CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemene Zaken en Middelen 12 juni 2025, gemeente Kerkrade31.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In het eerste lid wordt 'artikel 4' vervangen door 'artikel 5'. I Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na 'de deelnemers' ingevoegd 'of de Minister'. 2. In het derde lid wordt na 'de deelnemers' ingevoegd 'en de Minister'. J Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt 'De colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap wijzen ieder uit hun midden ieder' vervangen door 'Iedere deelnemer wijst uit zijn midden' en vervalt 'De Minister wijst één lid aan.'. 2. In het derde lid, eerste zin, wordt na 'Iedere deelnemer kan' ingevoegd 'uit zijn midden' en vervalt ', de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap'. 3. Het vierde lid komt te luiden:

4. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap is benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap. 4. In het vijfde lid vervalt 'van de leden, aangewezen door de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap,'. 5. In het zesde lid vervalt 'de Minister,'. K Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid. 2. In het derde lid (nieuw), eerste zin, wordt 'in het tweede lid' vervangen door 'in het vorige lid'. 3. In het derde lid (nieuw), tweede zin, wordt 'geldt dan ook voor dat jaar waar de begroting betrekking op heeft' vervangen door 'geldt dan ook voor de begroting van dat jaar'. L Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt 'artikel 4' vervangen door 'artikel 5'. 2. In het eerste lid vervalt onderdeel i, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel h door een punt. 3. In het tweede lid vervalt 'Minister, de'. M In artikel 13, tweede lid, vervalt '95 jo. artikel'. N Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid wordt 'vier' vervangen door 'drie' en vervalt '- één lid op voordracht van de Minister;'. 2. In het tweede lid vervalt '- één lid op voordracht van de Minister;'. O In artikel 16, aanhef en onderdeel b, wordt 'artikel 4' vervangen door 'artikel 5'. P Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt 'de Minister,' en vervalt 'Minister, de'.

2. In het tweede lid vervalt 'de Minister,'. 3. In het derde lid vervalt telkens 'de Minister,'. Q In artikel 20 vervalt 'Minister, de'. R Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'de gemeenten' vervangen door 'de deelnemers'. 2. In het derde lid wordt 'de deelnemers' vervangen door 'de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen,'. S Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt 'Minister, de'. 2. In het tweede lid, eerste zin, vervalt 'Minister, de' en wordt 'de deelnemers' vervangen door 'de gemeenteraden, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen,'. 3. In het tweede lid, derde zin, vervalt 'de Minister,'. 4. In het derde lid, eerste zin, vervalt 'Minister, de' en wordt 'van de gemeenten en het algemeen bestuur' vervangen door 'van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur'. 5. In het derde lid, tweede zin, wordt 'de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, alsmede het algemeen bestuur' vervangen door 'de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen'. T De hoofdstukaanduiding 'HOOFDSTUK IX. DE DIRECTEUR EN HET OVERIGE PERSONEEL' wordt gewijzigd in 'HOOFDSTUK IX. DE DIRECTEUR'. U Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd: 1.

In het eerste lid wordt 'de Minister, het waterschap en de gemeenten,' vervangen door 'de gemeenten en het waterschap' 2. In het derde lid wordt 'overeengekomen' vervangen door 'bepaald'. V Artikel 28 vervalt, onder vernummering van artikel 29 tot en met 36 tot artikel 28 tot en met 35.

W Artikel 28 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt 'Minister, de'. 2. In het tweede lid, eerste en tweede zin, vervalt telkens 'Minister, de'. 3. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot derde tot en met zesde lid. 4. In het vijfde lid (nieuw), eerste zin, vervalt 'Minister, de'. 5. In het zesde lid (nieuw) vervalt 'de Minister,' en wordt 'het zesde lid' vervangen door 'het vijfde lid'. X In artikel 29 (nieuw), tweede lid, vervalt 'Minister, de'. Y Artikel 30 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid, eerste zin, wordt 'artikelen 29, tweede, zesde en zevende lid' vervangen door 'artikel 28, tweede, vijfde en zesde lid'. 2. In het tweede lid, tweede zin, vervalt ', eerste lid'. Z Artikel 31 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, eerste zin, vervalt 'Minister, de'. 3. In het tweede lid vervalt 'Minister, de'. 4. Het derde lid vervalt, onder vernummering van vierde tot en met zesde lid tot derde tot en met vijfde lid. 5. In het vierde lid (nieuw) vervalt 'Minister, de'. AA Artikel 32 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, eerste zin, wordt 'artikel 27, eerste lid' vervangen door 'artikel 27 lid 1'. 2. In het eerste lid, tweede en derde zin, vervalt telkens 'Minister, de'. 3. In het tweede lid vervalt 'Minister, de'.

BB Artikel 33 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'draagt zorgt voor de archiefbescheiden' vervangen door 'is verantwoordelijk voor de documenten'.

2. In het tweede lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten' en vervalt 'naar de archiefbewaarplaats'. 3. In het derde lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten' en vervalt 'naar de archiefbewaarplaats'. 4. In het vierde lid wordt 'archiefbescheiden' vervangen door 'documenten' en wordt 'aangewezen de rijksarchiefbewaarplaats van de provincie' vervangen door 'als verantwoordelijk overheidsorgaan aangewezen het college van de gemeente Maastricht'. 5. In het vijfde lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten', vervalt 'naar de archiefbewaarplaats' en wordt 'het algemeen bestuur' vervangen door 'het dagelijks bestuur'. 6. In het zesde lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten' en vervalt 'naar de archiefbewaarplaats'. 7. In het zevende lid wordt 'de archiefbescheiden' vervangen door 'de documenten'. CC In artikel 34 (nieuw), eerste en tweede lid, wordt 'artikel 95' telkens vervangen door 'artikel 61'. DD Artikel 35 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet. 2. In het tweede lid, eerste zin, wordt 'De Minister, het college of het dagelijks bestuur van het waterschap' vervangen door 'Een deelnemer'. 3.

In het tweede lid, tweede zin, wordt 'één jaar' vervangen door 'twee jaar' en wordt na 'tenzij de' ingevoegd 'in de regeling blijvende'. 4. In het derde lid wordt 'de uittreding en de wijze' vervangen door 'de uittreding, de wijze' en wordt ', en legt deze vast' vervangen door 'en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd'. 5. Het vierde lid komt te luiden: 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 6. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. 7. Het zesde en zevende lid vervallen. EE Na artikel 35 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 36 – Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 35, vierde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 3. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 35 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.

Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. FF Artikel 37 vervalt, onder vernummering van artikel 38 tot en met 41 tot artikel 37 tot en met 40. GG In artikel 37 (nieuw), eerste lid, wordt 'artikel 95' vervangen door 'artikel 61'. HH In artikel 38 (nieuw), tweede lid, vervalt 'Minister, de' en wordt na 'hun zienswijze' ingevoegd 'bij het college onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap'.

II Artikel 39 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het vierde lid vervalt '95 jo.'. 2. Het vijfde lid vervalt. Artikel II Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Toelichting Algemeen Met ingang van 1 januari 20xx is de Archiefwet 2021 in werking getreden. Als gevolg hiervan is de minister van OCW als deelnemer uit de Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg getreden. Vanwege de gewijzigde Archiefwet en de uittreding van de minister dient de onderhavige regeling gewijzigd te worden. De verwijzingen naar de minister zijn komen te vervallen. Ook zijn de verwijzingen naar de juiste artikelen van de Archiefwet waar nodig aangepast. Enkele overige wijzigingen worden hierna per artikel nader toegelicht. Artikelsgewijs Artikel 1 De begripsbepalingen zijn aangepast aan de gewijzigde begripsbepalingen van de Archiefwet 20XX. Artikel 4 en 5 De omschrijving van het belang, het doel en de taken die door de deelnemers aan het bestuur van de het Historisch Centrum Limburg zijn overgedragen, is aangepast aan de gewijzigde bepalingen van de Archiefwet 20XX. Artikel 8 en 10 De minister, vertegenwoordigd door een Rijksbestuurder, is niet langer lid van het algemeen bestuur. Deze artikelen zijn daarom aangepast. Dit heeft gevolgen voor het aantal leden en de stemverhoudingen binnen het algemeen bestuur. Artikel 14 De minister, vertegenwoordigd door een Rijksbestuurder, is niet langer lid van het dagelijks bestuur. Dit heeft gevolgen voor de aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur. Artikel 14 is daarop aangepast.

De aanwijzing van één lid op voordracht van de Minister is komen te vervallen. Artikelen 34 tot en met 38 (toetreding, uittreding, wijziging en opheffing) Nu de minister met de inwerkingtreding van de gewijzigde Archiefwet uit de regeling is getreden, zijn de bepalingen over toekomstige uittreding van de minister niet langer noodzakelijk. De artikelen zijn hierop aangepast. De regeling ten aanzien van het uittredingsplan en de uittreedsom is gewijzigd naar het "Limburgse model" en nader uitgewerkt.

Memo De colleges van burgemeester en wethouders van de

Aan

gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, GulpenWittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal en het dagelijks bestuur van het waterschap Limburg In afschrift aan: het dagelijks en algemeen bestuur van het Historisch Centrum Limburg

Van

Anouk Hofman

Plaats/Datum

Venlo, 10 april 2025

Betreft

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het waterschap op voorgenomen toetreding tot en wijziging van de gemeenschappelijke regeling HCL

1.

Zienswijzeprocedure is doorlopen

De 11 gemeenteraden van de gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Kerkrade, Landgraaf, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal, alsmede het algemeen bestuur van het waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indien van zienswijzen op: a) de voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg (hierna: HCL) per 1 januari 2026, en; b) de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling van HCL, welke naar verwachting in werking zal treden per 1 januari 2027 na de uittreding van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de wijziging van de Archiefwet. De gemeenteraden van Heerlen en Maastricht (zijnde de "zittende" decentrale deelnemers van HCL), hebben besloten omtrent het al dan niet indienen van zienswijzen op: a) de voorgenomen toetreding van de voormelde bestuursorganen tot de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg (hierna: HCL) per 1 januari 2026; b) de daarmee verband houdende ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling van HCL per 1 januari 2026, en;

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

1/10

c) de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling van HCL, welke naar verwachting in werking zal treden per 1 januari 2027 na de uittreding van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de wijziging van de Archiefwet. 2.

Opbrengst zienswijzen

De opbrengst van de zienswijzen is als volgt: •

Geen of een positieve zienswijze

De gemeenteraden van Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals en Valkenburg aan de Geul hebben besloten om geen of een positieve zienswijze in te dienen. Een positieve zienswijze houdt in dit geval in dat het voorstel omtrent toetreding en wijziging van de regeling wordt omarmd. •

Wel een zienswijze

De gemeenteraden van Beek, Voerendaal en het algemeen bestuur van het waterschap Limburg hebben wel besloten om een zienswijze in te dienen. De inhoud van de ingediende zienswijzen, alsmede de voorgestelde reactie daarop wordt hierna besproken. 3.

Ingediende zienswijzen en voorstel voor beantwoording daarvan

Zienswijze gemeenteraad van Beek De gemeenteraad van Beek heeft de volgende zienswijze in gediend: “In beide regelingen dienen de artikelen over de jaarrekening te worden aangepast omdat de verklaring van de accountant niet kan worden verstrekt over zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid.” Reactie zienswijze gemeenteraad van Beek: Dit is inderdaad juist. Sinds 2023 is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor het afgeven van een rechtmatigheidsverklaring. Om onnodige verwarring te voorkomen, wordt voorgesteld om het betreffende artikel als volgt te herformuleren:

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

2/10

“Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening en het jaarverslag aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet en artikel 109 van de Waterschapswet.” Zienswijze algemeen bestuur van het waterschap Limburg Het algemeen bestuur van het waterschap Limburg heeft de volgende zienswijze ingediend: “In de ontwerpwijzigingsregeling staat bij artikel 4 lid 3 alleen “gemeenten” genoemd. Het Waterschap is per abuis niet vermeld. Dit artikellid dient te worden aangepast, zodat dit artikel ook betrekking heeft op het Waterschap. Voorgesteld wordt om in voornoemd artikellid de term “deelnemers” te gebruiken in plaats van “gemeenten”. Reactie zienswijze algemeen bestuur van het waterschap Limburg: Deze constatering is juist. In artikel 4 lid 3 zal worden gewijzigd naar "gemeenten en het waterschap". Zienswijzen gemeenteraad van Voerendaal De gemeenteraad van Voerendaal heeft de volgende zienswijzen ingediend. •

Samenstelling dagelijks bestuur Zij geeft aan dat de artikelen 14 en 17 inzake de samenstelling van het dagelijks bestuur en de benoeming van de voorzitter een tegenstrijdigheid lijken te bevatten, omdat enerzijds over "leden" en anderzijds over "de voorzitter" wordt gesproken en het onduidelijk is of de voorzitter ook één van de leden van het dagelijks bestuur is.

•

Stemverhoudingen De raad constateert dat de stemverhoudingen in het algemeen bestuur doorwerken in de aanwijzing van de leden in het dagelijks bestuur, doordat Heerlen en Maastricht samen één lid van het dagelijks bestuur aanwijzen en de overige deelnemers gezamenlijk de andere twee leden van het dagelijks bestuur aanwijzen. Zij verzoekt om deze doorwerking te laten vervallen zodat alle leden van het dagelijks bestuur gezamenlijk door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen.

•

Financiële verdeelsleutel Zij vraagt om de berekening van de financiële verdeelsleutel op te nemen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling. Nu wordt in artikel 27 enkel verwezen naar de jaarlijkse bijdragen, welke in de begroting worden opgenomen.

•

Uniformiteit bij financiële verdeelsleutel en stemrecht Zij vraagt om voor wat betreft het stemrecht en de financiële verdeelsleutels aansluiting te zoeken bij de wijze waarop dit bij andere gemeenschappelijke regelingen in de regio geregeld is. Voor Voerendaal is uitgangspunt dat zij bij de totstandkoming van

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

3/10

verdeelsleutels een verdeling hanteren van 50% solidariteit (overhead) en 50% feitelijke afname van diensten; •

Samenwerking op bedrijfsvoeringstaken Ook beveelt zij aan om (nauwe) samenwerking te zoeken met andere gemeenschappelijke regelingen, zeker daar waar het bedrijfsvoeringstaken betreft.

•

Werkafspraken inzake financiële cyclus Verder ziet zij graag dat ten aanzien van de financiële cyclus (kadernota, begroting en jaarrekening) gelijke termijnen worden gehanteerd als overeengekomen met de andere gemeenschappelijke regelingen in de provincie Limburg, zodat er eenheid in het proces ontstaat;

•

Reglement van Orde Tot slot wenst zij dat in het Reglement van Orde in ieder geval een aanlevertermijn van minimaal twee weken wordt opgenomen voor het aanleveren van bestuurlijke stukken.

Reactie zienswijzen gemeenteraad van Voerendaal •

Samenstelling dagelijks bestuur In de ontwerpregeling is voor de samenstelling van het dagelijks bestuur aansluiting gezocht bij artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen: "Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden (…)." Deze tekst is letterlijk overgenomen in artikel 14 van de ontwerpregeling. Bij het artikel inzake de benoeming van de voorzitter (artikel 17) is aangesloten bij de artikelen 12 lid 3 en 13 lid 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, te weten dat de voorzitter door en uit het algemeen bestuur wordt aangewezen en dat de voorzitter tevens voorzitter is van het algemeen en dagelijks bestuur. Gezien het voorgaande, is aanpassing van deze artikelen vanuit juridisch oogpunt niet nodig. Nu de wettekst, blijkens de zienswijze toch vragen oproept, wordt voorgesteld om de artikelen 14 en 17 van de gemeenschappelijke regeling HCL als volgt te wijzigen: Artikel 14 – de leden 1 en 2 worden samengevoegd tot één lid: "Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, te weten de voorzitter en twee andere leden, die op de hiernavolgende wijze door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen:" Artikel 17 – de onderstreepte tekst wordt toegevoegd: "Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter respectievelijk vice-voorzitter van het algemeen en het dagelijks bestuur aan.

Het dagelijks bestuur zal hiervoor in de

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

4/10

eerste vergadering in de nieuwe samenstelling een voorstel doen aan het algemeen bestuur. •

Stemverhoudingen Over de (stem)verhoudingen in het AB en DB heeft in de aanloop naar het opstellen van de ontwerpregeling veel overleg plaatsgevonden. Uiteindelijk is gekozen voor de volgende systematiek: -

het aantal stemmen in het AB wordt gerelateerd aan de omvang van de jaarlijkse bijdrage. Ieder AB-lid krijgt 1 stem en tevens één extra stem voor iedere volle € 500.000,- aan taken, producten en diensten die de deelnemer die het lid vertegenwoordigt, afneemt;

-

de voormelde systematiek komt erop neer dat alle deelnemers (na uittreding van het Rijk) één stem krijgen in het AB, met uitzondering van Heerlen en Maastricht. Zij krijgen respectievelijk 2 en 3 stemmen. Daarmee wordt enerzijds beoogd dat recht wordt gedaan aan hun substantieel grotere financiële bijdrage, maar wordt anderzijds voorkomen dat zij een meerderheid hebben in het AB. Zij beschikken namelijk samen slechts over 5 van de in totaal 17 stemmen. Het zoeken van consensus zal altijd nodig blijven;

-

in het DB is er vervolgens – juist vanwege de substantieel grotere bijdrage van Heerlen en Maastricht – voor gekozen dat één van de drie DB-leden wordt gekozen door Heerlen en Maastricht gezamenlijk. Heerlen en Maastricht geven daarmee in het DB, in vergelijking tot de huidige situatie, één plek op. Een meerderheid hebben zij evenmin;

-

tot slot is de keuze van de voorzitter vrijgelaten. Dit kan een afgevaardigde van Heerlen of Maastricht zijn, maar dat hoeft niet.

Gezien het voorgaande is met de voorgestelde stemverhoudingen een balans gezocht tussen de substantieel grotere deelnemers en de overige deelnemers in de regeling. Deze balans wordt passend geacht. Voorgesteld wordt om de stemverhouding, zoals voorgesteld in artikel 10, dan ook niet aan te passen. •

Financiële verdeelsleutel De financiële verdeelsleutel wordt opgenomen in schriftelijke werkafspraken tussen de betreffende deelnemer en het HCL. Die situatie wijzigt niet met de huidige situatie. Een en ander is geborgd in artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling van HCL. Nu de koppeling tussen artikel 27 (bijdrage van de deelnemers) en artikel 6 niet direct zichtbaar is in de tekst, wordt voorgesteld om aan artikel 27 toe te voegen dat de jaarlijkse bijdragen worden berekend op basis van de begroting en de in artikel 6 bedoelde werkafspraken. Artikel 27 komt dan als volgt te luiden:

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

5/10

"De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door het waterschap en de gemeenten, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting. De jaarlijkse bijdrage per deelnemer wordt berekend op basis van de verdeelsleutel die in ieder geval is opgenomen in de in artikel 6 bedoelde werkafspraken." •

Uniformiteit bij financiële verdeelsleutel en stemrecht Bij het opstellen van de ontwerpregeling voor het HCL heeft het HCL zich uitdrukkelijk rekenschap gegeven van de andere gemeenschappelijke regelingen in de regio. In een memo van 1 september 2023 zijn de bestuursmodellen van de volgende gemeenschappelijke regelingen met elkaar vergeleken: - het Brabants Historisch Centrum; - de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschap; - het Gegevenshuis; - de RUD Zuid-Limburg (thans: Omgevingsdienst Zuid-Limburg); - de GGD Zuid-Limburg, en; - Omnibuzz Rekening houdend met de al vigerende bestuursmodellen van de voormelde gemeenschappelijke regelingen, is HCL vervolgens – met inachtname van de specifieke kenmerken van haar bedrijfsvoering en deelnemers – tot een voorstel voor een bestuursmodel gekomen. Dit voorstel is vervolgens ook ambtelijk en bestuurlijk voorgelegd voordat het in de ontwerpregeling werd verwerkt. Gezien het voorgaande is de ontwerpregeling voor het HCL daarmee uitdrukkelijk het product van een vergelijking tussen de al bestaande regelingen in de regio. De tekst van de ontwerpregeling wijzigt door deze zienswijze dan ook niet. Voor wat betreft de financiële verdeelsleutel is het HCL niet vergelijkbaar met andere (beleidsrijkere) gemeenschappelijke regelingen.

Bij HCL betaalt een deelnemer namelijk een vast bedrag per meter archief (voor het analoge archief) en een vast bedrag per inwoner (voor het digitale archief). Dit heeft tot gevolg dat iedere deelnemer procentueel evenveel bijdraagt aan de overheadkosten. Een evenredige verdeling van de kosten is zodoende geborgd. De voormelde financiële verdeelsleutel wordt geborgd in de werkafspraken met iedere deelnemer. De tekst van de ontwerpregeling wijzigt daardoor niet.

•

Samenwerking op bedrijfsvoeringstaken Voor wat betreft de aanbeveling om de samenwerking te zoeken op het gebied van bedrijfsvoeringstaken, geldt het volgende. HCL heeft reeds een

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

6/10

dienstverleningsovereenkomst gesloten met Solido voor de IT-gerelateerde bedrijfsvoeringstaken. De gesprekken over een toetreding tot Solido lopen bovendien, maar dit kan formeel echter pas vorm krijgen na de uittreding van de Minister van OCW. De tekst van de ontwerpregeling wijzigt hierdoor niet. •

Werkafspraken inzake financiële cyclus Deze werkafspraken zijn bij HCL bekend en neemt zij ook over. Bij de wijziging van de regeling per 1 juli 2024 is reeds in de organisatie geborgd dat deze werkafspraken worden nageleefd. De tekst van de ontwerpregeling wijzigt hierdoor niet.

•

Reglement van Orde Het Reglement van Orde zal per 1 januari 2026 worden geactualiseerd en aan het AB worden voorgelegd ter besluitvorming. De aanbeveling van Voerendaal zal daarin worden meegenomen. De tekst van de ontwerpregeling wijzigt hierdoor echter niet.

4.

Wijzigingsvoorstellen Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is thans eveneens deelnemer van de gemeenschappelijke regeling HCL. Naar verwachting zal hij per 1 januari 2027 uit de regeling treden. Tot die tijd dient hij echter ook in te stemmen met de toetreding van de nieuwe deelnemers en wijziging van de regeling. In dat verband heeft de afgelopen maanden, voorafgaand aan en gedurende de zienswijzeprocedure, overleg plaatsgevonden met het ministerie van OCW. Zij staan positief tegenover de voorgenomen toetreding van de nieuwe deelnemers, maar stellen nog de volgende wijzigingen voor op de ontwerpregeling: Overwegingen: "Gelet op" Het ministerie van OCW verzoekt om bij de overwegingen onder "gelet op" de verwijzing naar hoofdstuk V van de Wet gemeenschappelijke regelingen op te nemen, omdat het waterschap ook gaat deelnemen aan de regeling. Dit voorstel wordt overgenomen. Artikel 1: definitie "deelnemers" Het ministerie geeft in overweging om de namen van de deelnemende colleges niet uit te schrijven onder de definitie van deelnemers, omdat die al gezamenlijk zijn gedefinieerd als "colleges". Dit voorstel wordt overgenomen.

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

7/10

Artikel 12: taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur Het ministerie stelt voor om artikel 12 lid 1 sub g te schrappen, omdat de bevoegdheid om te besluiten over toetreding en uittreding van deelnemers toekomt aan de (betreffende) deelnemer(s) zelf. Deze constatering is juist. Voorgesteld wordt om artikel 12 lid 1 sub g te schrappen. Het gevolg daarvan is tevens dat de verwijzing in artikel 12 lid 2 gewijzigd dient te worden. Artikel 16: taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur Het ministerie geeft mee dat het eerste zinsdeel van artikel 16 sub b afdoende is voor een passende delegatie van de bevoegdheden uit artikel 4 van de regeling aan het dagelijks bestuur. Het tweede zinsdeel van artikel 16 sub b kan derhalve vervallen. Dit voorstel wordt overgenomen. Artikel 27: bijdrage deelnemers Het ministerie wenst te voorkomen dat de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers bij de jaarrekening (achteraf) hoger kunnen worden vastgesteld. Om die reden stelt zij voor om toe te voegen dat de definitieve bijdrage nooit hoger mag zijn dan de bijdragen zoals die volgen uit de vastgestelde of gewijzigd vastgestelde begroting. Dit voorstel wordt overgenomen.

Artikel 27 lid 4 komt hierdoor als volgt te luiden: "Bij het vaststellen van de jaarrekening stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de deelnemers vast en worden de betaalde voorschotten berekend, met dien verstande dat de definitieve bijdrage nooit hoger mag zijn dan de bijdragen zoals die volgen uit de vastgestelde of gewijzigd vastgestelde begroting." Artikel 28: meerjarig beleidsplan en meerjarenbegroting In artikel 28 lid 5 was het algemeen bestuur van het waterschap abusievelijk niet vermeld. De verwijzing naar het algemeen bestuur van het waterschap wordt toegevoegd. Artikel 40 lid 5: evaluatie en inwerkingtreding: Bekenmaking van de regeling in de Staatscourant is niet meer nodig. Om die reden stelt het ministerie voor om artikel 40 lid 5 als volgt te herformuleren: "Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op toetredingen, uittredingen en wijzigingen van de regeling." Dit voorstel wordt overgenomen.

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

8/10

Kennelijke verschrijvingen: -

artikel 29 derde lid kent een verschrijving: na "het vierde lid" dient "in acht" te worden toegevoegd;

-

in artikel 29, vijfde lid, dient "deelnemers" vervangen te worden door "colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap";

-

in artikel 32, tweede lid, dient "en/of" te worden vervangen door "of".

Deze voorstellen worden overgenomen. 5.

Ambtshalve aanpassingen

Tot slot wordt voorgesteld om ambtshalve nog een tweetal tekstuele aanpassingen door te voeren: •

Artikel 8 lid 3: “Iedere deelnemer kan voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid, de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.”

•

Artikel 36 lid 6: "uitredingsplan" wordt vervangen door "uittredingsplan".

6.

Vervolgproces

Het vervolgproces is opgenomen in het onderstaande schema: Tijdlijn

Procedurestap

10 april 2025

Ambtelijke bespreking van voorstel voor verwerking zienswijzen

18 april 2025

AB HCL – akkoord op ontwerpregeling na zienswijzen

Eind april / begin mei 2025

Verzending ontwerpregeling incl. reactienota naar gemeenten en waterschap

Mei – juli 2025

Toestemmingsprocedure bij raden en AB van het waterschap

September 2025

Nieuwe deelnemers: Getekend college -/ DB-besluit tot toetreding tot GR HCL

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

9/10

Huidige deelnemers: Getekend collegebesluit tot toetreding nieuwe deelnemers en wijziging GR HCL Oktober 2025 – december 2025

Voorhangprocedure bij het Rijk

1 januari 2026

Toetreding nieuwe deelnemers en inwerkingtreding wijziging HCL

***

Reactienota zienswijzen raden en algemeen bestuur van het Waterschap Limburg op voorgenomen toetreding tot de gemeenschappelijke regeling HCL/AH/BZ/7023274/Reactienota zienswijzen

10/10

Doorlopende tekst ontwerpwijzigingsregeling toetreding nieuwe deelnemers, incl. deelname Rijk Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, Gelet op de hoofdstukken V en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen, Overwegende dat de colleges van burgemeester en wethouders van Beek, Brunssum, EijsdenMargraten, Gulpen-Wittem, Kerkrade, Landgraaf, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal en het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg hebben besloten om, na verkregen toestemming van de raden van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap, per 1 januari 2026 toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling; Er als gevolg van de voormelde toetreding een wijziging van de gemeenschappelijke regeling vereist is; Besluiten: vast te stellen de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg met ingang van 1 januari 2026, waardoor deze als volgt komt te luiden:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 - Definities In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. archiefbescheiden: archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995; b. collecties: de verzameling historische voorwerpen, boeken en overige schriftelijke en elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, niet zijnde archiefbescheiden, in eigendom van of in beheer bij de Minister en de gemeenten voor zover het betreft voorwerpen of bescheiden bij de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten; c. college(s): het/de college(s) van burgemeester en wethouders van (één van) de gemeente(n); d. deelnemers: de Minister, de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap; e. de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; f. gemeenten: de gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal; g. provincie: de provincie Limburg; h. regeling: de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg ; i. waterschap: het Waterschap Limburg; j. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

HOOFDSTUK II.

HET RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEND LICHAAM

Artikel 2 - Doel 1. De regeling wordt getroffen met het doel de belangen van de deelnemers bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden, collecties, individuele documenten en dergelijke die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en het waterschap, in gezamenlijkheid te behartigen. 2. Het Historisch Centrum Limburg voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archiefbeleid en het cultuurhistorisch beleid van de Minister, de gemeenten en het waterschap mede uit.

Artikel 3 – Openbaar lichaam en bestuursorganen 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Historisch Centrum Limburg, dat gevestigd is in Maastricht. 2. Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid. 3. De bestuursorganen van het Historisch Centrum Limburg zijn: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. 4. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam.

HOOFDSTUK III. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 4 – Taken en bevoegdheden 1. Aan het bestuur van het Historisch Centrum Limburg zijn de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de deelnemers overgedragen: a.

de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in artikel 2 genoemde archiefbewaarplaatsen;

b.

de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 19, 31 en 32, derde lid, 36 en 37, derde lid, van de Archiefwet 1995;

c.

de bevoegdheid van de Minister om op grond van de artikelen 25 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie aan te wijzen;

d.

het adviseren en het doen van voorstellen aan de deelnemers over de taken en bevoegdheden, die door de deelnemers worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, 35 en 37, tweede lid, van de Archiefwet 1995, en

e.

het verrichten van door de deelnemers opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid.

2. Het Historisch Centrum Limburg stelt zich tevens ten doel het in de archiefbewaarplaatsen van de Minister, het waterschap en de gemeenten ondergebrachte cultuurhistorisch erfgoed toegankelijk te maken voor en onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

Artikel 5 Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld in artikel 19 Archiefwet 1995, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de Minister op grond van artikel 19 Archiefwet 1995 heeft vastgesteld voor de archiefbescheiden van het Rijk.

Artikel 6 – Werkafspraken met deelnemers 1. Ter uitvoering van de in artikel 4 opgenomen taken worden er per deelnemer werkafspraken gemaakt. 2. Het model van de werkafspraken wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en bevat ten minste de uitgangspunten en voorwaarden voor de werkzaamheden van het Historisch Centrum Limburg en de financiering daarvan.

Artikel 7 – Dienstverlening aan derden 1. Het Historisch Centrum Limburg is bevoegd om diensten voor derden, niet zijnde de deelnemers, uit te voeren. 2. Het algemeen bestuur besluit daartoe op voorstel van het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur draagt ervoor zorg dat het Historisch Centrum Limburg het merendeel van zijn taken blijft uitvoeren voor de deelnemers.

HOOFDSTUK IV. HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 8 – Omvang, samenstelling en beëindiging lidmaatschap 1. Het algemeen bestuur bestaat uit zoveel leden als dat er deelnemers zijn. 2. De colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap wijzen ieder uit hun midden één lid aan als lid van het algemeen bestuur. De Minister wijst één lid aan. 3. Iedere deelnemer kan voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur van het lid, aangewezen door de Minister, eindigt op het moment dat de termijn waarvoor het lid benoemd is afloopt. De aanwijzing van de overige leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap is benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap. 5. Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap, eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap te zijn. 6.

Indien tussentijds een vacature ontstaat wijst de Minister, het betreffende college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap ten spoedigste een nieuw lid aan.

7. Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de voorzitter en aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen. Het lidmaatschap duurt voort tot het moment waarop in de opvolging is voorzien.

Artikel 9 - Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en verder zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordeelt of wanneer tenminste twee leden dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoeken. 2. De vergaderingen zijn openbaar. 3. De deuren worden gesloten wanneer de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt. 4. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 5. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 10 - Stemverhouding 1. Er wordt voorzien in meervoudig stemrecht. 2. In de vergadering heeft ieder lid van het algemeen bestuur één stem, alsmede één stem voor elke volle € 500.000,- aan taken, producten en diensten die de deelnemer die het betreffende lid vertegenwoordigt van het Historisch Centrum Limburg afneemt. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, heeft het lid dat wordt aangewezen door de Minister in de vergadering drie stemmen. 4. Voor de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde bijdrage en daarmee het aantal stemmen geldt de vastgestelde begroting van het Historisch Centrum Limburg als uitgangspunt. De in het tweede lid bedoelde stemverhouding geldt dan ook voor dat jaar waar de begroting betrekking op heeft.

Artikel 11 - Besluitvorming 1. Besluiten worden op basis van een gewone meerderheid van stemmen genomen. 2. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 3. Het tweede lid is niet van toepassing: a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een aanwijzing, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; b. voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. 4. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet.

Artikel 12 – Taken en bevoegdheden 1. Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling behoren tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur:

a.

het uitvoeren van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 4 van deze regeling;

b.

het vaststellen van de meerjaren- en jaarlijkse beleidsplannen en de daarbij behorende meerjarenraming;

c.

het vaststellen van de begroting, alsmede de wijziging daarvan;

d.

het vaststellen van de jaarrekening;

e.

het vaststellen van de winstbestemming/verliesdekking;

f.

het vaststellen van verordeningen;

g.

het oprichten van, het mede oprichten van en het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang;

h. het besluiten tot het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; i.

het aanwijzen van de directeur, bedoeld in artikel 23, tot rijksarchivaris in de provincie, tot gemeentearchivaris van de gemeenten en tot waterschapsarchivaris van het waterschap.

2. Een besluit over het in het vorige lid, aanhef en onder g genoemde onderwerp wordt niet genomen dan nadat de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap een ontwerpbesluit is toegezonden en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

Artikel 13 - Commissies 1. Het algemeen bestuur kan, naast commissies van advies, commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. 2. De instelling van commissies, de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling alsmede de vaststelling van andere nadere regelingen met betrekking tot het functioneren van commissies, geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 95 jo. artikel 24 en 25 van de wet.

HOOFDSTUK V. HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 14 – Omvang, samenstelling en werkwijze 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, te weten de voorzitter en drie andere leden, die op de hiernavolgende wijze door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen: -

één lid op voordracht door en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van Maastricht en Heerlen;

-

één lid op voordracht van de Minister;

-

twee leden op voordracht van de overige leden van het algemeen bestuur.

3. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. 4. Indien tussentijds een vacature ontstaat wijst het algemeen bestuur ten spoedigste een nieuw lid aan. 5. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. 6. Besluitvorming vindt plaats bij gewone meerderheid van stemmen, voor zover niet anders is bepaald in de regeling.

Artikel 15 - Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 3. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, een nieuwe vergadering. 4. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 16 – Taken en bevoegdheden Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met: a. het voeren van het dagelijks bestuur van het Historisch Centrum Limburg; b. het uitoefenen van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 4 van deze regeling; c. beslissingen van het algemeen bestuur voorbereiden en uitvoeren; d. regels vaststellen over het personeel van het Historisch Centrum Limburg; e. besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Historisch Centrum Limburg, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 12 lid 1 sub h van deze regeling; f. besluiten namens het Historisch Centrum Limburg, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit; h. het beheer van de activa en passiva van het Historisch Centrum Limburg, en i. de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van het Historisch Centrum Limburg.

HOOFDSTUK VI. DE VOORZITTER

Artikel 17 – Aanwijzing voorzitter Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter respectievelijk vice-voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aan. Het dagelijks bestuur zal hiervoor in de eerste vergadering in de nieuwe samenstelling een voorstel doen aan het algemeen bestuur.

Artikel 18 – Taken en bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het Historisch Centrum Limburg in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gevolmachtigde.

HOOFDSTUK VII. INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT

Artikel 19 – Inlichtingenplicht 1. Het bestuur geeft de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de Minister, de raden van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Het bestuur geeft de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap op hun verzoek, dan wel op verzoek van één of meer leden, zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 45 dagen, schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de Minister, het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem heeft aangewezen schriftelijk alle inlichtingen die door de Minister, het college, het dagelijks bestuur van het waterschap of een of meer leden daarvan worden verlangd.

Artikel 20 - Verantwoordingsplicht De Minister, de colleges, de raden van de gemeenten en het dagelijks en algemeen bestuur van het waterschap kunnen een lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

HOOFDSTUK VIII. INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

Artikel 21 - Inspraak 1. Ingezetenen van de provincie Limburg en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de deelnemers het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de provincie Limburg en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

Artikel 22 - Zienswijzen 1. Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de Minister, de raden van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de deelnemers het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap twaalf weken de tijd om hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.

Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is, stelt het dagelijks bestuur de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap , alsmede het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

HOOFDSTUK IX. DE DIRECTEUR EN HET OVERIGE PERSONEEL

Artikel 23 - Directeur 1. Het dagelijks bestuur beslist omtrent het aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met de directeur van het Historisch Centrum Limburg. 2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat er periodiek een functionerings- en beoordelingsgesprek met de directeur plaatsvindt.

Artikel 24 - Instructie 1. Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast. 2. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

Artikel 25 - Taken 1. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem. 2. Alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de directeur mede ondertekend.

HOOFDSTUK X. FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 26 – Organisatie financieel beheer 1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van het Historisch Centrum Limburg, alsmede regels met betrekking tot het toezicht daarop. 2. Bij het vaststellen van de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt geregeld wie met het doen van ontvangsten en betalingen van het Historisch Centrum Limburg en met de zorg voor de boekhouding zijn belast. 3. Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27 – Bijdrage deelnemers 1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de Minister, het waterschap en de gemeenten, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting. De jaarlijkse bijdrage per deelnemer wordt berekend op basis van de verdeelsleutel die in ieder geval is opgenomen in de in artikel 6 bedoelde werkafspraken. 2. De deelnemers dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. 3. De deelnemers voldoen de verschuldigde jaarlijkse bijdrage in gelijke delen bij wijze van voorschot in vier termijnen (1 januari – 1 april – 1 juli en 1 oktober), tenzij in de werkafspraken anders is overeengekomen. 4. Bij het vaststellen van de jaarrekening stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de deelnemers vast en worden de betaalde voorschotten verrekend, met dien verstande dat de definitieve bijdrage nooit hoger mag zijn dan de bijdragen zoals die volgen uit de vastgestelde of gewijzigd vastgestelde begroting.

Artikel 28 – Meerjarig beleidsplan en meerjarenbegroting 1. Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting op. 2. Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid. 3. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de ontwerpmeerjarenbegroting aan het algemeen bestuur. 4. De deelnemers maken, binnen twee maanden na ontvangst van de in het derde lid genoemde stukken, gezamenlijk afspraken met het Historisch Centrum Limburg over te behalen resultaten voor de komende vier jaren. 5. Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van het vierjarig beleidsplan en de meerjarenbegroting dan nadat de raden van de gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap en de Minister gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.

6. Het algemeen bestuur zendt het beleidsplan en de meerjarenbegroting ten minste dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop deze stukken betrekking hebben, aan de Minister, het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten.

Artikel 29 – Kaders en begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. 2. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks uiterlijk 30 april aan de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van het Historisch Centrum Limburg en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de meerjarenraming zo spoedig mogelijk maar tenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de Minister, de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap. 3. Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het algemeen bestuur het archiefbeleid en het cultuurhistorisch beleid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en daarnaast de afspraken, bedoeld in artikel 28, vierde lid in acht. 4. In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven.

Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Historisch Centrum Limburg met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd. 5. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. 6. De Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 7. Het dagelijks bestuur stelt de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen, bedoeld in het zesde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 30 – Vaststelling begroting 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting wordt bij unanimiteit vastgesteld. 2. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de Minister, de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap die ter zake bij gedeputeerde staten van de provincie hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 3. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval uiterlijk 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van de provincie.

Artikel 31 – Wijziging begroting 1. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 2. De artikelen 29, tweede, zesde en zevende lid en 30, eerste en tweede lid, zijn, met uitzondering van de in artikel 29, tweede lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. De vorige zin geldt niet voor die wijzigingen, waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen, bedoeld in artikel 27, eerste lid. 3. Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan gedeputeerde staten van de provincie.

Artikel 32 - Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening en het jaarverslag aan de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet en artikel 109 van de Waterschapswet. 2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de Minister, de gemeenten of het waterschap in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden. 3. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de Minister, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap voor 30 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. 4. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=a377fc6d-3eb4-4c94-98f0-eebb4e162e45