op onze bankrekening? Of door middel van het aantrekken van een lening bij de bank? In 2020 was u in de gelukkige omstandigheid dat u zes miljoen kon sparen waarmee u uw reserves/eigen vermogen kon versterken. Doordat dat geld bij uw gemeente erbij kwam, kon u de rekeningen van de investeringen die u heeft gedaan in de vaste activa - de toename van honderdachtenzestig miljoen naar honderdvierenzeventig miljoen - ook betalen met eigen geld. Dat is in de kern wat er in 2020 is gebeurd. Bij nummer drie ziet u schulden staan en daaronder vlottende passiva.
Als u die honderd eenendertig en die tweeëndertig miljoen optelt, zit je op zo'n honderdvierenzestig miljoen en dat is meer dan zeven miljoen meer dan het jaar daarvoor. Dus er is geld geleend in 2020. Dat klopt. Maar aan de andere kant van nummer drie ziet u ook de vlottende activa staan en
dat zijn vorderingen, overlopende activa, geld wat u op korte termijn van andere partijen, burgers, overheden nog ontvangt. U ziet dat die ook is toegenomen met bijna zeven miljoen. Dat betekent dat als die vorderingen snel worden betaald en die overlopende activa snel binnenkomen, kan u ook weer vrij snel de toename van die schulden - onderaan de rechtse kant bij nummer drie - aflossen bij de bank. Dat is ook de reden waarom de landelijke overheid praat over netto schuld. Bij een netto schuld moet u die honderd eendertig miljoen dat zijn uw lange schulden - met die tweeëndertig miljoen - uw korte schulden - bij elkaar optellen, maar dan moet u de vlottende activa - die bijna negentwintig miljoen die bij nummer drie links staat - er weer aftrekken. Als we dat doen en we vergelijken die netto schuld van 2020 van uw gemeente met het jaar daarvoor, heeft u per saldo iets minder netto schuld - ongeveer zeshonderdduizend euro - in 2020 ten opzichte van 2019. Dit brengt ons voor 2020 tot drie kernpunten als conclusie: u heeft uw eigen vermogen kunnen laten groeien met zes miljoen. U heeft dat geld gebruikt om de investeringen bij de vaste activa te betalen. U heeft daarvoor niet extra hoeven te lenen bij de bank. Dat is de tweede conclusie. De derde conclusie: de netto schuld is per saldo dan ook licht afgenomen.
Dat betekent een gelijke schuld, kleine afname van de schuld, versterking van de reserves. Uw financiële positie en financieel over 2020 is versterkt en verbeterd ten opzichte van 2019. Dat zien we ook terug in de ontwikkeling van de belangrijkste kerngetallen. Dat zijn kerngetallen die het ministerie, de provincie en uw toezichthouder gebruikt om gemeenten te volgen en met elkaar te vergelijken. Als we even teruggaan naar dat financiële beeld, is één van de belangrijkste indicatoren die netto schuldquote en wordt er dus gekeken naar de ontwikkeling van de schuld van de gemeente Kerkrade. U ziet dat die schuld van negenenzeventig procent gedaald is naar vierenzeventig procent. Dat is een daling en vertegenwoordigt de daling van die schuld. Hij is ook fors lager dan u begrootte, want u dacht bij de begroting van 2020 dat de schuld zou toenemen maar die is dus in werkelijkheid licht gedaald. Hij is nog wel wat hoger dan het landelijk gemiddelde, wat vierenvijftig procent is. Daarnaast heeft de VNG indicatieve normen gemaakt. Dat is geen wetgeving en u bent niet verplicht om daaraan te voldoen. Het is meer ter indicatie. Die normen zeggen dat als uw netto schuld onder de negentig procent zit, dit goed is. Daarom ook de kleur groen. De netto schuld van de gemeente Kerkrade valt in de categorie 'goed', wat betekent dat u geen hoge schuldpositie heeft ten opzichte van die normen.
Die tweede 'solvabiliteit' zegt iets over de reserves waar ik het al eerder over had: hoeveel reserves heeft de gemeente in relatie tot de schulden? Als je twintig procent solvabiliteit hebt, betekent dit dat het bezit van de gemeente voor twintig procent met eigen geld/reserves betaald is en voor tachtig procent met schulden/leningen bij de bank. U zit dat de solvabiliteit bij uw gemeente Kerkrade gegroeid is van veertien naar zestien procent. Hier komt die toename van uw reserves met zes miljoen tot uiting. Het eigen vermogen is gegroeid. Het landelijke gemiddelde is vierendertig procent. Daar zit u nog wel ongeveer de helft onder. De indicatieve vormen van de VNG classificeren een solvabiliteit van onder de twintig procent als onvoldoende. Dat is een aandachtspunt en dat benoemde we vorig jaar ook. Het is voor u ontzettend belangrijk om die algemene reserve - die bedoeld is om risico's op te vangen - niet verder te laten afnemen. We constateerden al eerder dat uw reserve over 2020 met twee miljoen is gegroeid. Als we kijken naar de toekomst: hoe gaat u om met die algemene reserve? Hoe ontwikkelt die nu? Neemt die niet af wat wenselijk is? In de tabel daaronder is het verloop van die algemene reserves - die bedoeld zijn om risico's op te vangen - in beeld gebracht.
Daar zit u nogmaals dat uw buffers/reserves om risico's op te vangen gegroeid zijn van zeven miljoen naar bijna negen miljoen. Voor de begroting van 2021 en verder, ziet u dat er een verdere toename van die algemene reserve is begroot en ook oploopt naar twaalf komma zeven miljoen in 2025. In die begroting van uw gemeente wordt invulling gegeven aan dat aandachtspunt van die solvabiliteit om met name uw algemene reserves niet verder te laten dalen. Als we naar de andere indicatoren kijken, ziet u de structurele exploitatieruimte. Daar scoort u in de categorie goed, met twee komma negen procent. U zit ruim boven de nul. Met de grondexploitatie zit u ruim onder de twintig procent. Dus dat betekent dat u niet te veel risico's loopt met de ontwikkeling van gronden. Dus die scoort ook goed. Belastingcapaciteit, kom ik zo nog even op terug. Tenslotte de weerstandsratio: dat is verhouding tussen de risico's en hoeveel algemene reserves u heeft. Dat is de relatie tussen de negen miljoen aan reserves en welke risico's u heeft. Dan ziet u dat u één komma vier keer de risico's kunt opvangen als ze zich allemaal zouden voordoen. Dat is ook goed en meer dan toereikend.
Kortom: ook in de kengetallen ziet u het beeld terug dat die financiële positie ten opzichte van 2019 is verbeterd en dat u aan het aandachtspunt met betrekking tot het niet verder laten zakken van de algemene reserve, over 2020 invulling aan heeft gegeven en u ook de komende jaren de ambitie heeft om daar invulling aan te geven. Als we ons dan tenslotte ook nog realiseren dat de maatregelen die de gemeente Kerkrade heeft genomen met betrekking tot de jeugdzorg, ook echt wel effecten laten zien, er extra geld vanuit het Rijk komt voor de jeugdzorg, de herverdeling/herijking van de algemene uitkering na de meest recente aanpassing niet heel veel negatieve invloed op uw financiën lijkt te hebben, kan je wel zeggen dat de financiële positie voor de gemeente Kerkrade voor de komende periode voorzichtig positief ontwikkelt. Ik wilde nog even stilstaan bij die belastingcapaciteit stilstaan. Dat gaat over de lokale woonlasten voor uw
inwoners. Als we dan naar de gemeente Kerkrade kijken, zien we dat u een lokale woonlast - dat is de onroerendzaakbelasting plus de reinigings- en de rioolheffing - voor meerspersoonshuishoudens in 2021 heeft van achthonderdnegenzestig euro. Het landelijke gemiddelde is achthonderd en elf euro. U zit daar iets boven het landelijke gemiddeld als het gaat om de lokale woonlasten. U ziet wel dat de stijging van de lokale woonlasten in Kerkrade iets lager is dan het landelijke gemiddelde. Dat zie je in die groene balk op dit plaatje. Daar staat de gemeente Kerkrade in en daar staat een rode streep en die is voor het landelijke gemiddeld. De gemeente Kerkrade zit voor voor 2021 iets onder. Dat betekent dat de stijging van de lokale lasten over 2021 gemiddeld wat lager was dan bij de andere driehonderdtweeënvijftig gemeenten. Dat betekent ook dat u op de lijst van de Coelo - de lijst waarop alle gemeenten zijn opgenomen met betrekking tot de de hoogte van de lokale lijsten - bent gedaald van tweehonderd zevenenveertigste plaats naar de tweehonderd vierenveertigste plaats. Dat is een lichte daling. U ziet dat daar ook terug: uw lokale woonlasten zijn minder hard gestegen dan gemiddeld bij andere gemeenten. Dit is wat mij betreft even de update van de financiële positie.
Ik heb in de bijlagen ook nog even opgenomen - en dat heb ik vorig jaar ook verteld waarom lenen niet erg hoeft te zijn. Onder welke voorwaarden is lenen prima? Ik heb gezegd dat als je leent voor investeringen en je de aflossing kan terugbetalen, het prima is dat je leent. Dat is net zoals bij een huis: voor een huis kan je prima lenen als u de lening maar kan terugbetalen. Dat is wat anders dan lenen om de wekelijkse boodschappen te kunnen doen. Dat is niet goed. Dan is lenen gevaarlijk. Dat heb ik nog een keer in de bijlage opgenomen: wat is belangrijk rondom wanneer je leent? Het tweede onderwerp betreft de visie op het risico van de lening van het Stadion. Dat is een onderwerp wat ook in de Rekeningencommissie aan de orde kwam en ik wilde de uitkomst van het gesprek kort met u delen. We hebben daar gesproken over de lening aan de Holding Stadion Kerkrade B.V. Dat is een lening die achttien komma zeven miljoen euro bedraagt. We hebben daarbij twee punten opgemerkt en dat is het risico dat er niet meer wordt afgelost. Vervolgens is dan het risico dat de waarde van het Stadion - het Stadion komt dan naar u toe - lager is dan de hoogte van de lening. Dan is er een risico dat u een stuk van deze lening zal moeten afboeken.
Dan is de vraag: hoe snel gebeurt dat? Wat moet er gebeuren opdat u een stuk van deze lening zal moeten afboeken? Er moet dan best wel veel achter elkaar gebeuren. Er moet in de eerste plaats Roda JC zich terugtrekken uit het Stadion, dan wel de huur niet meer betalen. Vervolgens moet het ook nog gebeuren dat de Holding geen andere huurders kan vinden. Op de derde plaats moet dan de situatie ontstaan dat de Holding de lening aan de gemeente niet meer kan terugbetalen. In die situatie kan het zich voordoen - dat op basis van het hypotheekrecht - dat het Stadion naar de gemeente toekomt. U ben dan juridisch eigenaar van het Stadion. Dan komt de vraag: wat is op dat moment de structurele waarde van het onroerend goed bij dat Stadion? Dat kan in de huidige bestemming zijn, maar het kan ook zijn dat u dat bekijkt in een gewijzigde bestemming. Als al deze stappen zich voltrekken, kan er een risico zijn dat je zegt: "Nu blijkt dat we een stuk van de lening - van die achttien komma zeven miljoen - moeten afboeken. Uw gemeente heeft dat risico uiteindelijk bepaald in de paragraaf weerstandsvermogen. Dus daar heeft u ook buffers voor opzij gezet om dat risico eventueel op te vangen. Dat zijn die algemene reserves - die van zeven miljoen naar bijna negen miljoen zijn toegenomen - waar we eerder over spraken. U houdt rekening met een risico van één komma vier miljoen.
Dat bedrag zou u op de lening van achttien miljoen komma zeven moeten afboeken als al deze gebeurtenissen zich achter elkaar zouden voltrekken. Als accountant achter wij dat een goede benadering van dat risico en wij vinden dan ook dat dat op de juiste manier in uw stukken is opgenomen. Een derde onderwerp wat ook in de Rekencommissie aan de orde kwam, was de visie op de samenstelling van de Rekencommissie. Daarover hebben we ook van gedachten gewisseld en wilde ik even met u delen. Uw Rekencommissie bestaat uit twee leden. De omvang wordt sterk bepaald door de taken van uw Rekencommissie en de Rekencommissie heeft vooral als taak om het gesprek met de accountant, met ons, te voeren. Tegelijkertijd zie je ook wel dat met twee leden die Rekencommissie wel wat wat kwetsbaar is, bij een eventuele afwezigheid van de leden. Wat zien wij landelijk ontwikkelen? Wij zien dat financiën bij een gemeente toch steeds meer belangstelling krijgen. Wat kunnen we met die financiën? Waar zitten de uitdagingen? Waar zitten de kansen? Eigenlijk het eerste hoofdstuk waar ik met u over sprak. Je ziet dan toch bij meer gemeenten een Auditcommissie of een Rekeningcommissie ontstaan. Daar zijn allerlei verschillende namen voor. Dus het is geen eenduidige naam. Dat is ook vrij om te kiezen.
Maar we zien onder allerlei namen toch een commissie - Auditcommissie, Rekencommissie - ontstaan die qua rollen en taken wat verder gaan dan alleen maar het gesprek met de accountant. Die gaan bijvoorbeeld ook nadenken over de kwaliteit van de P&C documenten. Of die gaan die financiële positie, dat financiële beeld, wat diepgaander monitoren en volgen. Of grote projecten en de financiële beheersing daarvan volgen. Vervolgens gaan zij dat doen, laten zich adviseren en ondersteunen door de accountant, externen en wellicht door de Rekenkamer en geven vervolgens daarover een advies aan de raad: waar de raad bijvoorbeeld extra aandacht aan zou kunnen besteden of waar extra op gelet moet worden in de controlerende rol of waar wellicht wat extra kaders worden verwacht. Dat zie je landelijk ontwikkelen. Als die taken en roller wat breder en uitgebreider
worden, zie je dat de samenstelling van die commissie ook wel wat veranderd. Dan zie je vaak dat er toch wat meer leden vanuit de raad plaatsnemen in die Reken- of Audicommissie om de raad te ondersteunen op dat onderwerp van financiën en de beheersing van het geld. Het is wellicht een idee om bij de nieuwe bestuursperiode naar de rol, invulling en samenstelling van uw Rekencommissie - met nu twee leden opnieuw te kijken. Dat advies geef ik u mee en heb ik ook de Rekencommissie meegegeven om dat wellicht in een overdrachtsdocument bij de nieuwe bestuursperiode aan de nieuwe raad mee te geven. Tenslotte: actualisatie van de verordeningen. Zoals de voorzitter ook al terecht in zijn inleiding aangaf, staan een aantal verordeningen op agenda om te worden aangepast. Dat is de financiële verordening. Die regelt de spelregels tussen uw raad en college als het over geld gaat. De controleverordening - dat is artikel 213 - gaat over hoe u de accountantscontrole heeft ingericht. De onderzoeksverordening - 213A - gaat over onderzoeken die het college uitvoert naar de doelmatigheid. En vervolgens het Treasurystatuut en de kadernota Misbruik & Oneigenlijk gebruik. De opwerking van deze documenten gebeurt in goed overleg met ons.
Daar kijken we ook met de bril vanuit uw raad naar: wat is voor uw raad heel goed aan aanpassingen in deze documenten? Naar verwachting komt die in oktober naar uw raad toe ter besluitvorming. Wat zijn de belangrijkste redenen? De eerste reden is om aan te gaan sluiten bij uw huidige planning- en controlcyclus en bij de huidige planning- en controldocumenten. Dat is onderhoud van de verordening. Het moet worden aangepast omdat u inmiddels op een andere manier de planning- en controldocumenten heeft en een gewijzigde cyclus. Een tweede belangrijke reden is dat de rechtmatigheidsverantwoording eraan komt voor het boekjaar 2022. 2021 is een beetje een proefjaar, maar vanaf 2022 gaat de gemeente het college verantwoording afleggen over het naleven van de financiële wetten en regels. Dat vraagt sowieso een aanpassing van de verordeningen. Een derde is actualiteit aan de hand van regelgeving en terminologie. Op sommige plaatsen bent u andere termen gaan gebruiken en dan is het ook goed om in een onderhoudsbeurt -noem ik het maar even - van de verordeningen dat gelijk allemaal mee te nemen. Er zitten een paar belangrijke uitgangspunten bij al deze aanpassingen en de eerste is gelijk de verantwoordingsgrens die u als raad gaat vaststellen met betrekking tot die rechtmatigheidsverantwoording.
Dat komt erop neer: vanaf welke rechtmatigheidsfouten, vanaf welk bedrag, vindt u dat het college dat in de jaarrekening vanaf 2022 moet gaan melden? Vanaf welk percentage/bedrag het college de fouten voor het niet naleven van bepaalde regels en afspraken moet melden aan uw raad, bepaalt u. Die grens bepaalt u. De wetgever heeft gezegd dat dat tussen nul en drie procent van uw begroting mag zijn. De begroting is ongeveer honderdvijfenzeventig miljoen, dus mag dat bedrag ongeveer tussen nul en vijf komma zeven miljoen euro liggen. Ik zou in ieder geval niet adviseren om nul te kiezen, want dat betekent dat u zo veel moet gaan investeren in uw ambtelijke organisatie. Dat is en dat geld kunt u heel goed gebruiken voor de doeleinden in de stad. Voor het verzorgen van de stad, de inwoners, het bedrijf en et cetera. Voor nul zal ook niemand kiezen, want dan heeft u achter iedere ambtenaar een tweede ambtenaar nodig om te controleren of alles precies wordt nageleefd. Wat logisch lijkt, is één procent want dat is de goedkeuringstolerantie die wij ook als accountant gebruiken. Daar is uw organisatie op ingesteld en inmiddels ook aan gewend. Daar zijn ook de interne controleprocessen ook op gebaseerd. Er ligt een suggestie van onze kant om aan te sluiten bij één procent van het begrotingstotaal.
Als er dan fouten of afwijkingen in het naleven van financiële regels worden geconstateerd - denk daarbij aan Europese aanbestedingsregels, staatssteunregels, ingestelde verordeningen - moet u die boven dat bedrag in de rechtmatigheidsverantwoording - die in de jaarrekening van 2022 komt te zitten - vermelden. Kies dat bedrag dus zeker niet te strak, want dat leidt tot heel veel extra controlekosten die heel goed voor iets anders kunnen worden ingezet. U mag dat wel op drie procent zetten, maar dat is aan de andere kant ook wel weer heel ruim. Onze suggestie is in de buurt van die één procent of die één procent om aan te sluiten bij wat men nu gewend is. Daarnaast gaat nu ook in de nieuwe verordening aangeven welke informatie met betrekking tot het naleven van financiële wet- en regelgeving u nog meer verwacht voortaan in de paragraaf bedrijfsvoering. Dan moet u bijvoorbeeld denken: stel dat er in de Europese aanbestedingsregels een fout is gerapporteerd door uw college in die rechtmatigheidsverantwoording, wilt u natuurlijk ook weten hoe dat gekomen is? Wat was de oorzaak? Wat gaat het college doen om dat voortaan te voorkomen? Dat soort punten kunt u in de paragraaf bedrijfsvoering opnemen, wat u van het college voortaan verwacht.
Verder verhuizen er heel veel formele wijzigingen - die u via het controleprotocol aan mij als accountant geeft straks naar de financiële verordening. Dan moet u denken aan allerlei regels met betrekking tot het overhevelen van budget van het ene naar het andere kalenderjaar. Dat is nu voor mij als accountant belangrijk om te toetsen, maar straks is dat vooral belangrijk voor het college om op te kunnen schrijven hoe zij met budgetoverheveling van het ene naar het andere jaar zijn omgegaan. Inhoudelijks verandert er niets. Het is alleen een verschuiving, meer niet. Ik moet erop letten, maar straks vooral het college en daarom een verschuiving van het document waarin dit moet worden geregeld. Dat moet voortaan worden geregeld in de verordening en niet meer in het controleprotocol. Er blijft een normenkader, een opsomming van relevante wet- en regelgeving. Maar het toetsingskader - dat is een document dat ik weet waar de organisatie allemaal
naar kijkt - gaat vervallen en wordt veel meer een instructie voor de interne organisatie zelf, voor de bedrijfsvoering. Dat toetsingskader moet u dan vooral ook bij het college en de ambtelijke organisatie laten, want dat is voor hun een belangrijk middel om de bedrijfsvoering uit te voeren. En tenslotte: het controleprotocol aan de accountant is niet meer verplicht, want ik hoef zelf niet meer op die rechtmatigheid te toetsen. Ik kijk alleen of de rechtmatigheidsverantwoording die het college gaat opstellen klopt. Dus of u goed wordt geïnformeerd door het college over eventuele rechtmatigheidsafwijkingen. Maar dat betekent tegelijkertijd dat de ambtelijke organisatie - het college - veel meer instructie van u verwacht en dat gebeurt door middel van die financiële verordening. Maar het controleprotocol naar mij toe mag worden afgeschaft. Het is in zekere zin ook een inperking van allerlei documenten die u nu kent en straks komen te vervallen. Dat zijn de belangrijkste aanpassingen waarbij - denk ik - voor u de belangrijkste zitten bij de eerste twee gedachtestreepjes. Dat zijn belangrijke inhoudelijke punten bij de aanpassing van de verordeningen. De overige punten zijn veelal gewoon formele aspecten die goed moeten worden geregeld en opgeschreven maar inhoudelijk verder geen wijziging bij uw gemeente teweegbrengen.
Dus het lijkt heel veel op papier straks, maar ik denk dat het goed is om u vooral op die eerste twee puntjes te concentreren, want daarin zitten de belangrijkste inhoudelijke aanpassingen. Ik hoop dat ik met de actualisatie van het financiële beeld en een drietal onderwerpen die wat specifiek in de Rekencommissie zijn geweest, u voldoende heb meegenomen in dat financiële beeld, maar ook in de richting van straks oktober, als u over de aanpassing van de financiële verordeningen spreekt en besluit. Meneer Van Vught, mag ik u dan namens de commissie - dan besparen we dat straks J. Roland voorzitter
acht keer uit - bedanken voor de geweldig interessante en verhelderende presentatie die u gegeven heeft. Dank hiervoor. Ik ga nu proberen een rondje te doen of er nog eventueel vragen zijn die u zou moeten beantwoorden. Ik wil de commissie het volgende meegeven: de actualisatie van de verordeningen komen in oktober aan de orde en we daar dus nu niet te diep op hoeven in te gaan. Dat komt in oktober ruimschoots aan de orde. Alle vragen daarover kan u dan ook in oktober stellen. Ik ga zoals gezegd een rondje langs de velden -maken en ik begin bij BurgerBelangen. -Dank u wel, Voorzitter. Het bedankwoord Burgerbelangen
heeft u al uitgesproken. Ik word altijd heel vrolijk als de heer Van Vugt naar de commissie komt. Dat is altijd heel verhelderend en ook de inhoud van het verhaal is heel duidelijk. Ook vandaag is de inhoud van het verhaal zeer positief. Als we naar het financiële beeld kijken, zien we dat dat nog sterker is geworden ten opzichte van 2019 en we een goede netto schuld hebben. Dat is iets wat mij vrolijk stemt en waarbij we als stad verder [onhoorbaar 02:09:18]. Dat is helemaal goed en ook complimenten voor het college. Kijken we naar de solvabiliteit zien we ook dat die licht gestegen is, maar wel een aandachtspunt blijft. Maar zoals we hebben kunnen zien en horen is die aandacht er en zetten we in op een stijging van de algemene reserve. Dat staat ook bij groen, zodat we de komende jaren dat solvabiliteitscijfer ook in stand houden. De weerstandsratio is ook goed en zien we dat die toereikend is om de risico's in stand te houden. Zetten we het één en ander af naar de ontwikkelingen die er zijn omtrent de jeugdzorg en de herverdeling van het gemeentefonds, dan was dit aan het begin van het jaar iets minder positief, maar gelukkig is dat ook bijgesteld en heeft dat ook een positief effect dan op onze financiële toekomst. Dat is iets wat ons vrolijk stemt.
Een punt van aandacht blijft daar nog wel de belastingcapaciteit, maar ook dat is iets wat onze aandacht heeft en we zien ook dat die veel minder hard stijgt dan landelijk het geval is. Dat is iets waar wij heel sterk op gaan letten en wat een aandachtspunt is. Als we kijken naar de actualisatie van de verordeningen, zien we dit met veel belangstelling tegemoet en wil ik mijn complimenten en blijdschap hieruit spreken. Tot zover. Dank voor uw opmerkingen, want ik heb verder geen vragen gehoord. We gaan luisteren naar de Partij van de Arbeid. -Dank u, Voorzitter. Ik moet zeggen een PvdA Kerkrade
compliment. Het is top! Jip en Janneke taal. Heel duidelijk. Ik heb alleen een kleine opmerking: bij kerngetal over de begroting staat '21 en dat moet '22, '23,'24 en '25 zijn. Maar voor de rest duidelijk. Meneer Geerts heeft alle paden voor mij weggeveegd. Dus van de kant van de PvdA: top. Dank u! Ook geen verdere vragen. Dank je wel. Dan gaan we luisteren naar Lokaal Alternatief. Lokaal Alternatief
Ik kan me aansluiten bij de vorige sprekers. Het is een heel helder betoog geweest, wat verduidelijkend werkt. Maar de inhoud van de boodschap is nog positiever en daar zijn we heel blij mee. Solvabiliteit, we zijn op de goede weg, dus als we hier mee doorgaan zie ik volgend jaar het met vertrouwen tegemoet. Ik
wacht verder de actualisatie in oktober af. Dank je wel. -Gaan we luisteren naar Ons Kerkrade. -Dank u wel, Voorzitter. Allereerst wil ik Ons Kerkrade
ook bedanken voor de goede presentatie. Het was een goede presentatie, erg verhelderend en goed te volgen. Het is mooi te zien dat er nu iets gedaan is met onze eerdere kritiek over de lage reserves. Zoals meneer Geerts al zei, is de stijging op de belastingcapaciteit een mindere kanttekening en die cijfers zouden wij graag ook iets lager zien de komende jaren, zodat we de last op onze burgers kunnen verlagen. Want zelfs na genoemde daling op de gemeentelijst naar tweehonderd zevenenveertig, zitten we nog steeds in de bovenste dertig procent van de Nederlandse gemeenten, wat naar mijn mening dan iets te hoog is. Dat brengt mij bij mijn enige vraag die ik heb: kunnen wij de volgende keer in plaats van de gemiddelde cijfers ook de mediaan zien in de stukken? Ik denk dat een mediaan op sommige punten een zuiverder beeld geeft van de echte situatie, in plaats van dat je vooral alleen naar landelijke gemiddeldes kijkt. Dat geeft een vertekend beeld. Dus de vraag is of we de volgende keer de mediaancijfers erbij kunnen hebben? Vooral voor de woonlasten zou dat erg verhelderend zijn. Dat was het voor mij. Nogmaals bedankt. Dat was hem. -Dank u wel. We gaan naar de SP. -Voorzitter, dank u wel. Voorzitter een SP
toelichting is prima, maar de cijfers worden ons inziens toch wel erg positief geïnterpreteerd. Wij zouden ook graag eens willen kijken naar de cijfers met de bril vanuit de burger. Er wordt gezegd dat de financiële positie stabiel en gezond is. Op grond van de verstrekte cijfers zou je tot deze conclusie kunnen komen. Ons inziens zijn de risico's met betrekking tot Roda veel te laag ingeschat, en daardoor lijkt de financiële positie beter dan ze werkelijk is. We zijn - zoals we reeds eerder hebben betoogd - van mening dat de gemeente Kerkrade met betrekking tot Roda een veel te hoog risico heeft genomen. Er is achttien komma zeven miljoen geleend en daarover wordt nauwelijks rente in rekening gebracht. Een belangrijk knelpunt is dat naar onze mening de terugbetaling juridisch niet voldoende is vastgelegd. Mocht Roda morgen beslissen om in een andere stad te gaan voetballen, wie betaalt dan de leningen terug? Kunnen we terugbetalingen juridisch afdwingen? Voorzitter, hoe stabiel ben je als gemeente als je een lening moet aflossen met een nog grotere lening. Er wordt niet bij vermeld dat het terugbetalen van die leningen - de zogenaamde kapitaallasten grotendeels betaald wordt door de OZB-verhoging van tien procent de laatste twee jaar. Nogal wiedes dat het nu relatief minder stijgt, want we zitten over de max heen.
Het knopje kan niet meer verder opengedraaid worden en dat moet ook een keer vermeld worden. Voorzitter, met betrekking tot de balans en de toelichting erop, hebben we een aantal concrete vragen: zijn hier de ontvangen inkomsten en subsidies van de regio IBA en provincie met betrekking tot Vie verwerkt? Zo ja, van welke bedrag is dat in 2021 ontvangen? Hoeveel is er in hoofdlijnen tot 2021 uitgegeven aan Vie? Hoeveel geld is er al geleend voor Vie? Eerder is de solvabiliteit al gemeld, Voorzitter. Die is iets gestegen, maar blijft nog steeds een zorgenkindje. Tot slot wil ik nog inzoomen op de woonlasten voor de inwoners. De accountant zegt en ik citeer: "Voor een gemeente met zesenveertigduizend inwoners heeft Kerkrade een volwaardig voorzieningenniveau". Waar baseert u dat op? Het centrum staat nog steeds voor de helft leeg en als je als inwoner van Bleijerheide of Haanrade naar het ziekenhuis moet, kan je beter een dagje uitplannen. Als je als gemeente keihard moet knokken voor een volwaardig onderwijs - waar we als gemeenteraad zeer hard aan werken - wat is dan een volwaardig voorzieningenniveau? Wat is dan de definitie van volwaardig? Voorzitter, er wordt nog een rekenvoorbeeld gegeven ter verdediging van de OZB-belasting. Voorzitter, dat is echt appels met peren vergelijken. De accountants zegt daar: "Voor de burger blijft het onder de streep.
Een absoluut zelfde bedrag van drieduizend euro per jaar". Voorzitter, als je voor honderdvijftigduizend euro een woning hebt en drieduizend euro moet betalen, heb je toch veel meer pijn dan wanneer je een woning van vijf ton kunt permitteren? Is de wethouder dat met ons eens? Dank u wel, Voorzitter. Tot zover. Dank u wel, meneer Pfiefer, voor uw bijdrage. Ik wil er meteen op voorhand bij zeggen dat ik alleen maar opmerkingen van u hebt gehoord. Ik heb twee concrete vragen gehoord ten aanzien van de Vie. De negenentwintigste van deze maand is er een gezamenlijke Viecommissie en ik denk dat het veel beter is dat u die vragen daar dan nog een keertje stelt. Dan kunt u daar ook concreet antwoord krijgen. Voor de rest heb ik geen vragen gehoord die nu beantwoord moeten worden. Dan gaan -we door naar het CDA. -Dank CDA
u wel, Voorzitter. Meneer Van Vugt, hartelijk dank voor dit heldere [onhoorbaar 02:16:49] wederom. Ik heb u veel horen zeggen, maar ik heb u iets niet horen zeggen wat wel in de presentatie beschreven staat. Dat is namelijk uw conclusie dat de gemeente Kerkrade op een voorzichtige manier begroot. Dat bewijzen ook de cijfers van 2019 en 2020, die uiteindelijk toch positiever bleken dan dat ze oorspronkelijk begroot waren. Dat geeft toch ook weinig vertrouwen voor de komende jaren wat betreft de cijfers die in de ramingen
vermeld staan. Wat dat betreft zijn we heel blij met de cijfers die er nu liggen en de ontwikkelingen die wij verder afwachten. Dank u. Dank u wel, meneer Boumans. Ik zag nog een handje van de heer Pfiefer. Ik heb de heer Boumans eerst laten uitspreken, maar uw reactie alstublieft. SP
Voorzitter, u ging mij te snel wat mij betreft. Ik had twee concrete vragen. Dat verhaal van Vie snap ik wel en wil ik ook van u aannemen, maar ik wil graag van de wethouder een antwoord: stel dat Roda morgen elders gaat voetballen, hoe gaan we dat dan oplossen? Want de accountant geeft aan dat dit niet zo snel gaat gebeuren, maar ik weet niet of de accountant goed de actualiteiten gevolgd heeft. We hopen met z'n allen van niet, maar zo rooskleurig staat Roda bestuurlijk en helaas ook sportief niet zo goed ervoor. Wat ons betreft is het riciso helaas aanzienlijk aanwezig. Daar graag een reflectie op. Toch ook dat laatste voorbeeld: die voorspiegeling van de OZB. Ik wil daar graag een reflectie op. Je kunt toch niet appels met peren gaan vergelijken. Drieduizend euro voor iemand die een huis van anderhalve ton heeft, dat is toch heel wat anders dan drieduizend euro OZB voor iemand die zich een huis van vijf ton kan permitteren. Dat zijn toch echt twee concrete vragen secu waarvan ik toch graag zou willen dat de wethouder een reflectie op zou willen geven. Dank u wel. -Meneer Pfiefer, dank voor uw bijdrage, maar dat was niet de bedoeling van deze voorlichting van de accountant. U gaat J. Roland voorzitter
dan nu in op zaken. De accountant heeft informatie gegeven en de vragen die u stelt horen meer thuis in de behandeling van de begroting, want daar wordt verantwoording afgelegd ten aanzien van de stappen die ondernomen zijn. Dus parkeer uw vragen voor die termijn en dan krijgt u ook uw antwoord. Ik ga nu door naar -de VVD. -Dank u wel, Voorzitter. Er is al heel veel gezegd over de presentatie. Zoals meneer Van Vugt het uitlegt, snap ik het zelfs en dat wil heel wat zeggen. Op het gebied van financiën wordt er mij heel VVD
wat duidelijk. Laten we in ieder geval positief kijken naar dit verslag en de financiële positie van onze gemeente. Wij hoeven daar ook niets aan toe te voegen. Natuurlijk staan er risico's en het is waar dat wij in onze begrotingsvergaderingen daar veel meer aandacht aan moeten geven. Wat voor de VVD voorop staat is dat wij alert blijven op die woonlasten. Ik wil meneer Pfiefer wat mee te geven: ik hoop dat we in de toekomst in staat kunnen zijn om veel meer van die vijfhonderdduizend - en zelfs nog meer - woningen kunnen creëren in Kerkrade. Als ik meneer Van Vugt vorige keer heel goed heb begrepen in die communicerende vaten, is hoe meer we van dat soort woningen in Kerkrade we kunnen realiseren, dit een gunstig effect heeft op de hoogte van de OZB. Wat dat betreft, zou dat alleen maar gunstig zijn. Dat moeten we maar eens bekijken tegen die tijd dat dat aan de orde is. Verder zijn wij uitermate tevreden over deze presentatie en het resultaat ervan. -Dank u. -Meneer Van Vugt, ik heb uw handje gezien maar ik maak het rondje nog even af met de Ouderenpartij. Meneer Pfiefer wil reageren op de heer De Groot. Ja Voorzitter, heel kort. Dat is wat ik juist betoog. Dat staat ook in de stukken, het is helemaal niet waar met de systematiek die we hanteren. Het systeem SP
wordt gehanteerd dat we zoveel OZB-belasting willen ophoesten. Dus iemand die een ton van vijf ton heeft, moet net zo veel weinig betalen als iemand die een huis van anderhalve ton heeft. Dat was mijn betoog. Dus als er meer huizen van dat kaliber zouden komen, levert dat met de huidige systematiek niet meer -OZBbelasting op. -Dat lijkt mij een hele leuke discussies tijdens de behandeling van de algemene beschouwingen. We gaan nog even luisteren -naar mevrouw Fischer. Mevrouw Fischer. -Dank u, Voorzitter. Ik snap het weer, dus Ouderenpartij
ik ben heel blij dat ik dit kan doorgeven aan mijn collega. Het is een moeilijk thema met geld erbij en eraf. Dit is een ingewikkeld patroon, maar u hebt het voor mij ontrafeld, meneer Van Vugt, en daar ben ik heel blij mee. Meer hoef ik niet te zeggen, want de rest is al een keer gezegd. Dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Van Vugt. Dhr. van Vugt Deloitte Accountants
Dank u wel. Ik wilde toch eventjes nog inhoudelijk even reageren op denk ik een opmerking vanuit de SP. U stelt terecht een aantal politieke vragen en die zijn voor de wethouder en voor een ander moment. Nog een twee dingen: op die lening van Roda JC zitten wij in onze controle heel strak op. Daarom hebben wij ook in de Rekencommissie daar juist uitvoerig met elkaar over gesproken. Daarbij is het belangrijk om enerzijds de
kans in ogenschouw te nemen dat de lening niet wordt afgelost en anderzijds wat is de waarde van het onroerend goed wat daar staat en tegenover die lening staat? Dan kom je tot een risicoafweging. Wij vinden deze risicoafweging aannemelijk. Natuurlijk kunnen wij ook niet in de toekomst kijken wat er precies gebeurt als één van de stappen - die ik net heb genoemd - , zich zouden voltrekken. Dat is altijd onzeker. Wat ik daarvan vind, is een politieke vraag. Maar u mag van mij echt wel aannemen dat wij daar heel diepgaand naar kijken, want dit risicoprofiel is één van de belangrijkste onderwerpen om naar te kijken in ons onderzoek ieder jaar. Het tweede is even die bijlage met die sheet over die OZB. Dit is de manier zoals het Rijk naar het opleggen van de onroerendzaakbelasting kijkt. Heel simpelweg: stel dat u als gemeente Kerkrade een exact zelfde voorzieningenniveau heeft als de gemeente Bloemendaal. Dan is het idee dat je vermoedelijk ook eenzelfde OZB-opbrengst van de burger nodig hebt. Als je hetzelfde voorzieningenniveau biedt aan de burgers van Bloemendaal als in Kerkrade - stel dat het exact gelijk is - is de gedachte dat je ook eenzelfde OZB-opbrengst nodig hebt om die voorzieningen in stand te houden of te kunnen uitbreiden.
Als we dat even als vertrekpunt nemen - je hebt een exact dezelfde omvang van OZB-opbrengsten nodig - en als dan in de ene gemeente de WOZ-waarde veel hoger is dan in andere gemeenten, leidt dat uiteraard in een verschil in tarief. Want in Bloemendaal met een veel hogere WOZ-waarde, zal het tarief als resultante dan ook veel lager zijn dan in de gemeente Kerkrade waar de WOZ waarde veel lager is. En je wil exact diezelfde opbrengst hebben, want je wil immers hetzelfde voorzieningenniveau aan de burger bieden. Ja, dat betekent dat dan het tarief uiteraard dan in Kerkrade hoger is. Per saldo betaalt de bevolking hetzelfde aan OZB-opbrengst. Wat u alleen aansnijdt, is dat er mogelijk verschillen tussen de inwoners kan ontstaan. Dan kom je in de sfeer van inkomenspolitiek want het is natuurlijk zo dat iemand die meer verdient, makkelijker een hoge OZB-last kan betalen dan iemand die wat minder verdient. Dat is iets wat de gemeente niet mag. De gemeente mag niet inkomenspolitiek via de onroerendzaakbelasting voeren. Dat is dus de kernvraag die u als gemeenteraad iedere keer moet stellen met elkaar: vinden wij nu dat bij het voorzieningenniveau wat wij aan de burgers bieden, de woonlasten die daar tegenover staan te laag, redelijk of te hoog zijn? Hoe zich dat vertaalt in een tarief, is een resultante van een rekensom. Dat is nu eenmaal de systematiek waarvoor is gekozen is.
Daar kunt u politiek ook iets van vinden. Daar zou Den Haag iets van kunnen vinden. Dus uw partij in Den Haag kan er uiteraard ook opmerkingen over maken. Maar de belangrijkste vraag op lokaal niveau is: hoe kijken we aan tegen die totale omvang van de onroerendzaakbelasting ten opzichte van het voorzieningenniveau wat we bieden? Vinden we dan dat die onroerendzaakbelasting gelijk, omhoog of omlaag zou moeten? Dat is de kernvraag waar u het in het politieke gesprek over moet hebben. De effecten van de WOZ-waarde en de effecten die dat heeft op tarieven, is een gevolg van de rekensom en de systematiek waar in landelijke wetgeving voor is gekozen. Dat even nog ter verduidelijking van die laatste sheet, voordat het idee ontstaat dat daar -politiek in zit. -Dank u wel, meneer Van Vugt. U heeft ons J. Roland voorzitter
heel veel informatie gegeven, waardoor onze algemene beschouwingen - die binnenkort komen - zeker zeer interessant worden om de standpunten van alle partijen te horen. Er zijn verder geen vragen meer. Er zijn geen vragen aan de wethouder. Dus ik wil dit agendapunt afsluiten en ik wil voorstellen dat we vijf minuten een sanitaire stop maken. Ik wens de heer Van Vugt in ieder geval een fijne avond. Ik zie u dadelijk weer terug. SCHORSING
Dames en heren, ik wil de vergadering weer hervatten. We gaan naar agendapunt negen
9 Voortgang uitvoering Integraal Veiligheidsplan J. Roland voorzitter
en dat is de voortgang uitvoering van het Integraal Veiligheidsplan 2019-2021. In december 2018 is door de gemeenteraad toegezegd dat halfjaarlijks de commissie wordt geïnformeerd over de uitvoering van dit plan en de behaalde resultaten. Tijdens een presentatie zal de afdeling openbare orde en veiligheid uitgebreid stilstaan bij onder andere de ondernomen acties en maatregelen in 2021 en de drie aanvalsplannen: de wijkgerichte aanpak, ondermijningsaanpak, de brievenbuspanden aanpak, de toepassing van het Damoclesbeleid en de integrale aanpak van drugscriminaliteit. Ik geef snel het woord aan mevrouw Hendrix. U ziet inmiddels al de presentatie die zij voor ons gaat ver zorgen. Dank u wel, Voorzitter. Goeienavond leden, zoals de heer Roland zojuist heeft D. Hendrix gemeente Kerkrade
toegelicht mag ik u meenemen, gezien het tijdstip van de avond en het feit dat de presentatie reeds met u gedeeld, zal ik hier iets sneller doorheen gaan en aangezien de doelen en de ambities die wij ons hebben gesteld, onveranderd site. Een eerste belangrijke doel dat we ons gesteld hebben, is het verhogen van de meldingsbereidheid. Zoals u kunt zien, hebben we dit bijgehouden tot en met eind juli van dit jaar. Voorgaande jaren zijn meegenomen en we kunnen heel kort zeggen dat ze in lijn liggen waarbij eventueel de meldingen van de meldkamer handhaving iets minder lijken te zijn. Lijken ze niet, maar zijn ze ook. Valt te zeker te verklaren dat er gedurende de lock down minder evenementen hebben plaatsgevonden, waardoor er in eerste instantie ook minder meldingen zijn geweest. We zien nu overigens dat dat snel bijtrekt. Het tweede wat, denk ik, zeer belangrijk is, is de aanpak van de drugs gerelateerde overlast. Zoals we een half jaar geleden ook al hebben aangegeven, blijven we hier flink op inzetten. Dat heeft zeker prioriteit. Dit horen wij van verschillende kanten terugkomen. Zoals u kunt zien, zijn wij op een aantal punten hard bezig, waarvan het vooral belangrijk is om te kijken naar de mogelijkheden die wij hebben in samenwerking met onze partners, zoals politie, en dat vooral ook in de wijken gezien wordt dat we hier druk mee bezig zijn.
Op de volgende sheet ziet u de cijfers over 2021 tot en met eind juli. Zoals u ziet zijn een aantal panden gesloten op basis van het aantreffen van softdrugs en harddrugs. Waarschuwingen hebben niet plaatsgevonden. Rapportages ontvangen we van politie. Die hebben we nodig om vervolgens over te kunnen gaan tot toepassing van Damoclesbeleid. We hebben ook nog opgenomen dat we het graag bestuurlijk willen aanpakken ten aanzien van de drugsdealers. U ziet dat dit getal zowel dit jaar als vorig jaar op nul staat. Wil dat zeggen dat er niks gebeurd? Nee, absoluut niet. Het is wel zo dat wij afhankelijk zijn van de bestuurlijke rapportage die we normaalgesproken aangeleverd krijgen door politie. De politie heeft - gezien ook de drukke werkzaamheden - besloten om vooral op de notoire personen in te zetten en dit heeft tot nu toe nog niet geleid tot daadwerkelijke rapportages. Maar het belangrijkste - denk ik - is dat de mogelijkheid er is en zodra die zich voordoet ook toegepast wordt. Aanpak brievenbuspanden is een hot item, wat met de vigerende paraplubestemming ons zeker behoorlijk wat handvaten geeft. Hetgeen betekent dat we in eerste instantie gestart zijn met het in beeld brengen van het aantal panden: wat zijn nu volgens ons wel of geen brievenbuspanden? Per één juli 2021 hebben we er negenennegentig in zicht, waarvan drieënvijftig reeds afgevoerd.
We kunnen aannemen dat het succesvol is dat we dit toepassen. Hoe komen we erachter? Sowieso door informatie die we ontvangen, maar ook door controles die plaatsvinden waarbij meteen de kanttekening geplaatst dient te worden dat de geldende COVID 19-maatregelen ervoor gezorgd hebben dat er minder controles plaatsgevonden hebben. Is er niets gebeurd? Nee, zeker niet. Als wij duidelijke signalen krijgen en de nood hoog is, hebben we maatwerk geleverd en hebben er - zoals in de vorige sheet genoemd minicontroles plaatsgevonden. Eén van die andere aanpakken zijn prostitutiecontroles: panden waar de verdenking op ligt dat daar illegale prostitutie werkzaamheden plaatsvinden. Ook dat heeft omwille van COVID vrijwel stilgelegen. Vanaf oktober 2021 staan er nieuwe controles gepland, met inachtneming dat komende dinsdag wellicht - of daarna - de COVID 19-maatregelen weer aangescherpt gaan worden. De bestuurlijke aanpak is wel een hot item, zeker gezien het feit dat ondermijning steeds belangrijker wordt. Verwevenheid van onderwereld met de bovenwereld, en daar wij ons bij de gemeente Kerkrade ook van bewust. Hier wordt ook goed op ingezet. Flink op geprioriteerd. Samen met het RIEC is er een integraal ondermijningsbeeld vastgesteld. Dat heeft geleid tot een aantal aanbevelingen en die zijn inmiddels ook aangenomen.
Dit betekent dat er flink ingezet wordt op het gebied van mensenhandel en smokkel - zoals u kunt lezen - georganiseerde hennepteelt. Panden waar we toch wel geluiden van krijgen, worden opgevoerd in het BAK-team. Daar worden ze besproken en wordt met de partners gekeken op welke manier we daar het snelst op in kunnen zetten, zodat er resultaat geboekt kan worden. Waarbij er in het kader van de ondermijning met name wordt gekeken naar het groter beeld: wie zit erachter? Zijn het organisaties? Hoe ver kunnen we dat letterlijk boven tafel krijgen? En daarop inspelen. De aanpak van de woonoverlast is één van de bekendste omdat dat één ieder treft. Het zijn vaak de buren of hetgeen wat erop straat gebeurt en daar waar je vaak in je eigen woonomgeving het meest last van hebt. Dat betekent dat wij een aantal jaren de Integrale Aanpak Wijkgericht Werken- methode toepassen. Die blijven we doorontwikkelen want zaken veranderen. Het is geen blauwdruk. We moeten telkens bijstellen. Ook de vraag die we vanuit de burgers krijgen: welke geluiden horen we? Hoe kunnen we daarop inspelen? Maar dat betekent dat wij steeds meer en ook beter vind - de samenwerking hebben met onze handhavers en toezichthouders. Het is toch informatie die over en weer komt. Voorheen hebben wij een meldpunt geopend, wat met name voor de professionals was en wij hebben gemeend om die samen te moeten voegen.
Dus zowel het drugsmeldpunt als het meldpunt overlast, open te stellen voor één ieder. Dus dat houdt in dat zowel de burger als professional kan melden op elke mogelijke manier, waarbij het belangrijkste is dat het op een centraal punt bij elkaar komt. Dat betekent dat we nu sinds kort ook het digitaal formulier hebben ontwikkeld voor diegene die dat prettig vinden. Vind je dat niet makkelijk of niet handig, is het nog altijd mogelijk om netjes via de telefoon, aan de balie of via de mail je melding door te geven die vervolgens opgepakt wordt en met de partners bekeken wordt wat we
daarin kunnen betekenen. Wat heel belangrijk is voor de cijfers die we jullie elke keer presenteren, is dat we een zo goed mogelijk zicht hebben op die cijfers. Dat heeft ertoe geleid dat we ook op dezelfde manier registreren als handhaving. Dat vind ik één van de grote pluspunt. Wat wellicht interessant is - met ook hier in kanttekening dat het nog geïmplementeerd moet worden - is dat je ziet dat de wet aanpak woonoverlast in beweging is. Sinds juli dit jaar is er de mogelijkheid om ook eigenaren van particuliere woningen aan te pakken. Dus met andere woorden dat je als gemeente een gedragswijzing kunt opleggen. Nogmaals, dat moet nog geïmplementeerd worden en dat heeft voor ons wel prioriteit om dat te gaan doen, zodat we een extra handvat hebben om hiermee aan de slag te gaan. Jeugdoverlast is in zoverre ongewijzigd dat wij de groepsaanpak jeugdoverlast nog steeds toepassen. Zoals al eerder en vaker toegelicht is, jeugdoverlast fluctueert en is vaak afhankelijk van het seizoen dat er is. We hebben in het begin van de lock down periode een daling van de cijfers gezien. Nu zien we ze weer toenemen. Dat heeft ook te maken met het seizoen. De zomer is er. Mooi weer, langer licht buiten. En ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de jeugd het een beetje zat is en die begint zich gewoon te melden.