CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 - versie 15 okt 2021 def.pdf

Gemeenteraad 10 november 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake vaststelling van de gemeentebegroting 2022 (inclusief meerjarenraming 2023-2025)35.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Genoemd kunnen worden het open-einde karakter van diverse regelingen en volume-ontwikkelingen, maar ook op het voorhand inboeken van ‘efficiencykortingen’ door het Rijk bij het overdragen van taken. De septembercirculaire 2021 resulteert voor het Sociaal Domein in een positieve bijstelling van de inkomsten. Met name het budget jeugd laat een forse stijging zien. Dit is de resultante van de uitspraak en het advies van de Commissie van Wijzen over het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Naar aanleiding van deze uitspraak is het Kabinet in gesprek gegaan met gemeenten waarna besloten is dat het Kabinet in 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten voor de tekorten jeugdzorg. Voor Kerkrade betekent dit een positieve bijstelling van de inkomsten van circa € 4,89 mln. Meerjarig wordt 75% van de door de Commissie van Wijzen bepaalde bedragen meegenomen. Uiteraard zijn ook de uitgaven meerjarig doorgerekend op basis van de thans bekende gegevens. Na alle doorrekeningen laat de reserve Sociaal Domein thans meerjarig een positief beeld zien. Hierbij moet evenwel in ogenschouw worden genomen dat op dit moment nog veel zaken in meerjarig perspectief onduidelijk zijn.

Zo is bekend dat er een herverdeling van het gemeentefonds gepland staat voor 2023, de nu bekende doorrekeningen laten een negatief effect zien met betrekking tot het Sociaal Domein. Bedragen zijn nog onbekend en derhalve nog niet door te rekenen in de reserve Sociaal Domein. Ook is bekend dat er verschillende claims zullen worden gelegd op de gemeentelijke budgetten jeugd van de kant van de grote zorginstellingen, ook in dezen is het op dit moment nog niet mogelijk om inschattingen te maken. Daarnaast zullen wijzigingen in de Cao’s in de zorgsector gevolgen hebben aan de uitgavenkant en lijkt het erop dat het nieuwe kabinet geen wijzigingen zal doorvoeren met betrekking tot het

86

abonnementstarief binnen de Wmo. Het moge duidelijk zijn dat een en ander implicaties zal hebben op het toekomstige verloop van de reserve Sociaal Domein. Bestaande dekking Bij de overgang van de taken van het Rijk naar de gemeente was de aandacht vooral gericht op het laten doorgaan van de zorg. Nu de taken al enkele jaren bij de gemeente liggen, is de focus gericht op het beheersen van de uitgaven. In 2021 zijn daartoe verdere stappen gezet door het kernteam Jeugd. Ook de aanbevelingen van het 213A onderzoek zijn verder uitgewerkt. Dit 213A onderzoek naar de bedrijfsvoering rondom de Jeugdhulp was afgerond in 2020. In de raadscommissie Burger & Samenleving worden de ontwikkelingen en de risico’s gedeeld via de managementrapportages. Kwantificering (rest)risico Schommelingen aan zowel de inkomsten- als uitgavenkant zullen blijven. Het realiseren van ombuigingen in het Sociaal Domein kost nu eenmaal tijd. Er is aandacht voor het beheersen van de uitgaven. Ook krijgen de gemeenten voor de Jeugdzorg voor het jaar 2022 een bedrag van € 1,314 miljard gecompenseerd, boven op de € 300 mln die al in de septembercirculaire 2020 is verwerkt. Het nieuwe kabinet moet een besluit nemen over de structurele financiering. Het opnemen van de extra middelen voor jeugdzorg vanaf 2023 tot een bedrag van 75% voldoet aan de richtlijnen van de Provincie.

Gelet op de historische reeks wordt een bedrag van € 1,2 mln meegenomen voor het risico van het Sociaal Domein. Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade (OBK) Toelichting Het grondbeleid volgt het ruimtelijk beleid en richt zich daarmee op het ontwikkelingsprogramma woningbouw en op het ontwikkelingsprogramma bedrijventerreinen. De resultaten van het Grondbedrijf betreffen de winsten en verliezen uit grondexploitaties. In de periode 2021-2025 zijn voor een bedrag van ongeveer € 1,12 mln aan resultaten te realiseren. Hier kunnen bepaalde risico’s zijn. Er kan sprake zijn van tegenvallers aan de inkomstenkant maar ook aan de uitgavenkant. Een toelichting op de risico’s van de grondexploitatie staat in de paragraaf grondbeleid. Bestaande dekking Het bedrag van de algemene reserve OBK is apart betrokken bij de weerstandscapaciteit. De reserve grondexploitatie OBK (=werkreserve grondbedrijf) is onder andere bedoeld voor verliezen uit de grondexploitaties. Het saldo wordt eind 2025 geschat op ongeveer € 1,45 mln. Voor elke grondexploitatie worden overeenkomsten gesloten. Eerst wordt hiervoor onderzocht wat de financiële effecten zijn. Daar waar mogelijk, worden de risico’s van een grondexploitatie zoveel mogelijk neergelegd bij de andere partij. De ontwikkelingen worden de hele tijd in de gaten gehouden.

Wanneer een risico onverwacht werkelijkheid wordt, worden er maatregelen genomen of voorstellen gedaan om de effecten van het risico te verkleinen. Kwantificering (rest)risico Als de resultaten grondexploitatie tegenvallen, dan wordt de werkreserve OBK niet of minder of minder snel aangevuld. Naar verwachting wordt bij de Locht een grote verkoop ineens nog dit jaar gerealiseerd (resultaat € 1,5 mln) in plaats van de tot nu toe geraamde geleidelijke verkoop, waardoor de opgave aan nog te realiseren opbrengsten grotendeels wordt ingevuld. Met het geschatte saldo van de reserve is dan nog een goede buffer beschikbaar voor de resterende risico's. Gelet op deze ruimte wordt het restrisico berekend op € 0. Parkstad Limburg Stadion (PLS)/ Roda JC Kerkrade Toelichting Gemeente Kerkrade heeft eind 2021 (naar verwachting) nog een langdurende vordering van ongeveer € 18,7 mln op PLS. Of het geld binnenkomt, is afhankelijk van het betalen van de huur van het PLS door Roda JC. Over dit onderwerp heeft de raad 1 juli 2020 een besluit genomen voor de periode tot en met 2023. In het geval dat Roda failliet zou gaan, zal voor het lege stadion een nieuwe huurder of een nieuwe bestemming moeten worden gezocht. Dat kost tijd. Vanuit het toezichtkader kan hiervoor een periode van

87

vier jaren worden uitgetrokken. Pas wanneer in die periode geen zicht is op een oplossing, komt een afboeking van de vordering in beeld. Dit is het slechtste (worst case) scenario. Bestaande dekking Roda ontvangt (o.a.) mediagelden vanuit de KNVB. Met Roda en de KNVB is overeengekomen via een zogenaamde 'akte van cessie' dat de KNVB de door Roda te betalen bedragen rechtstreeks overmaakt aan Stadion/Gemeente Kerkrade. Dit gebeurt steeds in maart, mei, oktober en december, of vaker indien nodig. Roda JC is bezig om de club weer financieel gezond te maken. Er blijft echter sprake van onzekerheden. Ook is in de begroting rekening gehouden met de kosten van onderhoud. Als het stadion tijdelijk leegstaat, kan dit mogelijk op een lager niveau gebeuren. Kwantificering (rest)risico De kans dat dit echt gebeurt, is niet onderbouwd in te schatten. In de tijd tussen een faillissement en het vinden van een nieuwe bestemming voor het PLS, moet PLS/ de gemeente de eigenaarslasten betalen, mist de gemeente de rentevergoeding, zal ook een deel van de gebruikerslasten door de gemeente moeten worden betaald en ontstaat er extra druk op de financieringslasten. De aflossingen die we jaarlijks gaan missen zullen steeds extra meegefinancierd moeten worden binnen de totale gemeentelijke financiering en extra rentekosten met zich meebrengen.

In totaliteit wordt hiervoor in de periode 2022-2025 een bedrag van afgerond € 1,4 mln ingeschat. Verder zal sprake zijn van een eenmalig nadeel van circa € 0,2 mln in verband met de vordering onroerendezaakbelastingen oude jaren op Roda JC. Zie verder ook het raadsbesluit van 1 juli 2020. Voor het weerstandsvermogen wordt over een periode van vier jaren uitgegaan van afgerond € 1,6 mln voor dit risico. Beheer kapitaalgoederen Toelichting Voorbeelden van de kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen, gebouwen, verlichting en civieltechnische kunstwerken. Deze kapitaalgoederen moeten onderhouden worden op een bepaald niveau. De kosten van riolen zijn deel van het riooltarief. Deze kosten zijn geen risico voor de begroting. Voor het onderhoud van de overige kapitaalgoederen is ongeveer € 4,5 mln in de begroting opgenomen. Voorbeelden van risico’s zijn een onderhoudsachterstand, incidentele schade door storm of toenemende kosten door uitbreiding van het aantal of omvang van kapitaalgoederen. Bestaande dekking In beheerplannen worden afspraken gemaakt over het niveau van onderhoud. Ook wordt rekening gehouden met de kosten hiervan. Deze kosten zijn opgenomen in de begroting. Dit kan zijn in de exploitatie, het investeringsprogramma of via de inzet van reserves. Daarnaast werkt de gemeente aan het verkleinen van gemeentelijke vastgoedportefeuille.

Dit kan zijn door sloop of verkoop. De aandacht gaat naar strategisch vastgoed. Aan niet-strategisch vastgoed wordt alleen onderhoud uitgevoerd dat echt niet uitgesteld kan worden. Onderhoud vindt vaak plaats op basis van inspecties en rekening houdend met ontwikkelingen in de directe omgeving (efficiency). Ook met eventuele sloopkosten wordt in de begroting rekening gehouden. Na sloop kan het zijn dat de nieuwe plek ergens anders voor gebruikt wordt dat geld oplevert. De kosten van de sloop vallen dan weg tegen de nieuwe inkomsten. Jaarlijks wordt de boekwaarde van het vastgoed vergeleken met de waarde daarvan. Er wordt dan nagegaan of de boekwaarde niet te hoog is. Kwantificering (rest)risico Voor het opvangen van de risico's wordt rekening gehouden met een bedrag van afgerond € 1,1 mln. Dit is ongeveer 25% van het budget voor het jaarlijks onderhoud van de kapitaalgoederen exclusief de riolen. Algemeen Toelichting In de gemeente zijn nog verschillende andere risico's. Van die risico's is het lastig in te schatten wat het financieel effect kan zijn en ook de kans op dat het risico gebeurt. Om niet aan deze risico's voorbij te gaan wordt een stelpost bepaald.

88

Voorbeelden van deze risico's zijn de gevolgen van wetswijzigingen, de btw-uitkering Regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK), de stikstofuitspraak, PFAS-normen, de Corona pandemie en privacyincidenten. Een voorbeeld van een ingrijpende verandering van wet- en regelgeving waarvan het effect nog onduidelijk is, is de invoering van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De Raad wordt hierover apart op de hoogte gehouden via de Commissie Grondgebied en Economische Zaken. De Corona pandemie leidt tot effecten op verschillende beleidsterreinen. Dit is het geval in 2020 en 2021. Hoe dit verder gaat in de jaren hierna is nog onduidelijk. Dit geldt ook voor de eventuele compensaties door het Rijk. Maar ook op de lange termijn kunnen effecten optreden. Dit kan bijvoorbeeld bij de grondexploitaties het geval zijn. Een recessie kan leiden tot vertraging in projecten. Ook kunnen meer burgers een uitkering nodig hebben doordat zij hun baan verliezen. En kan het zijn dat burgers of bedrijven hun schulden niet meer kunnen betalen. De effecten hangen sterk af van hoe de situatie nog voortduurt en zijn nu onmogelijk te bepalen. Bestaande dekking Het kan zijn dat kosten hoger uitvallen dan gedacht of minder opbrengsten gehaald worden. Binnen de gemeente is hier doorlopend aandacht voor.

Ook worden maatregelen genomen om de kansen op of gevolgen van risico's te verkleinen. Zo is de organisatie anders gaan werken door de Corona pandemie en is er een projectgroep gevormd om de gemeente voor te bereiden op de Omgevingswet. Kwantificering (rest)risico Voor het weerstandsvermogen wordt uitgegaan van € 2,0 mln. Rekening houdend met de bedragen die al meegenomen zijn in het weerstandsvermogen voor de algemene uitkering, het Sociaal Domein, het OBK en het beheer van kapitaalgoederen, is dit ongeveer 2% van het resterende bedrag aan gemeentelijke lasten per jaar plus 2% van het resterende bedrag aan gemeentelijke baten per jaar (exclusief reserves). d. Diverse kengetallen Op landelijk niveau zijn vijf kengetallen benoemd om de financiële positie van gemeenten beter weer te geven en te kunnen vergelijken. Deze worden hierna uitgewerkt. Kengetallen Ultimo jaar in % 1a Netto schuldquote 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 3 Grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

2020 REK 73,5 58,5

2021 BEGR 108,6 90,7

2022 BEGR 100,7 86,2

15,8 -/- 0,5 2,9 112,8*

10,2 -/- 0,2 0,4 112,4*

14,3 0,0 1,6 **

* Geactualiseerde cijfers op basis van COELO, op basis van de achterliggende rekenmethodiek bedraagt het landelijk gemiddelde kengetal 105,2 in 2020 en 104,8 in 2021. De lokale lastendruk zelf ligt iets boven het gemiddelde (zie ook paragraaf lokale lasten). ** Nog niet bekend. In de raad van december 2021 worden alle tarieven 2022 vastgesteld op basis van de dan bekende ontwikkelingen.

Nadere toelichting op de financiële kengetallen:  Kengetal 1a en 1b weerspiegelen het niveau van de schuldenlast van de gemeente t.o.v. de eigen middelen.  Kengetal 2 geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is (ineens) aan haar financiële verplichtingen te voldoen.  Kengetal 3 geeft inzicht in de boekwaarde van de voorraden grond die nog moet worden terugverdiend door toekomstige verkopen.

89

 Kengetal 4 geeft inzicht in de verhouding van de structurele baten versus de structurele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel.  Kengetal 5 geeft inzicht in de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, gerelateerd aan de totale gemiddelde woonlasten. De formule gaat uit van de gemiddelde woonlasten jaar t, gedeeld door de gemiddelde woonlasten van jaar t-1. Dat kan een enigszins vertekend beeld geven. De landelijke tendens is dat de gemiddelde woonlasten stijgen. Het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) dat de provincie hanteert voor het toezicht op gemeenten is hieronder weergegeven. Er zijn landelijk per kengetal drie categorieën benoemd, namelijk A, B, C en zgn. signaleringswaarden. Hieraan is geen absolute betekenis toegekend. In het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Van belang is nog dat de waarden in hun onderlinge samenhang moeten worden bezien. De GTK-waarde die overeenkomt met begroting 2022 is geel gearceerd. Omdat de belastingcapaciteit nog niet bekend is voor 2022, is hier de waarde van 2021 genomen.

Kengetallen in % 1a Netto schuldquote 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 3 Grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshh.

Cat. A

Cat. B

Cat. C

<90 <90

90-130 90-130

> 130 > 130

>50 <20 >0 <95

20 - 50 20 - 35 0 95 - 105

< 20 > 35 <0 > 105

BDO, een gerenommeerd accountantskantoor, heeft een methodiek ontwikkeld waarmee per gemeente één (gewogen) rapportcijfer voor de financiële kengetallen wordt gegeven. Dit geeft een breder beeld dan enkel een vergelijking op specifieke getallen. BDO kent in die methodiek de hoogste waarde toe aan het getal solvabiliteit, daarna aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, gevolgd door de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. Als een gemeente voor alle kengetallen in categorie A valt, dan scoort de gemeente 100 van de 100 punten en daarmee een rapportcijfer "10". Als een gemeente voor alle kengetallen in categorie C valt, dan krijgt de gemeente het rapportcijfer "3". Op basis van deze methodiek krijgt Kerkrade het rapportcijfer 7.

90

§3. Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen Voor deze paragraaf zijn de volgende beleids- en beheersplannen relevant: Beleids- en beheersplannen Wegbeheer gemeente Kerkrade: Uitvoeringsprogramma Watertakenplan 2020-2024 Groen; Onderhoud en beheerprogramma’s(grotendeels door groepsdetachering WSP-groen) Gebouwenbeheer (jaarlijks plan passend binnen financiële kaders) Openbare verlichting uitvoeringsprogramma De gemeente is verantwoordelijk voor een goed onderhoud en beheer van de openbare ruimte. In die openbare ruimte vinden we de zogenaamde ‘kapitaalgoederen’ die samen de infrastructuur vormen. Voorbeelden daarvan zijn de wegen, het openbaar groen, riolen, bruggen, tunnels en de openbare verlichting. De wegen werken als aders voor het vervoer van mensen en goederen. Riolen zorgen voor het transport van afvalwater en het openbaar groen (bijvoorbeeld de bomen langs straten en in parken) zorgt voor voldoende zuurstof. Bruggen en tunnels vormen als gewrichten belangrijke verbindingen voor het verkeer. De gemeente moet de infrastructuur als een goede ‘huisvader’ onderhouden zodat deze veilig en duurzaam (beter voor het milieu) kan worden gebruikt. Dat is in het belang van onze inwoners, bezoekers en bedrijven. Een vitale (gezonde) stad kan niet zonder een vitale infrastructuur. In deze paragraaf komen de belangrijkste onderdelen aan de orde.

Algemeen: Klimaat en weer De afgelopen jaren hebben het klimaat en het weer het onderhoud van de kapitaalgoederen beïnvloed. De ernstige wateroverlast op 29 juni (Eygelshoven) en 13 en 14 juli is daar een recent voorbeeld van. Ook hebben we de afgelopen jaren lange periodes van droogte gehad. De droge periode tussen juni en augustus 2018 was zelfs de langste in de afgelopen 42 jaar. Een ander voorbeeld zijn dierplagen zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van de Eikenprocessierups. Deze situaties kosten de gemeente vaak veel geld. Denk bijvoorbeeld aan schades aan civieltechnische kunstwerken, aan het openbaar groen of aan bomen. Daarnaast moet vaak extra personeel en materieel

91

(bijvoorbeeld machines ) worden ingezet. Wij verwachten dat deze zaken ook de komende jaren invloed hebben op het onderhoud en beheer. In 2022 gaan wij door met de samenwerking met de Parkstad-gemeenten, de Provincie Limburg, het Waterschap en het WML. Onderwerpen waaraan speciale aandacht gegeven moet worden zijn:  Klimaatadaptatie (hoe passen wij onze stad zo goed mogelijk aan aan het veranderende klimaat);  Wateroverlast  Droogte;  Extreme warmte;  Duurzaamheid (hoe gaan we goed om met onze natuur);  Ruimtelijke ordening (hoe delen we onze ruimte in). a. Wegen Beleid en uitvoering In Kerkrade hebben we ruim 200 km aan wegen en straten. Dat zijn hoofdwegen zoals de Kaalheidersteenweg en woonstraten zoals de van Beethovenstraat, de Kleingraverstraat of de Anselderlaan. Ook zijn er nog speciale gebieden zoals het centrum en de bedrijventerreinen. Het is de taak van de gemeente Kerkrade om de wegen en straten in orde te houden. Dan kunnen de burgers er veilig gebruik van maken. Daarmee houden we Kerkrade bereikbaar voor iedereen. De gemeente kijkt niet of een weg “mooi” is, maar wel of een weg vlak is en of het regenwater goed kan weglopen. De gemeente maakt gebruik van een geautomatiseerd systeem, het wegbeheersysteem. Met informatie uit dat systeem wordt een beheerplan gemaakt. Dat beheerplan is het draaiboek om het onderhoud en beheer van de wegen uit te voeren.

Elke twee jaar laten we de wegen inspecteren. Met de uitkomst kan dan elke twee jaar een nieuw beheerplan worden gemaakt. Elke 5 jaar wordt er een beleidsplan gemaakt, dat de gemeenteraad moet goedkeuren. Zo weet de gemeenteraad wat de kwaliteit van de wegen nu en in de toekomst is. In 2022 moet het plan voor de komende jaren worden goedgekeurd. Bij het onderhoud van de wegen worden ook kleine problemen verholpen. Bijvoorbeeld gaten in de weg. Als er teveel kleine dingen zijn om te repareren wordt de hele weg vervangen. Dat noemen we reconstructie. Een reconstructie kan soms ook nodig zijn als een weg nog goed is. Bijvoorbeeld als er een probleem is met het verkeer. Meer informatie hierover staat in programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat. De wegen in Kerkrade zijn gemiddeld vrij oud. Daardoor is er veel werk te doen. Budgetten Voor onderhoud van wegen, trottoirs en pleinen is € 693.500 beschikbaar. Voor investeringen was een bedrag begroot van € 2.184.000 voor 2022 en verder. In 2022 wordt dit bedrag met € 1.000.000 verhoogd. Risico’s Een punt van aandacht blijft de gewenste kwaliteit van de wegen en het geld dat voor het onderhoud beschikbaar is. Omdat Kerkrade vrij oude wegen heeft en we niet overal tegelijk kunnen werken, moet er gekozen worden waar wel en waar niet gewerkt wordt. Soms kan dat betekenen dat een slechte weg nog wat langer slecht blijft.

Omdat veel wegen oud zijn zouden we meer wegen moeten vervangen dan we kunnen doen. We noemen dat een achterstand. Door het extra bedrag van € 1.000.000 kunnen we wel al meer doen en kan een deel van deze achterstand worden ingelopen. De achterstand zal daardoor minder snel groter worden. Het werk aan de weg wordt steeds duurder. Ook zijn er steeds meer wetten waar rekening mee gehouden moet worden. Bijvoorbeeld moeten er dure onderzoeken voor het milieu worden gedaan. Maar ook de bouwstoffen worden steeds duurder. Dit zal de komende jaren naar verwachting nog erger worden. Wegen en riolen horen bij elkaar. Net als wegen en verkeer. Bij werkzaamheden aan de wegen zal er altijd tegelijk aan het riool gewerkt worden. Als er meer geld is voor wegen kunnen we meer wegen vervangen. We doen dan dus ook meer aan riolen. Daar is dan ook meer geld voor nodig. Meer informatie hierover staat in §3 Onderhoud kapitaalgoederen, onderdeel b. Riolering en water. De gemeente heeft nog een zaak bij de rechtbank die niet is afgehandeld. Hierdoor zijn een aantal opdrachten nog niet definitief afgerekend. De gemeente wacht de uitspraak van de rechter af.

92

b. Riolering en water Beleid en uitvoering Het beleid op het gebied van de riolering is vastgelegd in het Watertakenplan 2020-2024 Instandhouding riolering Het afvoeren van vuilwater (rioolwater) is belangrijk voor de volksgezondheid omdat dit ziekten voorkomt. Regenwater moet worden afgevoerd om overstromingen te voorkomen. Het buizenstelsel en de afvoerkanalen die hiervoor in de grond liggen moeten goed onderhouden worden. Elk jaar worden buizen en afvoerkanalen daarom schoongemaakt, vervangen en gerepareerd. Waterkwaliteit oppervlaktewater In het watertakenplan 2020 – 2024 staat dat de gemeente moet voldoen aan de basisinspanning. In de basisinspanning is bepaald hoeveel vuilwater via het vuilwaterriool in het oppervlaktewater terecht mag komen. Dit kan gebeuren als grote hoeveelheden regenwater in het vuilwaterriool terechtkomen. Hierdoor loopt het vuilwaterriool over, waardoor het water terecht komt in het oppervlaktewater. In het Watertakenplan 2020 -2024 wordt ook berekend welke gevolgen de kosten van het onderhoud van de riolering en waterlopen hebbent voor de tarieven die de burger moeten gaan betalen. Enkele delen van Haanrade en Eygelshoven voldoen nog niet aan de eisen van de basisinspanning. Daarvoor zal in Kerkrade nog een klein bergbezinkbassin aan de Kleine Stegel en een bergingsriool aan de Meuserstraat moeten worden aangelegd.

De gemeente Kerkrade moet ook voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze richtlijn stelt ook eisen aan de waterkwaliteit van het oppervlaktewater. De gemeente Kerkrade verwacht dat de krimp van de bevolking in Kerkrade leidt tot een kleiner verhard oppervlak en dat de daardoor vrijgekomen ruimte benut kan worden om water te bergen. Ook is er al bij de aanleg van de buitenring op een perceel aan de Krichelbergsweg rekening gehouden met de aanleg van een groene buffer in de toekomst. In 2019 is de stimuleringsregeling ''afkoppelen verhard oppervlak'' van start gegaan. Inwoners worden gestimuleerd het regenwater op eigen erf te houden door te infiltreren. Ook op die wijze wordt de belasting op de riolering vermiderd. Waterkwantiteit regenwater Als gevolg van een veranderend klimaat vallen er steeds zwaardere regenbuien. De ernstige wateroverlast op 29 juni in Eygelshoven en op 13 en 14 juli in grote delen van Kerkrade zijn daarvan extreme voorbeelden. In 2019 is de klimaatatlas Parkstad (www.parkstad.klimaatatlas.net) voor burgers digitaal ter beschikking gekomen. Hierop staat onder andere aangegeven welke wegen en woningen bij een bui van 60 mm per uur overlast kunnen ondervinden. De gemeente werkt voor dit onderwerp samen met het Waterschap en met de collega-Parkstadgemeenten . De gebeurtenissen van juni / juli zullen daarbij uiteraard worden betrokken.

In 2019 is de campagne Waterklaar opgestart. Gedurende een periode van 3 jaar zullen de inwoners van Kerkrade via diverse media geïnformeerd worden over de mogelijkheden duurzaam met water (zowel drinkals regenwater) om te gaan. Samenwerking Parkstad Al in 2011 is in Parkstad een onderzoek gestart naar het antwoord op de vraag of samenwerking met betrekking tot stedelijk (afval)water voordelen oplevert. Dit onderzoek is ingegeven door het feit dat in het regeringsakkoord is opgenomen dat er in de waterketen landelijk € 400 mln te besparen valt. In 2013 hebben de colleges in Parkstad een intentieverklaring ondertekend om op diverse onderdelen in de waterketen te gaan samenwerken. Het meest concrete project is het gezamenlijk uitvoeren van reliningsprojecten onder regie van de gemeente Kerkrade. Voor het uitvoeren van hydraulische berekeningen is in 2017 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenten Heerlen, Landgraaf, Voerendaal en Nuth om de gemeente Heerlen deze berekeningen te laten uitvoeren. Voor de onderdelen reinigen en inspectie, aanschaf en beheerpompgemalen en de reiniging van kolken moeten nog contracten worden afgesloten.

93

Budgetten Voor het onderhoud van de riolering en waterlopen is in 2022 € 1.204.900 beschikbaar. Omdat de kosten de komende jaren verder zullen gaan stijgen, zal dit budget verder omhoog gaan. In het investeringsprogramma is voor 2022 € 2.100.000 begroot. Risico’s Door de verandering van het klimaat kunnen de kosten sneller gaan stijgen dan verwacht. De ernstige wateroverlast en de extreme weersomstandigheden op 29 juni en op 13 en 14 juli hebben deze risico’s in volle omvang aangetoond. c. Groen Beleid en uitvoering De groenvoorzieningen zijn de longen van de stad. Goed onderhoud is daarom belangrijk. We willen de bestaande groengebieden duurzaam behouden, verder uitbreiden en verbinden met het groen buitengebied aan de randen van de stad. Het onderhoud van het openbaar groen is opgedeeld in het stedelijk groen, groen in het buitengebied en bomen. De meeste groenvoorzieningen in de stad en in de wijken onderhoudt de gemeente ook in 2022 met eigen medewerkers. De bosgebieden in Kerkrade worden onderhouden door een bedrijf (Bosgroep Zuid-Nederland). Budgetten Omdat de omvang van de groenteams van WSP terugloopt worden met ingang van 2022 extra middelen begroot. In programma 5 van deze begroting wordt dit toegelicht. Het onderhoud van de bomen wordt in 2022 ongewijzigd voortgezet. Extra aandacht besteden we aan het voorkomen van kwetsbaarheid van bomen voor ziekten en plagen.

Bij de bestrijding daarvan maken wij in Kerkrade geen gebruik van chemische middelen. In de exploitatie is vanaf het jaar 2022 € 250.000 structureel extra beschikbaar voor het onderhoud van het openbaar groen. In de exploitatie zijn verder nog diverse kleine posten opgenomen voor bijvoorbeeld zaaigoed, bos- en boombeheer en onderhoud van de bermen, in totaliteit circa € 228.000. In het investeringsprogramma is voor openbaar groen vanaf 2022 is structureel € 360.000 geraamd. Risico’s De risico’s voor het openbaar groen worden met name veroorzaakt door de steeds extremere weersomstandigheden. Zo leiden zowel langdurige hitte / droogte als wateroverlast tot grote schade aan beplanting en aan bomen. d. Gebouwen Beleid en uitvoering De gemeente Kerkrade bezit 104 gebouwen. Deze panden worden onder meer gebruikt door de gemeente zelf, (sport)verenigingen, stichtingen en scholen. Ook heeft de gemeente gebouwen voor toerisme, recreatie en cultuur zoals Schacht Nulland, Botanische Tuin Kerkrade, Kasteel Erenstein, Rodahal, HuB (theater en bibliotheek), muziekschool en speeltuinen. Tevens beschikt de gemeente over accommodaties die van groot belang zijn in een wijk, zoals ’t Westhoes, ‘t Sjevemethoes en meest recent de nieuwe invulling van het Flexiforum Kerkrade. Al deze gebouwen hebben een belangrijke rol: mensen ontmoeten elkaar en doen samen activiteiten.

Verder heeft de gemeente nog acht woningen, vier woonwagens, dertig woonwagenstandplaatsen, drie parkeergarages en een winkelpassage in bezit. Onderhoud Het onderhoud en beheer van de panden valt onder de afdeling Vastgoed. We gaan hierbij uit van het uitvoeren wat nodig is, maar wel goed bruikbaar. Onderhoud vanwege veiligheid wordt altijd gedaan. Daarnaast zorgt de afdeling Vastgoed voor het verkopen en verhuren van grond en panden van de gemeente. We proberen leegstand zoveel mogelijk te voorkomen. Dit doen we door het slopen of verkopen of het slimmer gebruiken van bestaande panden. Doel is om het bezit kleiner te maken.

94

De belangrijke zaken voor 2022 zijn:  Het Flexiforum Kerkrade is een gemeenschap van ondernemers, organisaties en instanties. Het is gevestigd in de voormalige Campus. Het complex was ooit bedoeld voor onderwijs en biedt nu een invulling op ‘wonen-leren-werken-leven’. Het Flexiforum Kerkrade zorgt voor samenwerking en onderlinge betrokkenheid. Het doel is om in 2022 alle beschikbare ruimten te hebben verhuurd.  De bouwwerkzaamheden voor VIE zijn in volle gang. Er komt een parkeergarage (265 parkeerplaatsen), sporthal en zwembad. Het zwembad krijgt een 35-meter wedstrijdbad, een doelgroepenbad en een peuterbad / spraypark voor de kinderen. Er komt ook een Kennis en Expertise Centrum. Hiervoor is een (kantoor)ruimte gepland van ongeveer 165 m² voor 10 à 12 werkplekken. In het eerste kwartaal van 2022 moet het gebouw klaar zijn. Door de Corona pandemie is er in de hele wereld een tekort aan materialen en dat kan zorgen voor vertraging. Het ontwerp van de openbare ruimte is definitief en de aanbestedingen volgen in het derde kwartaal van 2021. Insteek is dat de openbare ruimte bij de opening klaar is.  De gemeente is de belangrijkste aandeelhouder van het Parkstad Limburg Stadion. We willen en moeten dan ook zorgen voor goed onderhoud. Het gaat vooral om het hoofdgebouw, de zittribune, dak en het speelveld. De kosten die nodig zijn voor het onderhoud staan in het jaarplan.

Een vast budget van € 50.000 is beschikbaar in de begroting. Aan de staalconstructie vinden in 2022 ook weer werkzaamheden plaats (schilderen en conserven).  Het verhuren van woonwagenstandplaatsen is geen hoofdtaak van de gemeente. Daarom bekijken we in 2021/2022 of dit kan worden overgedragen aan de plaatselijke woningcorporaties. Dit is al in gang gezet.  Door de Corona pandemie zijn we anders gaan kijken naar thuiswerken. Gebleken is dat de gemeente prima doordraait als mensen thuis werken. Daarom zet de gemeente in op deels thuis, deels op kantoor werken. Dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor de gebouwen van de gemeente waar de medewerkers werken. Budgetten We betalen de kosten voor het beheren en onderhouden van onze gebouwen uit het zogenaamde exploitatiebudget. Voor 2022 is hiervoor € 2.731.400 beschikbaar. Het bedrag bestaat daarnaast uit kosten voor energie-, service- en schoonmaak. Ook de huuropbrengsten zijn hierin meegenomen. De opbrengst van wat we verkopen aan onroerende goederen gaat naar de ‘reserve gebouwen’. Het saldo van deze reserve bedraagt per 1-1-2021 € 411.303. Voor het jaar 2021 is het investeringsbedrag met € 225.000 verhoogd naar € 775.000 voor het aanbrengen van brandwerende voorzieningen in het Flexiforum. Vanaf 2022 is in het investeringsprogramma elk jaar een bedrag van € 750.000 opgenomen.

Hiermee worden uitgaven voor groot onderhoud aan gebouwen betaald. Tot slot is er voor huisvesting onderwijs € 200.000 opgenomen. e. Openbare verlichting Beleid en uitvoering Met de openbare verlichting bedoelen we de verlichting die nodig is om de openbare ruimte (zoals de straten) ‘s avonds en ’s nachts te verlichten. Mensen zijn hierdoor op straat goed zichtbaar en kunnen veilig over straat. Het verkeer kan veilig door de straten rijden. De komende 5 jaar is 20% van alle lichtmasten ouder dan 40 jaar. Deze lichtmasten moeten worden getest of worden vervangen. Armaturen ouder dan 20 jaar moeten eveneens vervangen worden. In nieuwe armaturen zit LED-verlichting in plaats van lampen. LED-verlichting verbruikt minder energie dan de oude verlichting met lampen. Op deze wijze wordt bij het beheer en onderhoud van de openbare verlichting een bijdrage geleverd aan het beleid op het gebied van zowel (verkeers-) veiligheid alsook duurzaamheid. Budgetten Voor de energiekosten, transportkosten en het onderhoud van de openbare verlichting is in 2022 €597.000 beschikbaar. Omdat de kosten de komende jaren verder zullen stijgen, zal dit budget verder toenemen naar €653.000 in 2025.

95

Risico’s Oude lichtmasten die getest worden, moeten soms direct worden verwijderd. Dit gebeurt wanneer de toestand van de lichtmast te slecht is om te laten staan. Hierdoor zal er op die plaats (soms langere) tijd geen verlichting zijn. Omdat veel lichtmasten oud zijn, kan dit regelmatig voorkomen. f. Civieltechnische kunstwerken Beleid en uitvoering Met civieltechnische kunstwerken bedoelen we constructies zoals bruggen, tunnels, keerwanden, steigers en duikers. In Kerkrade zijn er ongeveer 55 civieltechnische kunstwerken, afwisselend van groot tot klein en afwisselend van een eenvoudige houten brug tot complexe bruggen uit (voorgespannen) beton. De gemeente Kerkrade heeft als taak dat deze kunstwerken veilig blijven functioneren. Dat geldt voor het gebruik door burgers en verkeer, maar ook voor bijvoorbeeld een veilige waterdoorvoer daar waar nodig. De gebeurtenissen op 29 juni en vervolgens op 13 en 14 juli hebben het grote belang hiervan nog eens aangetoond. De enorme afwisseling in afmetingen en materialen maakt het beheer lastig. Een kleine houten brug zal meer en intensiever onderhoud nodig hebben dan bijvoorbeeld een betonnen brug. Als echter een betonnen brug groot onderhoud nodig heeft dan lopen de kosten snel hoog op. De gemeente bewaakt de situatie van de kunstwerken door deze regelmatig te inspecteren.

Op basis van deze inspecties kan ieder jaar het onderhoud worden bepaald en kan er gekeken worden hoeveel geld er moet worden uitgegeven. De hoeveelheid geld die wordt uitgegeven kan van jaar tot jaar verschillen. Vanwege de veiligheid en het blijven functioneren van de kunstwerken zijn er duidelijke regels over de minimale kwaliteit die een kunstwerk moet hebben. Op dit moment is de kwaliteit van de kunstwerken redelijk. In 2022 is het noodzakelijk om te investeren aan de Tunnelbak van de Roderlandbaan en aan de brug in de Beukenbosweg. Tot slot vormen de kunstwerken meestal een oplossing voor een knelpunt. Zonder bijvoorbeeld de brug over de Worm in de Merksteinstraat is de Worm daar niet te passeren en moet verkeer zeer lange omwegen maken. Budgetten Voor het dagelijkse onderhoud aan civieltechnische werken is in 2022 € 13.300 beschikbaar. Dit budget wordt vanaf 2022 met €50.000 verhoogd. In het investeringsprogramma is vanaf 2022 structureel beschikbaar €73.000. Hieraan wordt in 2022 toegevoegd €600.000 voor de Tunnelbak van de Roderlandbaan en de brug in de Beukenbosweg. Risico’s Het komt voor dat aanvullende inspecties gedaan moeten worden. De financiële middelen hiervoor blijven een punt van aandacht. Op dit moment wordt de brug over de St. Pieterstraat onderzocht. In 2022 zal moeten blijken wat er voor deze brug noodzakelijk is in 2022 en 2023.

De gemeente heeft nog een zaak bij de rechtbank die niet is afgehandeld. Mogelijk moet er een vergoeding aan een aantal bedrijven op de Locht worden betaald. De gemeente wacht de uitspraak van de rechter af. Naast de kunstwerken van de gemeente zijn er ook nog kunstwerken van andere partijen in de stad. Dit zijn kunstwerken van het waterschap, de provincie en Prorail. Een voorbeeld hiervan is de brug over het spoor in de Toupsbergstraat. De gemeente heeft geen bevoegdheid om beslissingen te nemen over deze kunstwerken. g. Speelvoorzieningen Beleid en uitvoering Speelvoorzieningen (plaatsen waar kinderen kunnen spelen) zijn belangrijk voor de vitaliteit en gezondheid van jonge kinderen. De speelvoorzieningen zijn aanwezig in de Kerkraadse speeltuinen, maar ook op veel plekken in de openbare ruimte. Het groot onderhoud van de speelvoorzieningen in de speeltuinen is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het dagelijks onderhoud en het beheer worden uitgevoerd door de speeltuinverenigingen of stichtingen zelf. De basis voor deze werkzaamheden is het speelruimtebeleid. Voor de speelplekken in de openbare ruimte is de gemeente verantwoordelijk. Het onderhoud moet voldoen aan strenge eisen op het gebied van veiligheid.

96

Budgetten In 2022 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen € 22.000 beschikbaar. Risico’s Als gevolg van de toegenomen en nog steeds groeiende vraag naar speelvoorzieningen neemt de druk op de onderhoudsbudgetten toe.

97

§4. Financiering (Treasury)

Algemeen Deze paragraaf bevat een beleidsmatige benadering van de treasuryfunctie en de plannen en uitkomsten hiervan. De treasuryfunctie zorgt voor het (optimaliseren van) beheer van de (dagelijkse) ingaande en uitgaande geldkasstromen. Daarnaast zorgt de treasurer voor de beschikbaarheid van financiële middelen op zowel de korte als lange termijn. De paragraaf moet risicobeheer en gemeentefinanciering transparanter maken. De Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daarop gebaseerde ministeriële Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) bepalen de inhoud van deze paragraaf voor een groot deel, waaronder de verschillende opgenomen tabellen/overzichten. Het doel van de regelgeving is om aan de ene kant de transparantie van de treasuryfunctie te verhogen en aan de andere kant risico’s te mijden binnen genoemde functie. Daarnaast heeft het Rijk extra regelgeving ontwikkeld, zoals verplicht schatkistbankieren en de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). Het doel van deze regelgeving is met name de financiële positie van de Nederlandse overheid in de Economische Monetaire Unie veilig te stellen. a. Risicobeheer Met risico’s bedoelen we hier renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s.

Het doel van risicobeheer en risicomanagement is de verschillende risico’s binnen de treasury te analyseren, beheren, beperken en neutraliseren. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de aanbevelingen en richtlijnen van de Wet Fido, de Ruddo en het Treasurystatuut van de gemeente. De genoemde risico’s worden hieronder beschreven. Renterisico’s Renterisico op vlottende schuld Vlottende schuld betreft alle betalingsverplichtingen die binnen een jaar voldaan moeten zijn. Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beperken mogen gemeenten niet onbeperkt in de financieringsbehoefte voldoen door het aantrekken van kort geld. Kort geld is over het algemeen goedkoper

98

dan lang geld, maar heeft als risicofactor dat het renteniveau meestal sterker aan fluctuaties onderhevig is. De toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de “kasgeldlimiet”. Voor het jaar 2022 kan de kasgeldlimiet voor de gemeente Kerkrade als volgt worden berekend: (a) omvang van de jaarbegroting per 1-1-2022 € 188,730 mln (b) bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5 % Kasgeldlimiet voor 2022 (a)x(b) afgerond € 16,042 mln Ieder kwartaal wordt de kasgeldlimiet intern getoetst door het verschil te bepalen tussen de werkelijke netto vlottende schuld en de kasgeldlimiet. Als de kasgeldlimiet 3 kwartalen op rij wordt overschreden laat de gemeente dit weten aan de provinciaal toezichthouder. De gemeente geeft daarbij in een plan aan hoe men opnieuw aan de kasgeldlimiet denkt te gaan voldoen. Structurele overschrijding van de kasgeldlimiet wordt meestal opgelost door aflossing van kortlopende financiering en het aantrekken van vaste geldleningen. Op verzoek van de provinciaal toezichthouder is aanvullende informatie opgenomen over de gemiddelde netto vlottende schuld in het 3e en 4e kwartaal van jaar t-2 en in het 1e en 2e kwartaal van jaar t-1, aangevuld met de kasgeldlimiet van jaar t-2 en jaar t-1. Zie hiervoor onderstaand overzicht.

Vlottende schuld 3e kwartaal Vlottende schuld 4e kwartaal Kasgeldlimiet 2020

2020 1.591 3.863 14.496

Vlottende schuld 1e kwartaal Vlottende schuld 2e kwartaal Kasgeldlimiet 2021

2021 9.996 -314 14.879

Er is geen enkele overschrijding van de kasgeldlimiet geweest. De huidige situatie op de geld- en kapitaalmarkt en de daarbij horende verwachtingen zijn zodanig dat in onze visie de rente voor kortlopende leningen voorlopig lager zal blijven dan de rente van langlopende leningen. Het uitgangspunt is dan ook om gebruik te blijven maken van de ruimte die de kasgeldlimiet biedt. Renterisico op vaste schuld Langlopende leningen die door de gemeente zijn opgenomen kunnen worden geanalyseerd met de “renterisiconorm”. Dit is een instrument dat de Wet Fido geeft om mogelijke renterisico’s van de vaste schuld te analyseren. De renterisiconorm geeft een kader voor een evenwichtige opbouw van de leningenportefeuille waarbij het risico op de vaste schuld gespreid is in jaren. Van een evenwichtige opbouw is sprake als in geen enkel jaar gerelateerd aan het begrotingstotaal een onevenredig deel van de portefeuille aan herfinanciering onderhevig is en/of de te financieren aflossingscomponenten niet buitenproportioneel zijn. In het onderstaande overzicht wordt de relatie gelegd tussen renterisico en renterisiconorm.

Rente-risico 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Rente-risico 4 Rente-risiconorm 5a Ruimte onder rente-risiconorm 5b Overschrijding rente-risiconorm Rente-risiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4 Berekende rente-risiconorm

1+2 4a x 4b 4>3 3>4

2022

2023

2024

2025

n.v.t. 10.468 10.468 37.746 27.278 n.v.t.

n.v.t. 10.067 10.067 36.929 26.862 n.v.t.

n.v.t. 10.627 10.627 37.050 26.423 n.v.t.

n.v.t. 10.443 10.443 37.232 26.789 n.v.t.

188.730 184.644 20% 20% 37.746 36.929

185.250 20% 37.050

186.161 20% 37.232

Het overzicht laat een evenwichtige opbouw zien. Met betrekking tot verplichte aflossingen en renteherzieningen is er structureel voldoende ruimte ten opzichte van de renterisiconorm. Kredietrisico’s Dit betreft kredietrisico’s op door de gemeente aan derden verstrekte geldleningen. Het volgende overzicht

99

geeft inzicht in partijen en geraamde restantschuld begin 2022. Partijen (kredietrisico's) Zonnepanelenproject Kredietbank Limburg Georganiseerde sport Holding Stadion BV GaiaZoo Culturele verenigingen Startersleningen WoonWijzerWinkel Stichting Brouwerij Rolduc Enexis St. Woonzorg Elisabeth Stift Totaal

schuld*

% 4.625 91 126 18.608 590 26 151 112 80 2.390 48 26.846

17,2 0,3 0,5 69,3 2,2 0,1 0,6 0,4 0,3 8,9 0,2 100,00

* Ervan uitgaande dat partijen hun geraamde aflossingsverplichtingen 2021 nakomen.

De verstrekte geldleningen conflicteren niet met de uitgangspunten van de Wet Fido. Koers- en valutarisico’s Van koersrisico’s is sprake als de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. In het bijzonder gaat het dan om de vaste financiële activa die aan de ene kant bestaan uit aan derden verstrekte leningen. Deze zijn eerder behandeld bij het onderdeel kredietrisico’s. Aan de andere kant gaat het om aandelenbezit en deelnames. Hier worden geen bijzondere/grote risico’s verwacht. De gemeente verricht slechts transacties in euro’s, waardoor van valutarisico’s geen sprake is. b. Gemeentefinanciering Hieronder worden enkele aspecten van gemeentefinanciering verder uitgewerkt. Leningenportefeuille Onderstaand overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de grootte, de rente van opgenomen leningen en de mutaties als gevolg van nieuwe leningen (verwachting/raming). Leningen bij af af bij

Stand per 1 januari nieuwe leningen reguliere aflossingen vervroegde aflossingen herfinanciering Stand per 31 december

2021 131.486 15.000 -10.818 n.v.t. n.v.t. 135.668

2022 135.668 15.000 -10.468 n.v.t. n.v.t. 140.200

2023 140.200 14.000 -10.067 n.v.t. n.v.t. 144.133

2024 144.133 9.000 -10.627 n.v.t. n.v.t. 142.506

2025 142.506 7.000 -10.443 n.v.t. n.v.t. 139.063

In 2022 is geen herfinanciering van “oude” leningen aan de orde. Voor nieuw aan te trekken vaste geldleningen in 2022 moet volgens ons een percentage van rond de 1% nog altijd haalbaar zijn. Er moet echter een slag om de arm worden gehouden met betrekking tot dit percentage. De verwachting is dat de rente op langlopende leningen zal toenemen, maar er is nog altijd een onzekere factor in de mate van herstel en groei van de economie i.r.t. de Corona pandemie. Uitzettingen Het gaat hierbij om uitzettingen korter dan een jaar. Het doel hiervan is om een zo goed mogelijk rendement uit een incidentele overliquiditeit te halen. Voor overtollige middelen heeft de gemeente nauwelijks bewegingsvrijheid. Rijksregelgeving verplicht de gemeente tot schatkistbankieren bij het Rijk. Het rendement is hier beperkt.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=794c471f-4a0e-40ba-9783-60298ff652c5