CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 3. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 (2757897)

Raad 20 januari 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning 202227.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bij een persoonsgebonden budget is de voorziening die cliënt als voorziening in natura zou ontvangen voor het college uitgangspunt voor de hoogte van het bedrag.

Zou er in natura een voorziening vanuit het depot verstrekt worden, omdat er een geschikte voorziening aanwezig is, dan zal het bedrag van het persoonsgebonden budget op deze depotvoorziening gebaseerd worden. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog resterende afschrijvingsperiode bij het bepalen van de hoogte van het bedrag.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

23

Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden gehouden bij het bepalen van de vervoersvoorziening. Zo kan het noodzakelijk zijn dat de mantelzorger mee wordt vervoerd (vanwege de noodzaak tijdens het vervoer in te grijpen) zodat het vervoer van de mantelzorger als noodzakelijke begeleider gratis plaats vindt.

 Begeleiding Onder Begeleiding wordt verstaan: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Inwoners die beperkingen hebben op het terrein van: sociale zelfredzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie of matig of zwaar probleemgedrag vertonen, kunnen aanspraak maken op begeleiding. Begeleiding kan zowel individueel als in een groep worden geboden. Onder begeleiding valt ook het vervoer van en naar de dagbesteding indien daarvoor een medische noodzaak bestaat. Weghalen: In de Wmo 2015 is geregeld dat de begeleiding per 1 januari 2015 met een overgangstermijn van maximaal een jaar naar de gemeente komt. De grenzen die daarvoor in de AWBZ zijn aangegeven worden als uitgangspunt genomen. Gemeenten hoeven niet meer te doen dan in de AWBZ gangbaar was. Uiteraard mag een gemeente wel meer doen, maar het beschikbare budget biedt hiervoor weinig ruimte. Onder de AWBZ geldt bijvoorbeeld een zogeheten vergoedingenlijst voor het pgb. Daarin staat wat pgb houders wel en niet met het pgb mogen bekostigen. Zo mocht bijvoorbeeld met het pgb geen begeleiding worden ingekocht bij recreatieve uitstapjes.

Andere protocollen zoals het protocol “gebruikelijke zorg” worden al jaren door gemeenten toegepast bij de verstrekking van huishoudelijke hulp en kunnen worden toegepast op begeleiding en kortdurend verblijf. De gemeente houdt bij de indicatie hier rekening mee. De aandachtsgebieden bij begeleiding zijn: - Ondersteunen bij en opbouwen sociaal netwerk inwoner - Ondersteunen van de thuisadministratie -

Ondersteuning bij arbeidsparticipatie / dagbesteding Ondersteuning bij zelfzorg Persoonlijk functioneren, gezondheid en welzijn Mantelzorg ondersteuning

Onder de AWBZ (nu Wlz) was de tariefstelling voor de verschillende werkzaamheden onderverdeeld in Nza-codes (Nederlandse zorgautoriteit). Omwille van de administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging zijn deze samengevoegd en zijn nieuwe categorieën gemaakt. De nieuwe indeling in categorieën met een daarbij behorend vast tarief is als volgt: -

Reguliere begeleiding Gespecialiseerde begeleiding Reguliere dagbesteding Gespecialiseerde dagbesteding Kortdurend verblijf

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

24

- Vervoer Bij de indeling in categorieën van begeleiding wordt er rekening mee gehouden of het een nieuwe cliënt betreft of een zogenaamde overgangsklant. Voor overgangsklanten geldt dat er een aparte deelovereenkomst met de aanbieders is overeengekomen. Hierin is met name een andere tariefstelling opgenomen. In Bijlage 4 is met betrekking tot de indicatiestelling Begeleiding: 1. een overzicht van de resultaten, aandachtsgebieden en de activiteiten opgenomen. 2. opgenomen welke klassen en normtijden er gelden voor de verschillende activiteiten 3. opgenomen wat er onder de verschillende categorieën van Begeleiding valt en onder meer welke doelgroep en activiteiten.

Vormen van Begeleiding: groepsbegeleiding of individuele begeleiding Groepsbegeleiding of dagbesteding Groepsbegeleiding is veel al bekend onder de naam: dagbesteding of dagverzorging. Dagbesteding dient twee doelen. In de eerste plaats biedt dagbesteding mensen structuur in dag en week en biedt het sociale contacten en bezigheden. Voor mensen onder de pensioengerechtigde leeftijd is het bovendien de bedoeling dat het hen zoveel mogelijk in een situatie brengt die te vergelijken is met de werkomgeving van niet-beperkte mensen. Het tweede doel van dagbesteding is ontlasting van mantelzorgers. Door mensen met een beperking delen van de dag buitenshuis op te vangen, is het voor mantelzorgers vol te houden om de rest van de tijd de vaak zware zorglast te dragen. Dagbesteding is:  programmatisch (met een vast dag en/of weekprogramma)  methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel  vraagt actieve betrokkenheid van de client gericht op het structureren van de dag en/of oefenen met vaardigheden, die de zelfredzaamheid bevorderen. Dagbesteding houdt in een structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel waarbij de klant actief wordt betrokken en die hem zingeving verleent. Hieronder wordt niet verstaan een reguliere dagstructurering zoals die in de woon-/verblijfsituatie wordt geboden.

Het is ook nadrukkelijk anders dan welzijnsactiviteiten; ook al bevatten welzijnsactiviteiten wel elementen die in dagbesteding voorkomen. Voor veel klanten zal deelname aan activiteiten in bijvoorbeeld een inloophuis of een buurthuis voldoende zijn om structuur te bieden aan de dag en medemensen te ontmoeten. Alleen voor cliënten die door hun beperkingen (cognitieve, ernstig fysieke of gedragsproblematiek) een dergelijke dagstructurering, gericht op het verbeteren of behouden van capaciteiten en/of het reguleren van gedragsproblemen nodig hebben is dagbesteding nodig. Is de ondersteuningsbehoefte gelegen in het bijvoorbeeld een of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en de zorgbehoefte is niet gelegen in het daadwerkelijk bieden van dagstructuur, dan is Begeleiding individueel de aangewezen vorm. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

25

Individuele begeleiding Begeleiding individueel is:   

aan de orde als cliënt ondersteuning nodig heeft bij het behalen van vastgestelde doelen; methodisch (een methode voor werken met de cliënt als basis) om een welomschreven doel te behalen en gericht op het stimuleren en/of behouden van de huidige situatie van zelfredzaamheid en participatie en/of het voorkomen van achteruitgang daarin.

Individuele Begeleiding kent vele vormen, onder meer: - toezicht of aansturing bij activiteiten (zowel thuis als buitenshuis) op het gebied van praktische vaardigheden - ondersteuning bij het aanbrengen van structuur cq. het voeren van regie - oefenen van in behandeling aangeleerde vaardigheden of gedrag - ondersteuning bij het organiseren van het dagelijks leven (huishouden, agenda, administratie, geldzaken, regelzaken etc.); dan wordt het vaak “thuisbegeleiding “genoemd. Begeleiding individueel ligt in veel gevallen dicht bij overname van de regie bij hulp bij het huishouden en Persoonlijke verzorging (die vanuit de AWBZ naar de ziektekostenverzekering gaat). Er zal dan ook gezocht worden naar combinaties van Hulp bij het huishouden en Begeleiding om de hulp zo efficiënt mogelijk in te zetten. Begeleiding individueel zal in sommige situaties ook in een groep kunnen worden gegeven bijvoorbeeld bij activiteiten als thuisadministratie of geldbeheer. De begeleider kan dan een paar cliënten in het buurthuis ontvangen in plaats van iedere cliënt apart thuis te bezoeken.

Indiceren Begeleiding Tot 2015 was begeleiding een functie in de AWBZ. Volgens het Besluit zorgaanspraken AWBZ kon een verzekerde met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking die matige, of zware beperkingen hebben op het terrein van: sociale zelfredzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie of matig of zwaar probleemgedrag vertonen, aanspraak doen op de functie “begeleiding”. Wanneer er een zogenaamde AWBZ grondslag was vastgesteld kon de functie begeleiding (en het aantal uren of dagdelen dat nodig werd geacht) worden geïndiceerd. In de Wmo kennen we geen grondslagen. In de Wmo is de diagnose niet leidend, maar vormt het gesprek (het onderzoek) de basis voor de indicatiestelling. Hoe individueel deze maatwerkvoorzieningen ook worden benaderd, er is toch behoefte aan instrumenten om de hulpvraag te objectiveren en hierdoor richting geven aan de indicatiestelling. Hiervoor wordt aangesloten bij de Indicatiewijzer die door het CIZ is ontwikkeld.In de AWBZ werd de functie begeleiding alleen geïndiceerd als sprake was van matige of zware beperkingen.

In de Wmo is het uitgangspunt dat in alle gevallen (licht, matige of zware) eerst de mogelijkheden van eigen netwerk en voorliggende en algemene voorzieningen wordt onderzocht maar de verwachting is wel dat met name bij matige en zware beperkingen maatwerkvoorzieningen zullen worden geïndiceerd.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

26

Voorliggende voorzieningen Voor de voorliggende voorzieningen met betrekking tot Begeleiding geldt wat al eerder is beschreven in het hoofdstuk Voorliggend aan ondersteuning vanuit de Wmo. Meer specifiek geldt ook het volgende. Zelfredzaamheid Begeleiding is gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van zelfredzaamheid. In het onderzoek wordt rekening gehouden in hoeverre een cliënt zelf zelfredzaam is of dit met behulp van zijn omgeving kan invullen of heeft ingevuld. Behandeling Alvorens begeleiding te verstrekken is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Voor de beoordeling hiervan wordt een medisch adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psycholoog, specialist ouderen geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reuma-centrum). Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek.

Anders dan in de AWBZ is de diagnose niet leidend maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contra- productief is). Begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient er hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden. (Wettelijk) voorliggende voorzieningen Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens de maatwerkvoorziening “begeleiding” wordt overwogen. Hier wordt in ieder geval rekening gehouden met: 

Onderwijs: begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van school (Leerplichtwet). Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Alleen in uitzonderlijke situaties; als toezicht en aansturen meer vraagt dan van school en ouders kan worden verwacht en de mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs ontoereikend zijn kan begeleiding worden geïndiceerd

Kinderopvang: kinderopvang is de verantwoordelijkheid van ouders, werkgever en overheid (kinderopvangtoeslag). Kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend. Het leren omgaan van de kinderdagopvang met het kind met een beperking is gebruikelijke hulp van ouders. Alleen in uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding nodig heeft die niet door de kinderdagopvang kan worden geboden en nietvan ouders kan worden verwacht, kan begeleiding worden geïndiceerd.

 Jeugdwet: opvoedingsondersteuning voor alle ouders en ouders van kinderen met een beperking, medisch kinderdagverblijf, specialistische hulp thuis of tijdelijke opname worden op grond van de Jeugdwet geboden. Begeleiding kan in sommige gevallen ondersteunend op de opvoedondersteuning thuis ter bevordering van de zelfredzaamheid Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

27

van ouders worden geboden. Aanspraak op de Jeugdwet is er voor kinderen tot 18 jaar. In sommige gevallen kan de doelgroep van het 18e tot en met het 23ste jaar gebruik blijven maken van de Jeugdwet.  Arbeidsvoorzieningen: op grond van de Ziektewet, WIA, Wajong en WSW zijn er mogelijkheden voor aangepast werk. Het uitgangspunt is dat als aangepast werk of speciaal onderwijs op grond van genoemde regelingen niet mogelijk is dat dan begeleiding groep (dagbesteding) kan worden overwogen.  Participatiewet: degenen die arbeidsverplichtingen hebben op grond van de Participatiewet hebben geen aanspraak op begeleiding groep ter vervanging van arbeid. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Wanneer mensen een beperking hebben wordt bij activiteiten van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding vaak gedacht aan Begeleiding waar voorliggende voorzieningen mogelijk zijn of het gewoon de verantwoordelijkheid is van de cliënt of zijn huisgenoten. Er zijn veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden (die mensen zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen). Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen: - Activiteiten zoals computercursus of taalles - Alarmering - Pictogrammenbord of domotica in huis - Gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger - Kinderopvang Gebruikelijke hulp Er wordt rekening gehouden met de aanwezige gebruikelijke hulp of zorg.

Hieronder wordt de hulp verstaan die verwacht wordt van huisgenoten , die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Begeleiding door partner, ouder, volwassen inwonend kind of andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp of zorg beschouwd: 

In kortdurende situaties (max. 3 maanden):

- als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn.  In langdurige situaties: - bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes); - hulp bij overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie; - het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met cliënt - ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

28

Alleen wanneer er sprake is van een langdurige situatie waarbij de gebruikelijke hulp substantieel wordt overschreden, is er sprake van bovengebruikelijke hulp en kan Begeleiding worden ingezet. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft voor kinderen schema’s ontwikkeld waarin per leeftijdscategorie, vaardigheden en behoefte aan toezicht of hulp voor gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel wordt beschreven. Op basis hiervan kan worden vastgesteld welke taken gebruikelijk en welke bovengebruikelijk zijn. Zie hiervoor de uitwerking van de resultaatsgebieden, resultaat 7 in bijlage 1.

Omvang Begeleiding (inclusief persoonlijke verzorging) De omvang Begeleiding is onderverdeeld in individuele begeleiding en dagbesteding. De omvang en het afwegingskader verschillen en worden zodoende hierna per onderdeel weergegeven. Begeleiding maakt vaak deel uit van een heel pakket van zorg van Behandeling en Persoonlijke verzorging. De omvang van de hulp wordt hierdoor sterk bepaald. In de AWBZ werd deze functies veelal samengevoegd in een integraal pakket. In de Wmo is dit niet meer mogelijk maar zullen de indicaties voor Behandeling en Persoonlijke verzorging wel meegewogen worden bij de indicatiestelling voor Begeleiding en zal de hulp met behandelaars en thuiszorg (persoonlijke verzorging) worden afgestemd. Voor Begeleiding in combinatie met Persoonlijke verzorging geldt dat ondersteuning (zogenaamde hulp met de handen op de rug) bij de Persoonlijke verzorging onder de Wmo 2015 valt en overname van de Persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet valt. Voorbeeld: een cliënt aansturen dat deze zich gaat wassen is Wmo en het daadwerkelijk wassen van een cliënt is Zorgverzekeringswet. In de Wmo zal tevens worden gezocht naar mogelijke combinaties van maatwerkvoorziening Begeleiding en voorliggende voorzieningen op het gebied van Welzijnswerk.

Omvang Individuele Begeleiding Individuele begeleiding wordt vastgesteld in klassen, de uren in de klassen lopen op tot maximaal 24,9 uren per week. Meer uren per week zijn indien nodig en duidelijk gemotiveerd mogelijk. De omvang van de indicatie (het aantal uren begeleiding) is gebaseerd op de optelsom van de duur van de betreffende activiteiten. Dus welke activiteiten zijn nodig, hoeveel tijd kosten deze activiteiten, hoe vaak per week en zijn de activiteiten planbaar of niet planbaar of is er ook vaak toezicht nodig? Om te objectiveren hoeveel tijd er nodig is voor activiteiten en in welke frequentie zal gebruik worden gemaakt van een normtijden overzicht, dat is gebaseerd op de Indicatiewijzer van het CIZ en is aangepast aan de Wmowerkwijze. In bijlage 4 is een normtijdenoverzicht opgenomen. De omvang kan per combinatie van activiteiten nooit meer bedragen dan de in de tabel genoemde maxima. Meer uren per week zijn, indien nodig en duidelijk gemotiveerd, mogelijk. Het gaat hier om de uitzonderingsgevallen waarbij additionele tijd kan worden geïndiceerd.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

29

Klassen De klassen voor Reguliere of Gespecialiseerde Begeleiding zijn als volgt bepaald: klasse 1: 0 – 1,9 uur per week klasse 2: 2 – 3,9 uur per week klasse 3: 4 – 6,9 uur per week klasse 4: 7 – 9,9 uur per week klasse 5: 10 – 12,9 uur per week klasse 6: 13 – 15,9 uur per week klasse 7: 16 – 19,9 uur per week klasse 8: 20 – 24,9 uur per week klasse waakvlam: 0 tot 90 minuten per maand Afwegingskader 

Het college beoordeelt de hulpvraag in een brede context. Daarvoor worden de problemen en beperkingen van de cliënt op het gebied van Begeleiding onderzocht.

Bij het beoordelingsproces wordt nadrukkelijk gebruik gemaakt van informatie zoals die voorhanden is via derden (familie, naasten, door de gemeente gecontracteerde aanbieders, cliëntondersteuner et cetera).

Voor advisering in het beoordelingsproces kunnen diagnostische teams of expertise worden ingeschakeld.

In het onderzoek worden alle (wettelijk) voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen, zoals regulier en speciaal onderwijs, opleiding, reguliere betaalde arbeid of arbeid op grond van de Participatiewet.

Het college beoordeelt oplossingen in de vorm van: de eigen kracht van cliënt of gebruikelijke zorg of de inzet van het sociaal netwerk.

Het college houdt rekening met de draagkracht van mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting van de mantelzorger tijdelijk een maatwerkvoorziening aan de verzorgde belanghebbende worden toegekend.

Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot het oplossen van het probleem zal het college compenseren met een maatwerkvoorziening.

Vervolgens bepaalt het college wat noodzakelijk is om: - te voorkomen dat de zelfredzaamheid / participatie van de klant verslechterd en/of - de zelfredzaamheid / participatie van de klant te stabiliseren en/of te verbeteren.

Hierbij bepaalt het college de omvang van de noodzakelijke maatwerkvoorziening. Bij het bepalen van de omvang neemt het college de normtijden in uren en minuten zoals vastgelegd in bijlage 4 als uitgangpunt. Per activiteit bepaalt het college het aantal minuten. Het totaal aantal noodzakelijke uren ondersteuning wordt bepaald door de normtijden van de verschillende activiteiten bij elkaar op te tellen. De omvang van de Begeleiding wordt vastgesteld in klassen, met daarin een bandbreedte in uren

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

30

Op basis van individueel maatwerk kan het college afwijken van de normtijden Omvang Dagbesteding Dagbesteding wordt vastgesteld in klassen. De hoogte van de klasse komt overeen met het aantal geïndiceerde dagdelen per week. Een dagdeel is gelijk aan maximaal 4 aaneengesloten uren. Het maximum is 9 dagdelen per week. Dat is gelijk aan een in Nederland gebruikelijke 36-urige werkweek of afgeleid van het gemiddeld aantal uren dat een gezond persoon naar school gaat of studeert. Het aantal dagdelen dat voor Dagbesteding wordt geïndiceerd is afhankelijk van: -

-

de noodzaak (Hoeveel structuur, activering, toezicht etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorg etc.) de mogelijkheden van de cliënt (Hoeveel kan de cliënt fysiek en mentaal aan?) het doel dat van de ondersteuning. Daarbij kan het gaan om: dagbesteding ter vervanging van arbeid of het bieden van activiteiten met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid (denk aan pensioengerechtigde of mensen zonder arbeidsverleden) en tevens zelfredzaamheid en cognitieve capaciteiten en vaardigheden zoveel mogelijk te handhaven en/of gedragsproblematiek te reguleren.

Voor dagbesteding zijn de klassen vastgesteld in termen van dagdelen. Klassen De klassen zijn als volgt bepaald: klasse 1: een dagdeel per week klasse 2: twee dagdelen per week klasse 3: drie dagdelen per week klasse 4: vier dagdelen per week klasse 5: vijf dagdelen per week klasse 6: zes dagdelen per week klasse 7: zeven dagdelen per week klasse 8: acht dagdelen per week klasse 9: negen dagdelen per week Afwegingskader  Het college beoordeelt de hulpvraag in een brede context.  De inhoud van het aandachtsgebied Ondersteuning bij arbeidsparticipatie/dagbesteding bestaat uit het bieden van activiteiten die in de plaats komen van (betaald) werk en ter ondersteuning van de mantelzorger.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

31

 Bij het beoordelingsproces wordt nadrukkelijk gebruik gemaakt van informatie zoals die voorhanden is via derden (familie, naasten, door de gemeente gecontracteerde aanbieders, cliëntondersteuner et cetera).  Voor advisering in het beoordelingsproces kunnen diagnostische teams of expertise worden ingeschakeld.  Het college beoordeelt oplossingen in de vorm van: de eigen kracht van cliënt of gebruikelijke zorg of de inzet van het sociaal netwerk.  Het college bepaalt of de beperking van de klant gecompenseerd kan worden door gebruik te maken van wettelijk voorliggende voorzieningen, zoals regulier en speciaal onderwijs, opleiding, reguliere betaalde arbeid, of arbeid op grond van de Participatiewet.  Het college beoordeelt in hoeverre de mantelzorger, het steunsysteem van de klant of algemene voorzieningen zoals bijvoorbeeld sociaal cultureel werk of vrijwilligerswerk een oplossing kunnen bieden;  Is dat niet of onvoldoende het geval dan beoordeelt het college of er compensatie plaats moet vinden in de vorm van een maatwerkvoorziening. Deze kan in een collectieve vorm worden geboden of in een individuele vorm.  Het college houdt bij de beoordeling collectief of individueel rekening met in de persoon van de belanghebbende gelegen factoren zoals diens (medische) situatie en zijn belastbaarheid.

 Als er medische contra-indicaties zijn voor collectief, kunnen de activiteiten in de vorm van de aanspraak Begeleiding (individueel) worden geïndiceerd. Waarbij opgemerkt wordt dat een dagdeel in collectief verband in die situatie niet gelijk is aan vier uur Begeleiding individueel, maar is afhankelijk van het resultaat. Het gaat dan om personen waarvoor op medische gronden een contra-indicatie geldt voor deelname aan een groep geboden door een instelling, zoals infectiegevaar of ernstige energetische beperkingen.  Het college houdt rekening met de draagkracht van mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting van de mantelzorger een individuele voorziening aan de verzorgde belanghebbende worden toegekend.  Het college bepaalt de omvang van de compensatie tot een maximum van 9 dagdelen collectieve dagbesteding. De omvang wordt mede afgestemd of de behoefte van belanghebbende en zijn mantelzorger(s).

Vervoer naar Dagbesteding Bij een indicatie voor dagbesteding zal ook worden onderzocht of de cliënt in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Wanneer een cliënt in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen onder begeleiding) of met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger, indien beschikbaar) de dagbesteding kan bereiken dan is dat uiteraard voorliggend. Wanneer dit niet mogelijk is, zal vervoer van en naar de dagbesteding worden geïndiceerd. De meeste aanbieders van dagbesteding hebben afspraken met vervoersbedrijven die de cliënt van huis of bij een vast verzamelpunt ophalen en naar de dagbesteding brengen en halen. Op het budget voor het vervoer vanuit de AWBZ is in 2014 al fors bezuinigd waardoor Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

32

instellingen zelf hebben gezocht naar manieren om het vervoer efficiënter te organiseren. Hierdoor wordt nu bij de keuze voor een bepaalde locatie dagbesteding voor een cliënt al rekening gehouden met reisafstand en zijn initiatieven ontwikkeld om cliënten te leren zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. Deze ontwikkeling zal onder de Wmo zeker worden voortgezet.Toezicht in het vervoer werd onder de AWBZ niet geïndiceerd omdat werd aangenomen dat het niveau van het vervoer naar dagbesteding is aangepast aan de gebruikers. Wanneer er medisch gezien toezicht nodig is dan kan hiervoor een beroep gedaan worden op de zorgverzekeringswet. De gemeente heeft overeenkomsten gesloten met aanbieders van vervoer. Voor de vervoerstarieven gelden de afspraken die met de aanbieders zijn overeengekomen. Hiervoor is er een onderscheid gemaakt tussen nieuwe cliënten en bestaande cliënten die onder de overgangsregeling vallen. Afwegingskader 

Het college beoordeelt of belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele voorziening voor vervoer van en naar de activiteiten van de dagbesteding. Indien belanghebbende om medische redenen niet in staat is zelf de locatie van de activiteiten te bereiken, wordt eerst gekeken of de mantelzorger, het steunsysteem of een vrijwillig vervoersinitiatief een oplossing kan bieden. Is dit niet het geval dan kan het college een individuele voorziening voor vervoer naar de locatie van de activiteiten verstrekken.

Uitgangspunt, indien vervoer nodig is, is dat de locatie die zich het dichtst bij het adres van de belanghebbende bevindt en die adequate compensatie biedt voor de beperking van de belanghebbende, voorliggend is aan locaties die verder weg liggen.

Bij de keuze voor een vervoerder betrekt het college de mogelijkheden die het collectief vervoer en ander aanwezig doelgroepenvervoer biedt.

Er wordt geen toezicht tijdens het vervoer naar de dagbesteding geïndiceerd. Er mag namelijk worden aangenomen dat het niveau van het vervoer (inclusief het toezicht) naar deze zorg is aangepast aan de gebruikers.

Kortdurend verblijf Kortdurend verblijf is bedoeld voor cliënten die permanent toezicht nodig hebben. Bij kortdurend verblijf logeert een cliënt maximaal 72 uur per week in een instelling, bijvoorbeeld in een instelling voor mensen met een beperking, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hiermee wordt de mantelzorger (bijv. ouder, partner of huisgenoot) ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf doet zich voor in situaties waarin de mantelzorger geheel of gedeeltelijk de zorg voor belanghebbende als gevolg van (dreigende) overbelasting niet meer uit kan voeren en waarvoor ook het eigen steunsysteem geen oplossing kan bieden. Een uitzondering hierop geldt wanneer het gaat om ouders die bovengebruikelijke zorg verlenen aan hun kinderen. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van dreigende overbelasting en kan alleen op grond van hun bovengebruikelijke taken kortdurend verblijf worden geïndiceerd. Mantelzorg is langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg overstijgt.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

33

Door de gemeente wordt eerst onderzocht of er andere manieren zijn om de mantelzorger te ontlasten. Hierbij valt te denken aan het inschakelen van een vrijwilliger die een paar uur de zorg voor een cliënt overneemt, en ook dagbesteding kan als belangrijk neveneffect of zelfs doel hebben de mantelzorg te ontlasten.De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen per week, afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld omdat het logeren betreft. Bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld respijtzorg vergoed door de ziektekostenverzekeraar, geen optie zijn. In de instelling waar cliënt kortdurend verblijft, wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is, moet dit apart op grond van de Wlz worden geïndiceerd. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. Cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk.

Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pasje voor de locale vervoersvoorziening, Regiotaxi of een (rolstoel-) taxikostenvergoeding krijgen, waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. Kortdurend verblijf kent anders dan school of dagbesteding geen exacte starttijden zodat gebruik van een collectief vervoerssysteem als de lokale vervoersvoorziening of Regiotaxi (eventueel met begeleider) een geschikte oplossing biedt. Indicatiecriteria Om in aanmerking te komen voor Kortdurend Verblijf moet worden voldaan aan alle hieronder genoemde voorwaarden: 1. belanghebbende heeft beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen; 2. belanghebbende is gezien de zorgbehoefte aangewezen op zorg gepaard gaand met permanent toezicht (24 uur per dag), en 3. ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de belanghebbende levert, is noodzakelijk. Permanent toezicht Permanent toezicht omvat altijd bovengebruikelijk toezicht. Het is toezicht waarop de klant noodzakelijkerwijs is aangewezen op regelmatige en onregelmatige momenten en die geboden wordt op basis van actieve observatie. Het gaat dus om belanghebbenden die 24 uur per dag toezicht nodig hebben. Dit is op het grensvlak met de Wlz waarbij ook één van de criteria is dat de klant 24 uur per dag toezicht nodig heeft.

Bij het begrip toezicht moet goed het onderscheid met de Zvw in het oog worden gehouden. Een voorbeeld is het verpleegkundig toezicht dat nodig is bij thuisbeademing. Dat valt niet onder de Wmo maar onder de verpleging op grond van de Zvw. Permanent toezicht kan verschillende aangrijpingspunten hebben en verschillen in intensiteit. Afhankelijk daarvan kan de toezichtfunctie op verschillende manieren vorm krijgen. Het toezicht kan gericht zijn op:

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

34

1. het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; en/of 2. het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de klant zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en/of 3. het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). Klassen Kortdurend verblijf De omvang van de functie Kortdurend Verblijf wordt vastgesteld in klassen en uitgedrukt in etmalen. De klassen zijn als volgt bepaald: klasse 1: een etmaal per week klasse 2: twee etmalen per week klasse 3: drie etmalen per week Afwegingskader  De inhoud van dit resultaat bestaat uit het tijdelijk overnemen van het toezicht op belanghebbende die permanent, 24 uur per dag toezicht nodig heeft.  Het college stelt vast dat belanghebbende een zodanige beperking heeft dat hij een mantelzorger nodig heeft om de handelingen en activiteiten die hij zelf niet (meer) kan doen, voor hem te verrichten, dan wel om toezicht te houden in verband met gedrags- en of gezondheidsproblematiek.  Het college stelt de noodzaak voor permanent, 24 uur per dag toezicht vast. Van permanent toezicht is sprake indien: - hulp nodig is op regelmatige en onregelmatige momenten.

De zorgverlening moet inspelen op de (frequent voorkomende) al dan niet geëxpliciteerde zorgvraag; - die hulp geboden wordt op basis van actieve observatie, die tot doel heeft dreigende ontsporing in het gedrag of verslechtering van de gezondheidssituatie tijdig te signaleren, waardoor tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige/ gevaarlijke/ (levens)bedreigende gezondheids- en of gedragssituaties kan worden voorkomen.  Het college stelt vast dat verblijf in de thuissituatie verantwoord en realistisch is. De grens van de ondersteuning onder de AWBZ was vastgesteld op maximaal drie etmalen per week (= 18 dagdelen). Is er meer nodig dan gold dat verblijf in de thuissituatie niet meer verantwoord en realistisch is.  Als het college heeft vastgesteld dat de ouder(s) en/of andere huisgenoten in de thuissituatie overbelast is/zijn, of dit door het bieden van mantelzorg dreigt/dreigen te raken en daardoor niet meer in staat is/zijn de mantelzorg (volledig) te leveren, beoordeelt het college eerst of binnen het eigen steunsysteem van de mantelzorger een oplossing voor de overbelasting kan worden gevonden. Te denken valt aan een familielid die een middag of weekend de zorg overneemt. Is dat niet of niet voldoende het geval dan beoordeelt het college of voorliggende voorzieningen een oplossing kunnen bieden.

Hierbij kan gedacht worden aan een steunpunt mantelzorg dat informatie kan verstrekken over voorzieningen, of een vrijwilligerssteunpunt dat kan bemiddelen voor een vrijwilliger.  De belastbaarheid met het oog op de gezondheid van de ouder, partner of huisgenoot moet worden beoordeeld door of onder verantwoordelijkheid van een arts. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

35

 Als het college heeft vastgesteld dat inzet van het eigen steunsysteem en de voorliggende voorzieningen het probleem van de (dreigende) overbelasting niet in voldoende mate vermindert, kan het college de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf toekennen. Een uitzondering op de regel dat sprake moet zijn van (dreigende) overbelasting geldt wanneer het gaat om ouders die bovengebruikelijke zorg verlenen aan hun kind(eren). Hierbij kan op grond van hun bovengebruikelijke taken kortdurend verblijf worden geïndiceerd.  Het college gaat ook na of belanghebbende een indicatie voor Zvw-persoonlijke verzorging en verpleging heeft. Wanneer deze zorg door de partner, ouder, volwassen kind en/of andere huisgenoot zelf wordt geleverd via een pgb, kan dit een reden zijn voor (dreigende) overbelasting. De overbelasting kan in dit geval worden verminderd wanneer de mantelzorger in plaats van zelf de persoonlijke verzorging te leveren, deze inkoopt in de vorm van zorg in natura door een thuiszorgaanbieder. Deze oplossing is voorliggend aan een maatwerkvoorziening.  Het college houdt rekening met de afbakening met de Zvw en Wlz.

GGZ-inloop Een inloopfunctie GGZ is een laagdrempelige voorziening in het kader van dag- en arbeidsmatige activiteiten. Het gaat hierbij dan ook vooral om de beschikbaarheidsfunctie. Dat betekent dat aan de deelnemers geen strenge eisen worden gesteld voor wat betreft de deelname aan de inloop. Er is dan ook geen indicatie vereist. Over het algemeen is tijdens de openingsuren van de inloopfunctie altijd minimaal een begeleider aanwezig. Doelgroep: De inloop is bedoeld voor (ex)cliënten met een langdurige psychische stoornis en daarmee samenhangende beperkingen. Inlooppunten: De functie Inloop GGZ wordt naar alle gemeenten gedecentraliseerd, tenzij de functie onderdeel uitmaakt van de maatschappelijke opvang: dan gaat het naar centrumgemeenten. Vanuit de AWBZ worden in onze regio diverse inlooppunten GGZ gefinancierd. Over het algemeen komen de meeste bezoekers van inloopfuncties uit centrumgemeenten. In onze regio zien we in aansluiting hierop ook meer inloopfuncties in Leiden dan in de regiogemeenten. Katwijk heeft een inloophuis bij Stichting De Brug en een inloopfunctie GGZ bij de Poolster.

 Doventolk Een van de nieuwe taken voor de gemeente is de doventolkzorg. Doventolkzorg omvat zorg door een doventolk bij het voeren van een gesprek in de leefsituatie. Het inkoopbeleid wordt landelijk ingevuld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Alleen belanghebbenden komen in aanmerking voor doventolkzorg.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

36

 Beschermd Wonen en Opvang Cliënten die door hun beperkingen behoefte hebben aan een beschermd woonklimaat die gericht is op het bieden van structuur en ondersteuning van alle dagelijks activiteiten wonen vaak in een zogenaamde woonvorm voor beschermd wonen. Zij krijgen begeleiding bij de structuur van hun dagelijks leven, ondersteuning bij regelzaken en geldbeheer en bij het vinden van een passende daginvulling. Voor een deel van de cliënten is beschermd wonen een opstapje naar zelfstandig wonen. Voor beschermd wonen of opvang was een indicatie op grond van de AWBZ noodzakelijk maar deze taak is met overgangsrecht overgeheveld naar de Wmo 2015. Het is vooralsnog een taak voor de zogenaamde centrumgemeenten (voor gemeente Katwijk is dit de gemeente Leiden), zij krijgen ook het budget voor deze taak. De centrumgemeente moet de toegang bepalen via een beschikking. Als een belanghebbende zich meldt voor beschermd wonen of opvang zal deze worden doorverwezen naar gemeente Leiden. Vanaf 1 januari 2023 komt deze taak naar onze eigen gemeente.

HOOFDSTUK 3. PERSOONSGEBONDEN BUDGET Keuze voor maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget De cliënt wordt geïnformeerd over de mogelijkheid voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget. Bij een persoonsgebonden budget koopt cliënt zelf de ondersteuning/voorziening in. Het college bepaalt of een persoonsgebonden budget wordt toegekend. We onderscheiden een persoonsgebonden budget voor dienstverlening (= hulp bij het huishouden, begeleiding, kortdurend verblijf ) en een persoonsgebonden budget voor andere maatwerkvoorzieningen (= op het gebied van wonen, vervoer en voor rolstoelen). De medewerker informeert de cliënt op zijn verzoek over de maximale budgetten die voor de ondersteuning waarvoor hij een persoonsgebonden budget wil aanvragen van toepassing zijn. Hij wijst daarbij de cliënt op de voorwaarden om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen, als ook de rechten en plichten die hieraan verbonden zijn. Afwegingskader Wet en verordening De client moet voldoen aan de volgende criteria:  de cliënt moet zelf of met behulp van zijn netwerk, in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

Dit betekent dat cliënt (of iemand die hij daarvoor inschakelt) moet kunnen inzien wat er aan ondersteuning moet worden ingekocht, hij moet offertes opvragen, hulpverleners kunnen aansturen, de administratieve verplichtingen richting gemeente en Sociale Verzekeringsbank kunnen uitvoeren etc;  de cliënt moet kunnen motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wil krijgen;  er moet zijn gewaarborgd dat hetgeen de cliënt met zijn pgb inkoopt veilig en doeltreffend is. Hierbij wordt meegewogen dat hetgeen de cliënt wenst in te kopen in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt en ook van voldoende kwaliteit is. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

37

Een pgb kan worden geweigerd:  voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt.  voor zover de kosten van het betrekken van de ondersteuning hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening. Als de kosten hoger zijn dan de kosten van een maatwerkvoorziening, zal het pgb gemaximeerd worden op de kosten van de maatwerkvoorziening.  als een pgb eerder is herzien of ingetrokken omdat: o de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; o de cliënt niet voldoet aan de aan het pgb verbonden voorwaarden; o het pgb niet of voor een ander doel is gebruikt.  als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zolang het onderzoek voor een maatwerkvoorziening nog niet is afgerond en er op basis hiervan nog geen besluit is genomen over de noodzaak, aard en omvang van de maatwerkvoorziening.  als er sprake is van een zodanig instabiele of progressieve medisch situatie dat het op voorhand duidelijk is dat de individuele voorziening snel niet meer adequaat zal zijn.  als er sprake is van een cliënt met aanzienlijke schulden, terwijl deze cliënt medewerking weigert bij het oplossen van deze schuldenproblemen.

Persoonlijk plan De cliënt is verplicht voor een persoonsgebonden budget voor dienstverlening een persoonlijk plan te overleggen volgens een voorgeschreven format. Het formulier Persoonlijk Plan wordt door de gemeente ter beschikking gesteld aan de cliënt. Op grond van dit plan moet de medewerker kunnen vaststellen of de cliënt in aanmerking kan komen voor een persoonsgebonden budget. Het plan moet ook inzicht geven wie de ondersteuning gaat leveren en –afhankelijk van het type ondersteuning- of deze beschikt over de benodigde kwalificaties. Is er sprake van een persoonsgebonden budget voor andere maatwerkvoorzieningen, dan moet hij desgevraagd een persoonlijk plan overleggen dat relevant is voor het type ondersteuning en voegt daarbij een offerte of factuur. De cliënt stelt het persoonlijk plan op. De medewerker toetst het persoonlijk plan in de onderzoeksfase, zodat het eventueel nog kan worden bijgesteld. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek en met behulp van de ‘handreiking 10 punten pgb vaardigheid’ beoordeelt de medewerker of het zelf organiseren van zorg met een budget past. Zorgovereenkomst De cliënt is verplicht voor de dienstverlening die hij wenst in te kopen met een persoonsgebonden budget een schriftelijke overeenkomst af te sluiten met de zorgverleners die hij daarvoor in wenst te schakelen.

De zorgovereenkomst dient te voldoen aan het format, zoals dat door de Sociale Verzekeringsbank ter beschikking wordt gesteld.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

38

Combinatie persoonsgebonden budget en zorg in natura Een cliënt kan ervoor kiezen een arrangement voor dienstverlening (combinatie van verschillende gebieden van ondersteuning) gedeeltelijk in de vorm van een persoonsgebonden budget en gedeeltelijk in natura te ontvangen. In dat geval moet uit het zorg- en budgetplan duidelijk zijn hoe de cliënt deze verdeling wil maken en ligt de verplichting bij de cliënt of zijn vertegenwoordiger om de ondersteuning te coördineren en op elkaar af te stemmen. Er is geen combinatie van pgb en ondersteuning in natura mogelijk binnen een gebied. Binnen een gebied van ondersteuning moet de cliënt kiezen voor òf ondersteuning in natura òf een persoonsgebonden budget. Trekkingsrecht Voor zover het persoonsgebonden budget valt onder het trekkingsrecht bij de Sociale Verzekeringsbank, zal de cliënt moeten voldoen aan de verplichtingen die aan dit trekkingsrecht zijn verbonden. Hoogte van het persoonsgebonden budget De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening is afhankelijk van de vraag of er sprake is van ondersteuning door een al dan niet daartoe opgeleid persoon en/of een persoon die al dan niet werkzaam is via een instelling. Het uurbedrag wordt door de raad vastgesteld en vastgelegd in de verordening Wet maatschappelijke ondersteuning.

Voor overige maatwerkvoorzieningen is het bedrag bepaald op de tegenwaarde van de zaak die de cliënt ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Daarbij zal veelal sprake zijn van kortingen, omdat via een contract met een leverancier een grote hoeveelheid voorzieningen afgenomen wordt. Deze korting wordt doorberekend naar het persoonsgebonden budget. Het is immers niet de bedoeling dat een persoonsgebonden budget meer geld gaat kosten dan verstrekking in natura. Over het algemeen zal er van uitgegaan kunnen worden dat ook met een persoonsgebonden budget een voorziening met korting zal kunnen worden aangeschaft. Is dat niet het geval dan zal beoordeeld moeten worden of niet het volledige bedrag zonder korting vergoed zal moeten worden omdat anders het te bereiken resultaat onbereikbaar wordt. Verder zal worden uitgegaan van de situatie die er zou zijn als de voorziening in natura zou worden verstrekt. Zou dat een nieuwe voorziening zijn of een voorziening die verstrekt zou worden uit depot? In de eerste situatie wordt het bedrag bepaald op een nieuwe voorziening, met korting. In het tweede geval wordt het bedrag bepaald op het bedrag dat het zou kosten om de voorziening uit depot aan te schaffen.

Omdat de meeste voorzieningen in natura door het college op huurbasis, inclusief het onderhoud en de reparaties , worden afgenomen, zal daar in de regel voor de bepaling van het persoonsgebonden budget ook aansluiting bij worden gezocht. In andere gevallen kan het bedrag afgeleid worden van bijvoorbeeld een offerte. Daarbij kunnen bedragen geteld worden voor het onderhoud en de reparaties van de voorziening, voor zover daar sprake van kan zijn. Deze bedragen zijn ofwel bij verstrekking in eigen beheer bekend vanuit het verleden, ofwel kunnen bij verstrekking via een leverancier bij de leverancier worden opgevraagd. Continuïteit Het is van belang dat er continuïteit is in de ondersteuning, zodat de dienstverlening efficiënt kan worden uitgevoerd. Dat vergroot de doelmatigheid en de ondersteuning. Om die reden worden er grenzen gesteld aan de frequentie waarmee de cliënt mag wisselen tussen Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

39

zorgaanbieders of tussen persoonsgebonden budget en zorg in natura.  Een cliënt kan maximaal 1x per jaar wisselen van aanbieder van dienstverlening, tenzij de wisseling veroorzaakt wordt door een situatie die niet aan de cliënt valt te verwijten.  Een cliënt kan maximaal 1x per jaar wisselen tussen ondersteuning in natura en ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget. Kosten die niet ten laste van het persoonsgebonden budget kunnen worden gebracht. Het is de cliënt niet toegestaan om bemiddelingskosten, administratiekosten en een eenmalige uitkering (vrij besteedbaar bedrag) te betalen uit het persoonsgebonden budget voor dienstverlening. Ook reiskosten die de zorgverlener maakt en extra loon in de vorm van een feestdagenuitkering kunnen niet uit het persoonsgebonden budget worden vergoed. Het budget mag alleen aan zorg worden besteed. Verantwoording persoonsgebonden budget De controle van het persoonsgebonden budget vindt als volgt plaats. Iedere budgethouder dient de volgende stukken te bewaren: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening of een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. Naast de hiervoor genoemde controle aspecten geldt het vereiste van de zogenoemde ‘girale betaling’.

Met bankafschriften dient verantwoord te worden dat het persoonsgebonden budget op correcte wijze is besteed. Contante betaling is niet toegestaan. Het college bepaalt bij welke budgethouders deze stukken zullen worden opgevraagd om te controleren of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. Is dat het geval, dan hoeft er verder niets te gebeuren. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het college overwegen het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Daarbij zal leidend zijn of er opzet in het spel is geweest, of dat sprake is geweest van onwetendheid. In die laatste situatie kan overlegd worden dat deze situatie in de toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet moet afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot wat er bewust onjuist is gedaan. Uitbetalen persoonsgebonden budget De gemeente betaalt een persoonsgebonden budget uit op declaratiebasis. Dit kan rechtstreeks of in gevallen van een persoonsgebonden budget voor dienstverlening via de SVB. Terugvordering persoonsgebonden budget Terugvordering van een persoonsgebonden budget vindt plaats door het college.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

40

BIJLAGE 1. DUURZAME AANPAK HULP BIJ HET HUISHOUDEN VANUIT DE WMO 1.

Inleiding

De gemeente Katwijk heeft het beleid rond Hulp bij het Huishouden duurzaam aangepast. Zowel de voormalige algemene voorziening als de voormalige maatwerkvoorziening zijn omgevormd naar een resultaatgerichte maatwerkvoorziening met verschillende arrangementen. Belangrijkste overwegingen hiervoor zijn: - Omvorming naar een resultaatgerichte maatwerkvoorziening biedt de mogelijkheid om toe te werken naar een integraal systeem HbH (op dit moment is er een algemene voorziening voor hulp bij het huishouden en een maatwerkvoorziening voor begeleiding bij de huishouding, met twee verschillende regimes en bijdragesystematiek). - Een resultaatgerichte maatwerkvoorziening sluit het meest aan op de transformatiedoelstellingen van de gemeente (stimuleren van eigen kracht, zelfredzaamheid, maatwerk). - De werkwijze geeft aanbieders (professionele) ruimte en flexibiliteit. - De werkwijze sluit aan bij het beleid in omliggende gemeenten. Dit zorgt voor eenduidigheid, met name voor aanbieders die in de regio werkzaam zijn. - De werkwijze betekent een grote afname van administratieve lasten bij de aanbieders. - De werkwijze geeft duidelijke handvatten voor de consulenten. - Biedt duidelijkheid en vrijheid voor de klant.

Bij de uitwerking zijn de uitspraken van de CRvB van 18 mei 2016 over hulp bij het huishouden en de daaruit volgende notitie Passend en onderbouwd (lokaal) beleid voor hulp bij het huishouden betrokken. Deze notitie doet aanbevelingen voor een duurzame HbH aanpak voor zorg in natura. Door een uitvraag naar zowel tarieven als tijdsbesteding bij huidige aanbieders en branchevereniging is gewaarborgd dat de tarieven per arrangement reëel zijn en in lijn zijn met de AMvB reële prijs Wmo 2015 dat tot doel heeft dat een gemeente een reële prijs betaalt voor een Wmo dienst.

2.

Duurzame aanpak

De duurzame aanpak bestaat eruit dat de verschillende resultaatgebieden van Hulp bij het huishouden zijn gedefinieerd en uitgewerkt in activiteiten en frequentie. Op basis daarvan zijn de arrangementen beschreven. Een arrangement bestaat uit een samengesteld pakket van HbH resultaten. De frequentie van activiteiten wordt zoveel als mogelijk vastgesteld op basis van wat algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Hierbij worden verschillende onderzoeken betrokken. Ook wordt een uitvraag gehouden onder aanbieders. Tegelijkertijd staat maatwerk centraal. Dit betekent dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de persoonlijke situatie van de klant. De frequentie is daarmee sterk afhankelijk van de individuele omstandigheden van de klant. Binnen de maatwerkvoorziening wordt hier rekening mee Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

41

gehouden. De frequentie is onder andere afhankelijk van:      

Wat een cliënt of zijn netwerk zelf nog kan of geleerd kan worden; Wat de aard van de beperkingen van de cliënt is; Of er verzwarende omstandigheden zijn; In hoeverre er sprake is van algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke/voorliggende voorzieningen waar de cliënt gebruik van kan maken; Wat de grootte van het huishouden is; Wat de grootte van het huis is en de schoon te houden vertrekken zijn.

De hulp bij het huishouden is onderverdeeld in zes verschillende resultaatgebieden: 1. Het behalen van een basisniveau van een schoon en leefbaar huis 2. Het zorgdragen voor schone kleren en bedden- en linnengoed 3. Het voeren van regie over het doen van het huishouden 4. Het realiseren van een (tijdelijk) hoger niveau van hygiëne of schoonmaak i.v.m. beperking of noodzaak 5. Het zorgdragen voor primaire levensbehoeften en maaltijden 6. Het aanleren van huishoudelijke taken of werkzaamheden 7. Het geven van de benodigde zorg voor kinderen 8. Het ontlasten van (dreigend) overbelaste mantelzorgers

3.

Uitwerking Resultaatgebieden

Resultaat 1. Het behalen van een basisniveau van een schoon en leefbaar huis Bij de hulp bij het huishouden is het uitgangspunt dat iedereen kan leven in een schoon en leefbaar huis en gebruik moet kunnen maken van de leefruimtes die dagelijks in gebruik zijn: woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s), keuken, sanitaire ruimtes, gang/trap. Hierbij wordt uitgegaan van het niveau sociale woningbouw. Persoonskenmerken en behoeften kunnen het noodzakelijk maken hiervan af te wijken. Het basisniveau van een schoon en leefbaar huis omvat lichte en zware schoonmaaktaken. Extra ruimtes, zoals een hobbykamer, een logeerkamer en een bijkeuken vallen niet onder dit arrangement tenzij deze ruimtes voor het dagelijks gebruik van de klant noodzakelijk zijn. Een schoon huis betekent dat het huis periodiek wordt schoongemaakt en niet vervuilt. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Hieronder verstaan we verder de signaleringsfunctie ten aanzien van bijvoorbeeld het bijhouden van houdbaarheidsdata van voedsel (koelkast), het veilig gebruik van het gasfornuis en of de brievenbus wordt geleegd.

Indien er bij de cliënt sprake is van verlies van regie en er zijn geen andere oplossingen mogelijk kan de noodzaak ontstaan om een resultaatgebied toe te voegen. Niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 behoren:  De buitenruimte, waaronder ook het zemen van de ramen aan de buitenzijde of het tuinonderhoud;  Werkzaamheden in huis die niet noodzakelijk zijn om de ruimtes waarin geleefd wordt schoon en hygiënisch te houden, zoals het in de was zetten van vloeren en meubilair, het schoonmaken van vliering, garage of berging of het poetsen van zilver;  Werkzaamheden die zeer incidenteel hoeven te gebeuren, zoals het wassen van overgordijnen. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

42

De verzorging van huisdieren (niet zijnde hulphonden) valt wel onder de Wmo maar hiervoor wordt geen aparte indicatie afgegeven. Activiteiten: Werkzaamheden die regelmatig moeten worden uitgevoerd om een verantwoord basisniveau van een schoon en leefbaar huis te behalen zijn:  Afnemen van stof  Stofzuigen / reinigen van vloeren  Reinigen van badkamer en toilet(ten)  Signaleringsfunctie De zorgaanbieder bespreekt samen met de cliënt welke taken per keer gedaan worden. Frequentie van de werkzaamheden Voor wat betreft de frequentie van de activiteiten wordt bij dit arrangement aangesloten bij het onderzoek ‘Normering van de basisvoorziening schoon huis’ van de gemeente Utrecht. Vanwege het feit dat de aard van de werkzaamheden, de doelgroep, activiteiten en reikwijdte overeenkomen kan dit als basis dienen voor de frequentie/tijdsindicatie. De werkzaamheden kunnen worden onderscheiden in activiteiten die wekelijks, tweewekelijks of met een lagere frequentie (bijvoorbeeld maandelijks of eenmaal per kwartaal) gedaan worden. a.

Activiteiten die wekelijks of tenminste tweewekelijks moeten worden gedaan:  Het schoonmaken van de keuken (aanrecht, gootsteen, kookplaat, vloer);  Het schoonmaken van de badkamer en toilet(ten);  Het stoffen, opruimen, stofzuigen en eventueel dweilen van de gang, eventuele trap naar de slaapetage, overloop, woonkamer en als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes;  Het verschonen en opmaken van de bedden;  Signaleren van verminderde zelfredzaamheid. b. Activiteiten die met een lagere frequentie worden gedaan. Te denken valt aan:  Het schoonhouden van de keukenkastjes (incl. bovenkant en binnenzijde), oven, afzuigkap en de koelkast/vriezer;  Het afnemen van tegelwanden in badkamer en toilet;  Het zemen van de ramen aan de binnenzijde;  Schoonmaken, stoffen, opruimen of stofzuigen van extra ruimtes die regelmatig gebruikt worden, zoals hobbykamer, logeerkamer en bijkeuken. Aspecten die bij dit resultaatgebied en de frequentie van werkzaamheden een rol spelen  in hoeverre de cliënt zelf, dan wel samen met de hulp, de woning kan opruimen en onderdelen van het schoonmaken kan (blijven) uitvoeren zoals lichte werkzaamheden;  in hoeverre door een aanpassing van de inrichting/stoffering de woning makkelijker / efficiënter schoongemaakt en –gehouden kan worden. Hierbij worden de (financiële) mogelijkheden en individuele situatie van de cliënt meegewogen. Resultaat 2.

Het beschikken over schone kleding en bedden-linnengoed Ondersteuning op dit resultaat wordt geboden wanneer een cliënt een belemmering of een dusdanige beperking heeft bij het op orde en schoon houden van zijn kleding en/of beddenen linnengoed. Het doel van dit resultaat is dat de persoon beschikt over schone kleding en bedden- en linnengoed. 50

Activiteiten: De wasverzorging zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied kan bestaan uit het wassen, het drogen, opvouwen van kleding en bedden- en linnengoed en het terugleggen van het schone wasgoed in de kast. Daarbij kan (uitsluitend) de bovenkleding worden gestreken. Er worden geen lakens, theedoeken, zakdoeken en onderkleding gestreken. Wat betreft de kleding wordt in het algemeen uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid van de klant wat betreft de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken. Frequentie van de werkzaamheden De was wordt wekelijks of tenminste tweewekelijks gedaan. De frequentie van de werkzaamheden is o.a. afhankelijk van de volgende factoren:  De grootte van het huishouden en aanwezigheid van jonge kinderen;  Of er sprake is van bedlegerigheid;  De beschikbaarheid en hoeveelheid kleding en bedden/linnengoed;  Of er sprake is van extra vervuiling als gevolg van de beperkingen van de cliënt, zoals incontinentie. Aspecten die bij dit resultaatgebied en frequentie van werkzaamheden een rol spelen Voorliggend aan dit resultaat is onder andere de mogelijkheid van een was- en/of strijkservice. Als deze voor handen is en afdoende om het resultaat te bereiken, kan hier gebruik van worden gemaakt, als de (financiële) situatie van de cliënt dit toelaat.

Verwacht mag worden dat de cliënt beschikt over een wasmachine en zoveel mogelijk strijkvrije kleding. Er wordt van uitgegaan, dat er een wasmachine aanwezig is. Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om hierover te beschikken. Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger. Niet altijd hoeft voor alle onderdelen (volledig) ondersteuning geboden te worden. Zo kan het zijn dat cliënt wel in staat is om de was in de machine te doen, maar niet om de was op te hangen of te strijken. Ook is het soms mogelijk dat cliënt door de werkzaamheden anders te organiseren deze (gedeeltelijk) zelf kan blijven doen. Bijvoorbeeld door de wasmachine of droger op een verhoging te plaatsen of de was zittend op te vouwen of te strijken. Van de cliënt wordt verwacht dat deze bij aanschaf van kleding zoveel mogelijk erop let dat het strijken hiervan niet noodzakelijk is. Ook wordt verwacht dat hij voldoende kleding en ondergoed heeft, zodat er bijvoorbeeld één keer per twee weken in plaats van één keer per week een volle trommel gewassen kan worden. Resultaat 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10999549/1