Jaarstukken 2020.pdf
Tekst van het document
Dit beleid is er nadrukkelijk op gericht om waar mogelijk klimaatbeleid respectievelijk energiebesparing als vliegwiel te gebruiken om ook andere maatschappelijke effecten te bewerkstelligen zoals educatie, het creëren van werkgelegenheid in klimaat/energieprojecten en op toekomstige kostenbesparingen of kostenbeheersing. Bewustwording en gedragsverandering ten aanzien van volksgezondheid, natuur en milieu worden waar mogelijk gestimuleerd. Inherent daaraan is voorbeeldgedrag van de gemeente zelf. De gemeente staat op dat gebied open voor innovaties. Op het gebied van afval, de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, voert de gemeente de regie. Daarnaast behoort tot de taken van de gemeente het doelmatig beheren van de riolering en begraafplaatsen. Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Lokale heffingen (§1) en Onderhoud kapitaalgoederen (§3). Voor het project VIE, zie programma 5 (programmalijnen) en programma 8 (fysieke realisatie). Taakvelden • 7.1 Volksgezondheid
55
• 7.2 Riolering • 7.3 Afval • 7.4 Milieubeheer • 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
B. Speerpunten van beleid Zorgen voor bewustwording van het belang van duurzaamheid bij de inwoners Relatie met taakveld(en): 7.4 In 2020 heeft de focus voor duurzaamheid vooral gelegen op het vormgeven van de energietransitie in de gebouwde omgeving en de transitie naar aardgasloze nieuwbouw en wijken. In Parkstadverband is gewerkt aan het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES) waarin de gemeente Kerkrade samen met de regio Parkstad invulling geeft aan de opdracht om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te halen. De RES-bijdrage van de gemeente Kerkrade wordt onderdeel van de RES Zuid-Limburg. Kerkrade kijkt vooral naar de mogelijkheden voor windenergie en grootschalige zonne-energie op daken van bedrijven of braakliggende percelen op bedrijventerreinen. Daarnaast is in 2020 gestart met de voorbereidingen voor de Transitievisie Warmte (TVW) waarin beschreven wordt hoe op een slimme en verantwoorde manier kan worden overgestapt van aardgas naar duurzame manieren van koken en verwarmen. Ook de TVW wordt in Parkstadverband opgezet. De voorbereidingen voor zowel de RES als TVW zijn erop gericht om in 2021 beide strategieën vast te stellen in de raad zodat daarna gewerkt kan worden aan de daadwerkelijke uitwerking van plannen.
Om inwoners te ondersteunen in de verduurzaming van hun woning is in 2020 in Parkstadverband de Woonwijzerwinkel Limburg gestart die gevestigd is aan de Rodaboulevard in Kerkrade. Hier kunnen inwoners advies krijgen over verduurzaming en financiering en wordt zoveel mogelijk gewerkt met lokale ondernemers. Via het Zonnepanelenproject Parkstad-Kerkrade zijn in totaal tot nu toe op ongeveer duizend woningen zonnepanelen geplaatst. Daarnaast zijn er ook al veel panelen op eigen initiatief geplaatst door woningeigenaren. Een voorbeeld van een bedrijf dat zonnepanelen heeft geplaatst is Emma Safety Footwear aan de Tunnelweg. Zij hebben niet alleen zonnepanelen op de daken van het bedrijf geplaatst, maar hebben ook een zonneweide met panelen aangelegd op het bedrijfsterrein waarbij voor inwoners van Kerkrade de mogelijkheid bestaat om financieel te participeren. Daarnaast is in 2020 gestart met de aanleg van een zonneweide in het gebied Locht-Zuid (tussen Buitenring, Hamstraat en stadsautoweg). Hier worden 36.036 zonnepanelen geplaatst met een vermogen van 14,8 Megawatt. Op het gebied van windenergie is in 2020 gewerkt aan de voorbereidingen voor het initiatief van het bedrijf E-max op bedrijventerrein Dentgenbach. Zij willen een windturbine realiseren om zo hun eigen energieverbruik te kunnen verduurzamen.
Daarnaast is samen met de gemeenten Heerlen en Simpelveld verder gewerkt aan de voorbereidingen voor windturbines in Parkstad-Zuid. Eind 2020 zijn door de raad van de gemeente Kerkrade voorwaarden vastgesteld waaraan de gemeente alle initiatieven om windenergie te realiseren zal toetsen. Om ook kansen te benutten van samenwerking met de gemeente Herzogenrath op het gebied van energietransitie en uitwisseling van energie over de landsgrens is in 2020 door gemeente Kerkrade, samen met de gemeenten Emmen en Losser en de provincies Limburg, Drenthe en Overijssel een lobby richting de overheid gestart om ruimte te vragen voor grensoverschrijdende samenwerking. Doel van het project is om grensoverschrijdende levering van duurzame elektriciteit mogelijk te maken. Het grote opgestelde vermogen duurzame elektriciteit in het energiepark Nivelsteiner Sandwerke kan dan bijdragen aan verduurzaming van de gemeente Kerkrade. Goed beheer en onderhoud van de rioleringen Relatie met taakveld(en): 7.2 In 2020 is het Watertakenplan Kerkrade 2020 – 2024 van kracht geworden als opvolger van het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP). Het is in 2020 het richtsnoer geweest voor het maken van de juiste afwegingen op het terrein van bodembescherming, waterkwaliteit en rioleringszorg. In dit plan is niet alleen 56
omschreven op welke wijze het riool in stand zal worden gehouden, hoe aan de wettelijke eisen, zoals de wet milieubeheer, wordt voldaan, maar ook hoe de gemeente omgaat met regenwater en grondwater. In het plan is een jaarlijks bedrag van € 100.000 opgenomen als cofinanciering in toekomstige subsidies die door het rijk worden verstrekt in het kader van klimaat adaptatie. De pilot ‘Meten, rekenen en monitoren’ is succesvol afgrond en heeft in 2020 een structureel karakter gekregen. Hydraulische berekeningen zullen voor de regio worden uitgevoerd door de gemeente Heerlen. In 2020 is wederom met buurgemeenten een relining programma uitgevoerd, waarbij de gemeente Kerkrade als ambtelijk opdrachtgever heeft gefungeerd. Voor meer gedetailleerde informatie wordt hier verwezen naar de paragraaf ‘kapitaalgoederen’.
C. Wat heeft het gekost? Exploitatie 7 Volksgezondheid en milieu
REK. Primair 2019
2020
BEGR. 1e formele bijstelling 2020
Actuele begroting 2020
REK.
2020
LASTEN 7.1 Volksgezondheid
2.356
2.104
2.626
2.442
2.441
7.2 Riolering
2.922
2.743
2.870
3.047
3.047
7.3 Afval
3.533
4.092
4.391
4.421
4.421
7.4 Milieubeheer
1.911
2.385
3.923
2.733
2.718
111
109
129
145
145
10.833
11.432
13.939
12.787
12.771
4
0
2
8
8
7.2 Riolering
5.264
5.057
5.270
5.377
5.377
7.3 Afval
5.009
5.682
5.861
6.063
6.063
7.4 Milieubeheer
1.043
1.783
2.730
1.819
1.819
64
45
45
60
60
11.383
12.567
13.908
13.326
13.326
7.5 Begraafplaatsen en crematoria TOTAAL LASTEN BATEN 7.1 Volksgezondheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria TOTAAL BATEN
Investeringen Bedrag * € 1.000
Pr. Omschrijving
V/U¹ E/M²
Primaire raming krediet
Actuele raming Gevoteerd Besteed krediet
Restant krediet
II Overige investeringen 7 Riolen
v
e
1.600
2.540
2.540
1.513
0
u
-
0
66
66
65
0
1.600
2.606
2.606
1.578
0
III Leningen 7 Woonwijzerwinkel Zuid-Limburg Totaal Programma 7
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
57
D. Overige vermeldenswaardige zaken Milieubeheer, Basisregistratie Ondergrond Het gebruik van bodem- en ondergrondgegevens bij de overheid en particuliere organisaties is de laatste decennia sterk toegenomen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Deze gegevens spelen een cruciale rol op uitvoerend niveau, maar zijn ook van belang bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Voorbeelden zijn het gebruik van informatie in de ruimtelijke ordening, bij ondergronds bouwen of koudewarmteopslag. Met de Basisregistratie Ondergrond (BRO) beoogt de overheid de informatievoorziening sterk te verbeteren door publieke gegevens over de ondergrond op gestandaardiseerde wijze voor zowel de overheid als andere partijen ter beschikking te stellen. Het college heeft deze nieuwe registratie in 2019 vormgeven voor zover de verplichting daartoe strekt en volgt de verdere uitrol in volgende tranches in de komende jaren. (Zwerf)afval In 2020 is binnen de Rd4-gemeenten een aanvang gemaakt met het opstellen van een Grondstoffenbeleidsplan voor de periode 2021-2025. De gezamenlijke Rd4-gemeenten onderstrepen de ingeslagen weg naar een circulaire economie waarin afval zelf de nieuwe bron van grondstoffen wordt. Door Corona is de voortgang langzamer geweest dan voorzien, Verwacht wordt dat het nieuwe plan voor de zomer 2021 gereed zal zijn en in het najaar aan de raden kan worden aangeboden.
De Kerkraadse aanpak van het zwerfafval is ook in 2020 uitgevoerd met ondersteuning van het landelijk instituut Nedvang en in samenwerking met Nederland Schoon. De aanpak is meerjarig en gebaseerd op het uitgangspunt dat in een schone omgeving minder zwerfafval geproduceerd wordt dan in een reeds vervuilde omgeving. De Kerkraadse zwerfvuilaanpak heeft in 2020 bestaan uit de volgende onderdelen: zwerfvuilploeg van 8-10 medewerkers WOZL in het stedelijk gebied; zwerfvuilploeg van 8 medewerkers Relim in het buitengebied; 2 grote veegwagens van Rd4 in de gehele stad; 2 kleine veegwagens met eigen machinisten in de gehele stad; 3 Gluttons (electrische stadsstofzuigers) in centrum en subcentra + verbindingsroutes ; 2 maal per week legen 700 afvalbakken in 2 routes met eigen medewerkers; incidenteel ondersteunen acties van scholen, buurtverenigingen etc. Met name gedurende de eerste maanden van de Coronacrisis was in 2020 sprake van extra zwerfafval in De openbare ruimte. Dat gold bijvoorbeeld voor natuurgebieden en voor de directe omgeving van afvalbakken. Om deze problematiek het hoofd te bieden is tijdelijk extra personeel en materieel ingezet. In 2020 is de hoeveelheid zwerfafval in Kerkrade weer op 50 locaties gemeten op basis van beeldkwaliteit (CROW-systematiek met 5 kwaliteitsniveaus).
Deze meting maakt deel uit van de jaarlijkse verantwoording aan Nedvang en aan Nederland Schoon. Voor het ophalen van illegaal gestort afval is in de begroting bij afval € 10.000 begroot. Voor onkruidbestrijding is € 307.600 begroot in 2020. Voor het inhuren van een veegmachine is in 2020 € 231.200. Begraafplaatsen In Kerkrade bevinden zich 6 gemeentelijke begraafplaatsen. De begraafplaatsen zijn voor veel inwoners en bezoekers belangrijke plekken. Om die reden wordt de nodige aandacht besteed aan beheer en onderhoud. Het landelijke verbod op de toepassing van chemische onkruidbestrijding vergt extra personele capaciteit bij het onkruidvrij maken en houden van de begraafplaatsen. Dit gebeurt handmatig en door middel van onkruidbranders. Het onderhoud vindt ‘cyclisch’ plaats wat inhoudt dat de 6 begraafplaatsen beurtelings worden onderhouden met gebruikmaking van een mobiele schaftwagen en bijbehorend materieel. De huidige werkwijze is ook in 2020 voortgezet en in de periode rond Allerheiligen extra geïntensiveerd. Voor het onderhouden van de gemeentelijke begraafplaatsen is in 2020 € 51.000 begroot. Voor het ruimen van graven en sociale begraving is een budget van € 36.000 beschikbaar in 2020. Voor grafrechten is in 2020 € 45.000 begroot.
Na-ijlende effecten steenkoolwinning Voor de jaren 2017 t/m 2021 is een uitvoeringsprogramma opgesteld om met Rijksgelden, die via de provincie beschikbaar gesteld worden, maatregelen uit te voeren. Het uitvoeringsprogramma behelst onder 58
andere het opsporen van 59 historische schachten, sanering van historische schachten en sanering van een viertal industriële schachten. Tot eind 2020 zijn 18 historische schachten gevonden en zijn 5 schachten gesaneerd. Daarnaast heeft in 2020 de sanering plaatsgevonden van het zinkgat dat naij kasteel Erenstein gevallen is. De sanering is in de laatste dagen van 2020 afgerond. Technisch voorbereid is de sanering van de industriële schacht Willem-II op de hoek Domaniale Mijnstraat/Nieuwstraat. De sanering zal begin 2021 aanbesteed worden met een gewenste afronding van werkzaamheden in het lopende jaar. Bovendien is in 2020 aandacht besteed aan inspectie en monitoring van reeds gevonden schachten en is onderzoek verricht naar het mogelijk vrijkomen van mijngas. Dit onderzoek wordt in 2021 voortgezet. In totaal is voor de vijf genoemde subsidiejaren een bedrag van ruim € 6,2 miljoen beschikbaar. BAG, BGT en BRO De BAG, BGT en BRO maken onderdeel uit van het stelsel van basisregistraties. De gemeente is bronhouder van deze basisregistraties en daarmee verantwoordelijk voor het opnemen van de juiste gegevens en voor de kwaliteit van deze gegevens in deze basisregistraties. De BAG bevat informatie over panden, verblijfsobjecten, standplaatsen, nummeraanduidingen, openbare ruimtes en woonplaatsen.
In de BGT worden alle objecten zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en groen op een eenduidige manier vastgelegd. In de BRO worden de gegevens over de ondergrond gefaseerd over diverse tranches ingevoerd, beheerd en beschikbaar gesteld op één plek. Het college heeft wettelijke taken op het gebied van de BAG, BGT en BRO en voert deze in medebewind uit. Het college legt over de uitvoering van deze zaken eenmaal per jaar verantwoording af aan het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Dit gebeurt middels de Audit systematiek: de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Voor de BAG, BGT en BRO dient deze verantwoording afgelegd te worden middels een zelfevaluatie. Na het invullen van de zelfevaluatie vragenlijsten via de online ENSIA-tool worden de Verantwoordings-rapportages voor de BAG, BGT en BRO opgesteld. De evaluatie betreft de onderdelen “borging proces”, “tijdigheid”, “volledigheid” en “juistheid” en de score die de gemeente hierop heeft behaald. Op basis hiervan zijn ambtelijk verbetermaatregelen geformuleerd die door het College in de verantwoordingsrapportages worden vastgesteld zodat verantwoording kan worden afgelegd aan het Ministerie. De Raad wordt via de jaarrekening geïnformeerd over de resultaten van de verantwoording en verbeterpunten van de zelfevaluatie.
Eind 2020 is voor de drie basisregistraties de ENSIA-zelfevaluatie ingevuld over het jaar 2020 waarbij verbeterpunten zijn geformuleerd die door het College worden vastgesteld ter verantwoording aan het Ministerie en de Raad. De evaluaties laten voor de drie basisregistraties over 2020 samengevat het volgende beeld zien: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Gemeenten hebben van oudsher een vrij omvangrijke gegevenshuishouding te beheren. Met de decentralisaties van de voorbije decennia, is die huishouding alleen maar omvangrijker geworden. Bovendien zal met de komst van de Omgevingswet, de BAG-registratie nog zwaarder wegen qua inhoud en belang. De BAG zal, in samenhang met andere geo-gerelateerde basisregistraties, hét fundament vormen voor de Omgevingswet. Wil de gemeente in control blijven op de BAG, dan zal gezorgd moeten worden voor een professionele organisatie. De gemeente is als bronhouder immers verantwoordelijk voor het op orde hebben van de BAG. Dit zal niet alleen door burgers en bedrijven, maar ook door participerende ketenpartners van de gemeente worden verwacht. Uit de ENSIA zelfevaluatie 2020 is gebleken dat de uitvoering van de Wet BAG, het voldoen aan de wettelijke termijnen, de registratie van BAG-relevante objecten en het kwaliteitsbeheer over de juistheid van gegevens op voldoende wijze worden geborgd.
De verbetermaatregelen uit 2019 zijn in 2020 grotendeels gerealiseerd, waardoor de kwaliteit van de BAG een hoog niveau heeft bereikt. De in het verleden opgebouwde achterstanden, die voornamelijk tot stand zijn gekomen tijdens de initiële opbouw van de BAG, zijn in 2020 voor het grootste deel weggewerkt. Het proces rondom de verwerking van definitieve geometrie is op orde evenals de verwerkingstermijn van gegevens met indicatie ‘In onderzoek’. De uitval die in het kwaliteitsdashboard BAG wordt gesignaleerd, wordt maandelijks beoordeeld en verwerkt. Alle grondgebonden woningen en bijgebouwen worden jaarlijks door middel van mutatiesignalering aan de hand van luchtfoto’s gecontroleerd en met behulp van nieuw geïmplementeerde software verwerkt in de BAG. In 2021 zal dit verder worden uitgebreid tot alle panden op het gemeentelijk grondgebied inclusief stapelbouw en niet-woningen. In het kader van het project ‘Waarderen op 59
gebruiksoppervlakte bij WOZ-taxaties’ is in 2020 veel tijd besteed aan de synchronisatie van gegevens tussen BAG en WOZ. Daarbij zijn op basis van de vorengenoemde mutatiesignalering ca. 400 panden historisch verklaard, ca. 4.500 panden gewijzigd en is van ca. 4000 panden het bouwjaar bepaald om vervolgens te worden opgenomen in de BAG. Dit project loopt door in 2021, waarbij in samenhang met de WOZ van ca. 20.000 woningen de gebruiksoppervlakte zal worden gewijzigd. Als gevolg van een wetswijziging en de overgang naar BAG 2.0 dienen de processen rondom het BAGbeheer te worden geactualiseerd. Dit project zou in 2020 worden uitgevoerd, maar is inmiddels doorgeschoven naar 2021. Met het oog op de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verdienen de processen ten aanzien van vergunningvrij (ver)bouwen en de start- en gereedmeldingen vanuit Bouwtoezicht speciale aandacht. De komende jaren zullen voornamelijk in het teken staan van de doorontwikkeling naar de Samenhangende Objectenregistratie (SOR), de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) De uitvoerende taken (exclusief landmeten) en het beheer van de BGT zijn sinds medio 2017 uitbesteed aan het Gegevenshuis.
De evaluatie van de beantwoording van de vragen ENSIA door het Gegevenshuis toont ook over het jaar 2020 aan dat er in voldoende mate wordt voldaan aan de benoemde prestaties met betrekking tot de uitvoering van de BGT. Het afgelopen jaar heeft voornamelijk in het teken gestaan van het afronden van de transitie van de BGT waarbij de gemeente Kerkrade als bronhouder deze mijlpaal heeft behaald. Naast het beheer van de BGT door het Gegevenshuis dienen alsnog de interne BGT werkprocessen bij de gemeente Kerkrade en de BGT werkprocessen bij het Gegevenshuis vastgelegd en geborgd te worden voor de eindverantwoordingsrapportage van de ENSIA. Aandachtspunten liggen daarom ook voor 2021 voornamelijk op het gebied van de structurele borging van de BGT in de gemeentelijke organisatie, het inventariseren en vastleggen van interne BGT processen, de verdere synchronisatie met het Gegevenshuis en het realiseren van koppelingen tussen de BGT, de BAG, de WOZ en de BOR (Beheer Openbare Ruimte). Eind 2019, begin 2020 is er een monitoring en analyse van de BGT uitgevoerd door een extern bureau met als doel om te komen tot een betere procesmatige werking van het beheer van de BGT. De aanbevelingen uit dit rapport komen op hoofdlijnen overeen met de geformuleerde verbetermaatregelen uit de eindverantwoordingsrapportages ENSIA 2020 en 2019.
De geformuleerde aanbevelingen en verbetermaatregelen dienen daarom in 2021 zoveel mogelijk opgepakt te worden. Basisregistratie Ondergrond (BRO) De BRO is op 1 januari 2018 ingevoerd. De resultaten van de ENSIA over 2018 zijn in 2019 gebruikt als handvatten voor de correcte implementatie. In 2019 zijn de verbetermaatregelen voor de BRO grotendeels gerealiseerd, onder andere met behulp van het ondersteuningstraject “Ondersteuning implementatie BRO”. In 2019 en 2020 zijn geotechnische gegevens van respectievelijk 1 en 2 locaties aan de BRO geleverd. Van een 3e locatie uit 2020 moeten de gegevens nog van het adviesbureau worden ontvangen, dit is bij het betreffende bureau uitgezet. In 2020 heeft interne voorlichting plaatsgevonden aan betrokken medewerkers over aanlevering van gegevens door de gemeente aan de BRO. Dit zal in 2021 en volgende jaren regelmatig worden herhaald om dit onderwerp onder de aandacht te houden. Daarnaast houdt de gemeente zicht op de verdere uitrol van de BRO (derde tranche gegevens geologisch onderzoek zoals mijnschachten) en worden de noodzakelijke acties hiertoe binnen de organisatie uitgezet. Daarmee heeft het college de BROregistratie vormgeven voor zover de verplichting daartoe strekt. De geformuleerde verbetermaatregelen worden in 2021 binnen de mogelijkheden opgepakt.
Gezondheidsbeleid Met de uitvoering van het regionaal gezondheidsbeleid (Zuid Springt Eruit 2020-2023) wordt invulling gegeven aan de ambitie tot het realiseren van een trendbreuk in de jarenlange hardnekkige 60
gezondheidsachterstanden. Hierbij staan preventie en vroeg-signalering centraal. Evenals een intensivering en versterking van de samenwerking tussen partners. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) levert als kernpartner een belangrijke bijdrage aan de Trendbreuk-ambitie. In 2020 is hiertoe gestart met het vormgeven van het lokaal knooppunt kansrijke start gericht op samenhangende zorg voor kwetsbare zwangeren en kwetsbare jonge ouders door integrale samenwerking tussen partners vanuit het medisch en sociaal domein in de prenatale en postnatale fase. Onderdeel van Kansrijke Start zijn o.a. Nu Niet Zwanger, VoorZorg en Stevig Ouderschap. Daarnaast zorgt een nieuwe vorm van verloskundige zorg, Centering Pregnancy voor groepsbijeenkomsten in plaats van traditionele 1 op 1 consulenten. Er is specifiek aandacht voor het leren van elkaar, community building en onderlinge steun en empowerment. Veilig Thuis De regiovisie Geweld hoort nergens Thuis is vastgesteld voor de periode 2020-2023 en beschrijft hoe de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA) vorm krijgt in de samenwerking tussen professionals en organisaties in Zuid-Limburg. Covid-19 In 2020 is programma 7 als gevolg van COVID-19 mogelijk geconfronteerd met meerkosten Rd-4. Deze zijn thans nog niet bekend.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren 7. Volksgezondheid en milieu Omschrijving
Bron
Eenheid
Periode
Kerkrade Nederland
Limburg
Omvang huishoudelijk restafval
CBS
Kg /inwoner
2019
141
163
123
Hernieuwbare elektriciteit
RWS
%
2018
3,9
17,6
5,4
Overige indicatoren
7. Volksgezondheid en milieu Omschrijving
Bron
Kosten kwijtschelding i.r.t. kst afvalverwerk. Kosten kwijtschelding i.r.t. kst riolering
Eenheid
2016
2017
2018
2019
2020
BsgW / afd. Milieu % en Bouwen
9,7
10,8
10,5
8,1
6,8
BsGW / afd. Stedelijk Beheer
%
9,4
10,6
11,3
11,8
8,8
Eigen oordeel matige Burgeronderzoek of slechte gezondheid
%
Aangeboden restafval Aangeboden GFT
Rd4-monitor
tonnage
7.263
7.068
6.582
6.415
6.860
Rd4-monitor
tonnage
4.445
4.576
4.883
5.018
5.645
24
61
24
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
A. Algemeen Omschrijving van het programma Het scheppen van optimale condities voor het woningaanbod en de woon- en leefomgeving alsook een wervend vestigingsklimaat. Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen (§3) en Grondbeleid (§7). Taakvelden • 8.1 Ruimtelijke ordening • 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) • 8.3 Wonen en bouwen
B. Speerpunten van beleid Versoepeling van de doorstroom in de lokale woningmarkt Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 In 2020 is uitvoering gegeven aan het vigerend woonbeleid: ‘Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (28 september 2016)’ en de ‘Regionale Woonvisie Parkstad Limburg, Lokale woonvisie gemeente Kerkrade 2017-2021 (april 2017)’ en de jaarlijks prestatieafspraken met de woningcorporaties. Binnen de volgende thema’s zijn in 2020 onderstaande activiteiten uitgevoerd: 1. Wonen en zorg: (dit thema wordt in nauwe samenwerking met de sector MAZO uitgevoerd) Op regionaal niveau is eind 2020 een onderzoek opgeleverd waarin nader onderzoek is gedaan naar de woningbehoefte voor senioren, onderverdeeld per gemeente. 62
-
De woningcorporaties HEEMwonen, Wonen Zuid en Wonen Limburg hebben in 2020 onderzoek verricht naar de levensloopbestendigheid van hun woningvoorraad in Kerkrade. Daarbij is tevens onderzocht welke woningen levensloopbestendig c.q. geschikt te maken zijn in de toekomst. Zowel het rapport als de informatie van de woningcorporaties over hun woningvoorraad, zullen gebruikt worden voor het ontwikkelen van nieuw beleid, o.a. voor de woonzorgvisie waarmee in 2021 gestart zal worden. In het najaar van 2020 is in de wijk Eygelshoven de pilot ‘Langer Thuis’ gestart. De pilot richt zich op bewustwording inzake langer zelfstandig thuis wonen en woningaanpassingen voor particuliere eigenaren in de leeftijdscategorie 40-70 jaar. Dit is een samenwerking tussen de gemeente (MAZO) en Zuyd Hogeschool. Op landelijk niveau heeft gemeente Kerkrade mee gedaan aan een kennisontwikkelingstraject van Platform 31. Het doel van dit traject was om van elkaar te leren en ervaringen te delen. Het project in Eygelshoven wordt hier als ervaringsproject gedeeld. Dit traject is in januari 2021 afgerond. 2. Aanpak particuliere woningvoorraad: Met de corporaties zijn afspraken gemaakt om particulier bezit aan te kopen, vastgelegd in de regionale prestatieafspraken.
Concreet wordt in de wijk Rolduckerveld samen met corporatie Wonen Zuid gewerkt aan de aankoop van particuliere appartementen die tijdelijk verhuurd worden en vervolgens gesloopt. In 2020 zijn 22 woningen aangekocht. In 2019 waren reeds 107 woningen aangekocht. HEEMwonen en Wonen Limburg hebben in 2020 geen particuliere woningen aangekocht. Tevens is in 2020 in samenwerking met HEEMwonen een concept aanvraag Regiodeal opgesteld voor Bleijerheide die op 27 januari 2021 definitief is ingediend . 3. Aanpak plancapaciteit: Er is nog veel plancapaciteit in bestemmingsplannen aanwezig die onbenut zijn. De afgelopen jaren zijn in de bestemmingsplannen wijzigingsbevoegdheden opgenomen die het college van B&W de mogelijkheid geven om de onbenutte bouwtitels in te trekken. Dit is nog niet gebeurd, mede in afwachting van het provinciaal woonbeleid en de eventuele maatregelen die de provincie gaat nemen. 4. Aanpak kamerverhuur en woningsplitsing: Dit project is een aantal jaren lopende en wordt met name uitgevoerd vanuit Openbare Orde en Veiligheid. 5. Evaluatie SVWZL: De SVWZL is in 2020 geëvalueerd. De gemeenteraad is hier in juli 2020 van op de hoogte gesteld. De gemeenten in Zuid-Limburg hebben vervolgens samen gewerkt aan de uitwerking van de aanbevelingen.
Dit heeft geleid tot het nieuwe beleid verwoord in de memo ‘Bouwen naar behoefte’ en de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’. Beide documenten zijn door de gemeenteraad in december 2020 behandeld. De beleidsregel is op 24 december 2021 in werking getreden. 6. Prestatieafspraken: Zoals ieder jaar zijn ook in 2020 met de corporaties prestatieafspraken afgesloten en uitgevoerd voor de thema’s vastgoedontwikkeling, betaalbaarheid duurzaamheid, wonen & zorg en doelgroepen, leefbaarheid. Herstellen van de balans tussen koop- en huurwoningen Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 Zoveel als mogelijk is uitvoering gegeven aan het vigerend woonbeleid: ‘Structuurvisie Wonen ZuidLimburg (28 september 2016)’ en de ‘Regionale Woonvisie Parkstad Limburg, Lokale woonvisie gemeente Kerkrade 2017-2021 (april 2017)’ en de jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties. Er zal ook nadrukkelijk aandacht worden besteed aan leefbaarheid in de wijken. Ook hier zal samenwerking een nadrukkelijke rol spelen. Tevens zal er ook op bovenstaande thema’s (zie speerpunten) ingezet worden. Het project Rolduckerveld is een belangrijk project dat hier de komende jaren invulling aan zal geven. Er komen ook steeds meer geluiden dat er geen aantrekkelijke huisvesting is voor jongeren, terwijl zij wel graag in Kerkrade willen blijven wonen.
We willen hier de komende jaren nadrukkelijk aandacht voor hebben met als doel om jongeren voor Kerkrade te behouden. Een voorbeeld hiervan is dat de doelgroep studenten in het pand aan de Kloosterraderstraat 25 van de organisatie Live&Be wordt uitgebreid met young professionals. Dit is een pilotproject om te kijken hoe de behoefte is. De tijdelijke vergunning is eind 2020 aangevraagd en zal begin 2021 verleend worden. Daarnaast is in 2020 extra budget vrijgemaakt voor de Starterslening, waarbij het aankoopbedrag van de woning is verhoogd naar € 190.000. 63
Promoten van de verbeterde leefbaarheid van de stad onder de inwoners Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 In de Campagne ‘Beleef Kerkrade’ die in 2020 is voortgezet, is wonen en leefbaarheid een belangrijke marketingpijler. Realisatie van VIE Relatie met taakveld(en): 8.3 De gemeenteraad van de gemeente Kerkrade en Provinciale staten hebben in 2019 een positief besluit genomen m.b.t. de (co)financiering van het project Center Court Kerkrade, inmiddels omgedoopt naar Vie. IBA en de regio Parkstad Limburg hebben in 2020 een positief besluit genomen over de cofinanciering. De realisatie van Vie is in 2020 aangevangen en vordert gestaag. Op basis van de huidige inzichten wordt het gebouwencomplex Vie in de eerste helft van 2022 opgeleverd. Implementatie Omgevingswet Relatie met taakveld(en): 8.4 In het kader van de implementatie van de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking zal treden, gaat de gemeente de komende jaren op verschillende sporen (o.a. beleidsmatig, juridisch, facilitair o.a. informatievoorziening, burgerparticipatie, samenwerking) aan de slag. Inzet in 2020 was om flinke stappen te zetten voor de Omgevingswet in 2022. Eind 2019 is een nulmeting verricht om te bezien welke acties genomen moeten worden om de noodzakelijke onderdelen voor 1 januari 2022 gereed te hebben.
In 2020 is ingezet op de aanschaf van digitale applicaties in het kader van de Omgevingswet om aan te sluiten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). In dit geval software voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Squit 2020) en plansoftware met toepasbare regels (respectievelijk Tercera en Berkeley Bridge) voor het opstellen van een Omgevingsvisie en Omgevingsplan. Parallel hieraan is begin 2020 gestart met de gebiedsgerichte pilot (Kerkrade-Noord). Daarbij wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht om het fysieke en sociale domein te verbinden door werk- en praktijkervaring op te doen door te werken in de geest van de nieuwe Omgevingswet. De opgedane kennis en ervaring levert bouwstenen voor de nieuwe integrale planvormen en gemeentelijke regelgeving, zoals Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Omgevingsprogramma’s. Deze zullen de gemeentelijke structuurvisie inclusief de stadsdeelvisies, bestemmingsplannen, delen van de Algemene Plaatselijke Verordening, diverse andere verordeningen, delen van de regionale structuurvisie en beleidsstukken vervangen. De transitie moet uiterlijk (deels) voor 2025 (Omgevingsvisie) respectievelijk voor 2030 (Omgevingsplan) zijn afgerond.
De Omgevingswet maar meer nog de maatschappij vraagt om een samenhangende benadering en aanpak van het fysieke en sociale domein, andere rolverdelingen, een herverdeling van verantwoordelijkheden en anders werken van de gemeente. Samen met stakeholders wordt door middel van het opstarten van de pilot verkend en ervaren op welke wijze de gemeente en haar partners op een ander manier kunnen (samen)werken en welke nieuwe instrumenten ingezet worden voor maatschappelijke omgevingsvraagstukken.
C. Wat heeft het gekost? Exploitatie Volkshuisvesting, ruimtelijke 8 ordening en stedelijke vernieuwing
REK.
BEGR. Primair
2019
2020
REK.
1e formele bijstelling 2020
Actuele begroting 2020
2020
LASTEN 8.1 Ruimtelijke ordening
1.324
813
759
658
658
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
1.424
1.531
2.547
1.131
1.130
8.3 Wonen en bouwen
2.545
2.780
6.748
3.666
3.659
TOTAAL LASTEN
5.293
5.124
10.055
5.455
5.447
64
BATEN 8.1 Ruimtelijke ordening
450
49
447
442
442
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
1.898
1.775
2.461
1.254
1.252
8.3 Wonen en bouwen
2.150
1.849
4.979
2.123
2.401
TOTAAL BATEN
4.497
3.672
7.887
3.818
4.095
Investeringen Bedrag * € 1.000
Pr. Omschrijving
V/U¹ E/M²
Primaire raming krediet
Actuele raming Gevoteerd Besteed krediet
Restant krediet
I Reguliere investeringen 8 Vie - leven in beweging
u
m
0
3.725
3.725
2.261
0
8 Super Local infra
u
m
350
350
350
350
0
8 Transferium Gebiedsexploitatie 8 Rolduckerveld
u
e/m
700
0
0
0
0
u
m
0
500
500
443
0
v
-
0
200
200
200
0
1.050
4.775
4.775
3.254
0
III Leningen 8 Startersleningen Totaal Programma 8
¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.
D. Overige vermeldenswaardige zaken Ruimtelijke ordening De gemeente geeft uitvoering aan de gemeentelijke structuurvisie Kerkrade 2010-2020 (maart 2011) en dedrie stadsdeelvisies voor West (februari 2011), Oost I (december 2012) en Noord en Oost II (februari 2014). Een belangrijk item betreft de transformatieopgave (het onttrekken van 2.570 woningen uit de woningvoorraad tot 2030) van de Kerkraadse woningvoorraad (zie ook 8.3 Wonen en bouwen). Het betreft niet alleen de herstructurering van de woningvoorraad maar ook andere omgevingsvraagstukken die voor Kerkrade van belang zijn. Bijvoorbeeld het op peil houden van de leefbaarheid/veiligheid en het voorzieningenniveau in de woonwijken, de herstructurering van bedrijventerreinen (werkgelegenheid), realisatie van goede verbindingen, het versterken en benutten van het groen t.b.v. een aantrekkelijk woonmilieu en recreatieve mogelijkheden, uitvoering geven aan de energietransitie en het beschermen van het cultuurhistorisch erfgoed. De gemeente gaat verder met de actualisatie van de bestemmingsplannen. In 2019 zijn de volgende plannen ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Beitel-Locht Super local/Super Circular Estate (locatie hoogbouwflats Bleijerheide Carboonplein
29 januari 2020 vastgesteld 29 januari 2020 vastgesteld 29 januari 2020 vastgesteld
Rolduckerveld
Vaststelling voorzien rond de zomer 2021 (juli indien haalbaar) 16 dec 2020 vastgesteld
Parkwoningen 24 (Heilust)
65
Demografische ontwikkelingen (bevolkingsafname en verandering bevolkingssamenstelling) De regio Parkstad Limburg is, samen met Zeeland en Groningen, koploper in Nederland als het gaat om bevolkingsdaling. De bevolking in Kerkrade neemt sinds de jaren negentig af. In de periode 1995 tot en met 2020 met -13,6%. De daling zet zich op basis van de meest recente prognose (progneff 2019 update) geleidelijk verder voort met een afname van 6,9% tot 2030. Met name de verandering in de bevolkingssamenstelling (kleiner aandeel jeugd, groter aantal ouderen) is belangrijk. Het proces van ontgroening en vergrijzing zal zich in de komende jaren voortzetten. Daarnaast zal het aantal huishoudens geleidelijk afnemen met 4,3% tot 2030. Deze demografische veranderingen hebben een grote impact op de ontwikkeling van Kerkrade. In de berekeningen van de algemene uitkering is rekening gehouden met een dalend inwoneraantal en daarmee samenhangende maatstaven. Daarnaast treden nog allerlei andere effecten op. Zo zal door de nodige herstructurering het aantal woningen afnemen. Als gevolg van demografische ontwikkelingen en marktontwikkelingen kan de structurele leegstand van gebouwen (kantoren, retail, maatschappelijk vastgoed, bedrijfsgebouwen en woningen) verder toenemen.
Tevens zijn er minder opbrengsten uit belastingen, heffingen en leges (tenzij de tarieven evenredig stijgen) en ontstaan er nadelen voor de gesubsidieerde instellingen en toeristisch-recreatieve voorzieningen in termen van afname van het aantal leden en van bezoekers. Verder zullen publieke voorzieningen in de woonomgeving (verder) onder druk komen te staan en zal een verslechtering van de arbeidsmarkt (afname van de beroepsbevolking) kunnen optreden die onvoldoende aansluit op de vraag. Tevens zal er sprake zijn van “kostenremanentie”. Het in stand houden van de infrastructuur, rioleringen, openbare ruimte en voorzieningen zal steeds moelijker worden omdat het aantal gebruikers geleidelijk zal afnemen. Hierdoor zal de financiële last voor beheer en onderhoud van infrastructuur, rioleringen, openbare ruimte en voorzieningen per inwoner (verder) gaan toenemen. Kwantificering van het deel "Kerkrade" in de regiobreed optredende problematiek is gelet op de complexiteit en veelheid aan nog mogelijke scenario's, over een lange periode vooralsnog niet mogelijk. Wel wordt in regionaal verband m.n. middels het uitvoeringsprogramma IBA Parkstad 2016-2022 en de Decentralisatie-Uitkering Bevolkingsdaling (20162020) een extra bijdrage gegeven aan het aanpakken van de (gevolgen van de) bevolkingskrimp.
De Regiodeal Parkstad Limburg 2019-2022 heeft in 2020 hier een verdere impuls aan gegeven. Tot slot wordt bij nieuwe besluiten en nieuw beleid ook al zoveel mogelijk rekening gehouden met de effecten van de bevolkingsontwikkeling. Transferium Inmiddels zijn de panden Industriestraat 45, 49-51 en 53 gesloopt. Industriestraat 41 moet nog gesloopt worden. De locatie, transferium is in eigendom behoudens Industriestraat 47. De onderhandelingen verlopen hier moeizaam. In oktober 2020 vervalt de spoorwegovergang Hambosweg. Inmiddels is op verzoek van de provincie Limburg door ProRail de termijn met een jaar naar achteren geschoven zijnde oktober 2021. Voor oktober 2021 zal er duidelijkheid moeten zijn over de doortrekking van de Heuvellandlijn. Op het moment dat de overweg zijn status verliest zal in een nieuwe situatie de overweg ongelijkvloers moeten worden aangelegd. Gezien de plaatselijke omstandigheden is dit een zeer dure oplossing waardoor de doortrekking van de Heuvellandlijn een nagenoeg onmogelijke opgave wordt. Op het moment dat duidelijkheid ontstaat over de doortrekking kan ook de herstructurering van de locatie worden opgepakt. Rolduckerveld In november 2019 is de financiering van de gebiedsontwikkeling Rolduckerveld door de raad bekrachtigd en is gestart met de eerste ingrepen in het gebied.
Het jaar 2020 stond met name in het teken van de voorbereiding en verdere uitwerking van de woningbouwplannen, herinrichting openbare ruimte en het sociaal programma. Vanuit de uitgewerkte fysieke plannen is de vertaalslag gemaakt naar een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied hetgeen in het eerste kwartaal van 2021 als ontwerp bestemmingsplan zal worden gepubliceerd. Vanuit de afdeling Maatschappelijke zorg is een specifiek uitvoeringsprogramma Rolduckerveld samengesteld dat gelinkt is aan het Uitvoeringsprogramma VIE. Het uitvoeringsprogramma zal in januari 2021 ter vaststelling worden voorgelegd aan de raad. Ondanks de Corona crises is in 2020 sterk ingezet op participatie met bewoners en belanghebbenden uit het gebied. Vanuit de Denktank Rolduckerveld zijn werkgroepen aan de slag gegaan en inmiddels is er een buurtpreventieteam operationeel en is een schetsplan voor de inrichting van de openbare ruimte uitgewerkt. 66
In samenwerking met “de positieve stad” worden steeds weer nieuwe initiatieven opgestart waarbij het de betrokkenheid van bewoners gestaag toeneemt. Ook wordt sterk ingezet op het informeren van bewoners over de plannen middels periodieke nieuwsbrieven en via social media. De uitvoering van de gebiedsontwikkeling ligt goed op koers. Wonen en Zorg Een van de speerpunten genoemd in het programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing is het thema wonen en zorg. Wonen, zorg en welzijn komen steeds meer samen in onze woningen en in de woonomgeving. Het gaat hierbij om senioren die langer thuis moeten blijven wonen en door hun ouderdom meer verzorging en aanpassingen in huis nodig hebben. Daarnaast gaat het om mensen die kwetsbaar zijn en extra hulp nodig hebben, evenals kwetsbare burgers die vanuit beschermd wonen of een maatschappelijke opvang uitstromen naar een reguliere woning. En dan zijn er nog andere bijzondere doelgroepen die eveneens gehuisvest moeten worden, zoals de vergunninghouders en kenniswerkers. Gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties maken jaarlijks regionale en lokale prestatieafspraken over de bijdragen die partijen leveren aan de volkshuisvestelijke opgave in de gemeente. In deze afspraken ligt de nadruk dan ook steeds meer op afspraken rondom de zorg en aandacht voor bijzondere doelgroepen: o.a.
betaalbaarheid, beschikbaarheid, vroegsignalering, WMOuitvoeringsafpraken. De sector MAZO is vanuit de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van deze opgaven, in nauwe samenwerking met de sector SOB. Covid-19 In 2020 is programma 8 als gevolg van COVID-19 niet geconfronteerd met meer of minder kosten of opbrengsten.
E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren 8. Bestuur en ondersteuning Omschrijving
Bron
Eenheid
Periode
Gemiddelde WOZwaarde Nieuw gebouwde woningen Demografische druk
CBS
€ 1.000
2020
152
270
215
BAG
Aantal per 1.000 woningen %
2020
3
8,8
5,2
2020
73,7
70
73,1
€
2020
759
700
734
€
2020
829
773
801
2018
2019
2020
CBS
Gemeenschappelijke COELO woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeenschappelijke COELO woonlasten meerpersoonshuishouden
Kerkrade Nederland
Limburg
Overige indicatoren
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Omschrijving
Bron
Alg. kwaliteit vd woonomgeving
Burgeronderzoek score 0-10
Gesloopte woningen
BAG
Toegevoegde woningen: - nieuwbouw
BAG
- verbouw
Eenheid
2016
2017 6,8
7,0
aantal
23
105
300
6
-
aantal
28
93
23
59
32
aantal
19
8
11
6
88
67
68
Paragrafen
69
§1. Lokale heffingen
Algemeen In deze paragraaf treft u een beknopte uiteenzetting aan van het beleid en de opbrengsten uit gemeentelijke heffingen en leges. In de jaarlijkse Tarievennota zijn de tarieven, uitgangspunten en ontwikkelingen opgenomen.
a. Beleid lokale heffingen en kwijtscheldingen Actuele ontwikkelingen
Lokaal belastinggebied VNG pleit voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Op dit moment zijn gemeenten, voor wat betreft hun inkomsten, veelal afhankelijk van het Rijk. Bovendien biedt een groter lokaal belastinggebied betere mogelijkheden om keuzes te maken en verantwoording aan de kiezers af te leggen. Op 1 mei 2020 is het rapport "Bouwstenen voor een beter belastingstelsel" gepubliceerd. In dit rapport zijn meerdere beleidsopties uitgewerkt. Het gaat om beleidsopties die zijn voorgesteld door ambtenaren van het Ministerie van Financiën en waarvan door een volgend kabinet gebruik kan worden gemaakt. Het ligt voor de hand dat de uitgewerkte beleidsopties door het nieuwe kabinet worden opgepakt. Bovendien is de kans aanwezig 71
dat een verruiming van het lokaal belastinggebied niet los gezien kan worden van de vergroting en de herverdeling van het gemeentefonds. Waarderen op gebruiksoppervlakte Er bestaat een wettelijke verplichting dat de WOZ-waarde van woningen per 2022 gebaseerd is op gebruiksoppervlakte in plaats van inhoud. Dit is een omvangrijk project waarbij de gemeente een groot deel van de uitvoering bij BsGW heeft belegd. De jaren 2019 en 2020 zijn met name de jaren dat de aanpassingen hebben plaatsgevonden. In het jaar 2021 zal worden proefgedraaid en zullen de afsluitende controles plaatsvinden. De Waarderingskamer toetst de kwaliteit. COVID-19 De corona pandemie heeft vergaande financiële gevolgen. Met name ondernemers zijn hard geraakt. De gemeente heeft op verscheidene wijzen de ondernemers proberen te ondersteunen door uitstel van betaling te verlenen en coulant om te gaan met verzoeken hieromtrent. De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tijdelijk verlaagd. Tevens is in 2020 de precario-heffing en reclamebelasting verlaagd naar € 0. Tarieven Tarievennota De tarieven voor 2020 zijn door de raad vastgesteld middels de Tarievennota 2020 (raad december 2019). Daartoe is in het najaar van 2019 een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de voor de tarieven relevante gegevens, mede op basis van alle gegevens die op dat moment beschikbaar waren.
Er is sprake van een doorlopende ontwikkeling, o.a. als gevolg van definitieve afronding taxatieprocessen (WOZ) en bezwaar/beroep. Voor een toelichting op de diverse belastingen en heffingen wordt verwezen naar de jaarlijkse Tarievennota. De tarieven van Precariobelasting en Reclamebelasting zijn bij raadsbesluit alsnog verlaagd naar € 0. Kostendekkendheid Bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing is het principe van 100% kostendekkendheid gevolgd. Kostendekkendheid RIOLERING Directe kosten* Kapitaallasten Doorbelastingen vanuit andere taken** Storting in voorziening Totaal kosten Rioolheffing Onttrekking aan voorziening Totaal opbrengsten Saldo
2020 1.302 2.154 1.812 109 5.377 5.377 0 5.377 0
* Dit betreft kosten van inspecties en onderhoud (€ 738.000), BsGW (€ 173.000), waterschapslasten (€ 62.000), kolkenzuigen Rd4 (€ 50.000), ongediertebestrijding (€ 43.000), recognities (€ 38.000), en overige kosten (€ 198.000). ** Dit betreft overhead salarissen (€ 848.000), straatreiniging (€ 408.000), kwijtschelding (€ 473.000) en (toerekening) compensabele btw (€ 83.000) Kostendekkendheid AFVAL Directe kosten* Doorbelastingen vanuit andere taken** Storting in reserve Totaal kosten
2020 4.224 1.479 360 6.063
Afvalstoffenheffing - vastrecht
4.061 72
Afvalstoffenheffing - variabele opbrengst
1.975
Overige opbrengsten Onttrekking aan reserve
27
Totaal opbrengsten Saldo
6.063 0
* Dit betreft kosten Rd4 (€ 3.897.000), kosten diensten derden (€ 51.000) en kosten BsGW (€ 276.000). ** Dit betreft overhead (€ 354.000), straatreiniging (€ 93.000), kwijtschelding (€ 389.000) en (toerekening) compensabele btw (€ 643.000). Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door BsGW. Bij het kwijtscheldingsbeleid wordt de maximale toegestane norm gehanteerd, te weten 100% van de bijstandsnorm (landelijke minimale norm is 90%). De kwijtscheldingsregeling beperkt zich tot de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing (vast tarief) en het rioolrecht. Voor het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding worden de criteria van de Invorderingswet 1990 gehanteerd. Vanwege het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid, worden de kosten van kwijtschelding voor riool en afval evenredig doorbelast.
b. Gerealiseerde opbrengsten uit heffingen (overzicht op hoofdlijnen) Bedrag * €1.000
Taakveld 0.2
Opm. 3
2020 Leges persoonsdoc., burg.stand, rij/reisdocumenten
362
0.61 / 0.62 1
Onroerendezaakbelastingen
0.63 / 2.2
1, 4
Parkeergelden/boetes/vergunningen
339
0.64
1
Hondenbelasting
441
0.64
1, 5
Reclamebelasting
10
0.64
1, 5
Precariorechten
2
1.2
Diverse leges uitvoering bijzondere wetten
34
3.3
Marktgelden en marktpromotiegelden
81
Toeristenbelasting en retributies GaiaZoo
230
3.4
1
3.4
13.110
Kermissen
-
7.2
2
Rioolheffing
5.369
7.3
2
Afvalstoffenheffing
6.035
7.5
Lijkbezorgingsrechten
60
8.3
Leges omgevingsvergunning
937
Div.
Diverse leges
39
Totaal
27.050
1. Niet bestedingsgebonden en geen eisen m.b.t. kostendekkendheid. Voor wat betreft reclamebelasting komen de middelen ten goede aan de ondernemers in het centrum. 2. Verloopt budgettair neutraal via de voorziening riolen resp. egalisatiereserve afvalverwerking. 3. Onder aftrek van de af te dragen rijksleges. 4. Inclusief opbrengsten parkeergarages welke privaatrechtelijk worden geïnd. 5. Opbrengsten hebben betrekking op eerdere jaren.
c. Lokale lastendruk De lokale lastendruk betreft met name de woonlasten voor de burger. Het BBV verplicht de opname van een zgn. "basisset beleidsindicatoren". In die basisset zijn bij taakveld 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke 73
ordening en stedelijke vernieuwing enkele voor de lokale lastendruk relevante indicatoren opgenomen. Als bronhouder hanteert de gemeente Kerkrade "Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden" (COELO). COELO bezit een hoge actualiteitswaarde en wordt ook gebruikt in de genoemde landelijke basisset beleidsindicatoren. De woonlasten omvatten de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing (vastrecht en diftar). De lokale lastendruk 2020 is door COELO gemiddeld becijferd op € 829 voor een Kerkraads gezin (woonlasten eigenaar-bewoner, meerpersoonshuishouden). Volgens COELO is dit landelijk gemiddeld €773 en in Limburg gemiddeld €802. Een overzicht van de lokale woonlasten (COELO) is opgenomen in onderstaande tabel. Tevens wordt opgemerkt dat in de landelijke cijfers van de basisset (COELO) op onderdelen standaard uitgangspunten worden gehanteerd voor de berekeningen, o.a. bij het hanteren van DIFTAR. De uiteindelijke lastendruk kan achteraf derhalve anders uitvallen. In Kerkrade zijn er bijvoorbeeld, in verband met het ledigingsschema van de RD4, minder ledigingen mogelijk dan waar COELO standaard van uitgaat.
Jaar 2020 Beekdaelen Brunssum Heerlen Landgraaf Kerkrade Simpelveld Voerendaal
Bedrag * € 1 voor meerpersoonshuishouden Rioolheffing Afval/ Gem. OZB reinigingsheffing woningen 305 282 335 232 259 300 166 322 298 251 249 309 227 288 314 247 260 377 295 269 403
Woonlasten 922 791 786 809 829 884 967
De link naar de lokale lastenmeter is https://kerkrade.lokalelastenmeter.nl/.
74
§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen Deze paragraaf bevat een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico's, het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s, diverse kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in een incidentele en structurele component. Onder de incidentele component wordt verstaan de algemene reserve, de post onvoorzien incidenteel, de stille reserves en de incidentele begrotingsruimte. Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Onder de structurele component wordt verstaan de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien structureel en de structurele begrotingsruimte.
a. Weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen is voor de rekening 2020 weergegeven in onderstaande tabel. De ratio is het resultaat van de verhouding tussen de (in onderdeel b. Weerstandscapaciteit) berekende weerstandscapaciteit en de (in onderdeel c. Risico’s) gekwantificeerde restrisico’s. 2020 Ratio weerstandsvermogen
1,36
De norm die de gemeente Kerkrade hanteert is gebaseerd op de risicomatrix van de Universiteit Twente welke ook gebruikt wordt in het GTK. Er is geen landelijke “norm” waaraan voldaan moet worden; de matrix geeft alleen een relatieve indicatie waarbij waarderingsscore A het hoogst haalbare is en waarderingsscore F de slechtste score is.
75
Waarderingsscore A B C D E F
Ratio >= 2.0 1.4 < 2.0 1.0 < 1.4 0.8 < 1.0 0.6 < 0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De gemeente Kerkrade neemt op die schaal als (gewenst) risicoprofiel een middenpositie in: risico’s worden voor zover mogelijk vermeden of afgedekt. Anderzijds moet een ondernemende gemeente risico’s durven te nemen en kan het vormen van reserves geen doel op zich zijn. Conform bovenstaande tabel is het weerstandsvermogen van de gemeente Kerkrade in 2020 voldoende.
b. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is voor de rekening 2020 weergegeven in onderstaande tabel. Algemene Reserve Bedrag * € 1.000 per ultimo jaar Algemene Reserve Algemene Reserve OBK Reserve parkeerfonds exploitatie (vrije ruimte, incl. resultaat 2020) Totaal
2020 5.215 343 3.970 9.528
Voor wat betreft de algemene reserve geldt dat er sprake is van een bepaalde omvang, bijvoorbeeld om een negatief jaarrekeningresultaat op te kunnen vangen, een zgn. ondergrens. Opgemerkt wordt dat in de huidige meerjarenraming de algemene reserve structureel versterkt wordt door middel van jaarlijkse stortingen, dit heeft een positief effect op de weerstandscapaciteit. Stille reserves Van stille reserves is sprake indien de reële marktwaarde van de activa (bezittingen) de boekwaarde daarvan overstijgt. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het bezit al geheel of gedeeltelijk afgeschreven is, maar nog wel bruikbaar voor een geïnteresseerde koper. Vaak worden als stille reserves genoemd gronden, gebouwen en aandelen. Praktisch gezien moeten deze bezittingen ook verkoopbaar zijn, willen zij dienen als weerstandsvermogen. Als dat zo is, doet zich tot slot nog het probleem voor van waardebepaling. De gemeente Kerkrade heeft nog diverse gronden, gebouwen en aandelen in bezit waarvan de marktwaarde de boekwaarde zou kunnen overstijgen. De meeste daarvan zijn echter niet verkoopbaar, bijvoorbeeld de gronden in een als zodanig aangewezen groengebied, het raadhuis of het stadskantoor. In het verleden zijn verkoopbare stukken groen en gebouwen die als niet-strategisch werden beschouwd reeds gedeeltelijk afgestoten. Deze beleidslijn wordt doorlopend voortgezet.
Er is geen sprake van een bedrag uit stille reserves dat bij de weerstandscapaciteit wordt betrokken. Begrotingssaldo Niet van toepassing in de rekening. Onvoorzien en onvermijdbaar In de begroting is in de exploitatie opgenomen de jaarlijkse post “onvoorzien”. Dit betreft een structurele post van in totaliteit € 228.000. Daarnaast is in het investeringsprogramma een jaarlijkse post “onvermijdbaar” opgenomen van € 58.000. Dit vergroot de beschikbare middelen voor onvoorziene omstandigheden. Deze posten kunnen worden ingezet ten behoeve van de dekking van de in de loop van het jaar opkomende incidentele niet voorziene uitgaven resp. investeringen. In de bijlage 'Overige risico's' van dit document is een tabel opgenomen waaruit blijkt dat deze bedragen separaat worden meegenomen ter afdekking van de risico’s van de bedrijfsvoering c.q. het dagelijks handelen. Ze worden daarom niet nog eens betrokken bij de weerstandscapaciteit.
76
Onbenutte belastingcapaciteit Indien er ruimte bestaat om belastingen en heffingen te verhogen, betekent dit een mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. Deze mogelijke extra ruimte wordt vooralsnog buiten beschouwing gelaten voor de berekening van het weerstandsvermogen. Meer informatie over de lastendruk is jaarlijks opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen van de begroting en rekening. Overig Daarnaast zijn er nog twee posten die niet tot de weerstandscapaciteit gerekend mogen worden, maar wel op hun eigen wijze een risico afdekking vormen, te weten: bestemmingsreserves en voorzieningen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 43 BBV). Bestemmingsreserves worden niet gekwalificeerd als weerstandscapaciteit. Deze worden dus niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Een andere aanwending van betreffende reserves kán namelijk beleidsmatige en/of financiële gevolgen hebben omdat er veelal sprake is van verplichtingen of bijvoorbeeld omdat zij een egaliserende werking hebben. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s die redelijkerwijs te schatten zijn en die hun oorsprong vinden in het huidige of eerdere begrotingsjaren.
Een voorziening moet groot genoeg zijn om het risico of de verplichting te dekken, dus niet te laag, maar ook niet te hoog. Derhalve worden voorzieningen in beginsel niet gerekend tot de weerstandscapaciteit.
c. Risico's Een risico is een gebeurtenis die een (negatief) gevolg voor de gemeente met zich mee kan brengen. Per risico wordt aangegeven of sprake is van een reeds bestaande dekking. Indien de bestaande dekking voldoende wordt geacht, vindt geen kwantificering plaats. Het eventuele (rest)risico word gekwantificeerd. Het rapporteren over risico's in de rekening is in die zin anders, omdat een risico zich voor kan doen in de toekomst en de rekening over het afgelopen boekjaar gaan. De risico's worden daarom altijd op de lange termijn bekeken, nu gelijk aan de Begroting 2021 over de jaren 2021 t/m 2024. De gekwantificeerde risico's die van belang zijn voor de berekening van het weerstandsvermogen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Bedrag * € 1.000 Risico's Algemene uitkering (excl. SD) Sociaal domein Ontwikkelings-bedrijf Kerkrade (OBK) Stadion (PLS) / Roda JC Beheer kapitaalgoederen Algemeen Totaal
1.200 1.200 0 1.600 1.000 2.000 7.000
Enkele overige risico’s o.a. van de bedrijfsvoering c.q. het dagelijks handelen en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan zijn opgenomen in de bijlage §2. Weerstandsvermogen: 'Overige risico's' van de Rekening. Hieronder volgt een opsomming van de geïdentificeerde risico's. Algemene uitkering (AU) excl. Sociaal Domein (SD) Toelichting De gevolgen van de circulaires worden steeds vertaald naar de (meer)jarenbegroting. Afhankelijk van de ontwikkelingen op rijksniveau betekent dit tegenvallers dan wel meevallers. Dit kan gepaard gaan met fluctuaties. Voor de AU sec zijn over de periode VJN15 - BEG21 de historische fluctuaties over de 77
verschillende jaarschijven bezien circa -/- € 1,2 tot + € 1,5 mln., met daarbij enkele (positieve en negatieve) uitschieters die nog extremer waren. Overigens heeft ook de VNG gepleit voor meer stabiliteit. Momenteel werken het ministerie van BZK en Financiën, de VNG en de ROB samen aan de herijking van het gemeentefonds. De invoering hiervan staat gepland voor 2023. De exacte impact hiervan op de fluctuaties is thans nog niet bekend. Reeds bestaande dekking / maatregelen Bij de berekeningen van de AU wordt steeds uitgegaan van de meest actuele basisgegevens. De fluctuaties houden derhalve vooral verband met (onverwachte) rijksmaatregelen en ontwikkelingen, welke via de “trapop-trap-af”-systematiek doorwerken op het niveau van de gemeente. In meerjarig opzicht kan worden geanticipeerd op eventuele nieuwe negatieve reeksen. Voor de korte termijn is dit niet goed mogelijk. Kwantificering (rest)risico In lijn met de historische negatieve fluctuaties gaan wij uit van een bedrag van afgerond € 1,2 mln., zijnde circa 2% van de (huidige) algemene uitkering exclusief SD en de coronacompensaties. Het sociaal domein wordt apart als risico gekwantificeerd. Opgemerkt zij dat er in de referentieperiode ook positieve fluctuaties waren. Sociaal Domein incl.
Wsw, inkomensdeel, 3Ds, minimabeleid, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening Toelichting Naast de decentralisaties Jeugd, Wmo 2015 en Participatie worden ook de overschotten dan wel tekorten van het inkomensdeel, Wmo HhH, schuldhulpverlening, bijzondere bijstand en het minimabeleid verrekend met de reserve SD. Gemiddeld genomen was de daling van de reserve SD in de periode 20152020 € 1,2 mln. per jaar. De tekorten hebben te maken met zowel effecten aan de uitgavenkant en aan de inkomstenkant. Genoemd kunnen worden het open-einde karakter van diverse regelingen en volumeontwikkelingen, maar ook op het voorhand inboeken van ‘efficiencykortingen’ door het Rijk bij het overdragen van taken. Reeds bestaande dekking / maatregelen Waar direct bij de overgang van taken de aandacht vooral lag op de continuïteit van de zorg en het ‘aansluiten’ van de onderliggende overgedragen bestanden, is er thans een verder toenemende aandacht voor de ‘control’ en beheersing van de uitgaven. Indien er afwijkingen ontstaan of de kans op tekorten toeneemt wordt er geanticipeerd en stappen genomen om dit te mitigeren. In 2020 zijn daartoe verdere stappen gezet door het kernteam Jeugd en is een 213A onderzoek afgerond naar de bedrijfsvoering rondom de Jeugdhulp.
Periodiek wordt de raadscommissie B&S over de ontwikkelingen en de kwantitatieve omvang van de risico’s geïnformeerd via de management rapportages. Kwantificering (rest)risico Er zal sprake blijven van fluctuaties aan zowel de inkomsten- als uitgavenkant. Er blijft dan ook sprake van risico’s. Het realiseren van ombuigingen in het sociaal domein kost tijd. Daarentegen zal de beoogde transformatie steeds meer vorm kunnen krijgen en is er ook toenemende aandacht voor de beheersing en control. Wij nemen gelet op de historische reeks een bedrag van € 1,2 mln. mee voor het sociaal domein als geheel. Ontwikkelings-bedrijf Kerkrade (OBK) Toelichting Het grondbeleid volgt het ruimtelijk beleid en richt zich daarmee op het ontwikkelingsprogramma woningbouw en op het ontwikkelingsprogramma bedrijventerreinen. De resultaten van het Grondbedrijf betreffen de winsten en verliezen uit grondexploitaties. Er ligt een opgave om in de periode 2021-2024 een bedrag van circa € 0,7 mln. aan resultaten te realiseren. Hier kunnen zich bepaalde risico’s voordoen. Er kan sprake zijn van tegenvallers aan de inkomstenkant maar ook aan de uitgavenkant. Een nadere toelichting op de (risico’s van de) grondexploitatie treft u aan in de paragraaf grondbeleid.