CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking gemeente Katwijk 2026 van de organisatie, ontvangen 23 maart 2026, ten behoeve van coalitievorming en komende periode (3976583)

Raad 25 juni 2026, gemeente KatwijkBij agendapunt: Debat over het coalitieakkoord29.703 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorwoord Geachte lezer, De komende jaren staan wij als gemeente nog steeds voor een forse groeiopgave. Katwijk ontwikkelt zich in hoog tempo: nieuwe woningen, nieuwe voorzieningen, nieuwe infrastructuur en een samenleving die zich in razend tempo blijft veranderen. Groei is noodzakelijk voor onze inwoners, organisaties en bedrijven, voor onze regionale positie, maar groei is nooit vrijblijvend. Groei moet beheersbaar zijn. De afgelopen bestuursperiode heeft onze organisatie veel werk verzet om de fundamenten onder die groei te leggen. Van de ontwikkeling van Valkenhorst tot het versterken van onze dienstverlening en het voorbereiden op grote transities in energie, mobiliteit en het sociaal domein. Maar met groei komt ook een toenemende druk op de leefbaarheid in onze dorpen, op onze financiën en onze ambtelijke organisatie. De vraag is dus niet óf we doorgroeien, maar hoe we dit samen doen op een manier die uitvoerbaar, betaalbaar en realistisch blijft. Beheersbare groei vraagt om keuzes. Om het herkennen van samenhang tussen opgaven en het durven prioriteren. Om te sturen op tempo zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen. En bovenal vraagt het om een gemeentelijke organisatie die de ruimte krijgt om te doen wat van haar wordt gevraagd: deskundig en wendbaar zijn en dicht bij onze inwoners staan.

Daarom is het essentieel dat we, samen met een nieuwe coalitie, blijven investeren in de basis: stabiliteit in koers, duidelijkheid in bestuurlijke prioriteiten, en voldoende capaciteit om ambities waar te maken. Want alleen een sterke organisatie kan bijdragen aan sterke dorpen. We groeien niet alleen in woningen, maar ook in verantwoordelijkheid. In regionale samenwerking. In maatschappelijke opgaven zoals veiligheid, inclusie, zorg en participatie. En groei vraagt dat we onze keuzes steeds beter onderbouwen, transparant communiceren en inwoners nog nadrukkelijker betrekken bij wat we doen en waarom. In deze stukken treft u de opgaven voor de komende bestuursperiode én de voorwaarden die nodig zijn om deze opgaven uitvoerbaar te houden. Ik nodig u uit om deze informatie te gebruiken in het strategische gesprek over de toekomst van Katwijk. Onze samenleving verdient een bestuur dat vooruit durft te kijken, keuzes durft te maken en groeit met verstand. Met vertrouwen kijk ik uit naar de samenwerking in de komende periode, waarin we samen bouwen aan een gemeente die groeit maar vooral: een gemeente die sterk blijft.

Hartelijke groet,

Ray Jie Sam Foek Gemeentesecretaris / Algemeen directeur

2

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave............................................................................................................................................ 3 Inleiding ........................................................................................................................................................ 4 Stand van zaken fysieke domein .............................................................................................................. 5 Stand van zaken Gebiedsontwikkeling Valkenhorst (GOV) ................................................................. 8 Stand van zaken sociale basis ................................................................................................................ 12 Stand van zaken passende ondersteuning ........................................................................................... 15 Stand van zaken dienstverlening ............................................................................................................ 19 Bijlagen PREPSHEETS .............................................................................................................................. 23

3

Inleiding Ter voorbereiding op de vorming van een nieuwe coalitie en een nieuwe bestuursperiode heeft de organisatie een overzicht opgesteld van de belangrijkste opgaven, ontwikkelingen en keuzes waar de gemeente Katwijk de komende jaren voor staat. Wat voor gemeente we willen zijn, wordt bepaald door de keuzes die het bestuur maakt binnen het sociaal domein, het fysieke domein en de dienstverlening. Tegelijkertijd worden deze keuzes begrensd door wat uitvoerbaar en betaalbaar is binnen de gemeentelijke organisatie, in termen van capaciteit en middelen. Dit document bestaat uit twee lagen. 1. Stand van zaken per domein Per domein is een beknopte ‘stand van zaken’ opgenomen. Deze paragrafen schetsen de belangrijkste ontwikkelingen, de samenhang tussen opgaven en de strategische vraagstukken die de komende bestuursperiode om bestuurlijke keuzes vragen. Ze bieden het bredere perspectief: wat is de samenhang tussen de onderwerpen? 2. Verdiepende bijlagen per onderwerp Achter in dit document zijn per onderwerp verdiepende bijlagen opgenomen. Deze bieden meer detail over specifieke projecten, beleidsvelden en ontwikkelingen. Hierin staan onder meer de actuele stand van zaken, relevante besluiten, risico’s, kansen en aandachtspunten voor het bestuur. De combinatie van deze twee niveaus maakt het mogelijk om zowel het strategische overzicht als de inhoudelijke verdieping te bieden.

De hoofdstukken met de ‘stand van zaken’ geven de context en samenhang weer, terwijl de verdiepende bijlagen gebruikt kunnen worden om op specifieke onderwerpen verder in te zoomen. Samen vormen zij een inhoudelijke basis voor het gesprek over prioriteiten en keuzes in de komende bestuursperiode.

4

Stand van zaken fysieke domein Binnen het fysieke domein dragen we bij aan de identiteit van Katwijk door een goede balans tussen wonen, werken en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Energietransitie en mobiliteitstransitie zijn randvoorwaardelijk voor het kunnen realiseren van deze balans. Katwijk staat aan de vooravond van een periode van samenlopende grote transities: woningbouw, mobiliteit, energie en ruimtelijke kwaliteit. Deze opgaven zijn niet meer los van elkaar te sturen. Keuzes op het ene vlak hebben directe gevolgen voor de uitvoerbaarheid en legitimiteit op de andere vlakken. De kernvraag voor het nieuwe bestuur is niet óf deze opgaven moeten worden opgepakt, maar hoe integraal en expliciet dit gebeurt. De grote opgaven (woningbouw, werkgelegenheid, mobiliteit en energietransitie) leggen een steeds grotere druk op de schaarse ruimte. Niet alles past, dat vraagt enerzijds creativiteit in: • • •

Slimme combinaties van functies. Meervoudig ruimtegebruik. Ruimtelijke integrale samenhang tussen opgaven om Katwijk gezond, leefbaar, veilig, bruikbaar en toekomstbestendig te houden.

Anderzijds zijn bestuurlijke keuzes onvermijdelijk, niet alles kan overal. Rode draden •

• • • •

•

Woningbouw (uitbreiding Valkenhorst en binnenstedelijk) leidt tot groei van het aantal inwoners (inkomsten algemene middelen), het meegroeien van voorzieningen en economie en druk op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Areaaluitbreiding leidt tot toename onderhoud, beheer, toezicht en handhaving. Inbreiding in bestaand gebied geeft belasting op het bestaand gebied en leidt tot het verkorten van afschrijvingen op beheer en onderhoud van het gebied. Energietransitie (energie en warmte) en mobiliteitstransitie (ontsluiting en doorstroommaatregelen) zijn nodig om de nodige woningbouw mogelijk te maken. De woningbouw is een driver voor de groei van Katwijk in fysieke zin en het meegroeien van de ambtelijke organisatie om de realisatie van de woningbouw tot stand te brengen (kosten voor de baten uit) en het dienstverleningsniveau te kunnen handhaven (beleidsadvisering projecten, beheer, onderhoud, toezicht en handhaving). Er is op korte termijn inspanning nodig voor het balanceren van de capaciteit voor de huidige dienstverlening (in de fysieke keten) en met een impactanalyse wordt de groei van de komende jaren in kaart gebracht (daarna samen trap op, beheerst groeien). Op 1 januari 2024 is de omgevingswet in werking getreden. De vergunningsketen (inclusief het initiatievenproces) is ingericht en wordt met behulp van de opgedane ervaring verder doorontwikkeld.

We staan nu voor de volgende fase: de ontwikkeling van de planketen. Waarbij we stapsgewijs werken naar een gebiedsdekkend omgevingsplan per 2032. We maken stappen van herziening omgevingsvisie, opstellen (al dan niet verplichte) programma’s en gebiedsgewijs wijzigen van het omgevingsplan (onderdelen van het

5

•

•

beleidshuis). Hier is veel beleidscapaciteit voor de komende jaren mee gemoeid die nu concurreert met gebiedsontwikkeling. Als het omgevingsplan niet gereed is voor 2032, hebben we de basis niet op orde en hebben we niet aan onze wettelijke verplichting voldaan. Er is dan geen toetsingsgrond voor vergunningen. Dit betekent dat we als gemeente geen gesprekspartner zijn voor ontwikkeling op die plekken, niet kunnen sturen en dat dit impact heeft op de leges. Veiligheid en handhaving (OOV/VTH) lopen steeds meer mee met ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen: groei en verdichting (woningbouw, centra, strand en evenementen) vergroten de druk op toezicht, handhaving en openbare orde en vragen om tijdige keuzes over inzet en instrumentarium. We werken integraal op verschillende schaalgroottes bijvoorbeeld: o Regionale schaal: Valkenhorst woningbouwlocatie, Zijlhoek de Woerd, Eli Lily, Valkenburgse meer en omgeving, Mient Kooltuin, Warmtebedrijf Leidse Regio, Corridorstudie N206, regionale doorfietsroutes, versnellen OV-route LeidenOegstgeest-Rijnsburg-Noordwijk, Nationaal Park Hollandse Duinen en groenblauwe structuren, Ruimtelijke OntwikkelingsMaatschappij Bedrijven, RIA projecten, versterking kennis- en innovatieas/Key Region Leiden.

o Grote schaal: Valkenhorst, Zijlhoek De Woerd, Rijnsburg Noord & Florapark West, transformatielocaties (schuifpuzzel bedrijven, wonen), Unmanned Valley, Duinvallei, Kwakelwei, onderzoek collectieve warmtevoorziening, doorontwikkelen HOV, ondermijning, afvalbeleid. o Kleine schaal: gebiedsvisie Rijnmonding, woningbouwinitiatieven derden (verdichting),w schakels groenblauwe vingers, transformatorhuisjes, zonnedaken, schakels doorfietsroutes, verkeersveiligheid, Integraal Gebiedsgerichte Aanpak (beheer).

Randvoorwaarden • • • •

Maken van integrale bestuurlijke keuzes. Doorontwikkeling integraal werken (intern). Middelen om plannen haalbaar te maken, uit het rijk ontvangen we beperkte middelen. Capaciteit voor advisering, realisatie, beheer en onderhoud en vergunning, toezicht en handhaving en openbare orde & veiligheid. • Capaciteit voor ontwikkeling omgevingswetinstrumentarium. • Het realiseren van woningbouw is afhankelijk van de levering van energie (in het kader van netcongestie worden aanvragen opnieuw geprioriteerd door de ACM per oktober 2026), warmte, beschikbaar drinkwater en passende stikstofmaatregelen.

6

Kansen en dilemma’s/strategische keuzes • • •

•

• •

•

•

•

•

•

Hoe ziet de balans van Katwijk eruit voor wat betreft wonen, werken en kwaliteit van de leefomgeving? Hierop sturen we met de herijking van de omgevingsvisie. De woningnood is hoog. Verschillende soorten doelgroepen kennen woningnood, concurreren met elkaar in de schaarste. Welke keuze maken wij hierin. Hoe versnellen we woningbouw in Katwijk? De afgelopen jaren ingezet op verdichting (kleinere volumes, inspanning hoog). Hoe richten we onze capaciteit en middelen in voor de komende periode nu Valkenhorst verder kan (grote volumes). In welke mate accepteren wij doorstromingsproblemen van het autoverkeer en investeren wij tegelijkertijd in duurzame mobiliteit (fietsen, lopen, OV), zodat woningbouw niet vastloopt en er oog is voor ruimtelijke kwaliteit. In welke mate zetten wij in op de voor woningbouw noodzakelijke warmtenetten (netcongestie, ondergronds en bovengronds) en blijven we daarnaast investeren in isoleren. Het belevingsonderzoek onder Katwijkers geeft het belang van ruimtelijke kwaliteit aan. Welke ruimtevragers geven we waar in Katwijk een plek met het oog op ruimtelijke samenhang. Hoe definiëren we ruimtelijke kwaliteit (balans o.m.

belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde, recreatie, natuurontwikkeling) en hoe stevig zetten we hierop in als dat consequenties heeft: o minder programma o lagere dichtheid? Waar accepteren we meer functiemenging en stapeling, ook als dit leidt tot: o complexere plannen o hogere kosten o grotere bestuurlijke en juridische complexiteit? Hoe ver zijn we bereid te gaan in: o hoogte o dichtheid o inperking van parkeerruimte? Welke veiligheidsprioriteiten vragen de komende jaren structurele inzet (naast de huidige Veiligheidsagenda t/m 2027) en hoe herijken we richting nieuw beleid 2028–2031 (o.a. weerbaarheid, online aangejaagde ordeverstoringen, maatschappelijke spanningen)? Welke inzet kiezen we voor toezicht en handhaving in de avonden/nachten en weekenden (BOA’s) en welke mate van cameratoezicht is passend, inclusief taak- en kostenverdeling met de politie en periodieke evaluatie op effectiviteit en privacy?

7

Stand van zaken Gebiedsontwikkeling Valkenhorst (GOV) De gebiedsontwikkeling Valkenhorst (hierna GOV) bestaat uit drie deelgebieden. Dit zijn de Mient Kooltuin, Woongebied Valkenhorst en Valkenburgse Meer e.o. Hiervoor zijn separate prepsheets gemaakt. Deze oplegger is een samenvatting van de belangrijkste punten uit de afzonderlijke prepsheets. Woongebied Valkenhorst Met het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan in januari 2026 is het woongebied Valkenhorst formeel klaar voor realisatie. Dit markeert het startpunt voor de ontwikkeling van 5.600 woningen en bijbehorende maatschappelijke en commerciële voorzieningen. In deelgebied 1 zijn de belangrijkste kaders vastgesteld en wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van plannen, het bouw en woonrijp maken en het voorbereiden van de eerste buurt: de Limesbuurt, die vanaf 2029 bewoond wordt. Naast de gebiedsontwikkeling zelf lopen meerdere essentiële trajecten parallel. Zo worden het Warmteplan, het Bodemenergieplan en de mogelijke oprichting van een publiek warmtebedrijf voorbereid om een duurzaam collectief warmtenet mogelijk te maken. Ook mobiliteit, archeologie, netcongestie, openbare ruimte en parkeerregulering vragen intensieve ambtelijke inzet. Een cruciaal besluit dat nog moet vallen is de Natura2000vergunning voor het starten van de werkzaamheden in deelgebied 1.

Valkenburgse Meer en Omgeving (VMeo) Dit plangebied vormt de schakel tussen de bestaande kernen van Katwijk, het nieuwe Valkenhorst en de economische motor van de regio. De ontwikkeling van Zijlhoek De Woerd krijgt een sterke impuls door de komst van de productiefaciliteit van Lilly. Dit vraagt om nauwe samenwerking met Rijk en Provincie, vastgelegd in de Comfort Letter en georganiseerd via een Regietafel. Parallel werken gemeente en partners aan het Omgevingsprogramma en toekomstige aanpassing van het omgevingsplan. Rond het Valkenburgse Meer wordt gewerkt aan een gebiedskader dat richting geeft aan recreatie, natuur en landschappelijke inpassing. De eerdere oeverinstorting maakt de aanleg van een nieuwe waterkering urgent en bepaalt mede de toekomstige inrichting. Mobiliteitsprojecten zoals het Achterwegviaduct, de Zijlhoekverbinding en toekomstige fiets en loopverbindingen zijn randvoorwaardelijk voor een goed functionerend woonwerkrecreatiegebied. De Tjalmastrook ontwikkelt zich door tot een gemengd gebied met ruimte voor lokale bedrijvigheid en woningen. Mient Kooltuin (MKT) De Mient Kooltuin vormt de groene overgang tussen de duinen en het woongebied Valkenhorst en transformeert de komende jaren naar een aantrekkelijk natuur- en recreatiegebied. De verplichte mitigerende maatregelen — zoals een recreatief wandelpad van minimaal 5 km,

8

natuurversterking en sport en beweegvoorzieningen — vormen de ruggengraat van deze ontwikkeling. Om richting een nieuw omgevingsplan te kunnen werken, wordt eerst de bestaande toestand in beeld gebracht. Illegale bouwwerken en gebruik worden geïnventariseerd en waar nodig beëindigd om een duidelijke startsituatie te creëren. Tegelijk spelen complexe vraagstukken: grondverwerving, raakvlakken met andere projecten zoals Unmanned Valley en de discussie rond het volkstuinencomplex Tuinders Vreugde, waar een geplande natuurverbinding is voorzien. De inventarisatie van de ruim 200 percelen vormt het vertrekpunt voor verdere keuzes richting 2029. Rode draden: politiek & bestuurlijk De drie deelgebieden vormen samen één grote, samenhangende ontwikkelopgave. Woningbouw, recreatie, natuurversterking, economische ontwikkeling en mobiliteit grijpen hier zo sterk in elkaar, dat keuzes in het ene gebied direct gevolgen hebben voor de andere. Dit vraagt om een integrale aanpak en voortdurende afstemming. In dit krachtenveld spelen het Rijk en de Provincie een bepalende rol: het Rijksvastgoedbedrijf in Valkenhorst, de afspraken uit de Comfort Letter en aanvullende mobiliteitsfinanciering in VMeo, en de provinciale- en Natura2000‑kaders rond de natuurgebieden.

Tegelijkertijd heeft de gemeente in delen van het gebied een beperkte eigen grondpositie – met name in Zijlhoek De Woerd en op enkele strategische plekken in de Mient Kooltuin – waardoor Katwijk hier vooral via regie, samenwerking en kaderstelling kan sturen, en niet altijd via directe eigendom of ontwikkelkracht. De komende periode komen meerdere grote besluiten op tafel, zoals de keuze over een publiek warmtebedrijf, de vaststelling van nieuwe kaderdocumenten (waaronder de Nota van Uitgangspunten voor deelgebied 2) en belangrijke mobiliteits‑ en omgevingsplanbesluiten. Politieke gevoeligheden liggen o.a. bij betaalbaarheid van woningen, draagvlak bij omwonenden, grondverwerving, recreatiedruk, de toekomst van de zandwinning en de fasering van de woningbouw. Deze factoren vragen om zorgvuldig afwegen, helder communiceren en het voortdurend zoeken naar een evenwicht tussen ambitie en haalbaarheid. Randvoorwaarden De gebiedsontwikkeling rust op een aantal belangrijke randvoorwaarden die bepalen welke stappen wanneer kunnen worden gezet. Allereerst is er de vraag naar financiële borging. Voor verschillende onderdelen – zoals investeringen rond het Valkenburgse Meer, natuur‑ en recreatieve maatregelen in de Mient Kooltuin en delen van de mobiliteitsopgave – is deze borging nog niet volledig geregeld.

Het tempo van uitvoering hangt daarmee deels af van aanvullende gemeentelijke besluitvorming en bijdragen van regionale en rijkspartners. Daarnaast vormt het juridisch en planologisch kader een essentiële basis. Nieuwe omgevingsplannen voor de Mient Kooltuin en delen van VMeo zijn nodig om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken. Voor Valkenhorst is de Natura2000‑vergunning bepalend voor het daadwerkelijk kunnen starten van de werkzaamheden.

9

Ook infrastructuur en energie spelen een cruciale rol. Mobiliteitsprojecten – van fiets- en voetgangersverbindingen tot grotere ontsluitingsroutes – moeten tijdig gerealiseerd worden om de groei van het gebied op te vangen. Tegelijkertijd vraagt de warmtetransitie om duidelijke keuzes over het collectieve warmtenet en de organisatie daarvan, terwijl netcongestie invloed heeft op de fasering van de gebiedsontwikkeling. Tot slot zijn omgevingskwaliteit en natuur bepalend voor de uitvoerbaarheid. De recreatiedruk op omliggende natuurgebieden vraagt om alternatieven zoals de Mient Kooltuin en het Valkenburgse Meer. Ecologische verbindingen, biodiversiteit, waterveiligheid en landschappelijke kwaliteit zijn randvoorwaarden die meewegen in elke ruimtelijke keuze. Samen bepalen deze randvoorwaarden het speelveld en het tempo waarin de gebiedsontwikkeling de komende jaren verder vorm kan krijgen. Kansen en dilemma’s Kansen De gebiedsontwikkeling van Valkenhorst, Valkenburgse Meer en Mient Kooltuin biedt aanzienlijke kansen voor Katwijk: •

•

•

De komst van de productiefaciliteit van Lilly creëert niet alleen een economische impuls, maar leidt via afspraken in de Comfort Letter ook tot mogelijkheden voor extra mobiliteitsinvesteringen en meer betaalbare woningen in Valkenhorst. Daarnaast ontstaat door de ontwikkeling van nieuwe recreatieve voorzieningen in de Mient Kooltuin en rond het Valkenburgse Meer ruimte om de recreatiedruk op Natura2000gebieden te verlichten en tegelijkertijd de ecologische kwaliteit en beleving te versterken. Ook biedt de warmtetransitie kansen voor een collectieve, duurzame warmtevoorziening en mogelijke publieke regie via een publiek warmtebedrijf.

Dilemma’s Tegenover deze kansen staan ook dilemma’s: •

• •

•

De opgave legt een zware druk op de gemeentelijke organisatie, waarbij de benodigde capaciteit, expertise en doorlooptijden onder spanning staan. De actualisatie van de GOV‑impactanalyse (financieel, organisatorisch en maatschappelijk) maakt zichtbaar dat deze belasting in de komende jaren verder toeneemt en mogelijk keuzes vraagt in fasering en prioritering. Het vraagstuk rond de toekomst van de zandwinning en de noodzakelijke nieuwe waterkering vraagt zorgvuldige besluitvorming met provincie en betrokken partijen. In de Mient Kooltuin spelen onder meer het vertrek van de volkstuinders, de handhavingsopgave op illegale bebouwing en de moeizame grondverwerving, wat leidt tot politiek en maatschappelijk gevoelige situaties. Binnen Valkenhorst vormen netcongestie, afhankelijkheid van de Natura2000vergunning en de keuze voor een publiek of privaat warmtemodel belangrijke risico’s die de fasering kunnen beïnvloeden.

10

•

Tot slot vraagt de gehele gebiedsontwikkeling om blijvende afstemming met het Rijk en de Provincie, waardoor financiële, planologische en mobiliteitsopgaven afhankelijk zijn van partners buiten de gemeente.

11

Stand van zaken sociale basis Stand van zaken Als gemeente staan we aan de lat voor onze inwoners en voor hun omgeving. Daarin hebben wij als gemeente een rol waar het gaat om het zorgdragen voor passende ondersteuning. Passende ondersteuning gaat vaak over specifieke (zorg) trajecten waarbij er sprake is van een beoordeling en een toekenning van zorg (middelen) en die worden uitgevoerd door contractpartners van de gemeente. Een andere, preventieve, manier van het bieden van ondersteuning is het zorgen voor een goede sociale basis. De sociale basis is het geheel van voorzieningen, plekken en mensen in een gemeente die ervoor zorgen dat inwoners zich redden, anderen ontmoeten en ondersteuning vinden zonder dat er meteen professionele zorg nodig is. Je kunt het zien als de fundamentlaag onder een samenleving: •

Buurtcentra, sportverenigingen, kerken, clubs en vrijwilligersorganisaties.

•

Inwoners die elkaar helpen (burenhulp, mantelzorg, vrijwilligers).

•

Laagdrempelige ondersteuning zoals het sociaal wijkteam, ontmoetingsplekken of activiteiten.

•

Plekken in de wijk waar je terecht kunt, gewoon omdat je er woont—niet omdat er een probleem is.

Met het faciliteren van een goede sociale basis zouden inwoners in staat zijn om ook op een andere, makkelijke, manier te voorzien in hun eigen ondersteuning. Dit draagt niet alleen bij aan een gevoel van eigenwaarde en gevoel van erbij horen maar draagt ook bij een duurzame oplossing. Als er binnen de eigen omgeving/netwerk een steun of hulp structuur voor een inwoner kan worden opgezet dan is dit langduriger dan wanneer er via de gemeente tijdelijke hulp wordt ingezet. Naast dat dit voor inwoners een duurzame en stabiele situatie oplevert is het voor de gemeenten een kostenbeheersende maatregel. Algemene voorzieningen zijn in de regel een goedkoper aanbod dan passende ondersteuning. Naast deze inhoudelijk beweging voor het realiseren van een sociale basis en goede, toegankelijke voorzieningen staan we nog voor een dilemma gedreven door groei, vergrijzing en toenemende druk op zorg en voorzieningen. In Valkenhorst (circa 5.600 woningen) en Zijlhoek De Woerd (circa 800 woningen) leidt bevolkingsgroei tot extra vraag naar maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs, sport, cultuur, zorg en ontmoetingsplekken. Binnen de Wmo wordt gestuurd op ‘zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan’ en domein overstijgend samenwerken zoals bij de verbinding van welzijn en zorg.

Het GALA/IZA/AZWA wordt ingezet op het terugdringen van gezondheidsverschillen (en daarmee achterstanden op andere leefgebieden). Voor inclusie is de Lokale Inclusie Agenda 2026-2030 opgesteld als kompas met actielijnen voor fysieke, digitale en sociale

12

toegankelijkheid. Voor jeugd wordt in de sociale basis gekeken naar de combinatie met onderwijs zoals in de Katwijkse Educatieve Agenda en naar het Jeugd- en Jongeren werk. Voor sportstimulering kunnen we nu nog gebruik maken van het Sportakkoord II. Dit loopt t/m 2026 en landelijke voortzetting na 2026 is onzeker. Parallel hieraan wordt gewerkt aan een visie op sportaccommodaties, mede vanwege woningbouwgroei en capaciteitsvraagstukken. Op wonen-zorg-welzijn is het domein overstijgende Actieplan WZW (tot 2026) in uitvoering, met onder meer woonzorgzones, het concept Wonen met een Plus en de opening van het Odensehuis. Cultuurbeleid wordt gebundeld in een Uitvoeringsagenda Cultuur en Museumvisie 2026-2030. De sociale basis leunt sterk op vrijwilligers en verenigingen; werving, vergrijzing en regeldruk zetten dit onder druk. Subsidies (o.a. MAG-systematiek) blijven een belangrijk sturingsinstrument om maatschappelijke doelen samen met partners te realiseren. Rode draden: politiek & bestuurlijk • • •

•

•

Beweging van zorg naar gezondheid en preventie: sport, cultuur, onderwijs, welzijn en een gezonde leefomgeving worden nadrukkelijk als preventieve infrastructuur ingezet. Versterken sociale basis en inclusie: zorgen dat iedereen kan meedoen, met aandacht voor toegankelijkheid, ontmoeting, vrijwillige inzet en informele netwerken Toekomstbestendige voorzieningen bij groei en verdichting: tijdige ruimtereservering en investeringskeuzes voor onderwijs-, sport-, cultuur- en zorgvoorzieningen in gebiedsontwikkelingen. Betaalbaarheid en uitvoerbaarheid: krappe gemeentelijke middelen (o.a. vanaf 2026) en onzekerheid over rijksregelingen (Sportakkoord na 2026, tijdelijke SPUK’s) vragen scherpe prioritering en borging van effectieve maatregelen. Samenwerking en regie: gemeente als regisseur en ‘partner die mede organiseert’, met stevige ketensamenwerking (onderwijs-jeugd, welzijn-zorg, aanbieders-Wmo, regionale IZA/AZWA governance).

Randvoorwaarden •

•

• •

Financiële kaders: meerjarenbegroting en investeringsagenda bevatten kredieten voor onderwijshuisvesting en (deels) sportvoorzieningen; voor nieuwe maatschappelijke voorzieningen bij grote woningbouwontwikkelingen is nog beperkt structureel krediet gereserveerd. Wettelijke en bestuurlijke kaders: VN‑Verdrag Handicap (Lokale Inclusie Agenda), Wmo‑zorgplicht en toezicht, gemeentelijke zorgplicht onderwijshuisvesting, regionale woonagenda/woondeal, Mediawet (lokale omroep) en (wijzigende) Bibliotheekwet/Wsob. Programma’s en afspraken: MAG 2024-2028 met tenderopdrachten en meerjarige subsidies; GALA/IZA met regionale werkagenda en lokaal actieplan; Actieplan WZW. Planning en afhankelijkheden: IHP‑projecten kennen onderlinge afhankelijkheden (tijdelijke huisvesting/‘carrousel’); gebiedsontwikkeling vraagt koppeling woningbouwplanning aan voorzieningenplanning.

13

Kansen & dilemma’s Kansen •

•

•

• •

Integraal sturen op preventie: door sport, cultuur, onderwijs en welzijn te verbinden aan gezondheidsdoelen (GALA) kunnen gezondheidsverschillen en zorgvraag worden teruggedrongen. Wijkgerichte aanpak en ‘hubs’ in de sociale basis: laagdrempelige ontmoeting, vroegsignalering en groepsgerichte ondersteuning (incl. digitale opties) kunnen zwaardere Wmo‑inzet voorkomen. Multifunctionele en flexibele voorzieningen: in gebiedsontwikkelingen en bij renovatie/nieuwbouw (scholen, sport, cultuur) kan dubbelgebruik en aanpasbaarheid ruimte en geld besparen. Inclusie als kwaliteitsnorm: de LIA biedt een kompas om toegankelijkheid structureel mee te nemen in beleid en uitvoering. Professionalisering en samenwerking: versterking van musea, vrijwilligersondersteuning (platform Doe Mee), en doorontwikkeling van ketens (onderwijs‑jeugd, zorg‑welzijn) vergroten continuïteit.

Dilemma’s •

•

• •

•

Financiering en continuïteit: tijdelijke SPUK’s en onzekerheid over rijksregelingen (sportakkoord) maken borging lastig; structurele middelen versus flexibiliteit (meerjarige subsidies) blijft een spanningsveld. Ruimteclaims en prioritering: wonen, mobiliteit, groen en voorzieningen concurreren; zonder harde wettelijke verplichting voor ontwikkelaars vraagt dit stevige gemeentelijke sturing en soms grondbeleid. Vrijwilligers onder druk: vergrijzing, veranderende inzet (kortdurend) en regeldruk bedreigen verenigingen en informele zorg; tegelijk stijgt de vraag naar ondersteuning. Financiële houdbaarheid: groeiend gebruik van maatwerkvoorzieningen, arbeidsmarktkrapte en discussie over eigen bijdrage/toegankelijkheid vragen keuzes over normaliseren, afschalen en inzet van informele netwerken. Regionale governance (IZA/AZWA): bestuurlijke en ambtelijke betrokkenheid en sturing zijn niet altijd evenwichtig, terwijl regionale afspraken impact hebben op lokaal beleid.

14

Stand van zaken passende ondersteuning Stand van zaken Katwijk werkt aan een samenhangende sociale basis waarin inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen. De uitvoering steunt op lokale toegang en regie via het Sociaal Wijkteam (sinds 2020), dat inwoners ondersteunt bij vragen rond participatie, jeugd en maatschappelijke ondersteuning en waar mogelijk doorverwijst naar de sociale basis. Binnen de jeugdzorg staat het stelsel onder druk door toenemende complexiteit, krapte, stijgende kosten en wachttijden. Regionaal (Holland Rijnland) is daarom een Taskforce Jeugdhulp ingericht die in 2025 een maatregelenpakket heeft opgesteld. In 2026 ligt de eerste inzet op passende jeugdhulp en het inperken van wachttijden en zorgkosten, met regionale én lokale acties. Lokaal wordt ingezet op procesverbeteringen in casusregie en beschikkingen in het wijkteam, het inkaderen van de reikwijdte via een aangepaste verordening (inwerking per 1 september 2026) en meer sturing op externe verwijzers. Naast sturing op de processen zorgt een krappe arbeidsmarkt ook voor druk op bijvoorbeeld wachtlijsten en zorgkosten. Er is (te) weinig personeel voorhanden om alle zorgvragen op hey juiste niveau op te kunnen pakken.

Op bestaanszekerheid, armoedebestrijding en schuldhulp is de inzet breed: meedoen moet mogelijk blijven en armoede wordt integraal verbonden met gezondheid (GALA), basisvaardigheden/taal en energiearmoede. Voor participatie en re-integratie voert Provalu (via de GR) de re-integratietaak uit. De inzet is om mensen in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en in de samenleving aan duurzaam werk te helpen. Dat is een complex vraagstuk: of beter: een optelsom van meerdere probleemeigenaren, in het (beroeps)onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven. De komende 2 jaar wordt de Participatiewet in Balans gefaseerd geïmplementeerd (eerste onderdelen per 1 januari 2026, grootste deel per 1 januari 2027), met politieke keuzes rond ‘maatschappelijke participatie’ in de tweede helft van 2026. Op asiel en opvang heeft Katwijk sinds 2008 een AZC met 600 plekken op basis van een bestuursovereenkomst met COA (onbepaalde tijd). In november 2024 is via een allonge afgesproken dat 40 plekken voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) voor vijf jaar binnen de 600 worden gerealiseerd. Inburgering (Wet inburgering 2021) wordt na huisvesting van statushouders uitgevoerd door het sociaal domein, met gemeentelijke regie via inburgeringsconsulenten.

Het inburgeringsonderwijs is regionaal aanbesteed (contract loopt tot 2029) en maatschappelijke begeleiding en trainingen worden in Katwijk uitgevoerd door Welzijnskwartier (contract vanaf 2025, loopt tot 2028 met verlengopties). Maatschappelijke zorg (beschermd wonen, (maatschappelijke) opvang, bemoeizorg, verslavingspreventie en preventie van dakloosheid) is sinds 1 januari 2023 gedecentraliseerd binnen Holland Rijnland. Katwijk werkt subregionaal samen met Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen om ondersteuning zo lokaal mogelijk te organiseren. De koers is ‘zo licht en lokaal mogelijk, zo zwaar en intramuraal waar nodig’.

15

In dat kader wordt Wonen Eerst als stelselwijziging voorbereid: zo snel mogelijk eerst een woning, met ondersteuning op maat waar nodig (o.a. via Wmo). Een ETHOS‑telling (2024) in Holland Rijnland liet ook in Katwijk inwoners in instabiele woonomstandigheden zien; woningtekort vergroot het risico op afglijden. Leerlingenvervoer is een wettelijke taak en staat landelijk en lokaal onder druk door chauffeurskrapte en een stijgende vraag/complexiteit. Katwijk is actief in de landelijke beweging ‘Passend en Veilig Leerlingenvervoer’ en heeft een klankbordgroep met ouders, scholen, vervoerder en gemeenten. Op Zorg & Veiligheid wordt vanuit een integrale benadering gewerkt om te voorkomen dat zorgvragen escaleren naar overlast of schade. De focus ligt op samenwerking op casusniveau, verbinding lokaal‑regionaal en een lokale visie op huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag die past bij de specifieke Katwijkse sociale context. De recent vastgestelde aanpak is ambitieus voor de komende jaren en richtinggevend voor de regio. Het college heeft het plan vastgesteld, de structurele financiën liggen voor bij de komende begroting. Rode draden: politiek & bestuurlijk • •

• • • • • •

Sterke lokale toegang en integrale uitvoering: het Sociaal Wijkteam. Houdbaarheid jeugdhulp: koersvast uitvoeren van Taskforce‑maatregelen en lokale inkadering (verordening/reikwijdte, sturing verwijzers) om wachttijden en kosten te beheersen zonder kwaliteitsverlies. Bestaanszekerheid als brede opgave: armoede, basisvaardigheden en gezondheid hangen samen; preventie en vroegsignalering zijn randvoorwaardelijk. Arbeid en maatschappelijke participatie: inzet op uitstroom naar regulier werk en zinvolle dagbesteding. Preventie van dakloosheid voorkomt escalatie en overlast. Lokale aanpak huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Leerlingenvervoer: randvoorwaarde voor kansengelijkheid; combinatie van regionale contractsturing en landelijke lobby. Krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat er niet altijd partners beschikbaar zijn om taken uit te voeren waarvoor de gemeente wel verantwoordelijk is maar zelf niet kan uitvoeren (bv leerlingenvervoer, thuiszorg, jeugdhulp etc.).

Randvoorwaarden •

•

Financiële kaders: We hebben te maken met open-einde regelingen voor het leveren van passende ondersteuning. We krijgen wel tegemoetkoming vanuit het Rijk maar niet gebaseerd op daadwerkelijk gebruik. Wettelijke/beleidskaders: Jeugdwet (incl. regionale inkoop via Serviceorganisatie Zorg), Participatiewet en Participatiewet in Balans, Wmo 2015 (maatschappelijke zorg), Wet inburgering 2021, onderwijswetten voor leerlingenvervoer, regionale afspraken (o.a.

16

•

HECHT/Veilig Thuis), Spreidingswet‑kaders voor opvang, en nationale kaders zoals het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Organisatie en samenwerking: regionaal (Holland Rijnland) voor jeugdhulp en maatschappelijke zorg; subregionaal (Duin‑ en Bollenstreek) voor maatschappelijke zorg en leerlingenvervoer; lokale uitvoering met partners (oa Welzijnskwartier)

Kansen & dilemma’s Kansen •

• •

• •

• •

Versterken sociale basis en wijkgerichte preventie: door wijkteam, voorveld en data‑gestuurde aanpak te verbinden kan meer ondersteuning in de sociale basis worden geboden en zwaardere zorg worden voorkomen. Jeugdhulp: verbreden van groepsaanbod, betere toegangssturing en regionale koersvastheid bieden kans op structurele wachttijd- en kostenreductie. Participatie/werk: transitie sociale infrastructuur biedt ruimte om re‑integratie, beschut werk en maatschappelijke participatie toekomstbestendig te organiseren; in de formatie kunnen uitgangspunten worden meegegeven. Inburgering: nieuwe aanbesteding na 2029 biedt kansen om taal en werk beter te combineren. Dakloosheid: Wonen Eerst kan op lange termijn kosten verlagen en schade voorkomen door snelle huisvesting met passende ondersteuning; verankering in woonruimteverdeling/urgenties kan instroom beperken. Leerlingenvervoer: combinatie van strakker contractmanagement (realtime monitoring) en landelijke lobby kan kwaliteit en voorspelbaarheid verbeteren. Zorg & Veiligheid: lokale visie op huiselijk geweld met taboedoorbreking en preventie kan beter aansluiten bij lokale netwerken en escalatie voorkomen.

Dilemma’s •

• • •

•

Open‑einde versus begrotingsdiscipline: jeugdhulp, wmo en uitkeringen blijft verplicht beschikbaar, terwijl effecten van maatregelen vaak vertraagd zichtbaar zijn; dit vraagt bestuurlijke ‘lange adem’ en slimme inzet van buffers. Lokale flexibiliteit versus regionale uniformiteit: in zorg‑veiligheid en maatschappelijke zorg kunnen regionale afspraken knellen met lokale maatwerkbehoefte. Wijkteamcapaciteit: investeren in partnerschappen en wijkgericht werken kan op korte termijn wachttijden verhogen; tegelijk is het nodig om structureel druk te verlagen. Met de bouw van de nieuwe woningen de komende jaren zal het inwoneraantal flink toenemen. Dit vraagt niet alleen om een aanpassing in de in te kopen ondersteuning (qua aantallen) maar ook om een uitbreiding van het beschikbare collega's om inwoners te woord te staan. Hierbij gaat het binnen het sociaal domein dan om o ze consulenten en hulpverleners en bij onze partners om het aantal mensen dat de ingekochte activiteiten kan uitvoeren zoals het vervoeren van leerlingen, het leveren van hulp bij het huishouden. Wonen Eerst en woningtekort: systeemverandering is lastig zolang betaalbare voorraad schaars is; keuzes over urgenties kunnen leiden tot maatschappelijk debat.

17

• •

Inburgering/huisvesting: achterstand in huisvesting ondermijnt planning en financiële uitvoerbaarheid van begeleiding; tekort aan taaldocenten remt integratie. Privacy versus effectieve aanpak: gegevensdeling bij persoonsgerichte aanpak en zorg‑veiligheidsprocessen vraagt heldere kaders, veilige systemen en bestuurlijke afweging.

18

Stand van zaken dienstverlening Dienstverlening en Bedrijfsvoering op orde: nu investeren om resultaten te kunnen blijven boeken in het primaire proces. Katwijk wil toegankelijk, betrouwbaar en menselijk blijven (“digitaal waar het kan, persoonlijk waar het nodig is”), terwijl druk, regelgeving en verwachtingen toenemen. Niet kiezen betekent achteruitgang: wachttijden, meer fouten, incidenten (verharding maatschappij) en hogere kosten. De druk zit niet alleen in taken en regelgeving, maar ook in de afstemming tussen ambities, capaciteit en ‘volwassenheid’ van onze bedrijfsvoering. Dienstverlening • • • •

Er is een actuele visie op dienstverlening en I-Visie die stuurt op toegankelijke digitale én persoonlijke dienstverlening (verankerd in Programma 0 Bestuur & ondersteuning). Dienstverlening is breed: KCC/balie, digitale kanalen, burgerzaken, meldingen OR, parkeren, vergunningen en participatie. Digitaliseringsopgave (systeemvervanging, Informatiebeveiliging/privacy, WOO, archivering/WMEBV, en AI-toepassingen) legt extra druk op dezelfde mensen en budgetten. Nadruk ligt op borgen continuïteit, weinig ruimte voor verbeteringsinitiatieven, inwonersparticipatie en innovatie.

Bedrijfsvoering • • • • • •

• •

• • •

Groei van taken, strengere normen (rechtmatigheid, IB/AVG, Archiefwet/WOO) vragen aantoonbare beheersing: processen, rollen, systemen, stuurinformatie. Structurele druk hele organisatie: minder formatie t.o.v. vergelijkbare gemeenten (~32 fte volgens benchmark A&O fonds), terwijl relatief veel taken in eigen huis worden uitgevoerd. Hoge werkdruk zorgt dat noodzakelijke bedrijfsvoering (standaardisatie, inrichting, verbeteringen) “erbij” komt → herstelwerk, vertraging, ad-hoc sturing. Rolafbakening 1e lijn (uitvoering) vs. 2e/3e lijn (kaderstelling, advies, toetsing) is niet overal scherp, wat leidt tot overlap, onduidelijkheden en risico’s dat niet alles wordt gedaan. Stuurinformatie en “één waarheid” staan nog niet overal eenduidig en toegankelijk voor tijdige bijsturing. Overhead is €406 per inwoner in Katwijk en daarmee erg laag in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Breed en groeiend takenpakket. Projecten, programma’s en opgaven voert een omvangrijke en toenemende portefeuille uit. Verschil in (bestuurlijke) ambitie en beschikbare capaciteit. Door structurele krapte aan ervaren projectleiders/managers, stijgende inhuurtarieven en pensionering van meerdere senioren ontstaat een kwetsbare bezetting en risico op kwaliteits- en kennisverlies.

Hoge bestuurlijke vraag & ad‑hoc opdrachten beïnvloeden de voortgang op lopende projecten en verminderen de voorspelbaarheid in de investeringsagenda. De huidige manier van plannen en prioriteren, biedt nog beperkte samenhang, waardoor versnippering, herprioritering en druk op dezelfde schaarse capaciteit blijven toenemen. Een krappe formatie in de bedrijfsvoering schaadt het werkplezier van professionals en leidt tot vertrek (in de gehele organisatie), omdat ze veel tijd besteden aan taken buiten hun

19

•

expertise in plaats van aan de vakinhoudelijke uitdagingen waarvoor ze zijn aangenomen en opgeleid. Bundeling van opgaven in programma’s (programmatische/thematische werkwijze) en heldere sturing zijn nodig om voorspelbaarheid en uitvoeringskracht te versterken.

Kernprobleem De investeringen in bedrijfsvoering/dienstverlening zijn de afgelopen jaren niet meegegroeid met de uitbreiding van taken en verantwoordelijkheden. We moeten meer en strenger verantwoorden en tegelijkertijd betere dienstverlening leveren, maar de randvoorwaarden (capaciteit, standaarden, 2e lijn, stuurinformatie) zijn nog onvoldoende structureel op orde. Daarnaast blijven ad-hoc keuzes en overbelasting structureel, vanwege het ontbreken van portfoliosturing. Dit resulteert in een situatie waarin de nadruk ligt op het borgen van continuïteit, en er vrijwel geen mensen en middelen beschikbaar zijn voor het realiseren van structurele verbeteringen en innovatie. Zonder verdere investeringen is het dus niet mogelijk om de dienstverlening en bedrijfsvoering verder op te schalen. Dat heeft gevolgen voor de ambities die we als gemeente kunnen realiseren. Urgentie • •

• •

Dienstverlening daalt: wachttijden, meer klachten/bezwaar, “kastje-muur”, dalend vertrouwen toenemende fysieke agressie en geweld. Risico’s stijgen: privacy/veiligheids-incidenten, archivering/WOO-problemen, rechtmatigheidsdruk, afbreuk legitimiteit en reputatieschade (niet kunnen voldoen aan weten regelgeving). Kosten stijgen: faalkosten, herstelwerk, piek-inhuur, uitval/ziekteverzuim, verloop. Status quo is in de context van ravijnjaar en arbeidsmarktkrapte feitelijk geleidelijke achteruitgang.

Bestuurlijke rode lijnen (balans vernieuwing & continuïteit) Continuïteit (moet altijd): • • •

Basisdienstverlening blijft op peil; inclusiviteit geborgd (niet-digitaalvaardigen). Voldoen aan wettelijke kaders: WOO, Privacy, Archiefwet, BIO, Cyberbeveiligingswet, Rechtmatigheid en BBV, Aanbestedingswet en (richting 2026+) eisen uit EU AI Act. Geen investerings-/vernieuwingsbesluit zonder beeld van structurele consequenties (beheerlasten/OPEX, capaciteit).

Vernieuwing (gericht en uitlegbaar): • •

Versnellen waar het ontlast: kanaalsturing, selfservice, procesherontwerp, AI als hulpmiddel. AI altijd binnen publieke waarden: menselijke regie, transparantie, toetsing (EAT-K), algoritmeregister, geen “zwarte doos” met rechtsgevolgen.

20

Scenario’s (heldere keuze) A. Afremmen – onwenselijk Vertragen digitalisering/verbetering → sneller kwaliteitsverlies, hogere kosten en incidentkans. Dit is ook het geval bij handhaven van status quo wat betreft middelen en capaciteit. Er is in dit geval weinig tot geen ruimte voor innovatie. B. Behouden – schijnzekerheid Kleine optimalisaties → op middellange termijn toch achteruitgang en onvoldoende bijdrage aan werkdruk. Om het huidige niveau van dienstverlening te kunnen behouden is een aanvullende toekenning van mensen en middelen nodig. De nadruk zal liggen op het borgen van continuïteit van de dienstverlening. Hoeveel ruimte er is voor innovatie en verbetering hangt af van de hoogte van de investering. C. Versnellen – voorkeur (balans) Gericht investeren in: digitale kanalen + kanaalsturing, procesvereenvoudiging/standaardisatie, AI-toepassingen onder governance, én versterking bedrijfsvoering en ondersteuning (lijn, control/kwaliteit, stuurinformatie). Dit vereist een substantiële investering. Aanpak 2026–2028 (compact, met “continuïteit-first”) Fase 0–3 maanden: Stabiliseren & keuzes • • • •

Bestuurlijk besluit: scope en prioriteit “Dienstverlening & Bedrijfsvoering”. Bestuurlijke keuze over prioritering binnen de bestaande portefeuille Nulbeeld/quickscan: werkdrukdrivers, volwassenheid (processen, IB/AVG/archief, control, portfoliosturing), top knelprocessen. Heldere rolverdeling 1e–2e–3e lijn + minimale standaarden vaststellen.

Fase 3–9 maanden: Inrichten stelsel (minder gedoe, meer grip) • • •

Versterk 2e lijn (kwaliteit/control/IB-privacy/architectuur & datagovernance/contract- en leveranciersmanagement). Introduceer portfoliosturing: wat doen we wel/niet, met “poortjes” (initiatief → haalbaarheid → besluit → uitvoering). “Eén set” stuurinformatie: servicenormen, doorlooptijden, klantmeting, risicodashboard, audit/PDCA-ritme.

Fase 9–18 maanden: Borgen & opschalen •

Verankering in P&C en kwartaalrapportage; interne audits.

21

•

Opschalen bewezen verbeteringen (digitale formulieren, selfservice, KCC-ondersteuning, AI-copilots) met training/AI-geletterdheid.

Randvoorwaarden (financiën, uitvoering, governance) • Financieel: nieuw structureel beleid = structurele dekking; geen “gratis” vernieuwing zonder beheer- en capaciteitseffect. Businesscases op urenbesparing/faalkosten/vermindering inhuur. • Uitvoering: faseren boven stapelen; veranderingen moeten de 1e lijn ontlasten (minder administratie/overleg, meer standaard). • Governance AI & data: stuurgroep, coördinatie, EAT-K, algoritmeregister, koppeling aan datakwaliteit/definities. Risico’s bij niet-handelen (top-6) 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Daling kwaliteit dienstverlening en toegankelijkheid (incl. kwetsbare groepen). Incidenten en non-compliance (AVG/BIO/WOO/Archiefwet/EU AI Act/Aanbestedingswet). Toenemende faalkosten en herstelwerk; duurder later “repareren”. Stijgende inhuurdruk door pieken, verzuim, verloop. Stuurloosheid: versnipperde prioriteiten, te veel tegelijk, minder voorspelbaarheid. Vertrouwensverlies bij inwoners/raad/partners.

Kansen bij wel investeren (wat levert het op) • • • • •

Betrouwbare, voorspelbare dienstverlening met zichtbare verbeteringen voor inwoners/ondernemers. Werkdruk omlaag door standaardisatie, tooling, AI-ondersteuning en scherpere 2e lijn. Meer grip (stuurinformatie, PDCA, portfoliokeuzes) en betere verantwoording. Meer voorspelbaarheid richting het bestuur. Toekomstbestendige organisatie die groeit in opgaven zonder evenredige fte-groei.

Bestuurlijke kernkeuzes (expliciet maken) 1. 2. 3. 4. 5.

Wat is “goed genoeg” qua kwaliteit/risicoacceptatie (dienstverlening & compliance)? Hoe borgen we de rolverdeling 1e–2e–3e lijn (en welke capaciteit hoort daarbij)? Welke minimale standaarden zijn niet-onderhandelbaar (processen/IB/archief/control)? Waar versnellen we (top-10 processen) en wat stoppen/parkeren we tijdelijk? Welke structurele middelen zijn nodig (en wat is het terugverdien-/beheersrendement)?

22

Bijlagen PREPSHEETS

23

INHOUDSOPGAVE BIJLAGEN Mobiliteitstransitie ............................................................................................................... 27 Parkeerbeleid ...................................................................................................................... 29 Erfgoedbeleid ...................................................................................................................... 32 Inzet op Romeins erfgoed ..................................................................................................... 34 Corridorstudie N206 ............................................................................................................ 36 Huisvesting en opvang aandachtsgroepen ............................................................................ 39 Sturen op de woningvoorraad ............................................................................................... 43 Woningbouwopgave............................................................................................................. 47 Woonbeleid ......................................................................................................................... 50 Woonruimteverdeling sociale huurwoningen ........................................................................

55 Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn ......................................................................................... 58 Beaumix – secundaire bouwstoffen ...................................................................................... 61 Circulaire Hubs (Materiaal-grondstoffen) .............................................................................. 63 Natuurherstelplan................................................................................................................ 65 PFAS ................................................................................................................................... 68 Stikstof ................................................................................................................................ 69 Aanpak doorfietsroutes ........................................................................................................ 71 Duurzaam Bouwen............................................................................................................... 73 Duurzame mobiliteit ............................................................................................................ 76 Duurzame Opwek van Energie ..............................................................................................

80 Energiearmoede, Isoleren en besparen ................................................................................. 82 Implementatie Omgevingswet .............................................................................................. 86 Meerjarige uitvoeringsprogramma Katwijkse agenda Mobiliteit (MUP-KAM) ........................... 90 Natura 2000 - Beheerplannen ............................................................................................... 93 Groenblauw Raamwerk ........................................................................................................ 95 Netcongestie ....................................................................................................................... 98 Energietransitie.................................................................................................................. 101 Warmtetransitie ................................................................................................................. 105 Gebiedsontwikkeling deelgebied: Woongebied Valkenhorst ............................................... 110 Gebiedsontwikkeling deelgebied: Mient Kooltuin ................................................................ 116 Gebiedsontwikkeling deelgebied: Valkenburgse Meer e.o. ..................................................

119 Programma Rijnsburg Noord - overdrachtsdossier nieuw college ......................................... 123

24

Opgaven Klimaatadaptatie en vergroening .......................................................................... 125 Maatschappelijk vastgoed .................................................................................................. 127 Groen en spelen................................................................................................................. 129 Wegen en ondergrondse Infrastructuur ............................................................................... 131 Opgave Stedelijk Water ...................................................................................................... 132 Opgave Waterkwaliteit ....................................................................................................... 134 Afvalinzameling & grondstoffenbeleid ................................................................................. 137 Brede Welvaart .................................................................................................................. 140 Jeugd & jongerenwerk ........................................................................................................ 142 Jeugdzorg ..........................................................................................................................

145 Maatschappelijke Onrust ................................................................................................... 149 Winkelcentra van de Toekomst, evenementenbeleid, strandbeleid en toerisme ................... 151 Cultuur, Kunst en Musea .................................................................................................... 153 Dementievriendelijke gemeente ......................................................................................... 158 Leerlingenvervoer .............................................................................................................. 161 Maatschappelijke Zorg – organisatie binnen de regio ........................................................... 163 Onderwijshuisvesting (IHP PO en VO) ................................................................................. 165 Maatschappelijke Agenda .................................................................................................. 169 Subsidieverstrekking Sociaal Domein ................................................................................. 173 Vrijwilligersbeleid en verenigingsbeleid ............................................................................... 176 Maatschappelijke Zorg & Wonen – de aanpak van dakloosheid ............................................

179 Onderwijs (m.u.v Onderwijshuisvesting en Leerlingenvervoer) ............................................. 182 Bestaanszekerheid, armoedebestrijding en schuldhulpverlening ......................................... 185 Gezondheid en Preventie: GALA, IZA en AZWA .................................................................... 188 Asiel/AZC........................................................................................................................... 192 Inclusie ............................................................................................................................. 194 Participatiewet: Re-integratie/ Provalu ................................................................................ 196 Samenwerking zorgpartners, ontwikkeling Wmo en versterken sociale basis (voorveld) ........ 199 Sociaal Wijkteam Katwijk ................................................................................................... 202 Sportvoorzieningen en sportverenigingen............................................................................ 205 Sportstimulering/Sportakkoord .......................................................................................... 209 Zorg & Veiligheid ................................................................................................................

211 Openbare orde en veiligheid ............................................................................................... 213 Vergunningen, toezicht en handhaving ................................................................................ 216

25

Duin- en Bollenstreek Samenwerkingsprogramma (DBS)/ Regionale samenwerking ............. 218 Regionale Samenwerking Holland Rijnland: Regionale Investeringsagenda, bijdragen aan ontwikkeling van Katwijk én de regio ................................................................................... 222 Regionale Economische samenwerking (HR, Key Region Leiden, DBS) ................................. 226 Cybersecurity .................................................................................................................... 231 AI in Katwijk 2026–2029 ...................................................................................................... 234 Bedrijfsvoering ................................................................................................................... 239 Datagedreven werken in Katwijk 2026–2030 ........................................................................ 244 Wijkgericht werken............................................................................................................. 247 Participatie ........................................................................................................................ 249 Personeel & organisatie......................................................................................................

252 Algemene financiële ontwikkelingen ................................................................................... 255 Begrotingssaldo Katwijk ..................................................................................................... 257 Investeringsagenda ............................................................................................................ 261 OZB woningen en niet-woningen / lokale heffingen ............................................................. 263

26

Mobiliteitstransitie Stand van zaken De bereikbaarheid van onze gemeente staat onder druk. Door de verdere groei van onze gemeente en de autonome toename van het autogebruik wordt het steeds drukker op onze wegen. Bestaande doorstromingsknelpunten zoals de N206-Molentuinweg nemen toe en er komen nieuwe knelpunten bij. We zien dit nu al terug op onze wegen, maar ook in prognoses voor 2030 en 2040 van het regionale verkeersmodel Holland-Rijnland. Om dit op te lossen heeft de Impactanalyse verdichtingsopgave in 2023 aangetoond dat we voor een goede bereikbaarheid de komende jaren op drie sporen moeten (blijven) inzetten: 1. Regionale oplossing voor doorgaand regionaal verkeer - In de ‘Corridorstudie ruimte en mobiliteit Zuidelijke Duin- en Bollenstreek’ wordt onderzoek gedaan naar de zuidelijke ontsluiting van de Duin- en Bollenstreek. 2. Acceptatie van problemen - Het belang van verdichting weegt zwaarder dan altijd en overal met de auto door te kunnen rijden. - We moeten accepteren dat we er soms wat langer over doen met de auto, zolang we het alternatief maar op orde hebben. Dit vereist investeren in lopen, fiets en openbaar vervoer. 3. Mobiliteitstransitie naar duurzame vormen van vervoer - Voor alle bestaande bouw én voor alle nieuwbouw. - Een verschuiving van 5-10% van auto naar lopen, fiets en openbaar vervoer.

Voordat we hier verdere stappen kunnen zetten, is het eerst belangrijk om inzicht te verkrijgen in wat de Katwijker wil en om draagvlak te verkrijgen voor mobiliteitsmaatregelen. Acceptatie van problemen en minder met de auto vraagt immers om een gedragsverandering van een deel van onze inwoners. Mobiliteit hangt daarbij samen met de verdeling van de schaarse ruimte. Waar geeft de inwoner dan prioriteit aan? En wat wil de inwoner nu echt? Als eerste stap is een ‘Verkenning naar de beleving van het ruimtegebruik’ uitgevoerd. De resultaten van deze verkenning worden medio maart 2026 gedeeld met de raad. We gebruiken de resultaten ook als inbreng voor een nieuw actieplan mobiliteitstransitie, die we vanaf de tweede helft van 2026 participatief moeten gaan opstellen. Rode draden: politiek & bestuurlijk Het is noodzakelijk dat de raad als bevoegd gezag van mobiliteitsbeleid een standpunt inneemt over acceptatie van doorstromingsproblemen én besluit om daarbij gelijktijdig in te zetten op de mobiliteitstransitie naar lopen, fietsen en openbaar vervoer. Met zo’n integraal gewogen raadsbesluit is er duidelijkheid en kunnen zowel ontwikkelaars als gemeente voor alle nieuwbouwplannen een betere goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (goflo) leveren, waarmee deze plannen minder gevoelig zijn voor bezwaar op het punt van verkeersdoorstroming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17138589/1