CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen behorende bij bijlage 7. - TAM-omgevingsplan woningbouw Erpostraat 1 - Holzstraat 19A_ 20250603_Bijlagen bij Motivering_20250603

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit TAM-IMRO Erpostraat-Holzstraat24.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25690.003 versie 2

gebruik als groen (zie kaart 3). De eigenaar/gebruikers zijn bij Econsultancy onbekend. De omliggende percelen zijn in gebruik als openbare weg, bebouwd en openbaar groen. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Kerkrade Oost III (vastgesteld 29 oktober 2014). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 (noordelijk deel) en Waarde Archeologie 4 (zuidelijke deel). Bij plangebieden met verschillende waarden geldt de hoogste waarde voor het gehele plangebied.

Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan: 100 m2 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld.4 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg uit 2007. Volgens de beleidskaart (zie kaart 4) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting.5 Milieuhygiënische situatie Te gelijker tijd met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend.

2.4 Toekomstige situatie Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens om de bebouwing aan de Erpostraat 1/Holzstraat 19A te Kerkrade te slopen en de locatie te herontwikkelen. De locatie betreft het voormalige kantoorpand van HEEMwonen dat in de huidige situatie in gebruik is als dagopvang voor cliënten. Het planvoornemen is de realisatie van 24 woningen, bestaande uit 21 appartementen en 3 grondgebonden woningen. Het eerste bouwvlak bestaat hierbij uit een combinatie tussen de typen meergezinswoningen geliberaliseerd (appartement 95 m² GBO) en meergezinswoningen sociaal (appartement 85 m² GBO). In het tweede bouwvlak worden grondgebonden eengezinswoningen, geliberaliseerd/levensloopbestendig, toegepast. De oppervlakte van elk van deze drie 4

Portaal voor Ruimtelijke Plannen.

5 Verhoeven, 2007.

25690.003 versie 2

woningen is 110 m² GBO. Voor het derde bouwvlak wordt uitsluitend het type meergezinswoning, geliberaliseerd, appartementen met een oppervlakte van 95 m² GBO toegepast. Bergingen worden in het appartementencomplex collectief opgelost; gelegen op de begane grond ter zijde van de bestaande patiowoningen en aangrenzend aan de hoofdentree. Voor de grondgebonden woningen worden de bergingen inpandig opgelost. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van 3.500 m2 worden heringericht. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend evenals wie de toekomstige gebruikers worden. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 2.1

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie6

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert; leem (löss) (Bx5)

Geomorfologie7

Plateauterras (code E41l)

Bodem8

Niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Kerkrade.

Grondwatertrap

Niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Kerkrade.

Landschappelijke ontwikkeling9,10,11 In het Pleistoceen behoorde het plangebied tot de riviervlakte van de Maas waarbij zand en grind afgezet dat behoort tot de Formatie van Beegden. De rivierterrassen van de Maas bestaan uit enkele meters tot een tiental meters dikke pakketten grof zand en grind. In de ondergrond zijn Maasafzettingen van het Terras van Simpelveld 2 (uit het Tiglien, een ijstijd van het Vroeg Pleistoceen: circa 2,4 tot 1,8 miljoen jaar geleden) aanwezig. Door tektonische opheffing van het gebied sneed de Maas zich steeds dieper in. De hoogteverschillen tussen de terrassen bedragen maximaal enkele meters. In vele gevallen is het reliëf echter verminderd omdat de terrassen bedekt zijn met in het Midden- en Laat-Pleistoceen afgezette löss. Löss is een

6

De Mulder et al., 2003.

7 NGR/Wageningen Environmental Research (2019). 8 NGR/Wageningen Environmental Research (2018). 9 Verhoeven, 2007. 10

Bouwer, e.a., 2000.

11 Felder & Bosch, 1984.

25690.003 versie 2

zeer fijnkorrelig sediment dat oorspronkelijk onder extreem koude en droge omstandigheden door de wind is afgezet tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). In de löss zijn verschillende lagen te onderscheiden. De onderste löss stamt uit het Saalien (200.000-130.000 jaar geleden). Dit is een sterk leemhoudende löss, waarin zich gedurende het Eemien interglaciaal (130.000-120.000 jaar geleden) een roodbruine bodem (de Rocourt-bodem) heeft gevormd, die in geheel West-Europa wordt aangetroffen. De middelste en bovenste lösslagen dateren uit het Weichselien (120.000-10.000 jaar geleden). De dikte van het lösspakket varieert van 1 tot 20 meter. De löss is waarschijnlijk afkomstig van afzettingen uit het Noordzeebekken en behoort tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert (Bx5). In het Holoceen vonden er geen belangrijke natuurlijke wijzigingen van het laatpleistocene reliëf meer plaats. Onder invloed van een belangrijke temperatuurstijging maakte de koudeminnende, open vegetatie van het Weichselien plaats voor een gesloten berkenbos, gevolgd door een vegetatie van meer warmteminnende soorten. Door de gesloten vegetatiestructuur bleven erosie en sedimentatieprocessen voornamelijk beperkt tot de actieve beekdalen. DINO Het Dinoloket12 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO).

Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.13 Hieruit blijkt dat de ondergrond 35 meter ten oosten van het plangebied bestaat uit leem met daaronder op ongeveer 3 meter diepte grind. De leemlaag zal behoren tot hert Laagpakket van Schimmert, het grind zullen Maasafzettingen zijn. Geomorfologie14 De geomorfologische kaart van Nederland geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een plateauterras (Code E41l) (zie kaart 5). De vormeenheden E41 bestaat uit rivierafzettingen uit het Vroeg- en Midden-Pleistoceen die door het steeds verder insnijden van de rivier hoog boven de huidige riviervlakte uitsteken. Door hun uitgestrektheid en flauw ontwikkelde terraswanden hebben ze een plateau-achtig uiterlijk. Een deel van de plateauterrassen is bedekt met löss. Deze lössbedekking (toevoeging l) stamt uit het Laat-Pleistoceen.

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland15 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt op een vlakte met weinig reliëf verschil (zie kaart 6). Dit zou het gevolg kunnen zijn van de ligging op een plateauterras maar ook het gevolg

12 Dinoloket. 13 DINO boornummer B62E0548. 14

NGR/Wageningen Environmental Research (2019).

15 PDOK/Rijkswaterstaat (2023) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) WCS.

25690.003 versie 2

kunnen zijn van de ligging binnen de bebouwde kom waardoor er egalisaties kunnen hebben plaatsgevonden. Ongeveer een kilometer ten westen loopt een langwerpig lager gelegen beekdal. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Kerkrade bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie kaart 8). Extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is niet mogelijk gezien de grote afstand die ligt tussen de gekarteerde eenheden, meer dan 400 meter, en het plangebied. Hierdoor is de kans groot is dat er een andere bodem in het plangebied ligt. Gezien de aanwezige bebouwing is het de vraag of er nog een bodem in het plangebied aanwezig is, de kans is groot dat deze door werkzaamheden verstoord is geraakt. Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. Het grondwaterpeil is een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten; hoe beter de ontwatering, hoe slechter de conservering. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG).

Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Doordat plangebied binnen de bebouwde kom ligt en/of een zeer diepe grondwaterstand kent, is de grondwatertrap van het plangebied niet gekarteerd

2.6 Archeologische waarden 2.6.1

AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen

Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 16 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 8 zijn de archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd.

16 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

25690.003 versie 2

AMK-terreinen De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein 410 meter ten noordwesten van het plangebied (zie bijlage 2 en Kaart 8). Het AMK-terrein betreft de oude dorpskern van Kerkrade waarbinnen bewoningssporen uit de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd kunnen voorkomen.17 Onderzoeksmeldingen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal twaalf archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 3 en Kaart 8). Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Van een deel van de onderzoeken zijn in Archis geen gegevens bekend. Voor ons onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en opgravingen.

Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Het plangebied ligt in een groot gebied waar in de herfst van 1944/voorjaar 1945 op bouwland tijdens het aardappelrooien talloze Romeinse graven zijn gezien, naast vondsten uit het Neolithicum en de Middeleeuwen. Ten noordoosten van het plangebied, Ursulinenpark, zijn twee booronderzoeken uitgevoerd (Om-nrs: 2015225100 en 2105305100) in 2002 en 2006 in een gebied dat voor kort in gebruik als kloostercomplex.18 Bij de onderzoeken is één Romeinse scherf gevonden en zijn diepgaande verstoringen vastgesteld.19 Op ongeveer 300 meter ten noordoosten van het plangebied is bij een proefsleuvenonderzoek (OM-Nr.: 2208962100) één spoor aangetroffen, een houtskoolrijke kuil met enige spikkels verbrand bot: mogelijk een afvalkuil of eventueel het restant van een crematiegraf. Het spoor wordt gedateerd in het Laat Neolithicum of de Vroege Bronstijd (2.900 tot 1.800 voor Chr.) aan de hand van geassocieerd aardewerk (dit onderzoek wordt verderop in het rapport gedetailleerder besproken).20 Bij een proefsleuvenonderzoek op 380 meter ten westen van het plangebied (OM-nr.: 2283417100) zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen.

Op zo’n 430 meter ten westen van het plangebied is een noodwaarneming in een uitgegraven bouwput gedaan (OM-Nr.: 2436353100). Hierbij is zeer waarschijnlijk een (spits)gracht uit vermoedelijk de IJzertijd, Romeinse tijd of jonger aangetroffen. Waarschijnlijk is het, op basis van kleur en rechte vorm, een Late IJzertijd of Romeinse spitsgracht (fossa). Deze zou deel uit kunnen maken van een Romeins villacomplex (zoals bij de villa van Voerendaal of eventueel militair verdedigingswerk (wellicht marskamp). Een andere optie die geopperd is dat de greppels deel uitmaken van een Celtic Fields

17 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 18

In Archis staat bij de vondstmeldingen dat er nog een derde booronderzoek in 2004 is uitgevoerd die niet bij de onderzoeksmeldingen staat OM-NR.: 3043642100. Tijdens het veldwerk voor het bureau en inventariserend archeologisch onderzoek in het kader van het voornemen om woningbouw te realiseren in het plangebied is en vuurstenen afslag ontdekt gedateerd in het mesolithicum tot Neolithicum (zie bijlage 4). Vanwege de verstoorde context is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 19 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 20 Janssens, 2008.

25690.003 versie 2

akkersysteem uit de IJzertijd. Echter de diepte van de greppels lijken te omvangrijk om een functie als deel uitmakend van een akkersysteem. Op ongeveer 450 meter ten noordoosten van het plangebied zijn bij een oppervlaktekartering en booronderzoek vondsten aangetroffen uit het Paleolithicum-Neolithicum en Romeinse tijd (OM-nr.: 2027579100). Bij een ander booronderzoek 10 meter daar vandaan zijn vondsten gedaan uit het Paleolithicum - Bronstijd en Romeinse tijd (OM-nr. 2287110100). Bij een proefsleuvenonderzoek en vervolgens een opgraving op zo’n 470 meter ten noordwesten van het plangebied is een Romeins villaterrein ontdekt (OM-nrs. 2262673100 en 2270821100).21 Losse vondstmeldingen Binnen het onderzoeksgebied staan zes vondstmeldingen geregistreerd vijf daarvan zijn gedaan bij niet archeologische werkzaamheden en één bij een booronderzoek die niet bij de onderzoeksmeldingen staat (zie bijlage 4 en Kaart 8), vier daarvan zijn gedaan voor de Tweede Wereldoorlog. Het gaat daarbij om vuursteen vondsten uit het Paleolithicum tot en met IJzertijd, Romeinse (graf)vondsten, Romeinse villa (op het Oranjeplein, 470 meter ten noordwesten van het plangebied (zie ook OM-nrs. 2262673100 en 2270821100)) en een middeleeuwse waterput/waterreservoir.22

2.6.2

Andere bronnen

Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden. Het betreft zes soorten gebieden, verspreid over 16 verschillende gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is niet de bescherming van het gehele aandachtsgebied. Het is immers niet van tevoren bekend welke waarden aanwezig zijn en waar de vindplaatsen exact liggen. Basisprincipe voor het beleid is een hoge kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Omdat niet alle vindplaatsen even belangrijk zijn en niet alle waardevolle vindplaatsen behouden kunnen blijven, zullen in het gehele archeologische onderzoekstraject keuzes gemaakt moeten worden. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dus wel plaatsvinden in de geselecteerde gebieden, maar alleen als er in een vroegtijdig stadium adequaat archeologisch onderzoek wordt verricht. Er worden immers waarden verwacht die van provinciaal belang zijn.

Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. 23 Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek is één beschikbare wetenschappelijke publicatie geraadpleegd van een proefsleuvenonderzoek dat op 300 meter ten noordoosten van het plangebied is uitgevoerd omdat verwacht werd dat dit proefsleuvenonderzoek de meeste toegevoegde waarde heeft voor het huidige onderzoek (OMnr. 2208962100). Er waren geen publicaties beschikbaar van onderzoeken dichter bij het plangebied. 21 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 22

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

23 Provinciaal Omgevingsplan Limburg.

25690.003 versie 2

Bij het proefsleuvenonderzoek is vastgesteld dat het onderzochte plangebied op een plateauterras ligt bedekt met (zandige) löss. In dergelijke vlakke omstandigheden hebben zich van nature radebrikgronden ontwikkeld. Aan de hand van de profielen kan de bodemopbouw in het plangebied in meer detail besproken worden. Globaal zijn 5 lagen onderscheiden. Onder een ongeveer 35 centimeter dikke bouwvoor, bestaande uit humeuze, donkerbruingrijze, zandige löss met als insluitsels puin- en houtskoolspikkels, ligt een circa 10 tot 30 cm dikke menglaag, bestaande uit grijsbruine zandige löss met als insluitsels puin- en houtskoolspikkels. Het gaat in feite om een zeer gemengde laag met materiaal van de bouwvoor, de oorspronkelijke A-, E, Bt-horizont en eventueel colluvium. Deze vermenging is kan het gevolg zijn van (oppervlakkige) afspoeling. Het is echter ook mogelijk dat deze menglaag het gevolg is van landbouwactiviteiten. Hieronder ligt een circa 50 cm dikke Bt-horizont, bestaande uit roodbruine, zwak zandige löss met roest- en mangaanvlekken op een circa 80 cm dikke BC-horizont, bestaande uit lichtroodbruine, zandige löss met roest- en mangaanvlekken.

De C-horizont, bestaat uit geelbruine, zandige löss.24 In de opgravingsvlakken zijn naast recente verstoringen van de gesloopte gebouwen en sleuven van kabels en leidingen slechts 2 bodemverkleuringen waargenomen, een natuurlijke depressie in de Bt-horizont die is opgevuld met colluviumachtig materiaal, en een houtskoolrijke kuil met spikkels verbrand bot in de vulling. Het kan om een afvalkuil gaan, maar eventueel ook om het restant van een crematiegraf. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn slechts 11 vondsten aangetroffen bestaande uit aardewerk (8 stuks), vuursteen (1 stuk) en natuursteen (2 stuks kwartsiet). Bij de aanleg van het vlak is opmerkelijk genoeg nauwelijks materiaal aan getroffen in de bouwvoor. De meeste vondsten zijn afkomstig uit spoor 2, 6 stuks aardewerk (Laat Neolithicum en de Vroege Bronstijd (2.900 tot 1.800 voor Chr.)), het onbewerkte stuk vuursteen en het natuursteen. Verder is er een scherf steengoed en een fragmentje handgevormd aardewerk, mogelijk uit de IJzertijd, aangetroffen.25 Mogelijk dat in het plangebied, ervan uitgaande dat deze niet is verstoord bij werkzaamheden, ook sprake is van een radebrikgrond.

Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek plaats gevonden, met uitzondering van het bouwarchief (zie § 2.7), en er is geen contact gezocht met het depot van de provincie Limburg aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.

2.7 Beschrijving van het historische gebruik In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. 24

Janssens, 2008.

25 Janssens, 2008.

25690.003 versie 2

Korte bewoningsgeschiedenis van Kerkrade In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. De gemeente Kerkrade bestaat uit de gelijknamige plaats Kerkrade en uit de kernen Eygelshoven, Kaalheide, Spekholzerheide, Terwinselen, Chevremont en Bleijerheide. De naam is een samenvoegsel van kerk en rade of rode betekent “rooiing” of “ontginning” en verwijst naar het werkwoord rooien: het kappen en bebouwen van bosachtig gebied. De oudste vorm daarvan was roda. Ook de naam Kaalheide refereert aan het gerooide Kerkraadse landschap.26 De oudst gevonden resten van menselijke bewoning in Kerkrade dateren uit het Midden Paleolithicum, een vuurstenen vuistbijl die ongeveer 60.000 jaar oud is. Dit is de periode toen de mens nog leefde van jagen en verzamelen. Vanaf het Neolithicum werd de landbouw in het gebied geïntroduceerd. Vanaf die periode is landbouw steeds meer gemeengoed geworden. Vondsten uit de daarop volgende perioden (Brons-/IJzertijd) zijn redelijk schaars in het lössgebied. Het feit dat er tot op heden weinig materiaal is aangetroffen wil echter niet zeggen dat er geen bewoning heeft plaatsgevonden. Waarschijnlijk worden de vindplaatsen niet herkend.

Het handgevormde aardewerk uit deze periode is erg bros en verweert snel als het aan het oppervlak ligt. Aangezien uit deze periode tot nu toe weinig bekend is, zijn vindplaatsen die uit deze periode worden aangetroffen per definitie van extra belang.27 De regio komt pas echt tot bloei in de Romeinse tijd. In het gebied zijn dan ook veel restanten uit de periode van de Romeinse tijd (van circa 75 tot 500 na Christus) teruggevonden. Het grote aantal objecten en de diversiteit aan overblijfselen uit deze tijd is uniek voor Nederland. Bij de Locht in Kerkrade is de Romeinse weg van Aken naar Xanten (via Traiana) aangetroffen. Langs de Romeinse wegen stonden mijlpalen en in de kerk van Eygelshoven zijn deze in de kerktorenmuur teruggevonden). Van één van de mijlpalen zit het onderste vierkante deel nog in het fundament van de kerk. In de gemeente Kerkrade blijkt verder een hoge dichtheid van villaterreinen voor te komen. Hier zijn meerdere Romeinse villaterreinen bekend (en deels opgegraven), zoals villa Krichelberg te Kaalheide, Villa Holzkuil, een villa op de hoek Romeinenstraat/Kleingraverstraat en een villa terrein aan de Brughofweg. Villa Krichelberg te Kaalheide is de enige bovengronds zichtbare Romeinse villa in Nederland. Bij de aanleg van het bedrijventerrein Winckelen/Maar-West een is inheems Romeinse nederzetting aangetroffen en opgegraven.

Deze nederzetting bevatte geen steenbouw zoals de Romeinse villaterreinen. Tijdens de opgraving werden plattegronden van houten gebouwen, waterputten en een offerkuil aangetroffen. Ook zijn in Kerkrade diverse Romeinse begraafplaatsen aangetroffen. Deze grafvelden waren gelegen buiten de nederzettingen, meestal aan een weg. 28 Vanwege de vruchtbare löss was het gebied in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd goed ontwikkeld. Het was een plek voor heerlijkheden en buitenplaatsen van adel, maar ook voor de boerenhoeven van het gewone volk. De bestaande en verdwenen kastelen, kerken (zoals de kerk van Eygelshoven), abdijen, molens (Baalsbruggermolen, de Hammolen en de Broek- of Brugmolen bij kasteel Erenstein), boerenerven (hoeve 26 Wikipedia. 27

Gemeente Kerkrade, 2018.

28 Gemeente Kerkrade, 2018.

25690.003 versie 2

Laethof in Eygelshoven) en zelfs hele stad- en dorpskernen uit deze perioden kunnen ondergrondse archeologische resten herbergen. In de historische kern van Kerkrade zijn de resten van een gracht blootgelegd. De bewoningsplekken worden vaak al vele eeuwen gebruikt. Gebouwen zijn verrezen, gesloopt en verbouwd, waarbij ondergrondse restanten vaak als getuige van vroegere bouwfasen bewaard zijn gebleven. In sommige gevallen is ook de huidige bebouwing zo oud, dat de gebouwen en omliggende erven naast een bouwhistorische ook een archeologische waarde hebben. De Middeleeuwse handelsweg ‘de wijngracht’ genaamd, een grote handelsweg die Keulen en Maastricht met elkaar verbond en waarover vooral wijn werd vervoerd, liep dwars door Kerkrade langs Imstenrade.29 In de 18e eeuw begonnen de mijnbouwactiviteiten in de buurtschap Holz, waarmee de kiem voor de Domaniale mijn werd gelegd. Van 1783-1786 werd de Nieuwstraat aangelegd om vervoer van de kolen naar Aken mogelijk te maken. Van 1794-1810 waren er geen mijnbouwactiviteiten, waarna de Domaniale mijn werd opgestart. Vanaf deze periode groeide het huidige Kerkrade vanuit een middeleeuwse buurtschap om een 18 eeeuwse kerk. In 1873 werd een mijnspoor naar Simpelveld in gebruik genomenkt. Vanaf 1899 werd in Spekholzerheide ook de mijn Willem-Sophia aangelegd, waardoor de bedrijvigheid verder toenam en Kerkrade verder groeide.

Vanaf 1919 werden nieuwe mijnwerkerskoloniën gebouwd, nabij de buurtschappen Chevremont en Vink. In de 2e helft van de 20e eeuw werd het plateau verder volgebouwd en na de sluiting van de Domaniale mijn, in 1969, werd de vrijgekomen ruimte opgevuld met de woonwijken Nulland en Rolduckerveld. 30 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2.2

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Kaart van Ferraris31

1771-1778

Rolduc 230

1:11.520

Agrarisch gebied.

Huidige Holzstraat is reeds aanwezig, zo’n 170 meter ten oosten staat bebouwing.

Tranchot und v. Müffling kaart32

1801-1828

76 Herzogenrath 1:20.000

Agrarisch gebied.

Ten oosten loopt de voorloper van de huidige Erpostraat.

Kadastrale minuut33

1842

Gemeente 1:2.500 Kerkrade, sectie B, blad 04

Twee percelen bouwland.

Aan de zuidzijde van de huidige Holzstraat staat bebouwing.

62 Heerlen

Agrarisch gebied.

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische (veldminuut)34

kaart 1850-1864

29 Gemeente Kerkrade, 2018. 30 Wikipedia. 31 Koninklijke Bibliotheek België. 32

Beeldbank Vrije Universiteit.

33 Aezel.

25690.003 versie 2

1:50.000

Bonneblad

1925

768

1:25.000

In de zuidoosthoek, aan de Wegenpatroon uitgebreid huidige Holzstraat, staat met hier langs bebouwing. bebouwing, de rest is onbebouwd en in agrarisch gebruik en waarschijnlijk ook tuin/verhard.

Bonneblad

1937

768

1:25.000

Bebouwing in het plangebied Wegenpatroon en bebouwing uitgebreid, onbebouwde hier aan is uitgebreid. Ten delen waarschijnlijk tuin, noorden ligt een park. door de westzijde van het plangebied loopt een weg.

Topografische kaart

1955

69F

1:25.000

Geen veranderingen.

Topografische kaart

1962

69F

1:25.000

Bebouwing uitgebreid, weg Bebouwing uitgebreid. ligt nu buiten het plangebied.

Topografische kaart

1970

69F

1:25.000

Geen veranderingen.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1980

69F

1:25.000

Bebouwing aangepast.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1990

69F

1:25.000

Bebouwing aangepast.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1999

69F

1:25.000

Bebouwing huidige situatie.

Geen grootschalige veranderingen.

uitgebreid, Bebouwing uitgebreid.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie tabel 2.2) blijkt dat het plangebied vanaf de laatste kwart van de 18e eeuw tot eind 19e eeuw in agrarisch gebruik is (zie figuren 9 t/m 11). Vanaf de laatste kwart van de 18e eeuw ligt de huidige Holzstraat al ten zuiden van het plangebied en vanaf de eerste helft van de 19e eeuw ligt de huidige Erpostraat al ten oosten van het plangebied. Op de kaart uit 1925 staat voor het eerst bebouwing, de rest is dan nog agrarisch/tuin/verhard (zie figuur 12). Deze bebouwing is op de kaart uit 1937 vervangen/uitgebreid, de rest is waarschijnlijk tuin (zie figuur 13). Aan de westzijde loopt een weg door het plangebied, deze weg ligt op de kaart uit 1962 ten westen van het plangebied (zie figuur 14), waarschijnlijk staat deze op de kaart uit 1937 verkeerd ingetekend. Op de kaart uit 1962 lijkt de bebouwing te zijn uitgebreid. Op de kaart uit 1980 lijkt de bebouwing vervangen te zijn door nieuwbouw (zie figuur 15), dat op de kaart uit 1990 lijkt te zijn aangepast/vervangen (zie figuur 16). Op de kaart uit 1999 is de bebouwing weer uitgebreid waarna de huidige situatie is ontstaan. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Kerkrade is het gemeentelijk archief geraadpleegd (contactpersoon de heer E. Nieuwenhuis).

Tabel 2.3 geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor het plangebied, in figuur 17 staat de globale ligging van de bebouwing aangegeven.

34 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

25690.003 versie 2

Tabel 2.3

Verleende bouwvergunningen

Adres

Datum

Omschrijving

Bodemingrepen

Holzstraat 21

24-06-1985

Bouwen van 7 woningen

Een gedeelte van het wooncomplex is onderkelderd tot ongeveer 250 cm beneden peil (inclusief fundering). Op basis van de bouwtekeningen kan echter niet worden afgeleid om welke deel van het wooncomplex het gaat, maar het lijkt maar een beperkt deel te zijn. Daarnaast is zichtbaar dat onder de vloer een kruipruimte is aangelegd met daaronder zand, de kruipruimte is naar schatting ongeveer 60 cm beneden peil. De funderingen van het wooncomplex gaan tot ongeveer 85 cm beneden peil. Er is namelijk sprake van een betonvloer tot 23 cm beneden peil, daaronder komt de fundering van 60 cm.

Holzstraat 23

31-10-1911

Bouw woonhuis

Het woonhuis was gedeeltelijk onderkelderd, de onderkeldering ging tot ongeveer 180 cm beneden peil. Daarnaast was het pand gefundeerd tot 70 cm beneden peil (bij de kelder kwam de fundering tus tot 250 cm beneden peil).

Holzstraat 23

25-08-1915

Bouw werkkeet

De werkkeet is gefundeerd tot 60 cm beneden peil.

Holzstraat 23

30-01-1918

Bouw bergplaatsen, afdak en afsluitingsmuur

Geen relevante informatie aanwezig.

Holzstraat 23

06-12-1918

Verbouwing woonhuis

Geen aanwijzingen voor onderkeldering. Direct ten zuiden van het pand bevond zich een beerput.

Holzstraat 23

14-02-1919

Bouw afdak

Geen relevante informatie aanwezig.

Holzstraat 23

24-11-1921

Bouw garage bergplaats

Holzstraat 23

25-01-1927

Verbouwen woning

Een deel van het woonhuis is onderkelderd, het gaat om een stuk van 6 bij 4 meter, de onderkeldering gaat tot ongeveer 3 meter beneden peil.

Holzstraat 23

10-01-1930

Bouw bergplaatsen en magazijn.

Bij de magazijnen werd ook een cementloods aangelegd, een deel daarvan is onderkelderd, welk deel, en de diepte van de onderkeldering, kan niet worden afgeleid van de bouwtekeningen. De magazijnen zijn gefundeerd tot ongeveer 80 cm beneden peil.

Holzstraat 23

03-11-1931

Verbouwen magazijnen

Gefundeerd tot ongeveer 80 centimeter beneden peil, geen onderkeldering.

Holzstraat 23

12-08-1932

Verbouwen woning

Vrijwel het gehele woonhuis werd onderkelderd tot ongeveer 2,2 m beneden peil.

Holzstraat 23

21-07-1934

Herstellen twee muren

Geen relevante informatie aanwezig

Holzstraat 23

17-02-1950

Vernieuwen houtloods

Holzstraat 23

19-10-1953

Bouw vijver

25690.003 versie 2

en

twee

Er is een betonvloer aangelegd met daaronder een cementlaag, diepte onbekend. Daarnaast zijn er funderingen zichtbaar op de bouwtekening, de diepte kan echter niet worden afgeleid. Er is geen sprake van onderkeldering.

van

een

Er is een vloer van 10 cm dik stampbeton aangelegd, de bouwtekening impliceert dat de grond onder het stampbeton is verbeterd (naar schatting zo’n 20 cm, op basis van de bouwtekening). De fundering reikt tot 100 cm beneden peil, het type fundering is niet bekend. Er zijn geen indicaties van onderkeldering.

tuinhuisje

met

Het tuinhuisje is gefundeerd tot ongeveer 1 m beneden peil. De vijver is ongeveer 12 bij 6 meter, over de diepte van de vijver staat geen informatie in het bouwdossier.

Holzstraat 23

18-02-1954

Veranderen kantoorgebouw

Holzstraat 23

01-09-1977

Veranderen opslagruimten garages

Er zijn geen indicaties voor onderkeldering. Op de bouwtekening zijn funderingen zichtbaar, het type en de diepte kan echter niet exact van de tekening worden afgeleid, naar schatting is de diepte ongeveer 80 tot 100 cm beneden peil.

in

van 10

De dwarsdoorsnedes in het bouwdossier tonen geen indicatie van onderkeldering. Wel is te zien dat er bij de garages een fundering is aangelegd, er kan echter niet worden afgeleid om wat voor type fundering het gaat en tot welke diepte.

een

In het bouwdossier wordt duidelijk dat het kantoorgebouw (deels) is onderkelderd, de exacte afmetingen van de onderkeldering is echter niet bekend. De liftschacht (2,5 bij 2,3 m) in het kantoorgebouw gaat tot 3,7 m beneden peil, direct naast de liftschacht zijn er namelijk ondergrondse opslagruimtes. Ook wordt vermeld dat onder de werkvloer grondverbetering heeft plaatsgevonden, het type grondverbetering en de verstoringsdiepte wordt echter niet vermeld. De vloer in het kantoorgebouw gaat tot ongeveer 25 cm beneden peil. Het kantoor is gefundeerd middels 15 funderingpalen, de funderingsdiepte bedraagt 60 cm beneden peil.

Erpostraat 1

01-07-1985

Bouwen van kantoorgebouw

Erpostraat 1

25-02-1992

Het veranderen van een magazijn.

Geen relevante informatie aanwezig.

Erpostraat 1

13-05-1998

Veranderen kantoor

In dit bouwdossier zit informatie over de toestand van het eerdere kantoorgebouw (zie bouwdossiers 1985), hieruit blijkt dat vrijwel het gehele kantoorgebouw uit 1985 was onderkelderd, zo zou zich er een archiefafdeling bevinden. De verandering van het kantoor betreft een uitbreiding, voor het uitgebreide deel is een vloer met stampbeton aangebracht bovenop een zanddek van 30 cm.

Erpostraat 1

23-04-2001

Het plaatsen van een semi-permanent kantoor voor de duur van maximaal 2 jaar.

Geen relevante informatie aanwezig.

Erpostraat 1

11-07-2018

Het gebruiken van het pand voor paramedische zorg

Geen relevante informatie.

van

het

De bouwdossiers, zoals beschreven in tabel 2.4, geven gedetailleerde informatie over de bouwgeschiedenis binnen het plangebied. Voor drie adressen binnen het plangebied waren bouwdossiers aanwezig, namelijk voor de Holzstraat 21, Holzstraat 23 en de Erpostraat 1 (Holzstraat 19a aan de westzijde van het plangebied ontbreekt). Voor alle drie de adressen blijkt dat de gebouwen (al dan niet deels) zijn onderkelderd. Daarnaast zijn er funderingen aangebracht die over het algemeen tussen de 60 en 85 cm beneden peil reiken. Ook is er sprake van de aanleg van kruipruimtes, waaronder een zanddek is aangebracht, hieruit kan worden afgeleid dat er grondverbetering is toegepast binnen het plangebied, de diepte van de grondverbetering, en de exacte locaties, is echter niet duidelijk. Uit de bouwdossiers mag worden geconcludeerd dat er sprake zal zijn van vele (recente) bodemverstoringen binnen het plangebied. Bij de Holzstraat 23 is er strikt genomen sprake van historische bebouwing uit de Nieuwe tijd, het eerste pand dateert uit 1911 en in de jaren die volgden hebben er op het adres nog een aantal veranderingen

25690.003 versie 2

plaatsgevonden. De restanten van deze bebouwing kunnen, gezien de datering, als archeologische resten worden beschouwd. De bouwdossiers zijn echter dusdanig gedetailleerd dat een specifiek onderzoek naar deze resten naar verwachting geen kenniswinst zal opleveren. KLIC gegevens Om te kijken of er naast de bebouwing nog meer bodemverstoringen hebben plaatsgevonden is er voor het plangebied een KLIC melding gedaan om vast te stellen waar kabels en leidingen liggen (zie figuur 18). Hieruit blijkt dat alle aanwezige kabels en leidingen onder de huidige bebouwing liggen. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.35 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Aan de grens, ten oosten van het plangebied op Duits grondgebied, ligt een onderdeel van de Duitse Westwall. Rond het plangebied zijn explosieven geruimd maar gezien de bouwingrepen in het plangebied sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de kans klein geacht dat die ook in het plangebied worden aangetroffen al kan het nooit geheel worden uitgesloten.

Het was de bedoeling van de Amerikanen om op 20 september 1944 door de Westwall heen te breken in de richting van Keulen maar deze aanval werd eerst uitgesteld omdat hun linkerflank ongedekt was en vervolgens omdat het slechte weer steun van de Second Tactical Air Force onmogelijk maakte en er een tekort was aan artilleriemunitie; van dat uitstel kwam voorlopig afstel en het gevolg was dat de Wehrmacht zich kon handhaven in Kerkrade en omgeving. Kerkrade kwam onder het vuur van de Amerikanen te liggen. Op 5 oktober was Kerkrade uiteindelijk in Amerikaanse handen.36 Historische Kring Kerkrade Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Historische Kring Kerkrade, d.d. 11 juni 2024. Mevrouw D. Smeets heeft hierop gereageerd met de mededeling: “De Historische Kring heeft geen eigen archief of documentatie collectie”.

2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 2.4

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

35 Amersfoort & Kamphuis, 1990/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/Jong, 1969 – 1994/Klep & Schoenmaker, 1995/Ruimingskaart/VEO

Bommenkaart/Zwanenburg, 1990. 36 Jong, 1969 – 1994, deel 10a, p.p. 455-456.

25690.003 versie 2

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen In de lössafzettingen. en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen In de top van de lössafzettingen. en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, In de top van de lössafzettingen. grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen.

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, In de top van de lössafzettingen. grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, In de top van de lössafzettingen. grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, In de top van de lössafzettingen. grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Vroege Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een In de top van de lössafzettingen. (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Late Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een In de top van de lössafzettingen. (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een In de top van de lössafzettingen. (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Uit de landschappelijke ligging op een plateauterras met geen aanwijzingen voor open water in de buurt, blijkt dat het plangebied in het Paleolithicum en Mesolithicum ongunstig is geweest voor jagers en verzamelaars maar vanaf het Neolithicum wel gunstig voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn

25690.003 versie 2

uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied vooral sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit de Romeinse tijd, als ook uit het Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar. 37 Aangezien er geen aanwijzingen zijn dat er in de buurt van het plangebied open water is geweest is de archeologische verwachting voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum laag. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor.

Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.38 De lössgronden, die ook in het plangebied voorkomen, zijn vruchtbare gronden en daarom uitermate geschikt voor landbouwsamenlevingen. Daarnaast zijn rondom het plangebied resten aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen is daarom hoog. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 39 Volgens het historisch kaartmateriaal is het plangebied in de Nieuwe tijd gelegen langs doorgaande wegen. Verder is er voor de Tweede Wereldoorlog bebouwing gerealiseerd in het plangebied. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd is daarom hoog. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is laag tot hoog afhankelijk van de archeologische periode. De archeologische resten worden direct aan of onder het maaiveld verwacht.

De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden direct beneden het maaiveld verwacht en lopen meestal door tot circa 50 cm -mv, hoewel ook diepere sporen (zoals paalsporen en waterputten) kunnen voorkomen. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en metaal zullen door de verwachtte relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.

37 Louwe Kooijmans et al., 2005. 38

Louwe Kooijmans et al., 2005.

39 Renes, 1999.

25690.003 versie 2

Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als agrarisch gebied en is heeft historische en moderne bebouwing, daarnaast lopen er door het plangebied kabels en leidingen. Door ploegen, bouw-, sloop- en graafactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Aangezien er geen aanwijzingen zijn dat er in de buurt van het plangebied open water is geweest is de archeologische verwachting voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum laag. De lössgronden, die ook in het plangebied voorkomen, zijn vruchtbare gronden en daarom uitermate geschikt voor landbouwsamenlevingen. Daarnaast zijn rondom het plangebied resten aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen is daarom hoog. Volgens het historisch kaartmateriaal is het plangebied in de Nieuwe tijd gelegen langs doorgaande wegen. Verder is er voor de Tweede Wereldoorlog bebouwing gerealiseerd in het plangebied. De archeologische verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd is daarom hoog. De vraag is echter of de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied bijgesteld moet worden naar laag vanwege allerlei werkzaamheden die in het plangebied zijn uitgevoerd sinds de Tweede Wereldoorlog. Uit de bouwdossiers blijkt dat de gebouwen (al dan niet deels) zijn onderkelderd. Daarnaast zijn er funderingen aangebracht die over het algemeen tussen de 60 en 85 cm beneden peil reiken.

Ook is er sprake van de aanleg van kruipruimtes, waaronder een zanddek is aangebracht. Hieruit kan worden afgeleid dat er grondverbetering is toegepast binnen het plangebied. De diepte van de grondverbetering en de exacte locaties zijn echter niet duidelijk. Uit de bouwdossiers mag worden geconcludeerd dat er sprake zal zijn van vele (recente) bodemverstoringen binnen het plangebied waardoor eventuele archeologische waarden zullen zijn verstoord. Bij de Holzstraat 23 is er strikt genomen sprake van historische bebouwing uit de Nieuwe tijd, het eerste pand dateert uit 1911 en in de jaren die volgden hebben er op het adres nog een aantal veranderingen plaatsgevonden. De restanten van deze bebouwing kunnen, gezien de datering, als archeologische resten worden beschouwd. De bouwdossiers zijn echter dusdanig gedetailleerd dat een specifiek onderzoek naar deze resten naar verwachting geen kenniswinst zal opleveren.

25690.003 versie 2

Op basis van de aanwezigheid van bebouwing op een groot deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van deze conclusie adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zijn beoordeeld door de adviseur van de bevoegde overheid (gemeente Kerkrade), en die heeft het advies gedeeltelijk overgenomen. Alleen in het onbebouwde noordoostelijke deel van het plangebied (ca. 1000 m2) dient nog een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden in de vorm van een verkennend booronderzoek, de rest van plangebied is vrijgegeven. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Kerkrade wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het is verder raadzaam om ook de gemeente Kerkrade op de hoogte te stellen.

25690.003 versie 2

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bouwer L, G. Brand en J. Brijker, 1999: Feldbiss 1999. Een onderzoek naar neo-tectoniek in het Zuid Limburgse Maasdal Verslag Doctoraal veldwerk Geo-Ecologie Vrije Universiteit Amsterdam. Claeys, J., 2010: Romeinse bebouwing bij het Kloosterraderplein in de gemeente Kerkrade. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC Rapport 2129. Amersfoort. Felder, W.M. en P.W. Bosch, 1984: Geologische kaart van Zuid-Limburg en omgeving, Rijswijk (Z.H.). Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Gemeente Kerkrade, 2018: Erfgoed is identiteit. Beleidsnota archeologie gemeente Kerkrade. Kerkrade. Janssens, M., 2008: Plangebied Rolduckerstraat/J. Eckstraat te Kerkrade, gemeente Kerkrade; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (IVO-P). RAAP-RAPPORT 1810. Weesp. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten.

Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

25690.003 versie 2

BRONNEN Aezel, internetsite, juni 2024. https://aezel.eu/ontdekken/geografie/minuutplans-grondgebruik Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2024. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, juni 2024. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Dinoloket; internetsite, juni 2024. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juni 2024. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf. Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35. Kadaster Topotijdreis; internetsite, juni 2024. http://www.topotijdreis.nl/ KLIC; internetsite, juni 2024. https://www.kadaster.nl/zakelijk/registraties/landelijke-voorzieningen/klic Koninklijke Bibliotheek België; internetsite, juni 2024.

http://www.kbr.be/collections/cart_plan/ferraris/ferraris_nl.html NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A 4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f.

25690.003 versie 2

NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juni 2024. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ PDOK/Rijkswaterstaat (2023) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) WCS’; internetsite, juni 2024. https://service.pdok.nl/rws/ahn/wcs/v1_0?SERVICE=WCS&request=GetCapabilities Ruimingskaart; internetsite, juni 2024. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juni 2024. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, juni 2024. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Wikipedia; internetsite, juni 2024. https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkrade_(gemeente)/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkrade_(plaats)

25690.003 versie 2

KAARTEN

Kaart 1.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)

Kaart 2.

Het plangebied op de kadastrale kaart

Kaart 3.

Het plangebied op een luchtfoto uit 2022

Kaart 4. Het plangebied op de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg

Kaart 5.

Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland

Kaart 6.

Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN4)

Kaart 7.

Het plangebied op de bodemkaart

Kaart 8.

Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied

Kaart 9.

Het plangebied op de Ferrarsikaart 1771-1778

Kaart 10.

Het plangebied op de Tranchot und v. Müffling kaart 1801-1828

Kaart 11.

Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1842

Kaart 12.

Het plangebied op de op het Bonneblad uit 1925

Kaart 13.

Het plangebied op de op het Bonneblad uit 1937

Kaart 14.

Het plangebied op de topografische kaart uit 1962

Kaart 15.

Het plangebied op de topografische kaart uit 1980

Kaart 16.

Het plangebied op de topografische kaart uit 1990

Kaart 17.

Globale ligging bebouwing.

Kaart 18.

KLIC gegevens plangebied.

BIJLAGEN

Bijlage 1.

Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 2.

AMK-terreinen

AMK-terrein 16513 van hoge archeologische waarde 410 meter ten noordwesten van het plangebied Kerkenraede; Kerkrade te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.570 / Y:319.591 Terrein met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Kerkrade. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Complex Begin datering Eind datering 1 Nederzetting (onbepaald)

Late Middeleeuwen

Nieuwe tijd

Bijlage 3.

Onderzoeksmeldingen

Archeologische Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: verwachtingskaart 2041112100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 12-08-1997 Omvat het gehele plangebied Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.326 / Y:320.551 CAA: meldingsfiche - Bericht van Chr. Beckers, Rimburg. In de herfst van 1944 / voorjaar 1945 had deze op het bouwland tijdens het aardappelrooien talloze Romeinse graven gezien. Naar aanleiding van dit verslag van Beckers heeft Bloemers het terrein bezocht op 14/4/1970. Toen was het een dennenbos. Blijkbaar was over dat bezoek niets te melden. Vondsten Begin datering Eind datering 3 fragmenten vuurstenen afslag

Neolithicum

Neolithicum

1 fragment bronzen ring

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 fragment bronzen inktpot

Romeinse tijd

Romeinse tijd

19 fragmenten keramisch gladwandig aardewerk, gedraaid Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch vaatwerk

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd 5 fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot

Romeinse tijd

Romeinse tijd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=fc09aa85-71f8-4ad7-b716-e8618c2e25f8