2025-09-02 transcript
Tekst van het document
Maar achteraf bij tegenvallende resultaten alsnog in de verhuur wordt geduwd. In het verlengde daarop: hoeveel grip heeft een gemeente als ze niet eigen grond hebben om invloed uit te oefenen op de kwaliteit? Het laatste is iets moeilijker. Met eigen grondpositie kun je veel makkelijker sturen. Laten we reëel zijn. HEEMwonen is de grootste partij. Dat weet iedereen. De samenwerking met HEEMwonen is dusdanig goed dat er over en weer goede gesprekken worden gevoerd. Er is ruimte tot maatwerk. Betekent dat dat je een heel gedeelte sociale woningbouw kunt afbreken en daar 10 villa's voor terug kunt zetten? Dan raak je direct hun businessmodel. Zo'n immense inbreuk is veel moeilijker. De verdeling van sociaal naar midden of verkoop willen ze wel. Die ruimte hebben we. Ongeacht of we er een positie hebben. Het goede is dat we een sturingsinstrument hebben in het bestemmingsplan. Soms hebben we wat groen. We komen elkaar op meerdere plekken tegen. Het is een partnerschap.
We zijn met de corporaties aan het kijken: kunnen we er een gezamenlijk plan van maken? Je ziet dat vaak op een projectniveau wordt gekeken: wat gaan we doen? Ik heb met de bestuurder van HEEMwonen gesproken over: kunnen we met elkaar een masterplan maken? Een inzicht van de komende jaren: wat gaan we doen? Wat betekent dat en wat betekent dat in aantallen? We zijn in Haanrade aan het kijken naar het Vincent van Goghplein. Daar is een woningbouwontwikkeling. Haanrade heeft bijna geen sociale woningbezit. Ik heb tegen hem gezegd: van mij mag je daar iets van sociale huur, maar ook woon en koop. Dat betekent op het moment dat je dat we het op een andere plek wegdoen. Dat betekent dat voor hem zijn bottomline hetzelfde blijft, maar dat de rendabiliteit van de projecten zo wel over en weer gematcht wordt. Die gesprekken zijn nieuw. Dat is waar we elkaar op aan het vinden zijn. -In het verlengde daarvan heb ik een vraag. Ik vind het trouwens een goede ontwikkeling. Dat bekijk je niet op postzegelniveau, maar breder. Het is zo inzichtelijk wat een woningcorporatie in bezit heeft. Ik weet niet of dat gedeeld mag worden? Al dan niet vertrouwelijk met de raad of ter inzage om daar een beter inzicht in te krijgen. Je hebt natuurlijk een deel eigendom. Lage inkomensgrens eigendom en particulier die onder de lage inkomen verhuren.
Worden die aantallen meegenomen bij de genoemde aantallen? -Dat zijn de totale aantallen. Nicolaas heeft zijn best moeten doen om dat eruit te krijgen. Misschien kan hij daar zelf iets over zeggen. Bij de sociale huur van de corporaties, daar hoeven wij de vraag te stellen en we krijgen die antwoorden. Bij de particulieren weten we dat helemaal niet. Wat we hier in heel veel gevallen ook gedaan hebben, is dat we de verhoudingen van de corporaties hebben omgezet naar de overige huurwoningen om tot die getallen te komen. Natuurlijk hebben we met veel mensen gesproken die daar kijk op hebben. Het is niet zo dat wij hier ergens een loket hebben waar we kunnen vragen: vertel eens hoeveel sociale huurwoningen er in particuliere handen is? Dat is een moeilijke zaak om boven water te krijgen. We hebben dat bij benadering. Daar helpt natuurlijk de landelijke overheid een beetje met hun box 3-belasting. Dat er op een gegeven moment veel minder particuliere verhuurders zijn. Daardoor wordt het bedrag steeds betrouwbaarder. Als we naar een besturingsinstrumentarium toegaan, kun
je veel meer grip krijgen op particuliere verhuur. Uiteindelijk krijg je daar steeds meer zicht op. De grootste uitdaging zit in de onderkant van kamerverhuur, de pandjesmelkers. Dat is de moeilijke categorie. Met een corporatie kun je een gesprek voeren. Die garanderen kwaliteit. Die transformeren ook bij de onderkant. Privaat is dat vaak een cashcow. De heer Van Putten. -Dank u wel, Voorzitter. Ik hoor een vraag die door het CDA gesteld is en door de wethouder beantwoord is. Dat je vooral op eigen grond veel meer invloed hebt op wat er met die grond gebeurt en hoe de verdelingen zijn, et cetera. Ik hoorde de heer Schmeets in zijn presentatie uitleggen dat op dit moment als bijvoorbeeld de bouwkosten voor het bouwklaar maken van de grond duurder worden, dat vaak ontwikkelaars de prijs niet willen betalen. Op dat moment heb je zelf juist niet zoveel invloed meer op die prijs. Je moet verlies draaien. Ik ga ervan uit dat al deze ontwikkelingen die we nu bespreken, bijdragen aan het hiernaartoe krijgen van nieuwe ontwikkelaars. Dat wordt meegenomen in de visie neem ik aan? -We kijken met Parkstad naar mandjes. Dat zijn zoet en zuur mandjes: hoe zorg je ervoor dat je op bepaalde projecten, want ontwikkelaars zeggen: we willen wel komen, we hebben aantallen, we hebben massa nodig. Je hebt sommige projecten die zijn binnenstedelijk en die zijn veel moeilijker.
Andere projecten die zijn bij iemand in een grasveld. Dan staan ze heel simpel. Daar zijn we naar het kijken: hoe kunnen we die dingen matchen? De gesprekken met de markt, los van invloed die je formeel hebt, de relatie die je met elkaar opbouwt en het vertrouwen wat wij met elkaar geven dat we ook leveren. Dat maakt dat je zonder wellicht directe invloed wel impact maakt. Dat schept hoop. Het is allemaal heel nieuw. Daar zijn we nu mee in opstart. Dat biedt perspectief. -Meneer Meijer. -Als je als gemeente eigen grond hebt, kun je veel meer een regierol nemen. Of in ieder geval eisen daaraan stellen. We hebben nu de insteek in Kerkrade om retail vierkante meters terug te brengen. Dat om te zetten naar woning vierkante meters. Dat is gezien de leegstand een goede ontwikkeling. Welke kwaliteitseisen worden er aan de voorkant meegegeven? Of gaat de gemeente zeggen: daar willen we bij wijze van alleen hoog segment of middensegment. -Daar gaat het natuurlijk om onze normen die we hebben. Er wordt heel kritisch gekeken naar kwaliteit. Daar gaat het om. Heb je bijvoorbeeld 75 vierkante meter daglicht. Jullie willen niet weten wat voor plannen ik vaak zie. Dan schrik je wat je ziet. Iemand koopt bijvoorbeeld een gebouw en denkt: ik gooi er vier appartementen in. We zetten er een woning achter en dan is het plan rendabel. Dat gebeurt. Dus er wordt gestuurd op kwaliteit.
Dat wordt geadviseerd vanuit de tak wonen. Er zijn veel disciplines die ernaar kijken. Laten we heel eerlijk zijn: vullen is heel makkelijk, maar kwalitatief vullen, daar doe je het voor. -Zijn er nabranders? We gaan het nu hebben over het regionale verband van ons woonbeleid. Voor vanavond is daarvoor de heer Van Dijk uitgenodigd en de heer Tiggeloven. Zij zullen ons van een presentatie voorzien met de nodige informatie. Ik geef het woord aan de heer Van Dijk: welkom. -Dank u wel, Voorzitter. Goedenavond allemaal. Mijn naam is Jaimy van Dijk. Ik mag Voorzitter zijn van de bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van de Stadsregio Parkstad Limburg. Waar je in de politiek nog wel eens hoort dat zowel je voorganger als je opvolger er niet zoveel van begrepen. Verkeer ik in de luxepositie dat dit in mijn geval wel zo is. Mijn voorganger is namelijk uw voormalig wethouder hier in Kerkrade: Tim Weijers. Veel van datgene wat ik vandaag aan u mag gaan vertellen, is door hem aangezet in die voorzittersrol. Ik vind het mooi dat als ik vandaag hier voor u mag spreken, hier aandacht aan te geven. Omdat ik denk dat in de tijd dat Tim dat voorzitterschap heeft vervuld, en dat is best lang geweest, heeft de stadsregio de kentering ingezet waar wij het vanavond met u over mogen gaan hebben. U heeft voordat ik hier aankwam al een presentatie gehad.
Ik ben kort bij gesproken wat daar besproken gaat worden. Wellicht zult u denken: dan was het misschien logischer geweest als de heer Van Dijk eerder aanwezig was geweest. En deze vergadering vandaag had geopend. Dat had ik in de ideale situatie het liefst gedaan. Ware het niet dat ik ook nog wethouder wonen in Brunssum moet zijn. Dat de commissieleden daar aangaven vanuit het presidium: leuk dat jij naar Kerkrade moet, maar als dat de reden is, kom je eerst naar Brunssum. Ik heb daar eerst mijn commissie moeten doen voordat ik nu hier voor u mag spreken. Dat neemt niet weg dat ik al aardig warmgelopen ben en het komende kwartier u door een aantal slides zal gaan meenemen. Laat ik daar gelijk bij zeggen, dat mocht u daar vragen over hebben, schroom niet om daar de vragen over te stellen. Dat mag wat mij betreft direct. Mocht ik het gevoel hebben dat dat lopende het verhaal die bij de slide hoort aan de orde komt, dan zal ik misschien aangeven: wacht u heel eventjes, het gaat dadelijk terugkomen. Zo niet, dan gaan we dat uiteraard gelijk beantwoorden. Ik denk dat het belangrijk is dat we bij de aanzet van de huidige bestuursperiode ervoor hebben gekozen om de regionale woonvisie te gaan opstellen. Die regionale woonvisie zijn we gaan opstellen omdat wij bij de analyses over onze demografie binnen de stadsregio zagen dat er wat bijzonders aan de hand was.
We hebben met elkaar lange tijd gesproken over krimp. Inmiddels een verboden woord omdat we hebben gezegd: daar moeten we het niet meer over hebben. Als we dat verhaal juist anders willen gaan neerleggen, dan moet je de focus gaan leggen op kwalitatieve groei en er met elkaar over gaan hebben hoe we dat gaan doen. Dat neemt niet weg dat als we vandaag hier beginnen en het regionale perspectief willen gaan schetsen, dat het nodig is om dat nog een keer aan te stippen. Waarom stip ik dat aan? Omdat het af en toe lijkt alsof die tijd heel ver achter ons ligt. Terwijl dat in de realiteit tegenvalt. Of meevalt, zo u wilt.
4 Vervolg woonbeleid Ik denk dat het zo is dat als je wat nader gaat inzoomen op de laatste ontwikkelingen in de afgelopen jaren, dat wij zagen dat je de modellen die normaal gesproken tien jaar vooruit keken, niet meer helemaal kon volgen op het moment dat je de actuele cijfers ging pakken in de jaren 2021-2022. Omdat die veel minder overeenkwamen met datgene wat de modellen in eerste instantie hebben voorspeld. Dat was aanleiding om met elkaar wat nader in te zoomen over de achterliggende rationalen van die kentering die we in die demografische cijfers terugzagen. Hoe hebben we dat gedaan? We hebben heel specifiek gekeken naar de ontwikkelingen. Niet van de periode van tien jaar daarvoor, maar van vijf jaar daarvoor. Dan zag je terug dat uiteindelijk migratiecijfers, dan heb ik het niet alleen maar over cijfers die te maken hebben met buitenlandse migratie, maar ook met binnenlandse migratie, opeens een kentering begonnen te vertonen. We zagen dat de stadsregio steeds aantrekkelijker werd als regio om je in te vestigen. Ook op het moment dat je een reguliere baan had. Dat je een bepaald toekomstbeeld had en dacht: in die regio is het ontzettend mooi wonen, omdat er zoveel kansen zijn om een mooie betaalbare woning te kopen. Met een aansluiting naar de stedelijke voorzieningen die de stadsregio kent. Aan de andere kant juist dat groen wat ons zo kenmerkt als regio.
Dat was reden om te denken: moeten wij dan nog blijven inzetten op die koers die we steeds hadden vanuit dat krimpperspectief? Of is dit aanleiding om daar met elkaar over te gaan spreken en te zoeken: moeten we dat niet radicaler gaan veranderen? Dat hebben we uiteindelijk laten landen in de regionale woonvisie die zijn vastgesteld door de verschillende gemeenteraden in de Stadsregio Parkstad. Waarbij we hebben afgesproken dat iedere gemeente de individuele ruimte kreeg om daar een lokale kleur aan te geven. Dat is hier in Kerkrade gebeurd. Het heeft uiteindelijk tot die mooie boekwerken geleid waar we de specifieke situatie per gemeente hebben geduid. Misschien belangrijker: er kwam een andere kans voorbij. Namelijk de Woondeal. Die werd afgestemd door toenmalig minister De Jonge. Waarom was dat een kans? Het volgde heel erg mooi op dat regionale nieuwe perspectief dat we met elkaar hadden opgewerkt. Wij zagen een kans dat we daar konden intekenen op nieuwbouwwoningen. Dat hebben we gedaan. Uw vertegenwoordiging in de bestuurscommissie op dat moment gaf aan: als wij nu die kans kunnen grijpen, moeten we daar vooral cijfers aan gaan koppelen. Om te kijken: hoe zien die cijfers eruit, hebben we dit staatje hier laten zien. Waarbij het op het moment van tekenen van de deal nog zo was dat wij uitgingen van 7.500 nieuwbouwwoningen die wij zouden gaan realiseren.
Waartegenover wij 8.000 woningen zouden onttrekken uit de markt. Omdat we daarvan zagen dat die niet meer voldeden aan de vraag die samenhing met de woonbehoefte die we in het nieuwe onderzoek gebruikt hadden en die in de visie is geland. Die cijfers, die 7.500, waren gebaseerd op die vijfjarige demografische ontwikkeling die we in Parkstad zagen waar ik mee begon. Toen wij die kentering zagen gebeuren van krimp naar stabilisatie en zelfs naar een groei, hebben wij gezegd: dat moeten we vertalen in daadwerkelijke kwantitatieve aantallen. Dat zijn in de Woondeal er in eerste instantie 7.500 geworden. Vervolgens zagen wij dat de trend van die vijf jaar zich niet behield tot enkel die vijf jaar. Wij zagen dat zich dat weer voortzette. Wij zagen ook dat op het moment dat wij als regio gingen uitspreken: wij willen niet meer gaan spreken over krimp, maar we willen toe naar kwalitatieve groei. Dat er weer nieuwe partijen zich aandienden, die zeiden: dan vinden wij het interessant om in de Stadsregio Parkstad Limburg opnieuw te gaan verkennen: kunnen wij daar iets realiseren? Dat liep een beetje parallel op met die bevolkingsontwikkeling die we terugzagen. Waardoor wij tussentijds opnieuw een woonbehoefteonderzoek hebben laten uitvoeren. Wij hebben u daar allen eind 2024 een raadsinformatiebrief over gestuurd.
Wij nog een keer die extra cijfers gezet in de scenario's die daaronder liggen. Ik kom er dadelijk wat specifieker op terug. Belangrijk is dat als je vervolgens kijkt naar dit staatje, je ziet dat de nieuwbouwopgave die wij met elkaar gedefinieerd hebben, verder is toegenomen dan die 7.500 waar we op hadden ingetekend op de Woondeal. Namelijk 13.500. Als je gaat kijken: wat is de netto woonbehoefte die daaronder blijft liggen, is die nog steeds 6.500 plus. Dit is een moment die een kentering laat zien binnen onze regio. Het is het moment waarop wij met elkaar ervoor hebben gekozen om te zeggen: dit is een kans. Hier moeten we op inspringen. Ik kwam net binnen toen ik uw wethouder Gees hoorde zeggen: wij moeten inzetten op kwalitatieve groei. Dat is een uitdaging, Daar moeten we zeker inspanningen voor leveren. Ik denk dat het feit dat we daar überhaupt met elkaar over kunnen nadenken een ontzettend belangrijk moment markeert in de geschiedenis. Het klinkt misschien wat zwaar, maar wel op het moment waar we nu staan van deze regio.
Het betekent namelijk nogal wat als wij uiteindelijk een focus kunnen gaan leggen, niet meer op: hoe gaan wij herstructureren en hoe gaan we naar kleiner en hoe gaan we naar minder? Ga je daar allerlei gevolgen voor zien in je voorzieningen? Ga je daar gevolgen voor zien in je sportverenigingen en al je andere zaken in je beleid op het moment dat je minder mensen in je regio hebt wonen? Hoe kun je dat juist naar de toekomst toe op een goede manier gaan wegzetten? Dat vraagt om woningen die aansluiten bij de mensen die er willen
komen. De heer Piefer. Begrijp ik het goed dat met de huidige cijfers en de plannen die er liggen, we 6.500 woningen te kort komen? Netto is dat zo. Als we gaan kijken naar onze bevolking zoals we die in de stadsregio hebben. We kijken dan naar wat voor type woningen zouden zij graag willen bewonen? Dat er een nettovraag ontstaat van 6.500 woningen, maar dat wij 13.500 duizend nieuwe woningen zouden moeten bouwen om aan de woonbehoefte te voldoen. Dat betekent dat we nog een deel van de woningen die niet meer courant zijn, waar geen vraag meer naar is, op dit moment zouden moeten onttrekken uit onze woningmarkt. Een vervolgvraag. -We willen 500 woningen per jaar realiseren. We komen 6.500 tekort. Ik hoor u net het omdenken vertellen. We zijn teruggegaan naar: we kijken vijf jaar terug. Als ik kijk naar de plannen zoals ze er nu liggen: 6.500, dat duurt nog dertien jaar voordat we de aantallen hebben die we willen. Dan snap ik het terugkijken van vijf jaar niet in relatie tot de getallen zoals ze nu voorliggen. En de ambities. Ik vind het een terechte opmerking dat u zegt: hoe gaat zich dat verhouden tot de termijn die wij nodig hebben om die woningbehoefte uiteindelijk te vervullen? Wat niettemin belangrijk is, is om daar met elkaar een scheiding in aan te brengen.
Enerzijds zien wij op basis van onze bevolking wat wij daarin nodig hebben aan woonbehoefte dat dat niet bij alle woningen voldoet aan die vraag. Daarvoor zullen we moeten gaan herstructureren. We moeten het anders aanpakken. Anderzijds, dat is een terechte opmerking die ik in uw opmerking c.q. vraag hoor terugkomen, betekent dat iets voor de productie die wij met elkaar leveren. Als wij op deze wijze blijven produceren, duurt het inderdaad veel te lang voordat wij uiteindelijk kunnen zeggen dat onze nieuwbouwopgave slaagt. Ik denk dat dat de reden is dat ik de aanloop misschien wat langer maakte nadat we concreet naar die cijfers gingen kijken. Als je uit een tijd komt als organisatie, zeven Parkstad gemeenten op dit moment, die altijd gewerkt hebben vanuit een gedachte; voordat we een woning kunnen laten bouwen, moeten er eerst twee gesloopt worden en ligt daar heel veel focus op. Dat vraagt natuurlijk echt een omslag in denken. Dat vraagt een omslag in handelen om uiteindelijk mee te kunnen gaan in de snelheid die wij nodig hebben om dit te kunnen gaan realiseren.
Naast het feit dat wij visie neerleggen dat we met elkaar beleid vaststellen, is een ander aspect wat we aan het doen zijn, verkennen met marktpartijen, met woningcorporaties, met beleggingspartijen: hoe kunnen we samen ervoor zorgen dat wij weten dat deze regio bepaalde uitdagingen kent, maar dat we vooral ervoor gaan staan dat we de kansen die we met zijn allen zien, dat we die verzilveren. Als je nu gaat kijken naar het aantal vergunningen dat in de regio wordt afgegeven, hoe we kennis en informatie met elkaar delen. Dan bedoel ik met wij, de gemeentes onderling, maar ook de marktpartijen, de woningcorporaties met de gemeente. Dat we daar stappen in aan het zetten zijn. Dat we in staat zijn om die versnelling daarin te maken. Uw gemeente Kerkrade is daarin een voorbeeldgemeente, die laat zien hoe zij in ieder geval in die versnelling meekunnen. Hoe zij zien dat ze met middelen die wij via de stadsregio bij het Rijk kunnen krijgen, zoals het Volkshuisvestingsfonds waar u behoorlijke bedragen voor heeft gekregen, maar ook aan het uitgeven bent, juist gericht op die transformatie en op die herstructurering dat daar wel forse energie ingestoken wordt. Ik denk dat dat de kracht moet gaan zijn van elkaar. Dat als we zien dat het op die wijze in Kerkrade regent, het uiteindelijk druppelt naar die andere zes gemeenten. Zodat we dat uiteindelijk met elkaar kunnen doen.
Omdat ik er als Voorzitter van onze regio in geloof dat onze woningmarkt zo afhankelijk is van elkaar, dat we dat in gezamenlijkheid moeten oppakken. Voorzitter, mag ik een vraag stellen? Ik citeer uit de krant van gisteren: "Brunssum bouwt in het noorden de wijk van de toekomst. Dit wordt op termijn de woongemeente van Parkstad." Leg het maar uit. -Aldus Barry Brake, bestuurder van Weller. Dat is zijn quote. Ik wil natuurlijk niet te veel op Brunssum focussen. Ik denk dat wat Barry probeerde te zeggen in zijn quote, of in ieder geval met zijn gegeven, is dat als je naar de gemeente Brunssum kijkt, dat is een van de vier gemeenten die behoort tot het stedelijk gebied van onze stadsregio, dan zijn wij een gemeente die het vooral moet hebben van wonen. Brunssum is geen gemeente zoals u dat nu in Kerkrade heeft. Met de medische technologie, met een behoorlijke economische kans. Er wordt veel meer wonen en gewerkt in Kerkrade. Kerkrade is echt een stapje groter dan Brunssum als het gaat op cultureel gebied. Ik denk dat je daarmee Brunssum veel meer kan definiëren als: als je daarvoor kiest, kies je vooral voor een deel woongenot. Wat minder als je geïnteresseerd bent in andere zaken. Dat is een opgave voor een gemeente als Brunssum. Waar ik zelf voor mag staan.
Als je dat goed wilt vertalen en je wilt ervoor zorgen dat je je rol op een goede manier speelt binnen de stadsregio, dan moet ik niet gaan proberen om Kerkrade daar onder de duiven te schieten. Dan moet ik bedenken: hoe zorg ik ervoor dat het voor mensen aantrekkelijk is om in Brunssum te wonen? Dat je bijvoorbeeld via de buitenring snel bij het Rodastadion kan zijn. Als je daar een wedstrijd wilt kijken of naar de bioscoop wilt gaan of iets anders. Volgens mij is de kracht van de samenwerking vooral, dat leren we elkaar steeds meer, dat we niet met elkaar alles moeten willen. Dat we vooral moeten verfijnen waar het goed is en dat we daar achter gaan staan. Als ik de analyse zie van Brunssum en we hebben best een brede analyse gemaakt voor de Toekomstvisie 2050 van Brunssum, hebben wij gekeken: wie is onze Brunssum inwoner? Wat doet hij graag? Waar gaat hij naartoe? Waar werkt hij? Dan zie ik dat een heel groot deel van de mensen in Brunssum, Heerlen en Kerkrade werken. Ik moet er vooral voor zorgen dat op het moment dat Heerlen en Kerkrade een vraag heeft: wij willen kijken of we
kunnen uitbreiden, maar we hebben daar met elkaar een bepaalde afstemming voor nodig. Dat wij daar vooral steunend in gaan zijn. Dat we daar met elkaar voor gaan werken, lobbyen en voor staan. Dat dat blijft. Ik heb er namelijk als Brunssum niks aan als een deel van uw werkgelegenheid weggaat en ik die woongemeente die Barry Brake zag niet meer kan zijn. Omdat niemand daar een baan kan krijgen. We moeten met elkaar naar die balans toe. Dat is denk ik het punt wat hij probeerde te maken. Als hij dat niet zo probeerde te maken, dan zou ik dat in ieder geval willen toevoegen. Als we kijken naar die cijfers die net in beeld waren, is dat een beetje de rode draad en de lijn. Er is een kentering in deze regio gebeurd. We zijn op een andere focus met elkaar gaan praten waar we naartoe willen. We durven uit te spreken: wat is kwalitatief goed? Hoe gaan we daar met elkaar vervolgens de inspanningen op definiëren en richten? Daarnaast gaan we meer kijken hoe je de verschillen die je in de regio met elkaar hebt vooral gaat inzetten om uit te breiden. En elkaar daarin te versterken. Een belangrijke manier om dat te doen, doen wij onder andere via deze kaart. Ik begreep dat u die zojuist gezien had. Ik zag voor de presentatie die vanuit Companen terug gaat komen. Deze kaart is daar ontzettend belangrijk in.
Niet omdat we die vanavond drie keer bespreken, maar omdat die vooral laat zien: wat gebeurt er nu precies binnen onze stadsregio? Wat ziet u nu hier? Hoe meer het donkerrood is, hoe groter de problemen zijn die in die onderliggende gebieden gesignaleerd worden. Als u vraagt: waar zie je dat met name? Dan zijn er drie gemeenten die naar boven komen: Heerlen, Kerkrade en Brunssum. En een klein vlekje in de gemeente Landgraaf. Wat zegt dat precies? Dat zegt dat op die gebieden die rood kleuren een stapeling van kwetsbaarheden zich uiteindelijk concentreren in dat gedeelte van uw gemeente en dat gedeelte van onze stadsregio. Dat kun je tot zekere mate met elkaar dragen. Dat kun je niet dragen als dat van generatie op generatie zo blijft. Of wat wij helaas moeten constateren, dat het juist door de jaren heen toeneemt. Het neemt niet alleen toe omdat wij daar niks op doen. Integendeel, wij doen daar met elkaar best wel veel toe. Het neemt ook toe omdat je ziet dat het hebben van bepaalde kwetsbaarheden in die gebieden uiteindelijk werkt als een sorteermachine voor vervolg problematiek. Wat zeg ik daarmee? Op het moment dat wij zien dat ons kwetsbaar vastgoed door de jaren heen alleen maar kwetsbaarder is geworden, dat we in die gebieden vaak een deel van de woningvoorraad hebben zitten die bijvoorbeeld tot aan de eerste huursubsidiegrens komt.
Als je dat ziet en op die manier herhaalt zich dat steeds, dan trekt dat mensen aan waarvan je zegt: dat kun je op een gegeven moment niet meer hebben. Dat kun je zeker niet hebben als dat mensen in eerste instantie aantrekt, maar dat het mensen weer laat weggaan op het moment dat ze wel perspectief en kansen zien. We hebben dat mogen meekijken bij Heerlen-Noord. Dat was natuurlijk vanuit het Nationaal Programma Werken, waar ze een enorm grote database bijhouden waar ze met Dennis Martens iemand hebben die dat heel goed in trends en analyses kan vertalen. Daar zie je terug datgene wat u in Kerkrade-Oost ziet en wat wij in Brunssum, in Brunssum-Noord en Oost zien. Dat heel veel mensen die op een gegeven moment in een kwetsbare situatie geraken, dat kan zijn na een echtscheiding. Het kan zijn dat zij langdurig werkloos zijn of in een bijstandsuitkering zitten, dat zij veel eerder in dit soort gebieden terechtkomen dan elders in Nederland. Dat op het moment dat zij daar zitten, ze ofwel daar blijven omdat ze op een gegeven moment geen kansen hebben om daar uit te komen. Maar ook dat onze gebieden niet de veerkracht kunnen tonen. Vandaar dat het veerkrachtanalyse in kaart heet. Als het lukt en er wordt een baan verkregen, ofwel via onze regionale werkgevers of de inspanningen die we daar op verrichten, verlaten zij vaak die gebieden.
Uiteindelijk komen ze weer buiten onze stadsregio terecht. Of in ieder geval meer in de wat landelijke gebieden waar de kansen net anders liggen. Of juist in de wijken waar de veerkracht wel goed is. We hebben regionaal met elkaar afgesproken dat we dat eerlijker willen gaan verdelen met elkaar. Wij als stedelijk gebied en plattelandsgebieden hebben gezegd: we willen uitgaan van een faire share. Waarin wij in ieder geval naar 30% sociale huur over de hele stadsregio heen toe willen. Dat is ondertekend in de afspraken die bij de deal zitten. We hebben gezegd dat we willen kijken: hoe kunnen we dat naar de toekomst toe concreter handen en voeten geven en daar gerichte afspraken over maken? Het is niet zo dat je kunt zeggen: wij gaan daarboven hangen in dat perspectief. We tekenen het in en we sturen de mensen dan ergens naartoe. Dat gaat natuurlijk in de basis nooit werken. Dat is het principe van mengen zonder te verdringen, zoals we dat zelf steeds zeggen. Ook dat je weet dat sommige uitdagingen die mensen kennen, niet passen om in een plattelandsgemeente te laten landen. Omdat daar simpelweg de voorzieningen niet voor zijn. Je moet dat op een gedegen wijze doen. Je moet dat goed doen, maar je moet dat met elkaar blijven besturen. Er gericht met elkaar mee bezig zijn en het bespreekbaar blijven maken.
Ik denk dat we dat in de regio steeds meer kunnen, omdat die andere gemeenten dat uitgangspunt snappen dat het zo werkt. Als wij hier in uw gemeente in Kerkrade steeds tegen die problematieken aan blijven lopen en we kunnen daar geen stap in maken, dan hebben onze plattelandsgemeenten daar ook last van. We moeten dat met elkaar gaan regelen. Ik wil daarbij een ding toevoegen. Het is belangrijk om met elkaar de juiste context vast te houden. Uiteindelijk kunnen wij dat op de meest ideale manier met elkaar bedenken. Zelfs dan constateren wij dat we van oudsher door de hele geschiedenis, door alle stappen die daarin vervolgens zijn gekomen, wij zelfs in de ideale situatie nog steeds niet landelijk in een gemiddelde gaan komen. Oftewel onze stapeling van kwetsbaarheden over de hele
stadsregio heen verdeeld, kun je wel over de hele regio evenwichtig verdelen, maar dan zijn nog steeds de uitdagingen in onze regio groter dan elders in Nederland. Dat is een van de redenen. U heeft kunnen lezen in de krant dat Brunssum een van de gemeenten is die wil aansluiten bij Heerlen in de aanvraag van de Wbmgp, dat we hebben gezegd: dan moeten wij ervoor durven te kiezen om dergelijke tools in te zetten om tijdelijk die cirkel die we nu steeds zien ontstaan waarin kwetsbaarheid zich hier naartoe vestigt, hier blijft of juist vertrekt op het moment dat het beter gaat, in ieder geval doorbroken kan gaan worden. Ik denk dat deze veerkrachtkaart die we als basis hebben gebruikt, dat vooral verdient. Ik weet niet of u daar specifiek vragen over heeft? De heer Meijer. -Als ik een korte vraag mag stellen: we zijn nu drie jaar verder. Die kaart ziet er misschien extremer, stabiel gebleven of gunstiger uit. Ik ben benieuwd naar hoe die zich nu heeft ontwikkeld. Enkele dagen geleden is dat onderzoek vanuit provincie Limburg gekomen. Daar zie je niet alleen op Parkstad niveau, maar zeker ook het niveau binnen Zuid-Limburg, Midden en Noord. Dat Zuid daar extra aan die ondergrens zit. Ga je het op grotere schaal vergelijken, dan staan we voor een grotere uitdaging. Die percentages sociale, lage woningbouw. Dat is niet iets van gisteren.
Dat is iets wat tien of twaalf jaar geleden al is. Die problematieken liggen daar al veel langer. Je ziet dat er nu pas programma's ontstaan zoals in Heerlen-Noord, zoals dat hier het aanpakken van wijken. De vraag is: waarom zijn er niet twaalf jaar geleden al alarmbellen gaan rinkelen en is er toen niet onderling binnen Parkstadverband aangesproken op elkaars verantwoordelijkheden? Bij Voerendaal of andere gemeenten zie je geen percentages van 46% sociale woningbouw en de daarbij helaas bijkomende uitdagingen voor een stad. -Ik ben erg open. Ik ben een bestuurder voor wie het glas vaak halfvol is. Als je gaat terugkijken vanaf nu naar tien jaar geleden, zijn er altijd dingen waarvan je zegt: dat hadden we toentertijd anders moeten gaan doen. Een daarvan is dat wij altijd de focus hebben gehad: we gaan krimpen. Welke inwoners hebben wij nu in onze regio? Hoe houden we die hier? Dat je nu wellicht denkt: misschien hadden we daar wat radicaler tegen elkaar moeten zeggen: we moeten naar een ander optimum toe. Daar is toentertijd niet voor gekozen. Als je de analyse maakt over al die jaren krimp, moeten we met elkaar constateren dat die veel kansen hebben gebracht. Sterker nog, misschien zijn die de basis van uiteindelijk de hele transitie waar we nu naar door durven te bewegen. Omdat we dingen hebben gezien die wel gewerkt hebben.
Bijvoorbeeld de hele opgave zoals nu plaats aan het vinden is op Rolduckerveld en alle ingrepen die daar tot stand komen. Die zijn daarna een beetje aangepast en naar die nieuwe situatie vertaald. Die zijn een voorbeeld van waar je met elkaar op grote schaal naartoe moet gaan werken. Door actief te herstructureren en te zoeken naar: hoe kunnen we daar toekomstbestendigheid realiseren? Enerzijds voor onze bestaande inwoners. Anderzijds aantrekkelijk zijn voor nieuwkomers die we juist hier met sterkere schouders willen laten landen. Die de banen in de medische technologie bij Meander en allerlei andere aanbieders, die snakken naar personeel, kunnen en willen invullen. Ik ga hier niet prediken dat alles wat gedaan is in het verleden goed is geweest. Onderaan de streep zul je altijd met elkaar moeten constateren dat het soms meer had gemoeten of dat het soms anders had gemoeten. Ik denk dat er een paar lessons learned zijn uit dat verleden. Dat is een beetje de achterliggende die ik in uw vraag proef, die we nu ook doorvertalen. In die bredere herstructureringsopgave die we aan het uitwerken zijn of die we voor een deel aan het opwerken zijn. Uiteindelijk kun je daar niet alles in tegelijk. De andere opmerking en dat is denk ik een belangrijke die ik tweeledig wil beantwoorden.
Enerzijds hebben wij gekeken omdat wij snappen dat we als Zuid-Limburg op een aantal onderdelen gezamenlijk juist moeten gaan optrekken. We doen het onwijs goed in Parkstad. Volgens mij is dat iets wat de afgelopen jaren ontzettend geïntensiveerd is. Waar we nu van zien: dat werkt en daar plukken we vruchten van. We weten dat als je als Zuid-Limburg uiteindelijk samen voor de uitdaging staat, dat je niet meer van krimp wilt spreken. Dat je wilt groeien. Dat je dat altijd vanuit een bepaalde gezamenlijkheid met elkaar wilt gaan doen. Dat betekent dat een site als Chemelot of eerder het sluiten van Nedcar in Born of bijvoorbeeld de aanwezigheid van de universiteit in Maastricht, de Smart Services Campus, de verbindingen die er zijn. Daar zul je uiteindelijk met elkaar over na moeten denken: hoe bouw je dat verder uit? Dat je als regio sterk staat. Dat je vervolgens de revenuen die daaruit komen op een goede wijze verdeelt over Zuid-Limburg en laat landen binnen onze regio. Waarbij het goed is om te zeggen dat wij in het kader van dat Wbmgp-traject gekeken hebben: hoe verhouden die kwetsbaarheden die wij ons nu in Parkstad laten zien in andere delen van ZuidLimburg? We moeten zeggen dat de kwetsbaarheden in Parkstad fors anders zijn dan in de andere gemeenten. De cijfers heb ik niet paraat.
Sittard-Geleen heeft, als je de strakke definitie hanteert die Heerlen gebruikt voor de aanvraag, minder kwetsbaarheden dan dat er spelen hier in Kerkrade. Maastricht wat meer, maar ze hebben natuurlijk een veel bredere groep van mensen waarover zij de uitdagingen kunnen verdelen. De verhouding tussen dragers en vragers is daar anders dan dat wij dat hier zien. Ik denk dat het daarom moeilijk is om dat samenspel zoals we dat hier constateren, een-op-een met hen te vergelijken. Wat belangrijk is, is dat je er natuurlijk over blijft praten, omdat ik van mening ben dat wij er niks aan hebben als we het in Kerkrade, in Brunssum en in Heerlen anders doen. Dat het daarmee echt anders gaat worden. Dat het zich alleen verplaatst naar Vaals of naar Sittard-Geleen en die kwetsbare wijken die zij ook hebben. Je moet er met
elkaar over blijven praten. Vooral nadenken: op welke schaal doen wij het goed in Parkstad? Ik denk dat het verhaal van vandaag goed staat. Dat we daar de juiste dingen doen. Als je het hebt over zaken als mobiliteit hebben, over de ruimtelijke kansen die je wilt benutten en je wilt die lijnen verder uitnutten, dan is ZuidLimburg juist een hele goede schaal om dat met elkaar op te regelen. Dat is elke keer weer aftasten: hoe doe je dat goed? Het moet volgens mij nooit een doel op zich zijn om dat naar elkaar toe te laten groeien en alleen maar hoger op te zoeken. Het moet juist bijdragen aan de kracht van het geheel. Daar zijn we steeds zoekende naar. Dan kom ik bij deze slide aan. Uiteindelijk moet je gaan kijken: hoe bestendig je de lijn die we de afgelopen jaren hebben gezien? Waarvan we zien dat de kansen zelfs groter zijn dan we in eerste instantie dachten. We daardoor tot die 3.500 woningen zijn gekomen. Die we hier overigens ambitieus als we zijn, iets naar beneden hebben afgerond. Waarvan de kern is: als je naar de scenario's kijkt, als wij niks doen en we sturen nergens op, dan blijven we als regio altijd zo dat je op een gegeven moment weer een afvlakking gaat zien in onze demografische cijfers. Dat betekent dat wij in ieder geval moeten inzetten op het migratiescenario zoals we dat nu zien.
Wat bedoelen wij met het migratiescenario? Wij hebben geconstateerd dat als wij kijken naar vergelijkbare regio's, dat in Parkstad in verhouding behoorlijk wat mensen werken, maar er niet wonen. Die mensen wonen uiteindelijk of ergens anders in Zuid-Limburg of zelfs in MiddenLimburg of Noord-Limburg. Of wellicht iets hoger. Daar zijn we gaan kijken: waar ligt dat nu aan? Dat ligt toch aan het wat relatieve eentonige woningmarktbeleid dat wij wellicht daarin hebben gehad. Dat is een van die lessons learned die aansluit op waar we het net over hebben gehad. Wij missen soms wat producten in het hogere segment. Wij missen soms producten die in het middenhuursegment zitten. Als je mensen wilt aantrekken die hier werken, maar hier niet wonen, zul je moeten kijken: hoe ga je de unieke kansen die je met elkaar hebt benutten, om juist aantrekkelijk te zijn voor die doelgroep die hier nu nog niet zit? Dat wil je op een manier doen zonder dat je daar je eigen huidige inwoners de dupe van laat zijn. Dat is precies dat mechanisme van mengen zonder te verdringen als term die ooit bedacht is door de collega in Heerlen, Casper Gelderblom. Omdat je met elkaar snapt dat de bevolking zoals wij die hier nu hebben, wij het aan te danken hebben dat we überhaupt hier met elkaar staan en mogen praten. Dat wil je met elkaar op een fatsoenlijke manier inregelen en op een fatsoenlijke manier gaan doen.
Dat betekent dat wij aan het kijken zijn: hoe haal je de juiste expertises deze kant op? Hoe ben je daarin als partijen aantrekkelijk? Uiteindelijk zien wij terug dat grotere investeringspartijen, zoals bijvoorbeeld BPD, die hier in het verleden best actief zijn geweest, dat die weer bereid zijn om naar de Stadsregio Parkstad Limburg toe te komen. Daar geven zij aan: er zijn twee dingen voor ons belangrijk. Dat is één: dat wij kunnen steunen op een beleid dat staat waarvan wij weten dat dat niet over twee jaar weer verandert. Dat als wij nu investeren, dat wij niet het risico lopen dat we over drie jaar weer te horen krijgen: leuk dat u die gronden heeft gekocht, maar u kunt er niks meer mee. Wij moeten daar continuïteit in gaan waarborgen en duidelijkheid in kunnen gaan bieden. Anderzijds zijn zij op zoek naar als je ziet dat je met elkaar een opgave hebt in de regionale verdeling van waar je inwoners wilt laten wonen, dat je slimme verbindingen durft te gaan zoeken. We hebben het zelf altijd over mandjes. Er zijn kansen om bijvoorbeeld een goed project in Kerkrade en een project dat wat meer uitdagingen kent in Brunssum te verbinden met elkaar om ervoor te zorgen dat je twee vliegen in één klap slaat. Andersom: een minder project in Kerkrade verbinden met een project in Voerendaal.
Waardoor je met elkaar zegt: als wij dit op een goede manier met elkaar regelen en wegzetten, slaan we twee vliegen in één klap. Dan kun je aan de ene kant erop sturen dat daar juist wat meer sociale huur kan landen zonder dat het gelijk onaantrekkelijk is. Terwijl je aan de andere kant kunt zeggen: een wat moeilijkere opgave wordt ook aangepakt door een dergelijke ontwikkelaar omdat je met het totaal uiteindelijk iets kan bieden wat wat toevoegt aan onze regio. Belangrijk daarbij is dat we gaan kijken: wat zijn de trends die wij op economisch vlak in onze regio zien? Waar kunnen we precies op sturen en hoe kun je daarin slimme arrangementen met hen maken? Een van de voorbeelden daarin is Zuyderland. Daar hebben we een voorgesprek gehad. Heerlen heeft dat verder vorm gegeven vanuit de hele discussie rondom het Zuyderland dossier. Waarin is aangegeven: als wij nu gaan herstructureren, wij weten dat wij daar uiteindelijk een ander type woning willen terug gaan bouwen, Waarom kijken we niet of wij zo'n middenhuurappartement kunnen aanbieden bij u als werkgever? Dat u kunt zeggen: als je bij mij komt werken, realiseer ik voor u een woonruimte. Dan moeten wij vervolgens met elkaar, ik bedoel u allen en wijzelf als bestuurscommissie, maar ook als andere bestuurscommissies, ervoor zorgen dat die mensen hier willen blijven.
Omdat we voldoende te bieden hebben en dat graag willen laten zien. Dat zijn de stappen waar we met elkaar aan het werken zijn. Waarvan ik denk dat we daar steeds nadrukkelijker stappen in zetten. Dank je wel, Voorzitter. Wordt er gewerkt aan duurzaamheidsaspecten? Dan denk ik niet: we bouwen een huisje, we doen er een warmtepomp op en wat zonnepanelen. Maar echt duurzame projecten: hele wijken energieneutraal. Vooral over wat meneer Meijer zei: hoe was het twaalf jaar geleden? We kijken er nu heen dat we niet over vijftien jaar terugkijken: we hebben zoveel mooie woningen kunnen bouwen in die tijd en die hebben we net niet duurzaam gemaakt. Dan missen we de boot. Hoe wordt daarmee omgegaan? Nederland is in algemene zin een gereguleerd land. Wat bedoel ik daarmee? Als je kijkt naar
bouwvoorschriften: wat moet daarin gebeuren? Iedere nieuwbouwwoning is sowieso gasloos. Er wordt op ingespeeld dat die aan een bepaald duurzaamheidslabel moet voldoen. Daar moet je met elkaar voor zorgen dat je dat op een goede wijze laat landen. Dat je in de breedte van je gebiedsontwikkelingen kijkt: hoe kun je daar aspecten die te maken hebben met verstandige waterberging, met hittestress, zorgen dat je je groen wat je hier hebt kwalitatief inzet en dat combineert met je woningbouw. Dat je dat doet. Dat is een punt als het gaat om nieuwbouwopgaven. Daarnaast is het zo dat wij natuurlijk in de regio verschillende perspectieven hebben lopen. Zoals het duurzaamheidspact wat gesloten is. Daarvan hebben wij gezegd: we willen particulieren de kans geven om daar waar het kan, mee te liften op die ontwikkelingen die wij aan het doen zijn. Hen te proberen te ontzorgen om stappen te zetten naar het komen tot die herstructurering die je vanuit je eigen vastgoed portefeuille in je gemeente wilt hebben. Wij kunnen als gemeente een heel groot deel proberen te beïnvloeden. Wij kunnen nooit alles zelf. We moeten mensen die daar geen behoefte aan hebben dat wij dat voor ze doen, maar die vooral zelf initiatieven willen nemen, ook proberen te faciliteren.
Dat is bijvoorbeeld de reden dat in een deel van de Volkshuisvestingsfondsprojecten en middelen die daar naartoe zijn gegaan ook combinaties van dat soort mogelijkheden zijn. Dat je voor een deel naar sloop nieuwbouw toe gaat. Dat je voor een ander deel kiest voor renovatie en dat je inzet op subsidies die daar specifiek op gericht zijn. Die regulering van regels die u noemt voor de nieuwbouw vanuit bouwvoorschriften. Als ik daar als duurzaamheidskrijger naar kijk, zou ik zeggen: dat schiet tekort. Daar kun je je onderscheiden op dit moment als je daar iets meer gaat inzetten en vooruit gaat lopen op die regeltjes die nu basis zijn. -Je moet gaan nadenken met elkaar: hoe laat je datgene wat we neerzetten goed achten voor toekomstige generaties? Dat je daar op kunt door bewegen. Mijn eigen gevoel is dat daar zeker een hele hoop in gebeurt. Ik denk dat u een terecht punt aansnijdt. Het is belangrijk om daar juist bij stil te staan. Dat maakt natuurlijk wel, en dat is denk ik soms de gezonde wisselwerking die je moet gaan zoeken tussen aan de ene kant de wens om daar meer aan te doen en aan de andere kant de situatie waar we het mee van doen hebben. Als ik u zeg dat een heel groot deel van de projecten die wij in onze regio wegzetten het best uitdagend is om die op een goede manier ook naar de markt te brengen.
Dat je ziet dat er heel veel publiek geld dankzij de mensen van Parkstad die hierbij aanwezig zijn, via de subsidieregelingen, maar ook vanuit gemeentelijk geld, in projecten gaan zitten. Juist om een heel groot deel van datgene wat we met elkaar willen gaan realiseren waar te maken. Dan is het een opgave om te zeggen: we gaan daar nu een hogere ambitie in zetten. Terwijl ik aan de andere kant het spanningsveld dat u schetst: je zou nu misschien juist een voordeel kunnen hebben als regio, door daar een koploperspositie in te nemen ook snapt. Ik denk dat het altijd zoeken is naar: waar heb je de mogelijkheid om dat te kunnen doen en om een stapje extra te kunnen zetten? Waar moet je er nu voor kiezen om meer in een totale mix van keuzes die je hebt te bezien en vandaaruit die stap te maken? Ik denk dat dat het eerlijke afwegingskader is zoals we dat met elkaar met moeten hanteren. Ik zou misschien een voorstel willen doen aan de commissie. Gelet op de tijd lijkt het misschien verstandiger om de vragen na de presentatie te gaan doen. Zodat alle sprekers aan bod kunnen komen. -Het voordeel is dat ik al sprekende en door de vragen de laatste slide die we hadden voorbereid, want die ging specifiek over de wpm gp, al aan de orde heb laten komen.
Ik wil een ding aangeven: wat wij wel proberen te doen om juist die inspanningen die we met elkaar verrichten naar voren te brengen, organiseren we tegenwoordig zelf enerzijds een woonberaad. De laatste keer dat ik hier in deze zaal aanwezig mocht zijn was dat woonberaad zelfs hier. Bij dat woonberaad komen zo'n 80 tot 100 mensen die uit verschillende gremia komen. Van marktpartijen tot overheid en woningcorporaties. Juist om met elkaar steeds te denken: hoe ga je een goede opgave neerzetten en versnelling brengen? Anderzijds doen we dingen zoals het Woon Event. Het volgende event staat alweer op de rol: volgende week zaterdag. Daar komen al die projecten terug. Misschien voor u leuk om te weten: Kerkrade is een van de hofleveranciers in die projecten die daar komen. Als u nieuwsgierig bent hoe dat eruit zien en hoe we dat doen ten opzichte van andere gemeenten die daar aanwezig zijn? Dan zou ik u van harte uitnodigen in het Parkstad Limburg Theaters om daar te komen kijken. Dat lijkt mij een mooi bruggetje. De financieringsbedragen en de subsidies die u gekregen heeft in totaliteit zijn voor de regio. Maar ik denk dat Kerkrade er altijd heel goed op geanticipeerd heeft en ook hier vanuit de ambtelijke organisatie keihard voor gewerkt heeft om dat naar een goede aanvraag te brengen. Dan is het misschien goed om dat hier te benadrukken.
Dan denk ik dat ik daarmee alles gezegd heb. Om wat tijd terug te winnen, is het misschien goed om hem daarin af te sluiten. Tenzij er een vraag is, maar volgens mij niet. Dank jullie wel. -Een mooi bruggetje gemaakt door Jaimy van Dijk richting de sturingsinstrumenten. Om die veerkracht, die leefbaarheid, de woningmarkt de komende jaren te gaan verbeteren via het juridische traject. Kort een terugblik waar wij als gemeente Kerkrade afgelopen jaar aan hebben gewerkt. Het begon met een motie: aanpak brievenbuspanden. Dat heeft gemondt in een paraplubestemmingsplan waarbij we kamerverhuur hebben aangepakt en woningsplitsing hebben verboden. We zijn lerende de afgelopen jaren. Waardoor we stapsgewijs verder gaan naar volgende instrumenten. We hebben een aantal beleidsregels daardoor opgesteld. Die door jullie zijn vastgesteld. In 2023 hebben we toen een onderzoek laten doen naar de mogelijkheden
door toen nog RIGO. Toen werd er gezegd: zet vooral in op toezicht en handhaving. De instrumenten die er nu zijn, zijn op dit moment voldoende. Zet daarop. In 2024 zijn met name de collega's van Openbare Orde en Veiligheid daarmee aan de slag gegaan met het interventieteam. Ze laten zien dat die aanpak werkt. Kamerverhuur wordt illegaal nog steeds heel veel gedaan. Er wordt op toegezien, er wordt gehandhaafd en we beginnen te merken dat die niet zo'n fijne pandverhuurders langzamerhand de kriebels beginnen te krijgen. Ze zien: in Kerkrade moeten we gaan stoppen. We zien dat er behoefte is aan andere instrumenten om een extra drempel op te werken. Bijvoorbeeld de opkoopbescherming. In principe zou het niet noodzakelijk moeten zijn, want we hebben een verbod op kamerverhuur. Je ziet dat ze kijken naar: is er een opkoopverbod of niet? Daar zijn we mee bezig. Onder andere aan andere instrumenten. Regionaal zijn we bezig met meer sturing en wordt er gestart aan een huisvestingsverordening. Pim van Companen zal het nader toelichten. Gemeente Heerlen is bezig met de aanvraag. Ze loopt wat voor op Brunssum en Kerkrade, want wij streven ernaar om in november en december aan de gang te gaan. Terug naar welke instrumenten er zijn. Daar geef ik Pim het woord voor. -Dank je wel Susan.
5 Wooninstrumentarium (sturingsinstrumenten) Mijn naam is Pim Tiggeloven, werkzaam bij Companen. In een ver verleden heb ik een van de eerdere woonvisies in Kerkrade opgesteld. Nu gevraagd, ook vanuit Parkstad om eens te kijken: welk instrumentarium is überhaupt beschikbaar als het gaat om verbetering van de woningmarkt, maar met name de leefbaarheid? Daar heb ik naar gekeken. Deze sheet is in de vorige twee presentaties al toegelicht. Wat de aanleiding is waarom we ernaar gekeken hebben. Wbmgp is natuurlijk een hele belangrijke, maar ook onderzoeken die aantonen dat er nog steeds, zeker op een aantal plekken in stedelijk gebied van de regio, best wat kwetsbare huishoudens wonen. Wat kun je daaraan doen. Er is hier een overzicht met allerlei instrumenten. Ik heb het gerubriceerd naar drie type instrumenten. Dat is woningtoewijzing: welke mensen komen waar te wonen en hoe kun je daarop sturen. Wie kan dat doen? De tweede is: sturing op het gebruik van de woning. Dan gaat het bijvoorbeeld over het splitsen en het verkommeren. Maar het gaat ook over het opkopen en de Wet goed verhuurderschap. Ik twijfelde of hij in deze categorie of de laatste categorie hoort, maar ik heb hem hierbij gezet. Als laatste: onderhoud van de woning of woonomgeving.
Dat heeft betrekking op: hoe gaat de bewoner, en in sommige gevallen de verhuurder, daarmee om? U ziet die instrumenten zijn vaak primair op iets gericht in de leefbaarheid. Soms zijn ze niet eens primair op de leefbaarheid gericht, maar meer op een knelpunt op de woningmarkt. Ze hebben indirect effect op heel veel andere kenmerken. Heel veel maatregelen die misschien primair gaan over sturing geven op de woningtoewijzing: wie komt daar te wonen kunnen effect hebben op het gebruik van de woning of zelfs eventueel beperken van overlast. Je kunt niet zeggen: één instrument lost alle problemen op. Je kunt niet zeggen: we pikken er één uit of we zetten alles in. Dat gaat ook niet. Je moet vaak onderbouwen waarom je het doet. Kijk vooral: wat zijn instrumenten en een combinatie van instrumenten die het meest optimaal zijn voor Kerkrade in het bijzonder, maar voor alle gemeenten in Parkstad. Ik loop heel globaal die drie klassen af. Waarbij we soms wat meer stilstaan bij bepaalde instrumenten. Sturing op woningtoewijzing: wie komt waar te wonen? Als we het hebben over de sociale huur. Iemand mag een woning kopen. Dan is het de huidige bewoner die bepaalt met welk bod hij akkoord gaat. Bij huur is het vaak de corporatie, als het gaat om sociale huur, die de toewijzing organiseert. Daar hebben ze soms een aantal voorrangsregels voor. Vaak wordt er gekeken naar inschrijftijd.
Als er dermate grote schaarste is op de woningmarkt en je moet dat onderbouwen, dan kun je die huisvestingsverordening inzetten. In een van de vorige sheets werd gezegd: er komt een verplichte huisvestingsverordening aan. Dat klopt, maar dat is maar voor een deel. Dat zijn de urgenties. Urgente doelgroepen zijn vaak kwetsbare huishoudens. Hoe zorg je dat die evenwichtig over de woningmarkt verdeeld worden, maar ook dat ze een passende woning krijgen? Bij de woningtoewijzing kan het gaan over: wijs je woningen toe op basis van inschrijftijd of doe je dat via loting en geef je bepaalde groepen misschien voorrang omdat die beter passen bij het type woning die beschikbaar komt? Een grote woning wil je misschien met voorrang toewijzen aan grote gezinnen met meerdere kinderen. Een levensloopbestendige woning is logischer om aan een ouder huishouden of iemand met fysieke beperking toe te wijzen. In de basis is de corporatie daar aan zet. Je kunt als gemeente via de huisvestingsverordening sturen. Dan is het uiteindelijk de gemeente die bepaalt. Maar dan moet je echt schaarste aantonen. Er is niet op voorhand een instituut wat zegt: deze onderbouwing klopt helemaal. U kunt verder gaan met de huisvestingsverordening. De provincie kijkt er een beetje naar, maar de belangrijkste toets is op het moment dat die huisvestingsverordening er is.
Zijn er bezwaarmakers die denken: mijn rechten worden aangetast. Dat maakt
het complex. U moet op voorhand denken: zetten we dit in? Achten we de risico's beperkt zodat we dat kunnen doen? Of is er een risico dat er bezwaarprocedures komen? Er zijn gemeenten die in het verleden niet zozeer bij woningtoewijzing, want je hebt dat vaak in afstemming met corporaties, maar bij andere onderdelen die de zaak verloren hebben bij de Raad van State. De huisvestingsverordening is niet het eerste instrument wat je zou inzetten. Eerst kijk je naar prestatieafspraken. Corporaties hebben mogelijkheden om via de vrije toewijzingsruimte te kunnen sturen. Dat kunnen ze doen op basis van inkomen: een iets hogere inkomen en toch een sociale huurwoning. Ze kunnen bekijken of bijvoorbeeld complexen die kwetsbaar zijn als het gaat om de leefbaarheid, of je daar net even die iets hogere inkomens binnen de sociale klasse kunt huisvesten. Zodat je daar een wat betere balans krijgt in welke mensen daar wonen. Je kunt denken aan een fysiek intakegesprek. Je ziet dat er mensen van buiten de regio hier komen wonen. Houd op locatie een intakegesprek: past de kandidaat op de plek van die woning die vrijkomt? Dat kan al een drempel leggen. Mensen kunnen het besef hebben: pas ik hier op deze plek? Dat soort simpele maatregelen is de eerste stap om naar te kijken. Het percentage sociale huur, betaalbare koop, middenhuur in een omgevingsplan.
Dat is een beetje omslachtig, maar dat werd voorheen de doelgroepverordening genoemd. Daarbij kon je zeggen dat hele betaalbare woningen, of het sociale huur of koop was: als die worden gerealiseerd, dan gaat het om nieuwbouw, moeten die worden toegewezen aan mensen die daar qua inkomen het meest behoefte aan hebben. Dat maakt voor de woningtoewijzing nog beperkt uit, maar je kunt ook kijken naar de locaties. Dat je bij elke nieuwbouwlocatie, of dat grond is van de gemeente of van een particulier, je een X-percentage sociale huur of betaalbare koop realiseert. In die zin heeft het effect op: welke mix creëer je op nieuwbouwlocaties? Dat je daar een balans krijgt tussen verschillende woningcategorieën en wellicht de bewoners. Je kunt een instandhoudingstermijn hebben: hoe lang moeten die woningen in de sociale huur blijven? Of in de middenhuur? Of in de betaalbare koop? Tenslotte de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Het gaat om drie artikelen binnen de hele wet die van belang zijn. Het gaat erom dat op plekken die dermate kwetsbaar zijn, dus als we net die veerkrachtkaarten zien die daar het meest onder druk staan. Dan kun je bij de woningtoewijzing ingrijpen door te zeggen: mensen die daar komen te wonen, dus de instroom, daar kun je eisen stellen aan het inkomen. Je moet inkomen vanuit werk hebben, uitgezonderd studenten en gepensioneerden.
Dat is meteen een forse eis. Uitkeringsgerechtigden zouden daar niet meer terechtkomen. Dit is meteen het artikel waar het meest om te doen is. Wat toch wel heftig is. Artikel negen gaat over voorrang geven. Dat is meer een positieve benadering. Je geeft juist aan de mensen die je graag op die locatie wilt hebben, in dat gebied wat onder druk staat, dat je daar juist wat hoogopgeleiden of mensen met een hoog inkomen voorrang geeft. Artikel tien: dan screen je op mensen die op basis van verklaring omtrent gedrag of politiegeweld een risico zijn als het gaat om overlast geven of crimineel gedrag. Dat je die kunt weren. Je kunt alle drie de artikelen inzetten. Je kunt daar een keuze in maken. Dit is best een ultieme remedie. Een paar gemeenten in Nederland hebben dit. Als je die veerkrachtkaarten ziet, is er een aantal gemeenten, waaronder Kerkrade, die daar een aanvraag voor doen. Je moet onderbouwen waarom het noodzakelijk is. Welke andere instrumenten of ontwikkelingen of werkzaamheden doet u al om de leefbaarheid op plekken te verbeteren? Staat de leefbaarheid dusdanig onder druk dat u dit instrument in gaat zetten? Met die veerkrachtkaarten heeft u daar een goed middel in handen. Tenslotte moeten er voor die mensen die geweerd worden, mogelijkheden in de regio zijn om alsnog huisvesting te vinden. Dat geldt met name bij artikel acht.
Het is uiteindelijk de minister die aanwijst. Het is in de basis een tijdelijk instrument wat u een aantal keren kunt verlengen. Bij artikel acht, dus dat eisen stellen aan dat inkomen, geldt dat je mensen die al zes jaar in de regio woonachtig zijn, niet kunt weigeren. Het gaat om mensen die daar korter wonen. Je moet het afstemmen met regiogemeenten. Je ziet op basis van evaluaties van gemeenten die dit instrument hebben, dat het niet altijd makkelijk is om te bepalen: is het dit instrument geweest wat die leefbaarheid verbeterd heeft in combinatie met alle andere maatregelen die al genomen worden? Je je ziet vaak dat die leefbaarheid zeker niet verslechtert. Zeker op microniveau, als je op straatniveau kijkt, zie je in evaluaties dat bewoners aangeven dat het effect heeft. Dat er een soort pauzeknop is om die instroom van kwetsbare huishoudens te verminderen. Waardoor je andere maatregelen hun effect kunt laten bewijzen. Een tweede instrument is het gebruik van de woning. Hoe voorkom je een bepaald gebruik van de woning, waardoor misschien kwetsbare huishoudens of mensen die moeilijk zelfredzaam redzaam zijn, in een nog kwetsbaarder situatie komen? Dan kan het gaan om bijvoorbeeld over het opkopen en verhuur van koopwoningen: de opkoopbescherming waar Susan het net over had. Dat is een instrument wat je in het huisvestingsprobleem kunt opnemen.
Je kunt daarin zeggen, en dat moet je onderbouwen, op welke plekken binnen de gemeente dat is. Dat je zegt: daar staat de leefbaarheid dusdanig onder druk dat er een vergunningsplicht is, om een woning te mogen aankopen om te verhuren. Daarbij moeten altijd drie uitzonderingen categorieën gelden. Je kunt het verder uitbreiden. Bijvoorbeeld als er een nieuwbouwproject is en woningen raken niet snel verkocht dat een corporatie ze kan overnemen. Om ze in verhuur te zetten. Dat is een veel voorkomend voorbeeld. Andere opties zijn ook mogelijk. Daardoor voorkom je dat woningen
worden opgekocht door huisjesmelkers met het idee om ze voor een particuliere huurprijs of voor een huurprijs te verhuren aan mensen die in een kwetsbare situatie zijn. Omdat er al een verbod is op het splitsen van kamers, kunnen ze die woning niet meer splitsen of verkameren. Je kunt natuurlijk een hele woning particulier verhuren aan iemand waarvan je je kunt afvragen of dat slim is om die in zo'n situatie te plaatsen. Zeker wanneer er mensen zijn die qua beheer bij die woning niet altijd goed mee omgaan. Die bescherming is een manier. Het alternatief is een zelfbouw woningplicht. Er zitten wel wat verschillen. Je hoeft daar geen keiharde onderbouwing te doen zoals dat bij de huisvestingsverordening moet. Die opkoopbescherming geldt met name voor bestaande woningen, terwijl zelfbewoningsplicht alleen voor nieuwbouw geldt. Als het probleem van particuliere verhuur waar veel kwetsbare huisartsen in worden gehuisvest, met name in de bestaande woningvoorraad speelt, dan heeft een zelfbewoningsplicht niet veel zin. Het andere punt splitsen en verkameren: daar heeft u al een verbod voor. Dat is dat omgevingsplan. Het kan in de huisvestingsverordening, maar dat lijkt hier heel onlogisch omdat er al regelgeving voor is. Tenslotte de Wet goed verhuurderschap.
Dat gaat in de basis over: hoe kunnen verhuurders zich aan bepaalde gedragscodes houden, geen exorbitante huren vragen, goed beheer, geen intimidatie of discriminatie van de huurders en dergelijke. Daar zijn bepaalde regels voor. Iedere gemeente moet daar een meldplicht voor hebben. Dat heeft deze gemeente waarschijnlijk al. Het kan zijn dat je een verhuurverordening als gemeente opstelt. Dan kan het zijn dat je bepaalde regels verbindt aan een verhuurvergunning die een verhuurder daarvoor kan krijgen. Dat is gebiedsgericht, dus je moet aan een bepaald kwaliteitsniveau en voorwaarden voldoen wil je die vergunning krijgen. Als je in het verleden als verhuurder gedrag vertoonde wat niet door de beugel kan, dan kom je voorlopig niet in aanmerking voor zo'n vergunning. Dat moet je goed onderbouwen om te zeggen: op welke gebieden, op welke buurten zou zo'n verhuurvergunning nodig zijn? Tenslotte de aanpak van overlast door bewoners en eigenaar van de woning. Waar we zagen dat de vorige instrumenten vooral gericht zijn op woningen en gebieden, is dit meer persoonsgericht: individuen, personen die overlast veroorzaken. Dat wil je tegengaan. De ene optie wordt vrij veel gebruikt. Dat is het aanschrijven van eigenaar van panden waar achterstallig onderhoud voor is. Dat gaat over fysiek onderhoud: slecht onderhoud van de woning of van de tuin of een illegale aanbouw.
Daar moet je een dossieropbouw doen. Dan moet je langsgaan om te constateren wat er is als er meldingen binnenkomen. Dan kun je overgaan tot een waarschuwing en vervolgens een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom. Om die situatie weer op orde te krijgen. Vaak is het zo dat een waarschuwing al helpt om dat op te lossen. Soms zijn er hardnekkige gevallen. Het is een relatief makkelijk instrument om in te zetten. Wet aanpak woonoverlast is iets breder. Bij aanschrijven van pandeigenaren gaat het om de woning zelf. Dit kan over andere zaken gaan. Bijvoorbeeld over geur- of geluidsoverlast. Of intimidatie bij andere buurtbewoners. Daar geldt weer: je moet een dossier opbouwen. Je moet er langsgaan. Je moet dat bijhouden. Eerst volgt een gedragsaanwijzing. Dat kan uiteindelijk leiden tot last onder dwangsom, bestuurlijke boete. En uiteindelijk tot een in beheername. Dat de persoon die de overlast veroorzaakt of de verhuurder die daar niet tegen optreedt, die woning niet meer in bezit mag hebben. Het komt even in beheer van de gemeente. Die geeft het wellicht tijdelijk aan een corporatie in beheer. Dat is een tijdelijke situatie. Dat kun je voor een x-aantal dagen doen en weer verlengen. Het moet weer opgelost worden. Wat hierbij speelt, is dat veel gemeenten die het inzetten op zich positief zijn over het effect. Je pakt echt iets aan. Je pakt de bron aan.