CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 3. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 (2757897)

Raad 20 januari 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning 202227.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk

Versie 2022

Inhoud INLEIDING ...........................................................................................................................................4 Overzicht procedure van melding tot en met aanvraag .......................................................................6 HOOFDSTUK 1. VOORLIGGEND AAN ONDERSTEUNING VANUIT DE WMO 2015 ......................7 HOOFDSTUK 2. MAATWERKVOORZIENINGEN ..............................................................................9 Zelfredzaamheid en participatie ...........................................................................................................9 

Hulp bij het huishouden.................................................................................................................9

Beoordeling hulp bij het huishouden..................................................................................................10 a.

licht en zwaar huishoudelijk werk................................................................................................10

b.

boodschappen doen en maaltijden bereiden ..............................................................................11

c.

wasverzorging .............................................................................................................................12

d.

het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren ...........................................................13

e.

dagelijkse organisatie van het huishouden .................................................................................14

f.

hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische stoornissen ...................................14

g.

advies, instructie, voorlichting gericht op het huishouden...........................................................15

Wonen in een geschikt huis ........................................................................................................15

Verplaatsen in en om de woning .................................................................................................20

Lokaal verplaatsen per vervoermiddel ........................................................................................21

Begeleiding .................................................................................................................................24

Vormen van Begeleiding: groepsbegeleiding of individuele begeleiding ...........................................25 Indiceren Begeleiding ........................................................................................................................26 Omvang Begeleiding (inclusief persoonlijke verzorging) ...................................................................29 Omvang Individuele Begeleiding .......................................................................................................29 Op basis van individueel maatwerk kan het college afwijken van de normtijden...............................31 Omvang Dagbesteding ......................................................................................................................31 Vervoer naar Dagbesteding ...............................................................................................................32 Kortdurend verblijf ..............................................................................................................................33 GGZ-inloop ........................................................................................................................................36 

Doventolk ....................................................................................................................................36

Beschermd Wonen en Opvang ...................................................................................................37

HOOFDSTUK 3. PERSOONSGEBONDEN BUDGET ......................................................................37 BIJLAGE 1. DUURZAME AANPAK HULP BIJ HET HUISHOUDEN VANUIT DE WMO...................41 2.

Duurzame aanpak.......................................................................................................................41

3.

Uitwerking Resultaatgebieden ....................................................................................................42

4.

Arrangementen Hulp bij het huishouden.....................................................................................57

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

2

ARRANGEMENT 1: HET BEHALEN VAN EEN BASISNIVEAU VAN EEN SCHOON EN LEEFBAAR HUIS ......................................................................................................................................................57 ARRANGEMENT 2: HET BESCHIKKEN OVER SCHONE KLEDING EN BEDDEN- LINNENGOED ..57 ARRANGEMENT 3: REGIEVOERING ..................................................................................................57 7.

PGB .........................................................................................................................................59

8.

Werkwijze ................................................................................................................................59

9.

Monitoring................................................................................................................................59

BIJLAGE 2. MAXIMALE VERGOEDING VAN KOSTEN ONDERHOUD, KEURING EN REPARATIE VAN LIFTEN ......................................................................................................................................61 BIJLAGE 3. NADERE INVULLING: LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL .................63 BIJLAGE 4. INDICATIESTELLING BEGELEIDING...........................................................................70 Toezicht .................................................................................................................................................74 Zelfredzaamheid ....................................................................................................................................75 Stap 3. verdeling categorieën van begeleiding ......................................................................................75 Stap 4 vervoer ..........................................................................................................................................81

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

3

INLEIDING Met deze beleidsregels wordt nadere invulling gegeven aan de regelgeving zoals deze per 1 januari 2015 geldt. Met ingang van 1 januari 2015 is de voormalige Wet maatschappelijke ondersteuning vervangen door de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Hiermee zijn er nieuwe taken naar de gemeente gekomen. Daarbij is het mogelijk gemaakt om bestaande voorzieningen in te richten als een algemene voorziening. Veel van de nieuwe taken komen uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). De AWBZ is per 1 januari 2015 vervangen door de Wet langdurige zorg (Wlz). De nieuwe taken voor de gemeente houden onder meer verband met de decentralisatie van de extramurale ondersteuning. Hierdoor krijgt de gemeente taken als individuele begeleiding, groepsbegeleiding (dagbesteding) inclusief vervoer en kortdurend verblijf. Vanaf 1 januari 2023 komt daar de taak beschermd wonen en maatschappelijke opvang bij die tot die tijd bij onze centrumgemeente Leiden ligt. In de beleidsregels worden de nieuwe taken toegelicht in het hoofdstuk Maatwerkvoorzieningen onder Begeleiding. De Wmo 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk 2022 voorzien in een zorgvuldige procedure van melding tot en met aanvraag. Aansluitend op de inleiding is een schematisch overzicht van melding tot en met aanvraag opgenomen.

De gemeente gaat bij melding van een hulpvraag in samenspraak met belanghebbende zorgvuldig onderzoeken hoe de hulpvraag ingevuld kan worden. Met belanghebbende wordt in ieder geval zijn eigen verantwoordelijkheid om zelf in de hulpvraag te voorzien besproken. Ondersteuning met een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo is mogelijk, tenzij belanghebbende de hulpvraag in kan vullen met:      

eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorgers en vrijwilligers, algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen, of (wettelijke) voorliggende voorzieningen.

Als uit het onderzoek naar voren komt dat belanghebbende de hulpvraag niet zelf, met zijn omgeving of met algemene, algemeen gebruikelijke of voorliggende voorzieningen kan invullen, kan de gemeente een maatwerkvoorziening verstrekken. De maatwerkvoorzieningen zijn erop gericht dat mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. De gemeente kan maatwerkvoorzieningen verstrekken ten aanzien van:  

zelfredzaamheid en participatie of beschermd wonen en opvang.

Beschermd wonen en opvang wordt uitgevoerd door zogenaamde centrumgemeenten. Voor Katwijk is dit gemeente Leiden. De hulpvraag is het uitgangspunt voor inzet van maatwerkvoorzieningen. Het ondersteunen van een klant met hulp bij het huishouden en/ of lokaal verplaatsen kan bijvoorbeeld onderdeel uitmaken van een maatwerkvoorziening. Ook datgene dat nodig is om de mantelzorger van de klant te ondersteunen bij het verlenen van mantelzorg of om deze (tijdelijk) te ontlasten in een situatie van (dreigende) overbelasting, kan onderdeel uitmaken van een maatwerkvoorziening. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

4

De maatwerkvoorziening is een individuele voorziening waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Als de burger in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening dan kan deze in natura of via een persoonsgebonden budget (pgb) of in een aantal gevallen als tegemoetkoming worden verstrekt. In deze beleidsregels wordt ingegaan welke, onder welke voorwaarden en afwegingskaders maatwerkvoorzieningen verstrekt worden.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

5

Overzicht procedure van melding tot en met aanvraag

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

6

HOOFDSTUK 1. VOORLIGGEND AAN ONDERSTEUNING VANUIT DE WMO 2015 De Wmo 2015 is uitsluitend bedoeld voor mensen die het niet lukt om een hulpvraag op eigen kracht, met de omgeving, met algemene, algemeen gebruikelijke of wettelijk voorliggende voorzieningen op te lossen. Tijdens het onderzoek volgend op een melding zal dit meegenomen worden bij het gesprek met de klant of de vertegenwoordiger. Eigen kracht De Wmo 2015 benadrukt dat mensen een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. Onder eigen kracht wordt het nemen van die verantwoordelijkheid verstaan en de mogelijkheid om problemen zelf naar vermogen op te lossen. Een oplossing van problemen kan bijvoorbeeld al aanwezig zijn in die zin dat deze feitelijk al jaren behoort tot iemands normale levenspatroon. Heel veel mensen zijn op dit moment gewend al bijna hun hele leven gebruik te maken van een auto. Als zij een beperking krijgen, door leeftijd of door een ongeval, hoeft er in feite niets te veranderen, als zij met diezelfde auto in staat blijven hun verplaatsingen te maken. Er hoeft dan niet gecompenseerd te worden. Dat zou anders kunnen zijn als zij door hun beperking veel meer verplaatsingen moeten gaan maken, of als de auto voor hun beperking aangepast zou moeten worden.

In het eerste geval kan onderzoek verricht worden naar de aard van de extra ritten en de kosten daarvan, in relatie tot het eerdere verplaatsingspatroon en zou compensatie mogelijk zijn als er blijkt dat er sprake is van meerkosten. In het tweede geval, waarin sprake is van noodzakelijke autoaanpassingen, is er sprake van meerkosten: zonder beperking waren de autoaanpassingen niet nodig geweest. Ook bij woonvoorzieningen speelt het nemen van de eigen verantwoordelijkheid een grote rol. Als iemand 65 is en zijn badkamer gaat renoveren mag een gemeente veronderstellen dat hij - ook al zijn er nog geen beperkingen - rekening houdt met het gegeven dat hij een dagje ouder wordt. Dat betekent dat de persoon in kwestie aan een douche moet denken in plaats van uitsluitend een bad. Daar spelen allerlei individuele factoren natuurlijk in mee, zoals: is er plaats voor, wat is de rol van het bad voor therapie e.d. Er speelt ook nog iets anders mee: weten mensen wel dat van hen verwacht wordt dat ze via het denken aan dit soort dingen anticiperen op mogelijk komende problemen? Een gemeente zal ook daarover voorlichting moeten geven, duidelijk moeten maken waar verwachtingen mogen beginnen maar ook kunnen ophouden wat betreft de inzet van gemeenten in het geschikt maken van woningen.

Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Dit geldt voor huishoudelijke werkzaamheden, maar ook voor zorg van ouders ten opzichte van hun kinderen en gebruikelijke begeleiding. Als er sprake is van gebruikelijke hulp die de zorgvraag kan invullen, wordt er geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt. De huisgenoot moet inwonend zijn. Dit wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten water, gas of elektra , voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot (zie ook de toelichting op art. 8 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk 2022). Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

7

Mantelzorg en vrijwilligers Voor het invullen van de hulpvraag kan er een beroep worden gedaan op mantelzorgers en vrijwilligers. Vanuit de sociale samenhang is het ook gebruikelijk dat mensen elkaar ondersteunen en helpen. Van mensen mag worden verwacht dat ze eerst een hulpvraag in hun (omgeving) sociale netwerk uitzetten. In de praktijk bieden kinderen vaak ondersteuning als hun ouders taken niet meer zelf kunnen. Van de gemeente uit wordt ondersteuning geboden. Voor mantelzorgers houdt dit in dat bijvoorbeeld meegekeken wordt of ter ontlasting van de mantelzorger respijtzorg dan wel andere zorg of hulp nodig is. Voor mantelzorgers is in nadere regelgeving een jaarlijkse waardering vastgesteld. Algemeen gebruikelijke voorziening Als er een beroep op een algemeen gebruikelijke voorziening gedaan kan worden, wordt er geen voorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als die: - niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; - daadwerkelijk beschikbaar is; - een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en/of participatie van cliënt; - financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn een boodschappenservice of een maaltijdvoorziening.

In de toelichting op artikel 8 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk 2022 staat een niet limitatieve lijst van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Algemene voorzieningen Onder algemene voorziening wordt het aanbod van diensten of activiteiten verstaan dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Een algemene voorziening gaat voor een individuele maatwerkvoorziening. Algemene voorzieningen kunnen – gezien de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep – niet op de reguliere markt aangeboden worden, maar moeten door de gemeente gerealiseerd worden. Een algemene voorziening kan als basisvoorziening voorliggend zijn op een eventueel daarop te verstrekken maatwerkvoorziening en daarmee in bepaalde gevallen op passende wijze bijdragen aan de zelfredzaamheid van de klant. Wettelijk voorliggende voorziening Vanuit de Wmo 2015 wordt er eerst beoordeeld of de hulpvraag via een andere wet ingevuld kan worden. Wetten als de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Jeugdwet kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo 2015. De verantwoordelijkheid van de gemeente houdt op als iemand een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft.

De zorg valt dan onder de Wlz, ook als deze thuis wordt ontvangen. De doelgroep die op dit moment gebruik maakt van beschermd wonen, kan hierop een uitzondering vormen. Ook kan een maatwerkvoorziening worden geweigerd als aanspraak is op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

8

Voorts kan het zijn dat medicijnen of een behandeling de behoefte aan ondersteuning of een deel daarvan wegnemen. Deze worden vergoed vanuit de Zvw en zijn voorliggend. Voor ondersteuningsvragen van personen jonger dan 18 jaar op het gebied van zelfredzaamheid en participatie is de Jeugdwet voorliggend, met uitzondering van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen. Beoordeeld wordt of er aanspraak is of kan worden gedaan op een wettelijk voorliggende voorziening. Is er desondanks een maatwerkvoorziening noodzakelijk dan wordt deze onder meer (artikel 2.3.5. Wmo 2015) afgestemd op: -

de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt, zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet die de cliënt ontvangt of kan ontvangen, onderwijs dat de cliënt volgt dan wel zou kunnen volgen, betaalde werkzaamheden, scholing die de cliënt volgt of kan volgen, ondersteuning ingevolge de Participatiewet; de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt.

HOOFDSTUK 2. MAATWERKVOORZIENINGEN De maatwerkvoorzieningen in de Wmo 2015 hebben betrekking op zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of dagopvang. Vanuit de Wmo 2015 wordt er een maatwerkvoorziening verstrekt als de hulpvraag niet op eigen kracht of gebruikelijke hulp of met een algemene of algemeen gebruikelijke voorziening kan worden opgelost. Ook wordt er na de melding onderzocht of en in hoeverre belanghebbende op grond van andere regelgeving in aanmerking komt voor een oplossing voor zijn probleem.

Zelfredzaamheid en participatie Onder de maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid en participatie vallen onder meer: hulp bij het huishouden, wonen in een geschikt huis, het lokaal en regionaal verplaatsen, kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger en begeleiding. Hieronder wordt ingegaan op de maatwerkvoorzieningen met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie en de criteria waaronder deze verstrekt worden.

 Hulp bij het huishouden Het kunnen voeren van een huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. De gemeente is vanuit de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners die niet in staat zijn de huishoudelijke taken uit te voeren en/of (zelfstandig) een gestructureerd huishouden te voeren en de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Bij de hulp bij het huishouden is het uitgangspunt dat iedereen kan leven in een schoon en leefbaar huis en gebruik moet kunnen maken van de leefruimtes die dagelijks in gebruik zijn (zie ook bijlage 1).

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

9

Beoordeling hulp bij het huishouden Bij de beoordeling van een hulpvraag op dit gebied wordt per onderdeel een afwegingskader doorlopen. Er wordt onder meer gekeken of er gebruikelijke hulp is. Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of er sprake van inwonendheid is, wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten gas, elektra of water, voordeur e.d. door elkaar lopen. Verder wordt beoordeeld of van voorliggende voorzieningen gebruik gemaakt kan worden. Als dit niet het geval is, kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt. Er wordt hier uitgebreider ingegaan op de afwegingskaders voor de werkzaamheden die vallen onder de hulp bij het huishouden. Deze zijn als volgt.

a. licht en zwaar huishoudelijk werk Hieronder vallen onder meer: opruimen, stoffen, afwassen, bedden verschonen en opmaken, stofzuigen, dweilen en het binnen ramen wassen. Afwegingskader  Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en leefbaar te houden.  Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het gebruik van een glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant.  Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de handicap, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het huishouden.

Een andere optie is de (vrijwillige) hulp die wordt geboden door bijvoorbeeld bloed- en aanverwanten (in de eerste graad), waaronder (schoon)dochters en (schoon)zonen. Met deze (reeds aanwezige) hulp wordt rekening gehouden bij het bepalen van de eventueel verder benodigde ondersteuning vanuit de Wmo.  Ook beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke hulp. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enzovoort. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

10

Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke hulp wel voor geïndiceerd worden.  De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Daarbij worden verschillende tarieven gehanteerd voor verschillende situaties.  Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit kan in twee situaties het geval zijn. Bij de eerste situatie komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Dan kan op naam van de verzorgde hulp plaats vinden. De tweede situatie betreft het niet toekomen aan het schoonmaken van het eigen huis. Dan zou aan de (dreigend) overbelaste mantelzorger hulp geboden kunnen worden.

b. boodschappen doen en maaltijden bereiden Bij het boodschappen doen worden slechts goederen voor de primaire levensbehoeften gehaald. Hieronder vallen: de levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/ wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. De grotere inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten, vallen hier niet onder. Onder het bereiden van de maaltijden valt: broodmaaltijd en/of warme maaltijd. Met een dieet wordt rekening gehouden als deze medisch noodzakelijk is. Afwegingskader  Onder goederen voor primaire levensbehoeften worden gerekend de boodschappen inzake levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks nodig zijn en zo nodig de bereiding van maaltijden.  Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te denken aan het gebruik van een boodschappenservice, zowel die beschikbaar gesteld zijn door supermarkten, als die zijn opgezet door de gemeente of door vrijwilligersorganisaties. Als het gaat om het bereiden van maaltijden kan bekeken worden of vormen van maaltijdvoorziening of het gebruik maken van kant en klare maaltijden mogelijk en bruikbaar zijn.  Vervolgens beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke hulp. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot.

Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door het doen van (kleine) boodschappen en het (voor)bereiden van de maaltijd. Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Hier zal dan, zo nodig, wel voor geïndiceerd kunnen worden.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

11

 Daarna zal het college beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat in de omgeving wonende bekenden, vrijwilligers en/of kinderen gewend of bereid zijn deze boodschappen te doen of de maaltijden te bereiden.  Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college compenseren met een maatwerkvoorziening.  Bij boodschappen is het uitgangspunt: één maal in de week boodschappen doen. Een uitzondering wordt door het college alleen gemaakt als volstrekt helder is dat dit niet in één maal per week mogelijk is.  De maatwerkvoorziening kan door het college in natura als ook via een persoonsgebonden budget toegekend worden.  Het college houdt rekening met de belangen van mantelzorgers.

c. wasverzorging De wasverzorging leidt tot het beschikken over schone kleding en beddenlinnengoed. De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat schoongemaakt worden. Dit betekent het sorteren, wassen, ophangen en afhalen of drogen in de droger, opvouwen, opbergen van het wasgoed en eventueel en in bepaalde situaties strijken van bovenkleding. We spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. Het kopen van kleding valt niet onder de maatwerkvoorziening. Mogelijk kan een vrijwilliger hierbij helpen. Afwegingskader  Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te denken aan het gebruik van een wasserij als dat in de lijn ligt.  Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf door belanghebbende van een wasmachine en/of droger.  Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke hulp.

Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het tillen en eventueel ophangen van de was. Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding zal het over het algemeen gaan om uitstelbare taken. Alleen als de was niet kan blijven liggen, zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijke Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

12

gebruikelijke hulp wel voor geïndiceerd kunnen worden.  Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college compenseren met een maatwerkvoorziening.  Tot de werkzaamheden behoren onder meer het wassen en drogen van de kleding en eventueel licht verstelwerk.  Wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken. Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken.  Er zal met de mantelzorger rekening worden gehouden met het oog op dreigende overbelasting.

d. het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Het gaat hierbij om een ouder of ouders die ten gevolgen van beperkingen tijdelijk niet in staat is/zijn de verzorging en/of opvang van de kinderen uit te voeren. Hieronder vallen werkzaamheden als: wassen en aankleden, hulp bij eten en drinken, maaltijd voorbereiden en opvoedactiviteiten. De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is in eerste instantie een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er zorg voor dragen dat er op tijden dat zij beide werken opvang voor de kinderen is. Dat kan op de manier waarop zij dat willen (oppasoma/ opa, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing moeten zoeken. De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de ruimte ontstaat om een al dan niet tijdelijke oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost zodat er gezocht kan worden naar een permanente oplossing. Het ondersteunen bij de opvoeding in een ontregeld gezin valt onder de Jeugdwet en intensieve zorg voor gehandicapte kinderen, die de gebruikelijke zorg overstijgt, valt onder de Wet langdurige zorg.

Afwegingskader  Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang, kinderopvang, opvang door grootouders enzovoort.  Ook beoordeelt het college de mogelijkheden van zorg- en/of ouderschapsverlof.  Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college compenseren met een maatwerkvoorziening.  Bij tijdelijke opvang gaat het om die tijden dat de partner vanwege werkzaamheden niet thuis is. Dat kan dus gaan om maximaal 40 uur, bij een 40-urige werkweek, plus de noodzakelijke reistijden.  Bij de toekenning stelt het college bij beschikking vast om welke tijdelijke periode het gaat en op welke wijze gezocht dient te worden naar een definitieve oplossing. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

13

 Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen als het gaat om het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.

e. dagelijkse organisatie van het huishouden De dagelijkse organisatie van het huishouden wordt geïndiceerd bij klanten die door het ontbreken van regie geen inzicht (meer) hebben in de administratieve werkzaamheden, de organisatie van het huishouden en het plannen en beheren van middelen. Onder het doen van de administratie valt het openen en doornemen van de post en lichte administratieve werkzaamheden, zoals het in de gaten houden of rekeningen betaald worden. Afwegingskader  Voordat de activiteiten die vallen onder de dagelijkse organisatie worden toegekend wordt onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van gebruikelijke hulp, het sociale netwerk, vrijwilligers of voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen. Te denken valt hierbij aan het inschakelen van budgetbegeleiding, budgetbeheer, schuldhulpverlening of een bewindvoerder. Ook zijn er meerdere organisaties die op dit vlak hulp aanbieden, bijvoorbeeld Formulierenbrigade, Broodnodig, Grip op de knip en Kwadraad.  Er is over het algemeen sprake van begeleiding als er op meerdere gebieden van het dagelijks leven ondersteuning nodig is. Hierbij kan de overweging gemaakt worden om alles onder begeleiding onder te brengen of naast begeleiding de dagelijkse organisatie van het huishouden te indiceren.

f. hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische stoornissen Hieronder kan observeren vallen, evenals het formuleren van doelen met betrekking tot de huishouding, het helpen verkrijgen of handhaven van de structuur in het huishouden, het helpen verkrijgen/handhaven van zelfredzaamheid ten aanzien van budget, het begeleiden ouders bij opvoeding (beperkt en in combinatie met andere onderdelen) en begeleiding van kinderen. Afwegingskader  Voordat de activiteiten die vallen onder hulp bij ontregelde huishouding worden toegekend wordt onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen. Te denken valt hierbij aan begeleiding vanuit de Jeugdwet.  Ook beoordeelt het college of sprake is van gebruikelijke hulp door huisgenoten  Daarna zal het college boordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat kinderen, bekenden of vrijwilligers bereid zijn deze taak op zicht te nemen.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

14

g. advies, instructie, voorlichting gericht op het huishouden Hieronder vallen activiteiten als het geven van instructie over hoe bepaalde huishoudelijke werkzaamheden uitgevoerd worden en het gebruik van hulpmiddelen hierbij. Dit wordt kortdurend voor maximaal 6 weken tot 3 maanden toegekend. Afwegingskader  Voordat de activiteiten die vallen onder hulp bij ontregelde huishouding worden toegekend wordt onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen.  Ook beoordeelt het college of sprake is van gebruikelijke hulp door huisgenoten.  Daarna zal het college boordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat kinderen, bekenden of vrijwilligers bereid zijn deze taak op zicht te nemen.  Er wordt beoordeeld of iemand leerbaar is om huishoudelijke werkzaamheden binnen 6 weken tot 3 maanden eigen te maken. Als er gedurende langere periode instructie nodig is, wordt beoordeeld of er begeleiding of een andere voorziening nodig is.

 Wonen in een geschikt huis Bij wonen in een geschikte huis wordt onderzocht hoe iemand met beperkingen (zoveel mogelijk) zelfstandig kan blijven wonen. Als het gaat om een geschikt huis is er een reeks aan mogelijke wijzen van compensatie. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook kan het mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is of een woning die makkelijker geschikt te maken is. Afhankelijk van de aanpassingen die nodig zijn, wordt de mogelijkheid van verhuizen onderzocht. Het primaat van verhuizen wordt in ieder geval onderzocht als de aanpassingen die nodig zijn of op grond van de vooruitzichten nodig zullen zijn meer dan € 10.000,00 kosten. Geschikt huis Als het gaat om het wonen in een geschikt huis hebben we het over de woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt is daarbij dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Een woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken van een woning. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen.

Bij de keus van een woning mag er van uit worden gegaan dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, rekening houdend met bestaande of bekende komende beperkingen. Als de woning dan nog niet geschikt is kan de gemeente compenseren. Bij wonen in een geschikt huis gaat het om woningen op het niveau sociale woningbouw. Persoonskenmerken en behoeften kunnen het noodzakelijk maken hiervan eventueel naar boven of beneden af te wijken, maar omvangrijke woningen en zeer grote ruimten zullen niet als uitganspunt voor compensatie gelden.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

15

Heeft iemand een woning dan zal de compensatieplicht betekenen dat, in aanvulling op artikel 8 lid 1 onder a van de Verordening, hij in aanmerking kan komen voor een (maatwerk)woonvoorziening als hij aantoonbare beperkingen heeft bij het normale gebruik van zijn woning. Let wel: Geen (maatwerk)voorziening wordt toegekend wanneer een situatie als genoemd in het hoofdstuk ‘Voorliggend aan ondersteuning vanuit de Wmo’ van deze beleidsregels van toepassing is. Normale gebruik Uit jurisprudentie blijkt dat woonvoorzieningen tot doel hebben beperkingen bij het normale gebruik van de woning te compenseren. Onder het normale gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn (d.w.z.: bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar). Het gaat daarbij om eten, slapen, bad en toiletgebruik, koken en keukengebruik (bereiden van voedsel). Ook het normaal gebruik kunnen maken van de berging, de tuin of het balkon valt hieronder. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woonruimte. Het gebruik van een hobby- of studeerruimte past hierin niet, omdat het geen elementaire woonfunctie betreft. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel.

Voorzienbaarheid Uit de criteria voor een maatwerkvoorziening in artikel 8 van de verordening blijkt dat de belanghebbende alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs niet vermijdbaar was, de voorziening niet voorzienbaar was of van de inwoner niet verwacht kon worden dat hij maatregelen getroffen zou hebben die de hulpvraag overbodig hadden gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer men verhuist naar de woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de cliënt men niet in aanmerking komt voor woningaanpassingen. Afwegingskader  Als het gaat om een geschikte woning waarbij er beperkingen in het normale gebruik van die woning zijn, is er een reeks aan mogelijke wijzen van compensatie. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook kan het mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is, of die goedkoper en gemakkelijker geschikt te maken is.  Het college beoordeelt allereerst of het wonen in een geschikt huis ook te bereiken is via een verhuizing. Deze beoordeling vindt in ieder geval plaats als de aanpassing van de woning het bedrag van € 10.000,00 te boven gaat. Dit is het zogenaamde primaat van verhuizing.

Uitganspunt bij de beoordeling zijn enerzijds de behoeften van de belanghebbende en anderzijds is er de noodzaak tot een doelmatige besteding van gemeenschapsgelden, waardoor zo veel mogelijk aanvragers gecompenseerd kunnen worden met de beschikbare middelen. Bij de beoordeling zullen alle aspecten worden meegewogen:  Financiële consequenties van de verhuizing voor belanghebbende.  Rekening houdend met eventuele mogelijkheden op financieel gebied, maakt het college een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de mogelijke nieuwe woning. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

16

 De termijn waarop een woning beschikbaar is.  De snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost speelt een rol in het afwegingsproces. In een aantal gevallen kan verhuizen het woonprobleem sneller oplossen, als er snel een geschikte aangepaste of eenvoudig aan te passen woning beschikbaar is. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat het aanpassen van een woning een snellere oplossing biedt als er niet binnen een bepaalde tijd een geschikte woning vrij komt. Uit de jurisprudentie blijkt dat het essentieel is dat uit het indicatieadvies blijkt binnen welke medisch aanvaardbare termijn een oplossing gevonden moet zijn voor het woonprobleem.  Sociale factoren. Sociale omstandigheden waarmee het college rekening houdt zijn bijvoorbeeld psychische en sociale factoren, de voorkeur van belanghebbende, de binding van belanghebbende met de huidige woonomgeving, de nabijheid van de voor belanghebbende belangrijke voorzieningen, de aanwezigheid van familie, vrienden en kennissen in de nabijheid van de woning als er sprake is van mantelzorg. De sociale omstandigheden moeten in het indicatie-onderzoek zoveel mogelijk geobjectiveerd worden. De sociale factor zal minder zwaar wegen in het voordeel van aanpassen, als dicht in de buurt van de huidige woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden.

Als de beoogde nieuwe woning dicht bij belangrijke voorzieningen, zoals winkels en werkplek is gelegen kan dat de beslissing in het voordeel van verhuizen beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dan ook minder vervoersvoorzieningen nodig zijn.  Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen in de overwegingen: o huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woonruimte; o de kosten van de vergoeding voor verhuiskosten. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het besluit, tot het al dan niet toepassen van het primaat van verhuizen, ten grondslag worden gelegd.  Voor zover belanghebbende kan verhuizen, naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning kan een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het college rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare verhuizing wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding toegekend.  Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning, gaat het college ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst.

Daarbij is uitgangspunt dat de uitgaven die de verzorgende(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. De gemeente kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

17

vergunningen op het gebied van ruimtelijke ordening.  Als voor het wonen in een geschikt huis het resultaat het noodzakelijk is dat er een aanbouw geplaatst wordt, besluit het college vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen woningen zal de kans op hergebruik miniem zijn. Daarom kiest het college bij eigen woningen als het maar enigszins kan voor het plaatsen van een herbruikbare losse woonunit en heeft aandacht voor de RO- vergunning.  Als het gaat om een aanbouw bij een eigen woning zal het college allereerst beoordelen wat iemands mogelijkheden zijn om uit een oogpunt van kosten zelf in de compenserende voorziening te voorzien. Als het mogelijk is deze aanbouw zelf te financieren, bijvoorbeeld door een hypotheek op de woning vestigen waarvan niet wordt afgelost, zodat de kosten beperkt blijven tot de rentekosten, waarop bij belastingaangifte renteaftrek mogelijk is, zal eerst naar deze mogelijkheid gekeken worden.  Als een inpandige aanpassing mogelijk is, zal het college allereerst die situatie beoordelen voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt.  Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het college altijd eerst met een programma van eisen, waarmee zo nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden.

 Een aanpassing aan de woning kan door het college in natura en als persoonsgebonden budget worden verstrekt aan belanghebbende.  Bij het bepalen van woonvoorzieningen houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die die door mantelzorgers bediend moeten worden.  Op basis van het feit dat maatwerkvoorzieningen op grond van de wet in hoofdzaak zijn gericht op het individu en op diens eigen woonruimte, worden in beginsel geen voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen verstrekt. Alleen wanneer zonder een van de hieronder genoemde voorzieningen de woning voor belanghebbende ontoegankelijk blijft, kan het college deze voorziening verlenen aan gemeenschappelijke ruimten: a. Het verbreden van toegangsdeuren; b. Het aanbrengen van elektrische deuropeners; c. Het aanleggen van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel); d. Het plaatsen van drempelhulpen; e. Het aanbrengen van een tweede trapleuning bij een portiekwoning; f. Een opstelplaats voor een rolstoel of scootmobiel.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

18

 Andere toegankelijkheidsproblemen in de gemeenschappelijke ruimten dan genoemd onder a t/m f zullen dan in de regel wel op andere wijze gecompenseerd moeten worden, mogelijk door toepassing van het primaat van de verhuizing (en het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding).  Bij aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten zal het college ook beoordelen of het verantwoord is voorzieningen op een voor eenieder bereikbare plaats te zetten. Ook kijkt het college naar zaken als slijtage door weer en wind.  Het aanpassen van doelgroepgebouwen zal gebeuren conform de afspraken zoals die door het college gemaakt zijn of worden met de eigenaar van deze woningen.  Een maatwerkwoonvoorziening wordt alleen verstrekt als het woonruimten betreft die als zelfstandige woonruimte in het kader van de Wet op de huurtoeslag ook als zodanig aangemerkt worden. Dit betekent dat geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, verzorgingstehuizen, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur.  Geen maatwerkvoorzieningen worden verstrekt in woninggebouwen die specifiek gericht zijn op mensen met beperkingen of ouderen en waarvan verwacht mag worden dat al voorzieningen getroffen zijn inde gemeenschappelijke ruimten of dat voorzieningen bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden meegenomen.

Lijst van woonvoorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn Er is geen complete lijst van woonvoorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn, maar voorbeelden zijn: -

Mengkranen (zowel eengreeps als thermostatisch; Keramisch- of inductiekookplaat; Verhoogd toilet of toiletverhoger; Tweede toliet/sanibroyeur; Renovatie van badkamer en keuken 1; Antislipvloer/coating; Wandbeugels; Zonwering (inclusief elektrische bediening); Badzitje standaard; Centrale verwarming; Douchekop op glijstang; Losse airco-units; Luchtvochtigers en ontvochtigers; Stangen voor raambediening van hoge ramen (er is ook een elektrische variant van een raamopener); - Verhuizing, die in relatie tot de leeftijd van de cliënt voor de betrokken cliënt voorzienbaar en algemeen gebruikelijk is; 1 Bij een aanvraag voor een aanpassing van een badkamer of keuken kan er rekening worden gehouden met de conditie waarin

de badkamer of keuken verkeert. Wanneer bijvoorbeeld de badkamer technisch functioneel is en in goede staat verkeert, dan is het niet vanzelfsprekend dat de eigenaar van de woning (volledig) verantwoordelijk is voor het vernieuwen van de badkamer. Indien de badkamer in een slechte staat verkeert en/of technische gebreken heeft dan is de eigenaar zelf verantwoordelijk voor het aanpassen van de badkamer. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

19

- Woningaanpassing of andere voorziening aan/in de woning, die in relatie tot de leeftijd, de gezinssituatie of de woonsituatie van de cliënt voor de betrokken cliënt voorzienbaar en algemeen gebruikelijk is; - Vaatwasser; - Wasdroger; - Ophogen tuin/bestrating bij verzakking.

 Verplaatsen in en om de woning Cliënt moet zich in, om en nabij zijn woning kunnen verplaatsen. Daarbij dient gedacht te worden aan het verplaatsen in het kader van het wonen, waarbij de woning bij alle verplaatsingen centraal staat. Alle andere verplaatsingen, die verder gaan dan de woning (zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek gaan bij een buurman of het maken van een ommetje) horen bij: lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Bij deze verplaatsingen horen wel de verplaatsing naar een centrale hal in een flat, waar veelal de brievenbussen zijn, of het gebruik van een balkon of het gebruik van de tuin. Wat de tuin betreft moet het mogelijk zijn in die tuin te komen, de inrichting van de tuin is een eigen verantwoordelijkheid. Voor het verplaatsen in de woning geldt dat de normale woonruimten bereikt moeten kunnen worden. Te denken valt daarbij aan de woonkamer, de slaapkamer(s), het toilet en de douche. Als er een berging is, moet ook de berging bereikt kunnen worden, als belanghebbende deze daadwerkelijk gebruikt. In principe valt het bereiken van zolders zonder stahoogte, veelal bereikbaar zonder vaste trap, met bijvoorbeeld een vlizotrap, niet onder de normale woonruimten die bereikt moeten kunnen worden. Het doel hierbij is dat men zich in die ruimten zodanig kan verplaatsen en zich daardoor zodanig kan redden dat normaal functioneren mogelijk is.

Om dit te bereiken wordt beoordeeld of en waar ondersteuning met een hulpmiddel nodig is. Dit hulpmiddel hoeft bij verstrekking niet nieuw te zijn. Een voorbeeld van een hulpmiddel is een rolstoel. Een tillift zou ook een voorbeeld kunnen zijn. Doordat een belangrijk deel van de tilliften vanwege aard- en nagelvaste verbinding met het plafond gerekend worden tot de voorzieningen waardoor in een geschikte woning gewoond kan worden, wordt de tillift verder beschouwd als een voorziening die daar onder valt. Als cliënt beperkingen heeft bij het verplaatsen in en om de woning kan een rolstoel als maatwerkvoorziening worden verstrekt. Er zijn de volgende rolstoelvoorzieningen: -

Handmatig voortbewogen rolstoel Elektrische rolstoel en/of Aanpassingen aan de rolstoel.

Met aanpassingen worden extra onderdelen op de rolstoel bedoeld die niet standaard geleverd worden, maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires zoals een boodschappenmand of een extra spiegel zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed. Voor rolstoelen geldt dat voor incidenteel gebruik een beroep op de uitleenservice of op rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikbaar zijn, zoals in pretparken, dierentuinen of ziekenhuizen, gedaan kan worden. Voor een rolstoel die niet in en om de woning gebruikt wordt, maar bijvoorbeeld uitsluitend voor uitstapjes wordt verwezen naar het afwegingskader bij lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

20

Bewoners van een (Wlz-)instelling kunnen voor een rolstoel een beroep doen op de Wet langdurige zorg (Wlz). Afwegingskader  Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Daarom gaat het hier om belanghebbenden die voor het dagelijks zittend verplaatsen, zijn aangewezen op een rolstoel.  Rolstoelen voor het zogenoemde ‘incidentele’ gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen niet onder verplaatsen in en om de woning. Hiervoor wordt verwezen naar het afwegingskader bij lokaal verplaatsen per vervoermiddel.  Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik, zal in de regel via een medisch en al dan niet ergotherapeutisch advies door het college een programma van eisen worden opgesteld.  Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.  Bij verstrekking in natura vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de verstrekking.  Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die belanghebbende zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen. Zou belanghebbende een geschikte, gebruikte rolstoel ontvangen hebben, dan zal het te verstrekken bedrag gebaseerd zijn op deze rolstoel, qua prijs maar ook qua beperkte levensduur vanwege het al afgeschreven deel.

 Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een ondersteunende motorvoorziening verschaft kan worden.

 Lokaal verplaatsen per vervoermiddel De Wmo heeft tot doel om cliënten te laten participeren in de samenleving. Vervoer speelt hierbij een belangrijke rol. Er zijn 3 schaalniveaus waarop gereisd kan worden: - Lokaal: dit zijn de verplaatsingen over de korte afstanden, vooral binnen de eigen gemeente; - Regionaal: dit zijn de verplaatsingen binnen de regio over afstanden van maximal ca. 25 km (5 OV-zones); - Bovenregionaal: dit zijn de verplaatsingen buiten het regionale gebied. Dit vervoer is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het ministerie van VWS is opdrachtgever voor dit vervoer. Momenteel staat dit vervoer bekend onder de naam Valys.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

21

De verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. Dat zijn verplaatsingen die niet uitsluitend te maken hebben met verplaatsingen in het kader van een betaalde baan. Als men voor woon-werkverkeer een aangepaste voorziening nodig heeft, kan mogelijk een beroep worden gedaan op bijvoorbeeld de Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de participatie-wet. Een collectief vervoersysteem kan de prioriteit hebben, zodat de keuze voor een persoonsgebonden budget beperkt kan worden, mits men rekening houdt met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Net als voor personen zonder beperkingen geldt, dient men in de regel voor het vervoer een bijdrage te betalen al dan niet in de vorm van een tarief. Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft al 40 jaar een auto en is gewend daar alles mee te doen), zal er geen noodzaak zijn te compenseren omdat er geen probleem is of omdat men het zelf kan oplossen. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de beperkingen ook het inkomen daalt. Afwegingskader 

Beoordeeld wordt wat de problemen en beperkingen van de cliënt zijn op het gebied van vervoer.

Om voor een individuele voorziening in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of in het gesprek alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Er wordt gekeken in hoeverre cliënt zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien, bijvoorbeeld: cliënt heeft zelf een fiets (met trapondersteuning), een auto, een brommer, kan meerijden of gebruik maken van het algemeen toegankelijke deel van de locale vervoersvoorziening.

Voor vervoer van en naar het ziekenhuis kan de Zorgverzekeringswet voorliggend zijn. Het gaat om vervoer naar- en van medische behandeling EN er moet sprake zijn van:

- Het ondergaan van nierdialyses; - Behandelingen bij kanker met chemotherapie, immuuntherapie of radiotherapie; - Het zich uitsluitend per rolstoel kunnen verplaatsen; - Een zeer beperkt gezichtsvermogen waardoor verplaatsen zonder begeleiding niet mogelijk is; - Een leeftijd jonger dan 18 jaar, waarbij gebruik gemaakt wordt van verzorging vanwege complexe somatische (lichamelijke) problematiek, of aanwezigheid van een lichamelijke handicap. 

Als het college dient te compenseren, zal gekeken worden waar de vervoersbehoefte van de cliënt uit bestaat.

Aan de hand van deze vervoersbehoefte zal het college beoordelen of deze behoefte bij een cliënt met een maximale loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer. Hierbij houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de cliënt.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk versie 2022

22

Met een systeem voor collectief vervoer of met een andere individuele voorziening dient tenminste een afstand van 1500 km per jaar te kunnen worden afgelegd. Indien daar aanleiding voor is kan het college dit aantal ophogen.

Bij dit aantal kilometers kan het gebruik van een andere, verstrekte, voorziening zoals een scootmobiel, meegenomen worden hetgeen invloed kan hebben op het aantal kilometers (zie Bijlage 3).

Bij een cliënt met een loopafstand van minder dan 400 meter zal het college beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de zeer korte afstand.

 Bewoners van een (Wlz-)instelling kunnen voor een scootmobiel een beroep doen op de Wet langdurige zorg (Wlz). 

Rolstoelen voor het zogenoemde ‘incidentele’ gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, kunnen ook als een voorziening in dit kader worden gezien, maar alleen als ‘goedkoper adequate’ voorziening al dan niet in combinatie met andere daarop afgestemde voorzieningen.

Indien collectief vervoer niet mogelijk of niet beschikbaar is, kan het college een individuele voorziening in de vorm van een voorziening in natura (taxipas, rolstoeltaxipas) of een persoonsgebonden budget te besteden aan vervoer verstrekken (zie ook Bijlage 3).

Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn van de auto, beoordeelt het college of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden. Alleen dan komt men in aanmerking voor een individuele voorziening.

Kinderen hebben ten opzichte van volwassenen geen volledige vervoersbehoefte. Deze is naar leeftijdscategorieën als volgt ingedeeld: o Voor de groep van 0 tot 5 jaar is er geen zelfstandige vervoersbehoefte. o Voor de groep van 5 tot 12 jaar is de vergoeding maximaal 50% van de volledige

voorziening.

o Voor de groep van 12 tot 15 jaar is de vergoeding maximaal 75% van de volledige

voorziening.

o Voor de groep van 15 tot 18 jaar is de vergoeding maximaal 100% van de volledige

voorziening.

Voorzieningen kunnen door het college verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10999549/1