20210401 Ruimtelijke Onderbouwing Windturbine E-MAX definitief incl bijlagen-DEF.pdf
Tekst van het document
Het gebied ten oosten van het bedrijventerrein (Anstelvallei) is deels agrarisch in gebruik, maar omvat ook natuurgebied en heeft bovendien een recreatieve functie. Ten westen van het plangebied, aan de andere zijde van de Wilhelminaberg, ligt op circa 800 meter afstand SnowWorld Landgraaf. Ook ligt ten westen van het plangebied het terrein van Pinkpop op een afstand van circa 800 meter. Ten zuidoosten van het plangebied, aan de overzijde van de N299, bevindt zich op circa 1,1 kilometer de dierentuin GaiaZOO. Ten noordwesten van het plangebied ligt op circa 740 meter kasteel Strijthagen en op circa 970 meter themapark met internationale tuinen Mondo Verde. Woningen De dichtstbij het plangebied gelegen woning ligt op circa 570 meter aan de Langheckweg 22 in Kerkrade. Deze woning ligt op een gezoneerd industrieterrein 22. Andere woningen zijn gelegen op een afstand van meer dan 690 meter van de windturbine: •
Nieuw-Erensteinerweg 4, Kerkrade op 690 meter (ten oosten van het plangebied);
•
Kloosteranstelerweg 6, Kerkrade op 700 meter (ten oosten van het plangebied);
•
Overstehofweg 16, Landgraaf op 710 meter (ten westen van het plangebied);
•
Rouenhof 19, Landgraaf op 750 meter (ten noordwesten van het plangebied).
22
Gezoneerd industrieterrein: een industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
23
De rand van de woonbebouwing van de kernen Landgraaf en Kerkrade ligt op een afstand van respectievelijk circa 1,1 en 1,3 kilometer. Wegen en andere infrastructuur Het plangebied wordt ontsloten via de Minervastraat, die ten oosten van het plangebied loopt. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt de Mercuriusstraat. Beide straten worden enkel gebruikt voor bestemmingsverkeer ter plekke van bedrijven op het bedrijventerrein en worden ontsloten op de Dentgenbachweg. Op circa 480 meter ten oosten van het plangebied loopt de provinciale weg N299. In de noordoostelijke hoek van het terrein van E-MAX bevinden zich twee hogedruk aardgastransportleidingen en twee aardgasontvangststations. Andere relevante infrastructuur is niet in de nabijheid van het plangebied aanwezig. Ecologische relevante gebieden en natuurgebieden Het Limburgse natuurbeleid gaat uit van drie gebiedscategorieën voor natuur en landschap, namelijk: Goudgroene natuurzone, Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone. De Goudgroene natuurzone is het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Alle Natura 2000-gebieden liggen in deze zone. Het plangebied is gelegen buiten het NNN-gebied van de provincie Limburg. Op circa 120 meter afstand ten westen van de beoogde windturbine ligt een bosrijk gebied. Dit gebied is aangewezen als NNN.
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Geleenbeekdal’ op een afstand van circa 3,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Op circa 4 kilometer afstand ten noorden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Brunssummerheide’. Het Natura 2000-gebied ‘Kunderberg’ ligt op circa 5 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied.
Landschappelijke structuur Ontstaansgeschiedenis 23 Het bedrijventerrein Dentgenbach ligt op de westelijke helling van de Anstelerbeekdal. In de Anstelvallei zijn de hoeves Nieuw Erenstein, Kloosteranstel ofwel Klarenanstel en Boerenanstel gelegen, daterend uit de 14de eeuw. Ten westen van het plangebied ligt de Strijthagerbeek met kasteel Strijthagen (16de eeuws) en de Strijthagermolen (17de eeuws). Vanaf de middeleeuwen tot de jaren zeventig van de vorige eeuw was er sprake van een agrarisch landschap dat door ontginning van het pre-middeleeuwse boslandschap is ontstaan. In de eerste helft van de 20e eeuw, in het westelijke deel van het huidige groene gebied, tussen de Callistusstraat en Tunnelweg werd mijnbouw bedreven. De Staatsmijn Wilhelmina was een Nederlandse steenkolenmijn die hier van 1906 tot 1969 gevestigd was. Het was de kleinste en oudste staatsmijn van Nederland. Het oorspronkelijke landschap is onherkenbaar veranderd. Net over de zuidelijke grens van het bedrijventerrein Dentgenbach ligt een plas. In deze plas ontspringt de Dentgenbacherbeek.
23
Bron: toelichting beheersverordening “Bedrijventerrein Dentgenbach”
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
24
Vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw is het bedrijventerrein Dentgenbach in functie. Het terrein van E-MAX is op dit bedrijventerrein gesitueerd. Landschappelijke structuur Het bedrijventerrein Dentgenbach heeft een vrij geïsoleerde ruimtelijke positie. Het bedrijventerrein ligt als het ware als een eiland binnen een groter groen gebied van het park Gravenrode aan de westzijde en de Anstelvallei aan de oostzijde. Op en om het bedrijventerrein is veel groen aanwezig in de vorm van bomen en andere bosschage. Verder wordt het landschappelijk beeld, in de directe omgeving van het plangebied, bepaald door bedrijfsbebouwing. Het terrein van E-MAX ligt midden op het bedrijventerrein omringd door andere bedrijfsgebouwen en enkele braakliggende percelen.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
25
PLANBESCHRIJVING Beschrijving van het plan De windturbine Het project bestaat uit de realisatie en exploitatie van één windturbine op het terrein van E-MAX Kerkrade. In Figuur 4.1 is de positie van de windturbine op het terrein van E-MAX weergegeven. Figuur 4.1 Positie windturbine op terrein E-MAX
Bron: Pondera Consult
Het te plaatsen turbinetype is nog niet gekozen, ook de exacte afmetingen zijn nog niet bekend. De maximale rotordiameter en tiphoogte bedragen respectievelijk 140 meter en 210 meter. De ashoogte is flexibel tot maximaal 140 meter en afhankelijk van het uiteindelijk te kiezen type windturbine. Het vermogen van de windturbine bedraagt naar verwachting circa 3 - 4 MW. E-MAX verwacht een jaarlijkse elektriciteitsproductie van circa 14 GWh 24. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de beoogde afmetingen (bandbreedtes) en Figuur 4.2 is ter illustratie van de maximale afmetingen.
24
Verwachte energieopbrengst zoals gecommuniceerd door initiatiefnemer.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
26
Figuur 4.2 Illustratie windturbine afmetingen en begrippen
Tabel 4.1 Afmetingen te realiseren windturbine minimaal
maximaal
ashoogte
80 meter
140 meter
rotordiameter
80 meter
140 meter
tiphoogte
120 meter
210 meter
Aansluiting elektriciteitsnetwerk De windturbine wekt elektriciteit op. Het grootste deel van de elektriciteit wordt naar verwachting door E-MAX zelf verbruikt. Het restdeel gaat het elektriciteitsnet op. De windturbine wordt daarom verbonden met het openbare elektriciteitsnetwerk. Het aansluitpunt is transformatorstation Terwinselen, ten zuidwesten van E-MAX. De exacte ligging van de kabels voor aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden. De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft echter geen relevante
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
27
ruimtelijke impact (aangezien het geen hoogspanning betreft, en dus geen beschermende zone heeft) waardoor de aanleg van kabels en leidingen verder niet specifiek in deze ruimtelijke onderbouwing hoeven worden opgenomen. In de turbine zelf worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie van elektriciteit (van 10 kV naar 33 kV). De exacte locatie, omvang en verdere invulling van een inkoopstation wordt in een nadere uitwerking gekozen, in overleg met de netbeheerder. Een inkoopstation maakt geen onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Verharding Voor de windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van een cirkel met een diameter van maximaal 30 meter inclusief fundering (707 m2 grondgebruik door de windturbine). Er is geen permanente kraanopstelplaats nodig omdat de windturbine gebouwd kan worden vanaf de bestaande verharding op het terrein van E-MAX. De turbinelocatie is daarnaast te bereiken via het terrein van E-MAX. Er hoeven daarom geen nieuwe toegangswegen aangelegd te worden. Rekening wordt gehouden met een totaal (permanent) grondgebruik van maximaal 707 m2. Tijdelijke voorzieningen, zoals opslagruimte bij de opstelplaats of grotere boogstralen, hoeven niet meegenomen te worden in de ruimtelijke procedure.
Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020) 25 voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor de windturbine van E-MAX. Voor de windturbine wordt voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines dient voorafgaand aan de realisatie van de windturbine ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.
"Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland - in relatie tot luchtvaartveiligheid", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, wijziging informatieblad, IENW/BSK2020/107085, 24 mei 2020. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-202031428.html 25
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
28
Kader 4.1 Toepassing obstakel- of markeringsverlichting Er worden markeringslichten op de windturbine geplaatst onder meer indien windturbines, met een hoogte van 100 meter of meer (tiphoogte) ten opzichte van het maaiveld, binnen een afstand van 120 meter van een snelweg of waterweg zijn gelegen of wanneer er sprake is van een windturbine met een tiphoogte van 150 meter. In mei 2020 is een aanpassing van de richtlijn voor de toepassing van obstakelverlichting gepubliceerd waarin onder meer alternatieve verlichtingsmethoden zijn vastgelegd ter beperking van hinder. Zo mag het rode licht in de nacht vast brandend zijn maar kan ook dat een (wisselende) lichtintensiteit kan worden toegepast, afhankelijk van de zichtbaarheid. Nieuw is dat gebruik gemaakt kan worden van obstakelverlichting op basis van naderingsdetectie. Wanneer obstakelverlichting dient te worden toegepast dienen de volgende windturbines in een windpark te worden voorzien van obstakellichten: a. windturbines op de hoekpunten van het windpark; b. windturbines op de randen van het windpark, tenzij de maximale horizontale afstand tussen twee windturbines voorzien van obstakellichten minder dan 900 meter bedraagt; c. windturbines welke in hoogte boven de omringende windturbines uitsteken.
Voorstellen voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken worden ter instemming voorgelegd aan de Inspectie. Overigens veroorzaken deze markeringslichten gezien de afstanden tot woningen geen lichthinder in de gangbare zin, waarbij woonruimtes in woningen door inschijnen worden opgelicht. In dit verband kan eerder worden gesproken van landschappelijke invloed, door het zichtbaar zijn van de windturbinelocatie in de nachtelijke uren.
Landschappelijk beeld In de provinciale Omgevingsvisie is aangegeven dat het ruimtelijk ontwerp onderbouwd dient te worden door een landschapsontwerp. Er dient aandacht besteed te worden aan de opstelling en uiterlijke kenmerken in relatie met de bestaande regionale landschapskenmerken. De provincie hecht belang aan visuele rust van de horizon, het voorkomen van visuele insluiting en een herkenbare opstellingsvorm. De windturbine is beoordeeld op het effect dat het heeft op het landschap. De maat en schaal van moderne windturbines zijn zodanig groot dat feitelijk niet gesproken kan worden van een landschappelijke inpassing, maar eerder van een landschappelijk beeld. Het landschappelijk beeld van het plan wordt hieronder weergegeven op basis van de voorziene opstelling van één windturbine. Om het landschappelijk beeld te beschrijven zijn visualisaties gemaakt vanaf verschillende standpunten. De ligging van de fotopunten (met nummering) is zichtbaar in Figuur 4.3. In de standpunten wordt rekening gehouden met verschillende schaalniveaus. Onderscheid wordt gemaakt in de beoordeling van het effect op het landschap in zijn ruimere omgeving (2 tot 5 kilometers van de windturbine), in zijn directe omgeving (0 tot 2 kilometer vanaf de windturbine) en in het plaatsingsgebied zelf (directe nabijheid van de windturbine).
De afstanden zijn mede gebaseerd op de waarnemer en de afstanden waarop deze bepaalde zaken nog wel of nauwelijks meer kan waarnemen.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
29
Figuur 4.3 Ligging fotopunten (met nummering) visualisaties
Het effect van de windturbine op het landschap wordt aan de hand van de volgende criteria beschouwd: aansluiting op landschappelijke structuur; herkenbaarheid van de opstelling; -
interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen; invloed op openheid; zichtbaarheid.
Aansluiting op landschappelijke structuur Op het grootste schaalniveau (meer dan 5 kilometer) is de aansluiting op de landschappelijke structuur niet herkenbaar. In Figuur 4.4 is de windturbine gedeeltelijk zichtbaar maar is niet af te leiden dat het op een bedrijventerrein staat.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
30
Figuur 4.4 FP01 26 - Visualisatie vanaf Bergseweg (>5 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult
Vanaf het middelste schaalniveau (0-2 kilometer) is de windturbine zichtbaar vanaf het bedrijventerrein, de provinciale weg, recreatiegebieden en de randen van de woonwijken. Vanaf recreatiegebieden en de woonwijken is al dan niet kunnen waarnemen van de windturbine sterk afhankelijk van het punt waarop de waarnemer zich bevindt. Dit komt doordat een combinatie van vegetatie, bebouwing en reliëf het zicht op de windturbine (deels) kunnen wegnemen.
26
FP staat voor fotopunt.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
31
Figuur 4.5 FP02 -Visualisatie vanaf de splitsing Groenstergracht Haanweg (>2 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult Figuur 4.6 FP03 - Visualisatie vanaf de Brugmolenweg, rand stadsdelen Chèvremont en Kerkradecentrum (1,7 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult
De windturbine vindt aansluiting bij het bedrijventerrein Dentgenbach. Het bedrijventerrein grenst parallel aan de provinciale weg N299. De afstand tussen de N299 en de windturbine is circa 500 meter waardoor er aansluiting is bij de landschappelijke lijn van de provinciale weg. Herkenbaarheid van de opstelling Vanwege verschillende ruimtelijke belemmeringen in het plangebied is de plaatsingsruimte van de windturbine beperkt. Op het terrein van E-MAX staan namelijk diverse gebouwen. Bovendien
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
32
dient er rekening gehouden te worden met omliggende bedrijven. Het plaatsingsgebied wordt gekenmerkt door het grootschalige industriële karakter van het bedrijventerrein. De beoogde opstelling bestaat uit één windturbine. De vorming van een lijnopstelling en/of clusteropstelling is pas aan de orde met tenminste drie windturbines 27. Derhalve kan er in die zin geen sprake zijn van een herkenbare opstelling. Een enkele windturbine kan meer beschouwd worden als landmark en oriëntatiepunt in het landschap. Door het plaatsen van slechts één windturbine blijft er wel sprake van een visuele rust aan de horizon. Interferentie met andere windturbines of andere hoge elementen Windturbines voegen door hun grote maat en schaal in vergelijking met andere objecten een nieuwe laag toe aan het landschap. De windturbine markeert het bedrijventerrein en past bij het industriële en grootschalige karakter van het bedrijventerrein. Het plangebied is op lokaal en regionaal schaalniveau een logische plek voor een windturbine. Nieuwe technische elementen als een windturbine past goed bij de industriële uitstraling van een bedrijventerrein als Dentgenbach. De combinatie van een windturbine met bedrijventerrein onderstreept de beleving van het terrein als industriële omgeving en het industriële karakter van het grootschalige bedrijventerrein. Dit is zichtbaar in Figuur 4.7, Figuur 4.8 en Figuur 4.9.
Op het bedrijventerrein zijn meerdere hoge gebouwen en torens gevestigd maar er is geen sprake van interferentie doordat de gebouwen en torens niet dermate hoog zijn. Er is geen sprake van interferentie met andere windturbines. Figuur 4.7 FP04 - Visualisatie vanaf de Strijthagenweg, rand stadsdeel Terwinselen (1,2 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult
Een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door Pondera in november 2019 heeft aangetoond dat er op het bedrijventerrein Dentgenbach mogelijk wel ruimte is voor een lijnopstelling in noord-zuid richting van in totaal 2 tot 3 windturbines.
27
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
33
Figuur 4.8 FP05 - Visualisatie vanaf Vestastraat (700 meter afstand)
Bron: Pondera Consult Figuur 4.9 FP06 - Visualisatie vanaf Klarenalsterweg (300 meter afstand)
Bron: Pondera Consult
Invloed op openheid De openheid wordt negatief beïnvloed in het geval er sprake is van een min of meer open landschap (Figuur 4.10). In een besloten landschap ontnemen onder andere woningen en bosschages het zicht op de windturbine en is het effect op de openheid beperkt. Zo is de windturbine haast niet zichtbaar in Figuur 4.11, hooguit de top van de wieken die boven de bomen uitkomt.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
34
Figuur 4.10 FP07 - Visualisatie vanaf Boerenanstelerweg (830 meter afstand)
Bron: Pondera Consult
Figuur 4.11 FP08 - Visualisatie vanaf Overstehofweg (Snowworld) (1 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult
Zichtbaarheid De zichtbaarheid en beleving van de windturbine wordt vooral bepaald door de mate waarop de windturbine zichtbaar en herkenbaar is door de waarnemer. In en om het plangebied zal de windturbine vanaf vrijwel alle plekken rond het plangebied zichtbaar zijn. Op het bedrijventerrein zijn wel meerdere hoge gebouwen en torens gevestigd.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
35
De hoge windturbine is daardoor visueel iets minder zichtbaar in vergelijking met een open landschap. De turbine zal op dit schaalniveau duidelijk een relatie hebben met bedrijventerrein Dentgenbach. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat op grotere afstand er meer obstakels het zicht op de windturbine ontnemen. Als de windturbine zichtbaar is, is de grootte van de windturbine op deze afstand moeilijk in te schatten. Met de aanwezigheid van hoge bomen en bebouwing wordt de zichtbaarheid van de (voet van de) windturbine op veel plaatsen beperkt. Vanuit de omgeving bezien is de windturbine een oriëntatiepunt. De windturbine is een toevoeging aan het al bestaande industriële landschap van het terrein van E-MAX specifiek en het bedrijventerrein Dentgenbach in het algemeen. Vanaf de top van de Wilhelminaberg (Figuur 4.12) is te zien dat de windturbine aansluit bij het bedrijventerrein. Figuur 4.12 FP09 - Visualisatie vanaf de top van de Wilhelminaberg (835 meter afstand)
Bron: Pondera Consult
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
36
Figuur 4.13 FP10 - Visualisatie vanaf rotonde bij GaiaZOO (1,3 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult Figuur 4.14 FP11 - Visualisatie vanaf rotonde Mondo Verde (1,3 kilometer afstand)
Bron: Pondera Consult
Ten slotte zorgt de windturbine niet voor een beperking of afname van de recreatieve en agrarische mogelijkheden van het omliggende gebied. Het is immers nog steeds mogelijk om in het naastgelegen Park Gravenrode te recreëren. In het park zijn dezelfde recreatieve functies mogelijk als dat er is toegestaan op basis van de beheersverordening die daar geldt. Volgens de beheersverordening betreft het een natuur bestemming waar extensieve recreatie is toegestaan. Dit is nog steeds mogelijk met een windturbine op de beoogde locatie. De windturbine beperkt dus niet de recreatieve mogelijkheden.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
37
ONDERZOEK Uitgangspunten Voor het bepalen van milieueffecten is gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaatsvindt. Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van een worst-case windturbine, waarbij het maximale bronvermogen en de maximale ashoogte bepalend zijn. Voor het aspect slagschaduw wordt uitgegaan van een windturbine met de maximale afmetingen. Dat wil zeggen een rotordiameter en ashoogte van beide 140 meter en een tiphoogte van 210 meter. Voor het aspect veiligheid wordt een referentiewindturbine gebruikt voor het bepalen van de maximale identificatieafstand. De identificatieafstand is het maximaal te onderzoeken gebied voor het aspect veiligheid. De windturbine die gebruikt wordt voor het bepalen van de identificatieafstand heeft niet de maximale afmetingen maar geeft wel de grootst mogelijke identificatieafstand omdat deze referentiewindturbine de grootste werpafstand bij overtoeren heeft. Voor het bepalen van de Plaatsgebonden Risico (PR)-contouren wordt wel uitgegaan van een windturbine met de maximale afmetingen. Hiervoor zijn de maximale rotordiameter van 140 meter en de maximale tiphoogte van 210 meter bepalend.
Voor de specifieke onderzoeken ten aanzien van geluid, slagschaduw en externe veiligheid worden verschillende type windturbines gebruikt om de effecten te berekenen. Dit is met opzet zo gedaan om op die manier voor elk specifiek onderdeel de maximale effecten inzichtelijk te maken. Er is namelijk niet één type windturbine die voor alle onderdelen de worst-case situatie inzichtelijk kan maken.
Geluid Toetsingskader Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de wind ‘zoeven’. Het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) is het kader voor de toetsing van geluid door windturbines. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden 28 en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. Deze geluidnorm is niet van toepassing op geluidgevoelige bestemmingen of terreinen die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de
28
Woningen van derden zijn niet bij het initiatief van de windturbine betrokken. Op deze woningen dient voor geluid, slagschaduw en veiligheid voldaan te worden aan het Activiteitenbesluit.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
38
geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan Lnight om de verstoring van nachtrust te voorkomen. In het algemeen kan gesteld worden dat wanneer aan de norm van Lden= 47 dB kan worden voldaan, ook wordt voldaan aan de norm van Lnight= 41 dB. Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010) 29 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden= 47 dB. Bij deze norm is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is. Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer 30 Bijlage 4). In het geval van dit project zijn dat industriegeluid en wegverkeersgeluid.
De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Een gangbare en geaccepteerde methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de ‘Methode Miedema’, deze wordt hiervoor dan ook toegepast.
Onderzoek Ten behoeve van de windturbine is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie bijlage 1). Ter bepaling van de maximale akoestische effecten is in dit akoestisch onderzoek uitgegaan van een Vestas V136 3,45 MW windturbine op een ashoogte van 140 meter. Voor deze referentiewindturbine is gekozen aangezien dit een relatief luide windturbine betreft en daarom een conservatieve (worst case) inschatting geeft van de effecten.
Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010 (dit betreft tevens bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer). 30 Activiteitenregeling milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. 29
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
39
In het akoestisch model zijn 11 referentietoetspunten gedefinieerd ter plaatse van dichtbij gelegen woningen en bedrijfspanden in het gebied rondom de windturbine van E-MAX. In Figuur 5.1 is de ligging van de toetspunten opgenomen. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •
Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.
Figuur 5.1 Ligging referentietoetspunten
Bron: Pondera Consult
Toetspunten 1 tot en met 7 zijn de dichtstbijgelegen woningen, waarvan toetspunt 4 is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en derhalve niet is beschermd tegen windturbinegeluid. Toetspunten 8 tot en met 11 betreffen bedrijfspanden en zijn geen geluidgevoelige objecten en vragen derhalve geen bescherming tegen windturbinegeluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is er wel voor gekozen de geluidbelasting op deze niet voor geluid gevoelige objecten in beeld te brengen. Per toetspunt is berekend hoe hoog de jaargemiddelde geluidbelasting als gevolg van de windturbine is. De resultaten zijn opgenomen in onderstaande Tabel 5.1.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
40
Tabel 5.1 Geluidbelasting op toetspunten door windturbine E-MAX [dB(A)] Toetspunt
Adres
Lnight
Lden
1
Tunnelweg 48, Kerkrade
31
37
2
Hopelerweg 195, Landgraaf
30
36
3
Kloosteranstelerweg 6, Kerkrade
36
42
4
Langheckweg 22, Kerkrade*
38
45
5
Nieuw-Erensteinerweg 4, Kerkrade
36
42
6
Overstehofweg 16, Landgraaf
36
42
7
Rouenhof 19, Landgraaf
36
42
8
Jindal Films, Kerkrade**
45
51
9
Van Loo, Kerkrade**
43
49
10
Allekabels, Kerkrade**
46
53
11
Mexma, Kerkrade**
47
53
Bron: Geluid- en slagschaduwonderzoek (bijlage 1, tabel 2.2) * Woning gelegen op een gezoneerd industrieterrein en hoeft daarom niet aan de wettelijke geluidnorm Lden = 47 dB te worden getoetst. ** Geen voor geluid gevoelig object.
Bij alle woningen wordt voldaan aan de geluidnorm Lnight= 41 dB en Lden= 47 dB uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, ook bij de woning op het geluidgezoneerde industrieterrein aan Langheckweg 22. Er zijn voor geluid geen mitigerende maatregelen nodig. Vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer worden bedrijfspanden niet tegen windturbinegeluid beschermd. Bij de bedrijfspanden is er sprake van een geluidsbelasting die maximaal 6 dB hoger is dan de geluidsnorm voor windturbines van Lden 47 dB op gevoelige objecten. Bedrijfspanden zijn geen geluidgevoelige objecten. De Lden is samengesteld uit de Lday, Levening en Lnight waarbij de Levening en Lnight zwaarder worden meegewogen. Hierdoor is de werkelijke geluidbelasting overdag lager dan de Lden. De nabijgelegen bedrijfspanden worden overwegend overdag gebruikt. Het kantoorgedeelte is alleen overdag open. Andere bedrijfsactiviteiten kunnen eventueel ook in de avond of nacht plaatsvinden. De normwaarde voor geluid bij werkzaamheden met een hoge concentratie bedraagt 35 dB. Deze werkzaamheden vinden met name op kantoor plaats. Voor bedrijfspanden is daarom alleen de geluidbelasting van de windturbine overdag (Lday) relevant. De Lday is het jaargemiddelde geluidniveau op de gevel. De maximale geluidbelasting op de gevel wordt berekend door de Lday te verhogen met 5 dB. Een gevel dempt circa 20 dB.
Het maximale geluidniveau in een bedrijfspand volgt dus uit de berekening Lday + 5 dB – 20 dB. De maximale geluidbelasting van de windturbine in de bedrijfspanden is voor de toetspunten 8 t/m 11 respectievelijk 29 dB, 27 dB, 30 dB en 30 dB. Bij werkzaamheden waar een hoog concentratieniveau nodig is, wordt een maximaal geluidniveau geadviseerd van 35 dB. De geluidbelasting van de windturbine blijft hier onder. Bovendien zijn in de bedrijfspanden al aanwezige geluiden van bedrijfsprocessen. Het is zeer aannemelijk dat het geluid van de windturbine daardoor in de bedrijfspanden niet hoorbaar is.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
41
Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013) 31. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering is eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013) 32. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines (2014) 33. Hierin zijn enkele feiten benoemd afkomstig uit onderzoeken.
Op grond van de brief van de staatssecretaris en de rapporten van RIVM/GGD-en kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid 34. Tweeëndertig (peer reviewed 35) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen 36 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit de geüpdatete literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau,
"Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/ "Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines", LBP Sight in opdracht van Agentschap NL (tegenwoordig Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; RVO), projectnummer DENB 138006 september 2013. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-311813.pdf 33 Kamerbrief over "Laagfrequent geluid van windturbines", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kenmerk IENM/BSK-2014/44564, 31 maart 2014. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/04/01/laagfrequent-geluid-van-windturbines 34 “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound”, RIVM and GGD Amsterdam, 2018. 35 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 36 “Health effects related to wind turbine sound: an update”, oktober 2020, RIVM rapport 2020-0150. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf 31 32
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
42
maar soms wel met de ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van de literatuurstudie van drie jaar eerder. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich op basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen). Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor de windturbine E-MAX. Met naleving van de geluidsnormering is ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie. Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend.
Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen: •
Windturbine L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB
•
Wegverkeer L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL
•
Industrie L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB
De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt. In het plangebied is er sprake van cumulatie met wegverkeersgeluid (VL) en industriegeluid (IL). Er is alleen gekeken naar gevoelige objecten in de omgeving, de bedrijven op bedrijventerrein Dentgenbach zijn buiten beschouwing gelaten. De cumulatieve geluidbelasting in de toekomstige situatie is vergeleken met de referentiesituatie. Er bestaan geen normen waaraan getoetst kan worden voor cumulatief geluid. Een gangbare en (door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) geaccepteerde methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en na toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kan de leefomgeving objectief worden beoordeeld (zie ook Tabel 5.2). De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen is berekend voor de referentietoetspunten op woningen.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
43
Tabel 5.2 Waardering kwaliteit van de akoestisch omgeving volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving
Geluidbelasting Lcum
Goed
≤ 50 dB Lden
Redelijk
≤ 55 dB Lden
Matig
≤ 60 dB Lden
Tamelijk slecht
≤ 65 dB Lden
Slecht
≤ 70 dB Lden
Zeer slecht
> 70 dB Lden
Toegepaste kleurcode
In de bestaande situatie, dus zonder de windturbine, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten met name bepaald door het wegverkeer en industriegeluid. De huidige akoestische kwaliteit van de omgeving varieert van goed (<=50 dB Lden) tot slecht (<=70 dB Lden). In Tabel 5.3 zijn de cumulatieve geluidbelastingen weergegeven voor de referentiesituatie en de toekomstige situatie (wanneer de turbine is gerealiseerd). Tabel 5.3 Cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen, inclusief toekomstige situatie [dB(A)] Nr
Adres
L* VL
L* IL
Lcum ref
L WT
L* WT
Lcum nieuw
1
Tunnelweg 48, Kerkrade
33
48
48
37
42
49
2
Hopelerweg 195, Landgraaf
44
51
52
36
40
52
47
55
56
42
50
57
3
Kloosteranstelerweg 6, Kerkrade
4
Langheckweg 22, Kerkrade*
47
66
66
45
54
66
Nieuw-Erensteinerweg 4, Kerkrade
47
54
55
42
50
56
5 6
Overstehofweg 16, Landgraaf
34
49
49
42
49
52
7
Rouenhof 19, Landgraaf
38
51
51
42
49
53
*: Gelegen op gezoneerd industrieterrein
In de toekomstige situatie met de windturbine wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de toetspunten over het algemeen nog steeds bepaald door het wegverkeer en industriegeluid. Uit Tabel 5.3 valt op te maken dat op twee referentietoetspunten de cumulatieve geluidbelasting één stap op de schaal van Miedema verslechterd, voor het overige blijft het gelijk. De akoestische omgeving verslechterd alleen van goed naar redelijk of van redelijk naar matig. De cumulatieve geluidbelasting in absolute getallen blijft gelijk of neemt met maximaal 3 dB toe. Geconcludeerd kan worden dat de akoestische omgeving voor twee toetspunten cumulatief licht verslechterd volgens de methode Miedema door de realisatie van de windturbine. Voor toetspunt 5 neemt de geluidbelasting slechts toe met 1 dB(A). Het is bekend dat het menselijk oor een verschil van 1 dB niet kan opmerken. Een verslechtering van redelijk naar matig is hiermee aanvaardbaar. Voor toetspunt 6 is er sprake van een verslechtering van goed naar redelijk. Gezien het belang van het realiseren van de windturbine als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie acceptabel geacht. In de berekeningen is uitgegaan van een
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
44
realistische worst case situatie. Wanneer gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine (niet worst case) neemt ook de cumulatieve geluidbelasting af.
Conclusie Aan de normen van de Activiteitenregeling milieubeheer kan met een worst case windturbine (ruimschoots) worden voldaan. De geluidhinder, waaronder laagfrequent geluid, is aanvaardbaar. Er is op twee toetspunten sprake van een verslechtering van de akoestische kwaliteit van de omgeving volgens de methode Miedema door de komst van de windturbine. De cumulatieve verslechtering is echter beperkt en aanvaardbaar. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Slagschaduw Toetsingskader De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de voorbeeldwindturbines liggen, gezien hun afmetingen, tussen de 0,24 en 0,95 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor het optreden en de duur van de periode waarin slagschaduw plaatsvindt (slagschaduwduur). De Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: •
de afstand tot woningen of andere gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt;
•
en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.
In slagschaduwonderzoek is de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer vertaald naar een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer omdat volgens de norm op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit het Activiteitenbesluit milieubeheer dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
45
Onderzoek Ten behoeve van de windturbine is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie bijlage 1). Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van een turbine met een maximale rotordiameter (140 meter) en maximale tiphoogte (210 meter), en daarom met een ashoogte van 140 meter. Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel de eerste twee geometrische eigenschappen van belang. Figuur 5.2 Slagschaduwcontouren windturbine E-MAX
Bron: Geluid- en slagschaduwonderzoek (bijlage 8 van bijlage 1)
De grens waarbinnen slagschaduwduur van 6 uur wordt overschreden kan met een contour op een kaart aangegeven worden. In Figuur 5.2 is met een groene, oranje en rode isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 6 of 16 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan optreden bij de woningen binnen de oranje 6-uurscontour. Bij woningen buiten de oranje 6-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. De resultaten van de berekeningen op basis van de voorbeeldwindturbine zijn weergegeven in Tabel 5.4, hierin is de verwachte slagschaduw per jaar gegeven. Voor woningen die niet in onderstaande tabel staan is de duur van slagschaduw gelijk of lager dan de resultaten gegeven in de tabel op representatieve toetspunten. In het kader van
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
46
onderhavig plan kan volstaan worden met (beperkte) mitigerende maatregelen om te voldoen aan de Activiteitenregeling milieubeheer. Tabel 5.4 Verwachte slagschaduw door windturbine E-MAX Toetspunt
Adres
Verwachte slagschaduw per jaar [uu:mm]
1
Tunnelweg 48, Kerkrade
--
2
Hopelerweg 195, Landgraaf
--
3
Kloosteranstelerweg 6, Kerkrade
7:16
4
Langheckweg 22, Kerkrade*
6:17
5
Nieuw-Erensteinerweg 4, Kerkrade
--
6
Overstehofweg 16, Landgraaf
15:06
7
Rouenhof 19, Landgraaf
9:13
8
Jindal Films, Kerkrade**
66:02
9
Van Loo, Kerkrade**
39:28
10
Allekabels, Kerkrade**
--
11
Mexma, Kerkrade**
--
*: Deze woning is gelegen op het gezoneerde industrieterrein en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, echter wel tegen slagschaduw **: geen voor slagschaduw gevoelig object. --: geen slagschaduw van toepassing
Bij de woningen op toetspunten 3, 4, 6 en 7 is de verwachte slagschaduwduur vetgedrukt. Hier kan jaarlijks meer dan 6 uur slagschaduwhinder optreden. Bij de bepaling van de schaduwduren is geen rekening gehouden met eventuele beplanting, gebouwen en kunstwerken in de omgeving die het zicht kunnen belemmeren. Hierdoor kan de hinder verder worden beperkt. Een overschrijding van de norm wordt weggenomen door een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de norm uit het Activiteitenbesluit. In de turbinebesturing worden hiervoor dagen en tijden geprogrammeerd waarbinnen de rotor wordt gestopt omdat er dan slagschaduw valt op woningen die bijdraagt aan een overschrijding van de norm. Een stilstandvoorziening voor slagschaduw gaat over het algemeen ten koste van een beperkt productieverlies waardoor de haalbaarheid van een project niet in gevaar komt. Voldaan kan worden aan een goede ruimtelijke ordening. Slagschaduw op bedrijven Bedrijfspanden en kantoren zijn formeel niet hindergevoelig en voor slagschaduw is dan ook geen norm gesteld voor de hinderduur. In de praktijk kan bij kantoren en bedrijfspanden de slagschaduw wel als hinderlijk worden ervaren.
Er is echter geen reden om voor kantoren en bedrijfspanden, hetzelfde beschermingsniveau als voor woningen te hanteren gezien de beperktere aanwezigheidsduur van mensen met kantoor en bedrijfstijden, weekenden en vrije dagen. Wel wordt hieronder vanuit het oogpunt van een 'goede ruimtelijke ordening' nader aandacht besteed aan potentiële slagschaduw op de aanwezige bedrijven. De maximale te verwachten slagschaduwduur ligt tussen circa 39 tot 66 uur per jaar. Hierbij is nog geen rekening gehouden met mitigerende maatregelen die worden toegepast om ter
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
47
hoogte van woningen in de omgeving aan de norm te kunnen voldoen. Deze benodigde mitigatie ter plaatse van woningen kan ertoe leiden dat de slagschaduwduur ter hoogte van de niet voor slagschaduw gevoelige objecten lager zal uitvallen. De slagschaduwduur is bovendien berekend op basis van de veronderstelling dat er sprake is van een maximaal aantal ramen in de panden, in praktijk is dit niet het geval. Bovenstaande in ogenschouw nemend, wordt de slagschaduwduur op de niet voor slagschaduw gevoelige objecten acceptabel geacht. Mochten er in praktijk toch knelpunten optreden dan is er in overleg een oplossing te zoeken bijvoorbeeld door het aanbrengen van zonwering (als dat er al niet is) of een stilstandvoorziening. Een stilstandvoorziening voor slagschaduw gaat over het algemeen ten koste van beperkte productieverliezen waardoor de haalbaarheid van een project niet in gevaar komt. Voldaan kan worden aan een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie Aan de normen voor slagschaduw kan worden voldaan door een stilstandvoorziening toe te passen. Hierdoor wordt voldaan aan de normen uit het Activiteitenbesluit en de eis uit de Windvisie. Vanuit schaduwhinder is het plan ruimtelijke inpasbaar en haalbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Veiligheid Toetsingskader Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid. Interne veiligheid Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines. De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving. Interne veiligheid is verder niet ruimtelijk relevant en derhalve niet meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. Risico op ijsvorming In het Activiteitenbesluit milieubeheer is onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving.
Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden. De kans dat een persoon aanwezig is precies onder de locatie van het rotorblad tijdens de specifieke weersomstandigheden waarbij gevaarlijke hoeveelheden ijsafglijding op kan treden, is zodanig klein dat het risico voor personen (passanten)
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
48
verwaarloosbaar is. Voor personen die werkzaam zijn op het terrein van E-MAX geldt dat met feitelijke werkzaamheden en aanwezigheid onder de windturbine rekening gehouden kan worden met eventueel risico op ijsafglijding, waardoor ook dit risico verwaarloosbaar is. Er hoeft hier dan ook niet verder op in gegaan worden vanuit een goede ruimtelijke ordening. Een voorziening voor ijsdetectie maakt desgewenst en zo nodig deel uit van de omgevingsvergunning. Beoordelingskader veiligheid Voor externe veiligheid is per 1 januari 2011 het Besluit wijziging milieuregels windturbines 37 in werking getreden. Daarin wordt onder meer geregeld dat met betrekking tot veiligheidsafstanden in grote lijnen wordt aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) 38 en dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR10-6contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR10-5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000 en PR10-6 een kans van 1 op 1.000.000.
Voor de bepaling van deze contouren wordt verwezen naar het De 'Handreiking Risicozonering Windturbines' (v1.1, 20 mei 2020) en 'Handleiding Risicoberekeningen Windturbines' (versie oktober 2019) (hierna: ‘Handboek’ of ‘Handboek risicozonering’), als vervanger van het 'Handboek Risicozonering Windturbines' (2014). Ook wordt voor de bepaling van de effecten op infrastructuren en objecten aansluiting gezocht bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 39. Daarnaast hebben beheerders van infrastructurele werken randvoorwaarden voor situaties van uitval van belangrijke infrastructurele werken zoals grote gasleidingen en elektriciteitsvoorzieningen. Om hier rekening mee te houden is gekeken naar de invloed van plaatsing van de windturbine op de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de nabije infrastructurele werken. In het Handboek wordt ook verwezen naar de beleidsregel van Rijkswaterstaat (2002) 40 voor de beoordeling van effecten op (vaar)wegen. Deze beleidsregel geldt enkel voor rijks(vaar)wegen, voor provinciale en lokale wegen gelden geen (beleids)regels. In de beleidsregel “Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen: beoordeling van veiligheidsrisico’s” 41 staan de richtlijnen gegeven ten aanzien van de beoordeling van het individueel passentenrisico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) om het effect op overige wegen te beoordelen.
In Tabel 5.5 staat het beoordelingskader voor veiligheid samengevat.
Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines). 38 Besluit externe veiligheid Inrichtingen, Geldend op 21-05-2018. 39 Besluit van 24 juli 2010, houdende milieukwaliteitseisen externe veiligheid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en aanvulling tot d.d. 01-05-2016. 40 “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken”, 15 mei 2002/Nr. HKW/R 2002/3641 41 P.H. de Joode, S. Onnink, B.A. van den Horn, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Bouwdienst (RWS, BD), NS Railinfrabeheer, 1999 37
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
49
Tabel 5.5 Beoordelingskader veiligheid 42 Beoordelingscriterium
Effectbeoordeling
Bebouwing – Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de maximale ligging van de plaatsgebonden risicocontour
Toetswaarde van risico
Vergunningsafstand
max. PR10-6 en max. PR10-5
Afkomstig uit
Activiteitenbesluit
Rijkswegen binnen toetsafstanden
max IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen
Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat
Beleidsregels van Rijkswaterstaat
Verkeer – Spoorwegen
Rijkswegen binnen toetsafstanden
max. IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen
11 meter vanaf het hart van het spoor
Beleidsregels beheerder (ProRail)
Industrie en risicovolle inrichtingen
Risico-inrichtingen en installaties binnen toetsafstanden en 10% toets voor significantie van effect
10%verwaarloosbaar toets en kwalitatieve effectbeoordeling
n.v.t
Onder- en bovengrondse transportleidingen
Toetsing aan effect op buisleiding en bijbehorend risico voor omgeving
Risicotoevoeging voor omgeving en trefkans van buisleiding
Adviesafstand uit Handboek risicozonering
Hoogspanningslijnen
Toetsing aan effect op hoogspanningsnetwerk
Trefkans van hoogspanningsnetwerk
Adviesafstand uit Handboek risicozonering
Verkeer – (Water)wegen
Dijklichamen en waterkeringen
Toetsing aan effect op waterkering
Trefkans van waterkeringen
Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat of Waterschap
Waterschap / Rijkswaterstaat
* RD = Rotordiameter
Op basis van het Activiteitenbesluit dient een windturbine te worden beschouwd vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Ten behoeve van de windturbine op het terrein van E-MAX is een risicoanalyse uitgevoerd.
42
Voor een toelichting over specifieke veiligheidsafstanden wordt verwezen naar de tekst in paragraaf 12.3.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
50
Onderzoek Ten behoeve van de windturbine is een risicoanalyse uitgevoerd met betrekking tot externe veiligheid (zie bijlage 2). Ter bepaling van de maximale veiligheidseffecten is in dit onderzoek een referentiewindturbine gebruikt voor het bepalen van de maximale identificatieafstand. Het Handboek risicozonering adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als een windturbine tweemaal het nominale toerental draait (ook wel 'overtoeren'). Objecten buiten deze afstand ondervinden geen risico en worden verder buiten beschouwing gelaten. De windturbine die gebruikt wordt voor het bepalen van de identificatieafstand heeft niet de maximale afmetingen maar geeft wel de grootst mogelijke identificatieafstand. Deze referentiewindturbine heeft namelijk de grootste werpafstand bij overtoeren van alle mogelijke windturbines binnen de maximale rotordiameter en ashoogte van 140 meter. De gekozen referentiewindturbine is een Siemens SWT-DD-130 windturbine op een ashoogte van 135 meter. De identificatieafstand van deze windturbine is 444 meter, dit is het maximaal te onderzoeken gebied voor het aspect externe veiligheid.
In een straal van 444 meter rondom de windturbine zijn de volgende van belang zijnde objecten en infrastructuren geïdentificeerd: •
buisleidingen Gasunie: Z-503-30 en Z-503-31;
•
twee aardgasontvangststations Gasunie;
•
risicovol terrein Jindal Films, met propaan-installatie (18.000 liter);
•
enkele lokale wegen;
•
bedrijfsgebouwen en panden op bedrijventerrein Dentgenbach.
Voor het bepalen van de maximale PR-contouren wordt uitgegaan van een windturbine met de maximale afmetingen. Hiervoor zijn de maximale rotordiameter van 140 meter en de maximale tiphoogte van 210 meter bepalend. •
maximale ligging PR10-5-contour: 70 meter;
•
maximale ligging PR10-6-contour: 210 meter.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
51
In onderstaande Figuur 5.3 worden de maximale ligging van de PR10-5 en PR10-6 weergegeven. Figuur 5.3 Maximale ligging van de PR10-5 (70 meter) en PR10-6 (210 meter)
Bron: Externe veiligheidsanalyse (bijlage 2, figuur 2.2)
Bebouwing Voor beoordeling van bebouwing aanwezig in de omgeving kan er onderscheid gemaakt worden in drie vormen van bebouwing: beperkt kwetsbare objecten, kwetsbare objecten en mogelijk toekomstige objecten. Voor windturbines gelden eisen in relatie tot bestaande beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook niet gerealiseerde, maar planologische bestemde, activiteiten meegenomen in de beoordeling. Beperkt kwetsbare objecten Het Activiteitenbesluit geeft aan dat beperkt kwetsbare objecten geen hoger risico mogen ondervinden dan een plaatsgebonden risico van PR10-5. Het Handboek geeft aan dat het plaatsgebonden risico nooit hoger is dan PR10-5 buiten een afstand van een halve rotordiameter. Voor windturbine E-MAX is de rotordiameter maximaal 140 meter. De PR10-5 zal daarmee nooit groter zijn dan 70 meter. Voor de bepaling wat beperkt kwetsbare objecten zijn is aangesloten bij de definities uit artikel 1 lid 1 uit het Bevi. Enkel gebouwen van derden kunnen als beperkt kwetsbaar of kwetsbare objecten worden gedefinieerd. De gebouwen op het terrein van E-MAX behoren tot de eigen inrichting omdat de windturbine op dit terrein wordt gerealiseerd. Een gebouw binnen de PR10-5 contour van de windturbine op het eigen terrein wordt dan ook niet beschouwd als beperkt
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
52
kwetsbare object. De windturbine kan voldoen aan de benodigde eisen tot beperkt kwetsbare objecten, aangezien de PR10-5-contour tot het eigen perceel beperkt blijft. Kwetsbare objecten Het Activiteitenbesluit geeft aan dat kwetsbare objecten geen hoger risico mogen ondervinden dan een plaatsgebonden risico van PR10-6. Het Handboek geeft aan dat het plaatsgebonden risico nooit hoger is dan PR10-6 buiten een afstand van de tiphoogte. De tiphoogte van de windturbine bij E-MAX is maximaal 210 meter. De PR10-6 zal daarmee, conform het Handboek, nooit groter kunnen zijn dan 210 meter. Voor de bepaling wat kwetsbare objecten zijn is aangesloten bij de definities uit artikel 1 lid 1 uit het Bevi. Kwetsbare objecten hierin zijn locaties voor langdurige verblijf van mensen zoals woningen, locaties met kwetsbare personen, zoals ziekenhuizen of scholen en locaties waar grote groepen personen kunnen verblijven zoals kantoren groter dan 1.500 m2. Binnen de PR10-6 contour liggen vier (gedeelten van) bedrijfspanden, zoals te zien is in Figuur 5.4. Dit zijn Nophadrain (a), Exigo EDM Specialties (b), Bruce Foods Europe (c) en M-Mit Distribution (d). Voor alle bedrijfspanden geldt dat slechts een klein deel van het gebouw (<1.500 m2) dient als kantoor. Hierdoor zijn de bedrijfspanden een beperkt kwetsbaar object.