CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemene Zaken en Middelen 11 januari 2021, gemeente Kerkrade30.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Met vriendelijke groet, Bert Bejas, Wethouder Financiën

Postbus 600 6460 AP Kerkrade Telefoon 045 – 567 67 67 Telefax 045 – 567 63 95

Huub Wiermans, Wethouder Centrummanagement

E-mail gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G 3

7 Ontwerpbesluit inzake bekrachtiging van de door de burgemeester op 21 december 2020 uitgevaardigde "Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2" 1 Behandelbrief.docx

B E H A N D E L B R I E F

Registratienummer: CONCEPT CONCEPT Het Presidium van de gemeente Kerkrade, handelend met mandaat van de gemeenteraad – ex artikel 3a lid 1 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadcommissies ter voorbereiding van de vergaderingen van de raad der gemeente Kerkrade – stelt de hieronder gekozen commissie(s) voor om in de openbaarheid te doen behandelen, het onderwerp: Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2

Algemene informatie Dit onderwerp is toegekend aan de commissie:

Te behandelen d.d.:

Algemene Zaken en Middelen

11-1-2021

Aanleiding / toelichting Op 21 augustus 2020 heeft de burgemeester gebruik gemaakt van haar bevoegdheid ex artikel 176 Gemeentewet om ter beperking van gevaar voor personen een noodverordening uit te vaardigen. Deze noodverordening is op 21 december verlengd tot 1 april 2021.

Kader / afbakening Artikel 176 lid 3 Gemeentewet

Wijze van behandelen Doel:

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

1

B E H A N D E L B R I E F

Ter besluitvorming door de Raad

Aard van het onderwerp: Eigen/nieuw beleid

Vorm: Schriftelijke stukken:

reeds toegezonden

Mondelinge toelichting: Nee Presentatie: Nee Anders, namelijk:

Tijdsduur Tijdsduur Tijdsduur

0 minuten 0 minuten 0 minuten

Bestuurlijke verantwoordelijke(n) Burgemeester Dassen-Housen

Ambtenaren en externen Aanwezig zullen zijn: Externen:

Ambtenaren:

Bijlage(n) Aanbiedingsbrief Ontwerpbesluit Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

2

B E H A N D E L B R I E F

Nota van Toelichting Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2

Gemeente Kerkrade, afdeling Griffie Telefoonnummer: 045-5676767 Gemeentehuis@kerkrade.nl

Bezoekadres: Markt 1 6461 EB Kerkrade Postadres: Postbus 600 6460 AP Kerkrade

3

1 21it00101 noodverordening zinkgat Franciscanerstraat aanbiedingsbrief.docx

Agendapunt nr.:

Registratienummer:

CONCEPT CONCEPT

Sector: Bestuursdienst

Kerkrade, 5 januari 2021

Aanbiedingsbrief aan de raad. Nr.: 21it00101 Hierbij bieden wij u ter overweging en beslissing een ontwerpbesluit, nr. 21Rb002, inzake de bekrachtiging van de door mij op 21 december 2020 uitgevaardigde "Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2" aan. In de nota van toelichting, nr. 21Tl002, die het ontwerpbesluit vergezelt, zijn de overwegingen en nadere gronden aangegeven waarop het ontwerpbesluit berust.

Het college,

De loco-secretaris,

dr. T.P. Dassen-Housen

R. Stijns

1 21Rb002 noodverordening zinkgat Franciscanerstraat ontwerpbesluit.docx

Ontwerpbesluit Nr.: 21Rb002

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende,  de burgemeester op 21 december 2020 een noodverordening heeft uitgevaardigd, ex artikel 176 Gemeentewet, genaamd "Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2";  deze noodverordening strekt tot het beperken van gevaar inzake een zinkgat en wegverzakking gelegen vóór het pand met het adres Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C te Kerkrade, kadastraal bekend sectie G, nr. 3654 gemeente Kerkrade  de raad kan instemmen met de inhoud van de noodverordening.

kennis genomen hebbende van,  de nota van toelichting, nr. 21Tl002, behorende bij dit besluit;  de beraadslagingen in de Algemene Zaken en Middelen d.d. 11 januari 2021

gelet op,  wetsartikel: artikel 176 lid 3 Gemeentewet

besluit: I. de door de burgemeester uitgevaardigde "Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2", zoals bijgevoegd bij dit besluit, te bekrachtigen; II. het besluit op de gebruikelijke wijze te publiceren, onder meer in het Stadsjournaal

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 27 januari 2021.

De voorzitter van de raad,

dr. T.P. Dassen-Housen.

De griffier,

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

1 21Tl002 noodverordening zinkgat Franciscanerstraat nota van toelichting.docx

Nota van toelichting Nummer.:21Tl002

Kerkrade, 20 januari 2021

Behorend bij ontwerpbesluit nummer 21Rb002

Onderwerp Bekrachtiging "Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2" Beslispunten -

De door de burgemeester uitgevaardigde “Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2”, zoals bijgevoegd, te bekrachtigen. Het besluit op de gebruikelijke wijze te publiceren, onder meer in het Stadsjournaal.

Inleiding Op 23 juli 2020 is een zinkgat en wegverzakking geconstateerd voor het pand gelegen aan de Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C te Kerkrade. Op 24 juli 2020 is door de locoburgemeester een noodbevel ex artikel 175 van de Gemeentewet uitgevaardigd waarbij het eenieder is verboden het pand aan de Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C, inclusief de zich daar omheen bevindende ruimten, te betreden. Ter beperking van het gevaar voor personen wordt het in dit verband noodzakelijk geacht algemeen verbindende voorschriften te geven. Daarom heeft de burgemeester op 21 augustus 2020 gebruik gemaakt van haar bevoegdheid ex artikel 176 Gemeentewet om in het kader van de handhaving van de openbare orde en ter beperking van gevaar een noodverordening uit te vaardigen. Op 21 december 2020 heeft de burgemeester opnieuw gebruik gemaakt van haar bevoegdheid en de “Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2” uitgevaardigd. Dit is een verlenging van de noodverordening van 21 augustus 2020. Voor noodverordeningen geldt, dat zij in de eerstvolgende vergadering van de raad door deze dienen te worden bekrachtigd. Doelstelling Beperking van het gevaar voor personen die zich bevinden op het perceel van de Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C en in de aldaar aanwezige bouwwerken en objecten.

Argumenten Op 17 augustus 2020 heeft een bouwinspecteur van de gemeente Kerrkade een inspectie ter plekke uitgevoerd en een rapport van bevindingen opgesteld op 18 augustus 2020. Uit het rapport blijkt dat de kans groot is dat de grond onder de woning wegspelt met verzakking als gevolg. Daarmee ontstaat een aannemelijke kans op het bezwijken van de bouwconstructie van de woning. De rechterzijgevel van het pand vertoont scheurvorming en het is aannemelijk dat door een verzakking een ernstig gevaar ontstaat voor de gebruikers van de woning of gebruikers van het naastgelegen terrein (tuin). 1

Door de vele onduidelijke factoren, geconstateerde scheuren in de rechterzijgevel, de scheefstand van de tuinmuur en de algemene staat van het bouwwerk de kans groot is dat dit bij een verzakking een levensgevaarlijke situatie oplevert voor de gebruikers en overige aanwezigen van zowel de woning als een deel van de openbare weg voor de woning en de kans op bezwijken van de bouwconstructie aan de orde is. Dit gevaar is ondanks de reeds verrichte werkzaamheden nog niet geweken. Het risico zit op dit moment in het onderste gedeelte waar de voet van de schacht in het water staat en waar steenkoolwinning heeft plaatsgevonden. Naar schatting zijn nog 2 à 3 maanden nodig om dit risico weg te kunnen nemen. Financiën Er zijn voor de gemeente geen financiële consequenties verbonden aan de uitvaardiging en uitvoering van deze noodverordening. Kennisgeving aan Commissie Algemene Zaken en Middelen De wet schrijft voor dat de gemeenteraad de noodverordening bekrachtigt in de eerstvolgende vergadering. De verordening is als zodanig ook aan de orde gesteld in de onlangs gehouden vergadering van de raadscommissie voor Algemene Zaken en Middelen. Werkingsduur De noodverordening is van kracht tot en met 31 maart 2021.

2

1 2020-12-21 Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2.pdf

Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2 Besluit van de burgemeester van de gemeente Kerkrade (hierna: de burgemeester) houdende algemeen verbindende voorschriften die noodzakelijk zijn ter beperking van gevaar inzake een zinkgat en wegverzakking gelegen vóór het pand met het adres Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C te Kerkrade, kadastraal bekend sectie G, nr. 3654 gemeente Kerkrade. De burgemeester, gelet op artikel 176 van de Gemeentewet, overwegende:  dat op 24 juli 2020 door de locoburgemeester een noodbevel ex artikel 175 van de Gemeentewet is uitgevaardigd waarbij het eenieder wordt verboden het pand aan de Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C, inclusief de zich daar omheen bevindende ruimten, te betreden;  dat op 21 augustus 2020 door de burgemeester de Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade ex artikel 176 Gemeentewet is uitgevaardigd ter beperking van gevaar voor personen;  dat op 23 juli 2020 een zinkgat en wegverzakking zijn geconstateerd vóór het pand gelegen op het adres Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C te Kerkrade (hierna: de woning);  dat de bouwinspecteur van de gemeente Kerkrade op 18 augustus 2020 een rapport van bevindingen heeft opgesteld, met kenmerknummer 20it01003, van een inspectie ter plekke op 17 augustus 2020 waarin – kort weergegeven – is vastgesteld dat: de kans groot is dat grond onder de woning wegspoelt met

verzakking als gevolg en daarmee een aannemelijke kans ontstaat op het bezwijken van de bouwconstructie van de woning; de rechterzijgevel van het pand scheurvorming vertoont en het aannemelijk is dat door een verzakking een ernstig gevaar vormt voor de gebruikers van de woning of gebruikers van het naastgelegen terrein (tuin); door de vele onduidelijke factoren, geconstateerde scheuren in de rechterzijgevel, de scheefstand van de tuinmuur en de algemene staat van het bouwwerk de kans groot is dat dit bij een verzakking een levensgevaarlijke situatie oplevert voor de gebruikers en overige aanwezigen van zowel de woning als een deel van de openbare weg voor de woning en de kans op bezwijken van de bouwconstructie aan de orde is; dat op 20 augustus 2020 wordt begonnen met het boren van gaten bij het zinkgat, waarbij het van groot belang is dat de booremulsie die daarbij vrijkomt, op de juiste wijze wordt opgevangen om het risico te verkleinen op het wegspoelen van grond onder de fundering van de woning;  dat gelet op voornoemd rapport van bevindingen, het ontstane grindgat en de wegverzakking een ernstig en acuut gevaar, levensgevaar daaronder begrepen, oplevert voor personen die zich bevinden op het perceel, kadastraal bekend sectie G, nummer 3654 gemeente Kerkrade, en in de aldaar aanwezige bouwwerken en objecten;  dat op 17 december 2020 de projectleider van de gemeente

Kerkrade en bouwinspecteur beiden hebben aangegeven dat, ondanks de reeds verrichte werkzaamheden, het nog niet veilig is om het pand gelegen aan de Franciscanerstraat 6, 6A, 6B, 6C te gebruiken.  dat het risico op dit moment zit in het onderste gedeelte waar de voet van de schacht in het water staat en waar steenkoolwinning heeft plaatsgevonden;  dat er nog 2 à 3 maanden nodig zijn om dit risico weg te kunnen nemen;  dat ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een ramp als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet;  dat alles in het werk wordt gesteld om de ontstane gevaarlijke situatie te beëindigen, maar dat desalniettemin rekening moet worden gehouden met ernstig en acuut gevaar en dat thans nog onbekend is wanneer de maatregelen ter beëindiging van dat ernstig en acuut gevaar zijn voltooid;  dat het in dit verband noodzakelijk is ter beperking van het gevaar voor personen algemeen verbindende voorschriften te geven;

 

dat de maatregelen gelet op het ernstige en acute gevaar proportioneel zijn en minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn om dit gevaar te beëindigen of voldoende te beperken; dat een afweging heeft plaatsgevonden tussen de belangen van de eigenaar en gebruiker(s) van het perceel en de daarop aanwezige bouwwerken enerzijds en het algemeen belang anderzijds, waarbij het algemeen belang prevaleert; daarbij is in acht genomen dat het (levens) gevaar niet is beperkt tot de eigenaar en gebruikers, maar van toepassing is op eenieder die zich bevindt op het perceel of in de daar aanwezige bouwwerken en directe omgeving van de woning.

besluit het volgende vast te stellen: Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. het perceel: het perceel in de gemeente Kerkrade kadastraal aangeduid als: sectie G, nummer 3654 gemeente Kerkrade, inclusief alle op genoemd perceel aanwezige bouwwerken of andere objecten; b. het zinkgat: het zinkgat in de openbare weg van de Franciscanerstraat, gelegen vóór de voorgevel van het pand gelegen aan de Franciscanerstraat 6, 6A, 6B en 6C te Kerkrade met kadastrale aanduiding sectie G, nummer 3654 gemeente Kerkrade. c. de wegverzakking: de wegverzakking in de Franciscanerstraat te Kerkrade, ontstaan door het in artikel 1, onder b, genoemde zinkgat. Artikel 2. Werkingssfeer Deze noodverordening is van toepassing op het perceel in de gemeente Kerkrade kadastraal aangeduid als sectie G, nummer 3654 gemeente Kerkrade, inclusief alle op genoemd perceel aanwezige bouwwerken. Artikel 3. Noodmaatregelen 1. Het is eenieder verboden om het perceel, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, te betreden of zich aldaar te bevinden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, als bedoeld in artikel 8, tot het moment dat door of vanwege de burgemeester bekend is gemaakt dat het perceel weer is opengesteld. 2. De politie verzegelt de op het perceel aanwezige bouwwerken. 3.

Het is eenieder verboden om de verzegeling van de in lid 2 bedoelde verzegeling te verbreken tot het moment dat door of vanwege de burgemeester bekend is gemaakt dat het perceel weer is opengesteld. 4. De politie is bevoegd om het perceel te controleren. 5. De rechthebbende(n), bewoner of andere gebruiker van het perceel en de daarop aanwezige bouwwerken is verplicht – indien de omstandigheden zulks naar het oordeel van de burgemeester noodzakelijk maken – toe te staan dat werkzaamheden of maatregelen kunnen worden uitgevoerd, die redelijkerwijs nodig zijn in verband met het opheffen van het gevaar ontstaan door het zinkgat en/ of de wegverzakking. Artikel 4 Betreden en binnentreden Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de handhaving van de voorschriften zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last verstrekt het perceel en de daarop aanwezige bouwwerken desnoods tegen de wil van de eigenaar, bewoner(s) en/of gebruiker(s) te betreden, zulks voor zover het de woning betreft met inachtneming van het bepaalde bij de Algemene wet op het binnentreden. Artikel 5. Ontheffing De verboden, als bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid, gelden niet voor: a. hulpdiensten; b.

degenen die uit hoofde van hun functie als ambtenaar rechtsreeks betrokken zijn bij of door het bevoegde gezag uitdrukkelijk en schriftelijk zijn belast met het uitvoeren van werkzaamheden aangaande het zinkgat en/of de wegverzakking en de veiligheid op het perceel. Artikel 6. Aanwijzingen Alle aanwijzingen gegeven ter uitvoering van deze verordening, gegeven door daartoe bevoegde ambtenaren, dienen onmiddellijk en stipt te worden opgevolgd.

Artikel 7. Toezicht op naleving Met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast: a. ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering; b. de door de burgemeester aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 142, eerste lid onder a, van het Wetboek van Strafvordering; c. de door de burgemeester aangewezen toezichthouders. Artikel 8. Strafbepaling Het overtreden van enige bepaling van deze verordening wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie op grond van artikel 443 Wetboek van Strafrecht. Artikel 9. Inwerkingtreding en verval Deze verordening treedt onmiddellijk in werking na bekendmaking ervan en geldt tot en met 31 maart 2021. Artikel 10. citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Noodverordening zinkgat Franciscanerstraat Kerkrade 2”.

Vastgesteld op 21 december 2020 te Kerkrade De burgemeester van Kerkrade

Dr. T.P. Dassen-Housen

Deze verordening wordt op grond van artikel 176, tweede lid, van de Gemeentewet zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de gemeenteraad, de commissaris van de Koning in de provincie Limburg en het hoofd van het arrondissementsparket.

BIJLAGE 1: gebied waarop deze noodverordening van toepassing is.

1 Vragen en beantwoording inzake noodverordening.docx

Vragen inzake noodverordening Hoe ver gevorderd zijn de inspecties en onderzoeken? Kunnen deze onderzoeksresultaten gedeeld worden? Zijn er consequenties voor omliggende panden en omwonenden? Met vriendelijke groet, Jos Piefer SP Kerkrade (raadslid) Onderstaand een actualisatie van de stand van zaken: De sanering van DOM37 in de Franciscanerstraat vordert gestaag. Omdat in de periode september – december 2020 tegelijkertijd de saneringen van DOM33 en 34 in de Ursulastraat in uitvoering waren, is de aandacht verdeeld over de drie schachten. De uitvoerende aannemer had geen extra ploeg ter beschikking om op beide locaties tegelijkertijd te werken. Gedurende meerdere dagen, indien de werkzaamheden daarvoor aanleiding gaven, is een extra werknemer ingezet. Technisch gezien is het niet nadelig om in de beginfase de werkzaamheden gefaseerd uit te voeren omdat op deze wijze het geïnjecteerde cement verder kan uitharden (vorming stabielere massa) en hierdoor de kans op een verzakking kleiner wordt. In december 2020 zijn de saneringen van DOM33 en 34 geheel afgerond en is de Ursulastraat voor de kerstdagen weer opengesteld. De bouwplaats in de Ursulastraat is opgeruimd en naast de kerk is de bouwplaats opnieuw ingericht voor de verdere sanering van DOM37. Er staan twee silo’s op locatie omdat deze silo’s een ander vulmateriaal bevatten (dämmer en cement).

Afbeelding: Bouwplaats in de Franciscanerstraat

Bovenstaand een tekening (ook separaat bijgevoegd) met de situering van de schacht. In het rood omrande gedeelte (buitenste rechthoek) is de verwachting dat de schacht ca. 35 meter diep is. In de binnenste rechthoek (roze vlak) heeft de schacht een kleinere diameter en is de verwachting dat deze ca. 120 meter diep is. Aanname is dat bij het bereiken van het carboongesteente de diameter kleiner is om het graafwerk te beperken. De informatie is verkregen via het nader onderzoek. Er kan aanleiding zijn dit beeld tijdens de uitvoering bij te stellen op basis van de resultaten die verkregen worden. De twee bruine rechthoeken betreffen de rijgedeeltes van het veiligheidsplatform, met aan de buitenzijde een loopstrook (Laufsteg). De grijze delen links vormen de oprit naar het veiligheidsplatform. Plan van aanpak is om met de vier boringen, IB.1-4, de randen van de schacht te verstevigen door het injecteren van cement. Vervolgens in de tweede fase via een aantal boringen in het hart van de schacht de kern te injecteren. Hierdoor wordt de kans op verzakkingen verkleind en mocht er nog een verzakking optreden dan zijn in elk geval de randen verstevigd. Boring IB 1,2 en 3 zijn geplaatst tot ca. 40 meter minus maaiveld en aansluitend geïnjecteerd (per halve meter, van diep (circa 40 meter minus maaiveld) naar ondiep (ca. 8 meter minus maaiveld).

Elke boring is geplaats en afgewerkt met injectiebuizen en vervolgens is per stap met cement geïnjecteerd. Nadat een boring nagenoeg geheel is afgewerkt, is de volgende boring geplaatst. Tot op heden is in totaal ca. 150 ton materiaal “ingebouwd” bij de reeds geplaatste drie boringen. Donderdag 7 januari jl. is gestart met het plaatsen van boring IB4. Tegen de verwachting in is bij deze boring de schacht aangetroffen tot ca. 96 meter minus maaiveld. Op deze diepte is de boring beëindigd. Met de aanwezige boorstelling kon de boring niet verder worden doorgezet. De boring wordt aansluitend afgewerkt met injectiebuizen en als tweede stap zal gestart worden met het injecteren van cement vanaf de einddiepte van de boring naar boven. Over een groot deel van de boring is hout aangetroffen wat er op duidt dat een deel van de boring op de rand van de schacht staat. Er zijn tot heden geen verzakkingen meer waargenomen enkel zeer kleine zettingen met geen gevolgschade. Tot het moment dat er in het centrale deel van de schacht een boring is geplaats en deze over een groot deel van de lengte is geïnjecteerd met cement bestaat er een risico op een nieuwe verzakking. Op het moment dat een boring in het centrale deel is afgerond zal het risico afnemen en kan overwogen worden om de woning Franciscanerstraat nr. 6 weer vrij te geven voor gebruik als kantoor/woning.

De woningen Franciscanerstraat 6 en 8 worden regelmatig (elke werkdag) bezocht en er wordt gekeken of er zettingen of schades optreden en dan met name in de kelders van de woningen. Op dit moment is er nog geen definitief zicht op wanneer de sanering gereed is. Vooralsnog wordt er rekening mee gehouden dat de sanering in elk geval duurt tot medio juli 2021. De bewoners van de directe omgeving zijn in november geïnformeerd over de voortgang.

1 AK_DOM37 boorpunten IB 1-4.pdf

202910

202920

202930

202940

5

318350

tung

se

Lauf ste

66 2, m 2,12 m

! .

IB 4

! . ! .

IB 1

IB 3

6 - 6C

318340 Y:\GIS\2_Kleinprojekte\2020\Kerkrade_DOM_Sicherung\Arbeitskarten\AK_DOM37.mxd

g

IB 2

1,59 m

135 -145

! .

at

318340

tung s tr a s

Fran cisca ners tra

1,36 m

ze Le i

aslei

1,62 m

Auße ngre n

alte G

3,56 m

318350

5

8

0

5 202910

5,08 m

Plangrundlage: Kadastrale Kaart

10 Meter

Anlage zur E-Mail vom 18.12.2020 202920

202930

202940

1 Flyer DOM33, 34 en 37 voortgang sanering d.d. 16 november 2020.docx

Aan de bewoners van de Ursulastraat, Bleijerheiderstraat en Franciscanerstraat

In juni 2020 is de sanering gestart van de historische schachten DOM33 en 34 in de Ursulastraat. In juli 2020 is na het nader onderzoek bij DOM37 een verzakking opgetreden. In augustus is in samenhang met de sanering van DOM 33 en 34 ter de sanering van DOM37 gestart. In deze flyer kort de stand van zaken van de sanering van de drie schachten. Stand van zaken DOM34 in de Ursulastraat Afgelopen weken is nog een aanvullende boring geplaats aan de zuidzijde (tussen de schacht en de bloemenwinkel). Op deze plaats is de schacht niet aangetroffen waardoor ook deze zijde van de schacht duidelijk begrensd is. Met de laatste boring is de sanering van de schacht afgerond. In totaal zijn ca. 180 ton aan cement/dammer in de bodem geïnjecteerd. De locatie dient nog opgeruimd te worden en de straat herstelt. DOM33 Ursulastraat onder het Patronaat Komende week wordt of is er nog een boring geplaatst. Er zullen nog ca. twee weken nodig zijn om de laatste boringen volledig te injecteren. Verwachting is dat de sanering van DOM33 eind november geheel is afgerond. Er is dan nog een tot twee weken nodig om de bouwplaats op te ruimen en de straat weer geheel open te stellen. Ursulastraat – herinrichting

november 2020

De straat zal tijdelijk herstelt worden. Voor het derde kwartaal van 2021 is een gehele herinrichting van de Ursulastraat gepland. Hierover heeft u reeds informatie ontvangen. De exacte planning is afhankelijk van de voortgang van het project Super Local. Te zijner tijd ontvangt u hierover nadere informatie.

Busroute en halte Ursulastraat Zodra de sanering is afgerond zal de bushalte weer in gebruik worden genomen. DOM37 in de Franciscanerstraat DOM37 heeft op basis van de beschikbare histrionische informatie een diepte van ca. 120 meter. In de nacht van 22 naar 23 juli is een verzakking ontstaan na het afronden van het nader onderzoek. Direct na de verzakking is gestart met de eerste sanerende werkzaamheden. Nadien is na het ongeval en vrijgave van de locatie door de arbeidsinspectie een nieuw veiligheidsplatform gebouwd. Tot vandaag zijn twee boringen geplaatst in de rand van de schacht tot ca. 40-42 meter diep. Op deze diepte is het vast Carboon gesteente aangetroffen. In dit gedeelte is de schacht breder dan in de kern waar de verwachting is dat de schacht een diepte heeft van ca. 120 meter. Er is voor gekozen eerst de bovenzijde te stabiliseren en eerst dan een boring in de kern te plaatsen. Tot afgelopen week is in totaal meer dan 100 ton (cement en dammer) geïnjecteerd. De eerste inschatting is dat in totaal ca. 1000 ton

materiaal geïnjecteerd moet worden om een stabiele eindsituatie te bereiken.

2021. Dit heeft vooral te maken met de afmetingen van de schacht.

Planning Tot nu wordt er afwissellend gewerkt op de locatie DOM37 en DOM33/34. De sanering van de twee schachten in de Ursulastraat is nagenoeg afgerond waardoor er meer tijd beschikbaar is om DOM37 aan te pakken. De aannemer had in de afgelopen maanden geen extra mensen ter beschikking om met een tweede ploeg te werken.

Afval Afvalcontainers dienen op het einde van het afgezette vak te worden aangeboden.

De rustige opbouw van de sanering van DOM37 heeft het voordeel dat de geïnjecteerde cement of dammer meer tijd heeft gekregen om uit te harden wat de stabiliteit ten goede komt.

Meer informatie Achtergrondinformatie kunt u bekijken op www.limburg.nl/infopuntmijnbouw. Met specifieke vragen kunt u terecht bij de projectleider dhr. T. Stratermans of Caumo tijdens kantooruren te bereiken via 045-5676767 of via e-mail: gemeentehuis@kerkrade.nl.

Sinds de aanvang van de werkzaamheden in augustus is de put stabiel en hebben er geen nazakkingen plaatsgevonden.

Parkeren Binnen de afzetting kunnen geen auto’s worden geparkeerd.

Er kan op dit moment niet worden aangegeven Verspreidingsgebied: Ursulastraat 69-77 en 232-236, Bleijerheidestraat 140-166 en 131a-165 hoe lang de sanering nog zal duren echter er dient rekening mee gehouden te worden dat de Franciscanerstraat Franciscanerstraat 6 - 42A en 1 – 39. werkzaamheden voortduren tot zeker zomer C.C. wethouder Schneider

8 Ingekomen stukken en mededelingen 1 Ingekomen stukken AZM 11 januari 2021.docx

Raadscommissie Algemene Zaken en Middelen 11 januari 2021 Ingekomen stukken 1.

Ledenbrief d.d. 20 november 2020 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (20i0029942) inzake inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. De commissie wordt voorgesteld de ledenbrief voor kennisgeving aan te nemen.

2.

Schrijven d.d. 20 november 2020 van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 20i0028167) inzake voorbereiding op inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. De commissie wordt voorgesteld het schrijven voor kennisgeving aan te nemen.

3.

Ledenbrief d.d. 24 november 2020 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (20i0030622) inzake actuele ontwikkelingen coronacrisis. De commissie wordt voorgesteld de ledenbrief voor kennisgeving aan te nemen.

4.

Informatiebrief d.d. 30 november 2020 van burgemeester Dassen-Housen (20u0038884) inzake Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 en verantwoording GRIP 4. De commissie wordt verzocht de informatiebrief voor kennisgeving aan te nemen.

5.

Schrijven d.d. 30 november 2020 van de provincie Limburg (20i0028480) met oproep inzet voor cultuur van de ontvangen Rijksmiddelen voor cultuur. De commissie wordt verzocht de brief voor kennisgeving aan te nemen.

6. Ledenbrief d.d. 3 december 2020 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (20i0031193) inzake voorbereiding ALV 12 februari 2021. De commissie wordt voorgesteld de ledenbrief voor kennisgeving aan te nemen. 7.

Ledenbrief d.d. 3 december 2020 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (20i0031194) inzake data delen en open maken. De commissie wordt voorgesteld de ledenbrief voor kennisgeving aan te nemen.

8. Brief d.d. 11 december 2020 van Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (20i0030353) inzake coronacrisis: extra rijksmiddelen voor de lokale cultuur. De commissie wordt voorgesteld de brief voor kennisgeving aan te nemen.

8.1 Ledenbrief d.d. 20 november 2020 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (20i0029942) inzake inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. 1 20i0029942 Ledenbrief inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen COVID-19.pdf

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

20 november 2020 Kenmerk

COS/U202000944 Lbr. 20/082 Telefoon

070 3738393 Bijlage(n)

Onderwerp

Inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm)

Samenvatting Naar verwachting treedt de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) op 1 december a.s. in werking. Met oog op de inwerkingtreding en de veranderingen waar gemeenten mee te maken krijgen, stuur ik u hierbij een brief met bijlage van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Hierin wordt u geïnformeerd over de veranderingen die de Twm met zich meebrengt voor de totstandkoming van maatregelen, de verantwoordelijkheidsverdeling en de bestuurlijke verhoudingen. Daarnaast brengen wij een aantal instrumenten onder uw aandacht, die u kunt gebruiken bij de invulling van uw verantwoordelijkheden na de inwerkingtreding van de wet.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

Aan de leden

Datum

20 november 2020 Kenmerk

COS/U202000944 Lbr. 20/082 Telefoonnummer

070 3738393 Bijlage(n)

Onderwerp

Inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm)

Geacht college en gemeenteraad, Naar verwachting treedt de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) op 1 december a.s. in werking. Deze wet heeft als doel om de Coronamaatregelen een specifieke wettelijke basis te bieden en deze steviger democratisch te verankeren. De Tijdelijke wet kent een centrale sturing, maar sluit daarnaast aan bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties gelden, en voorziet in mogelijkheden voor lokaal maatwerk. De structuur van aanwijzingen en noodverordeningen maakt plaats voor ministeriële regelingen. Dit brengt een verandering in verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de burgemeester en de voorzitter van de veiligheidsregio’s met zich mee. Bevoegdheden op decentraal niveau komen in beginsel bij de burgemeester te liggen, met betrokkenheid van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders bij het door de burgemeester gevoerde bestuur. Het is van belang te benadrukken dat de fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt bepalend is voor de mate waarin lokaal maatwerk aan de orde kan zijn. Op dit moment is de situatie dusdanig ernstig dat uniforme maatregelen genomen zijn door het Rijk. De eerste ministeriële regeling voorziet dan ook niet in aanvullende ontheffingsmogelijkheden of bevoegdheden voor de burgemeester.

Met oog op de inwerkingtreding en de veranderingen waar gemeenten mee te maken krijgen, stuur ik u hierbij een brief met bijlage van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Hierin wordt u geïnformeerd over de veranderingen die de Twm met zich meebrengt voor de totstandkoming van maatregelen, de verantwoordelijkheidsverdeling en de bestuurlijke verhoudingen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

Om u daarnaast zoveel mogelijk te voorzien van nuttige instrumenten voor de inwerkingtreding van de wet, hebben wij de volgende instrumenten ontwikkeld: -

-

-

Voorbeeld-beleidskaders tijdelijke wet Covid-19 (een versie voor burgemeesters en een versie voor voorzitters veiligheidsregio’s). Deze voorbeeld-beleidskaders zijn opgesteld door de VNG en het secretariaat van het Veiligheidsberaad, in afstemming met het Rijk. De voorbeeld-beleidskaders geven richting aan de afwegingen die regionaal en lokaal gemaakt kunnen worden ten aanzien van de inwerkingtreding en implementatie van de wet en zijn opgesteld op verzoek van leden van het Veiligheidsberaad en de interbestuurlijke klankbordgroep. Een juridische handreiking Tijdelijke wet maatregelen Covid-19, in samenwerking met Pels Rijcken. Deze handreiking gaat in op de aanvullende bevoegdheden die de gemeente in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 krijgt. De handreiking bevat heldere en systematische toelichtingen, voorbeelden, aandachtspunten en overzichtelijke schema’s en formats. Er zijn vaakgestelde vragen en antwoorden te vinden op de VNG website. Er zijn in de week van 16 november twee webinars georganiseerd over de wet, in samenwerking met het ministerie van BZK en Pels Rijcken.

Al deze instrumenten kunt u vinden op: https://vng.nl/artikelen/tiideliike-wet-maatregelen-covid-19 Mocht u toch prangende vragen hebben, dan kunt u terecht bij de daarvoor speciaal ingerichte helpdesk. U kunt uw vragen sturen aan covid19@vng.nl. Deze worden door de VNG in samenwerking met het IFV Z LOT-C en de ministeries beantwoord. Ik hoop dat u de komende tijd baat hebt bij deze documenten en producten. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

8.2 Schrijven d.d. 20 november 2020 van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 20i0028167) inzake voorbereiding op inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 1 20i0028167 ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake voorbereiding op inwerkingtreding Twm Tijdelijke wet maatregelen Covid -19.pdf

Gemeente Kerkrede INGEKOMEN

2 3 NOV. 2020

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

No.:

www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk

Aan alle burgemeesters en de voorzitters van de veiligheidsregio's cc: de Kring van Commissarissen, Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Nederlandse Vereniging van Raadsleden, Wethoudersvereniging, de Vereniging van Gemeentesecretarissen en de Vereniging van Griffiers

Kenmerk

2020-0000655823 Uw kenmerk

llllllllllllllliwilllllllli Gescand nummer: 20İ0028167 Datum

20 november 2020

Betreft

Voorbereiding op inwerkingtreding Twm

Geachte burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio's, Het streven is erop gericht dat de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) op 1 december 2020 in werking treedt. De Twm heeft als doelstelling het creëren van een steviger democratische legitimatie van de maatregelen die nodig zijn voor de bestrijding van de epidemie en het bieden van een specifieke wettelijke basis voor maatregelen die grondrechten beperken. Ook biedt de Twm ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk, waardoor gerichte maatregelen per gebied kunnen worden getroffen en andere gebieden niet meer beperkingen ondervinden dan nodig is. Het uitgangspunt blijft: landelijk waar het moet, lokaal maatwerk waar het kan. Met deze brief informeren wij u over de veranderingen die de Twm met zich brengt voor de totstandkoming van maatregelen, verantwoordelijkheidsverdeling en bestuurlijke verhoudingen. In de bijlage bij deze brief treft u hiertoe een nadere toelichting op een aantal concrete thema's voor de uitvoeringspraktijk: lokaal maatwerk, de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester, de positie van de voorzitter van de veiligheidsregio, de toepasselijkheid van artikel 39 van de Wet veiligheidsregio's en de GRIP-structuur en de positie van de gemeenteraad. Ten slotte informeer ik u over de ondersteuningsstructuur voor gemeenten.

Totstandkoming van maatregelen Onder de Twm wordt de veilige afstand bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en worden de andere maatregelen ter bestrijding van de epidemie vastgesteld en uitgewerkt bij ministeriële regeling. Het is daarom de bedoeling dat tegelijk met de Twm twee ministeriële regelingen in werking treden. Het gaat om regelingen waarin: de maatregelen zoals die op dat moment gelden in de noodverordening zijn opgenomen; een regeling voor de mondkapjesplicht. De systematiek van de Twm maakt het mogelijk om maatregelen op- of af te schalen (qua zwaarte) als dat nodig is voor de bestrijding van de epidemie en tevens om lokale of regionale afwegingen mogelijk te maken. Voor de goede afstemming van landelijke, regionale en lokale maatregelen is een afwegingskader onontbeerlijk. Bij brief van 13 oktober jl. is de Tweede Kamer

Pagina 1 van 4

Datum

Kenmerk

2020-0000655823

door de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport geïnformeerd over de routekaart die wordt ingezet om het virus te bestrijden. Doel van de routekaart is om inzichtelijk te maken welke instrumenten er zijn en welke maatregelen bij een bepaald epidemiologisch beeld ingezet (kunnen) worden, en biedt daarmee houvast om snel en gericht te komen tot voorspelbare maatregelen via ministeriële regelingen. Daarbij geldt dat de routekaart zich kan blijven ontwikkelen aan de hand van lessen uit de crisisaanpak. Voor de doelmatigheid van de maatregelen en een goede implementatie is de betrokkenheid van het lokaal bestuur bij de besluitvorming over de maatregelen van belang, omdat zij een rol heeft bij de uitvoering en goed zicht heeft op de inpassing van de maatregelen in de praktijk. Net als nu het geval is zullen betrokken ministeries, de VNG en het Veiligheidsberaad op verschillende niveaus geregeld overleg hebben over de getroffen en te treffen maatregelen. Dit biedt de mogelijkheid om informatie uit te wisselen over de effectiviteit van (lokale) maatregelen in relatie tot de ontwikkeling van het virus, de risico inschaling en de noodzaak van op- of afschaling van maatregelen via ministeriële regelingen.

Het Veiligheidsberaad behoudt vanwege de coördinerende rol van de voorzitters van de veiligheidsregio's een belangrijke rol bij de bovenregionale afstemming en bij de afstemming met het kabinet. Daarbij betrekken de voorzitters van de veiligheidsregio's de informatie en signalen die zij van de burgemeesters in het regionaal beleidsteam ontvangen. (Beperkte) Ruimte voor lokaal maatwerk op korte termijn De fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt is bepalend voor de mate waarin lokaal en regionaal maatwerk aan de orde kunnen zijn. Op dit moment hebben vrijwel alle regio's een hoog inschalingsniveau (zeer ernstig) wat ertoe heeft geleid dat het kabinet heeft besloten op het niveau van het Rijk uniforme maatregelen te nemen om het aantal besmettingen terug te brengen. De eerste ministeriële regeling die de juridische basis vormt voor deze maatregelen voorziet dan ook niet in aanvullende ontheffingsmogelijkheden voor de burgemeester of bevoegdheden voor de burgemeester om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde maatregelen gelden. Bij wijzigingen van de geldende maatregelen in opvolgende ministeriële regelingen, wordt zo mogelijk opnieuw beoordeeld of meer ruimte voor lokaal maatwerk tot de mogelijkheden behoort.

Dan wordt het mogelijk in te spelen op lokale ontwikkelingen rond het virus, ontstaat meer ruimte voor lokale afwegingen en kan meer lokale controle en verantwoording plaatsvinden door gemeenteraden. Verantwoordelijkheidsverdeling en bestuurlijke verhoudingen Ook onder de Twm ligt de regie bij het Rijk. De minister van VWS geeft leiding aan de bestrijding van de epidemie. Maatregelen worden op basis van de wet bij ministeriële regeling vastgesteld door de minister van VWS, minister van ĴenV en minister van BZK, in overeenstemming met de minister wie het aangaat. Hierdoor worden geen aanwijzingen meer gegeven aan de voorzitters van de veiligheidsregio's zoals in de huidige situatie het geval is.

Pagina 2 van 4

Aansluiten bii reguliere bestuurlijke verhoudingen Een andere wijziging is dat met de Twm wordt aangesloten bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties van toepassing zijn. Dat wil zeggen dat bevoegdheden om uitvoering te geven aan maatregelen die in de Twm zijn neergelegd (specifieke bevoegdheden voor de burgemeester, toezicht en handhaving) niet bij de voorzitters van de veiligheidsregio's liggen, maar op gemeentelijk niveau, met controlemogelijkheden van de gemeenteraad. Rol voorzitter veilioheidsregio in relatie tot burgemeester De voorzitters van de veiligheidsregio blijven in algemene zin belast met de bestrijding van de epidemie door de coördinerende en signalerende rol en het uitoefenen van specifieke bevoegdheden uit het al langer bestaande hoofdstuk V van de Wet publieke gezondheid. De ervaring van de voorzitters van de veiligheidsregio's en hun regionale beleidsteams blijft dus benut, en is van waarde bij de afstemming over de inzet van lokale bevoegdheden. Het ligt voor de hand dat de burgemeester de lokale afwegingen afstemt met omliggende gemeenten en/of in het regionaal beleidsteam van de veiligheidsregio. De voorzitter van de veiligheidsregio kan via het regionaal beleidsteam inzichten over de landelijke bestrijding delen die van belang zijn voor de afwegingen op lokaal niveau.

De minister van VWS kan een bevoegdheid die in de Twm bij de burgemeester is belegd, tijdelijk bij een voorzitter van de veiligheidsregio beleggen, indien de uitoefening van die bevoegdheid leidt tot gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis, of ernstige vrees voor ontstaan daarvan. Rol gemeenteraad en college van B&W Ook voor de rol van de raad en het college van burgemeester en wethouders is de inwerkingtreding van de Twm van betekenis. In de Twm is immers ruimte gemaakt voor lokale afwegingen waar dat gelet op de bestrijding kan. Over die lokale afwegingen kan rechtstreeks debat plaatsvinden tussen de burgemeester en de gemeenteraad. Net als voor alle andere bevoegdheden die de burgemeester als eenhoofdig orgaan uitoefent, legt hij hierover verantwoording af aan de raad. Gemeenteraden en burgemeesters bepalen de precieze wijze van verantwoording zelf. De behoefte en de wijze waarop deze verantwoording plaatsvindt, zal per gemeente verschillen en is bij uitstek een zaak die het lokaal bestuur zelf kan invullen. In de Twm is ook vastgelegd dat de burgemeesters de wethouders betrekt zodat zij alle nodige informatie hebben voor de uitvoering van de taken die zij benutten om de maatregelen goed te laten landen in hun gemeente. Te denken valt aan taken op het terrein van het sociaal domein, onderwijs en de fysieke leefomgeving.

Ondersteuningsstructuur Door de VNG en het ministerie van BZK is een ondersteuningsstructuur ingericht die door gemeentebestuurders, raadsleden en gemeenteambtenaren gebruikt kan worden bij de uitvoering van de Twm. Ook de andere betrokken ministeries (JenV, VWS) leveren hieraan hun inhoudelijke expertise. Via de ondersteuningsstructuur wordt onder meer gezorgd voor een helpdeskfunctie bij de VNG waar bestuurders, raadsleden en ambtenaren met vragen terecht kunnen over de Twm en de onderliggende ministeriële regelingen waarin maatregelen hun grondslag vinden, een goede informatievoorziening over de werking van de wet (via website en

Datum Kenmerk

2020-0000655823

Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 voor gemeenten) en is er gericht aandacht voor lokale bevoegdheden in de gemeentelijke praktijk (bijvoorbeeld door middel van webinars). Ook de veiligheidsregio's, het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters en andere beroepsorganisaties zijn goed aangesloten op deze ondersteunîngsstructuur. Op initiatief van het Veiligheidsberaad en de VNG is een regionaal en lokaal voorbeeldbeleidskader opgesteld voor veiligheidsregio's en gemeenten. De helpdeskfunctie en website met relevante informatie over de Twm voor gemeenten zijn in werking en bereikbaar via: covidl9@vna.nl en https://vna.nl/rubrieken/onderwerpen/wetaevina-covid-19. Ten slotte wil ik mijn waardering uitspreken voor uw inspanningen om de inwerkingtreding van de Twm voortvárend en zorgvuldig te laten landen in uw praktijk. Ik ben u zeer erkentelijk voor de verantwoordelijkheid die u voelt om de bestrijding van de epidemie in gezamenlijkheid en goede afstemming voort te zetten. Hoogachtend, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

drs. K.H. Ollongren

De minister

ndheid, Welzijn en Sport,

Hugo de Jonge

De minister van Justitie en Yŵkgheid,

Ferd Gradperhaus

Pagina 4 van 4

BIJLAGE BIJ BRIEF DD 20 NOVEMBER 2020 INZAKE VOORBEREIDING OP INWERKINGTREDING VAN DE TIJDELIJKE WET MAATREGELEN COVID-19

Kern bestuurlijke inrichting Tijdelijke wet maatregelen covid-19 De Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (hierna: Twm) geeft een wettelijke basis voor de maatregelen die nodig zijn voor de bestrijding van de epidemie. Dit komt in de plaats van de opdrachten van de minister van VWS aan de voorzitters van de veiligheidsregio's en de daarop gebaseerde noodverordeningen van de voorzitter van de veiligheidsregio's. De noodverordeningen zullen worden ingetrokken. De bevoegdheden tot toepassing en uitvoering van deze maatregelen worden primair belegd bij de burgemeesters, in plaats van bij de voorzitter van de veiligheidsregio's. Alleen de minister van VWS kan, onder omstandigheden, deze bevoegdheidsverdeling - tijdelijk - doorbreken. In het navolgende wordt op hoofdlijnen geschetst wat dit betekent voor het lokaal bestuur. De volgende elementen komen aan bod: 1. 2. 3. 4. 5.

Ruimte voor maatwerk Inzoomen: ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester Positie voorzitter van de veiligheidsregio Inzoomen: toepasselijkheid artikel 39 Wet veiligheidsregio's en GRIP-structuur Positie gemeenteraad

1. Ruimte voor maatwerk Maatwerk (lokaal en regionaal) kan op de volgende manieren worden gerealiseerd: a.

b.

c.

In de ministeriële regeling kan differentiatie worden aangebracht worden tussen gemeenten en (veiligheids)regio's (artikel 58e, eerste lid, onder a). Het is aan de betrokken ministers hier al dan niet toe over te gaan, het staat decentrale overheden vrij om hierom te verzoeken.1 Het is ook mogelijk om in die ministeriële regeling te bepalen dat de burgemeester bevoegd is om lokaal de plaatsen aan te wijzen waar de desbetreffende maatregelen gelden; regels in en buiten werking te stellen. Daarnaast is de burgemeester bevoegd in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.

Los hiervan geldt dat gemeenten/gemeenteraden met autonome gemeentelijke verordeningen zelf regels kunnen stellen (en als ze er al zijn, kunnen behouden2), zolang deze niet in strijd zijn met de bij of krachtens de Twm gestelde regels. Dit zal in de praktijk met name betrekking te hebben op de fysieke openbare ruimte. Te denken valt aan het afsluiten van straten, gebieden en parken, het verplaatsen van markten en het verbieden van stadswandelingen, collectanten en straatartiesten vanwege het risico van opeenhoping van mensen.

2. Inzoomen: ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester De burgemeester is bevoegd, binnen de wettelijke kaders, ontheffingen te verlenen. De ontheffing kan betrekking hebben op de groepsvorming, publieke plaatsen en evenementen.3 Ontheffingen zijn gericht op bijzondere gevallen (artikel 58e, tweede lid). Het ontheffingsverzoek wordt 1 Memorie van toelichting, Ş 10.3, p. 52 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). 2 Zie artikel VII van de Twm. 3 Op grond van artikel 58e, tweede lid, onder b, is aanvullende ontheffing mogelijk met betrekking tot de voorschriften uit een ministeriële regeling die zien op de voorschriften uit artikel 58j, eerste lid. Artikel 58j, eerste lid, heeft onder meer betrekking op contactberoepen, toerisme en het gebruik van alcohol. Ontheffing van regels ten aanzien van de onderwerpen genoemd in 58j, eerste lid, is mogelijk indien dat in de ministeriële regeling wordt bepaald. Wordt in die regeling niet bepaald dat ontheffing kan worden verleend, dan vallen deze onderwerpen buiten het bereik van de ontheffingsbevoegdheid. 1

afgewogen tegen het belang van de bestrijding van het virus. Als de burgemeester van mening is dat het belang van die bestrijding zich tegen de ontheffing verzet, wordt de ontheffing niet verleend. Te denken valt aan bruiloften, uitvaarten, het uitreiken van koninklijke onderscheidingen, herdenkingen en jubilea waarbij bijzondere omstandigheden spelen.4 Of in een bijzonder geval een ontheffing aan de orde kan zijn is afhankelijk van de concrete omstandigheden. Dit is de afweging van de burgemeester zelf. Bij de behandeling van de ontheffingsaanvraag worden betrokken: de locatie, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft (artikel 58e, vierde lid). De burgemeester moet de GGD raadplegen. De GGD beschikt over de benodigde medische en epidemiologische deskundigheid en actuele kennis over de bestrijding van de epidemie. De Wet publieke gezondheid (Wpg) - terzake van andere besluiten - soortgelijke adviesverplichtingen (artikel 18) en dezelfde werkwijze wordt gevolgd.5 Aan de ontheffing kunnen door de burgemeester voorschriften en beperkingen worden verbonden, al dan niet naar aanleiding van het advies van de GGD.

Ontheffingen dienen als individuele uitzondering op de algemene regel en zijn dus niet bedoeld om algemene uitzonderingen te maken of een ander regime te laten gelden.6 Het gaat bij het verlenen van ontheffingen dus niet om het voortzetten of hervatten van een 'reguliere exploitatie'. Ontheffingsbesluiten zijn altijd gericht op een bijzonder, concreet geval; waarbij geldt dat tegen de beslissing van de burgemeester bestuursrechtelijke rechtsbescherming open staat.7 Het kan zijn dat een ontheffing betrekking heeft op bijvoorbeeld een evenement waarbij bovenlokale effecten ontstaan. Dat noopt tot afstemming met de betreffende andere gemeenten (op grond van artikel 170, eerste lid, onder b, Gemeentewet).8 Deze afstemming kan ook in het regionaal beleidsteam plaatsvinden onder leiding van de voorzitter van de veiligheidsregio. In deze gevallen, of in het geval van een dreigend nadelig bovenlokaal effect, kan de minister besluiten dat de burgemeestersbevoegdheid op de voorzitter overgaat als dat nodig is voor de bestrijding van de epidemie (artikel 58d, eerste lid).9 Deze overdracht dient steeds niet langer te duren dan strikt noodzakelijk is gelet op het uitgangspunt dat de bevoegdheden bij burgemeesters belegd zijn (artikel 58d, tweede lid).

3. Positie voorzitter van de veiligheidsregio Doordat de Twm bevoegdheden in beginsel weer bij de burgemeester belegt, wijzigt de rol van de (voorzitter van) veiligheidsregio. De veiligheidsregio blijft op de volgende manieren betrokken bij de bestrijding van de epidemie: I.

II.

De voorzitters van de veiligheidsregio's blijven in algemene zin belast met de bestrijding van de epidemie, onder leiding van de minister van VWS (artikel 6, vierde lid en artikel 7 Wpg). De voorzitter behoudt zijn coördinerende en signalerende rol. Hij verzamelt de nodige informatie over de lokale uitvoeringspraktijk (artikel 58s, tweede lid). Als voorzitter van het regionaal beleidsteam heeft hij een rol bij de afstemming tussen gemeenten. De voorzitters blijven zoals voorheen specifieke bevoegdheden uit hoofdstuk V van de Wet publieke gezondheid uitoefenen, zoals het in isolatie of quarantaine plaatsen van personen en het treffen van maatregelen gericht op gebouwen, goederen en

4 Memorie van toelichting, ş 4.1, p. 25 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3) en Handelingen EK 2020/2021, nr. 6, item 6. 5 Nota n.a.v. verslag TK, p. 105, antwoord op vraag 231-SP (Kamerstukken II, 35526, nr. 23). 6 Nota n.a.v. verslag TK, p. 178, antwoord op vraag 428-D66 (Kamerstukken II, 35526, nr. 23). 7 Nota n.a.v. verslag EK, p. 70, antwoord op vraag SP-4 (Kamerstukken I, 35526, G). 8 Memorie van toelichting, ş 4.2, p. 27 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). 9 De wettekst luidt: "gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis, of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan". Verwezen zij naar ş 4.3 van de memorie van toelichting, p. 27, 28 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). 2

III.

vervoermiddelen (opgenomen in de artikelen 34, vierde lid, 47, 51, 54, 55 en 56 Wpg).lũ De voorzitter kan aan de bevoegdheden van burgemeesters die geregeld zijn in de Twm alleen uitvoering geven als de minister van VWS dit besluit omdat lokale besluitvorming zodanige bovenlokale effecten heeft dat het voor de bestrijding van de epidemie nodig is dat de voorzitter optreedt.

4. Inzoomen: Toepasselijkheid artikel 39 Wet veiligheidsregio's en GRIP-structuur Met de inwerkingtreding van de Twm wordt aangesloten bij de bestaande bestuurlijke verhoudingen, doordat de Twm als uitgangspunt heeft dat bevoegdheden weer bij de burgemeesters liggen en niet bij de voorzitter van de veiligheidsregio.10 11 Ook is de positie van gemeenteraden verstevigd.12 De Twm regelt daarmee dat de burgemeester weer toepassing geeft aan een aantal bevoegdheden die op dit moment bij de voorzitters zijn belegd. De Twm (artikel 58d, derde lid) regelt namelijk dat artikel 39, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) niet meer onverkort van toepassing is. Concreet betekent dit onder meer dat de burgemeester weer het bevoegd gezag is met betrekking tot openbare manifestaties en dat hij in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden ook het gezag heeft over de politie en de Koninklijke marechaussee.13 Dat het zogenoemde 'opperbevel' (artikel 5 Wvr) bij de voorzitter van de veiligheidsregio blijft is erin gelegen dat hij op basis van de Wpg (artikel 6, vierde lid) de bestrijding ter hand kan nemen en via het opperbevel er een relatie ligt met diens aansturing van de GGD-GHOR.

Dit opperbevel doet niet af aan de beschikking die de burgemeester heeft over de politie en de Koninklijke marechaussee in het kader van het uitoefenen van zijn Twm-bevoegdheden.14 Ten aanzien van de GRIP-procedure wordt opgemerkt dat de wet leidend is en de GRIP-procedure als instrument volgend.15 Het al dan niet opschalen in de GRIP-structuur heeft geen enkel effect op de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het kader van de aanpak van covid19. Die zijn vastgelegd in de Twm. Alleen op grond van een formeel besluit op grond van artikel 58d van de Minister van VWS kan een bepaalde bevoegdheid van een burgemeester tijdelijk worden belegd bij de voorzitter veiligheidsregio. Waar sprake is van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, is per definitie sprake van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis. Ongeacht het GRIP-niveau blijven de voorzitters van de veiligheidsregio's daarom op grond van de Wvr (artikel 39, tweede en derde lid) verplicht een regionaal beleidsteam bijeen te roepen/te houden en een operationeel leider aan te wijzen. Het regionaal beleidsteam blijft als overleg-gremium dus functioneren.

Het is aan de voorzitter van de veiligheidsregio en de andere burgemeesters in de regio om afspraken te maken over de frequentie van bijeenkomsten van het regionaal beleidsteam, bijvoorbeeld afhankelijk van de mate waarin covid-19 zich in de regio manifesteert. Daarnaast roept (en houdt) de voorzitter een regionaal beleidsteam bijeen wanneer hij door een besluit van de minister van VWS een burgemeestersbevoegdheid overgedragen krijgt.16

5. Positie gemeenteraad 10 Nota n.a.v. verslag EK, p. 5, antwoord op vraag VVD-5 (Kamerstukken I, 35526, G). 11 Dit blijkt uit de systematiek van de Twm, zie ook de toelichting bij de nota van wijziging, p. 9, aanvulling artikel 58d (Kamerstukken II, 35526, nr. 24). 12 Gewezen zij op artikel 58s, vierde lid voor zover het het handelen van de burgemeester betreft en het vijfde lid voor zover het het handelen van de voorzitter van de veiligheidsregio betreft. 13 Zie de toelichting bij de tweede nota van wijziging, onderdeel A inz. artikel 5 Wvr (nog niet als Kamerstuk gepubliceerd). 14 Zie de toelichting bij de tweede nota van wijziging, onderdeel A inz. artikel 5 Wvr (nog niet als Kamerstuk gepubliceerd). 15 Nota n.a.v. verslag TK, p. 29, antwoord op vraag 44-CU (Kamerstukken II, 35526, nr. 23). 16 Verwezen zij naar ş 4.3 van de memorie van toelichting, p. 28 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). 3

De Twm belegt de bevoegdheden tot de uitvoering van de maatregelen voor de bestrijding van de epidemie in beginsel bij de burgemeester van de betreffende gemeente en niet meer bij de voorzitter van de veiligheidsregio. Hiermee wordt de kracht van lokale besluitvorming benut.17 Voor zover ten gevolge van een besluit van de minister van VWS de voorzitter van de veiligheidsregio alsnog bevoegd is, is in de Twm de verantwoordingsrelatie met de betreffende gemeenteraad verstevigd. a. Ten opzichte van de burgemeester De burgemeester is over de uitoefening van zijn bevoegdheden verantwoording schuldig aan de gemeenteraad. Hij geeft uit zichzelf de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn controlerende taak nodig heeft. Ook doet de burgemeester dit (mondeling of schríftelijke) in reactie op inlichtingen die door een of meer leden worden gevraagd. Dat geldt al op grond van de Gemeentewet (artikel 180) en is in de Twm geëxpliciteerd (artikel 58s, vierde lid). Juist door bevoegdheden op lokaal niveau te beleggen (bij burgemeesters) wordt de gemeenteraad in positie gebracht en kan lokaal debat plaatsvinden over de uitoefening van die bevoegdheden/uitvoering van maatregelen.

Dit kan bijvoorbeeld over het al dan niet verlenen van ontheffingen gaan of de handhaving van de zorgplicht die op beheerders van publieke plaatsen en bepaalde besloten plaatsen rust, aan de hand van casuïstiek of een (periodieke) rapportage van de burgemeester aan de raad. De verantwoordingsrelatie tussen raad en burgemeester is bij uitstek een zaak die het lokaal bestuur zelf in kan vullen (zoals dit geldt voor alle bevoegdheden die de burgemeester als eenhoofdig orgaan uitoefent). Over de precieze invulling van deze verantwoordingsrelatie laat de Twm zich dus niet uit. De behoefte aan de wijze van verantwoording kan of zal steeds per gemeente verschillen. Gemeenteraden en burgemeesters bepalen de precieze wijze van verantwoording daarom zelf in hun onderlinge verhouding.18 Ten overvloede zij opgemerkt dat de burgemeester de betrokkenheid van de wethouders bij zijn besluitvorming waarborgt. Hij dient hun alle informatie te verstrekken die zij bij de uitoefening van hun taken nodig hebben (artikel 58s, vierde lid). b. Ten opzichte van de voorzitter van de veiligheidsregio De Twm expliciteert ook de verantwoordingsrelatie tussen de voorzitter van de veiligheidsregio en de raden van de gemeenten die deel uitmaken van de veiligheidsregio in het geval de voorzitter door de minister van VWS een burgemeestersbevoegdheid heeft overgedragen gekregen.

Bepaald is dat wanneer als gevolg van een besluit van de minister van VWS de voorzitter tijdelijk een burgemeestersbevoegdheid uitoefent, hij daarover verantwoording aflegt aan de betrokken gemeenteraden (artikel 58s, vijfde lid). Dit geschiedt door het uitbrengen van een verslag en het beantwoorden van de vragen van de raden. Het uitbrengen van een verslag kan gevolgd kan worden door een debat met de betrokken gemeenteraden. De voorzitters van de veiligheidsregio's en de gemeenteraden kunnen onderling invulling geven aan de praktische uitvoering van deze verantwoordingsrelatie. Denkbare vormen zijn een verslag aan alle raden gezamenlijk en tevens een gezamenlijk debat met alle of een aantal raden tegelijk. De mondelinge toelichting kan in een fysieke of digitale vergadering worden gegeven.19 Mocht een gemeenteraad onder omstandigheden afkeuring willen doen blijken over het handelen van de voorzitter, dan kan dit ter kennis worden gebracht van de minister van Justitie en Veiligheid20

17 Nota n.a.v. verslag EK, p. 5, antwoord op vraag VVD-5 (Kamerstukken I, 35526, G). 18 Memorie van toelichting Ş 41, p. 26 en Ş 10.3, p. 52. Zie verder Nota n.a.v. verslag EK, p. 50, antwoord op vraag PvdA-14 (Kamerstukken I, 35526, nr. G). 19 Zie de toelichting op het amendement-Van Dam c.s. (Kamerstukken II, 35526, nr. 32). 20 Nota n.a.v. verslag EK, p. 50, antwoord op vraag PvdA-15 en PvdA-16 (Kamerstukken I, 35526, G). 4

8.3 Ledenbrief d.d. 24 november 2020 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (20i0030622) inzake actuele ontwikkelingen coronacrisis. 1 20i0030622 VNG ledenbrief inzake actuele ontwikkelingen coronacrisis.pdf

(vng)

alleen samen krijgen we corona ondercontrole VNG ledennieuwsbrief Coronacrisis

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

24 november 2020 Kenmerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=a1fa9f0a-33ec-45f2-b853-336c474ba068