20210401 Ruimtelijke Onderbouwing Windturbine E-MAX definitief incl bijlagen-DEF.pdf
Tekst van het document
719068 01-04-2021
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade E-MAX
Definitief
Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 919 6800 AX Arnhem Telefoon (088) PONDERA
Documenttitel
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade
Soort document
Definitief
Datum
01-04-2021
Projectnummer
719068
Opdrachtgever
E-MAX
Auteur
Jorieke Letteboer, Pondera Consult
Vrijgave
Marjolein Pigge, Pondera Consult
Pondera Consult
INHOUDSOPGAVE Inleiding
1
Aanleiding
1
Ligging plangebied
1
Geldende beheersverordening
2
Juridisch kader
3
Leeswijzer
5
Beleid
6
Mondiaal-, Europees beleid
6
Rijksbeleid
7
Provinciaal beleid
14
Gemeentelijk beleid
18
Conclusie
21
Huidige situatie
22
Functionele structuur
22
Landschappelijke structuur
23
Planbeschrijving
25
Beschrijving van het plan
25
Landschappelijk beeld
28
Onderzoek
37
Uitgangspunten
37
Geluid
37
Slagschaduw
44
Veiligheid
47
Natuur
57
Cultuurhistorie
63
Waterhuishouding
65
Overige aspecten
70
Uitvoerbaarheid
78
Economische uitvoerbaarheid
78
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
78
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
Bijlagen Bijlage 1 Geluid- en slagschaduwonderzoek Bijlage 2 Externe veiligheidsanalyse Bijlage 3 Natuurtoets Bijlage 4 AERIUS-berekening Bijlage 5 Toetsing LVNL Bijlage 6 Participatieplan
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
1
INLEIDING Aanleiding E-MAX, een bedrijf dat aluminium recyclet en opnieuw duurzaam produceert, heeft het voornemen om één windturbine te gaan realiseren op haar terrein in Kerkrade. Duurzaam werken en produceren is voor E-MAX belangrijk. Naast duurzame productieprocessen wil EMAX haar vestiging in Kerkrade ook voorzien van zelf opgewekte duurzame energie. Voor de realisatie van de windturbine is in ieder geval een omgevingsvergunning noodzakelijk. De windturbine wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking als bedoeld in artikel 2.12.1.a.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage dient als ruimtelijke onderbouwing in de omgevingsvergunning voor de afwijking van de vigerende beheersverordening.
Ligging plangebied Het plangebied 1 bevindt zich op het bedrijfsterrein van E-MAX op bedrijventerrein Dentgenbach in Kerkrade. Het bedrijventerrein Dentgenbach bevindt zich ten westen van de stad Kerkrade, ten zuidoosten van de kern Landgraaf en ten noorden van de kern Terwinselen. Ten westen van het bedrijventerrein Dentgenbach ligt Park Gravenrode, een voormalig mijngebied (zie ook Figuur 1.1) dat nu een recreatieve (natuur)functie heeft. De oost- en zuidzijde van het plangebied liggen respectievelijk aan de Minervastraat en Mercuriusstraat. Aan de westzijde ligt het perceel van de firma Nophadrain en aan de noordzijde grenst het perceel van E-MAX aan het terrein van de firma Jindal Films.
Het plangebied in deze ‘ruimtelijke onderbouwing’ bestaat feitelijk alleen uit die gronden waarvoor daadwerkelijk juridisch-planologisch een afwijking van de geldende beheersverordening wordt mogelijk gemaakt, maar voor het gemak wordt het gehele terrein van E-MAX ook als plangebied benoemd. Eigenlijk is dit het ‘plaatsingsgebied’ (maximale begrenzing) waarbinnen het plangebied voor de windturbine is bepaald.
1
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
2
Figuur 1.1 Ligging plangebied (blauw omlijnd)
Bron: Google Maps
Geldende beheersverordening Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening “Bedrijventerrein Dentgenbach” (vastgesteld 22 februari 2017). Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’. Voor het terrein van E-MAX is tevens een besluitsubvlak ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – 1’ opgenomen. De voor ‘Bedrijventerrein – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven tot en met milieucategorie 4.1, uitsluitend voor zover de bedrijven niet zijn aan te merken als risicovolle inrichting. Ter plaatse van het besluitsubvlak zijn ook bedrijven toegestaan in ‘non-ferro metaalgieterijen / - smelterijen’ zoals bedoeld in milieucategorie 5.1, ook uitsluitend voor zover de bedrijven niet zijn aan te merken als risicovolle inrichting. De gronden zijn daarnaast tevens bestemd voor kantoren voor zover deel uitmakend van, ondersteunend aan en ondergeschikt aan, de ter plaatse bestemde bedrijven. Ook is ter plaatse buitenpandige opslag ten dienste van
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
3
en ondergeschikt aan het bedrijf toegestaan en verder bij de bestemming behorende voorzieningen. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het ter plaatse aanwezige bouwvlak. De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag, afhankelijk van het totaal te bebouwen oppervlak, niet meer bedragen dan 25 meter. De bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 6 meter. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag de bouwhoogte maximaal 3 meter bedragen. Figuur 1.2 Uitsnede beheersverordening “Bedrijventerrein Dentgenbach” (de rode markering geeft de globale locatie van de geplande windturbine aan)
Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
De geldende beheersverordening laat de realisatie van een windturbine niet toe.
Juridisch kader Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in de geldende beheersverordening is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer heeft een aanvraag
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
4
omgevingsvergunning ingediend voor het bouwplan om af te kunnen wijken van de geldende beheersverordening (omgevingsvergunning voor de activiteit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo). Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing daarvan. Relatie met de milieueffectrapportage De bouw van een nieuw windturbinepark is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dat een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is bij de Wet milieubeheer (Wm) als categorie D22.2. Voor windparken drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangetoond te worden dat geen formele m.e.r.-(beoordeling) doorlopen behoeft te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan. Voor dit project is er sprake van één windturbine, en dus niet van een ‘windpark’ volgens het Besluit m.e.r.. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.
Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan, met een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. Het terrein van E-MAX is echter een provinciale inrichting door de reeds aanwezige omgevingsvergunning milieu voor de inrichting van E-MAX. De provincie Limburg is daarom bevoegd gezag voor de vergunningaanvraag in afwijking van de beheersverordening. Hiervoor is een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad van de gemeente Kerkrade. Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er beroep in één instantie plaatsvindt maar ook een versnelde afhandeling door de Raad van State en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: •
projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I;
•
projecten van Bijlage II;
•
projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw) (zie Bijzondere voorzieningen).
De realisatie van windturbines valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.2: ‘aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
5
onderdelen a en b, en artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998’ waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de energietransitie is het zeer wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw.
Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. In hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied aan de orde, hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan voor de windturbine. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de diverse milieuonderzoeken beschreven. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een toelichting op de financieel-economische uitvoerbaarheid van dit plan en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
6
BELEID Mondiaal-, Europees beleid Klimaatconferentie Parijs 2015 In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 2 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord: •
de gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius;
•
de partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen;
•
er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt;
•
alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen;
•
voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen. Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn;
•
het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven.
Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 is om 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009) 3. In juni 2011 presenteerde de EU de "Energieroutekaart 2050" 4 als doorkijk naar 2050 en de in tussentijd te nemen stappen om te komen tot een verdere verduurzaming van de energiemarkt en een verdere CO2-reductie (80-95%). De EU-landen hebben in 2014 overeenstemming 5 bereikt met betrekking tot een nieuwe duurzame energie doelstelling. In 2030 moet tenminste 27% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. Deze doelstelling is onderdeel van de energie en klimaatdoelen van de EU voor 2030. Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming 6 bereikt waarin een bindende De klimaatconferentie van Parijs 2015 (officieel: 2015 United Nations Climate Change Conference), die van 30 november tot 12 december 2015 plaatsvond in Parijs leidde tot het afsluiten van het "Akkoord van Parijs", dat op 22 april 2016 in New York is ondertekend. Het klimaatverdrag is 4 november 2016 in werking getreden.
3 "Richtlijn 2009-28-EG- energie uit hernieuwbare bronnen NL, ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG", European Commission, 23 april 2009. Geraadpleegd van: http://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/ALL/?uri=CELEX:32009L0028 [artikel 3, lid 1 juncto bijlage 1, deel A]. 4 Mededeling van de Europese Commissie: "Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050", 8 maart 2011, COM (2011) 112 definitief. Geraadpleegd van: http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0112:FIN:NL:PDF 5 Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy 6 Europese Commissie (14 juni 2018). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/pressrelease_STATEMENT-18-4155_en.htm 2
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
7
doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. De Europese Unie moet in 2030 32% van het totale energieverbruik duurzaam realiseren.
Rijksbeleid Energieakkoord voor duurzame groei De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben. In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord, 2013) 7. Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers.
Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen va n hernieuwbare opwekking, zoals wind op land. Bij wind op land wordt binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, geïnvesteerd om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen in 2020. Voor de periode na 2020 wordt op termijn gezocht naar aanvullend potentieel voor wind op land. Energierapport 2016 Het Energierapport 2016 (2016) 8 geeft aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015) er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit). Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gemaakt. Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt, voor de transitie naar duurzame energie, drie uitgangspunten centraal: 1. sturen op CO2-reductie; 2. verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt; 3.
integreren van energie in het ruimtelijk beleid.
"Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013. Geraadpleegd van: http://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx 8 "Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/01/18/energierapport-transitienaar-duurzaam 7
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
8
De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. Op dit moment zijn we voor onze energievoorziening nog voor circa 92% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie biedt bovendien kansen voor behoud en ontwikkeling van het Nederlandse verdienvermogen. Ten slotte heeft de energietransitie alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Klimaat en Energieverkenning 2019 De eerste Klimaat en Energieverkenning 9 heeft twee boodschappen. De eerste is dat er nog veel moet gebeuren om het kabinetsdoel van 49 procent reductie van broeikasgasemissies in 2030 te halen. In 2018 had Nederland een reductie van iets minder dan 15 procent ten opzichte van 1990. In ruim 10 jaar moet er dus nog meer dan twee keer zoveel worden bereikt als in de afgelopen kleine 30 jaar.
De tweede hoofdboodschap is dat het daadwerkelijk uitvoeren van beleid in de praktijk moeilijk is; de 2020- doelen voor broeikasgasreductie, besparing en hernieuwbare energie worden daardoor naar verwachting niet of waarschijnlijk niet gehaald. Hernieuwbare energie Het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen in Nederland is gestegen van 140 petajoule in 2017 naar 157 petajoule in 2018. De relatieve stijging van 12,5 procent in één jaar zal volgens de raming na 2018 versnellen. In 2020 ligt het verbruik naar verwachting op 239 petajoule en in 2023 op 331 petajoule. Dat correspondeert met een gemiddelde relatieve stijging van 16 procent per jaar voor de jaren 2019 tot en met 2023. In 2020 zal het aandeel naar verwachting zijn gestegen naar 11,4 procent (tussen 10,4 procent - 12,1 procent), waarmee het Europese doel van 14 procent niet gehaald wordt. Het doel uit het Energieakkoord van 16 procent in 2023 wordt net gehaald. De projectie ligt in deze verkenning op 16,1 procent (14,4 procent -17,0 procent) 10. Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden.
Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord
Dit rapport is tot stand gekomen door samenwerking tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), ECN part of TNO, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 10 Klimaat- en Energieverkenning 2019 geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-enenergieverkenning-2019 9
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
9
door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur).
De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonneenergie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Windturbine E-MAX draagt bij aan de toename van de productie van duurzame energie in een functiecombinatie van blijvend grondgebruik als bedrijfsterrein en duurzame elektriciteitsopwekking. Klimaatwet en Klimaatplan (2019) In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. Op 27 juni 2018 presenteerden zeven fracties de Klimaatwet aan de Tweede Kamer. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: •
een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;
•
een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;
•
100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.
Elke vijf jaar komt er een Klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit Klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het Klimaatakkoord van Parijs. Het eerste Klimaatplan is gepubliceerd in 2019. De inhoud van dit Klimaatplan is voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. In aanvulling op de maatregelen uit het Klimaatakkoord, bevat het Klimaatplan ook: •
beleid dat volgt uit Europese verplichtingen;
•
lopend beleid;
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
10
•
beleid dat in het regeerakkoord is aangekondigd, maar geen onderdeel uitmaakt van het Klimaatakkoord.
Over de voortgang van het klimaatbeleid zoals opgenomen in het Klimaatplan zal jaarlijks in oktober worden gerapporteerd in de Klimaatnota. Monitor Wind op land De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert in opdracht van het Kernteam Wind op Land (kernteam) jaarlijks de Monitor Wind op Land uit. De Monitor Wind op land 2018 is in april 2019 verschenen 11. Doel van de monitor is om een zo compleet, nauwkeurig en objectief mogelijk inzicht te geven in de voortgang van de afspraken tussen IPO en Rijk om in 2020 6.000 MW opgesteld vermogen aan windenergie op land gerealiseerd te hebben. De Monitor 2018 geeft inzicht in de feitelijke stand van zaken op peildatum 31 december 2018. De monitor laat zien in hoeverre elke provincie ruimte voor ontwikkeling van windenergie planologisch heeft vastgelegd en geeft inzicht in actuele ontwikkelingen rond de toepassing van het ruimtelijke beleid. Daarnaast geeft het een beeld van de voortgang van projecten, de mogelijke knelpunten die optreden, de consequenties en benodigde c.q. getroffen maatregelen. Het kernteam heeft RVO ook verzocht een inschatting te maken ten aanzien van de (tijdige) haalbaarheid van de provinciale doelstellingen. Op basis van deze inzichten kan het kernteam acties benoemen en in gang zetten om tot oplossing van (eventuele) grote knelpunten te komen.
De nationale opgave is 6.000 MW windvermogen op land operationeel in 2020. Eind 2018 stond in Nederland 3.382 megawatt (MW) aan operationeel windvermogen opgesteld. Dit is goed voor ruim 56% van de nationale doelstelling. Ten opzichte van de voorgaande editie van de monitor (2017). Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen Volgens het rijksbeleid 12 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland: windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose-energie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Grote windparken dragen significant bij aan het behalen van de doelstellingen. Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen.
Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie, en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt.
"Monitor Wind op land 2018", 30 april 2019, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Geraadpleegd via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/04/30/monitor-wind-op-land-2018 12 zie onder andere: "Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013, "Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016 en "Energieagenda - Naar een CO2-arme energievoorziening", Ministerie van Economische Zaken, december 2016 11
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
11
De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt:
•
van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie;
•
van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als landbouw en/of industriegebied;
•
vanuit het oogpunt van kostprijs. 1314
Regionale energiestrategieën (2020/2021) De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De doelen zijn alleen te halen door samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. Daarom spraken de overheden in het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Daarvoor is Nederland verdeeld in 30 'energieregio's'. De gemeente Kerkrade valt in de energieregio Zuid-Limburg. Afgesproken is dat deze strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt gekomen tot een regionaal gedragen RES. Deze geeft inzicht in: •
mogelijkheden voor regionale opwek en besparing;
•
die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning;
•
de afstemming omtrent warmtebronnen;
•
de gevolgen voor de energie-infrastructuur;
•
al gerealiseerde projecten en plannen.
De RES is daarmee een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. Deze samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. Maar ook helpen bij het Bron: "Eindadvies basisbedragen SDE+ 2018', ECN, 2076, rapportnummer: ECN-E-17-048. Wind op land kost volgens ECN circa 5,4 tot 7,3 ct./kWh, terwijl bijvoorbeeld PV zonne-energie 10,7 ct./kWh kost. Deze 'kosten' zijn gebaseerd op het advies voor de basisbedragen en geven een indicatie van de benodigde financiën per energie opwekmethode. 14 In opdracht van het ministerie van Economische Zaken hebben CE Delft en ECN onderzoek gedaan naar de kosten en maatschappelijke effecten van zon-PV en windenergie op land. Het onderzoek wijst uit dat windenergie op land niet alleen goedkoper is van nu tot 2023, maar ook naar verwachting tot 2030. Bron: Geert Warringa et al, MKEA zon-PV en wind op land – vergelijking kosten en maatschappelijke effecten, publicatienummer: 16.7J46.125, Delft, december 2016 13
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
12
formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In dat omgevingsbeleid vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Daarmee krijgen bedrijven en burgers meer zekerheid voor het doen van investeringen. Tenslotte is de RES een product. Het is een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij zal halen en op welke termijn. En welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen. De concept-RES-sen dienen landelijk voor 1 juni 2020 te zijn vastgesteld en definitieve vaststelling door individuele gemeenteraden voor 1 maart 2021.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR, maart 2012) 15 geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. n de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): •
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
•
het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
•
het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie wordt in het SVIR aangemerkt als een nationaal belang. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening moet omhoog. Voor grootschalige windenergie is in het SVIR het volgende opgenomen: “Rijk en provincies zorgen voor het ruimtelijk mogelijk maken van de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6.000 MW in 2020. Niet alle delen van Nederland zijn geschikt voor grootschalige winning van windenergie. Het Rijk heeft in de SVIR gebieden op land aangegeven die kansrijk zijn op basis van de combinatie van landschappelijke en natuurlijke kenmerken, evenals de gemiddelde windsnelheid. Binnen deze gebieden gaat het Rijk in samenwerking met de provincies locaties voor grootschalige windenergie aanwijzen. Hierbij worden ook de provinciale reserveringen voor windenergie betrokken. Deze gebieden zullen nader worden uitgewerkt in de Rijkstructuurvisie “Windenergie op Land”. Windturbine E-MAX draagt bij in de toename van het aandeel van duurzame energiebronnen in de totale energievoorziening.
"Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte - Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig" (SVIR), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, maart 2012).
15
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
13
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij moet de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen. Op basis van jurisprudentie 16 is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op een windturbine of een windpark omdat dat niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor windturbine E-MAX hoeft geen Ladder doorlopen te worden.
Structuurvisie Windenergie op Land De doelstelling van de Structuurvisie Wind op Land (SWOL, maart 2014) 17 is zodanig ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat begin 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW aan windturbines op land operationeel is. Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: •
Visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windenergie (windparken met een vermogen groter dan 100 MW) en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap.
•
Aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden.
•
Taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het IPO zijn gemaakt. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE++ en het landelijke elektriciteitsnet.
Het kabinet heeft in de SWOL elf gebieden aangewezen waar grootschalige windturbineparken op land mogen komen. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. De kleinere windturbineparken, waaronder onderhavig project, moeten samen zorg dragen voor nog eens de helft van de doelstelling aan opgesteld vermogen windenergie op land. De kleinere windturbineparken en enkele windturbines, waaronder windturbine E-MAX, moeten samen zorg dragen voor nog eens de helft van de doelstelling aan opgesteld vermogen windenergie op land.
16 17
AbRvS 16 maart 2016, nr. 201503226/1. "Structuurvisie Windenergie op land" (SWOL), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 28 maart 2014.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
14
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 18 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan voor de ontwikkeling van een windturbine of een windpark dient rekening gehouden te worden met de regels die het Barro stelt in Titel 2.6 Defensie ten aanzien van militaire radarstations, en over beperkingen rondom een radarstation en de beoordeling van gevolgen van bouwwerken, als ook beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen. In paragraaf 5.8.1 wordt daar op ingegaan. Specifiek voor het project zijn er geen andere nationale belangen waar mee rekening te houden dient te worden.
Provinciaal beleid Omgevingsvisie en -verordening Provinciale Staten van de provincie Limburg hebben in 2014 de Omgevingsvisie POL2014 (12 december 2014) en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (12 december 2014) vastgesteld. Er hebben verschillende actualisaties van de Omgevingsvisie en -verordening plaatsgevonden. De meest actuele situatie is vastgelegd in de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie 19 (13 augustus 2019) en de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening 20 (22 november 2019). Doelstelling windenergie In de Omgevingsvisie POL2014 zijn de provinciale beleidsdoelen uitgewerkt voor onder andere energie en duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De Limburgse ambitie als het gaat om duurzaam opgewekte energie sluit aan bij het Nationale Energieakkoord. De opwekking van windenergie is vastgelegd in afspraken tussen het IPO en het Rijk. Voor Limburg is de opgave om minimaal 95.5 megawatt (MW) te realiseren aan opgesteld windvermogen in 2020. Op dit moment is er circa 12 MW gerealiseerd en 99 MW aan nieuw windvermogen is vergund. Voor de periode na 2020 zijn er nieuwe windinitiatieven nodig om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Dit wordt uitgewerkt in de RES. In de Omgevingsvisie POL2014 staat dat de provincie de energietransitie wil stimuleren bij onder andere bedrijven en de maakindustrie: “Limburg kent een substantiële industriële sector.
Als grootverbruiker van energie kunnen bedrijven op verschillende manieren een forse bijdrage leveren aan de energietransitie. Wij stimuleren het verbeteren van de energie-efficiency. Hiermee wordt tevens de concurrentiepositie van het Limburgse bedrijfsleven versterkt. Hierbij wordt aangesloten bij bestaande convenanten en afspraken. Daarnaast stimuleren wij het Besluit van 22 augustus 2011, houdende algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) 19 “Omgevingsvisie POL2014” (geconsolideerde versie), provincie Limburg, augustus 2019. Geraadpleegd van: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.9931.GCSVPOL2014GC03/pt_NL.IMRO.9931.GCSVPOL2014-GC03.xml#NL.IMRO.PT.s5ce082f7-f5c9-4cc5-b4ee-87f8e21c5b06 20 “Omgevingsverordening Limburg 2014” (geconsolideerde versie), provincie Limburg, december 2019. Geraadpleegd van: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/webroo/transform/NL.IMRO.9931.GCVOOmgeving2014-GC08/pt_NL.IMRO.9931.GCVOOmgeving2014GC08.xml#NL.IMRO.PT.sba75bbf3-d769-4410-b4b9-566f258d5e62 18
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
15
uitwisselen van energiestromen tussen bedrijven onderling en met de gebouwde omgeving en geven zo mede invulling aan de ontwikkeling van de circulaire economie”. Op 20 februari 2018 is het Limburgs Energie Akkoord (LEA) ondertekend. In dit akkoord hebben Limburgse grootverbruikers van energie aan elkaar en aan de provincie afgesproken om een duurzamere energiehuishouding te gaan voeren. Er zijn concrete afspraken gemaakt met de bedrijven wat moet leiden tot een stevige bijdrage aan het behalen van landelijke klimaatdoelstellingen. E-MAX is één van de bedrijven aan het LEA. Provinciale aanpak voor windturbines De provinciale aanpak voor windturbineopstellingen met een masthoogte van boven de 25 meter in de Omgevingsvisie bestaat uit een combinatie van realisatiestrategie (hoe) en plaatsingsvisie (waar). Realisatiestrategie De provincie streeft naar het maximaliseren van het maatschappelijk effect van windenergie door participatie van belanghebbenden in het planproces en de realisatie van windturbines. Burgers, grondeigenaren en ondernemers die nabij windturbines wonen of ondernemen zullen in staat worden gesteld te profiteren van de opbrengsten. Dit kan onder andere door de levering van stroom, financiële deelname in het windpark of middels het creëren van een leefbaarheidsfonds. Ook andere opties zijn denkbaar.
De wijze waarop dit gebeurt is maatwerk en afhankelijk van de lokale wensen en de financiële ruimte van het windpark. De invulling van dit profijtbeginsel zal beschreven worden in een profijtplan dat door de initiatiefnemers in overleg met de stakeholders zal worden opgesteld. Indien de Provincie via een inpassingsplanprocedure betrokken wordt bij de (project)realisatie van windturbines, wordt via overeenkomsten vooraf het invullen van een profijtplan als randvoorwaarde gesteld. De gemeenten worden gevraagd om op overeenkomstige wijze te handelen. Gemeenten nemen het voortouw om te komen tot ruimtelijke plannen (bestemmingsplan of provinciaal inpassingsplan) die de plaatsing van windturbines mogelijk maken. Er wordt hierbij rekening gehouden met bestaande initiatieven of initiële projectideeën. Met stakeholders worden afspraken vastgelegd over de rolverdeling en prestaties. In het kader van de realisatiestrategie is een profijtplan opgesteld door E-MAX in overleg met de stakeholders. Het profijtplan (onder de naam ‘Participatieplan’) is als bijlage aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Plaatsingsvisie Door de provincie zijn in de Omgevingsvisie (paragraaf 5.5.4) een aantal typen gebieden aangewezen die zich het best lenen voor het plaatsen van windturbines. De voorkeursgebieden zijn: •
Grootschalige landschappen in de jonge Peelontginningen van Midden en Noord-Limburg;
•
Gebieden aan de provinciegrens waar reeds turbines staan opgesteld;
•
Grotere industrieterreinen en ontwikkelingsgebieden voor veehouderij en glastuinbouw;
•
Daar waar clusters van tenminste 6 turbines kunnen worden opgesteld.
In Figuur 2.1 zijn de voorkeursgebieden voor windenergie weergegeven. Met een rode marker is de locatie van de beoogde windturbine weergegeven. De locatie voor de windturbine op het
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
16
terrein van E-MAX is in provinciaal beleid aangewezen als ‘voorkeursgebied windturbines’. Het bedrijventerrein valt namelijk onder de noemer ‘grotere industrieterreinen’. In de provinciale Omgevingsvisie is aangegeven dat een landschapsontwerp onderdeel uitmaakt van de plaatsingsvisie om een goede kwalitatieve inpassing van windturbines te borgen. Concentratie van windturbines worden van belang geacht om de impact van turbines op het landschap te beperken. Dit is op Limburgs schaalniveau te bereiken door concentratie in de genoemde voorkeursgebieden en op regionale schaal door de voorwaarde dat projecten tenminste een omvang hebben van 3 turbines. Bij de planning of de bouw van turbines worden vooraf afspraken vastgelegd over de sloop van de turbines. Op het bedrijventerrein is het, met medewerking van andere bedrijven, mogelijk om meer windturbines te realiseren. Dit initiatief omvat één windturbine maar meer turbines op het bedrijventerrein is niet uitgesloten. Er ontstaat op die manier mogelijk een cluster of een lijnopstelling van windturbines in het voorkeursgebied. In de provinciale Verordening zijn door de provincie uitsluitingsgebieden aangewezen (artikel 2.10) waarbinnen de ontwikkeling van windturbines niet is toegestaan (zie ook Figuur 2.1). In de volgende gebieden zal het belang van windenergie ondergeschikt zijn: •
Het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg;
•
Natura 2000 gebieden;
•
Winterbed van de Maas.
In de Verordening zijn geen bindende regels opgenomen voor de plaatsing van windturbines, alleen voor de uitsluitingsgebieden. De windturbine E-MAX is gesitueerd in een plaatsingsgebied en past dus binnen provinciaal beleid.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
17
Figuur 2.1 Uitsnede Kaart Windenergie, Omgevingsvisie POL2014
Bron: provincie Limburg
Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg Maatschappelijke instellingen, overheden, bedrijven en burgers werken samen onder de naam Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg (RESZL). Zij geven uitvoering aan het landelijk Klimaatakkoord. Dat doen ze onder andere door het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES). Op 1oktober 2020 publiceerde Zuid-Limburg een concept regionale energiestrategie. Hierin is een conceptbod opgenomen van 1.1 tot 1.9 terawattuur (TWh). Dit wordt een combinatie van zonne-energie en windenergie op land. Over de aanpak wordt het volgende gezegd: "Het landschap van Zuid-Limburg kent diverse gebieden van grote ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Er dient dan ook uiterst voorzichtig te worden omgegaan met het realiseren van de grootschalige opwek van hernieuwbare energie. Toch zijn wij ervan overtuigd dat de RES Zuid-Limburg, onder strikte voorwaarden, een wezenlijke bijdrage aan de landelijke opgave kan leveren, zonder hierbij de kernkwaliteiten van het landschap aan te tasten".
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
18
In de concept-RES zijn nog geen concrete locaties aangewezen voor windturbines. De RES 1.0 wordt uiterlijk op 1 juli 2021 bij het Rijk ingediend.
Gemeentelijk beleid Parkstad Limburg Energietransitie (PALET) De gemeente Kerkrade werkt samen met zes andere gemeenten onder de noemer ‘Parkstad Limburg’. Er wordt grensoverschrijdend samengewerkt op de thema’s economie & toerisme, wonen & herstructurering, ruimte en mobiliteit. De gemeenten hebben het initiatief genomen om de energietransitie in de regio aan te jagen en gestructureerd van de grond te krijgen. Als eerste belangrijke stap is een onderbouwde ambitie geformuleerd: in 2040 is Parkstad Limburg energieneutraal. Hiervoor is in 2015 kaderstellend beleid vastgesteld onder de noemer ‘Parkstad Limburg Energietransitie’ (PALET). Hierop voortbouwend zijn in PALET 2.0 en vervolgens in PALET 3.0 de lange termijn doelstelling om in 2040 energieneutraal te zijn vertaald in een uitvoeringsprogramma voor de korte termijn. Eind 2020 zou hierdoor 8% van de totaalopgave wat betreft energiebesparing en duurzame energieopwekking binnen de gemeente moeten zijn gerealiseerd. Het college van Kerkrade heeft er in PALET 3.0 voor gekozen om geen medewerking te verlenen aan initiatieven die gericht zijn op het mogelijk maken van grootschalige windenergie in Kerkrade. De nieuwere beleidsstukken ‘Regionaal Afwegingskader Windenergie’ (RAK) en de gemeentelijke windvisie vormen echter het huidige beleidskader en bieden (onder voorwaarden) wel ruimte voor ontwikkelingen.
Een uitwerking van PALET 3.0 is het ‘Regionaal Afwegingskader Windenergie’ (RAK). In dit afwegingskader zijn wel randvoorwaarden geformuleerd ten aanzien van de realisatie van windenergieprojecten. Voor de ontwikkeling van windenergie in Parkstad Limburg hanteren de Parkstad-gemeenten de volgende uitgangspunten: 1. Er dient te worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening; 2. Er dient onderzoek te zijn gedaan naar bezonning, slagschaduw, externe veiligheid, geluid, flora en fauna en planschaderisico; 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Er dient een landschapsinrichtingsplan te worden opgesteld; Er dient een anterieure overeenkomst te worden afgesloten om het kostenverhaal te verzekeren; Er dient actief te worden ingezet op omgevingsmanagement; Maatschappelijke baten dienen terug te vloeien naar de gemeenschap; Grondspeculatie moet worden voorkomen; In het geval van concurrerende projecten geldt dat samenwerking wordt gestimuleerd; Gemeenten zijn gebonden aan de uitgangspunten van gemeentelijk en regionaal beleid.
Het initiatief voldoet aan de in het RAK gestelde uitgangspunten. Naast voorliggende ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken zijn er visualisaties gemaakt om het landschap weer te geven vanaf verschillende punten. Een anterieure overeenkomst wordt afgesloten tussen E-MAX en de gemeente. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
19
Er is een participatieplan opgesteld in het kader van omgevingsmanagement. Hierin worden alle stakeholders betrokken. Het plan is toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. In dit plan worden tevens de mogelijkheden voor financiële participatie toegelicht, zoals een omgevingsfonds of aandelen of een obligatielening. Op deze manier vloeien maatschappelijke baten terug naar de gemeenschap. Er is geen sprake van grondspeculatie aangezien de grond van E-MAX is. Ook zijn er geen concurrerende projecten in de directe nabijheid van het initiatief. Het is voor andere bedrijven op het bedrijventerrein ook mogelijk om een windturbine te realiseren. Het plan omvat een solitaire windturbine die de duurzaamheidsambitie van E-MAX onderstreept. Het is bijzonder dat een bedrijf in de gemeente Kerkrade op deze manier wil bijdragen aan een duurzamere leefomgeving. De sector ‘industrie en energie’ is voor het grootste deel verantwoordelijk voor het totale energieverbruik in Kerkrade, namelijk 35%. Naast energiebesparing zou het opwekken van duurzame energie op bedrijventerreinen een optie kunnen zijn. Om Kerkrade in 2040 energieneutraal te krijgen wordt ingezet op een energiemix.
Hierover is het volgende gezegd: “Uitgaande van dit integrale, ruimtelijk realistische scenario, blijkt de gemeente Kerkrade een behoorlijke potentie voor duurzame energieopwekking te hebben .Het grootste deel van de potentie wordt bepaald door zonne-energie en warmte-koude opslag. Maar ook zijn er kansen voor windenergie, op plekken waar dat ruimtelijk mogelijk is”. Duurzaam Kerkrade De gemeente Kerkrade vindt duurzaamheid heel belangrijk, daarom worden er vele projecten uitgevoerd onder de naam ‘Duurzaam Kerkrade’. Hier is de gemeente al enkele jaren mee bezig. Zoals benoemd in het kader van PALET wil de gemeente Kerkrade, samen met de andere Parkstad Limburggemeenten, in 2040 energieneutraal zijn. In totaal werkt de gemeente met allerlei partners aan zo’n 30 duurzame projecten. Structuurvisie Kerkrade 2010-2020 Op 30 maart 2011 is door de gemeente Kerkrade de structuurvisie “Kerkrade 2010-2020” 21 vastgesteld. In de structuurvisie worden op verschillende onderwerpen doelen opgesteld voor de periode tot en met 2020. De gemeente Kerkrade streeft bij de ruimtelijke ontwikkeling naar een duurzame stedelijke omgeving met een hoogstaand woon-, werk- en leefklimaat voor de inwoners van de stad. De gemeente wil een stad zijn met ruimte voor duurzame en experimentele ontwikkeling.
Volgens de gemeente is duurzame ontwikkeling een concept waarin ecologische, economische en sociale belangen bij elkaar komen. Het strategisch beleid is er dan ook op gericht op toepassingen te vinden van duurzaamheid. Kerkrade wil aan de weg timmeren met duurzame, energiezuinige oplossingen voor onder meer de woning-, steden- en wegenbouw. De gemeente legt de verantwoordelijkheid van een duurzame leefomgeving ook neer bij bewoners, bedrijven en instellingen. E-MAX pakt deze verantwoordelijkheid op en wil haar bedrijfsvoering verduurzamen door het plaatsen van een windturbine op haar terrein.
“Structuurvisie Kerkrade”, gemeente Kerkrade, maart 2011. Geraadpleegd van: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0928.SVKerkrade20102020Vg01/d_NL.IMRO.0928.SVKerkrade20102020-Vg01.pdf
21
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
20
De Structuurvisie bevat geen specifiek beleid over de plaatsing van windturbines. Windvisie gemeente Kerkrade Door de gemeente Kerkrade is op 16 december 2020 een Windvisie vastgesteld. In deze Windvisie onderbouwt de gemeente Kerkrade haar keuze om naast energiebesparing, en andere duurzame energiebronnen ook in te willen zetten op windenergie. Er worden met nadruk geen zoekgebieden op voorhand aangewezen waar windturbines geplaatst mogen worden. Wel worden alle relevante aspecten toegelicht die een rol spelen bij de realisatie van windenergie in Kerkrade. Bovendien worden eisen en voorwaarden gepresenteerd, waaraan ontwikkelingen dienen te voldoen. Hiermee streeft de gemeente naar projecten met een zo hoog mogelijk draagvlak, waarbij nadelige milieueffecten en visuele hinder zo veel als mogelijk worden beperkt en de omgeving de mogelijkheid krijgt om (financieel) te participeren. De gemeente ziet voor zichzelf als rol weggelegd om als bevoegd gezag te reageren op initiatieven vanuit de omgeving. Hierbij ligt de focus om concrete initiatieven te beoordelen, en waar mogelijk te faciliteren in de realisatie. Hieronder zijn de belangrijkste speerpunten uit de Windvisie opgenomen: 1.
Bij de ontwikkeling van windprojecten voorziet de gemeente voor zichzelf een actieve rol als bevoegd gezag en zal als zodanig reageren op initiatieven vanuit de omgeving, en deze waar mogelijk faciliteren. 2. Er worden op voorhand geen locaties aangewezen of uitgesloten. Initiatiefnemers dienen middels onderzoeken aan te tonen dat een project kansrijk is. 3. De gemeente ziet de meeste kansen weggelegd voor toepassing van grote moderne windturbines, waarbij een maximale energieopbrengst en CO2-winst behaald wordt, maar sluit kleinere windturbines niet op voorhand uit. 4. Windenergieprojecten dienen vanzelfsprekend te voldoen aan wet- en regelgeving vanuit de diverse milieu- en ruimtelijke thema’s. Op enkele aspecten stelt de gemeente aanvullende randvoorwaarden; 5. Een initiatiefnemer draagt zorg om potentiële milieueffecten op de omgeving (zoals zicht, geluid en slagschaduw) zo veel als mogelijk te beperken. Per milieuthema dienen alle potentiële milieueffecten op de omgeving inzichtelijk gemaakt te worden tijdens de procedure voor het aanvragen van de vergunningen. 6. Realisatie van windenergie in natuurgebieden heeft niet de voorkeur, maar de gemeente sluit plaatsing van windturbines in (toekomstige) natuurgebieden niet op voorhand uit. Nader onderzoek dient uitsluitsel te geven. 7.
Voor het landschappelijke ontwerp van een windturbineopstelling dient te worden aangesloten bij de richtlijnen uit het RAK. Solitaire windturbines zijn (gefaseerd) mogelijk, mits passend. Opstellingen van meerdere windturbines dienen geplaatst te worden in een herkenbare lijn- of clusteropstelling, aansluitend bij landschappelijke elementen. 8. Voorafgaand aan de realisatie van een project dient een samenwerkingsovereenkomst te worden opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente, waarin alle afspraken en wederzijdse plichten staan vermeld. 9. Vereiste voor elk project is het vooraf opstellen van een participatie-, profijt- en communicatieplan, waarbij de initiatiefnemer uitwerkt op welke wijze de omgeving (financieel) bij het project wordt betrokken en hoe communicatie plaatsvindt. De precieze uitwerking is project specifiek en maatwerk, maar dient te geschieden in aansluiting op de voorschriften uit het RAK.
719068 | Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
21
Middels voorliggende ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende bijlagen wordt aangetoond dat het project kansrijk is en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. De milieueffecten worden inzichtelijk gemaakt in hoofdstuk 5. De windturbine is niet gelegen in een natuurgebied. Het project betreft een solitaire windturbine. Op het bedrijventerrein is het mogelijk om meer turbines te realiseren, mits met medewerking van de grondeigenaren. In het geval er meer windturbines op het bedrijventerrein worden gerealiseerd kan de solitaire turbine onderdeel worden van een lijnopstelling of een clusteropstelling. Er wordt voor de realisatie van de windturbine een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen E-MAX en de gemeente. Tenslotte is het op basis van de Windvisie vereist dat een er een participatie- profijt- en communicatieplan is uitgewerkt. Het communicatie- en participatieplan is toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (onder de naam ‘participatieplan’). Hier wordt ook het profijtplan toegelicht.
Conclusie Realisatie van de windturbine E-MAX past in rijksbeleid en draagt bij aan de landelijke doelstelling. De windturbine past op hoofdlijnen in provinciaal beleid, alhoewel er geen sprake is van een project met een omvang van 3 windturbines zoals de Omgevingsvisie beschrijft. De ambitie van E-MAX staat op zichzelf en er is geen ruimte op eigen terrein voor meer windturbines. Het project heeft wel de potentie om uit te breiden met meerdere windturbines bij andere bedrijven op bedrijventerrein Dentgenbach maar dat maakt nu geen onderdeel uit van het project dat gericht is op het verduurzamen van eigen bedrijfsprocessen van E-MAX. Er zijn geen concrete juridisch bindende regels opgenomen in de provinciale Verordening ten aanzien van de plaatsing van windturbines in een voorkeursgebied. In het kader van Parkstad Limburg Energietransitie (PALET) is het ‘Regionaal Afwegingskader Windenergie’ (RAK) opgesteld. Het initiatief voldoet aan de in het RAK gestelde uitgangspunten. Door de gemeente Kerkrade is de windvisie vastgesteld met daarbij voorwaarden waar een initiatief aan moet voldoen. Het initiatief van E-MAX voldoet aan de genoemde speerpunten en past daarmee binnen het gemeentelijk beleid.
Zoals gesteld in de windvisie voorziet de gemeente voor zichzelf een actieve rol als bevoegd gezag en zal als zodanig reageren op initiatieven vanuit de omgeving en waar mogelijk faciliteren.
Ruimtelijke onderbouwing Windturbine E-MAX Kerkrade | 719068 01-04-2021 | Definitief
Pondera Consult
22
HUIDIGE SITUATIE Functionele structuur Bedrijfsterrein E-MAX De beoogde windturbine is gepland op het bedrijfsterrein van E-MAX. Op het terrein van E-MAX wordt aluminium gerecycled en opnieuw duurzaam geproduceerd. Op het terrein van E-MAX zijn diverse bedrijfsgebouwen aanwezig zoals de aluminiumfabriek met smeltoveninstallaties, een opslagloods en bij het bedrijf behorende kantoorruimten. Daarnaast is er ruimte voor parkeren en buitenopslag op eigen terrein. Activiteiten op bedrijventerrein Dentgenbach Het bedrijventerrein Dentgenbach, waar E-MAX op gelegen is, kent verschillende soorten bedrijven. In het noordelijke deel zijn grootschalige productiebedrijven gevestigd, onder andere op het gebied van kunststofverwerking. In het zuidelijke deel vinden meer gemengde bedrijfsactiviteiten plaatst, zoals bijvoorbeeld een autohandel en een scholingsruimte voor de politie. Direct ten westen van E-MAX is een bedrijf in groene daksystemen gesitueerd, ten zuiden een transportbedrijf en ten oosten opslag van een bedrijf in kunststof producten. Het terrein ten noorden van E-MAX is onderdeel van de firma Jindal Films. Van dit terrein is het zuidelijk deel onbebouwd. Verdere functies in de omgeving Het gebied ten westen van bedrijventerrein Dentgenbach is Park Gravenrode, een voormalig mijngebied. Het gebied is bosrijk en wordt tegenwoordig vooral recreatief gebruikt.