CConstaterende datKatwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

25. Brief van het college van 22 december 2021 inzake transitieplan gemeente Katwijk 2022-2029 (2760785)

Raad 20 januari 2022, gemeente KatwijkBij agendapunt: A. Voor kennisgeving aan te nemen:28.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

42

Bovenstaande ontwikkelingen worden vertaald in de nieuwe werkprocessen, het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Daarin worden prioriteiten vastgesteld en wordt er geëvalueerd. Na inwerkingtreding van fase 2 zullen de werkprocessen en het beleid weer moeten worden aangevuld en herzien.

8.1.2 Beheer Een toezichthouder omgevingsrecht beheert de werkprocessen voor de Wkb na inwerkingtreding. Als uit voortschrijdend inzicht blijkt dat de werkprocessen moeten worden aangepast draagt deze collega daar zorg voor. Waar nodig legt deze collega de lijn met andere collega’s die betrokken moeten worden bij het herzien van de werkprocessen.

8.1.3 Participatie Op dit moment wordt er geoefend met proefprojecten voor de gevolgklasse 1. Bij deze proefprojecten worden ondernemers, aannemers, kwaliteitsborgers, architecten, een begeleider en mogelijke initiatiefnemers betrokken. Overwogen wordt om voor inwerkingtreding van fase 2 (naar verwachting over 3 jaar) ook proefprojecten voor de andere gevolgklassen op te zetten. Bij die proefprojecten zullen dezelfde soort partijen betrokken worden. Het doel van participatie is om de werkprocessen te optimaliseren. Landelijke participatie vindt plaats in proefprojecten, op dit moment is er nog geen aanleiding om participatie bij proefprojecten te organiseren. De verantwoordelijkheid voor participatie bij de proefprojecten ligt bij de organisatoren van de proefprojecten. Als de gemeente zelf proefprojecten gaat inregelen komt dit waarschijnlijk wel bij de gemeente te liggen. Intern wordt geparticipeerd aan de hand van deelname aan de proefprojecten. In de proefprojecten worden de werkprocessen nagelopen en worden deze getoetst op volledigheid en juistheid. Hierbij sluiten o.a. ook de collega’s van Cluster I&A aan.

8.1.4 Communicatie In januari 2022 zal er gestart worden met de externe communicatie over de Omgevingswet en de Wkb. Mogelijk wordt de communicatie aangevuld met een ludieke vorm van informatievoorziening. Na inwerkingtreding zal er in afnemende mate over de Omgevingswet en de Wkb gecommuniceerd worden. De Omgevingswet en de Wkb worden intern voor inwerkingtreding onder de aandacht gebracht. Op het moment van inwerkingtreding van fase 2 zal wederom extern gecommuniceerd worden. Tijdens de gehele transitieperiode dient de informatie op de gemeentelijke website over de Wkb actueel gehouden te worden.

8.1.5 Monitoring en evaluatie Na de invoering van de Omgevingswet en de Wkb zullen de werkprocessen periodiek geëvalueerd worden. Dit zal gebeuren aan de hand van ervaringen in de praktijk. De werkprocessen worden herzien als blijkt dat dit nodig is. Een toezichthouder omgevingsrecht beheert de werkprocessen voor de Wkb na inwerkingtreding. Als uit voortschrijdend inzicht blijkt dat de werkprocessen moeten worden aangepast draagt deze collega daar zorg voor. Waar nodig legt deze collega de lijn met andere collega’s die betrokken moeten worden bij het herzien van de werkprocessen.

8.1.6 Te ontwikkelen vaardigheden en gedrag De kwaliteitsborger neemt de technische toets over. Dat betekent dat betekent voor de toezichthouders dat er taken en verantwoordelijkheden verschuiven. Dat gaat opnieuw spelen bij de gevolgklassen 2 en 3. De intentie nu is om na inwerkingtreding te gaan kijken waar de behoefte ligt 43

bij de collega’s en als het nodig is opleidingen te faciliteren. Ook de brede blik fysiek/sociaal is hier relevant.

8.1.7 De vertaling naar de organisatie Bij de overgang van gevolgklassen 2 en 3 moet opnieuw een impactanalyse gemaakt worden: Wat zijn de effecten voor de leges en de inzet van medewerkers? De resultaten van de impactanalyse zullen met alle betrokken collega’s besproken worden.

8.1.8 Noodzakelijke inzet Als gevolg van de Wet kwaliteitsborging bouwen wordt het gemeentelijk toezicht bij aanvang en tijdens de bouw beperkt. Doordat de bouw in een later stadium pas bezocht wordt, leidt dit naar mogelijk meer en langere handhavingsprocedures. Een deel van deze handhavingszaken zou de gemeente onder het huidige Wabo regime overigens ook hebben gehad. De inzet die nodig is voor de monitoring en evaluatie van de werkprocessen is nu nog niet in te schatten omdat de frequentie hiervan afhankelijk is van voortschrijdend inzicht. Er is in ieder geval inzet benodigd voor het opstellen van een impactanalyse voor inwerkingtreding van fase 2 van de Wkb. Zie voor een nadere specificatie bijlage 1.

8.2 Toezicht en handhaving onder de Omgevingswet De Omgevingswet heeft op uiteenlopende wijzen consequenties voor toezicht en handhaving. Zo is er vaker sprake van algemene regels en zorgplichten. Zorgplichten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Een overtreding van een gedoogplicht is onder de Omgevingswet strafbaar te stellen. De mogelijkheden voor de bestuurlijke boete zijn uitgebreid. Tenslotte kunnen bevoegdheden worden overgedragen aan een ander bestuursorgaan. Deze veranderingen zullen deels effect hebben vanaf datum van inwerkingtreding als gevolg van de wet, AMvB's en Regeling – en deels in de jaren daarna door nieuwe (typen van) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Dit vraagt aanpassingen van organisatie, processen en systemen, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. Er zijn verschillende meningen over hoe groot de impact van de Omgevingswet is op toezicht en handhaving. De minimale impact is dat de juridische grondslagen wijzigen en dat toezichthouders en handhavers met de nieuwe wet (en soms meer in samenhang) moeten kunnen werken. Daarnaast biedt de wet zoals hierboven geschetst ook mogelijkheden om andere instrumenten te gebruiken.

De implementatie van de Omgevingswet kan ook gebruikt worden om het toezicht en handhavingsbeleid beter en anders te organiseren en een verbetertraject in gang te zetten dat past bij de geest van de Omgevingswet. In bijlage 1 is de Katwijkse situatie uitgewerkt in een gepast scenario.

8.2.1 Uitvoering Er zijn voor inwerkingtreding verscheidene trainingen voor toezichthouders en handhavers georganiseerd met toepasbare kennis op casusniveau van de Omgevingswet en Wkb. Ten aanzien van het verder ontwikkelen van competenties over het meer doelgericht toezicht en handhavingsgericht handelen, is met samenwerkingspartners en beleidsmakers het gesprek aangegaan. Er is zorg voor gedragen dat de basisdocumenten/sjablonen zijn aangepast en dat het VTH-systeem is aangepast. Hierbij is zaakgericht werken geïmplementeerd. Ook zijn er afspraken gemaakt met ketenpartners, uitvoeringsdiensten en interbestuurlijke partners (zie hoofdstuk 9. Samenwerking met ketenpartners). 44

In de transitieperiode zal er nauwe afstemming met de beleidsmakers van het omgevingsplan plaatsvinden over hoe en op welke wijze ervaringsinput geleverd kan worden over thema’s en gebieden ten behoeve van de ontwikkeling van het omgevingsplan. Ook zal er in de transitieperiode afstemming plaatsvinden over het proces van prioriteitsstelling van het omgevingsplan (thema, gebied, type vergunning) en wat dat betekent voor het coördineren van het toezicht. Wat is daarvoor nodig op strategisch, tactisch en operationeel niveau? Wat betekent dit voor de onderlinge samenwerking? Wie heeft daarbij welke rol en hoe implementeren we dat? Daar waar mogelijk wordt dit vertaald naar het VTH-systeem.

8.2.2 Communicatie In januari 2022 zal er gestart worden met de externe communicatie over de Omgevingswet. Daarvoor wordt een communicatieplan met een contentplanning gemaakt. Daarin moet heel duidelijk worden wie de belangrijkste doelgroepen vormen, wat zij moeten weten en wanneer en hoe zij gericht benaderd kunnen worden. Voor de belangrijkste doelgroepen moet er specifieke informatie beschikbaar komen op de website van de gemeente waarnaar steeds verwezen kan worden. Via de gemeentepagina, de gemeentelijke nieuwsbrief en social posts kunnen doelgroepen geattendeerd worden op de inwerkintreding op 1 juli 2022, voor wie er iets gaat veranderen en waar informatie te vinden is over de veranderingen. Het lijkt nu raadzaam voor de Wkb een apart communicatieplan te maken. Na inwerkingtreding zal er in afnemende mate over de Omgevingswet en de Wkb gecommuniceerd worden. De Omgevingswet en de Wkb worden intern voor inwerkingtreding onder de aandacht gebracht.

8.2.3 Monitoring en evaluatie Geëvalueerd wordt wanneer de praktijk daartoe aanleiding geeft. Van de frequentie en de collega’s die hierbij betrokken dienen te worden is op dit moment nog geen inschatting te maken.

8.2.4 Te ontwikkelen vaardigheden en gedrag De Omgevingswet zal bovenal een cultuuromslag met zich meebrengen. Vaak worden initiatieven nu nog ontvangen met een afwachtende nee, tenzij-houding. De verandering is gaande naar een ja, mits-houding. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving. Hiernaast moet toezicht en handhaving in de transitieperiode ervaring op doen met de wijziging van de juridische grondslagen en de geldende regels.

8.2.5 Noodzakelijke inzet Met het omgevingsplan kunnen activiteiten vergunning- of meldingsvrij worden gemaakt. Dit kan in de toekomst een verschuiving geven van aandacht en inzet. De omvang hiervan is sterk afhankelijk van de keuzes die bij het opstellen van het omgevingsplan worde gemaakt. In bijlage 1 wordt hier nader op ingegaan.

45

9. Samenwerking met ketenpartners Door de Omgevingswet veranderen de regels voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat de uitgebreide vergunningenprocedure, met een doorlooptijd van 26 weken, minder van toepassing zal zijn. Hierdoor moeten meer vergunningaanvragen binnen 8 weken behandeld worden, wat betekent dat het vooroverleg (nog) belangrijker wordt. Dit vereist een strak ingericht werkproces en duidelijke afspraken met de ketenpartners. In de regio West-Holland is daarom besloten om de werkgroep “Ketenproces omgevingsvergunning” op te richten. Het Initiatief hiervoor kwam uit het sinds 2017 opgerichte regionaal overleg Omgevingswet, waarin gemeenten, provincie en ketenpartners (waaronder de Veiligheidsregio, GGD, Hoogheemraadschap Rijnland en de Omgevingsdienst) van de gehele regio aan tafel zitten. De werkgroep “Ketenproces omgevingsvergunning” heeft een Handreiking Werkprocessen Ketenpartners West-Holland opgesteld. De gemeente Katwijk heeft hierbij actief deelgenomen. In de handreiking zijn de interbestuurlijke contactmomenten, werkafspraken en formats in kaart gebracht en gedefinieerd. Hiernaast is de standaard werkwijze voor producten en diensten tussen het bevoegd gezag en de ketenpartners, bij processen voortvloeiend uit de Omgevingswet, vastgesteld. Dit betreft o.a.

de werkwijzen gericht op het initiatievenproces, het proces van vergunningverlening en toezicht en handhaving (met o.a. aandacht voor de Wkb), inclusief de samenwerkingsruimte in het DSO.

9.1 Uitvoering In de transitieperiode zal de Handreiking Werkprocessen Ketenpartners worden toegepast. Deel hiervan maakt uit dat de ketenpartners aansluiten bij de intake- en omgevingstafel. Werkafspraken hierover zijn vastgelegd in de handreiking.

9.2 Beheer Het beheer van de handreiking werkprocessen Ketenpartners ligt bij de aan de werkgroep “Ketenproces omgevingsvergunning” deelnemende partijen. De gemeente Katwijk maakt deel uit van deze werkgroep. Een medewerker vergunningen bebouwde omgeving vertegenwoordigt de belangen van de gemeente in de werkgroep.

9.3 Communicatie Als uit het werken met de Handreiking Werkprocessen Ketenpartners blijkt dat er aanpassingen nodig zijn, zal de werkgroep bijeenkomen. De doorgevoerde aanpassingen worden vervolgens door de werkgroep per mail aan alle deelnemende partijen gecommuniceerd. Dit volstaat alleen als de nieuwe samenwerking met ketenpartners geen effect heeft op partijen die vergunningen aanvragen, zeg ‘de klant’. Als processen voor de klant veranderen door nieuwe procesafspraken, dan moet de klant geïnformeerd worden.

9.4 Monitoring en evaluatie Op basis van voortschrijdend inzicht zal de inhoud van de handreiking mogelijk geactualiseerd moeten worden. Er is nog geen inschatting van te maken of en wanneer dit nodig zou kunnen zijn. Ook zijn hieraan geen wettelijke termijnen gebonden. Los van de handreiking heeft de gemeente Katwijk haar afspraken met de ODWH vastgelegd in een werkplan en een basistakenpakket. Het werkplan (inclusief de financiële afstemming) wordt jaarlijks geactualiseerd door een beleidsmedewerker omgevingskwaliteit, toezichthouder milieu, vergunningverlener en de clustermanager VTH. Het basistakenpakket wordt gemiddeld 1 keer in de 3 jaar geactualiseerd door deze zelfde groep collega’s. Het werkplan en het basistakenpakket zouden 46

er ook zijn (en zouden ook met deze frequentie geactualiseerd worden) zonder de komst van de Omgevingswet en de Wkb. De dienstverlening die de GGD onder de Omgevingswet zal bieden is vastgelegd in een memo. Doel van deze memo is duidelijkheid te scheppen over welke inzet van de GGD verwacht mag worden en wat gemeenten zelf moeten regelen voor een effectieve dienstverlening. Dit wordt opgehangen aan een uitleg over de instrumenten van de Omgevingswet en een toelichting op hoe ambities voor gezondheid daarin kunnen landen. Daarnaast staat in de memo een advies over wat gemeenten, voor zover dat nog niet gerealiseerd is, zelf in gang kunnen zetten om gezondheid een goede plaats te geven in het ruimtelijk domein.

9.5 Te ontwikkelen vaardigheden en gedrag Er is een checklist opgesteld met als doel ervoor te zorgen dat iedereen er scherper op is dat aan ketenpartners advies moet worden gevraagd. Dit gedrag moet in de transitieperiode versterkt worden.

9.6 Noodzakelijke inzet Het werkplan (inclusief de financiële afstemming) wordt jaarlijks geactualiseerd door een beleidsmedewerker omgevingskwaliteit, toezichthouder milieu, vergunningverlener en de clustermanager VTH. Het basistakenpakket wordt gemiddeld eens per 3 jaar geactualiseerd. De inzet die hiervoor nodig is, is nader gespecificeerd in bijlage 1. Overigens geldt ook hier dat deze taken ook in de huidige praktijk worden uitgevoerd.

47

10.

DSO / RAK

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Het digitaal stelsel bestaat uit de landelijke voorziening die wordt ontwikkeld door het programma Aan de slag met Omgevingswet en lokale systemen bij overheden. Eén van de onderdelen van het DSO is het Omgevingsloket. Dit is een digitaal loket waar initiatiefnemers en betrokkenen snel kunnen zien wat er mag in de fysieke leefomgeving. Dit is de centrale plek waar alle digitale informatie daarover samenkomt. Via het Omgevingsloket kunnen ze het volgende doen: • Vergunningen aanvragen, meldingen doen en informatie geven. • Zien welke regels gelden op een locatie. De omgevingsdocumenten die in het DSO zitten zijn daar de basis voor. Dat zijn bijvoorbeeld omgevingsvisies, -verordeningen en -plannen, projectbesluiten en programma's. • In de toekomst: informatie vinden over de kwaliteit van de leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan informatie over water- of luchtkwaliteit en geluidbelasting. Het DSO vervangt de bestaande loketten Ruimtelijkeplannen.nl, Omgevingsloket online en Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Naast het Omgevingsloket bestaat de landelijke voorziening van het DSO uit een aantal andere onderdelen. Deze onderdelen zorgen ervoor dat uw informatie op de juiste plek in het Omgevingsloket te vinden is: • Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB).

Dit is straks de centrale landelijke voorziening voor alle overheidspublicaties. • Registratie toepasbare regels (RTR). Dit is de centrale voorziening voor toepasbare regels in het Omgevingsloket. • Ozon. Ozon zorgt ervoor dat informatie uit omgevingsdocumenten doorzoekbaar is in het Omgevingsloket. • Samenwerkfunctionaliteit (SWF). De Samenwerkfunctionaliteit kan door de overheid gebruikt worden als er wordt samengewerkt voor de Omgevingswet. • Stelselcatalogus Omgevingswet. Dit is een online naslagwerk waarin begrippen, definities, waardelijsten en informatieproducten over de Omgevingswet worden gepubliceerd.

10.1

DSO

10.1.1 Beheer De benodigde VTH-software om aanvragen vanuit het DSO te kunnen ontvangen en verwerken is in Katwijk reeds geïmplementeerd. Daarnaast zijn ook de benodigde koppelingen met het landelijke stelsel en de interne koppelingen naar het zaaksysteem en de gegevensmakelaar gelegd. Omdat de software in de Cloud bij de leverancier staat, is het beheer verdeeld over de gemeente Katwijk en de leverancier. Het 1e lijn beheer valt onder het Cluster I&A bij de service professionals. Wanneer een melding of storing dusdanig is dat de 1e lijn het niet kan oplossen dan schakelt de 1e lijn de 2e lijn in. De 2e lijn zit bij de leverancier en door gebruik van een SLA zijn hier afspraken over gemaakt m.b.t. doorlooptijden. Daarnaast is de 1e lijn het aanspreekpunt voor alle koppelingen en is de 1e lijn de contactpersoon voor de verschillende leveranciers.

48

10.1.2 Communicatie In maart 2022 zal er gestart worden met de externe communicatie over het DSO. Hierbij wordt in ieder geval stilgestaan bij de volgende vragen: • Wat wordt er van mij verwacht? (als inwoner/ondernemer) 3. Waar kan ik informatie vinden? 4. Waar kan ik de vergunningcheck doen/mijn aanvraag indienen? 5. Wat moet ik doen voor ik een aanvraag indien? (intake- en omgevingstafel/ participatie) 6. Waar kan ik terecht met vragen? 7. Hoe kan ik bezwaar en beroep indienen? • Wat kunt u verwachten? 1. Wat is de beantwoordingstermijn? 2. Via welke weg krijg ik dat antwoord te horen? De manier van communiceren en de communicatieboodschappen zijn afhankelijk van het type aanvrager van de vergunning. Veelgebruikers zul je actief moeten opzoeken en informeren (zelfs betrekken) over alle veranderingen, terwijl je een burger die slechts een keer in de twintig jaar een kapvergunning wil aanvragen, op dat moment alleen maar actuele en begrijpelijke procesinformatie moet geven. Het is daarom raadzaam om klantreizen van type aanvragers te analyseren en per klantreis een communicatieproces op te stellen. Middels een korte lokale communicatiecampagne zal het waarom en wanneer van de nieuwe aanvraagprocedure onder de aandacht worden gebracht. Daarbij wordt verwezen naar meer informatie en demo’s op de website. Op de website van de gemeente zullen (klik)demo’s worden ingezet.

10.1.3 Noodzakelijke inzet Doordat mutaties moeten worden doorgevoerd in de ruimtelijke plannen (nu bestemmingsplannen, straks omgevingsplan) en toepasbare regels, moeten licenties worden uitgebreid dient het applicatiebeheer uitgebreid te worden. Ook de licentiekosten en applicatiebeheer voor VTH-software wijzigen als gevolg van de Omgevingswet. Hiervoor is inzet aan capaciteit en benodigd. Deze is al voor zover voorzienbaar in de begroting verwerkt. Zie hiervoor de nadere specificatie in bijlage 1.

10.2

RAK

Het RAK maakt onderdeel uit van de DSO-inrichting. In de oorspronkelijke architectuur van het DSO was de zogenaamde ‘Laan van de Leefomgeving’ opgenomen. Alle data gekoppeld aan de fysieke leefomgeving zou via het DSO beschikbaar worden gesteld aan inwoners en ondernemers van Katwijk en de organisaties. Inmiddels is bekend dat de rijksoverheid zich de komende jaren met de ontwikkeling van de Laan van de Leefomgeving beperkt tot de in het DSO wettelijk verplichte onderdelen van informatievoorziening. Mede daarom hebben we in Katwijk een Ruimtelijk Afwegingskader (RAK) opgezet als informatiebron voor de fysieke leefomgeving. Het RAK vormt een schakel in het beleid en de beleidsuitvoering in het kader van de Omgevingswet. Bij de afwegingen voor visie, plan, gebied en thema en bij de uitwerking op intaketafel en omgevingstafel is het een belangrijke troef. Daarom is de verdere uitbouw, actualisatie en het beheer van het RAK noodzakelijk, inclusief de ontsluiting voor inwoners, ondernemers en ketenpartners. In de raming van structurele kosten voor het DSO is deze ontwikkeling voorzien. In 2020 is de bèta-versie van het RAK beschikbaar gesteld voor intern gebruik voor beleidsmedewerkers binnen de clusters BSL en BFL. De periode tot 1 juli 2022 staat in het teken van het verbeteren van de look en feel en het inzicht bieden in de verdere ontwikkeling van het instrument. 49

10.2.1 Uitvoering In 2022 en de jaren daaropvolgend staat de verdere uitbouw van de RAK centraal en het beschikbaar stellen van de informatie aan inwoners en ondernemers. Een belangrijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de RAK is een goed gegevensbeheer. Dit kent een softwarematige en een hardwarematige kant. De hoge eisen die gesteld worden betreffen de kwaliteit en veiligheid van data. Dit tegen het inzicht dat het volume van (geografische) data en de complexiteit en het gebruik daarvan een grote vlucht neemt. Hierom moet de basis op orde zijn, met ruimte voor nieuwe functionaliteiten en toename in volume. De huidige functionaliteiten zijn: • • • •

Castor: geo-informatie ten behoeve van administratie voor beheer en onderhoud RAK: ruimtelijk afwegingskader met diverse kaartlagen van open bronnen en beleidsinformatie Koppeling met het databoek Sociaal Domein Koppeling met Kadaster (BAG, WOZ, enz.)

Om bovenstaande mogelijk te maken zijn middelen vrijgemaakt om noodzakelijke investeringen te doen in de hardware, software en kwaliteitsbeheer van data. Tevens wordt een GIS-specialist geworven om ervoor te zorgen dat alle plaatsgebonden informatie op en kaart kan landen. Vanuit het cluster I&A wordt gewerkt aan een visie op data-gedreven werken en de rol van geoinformatie daarbinnen. Het ontwikkelen van het RAK als instrument liep vooruit op de totstandkoming van deze visie en zal deel gaan uitmaken van deze visie. Dit betekent dat de voorwaarden en uitgangspunten waaronder het RAK moet functioneren worden herijkt en dat de uitvoering en doorontwikkeling ervan onderdeel zal gaan uitmaken van de I-visie. Het opstellen van een plan van aanpak 2022 en het uitvoeren daarvan zal onderdeel zijn van de visie van I&A op datagedreven werken en is mede afhankelijk van de werving van de GIS-specialist. Dit vervolg zal vorm worden gegeven in samenwerking tussen de inhoudelijke clusters en I&A. In dit plan van aanpak zal ook de nodige aandacht worden geschonken aan het beheer, participatie, communicatie, monitoring en evaluatie etc.

10.2.2 Noodzakelijke inzet en middelen Om hardware, software en kwaliteitsbeheer van data uit te breiden is extra inzet nodig. Dit vraagt ook vanuit het sociale domein inzet, zeker bij de aanvankelijke ontwikkeling. Ook bij de jaarlijkse updates is capaciteitsinzet noodzakelijk. Voor een belangrijk deel vervangt dit de inzet op de huidige applicaties en informatie. Verder zijn er in de begroting middelen voorzien. Bij verdere ontwikkeling moet worden bepaald in hoeverre dit voldoende is.

50

11.

Overig

11.1

Raadsmonitor

11.1.1 Monitoring en evaluatie Aan de inrichting van monitoring en evaluatie wordt in de huidige situatie invulling gegeven middels de raadsmonitor (zie ook kenmerk: 1726904). De inrichting van monitoring en evaluatie staat genoteerd als minimale eis voor inwerkingtreding van de Omgevingswet door de VNG. Monitoring en evaluatie in het kader van de Omgevingswet zullen ook na inwerkingtreding invulling moeten blijven krijgen. De parameters waarop gemonitord en geëvalueerd wordt zullen moeten worden aangepast. De huidige monitoring en evaluatie is namelijk gebaseerd op de ambities van de raad. Na inwerkingtreding van de wet zal bijvoorbeeld het transitiedocument moeten worden gemonitord en geëvalueerd, maar denk ook aan de omgevingsvisie, omgevingswaarden en programma’s. Ook zal er worden gerapporteerd op gerealiseerde bedrijfsgegevens (o.a. vergunningen, doorlooptijd, enz.). Deze monitoring zal gekoppeld worden aan de P&C-momenten.

11.1.2 Noodzakelijke inzet Voor het actualiseren van de raadsmonitor is inzet benodigd. Zie voor een nadere specificatie van de benodigde inzet en middelen bijlage 1.

11.2

Budgetten

11.2.1 Monitoring en evaluatie Vanuit het programma Omgevingswet vindt er maandelijks overleg plaats met de financieel adviseur. In dit overleg worden de budgetten en voortgang besproken. Deze lijn wordt doorgezet tot 1 januari 2022. Vanaf 1 januari 2022 vindt er een knip plaats. De verantwoordelijkheid voor de financiën wordt op dit moment overgedragen aan de betreffende clusters (Beleid Fysieke Leefomgeving, Informatie en Automatisering en Vergunningen, Toezicht en Handhaving).

11.2.2 Noodzakelijke inzet De inzet voor budgetbeheer valt binnen de verantwoordelijkheid van de clusters, ondersteund door de verschillende bedrijfsvoeringonderdelen van de organisatie.

11.3

Bodemtaken

Het jaar 2022 is het jaar van de herschikking van de bodemtaken tussen, gemeente, omgevingsdienst en provincie. Met de invoering van de Omgevingswet worden verscheidene bodemtaken overgedragen die tot dusverre vanuit de Wet bodembescherming waren ondergebracht bij de provincie (gedelegeerd aan de omgevingsdienst). Een deel van deze taken wordt door de gemeente zelf uitgevoerd en wordt bij het cluster Omgevingskwaliteit ondergebracht en een deel komt bij de omgevingsdienst te liggen. Het gaat daarbij om reeds in uitvoering zijnde bodem(sanerings)locaties, als gevolg van overgangsrecht en daarnaast het toezicht en handhaving in het kader van het Besluit bodemkwaliteit (voor toepassing van grond en bouwstoffen). Deze taken werden tot dusverre door de eigen organisatie uitgevoerd.

51

11.3.1 Noodzakelijke inzet Voor het uitvoeren van de nieuwe bodemtaken is inzet benodigd. Deze zijn voorlopig vanaf 2022 in de begroting geregeld.

52

Bijlagen

53

Bijlage 1. Middeleninzet 1. 2. 3. Instructieregels Er zijn geen extra inzet en middelen benodigd.

4. Omgevingsvisie Ingeschat wordt dat het DSO-proof maken en het publiceren volgens de standaard STOP/TPOD van de visie €20.000,- zal kosten. Deze middelen zijn in de begroting beschikbaar voor het opstellen van structuurvisies en bestemmingplannen. Voor de doorwerking van sociale kwaliteit is capaciteit nodig; deze moet nog worden bepaald.

5. Omgevingsplan 5.1 Omgevingsplan Voor het opstellen van het omgevingsplan wordt een beroep gedaan op onze organisatie. Het is geen kwestie van ‘even een workshop organiseren en dan weten we het wel’. Het gaat om het daadwerkelijk inleven en doorgronden van de doelen die je in een gebied wilt bereiken en de mate waarin regels daarin doelmatig kunnen ondersteunen. Vervolgens moeten deze regels vertaald worden naar een leesbaar omgevingsplan dat digitaal ontsloten wordt en met behulp van toepasbare regels door mensen bevraagd kan worden op vergunning- en meldingsplichten voor activiteiten in het fysieke domein. Dit is een hele nieuwe werkwijze ter vervanging van de werkzaamheden rond bestemmingsplannen die voorheen in de organisatie werden uitgevoerd. Zoals aangegeven pakken we het omgevingsplan in fase en per gebiedstypering op. Uitgangspunt hierbij is dat voor het schrijfwerk c.q. het opstellen van het omgevingsplan / digitalisering wordt uitbesteed aan een extern (planologisch) bureau. Met de uitbesteding van het schrijfwerk zelf schatten we voorlopig in dat het opstellen van het omgevingsplan per fase / gebiedstypering (van gebiedsvisie tot vaststelling van het plan) organisatie breed in totaal ca. 2.500 uur gaat kosten. Naar verwachting zal de ureninzet bij de volgende fase afnemen. De uren zijn onderstaand in de tabel per vakdiscipline onderverdeeld.

De procesverantwoordelijkheid voor het opstellen van het Omgevingsplan berust bij een procesmanager planologie, die zich met name bezig houdt met het proces. In de vorm van een duofunctie is deze gekoppeld aan de medewerker planologie die zich bezighoudt met de inhoud van het plan. Dit is nodig om enerzijds de kwetsbaarheid in te perken en anderzijds zodat er een goede aanvulling ontstaat. Bij het oppakken van een volgend gebied kunnen de rollen worden omgedraaid. Op dat moment is het mogelijk elk jaar een ander gebied op te pakken zodat in 2029 er voor heel Katwijk een omgevingsplan van kracht is. Capaciteit per plan per discipline: Discipline Trekker / projectleider omgevingsplan

Uren 400 54

Discipline Planjuristen / planoloog Vergunningverlener Handhaving Stedenbouw Natuur / Landschap Cultuurhistorie – Archeologie & Erfgoed Wonen Mobiliteit Economie en toerisme Omgevingskwaliteit - Milieu Omgevingskwaliteit – Bodem & Water Omgevingskwaliteit – Energie en klimaatadaptatie Samenleving – Sport / Gezondheid Openbare veiligheid? Omgevingsrecht – APV & verordeningen Communicatie

Uren 200 200 200 200 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 200 100 Totaal: 2.500

In het omgevingsplan kan ruimte worden geboden om voor meerdere activiteiten toestemming te geven zonder vergunning-, melding- of informatieplicht. Dit leidt tot beperktere benodigde capaciteit voor ruimtelijke planprocessen. Actualisatie van visie, plan en programma’s vindt niet meer verplicht na verloop van tijd plaats. Wijzigingen in omgevingsplan worden meerdere keren per jaar doorgevoerd (gebiedsgericht en/of themagericht). Voor de noodzakelijke (externe) ondersteuning is in de begroting (regulier RO budget) op jaarbasis in totaal €70.000 (excl. BTW) beschikbaar. Dit budget is opgenomen onder structuur- en bestemmingsplannen. Met dit bedrag kan naar verwachting een gebied per jaar worden opgepakt. Uitgaande van één plangebied per jaar is een jaarlijkse inzet van 2.500 uur noodzakelijk. Deze uren zijn niet inbegrepen bij de €70.000,-. Deze uren zitten – met uitzondering van de capaciteit voor de procesmanager/trekker – in de normale tijdsbesteding van de organisatie (vergelijkbaar met de inzet voor herziening van de bestemmingsplannen). Het opstellen van het omgevingsplan is echter intensiever. Hiervoor is de extra capaciteit van een procesmanager aangetrokken. Het komen tot een volledig omgevingsplan kost meer dan in de huidige situatie.

Afhankelijk van de keuzen bij de inrichting van het omgevingsplan, zal het beheer van deze plannen echter minder kosten dan momenteel bij het beheer van de structuurvisie en bestemmingsplannen.

5.2 Toepasbare regels Voor de functie van regelanalist gaat het om 0,89 fte. De regelanalist regisseert de benodigde input van juristen, beleidsmedewerkers en vergunningverleners. Hier is op dit moment nog geen inschatting van te maken.

55

Het beheren van toepasbare regels, waardoor binnen het DSO de gemeentespecifieke vraagbomen voor vergunningcheck en aanvraag zijn opgenomen, kost extra uren. Dit is een activiteit die intensiever is dan momenteel binnen het omgevingsloket online (OLO). De middelen voor een regelanalist zijn reeds geborgd, voor deze functie gaat het om 0,89 fte op schaal 10 voor ongeveer €95.000 per jaar. Totaal voor de periode 07-2022 tot 12-2029 zou dit een bedrag zijn van €712.500,-. Door procesverbeteringen kunnen de kosten voor vergunningprocedures mogelijk verminderen. Bij een 100% kostendekkendheid van de leges levert dit per saldo de gemeente geen hogere opbrengsten op, omdat als gevolg van procesverbeteringen bij vergunningverlening ook de leges verlaagd dienen te worden.

5.3 Bruidsschat In het eerste jaar na inwerkingtreding is een wekelijkse evaluatie nodig. Hierbij dienen in ieder geval betrokken te worden 2 inhoudelijke adviseurs van milieu, 3 adviseurs van RO en 1 adviseur van VTH. Ingeschat wordt dat deze evaluatie 1 uur per persoon per week zal kosten. Dit brengt ons op een totaal van 6 uur per week en 318 uur voor het eerste jaar na inwerkingtreding. Na een jaar zal deze wekelijkse evaluatie veranderen in een halfjaarlijkse evaluatie. Dit brengt ons op een totaal van 12 uur per jaar en 78 uur voor de periode 07-2023 tot 12-2029. In totaal zal deze evaluatie in de periode 07-2022 tot 12-2029 dus 396 uur kosten. Iedere maand zal de actielijst worden bijgewerkt. Bij het bijwerken van de actielijst dienen in ieder geval betrokken te worden 2 inhoudelijke adviseurs van milieu, 3 adviseurs van RO en 1 adviseur van VTH. Ingeschat wordt dat het bijwerken van de actielijst 1 uur per persoon per maand zal kosten. Dit brengt ons op een totaal van 6 uur per maand, 72 uur per jaar en 540 uur voor de periode 07-2022 tot 12-2029. Bij de jaarlijkse evaluatie dienen in ieder geval betrokken te worden 2 inhoudelijke adviseurs van milieu, 3 adviseurs van RO en 1 adviseur van VTH. Wanneer nodig geacht zullen ook de ketenpartners hierbij worden betrokken. Ingeschat wordt dat deze evaluatie 40 uur per jaar zal kosten.

Dit brengt ons op een totaal van 300 uur voor de periode 07-2022 tot 12-2029. Met de Omgevingswet wordt de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van een groot aantal regels die momenteel nog Rijksbevoegd zijn. Hiervoor verwachten we meer vragen van initiatiefnemers, meer bezwaar en beroep op regels uit de bruidsschat en het beheren van de regels in het omgevingsplan. In het rekenmodel voor de structurele effecten van de VNG wordt uitgegaan van gemiddeld 270 uren voor backoffice en 90 uren voor frontoffice extra per jaar. Ingeschat wordt dat de wekelijkse (na het eerste jaar na inwerkingtreding halfjaarlijkse) evaluatie €25.740,- zal kosten en dat het maandelijks bijwerken van de actielijst €35.100,- zal kosten. De jaarlijkse evaluatie zal naar verwachting €19.500,- kosten. Dit brengt ons op een totaal van €80.340,voor de gehele transitieperiode. Voor de behandeling van aanvragen voor bodemsaneringen en beoordeling van milieukundige bodemrapporten kan de gemeente leges heffen. Doordat de meeste activiteiten meldingsplichtig zijn, zijn de legesmogelijkheden beperkt.

56

5.4 Omgevingswaarden Het is de vraag of aan het vaststellen van omgevingswaarden überhaupt inzet en middelen zijn verbonden, anders dan de reguliere begroting. Aan de hand van de benodigde capaciteit en wijze waarop monitoring zal plaatsvinden is te bepalen hoeveel middelen gevraagd worden. Het opnemen van een omgevingswaarde hoeft niet te betekenen dat er meer beleidscapaciteit nodig is. Dit is afhankelijk van welke omgevingswaarden bij het omgevingsplan worden vastgesteld. Er moet nog bepaald worden wanneer en door wie dit zal worden gedaan.

6. Programma’s Omdat na inwerkingtreding eerst onderzocht zal worden of Katwijk meer programma’s wil vaststellen, is het nog niet mogelijk om een inschatting te maken van de noodzakelijke inzet en middelen die hiervoor benodigd zijn.

7. Omgevingsvergunning 7.1 Vergunningverlening Omgevingswet Door procesverbeteringen kunnen de kosten voor vergunningprocedures verminderen, waardoor (bij een 100% kostendekkendheid) ook de legesbedragen verlaagd moeten worden; per saldo hoeven procesverbeteringen in de vergunningverlening dus geen hogere kosten te betekenen. Voor de gemeente Katwijk wordt uitgegaan van een scenario waarbij beperkt wordt losgelaten en 20-40% van de regels wordt gedereguleerd. De formatie voor vergunningverlening zal naar inschatting met tenminste 10% en 20% afnemen. Dit komt neer op een bedrag tussen de €64.300,- en €128.600,-. Wkb Voor de bouwactiviteiten wordt een deel vergunningvrij (gevolgklasse 0). Voor deze activiteiten is geen bouwtechnisch vergunningverlening en toezicht meer nodig. Een ander deel (gevolgklasse 1) wijzigt van een vergunningplicht naar een meldingsplicht. Hierdoor hoeft de gemeente de aanvragen niet meer bouwtechnisch te toetsen én ook geen bouwtechnisch toezicht hierop te voeren. In de plaats daarvan moet de gemeente (1) het borgingsinstrument, de kwaliteitsborger, het borgingsplan en de risicobeoordeling toetsen en (2) de kennisgeving start en gereed bouw en de melding dossier bevoegd gezag toetsen en administratief verwerken. Deze werkzaamheden kosten gemiddeld tussen de 3 uur (bouwwerken GK1 tot €50.000) en 10,5 uur (bouwwerken GK1 > 5.000.000).

Met gemiddeld 5 uur per bouwactiviteit is dit minder dan de gemiddeld 10 uur nu voor vergunningverlening én toezicht Bouwbesluit op één bouwactiviteit. Na inwerkingtreding van fase 1 van de Wkb zal het geprognotiseerde werkaanbod voor vergunningverlening in Katwijk afnemen met 0,48 fte. Na inwerkingtreding van fase 2 zal het geprognotiseerde werkaanbod in Katwijk verder afnemen met 0,86 fte. Na volledige

57

inwerkingtreding van de Wet zal het geprognotiseerde werkaanbod in Katwijk hierdoor afnemen met 1,34 fte.

7.2 Adviescommissie omgevingskwaliteit Voor het in stand houden van de adviescommissie omgevingskwaliteit is jaarlijks de volgende capaciteit benodigd: 1. Leden met expertise op het gebied van monumentenzorg: Ingeschat wordt dat de 2 leden met expertise op het gebied van monumentenzorg jaarlijks 300 uur zullen besteden aan de commissie. 2. Overige deskundigheden en de stadsbouwmeester: Ingeschat wordt dat de overige deskundigheden in de commissie en de stadsbouwmeester (via DSL) jaarlijks 300 uur zullen besteden aan de commissie. 3. Ambtelijke ondersteuning: Ingeschat wordt dat de functie van ambtelijk secretaris 1 volledige fte zal zijn. Voor monitoring en evaluatie van de adviescommissie omgevingskwaliteit is de volgende capaciteit benodigd: 1. Verordening: De afdeling BFL en de adviescommissie dienen bij de evaluatie van de verordening te worden betrokken. De evaluatie zal worden uitgevoerd door de ambtelijk secretaris en de adviescommissie zelf. Ingeschat wordt dat deze evaluatie 30 uur per keer zal kosten. De verordening dient in de periode 07-2022 tot 12-2029 2 keer geëvalueerd te worden. 2. Reglement: De afdeling BFL en de adviescommissie dienen bij de evaluatie van het reglement te worden betrokken. De evaluatie zal worden uitgevoerd door de ambtelijk secretaris en de adviescommissie zelf. Ingeschat wordt dat deze evaluatie 30 uur per keer zal kosten.

De verordening dient in de periode 07-2022 tot 12-2029 7 keer geëvalueerd te worden. 3. Jaarverslag: De afdeling BFL en de adviescommissie dienen bij het opstellen van het jaarverslag te worden betrokken. Het jaarverslag zal worden opgesteld door de ambtelijk secretaris en de adviescommissie zelf. Ingeschat wordt dat het opstellen van het jaarverslag 50 uur per keer zal kosten. Het jaarverslag dient in de periode 07-2022 tot 12-2029 7 keer te worden opgesteld. 4. Leden: De afdeling BFL en de adviescommissie dienen bij het (her)benoemen van leden te worden betrokken. Ingeschat wordt dat het (her)benoemen van leden 30 uur per keer zal kosten. De leden van de adviescommissie dienen in de periode 07-2022 tot 12-2029 1 keer te worden (her)benoemd. Deze uren zijn inbegrepen bij de uren die benodigd zijn om de adviescommissie omgevingskwaliteit in stand te houden. Overzicht jaarlijkse kosten commissie Kostenpost Lidmaatschap van Dorp, Stad en Land Kosten stadsbouwmeester Budget erfgoedcommissie vanaf 2022 Kosten gemeentelijke adviescommissie als onderdeel van een centrale adviescommissie

Kosten in de huidige situatie

Kosten onder de Omgevingswet

€670,-

€670,-

€25.750,-

€26.250,-

€7.500,-

N.v.t.

N.v.t.

€12.000,-

58

omgevingskwaliteit (Dorp, Stad en Land) Kosten twee leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg Totalen

N.v.t.

€10.000,-

€33.920,-

€48.920,-

7.3 Intake- en omgevingstafel Ingeschat wordt dat de intaketafel na inwerkingtreding 15 keer per jaar zal plaatsvinden. Bij de intaketafel worden in ieder geval betrokken de voorzitter, de secretaris, 2 omgevingsregisseurs en van elke discipline een senior (Sociaal, Stedenbouw, RO, Mobiliteit, Wonen, Economie). De intaketafel kost gemiddeld 1,5 uur per tafel per persoon (30 min voorbereiden, 1 uur intaketafel). Voor de voorzitter geldt dat de intaketafel 5 uur extra kost en voor de secretaris geldt dat de intaketafel 1,5 uur extra kost. Het gaat om een totaal van circa 25 uur per intaketafel, 325 uur per jaar en 2.500 uur in de periode 07-2022 tot 12-2029. Ingeschat wordt dat de omgevingstafel na inwerkingtreding 2 keer per week zal plaatsvinden. Bij de omgevingstafel worden in ieder geval betrokken de voorzitter, de secretaris, de dossierhouder (VTH) en de casemanager (PPO). Hiernaast sluiten er gemiddeld 6 adviseurs aan bij de omgevingstafel. De omgevingstafel kost gemiddeld 2 uur per persoon (1 uur voorbereiden, 1 uur omgevingstafel). Voor de voorzitter geldt dat de omgevingstafel 2 uur extra kost en voor de secretaris geldt dat de omgevingstafel 5 uur extra kost. Het gaat om een totaal van circa 50 uur per week, 3.000 uur per jaar en ruim 20.000 uur in de periode 07-2022 tot 12-2029.

Bij de jaarlijkse evaluatie van de intake- en omgevingstafel dienen in ieder geval de trekkers van dit proces betrokken te worden. In de huidige situatie zijn dit 2 beleidsmedewerkers ruimte en een stedenbouwkundig medewerker. Ingeschat wordt dat de evaluatie per jaar 20 uur zal kosten. Het gaat om een totaal van 150 uur voor de periode 07-2022 tot 12-2029. Afhankelijk van de mate waarin vooroverleggen en omgevingstafels intensiever worden, worden opgenomen in de gemeentelijke leges én daarna al dan niet in korting kunnen worden gebracht indien een definitieve aanvraag wordt ingediend, kan het kostenniveau voor vooroverleg en omgevingstafels toenemen. Ingeschat wordt dat de intaketafel in de periode 07-2022 tot 12-2029 circa €160.000 zal kosten. Ingeschat wordt dat de omgevingstafel in diezelfde periode €1.400.000,- zal kosten. Van de evaluatie wordt verwacht dat deze € 10.000,- zal kosten. De totale kosten worden ingeschat op circa € 1.600.000,- voor de gehele transitieperiode. Deze kosten zijn grotendeels gedekt vanuit de huidige werkwijze (vooroverleg en coördinatieoverleg en (gedeeltelijk) declarabel via leges).

8. Toezicht en handhaving (incl. Wkb) 8.1 Wkb Als gevolg van de Wet kwaliteitsborging bouwen wordt het gemeentelijk toezicht bij aanvang en tijdens de bouw beperkt. Hierdoor kunnen bouwers pas op een later moment worden geconfronteerd met bouwwerken in strijd met landelijke en lokale regelgeving. Doordat de bouw in 59

een later stadium pas bezocht wordt, leidt dit naar verwachting tot meer en langere handhavingsprocedures. Bij gebouwen in gevolgklasse 1 wordt bij circa 50% van de gevallen een afwijking van de bouwtechnische regels verwacht, met gemiddeld 6-8 uur handhaving van bouwtechnische regels. Een deel van deze handhavingszaken zou de gemeente onder het huidige Wabo regime ook hebben gehad. Voor de bouwactiviteiten wordt een deel vergunningsvrij (gevolgklasse 0). Voor deze activiteiten is geen bouwtechnisch vergunningverlening en toezicht meer nodig. Een ander deel (gevolgklasse 1) wijzigt van een vergunningplicht naar een meldingsplicht. Hierdoor hoeft de gemeente de aanvragen niet meer bouwtechnisch te toetsen én ook geen bouwtechnisch toezicht hierop te voeren. In de plaats daarvan moet de gemeente (1) het borgingsinstrument, de kwaliteitsborger, het borgingsplan en de risicobeoordeling toetsen en (2) de kennisgeving start en gereed bouw en de melding dossier bevoegd gezag toetsen en administratief verwerken. Deze werkzaamheden kosten gemiddeld tussen de 3 uur (bouwwerken GK1 tot €50.000) en 10,5 uur (bouwwerken GK1 > 5.000.000). Met gemiddeld 5 uur per bouwactiviteit is dit minder dan de gemiddeld 10 uur nu voor vergunningverlening én toezicht Bouwbesluit op één bouwactiviteit.

Na inwerkingtreding van fase 1 van de Wkb zal het geprognotiseerde werkaanbod in Katwijk voor toezicht afnemen met 0,19 fte. Na inwerkingtreding van fase 2 zal het geprognotiseerde werkaanbod in Katwijk verder afnemen met 0,94 fte. Na volledige inwerkingtreding van de Wet zal het geprognotiseerde werkaanbod in Katwijk hierdoor afnemen met 1,13 fte. Elke fase van de Wkb kent een startdatum. Aanvragen die voor deze datum in behandeling zijn genomen dienen nog volgens het oude recht afgehandeld te worden. Dit geldt voor zowel vergunningverlening als toezicht. Wanneer deze situatie zich voordoet, zal de gemeente in de overgangssituatie tijdelijk capaciteit en kennis beschikbaar moeten houden tot alle trajecten zijn afgerond. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op bestaande bouw. Zoals vaker bij stelselwijzigingen het geval is, kan het zijn dat er vlak voor de inwerkingtreding een piek ontstaat van het aantal aanvragen omdat aanvragers liever willen dat hun aanvraag onder het oude stelsel wordt behandeld. Dit kan dus zorgen voor een tijdelijke toename in benodigde capaciteit. Hier is op dit moment nog geen inschatting van te maken. De inzet die nodig is voor de monitoring en evaluatie van de werkprocessen is nu nog niet in te schatten omdat de frequentie hiervan afhankelijk is van voortschrijdend inzicht.

De benodigde inzet voor het opstellen van een impactanalyse voor inwerkingtreding van fase 2 van de Wkb is naar verwachting 60 uur. De benodigde middelen voor het opstellen van een impactanalyse voor inwerkingtreding van fase 2 van de Wkb zijn naar verwachting circa €7.500,-. De middelen die nodig zijn voor de monitoring en evaluatie van de werkprocessen zijn nu nog niet in te schatten omdat de frequentie hiervan afhankelijk is van voortschrijdend inzicht.

8.2 Omgevingswet Met het omgevingsplan kunnen activiteiten vergunning- of meldingsvrij worden gemaakt. Voor de gemeente Katwijk wordt uitgegaan van een scenario waarbij beperkt wordt losgelaten en 20-40% van de regels wordt gedereguleerd. In dit scenario is beoordeeld of onderwerpen zich lenen voor loslaten of deregulering. Daarbij is de keuze om niet over te gaan tot geheel loslaten. Wel zijn er een aantal onderwerpen waar de gemeente kansen en mogelijkheden ziet tot deregulering. Ondanks dat 60

volledig loslaten op onderwerpen dus nog niet of beperkt aan de orde is, wordt in dit scenario wel op een aantal thema’s deregulering toegepast. Bijvoorbeeld door meer te werken met algemene regels en in te zetten op meldingen i.p.v. huidige vergunningplichten. Er wordt in dit scenario een volgende stap gezet in de geest van de Omgevingswet en in de lijn van de door de raad aangegeven ambities om meer los te laten. De focus ligt daarbij vooral op die activiteiten die in de regel al vaak worden vergund en waarvoor de regels op eenvoudige wijze in het omgevingsplan kunnen worden vastgelegd. De aanname is dat in dit scenario het aantal aanvragen om omgevingsvergunning met circa 15 tot 30% zal afnemen. Deze aanname is gebaseerd op de mate van deregulering en de autonome ontwikkelingen onder de Omgevingswet. In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat er een verschuiving plaatsvindt van vergunningverlening naar generiek toezicht en generieke handhaving. Er vinden meer vergunningvrije activiteiten plaats. Dat roept voor de omgeving meer vragen op, waardoor er meer toezichtactiviteiten gaan plaatsvinden. Vooralsnog wordt ingeschat dat hiermee een 0,25 tot 0,5 FTE aan extra capaciteit gemoeid zal zijn. Dit komt neer op een bedrag tussen de €16.250,- en -€32.500,-.

9. Samenwerking met ketenpartners Het werkplan (inclusief de financiële afstemming) wordt jaarlijks geactualiseerd door een beleidsmedewerker omgevingskwaliteit, toezichthouder milieu, vergunningverlener en de clustermanager VTH. Ingeschat wordt dat het jaarlijks actualiseren van het werkplan (inclusief de financiële afstemming) gemiddeld 70 uur kost. In de periode 07-2022 tot 12-2029 zal het werkplan 7 keer geactualiseerd worden. Totaal circa 490 uur. Het basistakenpakket wordt gemiddeld 1 keer in de 3 jaar geactualiseerd door deze zelfde groep collega’s. Ingeschat wordt dat het actualiseren van het basistakenpakket gemiddeld 60 uur kost. In de periode 07-2022 tot 12-2029 komt het naar verwachting 2 keer voor dat het basistakenpakket geactualiseerd dient te worden. Dit brengt ons op een totaal van 120 uur. Het actualiseren van het werkplan kost naar verwachting €4.500,- per jaar en €31.500,- voor de periode 07-2022 tot 12-2029. Het actualiseren van het basistakenpakket kost naar verwachting € 4.000,- per keer en €8.000,- voor de periode 07-2022 tot 12-2029. Deze kosten zouden ook gemaakt worden zonder de komst van de Omgevingswet en de Wkb en zijn daarom niet meegenomen in bijlage 1 Overzicht noodzakelijke middelen per hoofdstuk.

De regelingen/documenten die wel aan de Omgevingswet en Wkb raken, maar geen direct verband houden hiermee, zijn opgenomen in de tweede tabel van bijlage 3 Overzicht monitoring en evaluatie per hoofdstuk.

10. DSO / RAK 10.1

DSO

Dit betreft de kosten van uitbreiding licenties en het applicatiebeheer. Ook de licentiekosten en applicatiebeheer voor VTH-software zullen wijzigen als gevolg van de Omgevingswet. Voor 2022 e.v. is jaarlijks €44.000,- beschikbaar voor de software. Voor overige kosten en koppeling aan het landelijke DSO is jaarlijks €65.000,- beschikbaar. Voor het informatie en regelbeheer is

61

jaarlijks €87.000,- beschikbaar. Voor het gegevensbeheer (geo-data) is jaarlijks €98.000,beschikbaar. In totaal is er per jaar €290.000,- beschikbaar voor de DSO gerelateerde taken. In het beheerakkoord DSO-LV van 2018 zijn afspraken gemaakt over de beheervergoeding die de bevoegd gezagen bijdragen, ten behoeve van het landelijk stelsel. Hierin is aangegeven dat de beheervergoeding in eerste instantie (jaren 2020 tot en met 2023) gemaximeerd is op een bedrag van 25,9 mln. De gemeenten staan aan de lat voor 70% van deze kosten, zijnde 18 mln. (beheerakkoord pagina 5 punt 2 en 3). Omgeslagen per inwoner is dit een bedrag van afgerond €1,-. Deze kosten zijn inmiddels via het gemeentefonds verrekend. De kosten ontwikkelen zich vervolgens verder tussen 2024 en 2028 (einde looptijd akkoord) naar een maximum van €57 mln (beheerakkoord pagina 6 punt 9). Als we daar dezelfde verdeelsleutel op loslaten (70% voor de gemeenten), komt dat op ongeveer €2,30 per inwoner vanaf 2024 (wellicht nog iets later door uitstel invoering). Rekenend met het huidige inwonersaantal betekent dit een extra beheerlast van circa 150.000,-. Ook deze bijdrage wordt in de begroting verwerkt door een aanpassing van de algemene uitkering.

Doordat de gemeente bijdraagt aan het DSO-LV en zonder een werkend DSO-LV de bouwmelding / omgevingsvergunning niet kan worden ingediend, kan een deel van deze kosten worden doorberekend in de leges. Dit onder de voorwaarde dat deze kosten niet via de overhead worden doorbelast. Doordat de DSO-LV maar voor een deel betrekking heeft op meldingen/vergunningen, kan een deel (inschatting max. 50%) van de bijdrage aan DSO-LV worden doorbelast in de leges. Dit is in het financiële overzicht meegenomen.

10.2

RAK

Om de nodige ontwikkelingen mogelijk te maken zijn in de begroting van het programma Omgevingswet middelen vrijgemaakt om investeringen te doen in de hardware, software, kwaliteitsbeheer van data en de daarvoor benodigde formatie-uitbreiding. In 2022 zal hieraan gevolg worden gegeven passend in de I&A-visie. Dit vraagt ook van Sociaal capaciteit, zeker bij de aanvankelijke ontwikkeling, maar ook bij de jaarlijkse updates.

11. Overig 11.1

Raadsmonitor

In de huidige situatie wordt aan het actualiseren van de raadsmonitor gemiddeld 14 uur per jaar besteed door de programmasecretaris Omgevingswet. Verwacht wordt dat onder de Omgevingswet hetzelfde aantal uren benodigd zal zijn. Dit raadsmonitor dient in de periode 07-2022 tot 12-2029 7 keer geactualiseerd te worden. Dit betekent een totaal van 98 uur. Omgerekend naar kosten betekent dit een bedrag van ca. €900,- per jaar en totaal ruim €6.000,- voor de periode 07-2022 tot 12-2029. De verantwoordelijkheid zal worden overgenomen door een beleidsmedewerker ruimte en valt qua planning en inzet binnen de reguliere P&C-Cyclus.

62

11.2

Budgetten

De inzet van de clustermanagers en de financiële adviseurs in de financiële beheersing kan plaatsvinden binnen de reguliere bedrijfsvoering van de clusters en de ondersteunende cluster en units. Hiervoor worden geen extra kosten geraamd.

11.3

Bodemtaken

De gemeente krijgt met de invoering van de Omgevingswet de verantwoordelijkheid overgedragen die tot dusverre vanuit de Wet bodembescherming waren ondergebracht bij de Provincie (gedelegeerd aan de Omgevingsdienst). Een deel van deze taken wordt door de gemeente zelf uitgevoerd en wordt bij het cluster Omgevingskwaliteit ondergebracht en een deel komt bij de Omgevingsdienst te liggen (vanwege overgangsrecht). De ureninzet verschilt per jaar, afhankelijk van het aantal bodemdossiers (graven en saneren). Een deel kan worden gedekt uit leges. Bij de overdracht van de bodemtaken van provincies naar gemeenten wordt mogelijk nog besloten om gelden uit het provinciefonds naar het gemeentefonds over te hevelen; dit kan leiden tot positieve effecten. De hoogte van deze uitkering is op dit moment nog niet bekend en deze kan vanwege efficiencykorting lager uitvallen dan de huidige bijdrage aan de Provincie. In de begroting 2022 is incidenteel €40.000,- is opgenomen voor 2022. In het meerjarenperspectief zijn de kosten nog pro memorie geraamd. Zodra meer bekend is over deze tegemoetkoming zal deze mutatie structureel worden verwerkt in de begroting.

12. Effecten van de Omgevingswet en de Wkb op de leges Er worden twee negatieve effecten op de leges voorzien. Het eerste is dat er minder vergunningverlening zal plaatsvinden en dat er hierdoor sprake zal zijn van een legesvermindering. Dit wordt met name veroorzaakt door de Wkb, waardoor veel bouwactiviteiten niet meer voor het bouwdeel vergunningplichtig zijn. Door de inwerkingtreding van de Wkb vervalt ongeveer 21% van de leges bij vergunningverlening en toezicht na inwerkingtreding van fase 1. Dit komt neer op een bedrag van €357.000,-. Na inwerkingtreding van fase 2 (na 2024) betreft het ongeveer 37%. Dit komt neer op een bedrag van €629.000,-. Er is echter geen lineair verband tussen de verlaging van de legesinkomsten en de ureninzet die komt te vervallen. Dit is afhankelijk van de kostendekkendheid, politieke keuzes en de daadwerkelijke urenbesteding aan de nieuwe taken. Deze keuzes worden gemaakt bij de vaststelling van de legesverordening. De werkelijke financiële effecten kunnen pas dan worden bepaald. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om in het omgevingsplan activiteiten te benoemen die nu vergunningplichtig zijn (dus waarvoor leges worden ontvangen), maar straks niet meer omdat ze meldingsplichtig of toestemmingsvrij zijn. Het tweede negatieve effect dat gesignaleerd wordt is een legesvermindering door procesverbetering in de vergunningverlening.

Door procesverbeteringen kunnen de kosten voor vergunningprocedures verminderen, waardoor (bij een 100% kostendekkendheid) ook de legesbedragen verlaagd zullen worden; per saldo hoeven procesverbeteringen in de vergunningverlening dus niet altijd ook nadelig financieel effect op te leveren. Wat wel speelt is dat een verandering in het vergunningenregime verschuiving van werkzaamheden kan opleveren (bijvoorbeeld toezicht en handhaving op niet vergunningplichtige activiteiten). Daardoor kan er sprake zijn van een financieel effect.

63

Voor de gemeente Katwijk wordt op basis van het ambitiekader uitgegaan van een scenario waarbij beperkt wordt losgelaten en 20-40% van de regels wordt gedereguleerd. De effecten van dit scenario op de leges zijn dat de leges met tenminste 5% en hoogstens 10% afnemen. Dit komt neer op een bedrag tussen de - €85.000,- en - €170.000,-. Ook heeft dit scenario effect op de formatie. Er worden ook twee positieve effecten voorzien. Voor aanvragen van milieuactiviteiten mogen na inwerkingtreding van de Omgevingswet namelijk milieuleges geheven worden. Doordat het aantal vergunningen voor milieuactiviteiten verder beperkt wordt, zullen de opbrengsten hiervan echter relatief beperkt zijn. Voor de behandeling van aanvragen voor bodemsaneringen en beoordeling van milieukundige bodemrapporten kan de gemeente ook leges heffen. Doordat de meeste activiteiten meldingsplichtig zijn, zijn de legesmogelijkheden beperkt. De gemeente Katwijk speelt o.a. in op bovenstaande effecten door te zoeken naar de juiste kostendekkendheid. Hiernaast wordt er gezocht naar activiteiten die onder de leges kunnen worden gebracht. Het verschil in inzet zal zoals hierboven omschreven uiteindelijk ook leiden tot een aanpassing van de organisatie.

13. Overzicht benodigde middelen per hoofdstuk In de tabel op de volgende pagina wordt een indicatief overzicht van de noodzakelijke middelen per hoofdstuk weergegeven. Het wordt van belang geacht dat de voorziene noodzakelijke middelen in deze tabel niet afgezet zijn tegen de eventuele onvoorziene effecten die de komst van de Omgevingswet en de Wkb met zich mee kunnen brengen (zie ook bijlage 4). In de tabel worden enkel de kosten weergegeven die nu al gesignaleerd worden, deze kosten kunnen op basis van voortschrijdend inzicht nog aangevuld worden.

64

In

65

onderstaande tabel wordt een inschatting gegeven van de totale jaarlijkse effecten op de leges zonder aanvullende beheersmaatregelen (kostendekkendheid, verbreding reikwijdte, verschuiving in inzet, te maken keuzes). Dit zijn inschattingen op basis van een eerste aannames en doorrekening. Bij de kadernota 2023 wordt hiervan een scherpere raming verstrekt. Inschatting jaarlijkse effecten op de leges Wkb

Fase 1: -€360.000,-

Fase 2 -€630.000,-

Omgevingswet

Ca. 125.000,-- (tussen -€85.000,- en €170.000,-)

Ca. 125.000,-- (tussen -€85.000,- en €170.000,-)

Totaal

€ 485.000,-

€ 800.000,-

Onderstaande tabel geeft een inschatting van de globale consequenties die voor VTH zouden kunnen optreden. Het wordt van belang geacht te benoemen dat hier (nog) niet is opgenomen welke effecten mogelijk elders in de organisatie kunnen optreden en in hoeverre dat tot een positief eindresultaat leidt. Inschatting jaarlijkse effecten op de formatie Vergunningverlening Toezicht en handhaving Totaal:

Inschatting jaarlijks benodigde middelen in de huidige situatie €643.000,-

Inschatting jaarlijks benodigde middelen onder de Omgevingswet

Inschatting jaarlijks benodigde middelen onder de Wkb

Verschil met de huidige situatie

- €96.450,-

- €68.250,-

- €164.700,-

Inschatting jaarlijks benodigde middelen onder de Omgevingswet en de Wkb €478.300

€207.000,-

+ €24.375,-

- €42.900,-

- €18.525,-

€188.475,-

€850.000,-

- €72.075,-

- €111.150,-

- €183.225,-

€666.775,-

Bij het sluiten van het hoofdlijnenakkoord is er vanuit gegaan dat de invoeringslast van de Omgevingswet op termijn zou worden terugverdiend door de structurele baten. Bij een negatieve uitkomst van het verschil tussen structurele baten en structurele lasten is daarvan geen sprake. De gemeente Noord-Oostpolder heeft samen met zeven andere gemeenten een motie ingediend die de VNG oproept om gemeenten te consulteren over de financiële effecten van de Omgevingswet. Het uitgangspunt is dat de overgang budgetneutraal verloopt en de VNG het Rijk oproept om extra middelen beschikbaar te stellen als dat onhaalbaar blijkt. Gemeenten willen niet inboeten op de doelen en de ambities die de wet nastreeft, maar ook de kosten daarvan niet afwentelen op inwoners en bedrijven. De begroting van gemeenten laat het niet toe om de extra financiële lasten hiervan op te vangen. De VNG deelt de zorgen en de analyse van de indieners. De VNG heeft na het Financieel Hoofdlijnenakkoord (2016), waarop de motie zich baseert, in de Beheerovereenkomst DSO-LV (2018) verdergaande procesafspraken gemaakt met de minister en de andere bestuurlijke partners over de wijze waarop de financiële effecten van de Omgevingswet worden gemonitord. Ook zijn er afspraken gemaakt over de momenten waarop we daarover met elkaar in gesprek gaan met de mogelijkheid om de bestaande financiële afspraken te herzien.

Op ambtelijk niveau worden deze zorgen interbestuurlijk al enige tijd gedeeld en besproken. Bij het besluit de invoering van de wet een jaar uit te stellen, is ook bestuurlijk nadrukkelijk op dit punt gewezen. In het voorjaar van 2021 heeft de VNG een claim ter hoogte van 150 miljoen euro bij de minister van BZK neergelegd. Dit bedrag is bedoeld om de invoeringskosten van gemeenten incidenteel te compenseren in 2022. Deze claim is nog niet gehonoreerd en blijft daarom wat de VNG betreft onverminderd staan. Voor de gemeente Katwijk gaat het hier om ongeveer €700.000,-.

66

Voor 2022 en 2023 is in de begroting voor de verwachte extra transformatiekosten een extra bedrag van €100.000,- opgenomen. Vanaf 2024 neemt dit bedrag stapsgewijs af: voor 2024 €75.000,- en vanaf 2025 €50.000,-. Deze is in de verzameltabel meegenomen. Gezien de omvang van de transitie blijft de vraag of dit voldoende is. In de kostenopstelling resteert een nadelig saldo. Ook is het de vraag of de ontwikkeling van de organisatie voldoende synchroon kan lopen met de afname van inkomsten vanuit leges. We verwachten uit de landelijke discussie in ieder geval een financieel gebaar van de Minister voor de extra transformatiekosten, zoals gevraagd door de VNG. Het is verstandig om deze in ieder geval tegenover het nu voorziene verschil te zetten. Voor de grote lijn naar de structurele effecten resteert de noodzaak voor een scherpere benadering van de legesontwikkeling en de landelijke monitoring van de structurele effecten vanaf 2023. Dan pas zal ook duidelijk worden in hoeverre aanvullende middelen benodigd zijn. Omdat er nog veel kosten op Pm staan, is er nog geen inschatting te maken van dit exacte bedrag. Tegenover de vermindering van de legesopbrengsten staan de positieve structurele effecten van de Omgevingswet en de Wkb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10973074/1