oude versie Begroting 2025 2024.10.14 met kaft
Tekst van het document
7. Het ontwikkelen van kansrijke initiatieven met het oog op de aanwezigheid van gemeenschapshuizen Relatie met taakveld(en): 6.1 Op 14 december 2022 is het “Beleidskader gemeenschapshuizen Kerkrade” door de gemeenteraad vastgesteld. Daaropvolgend is in 2023 en 2024 gewerkt aan de uitwerking van dit beleidskader. Gedurende dit proces zijn lokale stakeholders, de diverse (voormalige) besturen van de gemeenschapshuizen en inwoners nauw betrokken. Op 3 juli 2024 is door de gemeenteraad het “Uitvoeringsplan gemeenschapshuizen Kerkrade” vastgesteld. Concreet kiest het college met dit uitvoeringsplan vanaf 1 januari 2025 voor een sociaal-maatschappelijke vorm van beheer en exploitatie in het Westhoes, Sjevemethoes, Patronaat en Catharinahoes. De welzijnsinstelling Impuls geeft uitvoering aan het beheer en de exploitatie. Het is van belang dat het gemeenschapshuis er is voor en door de buurt. Daarom wordt in alle gemeenschapshuizen actief werk gemaakt van het nauw betrekken van inwoners en de sociaalmaatschappelijke partners.
8. Herstellen van de sociale samenhang in wijken/ herstellen van de gevolgen van Corona Relatie met taakveld(en): 6.7, 8.3 Middels het vastgestelde “uitvoeringsplan gemeenschapshuizen Kerkrade” is in 2024 een nadrukkelijke stap gezet in het kader van sociale cohesie van buurten en wijken. Deze dient vanaf 2025 tot uitvoering te worden gebracht. Samen met collega professionals uit het lokale sociale domein, de woningcorporatie, bedrijven, organisaties, instellingen, scholen en andere relevante stakeholders en inwoners uit de wijk worden initiatieven, die als doelstelling hebben de omgeving prettiger, leefbaarder en socialer te maken en de sociale cohesie te versterken, omarmd, uitgerold en tot uitvoering gebracht. Onder de noemer van het gebieds- en wijkgerichte dient in 2025 de uitvoeringsorganisatie nader te worden vormgegeven. Hiertoe is in 2024 de eerste aanzet gedaan, maar dit dient in 2025 verder vorm te krijgen.
9. Geen kind tussen wal en schip mede met behulp van vroegsignalering Relatie met taakveld(en): 6.72
59
Op 12 juli 2023 heeft de gemeenteraad het beleidskader preventief jeugdbeleid 2023-2027 vastgesteld. De doelen zijn: • Zorgen dat jongeren en jeugdigen gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien • Voorkomen dat kleine vragen grote problemen worden • Voorkomen dat uiteindelijk duurdere en intensievere zorg nodig is Op basis van signalen van netwerkpartners zullen samen met organisaties die werken voor jongeren, de jongeren zelf en ouders activiteiten en interventies worden ingezet die een bijdrage leveren aan deze doelen. Het is afhankelijk van de signalen die het kernteam Jeugdpreventie Kerkrade ontvangt en de beoordeling daarvan, welke activiteiten en interventies concreet gaan plaats vinden in 2025. Daarnaast zal tot juli 2027 het preventief jeugdbeleid nauw verbonden zijn aan het programma Preventie met Gezag binnen Kerkrade. Dit programma is weggezet binnen de afdeling OOV.
10. Het hanteren van de menselijke maat bij de totstandkoming en uitvoering van regelgeving Relatie met taakveld(en): 6.3 Binnen de klantreis is er aandacht voor alle personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Personen die op korte termijn aan het werk kunnen, worden direct begeleid naar een passende baan. Voor degenen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, inclusief de meest kwetsbare groepen, bieden we maatwerkondersteuning. Onze aanpak is gericht op het bevorderen van participatie, waarbij iedereen op basis van hun eigen vermogen de kans krijgt om actief deel te nemen aan de samenleving. Persoonlijke ontwikkeling, vitaliteit en het creëren van kansen staan centraal in ons beleid. Dit begint met een zorgvuldige diagnose bij instroom, zodat we snel en gericht kunnen doorverwijzen naar passende projecten of initiatieven. Elke klant heeft één vast aanspreekpunt, wat continuïteit biedt in hun ontwikkelingstraject. De menselijke maat geven we onder andere vorm door middel van de methode van de “omgekeerde toets”. Hierbij wordt eerst gekeken naar de hulpvraag van inwoners en welke maatregelen nodig zijn om deze te beantwoorden. In tweede instantie moet op grond van de regelgeving duidelijk worden hoe deze maatregelen kunnen worden vormgegeven.
Tevens maken we in de uitvoering ruimte voor wijzigingen die in lijn zijn met het nieuwe landelijke programmaplan ‘Participatiewet in Balans’. Het programma is gericht op het verbeteren van de uitvoering van de Participatiewet, met als doel de balans te vinden tussen regelgeving en maatwerk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op deze manier worden er verdere stappen gezet in de samenwerking binnen het sociaal domein.
11. Integraal jeugdbeleid en jongerenvoorzieningen Relatie met taakveld(en): 6.1, 6.2, 6.7 Zo veel mogelijk Kerkraadse kinderen en jongeren groeien in Kerkrade normaal, gezond en veilig op. Ze worden volwassen en kunnen later voor zichzelf zorgen en meedoen in Kerkrade. Ouders, familie en vrienden ondersteunen elkaar daarbij zoveel als mogelijk is. Wanneer dat niet mogelijk is, helpen we ze zodat ze het daarna wel zelf kunnen. Als er dan toch nog hulp nodig is, zorgt de gemeente Kerkrade ervoor dat die er is. Niet alleen, maar samen met de inwoners, zorgverleners en andere organisaties. Dan zijn er genoeg vrijwilligers en professionals die helpen. Daar hoeft niet lang op te worden gewacht, het duurt zo kort als mogelijk en zo lang als nodig is. Lokaal in Kerkrade 1. Stevig lokaal team en toegang tot jeugdhulp. Hier is al een start mee gemaakt. De verdere versteviging is nodig om te voldoen aan de in de Landelijke Hervormingsagenda opgenomen doelstelling: Jeugdigen en hun ouders moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen. We willen dit onder meer bereiken door in te zetten op een stevig lokaal team met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Een team dat met ouders en jeugdigen kijkt naar wat echt nodig is.
Dat niet alleen toegang verleent, maar zelf lichte hulp verstrekt, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht. 2. WIJ(K): laagdrempeligere lokale hulp in plaats van regionale jeugdhulp. Door middel van WIJ(K) wordt lokaal zelf (lichte) hulp verstrekt. Dit is een lokale samenwerking tussen Impuls, een aantal jeugdhulpaanbieders en gemeente. 3. Doorontwikkeling. In 2025 worden 1 en 2 niet alleen voortgezet maar ook verder ontwikkeld. Met als uiteindelijk doel in elke wijk een team bestaande uit professionals van 1 en 2 en de bestaande wijkteams van Impuls. Zodat er voor 60
onze inwoners, de kinderopvang en de scholen 1 centraal punt in de wijk is voor advies, ondersteuning, begeleiding en hulp in het geval van opvoed- en opgroeiproblemen. En dat er met een brede blik naar hulpen ondersteuningsvragen wordt gekeken en optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de wijk te bieden heeft. Subregionaal in Parkstad (gemeenten Brunssum, Kerkrade en Simpelveld) • Ontwikkeltraject ambulante jeugdhulp De ambulante jeugdhulp moet en gaat veranderen. Dat heeft te maken met de huidige stand van zaken, de landelijke hervormingsagenda en de regionale en lokale visie op de jeugdzorg. In 2025 zetten we het meerjarige ontwikkeltraject samen met de gemeenten Brunssum en Simpelveld, het voorliggend veld (jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en maatschappelijk werk), huisartsen, onderwijs en de hiervoor gecontracteerde jeugdhulpaanbieders voort. Dit traject is in 2024 gestart. Hiermee gaan we een verandering in de ambulante jeugdhulp realiseren. Specifieke doelen zijn: • Normaliseren: kinderen en jongeren moeten zo normaal mogelijk kunnen opgroeien. Ouders en jongeren en pedagogische sociale basis zodanig versterken dat vragen en problemen die ‘normaal’ zijn zelf kunnen worden beantwoord/opgelost. • Integraliteit en regie: breed kijken, jeugdhulp verbinden en afstemmen met andere domeinen.
Regie primair bij ouders en jongeren, zo nodig met ondersteuning van anderen. • Verbinding tussen onderwijs en zorg: in de kinderopvang en het onderwijs zorgen (voor)school en zorgaanbieders samen voor de hulp die nodig is in de klas (in plaats van individuele en onsamenhangende vormen van ondersteuning) • Financieel houdbaar systeem: dat maakt dat voldoende capaciteit en geld beschikbaar is/blijft voor specialistische jeugdhulp • Zoveel mogelijk uniformiteit in de subregio zodat administratieve lasten verminderen. We streven ernaar de hierboven bij 3 genoemde lokale doorontwikkeling en het ontwikkeltraject ambulante jeugdhulp zoveel mogelijk gelijk te laten lopen (zowel inhoudelijk als in tijd). Deze opgaven vereisen de tijd om te kunnen ontwikkelen. Daarom is een structurele samenwerkingsrelatie nodig. Het ontwikkeltraject duurt meerdere jaren. Regionaal in Zuid-Limburg Het regionale jeugdhulpbeleid sluit aan op de Landelijke Hervormingsagenda jeugd en is gericht op: • Normaliseren • Eerder juiste hulp op maat • Integraal kijken en werken • Sturen op resultaat • Samenwerking tussen onderwijs en gemeente De regio coördineert en faciliteert de regionale organisatiestructuur rond de jeugdhulp in Zuid-Limburg. Centrumgemeente Maastricht verzorgt de inkoop van de jeugdhulp.
Ontwikkelopgaven zijn: • Een andere manier van het gesprek voeren • Wederzijds vertrouwen tijdens het gesprek • Ondersteunen daar waar nodig • Vindplaats is werkplaats • Zo thuis mogelijk • Effectieve kind- en jeugdbescherming • Zorg is systeemgericht • Integrale ontwikkeling centraal • Zorg rondom de jeugdige • Sturen op het gewenste resultaat voor een jeugdige en de ouder(s) • Sturen op het gewenste resultaat bij de zorgaanbieders • Sturen op de gewenste kwaliteit van de jeugdzorg • Jaarplannen cliëntparticipatie • Gezamenlijke thema’s van onderwijs en gemeenten (bv. Doelgroeparrangementen onderwijsjeugdhulp, knooppuntwerkwijze
61
Specifieke acties die hiervoor worden uitgevoerd: • Bevorderen van cliëntenparticipatie • Complexe problematiek wordt centraal opgepakt (één centrale toegang voor complexe problematiek en een regionaal expertteam om adviezen te geven in vastgelopen complexe problematiek) • Contractregieteams sturen op de contracten met de jeugdhulpaanbieders • Jeugdigen die in een onveilige situatie verkeren, waarbij sprake is van jeugdbescherming (of reclassering), krijgen zo snel mogelijk de passende jeugdhulp Met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders zijn ontwikkeltrajecten afgesproken die zijn gericht op het bereiken van de bovengenoemde doelen.
62
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 6
REK.
Sociaal domein
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2024
2025
2023
2026
2027
2028
LASTEN 6.1 Samenkracht en burgerparticip.
5.834
11.961
4.236
3.953
3.829
3.818
6.2 Wijkteams
4.316
3.910
3.514
3.324
3.279
3.280
6.3 Inkomensregelingen
39.316
38.254
36.137
34.079
33.824
33.825
6.4 Begeleide participatie
18.716
18.984
17.733
16.976
16.976
16.976
6.5 Arbeidsparticipatie
3.171
2.873
2.946
3.107
2.962
2.962
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
4.277
4.741
4.659
4.518
4.354
4.252
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
14.605
16.349
16.821
16.565
15.656
15.664
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
14.175
16.250
15.620
16.102
15.151
15.651
6.73a Pleegzorg
9.060
8.846
8.737
8.382
7.961
7.961
6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verbl
1.303
777
777
777
777
777
6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82a Jeugdbescherming
TOTAAL LASTEN
-18
215
171
171
171
171
1.559
1.597
1.591
1.591
1.524
1.524
116.314 124.757 112.941 109.546 106.465 106.861
BATEN 6.1 Samenkracht en burgerparticip.
7.219
11.472
2.497
354
354
354
165
90
0
0
0
0
6.3 Inkomensregelingen
30.072
27.824
27.612
27.612
27.612
27.612
6.4 Begeleide participatie
11
0
0
0
0
0
6.5 Arbeidsparticipatie
28
70
0
0
0
0
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
371
405
349
315
211
211
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
922
955
945
924
650
650
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
17
0
0
0
0
0
6.73a Pleegzorg
0
0
0
0
0
0
6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verbl
0
0
0
0
0
0
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
6
10
10
10
10
10
6.82a Jeugdbescherming
0
6
0
0
0
0
38.812
40.832
31.413
29.214
28.837
28.837
6.2 Wijkteams
TOTAAL BATEN
Investeringen Bedrag * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2024
2025
2026
2027
2028
2024 2028
I Reguliere investeringen 6.6
Wmo-hulpmiddelen
v
e
650
425
425
425
425
2.350
6.6
Wmo-trapliften
v
e
150
75
75
75
75
450
800
500
500
500
500
2.800
Totaal Programma 6
63
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
D. Toelichting op financiële mutaties en overige vermeldenswaardige zaken Financiële mutaties Exploitatie Opvang Oekraïne Voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraine krijgt de gemeente een vergoeding vanuit het Rijk. Met deze vergoeding dienen alle kosten te worden voldaan, die samenhangen met de opvang van deze doelgroep. De kosten zijn echter lager dan het bedrag dat vanuit het Rijk wordt ontvangen in dit kader. Het geprognosticeerde overschot voor dit jaar en ook al deels voor komend jaar, worden nu ingezet om de begroting mede sluitend te maken. Aangezien het een landelijk fenomeen is, dat gemeente op dit vlak zwarte cijfers schrijven, is niet de verwachting dat de huidige financiering (in ieder geval op deze wijze) meerjarig zal worden doorgetrokken. Derhalve is deze positieve reeks ook niet meerjarig meegenomen als voordeel. Schuldhulp Impuls De toegenomen lasten houden verband met de schaal en urgentie van de huidige problematiek en de toename van vroegtijdige signalering van schulden. De preventieve benadering van schuldenproblematiek voorkomt stress, vermindert de druk op maatschappelijke ondersteuning en helpt inwoners zelfstandiger te blijven. Met minder middelen zou de gemeente deze preventieve aanpak niet optimaal kunnen uitvoeren, wat zou resulteren in hogere kosten en meer complexe schuldensituaties in de toekomst.
GR KBL De bijdrage aan de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Kredietbank Limburg, ontwikkelt zich in lijn met de door de Kredietbank verwachte vraag naar financiële hulp en inzet hierop door de Kredietbank. De Kredietbank biedt hulp op diverse manieren, zoals schuldhulpverlening, inkomens- en budgetbeheer, en schuldregelingen. Door de stijgende kosten van levensonderhoud en hoge energiekosten is de vraag naar deze ondersteuning toegenomen. Dit heeft geleid tot een verhoging van de begroting. Op dit moment wordt in samenspraak met de GR-gemeenten een nieuwe bekostigingsstructuur voor de Kredietbank ontwikkeld. Deze zal naar verwachting vanaf 2026 aan de orde zijn. WOZL/WSP Uit bestuurlijke afstemming blijkt dat de GR-en WOZL en WSP afstevenen op een positieve ontwikkeling van hun begroting. Voorgesteld wordt om daar met de nu voorliggende gemeentelijke begroting op te anticiperen, door dit te verwachten voordeel reeds te verdisconteren in het begrote bedrag voor deze GRen. Omnibuzz De begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028 GR Omnibuzz kent per saldo een positief verloop door de hogere ontvangsten eigen bijdragen dan begroot. In de nu voorliggende gemeentelijke begroting is deze ontwikkeling reeds opgenomen.
WMO De binnen Hulp bij de huishouding (Hbh) ontwikkelde nieuwe aanpak zal een dempend effect hebben op de vraag naar ondersteuning en tegelijkertijd ontwikkeling van de eigen vaardigheden. De uiteindelijke budgettaire ontwikkeling zal echter in sterke mate worden beïnvloed door de mate van indexering van de tarieven binnen de Hbh en de door het Rijk hiervoor te bepalen hoogte van de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA). Jeugdzorg De toenemende lasten jeugdzorg ontstaan in overwegende mate door de toegenomen trajectkosten. De vanuit de taskforce jeugdzorg ontwikkelde aanpak Wij.K om (zorg)vragen escalerend te beantwoorden (licht
64
waar mogelijk, zwaarder waar nodig) in plaats van de-escalerend (zwaarder bij aanvang, lichter wanneer mogelijk) vertaalt zich mede in een daling van het aantal jeugdigen met geïndiceerde jeugdzorg en minder trajecten per jeugdige. De specifieke trajectkosten daarentegen kennen een substantiële kostenstijging (ten gevolge van indexering, toenemende loonkosten en wettelijke kwaliteitseisen). De effecten van de Landelijke Hervormingsagenda Jeugd zijn mede afhankelijk van de daadwerkelijke implementatie hiervan door het Rijk. Gemeenschapshuizen Met het “Uitvoeringsplan gemeenschapshuizen Kerkrade” kiest het college per 1 januari 2025 voor een sociaal-maatschappelijke vorm van beheer en exploitatie in het Westhoes, Sjevemethoes, Catharinahoes en Patronaat. De nadrukkelijke keuze om te investeren in sociaal-maatschappelijke doelstellingen in de gemeenschapshuizen vraagt om een jaarlijkse financiële bijdrage van circa € 400.000. Het college streeft ernaar om een significante financiële bijdrage van stakeholders te realiseren.
Investeringen N.v.t.
Overige vermeldenswaardige zaken N.v.t.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
Periode
Kerkrade
Nederland
Limburg
Banen
CBS/LISA
2023
575,9
836,6
810,5
Jongeren met een delict voor de rechter Kinderen in uitkeringsgezin Netto arbeidsparticipatie Werkloze jongeren Personen met een bijstandsuitkering
CBS
Aantal per 1.000 inwoners 15-64 jaar %
2022
2
1
1
CBS
%
2022
9
6
6
CBS
%
2023
63,9
73,1
69,1
CBS CBS
2022 2023
2 484,8
1 344,8
2 322
Lopende reintegratievoorzieningen
CBS
2023
118,6
191,5
179,4
Jongeren met jeugdhulp Jongeren met jeugdbescherming
CBS
2023
16,8
13,5
15
CBS
% Aantal per 10.000 inwoners Aantal per 10.000 inwoners 15-64 jaar % Jongeren tot 18 jaar %
2023
2,1
1,1
1,4
Jongeren met jeugdreclassering
CBS
%
2023
0,6
0,3
0,4
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo
CBS
Aantal per 10.000 inwoners
2023
1190
705
836
65
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
Maatschappelijke participatie * unieke klanten begeleiding unieke klanten dagbesteding unieke klanten hulp bij het huishouden unieke klanten kortdurend verblijf voorzieningen voor rolstoel vervoervoorzieningen woonvoorzieningen Vrijwilligers Tevredenheid buurtvoorzieningen Sociale cohesie
burgeronderzoek
score (0 - 10) aantal
WIZ
2018
2019
2020
2,9
2021
2022
3,3
2023 3,2
1006
1011
1055
1060
937
1.086
590
567
573
545
492
483
WIZ
aantal
1880
2013
2354
2528
2566
2.678
WIZ
aantal
16
8
4
6
8
7
WIZ
aantal
944
899
867
813
812
811
WIZ WIZ burgeronderzoek burgeronderzoek
aantal aantal % %
4095 731
4108 737 27 65
3769 823
3884 871 30 61
3893 960
4.023 1.326 28 62
burgeronderzoek
score (0 - 10)
66
5,6
5,5
5,6
7 Volksgezondheid en milieu
A. Algemeen Omschrijving van het programma Beschermen van de volksgezondheid van de gehele lokale bevolking, met speciale aandacht voor de meest kwetsbare personen. De gemeente zorgt voor een goed en leefbaar milieu in Kerkrade. Dit doen we door bijvoorbeeld met zorg om te gaan met onze grond en gebouwen en door het opwekken van duurzame energie zoals zonne-energie uit zonnepanelen. Klimaatbeleid of energiebesparing kan de aanjager zijn voor onderwijs en het scheppen van nieuwe banen door klimaat- en energieprojecten. Het bewust omgaan met natuur, gezondheid en milieu wordt aangemoedigd. Hier hoort ook voorbeeldgedrag van de gemeente zelf bij. De gemeente staat op dat gebied open voor nieuwe ontwikkelingen en ideeën. Op het gebied van de inzameling van het huishoudelijk afval, controleert de gemeente Rd4. Daarnaast beheert de gemeente de riolering en begraafplaatsen.
Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Lokale heffingen (§1) en Onderhoud kapitaalgoederen (§3). Voor het project VIE, zie programma 5 (programmalijnen) en programma 8 (fysieke realisatie).
Taakvelden 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen
67
B. Speerpunten van beleid 1. 1. Stimuleren van burgers voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen Relatie met taakveld(en): 7.4 Het jaar 2023 stond in het teken van informatie en het opzetten van kennisstructuren. Enerzijds het informeren van burgers, bedrijven en andere stakeholders om de bewustwording over duurzaamheid te vergroten. Anderzijds het ophalen en inwinnen van informatie om de gemeentelijke kennis up-to-date te houden en bij te blijven met nieuwe ontwikkelingen. In 2024 is verder gebouwd aan deze structuren om zo een goede basis te hebben voor een toekomstig duurzaamheidsbeleid. Met deze fundamenten kunnen we nu vol vertrouwen vooruitkijken naar een toekomstig duurzaam Kerkrade, ook wel “ ’T Kirchroa va Mörje” genoemd. In ’t Kirchroa va Mörje willen we gezond, veilig en duurzaam wonen, werken, leren, reizen en recreëren. En hiervoor moeten stappen gezet worden. ‘T Kirchroa va Mörje moeten we vormgeven, maar dat kunnen we niet alleen. Dit moeten we samen doen. Samen met de scholen, samen met de ondernemers en samen met de inwoners. In 2025 zullen de gerealiseerde structuren gebruikt worden om fysieke en maatschappelijke resultaten te bereiken. Het stimuleren van burgers voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen houdt in dat we met bewoners in contact treden en zij overtuigd worden om te participeren bij de verduurzaming van Kerkrade.
Door middel van burgerparticipatie hebben burgers de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op hun omgeving. Om deze invloed te kunnen uitoefenen moeten burgers weten wat mogelijk is, hoe ze dit kunnen doen en waar ze moeten beginnen. Laagdrempelige communicatie moet ervoor zorgen dat kennis voor iedereen beschikbaar is en dat er bruikbare handvaten zijn. Alleen zo kan ook iedereen deelnemen en kan een aanpak van onderop gestimuleerd worden. Gezamenlijk met andere partners (Parkstad gemeenten, de woningcorporaties, de onderwijsinstellingen, de zorginstellingen en de maatschappelijke organisaties) moet gekeken worden naar niveaus voor hulp en ondersteuning. Wat willen we bereiken • Goed geïnformeerde burgers; • Oprichting onafhankelijke energiecoöperatie • Groei van het festival het ’t Kirchroa va Mörje • Goede inzet van de subsidiestromen voor energiearmoede • Tussenevaluatie Klussenteams, campagne De Warme Huiskamer • Tussenevaluatie WoonWijzerWinkel Limburg Wat gaan we ervoor doen • Update van de teksten op de gemeentelijke website • Samenwerking regio • Samenwerking stakeholders • Sturing van de WoonWijzerWinkel aanscherpen • Uitvoering projecten uit het uitvoeringsprogramma • Stimuleren en informeren van burgers over isoleren en verduurzamen van de eigen woning
2. 2. De gevolgen van klimaatverandering onder controle krijgen Relatie met taakveld(en): 7.2 De gevolgen van klimaatverandering onder controle krijgen houdt in dat alle partijen in Kerkrade zich aanpassen aan het veranderende klimaat en daardoor beter kunnen omgaan met de gevolgen en de risico’s van extremer weer. Door te investeren in de eigen omgeving moet Kerkrade klimaatbestendig en waterrobuust worden ingericht zodat we ons aanpassen aan de extremere weersomstandigheden. Kerkraadse inwoners en bedrijven kunnen niet alleen een bijdrage leveren aan een duurzamere toekomst, maar zichzelf ook beter voorbereiden op de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt. Wat willen we bereiken • De lokale kwetsbaarheden als gevolg van klimaatverandering in beeld brengen • Klimaatadaptatie wordt bij elke ruimtelijke ontwikkeling meegenomen
68
• • • • •
De vuistregel 3-30-300 wordt standaard als richtlijn voor de groene stad toegepast en opgenomen in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan De “menukaart hitte” met de pijlers gedrag, gebouw en gebied wordt standaard toegepast en opgenomen in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan Stimuleringsregeling groene daken en gevels Vaststelling actieprogramma klimaatadaptatie (aanpak kwetsbaarheden) Toepassing maatlat groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving
Wat gaan we ervoor doen • Samenwerking stakeholders en kennisinstanties waaronder Klimaatverbond, Steenbreek, Bomenstichting en GGD Zuid-Limburg • Beoordeling bouwplannen op het gebied van klimaatadaptatie • Uitvoering van het Hitteplan Kerkrade • Uitvoering en communicatie over projecten actieprogramma Klimaatadaptatie
3. Windmolens worden alleen geplaatst, als 95 tot 100% van de direct omwonenden instemt Relatie met taakveld(en): 7.4 Windmolens worden alleen geplaatst, als 95 tot 100% van de direct omwonenden instemt, houdt in dat draagvlak een belangrijke rol speelt binnen de energietransitie. Dit geld niet alleen voor windmolens maar ook voor onder andere windturbines, grote energieopslag, warmtepompen enz. Bij de overstap van fossiele brandstoffen naar een mix van nieuwe energiebronnen zal samenwerking en participatie essentieel zijn om zo snel en zoveel als mogelijk werk te maken van de energietransitie en energieopgave. Het doel is en blijft een klimaatneutraal Kerkrade in 2040. Energie besparen blijft een belangrijk doel, maar er moet meer focus komen op het opwekken van energie waar de burgers ook de vruchten van plukken. Er moet bij de aanpak rekening gehouden worden met de betaalbaarheid van de maatregelen op zowel korte als ook lange termijn om energiearmoede om te buigen naar energierechtvaardigheid. Door het opzetten van wijkgerichte projecten wordt iedereen betrokken. Hierdoor is niet alleen participatie mogelijk, maar kunnen burgers die het nodig hebben ook optimaal ontzorgd worden.
Wat willen we bereiken • Een definitief RES-bod aan het Rijk • Vaststelling van een regionale energievisie • Oplevering van drie wijkuitvoeringsplannen waaronder Bleijerheide, Nulland • Inzicht in de ontwikkelstatus voor collectieve warmtenetten • Samenwerking tussen bedrijven per industrieterrein • Ondertekening intentieverklaring Enexis • Uitrol stimuleringsregeling zon op dak voor het RES bod • Haalbaarheidsscan buurtgerichte energieopslag • Inzicht in de mogelijkheden voor stroomvoorziening van monument Rolduc Wat gaan we ervoor doen • Samenwerking regionale partners, stakeholders en kennisinstanties • Inzet expertisetafel RES • Opstellen energiebeleid PALET 5.0 • Afronding voorbereidingsonderzoek Smart-Grid Dentgenbach • Ondersteuning van de ontwikkeling van collectieve warmtenetten • Uitvoering projecten uit het uitvoeringsprogramma • Uitvoering projecten uit regionaal Isolatie en VerduurzamingsProgramma (IVP)
4. Bevorderen van een circulaire economie Relatie met taakveld(en): 7.4 Bevorderen van een circulaire economie houdt in dat het thema circulaire economie hoog op de agenda gezet wordt bij nieuwe ontwikkelingen of beleidsthema’s. Door efficiënt met grondstoffen om te gaan zijn er weinig nieuwe materialen nodig en is er bijna geen afval. En de grondstoffen die wél nodig zijn, zijn hernieuwbaar. Het draait om een rondgaande kringloop van
69
materialen waarbij een circulair gedrag hoort. Dit betekent zo min mogelijk nieuw kopen, zo lang mogelijk met dingen doen, repareren wat kapot is, producten delen en na gebruik de grondstoffen niet verloren te laten gaan door ze goed weg te gooien. Wat willen we bereiken • 2 gebouwen voorzien van een materialen paspoort • Afgeronde Urban Mine Scan Wat gaan we ervoor doen • Samenwerking regionale partners, stakeholders en kennisinstanties • Aansluiting Healthy Building Movement • Vervolg uitvoeringsprogramma Circulariteit • Uitvoering projecten uit het uitvoeringsprogramma
70
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 7
REK.
Volksgezondheid en milieu
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2024
2025
2023
2026
2027
2028
LASTEN 7.1 Volksgezondheid
2.764
3.121
3.136
3.076
2.978
3.104
7.2 Riolering
3.021
3.084
3.151
3.169
3.170
3.170
7.3 Afval
4.389
5.331
5.837
5.839
5.847
5.847
7.4 Milieubeheer
3.582
3.156
2.267
1.682
1.370
1.332
197
154
154
154
149
149
13.952
14.845
14.544
13.921
13.515
13.603
351
465
272
153
0
0
7.2 Riolering
5.381
5.580
5.659
5.690
5.698
5.698
7.3 Afval
6.190
6.739
6.852
7.155
7.171
7.371
7.4 Milieubeheer
2.802
1.545
634
474
235
235
50
54
54
54
54
54
14.774
14.383
13.471
13.526
13.158
13.358
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
TOTAAL LASTEN BATEN 7.1 Volksgezondheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
TOTAAL BATEN
Investeringen Bedrag * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2024
2025
2026
2027
2024 2028
2028
I Reguliere investeringen 7.4
Klimaatadaptie
u
e
250
250
250
250
250
1.250
v
e
2.475
2.700
2.300
2.300
2.300
12.075
u
-
35
0
0
0
0
35
2.760
2.950
2.550
2.550
2.550
13.360
II Overige investeringen 7.2
Riolen
III Leningen 7.4
Woonwijzerwinkel
Totaal Programma 7
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
71
D. Toelichting op financiële mutaties en overige vermeldenswaardige zaken Financiële mutaties Exploitatie GGD De gemeentelijke bijdrage voor de GGD stijgt de komende jaren. Dit conform de vastgestelde beleidslijnen en financiële kaders. Voor een verdere toelichting hierbij wordt verwezen naar de begrotingsstukken van de GGD die in juli jl. door de gemeenteraad zijn behandeld.
Investeringen Riolen (7.2) Voor reliningen en rioolrenovaties is voor 2024 € 2.875.000 begroot in het investeringsprogramma. Van dat bedrag wordt € 400.000 overgeheveld naar 2025 waarmee € 2.700.000 in 2025 beschikbaar komt voor riolen.
Overige vermeldenswaardige zaken Schoon, Heel & Veilig: Zwerfafval (7.3) Kerkrade streeft naar een schone openbare ruimte met als motto: ‘Schoonmaken doet schoonhouden’. We gaan ervan uit dat in een schone omgeving minder zwerfafval ontstaat dan in een reeds vervuilde omgeving. Onze aanpak van het zwerfafval voeren wij uit met ondersteuning van het landelijk instituut Verpact (voorheen Nedvang). Ook werken wij samen met Nederland Schoon. De aanpak is meerjarig. In 2024 blijven de twee zwerfvuilteams van Werkgeversservicepunt (WSP) Parkstad en Relim actief. Daarnaast maken we gebruik van moderne machines en materiaal. We ondersteunen schoonmaakacties van onze inwoners, scholen en buurtverenigingen. Zoals elk jaar blijven we het zwerfafval meten volgens landelijke kwaliteitsnormen. De aanpak van illegale afvalstortingen zetten wij samen met Rd4 voort. Begraafplaatsen (7.5) Begraafplaatsen zijn voor veel inwoners en bezoekers belangrijke plekken. In Kerkrade bevinden zich 6 gemeentelijke begraafplaatsen. Daarnaast zijn er meerdere begraafplaatsen in eigendom en beheer bij parochies of particulieren. De gemeente besteedt veel aandacht aan beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen. Omdat de overheid geen chemische bestrijdingsmiddelen mag gebruiken, bestrijden we het onkruid met de hand (schoffelen), met hete lucht en met heet water.
De nabestaanden (‘rechthebbenden’) zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven zelf. In 2024 wordt extra aandacht besteed aan vergroening van de begraafplaatsen. Op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn in totaal 5 oorlogsgraven aanwezig. Het onderhoud en beheer van deze graven voeren wij uit in samenwerking met de nationale Oorlogsgravenstichting.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit
Bron
Eenheid
Periode
CBS
Kg/inwoner
2022
135
148
105
RWS
%
2022
19,1
41,3
19,6
72
Kerkrade
Nederland
Limburg
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
2018
2019
2020
2021
2022
2023
kosten kwijtschelding in relatie tot kosten afvalverwerking kosten kwijtschelding in relatie tot kosten riolering eigen oordeel matige of slechte gezondheid
BsGW/ Milieu en Bouwen
%
10,5
8,1
6,8
7,5
6,9
6,5
BsGW/ Stedelijk Beheer
%
11,3
11,8
8,8
9,2
9,2
8,8
burgeronderzoek
%
ervaren goede gezondheid volwassenen aangeboden restafval aangeboden GFT
GGD Zuid Limburg
% ≥ 18 jaar
Rd4-monitor
tonnage
6.582
6.415
6.860
6.646
6.134
6.139
Rd4-monitor
tonnage
4.883
5.018
5.645
5.754
4.764
5.230
24
73
n/b
69,1
n/b
61,7
8 Wonen, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
A. Algemeen Omschrijving van het programma Het scheppen van optimale condities voor het woningaanbod en de woon- en leefomgeving alsook een wervend vestigingsklimaat.
Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen (§3) en Grondbeleid (§7).
Taakvelden 8.1 8.2 8.3 8.4
Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen Implementatie Omgevingswet
B. Speerpunten van beleid 1. Inzetten op een verantwoorde mix van woningaanbod Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 In deze paragraaf worden kort de actuele ontwikkelingen genoemd. In ‘§7. Grondbeleid’ zijn de activiteiten beschreven.
74
Vigerende beleidsdocumenten: a. Regionale woonvisie Parkstad Limburg en lokale woonvisie gemeente Kerkrade 2023-2028 (2023); b. Beleidsregel ‘Woningsplitsing & gebruikswijziging naar wonen gemeente Kerkrade’ (2023); c. Woondeal Limburg – wonen in Limburg bereikbaar voor iedereen (2023). d. Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen’ (2021); e. Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (2016); Algemene ontwikkelingen woningmarkt: De koopwoningmarkt komt in het tweede kwartaal 2024 stevig op stoom. Het sentiment en vertrouwen is positief. Meer kopers kochten sneller een woning tegen duidelijk hogere prijzen. De woningmarkt is in het tweede kwartaal van 2024 volop in beweging. Woningen worden sneller verkocht. De prijzen vliegen omhoog door de krappe markt, goede financierbaarheid, inkomensstijgingen en daarmee het vertrouwen van de consument. De prijsontwikkeling en betaalbaarheid op de langere termijn bij dit krappe aanbod en grote vraag baart wel zorgen. Ook de nieuwbouwmarkt trekt aan. De grotere vraag naar nieuwbouw is een gevolg van de schaarste en sterk stijgende prijzen in de bestaande koopwoningmarkt. Het is uiteraard een positief teken dat de nieuwbouw groeit. We hebben meer woningen én de juiste woningen nodig en dat op de juiste locatie en met behoefte van de lokale vraag als vertrekpunt. Verruiming van de markt draagt bij aan de zo noodzakelijke doorstroming.
Een andere trend die zichtbaar is betreft het uitponden van particuliere beleggerswoningen. Door een cocktail van fiscale en wettelijke maatregelen is investeren (vooral in het middenhuursegment) voor beleggers minder interessant geworden. Deze woningen worden dan ook meer dan voorgaande jaren te koop aangeboden. Uit onderzoek van het Kadaster blijkt dat deze woningen voor een groot deel door starters worden gekocht. We blijven ook dit jaar de vinger aan de pols houden op het beleidsterrein wonen en blijven monitoren of het vigerende beleid (nog) past bij de actuele marktsituatie. De belangrijkste algemene ontwikkelingen van de afgelopen tijd: ▪ Energiekosten zijn weliswaar gedaald maar voor gezinnen nog lang niet terug op het oude niveau. ▪ Naast de hoge inflatie van de afgelopen jaren die de kosten van dagelijks levensonderhoud aanzienlijk hebben doen stijgen, zijn ook bouwmaterialen de laatste jaren aanzienlijk duurder geworden. Het verduurzamen van een woning kost beduidend meer dan enkele jaren geleden. Verduurzaming van verouderd woningbezit kan hierdoor vertraging oplopen. ▪ Demografie: een positief migratiesaldo op regionaal niveau: hierdoor daalde de bevolking minder hard dan eerder berekend en voorspeld was. ▪ Andere woonbehoefte/kwalitatieve behoefte: er is vraag naar levensloopbestendig wonen en naar kwalitatief hoogwaardige duurzame woningen.
Verouderde (vaak ook te verduurzamen) woningen in de bestaande voorraad genieten minder populariteit met soms ook (langdurige) leegstand tot gevolg. We zullen de komende decennia de vernieuwing c.q. transitie moeten maken naar een woningvoorraad die aansluit bij de kwalitatieve vraag. Dat kan door (ver-) nieuwbouw, door herstructurering (sloop en nieuwbouw) en door grootschalige renovatie. ▪ Op Rijksniveau zijn er diverse wetten aangenomen met als doel om meer regie te nemen op de woningbouw. Deze wetten zullen door de gemeenten uitgewerkt moeten worden in o.a. beleid en verordeningen. Het gaat onder andere om de wet ‘Versterking regie op de Volkshuisvesting’, de wet ‘Betaalbare huur’ en de wet Goed Verhuurderschap. ▪ De uitkomsten van het Companenonderzoek in het kader van de op te stellen woonzorgvisie en de resultaten inclusief potentiële plusambitie blijkende uit het Woningbehoefteonderzoek welke later in 2024 bekend zullen worden, geven mogelijk nieuwe inzichten in aantal te bouwen woningen, behoefte segmentering etc. Ook hier zullen we komend jaar beleidsmatig de nodige aandacht aan moeten schenken. Woonvisie - Vitale veerkrachtige woonwijken De regio Parkstad Limburg en dus ook gemeente Kerkrade zet reeds jaren gezamenlijk de koers uit op het gebied van wonen.
Dit heeft geleid tot een impuls op het gebied van leefbaarheid, herstructurering van wijken, transformaties van bestaand vastgoed en investeringen in het openbaar gebied. De mindset is definitief omgezet van krimp naar kans. Kwaliteit is hierbij een van de uitgangspunten. De in mei 2023 door de gemeenteraad vastgestelde nieuwe regionale en lokale woonvisie 2023-2028 Kerkrade bepaalt de komende jaren de koers van het woonbeleid. We sturen met dit beleidsinstrument op
75
een integrale benadering van volkshuisvesting en leefbaarheid in brede zin. Kortom: gezonde gemengde woonwijken waar het aangenaam vertoeven is. We werken domeinoverstijgend en bekijken wat de wijk/buurt nodig heeft. Het gaat hier niet alleen om de kwaliteit van de nieuw toe te voegen en herstructureren woningen. Denk hierbij aan het type woning, de mix van doelgroepen en betaalbaarheidsklassen en ook waardevol en duurzaamheid. Daarnaast gaat het ook om de huisvesting van aandachtsgroepen, de bijbehorende zorgvraag en de invloed op de leefbaarheid van een buurt/wijk. We sturen meer en meer op vitale woonwijken waarbij het aantal vragers en dragers met elkaar in evenwicht is. Met 7 Parkstad-gemeenten zullen we in 2025 verder uitvoering geven aan de geformuleerde doelen in de regionale en lokale woonvisie 2023-2028. Conform de wet Versterking regie op de volkshuisvesting dienen gemeenten een Volkshuisvestelijk programma op te stellen, die de woonvisies gaan vervangen. In de huidige woonvisie is reeds voor gesorteerd op dit programma. Het dient echter nog verder opgewerkt te worden. In 2025 zal dit gaan gebeuren voor zowel het regionale als het lokale onderdeel. Woondeal Limburg In maart 2023 is de Woondeal Limburg met het Rijk vastgesteld, met als doel een goede balans te krijgen op de Limburgse Woningmarkt door het realiseren van minimaal 26.550 nieuwbouwwoningen tot 2031.
Voor de regio Parkstad betekent dit een bruto opgave van 6.775. Voor Kerkrade komt dit neer op bruto 1.240 woningen. De provincie heeft de lead bij de uitvoering, proces en monitoring. Kerkrade participeert hieraan mee. Dit is een voortdurend proces voor de komende jaren. Nationale prestatieafspraken Met de nationale prestatieafspraken (NPA) komen Aedes, Woonbond, VNG en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de volkshuisvestelijke opgaven tot en met 2030 overeen. Deze afspraken zijn nodig als gezamenlijke agenda in het licht van de grote maatschappelijke opgaven rond de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen, de verduurzaming van de gebouwde omgeving, de leefbaarheid van wijken en buurten en de betaalbaarheid van wonen. Het realiseren van de ambitieuze doelen uit deze afspraken is mogelijk doordat de investeringsruimte van corporaties komende jaren groeit door het afschaffen van de verhuurderheffing per 1 januari 2023 en doordat woningcorporaties hun investeringen en maatregelen versnellen. De thema’s van de NPA zijn: nieuwbouw (beschikbaarheid), verduurzaming, betaalbare woningen, leefbaarheid en ouderenhuisvesting (wonen en zorg). Met de in Kerkrade opererende woningcorporaties is een doorvertaling gemaakt van de gevolgen/kansen. De afspraken hierover zijn opgenomen in de regionale en lokale (meerjarige) prestatieafspraken.
Focus beleidsveld wonen 2025 e.v.: De focus voor het beleidsveld wonen ligt de komende periode op: ▪ Uitvoering woonoffensief: o.a. aanjagen, ondersteunen en vermarkten van nieuwe woningbouwplannen ▪ Uitvoering geven aan de nieuwe regionale/lokale woonvisie en opwerken naar een Volkshuisvestelijk Programma. ▪ Mede input en uitvoering geven aan de Woonzorgvisie op zowel regionaal als lokaal niveau ▪ Voorbereiden en implementeren van nieuwe verordeningen conform de wet Versterking regie op de volkshuisvesting ▪ Opstellen van de prestatieafspraken jaarschijf 2025 corporaties en de huurdersorganisaties ▪ Kwalitatieve verbetering van de woningen en de woonomgeving ▪ Onderzoeken en aanvragen nieuwe (tranches) van rijksregelingen (b.v. regiodeal, VHF, WBI etc.) ▪ Uitvoering van nieuwbouwprojecten op de woningmarktprogrammering ▪ Invoering diverse sturingsinstrumenten woningmarkt (b.v. urgentieverordening, leegstandsverordening) ▪ Onderzoek toepassing Wvg ten behoeve van realisatie plannen Volkshuisvestingsfonds ▪ Samenwerking op regionaal niveau en provinciaal niveau ▪ Samenwerking versterken tussen domeinen
76
2. 2. Goede inbedding van de Omgevingswet en Omgevingsvisie Relatie met taakveld(en): 8.4 De Omgevingswet biedt de basis voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving. Voor het inbedden van de Omgevingswet in de gemeentelijke organisatie maken we, voor de komende jaren, onderscheid in: - De verdere implementatie Omgevingswet (juridisch, digitaal en organisatie); - Het opstellen van de gemeentelijke Omgevingsvisie met programma’s; - Het opstellen van een gemeentelijk Omgevingsplan. Verdere implementatie Omgevingswet Voor het behandelen van initiatieven, meldingen, vergunningen, het houden van toezicht en de handhavingsplicht zijn werkprocessen vanuit de bedoeling van de Omgevingswet ontwikkeld. Deze processen leiden tot een andere manier van (samen) werken, waarbij het doel is om binnen de keten van de fysieke leefomgeving nog beter te werken volgens de ja-mits gedachte. Ook worden lopende bestemmingsplan- en vergunningstrajecten van vóór 2024 langzaamaan afgerond, waardoor medewerkers niet langer met twee verschillende procedures hoeven te werken (vóór en ná de invoering van de Omgevingswet). De organisatie gaat bij het behandelen van initiatieven, meldingen, vergunningen en plannen in lijn met de participatieverordening en de participatieleidraad voor initiatieven werken.
Bij de omgevingsvergunning ligt de verantwoordelijkheid van participatie bij de initiatiefnemer, participatie bij de Buitenplanse omgevingsPlanactiviteit (BOPA) verdient nog extra aandacht bij initiatiefnemers. In de zomer van 2024 is gestart met een ‘Impactanalyse financiële gevolgen Omgevingswet’, naar verwachting wordt dit rapport in Q1 van 2025 opgeleverd. De impactanalyse brengt de financiële en personele gevolgen van de Omgevingswet voor de korte en lange termijn in beeld. De veranderingen die beoogd zijn met de Omgevingswet zullen niet van vandaag op morgen geregeld zijn. We zitten in een periode van transitie. Deze periode loopt zeker tot 1 januari 2030. Omgevingsvisie en burgerparticipatie Eind 2022 is gestart met het traject om te komen tot een gemeentelijke Omgevingsvisie. Het planproces met een intensievere rol van participatie heeft een doorlooptijd tot medio 2025. De vaststelling van de visie is voorzien eind 2025. Voor een omgevingsvisie geldt een wettelijke verplichting om een MERprocedure te doorlopen, hiervoor wordt een omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. Een OER gaat verder dan de klassieke milieuthema’s van een MER-procedure (bodem, geluid en luchtkwaliteit). Ook thema’s zoals klimaat, wonen en gezondheid worden beoordeeld.
De MER-procedure loopt parallel aan het omgevingsvisietraject, dit is ook de reden dat de vaststelling van de omgevingsvisie opschuift naar eind 2025. In de Omgevingsvisie wordt nieuw strategisch omgevingsbeleid opgenomen over onder andere wonen, werken, klimaat, groen en landschap, voorzieningen (winkel, sport, zorg, onderwijs etc.), cultuurhistorisch erfgoed, gezondheid en mobiliteit. Hierbij worden eveneens zaken afgestemd en opgepakt op regionaal niveau. Burgerparticipatie speelt een belangrijke rol bij de implementatie van de Omgevingswet. Het opstellen van de Omgevingsvisie is aangemerkt als pilot voor burgerparticipatie. Verder wordt burgerparticipatie ingezet bij de kerninstrumenten: de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, het programma en bij de omgevingsvergunning. Omgevingsplan In het Omgevingsplan worden alle regels van de fysieke leefomgeving opgenomen. Dit is een complexe aangelegenheid en vergt een gedegen voorbereiding. In 2024 vinden hebben voorbereidende werkzaamheden plaatsgevonden en lopen ook in 2025 door. In 2025 kan de gemeente ook nog gebruik maken van TAM-IMRO plannen, een tussenvariant om urgente gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Na de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt gestart met het planproces van het opstellen van het Omgevingsplan. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om te komen tot een ‘nieuw Omgevingsplan’.
77
3. Realiseren stedenbouwkundige her-invulling van het terrein rondom Kaalheide, onder meer via 'Kaalheide bruist' Relatie met taakveld(en): 8.2 In juli 2023 heeft de gemeenteraad gekozen voor voorkeursvariant 3. In deze variant wordt het concept van stichting Bruis gerealiseerd op sportpark Kaalheide, worden gebouwelijke voorzieningen voor Achilles-TOP geïntegreerd in de gebouwen van stichting Bruis en wordt nieuwbouw voor Roda JC gerealiseerd in combinatie met zorgwoningen door een externe partij. Begin 2024 is het stedenbouwkundig plan vastgesteld en vormen dit plan en de verdere samenwerkingsvormen de basis voor de samenwerking. Hiertoe worden samenwerkingsovereenkomsten opgesteld. In samenhang met deze overeenkomsten wordt een gemeentelijke grondexploitatie opgesteld welke uiterlijk medio 2025 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd ter vaststelling.
4. Implementeren van wijk- en buurtbudgetten Relatie met taakveld(en): 8.2 Het leefbaarheidsbudget heeft tot doel de leefbaarheid in de wijk te verbeteren en de actieve betrokkenheid, de zelfwerkzaamheid en de onderlinge samenwerking van inwoners, ondernemers en andere partners in de wijk te stimuleren, een en ander als onderdeel van participatie. Er zijn diverse praktijkvoorbeelden van alle 5 stadia van bewonersparticipatie. Die voorbeelden gaan van het hoogste niveau van participatie, cocreatie tot de laagste vorm, het informeren van de inwoners. Het is altijd maatwerk. Om een meer actievere rol te kunnen vervullen, vragen bewoners om structureel (extra) financiële ondersteuning.
5. Herinvulling ruimte voormalig complex D’r Pool Relatie met taakveld(en): 8.2 De sloop van D'r Pool is inmiddels afgerond. De bouwput wordt vervolgens met grond aangevuld. De geselecteerde marktpartij werkt het bouwplan verder uit en vraagt uiterlijk medio 2025 een omgevingsvergunning voor het bouwplan aan. Afhankelijk van de verdere planuitwerking, verkoopsnelheid en voorverkooppercentage én een onherroepelijk verkregen omgevingsvergunning, wordt gestart met de realisatie van het nieuwe bouwplan van 60 woningen. De bouwwerkzaamheden nemen circa 21 maanden in beslag.
6. Gemeentelijke infrastructuur Relatie met taakveld(en): 8.2 De knelpunten in de gemeentelijke infrastructuur worden onderzocht en zullen dienen als onderlegger voor het programma wegreconstructies en civieltechnische kunstwerken. 7. Implementeren van wijk- en buurtbudgetten Relatie met taakveld(en): 8.2 Het leefbaarheidsbudget heeft tot doel de leefbaarheid in de wijk te verbeteren en de actieve betrokkenheid, de zelfwerkzaamheid en de onderlinge samenwerking van inwoners, ondernemers en andere partners in de wijk te stimuleren, een en ander als onderdeel van participatie. Er zijn diverse praktijkvoorbeelden van alle 5 stadia van bewonersparticipatie. Die voorbeelden gaan van het hoogste niveau van participatie, cocreatie tot de laagste vorm, het informeren van de inwoners. Het is altijd maatwerk. Om een meer actievere rol te kunnen vervullen, vragen bewoners om structureel (extra) financiële ondersteuning.
78
C. Wat mag het kosten? Exploitatie 8
REK.
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
BEGR.
MJR.
Bijgesteld
Primair
2024
2025
2023
2026
2027
2028
LASTEN 8.1 Ruimtelijke ordening
469
472
371
368
365
365
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
1.406
1.879
2.368
173
23
23
8.3 Wonen en bouwen
5.714
7.866
3.855
3.420
3.401
3.404
TOTAAL LASTEN
7.588
10.217
6.593
3.961
3.789
3.791
BATEN 8.1 Ruimtelijke ordening
36
110
29
29
29
29
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
1.631
1.885
374
126
126
126
8.3 Wonen en bouwen
3.558
5.567
1.049
908
913
913
TOTAAL BATEN
5.225
7.562
1.451
1.063
1.068
1.068
Investeringen Bedrag * € 1.000 TV
Omschrijving
V/U¹ E/M²
2024
2025
2026
2027
2024 2028
2028
I Reguliere investeringen 8.1
Proj. Volkshuisvestingsfonds 1.0
u
m
440
400
140
140
280
1.400
8.1
Poj. Volkshuisvestingsfonds 2.0
u
m
167
167
167
167
167
835
8.3
Herinrichten woonwagenplaatsen
u
e
100
150
150
150
150
700
8.3
Transferium
u
e/m
0
0
0
0
0
0
8.3
Gbe Rolduckerveld
u
m
450
450
450
450
450
2.250
1.157
1.167
907
907
1.047
5.185
Totaal Programma 8
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
D. Toelichting op financiële mutaties en overige vermeldenswaardige zaken Financiële mutaties Exploitatie Grondexploitatie De komende jaren worden een aantal grondexploitaties door de gemeenteraad vastgesteld, zoals voor de projecten Industriestraat en Kaalheide Bruist. Het betreffen bijdragen om de projecten rond en gerealiseerd te krijgen. Bij vaststelling van de grondexploitatie wordt hiervoor een voorziening ingesteld. Hiervoor is in de jaren 2024, 2025 en 2026 in totaal €2.550.000 extra gereserveerd. Gedeeltelijk dekking van dit bedrag vindt plaats door het inzetten van € 1.000.000 uit de reserve grondexploitatie OBK in 2025.
79
Volkshuisvestingsfonds In de raadsvergadering van 6 maart 2024 heeft de raad ingestemd met het beschikbaar stellen van een structureel werkbudget van € 50.000 vanaf 2024 voor het afdekken van ondersteunende acties in de gebiedsgerichte aanpak in het kader van het Volkshuisvestingsfonds. Leges Door enkele grote bouwprojecten binnen de gemeente Kerkrade vallen de legesinkomsten voor 2024 hoger uit dan begroot. Het betreft hier vooral bouwactiviteiten op bedrijventerreinen en enkele projectmatige bouwlocaties van woningstichtingen. Daarnaast is het totaal aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen in Kerkrade (conform een landelijke trend) in 2024 toegenomen. Voor het jaar 2024 kunnen de leges positief worden bijgesteld met € 1.942.000. Aan de hand van de afgelopen jaren afgehandelde omgevingsvergunningen is voor de jaren 2025 en verder rekening gehouden met een toename van de post leges met € 400.000 per jaar. Voor het afhandelen van de vergunning en het toezicht houden op de bouwwerkzaamheden is voor het jaar 2024 en 2025 een inhuurbudget van € 300.000 en € 250.000 voorzien. Vanuit de meeropbrengsten leges wordt een bedrag van €900.000 in de reserve Stadsvernieuwing gestort. Dit bedrag wordt later ingezet t.b.v. het woonoffensief.
Investeringen Volkshuisvestingsfonds Herinrichten woonwagenplaatsen Voor het herinrichten van woonwagenplaatsen is in het investeringsprogramma vanaf de jaarschijf 2025 jaarlijks € 150.000 begroot. Transferium (8.3) wordt bereikbaarheid Kerkrade - West (2.1) In het kader van de mobiliteitsopgave in Kerkrade West heeft de Provincie besloten om het Station Kerkrade West niet te realiseren. Om de mogelijkheden te onderzoeken hoe de bereikbaarheid van Kerkrade West kan worden verbeterd heeft er binnen de wijk een onderzoek plaatsgevonden naar Vervoersarmoede. Op basis van deze onderzoeksresultaten is een maatregelenpakket opgesteld dat in samenwerking met stakeholders waaronder de Provincie de (financiële) haalbaarheid wordt onderzocht. De haalbaarheid van o.a. de volgende maatregelen worden onderzocht: buurthubs met deelfietsen, deelauto’s, digitale (dynamische) informatieborden bij bushaltes, etc. Hierbij zal ook de verbinding gelegd worden met het bereikbaar maken van de bedrijventerreinen waaronder Avantis, anders dan per (eigen) auto. In het investeringsprogramma is voor de jaarschijf 2024 € 600.000 begroot. Dat bedrag schuift door naar 2025 onder de naam verbetering bereikbaarheid Kerkrade - West (2.1)
Overige vermeldenswaardige zaken N.v.t.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving
Bron
Gemiddelde WOZwaarde
CBS
Nieuw gebouwde woningen
BAG
Demografische druk
CBS
Eenheid € 1.000 Aantal per 1.000 woningen %
80
Periode
Kerkrade
Nederland
Limburg
2024
200
379
290
2023
0,2
9,1
6,2
2024
78,1
70,4
75,8
Gemeenschappelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeenschappelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
COELO
€
2024
918
nb
928
COELO
€
2024
993
nb
997
Overige indicatoren Omschrijving
Bron
Eenheid
algemene kwaliteit van de woonomgeving gesloopte woningen
burgeronderzoek
score (0 - 10)
BAG
aantal
toegevoegde woningen : - nieuwbouw - verbouwing leegstand woningen in relatie tot woningvoorraad (1 jan.) leegstand nietwoningen in relatie tot voorraad nietwoningen (1 jan.)
BAG
aantal
2018
2020
2021
7,0
300
BsGW Limburg (woz-registratie)
%
23 11 4.4
BsGW Limburg (woz-registratie)
%
19,4
81
2019
6
59 6
2022
6,9
2023 7,3
-
2
1
205
71 9 4,2
159 11 6,3
5 6 5,8
22,4
19,7
17,4
4,1
32 87 3,9
22,4
22,7
82
Paragrafen
83
§1. Lokale heffingen
Algemeen In deze paragraaf staan het beleid van en de opbrengsten over de gemeentelijke heffingen en leges. In de jaarlijkse Tarievennota staan de tarieven, uitgangspunten en ontwikkelingen.
a. Beleid lokale heffingen en kwijtschelding Tarieven In de vorige (meerjaren)begroting werd uitgegaan van een jaarlijkse verhoging van een aantal belastingen en heffingen van 1,5% per jaar. Thans wordt voorgesteld om de OZB-opbrengsten met 8,5% extra te verhogen in 2025, in aanvulling op de vorig jaar reeds besloten jaarlijkse verhoging van 1,5%. De ozb-druk wordt daarmee 43 euro hoger t.o.v. 2024 (dus circa 37 euro meer dan vorig jaar reeds besloten). Het Rijk komt gemeenten financieel nog steeds onvoldoende tegemoet in verhouding tot het takenpakket. Daarnaast eisen de prijsstijgingen van de laatste jaren hun tol. Verder is sprake van areaaluitbreiding waardoor de opbrengsten zullen stijgen. Zie ook de toelichting bij programma 0. Bij afval en riool bedragen de verhogingen circa 12 euro resp. 4 euro per jaar, als gevolg van de gestegen kosten.
84
In totaal stijgt daarmee de gemiddelde lastendruk naar huidige inzichten met circa 59 euro in 2025 (hetgeen neerkomt op € 4,92 per maand). Wat dit betekent voor onze plaats op de lijst met gemeentelijke woonlasten is op dit moment nog niet te zeggen. De tarieven 2025 moeten nog definitief worden vastgesteld voor de diverse belastingen en leges. Bij de behandeling van de Tarievennota 2025 (raad december 2024) zal de raad hierover een besluit nemen. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door BsGW. Bij het kwijtscheldingsbeleid wordt de maximale toegestane norm gehanteerd. Dat is 100% van de bijstandsnorm. De landelijke minimale norm is 90%. De kwijtscheldingsregeling beperkt zich tot de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing (vast tarief) en het rioolrecht. Voor het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding worden de criteria van de Invorderingswet 1990 gehanteerd. Vanwege het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid, worden de kosten van kwijtschelding voor riool en afval doorbelast. Kostendekkendheid Voor zowel heffingen als rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Het gaat hier om de Rioolheffing, Afvalstoffenheffing, Markt- en marktpromotiegelden, Leges en Lijkbezorgingsrechten. Bij de berekening van de kostendekkendheid wordt rekening gehouden met directe kosten, salariskosten en kosten van overhead.
De kosten van overhead zijn gebaseerd op de naar de producten toegerekende uren. • Rioolheffing en Afvalstoffenheffing In onderstaande tabellen is een indicatief overzicht opgenomen naar de inzichten van juli 2024. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de tarieven 2025 zullen de cijfers worden geactualiseerd. De geraamde mutaties van de voorziening en reserve kunnen dus nog wijzigen. Kostendekkendheid riool Directe kosten* Kapitaallasten Mutatie in voorziening Doorbelastingen vanuit andere taken** Totaal kosten Rioolheffing Overige opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2025 1.653.800 1.496.800 0 2.508.800 5.659.400 5.657.200 2.200 5.659.400 100%
* Dit betreft kosten van inspecties en onderhoud (€ 703.000), BSGW (€ 180.000), salarissen en sociale lasten (€ 268.100), Waterschapslasten (€ 103.200), kolkenzuigen (€ 66.000), ongediertebestrijding (€ 59.000), onderhoud ZLbassins (€ 72.000), recognities (€ 43.000) en overige kosten (€ 159.500) ** Dit betreft overhead (€ 602.400), straatreiniging (€ 419.200), rente oude investeringen (€ 823.700), kwijtschelding (€ 580.100), en toerekening compensabele btw (€ 83.400)
Kostendekkendheid afval Directe kosten* Doorbelastingen vanuit andere taken**
2025 5.837.100 1.514.600
Totaal kosten Afvalstoffenheffing– vastrecht variabele opbrengst Dividend RD 4 NV Egalisatie reserve Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
7.351.700 6.820.700 31.000 500.000 7.015.100 100%
* Directe uren (€ 196.500), kosten Rd4 (€ 5.331.400), kosten BSGW (€ 309.000) en overige kosten (€ 200) ** Overhead (€ 237.000), straatreiniging (€ 117.800), kwijtschelding (€ 517.000) en (toerekening) compensabele btw (€ 642.800)
85
• Overige rechten en heffingen Kostendekkendheid Marktgelden/ -promotie Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2025 108.000 301.800 409.800 109.200 109.200 27%
Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
2025 112.000 41.200 153.200 54.300 54.300 35 %
Kostendekkendheid Leges Titel 1* 185.800 743.800 929.600 573.000 573.000 62%
Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage
Titel 2* 335.000 382.500 717.500 791.700 791.700 110 %
Titel 3* 1.000 170.300 171.300 51.200 51.200 30%
2025 Totaal 521.800 1.296.600 1.818.400 1.415.900 1.415.900 78%
* Titel 1 Algemene dienstverlening, Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning, opgemerkt zij dat begrotingstechnisch wel rekening is gehouden met verwachte extra opbrengsten maar nog niet volledig met de hieraan verbonden extra personele inzet. Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn.
b. Raming opbrengsten uit heffingen (overzicht op hoofdlijnen) bedragen * €1.000
Taakveld
Opm.
0.2
3
2025
2026
2027
2028
0.61/0.62 1
Leges persoonsdoc., burg.stand, rij/reisdocumenten Onroerendezaakbelastingen
15.345
15.818
16.204
16.219
0.63/2.2
1, 4
Parkeergelden/boetes
621
621
621
621
0.64
1
Hondenbelasting
89
89
89
89
0.64
1
Reclamebelasting
54
54
54
54
0.64
1
Precariorechten Diverse leges uitvoering bijzondere wetten Markt- en marktpromotiegelden Toeristenbelasting en Marketingbijdrage GaiaZoo Kermissen
83
83
83
83
51
51
51
51
105
105
105
105
275
275
275
275
16
16
16
16
1.2 3.3 3.4 3.4
1
86
540
586
609
609
7.2
2
Rioolheffing
5.708
5.728
5.736
5.736
7.3
2
Afvalstoffenheffing
6.972
6.975
6.991
6.991
7.5
Lijkbezorgingsrechten
54
54
54
54
8.3
Leges omgevingsvergunning
792
797
802
802
Div.
Diverse leges
30
30
30
30
30.735
31.282
31.720
31.735
Totaal 1. Niet bestedingsgebonden en geen eisen m.b.t. kostendekkendheid.
2. Verloopt budgettair neutraal via de voorziening riolen resp. egalisatiereserve afvalverwerking. 3. Onder aftrek van de af te dragen rijksleges. 4. Inclusief opbrengsten parkeergarages welke privaatrechtelijk worden geïnd.
Voor een toelichting op de diverse belastingen en heffingen wordt verwezen naar de jaarlijkse Tarievennota.
c. Lokale lastendruk Als we het hebben over de lokale lastendruk, wordt hiermee bedoeld de woonlasten voor de burger. Onder de woonlasten vallen de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing (vastrecht en diftar). De lokale lastendruk 2024 is door COELO (bronhouder) gemiddeld becijferd op € 993 voor een Kerkraads gezin (woonlasten eigenaar-bewoner, meerpersoonshuishouden). Volgens COELO is dit landelijk gemiddeld € 1.010 en in Limburg gemiddeld € 1.012. De mediaan is het middelste getal in een (oplopende) getallenreeks. De mediaan is € 985, dat wil dus zeggen dat het gemiddelde beïnvloed wordt door uitschieters aan de onderkant en bovenkant. Volgens COELO liggen in 73% van de Nederlandse gemeenten de gemiddelde woonlasten tussen de € 800 en € 1.100. Op de Limburgse ranglijst neemt Kerkrade in 2024 dezelfde positie in als in 2023 (plaats 15). COELO gebruikt bij de berekening van de gemiddelde OZB aanslag de gemiddelde waarde van koopwoningen. Gemeenten moeten uiteraard bij hun tariefstelling wel rekening houden met de waarde van de huurwoningen. Een overzicht van de lokale woonlasten 2024 in de Parkstadgemeenten is opgenomen in onderstaande tabel. Bedrag * € 1 voor meerpersoonshuishouden Jaar 2024 Woonlas Rioolheffing Afval/ Gem.
Gemiddelde ten reinigingsheffing OZB woningen waarde woning (voorlopig) Beekdaelen 1.081 325 332 424 343 Brunssum 1.011 271 361 379 259 Heerlen 993 196 380 416 260 Landgraaf 1.022 267 351 404 291 Kerkrade 993 235 331 427 248 Simpelveld 1.127 323 315 489 305 Voerendaal 1.207 360 343 504 370 Via de 'lokale lasten meter' kunnen de inwoners hun woonlasten berekenen op basis van hun eigen specifieke situatie. De link naar de lokale lastenmeter is https://kerkrade.lokalelastenmeter.nl/. Middels de jaarlijkse Tarievennota stelt de raad steeds in december de tarieven vast. In het najaar wordt een inschatting gemaakt van de gegevens die nodig zijn om de tarieven te bepalen. Er is sprake van een doorlopende ontwikkeling, o.a. als gevolg van definitieve afronding taxatieprocessen voor de wet WOZ en bezwaar en beroep. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de landelijke cijfers van de basisset (COELO) op onderdelen standaard uitgangspunten worden gehanteerd voor de berekeningen, o.a. bij het hanteren van DIFTAR. De uiteindelijke lastendruk kan achteraf anders uitvallen. In Kerkrade zijn er bijvoorbeeld, in verband met het ledigingsschema van de Rd4, minder ledigingen mogelijk dan waar COELO standaard van uitgaat.