CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gezamenlijke commissies 12 juni 2025, gemeente Kerkrade32.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

pagina 8 van 60

Kritische blik Om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt. Een en ander neemt niet weg dat BsGW kritisch blijft kijken naar haar eigen organisatie, processen en kosten(reductie), zoals de proceskosten. Ontwikkelingen op dit vlak worden via de P&C-cyclus gerapporteerd. Bij een financieel voordeel wordt dit op de gebruikelijke wijze (jaarresultaat) verrekend. Bij een structureel voordeel zal de begroting hierop worden aangepast, al dan niet in eerste instantie in de vorm van een begrotingswijziging.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 9 van 60

3. Financiële effecten 3.1 Financieel effect op de (exploitatie)begroting 2026

Ontwikkelingen begroting 2026

Zekere ontwikkelingen

Effect op netto kosten 2026 t.o.v. begroting 2025 Opgenomen in de begroting:

Indexering salarissen

€ 897.000

cf KN2026 (AB 12-12-2024) obv C PB september circulaire

Inflatie

€ 433.000

cf KN2026 (AB 12-12-2024) obv C PB september circulaire

Verschil taakstelling OOP 2026 t.o.v. 2025

€ -200.000

cf besluit (AB 14-12-2017)

€ -180.000 onbekend, geen meerkosten

cf besluit (AB 12-12-2024)

Verlaging bestemmingsreserve IC T 2025 - 2029 Wet herwaardering proceskostenvergoeding

cf wet (1-12024), HR 12-7-2024, Belastingplan 2025

Verbetering archiefbeheer

budgetneutraal

cf Archiefwet en inspectie Provincie Limburg

Informatiebeveiliging & Privacy

budgetneutraal

cf KN2026 (AB 12-12-2024) obv NIS2 en BIO2

Stimuleringsregeling

budgetneutraal

cf besluit (AB 23-6-2016)

Effect Harmonisatie en kostenverdeelmethode

Opgenomen in de begroting:

Inflatie maatwerk & beeldmateriaal (uit begroting)

€ -115.000

cf nieuwe opzet KVM (AB 25-1-2024), format DVO

Interne kosten maatwerk (nu via offertetraject)

€ 115.000

(AB 12-12-2024) en Harmonisatietraject (AB 8-12-2022)

Mogelijke ontwikkelingen

Niet opgenomen: onbekend

Tegengaan toenemende armoede

onbekend

- Sociaal invorderen

onbekend

- Vroegsignalering Fiscale Vereenvoudigingswet 2017

vooralsnog niet (2027 of later)

Krapte op de arbeidsmarkt

onbekend

Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen

onbekend

Robotisering en artificial intelligence (AI)

onbekend

Ontwikkelingen begroting 2026

Niet in begroting BsGW, wel positief effect deelnemers

Surplus weerstandsvermogen cf risico-analyse B2026

€ -572.000 *

* vooruitlopend op het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel om het verschil tussen het aanwezige en benodigde weerstandsvermogen ad € 572 duizend terug te storten naar de deelnemers.

Zoals zichtbaar is gemaakt in bovenstaande tabel is de beïnvloedbaarheid door BsGW van de in de begroting opgenomen posten nihil. De begrotingsposten zijn nagenoeg allemaal gebaseerd op eerder door het bestuur van BsGW vastgestelde stukken en besluiten en wetgeving.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 10 van 60

Per saldo stijgen de reguliere netto-kosten 2026 met € 835 duizend ten opzichte van de begroting 2025. Reguliere Begroting 2025 (via KVM)

€

Indexering salarissen interne kosten

€

Inflatie

€

433.000

€

1.330.000

Verschil taakstelling OOP2026 t.o.v. 2025

€

-200.000

Verlaging bestemmingsreserve IC T 2025 - 2029

€

-180.000

Inflatie maatwerk

€

-12.000

Beeldmateriaal: maatwerk via seperate facturatie

€

-103.000

€

-495.000

28.519.000

897.000

Reguliere Begroting 2026 (via KVM) Maatwerk 2025 (voorheen in begroting BsGW)

€

Inflatie maatwerk

€

12.000

Beeldmateriaal: maatwerk via seperate facturatie

€

103.000

Maatwerk extra (IC T) kosten

€

40.000

Maatwerk totaal 2026

€

401.000

€

835.000

€

29.354.000

€

29.756.000

246.000

Begroting BsGW totaal

Naast de reguliere begroting, zijnde de kosten voor de uitvoering van voorkeursvarianten die worden verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De uitvoering van de maatwerkvarianten wordt separaat geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Samen vormt dit de totaalbegroting van BsGW. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030: Realisatie

Begroting KVM

Begroting KVM

Maatwerk totaal

Begroting BsGW totaal

2024

2025

2026

2026

2026

2027

2028

2029

2030

Personeelskosten

0

17.362

18.247

248

18.495

19.287

20.271

21.304

22.391

Huisvestingkosten

0

919

951

0

951

983

1.016

1.051

1.087

Afschrijvingkosten

0

357

57

0

57

59

61

63

65

ICT-kosten

0

2.972

3.384

40

3.424

3.540

3.660

3.785

3.913

Overige operationele kosten

0

1.361

1.304

114

1.418

1.466

1.516

1.568

1.621

Diensten door derden

0

1.015

1.050

0

1.050

1.086

1.123

1.161

1.200

Kostenvergoeding bezwaar en beroep

0

3.506

3.625

0

3.625

3.748

3.876

4.007

4.144

Overige operationele kosten

0

5.882

5.979

114

6.093

6.300

6.514

6.736

6.965

algemene kosten

0

609

630

0

630

651

673

696

720

onvoorzien

0

365

424

0

424

439

453

469

485

Algemene kosten

0

974

1.054

0

1.054

1.089

1.127

1.165

1.204

bankkosten

0

290

300

0

300

310

321

331

343

rentekosten

0

7

8

0

8

8

8

9

9

Bank- en rentekosten

0

297

308

0

308

318

329

340

352

Toevoegingen aan voorzieningen

0

555

375

0

375

375

375

375

375

Totale lasten

0

29.319

30.353

402

30.756

31.951

33.353

34.819

36.352

-800

-1.000

0

-1.000

-1.200

0

0

0

0

-1.300

-1.300

-1.300

0

28.519

29.353

402

29.756

30.751

32.053

33.519

35.052

Renteopbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BsGW diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

overige opbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totale baten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

0 0

28.519 0

29.353 0

402 0

29.756 0

30.751 0

32.053 0

33.519 0

35.052 0

Totaal bijdragen

0

28.587

29.353

402

29.756

30.751

32.053

33.519

35.052

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

0

68

0

0

0

0

0

0

0

0

68

0

0

0

0

0

0

0

Bedragen x € 1.000

Meerjarenperspectief

Lasten

Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten

Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP

Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 4 en 5.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 11 van 60

4. Beleidsbegroting 4.1 Uitgangspunten Onderwerp

Uitgangspunt

Raming personele lasten

Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).

Formatie en personeel

BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

De raming onvoorzien bedraagt 1,4% van de begrote kosten.

Investeringen in het belastingpakket

Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Er wordt niet langer op afgeschreven omdat BsGW geen juridisch eigenaar is.

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

Kostenverdeelmethode

De (nieuwe) kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024). Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 12 van 60

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP moet – conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017 – leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: 2024 € 600.000 2025 € 800.000 2026 € 1.000.000 2027 € 1.200.000 2028 € 1.300.000 Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren) begroting van BsGW.

Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, zijn niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar door BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil. Mocht in enig jaar sprake zijn van renteopbrengsten als gevolg van bovenstaande, dan zal BsGW deze renteopbrengsten doorstorten naar de deelnemers. * betreft voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de Cao Werken voor waterschappen. De huidige cao is eind 2024 geëindigd. De uitkomsten van de cao-onderhandelingen zijn nog niet bekend en kunnen derhalve niet worden opgenomen in de ontwerpbegroting. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Indexeringen Begroting 2026 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 3,0% en 3,6%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2024-2026 van 3,4% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 2,1% en 8,4%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2024-2026 aan te houden van 5,1%. Mocht

de

septembercirculaire

van

het

CPB

d.d.

2025

daartoe

aanleiding

geven,

dan

zal

dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 13 van 60

4.2 Definities: reserves, voorzieningen, weerstandscapaciteit/-vermogen, post onvoorzien Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Reserveren betekent geld opzij leggen: -

om later een (grote) investering te doen;

-

voor moeilijke tijden (weerstandsvermogen. Dit is het weerstandsvermogen en dit betreft alleen de algemene reserve);

-

om risico’s op te vangen;

-

voor onverwachte zaken.

Voorzieningen zijn passiefposten in de balans (vreemd vermogen), die een inschatting geven van voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn. Bij voorzieningen is er sprake van een oorzaak uit het verleden: er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst die niet waren voorzien (begroot). Ook kan een voorziening ingesteld worden ter egalisatie van pieken in de kosten in de begroting. Deze kosten dienen zeker plaats te vinden. Van een vrije keuze bij het instellen van een voorziening is derhalve geen sprake. Wel kunnen soms de gevolgen nog beïnvloed worden. Bij het bepalen van de noodzakelijke omvang van de voorziening wordt hiermee ook rekening gehouden. Weerstandscapaciteit is de mate waarin BsGW over middelen beschikt of kan beschikken om niet voorziene tegenvallers op te vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de post onvoorzien en het weerstandsvermogen. De post onvoorzien mag worden opgevat als een buffer voor onvoorziene externe tegenvallers: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken en zorgt zodoende voor een beetje flexibiliteit.

Er kunnen zich gezien de tijdspanne tussen het opstellen van de kadernota (laatste kwartaal van begrotingsjaar t-2), de (ontwerp-)begroting en realisatie (begrotingsjaar t), altijd tegenvallers voordoen als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in wet-/regelgeving. Tussentijdse begrotingswijzigingen worden hiermee zoveel als mogelijk voorkomen. Het weerstandsvermogen is in principe bedoeld als buffer voor het opvangen van risico's, waarvan de financiële gevolgen vooraf niet redelijkerwijs zijn in te schatten. Jaarlijks wordt deze post berekend aan de hand van de door het bestuur vastgestelde risico-analyse. Hierbij worden de risico’s (kwalitatief) en de bedragen plus de inschatting van de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet (kwantitatief) in kaart gebracht. Zie ook paragraaf 4.5.2 en bijlage 7 Risicoanalyse.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 14 van 60

4.3 Ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW, naast de indirecte effecten van het Ravijnjaar, mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. 4.3.1 Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de proceskosten drastisch verlaagd per 1-1-2024. Echter heeft de Hoge Raad op 12 juli 2024 het door de wetgever vastgestelde lagere bedrag voor proceskostenvergoeding buiten toepassing verklaard. Daarmee is het hoge tarief weer van toepassing. Middels het Belastingplan 2025 is daarom als herstelmaatregel de wegingsfactor voor bezwaren aangepast van 0,25 naar 0,125, zodat de proceskostenvergoeding (tarief * wegingsfactor) in WOZ-zaken weer uitkomt op het niveau dat de wetgever voor ogen had per 1 januari 2024. Echter, voor beroepszaken is de factor van 0,25 in stand gebleven.

Het bedrag aan proceskostenvergoeding voor WOZ-beroepszaken wordt daarmee zelfs hoger dan voor de wetswijziging. Indien zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen en het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2025 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 heeft voorgenoemde herstelmaatregel

naar

alle

waarschijnlijkheid

toch

een

positief

effect

op

de

begrotingspost

‘proceskostenvergoeding’. BsGW hanteert evenwel het voorzichtigheidsprincipe in dezen, te meer omdat er ten aanzien van de aanslagoplegging 2025 (peildatum 1 januari 2024) sprake is van een aanzienlijke (gemiddelde) waardestijging van de objecten in combinatie met een in voorkomende gevallen stevige tariefstijging door gemeenten. Ook het feit dat met betrekking tot de heffingsjaren 2023 en 2024 procentueel gezien meer ncnp-bedrijven in beroep gingen en de proceskostenvergoeding in deze hoger is dan voor de wetswijziging rechtvaardigt in de ogen van BsGW het hanteren van het voorzichtigheidsprincipe. De begrotingspost blijft dan ook gehandhaafd. Wel heeft BsGW na het uitvoeren van de risico-analyse het risico op hogere proceskosten afgeschaald tot een Pro Memorie-post in het weerstandsvermogen. Mocht zich ten aanzien van de proceskosten een positief effect voordoen, dan wordt dit in eerste instantie in het lopend boekjaar via de P&C-cyclus verantwoord en verrekend. Voor het daaropvolgende jaar zal – rekening houdend met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels (AB 8-12-2022) – een begrotingswijziging worden doorgevoerd. Mocht

er

op

enig

moment

sprake

zijn

van

een

positief

effect

op

de

begrotingspost

‘proceskostenvergoeding’ dan staat dit los van de kostenreductie in het kader van het OOP. Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 15 van 60

bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden. Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken. In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). De pilots worden goed ontvangen door de aangeschreven woningeigenaren. In de loop van het eerste kwartaal 2025 worden de eerste resultaten van de pilots verwacht. Onderzoek tweejaarlijkse WOZ-waardering Bij de Algemene Ledenvergadering van de VNG in juni 2024 is een motie aangenomen om op korte termijn een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering. Wat de eventuele gevolgen zijn voor andere belastingen en/of instrumenten, waarvoor de WOZ-waarde de basis vormt, dient hierin mee te worden genomen.

Ook de gevolgen voor diverse andere instanties die de WOZ-waarde (en andere WOZ-gegevens gebruiken voor diverse doeleinden, worden in het onderzoek betrokken. Hiertoe wordt een klankbordgroep ingesteld met daarin vertegenwoordigers van de VNG, de Unie van Waterschappen, het Ministerie van Financiën, de Belastingdienst, Vereniging Eigen Huis en de Landelijke Vereniging van Lokale Belastingen (LVLB). Het onderzoek zal worden uitgevoerd door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) en dient in nauwe samenspraak c.q. afstemming met de uitvoering (lees: LVLB) en de betrokken ministeries plaats te vinden. De indieners van de motie verwachten dat een tweejaarlijkse herwaardering leidt tot een verlaging van de druk op de uitvoering van de Wet WOZ en daaruit voortvloeiend: -

een verbetering van de kwaliteit van de herwaardering;

-

een verbetering van de kwaliteit van de bezwarenafhandeling;

-

een tijdige afdoening van bezwaren;

-

het beter kunnen verwerken van bezwaaruitkomsten in een volgende herwaardering;

-

het beschikbaar krijgen van capaciteit voor contact met de burger;

-

een reductie van kosten, met name als het gaat om proceskosten en inhuur.

In december 2024 is een enquête onder gemeenten en belastingsamenwerkingsverbanden uitgezet. Hierop volgend vinden interviews ter verdieping plaats. In de planning staat dat in de loop van de maand maart 2025 het eindrapport wordt opgeleverd. Tegengaan toenemende armoede Ook het nieuwe kabinet heeft in de Miljoenennota maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 16 van 60

4.3.2 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel, voor ICT-ers geldt dit in het bijzonder. Het effect van traditionele wervingscampagnes neemt af. Er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen. In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel Applicatiebeheerders. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. BsGW anticipeert hier zo goed als mogelijk op, zodat de bijbehorende kennis bijtijds en zorgvuldig wordt overgedragen. Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Het wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen is door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel biedt waterschappen betere mogelijkheden om het profijtbeginsel toe te passen. Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen, die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap.

Daarnaast kunnen waterschappen door de voorgenomen wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2026. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Controlcyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast aan Waterschap Limburg.

Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode. Beide onderdelen zijn actief ter hand genomen. Besluitvorming door de deelnemers over harmonisatie heeft in nagenoeg alle gevallen voor september 2023 plaatsgevonden. Vanaf 2024 wordt het zogenaamde maatwerk separaat bij de desbetreffende deelnemers in rekening gebracht. Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode geëvalueerd en herijkt. De nieuwe kostenverdeelmethode is begin 2024 (AB 25-01-2024) door het Algemeen Bestuur vastgesteld en treedt met ingang van 2025 in werking.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 17 van 60

De nieuwe kostenverdeelmethode heeft overigens geen invloed op de begroting van BsGW zelf, maar de aanpassingen in de methodiek leiden wel tot wijzigingen in de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Zie ook bijlage 11: Bijdragen 2026. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. Vanaf 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak verbeterstappen gezet. Naast het digitaliseren van ons archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle aspecten rondom de (digitale) informatiehuishouding binnen BsGW vanuit juridisch perspectief én kostenbewustzijn (enkelvoudige opslag – meervoudig gebruik) te (waar)borgen. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis.

Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerkingsportaal. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZadministratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen.

Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Een nieuwe streefdatum is nog niet bekend, zo de SOR er al zal komen. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 18 van 60

Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT In 2022 zijn drie grote aanbestedingstrajecten opgestart voor de hosting, de belasting- en de waarderingsapplicatie van BsGW. De implementatie hiervan is in 2023 gestart, met een uitloop naar 2024. De verwachte implementatiekosten van dit programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) waren ingeschat op € 2,775 miljoen. Per 31-12-2024 is het project afgesloten waarbij de totale projectkosten AHA lager zijn uitgevallen dan begroot. Daarnaast hoefde een in de projectbegroting opgenomen risicopost niet te worden aangesproken. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor het volgende aanbestedings- en implementatietraject 2028/2029 een nieuwe bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445 duizend (voorlopig bedrag; ook dit realisatiecijfer dient nog door de accountant te worden gecontroleerd) wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve.

Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 met € 180.000 kunnen worden verlaagd naar € 375 duizend. Begroting MJR

Begroting MJR

Bestemmingsreserve

2025-2029

Voorstel

2026-2030

Startkapitaal

€

-

€

445.000

€

445.000

Bijdrage begroting 2025

€

555.000

€

555.000

€

-

Bijdrage begroting 2026

€

555.000

€

375.000

€

-180.000

Bijdrage begroting 2027

€

555.000

€

375.000

€

-180.000

Bijdrage begroting 2028

€

555.000

€

375.000

€

-180.000

Bijdrage begroting 2029

€

555.000

€

375.000

€

-180.000

€ 2.500.000

€

-275.000

€ 2.775.000

Robotisering en artificial intelligence (AI) Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie (Artificial Intelligence oftewel AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI zal grote impact hebben op economie, maatschappij en op de overheid en daarmee ook op samenwerkingsverbanden, zoals bijvoorbeeld BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren, processen te verbeteren (efficiency) en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als ncnp-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology. Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen. De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast door: samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde en als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI.

Door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving. BsGW hoeft om moverende redenen niet voorop te lopen. Het is vooral zaak om op het juiste moment en op het juiste wijze aan te haken.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 19 van 60

Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet door organisaties. Denk hierbij ook aan de inzet van AI op het gebied van informatiebeveiliging. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening zijn gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen, monitort dit niet alleen intern op naleving maar laat ook externe audits of onderzoeken uitvoeren hiernaar. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan de (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. En op dat gebied zijn enkele ontwikkelingen aanstaande. Europese Network and Information Security (NIS) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid.

In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldoen de NIS en daarmee ook de Wbni niet meer. Daarom wordt er nu gewerkt aan een opvolger: NIS2. Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: •

Strengere meldplicht

•

Zorgplicht: meer focus op preventie

•

Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden

•

Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders

•

Registratieplicht

De verwachting is dat zowel de NIS2 als Cyberbeveiligingswet in het derde kwartaal van 2025 van kracht worden. Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid en zal in de loop van 2025 vastgesteld worden.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 20 van 60

Naast de routekaart waarmee de komende jaren gewerkt wordt aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van de organisatie op het gebied van informatiebeveiliging & privacy en reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2. Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 een onevenredig beslag leggen op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 21 van 60

4.4 Produkten van dienstverlening BsGW heeft haar processen uitgedrukt in drie producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd. Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt.

Innen Het product Innen omvat het tijdig, volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig

afdragen

van de

ontvangsten, conform de

met

opdrachtgevers overeengekomen

afdrachtenprognoses. Intern kent BsGW nog twee ondersteunende afdelingen: -

Klantzaken

-

Ondersteuning & Ontwikkeling

Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht. Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van ICT, HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)-juridische aangelegenheden, Planning & Control, staf Control, algemeen management en directievoering.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 22 van 60

Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. De kosten van de activiteiten die vallen onder Ondersteuning & Ontwikkeling voldoen aan de definitie Overhead conform BBV: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overheadkosten van BsGW bedragen voor 2026 € 11.874.942,-.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 23 van 60

4.5 Paragrafen 4.5.1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een, bij de oprichting, bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385 duizend. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden.

Het aanhouden van een weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen. Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor

het

beleidsmatige

kader

wordt

verwezen

naar

de

‘Kadernota

risicomanagement

en

weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). De

risicoanalyse

wordt

elk

jaar

uitgevoerd

zodat

bepaald

kan

worden

of

het

gestorte

weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 7: Risicoanalyse. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 998 duizend miljoen. Het aanwezige weerstandsvermogen vóór bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 bedraagt € 1,570 miljoen. De ratio komt hiermee uit op 1,57.

Deze ratio valt buiten de bandbreedte van 0,8 en 1,4 waardoor er aanleiding bestaat het weerstandsvermogen aan te passen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 24 van 60

Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen

JR2022

JR2023

B2024

B2025

B2026

B2027

B2028

B2029

Netto schuldquote

-9,3%

1,6%

-11,2%

-10,6%

-10,3%

-9,9%

-9,5%

-9,5%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-9,3%

1,6%

-11,2%

-10,6%

-10,3%

-9,9%

-9,5%

-9,5%

Solvabiliteitsrisico

19,5%

-31,6%

29,8%

31,5%

32,5%

33,6%

33,6%

33,7%

Grondexploitatie

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Structurele exploitatieruimte

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Belastingcapaciteit

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020, looptijd 7 jaar, lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 4.5.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.

De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 4.5.4 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van investeringen kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegden verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 25 van 60

Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a.

Kasgeldlimiet

Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale bruto lasten (€ 29,8 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2026 uit op een bedrag van € 2,440 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2,440 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000,-

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4

Gem. netto vlottende schuld (1)

4.927

4.927

4.927

4.927

Kasgeldlimiet (2)

2.362

2.362

2.362

2.362

Ratio (1)/(2)

209%

209%

209%

209%

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. b.

Renterisiconorm

Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)

Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en wordt in zeven termijnen lineair afgelost, te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een marginale negatieve rente van toepassing tot en met 2027. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 26 van 60

Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 4.5.5 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van BsGW. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur beleidsvormend.

De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting. 4.5.6 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen. 4.5.7 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor BsGW. 4.5.8 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid, vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3.

actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden. Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 27 van 60

informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol overigens reeds in 2022 toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking De Woo verplicht bestuursorganen om op termijn de in de wet benoemde informatiecategorieën gefaseerd actief te publiceren. In 2022 is gestart met de implementatie van de actieve openbaarmaking conform de aanpak die landelijk wordt geadviseerd en gehanteerd (m.n. op initiatief van de VNG). Eind 2023 is gestart met de concrete uitwerking hiervan en de inrichting van het proces, zodat BsGW per tranche op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kan publiceren. Op 1 november 2024 is de eerste tranche in werking getreden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) biedt organisaties tijd en ruimte om het platform (verder) in te richten vóór de inwerkingtreding van de tweede tranche medio 2025.

Gelet op de vele ontwikkelingen en projecten binnen BsGW heeft het Dagelijks Bestuur ambitieniveau Basis vastgesteld voor de implementatie van de Woo. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van BZK. In 2026 draagt BsGW er dan ook zorg voor dat de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd. Via de Woo-index – als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties – worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis

van

een

op

te

stellen

meerjarenplan

moeten

maatregelen

worden

genomen

om

informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2023 heeft BsGW hier verder uitvoering aan gegeven in combinatie met de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. In 2026 zal BsGW doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen i.c.m. de realisatie van het in 2024 vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. Onderdeel hiervan is en blijft het creëren van bewustwording bij medewerkers en – voor zover van toepassing – het trainen van medewerkers in andere werkwijzen. Daarnaast maakt de (door)ontwikkeling van het documentmanagementsysteem (DMS) hier onderdeel van uit.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 28 van 60

5. Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten

Realisatie

Begroting KVM

Begroting KVM

Maatwerk totaal

Begroting BsGW totaal

2024

2025

2026

2026

2026

2027

2028

2029

2030

Personeelskosten

0

17.362

18.247

248

18.495

19.287

20.271

21.304

22.391

Huisvestingkosten

0

919

951

0

951

983

1.016

1.051

1.087

Afschrijvingkosten

0

357

57

0

57

59

61

63

65

ICT-kosten

0

2.972

3.384

40

3.424

3.540

3.660

3.785

3.913

drukwerk

0

12

13

0

13

13

14

14

15

print/kopieerwerk

0

187

194

11

204

211

218

226

233

porti

0

610

631

0

631

653

675

698

721

telefonie/datacommunicatie

0

27

28

0

28

29

30

31

32

kosten brongegevens

0

406

316

104

420

434

449

464

480

operationele kosten

0

118

122

0

122

126

131

135

140

Overige operationele kosten

0

1.361

1.304

114

1.418

1.466

1.516

1.568

1.621

Diensten door derden

0

1.015

1.050

0

1.050

1.086

1.123

1.161

1.200

Kostenvergoeding bezwaar en beroep

0

3.506

3.625

0

3.625

3.748

3.876

4.007

4.144

Overige operationele kosten

0

5.882

5.979

114

6.093

6.300

6.514

6.736

6.965

algemene kosten

0

609

630

0

630

651

673

696

720

onvoorzien

0

365

424

0

424

439

453

469

485

Algemene kosten

0

974

1.054

0

1.054

1.089

1.127

1.165

1.204

bankkosten

0

290

300

0

300

310

321

331

343

rentekosten

0

7

8

0

8

8

8

9

9

Bank- en rentekosten

0

297

308

0

308

318

329

340

352

Toevoegingen aan voorzieningen

0

555

375

0

375

375

375

375

375

Totale lasten

0

29.319

30.353

402

30.756

31.951

33.353

34.819

36.352

-800

-1.000

0

-1.000

-1.200

0

0

0

0

-1.300

-1.300

-1.300

0

28.519

29.353

402

29.756

30.751

32.053

33.519

35.052

Renteopbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totale baten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

0 0

28.519 0

29.353 0

402 0

29.756 0

30.751 0

32.053 0

33.519 0

35.052 0

Totaal bijdragen

0

28.587

29.353

402

29.756

30.751

32.053

33.519

35.052

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

0

68

0

0

0

0

0

0

0

0

68

0

0

0

0

0

0

0

Bedragen x € 1.000

Meerjarenperspectief

Lasten

Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten

Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP

De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 5.2 Effect Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode Ten opzichte van voorgaande begrotingen, kent BsGW vanaf 2025 maatwerk-producten. Daarnaast treedt de nieuwe kostenverdeelmethode vanaf 2025 in werking. Het Harmonisatietraject, dat samen met de deelnemers is uitgevoerd, heeft geresulteerd in de volgende onderverdeling van de verschillende producten die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning: -

voorkeursvarianten, waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten;

-

maatwerkvarianten;

-

externe heffingen.

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 29 van 60

Vanaf 2024 worden de laatste twee categorieën voortaan via een separaat offerte- en factureringstraject in rekening gebracht bij de betreffende deelnemers. De kosten voor de reguliere belastingsoorten, de voorkeursvarianten, worden via de nieuwe, vastgestelde kostenverdeelmethode bij de deelnemers in rekening gebracht (AB 25-1-2024). De nieuwe KVM treedt per 1 januari 2025 in werking. In onderstaande tabel wordt dit financieel weergegeven: Realisatie

Begroting KVM

Begroting KVM

Maatwerk intern

Maatwerk extern

Maatwerk totaal

Begroting BsGW totaal

2024

2025

2026

2026

2026

2026

2026

Personeelskosten

0

17.362

18.247

248

0

248

18.495

Huisvestingkosten

0

919

951

0

0

0

951

Afschrijvingkosten

0

357

57

0

0

0

57

ICT-kosten

0

2.972

3.384

0

40

40

3.424

Overige operationele kosten

0

1.361

1.304

114

0

114

1.418

Diensten door derden

0

1.015

1.050

0

0

0

1.050

Kostenvergoeding bezwaar en beroep

0

3.506

3.625

0

0

0

3.625

Overige operationele kosten

0

5.882

5.979

114

0

114

6.093

algemene kosten

0

609

630

0

0

0

630

onvoorzien

0

365

424

0

0

0

424

Algemene kosten

0

974

1.054

0

0

0

1.054

bankkosten

0

290

300

0

0

0

300

rentekosten

0

7

8

0

0

0

8

Bank- en rentekosten

0

297

308

0

0

0

308

Toevoegingen aan voorzieningen

0

555

375

0

0

0

375

Totale lasten

0

29.319

30.353

362

40

402

30.756

-800

-1.000

0

-1.000

0

0

0

0

0

28.519

29.353

362

40

402

29.756

Renteopbrengsten

0

0

0

0

0

0

0

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

0

0

0

0

0

0

0

Totale baten

0

0

0

0

0

0

0

Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

0 0

28.519 0

29.353 0

362 0

40 0

402 0

29.756 0

Totaal bijdragen

0

28.587

29.353

362

40

402

29.756

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

0

68

0

0

0

0

0

0

68

0

0

0

0

0

Bedragen x € 1.000

Lasten

Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Baten

Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP

Uitgangspunt voor de begroting is de vastgestelde reguliere begroting 2025. Na verwerking van de indexering, de lagere storting in de bestemmingsreserve AHA en eventuele wijzigingen voor wat betreft het maatwerk, resulteert dit in de begroting voor de reguliere werkzaamheden voor 2026. Deze kosten worden via de nieuwe KVM doorbelast aan de deelnemers van BsGW via de reguliere bijdragen. De kosten voor de maatwerkvarianten en de externe heffingen, die voorheen deels onderdeel uitmaakten van de reguliere begroting BsGW, worden separaat geoffreerd en gefactureerd. De reguliere begroting plus het maatwerk vormen samen de totale begroting BsGW voor 2026. Naast bovengenoemde kosten voor maatwerk en externe vorderingen, worden er voor deze producten ook extra, externe (ICT-)kosten gemaakt aangezien deze niet-reguliere processen niet worden

Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030

pagina 30 van 60

ondersteund door de verschillende pakketten en systemen van BsGW. Deze kosten zijn ook apart zichtbaar gemaakt in bovenstaande tabel. Het totaal hiervan is separaat geoffreerd en wordt ook separaat gefactureerd aan de desbetreffende deelnemers. 5.3 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Voor 2026 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 5,1%. Tevens is er nog steeds sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig anticiperen. BsGW heeft daarom geïnvesteerd in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships, als investering in de nabije toekomst. Daarnaast worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw gevolgd. Indexering goederen en diensten Voor 2026 is uitgegaan van een kosteninflatie van 3,4% ten opzichte van 2025. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak en beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom blijven(d) investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. De afschrijvingskosten van BsGW hadden voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICTen organisatieontwikkelingsprojecten.

Sinds BsGW is overgestapt naar SaaS-oplossingen voor wat betreft de belasting-, waarderings- en overige applicaties en de hosting (project AHA), zal hier (nagenoeg) geen sprake meer van zijn. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentieen abonnementskosten. In de voorliggende begroting is daarom een bedrag van € 300 duizend overgeheveld naar ICT-kosten. De resterende kosten hebben voornamelijk betrekking op de jaarlijkse afschrijvingen van geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware. ICT-kosten Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving bestaan ICT-kosten voornamelijk uit jaarlijkse licentieen abonnementskosten plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en -beheer. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 – het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch in de meerjarenraming opgenomen. Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie, waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging staat in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG, BGT en de WOZ. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=07915f04-5b2c-4ac0-a362-ebbacf77242e