CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen behorende bij bijlage 7. - TAM-omgevingsplan woningbouw Erpostraat 1 - Holzstraat 19A_ 20250603_Bijlagen bij Motivering_20250603

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit TAM-IMRO Erpostraat-Holzstraat24.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten ijzer

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 fragment keramisch gladwandige kruik

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch Terra sigillata

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch Terra sigillata kom Dragendorff 33 Veel fragmenten keramisch gladwandig aardewerk, gedraaid 3 fragmenten tefrieten maalsteen: ligger

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

43 fragmenten keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid 1 fragment keramisch wrijfschaal, dikwandig aardew. - Stuart 148/Brunsting 37:verticale rand Veel fragmenten keramisch Terra sigillata kom Dragendorff 27 1 fragment zandstenen/kwartsieten brok

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Vroeg Romeinse tijd

Vroeg Romeinse tijd

Vroeg Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

1 fragment keramisch ruwwandige (kook)pot - Stuart 201 3 fragmenten keramisch wrijfschaal, dikwandig aardew. - Stuart 149/Brunsting 36: horizontale rand 5 fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot Stuart 201 Veel fragmenten keramisch hutteleem

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

1 fragment keramisch dolium: groot formaat (ruwwandig) 1 fragment keramisch dolium: groot formaat (ruwwandig) 2 fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot Niederbieber 89: dekselgeul

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

7 fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot Niederbieber 89: dekselgeul 1 fragment keramisch ruwwandige (kook)pot - Stuart 201 2 fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot Niederbieber 89: dekselgeul Veel fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot Niederbieber 89: dekselgeul 1 fragment keramisch Terra sigillata bord Dragendorff 18/31, Midden-Oostgallisch Veel fragmenten keramisch Terra sigillata wrijfschaal - Dragendorff 45, Midden-Oostgallisch 1 fragment keramisch Terra sigillata wrijfschaal Dragendorff 45, Midden-Oostgallisch 20 fragmenten keramisch geverfde beker Niederbieber 32 Veel fragmenten keramisch aardewerk, ondetermineerbaar Veel fragmenten keramisch baksteen

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Middeleeuwen

Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

Veel fragmenten keramisch Brunssum-Schinveld geelwit aardewerk Veel fragmenten keramisch Pingsdorf geelwitbakkend Sporen

Late Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen A

Begin datering

Eind datering

1 waterput/waterreservoir

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel crematiegraven

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel funderingen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 waterput/waterreservoir

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 kuil

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 complextype niet te bepalen

Neolithicum

Neolithicum

7 (romeinse) villa

Romeinse tijd

Romeinse tijd

15 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 grafveld, crematies

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Vroeg Romeinse tijd

Vroeg Romeinse tijd

1 (romeinse) villa

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

13 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd A

1 (romeinse) villa

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

2 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Middeleeuwen

Middeleeuwen

1 complextype niet te bepalen

Late Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

2 complextype niet te bepalen

Late Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen A

Bureauonderzoek

Zaaknummer: 2313110100

Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau

Datum: 05-01-2011

Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau

Datum: 01-01-2002

Omvat het gehele plangebied parkstad te Heerlen, gemeente Heerlen X:193.663 / Y:322.922 Geen resultaten bekend binnen ARCHIS.

Booronderzoek

Zaaknummer: 2015225100 Direct ten noordoosten van het plangebied

Ursulinenpark te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.201 / Y:319.530 Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI-1) in plangebied Ursulinenpark, waar woningen gebouwd zullen worden. Tot voor kort was dit gebied in gebruik als kloostercomplex. Tijdens het onderzoek waren alle opstallen reeds gesloopt. Het onderzoek bestond uit een bureauonderzoek, een beperkte oppervlaktekartering en, in het zuidelijke hoekje van het plangebied, een karterend booronderzoek. In opdracht van de gemeente Kerkrade, heeft RAAP in januari 2002 een AAI-1 uitgevoerd in het plangebied van het voormalige Ursulineklooster te Kerkrade. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is het voornemen om in het plangebied woningbouw te realiseren. In een gebied van 55 M 2 zijn 4 boringen gezet waarbij een Romeinse scherf is gevonden. De rest van het gebied is voorheen bebouwd geweest, waardoor de grond zeer diep is verstoord. Er zijn ook geen boringen geplaatst in het park dat in de nieuwe bestemming behouden blijft. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment keramisch aardewerk, handgevormd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 klooster

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Booronderzoek

Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2105305100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 05-01-2006 Direct ten noordoosten van het plangebied Urselinenpark te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.260 / Y:319.542 In opdracht van de gemeente Kerkrade heeft Raap deel 2 van het archeologisch vooronderzoek Urselinenpark uitgevoerd in verband met de geplande nieuwbouw. Het onderzoek bestond uit een bureau- en een veldonderzoek (boringen).Doel van het onderzoek was het opsporen van eventuele archeologische resten en de kwaliteit, aard, datering, omvang en diepteligging hiervan te bepalen. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied ingericht als plantsoen, maar tot voor kort was dit terrein in gebruik als kloostercomplex. Zie ook deel 1 van het onderzoek (onderzoeksmelding: 3815). Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Proefsleuvenonderzoek

Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2208962100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 29-07-2008 300 meter ten noordoosten van het plangebied Rolduckerstraat, J. Eckstraat te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.393 / Y:319.806 Tijdens het proefsleuvenonderzoek is 1 archeologisch spoor aangetroffen. De precieze interpretatie van spoor 2 blijft onduidelijk. Het kan gaan om een (afval)kuil met een houtskoolrijke vulling en spikkels verbrand bot, maar het kan ook het restant van een graf betreffen. De vondsten zijn alle afkomstig uit dit spoor. Op basis van de magering, de afwerking en de versiering met touwindrukken wordt het aardewerk gedateerd in het Laat Neolithicum (standvoet- en klokbekertraditie) of de Vroege Bronstijd (wikkeldraadtraditie). Vondsten Begin datering Eind datering 2 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd touwversiering 2 fragmenten zandstenen/kwartsieten brok

Laat Neolithicum

Vroege Bronstijd

Laat Neolithicum

Vroege Bronstijd

4 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd

Laat Neolithicum

Vroege Bronstijd

1 fragment vuurstenen afslag

Laat Neolithicum

Vroege Bronstijd

Sporen

Begin datering

Eind datering

1 kuil

Laat Neolithicum

Vroege Bronstijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

5 complextype niet te bepalen

Laat Neolithicum

Vroege Bronstijd

Booronderzoek

Zaaknummer: 2195476100 320 meter ten noordoosten van het plangebied Rolduckerstraat te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.397 / Y:319.811 Geen resultaten bekend binnen ARCHIS. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau

Datum: 16-04-2008

Proefsleuvenonderzoek

Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2283417100 Archeologisch Onderzoek Leiden BV 16-04-2010 380 meter ten westen van het plangebied Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.705 / Y:319.395 Proefsleuven in opdracht van de gemeente Kerkrade. Een onderzoek naar eerder waargenomen spitsgrachten. Tijdens het archeologisch onderzoek in het onderzoeksgebied Kerkrade Marktstraat/Einderstraat zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. Er wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. In het plangebied direct ten noordwesten werden tijdens afgravingen een aantal lineaire greppel- of grachtstructuren aangetroffen. Hoewel het vermoeden was dat deze zich zouden doorzetten in het belendende plangebied zijn daar echter geen sporen van teruggevonden. Helaas blijkt het dus vooralsnog onduidelijk wat de aard en datering van de in 2008 aangetroffen greppel- of grachtsysteem. Een andere mogelijkheid is dat de structuren door de hoge verstoringsgraad niet zijn aangetroffen dan wel herkend. Vondsten Begin datering Eind datering 3 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid

Romeinse tijd

Romeinse tijd

3 fragmenten keramisch steengoed geglazuurd

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

1 fragment lood

Nieuwe tijd Midden

Nieuwe tijd Midden

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 complextype niet te bepalen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 complextype niet te bepalen

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

1 complextype niet te bepalen

Nieuwe tijd Midden

Nieuwe tijd Midden

Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer: Uitvoerder: 2090515100 Sweco 390 meter ten westen van het plangebied Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.679 / Y:319.423 Sterk verstoord terrein, grotendeels afgegraven. Geen archeologische waarden aangetroffen.

Datum: 12-04-2005

Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Archeologische begeleiding

Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2436353100 Archeologisch Onderzoek Leiden BV 07-03-2014 430 meter ten westen van het plangebied Marktstraat te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.671 / Y:319.480 Noodwaarneming in uitgegraven bouwputten. Het aangetroffen fenomeen betreft zeer waarschijnlijk een (spits)gracht uit vermoedelijk de IJzertijd, Romeinse tijd of jonger. Mogelijk kan het nog een gracht zijn als onderdeel van een Michelsberg Erdwerk echter dit is in navraag bij drs. F. Brounen (RACM) geen plausibele optie. De gedachten gaan op basis van kleur en rechte vorm echter toch uit naar een Late IJzertijd of Romeinse spitsgracht (fossa). Deze zou deel uit kunnen maken van een Romeins villacomplex (zoals bij de villa van Voerendaal of eventueel militair verdedigingswerk (wellicht marskamp). Een andere optie die geopperd is dat de greppels deel uitmaken van een Celtic Fields akkersysteem uit de IJzertijd. Echter de diepte van de greppels lijken te omvangrijk om een functie als deel uitmakend van een akkersysteem. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer: 2027579100 450 meter ten noordoosten van het plangebied Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.593 / Y:319.957 Oppervlaktekartering en booronderzoek. Geen resultaten bekend binnen ARCHIS. Vondsten

Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau

Begin datering

Datum: 15-12-1997

Eind datering

1 fragment vuurstenen afslag

Paleolithicum

Neolithicum

1 fragment vuurstenen halffabrikaat

Neolithicum

Neolithicum

2 fragmenten keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid 2 fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

5 fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

2 fragmenten keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid 2 fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

2 fragmenten keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid Veel fragmenten zandstenen/kwartsieten bouwmateriaal Sporen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Middeleeuwen

Begin datering

Eind datering

Veel ovens

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

1 weg, (on)verhard

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 complextype niet te bepalen

Paleolithicum

Neolithicum

1 complextype niet te bepalen

Neolithicum

Neolithicum

4 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Romeinse tijd

Romeinse tijd

2 complextype niet te bepalen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Romeinse tijd

Middeleeuwen

1 steen- of pannenbakkerij

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

1 weg

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

Booronderzoek

Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2287110100 Vestigia BV 21-05-2010 460 meter ten noordoosten van het plangebied RolDuc te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.780 / Y:320.600 In de zone K1 zijn zes scherven gevonden die zijn gedetermineerd als ruwwandig Romeins aardewerk. Het baksel is licht oranje tot wit van kleur en gemagerd met steengruis, waardoor het aardewerk een ruw oppervlak heeft. In twee van de gevallen betreft het randfragmenten die nader typologisch konden worden beduid. De scherven zijn vermoedelijk afkomstig van twee verschillende Stuart 201B kookpotten, maar verwarring met de Stuart 210A kom is mogelijk. Zowel dit type kookpot als kom heeft een naar buiten omgeslagen platte rand welke is versierd met enkele groeven, zoals bij de aangetroffen scherven het ook het geval is. De datering voor zowel de kookpot als de kom is eind 2 e eeuw na Chr. Eveneens in zone K1 is één bodemfragment van een kruik(amfoor) van gladwandig Romeins aardewerk gevonden. Het aardewerk is witbakkend en in het baksel is niet of nauwelijks magering zichtbaar. Een datering nauwkeuriger dan 1e tot 3e eeuw na Chr. is niet mogelijk. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment vuurstenen afslag

Paleolithicum

Bronstijd

1 fragment keramisch gladwandig aardewerk, gedraaid 4 fragmenten keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid 1 fragment keramisch gladwandige kruik

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 fragment keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid 1 fragment keramisch gladwandig aardewerk, gedraaid 1 fragment keramisch gladwandige kelkbak - Stuart 145/Brunsting 27/Niederbieber 82 2 fragmenten keramisch ruwwandige (kook)pot Stuart 201 Complexen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Vroeg Romeinse tijd

Laat Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Begin datering

Eind datering

1 complextype niet te bepalen

Paleolithicum

Bronstijd

5 (romeinse) villa

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 (romeinse) villa

Vroeg Romeinse tijd

Laat Romeinse tijd

1 (romeinse) villa

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Proefsleuvenonderzoek

Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2262673100 ADC ArcheoProjecten 20-10-2009 470 meter ten noordwesten van het plangebied Kerkrade Kloosterraderplein, percelen E 5987 en E 4838 te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.751 / Y:319.772 Binnen het plangebied zijn duidelijke restanten van een Romeinse nederzetting aangetroffen. Hoogstwaarschijnlijk gaat het hierbij om een villa rustica, een zogenaamd landelijk villaterrein. Behalve paalkuilen, die door de geringe oppervlakte van de werkputten nog niet aan een duidelijke structuur zijn te koppelen, is er ook een aantal funderingssleuven aangetroffen. De duidelijkste parallel voor dit soort sleuven, met een compacte kiezelvulling en verbredingen op regelmatige afstanden, vinden we terug in het hoofdgebouw van de villa Holzkuil, eveneens te Kerkrade. De vindplaats rondom de sporen wordt duidelijk afgebakend door de ‘vuile laag’ S3000, die uitdunt in westelijke richting. Ondanks het feit dat er in werkput 2 geen sporen zijn aangetroffen die te linken zijn aan de Romeinse tijd, is het niet uitgesloten dat ook het volledige westelijke deel van het onderzoeksgebied zich nog binnen het areaal van de villa rustica bevindt. De archeologische sporen zijn gaaf, goed bewaard als ze zijn onder een laag colluvium, waarin zich tevens de ‘vuile laag’ S3000 aftekent.

Het vondstmateriaal uit deze laag is slechts beperkt gefragmenteerd, maar wel eerder sterk verweerd. Een aantal resten is echter in de Late Middeleeuwen te dateren, waaronder een kuil die zich (wellicht toevallig) in het midden van de Romeinse structuur bevindt. De onderzochte oppervlakte is echter te gering om hier verdere conclusies omtrent de middeleeuwse vindplaats uit te trekken.40 Vondsten Begin datering Eind datering 37 fragmenten keramisch bouwmateriaal

Romeinse tijd

Romeinse tijd

2 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

1 fragment keramisch aardewerk, gedraaid

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd A

1 fragment keramisch Terra sigillata bord Dragendorff 15/17, Zuidgallisch 63 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd B

1 fragment keramisch aardewerk, gedraaid

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

1 fragment keramisch Terra sigillata kom Dragendorff 44, Midden-Oostgallisch 8 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid

-

Late Middeleeuwen

Nieuwe tijd Laat

1 fragment keramisch steengoed geglazuurd:kruik

Late Middeleeuwen B

Nieuwe tijd Vroeg

1 fragment loden kogel

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

Sporen

Begin datering

Eind datering

1 grondspoor

Romeinse tijd

Romeinse tijd

3 paalgaten/paalkuilen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

3 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd

Midden Romeinse tijd

2 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd A

2 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd A

Midden Romeinse tijd B

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Midden Romeinse tijd B

Midden Romeinse tijd B

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Late Middeleeuwen

Nieuwe tijd Laat

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Late Middeleeuwen B

Nieuwe tijd Vroeg

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Nieuwe tijd Vroeg

Nieuwe tijd Midden

Opgraving

Zaaknummer: Uitvoerder: 2270821100 ADC ArcheoProjecten 470 meter ten noordwesten van het plangebied Kerkrade Kloosterraderplein, percelen E 5987 en E 4838 te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.749 / Y:319.767 40 Claeys, 2010.

Datum: 04-01-2010

In opdracht van de gemeente Kerkrade heeft ADC ArcheoProjecten een archeologische opgraving (DO) uitgevoerd op de locatie Kloosterraderplein in Kerkrade. Bij voorgaand proefsleuvenonderzoek werden in het oostelijke deel van het plangebied reeds restanten aangesneden van een Romeins villaterrein. De beperkte schaal van het onderzoek verhinderde destijds het trekken van definitieve conclusies, maar na vergelijking met villae rusticae uit de omgeving kon geconstateerd worden dat sporen van een groot bijgebouw of eventueel een hoofdgebouw van een villaterrein waren aangesneden. Behalve funderingsresten en paalkuilen bestonden de archeologische resten ook uit een zogenaamde 'vuile' laag met veel vondstmateriaal. Tijdens de opgraving is de aangetroffen structuur meer vrij gelegd en onderzocht. Tevens is er zowel ten westen als ten oosten van deze structuur nog een structuur aangetroffen. Enkele palen van de oostelijke structuur waren ook al aangetroffen bij het proefsleuvenonderzoek. Toen was echter nog niet duidelijk dat dit een structuur betrof. De vindplaats is op basis van het vondstmateriaal (voornamelijk het aardewerk) gedateerd in de laat 1e tot 2e eeuw, en is daardoor vergelijkbaar met andere villa’s in de omgeving. Helaas is de omvang van het te onderzoeken gebied beperkt gebleven, waardoor de exacte omvang van het villaterrein niet kon worden bepaald.

Vondsten Begin datering Eind datering 35 fragmenten metalen slak

Romeinse tijd

Romeinse tijd

108 fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid

Romeinse tijd

Romeinse tijd

8 fragmenten ijzer

Romeinse tijd

Romeinse tijd

31 fragmenten keramisch bouwmateriaal

Romeinse tijd

Romeinse tijd

2 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Sporen

Begin datering

Eind datering

52 funderingen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

35 paalgaten/paalkuilen

Romeinse tijd

Romeinse tijd

10 kuilen

Romeinse tijd

Nieuwe tijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

7 (romeinse) villa

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1 (romeinse) villa

Romeinse tijd

Nieuwe tijd

Bijlage 4.

Vondstmeldingen

Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: archeologisch: boring 3043642100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 01-12-2004 20 meter ten noordoosten van het plangebied Urselinenpark te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.276 / Y:319.487 Tijdens het veldwerk voor het bureau en inventariserend archeologisch onderzoek in het kader van het voornemen om woningbouw te realiseren in het plangebied is de vondst ontdekt. Vanwege de verstoorde context is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment vuurstenen afslag

Mesolithicum

Neolithicum

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 complextype niet te bepalen

Mesolithicum

Neolithicum

Gevonden tijdens: Zaaknummer: niet-archeologisch 2753866100 100 meter ten zuidoosten van het plangebied Chaineuxstraat te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.336 / Y:319.389 geen toelichting bekend binnen ARCHIS Vondsten 1 fragment vuurstenen schrabber

Vinder: Onbekend

Vondst datum: 01-01-1933

Begin datering

Eind datering

Paleolithicum

IJzertijd

Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: niet-archeologisch: 2753322100 Onbekend 01-01-1924 baggerwerk 170 meter ten zuidoosten van het plangebied Mijnweg te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.302 / Y:319.277 De vuistbijl is gevonden bij het uitdiepen van een rioleringskanaal. De bijl is nu in bezit van de gemeente Kerkrade. Coördinaten administratief geplaatst. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment vuurstenen vuistbijl

Vroeg Paleolithicum

Midden Paleolithicum

Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: niet-archeologisch: graafwerk 2923569100 Onbekend 01-01-1930 190 meter ten oosten van het plangebied Nummer II-Straat te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:203.440 / Y:319.440 Een verwijzing naar een bericht in de Limburger Koerier van september 1936, waarin gesproken wordt van Romeinse voorwerpen gevonden in 1930 in de Nummer II-Straat. Het gaat hier over kruiken, spijkers, 2 bronzen lepels en 6 borden. Vermoedelijk hebben we hier te maken met grafvondsten. Het materiaal dat in de jaren tussen 1934 en 1942 daar gevonden is, bevindt zich in het museum te Kerkrade. Mogelijk dat de vondsten in het krantenbericht zich ook daar bevinden. Vondsten Begin datering Eind datering Veel fragmenten keramisch bord

Romeinse tijd

Romeinse tijd

2 fragmenten bronzen lepel

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Veel fragmenten keramisch gladwandige kruik

Vroeg Romeinse tijd A

Laat Romeinse tijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 grafveld, crematies

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Gevonden tijdens: Zaaknummer: niet-archeologisch 3283727100 460 meter ten noordwesten van het plangebied Oranjeplein te Kerkrade, gemeente Kerkrade

Vinder: Onbekend

Vondst datum: 09-08-1993

X:202.844 / Y:319.794 Waterput gevonden op het Oranjeplein te Kerkrade. - waterput is opgemeten en gefotografeerd in 1993. Sporen Begin datering Eind datering 1 waterput/waterreservoir

Vroege Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

Vroege Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: indirect: archief 3136541100 Onbekend 01-01-1922 470 meter ten noordwesten van het plangebied Oranjeplein te Kerkrade, gemeente Kerkrade X:202.820 / Y:319.780 Op het Oranjeplein te Kerkrade zouden in 1922 resten van een Romeinse villa gevonden zijn. De hier gebruikte coördinaten zijn precies die van het Oranjeplein. Het gaat hier om een bericht in De Limburger Koerier (Maastricht) van september 1936.Daarin wordt gesproken van een villa die in 1922 werd blootgelegd bij de bouw van 2 woningen op het Oranjeplein, en van enige kubieke meters Romeinse dakpannen die ter plaatse waren gevonden. Niet duidelijk is wat er nu precies gevonden is: over muren/funderingen wordt niets gezegd, en misschien zijn de dakpannen aanleiding geweest aaneen villa te denken (in De Maasgouw van 1922 is hierover niets te vinden). Plaatselijk onderzoek is nodig. Inmiddels is vlakbij het Oranjeplein een waterput aangetroffen. Vondsten Begin datering Eind datering Veel fragmenten keramisch dakpan

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Sporen

Begin datering

Eind datering

1 gebouw

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Complexen

Begin datering

Eind datering

1 (romeinse) villa

Romeinse tijd

Romeinse tijd

Bijlage 5.

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.

De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in

urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in NoordwestEuropa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven.

De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheemsRomeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting.

De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand.

Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'.

Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt.

Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20 e eeuw uit in de kunsten.

Bijlage 6.

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ► Vergunningverlening indien geen onderzoek ▼ noodzakelijk wordt geacht. Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van ▼ archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie Inventariserend veldonderzoek* (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan ▼ ▼ besloten worden over te gaan op het begeleiden van de Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek graafwerkzaamheden door archeologen.*** Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van ▼ archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

Ook kan ▼****** besloten worden over te gaan op het begeleiden van de Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** graafwerkzaamheden door archeologen.*** (variant begeleiding) ▼ Besluit ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) archeologie, wel archeologische waarden aanwezig ▼ ▼ maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van Opgraven*** Beschermen waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie Verwijderen van de Bescherming van de (eventueel met bouwkundige voorwaarden). archeologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding) * Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna

92

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan woningbouw Erpostraat 1 - Holzstraat 19A" (ontwerp)

plan:

Activiteitenplan Wet natuurbescherming voor: Sloop Erpostraat 1

opdrachtgever:

HEEMwonen

datum

7 februari 2023

projectnummer:

NL KE-807.002

Activiteitenplan Wet natuurbescherming Sloop Erpostraat 1

projectnummer: NL KE-807.002

lid van Netwerk Groene Bureaus ir. M.A. Blaas projectleider adviseur ecologie Maastricht, 7 februari 2023

& M.J.M. Coenen BSc ecoloog

activiteitenplan wet natuurbescherming sloop erpostraat 1

3

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................................... 3 Inleiding ................................................................................................................................... 4 1

Projectbeschrijving complex 10314 & 10324 ...................................................................... 6 1.1

Huidige situatie onderzoeksgebied.............................................................................. 6

1.2

Positie van het studiegebied ten opzichte van natuurgebieden ..................................... 8

1.3

Voorgenomen werkzaamheden – sloop .................................................................... 10

1.4

Planning .................................................................................................................. 10

2

Methodiek natuurwaardenonderzoek ............................................................................... 11

3

Resultaten natuurwaardenonderzoek ................................................................................ 12

4

Toepassing soortenmanagementplan ................................................................................. 14

5

©

4.1

Praktische samenvatting............................................................................................ 14

4.2

Mitigatieboekhouding Gewone dwergvleermuis ....................................................... 15

4.5

Eindbalans ten behoeve van verwerking in mitigatieboekhouding ............................. 16

Ecologisch werkplan ........................................................................................................ 17 5.1

Voor de uitvoering van het werk relevante soorten per complex............................... 17

5.2

Planning .................................................................................................................. 17

5.3

Maatregelen in het kader van de zorgplicht............................................................... 17

5.4

Algemene uitgangspunten bij de uitvoering van de ecologische begeleiding .............. 18

5.5

De ecologisch deskundige ........................................................................................ 19

activiteitenplan wet natuurbescherming sloop erpostraat 1

4

Inleiding Aanleiding Voor 2023/24 heeft HEEMwonen plannen om het complex 10324 aan de Erpostraat 1 in de gemeente Kerkrade te slopen in samenhang met het aangrenzende aangekochte pand Holzstraat 19A om plaats te maken voor nieuwbouw. Dit betekent dat in potentie de aanwezigheid van streng beschermde gebouw bewonende soorten in het geding is. Voor de volledigheid wordt hierbij ook het direct aanpalende complex 10314 aan de Holzstraat 21-21F meegenomen. In totaal betreft het 8 verhuureenheden en een aangekocht pand. Uit het voorgaande natuurwaardenonderzoek (bureau VERBEEK, 2020; onderzoeksjaar 2019) was reeds gebleken dat op deze locatie alleen met verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen rekening gehouden dient te worden. Op basis van deze gegevens is nader natuurwaardenonderzoek noodzakelijk. Bureau VERBEEK landschapsarchitectuur / ecologie / stedelijk ontwerp heeft dit onderzoek samen met Ecolybrium ecologisch advies uitgevoerd.

Figuur 1: Ligging onderzoeksgebied binnen de kern Kerkrade.

©

activiteitenplan wet natuurbescherming sloop erpostraat 1

5

Doelstelling Voorliggend activiteitenplan heeft als doel ten behoeve van de voorgenomen ingreep invulling te geven aan de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming op basis van het soortenmanagementplan en de bijbehorende generieke ontheffing van HEEMwonen (2020-100022). Het projectplan geeft inzicht in de volgende zaken: • De omschrijving van de voorgenomen ingreep, de werkzaamheden die daarmee gemoeid zijn en de voorgenomen planning (hoofdstuk 1). • De methodiek van het ten behoeve van dit projectplan uitgevoerde natuurwaardenonderzoek (hoofdstuk 2). • De resultaten van het uitgevoerde natuurwaardenonderzoek (hoofdstuk 3). • De toepassing van het soortenmanagementplan (hoofdstuk 4). • De maatregelen die worden getroffen om overtreding van verboden uit de wet te voorkomen, dan wel de gevolgen ervan te minimaliseren (hoofdstuk 5).

©

activiteitenplan wet natuurbescherming sloop erpostraat 1

1

6

Projectbeschrijving complex 10314 & 10324

In dit hoofdstuk wordt op bondige wijze ingegaan op de voorgenomen ingreep binnen het projectgebied. Paragraaf 1.1 omvat de huidige situatie. In paragraaf 1.2 is de relatie aangeduid tussen het onderzoeksgebied en de aanwezige natuurgebieden. Vervolgens is in paragraaf 1.3 de voorgenomen ingreep nader toegelicht. Waarna in paragraaf 1.4 de planning van de werkzaamheden is beschreven.

1.1

Huidige situatie onderzoeksgebied

Het onderzoekgebied wordt gevormd door de complexen 10314 en 10324 en het aangekochte pand Holzstraat 19A. Dit betreft in totaal 8 verhuureenheden die zijn gelegen aan de Holzstraat en Erpostraat in Kerkrade. In figuur 2 is de ligging van de complexen binnen de buurt zichtbaar. De lijst met verhuureenheden is opgenomen in bijlage 1. Op de volgende bladzijdes is een kleine impressie opgenomen van het type panden.

Figuur 2: Overzichtskaart met de begrenzing van het complex. De lijst met verhuureenheden is opgenomen in bijlage 1.

©

activiteitenplan wet natuurbescherming sloop erpostraat 1

7

Figuur 3: Uitzicht op de voorgevel van complex 10324 aan de Erpostraat.

Figuur 4: Uitzicht op de voorgevel van complex 10314 aan de Holzstraat. Het witte pand rechts daarvan betreft complex 10324 aan de Erpostraat.

©

activiteitenplan wet natuurbescherming sloop erpostraat 1

8

Figuur 5: Uitzicht op de westgevel van het aangekochte pand Holzstraat 19A. Dit grenst aan de achterzijde van zowel complex 10314 als 10324.

Complex 10324 omvat een kantoorpand met aan de achterzijde werkplaatsen en garages. Het heeft een plat dak en dakranden voorzien van betimmering en daktrims. Complex 10314 staat ernaast aan de Holzstraat en bestaat uit 7 verhuureenheden met inpandige balkons en een plat dak. Het aangekochte pand bestaat uit een loodsgedeelte met aansluitend een lager kantoorgedeelte. Ook dit pand is voorzien van een plat dak.

1.2

Positie van het studiegebied ten opzichte van natuurgebieden

In figuur 6 is de begrenzing van de Natura2000-gebieden in de omgeving van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied ligt geheel buiten deze gebieden en op circa 1,2 kilometer van het meest nabij gelegen Natura2000-gebied, te weten het Wurmtal südlich Herzogenrath in Duitsland. Afhankelijk van de actuele regelgeving omtrent de omgang met stikstof kan een toetsing noodzakelijk zijn. Deze toetsing staat los van deze rapportage.

©

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=fc09aa85-71f8-4ad7-b716-e8618c2e25f8