CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 3. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 (2757897)

Raad 20 januari 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning 202227.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het voeren van regie over het doen van het huishouden Ondersteuning op dit resultaatgebied is aan de orde als de cliënt niet in staat is (zelfstandig) een gestructureerd huishouden te voeren en noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Ondersteuning bij het voeren van regie over het doen van het huishouden kan gericht zijn op de volgende twee resultaten: a. Het weer zoveel mogelijk oppakken van de regie door de cliënt In de situatie dat de cliënt leerbaar is om huishoudelijke taken (weer) zelf op te pakken, kan de cliënt worden ondersteund bij de organisatie van het huishoudelijk werk. b. en ander lid/andere leden van het huishouden zodat die in staat is/zijn om het huishouden over te nemen. Wanneer een cliënt de huishoudelijke taken wel zelf kan uitvoeren maar iemand anders moet er op toezien/stimuleren dat de werkzaamheden ook daadwerkelijk gebeuren, dan kan ook hiervoor ondersteuning worden geboden. Dit geldt ook wanneer de cliënt deze 51

huishoudelijke taken soms wel en soms niet, of alleen onder toezicht zelf kan uitvoeren. c. Structurele overname indien de cliënt niet in staat is om de regie (weer) te voeren . Activiteiten: De activiteiten bestaan uit:  Voeren van de regie over het huishouden  Instrueren, toezien, stimuleren, activeren of overname ten aanzien van: o Organisatie van huishoudelijke activiteiten (hoe en wanneer je huishoudelijke activiteiten uitvoert); o Het uitvoeren van licht administratieve werkzaamheden t.b.v. de klant; o De middelen (leren) te beheren in relatie tot de huishoudelijke activiteiten.  Hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische stoornissen Frequentie De frequentie is afhankelijk van de vorm van ondersteuning die geboden moet worden. Als er bijvoorbeeld toezicht moet worden gehouden op het feitelijk uitvoeren van de huishoudelijke werkzaamheden, dan is de ondersteuning gekoppeld aan de noodzakelijke frequentie van de huishoudelijke werkzaamheden zelf. Zoveel mogelijk zal een combinatie plaatsvinden met ondersteuning op andere resultaten binnen het resultaatgebied. Aspecten die bij dit resultaatgebied en de frequentie van werkzaamheden een rol spelen Wanneer er sprake is van een multi-problemsituatie, bijzondere situatie of crisis.

Hierbij gaat het om ondersteuning van het huishouden wanneer niet (meer) van de cliënt verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt of als disfunctioneren dreigt. Voorbeelden zijn een crisis waarbij opname niet mogelijk of wenselijk is of in geval van een terminale situatie. De situatie kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (eten en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren ernstig belemmerd wordt. Resultaat 4. Het tijdelijk of permanent realiseren van een hoger/intensiever niveau van hygiëne of schoonmaak Dit resultaatgebied is aan de orde wanneer een huishouden op grond van medische beperkingen van de cliënt tijdelijk of gedurende langere tijd een meer dan gebruikelijk niveau van hygiëne nodig heeft. Dit resultaat is ook van toepassing wanneer door medische beperkingen van de cliënt meer vervuiling van het huis optreedt. Een hoger/intensiever niveau van hygiëne is o.a. aan de orde in de volgende gevallen:  medisch objectiveerbare allergieën voor huisstofmijt of ernstige klachten als gevolg van COPD problematiek, nierfalen, chemotherapie;  extra bewassing of schoonmaak i.v.m.

incontinentie, overmatige transpiratie, speekselverlies, braken;  hogere vervuilingsgraad door bijvoorbeeld gebruik van noodzakelijke hulpmiddelen (bijvoorbeeld rolstoel);  een multi-problem of crisissituatie;  bedlegerige cliënten, waardoor het bed eventueel vaker verschoond moet worden, maar andere werkzaamheden eventueel minder frequent kunnen gebeuren. Dit resultaat is een uitbreiding van resultaat 1 qua frequentie voor het behalen van een basisniveau van een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat de werkzaamheden uit resultaat 1 uitgevoerd worden zoals het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van vloeren en sanitair, maar dan in een hogere frequentie of intensiteit (waaronder nat afnemen). Activiteiten: Zie resultaat 1 52

Frequentie: In aanvulling op omschrijving bij resultaat 1: Bij de frequentie van werkzaamheden spelen onder andere een rol:  of er sprake is van een psychogeriatrische/psychische/psychiatrische problematiek of communicatieproblemen;  indien sprake is van ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen of mobiliteit;  de gezinssamenstelling, waaronder de aanwezigheid van jonge kinderen. Resultaat 5. Het beschikken over primaire levensbehoeften en maaltijden Ondersteuning op dit resultaatgebied is aan de orde wanneer een cliënt niet in staat is om de noodzakelijke boodschappen in huis te halen en/of niet in staat is om de maaltijden te bereiden en er geen andere oplossingen bestaan (netwerk, voorliggende voorzieningen). Het doel van dit resultaat is a) dat de cliënt beschikt over de noodzakelijke producten voor levensonderhoud en b) voorzien wordt van maaltijden. Activiteiten: Bij resultaat a: boodschappen bestellen en/of doen en/of opbergen Bij resultaat b: Het verzorgen van maaltijden kan bestaan uit de volgende activiteiten:  Verzorgen van een warme maaltijd (inclusief opwarmen);  Verzorgen van een broodmaaltijd. Frequentie Uitgangspunt is het wekelijks in huis halen van de boodschappen. Bij het verzorgen van de maaltijd wordt uitgegaan van gemiddeld twee broodmaaltijden en één warme maaltijd per dag.

Er wordt alleen ondersteuning geboden voor het aantal dagen waarop (aanvullend) ondersteuning nodig is bij het verzorgen of opwarmen van de maaltijd. Het maximum is zeven dagen per week. Aspecten die bij dit resultaatgebied en frequentie van werkzaamheden een rol spelen  Een boodschappenservice is voorliggend. Alleen indien de cliënt geen gebruik kan maken van een boodschappenservice die de boodschappen thuis bezorgt, is een indicatie voor dit doel aan de orde.  Voor de maaltijden is van belang of cliënt in staat is gebruik te maken van een maaltijdservice, zoals tafeltje-dek-je of ‘open eettafels’ in de wijk/kern. Als dit het geval is, dan wordt hiermee rekening gehouden bij de indicatie. Een dergelijke maaltijdservice geldt niet als voorliggende voorziening als er sprake is van minderjarige kinderen in het gezin.  Als een cliënt ondersteuning krijgt bij de verzorging van de warme maaltijd dan hoeft er niet iedere dag gekookt te worden, koken voor twee dagen is mogelijk. Ook kan een broodmaaltijd alvast klaargemaakt en klaargezet worden gelijktijdig met het bereiden van een andere maaltijd of het uitvoeren van andere ondersteuning. Resultaat 6. Het aanleren van huishoudelijke taken of werkzaamheden Onder dit resultaat valt het leren bedienen van huishoudelijke apparatuur, het aanleren van huishoudelijke werkzaamheden en/of de wasverzorging.

Het aanleren van taken is kortdurend van aard met als eindresultaat dat de cliënt dit (deels) zelf - weer - kan. Bij ‘kortdurend’ wordt doorgaans uitgegaan van een periode van minimaal 6 weken tot maximaal 3 maanden. Indien er met het oog op het vergroten van de zelfredzaamheid 53

sprake is van een bredere ondersteuningsvraag, wordt onderzocht in hoeverre er een indicatie bestaat voor begeleiding. Het (kortdurend) aanleren van huishoudelijke taken of werkzaamheden kan nodig zijn wanneer bijvoorbeeld een cliënt met een beperking voor het eerst zelfstandig (met begeleiding) gaat wonen, vanuit Beschermd wonen naar Beschermd Thuis overgaat of bij het overlijden of opname van een partner die tot dan toe de huishoudelijke taken op zich nam. Activiteiten  Aanleren van huishoudelijke taken of werkzaamheden (kortdurend) Frequentie  Ten minste wekelijks of tweewekelijks Resultaat 7. Het geven van benodigde zorg voor kinderen Het resultaat van dit resultaatgebied wordt omschreven als: Het bij onverwachte noodsituaties in het gezin tijdelijk ondersteunen bij de zorg van kinderen. Onderstaand wordt aangegeven wat in een normale situatie bij gezonde kinderen, in een bepaalde leeftijdsfase verwacht kan worden in relatie tot het huishouden en de dagelijkse zorg. Er dient bij de indicatie altijd individueel beoordeeld te worden of de verwachting ook reëel is bij het kind van een cliënt. Indien dit niet het geval is, wordt er gemotiveerd afgeweken. Het gaat bij dit resultaatgebied om inwonende kinderen die tot het huishouden behoren. a.      b.       c.     

Kinderen van nul tot en met vier jaar: Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; Moeten veelal volledig verzorgd worden bij aan- en uitkleden, eten en wassen en toiletgang; Zijn tot vier jaar veelal niet zindelijk; Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding en hebben dit niet in verenigingsverband; Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van vijf tot en met elf jaar: Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; Hebben toezicht nodig en, afhankelijk van de leeftijd, steeds minder hulp) bij hun persoonlijke verzorging; Zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeels ook; Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, gemiddeld twee keer per week; Hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en naar hun activiteiten gaan; Hebben een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur per week. Kinderen van twaalf tot en met zeventien jaar: Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen en kunnen afhankelijk van de leeftijd en persoonlijke situatie enkele uren tot dagdelen alleen gelaten worden; Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging; Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, onbekend aantal keer per week; Hebben bij hun vrijetijdsbesteding geen begeleiding nodig in het verkeer.

Hebben een reguliere dagbesteding op school/opleiding. 54

Gebruikelijke hulp door kinderen/jongvolwassenen Onderstaand wordt aangegeven wat van gezonde kinderen in een bepaalde leeftijdsfase verwacht kan worden in relatie tot het geven van gebruikelijk hulp wat betreft het huishouden. Er dient bij de indicatie altijd individueel beoordeeld te worden of de verwachting ook reëel is bij het kind van een cliënt. Indien dit niet het geval is wordt er gemotiveerd afgeweken. a. Kinderen van nul tot en met vier jaar leveren geen bijdrage aan het huishouden. b. Kinderen van vijf tot en met twaalf jaar worden naar eigen mogelijkheid betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden, zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien. c. Kinderen van dertien tot en met zeventien jaar worden geacht te kunnen helpen bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien en hun eigen kamer op orde houden (waaronder wordt verstaan rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen). d. Huisgenoten van achttien tot en met twintig jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren. Dit wil ten minste zeggen het schoon houden van de sanitaire ruimte(n) en één kamer, de was doen voor één persoon, boodschappen doen voor één persoon, de maaltijden verzorgen, afwassen en opruimen.

Indien nodig en mogelijk kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun activiteiten behoren. e. Van huisgenoten van eenentwintig jaar en ouder wordt verwacht dat zij alle huishoudelijke activiteiten overnemen.

De gebruikelijke hulp die kinderen en jongvolwassenen binnen het gezin kunnen bieden, wordt in mindering gebracht op de indicatie voor het gezin. Het betreft te allen tijde maatwerk, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met studie en werk van de kinderen. Een dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal 3 maanden) omdat dan naar een structurele oplossing moet worden gezocht. Activiteiten: Activiteiten en omvang voor de zorg van kinderen zijn afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind en de mogelijkheden van de ouder(s). Te denken valt aan:  Naar bed brengen/uit bed halen  Wassen en kleden  Eten en/of drinken geven  Opvoedingsactiviteiten (toezicht en hulp bieden)  Begeleiden naar activiteiten in het kader van vrijetijdsbesteding Het is hierbij mogelijk om taken te combineren door bijvoorbeeld meerdere kinderen tegelijkertijd naar bed te brengen. Het bieden van opvang aan of oppas voor de kinderen valt niet onder dit resultaat. Frequentie: De zorg voor kinderen is een dagelijkse taak en kan maximaal 40 uur per week bedragen. De feitelijke frequentie is afhankelijk van de beschikbaarheid van netwerk, voorliggende voorzieningen etc. De indicatie wordt in principe afgegeven voor een maximale duur van drie maanden zodat ouder(s) de mogelijkheid krijgen een (structurele) oplossing te vinden. 55

Aspecten die bij dit resultaatgebied en de frequentie van werkzaamheden een rol spelen Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, zowel bij gezondheid als bij ziekte. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Hierbij dienen zij zelf naar oplossingen voor problemen in de zorg te zoeken. Zorgverlof, mantelzorg of andere voorliggende voorzieningen als kinderopvang kunnen een (deel)oplossing bieden bij problemen in de zorgverlening door een ouder. Indien deze zorg niet realiseerbaar is, dan kan een ondersteuning op grond van de Wmo overwogen worden. Bij een echtscheiding of beëindiging van de relatie vervalt niet de plicht om voor de kinderen zorg te dragen. Er dient wel rekening gehouden te worden met door de rechter vastgelegde afspraken rondom de zorg voor de kinderen. (Aanvullende) ondersteuning is alleen bij uitzondering en tijdelijk mogelijk als ouders door een acuut ontstaan probleem een oplossing nodig hebben. Door tijdelijk ondersteuning te bieden krijgen ouders de mogelijkheid in een (structurele) oplossing te voorzien. Van ouders mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Resultaat 8. Het ontlasten van (dreigend) overbelaste mantelzorgers Dit resultaat komt qua activiteiten overeen met resultaatgebied 1.

De frequentie is echter lager omdat het een tegemoetkoming betreft in de belasting. De activiteiten zijn erop gericht de (dreigend) overbelaste mantelzorger te ontlasten. Activiteiten Conform resultaatgebied 1 Frequentie Standaard 2 uur per week. Duur In beginsel is de toewijzing voor maximaal een half jaar met de mogelijkheid om, bij wijze van uitzondering, daarna nog éénmalig met maximaal een half jaar te verlengen. Als incidenteel blijkt dat één jaar hulp geen soelaas biedt, dan ontkom je bijna niet aan de conclusie dat de mantelzorg een te zware blijvende belasting is voor de betreffende mantelzorger en zijn andere (structurele) maatregelen noodzakelijk. Een tijdelijke voorziening dekt dan niet de lading van het probleem overbelast te zijn. Voorwaarden De volgende voorwaarden gelden:  De mantelzorger woont en verleent zorg in de gemeente Katwijk;  Er moet sprake zijn van (dreigende) overbelasting;   

De verleende mantelzorg is minimaal 8 uur per week gedurende minimaal 3 maanden; De hulp wordt uitsluitend verleend in de woning van de mantelzorger in de gemeente Katwijk; De mantelzorger stelt de hulp in de gelegenheid haar/zijn taken uit te voeren.

Eigen bijdrage Aangezien het in eerste instantie om een tijdelijke ondersteuning gaat ter overbrugging van een periode wordt geen eigen bijdrage gevraagd.

56

Aspecten die bij dit resultaatgebied een rol spelen Dit resultaat kan worden ingezet in het geval er sprake is van zelfstandige woonruimte/huisvesting van de zorg/hulpbehoevende en andere zelfstandige woonruimte/ huisvesting van de mantelzorger. Het arrangement is dus niet bedoeld voor de (dreigend) overbelaste mantelzorger die op hetzelfde adres verblijft als de zorg/hulpbehoevende. In dat geval ligt het namelijk voor de hand dat de zorg/hulpbehoevende zelf een beroep doet op een voorziening op grond van de wet. Het resultaat is in principe ook niet bedoeld voor mantelzorg ten behoeve van een zorg/hulpbehoevende, die in een (Wlz) instelling verblijft. Dan wordt er namelijk van uitgegaan dat de benodigde zorg/hulp vanuit de instelling geleverd wordt.

4.

Arrangementen Hulp bij het huishouden

ARRANGEMENT 1: HET BEHALEN VAN EEN BASISNIVEAU VAN EEN SCHOON EN LEEFBAAR HUIS Arrangement 1 wordt afgegeven indien een cliënt niet zelfstandig kan zorgen voor een basisniveau van een schoon en leefbaar huis. Het resultaat wat hiermee behaald wordt staat gelijk aan resultaatgebied 1. Wanneer als gevolg van objectiveerbare medische beperkingen een cliënt (en zijn leefomgeving) onvoldoende ondersteund wordt door de inzet van arrangement 1 kan gebruik gemaakt worden van een arrangement 2 of 3. Hier zal alleen sprake van zijn als er een extra resultaat of een ander resultaat behaald moet worden. ARRANGEMENT 2: HET BESCHIKKEN OVER SCHONE KLEDING EN BEDDENLINNENGOED Arrangement 2 bestaat uit arrangement 1 plus onderstaand resultaat: a. Het beschikken over schone kleding en bedden- en linnengoed Ad. a. beschikken over schone en draagbare kleding en/of bedden- en linnengoed: Wanneer een cliënt niet meer in staat is om zelf de wasverzorging te doen, zien we vaak dat dit wordt overgenomen door de mantelzorger. Wanneer dit echter om wat voor reden dan ook niet kan of niet voor handen is, kan een indicatie hiervoor nodig zijn. We zien een indicatie vaak bij cliënten met ernstige beperkingen vanwege een somatische aandoening. Rekening moet worden gehouden met extra bewassing in geval van medische problematiek (zoals genoemd bij resultaat 4).

ARRANGEMENT 3: REGIEVOERING Arrangement 3 bestaat uit arrangement 1 plus eventueel resultaten uit arrangement 2 plus onderstaand resultaat: a. Het voeren van regie over het doen van het huishouden Ad. a. Het voeren van regie over het doen van het huishouden Hierbij gaat het bijvoorbeeld om cliënten die (beginnend) dementerend zijn of een verstandelijke beperking hebben en daardoor de regie niet (meer) kunnen voeren. Daarnaast kan het gaan om ondersteuning van het huishouden wanneer niet (meer) van de cliënt verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt of als disfunctioneren dreigt. De hulp dient bij het uitoefenen van de ondersteuning zoveel mogelijk de klant te betrekken bij het maken van keuzes. Daarbij dient aangesloten te worden bij de capaciteiten, intellectuele vaardigheden en leervermogen van de klant. Bij een deel van deze groep zal geen sprake zijn van ontwikkelvermogen, eerder van afnemende zelfredzaamheid. Bewaken of het nog verantwoord is dat de klant zelfstandig woont, is daarom onderdeel van het resultaatgebied (signaleren en doorgeven aan de gemeente). 57

5.

Overzicht arrangementen

Resultaat

Tarief

Onderbouwing

1

Het behalen van een basisniveau van een €271,41 per maand schoon en leefbaar huis

2

1. Het behalen van een basisniveau van een schoon en leefbaar huis

Onderzoek Utrecht met aanvullende ruimte

€369,20 per maand

2. Het zorgdragen voor schone kleding, bedden- en linnengoed 3

1. Het behalen van een basisniveau van een schoon en leefbaar huis

€425,17 per maand

3. Het voeren van regie over het doen van het huishouden

-

Onderzoek Utrecht voor resultaat 1

-

CIZ-normering voor resultaat 2

-

Onderzoek Utrecht voor resultaat 1

-

CIZ normering i.c.m. lokale voorliggende voorzieningen voor resultaat 3

2. Optioneel: Het zorgdragen voor schone kleding, bedden- en linnengoed

6.

1

Resultaatgebieden op uurbasis

Resultaatgebied

Tarief

Onderbouwing

4. Het realiseren van een (tijdelijk) hoger niveau van hygiëne of schoonmaak

€28,20 per uur1

CIZ-normering

5. Het zorgdragen voor primaire levensbehoeften en maaltijden

€28,20per uur1

CIZ-normering

6. Het aanleren van huishoudelijke taken of werkzaamheden

€28,20 per uur1

CIZ-normering

7. Het geven van de benodigde zorg voor kinderen

€31,20 per uur

CIZ-normering

8. Het ontlasten van (dreigend) overbelaste mantelzorgers

€28,20 per uur

N.v.t. (standaard 2 uur per week)

I.c.m. arrangement 3 geldt hier het hogere tarief van €31,20 per uur

Voor een aantal resultaatgebieden geldt dat deze zich slecht verhouden tot de werkwijze met arrangementen. Voor deze resultaatgebieden wordt daarom de urensystematiek gehanteerd. Voor de resultaatgebieden 4, 5 en 6 geldt dat deze als extra resultaatgebied kunnen worden geïndiceerd, bovenop één van bovengenoemde arrangementen. Voor resultaatgebied 7 (zorg voor kinderen) geldt dat deze nooit in combinatie met een arrangement wordt verstrekt, aangezien ook de activiteiten van de overige resultaatgebieden onderdeel kunnen uitmaken 58

van dit resultaatgebied. Voor resultaatgebied 8 (het ontlasten van mantelzorgers) geldt dat standaard 2 uur wordt verstrekt.

7.

PGB

Bij verstrekking van PGB wordt gebruik gemaakt van de CIZ-normering. De hoogte van het budget voor hulp bij het huishouden wordt als volgt berekend: - Hulp bij het huishouden door een persoon die niet werkzaam is via een daartoe gekwalificeerde instelling wordt bepaald per uur tot een maximum van 65% van het geldende tarief voor zorg in natura. - Hulp bij het huishouden dat uitgevoerd wordt door een zelfstandige zonder personeel wordt bepaald per uur tot een maximum van 80% van het geldende tarief voor zorg in natura. - Hulp bij het huishouden door een persoon die werkzaam is via een daartoe gekwalificeerde instelling wordt bepaald op een uurtarief dat maximaal gelijk is aan het geldende uurtarief voor zorg in natura.

8.

Werkwijze

De cliënt meldt zich bij de gemeente Katwijk. De gemeente Katwijk onderzoekt de melding. Na het door de gemeente Katwijk verrichte onderzoek wordt naar de cliënt (al dan niet digitaal) een schriftelijk document gestuurd waarin het gespreksverslag is opgenomen met daarin de opgenomen globale geïndiceerde resultaatsgebieden. Dat document wordt ondertekend door de klant als aanvraag in de zin van artikel 2.3.5. Wmo 2015 aangemerkt. In het document wordt aangegeven dat er een ondersteuningsplan wordt gemaakt met de aanbieder om de resultaatsgebieden concreet in te vullen. In dat document wordt geen rechtsmiddelenclausule opgenomen. Binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag moet de beschikking worden afgegeven. Als de cliënt het niet eens is met de indicering in resultaatsgebieden, kan de cliënt bezwaar maken tegen de beschikking. Zorgaanbieders dienen voor het opstellen van het ondersteuningsplan gebruik te maken van het door de gemeente opgesteld format. Hierin worden per resultaatgebied concrete activiteiten benoemd, evenals de frequentie per activiteit. De gemeente voert een beoordeling uit van het ondersteuningsplan dat door de zorgaanbieder wordt opgesteld. Indien nodig wordt in overleg getreden met de aanbieder en de cliënt over het ondersteuningsplan.

De gemeente ziet er op toe dat zowel het geïndiceerde resultaatgebied als de concrete uitwerking daarvan individueel bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.

9.

Monitoring

1. Controle van de aanbieder De gemeente zal de verrichtingen van de aanbieder steekproefsgewijs controleren door – een onafhankelijke organisatie – onderzoek te laten doen naar de vraag of sprake is van een schoon huis. Uitgangspunt is dat 10-15% van de klanten per aanbieder wordt gemonitord, in een redelijke periode na de afgegeven beschikking. Hierdoor kan in individuele gevallen worden vastgesteld of de geïndiceerde resultaatgebieden worden bereikt en of de aanbieder de afspraken nakomt. Een verslag van een onafhankelijke organisatie waaruit blijkt dat aan de norm is voldaan (het huis schoon is) kan tevens van belang zijn bij bezwaar- en beroepsprocedures. 59

2. Meten van klanttevredenheid Naast een steekproefsgewijze controle van de aanbieder zal de klanttevredenheid worden gemeten. Er wordt contact opgenomen met de klant om te bezien of de klant tevreden is met de huishoudelijke ondersteuning. Indien de klant niet tevreden is kan samen met de zorgaanbieder het gesprek hierover worden aangegaan en kan (informeel) naar een oplossing worden gezocht. De klanttevredenheidsmeting kan (op termijn) breder dan huishoudelijke ondersteuning worden vormgegeven. In de uitwerking wordt bekeken in hoeverre bovenstaande vormen van monitoring met elkaar kunnen worden gecombineerd. Er moet rekening worden gehouden met de financiële consequenties om deze monitoring vorm te geven. Naast bovenstaande vormen van monitoring is van belang: Het jaarlijkse (verplichte) cliëntervaringsonderzoek Wmo. Dit onderzoek richt zich niet specifiek op hulp bij het huishouden maar op Wmo ondersteuning in brede zin. Contractmanagement. Het contractmanagement is gericht op gemaakte afspraken in de overeenkomsten, o.a. in de vorm van gesprekken met aanbieders over de uitvoering van de contracten. De toezichthouder Wmo. De toezichthouder is belast met het toezicht op de kwaliteit en de rechtmatigheid van de dienstverlening. Dit omvat zowel toezicht op basis van signalen die binnen komen, als proactief toezicht.

60

BIJLAGE 2. MAXIMALE VERGOEDING VAN KOSTEN ONDERHOUD, KEURING EN REPARATIE VAN LIFTEN In het geval dat liften niet door de gemeente in bruikleen zijn verstrekt, is het mogelijk om vergoeding te krijgen voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie. Er moet dan wel sprake zijn van een Wmo indicatie voor een individuele persoon voor de lift. Vergoeding wordt niet gegeven bij oneigenlijk dan wel onjuist gebruik van de lift. Alleen de werkelijk gemaakte kosten (met een maximum van de in de tabel genoemde bedragen) van keuring, onderhoud en reparatie aan de hieronder genoemde onderdelen komen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming. a. stoelliften (het Liftinstituut spreekt van traplift); b. rolstoelliften (het Liftinstituut spreekt van traplift); c. woonhuisliften (met kooi); d. staplateauliften of hefplateauliften (het Liftinstituut spreekt van platformlift zonder schacht tot maximaal 1.80m hoogte); e. balansliften (worden niet meer gemaakt); f. de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; g. elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren. De maximale vergoeding van kosten voor onderhoud en keuring van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen bedraagt: Keuring vergoeding 2022 Kosten excl. BTW

Frequentie periodieke keuring

Kosten periodieke keuring excl. BTW

ja ja ja

€ 361,99 € 361,99 € 361,99

1x per 4 jr. 1x per 4 jr. 1x per 4 jr.

€ 264,69 € 264,69 € 264,69

ja ja *)

€ 556,70 € 565,78 *)

1x per 1,5 jr. 1x per 1,5 jr. 1x per 1,5 jr.

€ 322,53 € 325,49 € 93,10 per uur

Keuring van liften

Beginkeuring

Stoellift Rolstoelplateaulift Staplateaulift Woonhuislift Hefplateaulift Balansliften

*) Balansliften worden niet meer nieuw gemaakt. Beginkeuringen zullen daarom nauwelijks nog voorkomen. Bestaande balansliften kunnen nog wel gewoon gekeurd en onderhouden worden. Hiervoor geldt een uurtarief van € 91,02: In de bovengenoemde bedragen zijn opgenomen de kosten voor de keuring (voorrijkosten + keuringstarieven) en de evt. noodzakelijke assistentie door de onderhoudsfirma.

61

Onderhoud vergoeding 2022 Onderhoud van

Frequentie

Stoellift Rolstoelplateaulift Staplateaulift Woonhuislift Hefplateaulift Balanslift

1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar 1x per jaar

Kosten excl. BTW incl. voorrijkosten € 182,54 € 182,54 € 182,54 € 264,69 € 264,69 € 182,54

Maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven: - 50% voor installaties geplaatst buiten de woning; - 50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen; - 50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging resp. elektrisch wegklapbare raildelen.

62

BIJLAGE 3. NADERE INVULLING: LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL Lokale vervoersvoorziening In Katwijk wordt via het Welzijnskwartier een lokale vervoersvoorziening gehanteerd onder de naam Katwijk Rijd(t) Mee. Deels is deze vervoersvoorziening algemeen toegankelijk, namelijk voor inwoners van 80 jaar en ouder, en deels betreft het een maatwerkvoorziening (voor inwoners jonger dan 80 jaar). Met deze voorziening kan men vervoerd worden binnen een bepaald werkingsgebied en binnen bepaalde tijden. Met de lokale vervoersvoorziening kan men vervoerd worden binnen Katwijk. De lokale vervoersvoorziening is bedoeld voor ouderen en mensen met een beperking, die geen gebruik kunnen maken van regulier openbaar vervoer. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer. Regiotaxi Holland Rijnland als collectieve vervoersvoorziening In de regio, waar Katwijk deel van uitmaakt, rijdt de Regiotaxi Holland Rijnland. Dit is een collectieve vraagafhankelijke vervoersvoorziening vervoersysteem, waarin het collectief Wmo-vervoer is opgenomen (= aanvullend openbaar vervoer). Als een algemene vervoersvoorziening geen oplossing biedt, dan moet dus eerst bezien worden of vervoer met de Regiotaxi mogelijk is voordat eventueel naar een duurdere individuele voorziening wordt gekeken.

Mocht evenwel in een specifieke situatie een individuele voorziening (geheel dan wel gedeeltelijk) goedkoper adequaat (compenserend) zijn dan het collectief vervoer, dan wordt – gezien artikel 8 lid 4 van de verordening – de individuele voorziening (geheel dan wel gedeeltelijk) verstrekt. Individuele vervoersvoorzieningen Als het collectief vervoer niet adequaat-compenserend is, zal een andere voorziening gekozen moeten worden voor het realiseren van lokaal en regionaal verplaatsen per vervoermiddel. Het kan dan gaan om een voorziening in natura (een bruikleenauto, een auto-aanpassing, een gesloten buitenwagen) of een persoonsgebonden budget, als alternatief voor een voorziening in natura of voor vervoer per auto, taxi of rolstoeltaxi. Voor verplaatsingen op de korte afstand kan gedacht worden aan een scootmobiel of een driewielfiets. Of een persoonsgebonden budget om dergelijke voorzieningen aan te schaffen. Een scootmobiel zal pas dan in aanmerking komen als alle algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen niet meer tot een oplossing kunnen leiden. Zo zijn elektrische fietsen inmiddels algemeen gebruikelijk en zullen ook dit soort vervoermiddelen in de afwegingen mee moeten worden genomen.

Afstemming van vervoersvoorzieningen Vervoer per (eigen) auto Voor zover de vervoersvoorziening betrekking heeft op het vervoer van een Wlz-bewoner, wordt in de regel een maximale vergoeding verstrekt van 70% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van. Met het verblijf in een Wlz- instelling wordt de betrokkene al geacht in een deel van het leven van alle dag te kunnen voorzien. Voor zover de vervoersvoorziening verstrekt wordt naast een open elektrische buitenwagen/ scootmobiel dan wel een elektrische buitenrolstoel, wordt in de regel een maximale vergoeding verstrekt van 50% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer. Met de open elektrische buitenwagen/scootmobiel of de elektrische buitenrolstoel wordt de betrokkene al geacht voor een groot deel in het leven van alle dag te kunnen voorzien. Zie ook Verordening Wmo artikel 16, lid 2. 63

Voor zover de vervoersbehoeften van echtgenoten/samenwonende partners niet of niet volledig samenvallen, wordt aan beiden gezamenlijk maximaal 150% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer toegekend. De kortingen, als hiervoor gemeld, kunnen cumuleren. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer en niet of in beperkte mate van het aanvullend openbaar vervoer c.q. CVV;  Betrokkene moet niet in staat zijn om zelf in zijn vervoersbehoefte te kunnen voorzien, in de zin van de Wmo. Bijzonderheden:  De vergoeding wordt met een maandelijkse frequentie op declaratiebasis uitbetaald;  De voorziening gaat in vanaf de dag waarop de aanvraag is ingediend en eindigt per de dag waarop het recht op de voorziening eindigt. Collectief vervoer Een Wmo-vervoersgeïndiceerde wordt geacht met de Regiotaxi Holland Rijnland op jaarbasis gemiddeld 1500 kilometer te kunnen reizen. Dit is het geval als de belanghebbende volledig is aangewezen op de Regiotaxi. Voor zover de vervoersvoorziening betrekking heeft op het vervoer van een Wlz-bewoner, wordt de Wmo-vervoersgeïndiceerde in de regel in staat gesteld om voor 70% met de Regiotaxi te kunnen reizen. Met het verblijf in een Wlz- instelling wordt de betrokkene al geacht in een deel van het leven van alle dag te kunnen voorzien. Zie ook Verordening Wmo artikel 16, lid 2.

Voor zover de vervoersvoorziening verstrekt wordt naast een open elektrische buitenwagen/ scootmobiel dan wel een elektrische buitenrolstoel, wordt de Wmo-vervoersgeïndiceerde in de regel in staat gesteld om voor 50% met de Regiotaxi te kunnen reizen. Met de open elektrische buitenwagen/scootmobiel of de elektrische buitenrolstoel wordt de belanghebbende al geacht voor een groot deel in het leven van alle dag te kunnen voorzien. De afstemmingen, als hiervoor gemeld, kunnen cumuleren. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer;  Betrokkene moet niet in staat zijn om zelf in zijn vervoersbehoefte te kunnen voorzien, in de zin van de Wmo;  Er is geen andere adequate/compenserende voorziening mogelijk die minder duur is. Vervoer per individuele taxi Voor zover de vervoersvoorziening betrekking heeft op het vervoer van een Wlz-bewoner, wordt in de regel een maximale vergoeding verstrekt van 70% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van. Met het verblijf in een Wlz- instelling wordt de betrokkene al geacht in een deel van het leven van alle dag te kunnen voorzien. Zie ook Verordening Wmo artikel 16, lid 2.

64

Voor zover de vervoersvoorziening verstrekt wordt naast een open elektrische buitenwagen scootmobiel dan wel een elektrische buitenrolstoel, wordt in de regel een maximale vergoeding verstrekt van 50% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer. Met de open elektrische buitenwagen/scootmobiel of de elektrische buitenrolstoel wordt de betrokkene al geacht voor een groot deel in het leven van alle dag te kunnen voorzien. Voor zover de vervoersbehoeften van echtgenoten/samenwonende partner niet of niet volledig samenvallen, wordt aan beiden gezamenlijk maximaal 150% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer toegekend. De kortingen, als hiervoor gemeld, kunnen cumuleren. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer en niet of in beperkte mate van het aanvullend openbaar vervoer c.q. CVV;  Betrokkene moet niet in staat zijn om zelf in zijn vervoersbehoefte te kunnen voorzien, in de zin van de Wmo;  Gebruik van de taxi is compenserend indien de chauffeur bereid is hulp te verlenen bij het in- en uitstappen en bij het in- en uitladen van hulpmiddelen;  Er is geen andere adequate/compenserende voorziening mogelijk die minder duur is.

Bijzonderheden:  De taxikostenvergoeding wordt met een maandelijkse frequentie op declaratiebasis uitbetaald; De voorziening gaat in vanaf de dag waarop de aanvraag is ingediend en eindigt per de dag waarop het recht op de voorziening eindigt. Vervoer per individuele rolstoeltaxi Voor zover de vervoersvoorziening betrekking heeft op het vervoer van een Wlz-bewoner, wordt in de regel een maximale vergoeding verstrekt van 70% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van. Met het verblijf in een Wlz- instelling wordt de betrokkene al geacht in een deel van het leven van alle dag te kunnen voorzien. Zie ook Verordening Wmo artikel 16, lid 2. Voor zover de vervoersvoorziening verstrekt wordt naast een open elektrische buitenwagen/ scootmobiel dan wel een elektrische buitenrolstoel, wordt in de regel een maximale vergoeding verstrekt van 50% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer. Met de open elektrische buitenwagen/scootmobiel of de elektrische buitenrolstoel wordt de betrokkene al geacht voor een groot deel in het leven van alle dag te kunnen voorzien. Voor zover de vervoersbehoeften van echtgenoten niet of niet volledig samenvallen, wordt aan beiden gezamenlijk maximaal 150% van het bedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer toegekend. De kortingen, als hiervoor gemeld, kunnen cumuleren.

Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer en niet of in beperkte mate van het aanvullend openbaar vervoer c.q. CVV;  Betrokkene moet niet in staat zijn om zelf in zijn vervoersbehoefte te kunnen voorzien, in de zin van de Wmo;  De rolstoel kan niet verlaten worden en dus dient het vervoer zittend in de rolstoel te geschieden; 65

 Er is geen andere adequate/compenserende voorziening mogelijk die minder duur is. Bijzonderheden:  De taxikostenvergoeding wordt met een maandelijkse frequentie op declaratiebasis  uitbetaald;  De voorziening gaat in vanaf de dag waarop de aanvraag is ingediend en eindigt per de dag waarop het recht op de voorziening eindigt. Specifieke vervoersvoorzieningen Buitenwagen/scootmobiel (open elektrisch) Het betreft een elektrisch aangedreven plateaurolstoel met mechanische besturing, genaamd scootmobiel. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van de (snor)fiets, het (aanvullend) openbaar vervoer en/of ook niet of in beperkte mate van het CVV (goedkoopst adequaat/compenserend);  Er is sprake van ernstige stoornissen in de sta- en loopfunctie;  Betrokkene is niet in staat om (met behulp van een loopmiddel, bijv. rollator) meer dan 400 meter lopen;  Er is een dermate geringe loopfunctie dat de dagelijkse verplaatsingsdoelen binnen een straal van 400 meter niet kunnen worden bereikt. Eérst indien een redelijk deel van de vervoersbehoeften (anders dan bijv.

alleen de kapper en boodschappen, maar ook bezoek aan familie en kennissen) zich uitstrekt binnen een straal van maximaal 1½ kilometer van de woning van de client en andere voorzieningen ontbreken dan wel niet voldoende als adequaat/compenserend kunnen worden aangemerkt, is verstrekking van een scootmobiel mogelijk;  Een persoonsgebonden budget in de kosten van vervoer al dan niet in combinatie met een andere vervoersvoorziening is niet de goedkoopst adequate/compenserende oplossing. Bezien moet worden of reeds andere voorzieningen dan wel mogelijkheden aanwezig zijn, op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat al aan de adequaatheidseis wordt voldaan. Hierbij speelt de eventuele aanwezigheid van een elektrische (buiten)rolstoel en de duwrolstoel een belangrijke rol;  Er is sprake van gebruik betreffende de korte en iets langere afstand om in de dagelijksenoodzakelijke behoeften te kunnen voorzien. Mogelijkheden  Een open elektrische buitenwagen/scootmobiel wordt in de regel in bruikleen verstrekt.  Scootmobiel: te gebruiken op trottoir, voet- en fietspad. Snelheid 6 tot 15 km per uur.  Een scootmobiel kan in combinatie met CVV en/of andere (Wmo-) vervoersvoorzieningen gegeven worden. Bijzonderheden:  Een scootmobiel wordt verstrekt voor het vervoer binnen de woonplaats. Derhalve worden geen aanpassingen aan auto, aanhangwagen e.d.

vergoed voor het meenemen van de scootmobiel;  Bewoners van plaatselijke verzorgingshuizen komen alleen voor een scootmobiel in 66

aanmerking als vereenzaming dreigt, omdat de aanvrager aangewezen is op sociale contacten in de gemeente Katwijk en deze frequent moet bezoeken;  Een scootmobiel wordt verstrekt, mits geïndiceerd. Handbike De handbike is een aankoppelunit voor de rolstoel waardoor met armkracht zelfstandig gefietst kan worden. Indicatiecriteria:  Er is sprake van dagelijks gebruik betreffende vooral de korte afstand (1 à 1,5 km) om in de noodzakelijke vervoersbehoefte te kunnen voorzien;  Er kan geen gebruik gemaakt worden van het (aanvullend) openbaar vervoer. Mogelijkheden:  De voorziening wordt in de regel in bruikleen verstrekt.  De actieradius van de rolstoel kan 4 x zo groot worden, afhankelijk van het type rolstoel waaraan de handbike gekoppeld wordt en afhankelijk van de kracht en het uithoudingsvermogen van decliënt. Bijzonderheden: De voorziening wordt niet in combinatie met een scootmobiel of een andere vervoermiddel voor de korte afstand verstrekt. De actieradius die de client gezien zijn/haar medische situatie met behulp van de handbike kan afleggen dient hierbij uitgangspunt te zijn;  De voorziening komt in de plaats van de andere hiervoor omschreven vervoersvoorzieningen dan wel is in combinatie met een andere hiervoor omschreven vervoersvoorziening de goedkoopst adequate oplossing.

Indien in een belangrijk deel van de vervoersbehoefte voorzien kan worden met behulp van de handbike, is de verstrekking van een ander vervoermiddel niet aan de orde. Buitenwagen (gesloten) Het betreft een specifiek voertuig voor mensen met eenbeperking, dat niet breder is dan 1 meter en niet uitgerust met een motor, dan wel uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm³ of met een elektromotor (RVV art. 1 ). Meest bekend is de Canta. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van de (snor)fiets en/of het (aanvullend) openbaar vervoer c.q. CVV (goedkoopst adequaat/compenserend);  Er is een medische noodzaak (ter beoordeling van een arts) tot bescherming tegen de weersomstandigheden, bijv. vanwege ernstige aandoeningen aan luchtwegen, bloedsomloop, spieren en botten of temperatuurwisselingen (koude e.d. kunnen de restfuncties zodanig beïnvloeden dat open vervoer, ondanks extra beschermende kleding, niet mogelijk is);  Een gemaximeerde vergoeding in de kosten van vervoer al dan niet in combinatie met een andere vervoersvoorziening is geen adequate/compenserende en/of minder dure oplossing;  Er is sprake van gebruik betreffende vooral de korte en iets langere afstand om in de dagelijkse noodzakelijke vervoersbehoefte te voorzien.

67

Mogelijkheden:  Een gesloten buitenwagen wordt in de regel in bruikleen verstrekt;  Te gebruiken op trottoir, voetpad, fietspad of rijbaan. Snelheid max. 30 km in en 40 km buiten bebouwde kom. Geen voorrang op snelverkeer. Mag zonder ontheffing op invalidenparkeerplaats;  Er wordt geen rekening gehouden met vervoer van gezinsleden en honden, maar wel met de verzorgingsbehoefte onderweg en met het meenemen van apparatuur zoals bijvoorbeeld zuurstof of een rolstoel. aanpassing van de eigen auto Omschrijving: dit zijn autoaanpassingen die functioneel noodzakelijk zijn voor mensen met een beperking en die niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd zijn (of kunnen worden). Als algemeen gebruikelijk worden in ieder geval de voorzieningen aangemerkt als vermeld in de lijst die hieronder is opgenomen. Aanpassingen kunnen betreffen: - de bediening en besturing van de auto; - het in en uit de auto komen; - de zithouding; - de verzorging van decliënt; - het mee kunnen nemen van hulpmiddelen. Auto-aanpassingen komen maximaal eenmaal per 5 jaar voor vergoeding in aanmerking.

Bijkomende kosten (in verband met het aanpassen van de auto) die voor een vergoeding in aanmerking komen zijn:  kosten van de keuring door de Rijksdienst van het wegverkeer;  kosten van een restreint op het rijbewijs door het CBR;  indien om te kunnen rijden in de aangepaste auto extra rijlessen noodzakelijk zijn kan de client in aanmerking komen voor een vergoeding van deze rijlessen. Indicatiecriteria:  Er kan géén gebruik gemaakt worden van de fiets, het openbaar vervoer en niet of in beperkte mate van het AOV of CVV;  Er kan géén gebruik gemaakt worden van de taxi of rolstoeltaxi;  Een eigen auto kan niet worden gebruikt als de auto niet is aangepast aan de beperkingen van decliënt. Dit moet blijken uit een restreint op het rijbewijs;  Er is geen (medische) contra-indicatie om in een auto te kunnen rijden;  Er is geen andere adequate voorziening mogelijk die minder duur is. Bijzonderheden: Aan de eigen auto worden randvoorwaarden gesteld:  redelijk aan te passen en in goede staat;  in principe niet ouder dan 5 jaar en moet nog 5 jaar meekunnen (afschrijvingstermijn van de aanpassing). Dit hoeft niet te gelden bij aanpassingen die overgebouwd kunnen worden in een andere auto, bijvoorbeeld aangepaste stoel. Lijst (niet limitatief) met aanpassingen die voor vergoeding in aanmerking komen: - handbedrijfsrem - opklapbare rempedaal of gaspedaal (links of rechts) 68

-

(segmentgas) doorlopende handgreep links en/of rechts slede links of rechts handbedrijfsrem + claxon

Lijst met auto-aanpassingen die als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt Faciliteiten die functioneel noodzakelijk kunnen zijn voor het gebruik van een auto door mensen met een handicap, maar die niet voor vergoeding in aanmerking komen: - automatische transmissie. - rechterbuitenspiegel. - warmtewerend glas. - achterruitverwarming. - elektrische ruitenwisser en sproeier achter. - verstelbare stuurwielen. - driepuntsgordel. - verstelbare voorstoelen. - hoofdsteunen. - handgrepen bij passagiersplaats voorin. - lendenstellen voorstoel verstelbaar. - rembekrachtiging. - (kunst)stoffenbekleding.

69

BIJLAGE 4. INDICATIESTELLING BEGELEIDING STAP 1 Aandachtsgebied → resultaten → welke activiteiten zijn er nodig STAP 2 Bepalen welke normtijden er gelden voor de verschillende geïndiceerde activiteiten. De verschillende activiteiten zijn onderverdeeld en gericht op: 1) Ondersteunen bij het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van regie en/of 2) Het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid 3) Bieden van toezicht 4) Oefenen met het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van regie en/of het uitvoeren van handelingen die zelfredzaamheid tot doel hebben 5) Combinatie van bovenstaande STAP 3 Beoordeling onder welke categorie van begeleiding de activiteiten vallen: 1) Reguliere begeleiding 2) Gespecialiseerde begeleiding 3) Reguliere dagbesteding 4) Gespecialiseerde dagbesteding 5) Kort durende verblijf STAP 4 Beoordeling of er ook vervoer nodig is t.b.v. dagbesteding Stap 1: Kolom A

Kolom B

Kolom C (niet limitatief)

Overzicht aandachtsgebieden

Resultaten van het aandachtsgebied

Activiteiten om 1 of meer resultaten binnen het aandacht gebied te bereiken

1 Ondersteunen bij en opbouwen van Sociaal netwerk Inwoner

Inwoner heeft gezond Sociaal netwerk en vervult daar- binnen een passende sociale rol Inwoner is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar Sociaal netwerk Inwoner kan eigen problematiek in relatie tot Sociale netwerk hanteren Bij bemoeizorg: Inwoner staat open voor opbouw sociaal netwerk NB. Bij bemoeizorg en geïsoleerde Inwoners zonder een Sociaal netwerk is het resultaat ‘Inwoner heeft een

1) Het oefenen of ondersteunen bij het oefenen met vaardigheden of handelingen zoals gebruik geleidestok en gebruik hulpmiddelen voor communicatie, stimuleren van wenselijk gedrag, inslijpen van gedrag. Het kan hierbij gaan om: - Hulp bij uitvoeren of overnemen van eenvoudige of complexe taken/activiteiten, of bij oplossen van praktische problemen die buiten de dagelijkse routine vallen. - Hulp bij uitvoeren van vaardigheden die geleerd zijn tijdens AWBZ- of GGZ-behandeling. - Hulp bij het beheren van (huishoud)geld. - Hulp bij de administratie (alleen in de zin van oefenen). - Hulp bij openbaar vervoer gebruik (alleen in de zin van oefenen). - Hulp bij of overnemen van post openmaken, voorlezen en regelen afhandeling praktische zaken.

70

2 Ondersteunen van

de thuisadministratie

gezond Sociaal netwerk’ een brug te ver. Het gaat hier om het opbouwen van een Sociaal netwerk met als achterliggende doelstelling Inwoners uit isolement of uit ‘verkeerde/foute sociale omgeving’ te halen. Bij bemoeizorg is op die wijze afname van overlast en hanteerbaar gedrag beoogd.

-

Overzicht van de administratie/administratie op orde

2) Oefenen van de mantelzorger/gebruikelijke zorger hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de Inwoner. 3) Het oefenen of ondersteunen bij het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur of het voeren van regie. Het kan hierbij gaan om: - Hulp bij initiëren of compenseren van eenvoudige of complexe taken, besluiten nemen en gevolgen daarvan wegen. - Hulp bij het regelen van randvoorwaarden op het gebied van wonen, onderwijs, werk, inkomen, iets kopen/betalen, het stimuleren tot en voorbereiden van een gesprek met dit type instanties (dit betreft niet het meegaan naar- aanwezig zijn bij het gesprek). - Hulp bij plannen, stimuleren en voorbespreken van activiteiten. - Hulp bij het initiëren of compenseren van op/bijstellen van dag/weekplanning, dagelijkse routine. - Inzicht geven in (mogelijke) gevolgen van besluiten. - Hulp bij zich aan regels, afspraken houden, corrigeren van besluiten of gedrag. 4) Het overnemen van toezicht en het aansturen van gedrag ten gevolge van een stoornis, thuis of elders (bijvoorbeeld tijdens onderwijs). 5) Het overnemen van toezicht gericht op het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig in kan worden gegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte. 6) Het aansturen van gedrag. 7) Het begeleiden in verband met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse

Tijdige betaling van rekeningen Inkomsten en uitgaven in balans Indien aanwezig beheersbaar maken van de schuldenproblematiek (en indien mogelijk in relatie tot de inkomsten: vermindering van de schuldenlast)

3 Ondersteuning bij arbeidsparticipatie/d agbesteding

Inwoner heeft een zinvolle dagbesteding Inwoner heeft onbetaald werk met ondersteuning Inwoner heeft onbetaald werk zonder ondersteuning Inwoner heeft betaald werk met ondersteuning Inwoner heeft betaald werk zonder ondersteuning Mantelzorg is niet overbelast

4 Ondersteuning bij zelfzorg

Inwoner is in staat zichzelf te verzorgen Inwoner draagt schone kleding

-

Hulp bij of overnemen van oppakken, aanreiken, verplaatsen van dagelijks noodzakelijke dingen zoals het oppakken van dingen die op de grond zijn gevallen als een leesbril, het aanreiken van dingen die buiten bereik zijn geraakt zoals een kussen, het verplaatsen van een boek, telefoon e.d. Hulp bij plannen en stimuleren van contact in persoonsgebonden sociale omgeving. Hulp bij communicatie in de persoonsgebonden omgeving bij bijvoorbeeld afasie.

71

Inwoner ziet er verzorgd uit Inwoner komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na

5 Persoonlijk

functioneren, gezondheid en welzijn

Inwoner brengt structuur aan en voert regie over de dagelijkse bezigheden, regelt zelf en neemt besluiten, plant en voert taken uit, Inwoner accepteert zijn beperkingen en kan hiermee omgaan Inwoner maakt gebruik van het eigen probleemoplossend vermogen Inwoner is trouw aan behandeling.

6

Mantelzorgondersteuning

Mantelzorger is niet overbelast. Mantelzorger kan omgaan met de gevolgen van aandoening, stoornis of beperking van Inwoner. Mantelzorger kent eigen competenties en mogelijkheden en de grenzen daaraan.

bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding, persoonlijke zorg). 8) Het begeleiden bij sociaal-emotionele problematiek die samenhangt met de stoornis. 9) Het begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving en de sociale participatie (bijvoorbeeld hulp bij de opbouw van een sociaal netwerk) met als doel zelfredzaamheid. 10) Het begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving, met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werken, sociaal netwerk (doelgericht toepassen van methoden van casemanagement). 11) Het begeleiden van of consultatie aan een andere Aanbieder. 12) Communicatietraining aan Inwoner en/of leden van het Sociaal netwerk. 13) Het begeleiden bij arbeidsmatige dagbesteding (activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de Inwoner). 14) Het begeleiden bij “activering” (activiteiten gericht op zinvol besteden van de dag, aangepast aan mogelijkheden en interesse van de Inwoner, waaronder handvaardigheid, expressie, beweging, belevingsactiviteiten).

15) Het begeleiden bij “activering, individueel belevingsgericht” (belevingsgerichte activiteiten op een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat). 16) Het in groepsverband begeleiden van een zelfgekozen bezigheid en activering. De begeleiding kan ook gericht zijn op arbeidsmatig werken. Het dagprogramma biedt ruimte voor vaardigheidstraining.

72

Stap 2. Gemiddelde tijd en frequentie van de activiteiten

Zijn de activiteiten (Kolom C) gericht op

1

Het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, c.q. het voeren van regie. En/of

2

Het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid.

3

Het bieden van toezicht.

Frequentie

Gemiddelde duur per keer in minuten

(max.) omvang per week in uren

Valt binnen klasse

1x per wk 2x per wk 3x per wk 4x per wk 5x per wk 6x per wk 1x per dag 2x per dag 3x per dag 4x per dag

60 - 180 60 - 180 30 - 90 30 - 90 15 - 90 15 - 90 15 - 90 15 - 45 15 - 30 15 - 20

1-3 2-6 1,5 - 4,5 2-6 1,25 - 7,5 1,5 - 9 1,75 - 9,9 3,5 - 9,9 5,25 - 9,9 7 - 9,33

1-2 2-3 1-3 2-3 1-4 1-4 1-4 2-4 3-4 4 (= max)

3,9 uur

Klasse 2

Oefenen met het aanbrengen van structuur, c.q. het voeren van regie en/of het uitvoeren van handelingen die zelfredzaamheid tot doel hebben.

1-3 uur4

3 uur

1 en/of 2 + 3

12,9 uur5

Klasse 5

1 en/of 2 + 4

12,9 uur

Klasse 5

1 en/of 2 + 3 + 4

15,9 uur6

Klasse 6

Gaat om punt 4 en 5 in kolom C 4

Oefenen 4

Oefenen gaat samen met activiteiten 1 en 2. De van toepassing zijnde tijd, wordt bij deze activiteiten opgeteld. De combinatie van deze tijden leidt tot de te indiceren klasse.

5

Door samenvallende activiteiten wordt voor de maximale omvang naar beneden afgerond.

6

Door samenvallende activiteiten wordt voor de maximale omvang naar beneden afgerond.

73

Oefenen is aan de orde in de zin van ‘inslijten’ van vaardigheden/handelingen en voor het aanbrengen van structuur of het voeren van regie. Deze vaardigheden zijn in een (para)medisch voortraject als onderdeel van behandeling in het kader van de Zvw of de Wlz al aangeleerd. In deze zin betreft het dus het leren toepassen van al aangeleerde vaardigheden of gedrag. Oefenen in de zin van Begeleiding kan ook aan de orde zijn wanneer de beperkingen als een gegeven worden beschouwd en er op basis van deze beperkingen op zichzelf staande praktische vaardigheden en gedrag worden aangeleerd die de zelfredzaamheid ten doel hebben en er geen multidisciplinaire aanpak wordt vereist. Het gaat dan bijvoorbeeld om klanten die vertraagd leren, waarvoor om die reden zorg vanuit de eerste lijn geen oplossing biedt. Dit leren van praktische vaardigheden /activiteiten en gedrag kan zowel ten goede komen aan de verzekerde als aan zijn directe omgeving. Er kan geen indicatie voor ‘oefenen’ worden gesteld wanneer het oefenen deel uitmaakt van een Zvw-traject en/of tot de gebruikelijke zorg behoort. Het door ‘oefenen’ recent aangeleerde vaardigheden inslijten of bestaande vaardigheden in een andere situatie kunnen gebruiken, wordt niet gerekend tot de Behandeling, maar tot de Begeleiding.

In geval van Begeleiding heeft de behandelaar zich kunnen terugtrekken en kan de zorg na enige instructie worden overgenomen door een persoon, niet zijnde een behandelaar. Oefenen in de zin van Begeleiding kan ook aan de orde zijn wanneer de beperkingen als een gegeven worden beschouwd en er op basis van deze beperkingen op zichzelf staande praktische vaardigheden en gedrag wordt aangeleerd die de zelfredzaamheid ten doel hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om klanten die handelingen niet kunnen generaliseren of om klanten met een vertraagde leerbaarheid, waarvoor de zorg vanuit de eerste lijn geen oplossing biedt. Dit leren van praktische vaardigheden/activiteiten en gedrag kan zowel ten goede komen aan de klant als aan zijn directe omgeving. Denk hierbij aan het leren lopen met een taststok aan een visueel gehandicapte en/of het zich binnen en rondom de woning kunnen oriënteren. De directe omgeving krijgt adviezen over de inrichting van de woonomgeving en de achtergrond hiervan. Ook kan worden gedacht aan het leren koken, wassen van kleding en dergelijke aan iemand met een verstandelijke beperking gehandicapte, bijvoorbeeld bij het zelfstandig gaan wonen.

Een ander voorbeeld is een klant met een psychiatrische aandoening die tijdens de behandeling geleerd heeft om stapsgewijs een maaltijd te bereiden, maar omdat producten in de winkel veranderd zijn, is er begeleiding nodig in de vorm van oefenen nodig om een andere bereidingswijze aan te leren en toe te passen. Indicatiecriteria voor oefenen In geval van het oefenen moet bovendien zijn vastgesteld: • dat de klant gemotiveerd en leerbaar is om te oefenen en trainbaar is; • dat het oefenen programmatisch en doelmatig plaatsvindt; • en/of dat de mantelzorg in de directe omgeving en/of de gebruikelijke zorger van de klant gemotiveerd en leerbaar is om te oefenen en trainbaar is. Toezicht Toezicht op de klant kan worden overgenomen als deze gericht is op:  toezicht op- en het aansturen van gedrag ten gevolge van een stoornis; thuis of elders (bijvoorbeeld tijdens  onderwijs) en/of;  het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig in kan worden gegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij  een ziekte.

74

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid (in relatie tot Begeleiding) betreft de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de klant in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. De klant: • heeft het vermogen om zelfzorghandelingen uit te voeren of de regie te voeren over de zelfzorghandelingen; • heeft het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis en in relatie met vrienden en familie; • heeft het vermogen om zelf in zijn dagstructurering te voorzien; • kan zelf besluiten nemen en regie voeren. Stap 3. verdeling categorieën van begeleiding Bij de indeling in categorieën van begeleiding moet je er rekening mee houden dat je deze kunt onderverdelen in reguliere begeleiding of gespecialiseerde begeleiding.

Reguliere begeleiding 2 Doel: Het bieden van activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en die strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing. Ondersteunen bij beperkingen op het vlak van zelfregie over het dagelijks leven, waaronder begeleiding bij tekortschietende vaardigheden in zelfregelend vermogen. Begeleiden bij het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie. Voor wie?: Mensen met beperkingen op het gebied van 1. sociale redzaamheid; 2. het bewegen en verplaatsen; 3. het psychisch functioneren; 4. het geheugen en de oriëntatie; 5. het vertonen van matig of zwaar probleemgedrag.

2 Bron Nza beleidsregel CA-300-584 prestatiebeschrijvingen en tarieven extramurale zorg 2014

75

Inhoud: De activiteiten bestaan uit: 1. Het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen. 2. Het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur of het voeren van regie. 3. Het overnemen van toezicht. 4. Aansturen van gedrag. Doel: Realisatie van “beschikbaarheid van begeleiding”, waardoor de cliënt erop kan rekenen dat de zorgaanbieder naast planbare zorg ook oproepbare zorg levert binnen redelijke tijd. Inhoud: begeleiding-extra voorziet in een vergoeding van de beschikbaarheid, opgevat als tijden waarop uitvoerende beroepskrachten beschikbaar zijn voor directe zorgverlening maar niet feitelijk met die zorgverlening bezig zijn (men is oproepbaar). Uitgangspunt is de doelmatige organisatie van die beschikbaarheid. Voor wie?: Cliënten die zijn aangewezen op begleiding en die – door de aard van hun chronische ziekte en beperkingen – naar verwachting meerdere keren per week begeleiding moeten inroepen buiten de afgesproken vaste tijden. Indicatoren: - Noodzaak van frequent oproepbare zorg (naar verwachting meerdere keren per week); - Bij cliënten met een verstandelijke handicap kan onder deze beschikbaarheid ook de extra aandacht voor cliënten met probleemgedrag vallen; - Onder deze prestatie vallen ook die situaties van sterk ‘ontregelde gezinnen’ waar niet volstaan kan worden met planbare zorg op vaste tijdstippen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10999549/1