CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 - Toelichting PDF

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit bestemmingsplan Kerkrade West II eerste herziening18.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Toelichting

Inhoud

d

1 Inleiding 4 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 4 1.2 Begrenzing van het plangebied ..................................................................................................... 4 1.3 Vigerende bestemmingsplan ......................................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 7 2 Planologisch beleidskader 8 2.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 8 2.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 12 2.3 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 17 2.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 23 3 Beschrijving plangebied

25

4 Ontwikkelingen 27 4.1 Bouwplan ..................................................................................................................................... 27 4.2 Parkeren en verkeersgeneratie ................................................................................................... 29 4.3 Duurzaamheid ............................................................................................................................. 30 5 Sectorale aspecten 32 5.1 Water .......................................................................................................................................... 32 5.2 Bodem.......................................................................................................................................... 35 5.3 Geluid .......................................................................................................................................... 35 5.4 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 37 5.5 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 39 5.6 Milieuzonering .............................................................................................................................

41 5.7 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 41 5.8 Flora en fauna .............................................................................................................................. 44 5.9 Kabels en leidingen ...................................................................................................................... 45 6 Juridische vormgeving 46 6.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 46 6.2 Opzet van de regels ..................................................................................................................... 46 6.3 Artikelsgewijs ............................................................................................................................... 47 7 Uitvoerbaarheid 48 7.1 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 48 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 48 Bijlage 1 Zienswijzennota, raadsvoorstel en -besluit ...................................................................... 49

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 2 -

Toelichting

Separate bijlagen: 1.

d Aelmans, ‘Watertoets Sint Bernadettestraat – Grachterstraat te Kerkrade’, rapportnummer E224060.005/ASA, d.d. 14 02.2023;

2.

Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Grachterstraat ong. te Kerkrade’, rapportnummer E224084.004/HWO, d.d.27.01.2023;

3.

Econsultancy, ‘Rapportage onderzoek externe rapportnummer 20821.002-D2, d.d. 06.04.2023;

veiligheid

Grachterstraat

Kerkrade’,

4a. Econsultancy, ‘Rapportage quickscan Wet natuurbescherming Grachterstraat Kerkrade’, rapportnummer 20821.001-D2, d.d. 17.01.2023; 4b. Econsultancy, ‘Aanvullend ecologisch onderzoek rugstreeppad’, rapportnummer 20821.004D1, d.d. 06.07.2023; 5.

Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Stikstofdepositieberekening Bouwfase en Gebruiksfase Bouwplan Sint Bernadettestraat te Kerkrade, rapportnummer 22211, d.d. 10.03.2023.

6.

Kompas Adviseurs en Ingenieurs BV, ‘Akoestisch rapport Sint Bernadettestraat Kerkrade’, rapportnummer 22211RAP02, d.d. 20.07.2023.

7.

Vandewall Planologisch Advies BV, ‘M.e.r.-beoordelingsnotitie bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade’, rapportnummer VPA.2022.103-mer, d.d. 07.09.2023.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 3 -

Toelichting

1 Inleiding

d

1.1 Algemeen Aanleiding Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader voor de realisering van zes woningen op het perceel, plaatselijk bekend als Sint Bernadettestraat/Grachterstraat ong. te Kerkrade, kadastraal bekend als gemeente Kerkrade, sectie K, nummer 2806 (ged.). Het bouwplan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Kerkrade West II’, omdat in dit bestemmingsplan op deze locatie deels de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’ zijn opgenomen en daarbinnen mogen geen woningen mogen worden gebouwd. Om de realisering van het onderhavige bouwplan mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan met een passende juridische regeling te worden vastgesteld. Wettelijk kader/structuur bestemmingsplan Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De structuur van een bestemmingsplan dient conform het Bro en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012).

Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO. 0928.BPKerkradeWesII1eH-Vg01; - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1.000.

1.2 Begrenzing van het plangebied Het plangebied is gelegen in het uiterste zuidwesten van de gemeente Kerkrade in de buurt Gracht en wordt begrensd door de Sint Bernadettestraat aan de noord(west)zijde, de Grachterstraat aan de (noord)oostzijde, de achtertuin van de woning aan de Grachterstraat 62 én de R.K. Begraafplaats Kerkrade-Gracht aan de zuidzijde en het voetpad langs speeltuin ‘De Eech’ aan de (zuid)westzijde. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 2.527 m². De buurt Gracht is een woonwijk die wordt ontsloten via de Grachterstraat, de Calbertsweg en de Hamstraat, waarbij de Calbertsweg de enige doorlopende straat is. Op circa 220 meter ten zuiden van het plangebied is de Buitenring Parkstad (ook wel bekend als de provinciale weg N300) gelegen. Iets ten zuiden daarvan ligt de landsgrens met Duitsland. Op bijna 300 meter ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn tussen Schin op Geul en Kerkrade (Miljoenenlijn). Dit is geen reguliere spoorlijn en deze maakt dus geen deel uit van de dienstregeling van een regionale of landelijke spoorvervoerder. Ten westen van het plangebied (op circa 120 meter) bevindt zich het bedrijventerrein Willem Sophia. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 4 -

Toelichting

Op het onderstaande kaartje is de ligging van het plangebied aangeduid binnen de rode belijning: d

Ligging plangebied in de buurt Gracht in het zuidwesten van de gemeente Kerkrade

1.3 Vigerende bestemmingsplan Het plangebied is planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Kerkrade West II’ (vastgesteld d.d. 23.04.2018). In dit bestemmingsplan is het plangebied deels bestemd tot ‘Groen’, deels tot ‘Maatschappelijk-Begraafplaats’ en deels tot ‘Verkeer’. Naast deze enkelbestemmingen is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ van toepassing. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het vigerende bestemmingsplan. De begrenzing van het plangebied is op deze uitsnede middels een rode kleur weergegeven:

Uitsnede vigerend bestemmingsplan

Onderdeel van de planontwikkeling, maar geen onderdeel van dit plangebied, vormt een deel van het groengebied dat grenst aan het pad naar de speeltuin (direct ten westen van de plangrens). Dit Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 5 -

Toelichting

gebied blijft groen en gaat fungeren als buffer tussen de beoogde woning aan deze zijde en de speeltuin. Omdat dit deel reeds de bestemming ‘Groen’ heeft is deze strook niet meegenomen in d het voorliggende bestemmingsplan. In het navolgende worden de toegestane doeleinden ter plaatse van deze enkel- en dubbelbestemmingen beschreven. Enkelbestemming ‘Groen’ Binnen deze bestemming mogen groenvoorzieningen in de vorm van parken, plantsoenen, houtopstanden en groenstroken worden gerealiseerd alsmede water- en vijverpartijen en hondenuitlaatplaatsen met de daarbij behorende voorzieningen zoals verhardingen ten behoeve van wegen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater. Er mogen uitsluitend kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde voor zover passend binnen de bestemming. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan.

Enkelbestemming ‘Maatschappelijk-Begraafplaats’ Binnen deze bestemming mag een begraafplaats aanwezig zijn met de daarbij behorende voorzieningen zoals tuinen, erven en terreinen, verhardingen en parkeervoorzieningen, straatmeubilair, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater. Het bouwen van gebouwen ten behoeve van deze bestemming is uitsluitend toegestaan binnen een daartoe aangegeven bouwvlak, echter, op deze locatie is geen bouwvlak aangeduid. Er mogen uitsluitend kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde voor zover passend binnen de bestemming. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Enkelbestemming ‘Verkeer’ Binnen deze bestemming mogen wegen, bestaande uit maximaal twee rijstroken worden aangelegd alsmede voet- en fietspaden, verblijfsdoeleinden, parkeer- en stallingsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater, met de daarbij behorende kunstwerken, speel- en straatmeubilair en overige voorzieningen ten behoeve van of ten dienste van het wegverkeer, met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen.

Er mogen uitsluitend kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde voor zover passend binnen de bestemming. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden voorafgaand aan ontwikkelingen waarbij bodemverstoring plaatsvindt tot een diepte van 0,40 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling van zes grondgebonden woningen met bijbehorende tuinen en parkeerplaatsen is in strijd met de bepalingen uit het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kerkrade West II’. Er mogen geen woningen worden gebouwd en er mag niet worden gewoond. Om dit bouwplan mogelijk te kunnen maken is een wijziging van het bestemmingsplan naar de bestemming ‘Wonen’ noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze bestemmingswijziging.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 6 -

Toelichting

1.4 Leeswijzer d De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zeven hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de voor dit plan relevante beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 4 worden de binnen het plangebied te realiseren ontwikkelingen beschreven en in hoofdstuk 5 komen de milieuplanologische aspecten aan de orde. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan de orde en is aangegeven welk communicatietraject is doorlopen. Hierbinnen komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 7 -

Toelichting

d 2 Planologisch beleidskader

2.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Er zijn vier NOVI-prioriteiten aangegeven.

Hiervoor geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1) Nederland kent nu al langere periodes van droogte. Dit maakt het urgent dat het watergebruik beter wordt afgestemd op het beschikbare water en dat water langer wordt vasthouden. Dit is een voorbeeld van de noodzakelijke keuzes die nu al nodig zijn en die een grote impact op de fysieke leefomgeving hebben. Functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving moeten meer worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Deze keuzes dragen bij aan een klimaatbestendige inrichting in 2050, waarmee Nederland wordt voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging. 2) In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt gewerkt aan maatregelen om de gevolgen voor de economie zoveel mogelijk te beperken. De kunst daarbij is om interventies en investeringen voor de korte termijn ook ten goede te laten komen aan de ambitie voor de lange termijn: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.

Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. 3) Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. 4) De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van de natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 8 -

Toelichting

Voor de lange termijn wordt gewerkt aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op d kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Let wel: het Rijk eigent zich geen centraliserende rol toe. Integendeel, de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen gezamenlijk. Plangebied Voor het voorliggende plangebied bevat de NOVI geen specifieke uitgangspunten. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro is voor een beperkt aantal onderwerpen een set algemene regels opgenomen. Het gaat om regels inzake de bescherming van de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, de ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Plangebied Er zijn ten behoeve van onderhavig plan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan moeten worden beschouwd.

Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds oktober 2012 geldt bij ruimtebesluitvorming een voor de praktijk belangrijke nieuwe motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht om indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd. Voor deze onderbouwing wordt de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. De stappen van deze ‘ladder’ zorgen ervoor dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin dit gebied ligt. Plangebied Voorvraag: is sprake van een Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling (NSO)? Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van woningbouwlocaties als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 september 2015 een uitspraak gedaan in een zaak (ECLI:NL:RVS:2015:2921) waarin de bouw van 11 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied planologisch mogelijk werd gemaakt. De Afdeling heeft in deze zaak geoordeeld dat het mogelijk maken van 11 woningen een dermate kleinschalige ontwikkeling is, dat deze niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden beschouwd. In een andere uitspraak van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953) heeft de Afdeling de bouw van 12 woningen wél als een nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd. Uit het voorgaande mag worden aangenomen dat het voorliggende plan, waarin sprake is van de toevoeging van zes woningen, niet hoeft te worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de ’ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee voor dit bestemmingsplan niet aan de orde. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 9 -

Toelichting

Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke d activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Het voorliggende project kan worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Plangebied Indien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst valt dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Hiervoor dient een m.e.r.-beoordelingsnotitie (ook wel ‘aanmeldnotitie’ genoemd) te worden opgesteld.

Het bevoegd gezag moet vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk is. Het voorliggende bouwplan, waarbij sprake is van de bouw van zes woningen, dient te worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor dit plan is een m.e.r.-beoordelingsnotitie (‘aanmeldnotitie’) opgesteld. Deze is voor de volledigheid als separate bijlage 7 bij deze toelichting opgenomen. Deze aanmeldnotitie dient voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan te worden vastgesteld door het bevoegd gezag. Uit deze aanmeldnotitie kan worden geconcludeerd dat de voorgestane ontwikkeling van zes woningen geen nadelige milieugevolgen heeft voor de leefomgeving. Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld.

Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Gebiedsbescherming Het Natura2000-netwerk bevat de gebieden die zijn aangewezen onder de voornoemde Vogel- en Habitatrichtlijn en deze gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Plangebied Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 3,5 kilometer, ligt het Natura2000-gebied ‘Geleenbeekdal’. Verder in (noord)westelijke richting, ligt het Natura2000-gebied ‘Kunderberg’. Op het onderstaande kaartje zijn de genoemde Natura2000-gebieden middels een groene kleur weergegeven. Het plangebied is binnen de rode cirkel aangeduid: Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 10 -

Toelichting

d

Omliggend Natura2000-gebieden ‘Geleenbeekdal’ en ‘Kunderberg’

Stikstofwet Op 1 juli 2021 zijn de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Staatsblad 2021, 140) en het daarbij behorende Besluit in werking getreden. Het gaat om een wijziging van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming. In deze wet is onder meer een vrijstelling opgenomen voor stikstofdepositie als gevolg van bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Hierdoor is alleen de gebruiksfase relevant voor nieuwe ontwikkelingen. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat deze bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Het is onvoldoende zeker dat er geen schade optreedt aan natuurgebieden. Het probleem zit in het feit dat de aanpak die gebruikt wordt bij de bouwvrijstelling; eventuele negatieve effecten tijdens de bouwfase worden gecompenseerd door maatregelen met positieve effecten. Deze aanpak is alleen mogelijk als de maatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd zijn én vaststaat dat deze maatregelen tot het geplande positieve effect leiden. Omdat veel van de geplande maatregelen nog niet uitgevoerd zijn, voldoet de bouwvrijstelling niet aan deze voorwaarden. Hierdoor is formeel sinds 2 november 2022 voor omgevingsvergunningen en/of ruimtelijke plannen weer een berekening van de aanleg-/bouwfase noodzakelijk.

Plangebied Ter voorbereiding op de realisering van het bouwplan zijn een ecologische quickscan en stikstofdepositieberekeningen (AERIUS-calculaties) voor de gebruiksfase en de aanleg-/bouwfase uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn beschreven in paragraaf 5.8 van deze toelichting. Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt „Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw‟ (WB21)‟, is de zorg over het toenemend hoogwater in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de zeespiegel. Het kabinet is van mening dat er een aanscherping in het denken over water dient plaats te vinden. Nadrukkelijker zal rekening moeten worden gehouden met de (ruimtelijke) eisen die het water aan de inrichting van Nederland stelt. Het kabinet heeft voor het waterbeleid in de 21ste eeuw de volgende drie uitgangspunten opgesteld: - anticiperen in plaats van reageren; - niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van „vasthouden-bergen-afvoeren‟ en: - meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 11 -

Toelichting

De watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. Er wordt in deze watertoets gekeken naar veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De d watertoets wordt toegepast door in een vroegtijdig stadium de waterbeheerders te betrekken bij plannen die een invloed kunnen hebben op de waterhuishouding. Plangebied De wijze waarop in het plangebied rekening is gehouden met het aspect water is beschreven in paragraaf 5.1 van deze toelichting. Erfgoedwet De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) zijn in de Erfgoedwet verankerd en vormen zo de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De gemeenten zijn in deze wet wederom tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een bepaalde archeologische verwachtingswaarde onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden.

Als het vervolgens niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Plangebied De wijze waarop in het plangebied met het aspect archeologie en cultuurhistorie rekening is gehouden is verwoord in paragraaf 5.7 van deze toelichting.

2.2 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) In het kader van de toekomstige Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg d.d. 01.10.2021 de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030-2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst. De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen.

Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 12 -

Toelichting

Plangebied d Het plangebied is conform de bij de POVI behorende kaart ‘Limburgse principes’ gelegen in de zone ‘Stedelijk gebied’. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van deze kaart weergegeven. Het plangebied is op deze uitsnede middels een rode kleur omlijnd:

Uitsnede kaart ‘Limburgse principes’ (POVI)

Zone ‘Stedelijk gebied’ Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de grotere steden in Limburg. Hier is een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte gesitueerd. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier de belangrijkste uitgangspunten. Limburgse steden en dorpen moeten ook in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare thuisbasis voor de inwoners zijn. De Limburgse steden en dorpen krijgen de komende decennia te maken met grote gecompliceerde vraagstukken en transities. Bij veel vraagstukken in het bebouwd gebied geldt dat de overheid, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven samen oplossingen moeten vinden. Een belangrijke rol ligt bij de gemeenten. Een toenemend aantal vraagstukken overstijgt echter het lokale niveau en vraagt om gezamenlijk optrekken van gemeenten in regionaal verband. Compacte steden blijven het uitgangspunt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustig tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden. Daarbij is er aandacht voor compacte binnensteden, het behoud van basisvoorzieningen en leefbaarheid.

Ten aanzien van het thema wonen is aangegeven dat een woningaanbod/planvoorraad gewenst is waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Alle woningbouwontwikkelingen worden beschouwd als een provinciaal belang. Plangebied De zes woningen die in het plangebied als gevolg van de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan kunnen worden gebouwd, zijn gesitueerd in bestaand stedelijk gebied, zijn passend binnen de woningbouwbeleid (zie verder) en daarmee ook passend binnen de beleidslijnen van de Provinciale Omgevingsvisie.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 13 -

Toelichting

Omgevingsverordening Limburg 2014 Met de vaststelling van de Omgevingsverordening Limburg in 2014 werd onder meer beoogd dat d de kwaliteit van de woningvoorraad op peil zou blijven en zou aansluiten bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument. De vitaliteit en de kwaliteit van wonen en leven in ZuidLimburg wordt hiermee versterkt. De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit verder toeneemt. Dit betekent dat het overaanbod aan woningen niet verder mag toenemen en dat de kwaliteit van nieuwbouwwoningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige woonconsument. Er mogen geen ‘ongewenste’ woningen bij komen. In de Omgevingsverordening is een bepaling opgenomen waarmee gemeenten afdwingbaar worden gehouden aan de afspraken de zijn vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Deze structuurvisie wordt verderop in deze paragraaf beschreven. Wijzigingsverordening provincie Limburg (maart 2022) Op 29 maart 2022 is door Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg een wijzigingsverordening vastgesteld waarmee de Omgevingsverordening 2014 van de provincie Limburg op punten is aangepast/aangevuld. De aangepaste/aanvullende regels hebben onder andere betrekking op de thema’s wonen en zonne-energie. De aanpassing van de regels ten aanzien van het thema wonen zijn relevant voor het voorliggende plan.

In artikel 2.4.2 van de wijzigingsverordening zijn instructieregels opgenomen omtrent het thema wonen. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 2.4.2 De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft dat: a) rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en hoofdstuk 5 (Wonen en leefomgeving) van de Provinciale Omgevingsvisie; b) sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c) over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d) het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e) realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid van realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig plan Het voorliggende bouwplan voorziet in de bouw van vier grondgebonden, levensloopbestendige woningen en van twee vrije kavels.

Het is nog niet duidelijk of de woningen als huur- of koopwoningen op de markt komen. Wel is contractueel vastgelegd dat van de vier levensloopbestendige woningen bij koop de maximale koopprijs € 325.000 bedraagt (‘betaalbare koopwoning’) en bij huur de maximale huurprijs € 1.000 bedraagt (‘middeldure huurwoning’). Ook de twee vrije kavels worden verkocht met een grondprijs die ruim binnen de maatstaven voor een ‘betaalbare woning’ valt. Daarmee kunnen de zes te bouwen woningen worden beschouwd als ‘betaalbare woningen’. Beoordeeld moet worden of het onderhavige plan voldoet aan de in de Omgevingsverordening gestelde criteria. Ten aanzien van punt a. wordt voldaan, hetgeen reeds is beschreven in deze toelichting onder het kopje ‘Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI)’. Ten aanzien van punt b. kan het volgende worden aangegeven. In opdracht van de Regio Parkstad Limburg is het Woonbehoefteonderzoek 2022-2023 opgesteld. Dit onderzoek bevat ook een hoofdstuk over de gemeente Kerkrade. Hieruit blijkt dat er een kleine behoefte is aan grondgebonden woningen in de sociale huursector. In de vrijesector-huur is Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 14 -

Toelichting

voornamelijk behoefte aan appartementen en is er een kleine behoefte aan grondgebonden woningen. In de koopsector ontstaat een d relatief groot overschot naar grondgebonden woningen. Naar appartementen en (grondgebonden) nultredenwoningen in de koopsector bestaat wel een behoefte. Het voorliggende plan voorziet in de realisering van betaalbare, grondgebonden nutredenwoningen. Het plan past daarmee binnen de behoefte zoals aangegeven in het onderzoek. Ten aanzien van de punten c. en d. kan worden aangegeven dat de Bestuurscommissie Wonen & Herstructurering van de Stadsregio Parkstad Limburg het plan heeft toegevoegd aan de Regionale Woningmarktprogrammering bij besluit van 23 juni 2021. Ten aanzien van punt e. is privaatrechtelijk overeengekomen en vastgelegd dat de woningen binnen 3 jaar nadat het plan planologisch onherroepelijk is geworden, is gerealiseerd. Hiermee kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2022. Wijzigingsverordening provincie Limburg (december 2022) Op 16 december 2022 is een Wijzigingsverordening vastgesteld met enkele nieuw onderwerpen. Deze komen achtereenvolgend aan de orde. Na-ijlende gevolgen steenkoolwinning (art.

2.16.1) In de Wijzigingsverordening is aangegeven dat in de toelichting bij een ruimtelijk plan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, wordt beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. Op 15 december 2016 heeft het Ministerie van Economische Zaken diverse rapporten over 'Naijlende gevolgen steenkolenwinning Zuid-Limburg' openbaar gemaakt. Hierin staan mogelijke gevolgen van de voormalige steenkolenmijnbouw beschreven. De mogelijke gevolgen zijn ingedeeld in categorieën (EK) van EK1 (relatief hoge kans van optreden), EK2 (relatief gemiddelde kans) tot EK3 (relatief lage kans). Onderstaande beschrijvingen zijn gebaseerd op de Nederlandse samenvatting, het 'Uittreksel uit het samenvattende rapport met een overzicht van de voorgestelde maatregelen' van 14 december 2016. Voor een volledige beschrijving wordt kortheidshalve naar dit document en de overige deelrapporten van het ministerie verwezen.

Uitsnede rapport voor het plangebied (blauw = gebied EK3 = laag risico Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 15 -

Toelichting

Bodemstijging d Het plangebied valt niet binnen de zone rond de Feldbiss-breuk waar mogelijk ongelijkmatige bodemstijging (EK3) optreedt. Schachten Binnen het plangebied liggen geen historische of industriële mijnschachten. Verzakkingen door industriële ondiepe ontginning of ondiepe mijngangen Binnen het plangebied is in een klein deel, aan de zijde Grachterstraat, een relatief lage kans op verzakkingen (EK3) als gevolg van industriële ondiepe ontginning. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd door een expert te laten beoordelen, bijvoorbeeld n.a.v. resultaten van geotechnisch bodemonderzoek, of er maatregelen nodig zijn. Er zijn geen ondiep gelegen mijngangen bekend. Grondwaterkwaliteit en vernatting Voor het plangebied wordt in de te verwachten eindsituatie van de ‘mijnwater’-stand, 80 m +NAP, geen beïnvloeding van de grondwaterkwaliteit of vernatting verwacht. Het maaiveld binnen de locatie is ca. 160 m +NAP en ligt dus ca. 80 m boven de verwachte eindstand van het ‘mijnwater’. Mijngas Onder het plangebied liggen mijnwerken die op dit moment nog niet door stijgend grondwater ofwel ‘mijnwater’ gevuld zijn. In deze winningen blijft dus ‘mijngas’ (minder zuurstof, meer koolstofdioxide, mogelijk methaan) aanwezig en dit kan mogelijk via verbindingen met het maaiveld (nieuwe boringen voor paalfundering, geologische breuken, drempels, opwaartse boringen) vrijkomen.

Bij het boren van funderingspalen, de wijze van ventileren van gebouwen en bij aanleg van hoofdriolering, kan hiermee rekening worden gehouden. In de definitieve eindsituatie van de grondwaterstijging zijn de winningen onder dit plangebied geheel met water gevuld. Er komt dan naar verwachting geen mijngas meer vrij. Aardbevingen Binnen het plangebied, en ook in het gehele onderzoeksgebied, zijn geen aardbevingen als gevolg van stijgend 'mijnwater' te verwachten. Als dit toch zou gebeuren dan zijn deze naar verwachting niet krachtiger dan de natuurlijke aardbevingen in Zuid-Limburg. Kleinere gevolgen Binnen het plangebied zijn, voor zover uit het onderzoek van het ministerie bekend, geen neerwaartse boringen vanaf maaiveld, oude 'drempels' of oude verzakkingen aanwezig. Wel bevinden zich in het plangebied enkele opwaartse boringen vanuit mijngangen naar de bovenkant van het Carboon-gesteente. Deze kleinere gevolgen veroorzaken geen significante effecten, maar het zijn geotechnisch zwakke zones die bij het realiseren van nieuwe gebouwen en bij het optreden van schade in het achterhoofd dienen te worden gehouden. Conclusie Binnen het plangebied liggen geen mijnterreinen, mijnsteengebieden of grootschalige bodemsaneringslocaties met nazorg. Daaruit volgen geen belemmeringen voor het planvoornemen. Beschermingsgebied Einstein Telescope (art.

2.18.1) In de Wijzigingsverordening is aangegeven dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied binnen het beschermingsgebied ‘Einstein Telescope’ geen activiteiten toelaat die zijn genoemd in artikel 2.18.3, eerste lid. Deze activiteiten betreffen het plaatsen of hebben van een windturbine, het uitvoeren van een ontgronding met uitzondering van een ontgronding die op grond van artikel 6.1.1 van de verordening vergunningvrij is of het plegen van een boring of andere ingreep in de bodem dieper dan 100 meter beneden het maaiveld. Van deze activiteiten is in dit Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 16 -

Toelichting

bestemmingsplan geen sprake. Er kan worden voldaan aan de bepalingen uit de Wijzigingsverordening. d Klimaatadaptatie (art. 2.19.1) De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt op het gebied van wateroverlast, overstroming en droogte. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.3 (Regionale Klimaatadaptatiestrategie Parkstad), die ook door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade is onderschreven. Hierin is aangegeven welke belangen voor de gemeente relevant zijn voor dit plan.

2.3 Regionaal beleid Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw-of sloopopgave.

In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen. Inmiddels zijn de uitgangspunten ten aanzien van compensatie in de regionale structuurvisie als gevolg van de ontwikkelingen op de woningmarkt meerdere malen aangepast. Thans vigeert de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ (zie in het navolgende). Beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” Op 11 februari 2021 heeft de gemeenteraad van Kerkrade de regionale beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” vastgesteld. Op grond van deze beleidsregel kan ontheffing worden verleend van beleidsafspraak VI van de SVWZL, indien het betreffende woningbouwplan voldoet aan de 3 criteria van de betreffende beleidsregel.

Deze 3 criteria zijn: Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: • aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 17 -

Toelichting

• • •

herstructurering/vervangingsbouw van woningen hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw d aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad;

Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: • criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte • criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. In de genoemde beleidsregel worden de criteria onder 1 en 2 nader toegelicht.

Hieruit blijkt onder meer dat een woningbouwplan maatschappelijke meerwaarde heeft wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: • aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen • herstructurering/vervangingsbouw van woningen • hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw • aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Bovendien zijn goede plannen met name die plannen die voorzien in een evidente behoefte aan met name: woonwagens, sociale en middeldure huurwoningen en eventueel koopwoningen (onder voorwaarden) voor doelgroep starters en ouderen tot een maximale koopsom die inclusief verwervingskosten gelijk is aan de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG-grens 2023: € 405.000). Ook wordt in de toelichting aangegeven dat het plan kwantitatief en kwalitatief gemotiveerd moet worden. Indien het woningbouwplan niet past binnen de uitgangspunten van de beleidsregel en de gemeente wenst desalniettemin toch haar medewerking aan het plan te verlenen, dan is de compensatie vereist als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de SVWZL. Het onderbouwen van de kwantitatieve en/of kwalitatieve behoefte dient transparant, onafhankelijk en op basis van actuele cijfers en feiten onderbouwd te worden.

Dit kan door een actueel bestaand (sub)regionaal of gemeentelijk woonbehoefteonderzoek of op basis van collectieve vraaggestuurde initiatieven (CPO). Plangebied Verwijzend naar criteria 1 en 2 van de beleidsregel kan worden geconcludeerd dat de zes woningen gerealiseerd worden binnen het bestaand stedelijk gebied van Kerkrade, waardoor er geen sprake is van een uitbreidingsplan. De woningen zijn bestemd voor de doelgroep ouderen (levensloopbestendig) en/of starters (levensloopbestendig of vrije kavels) en passen hierdoor binnen de woningbehoefte (zie hetgeen hierover is aangegeven in de provinciale woonmonitor in het voorgaande) en binnen de uitgangspunten van de onderhavige beleidsregel. Door woningen Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 18 -

Toelichting

voor deze doelgroepen te realiseren wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de leefbaarheid van Kerkrade. d Contractueel is vastgelegd dat van de vier levensloopbestendige woningen bij koop de maximale koopprijs € 325.000 bedraagt (‘betaalbare koopwoning’) en bij huur de maximale huurprijs € 1.000 bedraagt (‘middeldure huurwoning’). Ook de twee vrije kavels worden verkocht met een grondprijs die ruim binnen de maatstaven voor een ‘betaalbare woning’ valt. Daarmee kunnen de zes te bouwen woningen worden beschouwd als ‘betaalbare woningen’. Verwijzend naar het derde criterium van de beleidsregel kan worden meegedeeld dat de Bestuurscommissie Wonen & Herstructurering van de Stadsregio Parkstad Limburg het plan heeft toegevoegd aan de Regionale Woningmarktprogrammering bij besluit van 23 juni 2021. Aangezien het plan voldoet aan de criteria van de beleidsregel “Ruimbaan voor goede woningbouwplannen 2021”, hoeven geen compenserende voorwaarden als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg aan de planrealisatie verbonden te worden. Structuurvisie Parkstad Limburg 2030 (2009) De ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor de regio Parkstad is in 2009 vastgelegd in de Structuurvisie Parkstad Limburg 2030. De Structuurvisie schetst die ambities en kansen en nodigt uit om mee te denken, mee te doen en te ontwikkelen.

Deze structuurvisie kent zes pijlers die samen het fundament vormen van de inhoudelijke keuzes en zullen steeds als toetssteen gebruikt worden bij ontwikkelingen en initiatieven van de vier grote opgaven: Ruimte, Mobiliteit, Economie en Wonen. Deze zes pijlers zijn (1) landschap leidt, (2) één hoofdcentrum, (3) energie als fundament, (4) netwerk van Park en Stad, (5) buitenring = Parkstadring en (6) economische slagader N281. In de Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad is als missie van Parkstad Limburg geformuleerd “duurzame economische structuurversterking van de regio door het bundelen van de krachten van de zeven gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Nuth, Simpelveld en Voerendaal”. De bevolkingsafname die de regio meemaakt wordt gezien als een kans om de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving duurzaam te versterken.

Dat gaat gebeuren door in te zetten op de herkenbare, unieke pluspunten: - het vele groen in de directe nabijheid van woongebieden, de landschappelijke rijkdom en de dynamische afwisseling tussen park en stad; - sterke natuurlijke beekdalen; - een rijke culturele en sociale historie; - fijnmazige sociale structuren met sterke dorps- en stadskernen die een grote variëteit aan woonmilieus bieden; - een goede bereikbaarheid; - een hoge dichtheid aan kennisinstellingen, hoogkwalitatieve bedrijventerreinen met bovenregionale bedrijven en winkelgebieden; - een sterk toeristisch/recreatief netwerk. De Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijk ontwikkeling. Deze twee dragers zijn uitgewerkt op vier hoofdthema’s, te weten ruimtelijke identiteit, economie, wonen en mobiliteit. Het zijn de belangrijkste thema’s voor de komende decennia: - ruimtelijke identiteit – regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur; - economie – meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht; - wonen – meer kwaliteit voor een veranderende bevolking; - mobiliteit – meer samenhang, betere bereikbaarheid.

Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 19 -

Toelichting

Deze thema’s zijn omgezet in de volgende pijlers: 1. Landschap leidt: nieuwe ontwikkelingend versterken kwaliteit, gebruik en beleving van natuur en landschap. Beekdalen zijn heilig; 2. Eén hoofdcentrum: heldere beeldkwaliteit en dito ruimtelijke inrichting ondersteunen stedelijke dynamiek; 3. Energie als fundament: cradle-to-cradle-technieken, alternatieve opwekking, energielandschappen en CO2-compensatie; 4. Netwerk van Park en Stad: meer contrast stad en land, versterken verbindingen tussen stedelijk en landelijk gebied; 5. Economisch slagader N281/A76 en Parkstadring: inrichting en beeldkwaliteit versterken verbindingen en contrasten. Plangebied Ten aanzien van het aspect ‘wonen’ - zoals genoemd in de thema’s - wordt met dit plan invulling gegeven aan het aanpassen van de woningvoorraad als gevolg van de veranderende bevolkingssamenstelling en woningbehoefte. Onderhavig plan biedt starters en/of senioren in de gemeente Kerkrade een kans op een betaalbare huur- of koopwoning. Regionale en lokale Woonvisie 2023-2028, gemeente Kerkrade Op 31 mei 2023 is door de gemeenteraad van Kerkrade de ‘Regionale en lokale Woonvisie 20232028, gemeente Kerkrade’ vastgesteld ( in werking getreden op 8 juni 2023).

Bijzonder aan de woonvisie van Kerkrade is dat deze gezamenlijk is gemaakt met de andere gemeenten in de regio Parkstad Limburg, te weten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal. In plaats van zeven losse woonvisies is een gezamenlijke woonvisie in Parkstad Limburg gemaakt die vervolgens door elke gemeente lokaal is uitgewerkt. Hiermee wordt aangesloten bij de beleving van de bewoners en van de andere belanghebbenden, dat deze gemeenten sterk met elkaar verbonden zijn. Daarmee wordt tevens geborgd, dat de beleidskeuzes op elkaar zijn afgestemd. Deze Woonvisie komt in de plaats van de Regionale Woonvisie Parkstad Limburg 2017 – 2021 onderdeel Kerkrade en is aan te merken als bouwsteen voor het volkshuisvestingsprogramma na inwerkingtreding van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting. De Woonvisie vormt onder meer de basis voor prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties. De afgelopen jaren is conform de Regionale Woonvisie 2017 – 2021 ingezet op het begeleiden van de bevolkingsdaling en versterking van de woonmilieus, door minder maar wel betere woningen. Inmiddels is de geprognotiseerde bevolkingsontwikkeling gekanteld. Met name de migratie is steviger dan voorzien. Maar er is meer veranderd.

In de vorige woonvisie was een pas op de plaats nodig met de woningbouw vanwege de verwachte afname van de vraag en was een ander aanbod nodig vanwege de vergrijzing van de bevolking. Achteraf blijkt dat een verstandige keuze en ook vandaag de dag heeft de regio zich te verhouden tot deze demografische trend. Als de bevolking vergrijst, is er minder natuurlijke aanwas in onze regio. Dat is een natuurverschijnsel. Echter, ergens gaan wonen of juist vertrekken is dat niet. Dat is gedrag. Aantrekkelijk woningaanbod kan dat gedrag wel degelijk beïnvloeden. De visie van de Parkstadgemeenten is dat een gezonde regio kansrijk wonen biedt voor iedereen, dat het sociale stijgers - vaak jongere gezinnen - een reden geeft te blijven en mensen van buiten een reden geeft om zich in de regio te vestigen. De gemeenten in de regio Parkstad willen daarbij dat de woningmarkt bijdraagt aan een samenleving die in balans is. De regio heeft de kwaliteiten die dit streven rechtvaardigen. In de Woonvisie wordt gesproken over: - kansrijk wonen: iedereen die in Parkstad wil wonen, een kans moet hebben op de woningmarkt om een passende woning te vinden. Dat kunnen jongeren zijn die willen starten op de woningmarkt of bijvoorbeeld ouderen die graag een vervolgstap willen maken naar een woning met zorg. Ook Bestemmingsplan Woningbouw Sint Bernadettestraat/Grachterstraat te Kerkrade Gemeente Kerkrade

- pagina 20 -

Toelichting

bijzondere doelgroepen die graag mee willen doen in de samenleving, maar moeite hebben een zelfstandige woning te bemachtigen d in een wijk die past. -

nu en in de toekomst: deze woorden gaan over het bovengemiddeld aandacht hebben voor de toekomstbestendigheid van wonen in de brede zin. Woningen en ander vastgoed gaan decennia of eeuwen mee. Dit is juist in Parkstad op vele plekken zichtbaar, zoals bij de vaak historische bebouwing in de dorpskernen, de vakwerkhuizen, de mijnkoloniën, de kloosters en de kerken. Juist hierdoor is het zaak goed na te denken over de kwaliteit waar morgen vraag naar is. Naar de duurzaamheid van woningen en de woonomgeving en naar de mogelijkheden voor ander of flexibel gebruik. Rekening houden met nu en de toekomst gaat voor de Parkstadgemeenten over woningbouw die passend is voor de bewoners van nu en later en in materiaal- en energiegebruik duurzaam is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=ee853db1-2d96-441f-a316-c511946253fd