2025-09-02 transcript
Tekst van het document
Tegelijkertijd wordt er gezegd: het gaat soms over mensen met psychiatrische problematiek. Dan kun je wel op korte termijn een probleem oplossen. Een langetermijnprobleem is natuurlijk dat die mensen bepaalde zorg nodig hebben. Dat los je niet op door continu het eerstvolgende probleem op te lossen. Het probleem ligt dieper. Je kunt over al die instrumenten heel wat kenmerken op een rij zetten. Ze verschillen allemaal wat. De één zit wat meer op de sociale huur, de ander richt zich meer op koop. De ene richt zich wat meer op de woningeigenaar of de verhuurder, de ander juist meer op de bewoner. Er zit verschil in hoeveel moeite of hoeveel capaciteit en tijd het kost om een bepaalde maatregel op te stellen. Met name de wat zwaarwegende instrumenten moet je zorgvuldig onderbouwen waarom die noodzaak er ligt. Tot slot heb ik op basis daarvan een soort escalatieladder gemaakt waarin we al die instrumenten zien. Wat zijn de meest laagdrempelige instrumenten? Die zijn groen gekleurd. Iets zwaarder is roze en donkerrood zijn de zwaarste instrumenten. Ik heb ze geclassificeerd naar type bron: de instroom, kwetsbare personen, gedrag, onderhoud en het gebruik van de woning. Kijk goed wat je als eerste inzet. Zeker bij zo'n Wbmgp. Volgens mij doet de gemeente dat ook.
Je moet je echt onderbouwen dat je eerst alle eerstvolgende maatregelen hebt ingezet en pas dan naar wat zwaardere instrumenten gaat. Het verbod op splitsen en verkameren heeft de gemeente al. Ondertussen kijken we binnen de regio en dus ook Kerkrade naar andere onderdelen binnen die huisvestingsverordening die we willen gaan uitwerken. Daar zit onder andere bij die woonruimteverdeling. Maar er zit ook bij de opkoopbescherming. En iets wat er een klein beetje mee te maken heeft: met toeristenverhuur. Dat zal misschien in de ene gemeente van Parkstad wat meer spelen dan de andere. Daar gaan we naar kijken. Die huisvestingsvoorziening is in ontwikkeling. We moeten daar wel kijken: hoe pakt die onderbouwing uit? Dat kan per gemeente verschillen. Zoals we al
bij die veerkrachtkaarten zagen: een duidelijk verschil tussen de landelijke gemeente en de stedelijke gemeente. Het kan wellicht gevolgen hebben voor de onderbouwing en de inzet van bepaalde instrumenten. Daar wil ik het bij laten. Als er vragen zijn, hoor ik het graag. Mevrouw Snijders. -Een vraag: ik zag in het overzicht met kenmerken per instrument dat die Wet grootstedelijke problematiek een tijdelijke maatregel is? Ja, het geldt in de basis voor vier jaar. De filosofie erachter is: dit is een zwaarwegende maatregel. Je doet beperkingen op de vrijheid van vestiging. In de basis mag iedereen in Nederland weten waar hij of zij zich gaat wonen. Dat beperk je in. Je doet iets aan het eigendomsrecht, want je gaat op de stoel zitten van bijvoorbeeld woningcorporatie: wie mag waar komen te wonen? Daarom is het een tijdelijke maatregel. Zolang die leefbaarheidsproblemen er zijn. In die tussentijd moet je werken om de leefbaarheid op orde te krijgen. Na vier jaar moet je de balans opmaken. Dan hoop je dat buurten of wijken zich flink hebben verbeterd en dat je het niet meer nodig hebt. Als dan blijkt dat je heel veel gedaan hebt, maar dat er nog steeds noodzaak is om dat instrument in te zetten, dan kun je tot vier keer toe verlengen. Al met al kun je daar op twintig jaar uitkomen. Deze Rotterdamwet, zoals die in de volksmond wordt genoemd, is in 2005 ingezet.
Je zit nu aan de eerste gemeente die misschien die twintig jaar hebben gehaald. Ik denk dat we verder kunnen met mevrouw Verhulst. Dank u wel voor de presentatie. Een korte vraag? -Ik zie dat er bij dat artikel acht: woonachtig staat. Dus als hij in een regio zit, mag je hem niet weigeren. Ik geloof dat die zware wet wordt toegepast op bepaalde deelgebieden in een gemeente. Niet breed betrekken over de hele gemeente. Is er geen maas in de wet: ze gaan net buiten het gebied wonen. Vervolgens moet je ze alsnog toelaten in dat gebied? Bewoners of woningzoekenden kunnen natuurlijk nooit bevroeden dat in de afgelopen zes jaar een gemeente zo'n Wbmgp gaat invoeren. Dan had je in de afgelopen zes jaar al zo'n stap moeten zetten. Het gaat erom dat je mensen die al langer dan zes jaar in de regio wonen, niet meer kunt weigeren daarin. Voor mensen die nu hier komen te wonen, is dat geen maas in de wet. De komende periode: we zijn heel hard bezig met dit proces om te komen tot sturingsinstrumenten. Het gaat iets sneller dan we voorzien hadden. Dat komt ook omdat we in de slipstream van gemeente Heerlen meegaan. Net als Brunssum. De komende maanden zijn we hier mee bezig. Eigenlijk de komende weken, want de bedoeling is dat wij snel aan de gemeenteraad voorleggen om de aanvraag wel of niet in te dienen bij het ministerie.
Dat betekent dat naast dat wij wat te doen hebben, de gemeenteraad wat te doen heeft. We streven ernaar november of december in de gemeenteraad te komen. We houden het vrij qua planning, want we weten niet zo goed hoe het gaat lopen. Het kan zijn dat wij ambtelijk voorstellen: misschien moet er een extra bijeenkomst komen. Uiteraard in overleg met het presidium. Vandaag is de eerste informatieavond geweest. We hebben gebruik gemaakt van de informatieavond die in principe alleen over het algemene woonbeleid ging. De eerste informatie wordt gedeeld. We zijn met een hele hoop zaken bezig. De tweede informatieavond willen we plannen in combinatie met de griffie. Dat wordt een uitdaging de komende tijd in uw agenda. Als de gemeenteraad beslist: we gaan de aanvraag indienen, dan is het zo dat het ministerie daar officieel acht weken de tijd voor heeft om op te reageren. Ze kunnen altijd verlengen als dat nodig is. We hopen dat natuurlijk niet. Dan zou je ernaar kunnen streven dat je ergens in het eerste kwartaal van 2026 kunt gaan invoeren. We zijn hier een beetje lerende in. De Rotterdamwet vraagt afstemming met onze stakeholders, de corporaties. We hebben drie corporaties hier. Twee corporaties hebben al een hele lange tijd meegedraaid in gemeente Heerlen. De derde corporatie is er sinds kort aangesloten. Wij zijn aangesloten. De gemeente Brunssum is aangesloten.
We zullen aan de gang moeten. De politie moeten we erbij betrekken als we dat artikel tien in gaan voeren. Het politiedistrict in Kerkrade is een andere dan in Heerlen. Die zullen we hier moeten betrekken. We hebben een hele ambtelijke organisatie waar we samen mee moeten optrekken om het in te voeren. We leren van elkaar. We werken samen met twee andere gemeentes. En de stadsregio niet te vergeten. Ik kan me herinneren dat in 2018 de gemeente Rotterdam dat heeft aangevraagd. Dat ging over rond de honderd straten. Gaan wij dat per straat doen of gaan we dat per wijk doen? Die keuzes gaan we nu maken. De veerkrachtkaarten vormen de basis. We zitten nu op een groot deel van Kerkrade-Oost. Gezien wat daar aan de hand is. We kijken wat verder, want er zijn groen gekleurde gebieden waar misschien een straat of een complex is waar het heel erg slecht is. Dat gaan we bekijken. We willen van de gemeente Heerlen leren: hoe kunnen we dat onderbouwen in de cijfers? Daar komen we op terug. We kunnen nu niet zeggen: dit zijn de wijken, de straten, de complexen. Daar komen we zeker op terug bij de gemeenteraad. Daar zullen we echt over gaan informeren. Voor het invoeren van een Rotterdamwet hebben we natuurlijk een huisvestingsverordening nodig. In die huisvestingsverordening kunnen we die andere instrumenten regelen. Daar wordt tegelijkertijd aan gewerkt.
Dat doen we zelfs op lokaal niveau. Het betekenen dat we lokaal misschien wat eerder zijn dan het regionale verhaal. Dat we daar misschien twee keer mee terugkomen. We zullen pragmatisch aan de gang moeten gaan de komende maanden. Niet te vergeten waar we aan moeten werken is die uitvoeringsorganisatie. Hoe lopen werkprocessen? Hoe gaat het als iemand vanuit Rotterdam hiernaartoe komt en zich meldt bij een corporatie? Hoe wordt dat allemaal gedaan? De corporaties zijn daar hard mee aan de slag. Er wordt geleerd van de ervaringen uit het land: hoe pak je zoiets op? Dat in het kort het vervolgtraject. Daar een opmerking over.
Hoe zit dat met de AVG? Ik denk dat dat een moeilijke wordt. Of niet? Daar durf ik op dit moment geen antwoord te geven op te geven. Omdat het bij andere gemeentes al is ingevoerd, zal daar zeker naar gekeken zijn. Wij zullen ernaar moeten kijken hoe we dat moeten doen. -Mevrouw Van Drunen. Ik heb een vraag. We zijn blij dat er wordt gewerkt aan een huisvestingsverordening. Ik weet dat we een aantal jaren geleden een paar keer langs zijn gegaan bij de ambtenaren om hier werk van te maken. In het begin van de presentatie heeft u het erover dat er in 2023 een onderzoek is geweest dat heeft laten zien: we hebben alle tools al. We hoeven geen andere tools te hebben. We gaan inzetten op meer controleren, boa's et cetera. Ik ben blij met de kentering, maar wat is de kentering geweest als de kentering blijkbaar niet is dat hier moties breed zijn aangenomen? Wat is die kentering geweest om dit nu wel zo snel te doen? -Misschien daarop reflecteren. Het tijdsframe verandert daarin. De uitdaging was altijd groot. Dit is een maatregel die heel hard is. Die niet vanzelfsprekend is dat die makkelijk wordt toegekend. Er wordt heel hard aan gewerkt aan de voorkant, voornamelijk vanuit de gemeente Heerlen, om dit mogelijk te maken. In dat mogelijk maken daarvan is gebleken dat de problematieken die in Heerlen spelen in eenzelfde schaal in Brunssum en in Kerkrade spelen.
Dat maakt op dit moment dat het momentum er is. Op het moment dat de gemeente Brunssum met de gemeente Kerkrade dit jaren geleden had aangevraagd, was dit naar alle waarschijnlijkheid niet toegekend. De tijdgeest bij een ministerie verandert. Op dit moment verkeren we in een unieke situatie waarin het ijzer warm is. Als we nu geen tempo maken, is er een kans dat die een keer komt. Die kans krijg je maar een keer. Als je hem mist, mis je hem. -Ik zeg niet dat we de kans niet moeten pakken. Ik heb het niet over de Wbmgp. De lokale huisvestingsverordening, is lokaal. Dat hadden we eerder kunnen doen. Mijn vraag is: wat is de reden geweest dat we het nu wel doen, terwijl we in 2023 blijkbaar met een rapport hebben gezegd: we hebben genoeg aanknopingspunten. Wij zijn in 2023 een paar keer langs geweest met de ambtenaren. Dat wij graag zien dat er hier werk van wordt gemaakt. Mijn vraag is: wat is er veranderd ten opzichte van dat rapport om hier zo snel mogelijk werk van te maken? In 2023 hebben we geconstateerd, ook in het rapport en dat hebben we toen gedeeld met de gemeenteraad: dat wat er is, is prima en handhaven Als blijkt uit de actualiteit en uit de handhaving dat er meerdere instrumenten nodig zijn, ga die dan inzetten. Op dat punt zijn we gekomen. Vanuit de handhaving zijn er echt behoorlijk wat stappen gezet, de afgelopen 1,5 jaar.
We hebben een interventieteam wat volgens mij tweewekelijks overal naartoe gaat. Daar zijn resultaten van. Die komen aan bod als we met de aanvraag bij u terechtkomen. Die laten zien dat er meer nodig is. Dat het probleem misschien veel groter was dan dat we gedacht hadden. Zeker als het gaat over die illegale kamerverhuur. Dat is toegenomen. We zien dat dat de afgelopen twee jaar misschien harder is toegenomen dan we hadden verwacht. Dat zijn dingen die wij als ervaringen vanuit het interventieteam hebben om die andere instrumenten te gaan invoeren. Dat was in 2023 besproken in de gemeenteraad. Toen is er gezegd: we volgen nu het advies van het rapport en als het nodig is: kom alstublieft terug met de vraag voor volgende instrumenten. Dat moment is nu. Ik hoop dat dat het antwoord geeft. -Misschien een aanvulling, want naast de lokale omstandigheden is die huisvestingsverordening. Die heeft meer mogelijkheden sinds een tijdje. In het verleden was die huisvesting voeding heel erg gericht: je moet op basis van woningschaarste en verdringing onderbouwen dat het mogelijk is. Eerst was het heel erg in de modus van krimp. Dat is anders geworden. Maar ook die huisvestingsverordening. Wat het Rijk heeft gezien is dat best wat gemeenten met U-bocht hele moeilijke onderbouwingen gingen doen op basis van schaarste. Om de instrumenten vanwege leefbaarheidseffecten in te zetten.
Toen hebben we gezegd: we gaan het verbreden. Je kunt op basis van schaarste de inzet onderbouwen, maar ook op basis van leefbaarheidseffecten. Dan heb je bijvoorbeeld met veerkrachtkaarten een veel steviger argument om die onderbouwing voor een huisvestingsverordening rond krijgen ten opzichte van het verleden. -Dat was het punt wat ik deels probeerde te maken. Het tijdsgewricht bij een ministerie is veranderd. Landelijk is er een trend waardoor er meer op wonen gestuurd kan worden. Een paar jaar terug hadden wij dit instrumentarium nooit kunnen gebruiken. Heel veel van deze regels niet. Het tijdsgewricht is nu zo dat het kan. Dat heeft deels te maken met dat de veerkrachtkaart anders gewaardeerd gaat worden zoals het is. De problematiek was toen hetzelfde als die nu is. Alleen laat de landelijke wetgever nu meer toe. Dit is het moment dat het kan. In het verleden konden de instrumenten op die manier worden uitgevoerd. Naast natuurlijk de talrijke investeringen die we op dat moment gedaan hebben. Ik denk niet dat we toen iets gemist hebben. Absoluut niet zelfs. Alleen het tijdsgewricht was anders. -Dank u wel. Ik denk dat er geen verdere vragen zijn vanuit de commissie. Dan denk ik dat we bij een welverdiende sluiting zijn aangekomen van vanavond. Ik bedank jullie allemaal voor de vragen
7 Afsluiting
en voor het geduld. Ik bedank iedereen aan de keukentafel. Dank u wel.