CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 - Toelichting PDF

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit bestemmingsplan Kerkrade West II eerste herziening18.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Woningbehoefte Voor nieuwbouw is ook vanuit de landelijke en provinciale overheid veel aandacht. Landelijk is de opgave om tot 2030 bijna een miljoen woningen te bouwen, waarvan minimaal 26.550 in Limburg. Daarnaast heeft de provincie Limburg op verzoek van de regio een extra ambitie aangegeven om daar bovenop 20.000 woningen extra te bouwen. De landelijke richtlijn daarbij is dat twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar moet zijn, en uit sociale en middeldure huurwoningen en uit betaalbare koopwoningen moet bestaan. De gemeenten in de regio Parkstad hebben de gezamenlijke ambitie om de komende 10 jaar minimaal 7.500 nieuwe woningen te bouwen. In de periode 2022 – 2030 gaat het over 6.775 nieuwe woningen. Woningen die in de eerste plaats kwalitatief aansluiten bij de wensen van bestaande bewoners in de regio – starters en doorstromers – en die daarnaast mensen van buiten kunnen aantrekken. Het streven is een woningvoorraad en woonmilieus te hebben die aansluiten bij de bevolkingsontwikkeling in regio, die aantrekkelijk is voor huidige bewoners en voor mensen van buiten om naar deze regio te komen. Daarbij wordt een - zowel in woningtype als prijsklasse - gevarieerd woningaanbod beoogd, dat aansluit bij de mogelijkheden en wensen van starters en doorstromers uit de regio en woningzoekenden van buiten de regio.

In 2022 laat het meest recente vastgestelde woonbehoefteonderzoek (Regio Parkstad Limburg Woonbehoefteonderzoek 2022-2023, zie ook paragraaf 2.2) zien dat de behoefte vooral bestaat uit levensloopgeschikte nultredenwoningen. Dat geldt zowel voor het sociale huursegment, het segment tussen sociaal en circa 1.000 euro huur per maand en het segment betaalbare koopwoningen met een prijs tot circa 300.000 euro. Dit zijn de typen woningen waar naar verwachting de komende jaren in ieder geval vraag naar zal zijn en waarvan de bouw ‘no-regret’ is. In de beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021”, wordt voor koopwoningen de NHG-grens (prijspeil 2023: 405.000 euro) gehanteerd, waardoor er beleidsmatig in aantallen ook meer ruimte bestaat voor de prioriteit van betaalbare koopwoningen. Daarnaast is het waarschijnlijk dat de behoefte aan meer woningen in de middenhuur de komende jaren aanhoudt. Dat kunnen woningen zijn in het sociale segment boven de aftoppingsgrenzen en woningen boven de liberalisatiegrens die nog wel betaalbaar zijn met een middeninkomen. Zowel marktpartijen als woningcorporaties kunnen deze woningen realiseren en exploiteren. Uitgangspunt is wel dat deze woningen in prijs, kwaliteit en locatie aantrekkelijk zijn voor middeninkomens. Resumé Nieuwbouwplannen krijgen in Kerkrade ruim baan.

De gemeente Kerkrade wil een substantiële bijdrage leveren aan de extra ambitie die de bestuurscommissie Wonen & Herstructurering van de Stadsregio Parkstad heeft uitgesproken: een bijdrage van bruto 1.350 woningen van de bruto 7.500 woningen voor de totale regio. Het streven daarbij is tevens dat de woningbouw bijdraagt aan een kwalitatieve en klimaatbestendige woonomgeving. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 21 -

Toelichting

In Kerkrade is voornamelijk behoefte aan levensloopgeschikte appartementen en nultreden (grondgebonden) woningen in de middeldure d huur en koop. Daarnaast: - is er een kleine behoefte aan grondgebonden middeldure en sociale huurwoningen; - uitgangspunt is dat alle nieuwbouwwoningen levensloopbestendig (te maken) zijn: alle grondgebonden woningen moeten ruimte hebben op de begane grond om een slaapkamer en badkamer te realiseren naast de woonkamer en keuken. Bij nieuwbouw waar deze voorzieningen niet direct bij gebouwd worden, dienen kabels, leidingen en constructie reeds aanwezig te zijn zodat bewoners deze voorzieningen zelf kunnen realiseren. - de gemeente Kerkrade houdt als richtlijn de grens van minimaal 75 m² gebruiksoppervlak (GBO) per nieuwe woning aan (maatwerk mogelijk); - ‘no-regret-keuzes’: dit zijn woningen waar altijd behoefte aan is: levensloopgeschikte huurappartementen en nultredenwoningen middelduur en betaalbare levensloopgeschikte koopappartementen en nultredenwoningen; - niet (veel) toevoegen: reguliere grondgebonden koopwoningen en kleine, niet levensloopgeschikte/nultreden appartementen. Plangebied In het plangebied worden zes grondgebonden woningen gebouwd (vier levensloopbestendige woningen en twee vrije kavels voor levensloopbestendige woningen) voor starters, doorstromers en/of senioren.

De beoogde huur- of koopprijzen vallen binnen de categorie ‘betaalbare woningen’. Er kan worden voldaan aan de minimale oppervlakte-eis en het zijn ‘no-regret-keuzes’. Daarmee past het plan binnen dit beleidskader. Afstemming regio Parkstad Op 23 juni 2021 heeft de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van Parkstad Limburg besloten om in te stemmen met de toevoeging van de met dit bestemmingsplan beoogde zes woningen. Daarmee is het plan toegevoegd aan en voldoet het daarmee ook aan de Regionale Woningmarktprogrammering. Regionale Klimaatadaptatiestrategie Parkstad Klimaatverandering leidt tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag en drogere zomers. Dat heeft gevolgen voor onder andere onze gezondheid en onze leefomgeving. Daarom is het zaak ook bij ruimtelijke plannen klimaatadaptief bouwen c.q. ontwikkelen als ontwerpprincipe mee te nemen en maatregelen waar nodig dan wel mogelijk te borgen. Dit komt terug in de NOVI en in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. Door het Rijk is de opgave om Nederland vóór 2050 klimaatproof te maken vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).

Door de parkstadgemeenten is samen met het Waterschap Limburg, het Waterschapsbedrijf Limburg en de Waterleidingmaatschappij Limburg een Regionale Klimaatadaptatiestrategie met uitvoeringsprogramma opgesteld, die is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade op 12 april 2022. Aan de doelstelling om te komen tot een klimaatbestendig Parkstad vraagt om de inzet van fysieke maatregelen om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren, zoals de herinrichting van het stedelijk (water)systeem en daarbij water en groen zo goed mogelijk te benutten om wateroverlast, verdroging en hittestress te voorkomen en de leefbaarheid en biodiversiteit te vergroten. De opgave staat niet op zichzelf. Met voornoemde invulling wordt ook een bijdrage geleverd aan bredere duurzaamheidsdoelstellingen en er zijn belangrijke verbindingen met andere belangrijke sociaal-maatschappelijke en economische vraagstukken. Zo hebben 'groene en blauwe ontwikkelingen' een positieve invloed op de leefbaarheid, maar ook de waarde van vastgoed in kwetsbare wijken.

Plangebied Vanuit de klimaatadaptatie is van belang dat de (volwassen) bomen in het plangebied niet worden gekapt, dat ruimte voor de boomwortels wordt behouden en bij de nieuwbouw rekening wordt gehouden met zonwerende maatregelen (bijvoorbeeld overstekken bij raampartijen op zuid- en Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 22 -

Toelichting

westgevels en toepassen van groene daken en gevelbegroeiiing) en gelet wordt op materiaal en kleurgebruik. Dit zal bij de uiteindelijke bouwplantoetsing worden meegewogen. d Ter voorkoming van wateroverlast en overstroming is een aantal mogelijkheden voor hemelwaterafkoppeling voorgesteld. Daarbij kan voldaan worden aan de uitgangspunten van het waterschap. Deze mogelijkheden zijn beschreven in paragraaf 5.1 van deze toelichting.

2.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Kerkrade 2010 - 2020 en Stadsdeelvisie West Structuurvisie Kerkrade De Structuurvisie 'Kerkrade 2010 - 2020' is een beleidsdocument waarin de strategische afwegingen en keuzes voor de periode 2010 - 2020 zijn beschreven voor de thema's landschap en groen, toerisme, recreatie en cultuur, verkeer, voorzieningen, werken en wonen. Deze 'kapstok' van alle plannen van de gemeente is een richtinggevend document waarin duidelijk wordt welk sociaal, economisch en ruimtelijk beleid de gemeente nastreeft. De visie schetst een beeld van Kerkrade, van haar ontstaan en van de wijze waarop de gemeente samen met inwoners en andere partijen de komende jaren aan de slag wil gaan. De ambitie van Kerkrade is om een Europese en gastvrije stad te zijn. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn uitgewerkt in enkele stadsdeelvisies voor de wijken West, Oost (I en II) en Noord. Voor het voorliggende plan is de Stadsdeelvisie West in dit verband relevant. Stadsdeelvisie West ‘West wint aan ruimte’, dat is de kern van de stadsdeelvisie 2020 voor Kerkrade-West, die is opgesteld in samenwerking met de partners: gemeente Kerkrade, regio Parkstad, Hestia Groep en de provincie Limburg. In deze stadsdeelvisie is een verdeling gemaakt in vier ‘scoringskansen’: wonen en leven, werken en winkelen, natuur en duurzaamheid en recreatie en bereikbaarheid.

Voor het voorliggende plan is de ‘kans’ wonen & leven relevant. Hierover is aangegeven dat het aantal bewoners in West afneemt en dat de woningen niet meer aansluiten op de woonwensen. De partners willen de kans grijpen om nieuwe woningen te bouwen die aantrekkelijk zijn voor diverse bewonersgroepen. De ambitie is om het bestaande bewoners naar de zin te maken en ook mensen van buitenaf aan te trekken. De buurt Gracht heeft een gunstige ligging ten opzichte van de regio Aken. Vroeger kwam 25 procent van de inwoners daar vandaan. In de toekomst kan Gracht opnieuw ‘kenniswerkers’ van over de grens aantrekken als woningen en voorzieningen daarop worden afgestemd. Het realiseren van passende woningen is echter niet voldoende. De stadsdeelvisie zet daarom ook in op het vergroten van de saamhorigheid en de veiligheid in de wijk. Zo komen er meer plekken waar we elkaar kunnen ontmoeten en krijgen kinderen meer ruimte om buiten te spelen. Resumerend past de inbreidingslocatie zoals in dit plan beoogd goed binnen de doelstellingen voor de buurt Gracht. De zes grondgebonden woningen kunnen door de beoogde doelgroep kenniswerkers worden benut, maar ook door andere doelgroepen. De diversiteit van het programma (waarbinnen twee vrije kavels zijn opgenomen) maakt het plan voor mensen met verschillende woonwensen interessant.

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Kerkrade 2017 Begin 2018 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld door de gemeenteraad. Uit het GVVP is voor dit bestemmingsplan met name het aspect parkeren relevant. Aangegeven is dat bij nieuwe ontwikkelingen de parkeerbehoefte binnen het plangebied van de ontwikkeling opgevangen moet worden. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen is daarbij afhankelijk van de soort en de omvang van de functie(s) die binnen het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met het gebied waarin de Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 23 -

Toelichting

ontwikkeling is gelegen en de eventuele mogelijkheden om parkeerplaatsen dubbel te gebruiken. Daarbij sluit de gemeente aan bij de normen d en richtlijnen van het CROW. In paragraaf 4.2 wordt aangegeven hoe is omgegaan met de parkeernormen uit het GVVP voor dit bouwplan.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 24 -

Toelichting

3 Beschrijving plangebiedd Het plangebied is gelegen in het uiterste zuidwesten van Kerkrade in de woonbuurt Gracht. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit omheind grasveld, afgewisseld met verharding (voormalig toegangspad) van aanpalende begraafplaats. Op het oostelijk deel van het plangebied heeft tot 2012 de Onze-Lieve-Vrouw van Lourdeskerk (Gracht) gestaan; hieraan was de R.K. begraafplaats, die direct ten zuidwesten van het plangebied is gelegen, gekoppeld. Ten westen van het plangebied is speeltuin ‘De Eech’ gelegen. Op de onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied ingetekend:

Locatie vml. kerk Sint Bernadettestraat Grachterstraat

Speeltuin ‘De Eech’ Begraafplaats

Luchtfoto plangebied

De Sint Bernadettestraat wordt gekenmerkt door een laanstructuur met twee groenstroken aan weerszijden van de rijweg waarin aan beide zijden forse lindebomen staan; naast deze groenstroken zijn - wederom aan weerszijden van de weg - trottoirs aanwezig. Aan de noordzijde van de Sint Bernadettestraat is tevens een strook met openbare parkeerplaatsen gelegen, dwars georiënteerd op de rijweg. De laanstructuur zorgt voor een groene en monumentale uitstraling van deze straat. De bestaande woningen ten noordwesten van het plangebied (aan de overzijde van de straat) zijn rijwoningen uit de jaren vijftig in twee bouwlagen met een kap. De woningen hebben een kleine (veelal stenig uitgevoerde) voortuin. De speeltuin aan de westzijde van het plangebied is voorzien van kleinschalige speeltoestellen en kent een klein gebouwtje in één bouwlaag waar tijdens openingstijden uitgifte van bijvoorbeeld ijsjes en frisdrank plaatsvindt. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan de Grachterstraat. De woonbebouwing bestaat ook hier overwegend uit twee bouwlagen met een kap, maar hier is meer variatie in de bouwstijlen en zijn de verschillende bouwperiodes van de woningen duidelijker zichtbaar. Ook is op enkele plekken in deze straat sprake van een verspringende voorgevellijn.

Direct ten zuidoosten van het plangebied (Grachterstraat 62) ligt de voormalige pastorie behorende bij de gesloopte OLV van Lourdeskerk. Deze woning dateert uit 1935 en is een opvallend bouwwerk in deze woonomgeving.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 25 -

Toelichting

De onderstaande foto’ s geven een impressie van het plangebied: d

Plangebied ter hoogte van voormalig toegangspad begraafplaats

Plangebied gezien vanaf de hoek met de Grachterstraat

Laanstructuur Sint Bernadettestraat

Voormalige pastorie aan de Grachterstraat

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 26 -

Toelichting

4 Ontwikkelingen

d

4.1 Bouwplan Bij het opstellen van een bestemmingsplan is een uitgewerkt bouwplan niet nodig. Voor deze locatie is echter al een bouwplan ontwikkeld. Het plan bestaan uit de realisering van vier levensloopbestendige twee-aan-een geschakelde woningen (koop of huur) en twee vrije bouwkavels (koop). Het onderstaande stedenbouwkundig plan is ontworpen door Wauben Architects:

Stedenbouwkundig plan (bron: Wauben Architects)

Stedenbouwkundig plan In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de omliggende groene setting. De sterke laanstructuur aan de Sint Bernadettestraat geeft hiervoor een goede aanzet. Er zijn bij het stedenbouwkundig plan twee groene ruimtes voorzien. De eerste (en bestaande) groene ruimte is gelegen aan de westzijde van het plangebied en deze zorgt voor een groene buffer tussen de speeltuin en de meest westelijk geprojecteerde woning. De tweede groene ruimte is centraal gelegen tussen het westelijke woningcluster en de centrale parkeerplaats en zorgt hier voor een groene scheiding tussen de woning en de parkeerplaats. Aan de oostzijde van de parkeerplaats is een haag voorzien die de parkeerplaats scheidt van het tweede woningcluster. De meest oostelijk geprojecteerde woning van het oostelijke woningcluster grenst aan de achtertuinen van de vrije kavels. Hierdoor is in het plan sprake van een groene geleding tussen de geprojecteerde groepjes woningen. Bebouwing Qua bebouwing is aangesloten op de bestaande bebouwingsstructuren, waarbij de voorgevels parallel aan de weg zijn geprojecteerd. De geschakelde woningen zijn georiënteerd op de Sint Bernadettestraat, de voorgevels van de woningen die kunnen worden gebouwd op de vrije kavels zijn georiënteerd op de Grachterstraat. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 27 -

Toelichting

De geschakelde woningen worden in twee clusters van twee woningen gebouwd langs de Sint Bernadettestraat. De woningen worden ddeels in één bouwlaag en deels in twee bouwlagen uitgevoerd. De éénlaags delen staan daarbij in verbinding met elkaar. Het onderstaande gevelaanzicht gezien vanaf de Sint Bernadettestraat geeft een impressie van de toekomstige situatie:

Gevelimpressie vanaf de Sint Bernadettestraat (bron: Wauben Architects)

Tussen deze twee woningclusters wordt een parkeervoorziening aangelegd met acht parkeerplaatsen. De vier woningen worden voorzien van een garage. De garage van de twee buitenste woningen zijn aan de openbare weg gelegen, de garages van de twee binnenste woningen zijn op het achtererf gelegen en worden ontsloten via de toegangsweg. Op de onderstaande afbeelding is de plattegrond van de toekomstige situatie weergegeven:

Situatietekening (bron: Wauben Architects)

De twee vrije kavels zijn geprojecteerd aan de Grachterstraat. Op elke kavel kan één vrijstaande, levensloopbestendige woning worden gebouwd. Deze woningen worden elk voorzien van een garage die zo diep mogelijk op het perceel wordt gepositioneerd, waardoor een lange oprit kan worden gerealiseerd waarop twee auto’s kunnen worden geparkeerd. De woningen zijn met deze garages aan elkaar ‘geschakeld’. De voorgevel van de woningen dient in het verlengde te liggen van de voorgevel van de voormalige pastorie aan de Grachterstraat 62, ten zuidoosten van het plangebied. Hierdoor ontstaat op dit punt een eenduidig straatbeeld. De voorgevels aan de Grachterstraat verspringen in clusters; door de voorgevels van de nieuwe woningen gelijk te schakelen met de voorgevel van de voormalige pastorie vormen deze samen één cluster met dezelfde voorgevelpositie. De afstand tussen de voorste erfgrens en de voorgevel bedraagt vijf meter. de zijdelings afstand tussen bouwvlak en erfgrens bedraagt drie meter. De woningen mogen worden uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap. De kaprichting dient parallel aan de Grachterstraat te worden geprojecteerd, met een hellingshoek tussen de 30 en 45 graden. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 28 -

Toelichting

Deze randvoorwaarden zijn opgenomen op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan. Het bouwvlak is zodanig d gepositioneerd dat aan deze randvoorwaarden kan worden voldaan. Op onderstaande afbeelding is de positionering van de twee vrijstaande woningen weergegeven:

Bron: Wauben Architects

4.2 Parkeren en verkeersgeneratie Parkeren Het onderhavige bouwplan voorziet in de realisering van zes grondgebonden woningen in de vorm van twee vrijstaande woningen en vier geschakelde woningen. Parkeerbehoefte Om de parkeerbehoefte voor dit plan te bepalen is gebruik gemaakt van de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan (GVVP). Hierin is een onderscheid gemaakt in gebiedstypen, waarbij het plangebied is gelegen in ‘rest bebouwde kom’. Als woningtypes is gekozen voor ‘vrijstaand (2x) ’en ‘twee-onder-een kap’, beide typen als koopwoning (dit is de maximale norm; de norm voor een vrije sector huurwoning is lager). Dit resulteert in de volgende parkeerbehoefte: Type woning

Parkeernorm (rest bebouwde kom)

Aantal woningen

Aantal p.p.

Vrijstaand

2,5 per woning

2

5,0

Koop, 2/1 kap

2,4 per woning

4

9,6

Totaal

14,6

Het benodigd aantal parkeerplaatsen bedraagt derhalve 14,6.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 29 -

Toelichting

De vrijstaande woningen worden uitgevoerd met een garage en een lange oprit. Theoretisch betekent dit drie parkeerplaatsen, echter d volgens de parkeernormensystematiek bedraagt de werkelijke rekeneenheid 1,3 parkeerplaatsen. Dit betekent dat op deze twee percelen samen 2,6 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De geschakelde woningen hebben alle vier een oprit met garage. Theoretisch betekent dit twee parkeerplaatsen, echter volgens de parkeernormensystematiek bedraagt de werkelijke rekeneenheid 1,0 parkeerplaats. Dit betekent dat op deze vier percelen samen 4 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hierdoor resulteert een behoefte van (14,6 - 2,6 - 4) 8 parkeerplaatsen. Deze worden op de centrale parkeerplaats tussen de twee geschakelde woonclusters gerealiseerd. Hiermee is de parkeerbehoefte ingevuld en voldoet deze aan de parkeernormen uit het GVVP. Verkeersgeneratie Voor het vergelijken van de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie (zes woningen), is gebruik gemaakt van de verkeersgeneratiecijfers die in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen” van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) zijn opgenomen. In de systematiek van het CROW is de gemeente Kerkrade als ‘sterk stedelijk’ gebied aangemerkt.

Verkeersgeneratie toekomstige situatie Bij deze planontwikkeling is sprake van de bouw van twee vrijstaande koopwoningen en vier geschakelde koop- of huurwoningen in het middeldure segment. Uitgegaan wordt van koopwoningen, omdat deze de hoogste verkeersgeneratie kennen. In het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’, in een ‘sterk stedelijk’ gebied, wordt uitgegaan van de volgende verkeersgeneratie (gekozen is voor de maximale variant in de bandbreedte zoals opgenomen in de voornoemde CROW-uitgave): Type woning

Verkeersgeneratie (sterk stedelijk)

Aantal woningen

Aantal

Vrijstaand, koop

Max. 8,6 per woning

2

17,2

Koop, 2/1 kap

Max. 8,2 per woning

4

32,8

Totaal

50,0

Dit betekent een totale verkeersgeneratie van 50 verkeersbewegingen per dag. De realisering van het beoogde bouwplan met zes grondgebonden woningen leidt tot toename van het aantal verkeersbewegingen met 50. Dit is een aantal dat goed kan worden opgevangen op het omliggende wegennet. Er worden dienaangaande dan ook geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de verkeersafwikkeling.

4.3 Duurzaamheid De woningen moeten voldoen aan het geldende Bouwbesluit. Hierin is een pakket van eisen verwerkt met betrekking tot de isolatie van de gebouwschil, het energieverbruik, de duurzaamheid van materialen, gezond binnen- en buitenklimaat, luchtventilatie, de uitstoot van stikstof en de water-infiltratie. Al deze maatregen samen maken van een modern gebouw tevens een duurzaam gebouw. Vanaf 1 januari 2021 moeten nieuwbouwwoningen bijna energieneutraal zijn. Dat is vertaald in een stelsel van BENG-eisen. Deze eisen komen in de plaats van de huidige EPC. In BENG wordt de energieprestatie uitgedrukt in indicatoren: de energiebehoefte van het gebouw, het primair fossiele energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 30 -

Toelichting

De woningen worden gasloos uitgevoerd. Dit is ook conform het Bouwbesluit. Voor de verwarming, warm tapwater en het koken zullen verschillende systemen op het elektrische netwerk worden d aangesloten. Daartoe worden op het dak de benodigde zonnepanelen geplaatst voor de energieopwekking. De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. De MPG is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De milieuprestatie van materialen van gebouwen zal een steeds belangrijkere factor worden in de totale milieubelasting van gebouw.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 31 -

Toelichting

5 Sectorale aspecten

d

5.1 Water De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedureafspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021.

Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Plangebied Voor het onderhavige plangebied kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten. Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 De gemeente Kerkrade valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg. elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027.

Het Provinciaal Waterprogramma geeft onder andere kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRWwaterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan. Plangebied Voor het voorliggende plangebied kent de Keur geen specifieke uitgangspunten of belemmeringen. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart, bijgewerkt tot maart 2019). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente,

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 32 -

Toelichting

teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. d Toetsingspunten water in ruimtelijke plannen. Het waterschap beoordeelt ruimtelijke plannen aan de hand van de volgende criteria: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. Waterparagraaf Voor dit plan is een waterparagraaf opgesteld. Deze handelt over zowel het afvalwater als het hemelwater. Met name de hemelwaterafkoppeling is voor ruimtelijke plannen relevant. Aelmans ‘Watertoets Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade’ (separate bijlage 1) Huidige situatie Het maaiveld binnen het plangebied loopt af van zuidwest naar noordoost (richting de Grachterstraat) en varieert van 160,90 m +NAP naar 157,7 m +NAP. Het bestaat momenteel uit grasland. Ter plekke zijn geen waterhuishoudkundige voorzieningen als greppels aanwezig. Ook direct grenzend aan het perceel liggen geen watergangen, sloten of greppels. Toekomstige situatie Van de te bouwen woningen is het dakoppervlak en het oppervlak aan verhardingen bepaald. Er zal sprake zijn van 664 m² dakoppervlak en van 441 m² verhardingen (opritten, doorsteek naar begraafplaats en parkeerplaatsen).

In totaal dus 1.105 m². In het worst-case-scenario, als de gehele verharding (doorgang naar kerkhof, parkeerplaatsen en erfverhardingen op de kavels) ook Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 33 -

Toelichting

daadwerkelijk verhard wordt uitgevoerd, dient de benodigde capaciteit van hemelwatervoorziening minimaal te bedragen: 1.105 m² x 0,080 (80 mm/ m²) = 88,4 m³. d

de

Vervolgens moet gekeken worden naar de infiltratiecapaciteit van de bodem. Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is als: - de doorlatendheid groter is dan circa 0,3 meter per dag; - het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is; - het te infiltreren hemelwater niet is verontreinigd. Op grond van het uitgevoerde infiltratieonderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: - de doorlatendheid varieert tussen de 0,11 en 0,40 meter per dag; - het grondwater bevindt zich op een diepte van meer dan 4 meter beneden maaiveld; - door het aanbrengen van een zand- en slibvangsysteem kan het hemelwater worden gezuiverd alvorens te infiltreren. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow). 2. Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool.

Dit behoort niet zondermeer tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is daarvoor, in het algemeen, onvoldoende. 3. Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. De doorlatendheid van de diepe ondergrond zal toenemen met toename van de diepte. Infiltratie beneden NAP +150 m is opportuun maar zal nader onderzocht moeten worden. Uit de gemeten doorlatendheden blijkt dat infiltratie van hemelwater niet zondermeer tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is in het algemeen onvoldoende. Het infiltreren zal dus niet direct in de ondiepe ondergrond kunnen plaatsvinden. Dit wordt mede veroorzaakt door de aanwezigheid van leem/löss. De ervaring leert dat wanneer leem/löss verzadigd geraakt met water, dit de ondergrond kan verweken en uiteindelijk voor een extra vertraging van de waterdoorlatendheid zorgt. Voor het verwerken het hemelwater zijn twee passende mogelijkheden beschikbaar: 1. Grindpalen: een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers in combinatie met grindpalen tot beneden NAP +150 m is mogelijk.

Beneden dit niveau werd de Formatie van Beegden (een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken) aangetroffen, met een waterdoorlatendheid van meer dan 10 meter per dag. Deze laag is goed geschikt voor het infiltreren van hemelwater. Er wordt echter geadviseerd om ter plekke een aanvullend onderzoek te doen naar de doorlatendheid van de (diepere) bodem. Hiermee kunnen betrouwbare berekeningen worden gemaakt van de leeglooptijd van de grindpalen. 2. Geknepen afvloeiing: mocht blijken dat diepte-infiltratie van het hemelwater niet mogelijk is, is de andere mogelijkheid om per kavel een kleinschalige voorziening te creëren. Uitgaande van de bebouwing, dient per woning 8,7 m³ per kavel te worden opgevangen. Voor de vrijstaande woningen is dit 9,2 m³ per kavel (indicatief). Omdat de woningen worden uitgevoerd met platte daken, wordt geadviseerd deze daken uit te voeren met een sedumbeplanting. Dergelijke dakbedekking bestaat uit beplanting welke het hemelwater opneemt en via verdamping laat terugkeren in de atmosfeer. Effectief betekent dit substantiële vermindering van af te voeren hemelwater tot 70%.

Het hemelwater kan tijdelijk worden geborgen in een wadi/grindkoffer op Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 34 -

Toelichting

het eigen terrein en vervolgens middels een geknepen afvloeiing worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioleringsstelsel van de gemeente Kerkrade. d De keuze van de uit te voeren maatregelen is aan initiatiefnemer. Geconcludeerd wordt dat afkoppeling van hemelwater op deze wijze mogelijk is en dat voldaan kan worden aan de uitgangspunten dienaangaande van het Waterschap Limburg.

5.2 Bodem In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient voor ontwikkelingen te worden aangegeven of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming (om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening). Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is een bodemonderzoek uitgevoerd. In het onderstaande worden de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Grachterstraat ong. te Kerkrade’ (separate bijlage 2) De resultaten van het bodemonderzoek zijn als volgt. Grond Ondanks de lichte bodemvreemde bijmengingen worden in de bovengrond (tussen maaiveld en 0,5 m –mv) geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetroffen. De bovengrond van enkele representatieve boringen is tevens aanvullend op PFAS onderzocht. Uit de bevindingen van dit analytisch onderzoek blijkt dat geen van de concentraties de waarden voor landbouw/natuur overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing kan de bovengrond van het gehele perceel als klasse AW2000 grond worden bestempeld. Voor wat betreft de ondergrond (vanaf 0,5 tot 2,0 m -mv) blijkt dat behoudens een lichte overschrijding met cadmium, geen verdere overschrijdingen worden aangetroffen.

Ondanks de lichte overschrijding met cadmium kan de ondergrond van het te onderzoeken perceel als klasse AW2000 grond worden bestempeld. Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek zijn zintuiglijk geen specifieke asbestverdachte materialen aangetoond. Voornoemde visuele bevindingen zijn analytisch bevestigd. Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen aangaande de bodemkwaliteit voor het realiseren van de woonfunctie.

5.3 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh) maar daarnaast bijvoorbeeld ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaan om de beoordeling of er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Voor industrielawaai van individuele bedrijven geldt dat de Wet milieubeheer het toetsingscriterium vormt. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 35 -

Toelichting

plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Andere d geluidbronnen kunnen noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van onder andere een 'goede ruimtelijke ordening'. Wet geluidhinder Achtereenvolgend komen de aspecten wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai aan de orde. Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen in de buurt Gracht. De wegen in deze buurt maken allemaal deel uit van een 30 km/uurgebied en deze wegen zijn niet gezoneerd in de Wet geluidhinder. De Hamstraat is een 60 km/uurweg en de N300 (Buitenring Parkstad) is een 100 km/uurweg. Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Stikstofdepositieberekening Bouwfase en Gebruiksfase Bouwplan Sint Bernadettestraat te Kerkrade (separate bijlage 6) Aan de hand van Icinity kan geconcludeerd worden dat de gevelgeluidbelasting maximaal 63 dB bedraagt (zie onderstaande afbeelding):

Bron: akoestisch onderzoek Kompas360

Gesteld kan worden dat indien gerekend wordt met 63 dB (uit het model Icinity) voldoende rekening gehouden wordt met voorzien groei in verkeersbewegingen de komende 10 jaar. Dit is dus het ‘worst case’-scenario omdat de gevels van de nieuw te bouwen woningen niet direct aan de rijbaan liggen. Inclusief 5 dB correctie (Wet Geluidhinder artikel 110g) bedraagt de gevelbelasting 58 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Er dient een hogere grenswaarde te worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. Railverkeerslawaai Het openbare spoorwegnet in Nederland kent hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en bijzondere spoorwegen. Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen zijn aangewezen bij Koninklijk Besluit. Dit geldt niet voor bijzondere spoorwegen. De regels hiervoor staan in het Besluit bijzondere spoorwegen. De Miljoenenlijn, die op circa 300 meter van het plangebied is gelegen, is een toeristische spoorlijn. Ook hiervoor gelden geluidproductieplafonds. Op dit gedeelte van het traject van de Miljoenenlijn zijn echter geen geluidproductieplafonds (gpp's) vastgesteld. Dat betekent dat hier een geluidzone railverkeer van 100 meter (gpp < 56 dB, artikel 1.4a Besluit geluidhinder) geldt. Het plangebied is buiten deze zone gelegen, waardoor er geen sprake is van geluidhinder vanwege de Miljoenenlijn.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 36 -

Toelichting

Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen ded zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Het aspect industrielawaai in het kader van de wet geluidhinder speelt bij dit plan geen rol. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisering van het bouwplan. Goede ruimtelijke ordening (warmtepompen) In het onderzoek is tevens de geluidbelasting vanwege de warmtepompen voor de vier woningen berekend waarvoor de aanvraag omgevingsvergunning al gereed is. Om aan te tonen dat de situatie voldoet aan het bouwbesluit is een berekening gemaakt conform de rekentool WPAC. De geluidproductie van de warmtepomp is conform de opgave van de fabrikant (ERP verklaring) 60 dB(A). In de rekenmethode wordt geadviseerd om een 2 dB(A) marge aan te houden in de geluidproductie. Mitsubishi heeft met berekeningen aangetoond dat de marge nul is. Dit is aangetoond in een Whitepaper opgesteld door Mitsubishi (toegevoegd aan de bijlage van deze rapportage). Aan de hand van de berekeningen kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de eisen uit het Bouwbesluit. Voor de berekeningen wordt verwezen naar de rapportage. De overige milieuaspecten in het kader van de goede ruimtelijke ordening zijn aangegeven in paragraaf 5.6 (‘Milieuzonering’).

5.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.

Externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) worden in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke stoffen, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 37 -

Toelichting

veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). d Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Door Econsultancy is een analyse gemaakt van de risico’s aangaande externe veiligheid in de nabijheid van het plangebied. Econsultancy, ‘Rapportage onderzoek externe veiligheid Grachterstraat Kerkrade’ (separate bijlage 3) Plangebied: Plaatsgebonden Risico (PR) Risicovolle bedrijven Op circa 350 meter ten oosten van de grens van het plangebied is Berne Produkten B.V. gelegen met PGS 15 opslagloodsen. Er is geen contour met een plaatsgebonden risico van 10-6/jaar aanwezig. Het plangebied ligt op ruime afstand tot de inrichting. Er is geen sprake van invloed op het plangebied. Overige risicovolle inrichtingen liggen op meer dan 1 kilometer en zijn niet relevant.

Buisleidingen Op circa 260 meter en circa 250 meter ten noorden van de grens van het plangebied zijn diverse hogedruk aardgastransportleidingen gelegen. In de onderstaande tabel zijn de relevante gegevens van de leidingen weergegeven:

(Bron: Econsultancy)

Het plangebied ligt niet binnen de inventarisatieafstanden van de bovengenoemde leidingen. Er gelden derhalve geen belemmeringen voor het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen Op circa 3,2 kilometer ten zuidwesten van de grens van het plangebied is de Rijksweg A76 gelegen en op circa 200 meter ten zuiden van de grens van het plangebied ligt de provinciale weg N300. In de onderstaande tabel zijn de invloedsgebieden en aantallen transporten per stofcategorie weergegeven:

(Bron: Econsultancy) Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 38 -

Toelichting

Het plangebied is niet gelegen binnen 200 meter van de A76 of N300, maar bevindt zich wel binnen het invloedsgebied van de in de bovenstaande d tabel grijs gearceerde stofcategorieën. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is derhalve noodzakelijk. Plangebied: Groepsrisico (GR) Als gevolg van de analyse van de risico’s aangaande externe veiligheid is als gevolg van de ligging in de invloedsgebieden van de Rijksweg A76 en de Buitenring Parkstad (N300) een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Verantwoording groepsrisico Zelfredzaamheid Door een ongeval met een tankwagen op de Rijksweg A76 kunnen giftige gassen vrijkomen. De toxische wolk kan zich snel ontwikkelen en verplaatsen. Afhankelijk van het type stof, windrichting en plaats van de calamiteit kunnen hoge concentraties optreden. Via waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en NL-Alert worden personen in de omgeving gewaarschuwd. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief ‘binnen blijven en schuilen’. Ventilatievoorzieningen moeten eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Over de N300 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats ten behoeve van de bevoorrading van LPG-tankstations en propaantanks.

Het scenario BLEVE is het maatgevende scenario in geval van een calamiteit met een tankwagen. De 100%-letaliteitsgrens ligt op 80 meter en de 1%letaliteitsgrens op 200 meter. Afhankelijk van de situatie kan het handelingsperspectief verschillen. Gezien de afstand van de grens van het plangebied tot de weg is het handelingsperspectief binnen blijven. De zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied wordt verder bevorderd door (achter)uitgangen en achterpaden van de bron af te richten. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten als gevolg van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om op tijd ter plaatse te zijn, voldoende opstelplaatsen te hebben en voldoende blusmiddelen beschikbaar te hebben. Resumerend kan worden aangegeven dat bij een calamiteit op de Rijksweg A76 en/of de provinciale weg N300 binnen het plangebied voldoende mogelijkheden voor zelfredzaamheid aanwezig zijn. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor het plan.

5.5 Luchtkwaliteit Wet milieubeheer en nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. De hoofdlijnen van de regeling zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm), ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Deze wetgeving introduceerde een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL. Daarnaast is de term 'niet in betekenende mate' besluiten geïntroduceerd, waarbij geen toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen nodig is, omdat deze projecten niet of zeer weinig bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt in betekenende mate (IBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit wanneer de planbijdrage groter is dan 1,2 μg/m³. Projecten met een kleinere concentratietoename dragen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 39 -

Toelichting

Normen en grenswaarden In de Wet Luchtkwaliteit zijn regels den grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen, ozon, arseen, cadmium en nikkel. Er vinden in Nederland langs wegen geen overschrijdingen plaats van de richtof grenswaarden van de zware metalen (lood, arseen, cadmium en nikkel) en ozon; derhalve zijn deze stoffen niet opgenomen in de rekenmodellen. Voor de stoffen NO2 en PM10 zijn in de Wet luchtkwaliteit grenswaarden gesteld van 40 μg/m³. Daarnaast geldt een grenswaarde van de uurgemiddelde concentratie voor NO2 (200 μg/m³) die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. De uurgemiddelde grenswaarde van NO2 wordt eenmaal per jaar overschreden bij een jaargemiddelde concentratie van iets minder dan 54 μg/m³. De norm van maximaal 18 keer overschrijding van de uurgemiddelde grenswaarde wordt bereikt bij een jaargemiddelde grenswaarde van 82 μg/m³. Er zijn in Nederland geen plaatsen waar deze norm wordt overschreden. Voor de toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen zijn in de praktijk drie normen van toepassing: - jaargemiddelde concentratie NO2 (40 μg/m³); - jaargemiddelde concentratie PM10 (40 μg/m³); - aantal dagen overschrijding van de grenswaarde van de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 (maximaal 35 dagen per jaar > 50 μg/m³).

Binnen hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 ‘luchtkwaliteitseisen’ opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig gelden het Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) en de regelingen ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 en ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Woningen vallen hier buiten.

In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk) en/of is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie). Onderhavig bestemmingsplan bevat de toename van zes woningen. Aangezien woningen buiten het bereik vallen van het Besluit gevoelige bestemmingen hoeft hieraan niet te worden getoetst. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 40 -

Toelichting

Onderhavig plan In dit plan is sprake van toevoeging van d zes woningen. Omdat conform de regeling NIBM ontwikkelingen kleiner dan 1.500 woningen als ‘NIBM’ worden beschouwd, kan voor dit plan worden geconcludeerd dat dit ook het geval is. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor dit plan.

5.6 Milieuzonering In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de toekomstige woningen dan wel de omgekeerde werking, waarbij de toekomstige woningen een belemmering kunnen vormen bij de uitvoering van bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Volgens de VNG-brochure gelden richtafstanden voor functies tot gevoelige functies zoals wonen. De maatgevende hindertypen zijn geur, stof, geluid en gevaar. Volgens de VNG-brochure mag, bij ligging in een gebied waar meerdere bestemmingen zijn toegekend en/of nabijgelegen relevante geluidbronnen, worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Daarbij kan de richtafstand met een stap omlaag worden gebracht. In de voorliggende situatie is sprake van een ‘rustige woonwijk’.

In de onderstaande tabel zijn de in de directe omgeving van het plangebied aanwezige functies aangegeven met de - volgens de VNG-brochure - geldende richtafstanden tot gevoelige functies zoals woningen voor het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ (gemeten tot aan perceel): Achter de aangegeven richtafstanden staan de maatgevende indices: Functie R.K. Begraafplaats (St. Bernadettestraat) Speeltuin De Eech (St. Bernadettestraat) Café (Grachterstraat 11) Installatiebedrijf (Grachterstraat 119) Bedrijventerrein Willem Sophia

Milieucat. VNG 1

Richtafstanden (m) geur – stof – geluid – gevaar 0 – 0 – 10 – 0 → geluid

Afstand tot plangebied 0 m.

Voldoet (voldoet niet) Voldoet niet

1

0 – 0 – 10 – 0 → geluid

11 m.

Voldoet

1

0 – 0 – 10 – 10 → geluid/gevaar

214 m.

Voldoet

2

0 – 10 – 30 – 10 → geluid

133 m.

Voldoet

3.2

10 – 30 – 100 - 10 → geluid

120 m.

Voldoet

Resumerend kan worden aangegeven dat er voldoende afstand is tussen de voornoemde functies en de beoogde woningen in het plangebied, met uitzondering van de begraafplaats. De begraafplaats is direct aangrenzend aan de woonpercelen van de geschakelde woningen gelegen. De belangrijkste bron van geluid op een begraafplaats is de parkeerplaats, maar die is hier niet aanwezig. Bezoekers parkeren op de openbare weg (Sint Bernadettestraat). Daarnaast gaat de VNG-brochure uit van gemiddelde grootte van bedrijfsactiviteiten. In dit geval is de begraafplaats aanzienlijk kleiner dan een gemiddelde begraafplaats; bovendien zijn er geen voorzieningen aanwezig die geluid of andere milieuhinder kunnen veroorzaken. Vandaar dat mag worden geconcludeerd dat ook de begraafplaats geen belemmering oplevert voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Op basis van de VNG-richtafstanden mag worden geconcludeerd dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

5.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie De Nederlandse wetgeving ten aanzien van archeologische waarden is momenteel aan veranderingen onderhevig. De Monumentenwet 1988 is vanaf 1 juli 2016 deels overgegaan in de Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 41 -

Toelichting

Erfgoedwet. De onderdelen over omgevingsrecht uit de Monumentenwet 1988 gaan (naar verwachting) in 2024 over naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling d in de Erfgoedwet opgenomen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van deze wetten worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden. Artikel 9.1 (overgangsrecht Omgevingswet) van de Erfgoedwet zegt: Voormalig artikel 38a: de gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten). Voormalig artikel 41: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a.

gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld. In 2013 heeft de gemeente Kerkrade de ‘Beleidsnota archeologie gemeente Kerkrade - Erfgoed is identiteit’ vastgesteld. Onderdeel van deze beleidsnota is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten1. De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er zes archeologische waardecategorieën ontstaan( zie onderstaande tabel):

Overzicht van de zes archeologische waardecategorieën binnen de gemeente Kerkrade

Uit de archeologische kaarten blijkt dat het plangebied in een matig archeologisch interessant gebied ligt. In het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. In de omgeving van het plangebied wel, namelijk binnen een straal van 800 meter. Het betreft voornamelijk resten uit de nieuwe tijd, zoals een waterput, veldbrandovens, een afvalkuil en resten van een muur 1 Vanneste, H. & M. Verhoeven, 2013. Geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Kerkrade.

I. Archeologische verwachtings- en beleidskaart, vastgesteld 26-06-2013; II. Beslistabel archeologische onderzoeksplicht, vastgesteld 26-06-2013; III. Verhoeven. M, 2007. Hoog, Middelhoog en Laag: een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische kaart voor Parkstad Limburg gemeenten en gemeente Nuth, RAAP-rapport 1483, Weesp. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=ee853db1-2d96-441f-a316-c511946253fd