Agendabundel
Tekst van het document
Raadsbesluit: Onroerendezaakbelastingen 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2022" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit. 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden) en fractie SP (3 raadsleden) worden geacht te hebben tegengestemd.
Raadsbesluit: Afvalstoffenheffing 1. In te trekken de "verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021" vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022;
Uitslag, aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden) en fractie SP (3 raadsleden) worden geacht te hebben tegengestemd.
Raadsbesluit: Rioolrechten 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2021vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2022" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden) en fractie SP (3 raadsleden) worden geacht te hebben tegengestemd.
Raadsbesluit: Hondenbelasting 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2021 vastgesteld d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2022" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden), fractie SP (3 raadsleden) en fractie Ouderenpartij Kerkrade (1 raadslid) worden geacht te hebben tegengestemd.
Raadsbesluit: Parkeerbelasting 1. In te trekken de gewijzigde verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2022" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden), fractie SP (3 raadsleden) en fractie Ouderenpartij Kerkrade (1 raadslid) worden geacht te hebben tegengestemd.
Raadsbesluit: Toeristenbelasting 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van
toeristenbelasting 2022 welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Raadsbesluit: Leges 1. In te trekken de verordening op de heffing en de invordering van leges 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020, inclusief de daarbij behorende tarieventabel. 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van leges 2022" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Raadsbesluit: Markteelden 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden en marktpromotiegelden gemeente Kerkrade 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden en marktpromotiegelden gemeente Kerkrade 2022" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Raadsbesluit: lijkbezorgingsrechten 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020, inclusief de daarbij behorende tarieventabel; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2022" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Raadsbesluit: Precariobelasting (gewijzigd n.a.v. amendement) 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020, gewijzigd 7 juli 2021,inclusief de daarbij behorende tarieventabel; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2022" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Raadsbesluit: Reclamebelasting (gewijzigd n.a.v. amendement) 1. In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020, gewijzigd 7 juli 2021; 2. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Raadsbesluit: Kwijtschelding 1. In te trekken de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2021 vastgesteld d.d. 16 december 2020; 2. Vast te stellen de volgende "Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2022" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; 3. Beide met ingang van 1 januari 2022; Uitslag: unaniem aangenomen
Naast de eerdere besluiten stelt de raad ook vast de "tarieventabel 2022" en de in de tarievennota opgenomen bijlagen bestaande uit het "Aanwijzingsbesluit Parkeren 2022 en de beleidsregels. Uitslag: unaniem aangenomen
o.2
Ontwerpbesluit inzake Terugkoppeling motie onderzoek communicatie
Stemverklaring: Raadsbesluit: 1. Optie I (uitzenden van de raads en/of commissievergadering op TV) NIET verder uit te werken; Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden), fractie SP (3 raadsleden) en fractie CDA (1 raadslid) worden geacht te hebben tegengestemd.
2. Optie II (uitzenden van de raads en/of commissievergadering via social media) WEL verder uit te werken; Uitslag: unaniem aangenomen
3. Optie III (aanvullend tv format rondom raadsvergaderingen) NIET verder uit te werken; Uitslag: aangenomen, fractie Lokaal Alternatief (3 raadsleden) en fractie SP (3 raadsleden) worden geacht te hebben tegengestemd.
4. Optie IV (raad(sleden) aan het woord) WEL verder uit te werken; Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden) en fractie Lokaal Alternatief (3 raadsleden) worden geacht te hebben tegengestemd.
5. Optie V (de raad naar buiten) WEL verder uit te werken. Uitslag: aangenomen, fractie Ons Kerkrade (4 raadsleden) wordt geacht te hebben tegengestemd. Schorsing van 20:34 tot 20:40 uur.
6.3 Ontwerpbesluit inzake nieuw budget ter beschikking stellen ten behoeve van de starterslening en het verhogen van de maximale koopsom en als gevolg hiervan het aanpassen van de "verordening Starterslening gemeente Kerkrade" Toezegging 64: wethouder Weijers zegt toe om de statersregeling na 1 jaar te evalueren. Stemverklaring: Raadsbesluit: I. in te stemmen om een nieuw budget van C 500.000,- ter beschikking te stellen voor de startersregeling in de vorm van een lening II. in te stemmen om de Provincie door middel van bijgevoegde briefte verzoeken om C 1.500.000,aan nieuwe trekkingsrechten toe te kennen aan de gemeente Kerkrade
III. in te stemmen met het verhogen van de maximale koopj/aanneemjsom van C 190.000,- naar C 245.000 (maximale leenbedrag wordt 049.000,-), en de "verordening Starterslening gemeente Kerkrade hierop aan te passen en tegelijkertijd te besluiten om de vigerende verordening in te trekken. Uitslag: aangenomen, fractie SP (3 raadsleden) wordt geacht te hebben tegengestemd. 6.4
Motie stemhulp
Motie ingediend door de fracties Lokaal Alternatief, Ons Kerkrade en SP: Constaterende: Dat uit onderzoek van de Universiteit Tilburg is gebleken dat burgers na het invullen van een stemhulp eerder geneigd zijn om te gaan stemmen en dus het opkomstpercentage positief beïnvloedt wordt; —
Dat het een hulpmiddel is voor met name de zwevende kiezer;
—
Dat de inrichting van een stemhulp, in dit geval "Mijn stem " zonder kosten mogelijk is.
Overwegende: ~
Dat een stemhulp aan partijen de kans biedt om diverse standpunten duidelijk naar voren te brengen;
-
Dat het in deze "vreemde" tijd vaak lastig is om bijeenkomsten te bezoeken of
~
Burgers ook onderwerpen kunnen aandragen;
-
Dat de voorbereidingen nu starten.
-
dat de stemhulp een bijdrage kan leveren aan de burgerbetrokkenheid;
~
dat de gemeente Kerkrade wil deelnemen aan "mijnstem".
buitenshuis informatie in te winnen over de standpunten van partijen;
Spreekt uit
En gaat over tot de orde van de dag. Verzoek tot hoofdelijke stemming door raadslid Mare Charlier. Stemverklaring: Dhr. Gorissen (PvdA): wil kort aangegeven dat ik tegen de motie ben in verband met het platform dat gekozen is, maar dat ik in het algemeen voor het gebruik van een stemwijzer ben dus dat is een verklaring voor mijn tegenstem maar dat heeft niets te maken met het nut van een stemwijzer maar alleen met dit platform. Hoofdelijke stemming: RAADSLEDEN Piefer, J.A.
Voor
Roland, J.
Voor
Rozema, J.
Voor
Szalata-Thomas, C.
Voor
Severins, J.A.
Tegen
Vinders, J. W.A.
Tegen
Wevers, A.C.
Voor
Wiertz, N.I.W.
Tegen
Boumans, P.H.M.
Tegen
Bremen-Munsters, E.C.C.J.
Voor
Charlier, M.H.A.
Voor
Drlessen, H.G.Ĵ.
Tegen
Drunen, M.M.L. van
Tegen
Essers, J.P.J.
Tegen
Geers, A.M.J.
Tegen
Gorissen, S.H.G.
Tegen
Gramsma, A.
Tegen
Groot, W.H.H. de
Tegen
Heijltjes, W.J.
Tegen
Horssen van, A.
afwezig
Housen, H.G.
Tegen
Jacobs, H.J.G.M.
Voor
Krasovec, N.
Voor
Laumann, M.A.K.J.
Voor
Mierden, P.G.J. van der
Tegen
Moberts-Lenzen, A.M.H.
Tegen
Oerlemans, B.H.J.J.
Tegen
Paas, J.P.M.
Tegen
Paul-Ubachs, C.E.
Tegen
Uitslag motie stemhulp: verworpen, 18 stemmen tegen, 10 stemmen voor.
6.4
Ontwerpbesluit inzake benoeming nieuw commissielid op verzoek van Lokaal Alternatief
Stemverklaring: Raadsbesluit: I. mw. R.M.H. Fischer te benoemen als lid van de commissie Burgers en Samenleving op voorstel van de fractie Lokaal Alternatief; II. dit besluit per datum van besluitvorming in werking te laten treden. Uitslag: unaniem aangenomen.
Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21:40 uur. Vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in de vergadering van 26 januari 2022.
De voorzitter,
De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen
mr. drs. D.G.M.G. Franssen
4 Ingekomen stukken 1 22it00200 ingekomen stukken raadsvergadering 26 januari 2022.pdf
\ KCVlCVClClc
Ingekomen stukken raadsvergadering 26 januari 2022, nr. 22it00200
Overige ingekomen post Datum plaatsing
Afzender
Onderwerp
14-01-2022
Advies
Burgemeesters Zuid-Limburg
Statement burgemeesters
Ter kennisname
coronamaatregelen; begrip voor signalen samenleving 14-01-2022
GGD Zuid-Limburg
Raadsinformatiebrief inzake Covid-19
11-01-2022
Ter kennisname
Ondersteuning strategisch team Reinaerde
toegankelijke en begrijpelijke
Ter kennisname
gemeenteraadsverkiezingen 2022 voor iedereen, dus ook voor mensen met een verstandelijke beperking
11-01-2022
Stadsregio Parkstad Limburg
Memo Einstein Telescoop
11-01-2022
Ter kennisname
college burgemeester en wethouders
Grondnota 2022
Ter kennisname
gemeente Kerkrade 11-01-2022
geanonimiseerd
Windenergie Parkstad Zuid
11-01-2022
Ter kennisname
Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning
programma AMO 2022
Ter kennisname
10-01-2022
GGD ZL en Stuurgroep Trendbreuk
Kansrijke Start Zuid-Limburg 2022
Ter kennisname
10-01-2022
Raden in Verzet
Voortgangsnotitie januari 2022
Ter kennisname
07-01-2022
Ondersteuning strategisch team Reinaerde
Oproep voor begrijpelijke
Ter kennisname
gemeenteraadsverkiezingen
07-01-2022
Omnibuzz
Planning 2022 voor gemeenteraden
Ter kennisname
05-01-2022
gemeente Lelystad
motie herijking gemeentefonds
Ter kennisname
05-01-2022
Shiva de Winter, Voorzitter
zwemlesonderwijs vrijgesteld wordt van
Ter kennisname
Nederlandse Stichting Water- Ä
de coronatoegangsbewijs controle
-------------------------------------------------- —
Zwemveiligheid
c K^CfìCT'CL(ļc
05-01-2022
U3 Ui-ZU22
2:5-12-2021
Ingekomen stukken raadsvergadering 26 januari 2022, nr. 22it00200
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
nieuwsledenbrief coronacrisis nr. 38
Ter kennisname Ter kennisname
Anita Hendriks-Berg, raadslid SP
Oproep tegen privatisering
gemeente Heerlen
ambulancedienst Zuid-Limburg
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dd 13-01-2022
Marga Houben
Gemeenten tekenen Intentieverklaring
ledenbrief inzake nazending extra ALV
Ter kennisname Ter kennisname
Digitale Gehandicaptenparkeerkaart 22-12-2021
geanonimiseerd
tegen windmolens en zonneweiden
ZZ-lZ-ZUzl
Ter kennisname
Jeugdhulp Zuid-Limburg
nieuwsbrief
22-12-2021
Ter kennisname
Ministerie van VWS
reactie nav motie borstonderzoek gemeente Kerkrade
Ter kennisname
22-12-2021
provincie Limburg
begroting 2022 gemeente Kerkrade
22-12-2021
Ter kennisname
WOZLWSP Parkstad
Raadsinformatiebrief inzake GR WOZL
Ter kennisname
en GR WSP Parkstad 22-12-2021
gemeente Hof van Twente
motie borstonderzoek
21-12-2021
Ter kennisname
geanonimiseerd
Het gedoe C02 en Stikstof
Ter kennisname
Klankstadfederatie
Koninklijke Nederlandse
Ter kennisname
21-12-2021
Muziekorganisatie omarmt het coalitieakkoord 21-12-2021
GGD Zuid-Limburg
GGD Zuid-Limburg Raadsinformatiebrief covid-19
Ter kennisname
17-12-2021
Gemeente Mill en Sint Hubert
Motie periodiek borstonderzoek
17-12-2021
Ter kennisname
Leden Stuurgroep Schone Lucht
Oproep om Schone Lucht Akkoord
Akkoord
Ter kennisname
mede te ondertekenen
Rd4
Verslag en bijlagen AB 20.10.2021 Rd4 Ter kennisname --------- --------------------- -------------
16-12-2021
Gemeen
Kerkrade Ingekomen stukken raadsvergadering 26 januari 2022, nr. 22it00200
15-12-2021
LLTB regio Zuid
brochure visie Zuid-Limburg
lb-12-2021
Ter kennisname
geanonimiseerd
overlast Theaterpassage
15-12-2021
Ter afhandeling college
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Ledenbrief 21/083: Versterking
Ter kennisname
gemeentelijke dienstverlening nav POK
Jeugdautoriteit
wat kan de Jeugdautoriteit voor uw
14-12-2021
Ter kennisname
gemeente betekenen 14-12-2021
BsGW
Bestuursrapportage 3e kwartaal 2021
Ter kennisname
zoals vastgesteld door bestuur van BsGW. 14-12-2021
Burgers Alliantie
grenzen van digitalisering
14-12-2021
Ter kennisname
geanonimiseerd
nieuw artikel De moordaanslag op een klimaatregelaar: het kappen van bossen.
Ter kennisname
08-12-2021
GGD Zuid-Limburg
Covid-19
07-12-2021
Ter kennisname
Stichting Elektrohypersensitiviteit
Gevolgen toenemende digitalisering
Ter kennisname
voor gezondheid en welzijn 07-12-2021
VNG
Ledenbrief belangrijke ontwikkelingen
Ter kennisname
positie raadsleden en wethouders 06-12-2021
Villa Pinedo
Aandacht voor aanpak kinderen van gescheiden ouders
Ter kennisname
06-12-2021
Gemeente Velsen
motie transitievisie warmte
06-12-2021
Ter kennisname
Het Vergeten Kind
Transformatie jeugdhulp in nieuwe
Ter kennisname
bestuursperiode 09-11-2021
Holding Stadion Kerkrade BV
Jaarrekening 2020
Ter kennisname
c Kerkraãe Ingekomen stukken raadsvergadering 26 januari 2022, nr. 22it00200 Raadsinformatiebrieven Datum plaatsing
Datum stuk
Onderwerp
12-01-2022
12-01-2022
draagvlakonderzoek voor versnelde aankoop particulier bezit Zonstraat
zo-lz-2021
23-12-2021
informatie aanpak jeugdoverlast Theaterpassage
22-12-2021
22-12-2021
aflossing schuld m.b.t. grondpercelen Kerkrade
----------------
22-12-2021
22-12-2021
13e raadsinformatiebrief corona
—
21-12-2021
21-12-2021
prestatieafspraken Samen aan de slag in Kerkrade jaarschijf 2022
16-12-2021
15-12-2021
Informatiebrief overleg cliëntenraad SWI over beleidsplan Inburgering en Evaluatie Armoede en Schulden
14-12-2021
14-12-2021
Jaarplan griffie 2022
10-12-2021
10-12-2021
1 oren van Gaia , zie ook persberichten
07-12-2021
06-12-2021
Actualiteiten vaccinatiecampagne Covid-19
---------------------------------- -----------
Vragen ex artikel 38 RvO Raad Datum vraag
Datum stuk
Onderwerp
13-01-2022
13-01-2022
SP: problemen rondom jaarrekening Roda JC BV
10-01-2022
10-01-2022
VVD Corona in Kerkrade
03-01-2022
03-01-2022
OK: Energielabel-C Kantoorpanden
30-12-2021
30-12-2021
OPK mogelijke realisatie van een hondenuitlaatplaats in het stadspark
08-12-2021
08-12-2021
OK zwemlessen basisschoolkinderen
11-01-2022
02-12-2021
02-12-2021
OK RIB 23.11.21 NoGo-Besluit Station Kerkrade-West
21-12-2021
Datum antwoord
Gemeen t Kerkrade Ingekomen stukken raadsvergadering 26 januari 2022, nr. 22it00200 17-11-2021
17-11-2021
OK Maatregelen Wateroverlast - Gebied Kerkrade/Eygelshoven".
15-11-2021
15-11-2021
SP ventilatie op scholen
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 26 januari 2022 De voorzitter van de raad,
dr. T.P. Dassen-Housen
De griffier,
drs. D.G.M.G. Franssen
15-12-2021 14-12-2021
5.1 Ontwerpbesluit inzake vaststellen Grondstoffenplan Rd4 2022-2026 1 21it04322 vaststellen van het Grondstoffenplan aanbiedingsbrief.pdf
İu 'ŃaöíP' üu
Agendapunt nr.:
^ ļ
Gemeente Kerkrade
Registratienummer:
CONCEPT
IIIIIIIIIIIIIUIIIIIIIIIIIIII Kerkrade, 19 januari 2022
Sector: Stad
I
Aanbiedingsbrief aan de raad.
Nr.: 21 İt04322 Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissing een ontwerpbesluit, nr. 21 Rb128, inzake het vaststellen van het Grondstoffenplan 2022-2026 aan. In de nota van toelichting, nr. 21 TH 08, die het ontwerpbesluit vergezelt, zijn de overwegingen en nadere gronden aangegeven waarop het ontwerpbesluit berust.
Het college,
De secretaris,
dr. T.P. Dassen-Housen
R.M.J.S. Stĩjns.
FSC
Papier van verantwoorde herkomst
FSC» C017488
Parkstad Limburg Gemeente Kerkrade maakt deel uit van Parkstad Limburg
1 21Rb128 vaststellen van het Grondstoffenplan ontwerpbesluit.pdf
Gemeente Kerkrade Conform ontwerpbesluit is besloten in de raadsvergadering d.d.
On twerpbesluît Nr.: 21 Rb128
De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, « Dat de Rijksoverheid via het programma 'Nederland Circulair in 2050' de ambitie heeft uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu; » Dat deze landelijke ambities vertaald moeten worden naar gemeentelijk beleid; » Dat de Rd4-gemeenten deze vertaling gezamenlijk voorbereid hebben en willen uitvoeren; » Dat de beleidstermijn van het 'Afvalbeheersplan 20í 4-2020' verstreken is; _______
kennis genomen hebbende van, » de nota van toelichting, nr.21TI108, behorende bij dit besluit; » de beraadslagingen in de Commissie Grondgebied en Economische Zaken d.d. 12 januari 2022
programma: Milieu, Afval gemeentelijk/regionaal beleidskader: vaststellen nieuw beleid wetsartikel: n.v.t.
Het Grondstoffenplan 2022-2026 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 26 januari 2022.
De voorzitter van de raad,
De griffier,
—'
dr. T.P. Dassen-Housen.
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
MIX
FSC
Papier van verantwoorde herkomst
FSC* C017488
Parkstad Limburg Gemeente Kerkrade maakt deel uit van Parkstad Limburg
1 21Tl108 vaststellen van het Grondstoffenplan nota van toelichting.docx
Nota van toelichting Nummer.: 21Tl108
Kerkrade, 19 januari 2022
Behorend bij ontwerpbesluit nummer 21Rb128 Onderwerp Vaststellen Grondstoffenplan 2022-2026 Beslispunten 1. Het Grondstoffenplan 2022-2026 vaststellen Inleiding Voor u ligt het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’. Hierin wordt beschreven hoe de Rd4-gemeenten zich de komende jaren gaan inzetten om, vanuit de circulaire economie gedachte, steeds meer richting te geven aan het beheer van grondstoffen en afval. De Rijksoverheid heeft via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Deze wijziging naar een circulaire economie is niet alleen belangrijk om de milieudoelstellingen te behalen, maar heeft ook een financiële noodzaak. Bij gelijkblijvend beleid zullen in de komende jaren de kosten voor afvalverwerking flink stijgen. Door het nemen van maatregelen zorgen we ervoor dat deze kostenstijging in de toekomst zal worden afgevlakt. Het Grondstoffenplan is de opvolger van het ‘Afvalinzamelplan 2004-2014’ en het ‘Afvalbeheersplan 2014-2020.’ Afval is geen afval meer maar een grondstof voor nieuwe producten. De komende jaren zal blijvend worden ingezet op een verdere toename van de inzameling van schone grondstoffen waarbij het voorkómen van afval nadrukkelijk aandacht krijgt.
Hiermee wordt een weg ingeslagen in de richting van een duurzamere en afvalvrije gemeente in 2050. Doelstelling Het vaststellen van het Grondstoffenplan 2022-2026. Argumenten Evaluatie voorgaande beleid In hoofdstuk 4 van het Grondstoffenplan wordt een terugblik en evaluatie gegeven over de jaren 20042020. Landelijke ambitie was om in 2020 te komen tot een scheidingspercentage van 75% en 100 kg aan (fijn en grof) restafval per inwoner per jaar. De gestelde ambitie is onhaalbaar gebleken, het Nederlands gemiddeld ligt in 2020 op 185 kg aan restafval per inwoner. Door het binnen de Rd4gemeenten gevoerde beleid is de hoeveelheid (fijn en grof) restafval gedaald van 334 kg per Rd4inwoner in 2004 naar 147 kg per Rd4-inwoner in 2019. Het scheidings-percentage is in diezelfde periode gestegen van 49% naar 72%. De inzamelkosten zijn met €47,00 per Rd4-inwoner afgenomen. Met deze resultaten presteren de Rd4-gemeenten bij de top 25% van Nederland op het gebied van kosten, scheidings-resultaat en dienstverlening. Grondstoffenplan Het Grondstoffenplan is tot stand gekomen in nauw overleg tussen Rd4 en de beleidsambtenaren van de gemeenten. Ook zijn burgers en raadsleden gevraagd om mee te denken. In totaal hebben 25.000 1
inwoners deelgenomen aan 2 enquêtes. Ook is er een enquête gehouden onder de raadsleden en hebben zij hun standpunten kunnen inbrengen tijdens de Afvalconferentie bij Rd4 op 7 oktober. Doel van het Grondstoffenplan is om in 2026 te komen tot: • Afvalscheidingspercentage van 80% • Gemiddeld aanbod per inwoner van 100 kg restafval (fijn en grof).
Om dit te behalen zijn geen grootschalige wijzigingen in het inzamelsysteem voorzien. Wel worden bestaande structuren verbeterd of aangevuld om meer en schonere grondstoffen te verkrijgen. Het Grondstoffenplan zet dus in op minder afval maar vooral ook op meer én schonere herbruikbare grondstoffen. Naast de kwantiteit gaat de kwaliteit een nog grotere rol spelen in de toekomst. Uitvoeringsprogramma Grondstoffenplan In hoofdstuk 6 is het uitvoeringsprogramma beschreven. Er zijn een viertal thema’s benoemd die nader zijn uitgewerkt in actiepunten. THEMA 1 Iedereen doet mee. Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden. THEMA 2 Duurzame dienstverlening en voorzieningen We sturen op meer service op de inzameling van afzonderlijke grondstoffen. THEMA 3 Kostenbeheersing Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing. THEMA 4 Schone buurt Grondstoffenbeleid en een schone openbare ruimte gaan hand in hand. De 17 actiepunten richten zich op de sturing van beheersbare en toekomstbestendige afvalkosten, meer en schonere grondstoffen, verbetering van de service richting onze inwoners, het gerichter informeren en enthousiasmeren van de inwoners en daardoor betrokkenheid te behalen bij de doelstellingen rondom de circulaire economie. Kanttekeningen Niet van toepassing.
Financiën De verwerkingsprijzen van met name restafval zijn de laatste jaren flink gestegen onder andere door de ingevoerde verbrandingsbelasting. Daarbovenop komt mogelijk ook nog de aangekondigde CO2belasting. Het is dus van belang om afval zo goed mogelijk te scheiden zodat er zo min mogelijk restafval overblijft. Daarnaast is de verwerking van afval ook afhankelijk van de lopende contracten bij eindverwerkers, de beschikbare verwerkings-capaciteit en de fluctuaties in de grondstoffenmarkt. Bij gelijkblijvend beleid betekent dit dat de kosten voor afvalbeheer fors zullen toenemen. Door het Grondstoffenplan en het daaruit voortvloeiende Uitvoeringsprogramma kan deze kostenstijging gedeeltelijk worden omgebogen met naar schatting 1,4 miljoen euro (totaal voor alle Rd4-gemeenten) aan het eind van de planperiode. Zie onderstaande figuur.
2
De uitvoering van het Grondstoffenplan wordt meegenomen in de begrotingscyclus van Rd4 en komt daarmee terug in de Begroting en Jaarrekening Rd4. Communicatie Na vaststellen van het Grondstoffenplan zal hierover gecommuniceerd worden via de gemeentelijke kanalen (offline en online). Daarnaast wordt een statische informatie pagina aangemaakt op de website, waar het officiële document als download (toegankelijk PDF-document) staat en waar gericht doorverwezen wordt naar relevante informatie van Rd4. Rd4 is de autoriteit op het gebied van afval-/grondstoffeninzameling en –verwerking, daarom zal de gemeente voor verdere communicatie zoveel mogelijk ‘meeliften’ op de communicatiecampagne van Rd4 en met enige regelmaat berichten delen. Onze afdeling Communicatie legt hiervoor contact met de communicatieafdeling van Rd4. Waar nodig zal extra aandacht besteed worden aan onderwerpen die in het bijzonder van toepassing zijn op Kerkrade en waar mogelijk wordt de link gelegd naar Duurzaam Kerkrade zodat ‘kruisbestuiving’ tussen de onderwerpen kan plaatsvinden. Uitvoering Na vaststelling van het Grondstoffenplan door de Raad zal Rd4 hiervan op de hoogte worden gesteld middels bijgaande brief.
3
1 Grondstoffenplan 2022-2026 Gemeente Kerkrade.pdf
Grondstoffenplan 2022-2026
Grondstoffenplan van gemeente Kerkrade
Inhoudsopgave Samenvatting3 Leeswijzer5 Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan
7
Beleidskaders en ontwikkelingen
8
De weg naar circulair grondstoffenbeleid
14
Terugblik 2004-2020
18
Speerpunten van het nieuwe grondstoffenbeleid
36
Uitvoeringsprogramma42 Thema 1.
iedereen doet mee
46
Thema 2.
duurzame dienstverlening en voorziening
56
kostenbeheersing Thema 3.
64
schone buurt Thema 4.
68
Besluitvormingsproces, monitoring en financiële aspecten
72
Dit Grondstoffenplan is tot stand gekomen in samenwerking met onderstaande gemeenten en Reinigingsdiensten Rd4
Samenvatting Voor u ligt het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente zich de komende jaren gaat inzetten om, vanuit de circulaire economie gedachte, steeds meer richting te geven aan het beheer van grondstoffen en afval in onze gemeente. Dit doen we als gemeente niet alleen, maar in nauwe regionale samenwerking met alle Rd4-gemeenten en Rd4. Het Grondstoffenplan is het logische vervolg op het ‘Afvalinzamelplan 2004-2014’ en het ‘Afvalbeheersplan 2014-2020’. De komende jaren zal blijvend gestuurd worden op een verdere toename van de gescheiden inzameling van grondstoffen, daarnaast zal de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen en het voorkomen van afval nadrukkelijk aandacht krijgen. Hiermee wordt een weg ingeslagen in de richting van een duurzamere en zoveel mogelijk afvalvrije gemeente in 2050.
Het afval van vandaag is de grondstof van morgen!
De vorige afvalbeleidsplannen zorgden er voor dat de hoeveelheid restafval steeds verder daalde en dat de hoeveelheid grondstoffen toenam. Van 2004 tot en met 2020 is de hoeveelheid restafval (fijn en grof) met 187 kg per Rd4-inwoner afgenomen. Het scheidingspercentage is in die periode gestegen van 49% naar 72%. Dit resulteerde, als gevolg van de inkomsten uit grondstoffen en de gunstige verwerkingsprijs voor restafval, in totaliteit in een afname van de Rd4-kosten van €47,- per inwoner. Met deze resultaten presteren de Rd4-gemeenten binnen de top 25% van Nederland op het gebied van kosten, scheidingsresultaat en dienstverlening. Er is dus een enorme winst geboekt met het verminderen van de hoeveelheid restafval en de verbetering van afvalscheiding. Het Grondstoffenplan bouwt voort op dit succes, naar nog minder afval maar tevens ook meer én schonere herbruikbare afvalstromen uit het afval; grondstoffen dus! Naast de kwantiteit van de herbruikbare afvalstromen zal de kwaliteit van deze grondstoffen een nog grotere rol gaan spelen. Zeker nu de acceptatienormen op de afzetmarkt van grondstoffen steeds strenger worden en het aan te leveren product dus steeds schoner (zuiverder) zal moeten zijn.
De kaders voor deze transitie komen voort uit de wettelijke verplichtingen, de systeemkeuzes en maatregelen die eerder zijn gemaakt en voldoen, de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en de schaarste van grondstoffen en tot slot de uitkomsten van de inwoners- en raadsconsultatie. Vanuit die kaders is ook het doel gesteld van het Grondstoffenplan om in 2026 een afvalscheidingspercentage te bereiken van 80% met een gemiddeld aanbod van 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner. Een van de sleutels tot succes zal, net als in de voorgaande jaren, liggen in de betrokkenheid van de inwoners om een bijdrage te willen leveren aan deze doelstelling. In een wereld waar grondstoffen steeds schaarser worden moeten de inwoners het belang inzien van de gescheiden inzameling van schone grondstoffen uit afval. Inzet vanuit het Grondstoffenplan zal zijn om inwoners bewust te maken van het belang van schone grondstoffen en de eigen rol die zij daarbij kunnen hebben. Participatie vanuit inwoners is daartoe van grote waarde. Het verleden heeft bewezen dat de invoering van het diftar-systeem heeft geholpen bij de grote afname van de hoeveelheid restafval. Uit recente enquêtes onder inwoners en raadsleden is gebleken
Grondstoffenplan 2022-2026
3
dat het huidige systeem kan rekenen op de steun van de inwoners en raadsleden; al zien zij wel ruimte voor verbetering. Vandaar ook dat er met het Grondstoffenplan geen grootschalige wijzigingen in het inzamelsysteem zullen komen, maar dat bestaande structuren worden verbeterd of aangevuld vanuit de doelstelling om meer en schonere grondstoffen te verkrijgen. De kern van het nieuwe beleid is vooral gelegen in de gewijzigde benadering van de focus. Spraken we in de vorige beleidsplannen over afval; nu richten we ons geheel op grondstoffen. In onderstaande figuur wordt die transitie weergegeven: Inzamelmiddelen Tot 2004 alleen minicontainers, vanaf 2004 plaatsing ondergrondse systemen voor restafval
Uitbreiding van de ondergrondse restafvalsystemen BEST-tas PMD zakken
Ondergrondse systemen voor GFT en restafval toegankelijk Citybins voor GFT van 20 liter
Volumefrequentiesysteem 2010, restafval en GFT betaald (diftar) 2015 gratis GFT in diverse gemeenten
Vast tarief en betalen per restafvallediging GFT gratis m.u.v. E-M en Voerendaal
2013 invoering BEST-tas 2016 2-wekelijkse inzameling PMD 6x gratis naar het milieupark
Faciliteiten GFT bij hoog- en stapelbouw 4-wekelijkse inzameling restafval 2x gratis naar het milieupark grofvuil
Geen verandering in de inzamelmiddelen Uniform inzamel(middelen)beleid Doorontwikkeling naar BEST-tas++ Onderzoek naar service op maat
Systeem 1 Basistarief
de basis staat
Diftar blijft Kosten blijven beheerst Uniformiteit ledigingstarieven
Dienstverlening 2008 invoering Plastic Heroes inzameling Onbeperkt gratis naar het milieupark
2004
2010
2018
Focus verandering: van afval naar grondstof Grondstoffenparken en circulair ambachtscentrum Optimalisatie grondstoffen hoogbouw
2021
2026 Planperiode
Wat betekenen de eerder genoemde ambitie en bijbehorende speerpunten voor de inzameling van grond-/afvalstoffen? We gaan sturen op beheersbare en toekomstbestendige afvalkosten. We zetten in op verbetering van duurzaamheidsprestaties met betrekking tot meer en schonere grondstoffen. We streven naar verbetering van de service, waarbij het principe van ‘de gebruiker betaalt’ nader bekeken zal worden. En tot slot ligt er de uitdaging om de inwoners, naast nog meer, beter en/of gerichter te informeren en enthousiasmeren, ook betrokken te krijgen, te laten participeren bij de doelstellingen rondom de circulaire economie. Aan de hand van de onderstaande vier thema’s is het verdere uitvoeringsprogramma opgesteld met actiepunten voor de jaren 2022-2026:
THEMA 1
Iedereen doet mee Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden
THEMA 2 Duurzame dienstverlening en voorzieningen We sturen op meer service voor wat betreft de inzameling van afzonderlijke grondstoffen
4
THEMA 3
Kostenbeheersing Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing
THEMA 4
Schone buurt Grondstoffenbeleid en een schone openbare ruimte gaan hand in hand
Grondstoffenplan 2022-2026
Leeswijzer Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit Grondstoffenplan. In hoofdstuk 2 bespreken we de wettelijke uitgangspunten en ontwikkelingen die van belang zijn voor de komende jaren. De toekomstige uitdagingen en (markt)ontwikkelingen op weg naar een circulaire economie (2050) en de gevolgen voor het grondstoffenbeleid bespreken we in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 geven we een terugblik op de periode 2004-2020 en evalueren we de resultaten van het voorgaande beleid en de uitgevoerde maatregelen. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de inwoners- en raadsenquête besproken; wat vinden zij van het huidige systeem en wat moet er veranderen? Op basis hiervan zijn de speerpunten van het nieuwe beleid bepaald. In hoofdstuk 6 is de toekomstige aanpak met uitvoeringsmaatregelen en actiepunten met een tijdsplanning opgenomen. Waarna we het financiële kader in hoofdstuk 7 schetsen.
Grondstoffenplan 2022-2026
5
hoofdstuk 1
In het Afvalinzamelplan uit 2004 en zijn opvolger Afvalbeheersplan uit 2014 zijn doelstellingen op het gebied van hoeveelheid restafval en scheidingspercentages vastgelegd en zijn maatregelen opgesteld om deze doelstellingen te behalen. Deze maatregelen en doelstellingen zijn tot en met 2020 lokaal en regionaal opgepakt en uitgevoerd. Met het grotendeels afronden van de genoemde beleidsplannen is in 2021 gestart met het opstellen van een nieuw beleidskader: Grondstoffenplan 2022-2026. Hierin worden de doelstellingen en te nemen maatregelen in het kader van het grondstoffen- en afvalbeleid voor de komende vier jaar vastgelegd.
Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan De Rijksoverheid heeft via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Deze wijziging naar een circulaire economie is niet alleen belangrijk om de milieudoelstellingen te behalen, maar heeft tevens een financiële noodzaak. Bij gelijkblijvend beleid zullen in de komende jaren de kosten voor afvalverwerking flink stijgen. Door het nemen van maatregelen zorgen we ervoor dat deze kostenstijging in de toekomst zal worden afgevlakt. Vanuit het landelijke programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) is de ambitie gesteld om in 2025 maximaal 30 kg ongescheiden restafval per inwoner per jaar aan te bieden. De Rd4-gemeenten, net als vele andere Nederlandse gemeenten, zitten hier nog ver vanaf. Vanuit de rijksoverheid is deze ambitie aangepast met een realistisch tijdpad om 100 kg per inwoner te bereiken. Gezien de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, zoals meer thuiswerken en een verhoogd consumptiegedrag, vraagt deze doelstelling veel betrokkenheid en inzet van onze inwoners en aanpassing van het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid.
Naast de genoemde landelijke ambitie wordt de basis voor dit Grondstoffenplan ook gevormd vanuit de evaluatie van het afvalbeleid en uitvoering in periode 2004-2020 alsmede de in 2021 gehouden raads- en inwonersenquêtes. Het verkregen beeld van wat goed is, wat beter kan en welke wensen, ideeën en kansen er zijn leveren belangrijke bouwstenen voor het nieuwe Grondstoffenplan. Het Grondstoffenplan zet de koers uit op het gebied van inzameling en verwerking van grondstoffen en afval. De inzet is gericht op preventie van afval en inzameling van (schone) grondstoffen om deze vervolgens zo hoogwaardig mogelijk te verwerken. Deze focus draagt bij aan de totstandkoming van de circulaire economie waarin geen sprake meer is van afval. In het jaar 2026 is het doel om een afname van nagenoeg 50 kg restafval per inwoner te behalen ten opzichte van 2020, dit komt neer op 100 kg restafval per inwoner per jaar. Gelijktijdig wordt hiermee ingezet dat 80% van al het huishoudelijke afval gescheiden wordt. Om dit te bereiken wordt de focus nog meer dan van tevoren gericht op het verder optimaliseren van de inzameling van grondstoffen. Er zal gezocht worden naar oplossingen om inwoners in de gelegenheid te stellen grondstoffen zo eenvoudig mogelijk gescheiden aan te kunnen laten bieden. Om zodoende de aanwezigheid van vervuilende stoffen in de grondstofstromen tegen te gaan.
Met een positieve stimulans wordt getracht zowel de kwantiteit maar óók de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verhogen. Met het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’ wordt voortgebouwd op het reeds bereikte resultaat en wordt de visie en aanpak ten aanzien van het grondstoffen- en afvalbeleid verder uitgebreid.
Hoofdstuk 1. Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan
7
hoofdstuk 2
Beleidskaders en ontwikkelingen
Binnen de Europese Unie zijn kaders gesteld waaraan de lidstaten moeten voldoen: de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen. De circulaire economie is hierbij het uitgangspunt. Juist omdat Europa slechts in beperkte mate zelf beschikt over grondstoffen is het belangrijk op de langere termijn onafhankelijk te zijn. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergronden, de ontwikkelingen en de uitdagingen van een circulaire economie en het grondstoffenbeleid in de toekomst.
8
2.1 Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen Voordat we de landelijke kaders omtrent afvalbeleid bespreken is het goed om te vermelden dat in het toekomstige afvalbeleid ook rekening gehouden moet worden met de zogenaamde Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) van de VN in onderstaande figuur.
Figuur 2.1. Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen VN Deze 17 doelen zijn gesteld om van de wereld een betere plek te maken in 2030 en zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Zij zijn van 2016 tot 2030 van kracht en vervangen de millenniumdoelstellingen die eind 2015 zijn vervallen. De Rd4-gemeenten vinden het een meerwaarde om bij de verdere uitwerking van het afvalbeleid de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen als uitgangspunt te nemen. Met de resultaten van dit Grondstoffenplan wordt bijgedragen aan economische groei en duurzame werkgelegenheid in de regio. Door afval niet meer als afval te zien maar als grondstof, kan de circulaire economie worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Juist in een drukbevolkte regio als het Rd4-gebied moet er oog zijn voor een prettige en gezonde leefomgeving. Een duurzame inzamelmethodiek kan daar aan bijdragen. Zeker als inwoners bewust worden van hun eigen handelen en zelf enthousiast aan de slag gaan om herbruikbare grondstoffen apart te houden en/of te voorkomen dat er afval ontstaat, groeit het gezamenlijke belang om te komen tot een circulaire economie. Afval is grondstof voor nieuwe producten en duurzame energie. Door daar op in te zetten haken de Rd4-gemeenten aan bij de doelen 8, 9, 11, 12 en 17 en wordt het afval van vandaag de grondstof van morgen.
2.2 Landelijk kader De Europese afvalwetgeving is in Nederland opgenomen in de Wet Milieubeheer en het Landelijk Afvalbeheersplan (LAP). De Wet Milieubeheer verplicht gemeenten tot het verzorgen van de inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen. Deze zorgtaak komt voort uit het beschermen van de volksgezondheid en verplicht gemeenten om huishoudelijke afvalstoffen periodiek in te zamelen. Hierbij geldt de verplichting dat GFT-afval in ieder
Hoofdstuk 2. Beleidskaders en ontwikkelingen
9
geval gescheiden ingezameld moet worden. Vanaf 1 juli 2020 dient tevens papier, metaal, kunststof verpakkingsmateriaal, glas en elektronische apparatuur gescheiden ingezameld te worden. Vanaf 2025 geldt deze verplichting ook voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen. De Rd4-gemeenten voldoen reeds aan deze eisen.
2.3 Landelijk Afvalbeheerplan 3 en uitvoeringsprogramma VANG Hoe er in Nederland met afval wordt omgegaan is beschreven in het Landelijke Afvalbeheersplan (LAP). Alle overheden zijn verplicht om bij alle besluiten in het kader van afvalbeheer rekening te houden met het LAP. Naast een algemeen beleidskader bestaat het LAP uit een aantal sectorplannen waarin het beleid voor verschillende afvalstromen nader is uitgewerkt. In het huidige LAP3 (looptijd van 2017 tot en met 2029) is de ambitie vastgelegd dat de hoeveelheid restafval in 2025 is afgenomen tot 30 kg per inwoner. Daarnaast heeft de overheid via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Het LAP3 kan dus gezien worden als een instrument voor de overgang naar een circulaire economie. Voor afvalstoffen is dit verwoord in het programma Van Afval Naar Grondstoffen (VANG). VANG heeft als doel het verminderen van de hoeveelheid restafval van huishoudens en vergelijkbaar afval van bedrijven en het verbeteren van de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen. De ambitie van dit programma was om in 2020 te komen tot 75% afvalscheiding en tot een maximaal percentage scheiding te komen in 2025.
Deze doelstelling voor afvalscheiding in 2020 is tevens geconcretiseerd in een hoeveelheid huishoudelijk restafval (fijn en grof huishoudelijk restafval) van maximaal 100 kg per inwoner per jaar, uitgaande van een totale hoeveelheid afval en grondstoffen van 400 kg per inwoner per jaar.* Kg per inwoner rest+grof
Kg per inwoner grondstoffen
Kg per inwoner totaal
Scheidingspercentage
2019
2020
2019
2020
2019
2020
2019
2020
Beekdaelen
128
135
395
426
524
561
75.5%
76.0%
Brunssum
143
151
346
376
489
527
70.8%
71.0%
Gulpen-Wittem
105
117
431
466
535
583
80.4%
79.9%
Eijsden-Magraten
123
136
434
486
556
621
77.9%
78.2%
Heerlen
149
158
318
347
467
505
68.1%
68.7%
Kerkrade
152
162
330
365
483
527
68.4%
69.3%
Landgraaf
131
140
345
375
476
515
72.6%
72.8%
Simpelveld
125
130
382
402
507
533
75.3%
75.5%
Vaals
129
140
360
385
489
527
73.6%
73.3%
Voerendaal
123
131
366
393
489
524
74.9%
75.0%
Rd4 (gemiddeld)
135
147
353
386
488
533
72.0%
72.4%
NL-gemiddelde
165
185
330
336
495
521
62%
62%
Figuur 2.2. Resultaten per gemeente * In tegenstelling tot voorgaande beleidsplannen wordt in het Grondstoffenplan rekening gehouden met een totale hoeveelheid restafval verdeeld als fijn en grof huishoudelijk afval. Deze beschrijving is ruimer, maar daarentegen wel duidelijker. Het omvat alle componenten van het huishoudelijk afval die uiteindelijk via de afvalverbrander verwerkt worden. Dus ook het restafval dat bij verwerking van grondstoffen als stoorstof verwijderd wordt. In de oude beleidsplannen werd enkel uitgegaan van de fractie fijn restafval, de niet herbruikbare afvalfractie in de
10
afvalcontainer of de afvalzak. Dit maakt dat de te behalen score van 100 kg nog iets verder verwijderd is van ons resultaat. In 2020 147 kg verdeeld over 120 kg fijn en 27 kg grof restafval.
Het halen van deze ambitie (gemiddeld voor heel Nederland) in 2020 is onhaalbaar gebleken. Het Nederlandse gemiddelde ligt in 2020 op 185 kg huishoudelijk restafval. Voor de Rd4-gemeenten komen wij uit op 135/147 kg fijn en grof restafval per inwoner in 2019 respectievelijk 2020** en een totale hoeveelheid afval en grondstoffen van 535 kg per inwoner per jaar. Het gemiddelde scheidingspercentage ligt nipt onder de doelstelling: 72%. Vanuit de rijksoverheid wordt op basis van de werkelijke resultaten van de afgelopen jaren een voorstel gedaan voor een realistisch tijdpad om deze gestelde 100 kg te bereiken.
2.4 Producentenverantwoordelijkheid In het kader van het verminderen van de hoeveelheid restafval speelt producentenverantwoordelijkheid een steeds belangrijkere rol. Producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten en importeurs (mede) verantwoordelijk worden voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn of worden gebracht. Daarnaast zal deze verantwoordelijkheid verduurzaming en duurzaam gebruik van producten verder stimuleren en zal het bijdragen tot de vernieuwing van de inzameling en recycling van afgedankte producten. Gemeenten hebben geen invloed op het ontwerp en de hoeveelheid consumptiegoederen en verpakkingen. Gemeenten zijn vooralsnog wel belast met de inzameling en verwerking van deze goederen ongeacht de waarde of schadelijkheid ervan. Vandaar ook dat het noodzakelijk is dat er voor gemeenten duidelijkheid komt waar ze gemeentelijke beleid invloed kunnen uitoefenen in de overgang naar de circulaire economie en hoe zij haar afvalkosten kan beheersen. Verdere landelijke afspraken met betrekking tot de uitbreiding van producentenverantwoordelijkheid en de hiermee samenhangende verwijderingskosten zullen hiertoe van groot belang zijn. Producentenverantwoordelijkheid geldt op dit moment voor elektrische en elektronische apparatuur, batterijen & accu’s, autowrakken, autobanden en alle consumentenverpakkingen.
Vanaf juli 2021 geldt bijvoorbeeld een statiegeldsysteem voor kleine kunststof drankverpakkingen gevolgd door een statiegeldsysteem voor blikjes met een (beoogde) startdatum op 1 januari 2023. Mogelijk zal in de nabije toekomst ook een producentenverantwoordelijkheid gaan gelden voor bijvoorbeeld luiers, textiel en matrassen.
2.5 Marktontwikkelingen De verwerkingsmarkt van grondstoffen is een mondiale markt en zeker niet beperkt tot Nederland. De verwerking van onze afvalstromen is afhankelijk van deze wereldmarkt. Keuzes en maatregelen in andere landen werken door op onze grondstofmarkten. Vonden onze gescheiden afval- en grondstoffen voorheen vrij eenvoudig hun verwerkingsmarkt in Azië, nu is dat niet meer zo eenvoudig. De export van gescheiden grondstofstromen is zeer beperkt als gevolg van hogere kwaliteitseisen. Het gaat dan voornamelijk om oud papier, kunststoffen en textiel. Het wegvallen van de goedkope optie om te exporteren, leidt tot een vergroot aanbod en hogere verwerkingstarieven. Mede hierdoor wordt de Europese en
** De toename in 2020 is het gevolg van de Covid-19-pandemie. Meer thuiswerken, sluiting van de horeca, opruimwoede, minder vakanties etc. hebben geleid tot een totale afval toename van 10%
11
Nederlandse markt gedwongen om zelf voldoende verwerkingscapaciteit binnen de EU, dan wel Nederland op te bouwen. Naast de ontwikkelingen op de verwerkingsmarkt is de markt van circulaire grondstoffen (denk bijvoorbeeld aan gerecyclede kunststoffen) de laatste jaren toegenomen. De vraag naar deze grondstoffen is echter nog laag en fossiele grondstoffen zijn vooralsnog goedkoper. Hierdoor kunnen momenteel circulaire grondstoffen nagenoeg niet concurreren met ‘virgin’ grondstoffen. De marktprijzen voor circulaire grondstoffen zijn medio 2021 dan ook laag. De verwachting is dat, met de verdere uitrol van de circulaire economie, deze marktprijzen in de toekomst zullen stijgen. Los van de landelijke scheidingsdoelstelling/-plicht, mag, kan en moet de hierboven genoemde constatering echter geen reden zijn om ons afval niet meer te scheiden. Gezien de (sterk) toenemende verwerkingsprijzen voor restafval zou niet scheiden van ons afval ook duur zijn. De hoge verwerkingsprijzen zijn mede het gevolg van landelijk beleid, in het bijzonder door het heffen van belastingen zoals de verbrandingsbelasting en de aangekondigde CO2 -belasting. In eerste instantie bedroeg de verbrandingsbelasting €13,- per ton. Dit bedrag is inmiddels gestegen naar €33,15 en de verwachting is dat deze stijging nog verder doorzet in de toekomst.
De doelstelling van de overheid hierbij is dat door het heffen van de verbrandingsbelasting de hoeveelheid restafval gaat afnemen.
12
Grondstoffenplan 2022-2026
Daarnaast is de prijs voor de verwerking afhankelijk van lopende contracten bij eindverwerkers en de beschikbare capaciteit. De samenstelling van restafval verandert doordat er steeds beter gescheiden wordt en dit is van invloed op de prijs, die hierdoor zal gaan stijgen. Een aspect waar de Limburgse gemeenten na 2023 rekening mee moeten houden als het huidige verwerkingscontract voor restafval en GFT-afval afloopt. Bovenstaande ontwikkelingen zullen er toe leiden dat bij gelijkblijvend beleid de kosten voor het afvalbeheer fors zullen toenemen (zie figuur 2.2).
Restafval en belastingen De kosten voor restafval en de afvalstoffenbelasting stijgen
Grondstoffen
Afvalstoffenheffing
De vergoedingen voor grondstoffen dalen
De totale kosten voor onze regio stijgen
Figuur 2.2. Ontwikkeling afvalbeheerskosten bij gelijk blijvend beleid
2.6 Technologische ontwikkelingen De transitie op het gebied van circulariteit wordt op meerdere gebieden verder ingezet. Zo blijven de Rd4-gemeenten de komende periode nauw contact houden met de industrie/chemie (bijv. Chemelot) op het gebied van (alternatieve) verwerking van afval-/grondstofstromen en zullen zij blijven participeren in proeftrajecten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eventuele beschikbare subsidiegelden. Verder volgen we nauwlettend proefprojecten/pilots in Nederland (bijvoorbeeld op het gebied van inzameling en verwerking van luiers). Indien mogelijkheden zich voordoen zullen deze, ook al zijn ze niet benoemd in dit plan, onderzocht worden en getoetst worden of ze kunnen bijdragen aan onze gestelde ambitie.
13
hoofdstuk 3
De weg naar circulair grondstoffenbeleid
De afgelopen 15 jaar is binnen de Rd4gemeenten, met het Afvalinzamelplan (2004-2014) en het Afvalbeheersplan (2014-2020), bewust gekozen voor het verminderen van de hoeveelheid restafval en het stimuleren van afvalscheiding. Het invoeren van het diftar-systeem in 2007-2011 was de eerste aanzet om te komen tot een forse afname van de hoeveelheid restafval. In de jaren erna is het inzamelsysteem verder verfijnd en is de prikkel tot scheiden verhoogd. Afval moest niet langer gezien worden als een afvalstof maar als een grondstof.
3.1 Van afvalbeheersplan naar Grondstoffenplan Anno 2020 zijn de doelstellingen vanuit de eerder genoemde beleidsplannen grotendeels uitgevoerd en behaald. Mede dankzij de inzet van de inwoners is de hoeveelheid restafval binnen de Rd4-gemeenten gedaald van gemiddeld 334 kg/inwoner in 2004 naar gemiddeld 135 kg/inwoner (2019) respectievelijk 147 in 2020*. Het scheidingspercentage is in dezelfde periode van 42% gestegen naar 72%. Ondanks dat afvalscheiding in de afgelopen jaren, over het algemeen, ‘normaal’ geworden is, ligt er nog een forse uitdaging voor ons. De landelijke ambitie was om middels de VANG-doelstellingen in 2020, 75% van de totale hoeveelheid afval die vrijkomt uit huishoudens te recyclen. Dit komt neer op 100 kg restafval (fijn en grof huishoudelijk restafval) per inwoner. Een ambitie die richting de nabije toekomst in 2025** ingeschat wordt op 90% afvalscheiding, oftewel 30 kg restafval per inwoner per jaar. Een zeer hoge ambitie die veel betrokkenheid en inzet van de inwoners vraagt, maar ook tot aanpassing van het gemeentelijke afvalbeleid. Om deze doelstelling te halen zal de koers van de afgelopen jaren vervolgd moeten worden waarbij nog meer nadruk zal komen te liggen op hergebruik van afval/ grondstoffen. In een volledige circulaire economie bestaat immers geen afval meer en staan productie, innovatie én hergebruik centraal.
Dit met als doel het hergebruik van producten en grondstoffen zoveel mogelijk te vergroten en waardevernietiging zoveel mogelijk te verkleinen. Bij een circulaire economie gaat het niet alleen om het milieu. Grondstofschaarste en het hieraan gerelateerde strategische belang voert op dit moment de boventoon. Hergebruik van grondstoffen uit afval biedt (regionale) kansen op het gebied van werkgelegenheid en innovatie. Gemeenten hebben een positie aan het einde van de gebruiksketen waarmee zij een belangrijke rol kunnen vervullen bij de ombuiging van ‘afval’ naar ‘grondstoffen’. Daarmee leveren zij een wezenlijke bijdrage aan hergebruik en de vermindering van CO2 -uitstoot. Het nieuwe afvalbeleid zal zich nog meer dan voorheen moeten focussen op het verkrijgen van waardevolle herbruikbare afvalstromen: grondstoffen. Het afval van vandaag is de grondstof van morgen, waarbij restafval bijzaak zal worden. Het is ons gezamenlijk doel om de mate van circulariteit van diverse stromen te verhogen. Om deze boodschap te versterken zullen we in de toekomst dan ook niet meer spreken over een Afvalbeheersplan maar over een Grondstoffenplan.
3.2 Uitdaging Het regionale Grondstoffenplan is het vervolg op eerdere afvalbeleidsplannen. Waren deze plannen vooral gericht op de aanpak om door systeemkeuzes, de hoeveelheid restafval te verminderen, richt het Grondstoffenplan zich voor de komende vijf jaar vooral op het verkrijgen van zoveel mogelijk schone herbruikbare grondstofcomponenten en het vergroten van de mate van circulariteit van grondstoffen/materialen. Gelijktijdig blijft er aandacht voor het verminderen van de totale hoeveelheid restafval alsmede de totale hoeveelheid afval als zodanig. In de Rd4-regio bedraagt de hoeveelheid (fijn en grof) restafval per inwoner * 2020: een jaar waarin door het Covid-19 virus de hoeveelheden afval/grondstoffen met 10% extra gestegen zijn (thuiswerken, sluiting horeca, opruimwoede, minder vakanties etc.). ** Landelijke ambitie is om in 2050 een economie te bereiken waarbij er geen sprake meer is van afval.
15
momenteel gemiddeld 147 kg, dat is ruim boven 100 kg; de landelijke ambitie voor het jaar 2020. Dat legt dan ook druk op de uitdaging van de Rd4-gemeenten om onderstaande doelen te bereiken:
2020 147 kg (fijn én grof) huishoudelijk restafval per jaar per inwoner 72% afvalscheiding
2026 100 kg (fijn én grof) huishoudelijk restafval per jaar per inwoner 80% afvalscheiding
2030 55 kg (fijn én grof) huishoudelijk restafval per jaar per inwoner 90% afvalscheiding
2050 Afvalloos
Fig 3.1 Tijdspad restafval vermindering in Rd4-regio. Voor de korte termijn (2026) richten we ons via het Grondstoffenplan op het behalen van maximaal 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner per jaar. Een eerste (maar wel een behoorlijke) stap in de richting van een circulaire economie en met de uitgangspunten van het Grondstoffenplan een realistisch doel. Dit met de ambitie om in 2030 90% afvalscheiding bereikt te hebben (er blijft dan 55 kg restafval per inwoner per jaar over) met als einddoel 2050, waarin gestreefd moet worden naar een volledig circulaire situatie waarbij er enkel nog grondstoffen zijn. De uitdaging zal niet alleen liggen in de vermindering van de hoeveelheid restafval. We zien op dit moment dat er binnen de gescheiden inzameling vervuiling is van de grondstoffen. Hierdoor komt de kwaliteit van de grondstoffen onder druk te staan met nadelige financiële en duurzame gevolgen. We kunnen er dan ook niet om heen om dit aspect in dit Grondstoffenplan te bespreken. Tot slot streven de Rd4-gemeenten naar een circulaire economie. Daarom willen we de uit afval verkregen grondstoffen zoveel mogelijk lokaal inzetten. Met als doel lokale kringlopen tot stand te brengen waarbij deze grondstoffen direct worden hergebruikt of worden verwerkt tot nieuwe grondstoffen en producten.
16
Grondstoffenplan 2022-2026
Hoofdstuk 3. De weg naar circulair grondstoffenbeleid
17
hoofdstuk 4
Terugblik 2004-2020
Alvorens toe te werken naar nieuwe beleidskaders is het goed om terug te kijken naar de stappen die in het verleden gezet zijn. Wat waren de doelen van het oude afvalbeleid en welke resultaten zijn er tot nu toe behaald?
4.1 Afvalinzamelplan en Afvalbeheersplan in vogelvlucht In 2000 is vanuit het oogpunt van efficiency en kostenbeheersing gestart met een optimalisatie van de afvalinzameling in de regio. In 2004 is besloten om via het regionale Afvalinzamelplan de hoeveelheid aangeboden huishoudelijk afval te verminderen. In eerste instantie is gewerkt aan de verbetering van de bedrijfsvoering en het weren van afval van buiten de regio. Ofschoon de hoeveelheid (rest)afval als gevolg van de doorgevoerde verbeteringen is afgenomen en het afval beter werd gescheiden, bleef een verdere daling van het afvalaanbod uit. De Rd4-gemeenten bleven de regio waar het meeste afval per inwoner werd aangeboden. Actie om de afvalhoeveelheden en de afvalbeheerskosten terug te dringen werd urgent. Na de vaststelling van het Afvalinzamelplan hebben de gemeenten tussen 2007 en 2011 het diftarsysteem ingevoerd en is gestart met de inzameling van verpakkingsplastic. De invoering van diftar heeft er in geresulteerd dat de gemiddelde hoeveelheid fijn en grof restafval binnen de Rd4gemeenten is afgenomen van bijna 334 kg in 2004 naar 205 kg per inwoner in 2013. Zie figuur 4.1. 80%
700
70%
600
60% 500
50% 400 40% 300 30%
200 20%
100
10%
0
0% 2004 Kilogram per inwoner gescheiden
2008
2013 Kilogram per inwoner rest + grof
2019 Kosten Rd4 per aansluiting
*2020 Scheidingspercentage
Figuur 4.1. Afvalscheidingsresultaat en kosten In 2014 is op basis van het Afvalbeheersplan de druk op het verminderen van restafval verhoogd door het tarief voor de lediging van restafvalcontainers te verhogen. De veronderstelling was dat door de kosten voor restafval te verhogen het scheiden van afval zou verbeteren. Aangezien GFT-afval een nogal groot aandeel had in het restafval (50%) is het tarief voor GFT-afval verlaagd naar nul euro (behoudens in de gemeente Eijsden-Margraten en Voerendaal). In 2015 is gestart met de gescheiden huis-aan-huis-inzameling van PMD-afval. Vanwege het succes van de PMD-inzameling is vanaf 2016 het scheiden van afval nog verder gepromoot om de hoeveelheid restafval verder te verlagen. De inzamelfrequentie van PMD-afval werd verhoogd naar één keer per veertien dagen terwijl restafval nog maar één keer per vier weken werd ingezameld (m.u.v. Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten). In 2018 is als slotstuk de GFT-inzameling * De toename in 2020 is het gevolg van de Covid-19-pandemie. Meer thuiswerken, sluiting van de horeca, opruimwoede, minder vakanties etc. hebben geleidt tot een totale afval toename van 10%.
19
opnieuw bij alle hoog- en stapelbouw ingevoerd. Daarnaast zijn op strategische plekken ondergrondse restafvalcontainers bijgeplaatst als extra mogelijkheid voor alle inwoners om restafval in te deponeren, dit als aanvulling op hun eigen afvalcontainer of als vervanger daarvan. Het resultaat van al deze beleidsaanpassingen maar zeker ook de medewerking van onze inwoners heeft er toe geleid dat de hoeveelheid restafval nog verder is gedaald. In 2019 werd gemiddeld per Rd4-inwoner 135 kg restafval (fijn en grof) ingezameld. Het scheidingspercentage steeg verder naar 72%. In figuur 4.1 is het resultaat van de afgelopen 16 jaar weergegeven. Het is goed te zien dat in de periode 2004-2020 de kosten van de inzameling (kosten Rd4 per aansluiting) gedaald zijn van €222,38 naar €175,23. Een daling van bijna 50 euro. Concluderend: alle (beleids)inspanningen hebben gezorgd voor minder afval, een hoger scheidingspercentage en lagere inzamelkosten.
20
Grondstoffenplan 2022-2026
4.2 Doelstellingen voorgaande afvalbeleidsplannen In onderstaand figuur wordt kort aangegeven wat de hoofddoelstellingen van de voorgaande afvalbeleidsplannen (periode 2004-2020) waren en de resultaten die zijn bereikt. Afvalinzamelplan (2004-2014) Doelstelling
Resultaat
Uniformering afvalinzamelmiddelen
Rd4-breed gerealiseerd
Tarief ophalen grofvuil aan huis
Van toepassing in elke gemeente
Vermindering gratis bezoeken milieupark naar 6 en invoeren bezoekerstarief
Doorgevoerd in alle gemeenten
Afbouw GFT-inzameling bij hoogbouw
GFT-verzamelcontainers zijn verwijderd
Bechippen van minicontainers
Alle containers zijn bechipt
Afvalbeheersplan STAP 1 (2014) Doelstelling
Resultaat
Bronscheiding minimaal 65%
64%
Maximum restafval per inwoner: 140 kg
160 kg
Reductie CO 2 : 25%
28-32%
Lagere verwerkingskosten (-50%)
-60%
Daling van de kosten per aansluiting met €10,-