CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Algemene Zaken en Middelen 6 oktober 2025, gemeente Kerkrade33.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Commissie en raadsvergaderingen

• • • •

Qua focus gaat het veel beter. Enorme verbetering, groei doortrekken. Nieuwe periode gelijk aangrijpen om iedereen gelijk in het model te zetten en weer stappen te maken. Voorstel om de definitie van een interruptie op papier in het rvo te zetten. Nu wordt in de interruptie een betoog verpakt voor de vraag of het statement en is het aan de 12

• • • •

voorzitter hier op te reageren. Wat leidt tot een discussie omdat niet geaccepteerd wordt dat de voorzitter beslist. Voorzitters voelen noodzaak om hier op te reageren. Roept een gevoel op van onveiligheid en respectloosheid plus plaatsvervangende schaamte. Het is niet netjes hoe met de voorzitter omgegaan wordt. Voorzitters willen graag vaker steun van de rest van de raad/cie hierin als zij dat ook vinden want gedragscode wordt anders een loos document. Onderwerpen die in de raad komen moeten met Kerkrade te maken hebben. Die relatie zien we graag vooraf op papier.

Wat zouden raads- en commissieleden beter kunnen doen?

• • •

•

•

Politiek debat kan beter, dit is een groeiproces. Parallelle sessies zijn ideaal. We moeten samen investeren in nieuwe raadsperiode in debat want anders lopen we het risico uit elkaar te groeien. Vroeger was voorbereiding op papier voldoende, nu moeten ze ad hoc reageren tijdens vergadering. Dit is moeilijk voor nieuwe leden en die durven dat wellicht niet. De inhoud moet goed bij iedereen bekend zijn. Als je niet goed voorbereidt bent is debatteren niet mogelijk. Daarnaast moet een ieder tegen verbaal geweld tegenstand kunnen en durven bieden. Voorstel: training partij politiek neutraal – heidag begin periode Collectief debattrainingsprogramma

Verwacht u van college of ambtelijke organisatie nog iets anders?

• • •

Griffie heeft positieve rol gespeeld door bevoegdheidsverdeling tussen college en raad. Kwaliteit van formats raadsvoorstellen kan altijd nog een stuk omhoog, bij de ambtenaren komt de kennis immers vandaan. Portefeuillehouders ook rol vast zijn, vooral ambtenaren moeten antwoorden in vergadering als beantwoording op technische vragen.

Wat zou u als voorzitter ofwel Presidium lid beter kunnen doen?

• • • •

Collegialiteit onderling tussen presidiumleden is goed. Blijven graag doorleren en ontwikkelen. Presidium moet nee leren zeggen. Daarvoor tijdig stukken hebben en kwaliteitscontrole. Presidium moet duidelijker rol pakken binnen het vergadermodel.

13

Kwantitatieve analyse Informatiebijeenkomsten Totaal aantal informatie bijeenkomsten

Waarvan parallelle sessies

2025

27

9

2024

24

2

2023

22

2

Gemiddelde Tijdsduur per informatiebijeenkomst* 3 x 2 bijeenkomsten parallel + behandeling Gr'en in 3 parallelle sessies 1 x 2 bijeenkomsten parallel 1 x 2 bijeenkomsten parallel

1u. 25 min. 1u. 30 min. 2u. 5 min.

* gemiddelde over het 1e half jaar

Commissievergaderingen Vergaderingen:

2025 2024 2023 2022

daarvan totaal aantal AZM omgezet naar gepland geannuleerd gezamenlijk 8 2 .. 8 3 2 8 2 .. 7 1 ..

gehouden vergaderingen 6 5 6 6

2025 2024 2023 2022

totaal aantal B&S daarvan naar gepland geannuleerd gezamenlijk 8 2 .. 8 2 1 8 .. .. 7 1 ..

gehouden vergaderingen 6 5 8 6

2025 2024 2023 2022

totaal aantal GEZ daarvan naar gepland geannuleerd gezamenlijk 8 1 .. 8 .. .. 8 .. .. 7 .. ..

gehouden vergaderingen 7 8 8 7

2025 2024 2023 2022

totaal aantal gezamenlijk gepland 2 4 2 1

gehouden vergaderingen 2 4 2 1

geannuleerd .. .. .. ..

14

Indicatie verloop gemiddelde vergadertijd: Commissie B&S gemiddelde vergadertijd genomen over het 1e half jaar 2024 1 uur en 35 min. 2023 2 uur en 22 min. 2022 1 uur en 6 min. (verkiezingsjaar) 2021 3 uur en 15 min.

Overzicht avonden op jaarbasis 2023 6,3

2024 6

2025 6,3

9

8

7,3

15 avonden

14 avonden

13 avonden

10 25 avonden

9 23 avonden

9 22 avonden

Gemid. aantal commissie vergadering gemid. aantal info bijenkomsten commissielid Raadsvergaderingen raadslid

Aantallen ontwerpbesluiten: Aantal verdeeld over aantal Gemiddeld per ontwerpbesluiten commissievergaderingen vergadering 4 2024 88 22 4.4 2023 107 24 5.7 2022 (verkiezingen) 115 20

Akkoordstukken op commissieagenda vanuit Presidium: AZM -> 3 ontwerpbesluiten 1. benoeming rekenkamerlid 2. toestemming GR historisch centrum 3. toestemming toetreding ISD/BOL tot Solido

B&S -> 0 GEZ -> 3 ontwerpbesluiten 1. verlengen lokale aanpak isolatie 2. verlengen stimuleringsregeling centrum 3. lidmaatschap service huis parkeer- en verblijfsrechten

Gezamenlijke commissies -> 12 ontwerpbesluiten 12 zienswijze begrotingen GR'en

Inventarisatie lokale bijeenkomsten versus regionale bijeenkomsten: 2024 lokaal: 21 Regionaal: 24 2025 lokaal: 24 Regionaal: 14 Regionaal in brede zin (o.a. symposium / seminar etc.) 15

Inspreekrecht: Op hoeveel ontwerpbesluiten is in de commissie ingesproken? 2025 1 2024 3 2023 6 2022 3 Op hoeveel informatiebijeenkomsten is ingesproken 2025 1

16

Bijlage 2 beschouwing van de onderwerpen genoemd in de evaluatie vergadermodel 2025 De onderwerpen uit de evaluatie zijn uitgesplitst naar informatiebijeenkomst, raadscommissie, raadsvergadering, administratief behandelproces en coördinatie. Informatiebijeenkomsten a. Dinsdag, vergaderdag In de evaluatie wordt vaak vergaderdruk als punt ingebracht. Dat is een belangrijk signaal en wordt breed afgegeven in relatie tot de informatieavonden. Met name kleine partijen ervaren dat. De vaste dag geeft, in tegen stelling tot het vorige model, duidelijkheid. Niet iedere, maar wel veel dinsdagavonden zijn informatieavonden. Kijkend naar de cijfers van 2025 dan zijn er 27 informatiebijeenkomsten op jaarbasis. Deze zijn gepland op 21 avonden. Die zijn onderverdeeld naar de onderwerpen van de commissies. Een informatiebijeenkomst is dan eens gericht op de leden van AZM en dan eens op de leden van B&S maar iedereen is vrij om deel te nemen. Het totaal aantal informatiebijeenkomsten kan grofweg gedeeld worden over de 3 commissies. Dit komt neer op 7 informatiebijeenkomsten per commissie. Over de opkomst meer onder punt C. De splitsing tussen informatieavond en commissie komt voort uit het BOB model om de informatiefase eerst te doorlopen zodat leden goed geïnformeerd beginnen aan de commissie en raad. Dat kan door een informatiebijeenkomst, RIB, video of schriftelijke vragen.

Een andere reden om de fases te scheiden is dat toen presentaties nog in commissies aan de orde kwamen deze vaak nog op een laat tijdstip aan de orde kwamen, de concentratie was dan niet meer aanwezig en presentaties werden snel afgedaan. Onderwerpen kregen daardoor niet de aandacht die ze verdiende. Een kleine vergelijking laat zien dat de duur van de commissie sterk is afgenomen. Was de gemiddelde vergadertijd van de commissie B&S in de eerste helft van 2021 nog 3 uur en 15 min. Dit is in 2024 gedaald naar 1 uur en 35 min. Dat is ook logisch omdat presentaties dus apart aan de orde komen tijdens een informatieavond waar iedereen fris start. Een bijkomende verklaring is het stellen van vragen vooraf en focus op verbetervoorstellen en discussiepunten. In de evaluatie wordt door Lokaal Alternatief een tijdige planning als voorwaarde genoemd. Dat is door het presidium ook als punt van aandacht ingebracht. Beter plannen is een duidelijk verbeterpunt in de uitvoering, de regels geven daarvoor voldoende ruimte. Ervaren nadeel aan langer vooruit plannen is dat avonden vast staan en een agendaverzoek vanuit de raad of urgent verzoek op korte termijn inplannen lastiger is of er toch nog geschoven moet worden. CDA brengt de aanvangstijd als aandachtspunt in. Deze is 19:00 uur maar staat de gemeenteraad vrij om anders te bepalen.

De aangebrachte structuur van een vaste dag en de informatieavonden-raadscommissies en raad staan niet breed ter discussie. b. Bevoegdheden Vergaderdruk en avonden goed benutten heeft te maken met plannen maar ook met keuzes maken. Bevoegdheden en interesse spelen daarin een rol zo brengen PvdA en Hart voor Vrijheid in. Het presidium ziet een oplossing in het beter beoordelen van aanvragen vanuit zowel college als raad: is de raad bevoegd en/of is het onderwerp politiek/maatschappelijk gedragen. De agendacommissie staat hiervoor aan de lat op basis van het RvO. Toepassen in de praktijk is echter ingewikkeld. Wat is bijvoorbeeld prioriteit voor de gemeenteraad?

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

1

Is de wens van 1 partij voor een informatieavond ook de wens van meerdere partijen? Zijn er andere instrumenten beschikbaar en staat de partij daarvoor open? De informatieavond zou voornamelijk in het teken moeten staan van aankomende besluitvorming of verantwoording/voortgang over eerder genomen belangrijke besluiten. De VVD stelt als voorwaarde dat onderwerpen dan vervolgens niet als feitelijke akkoordstukken in de commissie moeten worden doorgeschoven. Dat is bijvoorbeeld aan de orde geweest bij de behandeling van de zienswijzen op de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Het staat 2 partijen vrij indien nodig (amendement) om alsnog te agenderen voor bespreking in de commissie. Uit de cijfers blijkt dat er nog niet veel akkoordstukken in de commissie zijn geweest en dat er in die gevallen niet alsnog om bespreking is gevraagd. De agendacommissie wil strakker, binnen de al bestaande regels, in de beoordeling van aanvragen zijn om de hoeveelheid en kwaliteit informatieavonden te beheersen of andere vormen van informeren voor te schrijven zoals video-opname of schriftelijk. c. Opkomst en verslaglegging De opkomst tijdens informatieavonden is beperkt blijkt uit de waarnemingen maar ook de erkenning door de partijen en college in de evaluatie.

Er is geen nader onderzoek naar gedaan maar taakverdeling, werkdruk, hoeveelheid avonden, interesse en urgentie zullen een factor zijn. Een goede opkomst is wenselijk maar niet noodzakelijk. Dit staat echter haaks op de Kerkraadse cultuur om aanwezig te zijn. Bij raads- en commissievergaderingen is er al jarenlang een heel hoog aanwezigheidspercentage. De morele verplichting zoals de PvdA dit omschrijft is er, maar zou er niet altijd moeten zijn. Er is immers taakverdeling mogelijk, bijvoorbeeld één afgevaardigde namens fractie(s). Er zijn voor de raadzaal een video-opname of anders een kort verslag beschikbaar om op een ander moment te raadplegen. Dit wordt op prijs gesteld en door de VVD en SP een oproep gedaan om een video-opname van alle bijeenkomsten mogelijk te maken. Dit zal de griffie in het jaarplan 2026 opnemen om als pilot verschillende toepassingen te proberen tijdens informatieavonden zoals de toepassing van AI, video- en geluidsopname en op basis daarvan een voorstel met alternatieven en kosten aan de gemeenteraad voor te leggen. Voor regionale bijeenkomsten zou dit ook een mooie oplossing zijn gezien de hoeveelheid bijeenkomsten. Dat is echter aan de organiserende partij en wordt vanuit de griffie als aandachtspunt steeds meegegeven. d.

Informatieve onderwerpen in commissies De SP stelt voor om informatieve onderwerpen weer in de commissievergadering te agenderen en als er een informatieavond is ook politieke vragen toe te staan. Dit is uiteraard een mogelijkheid indien het vergadermodel en daarmee de reglementen anders worden ingericht. Het zorgt dan wel voor vermenging van de informatieve en beeldvormende fase die nu uit elkaar zijn gehaald. Raadscommissies e. Uitval commissievergaderingen CDA stelt voor om de raadscommissies wellicht samen te voegen. Commissies samenvoegen is mogelijk. Daar heeft de raad volledige vrijheid in. Daarbij zou gedacht kunnen worden aan een opzet met nog maar twee adviserende raadscommissies in plaats van drie. Daarbij moet dan gekeken worden naar een herverdeling van thema’s om commissies gelijkwaardig te belasten in werkdruk en vergadertijd. De SP merkt op dat dat commissievergaderingen veelal uitvallen en er nog nauwelijks onderwerpen zijn. De data laat zien dat het aantal commissievergaderingen over 2023,

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

2

2024 en 2025 in een zelfde bandbreedte zit met 4 / 6 ontwerpbesluiten per commissie. In 2024 zijn in totaal 88 ontwerpbesluiten verdeeld over 22 commissievergaderingen. In 2023 107 ontwerpbesluiten over 24 commissievergaderingen en in 2022 115 ontwerpbesluiten verdeeld over 20 vergaderingen commissie. In 2025 verwachten we rond de 85-90 ontwerpbesluiten. Zoals eerder beschreven is de tijdsduur van commissies drastisch verlaagd door de informatieavonden. Avonden kunnen wel beter benut worden op het moment dat er korte commissievergaderingen zijn. Efficiënt en effectief vergaderen is de insteek. Is een commissievergadering snel klaar door akkoordstukken of het ontbreken van amendementen of moties bij een bespreekstuk hebben raads- en commissieleden de rest van de avond de tijd voor het eigen raads- en commissiewerk of onderling overleg. Een van de doelstellingen van de aanpassing van het vergadermodel is om tijd vrij te spelen en in te zetten voor eigen werk. Een aansluitende informatieavond kan incidenteel ook tot de mogelijkheden behoren maar is lastig vanwege de korte voorbereidingstijd. f.

Technische/feitelijke vragen Het verplicht vooraf stellen van vragen en verkrijgen van antwoorden wordt breed gedragen. SP stelt voor dat er meer ruimte in de commissie moet zijn voor het stellen van technische/feitelijke vragen, wellicht met een limiet. Burgerbelangen, VVD en Hart voor Vrijheid roepen op om eerder informatie met elkaar te delen. Een ruime meerderheid is tevreden over deze opzet met vragen vooraf. In de praktijk wordt er door de voorzitters ook nog ruimte geboden tijdens vergaderingen om technische vragen te stellen. Kijkend naar het door de gemeenteraad beoogde doel van de commissievergadering is het echter niet wenselijk. Immers, informatie moet vooraf duidelijk zijn om in de commissie de discussiepunten en verbetervoorstellen op te zoeken. De informatieve fase is vóór de commissie. Er is nu ruimte in het RvO om urgente technische vragen in de commissie te stellen. Het mogelijk maken, al dan niet met een limiet, van het stellen van feitelijke vragen werkt het vraag-antwoord spel in de hand tussen een lid en portefeuillehouder, iets dat net niet meer de bedoeling is op wens van de raad om toe te werken naar meer debat met discussiepunten en verbetervoorstellen. Voor reguliere vragen is het ook niet efficiënt en effectief. Er zijn immers zo’n 25 deelnemers aan een vergadering die dan tijd besteden aan vragen die mogelijk maar één iemand wil weten.

Ook is er ambtelijk dan geen tijd om zaken goed uit te zoeken omdat beantwoording ter plekke moet gebeuren. Maar de gemeenteraad heeft de mogelijkheid om het vergadermodel naar eigen wens in te richten dus aanpassingen op dit onderdeel zijn mogelijk in alle vormen en voorwaarden.

g. Akkoord- en bespreekstukken commissieagenda Een wijziging van het vergadermodel is om ook in de commissie al te werken met akkoord- en bespreekstukken om effectief en efficiënt te vergaderen en om de focus te leggen op de echte bespreekstukken. Akkoordstukken in de commissie zijn nog maar beperkt aan de orde geweest, zie bijlage 1 onder kwantitatieve analyse. Zes reguliere ontwerpbesluiten. Twaalf akkoordstukken waren de zienswijzen op de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Deze aanpak is zowel vanuit alle fractievoorzitters als college/ambtelijke organisatie als zeer positief ervaren. Na het in concept agenderen van akkoordstukken in de commissie is in geen enkel geval door een partij alsnog om bespreking gevraagd voorafgaand of in de commissie. Het is en blijft echter een moeilijke inschatting voor het presidium om een stuk als akkoordstuk op de concept agenda van de commissie te agenderen. Daarin is het presidium terughoudend en vergt opbouw van ervaring binnen het Presidium en begrip Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

3

vanuit partijen. Partijen kunnen zelf alsnog om bespreking vragen (minimaal 2 partijen). Een akkoordstuk in de commissie, zoals bij alle GR-en, maakt dat portefeuillehouder, ambtenaren en externen niet onnodig hoeven te komen. h. Debat Uit de evaluatie blijkt dat er verandering in positieve zin wordt waargenomen. Maar er is zeker nog ruimte voor verbetering en daarvoor worden suggesties gedaan. Zo wordt het eerder delen van moties, amendementen, vragen en schriftelijke bijdragen en duidelijke orde en interrupties genoemd (Burgerbelangen, PvdA, HvV, VvD, OK). Wens onder enkele partijen is dat ze zich beter voor kunnen bereiden op het debat. Bedoeling van de commissievergadering is om in een dialoog tussen de partijen (dus niet tussen partij(en) en de portefeuillehouder) af te pellen waar men het (on)eens over is. Welke verbetersuggesties zijn er (eventuele moties en amendementen)? Discussiepunten zijn belangrijker dan standpunten, die kunnen immers in de raadsvergadering worden ingenomen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de commissieleden. Luisteren, kort en duidelijk spreken en debatteren zijn belangrijke vaardigheden voor een debat. Training en ervaring opdoen is nodig. Dit krijgt dan ook de benodigde aandacht in het inwerkingprogramma komend jaar. Die vaardigenheden zijn ook van belang in de gemeenteraad.

De orde handhaven en debat stimuleren zijn actiepunten voor de voorzitters. Voor interrupties is een definitie voorgesteld in het RvO. i.

Spreektijd De spreektijd wordt als positief ervaren. Er ligt geen verzoek voor aanpassing van de tijden. Wel voor coulance in de omgang met de spreektijd (Lokaal Alternatief) waarbij Ons Kerkrade opmerkt dat die wordt toegepast. Uit een terugblik op de vergaderingen blijkt ook dat de spreektijd richtinggevend is maar voorzitters niet op de seconden afklokken en microfoons gaan niet meer vanzelf uit.

j.

Rondvraag SP stelt voor om de rondvraag weer op te nemen. Dat is mogelijk door het opnemen van een bepaling in het betreffende RvO met een goede definitie. In de nota van toelichting van juni 2024 actualisatie vergadermodel is opgenomen: In de commissievergadering is er op het einde een rondvraag. Een terugblik op recente commissievergaderingen leert dat de rondvraag steeds vaker gebruik wordt om vragen te stellen aan het college. Het reglement van orde bevat geen bepaling over de rondvraag. In het archief is teruggevonden dat het Seniorenconvent op 25 november 2004 heeft afgesproken: de rondvraag in de commissies is bestemd voor “vragen met betrekking tot meningen/gevoelens/vragen aan dan wel van commissieleden en is niet bestemd voor vragen aan het college”. De instrumenten die toezien op het recente gebruik van de rondvraag zijn het vragenuur in de commissie (artikel 17), technische vragen schriftelijke indienen, ambtelijk bijstand of vragen aan het college (artikel 38-vragen, RvO Raad). De rondvraag wordt in verband met het ontbreken van een grondslag niet meer opgenomen als apart agendapunt. Bij de sluiting van de agenda is er nog de ruimte voor commissieleden om terug te blikken op de vergadering of op elkaar te reageren.

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

4

k. Inspreekrecht PvdA stelt voor om het inspreekrecht in de commissie los te koppelen van de voorwaarde dat het over een agendapunt moet gaan. Met de invoering van het huidige vergadermodel is het inspreekrecht verruimd. Inspreken is nu ook mogelijk bij informatieavonden. Burgerparticipatie is mogelijk in het beleidsproces maar in het besluitvormingsproces is er dus ook nog invloed mogelijk door aan te sluiten bij een informatieavond of in te spreken bij een commissie. Helaas blijkt uit de data dat er weinig insprekers zijn. De raad is vrij om het inspreekrecht in te richten en loskoppelen van de agendapunten is mogelijk. Verwachtingenmanagement richting burgers is wel belangrijk: hoeveel tijd is er beschikbaar, wat kan er ter plekke wel en niet besproken worden en wat wordt er daarna mee gedaan? l.

Voorzitterschap De rol van de voorzitter is door het vergadermodel moeilijker geworden. Eerst was de commissie gericht op het stellen van vragen en krijgen van antwoorden. Nu is de insteek het opzoeken van discussiepunten in een dialoog tussen de partijen met spreektijden en interrupties. De voorzitters hebben daarin een andere rol, volgen trainingen en doen ervaring op. Ook zijn er voorzitterswisselingen geweest. De voorzitters concluderen ook zelf dat deze rol moeilijker is en evalueren hun voorzitterschap na iedere vergadering. Dat is ook voor voorzitters een leerproces. Uit de evaluatie volgt een brede oproep aan de voorzitters. Zoals van Burgerbelangen om strakker te sturen op spreektijden, Lokaal Alternatief om coulance toe te passen, PvdA om beter toe te zien op de schifting van technische en inhoudelijke vragen, VVD vraagt om een betere facilitering van het debat en SP vindt dat discussies gesmoord worden. Zoals eerder beschreven zijn dat actiepunten voor de voorzitters staan zijn de vergaderregels zelf niet direct ter discussie in de reacties.

m. Advies commissie De commissie geeft advies aan de gemeenteraad. Dit doet de commissie op voorstel van de voorzitter. Kan het voorstel naar de gemeenteraad en als akkoord- of bespreekstuk. Voor bespreking zijn minimaal 2 partijen (los van het aantal zetels) nodig. Belangrijk is wel dat duidelijk is wat er te bespreken is. Idealiter is dat een amendement of motie. In de afronding van de commissiebespreking moet dit duidelijk worden als bouwsteen voor het debat in de gemeenteraad. Dat komt in de uitvoering nog onvoldoende tot uiting. Raadsvergadering n. Besluitvorming Meerdere partijen zien de ontwikkeling terug dat de raadsvergadering een besluitvormende vergadering is geworden. De SP brengt in dat een meerderheidsbesluit niet per definitie een democratisch besluit is. In de raad worden de akkoordstukken versneld afgedaan en politieke discussie richt zich op bespreekstukken waar dan amendementen of moties aan ten grondslag liggen. Daarna neemt de raad ook daarover besluiten. De raad zou dan ook geen herhaling van de commissie moeten zijn maar het debat draait om de verbetervoorstellen (amendementen en moties). Besluiten worden in de gemeenteraad op grond van de Gemeentewet door de meerderheid genomen.

De gemeenteraad heeft voor de commissies wel nadrukkelijk gekozen voor een minderheidssysteem door 2 partijen (ongeacht het aantal zetels) de mogelijkheid te geven om een bespreekstuk op de agenda van de raad te zetten. Daarbovenop is ruimte voor een raadslid of partij om te amenderen

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

5

op een akkoordstuk in de raadsvergadering om ook daar nogmaals ruimte te bieden aan een individueel lid/minderheid. o. Moties PvdA stelt voor om een vast agendapunt op de raadsagenda te zetten waar moties, die niet gaan over een al geagendeerd onderwerp, ingebracht kunnen worden. Dit zijn moties vreemd aan de orde van de dag. De SP stelt dit ook voor, maar ook om dit vast op de commissieagenda te agenderen. De gemeenteraad heeft vrijheid om het proces rondom moties te regelen. Het VNG model reglement bevat een bepaling om die moties op het einde van de raadsvergadering in te kunnen brengen. Maar er zijn ook andere varianten mogelijk. In Kerkrade sluit de behandeling van moties vreemd aan de orde van de dag aan op de reguliere raadsvoorstellen. Eerst behandeling in de commissie en daarna besluitvorming in de gemeenteraad behalve als een motie spoedeisend is, dan kan deze direct in de raad ingebracht worden. Voor reguliere inhoudelijke moties kan de bespreking in de commissie van meerwaarde zijn. Er is immers meer voorbereidingstijd voor partijen in aanloop naar het besluit in de gemeenteraad, mogelijkheid tot technische vragen en in de commissie kan gesproken worden met de andere partijen, portefeuillehouder en ambtenaren. Een vast agendapunt in raad en/of commissie is mogelijk.

Aandachtspunten hierbij zijn er ook, als een motie vrij laat op de agenda wordt gezet is voorbereiding door anderen beperkt mogelijk. Ook de aanwezigheid van wethouder en ambtenaren kan door late agendering in de commissie mogelijk een uitdaging zijn. De samenhang tussen afspraken hierover is belangrijk om de meerwaarde te benutten.

Administratieve proces p. Tijdigheid van moties en amendementen Een spanningsveld dat naar voren komt uit de evaluatie is enerzijds de behoefte aan tijdige informatie voor een goede voorbereiding en anderzijds de vrijheid om ook in de raadsvergadering moties en amendementen in te dienen. Een bindende deadline voorafgaand aan de raadsvergadering afspreken is niet mogelijk. Vanuit collegialiteit, zorgvuldigheid en slagingskans is het wel aan te bevelen moties en amendementen vooraf al in te brengen. Het is steeds aan de betreffende commissie en gemeenteraad om te bepalen wat verder toelaatbaar is. Het zeer laat indienen van een amendement zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat een raadslid de inhoudelijke consequenties niet kan overzien en op grond daarvan tegenstemt. q. Volledigheid van documenten Tijdens vergaderingen maar ook in de evaluatie wordt door partijen gewezen op de noodzaak van complete stukken. Relevante bijlagen alsook goed ingevulde stukken zijn belangrijk. Er loopt een project om dit te verbeteren met een oplevering eind kwartaal 1 2026.

Daarbij gaat het niet alleen om de kopjes in een raadsvoorstel maar een heroverweging van alle formats, instructies voor het schrijven van stukken alsook alle relevante ontwikkelingen meenemen zoals de Wet open overheid, eenvoudig taalgebruik, digitale toegankelijkheidsvereisten en gebruik van applicaties om de raadsvoorstellen te maken.

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

6

r.

Publiceren van documenten De SP herhaalt in de evaluatie een verzoek om alle stukken van de commissie ook bij de raadstukken te voegen. Die opdracht kan de gemeenteraad aan het presidium en griffie meegeven. Het is technisch uiteraard mogelijk, de personele capaciteit is beperkt. Op dit moment is de lijn dat de stukken in Ibabs daar worden gepubliceerd waar ze toe behoren. Dus een presentatie bij de informatieavond, een concept raadsvoorstel met vragen en antwoorden bij de commissie en het raadsvoorstel dat door de commissie aan de raad is aangeboden en een amendement dat in stemming komt bij de raadsvergadering. Nadeel van dubbel of driedubbel publiceren is de vervuiling van het raadsinformatiesysteem en zoekfunctie. In het eerder genoemde project verbeteren raadsvoorstellen wordt ook een terugblik op relevante informatie meegenomen. In de nota van toelichting kan bijvoorbeeld verwezen worden naar een eerder genomen besluit en een relevante raadsinformatiebrief.

Coördinatie van de vergaderpraktijk s. Samenstelling presidium (agendacommissie) SP stelt de samenstelling van het presidium aan de orde. CDA stelt de neutraliteit van de agendacommissie aan de orde. Hart voor Vrijheid stelt voor om een stap in te bouwen zodat presidium vooraf kan toetsen of er behoefte is aan een bepaalde informatieavond. Dat zou dan een simpele online oplossing moeten zijn om dit werkbaar te maken. Kijkend in Nederland is de samenstelling van agendacommissies wisselend. • • • • • •

• • • •

Heerlen: presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. Landgraaf: de commissieagenda wordt opgesteld door de commissievoorzitters(s) met de griffier. Weert: presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. Venray: raadspresidium, bestaande uit de fractievoorzitters. Maassluis: agendacommissie, samengesteld uit de raadsvoorzitter en de door de gemeenteraad aangewezen commissievoorzitters. Amsterdam: presidium bestaat uit een voorzitter en 4 leden. Zijn hebben o.a. tot taak onderwerpen ter bespreking in het fractievoorzittersoverleg aan te dragen. Het fractievoorzittersoverleg is vervolgens in Amsterdam belast met het doen van voorstellen m.b.t. de agenda van de raadsvergadering. Almere: presidium bestaat naast de vicevoorzitter van de raad uit vier raadsleden, niet zijnde fractievoorzitter. Den Bosch: presidium bestaat uit de voorzitter en de commissievoorzitters. Maastricht: agendacommissie welke bestaat uit de plaatsvervangend voorzitter van de raad met de voorzitters- en vice-voorzitters van de domeinvergaderingen. De Tweede Kamer kent ook een Presidium waarbij de taken en bevoegdheden weliswaar verder gaan maar voor wat betreft het agenda onderdeel gelijkenissen toont (Presidium Tweede Kamer | Parlement.com).

De Kerkraadse agendacommissie heeft slechts een beperkte rol, een coördinerende rol met de opdracht om niet-politiek te handelen en vanuit het groepsbelang van de raad/commissie het werk te doen. Het zijn steeds de commissies en raad die uiteindelijk gaan over de eigen agenda en die dat met een besluit vaststellen. De samenstelling is

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

7

door de raad te bepalen waarbij aanbevolen is om minimaal een coalitie/oppositie verdeling toe te passen zoals nu het geval is. t.

Rol pakken Het presidium heeft als agendacommissie in het reglement van orde taken gekregen. Die kan het presidium nog strikter invullen om tegemoet te komen aan de punten uit de evaluatie zoals efficiënter plannen, avonden beter benutten, incomplete stukken signaleren en andere vormen van informatievoorziening toepassen dan de reguliere fysieke vergaderingen. Dat is ook een cultuurverandering die tijd nodig heeft. Over het voorzitterschap is al eerder een beschouwing gegeven.

Beschouwing onderwerpen evaluatie vergadermodel Kerkrade 2025

8

REGLEMENT VAN ORDE VOOR VERGADERINGEN VAN DE RAAD GEMEENTE KERKRADE 2025 HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; b. griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger; c. amendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit; naar de vorm geschikt om direct in de ontwerpverordening of het ontwerpbesluit te worden opgenomen; d. subamendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement; naar de vorm geschikt om direct in het amendement waar het betrekking op heeft, te worden opgenomen; e. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; f. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; g. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid of raadsleden voor een verordening of ander voorstel; h. interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda; i. interruptie: een door de voorzitter toegestane, korte onderbreking van het betoog van de spreker door een ander lid. De interruptie heeft uitsluitend tot doel het stellen van een korte, verduidelijkende vraag of het maken van een beknopte opmerking zonder inleiding. Een interruptie maakt geen deel uit van de spreektijd die is vastgesteld. j. wet: Gemeentewet. Artikel 2 De voorzitter 1.

De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De voorzitter verleent het woord, formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede.

Artikel 3 De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het Presidium en het seniorenconvent. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger, die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 4 Het Presidium 1. De raad heeft een Presidium, zijnde een agendacommissie zoals omschreven in het reglement van orde Presidium gemeente Kerkrade. Artikel 5 Het seniorenconvent 1. De raad heeft een seniorenconvent, dat tot taak heeft in overleg te treden met de burgemeester aangaande bijzondere bestuurlijke aangelegenheden. 2. Het seniorenconvent bestaat uit de burgemeester, die tevens voorzitter van het seniorenconvent is, en de fractievoorzitters. 3. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig. 4. Bij afwezigheid van de burgemeester wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. 5. Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen om deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Elke fractievoorzitter kan zich laten vervangen in het seniorenconvent door een raadslid van zijn fractie. Artikel 6 Openbaarheid vergadering seniorenconvent De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar. Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1.

Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden. De door gemeenteraad ingestelde Integriteitscommissie is tevens de permanente commissie geloofsbrieven waarbij steeds drie leden zorgdragen voor het onderzoek. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raads- en commissieleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raads- en commissieleden tot de raad of commissie. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 8 Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

2. Deze De permanente commissie geloofsbrieven onderzoekt of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 9 Fracties 1. Raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. Een fractie mag ook gedurende de bestuursperiode haar naam veranderen. Zij dient dit schriftelijk mede te delen aan de voorzitter. 4. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 5.

Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 6. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 7. Een door afsplitsing nieuw ontstane fractie heeft het recht een eigen fractienaam te kiezen. De nieuwe fractie dient de fractienaam schriftelijk door te geven aan de voorzitter. 8. Indien door afsplitsing een oorspronkelijke fractie zodanig verdeeld is, dat beide nieuw ontstane fracties even veel raadsleden tellen, mag slechts één fractie verder onder de naam, die boven de kandidatenlijst stond en moet de andere fractie een nieuwe naam kiezen. Indien een patstelling ontstaat over het recht op de oorspronkelijke naam boven de kandidatenlijst, beslist de raad. 9. Met de in dit artikel beschreven veranderende situaties wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling ervan. 10. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Hoofdstuk 2

Raadsvergaderingen

Paragraaf 1

Voorbereiding

Artikel 10 Tijd en plaats van vergaderen 1. Met inachtneming van artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak als hij daartoe heeft besloten. Het seniorenconvent stelt daartoe jaarlijks, op voorstel van het Presidium, een vergaderschema vast. 2. Hiervoor wordt door de voorzitter, in overleg met de raad, zo veel als mogelijk een vaste dag en een vast tijdstip van aanvang vastgesteld.

3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het Presidium, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie. Artikel 11 Oproep en agenda 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het Presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2. De voorzitter zendt ten minste zes dagen vóór een raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het verzenden van de oproep, zoals nader aangeduid in lid 2, tot uiterlijk 48 uur vóór aanvang van een vergadering, een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur vóór aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 4. Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 12, vierde lid, van toepassing. 5. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd.

Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Originele stukken worden behandeld conform de 'Archiefverordening Kerkrade 2020'. 4. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 13 Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een van gemeentewege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend digitaal plaatsvinden.

Paragraaf 2

Ter vergadering

Artikel 14 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 15 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden en de griffier hebben bij raadsvergaderingen een vaste zitplaats. 2. De orde van plaatsneming in de raadszaal van de leden van de raad wordt door de voorzitter, het seniorenconvent gehoord hebbende, bepaald. Daarbij geldt als uitgangspunt, dat de leden van de onderscheidene fracties bij elkaar worden geplaatst. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

4. Indien het maximaal toelaatbare aantal personen is bereikt, kan worden uitgeweken naar een andere ruimte waar de vergadering op beeld gevolgd kan worden. Artikel 16 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet. 3. Voorafgaande aan het gestelde in het eerste lid kan de voorzitter vóór aanvang van de vergadering en na het sluiten van de vergadering een tekst ter overdenking uitspreken. Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt door loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het raadslid dat bij dat nummer behoort, begint een eventuele hoofdelijke stemming. Artikel 18 Besluitenlijst 1. De concept-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden verstrekt gelijktijdig met de oproep. De concept-besluitenlijst wordt op hetzelfde moment aan de overige personen, die het woord gevoerd hebben, verstrekt.

2. Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitter en de griffier alsmede de anderen die deelgenomen hebben aan de beraadslagingen dan wel het woord hebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient 48 uur vóór aanvang van de vergadering waarin de besluitenlijst wordt vastgesteld, bij de griffier te worden ingediend. Bij de vaststelling van de besluitenlijst, beslist de raad of met het voorstel tot aanpassing c.q. wijziging zoals hiervoor omschreven, rekening zal worden gehouden. 4. De besluitenlijst moet inhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden en anderen die het woord hebben gevoerd alsmede de namen van de leden die afwezig waren; b. een beknopte opgave van de inhoud van alle ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 19 de schriftelijke of mondelinge mededelingen over ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 19; c. een vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn geweest; d.

een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden, die 'voor' of 'tegen' stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden; e. een nauwkeurige omschrijving van de genomen besluiten; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. een link naar het transcript van de raadsvergadering. 5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. 6. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Artikel 19 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van het Presidium of in geval van onverwijlde spoed de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Tot 2 uur van te voren kan een lid van de raad een verzoek bij de griffier indienen om de wijze van afdoening aan te passen. Artikel 20 Beraadslaging 1. De beraadslaging als voorbereiding op besluitvorming geschiedt door de leden van de raad terwijl de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en anderen dan de in de raad aanwezige leden van de raad op uitnodiging van de voorzitter het woord kunnen voeren. 2. Het Presidium kan tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering de burgemeester of één of meer wethouders dan wel anderen dan leden van de raad uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de beraadslaging. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de raad, op voorstel van een der leden van de raad, terstond besluiten dat de voorzitter deelneemt aan de beraadslaging. 4.

Voor zover de raad wenst te beraadslagen over een geagendeerd onderwerp of voorstel begint de beraadslaging bij de fractie waartoe het lid behoort, dat overeenkomstig artikel 17 is aangewezen of bij een andere fractie indien de voorzitter dit wenselijk acht voor de beraadslaging. Artikel 21 Spreekregels 1. De leden spreken vanaf hun plaats of het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken. 3. Anderen, die aan de beraadslagingen deelnemen, spreken vanaf een aan hen aangewezen plaats en richten zich tot de voorzitter. 4. Een lid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Artikel 22 Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Per fractie geldt een spreektijd van maximaal 5 minuten in de 1e termijn en 3 minuten in de 2e termijn per agendapunt. 3. Voor het college geldt een spreektijd van maximaal 5 minuten in de 1e termijn en 3 minuten in de 2e termijn. 4. Het Presidium kan bij het agendavoorstel besluiten van deze spreektijden af te wijken. 5. De voorzitter kan een voorstel doen aan de raad om hiervan af te wijken. 6. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 7.

Een fractie mag in de eerste termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 8. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. 9. Het tweede lid is niet van toepassing op:

a. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. 10. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 23 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een raadslid hem interrumpeert aan het einde van zijn betoog in de eerste termijn of tijdens volgende termijnen. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een lid, wethouder, gemeentesecretaris, de griffier of ander persoon die het woord voert, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt dat lid door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid, de desbetreffende wethouder, gemeentesecretaris, griffier of ander persoon die het woord voert, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter dat lid of die persoon gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.

De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. Artikel 24 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden in maximaal 1 minuut hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 25 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Paragraaf 3

Procedures bij besluiten en stemmingen

Artikel 26 Stemming; procedure bij hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of dat zij zich op basis van de wet van deelneming aan de stemming hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder volgens de volgorde van de presentielijst.

5. Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt echter geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 27 Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4.

Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 28 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco stembriefje; b.

een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd, die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

8. Wanneer bij het maken van een keuze, voordracht of aanbeveling van personen het voorstel is beperkt tot één persoon voor elke te vervullen vacature, wordt geen stemming gehouden tenzij een van de leden dit verlangt. Artikel 29 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 30 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 3

Rechten van leden

Artikel 31 Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend. 3. Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 32

Moties, die betrekking hebben op een op de agenda van de raad opgenomen onderwerp 1. Ieder lid kan vooraf of ter vergadering een motie indienen. 2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. Artikel 33 1. 2. 3. 4.

Moties, die geen betrekking hebben op een op de agenda van de raad opgenomen onderwerp Ieder lid van de raad kan een motie indienen. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden bij de voorzitter worden ingediend. Hierbij wordt gemotiveerd aangegeven of de motie een spoedeisend karakter heeft. Een niet-spoedeisende motie, die geen betrekking heeft op een op de agenda van de raad opgenomen onderwerp, wordt eerst behandeld in de daarvoor bestemde raadscommissie. Het Presidium bepaalt op grond van de motivering van de indiener of een motie spoedeisend is.

Artikel 34 Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel 35 Initiatiefvoorstel 1. Een lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. 2. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad. 3. Het college kan binnen vier weken nadat het in kennis is gesteld van een voorstel zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de gemeenteraad brengen. 4. Nadat het college zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel door het Presidium op de commissieagenda en vervolgens op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de oproep hiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 5. Indien het initiatiefvoorstel spoedeisend is, wordt het na het verstrijken van de termijn van 4 weken of na het kenbaar maken van de wensen en bedenkingen van het college rechtstreeks op de raadsagenda geplaatst. Het Presidium beoordeelt of een initiatiefvoorstel spoedeisend is. 6.

Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd. Artikel 36 Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is, dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 37 Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken, die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daarop volgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 38 Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Vragen die tenminste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens wordt aangegeven binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 39 Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.

De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Hoofdstuk 4

Lidmaatschap van andere organisaties

Artikel 40 Verslag en verantwoording 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om (in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken, die in het algemeen bestuur als bedoeld, aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende raadscommissie. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=1bf2b403-fb3e-4b36-a0d9-fa26a32d8655