CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 - versie 15 okt 2021 def.pdf

Gemeenteraad 10 november 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake vaststelling van de gemeentebegroting 2022 (inclusief meerjarenraming 2023-2025)35.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hierdoor wordt de kwaliteit van deze diensten beschermd en kan de zorg blijven doorlopen. De hoogte van de prijs hangt af van de CAO (collectieve arbeidsovereenkomst) in de zorgsector. Omdat hierin de loonkosten zijn gestegen, stijgt ook de prijs van de dienstverlening.

61

2. het abonnementstarief Sinds 1 januari 2020 geldt het abonnementstarief. Dit is een vast tarief voor de eigen bijdragen voor Wmo- maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. Dat betekent dat de eigen bijdrage voor een Wmo voorziening niet meer afhankelijk is van het inkomen of vermogen en ook niet van het zorggebruik. De maximale eigen bijdrage is vastgesteld op €19 per maand. Er is wel één uitzondering gemaakt. Bij meerpersoonshuishoudens, waarvan één of meerdere personen niet AOW gerechtigd zijn geldt deze regeling niet. De komst van het abonnementstarief zorgt voor een toename van het aantal meldingen binnen de Wmo. Vooral bij de hulp bij het huishouden is er een toename van het aantal klanten. Hierdoor is er ook een groei van de kosten. De uitgaven voor hulp bij het huishouden nemen toe terwijl de inkomsten uit de eigen bijdragen afnemen. Het Rijk betaalt een vergoeding voor de afname van de inkomsten uit de eigen bijdrage. Ze houdt er geen rekening mee dat het aantal voorzieningen is gestegen. Kerkrade blijft in 2022 deze stijging volgen. Deze informatie wordt opgenomen in het dashboard managementinformatie Sociaal Domein. De aantallen en de financiële gevolgen zijn hierin terug te lezen.

Rolduckerveld (6.1, 5.1) (Relatie met programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing ) Rolduckerveld heeft een bijzondere plek binnen de aanpak om de vitaliteit en gezondheid van de inwoners van Kerkrade te verbeteren. Binnen Vie (zie ook programma 5) is er voor Rolduckerveld een sociaal programma opgesteld. In dat programma wordt naast alles wat er vanuit Vie gebeurt nog extra aandacht besteed aan Rolduckerveld door hier bijvoorbeeld programma’s te starten of extra programma’s op te pakken. De programma’s in het sociaal programma zijn bedoeld om (onderwijs) achterstanden te verkleinen, de draagkracht (hoeveel mensen aan iets mee willen doen) en deelname aan de samenleving te vergroten en een gezonde levensstijl te bevorderen. Door hierop in te zetten hopen we de cirkel te doorbreken waarin verschillende generaties achter elkaar te maken hebben met minder goede kansen in het leven.

E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving

Bron

Eenheid

Periode

Kerkrade

Nederland

Limburg

Banen

CBS/LISA

2020

450,3

679,3

633,9

Jongeren met een delict voor de rechter Kinderen in uitkeringsgezin Netto arbeidsparticipatie Werkloze jongeren Personen met een bijstandsuitkering

CBS

Aantal per 1.000 inwoners 15-64 jaar %

2019

2

1

1

CBS

%

2019

10

6

7

CBS

%

2021

n/a

68,4

65,6

CBS CBS

2019 2020

3 537,3

2 459,7

2 397,4

Lopende reintegratievoorzieningen

CBS

2020

236,3

202

165,6

Jongeren met jeugdhulp Jongeren met jeugdbescherming

CBS

2020

16,6

11,9

14,5

CBS

% Aantal per 10.000 inwoners Aantal per 10.000 inwoners 15-64 jaar % Jongeren tot 18 jaar %

2020

2,1

1,2

1,6

Jongeren met jeugdreclassering

CBS

%

2020

0,7

0,4

0,4

62

Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo

CBS

Aantal per 10.000 inwoners

2020

n/a

700

810

2018

2019

Overige indicatoren Omschrijving

Bron

Eenheid

2016

2017

Maatschappelijke participatie * Cliënten Wmo(31dec.) Toegekende rolvoorzieningen Toegekende vervoersvoorzieningen Toegekende woonvoorzieningen Toegekende voorzieningen hulp bij het huishouden** Toegekende voorzieningen begeleiding Vrijwilligers Tevredenheid buurtvoorzieningen Sociale cohesie

burgeronderzoek WIZ WIZ

score (0 - 10) aantal aantal

4.436 151

4.530 234

4.613 197

4.689 185

4.747 165

WIZ

aantal

472

690

634

587

719

WIZ

aantal

124

177

195

200

257

WIZ

aantal

1.473

832

840

1.338

1.675

WIZ

aantal

1.552

2.001

2.156

2.026

1.852

burgeronderzoek burgeronderzoek

% %

29 59

27 65

burgeronderzoek

score (0 - 10)

5,4

5,6

3,5

2020

2,9

* De schaalscores van de maatschappelijke participatie komen vanuit de Parkstadmonitor en zijn berekend op basis van de steekproefresultaten uit het Burgeronderzoek. Onlangs is ontdekt dat de schaalscores zijn herrekend als gevolg van een omissie in de oude berekeningsmethodiek. ** In 2016 zijn door her-indicering vernieuwde voorzieningen toegekend.

63

7 Volksgezondheid en milieu

A. Algemeen Omschrijving van het programma Beschermen van de volksgezondheid van de gehele lokale bevolking, met speciale aandacht voor de meest kwetsbare personen. De gemeente zorgt voor een goed en leefbaar milieu in Kerkrade. Dit doen we door bijvoorbeeld met zorg om te gaan met onze grond en gebouwen en het opwekken van duurzame energie zoals zonne-energie uit zonnepanelen. Klimaatbeleid of energiebesparing kan de aanjager zijn voor onderwijs en het scheppen van nieuwe banen door klimaat- en energieprojecten. Het bewust omgaan met natuur, gezondheid en milieu wordt waar mogelijk aangemoedigd. Hier hoort ook voorbeeldgedrag van de gemeente zelf bij. De gemeente staat op dat gebied open voor nieuwe ontwikkelingen en ideeën. Op het gebied van de inzameling van het huishoudelijk afval, controleert de gemeente Rd4. Daarnaast beheert de gemeente de riolering en begraafplaatsen. Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Lokale heffingen (§1) en Onderhoud kapitaalgoederen (§3). Voor het project VIE, zie programma 5 (programmalijnen) en programma 8 (fysieke realisatie). Taakvelden 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen

64

B. Speerpunten van beleid Inwoners bewust maken van het belang van duurzaamheid Relatie met taakveld(en): 7.4 Om onze omgeving en de aarde leefbaar te houden, werken we vooral aan maatregelen op het gebied van energie. Hierbij is de eerste stap het besparen van energie en de tweede stap het opwekken van energie zonder fossiele brandstoffen (zoals olie, kolen en aardgas). Op die manier willen we naar een duurzame samenleving en voorkomen we het verder veranderen van ons klimaat. Voor verwarmen en koken gebruiken we nu nog vooral aardas. In de toekomst moeten naar een andere bron dan aardgas om te verwarmen en te koken. Dit heet de warmtetransitie waarbij we samen met partners en burgers onderzoeken welke bron het meest geschikt is voor een wijk. Ook voor elektriciteit moeten we nieuwe bronnen gebruiken zoals zon en wind. Om inwoners te helpen met het zelf opwekken van elektriciteit gaan we verder met het zonnepanelenproject. Naast het voorkomen van verdere klimaatverandering, moeten we ons ook voorbereiden op extremer weer zoals veel regen, droogte of warme zomers. We moeten maatregelen nemen zodat we ons kunnen aanpassen aan het veranderde klimaat. Een ander punt is het slimmer omgaan met grondstoffen. Onze natuurlijke grondstoffen raken op en we hebben veel afval. Slimmer hiermee omgaan kan ertoe leiden dat grondstoffen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden.

Dit noemen we circulaire economie. Het bereiken van een duurzame wereld kunnen we als gemeente niet alleen. Hierbij hebben we anderen nodig en moeten wij als overheid een andere rol aannemen. We blijven samenwerken met partners in onze regio, zoals met de Parkstad-gemeenten in Parkstad Limburg Energie Transitie (PALET). Maar ook met andere partijen blijven we samenwerken aan onze doelen voor een duurzame wereld. We hebben ook onze inwoners hierbij nodig. Om hen meer bewust te maken van het belang van duurzaamheid blijven we hen informeren. De WoonWijzerWinkel helpt inwoners bij bijvoorbeeld het verduurzamen van hun woning. Ook vragen we inwoners om samen met de gemeente te werken aan de overstap naar andere vormen van energie. Goed beheer en onderhoud van de rioleringen Relatie met taakveld(en): 7.2 Het Gemeentelijk Watertakenplan 2020 -2024 is door de raad vastgesteld. Het is de basis voor het maken van de juiste beslissingen op het terrein van bodembescherming, waterkwaliteit en rioleringszorg. In dit plan staat beschreven op welke manier we het riool goed houden. Ook is aangegeven hoe aan de wettelijke eisen wordt voldaan en hoe de gemeente omgaat met regenwater en grondwater. Ook in 2022 zal de gemeente Kerkrade weer opdrachtgever zijn voor reliningsprojecten in onder meer Heerlen, Landgraaf, Brunssum en Voerendaal.

Relining betekent dat een riool aan de binnenzijde een kunststof kous krijgt. Daarmee kan het riool weer jaren mee en is het niet nodig de straat open te breken. In juli 2018 heeft Kerkrade samen met de overige Parkstadgemeenten, het Waterschap Limburg en WML de ‘Samenwerkingsovereenkomst Waterketen Regio Parkstad’ ondertekend. In 2019 is deze overeenkomst aangevuld met ondertekening door de nieuwe gemeente Beekdaelen. Deze overeenkomst onderstreept ook voor 2022 de ambitie van Kerkrade en de samenwerking met de Parkstadgemeenten en de waterpartners. De verordening ‘Stimulering afkoppeling regenwater’ blijft ook in 2022 van kracht. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen (§3) staat bij het onderdeel riolen uitvoerig beschreven wat het beleid, programma, budget en de activiteiten voor 2022 zijn.

65

C. Wat mag het kosten? Exploitatie 7

REK.

Volksgezondheid en milieu

BEGR.

MJR.

Bijgesteld

Primair

2021

2022

2020

2023

2024

2025

LASTEN 7.1 Volksgezondheid

2.441

2.825

2.800

2.674

2.675

2.675

7.2 Riolering

3.047

3.310

2.877

2.940

2.961

2.961

7.3 Afval

4.421

4.374

4.780

4.685

4.685

4.685

7.4 Milieubeheer

2.718

3.878

832

798

793

786

145

154

154

154

154

154

12.771

14.539

11.443

11.251

11.267

11.261

7.5 Begraafplaatsen en crematoria

TOTAAL LASTEN BATEN 7.1 Volksgezondheid

8

19

0

0

0

0

7.2 Riolering

5.377

5.757

5.379

5.473

5.523

5.523

7.3 Afval

6.063

6.197

6.171

6.171

6.174

6.174

7.4 Milieubeheer

1.819

2.606

1

1

1

1

60

45

45

45

45

45

13.326

14.624

11.596

11.690

11.742

11.742

2021 2025

7.5 Begraafplaatsen en crematoria

TOTAAL BATEN Investeringen TV

Omschrijving

V/U¹ E/M²

2021

2022

2023

2024

2025

II Overige investeringen 7.2

Riolen

v

e

2.010

2.100

1.750

1.600

1.600

9.060

III Leningen 7.4

Woonwijzerwinkel

u

-

47

45

33

35

0

160

7.4

Project zonnepanelen

u

-

1.950

0

0

0

0

1.950

4.007

2.145

1.783

1.635

1.600

11.170

Totaal Programma 7

¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.

D. Toelichting op financiële mutaties en overige zaken Financiële mutaties Exploitatie GGD (7.1) Het extra geld is nodig als gevolg van de begroting van de GGD Zuid-Limburg 2022. Hierin heeft de GGDZL rekening gehouden met de extra kosten van:  De normale jaarlijkse stijging van prijzen en salarissen (indexeringen);  de nieuwe activiteiten “prenataal huisbezoek”, “voorzorg” en “stevig ouderschap”;  het programmabureau trendbreuk (deze werden vorig jaar apart betaald). Hierdoor moeten de Zuid-Limburgse gemeenten een hogere bijdrage betalen. Voor Kerkrade nemen de kosten toe met structureel € 196.000. In 2022 wordt dit betaald met algemene middelen (€ 136.000) en VIE-middelen (€ 60.000). Vanaf 2023 € 196.000 uit de algemene middelen.

66

De gemeenteraad heeft op 7 juli 2021 al ingestemd met deze aanpassing. Investeringen SUPERLOCAL Riolen (7.2) In de raadsvergadering van juni 2021 heeft de raad voor het project SUPERLOCAL een bedrag van € 300.000 (€ 150.000 voor 2021 en € 150.000 voor 2022) beschikbaar gesteld om te investeren. Overige vermeldenswaardige zaken Schoon, Heel & Veilig: Zwerfafval (7.3) Kerkrade streeft naar een schone openbare ruimte met als motto: ‘Schoonmaken doet schoon houden’. We gaan ervan uit dat in een schone omgeving minder zwerfafval ontstaat dan in een reeds vervuilde omgeving. Onze aanpak van het zwerfafval voeren wij uit met ondersteuning van het landelijk instituut Nedvang. Ook werken wij samen met Nederland Schoon. De aanpak is meerjarig. In 2022 blijven de twee zwerfvuilteams van Werkgeversservicepunt (WSP) Parkstad en Relim actief. Daarnaast maken we gebruik van moderne machines en materiaal. We ondersteunen schoonmaakacties van onze inwoners, scholen en buurtverenigingen. Zoals elk jaar blijven we het zwerfafval meten volgens landelijke kwaliteitsnormen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de Corona pandemie blijft extra aandacht nodig voor zwerfafval in de groengebieden en aan de 700 afvalbakken in de stad. De aanpak van illegale afvalstortingen zetten wij samen met Rd4 voort. Voor het ophalen van illegaal gestort afval is in de begroting bij afval € 22.670 voorzien.

Voor onkruidbestrijding (programma 2) is € 110.300 begroot in 2022. Voor het inhuren van een veegmachine (programma 2) is in 2022 € 248.200 begroot. Warmteplan Kerkrade (7.4) Elke gemeente in Nederland is verplicht om een warmteplan door de raad te laten vaststellen. Dit warmteplan beschrijft een planning voor de overgang naar een andere bron om te verwarmen en te koken. We noemen dat de warmtetransitie waarbij we gaan naar een aardgasvrije omgeving. We willen hiermee de uitstoot van koolstofdioxide beperken uit onze gebouwen. Het doel is om deze uitstoot in 2050 naar nul te brengen. Voor alle buurten moet bekend zijn waardoor aardgas wordt vervangen. Dit is vastgelegd in een Warmteplan. Hiervoor moeten we weten wat de verbruiken van aardgas zijn en moeten we ook weten welke andere mogelijkheden we hebben. Bij het verder uitwerken van deze plannen betrekken we de raad, maar ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Regionale energie strategie (7.4) In de Regionale Energie Strategie (RES) beschrijft elke regio welke energiedoelen zij wil halen, op welke termijn en hoe ze dit wil bereiken. Nederland is opgedeeld in 30 ‘energieregio’s’, Zuid-Limburg is er daar één van. In 2021 heeft de raad van de gemeente Kerkrade de bijdrage van Kerkrade aan de doelstelling vastgesteld.

Dit is het bod van de gemeente Kerkrade voor de bijdrage aan de totale landelijke klimaatopgave uit het Klimaatakkoord. Het bod maakt onderdeel uit van het totale bod van Zuid-Limburg. In 2022 moeten we het bod verder uitwerken en samen met partners aan plannen werken om de doelen te halen. Dit vraagt veel inzet van de gemeente, waarbij de hulp van inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen nodig is. Voortzetten uitvoering PALET (7.4) Op dit moment werken we nog aan de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma PALET 3.0. In dit programma, dat we samen met de andere Parkstad gemeenten hebben opgezet, staan plannen voor het energie-neutraal maken van onze regio. Een van de projecten is het Zonnepanelenproject Parkstad waarbij mensen makkelijk geld kunnen lenen om zonnepanelen te leggen. Dit project loopt heel goed in Kerkrade. De vraag is zo groot dat het beschikbare geld om uit te lenen (€ 7,8 mln) bijna helemaal gebruikt is. Door de gemeenteraad is daarom in 2021 besloten extra geld (€ 1,95 mln) te geven om nieuwe leningen mogelijk te maken voor het plaatsen van zonnepanelen op zo’n 350 daken. Omdat het om leningen gaat die helemaal terugbetaald worden, kost dit de gemeente geen geld en belast het de begroting niet. Een tweede project gaat over grensoverschrijdende samenwerking voor energie.

De gemeenten Kerkrade, Losser, Emmen en de provincies Limburg, Drenthe en Overijssel zien kansen om samen te werken bij 67

duurzame energieprojecten met hun Duitse buurgemeenten. Hoe dit kan worden aangepakt, is nog niet duidelijk. Er moet nog veel worden uitgezocht op het gebied van wetgeving en mogelijkheden. Wij kijken vooral naar de mogelijkheden om samen te werken met Herzogenrath. Samen met de provincie, ParkstadLimburg en partners in Herzogenrath onderzoeken we in 2022 hoe we kunnen samenwerken aan de opwek van energie met zonnepanelen. Hierbij delen we kennis en ervaring met de andere gemeenten en provincies. Windenergie is voor Kerkrade nodig om de geplande doelen in Palet en de Regionale Energiestrategie te kunnen behalen. Daarnaast maken in Kerkrade ook bedrijven plannen voor windmolens. Onze buurgemeenten staan voor dezelfde opdracht. In 2021 heeft Kerkrade samen met de gemeenten Heerlen en Simpelveld gewerkt aan een plan om windmolens in het gebied Parkstad-Zuid te plaatsen. Als de raad in december 2021 toestemming geeft, werken we in 2022 verder aan dit plan samen met onze partners. Ook begeleiden we nieuwe plannen in onze gemeente zodat deze goed passen bij de voorwaarden. De gemeente heeft een voorbeeldrol op het gebied van duurzaamheid. Daarom wil ze haar eigen gebouwen ook gaan verduurzamen. Zo besparen we op gebruik van gas en elektriciteit. Hierbij kijken we vooral naar de toepassing van zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen.

Om dit mogelijk te kunnen maken zijn meerdere zaken belangrijk. Zo moeten we kijken naar technische mogelijkheden maar ook naar de onderhoudstoestand van het gebouw en financiële mogelijkheden. Voor de Sporthal Rolduc en voor het Flexiforum is door het ministerie een subsidie gegeven voor de toepassing van zonnepanelen. De uitwerking van de plannen om de panelen op de gebouwen te plaatsen is voorbereid. In 2022 worden de zonnepanelen op deze gebouwen geplaatst. Hierbij onderzoeken we hoe met de opbrengst van de zonnepanelen kan worden omgegaan. Met de kennis en ervaring van deze projecten willen we meerdere gemeentelijke gebouwen verduurzamen. Tenslotte maken we samen met Stadsregio Parkstad Limburg en de andere Parkstad gemeenten een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET waarin we de doelen van de Regionale Energiestrategie opnemen. Omdat we in 2023 een nieuwe versie van de RES moeten hebben, bereiden we deze in 2022 al voor. Klimaat en duurzaamheid (7.4) De gemeente heeft een voorbeeldrol op het gebied van duurzaamheid. Daarom wil ze haar eigen gebouwen ook gaan verduurzamen. Zo besparen we op gebruik van gas en elektriciteit. Hierbij kijken we vooral naar de toepassing van zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen. Om dit mogelijk te kunnen maken zijn meerdere zaken belangrijk.

Zo moeten we kijken naar technische mogelijkheden maar ook naar de onderhoudstoestand van het gebouw en financiële mogelijkheden. Voor de Sporthal Rolduc en voor het Flexiforum is door het ministerie een subsidie gegeven voor de toepassing van zonnepanelen. De uitwerking van de plannen om de panelen op de gebouwen te plaatsen is voorbereid. In 2022 worden de zonnepanelen op deze gebouwen geplaatst. Hierbij onderzoeken we hoe met de opbrengst van de zonnepanelen kan worden omgegaan. Met de kennis en ervaring van deze projecten willen we meerdere gemeentelijke gebouwen verduurzamen. De gemeente werkt aan plannen om de afspraken uit het Klimaatakkoord te halen. Zo moet de gemeente binnenkort de overgang naar een andere bron om te verwarmen en te koken verder uitwerken. De algemene plannen worden vertaald voor wijken. De afspraken die de gemeente heeft beschreven in de Regionale Energiestrategie (hoe wekken we straks onze elektriciteit op in onze gemeente) vragen veel inzet. Hierbij werken we, samen met partners uit de markt, aan plannen voor windenergie en zonne-energie. Als gemeente vinden we het belangrijk om deze overstap naar andere energie goed te begeleiden. Dit vraagt veel inzet, niet alleen om de plannen te maken, maar ook om de uitvoering goed te laten verlopen. Ook hier willen we hier onze inwoners een rol laten spelen. Dat vinden we erg belangrijk.

We willen als gemeente ook kijken naar kansen om onze gemeentelijke gebouwen te verduurzamen. Daarnaast werken we ook aan mogelijkheden voor duurzamer vervoer. Ook werken we aan maatregelen die de gevolgen van het veranderende klimaat beperken. Nazorg steenkolenwinning en Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade (7.4) Het Ministerie van Economische Zaken heeft onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van vroegere steenkoolwinning in Zuid-Limburg. Dit onderzoek leidde tot maatregelen om mogelijke gevolgen te voorkomen. Deze maatregelen worden onder andere in opdracht van de gemeente Kerkrade uitgevoerd.

68

Het Rijk betaalt de kosten via een vergoeding aan de provincie Limburg. Deze heeft over de periode 20172021 de gemaakte kosten aan Kerkrade vergoed. Voor 2022 en volgende jaren zijn in 2021 nieuwe afspraken gemaakt met de provincie over de vergoedingen voor het opsporen en veilig maken van schachten. Dit doen we ook voor het onderzoek naar ondiep gelegen mijngangen en mogelijke gevolgen hiervan. Alle kosten die de gemeente maakt, worden vergoed, behalve de kosten voor het gemeentelijk personeel. We verwachten dat in 2022 de Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade Limburg gestopt is en is vervangen door de landelijke Commissie Mijnbouwschade. Sinds 2021 hoeven gemeenten niet meer mee te betalen als een woning met mijnschade hersteld wordt. Het Rijk dekt namelijk alle kosten en blijft dit doen. Tenslotte maken we samen met Stadsregio Parkstad Limburg en de andere Parkstad gemeenten een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET waarin we de doelen van de Regionale Energiestrategie (RES) opnemen. Omdat we in 2023 een nieuwe versie van de RES moeten hebben, bereiden we deze in 2022 al voor. Begraafplaatsen (7.5) Begraafplaatsen zijn voor veel inwoners en bezoekers belangrijke plekken. In Kerkrade bevinden zich 6 gemeentelijke begraafplaatsen. Daarnaast zijn er meerdere begraafplaatsen in eigendom en beheer bij parochies of particulieren.

De gemeente besteedt veel aandacht aan beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen. Omdat de overheid geen chemische bestrijdingsmiddelen mag gebruiken, bestrijden we het onkruid met de hand, met hete lucht en met heet water. De nabestaanden (‘rechthebbenden’) zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven zelf. Door de verhoging van het budget door de raad in 2021 is het onderhoud dit jaar verbeterd. Op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn in totaal 5 oorlogsgraven aanwezig. Het onderhoud en beheer van deze graven voeren wij uit in samenwerking met de nationale Oorlogsgravenstichting. Voor het onderhouden van de gemeentelijke begraafplaatsen is in 2022 € 76.000 begroot. Voor het ruimen van graven en sociale begraving is een budget van € 36.000 beschikbaar in 2022. Voor de inkomsten uit grafrechten is in 2022 € 45.000 begroot.

E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit

Bron

Eenheid

Periode

Kerkrade

Nederland

Limburg

CBS

Kg/inwoner

2019

141

161

123

RWS

%

2019

5

20,1

6,5

Overige indicatoren Omschrijving

Bron

Eenheid

2016

2017

kosten kwijtschelding in relatie tot kosten afvalverwerking kosten kwijtschelding in relatie tot kosten riolering eigen oordeel matige of slechte gezondheid aangeboden restafval aangeboden GFT

BsGW/ Milieu en Bouwen

%

9.7

10,8

BsGW/ Stedelijk Beheer

%

9,4

10,6

burgeronderzoek

%

Rd4-monitor Rd4-monitor

tonnage tonnage

2018

2019

2020

10,5

8,1

6,8

11,3

11,8

8,8

24

69

7.263 4.445

7.068 4.576

24 6.582 4.883

6.415 5.018

6.860 5.645

8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

A. Algemeen Omschrijving van het programma Het scheppen van optimale condities voor het woningaanbod en de woon- en leefomgeving alsook een wervend vestigingsklimaat. Relatie met paragrafen Dit programma heeft een relatie met de paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen (§3) en Grondbeleid (§7). Taakvelden 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen 8.4 Implementatie Omgevingswet

70

B. Speerpunten van beleid Opgaven woningmarkt Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 Het uitvoeren van het woonbeleid dat op dit moment geldt: 

‘Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (28 september 2016)’

de ‘Regionale Woonvisie Parkstad Limburg, Lokale woonvisie gemeente Kerkrade 2017-2021 (april 2017) beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen’ (december 2020) beleidsregel ‘Wijziging bestemming/gebruik naar wonen gemeente Kerkrade’ (april 2021) beleidsregel ‘Woningsplitsing gemeente Kerkrade’ (juli 2021)

  

Jaarlijks prestatieafspraken maken met de woningcorporaties. Om de woningmarkt leefbaar en aantrekkelijk te maken en in balans te krijgen is er een aantal opgaven: 1. Slopen van woningen in gebieden waar minder mensen willen wonen: De gemeente heeft nog steeds een opgave om de woningvoorraad te verminderen omdat er nog steeds te veel huizen leegstaan. De laatste berekening van de Transformatieopgave is in december 2020 gemaakt. Volgens deze berekening is de opgave voor Kerkrade nu om 810 woningen minder te hebben in 2025 en in 2030 1510 woningen minder. De cijfers worden weer geactualiseerd worden en er wordt verwacht dat de transformatieopgave kleiner is, waardoor de sloopopgave ook geringer wordt. 2. Aanpak particuliere voorraad: We zetten in op kwalitatieve verbetering, verduurzaming en onttrekking van de particuliere woningvoorraad. Samen met de woningcorporaties hebben we projecten gestart om particuliere woningen aan te kopen, die de corporaties vervolgens nog een geruime periode verhuren en uiteindelijk zullen slopen. Particuliere eigenaren maken we bewust van de gevolgen van het langer thuis wonen en de verduurzaming van hun woningen. De verbouwingen die zij uitvoeren, verbeteren de kwaliteit van hun woning. Voor de aanpak van de particuliere woningvoorraad hebben we een subsidieaanvraag Volkshuisvestingsfonds ingediend. Deze is gehonoreerd.

Er is cofinanciering nodig en het besluit hierover wordt in de Raadsvergadering van 3 november 2021 formeel aan de Raad voorgelegd. De Raad is via het college wel al in het geheim op de hoogte gesteld. De projecten die binnen deze aanvraag vallen zijn de projecten Rolduckerveld, Bleijerheide, Hopel-Eresteinerveld, Akerstraat/Kremerstraat en Mücherveld. Onder D 8.1 wordt een en ander kort toegelicht. 3. Verduurzamen van de woningvoorraad: De woningcorporaties hebben als doel gesteld om de woningvoorraad op gemiddeld energielabel B te brengen. Voor particuliere eigenaren draait het om bewustwording creëren en aanmoedigen om energetische maatregelen te nemen (b.v. Zonnepanelenproject, Woonwijzerwinkel). 4. Ongewenste plancapaciteit uit de markt halen c.q. kwalitatief verbeteren: Op onze programmering staan plannen die jaren geleden goedgekeurd zijn, maar die niet meer voldoen aan de vraag die er nu is. We proberen deze plannen kwalitatief te verbeteren of, indien nodig, te schrappen. 5. Realiseren van aantrekkelijke woonmilieus: Bij de herstructureringsplannen maken we onze wijken ruimer, groener, gevarieerder en bevorderen we de leefbaarheid. Om deze aantrekkelijke woonmilieus te realiseren, worden er 600-800 woningen gebouwd. 6.

Inzetten op kwalitatieve verbetering van de woningen: Levensloopbestendig / zorggeschikt, goedkope (sociale) en betaalbare (middeldure) huurwoningen en koopwoningen tot de NHG-grens (€325.000,-) in kernen en centra nabij voorzieningen. 7. Aanpak leegstand historische linten: Wij bieden ruimte om van leegstaande commerciële ruimte woningen te maken. De leefbaarheid is van groot belang hierbij. 8. Wonen en zorg: Doordat mensen langer thuis moeten blijven wonen is de vraag naar levensloopbestendige woningen groter geworden. Daarnaast speelt de zogenaamde ambulantisering bij doelgroepen een rol: mensen die eerst binnen een intramurale setting woonden en nu steeds vaker met begeleiding en, wanneer dit mogelijk is, zelfstandig kunnen wonen. Zij moeten op de reguliere woningmarkt een woning zoeken.

71

Promoten van de verbeterde leefbaarheid van de stad onder de inwoners Relatie met taakveld(en): 8.1 en 8.3 In de Campagne ‘Beleef Kerkrade’ blijft wonen en leefbaarheid een belangrijke marketingpijler. Realisatie van VIE Relatie met taakveld(en): 8.3 Een aantrekkelijke en goed ingerichte leefomgeving stimuleert een gezonde leefstijl, waar beweging wordt aangemoedigd en waar ruimte is om te bewegen. Fysieke investeringen zijn nodig om niet-fysieke ontwikkelingen mogelijk te maken en te versterken. Tegelijkertijd zijn niet-fysieke ontwikkelingen nodig om fysieke ontwikkelingen te laten slagen. Het een kan niet zonder het ander, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met de afronding van de bouw op het voormalige ziekenhuisterrein in Kerkrade centrum begin 2022 is Vie ook een plek waar activiteiten ter bevordering van vitaliteit en gezondheid in samenhang aangeboden worden waar het niet haalbaar is om deze voorzieningen op wijkniveau overal aan te bieden. Maar Vie is ook een plek waar programma’s binnen het Vie gedachtegoed ontwikkeld en getest worden in een omgeving waarin de fysieke randvoorwaarden geclusterd zijn. Een centrale rol is hierin weggelegd voor de Vie-Innovatiehub Parkstad waarvoor ruimte is gereserveerd in het Vie-gebouw. Daarnaast voldoen de gebouwen van Vie aan de eisen van deze tijd.

Zo wordt energie opgewekt door middel van zonnepanelen en vindt de ontsmetting van zwemwater plaats op basis van de laatste beschikbare en geaccepteerde technieken. Implementatie Omgevingswet Relatie met taakveld(en): 8.4 Op 26 mei 2021 heeft de minister laten weten dat de invoering van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) opnieuw met een half jaar worden uitgesteld en vanaf 1 juli 2022 in werking zullen treden. De gemeente zal vóór deze datum de noodzakelijke maatregelen en besluiten nemen om klaar te zijn voor de nieuwe wetten. De besluiten worden inhoudelijk besproken en voorbereid in de raadswerkgroep Omgevingswet, waarin alle raadsfracties deelnemen. In totaal zullen vijftien besluiten door het gemeentebestuur moeten worden genomen, die in delen worden aangeboden aan college en gemeenteraad, waarbij het meeste in 2021 is vastgesteld. Daarnaast wordt in samenwerking met de Stadsregio Parkstad Limburg en de Parkstadgemeenten een Regionaal Afstemmingskader Omgevingsvisies opgesteld, waarin de regionale omgevingsvraagstukken verder zijn uitgewerkt voortbouwend op de Strategische agenda Parkstad 2021-2030. Dit kader wordt in de tweede helft van 2022 voor vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad en is een belangrijke bouwsteen voor het opstellen van de gemeentelijke Omgevingsvisie.

Tegelijkertijd zal de gebiedsgerichte Ow pilot (Kerkrade-Noord, 2020-2022) begin 2022 worden afgerond. Daarbij is nadrukkelijk de samenwerking gezocht om het fysieke en sociale domein te verbinden door werken praktijkervaring op te doen door te werken in de geest van de nieuwe Ow. De opgedane kennis en ervaring zijn de ingrediënten voor de nieuwe gemeentelijke Omgevingswetdocumenten (Omgevingsvisie, -programma’s en -plan). Deze zullen de gemeentelijke structuurvisie inclusief de stadsdeelvisies, bestemmingsplannen, onderdelen van de Algemene Plaatselijke Verordening, diverse andere lokale verordeningen, delen van de regionale en thematische structuurvisies en beleidsstukken vervangen. De transitie vindt plaats in twee fases. Vóór 2025 moet een Omgevingsvisie inclusief programma’s worden vastgesteld en in de periode 2023-2030 zal gefaseerd het Omgevingsplan voor de gehele gemeente worden vastgesteld. Niet alleen de nieuwe Omgevingswet maar ook de samenleving vraagt om een samenhangende benadering en aanpak van het fysieke en sociale domein, verdere digitalisering, een herverdeling van verantwoordelijkheden en het anders werken van de gemeente.

Samen met stakeholders wordt door middel van het werken met pilots verkend en ervaren op welke wijze de gemeente en haar partners op een ander manier beter kunnen (samen)werken en welke strategie en instrumenten ingezet kunnen worden om te kunnen omgaan met maatschappelijke omgevingsvraagstukken nu en in de toekomst.

72

C. Wat mag het kosten? Exploitatie 8

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

REK.

BEGR.

MJR.

Bijgesteld

Primair

2021

2022

2020

2023

2024

2025

LASTEN 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)

658

474

366

366

366

366

1.130

2.166

29

23

23

23

8.3 Wonen en bouwen

3.659

6.054

2.292

2.262

2.259

2.256

TOTAAL LASTEN

5.447

8.694

2.687

2.651

2.648

2.644

442

158

50

50

50

50

8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)

1.252

2.544

328

168

168

168

8.3 Wonen en bouwen

2.401

4.219

623

470

470

470

TOTAAL BATEN

4.095

6.920

1.000

688

688

688

2024

2025

2021 2025

BATEN 8.1 Ruimtelijke ordening

Investeringen TV

Omschrijving

V/U¹ E/M²

2021

2022

2023

I Reguliere investeringen 8.1

Proj. Volkshuisvestingfonds

u

m

0

280

280

280

280

1.120

8.3

VIE (fysiek)

u

m

15.000

1.500

0

0

0

16.500

8.3

Super Local infra

u

m

500

450

0

0

0

950

8.3

Transferium

u

e/m

600

600

0

0

0

1.200

8.3

Gbe Rolduckerveld

u

m

0

250

250

250

250

1.000

8.3

Businesscase Rolduckerveld

u

m

480

0

0

0

0

480

8.3

Stadsvernieuwing

u

m

Totaal Programma 8

200

300

0

0

0

500

16.780

3.380

530

530

530

21.750

¹ V = een vervangingsinvestering, U = een uitbreidingsinvestering. ² E = een investering met economisch nut, M = een investering met maatschappelijk nut.

D. Toelichting op financiële mutaties en overige zaken Financiële mutaties Exploitatie Herontwikkeling gebied Holzkuil (8.3) Voor de aankoop van een pand en de herontwikkeling van het gebied Holzkuil is door de raad in juni 2021 een bedrag van € 550.000 beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld uit de reserve grondexploitatie OBK.

73

Investeringen Transferium (8.1) De aankoop van het laatste perceel heeft onlangs plaatsgevonden. De gemeente heeft nu alle panden in eigendom, zodat er een plan kan worden ontwikkeld. Voor het Transferium kan van het voor 2021 begrote investeringsbedrag € 600.000 doorgeschoven worden naar 2022. Stadsvernieuwing (8.1) Van het voor Stadsvernieuwing voor 2021 begrote investeringsbedrag kan € 300.000 doorgeschoven worden naar 2022. Het geld zal worden gebruikt voor fysieke ingrepen om zo de leefbaarheid te verbeteren. Projecten Volkshuisvestingsfonds (8.1) De gemeente Kerkrade heeft samen met de regio een plan ingediend om subsidie te ontvangen uit het Volkshuisvestingsfonds.De gemeente heeft deze subsidie inderdaad gekregen. De subsidie heeft betrekking op de aanpak van de particuliere woningvoorraad. Deze aanpak houdt in aankoop/sloop/nieuwbouw of verduurzaming van particuliere woningen. De gemeente heeft daarbij de samenwerking gezocht met de corporaties HEEMwonen en Wonen Zuid. De projecten die door de gemeente zijn ingediend zijn: Rolduckerveld o De gemeente wil bij goedkeuring van de Raad én als er draagvlak is bij de bewoners, de businesscase wat sneller uitvoeren. Bleijerheide o Het project Bleijerheide heeft ook al gelden gekregen via de Regiodeal.

Het doel van het project is om de leefbaarheid in het historisch lint Pannesheiderstraat en Bleijerheidestraat te verbeteren en de verloedering tegen te gaan. De aankoop van particuliere woningen is één van de onderdelen uit het aanvalsplan Bleijerheide. HEEMwonen is onze belangrijkste partner binnen dit project. Akerstraat/Kremerstraat o Via aankoop/sloop/nieuwbouw van woningen wordt in nauwe samenwerking met HEEMwonen wordt de leefbaarheid in Kerkrade West verbeterd. Mücherveld o Via aankoop/sloop/nieuwbouw van woningen zal ook hier in nauwe samenwerking met HEEMwonen gewerkt worden aan de verbetering van de leefbaarheid in de wijk Mücherveld. Hopel-Erensteinderveld o Wonen Zuid gaat haar woningen in Hopel-Erensteinerveld renoveren en verduurzamen. De gemeente en Wonen Zuid vinden het belangrijk dat de eigenaren van de particuliere woningen die grenzen aan het bezit van Wonen Zuid, mee kunnen liften op dit project. Wonen Zuid en de gemeente werken een voorstel uit dat aantrekkelijk is voor de particuliere eigenaren om ook hun woning te verduurzamen. Het bedrag dat de gemeente ontvangen heeft van het Volkshuisvestingsfonds is €13.976.000 . Dit bedrag is bedoeld voor de projecten en de bijbehorende uitvoeringskosten. In de subsidievoorwaarden staat dat de gemeente cofinanciering moet regelen.

Voor de begroting betekent dit dat de gemeente vanaf 2022, 10 jaar lang € 280.000 moet opnemen. Zie hiervoor ook het Raadsvoorstel van 3 november 2021. Super Local Infra (8.3) In de raadsvergadering van juni 2021 heeft de raad voor het project SUPERLOCAL € 300.000 investeringsvolume (€ 150.000 voor 2021 en € 150.000 voor 2022) beschikbaar gesteld. Overige vermeldenswaardige zaken Demografische ontwikkelingen (bevolkingsafname en verandering bevolkingssamenstelling) De bevolking in Kerkrade neemt sinds de jaren negentig van de vorige eeuw af. In de periode van 1995 tot 2021 met 13,7%. De prognose is dat de daling zet zich op basis van de laatst verschenen update van de Etil-prognose 2019 verder voortzet. Met name de verandering in de bevolkingssamenstelling (minder jongeren, meer ouderen) is belangrijk. Het proces van ontgroening en vergrijzing zal zich in de komende

74

jaren blijven voortzetten. Ook zullen er geleidelijk minder huishoudens zijn. Het betreffen prognoses die de komende tijd weer geactualiseerd worden. De demografische veranderingen hebben invloed op de ontwikkeling van Kerkrade. Op het gebied van woningen en bedrijfsgebouwen zien we meer leegstand ontstaan dan wenselijk is. De afgelopen jaren zijn er meerdere instrumenten ingezet om deze ontwikkelingen te beïnvloeden (zoals met startersleningen) en is er met bouwprojecten flink geïnvesteerd in de stad (zoals het Centrumplan, Superlocal en Vie). Dit is gebeurd met het uitvoeringsprogramma IBA Parkstad 2016-2020 en de Decentralisatie-Uitkering Bevolkingsdaling 2016-2020. Vanaf 2021 komen de additionele middelen beschikbaar vanuit de Regiodeal Parkstad Limburg en het Volkshuisvestingsfonds. De positieve ontwikkelingen worden middels stadsmarketing ook nadrukkelijk naar voren gebracht met Beleef Kerkrade. In de berekeningen van de algemene uitkering is rekening gehouden met een dalend inwoneraantal en daarmee samenhangende maatstaven. Er zullen minder opbrengsten uit belastingen, heffingen en leges (tenzij de tarieven evenredig stijgen). Het in stand houden van de infrastructuur, rioleringen, openbare ruimte en voorzieningen zal steeds moeilijker worden omdat het aantal gebruikers geleidelijk blijft afnemen.

Een belangrijk aandachtspunt is dat hierdoor de financiële last voor beheer en onderhoud van infrastructuur, rioleringen, openbare ruimte en voorzieningen per inwoner (verder) zal gaan toenemen. Tot slot wordt bij nieuwe beleidsbeslissingen ook al zoveel mogelijk rekening gehouden met de effecten van de bevolkingsontwikkeling.

E. Indicatoren Basisset beleidsindicatoren Omschrijving

Bron

Gemiddelde WOZwaarde

CBS

Nieuw gebouwde woningen

BAG

Demografische druk Gemeenschappelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeenschappelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

CBS

Eenheid € 1.000 Aantal per 1.000 woningen %

Periode

Kerkrade

Nederland

Limburg

2020

152

270

215

2020

3,0

8,9

5,2

2021

74,5

70,1

73,7

COELO

€

2021

797

733

766

COELO

€

2021

869

810

834

Bron burgeronderz oek

Eenheid score (0 - 10)

2016

2017 6,8

2018

2019 7,0

2020

BAG BAG

aantal aantal

140

105

300

6

-

28 19 6,1

93 18 5,0

23 11 4.4

59 6 4,1

32 87 3,9

Overige indicatoren Omschrijving algemene kwaliteit van de woonomgeving gesloopte woningen toegevoegde woningen *: - nieuwbouw - verbouwing leegstand woningen in relatie tot woningvoorraad (1 jan.)

BsGW Limburg (wozregistratie)

%

75

2021

4,2

leegstand nietBsGW % n/b 23,5 19,4 22,4 22,7 22,4 woningen in relatie Limburg (woztot voorraad nietregistratie) woningen (1 jan.) * De verdeling van de toegevoegde woningen naar nieuwbouw en verbouwing is aangepast. Naast de gerealiseerde nieuwbouwwoningen worden de laatste jaren ook relatief veel bestaande panden verbouwd tot woningen. Voor het krijgen van inzicht in de toename van de woningvoorraad elk jaar is besloten om naast de daadwerkelijk nieuw gebouwde woningen ook de toename middels verbouwing bestaande panden inzichtelijk te maken.

76

Paragrafen

77

§1. Lokale heffingen

Algemeen In deze paragraaf staan het beleid van en de opbrengsten over de gemeentelijke heffingen en leges. In de jaarlijkse Tarievennota staan de tarieven, uitgangspunten en ontwikkelingen. a. Beleid lokale heffingen en kwijtschelding Actuele ontwikkelingen Lokaal belastinggebied VNG pleit voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Op dit moment zijn gemeenten voor hun inkomsten in grote mate afhankelijk van het Rijk. Bovendien zorgt een groter lokaal belastinggebied ervoor dat er betere mogelijkheden zijn om keuzes te maken en verantwoording aan de kiezers af te leggen. Op 1 mei 2020 is het rapport "Bouwstenen voor een beter belastingstelsel" gepubliceerd. Het gaat om beleidsopties die zijn

78

voorgesteld door ambtenaren van het Ministerie van Financiën en waarvan door een volgend kabinet gebruik kan worden gemaakt. De ontwikkelingen worden gevolgd. Waarderen op gebruiksoppervlakte Vanaf 2022 is de WOZ waarde van woningen gebaseerd op de gebruiksoppervlakte. Voor 2022 was dit op basis van de inhoud. In de jaren 2019 tot en met 2021 is hier door de gemeente met BsGW en de Waarderingskamer hard aan gewerkt. Alles is op tijd afgerond. Corona pandemie In 2020 en 2021 zijn de tarieven van de reclame- en precariobelasting verlaagd naar € 0. Wat Corona voor de belastingen 2022 betekent, is nog niet duidelijk. De gemeente en BsGW volgen het Rijksbeleid waar mogelijk. Lokaal wordt gekeken of extra maatregelen nodig zijn. Tarievennota De tarieven 2022 moeten nog worden vastgesteld voor de diverse belastingen en leges. Bij de behandeling van de Tarievennota 2022 (raad december 2021) zal de raad hierover een besluit nemen. In dit verband zijn van belang de door de raad in december 2020 aangenomen moties ten aanzien van de OZB. In 2022 wordt 'pas op de plaats gemaakt'. Dat wil zeggen dat in 2022 de verwachte gemiddelde OZB-lasten niet zullen stijgen. Op individueel niveau kunnen de lasten wel stijgen of dalen ! Dit is afhankelijk van de specifieke kenmerken van de woning of niet-woning.

Zoals afgesproken met de raad zal in het voorjaar 2022 een definitief besluit worden genomen over de heffing van de precario- en reclamebelasting 2022, afhankelijk van de ontwikkeling van Corona en overheidsmaatregelen. Verder zullen de overige belastingen en heffingen niet gaan stijgen. We houden hiervan de gemeentelijke tarieven 2022 gelijk aan die van 2021. Soms is sprake van rijksleges (bijvoorbeeld paspoorten, rijbewijzen) of tarieven van derden (bijvoorbeeld het milieupark van RD4). Een eventuele stijging van deze niet door onszelf bepaalde tarieven zal wel worden meegenomen in de tariefstelling. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door BsGW. Bij het kwijtscheldingsbeleid wordt de maximale toegestane norm gehanteerd. Dat is 100% van de bijstandsnorm. De landelijke minimale norm is 90%. De kwijtscheldingsregeling beperkt zich tot de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing (vast tarief) en het rioolrecht. Voor het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding worden de criteria van de Invorderingswet 1990 gehanteerd. Vanwege het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid, worden de kosten van kwijtschelding voor riool en afval doorbelast. Kostendekkendheid Voor zowel heffingen als rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn.

Het gaat hier om de Rioolheffing, Afvalstoffenheffing, Markt- en marktpromotiegelden, Leges en Lijkbezorgingsrechten. Voorheen werd enkel de kostendekkendheid van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing aangeduid. Met ingang van de Begroting 2022 worden de andere heffingen en rechten hieraan toegevoegd. Bij de berekening van de kostendekkendheid wordt rekening gehouden met directe kosten, salariskosten en kosten van overhead. De kosten van overhead zijn gebaseerd op de naar de producten toegerekende uren.  Rioolheffing en Afvalstoffenheffing In onderstaande tabellen is een indicatief overzicht opgenomen naar de inzichten van juli 2021. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de tarieven 2022 zullen de cijfers worden geactualiseerd. De geraamde mutaties van de voorziening en reserve kunnen dus nog wijzigen.

79

Kostendekkendheid riool Directe kosten* Kapitaallasten Doorbelastingen vanuit andere taken** Totaal kosten Rioolheffing Overige opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage

2022 1.093.300 2.287.100 1.998.900 5.379.300 5.377.100 2.200 5.379.300 100%

* Dit betreft kosten van inspecties en onderhoud (€ 542.800), BSGW (€ 164.000), Waterschapslasten (€ 78.000), kolkenzuigen (€ 61.500), ongediertebestrijding (€ 55.600), onderhoud ZL bassins (€ 54.500), recognities (€ 41.000) en overige kosten (€ 95.900) ** Dit betreft overhead (€ 867.600), straatreiniging (€ 423.000), kwijtschelding (€ 624.900), en toerekening compensabele btw (€ 83.400)

Kostendekkendheid afval Directe kosten* Doorbelastingen vanuit andere taken**

2022 4.780.100 1.482.500

Totaal kosten Afvalstoffenheffing– vastrecht variabele opbrengst Egalisatie reserve afvalverwerking Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage

6.262.600 6.171.000 91.600 6.262.600 100%

* Directe uren (€ 196.500), kosten Rd4 (€4.308.800), kosten BSGW (€ 263.000) en overige kosten (€ 11.800) ** Overhead (€ 237.000), straatreiniging (€ 144.300), kwijtschelding (€ 458.400) en (toerekening) compensabele btw (€ 642.800)

 Overige rechten en heffingen Kostendekkendheid Marktgelden/ -promotie Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage

2022 104.000 228.000 332.000 129.000 129.000 39%

Kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage

2022 112.000 121.000 233.000 45.000 45.000 19%

80

Kostendekkendheid Leges Titel 1* 239.000 744.000 983.000 372.000 372.000 38%

Directe kosten Loonkosten en overhead Totaal kosten Opbrengsten Totaal opbrengsten Kostendekkendheid percentage

Titel 2* 36.000 383.000 419.000 337.000 337.000 81%

Titel 3* 1.000 110.000 111.000 51.000 51.000 46%

2022 Totaal

50%

* Titel 1 Algemene dienstverlening, Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning, Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn.

b. Raming opbrengsten uit heffingen (overzicht op hoofdlijnen) Taakveld 0.2

Opm. 3, 5

2022 Leges persoonsdoc., burg.stand, rij/reisdocumenten

2023

2024

2025

340

317

444

444

13.528

13.528

13.528

13.528

0.61/0.62 1

Onroerendezaakbelastingen

0.63/2.2

1, 4

Parkeergelden/boetes

668

668

668

668

0.64

1

Hondenbelasting

443

443

443

443

0.64

1

Reclamebelasting

54

54

54

54

0.64

1

Precariorechten

83

83

83

83

1.2 3.3 3.4

1

3.4

Diverse leges uitvoering bijzondere wetten Marktgelden en marktpromotiegelden Toeristenbelasting en retributies GaiaZoo

51

51

51

51

115

115

115

115

247

247

247

247

Kermissen

34

34

34

34

7.2

2

Rioolheffing

5.377

5.471

5.520

5.520

7.3

2

Afvalstoffenheffing

5.884

5.892

5.895

5.895

7.5

Lijkbezorgingsrechten

45

45

45

45

8.3

Leges omgevingsvergunning

337

337

337

337

Div.

Diverse leges

31

31

31

31

27.237

27.316

27.495

27.495

Totaal

1. Niet bestedingsgebonden en geen eisen m.b.t. kostendekkendheid. 2. Verloopt budgettair neutraal via de egalisatiereserve riolen resp. egalisatiereserve afvalverwerking. 3. Onder aftrek van de af te dragen rijksleges. 4. Inclusief opbrengsten parkeergarages welke privaatrechtelijk worden geïnd. 5. De toename in 2024 heeft te maken met de vervangingscyclus ivm de geldigheid van eerder afgegeven documenten.

Voor een toelichting op de diverse belastingen en heffingen wordt verwezen naar de jaarlijkse Tarievennota.

81

c. Lokale lastendruk Als we het hebben over de lokale lastendruk, wordt hiermee bedoeld de woonlasten voor de burger. Onder de woonlasten vallen de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing (vastrecht en diftar). De lokale lastendruk 2021 is door COELO (bronhouder) gemiddeld becijferd op € 869 voor een Kerkraads gezin (woonlasten eigenaar-bewoner, meerpersoonshuishouden). Volgens COELO is dit landelijk gemiddeld € 810 en in Limburg gemiddeld € 832. De mediaan is het middelste getal in een (oplopende) getallenreeks. De mediaan is € 831, dat wil dus zeggen dat het gemiddelde beïnvloed wordt door uitschieters aan de onderkant en bovenkant. Volgens COELO liggen in 67% van de Nederlandse gemeenten de gemiddelde woonlasten tussen de € 700 en € 900. Op de Limburgse ranglijst neemt Kerkrade in 2021 ten opzichte van de andere gemeenten dezelfde positie in als in 2020. Een overzicht van de lokale woonlasten in de Parkstadgemeenten is opgenomen in onderstaande tabel.

Jaar 2021

Beekdaelen Brunssum Heerlen Landgraaf Kerkrade Simpelveld Voerendaal

Woonlasten

Rioolheffing

907 825 815 847 869 880 996

284 234 178 260 229 233 295

Bedrag * € 1 voor meerpersoonshuishouden Afval/ Gem. OZB Gemiddelde reinigingsheffing woningen waarde woning (voorlopig) 282 341 245 289 302 170 336 302 159 274 314 197 304 336 163 264 383 204 282 418 266

Via de 'lokale lasten meter' kunnen de inwoners hun woonlasten berekenen op basis van hun eigen specifieke situatie. De link naar de lokale lastenmeter is https://kerkrade.lokalelastenmeter.nl/. Middels de jaarlijkse Tarievennota stelt de raad steeds in december de tarieven vast. In het najaar wordt een inschatting gemaakt van de gegevens die nodig zijn om de tarieven te bepalen. Er is sprake van een doorlopende ontwikkeling, o.a. als gevolg van definitieve afronding taxatieprocessen voor de wet WOZ en bezwaar en beroep. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de landelijke cijfers van de basisset (COELO) op onderdelen standaard uitgangspunten worden gehanteerd voor de berekeningen, o.a. bij het hanteren van DIFTAR. De uiteindelijke lastendruk kan achteraf anders uitvallen. In Kerkrade zijn er bijvoorbeeld, in verband met het ledigingsschema van de Rd4, minder ledigingen mogelijk dan waar COELO standaard van uitgaat.

82

§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over de weerstandscapaciteit, de risico's, het beleid, diverse kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in een incidentele en structurele component. Onder de incidentele component wordt verstaan de algemene reserve, de post onvoorzien incidenteel, de stille reserves en de incidentele begrotingsruimte. Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Onder de structurele component wordt verstaan de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien structureel en de structurele begrotingsruimte. a. Weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen is voor het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. De ratio is het resultaat van de verhouding tussen de (in onderdeel b. Weerstandscapaciteit) berekende weerstandscapaciteit en de (in onderdeel c. Risico’s) gekwantificeerde restrisico’s.

Ratio Weerstandsvermogen

2022

2023 1,6

2024 1,8

2025 1,9

2,0

De norm die de gemeente Kerkrade gebruikt, is gebaseerd op de risicomatrix van de Universiteit Twente. Er is geen landelijke “norm” waaraan voldaan moet worden. De tabel geeft alleen een relatieve indicatie waarbij waarderingsscore A het hoogst haalbare is en waarderingsscore F de slechtste score is. Waarderings-score A B C D E F

Ratio >= 2.0 1.4 < 2.0 1.0 < 1.4 0.8 < 1.0 0.6 < 0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

83

De gemeente Kerkrade neemt op die schaal als (gewenst) risicoprofiel een middenpositie in: risico’s worden voor zover mogelijk vermeden of afgedekt. Anderzijds moet een ondernemende gemeente risico’s durven te nemen en kan het vormen van reserves geen doel op zich zijn. Volgende bovenstaande tabel is het weerstandsvermogen van de gemeente Kerkrade in 2022 ruim voldoende. Door de jaarlijkse storting in de algemene reserve stijgt de weerstandscapaciteit (uitgaande van gelijkblijvende risico's). b. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is voor het Begrotingsjaar 2022 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. Algemene Reserve Per ultimo Algemene Reserve Algemene Reserve OBK Reserve exploitatie (vrije ruimte) Totaal

2022 6.465 1.250 3.971

2023 7.215 1.250 3.971

2024 7.965 1.250 3.971

2025 8.715 1.250 3.971

11.686

12.436

13.186

13.936

Voor wat betreft de algemene reserve geldt dat altijd een bepaalde omvang noodzakelijk is, bijvoorbeeld om risico's of een (onverwacht) negatief jaarrekeningresultaat op te kunnen vangen. Stille reserves Van stille reserves is sprake indien de reële marktwaarde van de activa (bezittingen) de boekwaarde daarvan overstijgt. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het bezit al geheel of gedeeltelijk afgeschreven is, maar nog wel bruikbaar voor een geïnteresseerde koper. Vaak worden als stille reserves genoemd gronden, gebouwen en aandelen. Praktisch gezien moeten deze bezittingen ook verkoopbaar zijn, willen zij dienen als weerstandsvermogen. Als dat zo is, doet zich tot slot nog het probleem voor van waardebepaling. De gemeente Kerkrade heeft nog diverse gronden, gebouwen en aandelen in bezit waarvan de marktwaarde de boekwaarde zou kunnen overstijgen. De meeste daarvan zijn echter niet verkoopbaar, bijvoorbeeld de gronden in een aangewezen groengebied, het raadhuis of het stadskantoor. In het verleden zijn verkoopbare stukken groen en gebouwen die als niet-strategisch werden beschouwd reeds gedeeltelijk afgestoten. Deze beleidslijn wordt doorlopend voortgezet. Er is geen sprake van een bedrag uit stille reserves dat bij de weerstandscapaciteit wordt betrokken. Begrotingssaldo Een begrotingsoverschot mag tot de weerstandscapaciteit worden gerekend.

Van structurele begrotingsruimte is sprake als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo. Overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele ruimte. Voor een overzicht van het begrotingssaldo wordt verwezen naar Financiële begroting, 1. Overzicht van lasten en baten, a. Totaaloverzicht begrotingssaldo. Voor de berekening van het weerstandsvermogen laten wij deze post vooralsnog buiten beschouwing, omdat begrotingsoverschotten nog ingezet kunnen worden. Onvoorzien en onvermijdbaar In de begroting is in de exploitatie opgenomen de jaarlijkse post “onvoorzien”. Dit betreft een structurele post van in totaliteit € 228.000. Daarnaast is in het investeringsprogramma een jaarlijkse post “onvermijdbaar” opgenomen van € 58.000. Dit vergroot de beschikbare middelen voor onvoorziene omstandigheden. Deze posten kunnen worden ingezet ten behoeve van de dekking van de in de loop van het jaar opkomende incidentele niet voorziene uitgaven resp. investeringen. In de bijlage 'Overige risico's' van dit document is een tabel opgenomen waaruit blijkt dat deze bedragen separaat worden meegenomen ter afdekking van de risico’s van de bedrijfsvoering c.q. het dagelijks handelen. Ze worden daarom niet nog eens betrokken bij de weerstandscapaciteit.

84

Onbenutte belastingcapaciteit Indien er ruimte bestaat om belastingen en heffingen te verhogen, betekent dit een mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. In de praktijk wordt hiervoor ook vaak gekeken naar de lastendruk ten opzichte van andere gemeenten. Meer informatie over de lastendruk is jaarlijks opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen van de begroting en rekening. Deze mogelijke extra ruimte wordt vooralsnog buiten beschouwing gelaten voor de berekening van het weerstandsvermogen. Opgemerkt zij dat in de raad van december 2020 moties zijn aangenomen om de gemiddelde OZB-last in 2022 niet verder te laten stijgen. Overig Daarnaast zijn er nog twee posten die niet tot de weerstandscapaciteit gerekend mogen worden, maar wel op hun eigen wijze risico's afdekken, te weten: bestemmingsreserves en voorzieningen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 43 BBV). Bestemmingsreserves worden niet gekwalificeerd als weerstandscapaciteit. Deze worden dus niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Een andere aanwending van deze reserves kan beleidsmatige of financiële gevolgen hebben omdat er sprake is van verplichtingen of omdat zij een egaliserende werking hebben.

Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s die redelijkerwijs te schatten zijn en die hun oorsprong vinden in het huidige of eerdere begrotingsjaren. Een voorziening moet groot genoeg zijn om het risico of de verplichting te dekken, dus niet te laag, maar ook niet te hoog. Daarom worden voorzieningen niet gerekend tot de weerstandscapaciteit. c. Risico's Een risico is een gebeurtenis die een (negatief) gevolg voor de gemeente met zich mee kan brengen. Per risico wordt aangegeven of sprake is van een bestaande dekking. Indien de schatting is dat de bestaande dekking voldoende is, vindt geen kwantificering plaats. Het eventuele (rest)risico word gekwantificeerd. De gekwantificeerde risico's, die van belang zijn voor de berekening van het weerstandsvermogen, zijn weergegeven in onderstaande tabel. Risico's Algemene uitkering (exclusief het Sociaal Domein) Sociaal Domein Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade (OBK) Parkstad Limburg Stadion (PLS) / Roda JC Kerkrade Beheer kapitaalgoederen Algemeen Totaal

1.200 1.200 0 1.600 1.100 2.000 7.100

Enkele overige risico’s onder andere van de bedrijfsvoering (het dagelijks handelen) zijn opgenomen in de bijlage §2. Weerstandsvermogen: 'Overige risico's' van de begroting. Hieronder volgen de risico's. Algemene uitkering (AU) exclusief het Sociaal Domein (SD) Toelichting Het Rijk brengt jaarlijks voor het gemeentefonds drie circulaires uit: in mei, september en december. Soms zijn er ook berichten tussendoor. De circulaires hebben gevolgen voor de gemeentefinanciën. Deze gevolgen worden berekend en opgenomen in de meerjarenbegroting. Een circulaire kan leiden tot tegenvallers of meevallers. De verschillen zijn soms groot. Voor de AU waren over de periode voorjaarsnota 2015 t/m de begroting 2022 de schommelingen tussen de € -1,2 en € 1,5 mln. Er waren ook uitschieters die nog extremer waren. De VNG en gemeenten zien graag meer stabiliteit.

85

Ook werken de ministeries van Binnenlandse zaken en Financiën aan de herverdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Waren de eerste indicatieve effecten voor Kerkrade nog extreem negatief, inmiddels is het beeld beduidend positiever. De raad is over de tussentijdse uitkomsten steeds geïnformeerd (februari, juli, augustus 2021). Mogelijk ondergaat het verdeelmodel zelf nog aanpassingen en er volgt vóór invoering nog een actualisatie van de onderliggende basiscijfers. De bedragen kunnen dus nog sterk wijzigen, hoewel het oorspronkelijke sterk negatieve effect voor Kerkrade van de baan lijkt te zijn. Naast de herverdeling loopt ook de discussie dat het gemeentefonds structureel groter zou moeten worden, anders werkt de VNG niet mee aan de herverdeling. De definitieve besluitvorming over zowel de herverdeling als de omvang van het gemeentefonds is aan het nieuwe kabinet. De komende circulaires zullen meer inzicht geven. Bestaande dekking Bij de berekeningen van de AU wordt uitgegaan van actuele basisgegevens. De omvang van de algemene uitkering loopt gelijk met de ontwikkeling van de uitgaven van de verschillende ministeries. Als de uitgaven van de ministeries stijgen, groeit het gemeentefonds mee. Als de uitgaven van de ministeries dalen door bijvoorbeeld bezuinigingen, dan krimpt het gemeentefonds. Dit wordt de “samen-trap-op-trap-af”-systematiek genoemd.

De schommelingen houden vooral hiermee verband. Als sprake is van financiële tegenvallers op de korte termijn, is het voor de gemeente moeilijker om nog met oplossingen te komen. Bij financiële tegenvallers op de lange termijn is dit beter mogelijk. Daarom houden wij in het weerstandsvermogen rekening met een bedrag om dit risico (voor de korte termijn) af te dekken. Kwantificeren (rest)risico In lijn met de historische negatieve schommelingen gaan wij uit van een bedrag van afgerond € 1,2 mln. Dit is ongeveer 2% van de recente algemene uitkering exclusief het Sociaal Domein. Het Sociaal Domein wordt apart als risico berekend. Nog belangrijk om te melden is, dat er ook positieve schommelingen waren. Sociaal Domein (SD) Toelichting In de gemeente Kerkrade is in 2015 de reserve SD gevormd. Dit was gelijk met de decentralisaties Jeugd, Wmo 2015 en Participatie. De reserve Sociaal Domein is gevormd om de schommelingen op te vangen van deze decentralisaties. Ook de tekorten of overschotten van het inkomensdeel, Wmo hulp in de huishouding, schuldhulpverlening, bijzondere bijstand en het minimabeleid worden verrekend met de reserve SD. Gemiddeld genomen was de daling van de reserve SD in de periode 2015-2020 € 1,2 mln per jaar. De tekorten hebben te maken met zowel effecten aan de uitgavenkant en aan de inkomstenkant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=794c471f-4a0e-40ba-9783-60298ff652c5