Handreiking gemeente Katwijk 2026 van de organisatie, ontvangen 23 maart 2026, ten behoeve van coalitievorming en komende periode (3976583)
Tekst van het document
27
Randvoorwaarden Omdat steeds meer nieuwbouwontwikkelingen aanlopen tegen het mobiliteitsvraagstuk, is het gewenst dat de raad in de komende raadsperiode een standpunt inneemt over het accepteren van doorstromingsproblemen en expliciet besluit om in te zetten op de mobiliteitstransitie. En daarvoor zo nodig middelen beschikbaar te stellen voor een maatregelpakket, voor zover niet al gedekt vanuit bestaande projecten, maatregelen en investeringen. We sluiten hiervoor aan bij bestaande projecten, maatregelen en investeringen zoals die uit het Meerjarig Uitvoerings Programma van de Katwijkse Agenda Mobiliteit (MUP-KAM). Zonder dergelijk besluit wordt de kans steeds groter dat de emmer op een gegeven moment écht overloopt. We lopen risico dat bouwprojecten dan geen doorgang meer kunnen vinden. Kansen & dilemma’s Katwijk staat niet stil als het gaat om mobiliteitstransitie. De HOV-busbaan langs de N206 wordt medio 2026 opgeleverd. We investeren in (door)fietsroutes. Ook zijn er deelauto’s en deelfietsen geplaatst. En we sturen met parkeerregulering in Katwijk aan Zee en Valkenhorst (indirect) op autogebruik. Maar er moet meer gebeuren om 5-10% minder automobiliteit te bewerkstelligen. We moeten een concreet actieplan mobiliteitstransitie opstellen, dat aansluit bij wat we al doen, maar ook komt met nieuwe maatregelen.
Alleen met een goed onderbouwd actieplan houden we Katwijk bereikbaar en hebben we een sluitend verhaal dat we kunnen gebruiken voor een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (goflo) van alle nieuwbouwplannen. Een goed participatieplan voor het opstellen van het actieplan mobiliteitstransitie is essentieel. We moeten naar maatregelen die effectief bijdragen aan de mobiliteitstransitie, maar ook die kunnen rekenen op voldoende draagvlak in onze samenleving. En daarbij moeten we realistisch zijn. Sommige maatregelen zullen op veel draagvlak kunnen rekenen, terwijl andere maatregelen mogelijk weerstand kunnen oproepen omdat deze om gedragsverandering zullen vragen van onze bestaande en nieuwe inwoners.
28
Parkeerbeleid Stand van zaken De Nota parkeerbeleid vormt het beleidskader voor het parkeren van auto en fiets. Het parkeerbeleid zorgt voor een juiste balans tussen parkeervraag en parkeeraanbod. Het geeft antwoord op hoe we omgaan met de parkeerbehoefte van bewoners, bezoekers en werknemers: wie parkeert waar, wanneer en op welke wijze. Daarmee draagt het bij aan het bereikbaar houden van onze gemeente. De afgelopen jaren is over een aantal grote parkeeronderwerpen besloten. Denk aan de uitbreiding parkeerregulering (referendum), hoe we omgaan met parkeernormen, maar ook de actualisatie van parkeergelegenheid op eigen terrein (POET) in gereguleerd gebied. De komende jaren verwachten we nog enkele aanpassingen, die voortkomen uit de Nota parkeerbeleid, onze verdichtingsopgave en de actualiteit. Rode draden: politiek & bestuurlijk De maatschappelijke opgave is om te zorgen voor een passende balans tussen parkeervraag en -aanbod, met behoud van voldoende draagvlak in onze samenleving. Met het besluit om parkeerregulering niet uit te breiden in de bestaande kernen en het besluit om nu de hoogte van de autoparkeernormen niet aan te passen, hebben we een grotere uitdaging voor onze verdichtingsopgave en voor de bouw van betaalbare woningen. Randvoorwaarden Parkeren is geen financieel gesloten systeem. Er is sprake van vaste afdracht aan de algemene middelen.
Het overschot of tekortkomt ten goede aan of ten laste van de algemene middelen. Zie de raadsinformatiebrief. De parkeerbegroting is op orde. Er zijn geen grote financiële afwijkingen. Kansen & dilemma’s Dilemma: parkeren leeft in de samenleving Parkeren van de auto is een onderwerp dat breed leeft in de samenleving. Dit hebben we gezien bij het referendum over woningbouw en parkeerregulering en bij de participatie rond parkeernormen. We zien het ook bij herinrichting van straten en buurten en bij de uitrol van laadinfrastructuur. De (openbare) ruimte is schaars, en dat blijft vragen om integrale scherpe keuzes. Bij deze keuzes zijn er altijd mensen die anders willen. Het is goed om alert te blijven op ons omgevingsmanagement, de juiste participatie, een goede uitleg en zorgvuldige voorbereiding van besluitvorming. Kansen - lopende acties: 1. Parkeerregulering Gebiedsontwikkeling Valkenhorst (GOV) o Conform bestemmingsplan, gebiedsvisie, NvU en afspraken met ontwikkelende partijen krijgt heel GOV parkeerregulering. o Regulering meegroeiend met de bouw van de wijk. o Voorstel aan raad voor beleidsaanpassingen en tarieven in 2027. 2. Verbeteringen in aanbod en tarieven garageabonnementen
29
o Stofkam door abonnementen, aanbod richten op vraag, logica tariefstructuur. o Voorstel aan raad voor nieuwe tarieven vanaf 2027. 3. Bewonersvergunning met garageoptie o Parkeerdruk op straat verminderen door restcapaciteit garages beter te benutten. o Voorstel aan raad voor pilot in 2027. 4. Oplossing parkeren bezoekers bedrijven in vergunninghouderszone o Bezoekers bedrijven/winkels mogen niet in vergunninghouderszone parkeren. o Er moet een handhaafbare parkeeroplossing komen voor bezoekers. o Oplossing afstemmen met belanghebbenden en implementeren vanaf 2027. 5. Oplossen knelpunten handhaving parkeren – foutparkeren in openbare ruimte o We kunnen nu niet overal goed handhaven op foutparkeren, omdat de straatinrichting niet voldoet aan de richtlijnen. Gaat om ontbrekende belijning, vakken en bebording (verkeersbesluiten nodig). o Er wordt nu veel foutgeparkeerd; aanpassing moet participatief met bewoners. o Gaat vooralsnog om ~200 locaties, met name in gereguleerd gebied. Ook opheffen ~35 ongebruikte inritten ten behoeve van openbare parkeerplekken. o Komende jaren gefaseerde aanpak, al dan niet via werk-met-werk (regulier onderhoud). Budget ontoereikend om alles op te lossen. Kansen – eventueel te starten acties: 1.
Fiscalisering vergunninghouderszones o Uitgestelde actie Nota parkeerbeleid (3.2 onder B en 6.3): omzetten van vergunninghouderszones naar betaald parkeerzones (met parkeervergunningen). o Nodig voor verbeterde dekking van de kosten gemeentelijke parkeerhandhaving: in betaald parkeergebied zijn inkomsten boetes (naheffingen) voor gemeente, in vergunninghouderszones zijn inkomsten boetes (Mulder) voor Rijk. o Voor bewoners wijzigt weinig, maar dit vraagt wel om intensieve participatie over lastig uitlegbare technische materie. 2. Uitvoeringsregels parkeernormen o Op 6 november 2025 is besloten om de Nota parkeernormen nu niet aan te passen, vanwege uitkomsten participatie over de hoogte van autoparkeernormen. o Onze parkeernormen liggen hoger dan feitelijk autogebruik. Hoewel nu niet opportuun, biedt bijstelling van parkeernormen kansen voor betaalbare woningen. o Los van hoogte van de autonormen, adviseren we om de uitvoeringsregels parkeernormen alsnog wél aan te gaan passen. Voor redenen: zie kanttekening 8 in raadsvoorstel passende parkeernormen. 3. Parkeerregulering o Er komt geen uitbreiding van parkeerregulering in de bestaande dorpen (referendum), tenzij er voldoende draagvlak is bij direct belanghebbenden. o Uitbreiding regulering is nu niet opportuun, maar heeft wel groot oplossend vermogen voor meer betaalbare woningbouw en voor de noodzakelijke mobiliteitstransitie.
4. Fietsparkeren centrum Katwijk aan Zee o In centrum Katwijk aan Zee bestaat overlast foutparkeren fietsen en diefstal fietsen. o Op straat geen plek voor meer fietsparkeren. Oplossing is een fietsenstalling. o Heroverweeg het voorstel voor een gratis bewaakte fietsenstalling.
30
5. Actualisatie Nota parkeerbeleid o Het is gebruikelijk om elke 10 jaar af te wegen of nieuw beleid nodig is. De Nota parkeerbeleid stamt uit 2020. o We kunnen het parkeerbeleid rond 2030 actualiseren om alle actuele (beleids)ontwikkelingen op te nemen. Dit biedt ook kansen om het parkeerbeleid beter in te bedden binnen het beleidshuis in relatie tot de omgevingswet. 6. Afkoopregeling parkeren o We stellen een onderzoek voor naar de voor- en nadelen van een afkoopregeling parkeren voor nieuwbouw. o Een afkoopregeling parkeren biedt ontwikkelaars de mogelijkheid om parkeernormen af te kopen, wat bouwen op locaties met beperkte ruimte vergemakkelijkt. Het versnelt planontwikkeling, verlaagt bouwkosten op eigen terrein en stelt ons in staat om met de opbrengsten de algehele bereikbaarheid en parkeercapaciteit in de omgeving te verbeteren, al dan niet in een centrale parkeer- of mobiliteitsoplossing. Let op: bij het overnemen van de verplichting moeten we wel SMART aantonen hoe en wanneer we deze verplichting alsnog realiseren.
31
Erfgoedbeleid Stand van zaken Het komende jaar wordt nieuw erfgoedbeleid opgesteld. De startnotitie voor het nieuwe erfgoedbeleid is op 29 januari 2026 door de raad vastgesteld. Erfgoed maakt deel uit van de omgevingskwaliteit en verbindt mensen. Daarnaast speelt erfgoed een rol in de aantrekkingskracht en leefbaarheid van de gemeente. Een goede zorg voor ons erfgoed draagt daarom bij aan een goede omgevingskwaliteit en aan een aantrekkelijke leefomgeving die niet alleen interessant is voor inwoners maar ook voor bezoekers. In dat kader is voor het zichtbaar maken van het Romeinse erfgoed een apart prepsheet aan u voorgelegd. Het nieuwe erfgoedbeleid heeft tot doel het betrekken van bewoners bij het erfgoed, onder andere door het erfgoed meer zichtbaar en beleefbaar te maken. De gemeente heeft op erfgoedgebied een aantal wettelijke taken, waaronder het verlenen van monumentenvergunningen. In het kielzog daarvan hoort het goed voorlichten en begeleiden van monumenteigenaren bij onderhoud, verbouwing en verduurzaming van hun bezit. Dit geldt ook voor archeologisch onderzoek, waarbij eigenaren moeten weten waarom zij onderzoek moeten laten doen, wat de meerwaarde is en waarbij publieksparticipatie een informerende rol kan hebben naar de overige inwoners van Katwijk. Rode draden: politiek & bestuurlijk •
•
De zorg voor erfgoed raakt de hele gemeente, vanwege het behoud van de geschiedenis, identiteit en de karakteristieken van de gemeente. Erfgoed draagt bij aan een gezonde en mooie leefomgeving en zorgt voor een toename van toeristen. De deelname aan erfgoedprojecten laat zien dat erfgoed in de warme belangstelling staat van de Katwijkse inwoners. De startnotitie voor het nieuwe erfgoedbeleid is al vastgesteld.
Randvoorwaarden •
• •
Financiële kaders: er is een Archeologie- en Monumentenbudget. Voor begeleiding van het opstellen van het nieuwe erfgoedbeleid is wellicht budget nodig als de twee huidige budgetten tekortschieten. Planning: in Q1 2027 zou het beleid gereed moeten zijn. Het nieuwe erfgoedbeleid gaat uitgangspunten meegeven voor het borgen van erfgoed (vooral monumenten en archeologie) in een programma bij het Omgevingsplan, zodat de goede zorg voor archeologie en monumenten verankerd en doorgezet wordt. Een deel van de verantwoorde omgang van erfgoed is opgenomen in de nieuwe Nota Omgevingskwaliteit.
Kansen & dilemma’s •
Kans is om een optimale, door de bewoners van Katwijk begrepen en ondersteund erfgoedbeleid te maken dat toeziet op alle erfgoedontwikkelingen binnen de gemeente.
32
• •
Mogelijk dilemma’s: het aanwijzen van nieuwe monumenten, hoger bedrag uittrekken voor het verstrekken van meer monumentensubsidies. Risico’s bij afwijking van opzetten nieuw erfgoedbeleid: een minder optimaal functionerende erfgoedzorg omdat deze onder de bestaande Erfgoedvisie niet aansluit op recente ontwikkelingen, zoals het Verdrag van Faro.
33
Inzet op Romeins erfgoed Stand van zaken Op 27 juli 2021 heeft het Werelderfgoedcomité van UNESCO besloten om de voormalige grens van het Romeinse Rijk in Nederland en Duitsland toe te voegen aan de Werelderfgoedlijst. Deze grens, de Limes, loopt van Nederland tot diep in Duitsland en vormde een aaneenschakeling van Romeinse forten, wachttorens, kampdorpen, nederzettingen en grafvelden. Ook in Katwijk loopt deze Limes, waarbij onderdelen in Valkenburg de status van werelderfgoed hebben gekregen. In 2016 heeft het college de visie ‘Romeinen in Katwijk’ vastgesteld. Deze visie richt zich op communicatie rondom de Romeinse Limes en op een aantal bijbehorende activiteiten. In de jaren daarna zijn diverse ruimtelijke visies vastgesteld of in ontwikkeling gebracht, waaronder de Omgevingsvisie, waarin aandacht is voor het Romeinse erfgoed. De ambities uit deze visies worden vervolgens verder uitgewerkt in gebiedsvisies en vertaald in nota’s van uitgangspunten en uitvoeringsprogramma’s. Rode draden: politiek & bestuurlijk De maatschappelijke opgave is om de Limes—die grotendeels onzichtbaar en daarmee niet beleefbaar ondergronds ligt—maatschappelijke meerwaarde te geven. In de Omgevingsvisie heeft dit geleid tot de ambitie om het Romeinse erfgoed te benutten voor ruimtelijke kwaliteit, zichtbaarheid en de vrijetijdseconomie.
Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel Uitwerking variant Limes erfgoedcentrum (3597691) op 10 juli 2025 is de motie ‘Zichtbaar eindpunt van de Romeinse Limes in Katwijk’ aangenomen. Vervolgens heeft de portefeuillehouder een toezegging gedaan, die op 11 november 2025 in het college is behandeld. De raad is hierover geïnformeerd via de raadsbrief met kenmerk Z3836856/D383686. Met de portefeuillehouder is afgesproken dat in 2026 een collegevoorstel wordt voorgelegd met een samenhangend pakket aan maatregelen voor de inzet op Romeins erfgoed voor de komende jaren, in samenwerking met diverse organisaties. Randvoorwaarden Er wordt gewerkt aan een collegevoorstel waarin gemeentelijke initiatieven en initiatieven vanuit Katwijkse organisaties worden gebundeld om synergie te creëren en de organisatiekracht te vergroten. Dit voorstel zal een financiële paragraaf bevatten, wat ook noodzakelijk is voor het verkrijgen van cofinanciering. Daarnaast is bij de provincie een subsidieaanvraag ingediend en toegekend voor het programma ‘Weg van de Romeinen!’, dat voorziet in activiteiten om de bekendheid van het Romeinse erfgoed te vergroten. De planning bestaat uit twee fasen: •
Fase 1: vergroten van de bekendheid bij inwoners van het Romeinse erfgoed en versterken van de organisatiekracht.
34
•
Fase 2: voortbouwen op deze organisatiekracht, versterken verbinding van Romeins erfgoed met bewoners en verbreden met kansen voor vrijetijdseconomie.
Kansen & dilemma’s Het zichtbaar en beleefbaar maken van het Romeinse erfgoed biedt het college verschillende kansen om het culturele profiel van Katwijk te versterken. Het beschikbaar stellen van middelen kan daarbij noodzakelijk zijn. Een belangrijk aandachtspunt betreft de gebieden met werelderfgoedstatus: hier kan spanning ontstaan tussen het instandhouden van de unieke archeologische waarden en de wens tot gebiedsontwikkeling, die in sommige gevallen (deels) ten koste kan gaan van de erfgoedwaarde. Dit vraagt om zorgvuldige afstemming met betrokken overheden zoals de provincie, het Rijk en de Nederlandse Limessamenwerking (NLS), evenals tijdige informatieverstrekking aan UNESCO over voorgenomen ontwikkelingen. Kansen • Gebiedsontwikkeling Zijlhoek–De Woerd: de verschillende ontwikkelingen bieden kansen voor het zichtbaar en beleefbaar maken van het Romeinse erfgoed. • Gebiedsvisie Duinvallei: hier ligt mogelijk de Romeinse limes. Hier doen zich diverse ontwikkelingen voor die kansen bieden om het Romeinse erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken. • Gebiedsvisie Rijnmonding: versterking van het Romeins verhaal rondom de Rijnmonding met inzet op een icoon bij het eindpunt/beginpunt van de Romeinse limes aan de kust. • 1%-regeling (verordening percentagerelging beeldende kunst): daar waar mogelijk benutten voor het zichtbaar en beleefbaar maken van het Romeinse erfgoed.
• Iedere toekomstige ruimtelijke ontwikkeling biedt een kans om Romeins erfgoed een plek te geven.
35
Corridorstudie N206 Stand van zaken De gemeenten in Holland Rijnland staan voor grote uitdagingen op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid. Dit geldt ook voor de vijf gemeenten (Katwijk, Leiden, Oegstgeest, Voorhout en Noordwijk) die samen de Corridor N206 vormen. De ruimte in Corridor N206 is schaars en de verwachting is dat niet alle woningbouw-, werkgelegenheidsplannen die in het gebied zijn gepland volledig gerealiseerd kunnen worden zonder extra investeringen in leefbaarheid en bereikbaarheid. Tegelijkertijd zijn in het gebied al knelpunten aanwezig waarbij gevreesd wordt dat deze verergeren bij de ontwikkeling van de plannen. Doel van de integrale studie is inzicht te geven in de benodigde investeringen ter oplossing van de knelpunten op gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid, om onderbouwde keuzes te kunnen maken voor wat betreft de ruimtelijke ontwikkelingen en om toekomstig ontwikkelpotentieel in kaart te brengen. In mei 2025 is adviesbureau Vinu samen met Posad Maxwan gestart met het uitvoeren van de studie. Zij hebben als eerste de knelpunten in kaart gebracht op basis van de bestaande plannen. Op dit moment worden 4 ruimtelijke scenario’s elk met een eigen thema geanalyseerd, waarbij de uitkomsten gebruikt kunnen worden bij het bepalen van het gewenste strategisch ruimtelijk scenario.
Dit gewenste scenario dient als kapstok voor toekomstige investeringen in leefbaarheid en bereikbaarheid. Eind april 2026 zal Vinu/Posad Maxwan hun eindrapportage opleveren. De projectgroep zal naar verwachting eind mei de bestuurlijke eindrapportage opleveren met daarin conclusies en aanbevelingen over vervolgstappen; dit zijn concrete projecten (passend in de RIA systematiek van Holland Rijnland) tot vervolgstudies samen met de provincie ZuidHolland en het Rijk. Rode draden: politiek & bestuurlijk Door de bestaande plannen staat de leefbaarheid en bereikbaarheid van Katwijk maar ook de bredere omgeving onder druk. Om de knelpunten op te lossen en toekomstig ontwikkelpotentieel mogelijk te maken zijn investeringen nodig waarbij (gezien de omvang van de investeringen) samenwerking met de regio maar ook steun van provincie en rijk noodzakelijk zijn. Belangrijkste knelpunten in Katwijk zijn de leefbaarheid nabij de kruisingen met N206 (N441 en Molentuinweg), de ontsluiting van Zijlhoek de Woerd, de bereikbaarheid van Rijnsburg en de ontwikkeling van Rijnsburg Noord. Het is duidelijk dat maatregelen op gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid nodig zijn; hierbij kan gedacht worden aan een nieuwe
36
ontsluiting naar de A44 ten noorden van Rijnsburg Noord, aanpassingen aan de N206 nabij de Molentuinweg en opheffen barrières in Rijnsburg. Randvoorwaarden • In 2026 start de nieuwe projectencyclus binnen het RIA van Holland Rijnland. Dat betekent dat dit jaar bepaald wordt welke projecten worden opgenomen in de investeringsagenda en waarvoor een regionale bijdrage wordt gereserveerd voor verdere uitwerking de komende 4 jaar. Doel is om een aantal zogenaamde “no regret” projecten uit de Leefbaarheidsstudie Corridor N206 aan te wijzen die als P2 project verder kunnen worden opgepakt. Een aantal van deze P2 projecten zijn belangrijk voor Katwijk. Voordat gestart kan worden met het ontwerp (P2 fase) moet er geld gereserveerd zijn voor deze fase en moet er zicht zijn op financiering van de uitvoeringsfase (P1). Vooruitlopend op definitieve uitkomsten van de studie wordt geadviseerd om voor 2026 circa € 50.000 euro te reserveren; dit bedrag is voor het opstellen PvA’s voor mogelijke P2 projecten en een substantieel bedrag op langere termijn (2027 en verder) te reserveren voor uitvoering P2 project en voor de uitvoeringsfase. • De verwachting is dat de studie ook laat zien dat het aanpassen van de A44 en het versterken van het HOV binnen de regio randvoorwaardelijk is om de gewenste planen en ontwikkelpotentieel te kunnen realiseren.
Om een realistisch strategisch ontwikkelscenario te kunnen ontwikkelen is het daarom belangrijk om helderheid te krijgen hoe provincie en Rijk aankijken tegen genoemde thema’s. Daarom is voorgesteld deze thema’s na afronding van de studie verder te onderzoeken met provincie en rijk. Voor dit vervolg is nog geen budget geregeld. De verwachting is dat het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn 4-5 maanden gaat duren. Naast ambtelijke inzet vanuit de 5 gemeenten (ongeveer 200 uur per gemeente) moet gerekend worden met kosten voor projectleiding en ondersteuning van ongeveer € 15.000 per gemeente. Kansen en dilemma’s De komst van Eli Lilly versnelt de ruimtelijke- en mobiliteitsopgaven in de regio. Ontwikkelingen die oorspronkelijk gefaseerd waren voorzien, gaan gelijktijdig plaatsvinden en leiden tot eerdere en zwaardere knelpunten op gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid, met name op en langs de N206 en bij de aansluiting Leiden West (N206/A44). De regietafel voor project Eli Lilly zet in op het komen tot bestuurlijke afspraken met Rijk en Provincie tijdens het BO MIRT november 2026 over bijdragen aan bereikbaarheid en leefbaarheid (volgens comfortletter). Omdat de effecten van Eli Lilly de hele regio raken, is het van belang om ook uitkomsten van de Leefbaarheidsstudie en de vervolgstudies in dit BO MIRT te agenderen.
Bij het ontwikkelen van een strategisch voorkeurscenario worden de volgende aandachtspunten onderkend: 1. Bestuurlijk draagvlak binnen de regio Verschillende gemeentelijke prioriteiten kunnen het bereiken van consensus bemoeilijken. Tegelijkertijd is breed regionaal draagvlak essentieel om provincie en Rijk te betrekken bij vervolgtrajecten. Dit vraagt om voldoende tijd om het voorkeursscenario te ontwikkelen.
37
2. Aanhaken van de Provincie Zuid-Holland Om als regio stappen te maken richting een strategisch ruimtelijk voorkeursscenario waarin gewenste woningbouw en economische ontwikkelingen mogelijk worden, is steun van de provincie onontbeerlijk om samen met hen en het Rijk te kijken naar mogelijke maatregelen rondom de A44 en verdere HOV-ontwikkeling in de regio. De provincie heeft toegezegd het eindrapport mee te lezen. 3. Samenloop met andere projecten Deze studie heeft raakvlakken met de mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer en met de toezeggingen van Rijk en provincie voor maatregelen in Katwijk (kruising N206-Molentuinweg en ontsluiting Zijlhoek de Woerd) vanwege komst Eli Lilly naar Katwijk. Het is belangrijk dat deze studie in beeld blijft om het geheel te bewaken in plaats van dat zaken in afzonderlijke trajecten worden ondergebracht.
38
Huisvesting en opvang aandachtsgroepen Stand van zaken In Katwijk hebben we veel aandacht voor de huisvesting en opvang van alle doelgroepen. Het betreft enerzijds doelgroepen als arbeidsmigranten, Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders. Daarnaast kennen we veel doelgroepen die onder het Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn vallen zoals senioren, LVB, GGZ, scheve huisjes, ex-gedetineerden, dak- en thuislozen. Ook willen we huisvesting realiseren voor starters, bankslapers (veelal gescheiden mensen) en overige spoedzoekers zoals dreigende dak- en thuislozen. Het is een grote opgave waarbij we voldoen aan een aantal wettelijke taakstellingen zoals 600 asielzoekers (200 meer dan het Rijk ons oplegt), 380 ontheemden (zo'n 50 meer dan onze wettelijke inspanningsverplichting). De taakstelling voor het huisvesten van statushouders wordt al enkele jaren niet meer gehaald maar er wordt via de voorrangsregeling wel sterk op ingezet. Het nieuwe kabinet wenst deze mogelijkheid tot voorrang niet af te schaffen zoals het vorige kabinet dit wel had aangegeven. De afgesproken aantallen in het Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn worden gemonitord en er vindt periodieke verantwoording plaats aan College en Raad. Waar staan we nu? •
• • • • • • •
Er wordt vervangende huisvesting gezocht voor 165 ontheemden. De raad is hierover bijgepraat in een vertrouwelijke raadsinformatiebrief op 8-1-2026 en een vertrouwelijke sessie op 15 januari 2026. Er zijn nog geen scheve huisjes gerealiseerd. De taakstelling voor het huisvesten van statushouders wordt vanwege het woningtekort niet meer volledig gehaald. Er is behoefte aan een tussenvoorziening om dreigende dak- en thuisloosheid te voorkomen (zie sheet Maatschappelijke zorg aanpak dak- en thuisloosheid) Er is meer behoefte aan woningen voor senioren en bijvoorbeeld demente ouderen. Starters en studenten kunnen op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning of kamer vinden. Steeds meer gescheiden mensen met kinderen die een eigen woonruimte zoeken. Ook voor arbeidsmigranten is nog een substantieel tekort aan huisvesting dat voldoet aan het keurmerk en een vergunning vanuit de gemeente heeft gekregen. Ook uit recente onderzoeken van Decisio blijkt dat er behoefte is aan huisvestingslocatie in Katwijk en de omliggende gemeenten in de Duin- en Bollenstreek.
In 2025 is binnen de gemeente een Kwartiermaker Huisvesting en Opvang gestart met als opdracht om een integraal afwegingskader en plan van aanpak op te voor de huisvesting van doelgroepen uit het Actieplan (Beschermd Wonen, Verstandelijk Beperkten, uitstroom jeugdzorg, ouderen, statushouders en arbeidsmigranten en de opvang in tijdelijke voorzieningen van spoedzoekers, uitstroom maatschappelijke opvang en Oekraïense ontheemden.
39
Rode draden: politiek & bestuurlijk De maatschappelijke opgave is groot in Katwijk. Naast de opgave in de bestaande wijken en buurten dient de gemeente, om in deze volledig nieuw te bouwen wijk voldoende aandacht te houden voor alle aandachtsgroepen en voldoende maatschappelijke voorzieningen te realiseren die daarbij horen. Voldoen aan de wettelijke taakstellingen op het gebied van asiel, statushouders en Oekraïense ontheemden. Waarbij er nu een opdracht ligt om de herhuisvesting van 165 ontheemden in goede banen te leiden en hen te voorzien van nieuwe passende huisvesting. Huisvesting van arbeidsmigranten verdient de volle aandacht van de lokale overheid. Voor veel arbeidsmigranten vormt passende en veilige huisvesting de basis voor een stabiel bestaan. Juist op dit punt zien gemeenten en partners aanzienlijke knelpunten, bijvoorbeeld in kwaliteit, beschikbaarheid en bescherming van woonlocaties. Daarnaast spelen structurele vraagstukken rondom registratie, informatievoorziening, zorg en werkgeverschap, die samenhangen met en voortbouwen op de woonsituatie. De beleidsregel uit 2014 verdient actualisatie en het is raadzaam om dit in regionaal verband op te pakken waar een basis is gelegd in de regiodeal sierteelt. In 2024 is de regeling Regiodeal Sierteelt toegekend.
Dit is overeenkomst (met specifieke uitkeringen) tussen (arbeidsmarkt)regio’s en het Rijk om de kracht van de regio’s te versterken. Belangrijke programmalijnen in deze Regiodeal zijn 1) Duurzame arbeidsmarkt en 2) Grip op arbeidsmigranten. Ook vanuit de doelgroep arbeidsmigranten en opgave die hier ligt ten aanzien van huisvesting, is het van belang om hier als Katwijk aan deel te nemen en mee te gaan met de regiogemeenten. Deelnemen aan de Regiodeal vraagt naast de regionale samenwerking ook projectuitvoering en daarmee afstemming op zeer veel verschillende “niveaus” en een brede inhoudelijke inzet van de organisatie (dwars door domeinen en verschillende clusters heen). Om de kansen en mogelijkheden van de Regiodeal zo goed mogelijk te benutten is hiervoor een coördinator aangesteld. Regiodeal en WIN-aanpak Zoals aangegeven zijn arbeidsmigranten een niet meer weg te denken onderdeel van onze regionale economie, maar worden zij nog onvoldoende bereikt met informatie over hun rechten en plichten. Dit veroorzaakt niet alleen kwetsbare situaties op het gebied van wonen, maar ook op het gebied van werken en samenleven. Dit speelt niet alleen lokaal en regionaal maar ook op landelijk niveau.
Dit is mede aanleiding geweest voor het ministerie van SZW om alle 35 arbeidsmarktregio’s te vragen om een WIN‑punt (Work in NL) op te zetten: een regionaal informatie- en ondersteuningspunt waar arbeidsmigranten laagdrempelig terecht kunnen. De regio Holland Rijnland heeft de beschikbaar gestelde subsidie aangevraagd en werkt aan een gezamenlijk
40
regionaal plan van aanpak voor de WIN-aanpak. Ook Katwijk neemt actief deel aan de regionale werkgroep WIN-aanpak. Een gezamenlijke regionale aanpak biedt kansen in deze belangrijke opgave. Door een integrale en regionale aanpak op het gebied van wonen, werken, leven, informatie, registratie en ondersteuning kan de positie van EU‑arbeidsmigranten in Holland Rijnland worden versterkt. •
Strategische keuzes die al door raad of college zijn vastgelegd o Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn. Inzet op geclusterde woonvormen met ontmoeting voor ouderen al dan niet met zorg, met specifieke aandacht voor Wonen met een Plus, zowel in bestaande bouw als nieuwbouw (zie sheet Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn).
Randvoorwaarden •
•
•
•
Financiële kaders (bijv. max. investeringsruimte, begrotingsdiscipline) o Gebruik maken van de diverse financiële regelingen die diverse ministeries en de provincie Zuid-Holland bieden. o Woonfonds in Katwijk voor de onrendabele top. o Een sluitende businesscase is uitgangspunt bij de ontwikkeling van panden of locaties waarbij maximaal wordt ingezet op de financiële regelingen die het Rijk vanuit verschillende ministeries biedt, de Provincie en/of het lokale woonfonds. Deze regelingen zijn over het algemeen noodzakelijk om de onrendabele top mee te financieren. Lopende verplichtingen (bijv. wettelijke opgaven, regionale afspraken) o Regiodeal Sierteelt: afspraken in programmalijn 3 over de huisvesting van arbeidsmigranten o Spreidingswet o Taakstelling huisvesting statushouders o Inspanningsverplichting opvang OEK ontheemden o Housing First principe en iedereen een Veilig Thuis vanuit het Rijk Planning (bijv. deadlines voor uitvoering) o Bijvoorbeeld bij het Heerenhuys is er een deadline aangezien op 31 mei 2026 de ontruimingsbescherming eindigt. Het is gelukt om een geschikte locatie te vinden maar om deze op tijd te realiseren kan niet op voorhand de BOPA helemaal doorlopen worden. Er zijn enkele redenen waarom het gewenst is om met spoed het Heerenhuys te verlaten.
Tegelijkertijd wordt de vergunningprocedure wel doorlopen maar de volgorde wordt in dit geval aangepast nadat goed is uitgezocht dat de kans op het verlenen van een vergunning zeer reëel is. Dergelijke flexibiliteit in planning om deadlines te halen is soms nodig om de doelstellingen wel te halen. Risico’s bij afwijking van bestaande afspraken o Tijdelijke huisvesting en opvang in Katwijk kent momenteel geen beleidslijnen anders dan dat aan de wettelijke normen moet worden voldaan van de gebouwen. Locaties voldoen zelden aan alle normen en wetten en tijdelijk afwijken van de bestemming is aan de orde. De opvang en huisvesting van doelgroepen roept maatschappelijke onrust op.
41
Kansen & dilemma’s •
•
Mogelijke speelruimte bij formatie o Het tijdelijk mogen afwijken van een bestemming, mits er een goede ruimtelijke onderbouwing aan ten grondslag ligt. Het moet goed uitgelegd kunnen worden. o Communicatie en participatie conform de Katwijkse principes toepassen. o Katwijkse woonfonds, stapelen financiële regelingen tussen Ministeries en Provincie om de onrendabele top te financieren van tijdelijke locaties. o Mogelijke uitruil in de regio in doelgroepen (Katwijk heeft een plus op asiel). Bestuurlijke dilemma’s die de komende tijd op de agenda komen o Maatschappelijke onrust die de huisvesting en opvang van doelgroepen oproept. o Goede communicatie en participatie op dit dossier. o Aankopen van gronden en panden om regie te voeren op maatwerkontwikkelingen (tijdelijk of permanent)
42
Sturen op de woningvoorraad Stand van zaken De woningmarkt staat onder druk, er is een groot tekort aan woningen en de prijzen zijn de afgelopen jaren verder opgelopen. Ook in Katwijk is deze ontwikkeling merkbaar en is de woningmarkt de afgelopen jaren nog meer onder druk komen te staan en de schaarste aan woonruimte verder toegenomen. Dit uit zich onder andere in een beperkt aanbod van koopwoningen, sterk gestegen prijzen en lange wachttijden voor (sociale) huurwoningen. Daarbij heeft ook de toeristische verhuur van woonruimte via platforms als Booking en Airbnb een enorme vlucht genomen en worden steeds meer woningen door beleggers opgekocht om deze vervolgens in het vrije sector segment te verhuren. Gezien deze ontwikkelingen heeft de gemeenteraad op 17 februari 2022 het beleidskader Gebruik Woonruimte vastgesteld. Met het vaststellen door de gemeenteraad van de huisvestingsverordening gemeente Katwijk (2023) kwam er een publiekrechtelijk instrument om de volkshuisvestelijke regels te kunnen handhaven en op die manier de schaarse woningvoorraad te beschermen. Op grond van de regels in de huisvestingsverordening werd het mogelijk om snel op te treden en bestuurlijke boetes op te leggen wanneer de regels geschonden werden. Alle instrumenten uit de gereedschapskist moeten worden gebruikt om de schaarste tegen te gaan.
Naast de realisatie van nieuwbouwwoningen wordt daarom ook ingezet op het beheer van de bestaande woningvoorraad en het gebruik van woonruimte. In verschillende beleidsdocumenten zijn hiervoor de uitgangspunten vastgelegd. • • • •
Beleidskader gebruik woonruimte (vastgesteld op 17 februari 2022) Huisvestingsverordening gemeente Katwijk (vastgesteld op 11 mei 2023) Uitvoeringsprogramma VTH (jaarlijks) Actualisatie huisvestingsverordening gemeente Katwijk (in voorbereiding)
De uitvoering van de vergunningverlening is ondergebracht bij het team Wonen. Conform de regels in de verordening is het vanaf 1 januari 2024 verplicht om een registratienummer te vermelden bij het aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur. Sinds 1 januari 2024 zijn er 215 registratienummers uitgegeven. Voor vakantieverhuur geldt behalve het registratienummer, ook een meldplicht. Vanaf februari 2024 is gestart met de controle op de registratie- en meldplicht voor toeristische verhuur. De taken op het gebied van toezicht en handhaving zijn ondergebracht bij VTH en worden uitgevoerd door MBAll. De middelen voor het toezicht en handhaving op de Huisvestingsverordening zijn voor komende jaren gehalveerd in het kader van Meerjarig Financieel Gezond (MFG). Dit heeft impact op de intensiteit en prioritering van toezicht en handhaving.
43
Hieronder zijn de cijfers uit handhavingsjaar 20241 weergegeven. Soort Aantal Administratief toezicht 500 advertenties beoordeeld, 200 adressen achterhaald Fysieke controles 126 adressen bezocht Overtredingen geconstateerd 80 waarschuwingsbrieven verzonden Overtredingen opgeheven 23 registratienummers vermeld en 26 advertenties verwijderd Voornemen bestuurlijke boetes 5 voornemens verzonden Bestuurlijke boetes 4 boetes opgelegd Bezwaar 1 procedure Beroep Nog geen procedures Hoger beroep Nog geen procedures In het uitvoeringsprogramma VTH is doelstelling 5 de ‘borging toezicht en handhaving op de huisvestingsverordening’. Hierin is voor dit jaar het volgende opgenomen: In 2026 gaan we verder met toezicht en handhaving op de huisvestingsverordening. Ook dit jaar wordt een evaluatie uitgevoerd die zich richt op meetbare criteria zoals de frequentie van overtredingen en de benodigde personeelscapaciteit. De acties van 2025 worden doorgezet in 2026, maar door halvering van het budget zal de intensiviteit van toezicht en handhaving afnemen. Voor 2026 staan de volgende acties gepland: • • • •
Doorlopend toezicht en handhaving op toeristische verhuur van woningen; Voortzetten van toezicht en handhaving op opkoopbescherming; Toezicht en handhaving op de verleende huisvestingsvergunningen (zoals samenvoegen, woningvorming en kadastrale splitsing); In 2026 staat een actualisatie van de huisvestingsverordening gepland.
Rode draden: politiek & bestuurlijk Zoals in bovenstaande paragraaf aangegeven is nadrukkelijk ingezet op het beschermen van de schaarse woningvoorraad en zijn instrumenten ingezet om toeristische verhuur van woonruimte tegen te gaan, het opkopen van beleggers aan banden te leggen middels invoering van de opkoopbescherming en zijn regels gesteld als het gaat om woningvorming, kadastrale splitsing en het omzetten (verkameren) van woningen. ‘Woningen zijn bedoeld om in te wonen’ was de rode draad en in dat kader heeft de gemeenteraad ook expliciet aangedrongen om de instrumenten die de Wet gemeenten biedt hiervoor in te zetten. Het beleidskader geeft duidelijke regels ten aanzien van het gebruik van woonruimte en heeft als doel de woonfunctie van woningen te behouden en ongewenste vormen van gebruik te voorkomen. De schaarse woningvoorraad moet worden beschermd en koopwoningen moeten beschikbaar blijven voor woningzoekenden en zijn niet bedoeld als verdienmodel voor 1
Cijfers uit 2025 zijn in Q2 van 2026 beschikbaar
44
beleggers. Hierbij hebben we ook oog voor de toeristische functie van de badplaats Katwijk en daarom is beperkt toeristisch gebruik mogelijk, mits de woonfunctie behouden blijft. Het beleidskader is juridisch verankerd in de huisvestingsverordening gemeente Katwijk. Huisvestingsverordening gemeente Katwijk Door instellen van de vergunningplicht voor wijzigingen in de schaarse woonruimtevoorraad wórdt er dus enerzijds voor gezorgd dat de woningen op de juiste manier worden gebruikt en wordt onrechtmatig gebruik tegengegaan. Anderzijds geven de regels, bijvoorbeeld ten aanzien van woningvorming (bouwkundige splitsing) ook de mogelijkheid om nieuwe woningen aan de bestaande voorraad toe te voegen en vanuit één woning meerdere nieuwe woningen te vormen. Ook zijn woonvormen zoals woningdelen en inwoning mogelijk gemaakt. Immers dit biedt voor bepaalde groepen (jongeren en starters) mogelijkheden om te starten op de woningmarkt en gezamenlijk betaalbare woonruimte te vinden op de krappe woningmarkt. Sinds 1 januari 2024 is uitvoering gegeven aan de huisvestingsverordening en controleren toezichthouders van MBAll op de naleving hiervan. Randvoorwaarden Bij het stellen van regels is het van belang dat deze regels opgevolgd worden en er toezicht en handhaving op de naleving plaatsvindt.
Ook betekent de invoering van een vergunningplicht dat voor de behandeling van de vergunningsaanvragen ambtelijke capaciteit vereist is. Het beschikbaar stellen van financiële middelen is voorwaardelijk om het goed uit te kunnen voeren. Op grond van de beschikbare middelen kan worden bepaald op welke onderdelen zal worden ingezet en welke acties kunnen worden uitgevoerd. • • • •
Zetten we op alle onderdelen in of maken we een prioritering? Waar willen we wanneer op inzetten? Welke onderwerpen hebben prioriteit? Willen we de taken in eigen beheer uitvoeren of besteden we dit uit?
Het toezicht en handhaving op de huisvestingsverordening is als één van de doelstellingen opgenomen in het Uitvoeringsprogramma van VTH welke jaarlijks wordt vastgesteld. Dilemma’s 1. 2.
3.
Ambitie - uitvoerbaarheid: strengere regels → meer handhavingsdruk; lichtere regels → minder beleidsimpact. Proactief - reactief toezicht: proactief vraagt meer middelen maar voorkomt schadelijke situaties; reactief heeft minder financiële impact maar kan op een later moment meer (nadelige) effecten met zich meebrengen. Zacht - hard handhaven: begeleiding en waarschuwing vs. boetes/dwangsommen; een balans vinden m.b.t. naleving én juridische belasting.
45
4. 5. 6.
7.
Maatwerk - rechtsgelijkheid: maatwerk vergroot acceptatie, maar belemmert voorspelbaarheid en verhoogt risico op bezwaar en beroepsprocedures. Repressie - preventie: communicatie en voorlichting zijn effectief op lange termijn; handhaving geeft directe prikkel. Uitvoeringskosten vergunningverlening en effecten: wegen uitvoeringskosten van vergunningverlening op tegen de aantallen woningen die door woningvorming en bouwkundige splitsing ontstaan. Toezicht en handhaving vraagt om structurele inzet van middelen: in 2026 zijn er in het kader van Meerjarig Financieel Gezond, minder financiële middelen beschikbaar gesteld voor toezicht en handhaving. De bezuiniging kan ervoor zorgen dat niet op alle regels uit de verordening gecontroleerd kan worden, dan zullen er keuzes moeten worden gemaakt bv. op basis van risicoanalyse en prioritering. Het risico is dat het ambitieniveau van de afgelopen twee jaar dan niet wordt gehaald.
46
Woningbouwopgave Stand van zaken (feitelijke context) • •
•
•
•
•
De ambitie is om in 2020-2040 8.000 woningen te realiseren, waarvan 5.600 op Valkenhorst en circa 2.500 binnen de kernen. In de periode 2020-2025 zijn tot op heden circa 1.100 bruto woningen opgeleverd. In de periode 2026-2040 moeten er nog ruim 7.000 woningen netto worden toegevoegd om de ambitie tot 2040 te halen. In de periode 2026-2040 zitten momenteel een kleine 9.000 woningen in de pijplijn. Hiervan betreft 30% zachte woningbouwplannen. Het is aannemelijk dat een deel van deze 9.000 woningen niet (vóór 2040) gerealiseerd wordt. Urgentie voor 2040 blijft daarom hoog om 8.000 woningen tot en met 2040 te kunnen realiseren. Ook gelet op noodzakelijke randvoorwaarden die tot vertraging kunnen leiden bij de realisatie van woningen (zie kopje ‘randvoorwaarden’). Met de komst van Eli Lilly en daarmee samenhangend de ontwikkeling van Zijlhoek/De Woerd tot gedeeltelijk woongebied, is er sprake van een nieuwe gebiedsontwikkeling met extra woningen. Momenteel wordt uitgegaan van een scenario van rond de 800 woningen. Aangezien niet alle woningen van Valkenhorst volgens de laatste planningen vóór 2040 gerealiseerd worden, komen de woningen van Zijlhoek/De Woerd tot 2040 vermoedelijk niet boven op de ambitie van 8.000 woningen, maar is het met name vervanging. Pas na 2040 levert dit vermoedelijk dus concreet meer woningen op.
In de onderstaande tabel is de geplande oplevering van woningen tot en met 2040 weergegeven.
Hard Zacht Totaal
2020-2025 1.104 0 1.104
2026-2030 1.652 1.211 2.863
2031-2040 4.410 1.490 5.900
Totaal t/m 2040 7.166 2.701 9.867
Rode draden: politiek & bestuurlijk (kort) De woningbouwopgave is nodig om te voorzien in de lokale woningbehoefte. Daarnaast zijn er regionaal afspraken gemaakt om in Katwijk ook voor de regionale woningbehoefte te bouwen. Politiek en bestuurlijk gezien zijn de volgende punten waaraan woningbouw moet voldoen het meest essentieel: • • • •
Realiseren van voldoende nieuwbouwwoningen. 8.000 nieuwe woningen tot 2040. Realiseren van betaalbare nieuwbouwwoningen. 65% betaalbaar. Zorgen voor een divers aanbod nieuwbouwwoningen voor aandachtgroepen. Streven naar leefbare woonomgevingen met voldoende ruimtelijke kwaliteit.
Randvoorwaarden (kort)
47
De daadwerkelijke realisatie van woningen hangt van veel factoren af. Het bouwen van voldoende én betaalbare woningen kan alleen als voldaan kan worden aan de volgende randvoorwaarden: •
• •
•
•
•
•
Bereikbaarheid: om de kernen bij verdichting bereikbaar en daarmee ook leefbaar te houden te houden is een mobiliteitstransitie nodig. Daarnaast vindt er een corridorstudie N206 plaats om de bereikbaarheid van Katwijk en de regio te waarborgen. Parkeren: binnen projecten moeten hiervoor oplossingen worden gevonden. Katwijk kent momenteel relatief hoge parkeernormen. Netcongestie & netbewuste nieuwbouw: tot 1 juli 2026 reserveren de regionale netbeheerders nog capaciteit voor kleinverbruikaansluitingen, zoals woningbouw. Hiervoor blijft een beperkte ‘voorraad’ netcapaciteit achter de hand. Na 1 juli 2026 treedt een nieuwe werkwijze in werking: er komt 1 integrale wachtrij voor zowel grootals kleinverbruik. Dat betekent dat ook woonwijken op dezelfde wachtlijst komen te staan voor nieuwe aansluitingen. Inzetten op netbewuste nieuwbouw wordt daarom cruciaal. Ruimtelijke kwaliteit: op het moment dat er verdicht wordt is het belangrijk dat er voldoende ruimtelijke kwaliteit is onder andere in de vorm van groen en openbare ruimte. Stikstof: is met name een onderwerp dat op nationaal en provinciaal niveau moet worden opgelost. Binnen de lokale woningbouwprojecten wordt binnen de bestaande regelgeving gezocht naar oplossingen zodat voortgang in de woningbouw blijft.
Capaciteit: door onder andere de nieuwe gebiedsontwikkeling van Zijlhoek/De Woerd, het verdichtingsvraagstuk Valkenhorst en binnenstedelijke verdichting is sprake van een schaalvergroting. Die schaalvergroting heeft substantiële capaciteitsuitbreiding op diverse onderdelen in de hele keten tot gevolg. Zo zien we bijvoorbeeld de afgelopen drie jaar een continue stroom van aanvragen voor een omgevingsvergunning waarvoor we structureel te weinig vergunningverleners in dienst hebben. Met de genoemde ambities met betrekking tot extra woningen en de komst van Eli Lilly is onder andere hiervoor extra capaciteit nodig. Een ander voorbeeld is extra capaciteit die nodig is voor ruimtelijke ordening en mobiliteit bij woningbouwprojecten. We zetten hiervoor nu tijdelijk in op een subsidie vanuit de provincie Zuid-Holland (regeling: Vliegende Brigade) als voorloper op deze structurele behoefte. Beheer, onderhoud, toezicht en handhaving: er is sprake van areaaluitbreiding (toename van de totale oppervlakte aan groen, wegen, water, etc.) door nieuwe ontwikkelingen, waaronder GOV (Impactanalyse GOV). Areaaluitbreiding leidt tot toename onderhoud, beheer, toezicht en handhaving. Daarnaast geeft inbreiding in bestaand gebied belasting op het bestaand gebied en leidt het tot het verkorten van afschrijvingen op beheer en onderhoud van het gebied.
Hiervoor zijn capaciteit en financiële middelen nodig.
Kansen & dilemma’s (lang) •
Het realiseren van 8.000 woningen tot 2040 kan nog steeds haalbaar zijn, maar er moeten keuzes gemaakt worden wat we wel en niet willen qua ruimtegebruik en hoe we
48
•
•
•
•
•
•
• •
omgaan met de bovenstaande randvoorwaarden. Aan de voorkant moet helder worden wat bepaalde keuzes en afwegingen betekenen voor de vastgestelde ambitie. Inherent aan verdichting is dat er meer woningen bijkomen in bestaande kernen. Dat betekent dat de bouw soms de hoogte in moet. En het kan wat betekenen voor de inrichting van de openbare ruimte, de beleving van ruimtelijk kwaliteit en draagvlak voor meer woningbouw in de samenleving. Ook hiervoor geldt dat het essentieel is om hier afwegingen en in keuzes in te maken, in samenhang met goede participatie. Aan de ene kant hebben we voldoende projecten in de pijplijn nodig om de 8.000 woningen tot 2040 te halen. Aan de andere kant is focus op de meeste kansrijke projecten essentieel om daadwerkelijk woningen te kunnen realiseren. Prioritering van kansrijke woningbouwprojecten is daarom noodzakelijk. Binnenstedelijke woningbouw versus buiten stedelijke woningbouw. Binnenstedelijke woningbouw is belangrijk om in bepaalde woonmilieus te kunnen voorzien, met betaalbare woningen voor starters en huisvesting voor ouderen. Met Valkenhorst en Zijlhoek/De Woerd hebben we daarnaast twee ontwikkelgebieden waar grote aantallen woningen gerealiseerd kunnen worden. Deze grote aantallen zijn nodig voor de ambitie van 8.000 woningen, maar op Valkenhorst en Zijlhoek de Woerd wordt niet per definitie ingespeeld op de volkshuisvestingsbehoefte.
Hoe zetten we Valkenhorst en Zijlhoek/De Woerd in binnen de bredere totale woningbouwopgave? Effectief inzetten van financiële middelen om bij te dragen aan de onrendabele top van projecten. Denk daarbij op landelijk niveau aan de Woningbouwimpuls en de Realisatiestimulans, op provinciaal niveau aan de Knelpuntenpot en op lokaal niveau aan het Woonfonds. De gemeente krijgt een bijdrage van €7.000 per betaalbare woning vanuit de realisatiestimulans als de bouw uiterlijk in 2029 start. Hoe zetten we dit ook echt als stimulans in zodat ook daadwerkelijk in uiterlijk 2029 (versneld) gebouwd wordt. Transformatie bedrijventerreinen voor woningbouw. In de verdichtingsvisie is de transformatie van ’t Ambacht, Rijnoevers en Katwijkerbroek naar (gedeeltelijk) wonen benoemd. Provinciaal beleid voor compensatie van bedrijventerreinen maakt transformatie momenteel moeilijk. Willen we deze locaties alsnog oppakken en zoeken naar mogelijkheden voor deze gebieden, in samenwerking met betrokkenen en medeoverheden? Katwijk kent hoge parkeernormen bij woningbouwplannen. Hoe gaan we om met deze hoge parkeernormen bij woningbouwplannen? Katwijk heeft een grote ambitie en om de ambitie waar te maken hebben we Dunavie en marktpartijen nodig. Hoe zorgen we dat Katwijk aantrekkelijk blijft voor Dunavie en marktpartijen om te bouwen?
49
Woonbeleid Stand van zaken De gemeente heeft het volkshuisvestingbeleid vastgelegd in de Woonagenda Katwijk 2024. Vanaf 1 juli 2026 geldt de verplichting om het woonbeleid vast te leggen in een Volkshuisvestingsprogramma, een verplicht omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Rode draden: politiek & bestuurlijk In de huidige woonagenda worden de belangrijkste uitdagingen en doelstellingen op het gebied van wonen beschreven: Betaalbare woningbouw • •
•
•
De woningbouwopgave van 8.000 woningen tussen 2019-2040. In nieuwbouwplannen met 10 woningen of meer realiseren we 65% in het betaalbare segment, op basis van de volgende verdeling: o Minimaal 30% Sociale huur o Minimaal 35% Overig betaalbaar, bestaande uit ▪ Minimaal 15% Middeldure huur of betaalbare koop laag tot € 323.000 ▪ Betaalbare koop hoog tot € 420.000 Daarbij worden met ontwikkelaars anterieure afspraken gemaakt om te borgen dat deze woningen ook voor langere periode beschikbaar blijven. Er worden afspraken gemaakt over onder meer instandhoudingstermijnen, inkomensgrenzen en maximale prijsgrenzen. Daarnaast wordt een zelfbewoningsplicht opgenomen zodat de woningen niet als beleggingsobject worden gezien. Samenwerkingsverbanden; zoals met woningcorporatie Dunavie en Stichting Huurdersbelang De Duinstreek (SHD) waarmee meerjarige Prestatieafspraken zijn vastgesteld. Er wordt ook samengewerkt met diverse zorg- en welzijnspartijen in het kader van het Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn, er is een Samenwerkingstafel met ontwikkelaars en makelaars. En er wordt overlegd gevoerd met andere overheidslagen zoals de regio, provincie en het Rijk.
Doelgroepen •
•
Als gemeente wordt ingezet om de doelgroepen die het lastig hebben te ondersteunen bij het vinden van een woning, zoals bijvoorbeeld de starters. Daarom is extra aandacht om betaalbare woningen te realiseren en worden starters geholpen door het verlenen van startersleningen met aantrekkelijke voorwaarden. In 2025 is binnen de gemeente een Kwartiermaker Huisvesting en Opvang gestart met als opdracht om een integraal afwegingskader en plan van aanpak op te stellen voor de huisvesting van doelgroepen uit het Actieplan (Beschermd Wonen, Verstandelijk Beperkten, uitstroom jeugdzorg, ouderen), statushouders en arbeidsmigranten en de opvang in tijdelijke voorzieningen van spoedzoekers, uitstroom maatschappelijke opvang en Oekraïense ontheemden (zie prepsheet Huisvesting en opvang aandachtsgroepen)
50
•
Een andere belangrijke doelgroep zijn de ouderen. Als gemeente wordt bijgedragen aan het realiseren van levensloopgeschikte en geclusterde woningen met ruimte voor ontmoeting en het creëren van doorstroming voor ouderen, door bijvoorbeeld lokaal maatwerk toe te passen (zie ook prep sheet Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn).
Maatschappelijke opgave voor Katwijk De woningbouw blijft achter bij de behoefte. Jongeren blijven langer thuis wonen, steeds meer dak- en thuislozen, ouderen stromen onvoldoende door naar passende levensloopbestendige woningen. Er ligt grote nadruk op het toevoegen van voldoende woningen om te voorzien in de behoefte van onze inwoners en voor een deel in de behoefte van de regio. De gemeente stuurt met name op huisvesting voor doelgroepen die weggedrukt worden op de woningmarkt en minder of niet in staat zijn een woning te vinden. De nadruk ligt daarbij op betaalbaarheid en aandachtsgroepen. Strategische keuzes die al door raad of college zijn vastgelegd •
•
•
•
Inzet op betaalbaarheid: Een groot deel van de woningen dient betaalbaar te zijn, minimaal 65% betaalbaar, vastgelegd in de Woonagenda. Nieuwe wetgeving gaat uit van 67% betaalbaar. Realiseren van betaalbaarheid op lange termijn: Betaalbare woningen moeten langjarig in stand blijven voor de doelgroep. De gemeenteraad heeft voor betaalbare koop een termijn van 10 jaar vastgesteld. Dat maakt het nodig koopconstructies toe te passen en woningen met korting te verkopen. Financieel bijdragen aan woningbouw: In 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met het beschikbaar stellen van 10 miljoen euro om plannen financieel te ondersteunen wanneer sprake is van een onrendabele top. Dit is vastgelegd in de Nota Woonfonds. Aandachtsgroepen: Inzet op integrale aanpak voor de huisvesting en opvang van aandachtsgroepen (asiel, Oekraïense ontheemden, arbeidsmigranten, statushouders, maatschappelijke zorg, dak- en thuislozen en andere urgentiecategorieën) in permanente en tijdelijke voorzieningen.
Randvoorwaarden Mede als gevolg van de verhoogde rijksambities om een hoger aandeel betaalbare woningen te realiseren komt de financiële haalbaarheid van bouwplannen verder onder druk te staan. Naast het gebruik maken van regionale en provinciale subsidies is het belangrijk dat de gemeentemiddelen beschikbaar stelt. Daarom is het belangrijk dat ook het Woonfonds voldoende aangevuld blijft. Er is een kwartiermaker huisvesting en opvang doelgroepen voor bepaalde tijd aangesteld. Voor de structurele inbedding in de organisatie van het integraal sturen op het verkrijgen van gronden en panden ten behoeve van de huisvesting en opvang van doelgroepen is nog geen dekking. In de decembercirculaire heeft het Rijk een bedrag van € 126.000 ter beschikking gesteld aan de gemeente Katwijk, bedoeld voor de incidentele en structurele uitvoeringslasten van de implementatie van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Vanuit Financiën moet nog
51
duidelijk gemaakt worden welk deel incidenteel en welk deel structureel is, maar het lijkt te volstaan om het Volkshuisvestingsprogramma mee op te stellen. Vanaf 1 juli 2026 geldt de verplichting om het woonbeleid vast te leggen in een Volkshuisvestingsprogramma, een verplicht omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Dit vraagt om onderzoek naar de actuele woonbehoefte en op langere termijn. Het betrekken van meest recente demografische prognoses kan tot nieuwe inzichten leiden. Interessant daarbij is ook de koppeling tussen wonen en werken, omdat de bevolkingsgroei steeds meer beïnvloed wordt door (arbeids)migratie. Dit kan aanleiding geven om beleidsuitgangspunten en/of doelstellingen te herzien. Wat staat er nog op de planning: • • •
Vaststellen van de startnotitie van het Volkshuisvestingsprogramma in 2026. Opstellen Volkshuisvestingsprogramma in 2026 en 2027 (vooruitlopend op het Omgevingsplan Woongebieden, zodat nieuw beleid als input kan dienen.) Voorstel over de toepassing van Lokale toewijzing bij betaalbare koop 2026
Kansen & dilemma’s Mogelijke speelruimte bij formatie/ Bestuurlijke dilemma’s die de komende tijd op de agenda komen. Evenwichtige groei van de gemeente De provincie stuurt in haar beleid om de verstedelijking te laten landen binnen ‘Bestaand Stadsen Dorpsgebied’ (BSD). Veel van de maatschappelijke opgaven zijn sectoraal bepaald. Naast wonen zijn er andere ruimtevragers zoals groen, bedrijventerreinen, maatschappelijke en economische functies. Maar de ruimte is schaars, dus niet alles kan. Dat vraagt om een integrale visie op de ruimtelijke en sociale ontwikkeling van de gemeente en een evenwichtige groei van de gemeente. Het blijft daarom van belang om de woningbouwopgave in samenhang te blijven zien met andere beleidsdoelen ten aanzien van voorzieningen, economie en werkgelegenheid, groen/ openbare ruimte, infrastructuur (mobiliteit en energie), waarbij geldt dat de kwaliteit van de leefomgeving als uitgangspunt dient. Met het toevoegen van wonen en andere functies binnen de bestaande kernen kan de leefbaarheid onder druk komen staan. Met het verdichten spelen daarom veel belangen mee waarbij het belangrijk is dat er een bepaalde balans behouden blijft bij de groei van de gemeente Katwijk. Hoe willen wij dat Katwijk er over 20 of 30 jaar uit ziet? Dillema’s die daarbij een rol spelen: • • •
Verstedelijking vs. dorps karakter Verhouding wonen, werken, voorzieningen en recreëren. Wat is een gezonde verhouding voor de langere termijn om Katwijk als een aantrekkelijke woonplaats te houden? Hogere bouw vs. kwaliteit leefomgeving
52
• • • • •
Multifunctioneel gebruik (wonen, werken, voorzieningen) vs. functiescheiding Bouwen op alle locaties met een beetje groen of kiezen voor groene locaties In welke mate is de gemeente bereid te investeren in extra woningen, of in extra ruimtelijke kwaliteit? Verhouding in de openbare ruimte: groen, parkeren, pleinen Huisvesten van de aandachtsgroepen in de bestaande kernen of ook in Valkenhorst en Zijlhoek de Woerd.
Ontwikkeling Sociale huur Met de bouw van Valkenhorst (20% sociale huur) en het terugbouwen van relatief minder sociale huurwoningen in de Hoornes is het lastig om te voldoen aan de doelstelling van 30% sociale huur. De vraag is hoe Katwijk dit aandeel kan verhogen. Een aantal opties zijn bijvoorbeeld: • •
Verhogen van de ambitie sociale huur naar 35 of 40%? Gericht aankopen door de gemeente van locaties en 100% sociaal te bouwen (tijdelijk of permanent) en te benutten voor de aandachtsgroepen?
Middeldure huur of betaalbare koop In de huidige segmentering van de Woonagenda is vastgesteld dat minimaal 15% in de categorie betaalbare koop laag of middeldure huur wordt gerealiseerd. De ontwikkelaar is daarbij vrij om te kiezen welk segment toegevoegd wordt. Dit is het prijssegment waar veel middeninkomens voor in aanmerking komen. Vanuit het Rijk wordt steeds meer gestuurd op maximale verhuurprijzen aan de hand van het woningwaarderingsstelsel waarbij maximale verhuurprijzen worden gekoppeld aan het aantal punten. Het gevolg is dat veel ontwikkelende partijen eerder kiezen voor betaalbare koop en er minder middeldure huur wordt gerealiseerd. Een deel van de middeninkomens komt echter niet in aanmerking om te kopen, maar wel op te huren. De vraag is of wij als gemeente daarom meer moeten sturen om middeldure huurwoningen op te nemen in de plannen, waarmee de speelruimte van de ontwikkelaar beperkter wordt. Of dat geaccepteerd wordt dat er meer koopwoningen gerealiseerd worden, waar ook vraag naar is, maar een deel van de woningzoekenden komt hiervoor niet in aanmerking. Lokale toewijzing betaalbare koop Veel Katwijkers willen graag in Katwijk blijven wonen wanneer zij verhuizen.
In de Huisvestingswet wordt de mogelijkheid geboden om in de huisvestingsverordening regels voor lokale toewijzingsregels op te nemen en op die manier te sturen op woonruimteverdeling van betaalbare nieuwbouwkoopwoningen. Woningzoekenden met maatschappelijke en/of economische binding (lokale binding) krijgen dan voorrang op woningzoekenden zonder binding aan de gemeente. Maximaal 50% van het aantal betaalbare nieuwbouwwoningen mag op die manier met voorrang worden toegewezen. Momenteel wordt een voorstel voorbereid waarin onderzoek is gedaan naar de nut en noodzaak van invoering van deze specifieke toewijzingsregels.
53
Inzet kleinere woningtypen Bij veel woningbouwprojecten is het realiseren van betaalbare woningen een uitdaging, zeker als we uitgaan van de instandhoudingstermijn van 10 jaar waarbinnen de woningen betaalbaar dienen te blijven. Om hier vooraf in projecten rekening mee te houden is het wenselijk om meer aandacht te besteden aan het bouwen van kleinere woningen. Door kleiner te bouwen is wordt het haalbaarder om de woningen voor een betaalbare prijs in de markt te zetten en deze langer te behouden voor de doelgroep. De vraag is echter in hoeverre het bouwen van kleine woningen ook toekomstbestendig is ten opzichte van de behoefte van de woningzoekenden. Daarnaast kan kleiner bouwen ten koste gaan van de woonkwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. Welke doelgroep geven we prioriteit? Het realiseren van betaalbare woningen alleen is niet genoeg. De gemeente heeft veel doelgroepen te huisvesten, maar de ruimte is schaars. Nieuwe wetgeving vraagt dat we regionaal afspraken maken over de spreiding van de huisvesting van doelgroepen (spoedzoekers, statushouders, mensen uit de maatschappelijke opvang en kwetsbare groepen). Zonder het maken van regionale afspraken wordt het lastiger om per gemeente in de huisvesting van alle doelgroepen te voorzien.