25. Brief van het college van 22 december 2021 inzake transitieplan gemeente Katwijk 2022-2029 (2760785)
Tekst van het document
14. Berekening op basis van het Integraal financieel beeld Voor gemeenten kan een structureel positief totaaleffect ontstaan (tot 168 miljoen per jaar), maar ook een negatief effect (tot 34 miljoen). Als we de resultaten van de onderzoeken interpoleren voor Katwijk liggen de structurele effecten voor onze gemeente tussen 150.000 negatief en 650.000 positief. De gemeentelijke investeringen voor invoering en de transitie worden geraamd op 1,0 tot 1,6 miljard, waarvan ca. 80% aan invoeringskosten (tot 2022) en 20% aan transitiekosten vanaf 2022. Omgerekend naar de situatie van de gemeente Katwijk zou dit een totaal bedrag betekenen tussen de 4 en 6 miljoen euro. Als enkel naar de interpolatie van de onderzoeken wordt gekeken, schatten we een voorlopig het structurele voordeel vanaf 2030 in op het gemiddelde van deze bandbreedte: € 250.000 euro per jaar. Dit zou neerkomen op een terugverdientijd van de invoerings- en transitiekosten ca. 20 jaar. Gezien de landelijke discussie die hierover wordt gevoerd, is het laatste woord nog niet gezegd.
67
Bijlage 2. Overzicht communicatie per hoofdstuk Hoofdstuk
4. Omgevingsvisie
5. Omgevingsplan
Paragraaf
Interne communicatie
Externe communicatie
N.v.t.
De actuele Omgevingsvisie Katwijk is in participatie tot stand gekomen. Er zal worden ingezet op het bevorderen van de bekendheid en het gebruik van die omgevingsvisie. Dit zal intern en extern gebeuren. Speciale aandacht is nodig voor communicatie met de interne doelgroepen die vanuit de omgevingsvisie beleid en uitvoeringsprogramma’s moeten schrijven. En voor de (nieuwe) gemeenteraad en het (nieuwe) college die moeten sturen op de realisatie van de omgevingsvisie op lange termijn.
5.1 Omgevings plan
N.v.t.
5.2 Toepasbare regels
N.v.t.
5.3 Bruidsschat
N.v.t.
5.4 Omgevings waarden
Bij het vaststellen van omgevingswaarden is interne communicatie gewenst onder die medewerkers, raadsleden en bestuurders die met de betreffende type omgevingswaarden te maken hebben. Hoe gerichter de communicatie op de juiste doelgroepen, hoe beter.
Er wordt een publieksvriendelijke versie van de visie opgesteld. Met het beschikbaar stellen van de publieksvriendelijke versie van de visie wordt bijgedragen aan de participatie en informatieplicht rond de instrumenten uit de Omgevingswet. Deze versie is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022 gereed. De publieksvriendelijke versie zal in het tweede kwartaal van 2022 via het RAK-extern beschikbaar worden gesteld. De gemeentelijke website en de webpagina Katwijkextra over de omgevingsvisie dienen actueel te worden gehouden. Er dient hierop aandacht geschonken te worden aan de omgevingsvisie als wettelijk instrument onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie gaat meer leven onder interne en externe doelgroepen als consistent en frequent de relatie wordt gelegd tussen de visie en daaruit voortkomend beleid en uitvoeringsprogramma’s als bewijs dat de omgevingsvisie werkt. Voor ieder ruimtelijk initiatief van de gemeente waarvoor een omgevingsplan moet worden gemaakt, is ook een communicatieplan nodig. Hierin staan ieder geval de stakeholders en hun invloed en belangen, plus de communicatiekansen en de -risico’s van het project. In dit plan staat welke communicatiekanalen relevant zijn voor de betreffende doelgroepen en dus gemaakt en onderhouden moeten worden.
Nieuwe digitale wegen bieden uitkomsten om op buurtniveau te communiceren over (mogelijke) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Zo’n platform is één van de manieren waarop participatie en community building kan worden georganiseerd. Dit moet de drempel minder groot maken om als burger/instelling tot de juiste informatie te komen en hierop feedback te kunnen geven. Niet alleen vanuit de afdeling BFL, maar ook vanuit Communicatie zal aan nieuwe platforms gewerkt worden. In eerste instantie zal er niet gecommuniceerd worden over toepasbare regels. De toepasbare regels moeten gewoon werken voor de initiatiefnemer en zijn verder niet erg interessant. Afhankelijk van hoe de gemeente burgers wil gaan laten participeren is er mogelijk communicatie benodigd, maar dat is nu nog niet duidelijk. Extern zal er gecommuniceerd worden aan de ketenpartners welke keuzes Katwijk heeft gemaakt. Hierbij wordt gewerkt met vaste aanspreekpunten en externe expertise (juristen en omgevingsdienst). Als aanpassing van regels gevolgen heeft voor inwoners of bedrijven, zal moeten worden beoordeeld wat de impact is en op welke manier hierover gecommuniceerd moet worden met relevante doelgroepen.
68
Externe communicatie vindt plaats bij het opstellen en herzien van het omgevingsplan.
6. Programma’s / programmatische aanpak
N.v.t.
Een programma is een plan op strategisch niveau. Bij een programma hoort daarom ook een strategisch communicatieplan dat al dan niet in samenwerking met andere partijen (denk aan gemeenten in de regio) wordt geschreven en mogelijk zelfs gezamenlijk wordt uitgevoerd. In een strategisch communicatieplan voor een programma moeten in ieder geval de stakeholders en hun invloed en belangen inzichtelijk worden gemaakt, plus de communicatiekansen en de -risico’s van het programma, zodat de communicatieopgave duidelijk wordt en een strategie kan worden bepaald. In het strategisch communicatieplan van ieder programma hoort ook te staan welke communicatiekanalen relevant zijn voor de betreffende doelgroepen en dus gemaakt en onderhouden moeten worden. Het vaststellen van een programma is een aanleiding om hierover intern en extern te communiceren. Voor alle communicatie geldt: hoe concreter hoe beter. Communiceer daarom waar mogelijk over de concrete resultaten en voortgang en verwijs daarbij naar het achterliggende programma.
7.1 Vergunning -verlening 7. Omgevingsvergun ning
8. Toezicht en handhaving (incl. Wkb)
Intern is training nodig van iedereen met klantcontact en iedereen op de afdeling waar vergunningsaanvragen worden behandeld. Ook overige medewerkers moeten via de interne communicatiekanalen en bijvoorbeeld met presentaties in reguliere overleggen worden geïnformeerd over de hoofdlijnen van de nieuwe werkwijzen.
7.3 Intakeen omgevingst afel
Er zal intern gecommuniceerd worden; het proces van de intake- en omgevingstafel zal organisatiebreed geïntroduceerd worden. Hiernaast wordt er blijvend gecommuniceerd met initiatiefnemers (korte lijnen). Hierbij wordt gewerkt met vaste aanspreekpunten. Deze informatie maakt onderdeel uit van de totale procescommunicatie richting vergunningaanvragers.
8.1 Wkb
De Omgevingswet en de Wkb worden intern voor inwerkingtreding onder de aandacht gebracht middels o.a. de review.
Een programma is een plan op strategisch niveau. Bij een programma hoort daarom ook een strategisch communicatieplan dat al dan niet in samenwerking met andere partijen (denk aan gemeenten in de regio) wordt geschreven en mogelijk zelfs gezamenlijk wordt uitgevoerd. In een strategisch communicatieplan voor een programma moeten in ieder geval de stakeholders en hun invloed en belangen inzichtelijk worden gemaakt, plus de communicatiekansen en de -risico’s van het programma, zodat de communicatieopgave duidelijk wordt en een strategie kan worden bepaald. In het strategisch communicatieplan van ieder programma hoort ook te staan welke communicatiekanalen relevant zijn voor de betreffende doelgroepen en dus gemaakt en onderhouden moeten worden. Het vaststellen van een programma is een aanleiding om hierover intern en extern te communiceren. Voor alle communicatie geldt: hoe concreter hoe beter. Communiceer daarom waar mogelijk over de concrete resultaten en voortgang en verwijs daarbij naar het achterliggende programma.
De manier van communiceren en de communicatieboodschappen zijn afhankelijk van het type aanvrager van de vergunning. Veelgebruikers zul je actief moeten opzoeken en informeren (zelfs betrekken) over alle veranderingen, terwijl je een burger die slechts een keer in de twintig jaar een kapvergunning wil aanvragen, op dat moment alleen maar actuele en begrijpelijke procesinformatie moet geven. Het is daarom raadzaam om klantreizen van type aanvragers te analyseren en per klantreis een communicatieproces op te stellen. Middels een korte lokale communicatiecampagne zal het waarom en wanneer van de nieuwe aanvraagprocedure onder de aandacht worden gebracht. Daarbij wordt verwezen naar meer informatie en demo’s op de website. Op de website van de gemeente zullen (klik)demo’s worden ingezet. Er wordt nu geruime tijd geoefend met de intake- en omgevingstafel. De leerpunten daaruit bieden kansen voor interne communicatie en mogelijk zelfs voor externe communicatie. Neem collega’s mee in de successen, do’s en dont’s. In de maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is het delen van verhalen over de omgevingstafel en de intaketafel een goede manier om specifieke doelgroepen van aanvragers te betrekken. In januari 2022 zal er gestart worden met de externe communicatie over de Omgevingswet en de Wkb.
Via berichten op social media en de gemeentelijke website zal onder de aandacht gebracht worden waarom de Omgevingswet en de Wkb er komen en wat dit betekent voor inwoners en ondernemers. Mogelijk wordt de communicatie aangevuld met een ludieke vorm van informatievoorziening. Na inwerkingtreding zal er in afnemende mate over de Omgevingswet en de Wkb gecommuniceerd worden. Op het moment van inwerkingtreding van fase 2 zal wederom extern gecommuniceerd worden via social media en de gemeentelijke website. Tijdens de
69
8.2 Omgevings wet
9. Samenwerking met ketenpartners
De Omgevingswet en de Wkb worden intern voor inwerkingtreding onder de aandacht gebracht middels o.a. de review.
N.v.t.
N.v.t.
10.1 DSO
Het DSO wordt intern voor inwerkingtreding onder de aandacht gebracht.
10. DSO / RAK
gehele transitieperiode dient de informatie op de gemeentelijke website over de Wkb actueel gehouden te worden. In januari 2022 zal er gestart worden met de externe communicatie over de Omgevingswet. Daarvoor wordt een communicatieplan met een contentplanning gemaakt. Daarin moet heel duidelijk worden wie de belangrijkste doelgroepen vormen, wat zij moeten weten en wanneer en hoe zij gericht benaderd kunnen worden. Voor de belangrijkste doelgroepen moet er specifieke informatie beschikbaar komen op de website van de gemeente waarnaar steeds verwezen kan worden. Via de gemeentepagina, de gemeentelijke nieuwsbrief en social posts kunnen doelgroepen geattendeerd worden op de inwerkintreding op 1 juli 2022, voor wie er iets gaat veranderen en waar informatie te vinden is over de veranderingen. Het lijkt nu raadzaam voor de Wkb een apart communicatieplan te maken. Na inwerkingtreding zal er in afnemende mate over de Omgevingswet en de Wkb gecommuniceerd worden. De Omgevingswet en de Wkb worden intern voor inwerkingtreding onder de aandacht gebracht. Als uit het werken met de Handreiking Werkprocessen Ketenpartners blijkt dat er aanpassingen nodig zijn, zal de werkgroep bijeenkomen. De doorgevoerde aanpassingen worden vervolgens door de werkgroep per mail aan alle deelnemende partijen gecommuniceerd.
Dit volstaat alleen als de nieuwe samenwerking met ketenpartners geen effect heeft op partijen die vergunningen aanvragen, zeg ‘de klant’. Als processen voor de klant veranderen door nieuwe procesafspraken, dan moet de klant geïnformeerd worden. De manier van communiceren en de communicatieboodschappen zijn afhankelijk van het type aanvrager van de vergunning. Veelgebruikers zul je actief moeten opzoeken en informeren (zelfs betrekken) over alle veranderingen, terwijl je een burger die slechts een keer in de twintig jaar een kapvergunning wil aanvragen, op dat moment alleen maar actuele en begrijpelijke procesinformatie moet geven. Het is daarom raadzaam om klantreizen van type aanvragers te analyseren en per klantreis een communicatieproces op te stellen. Middels een korte lokale communicatiecampagne zal het waarom en wanneer van de nieuwe aanvraagprocedure onder de aandacht worden gebracht. Daarbij wordt verwezen naar meer informatie en demo’s op de website. Op de website van de gemeente zullen (klik)demo’s worden ingezet.
10.2 RAK
In het plan van aanpak 2022 zal de nodige aandacht worden geschonken aan communicatie.
In het plan van aanpak 2022 zal de nodige aandacht worden geschonken aan communicatie.
Op de volgende pagina wordt ter illustratie de contentplanning tot 1 juli 2022 weergegeven.
70
71
Bijlage 3. Overzicht monitoring en evaluatie per hoofdstuk In onderstaande tabel wordt het overzicht van de benodigde monitoring en evaluatie per hoofdstuk weergegeven. De in deze tabel weergegeven kosten zijn inbegrepen in de tabel in bijlage 1.
Regeling/document atie
Frequentie monitoring en evaluatie
Afdeli ng
Benodigde collega’s (functies)
Aantal keer in de periode 2022-2029
Inschatting totaal aantal uren in de periode 20222029
Inschatting totale benodigde middelen in de periode 20222029
Raadsmonitor
Jaarlijks
BFL
Beleidsmedewerker ruimte
7
98
€6.370,-
Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit
Elke 4 jaar, te starten 2 jaar na inwerkingtr eding van de Omgevings wet
- BFL - ARK
- Ambtelijk secretaris - De adviescommissie
2
60
€7.200,-
Jaarlijks
- BFL - ARK
- Ambtelijk secretaris - De adviescommissie
7
210
€13.650,-
Jaarlijks
- BFL - ARK
- Ambtelijk secretaris - De adviescommissie
7
350
€22.750,-
Elke 4 jaar
- BFL - ARK
- Ambtelijk secretaris - De adviescommissie
1
30
€1.950,-
- Clustermanager VTH - Clustermanager I&A - Financieel adviseur Pm
7,5
540
€35.100,-
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm Pm Pm - 2 Beleidsmedewerkers ruimte - Stedenbouwkundig medewerker - 2 Adviseurs milieu - 3 Adviseurs RO - Adviseur VTH Totalen:
Pm Pm Pm
Pm Pm Pm
Pm Pm Pm
7,5
150
€9.750,-
7,5
300
€19.500,-
46,5
1.738
€112.970,-
Reglement Adviescommissie Omgevingskwaliteit Jaarverslag Adviescommissie Omgevingskwaliteit Benoeming leden Adviescommissie Omgevingskwaliteit Budgetten
Elke maand
Omgevingsvisie
Pm
Programma’s
Pm
Omgevingsplan Omgevingswaarden Werkprocessen
Pm Pm Pm
- VTH - I&A - FIN PPO - PPO - BFL - VTH BFL BFL VTH
Intake- en omgevingstafel
Jaarlijks
BFL
Bruidsschat
Jaarlijks
- BFL - VTH
Naast de regelingen/documenten die hierboven genoemd worden, zijn er ook een aantal regelingen/documenten die indirect verband houden met de Omgevingswet en de Wkb. Let op: Deze regelingen zouden ook zonder de Omgevingswet en de Wkb geactualiseerd moeten worden, maar worden wel geraakt door de Omgevingswet en Wkb. Het overzicht van de benodigde monitoring en evaluatie voor de regelingen/documenten die indirect verband houden met de Omgevingswet en de Wkb worden in de tabel op de volgende pagina weergegeven. De in deze tabel weergegeven kosten zijn niet inbegrepen in de tabel in bijlage 1.
72
Regeling/docume ntatie
Frequentie actualiseren
Afdeling
Benodigde collega’s (functies)
Jaarlijks (tarieventabel)
Legesverordening
Jaarlijks (kostendekken dheid)
- FIN
Enkel bij veranderde wet- en regelgeving (verordening) Jaarlijks (ramingen) Kostenverhaal
Procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen
Handhavingsbeleid
Mandatering en financiële arrangementen met uitvoeringsdienst en
Participatiebeleid
Participatieveror dening
Verordening Nadeelcompensa tie
Gemiddeld 1 keer in de 5 jaar (beleid) Jaarlijks (actualisatie) Elke 3 jaar (taxatie) Jaarlijks (uitvoeringspla n) Gemiddeld 1 keer in de 3 jaar (beleid) Jaarlijks (werkplan inclusief financiële afstemming) Gemiddeld 1 keer in de 3 jaar (basis takenpakket) Elke 4 jaar, te starten 2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet Elke 4 jaar, te starten 2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet Enkel bij veranderde wet- en regelgeving (niet verwacht in de periode 07-2022 tot 12-2029)
PPO
PPO
Beleidsmedewerker financiën
- Planeconoom
- Financieel adviseur
- Senior adviseurprojectcontroler
Aantal keer in de periode 07-2022 tot 122029
Inschatting totaal aantal uren in de periode 20222029
Inschatting totale benodigde middelen in de periode 20222029
7
112
€7.280,-
7
112
€7.280,-
1
117
€7.605,-
7
280
€18.200,-
1
40
€2.600,-
7
280
€18.200,-
2
80
€5.200,-
490
€31.850,-
120
€7.800,-
7
490
€31.850,-
2
120
€7.800,-
7 - BFL - VTH
- Vergunningverlener - Clustermanager VTH 2
- BFL - VTH
- Beleidsmedewerker omgevingskwaliteit - Toezichthouder milieu - Vergunningverlener - Clustermanager VTH
- PPO - VTH
- Communicatieadviseur - Jurist handhaving omgevingsrecht
2
120
€7.800,-
- VTH
Jurist handhaving omgevingsrecht
2
32
€2.080,-
- JZ - BFL
- Beleidsmedewerker ruimte - Beleidsmedewerker JZ
0
0
0
Totalen:
45
2.393
€155.545,-
73
Bijlage 4. Overzicht structurele effecten van de Omgevingswet en Wkb Negatieve effecten
Positieve effecten Voor de bouwactiviteiten wordt een deel vergunningvrij (gevolgklasse 0). Voor deze activiteiten is geen bouwtechnisch vergunningverlening en toezicht meer nodig. Een ander deel (gevolgklasse 1) wijzigt van een vergunningplicht naar een meldingsplicht. Hierdoor hoeft de gemeente de aanvragen niet meer bouwtechnisch te toetsen én ook geen bouwtechnisch toezicht hierop te voeren. In de plaats daarvan moet de gemeente (1) het borgingsinstrument, de kwaliteitsborger, het borgingsplan en de risicobeoordeling toetsen en (2) de kennisgeving start en gereed bouw en de melding dossier bevoegd gezag toetsen en administratief verwerken. Deze werkzaamheden kosten gemiddeld tussen de 3 uur (bouwwerken GK1 tot € 50.000) en 10,5 uur (bouwwerken GK1 > 5.000.000). Met gemiddeld 5 uur per bouwactiviteit is dit minder dan de gemiddeld 10 uur nu voor vergunningverlening én toezicht Bouwbesluit op één bouwactiviteit.
Beheerkosten DSOLV
De gemeenten betalen 70% van de kosten om het Digitaal Stelsel Omgevingswet te beheren. Voor het huidige omgevingsloket online (OLO) betalen de gemeenten geen beheerkosten. Jaarlijks wordt een vast bedrag van € 18 miljoen ten laste gebracht van het Gemeentefonds tot en met 2023. Dit bedrag wordt geïndexeerd en herzien voor de periode na 2023; dan is mogelijk ook wat meer zicht op de doorontwikkeling van het DSO en de kosten die dit met zich meebrengt. Een deel van deze beheerkosten DSO-LV kan de gemeente ten laste brengen van de leges (zie positief effect).
Vermindering van meldplichten, vergunningen en onderzoekslasten voor bouwactiviteiten
Legesvermindering door minder vergunningverlening
Met name veroorzaakt door de Wet kwaliteitsborging bouwen, waardoor veel bouwactiviteiten niet meer voor het bouwdeel vergunningplichtig zijn. Daarnaast hebben de gemeenten de mogelijkheid om in hun omgevingsplan activiteiten te benoemen die nu vergunningplichtig zijn (dus waarvoor leges worden ontvangen), maar straks niet meer omdat ze meldingsplichtig of toestemmingsvrij zijn.
Vermindering van meldplichten, vergunningen en onderzoekslasten voor overige (nietbouw) activiteiten
Met het omgevingsplan kunnen ook overige activiteiten vergunning- of meldingvrij worden gemaakt. Op basis van deze keuzen én de mogelijke intensievere handhaving die dit tot gevolg heeft, kan dit in de toekomst positieve effecten hebben die nu nog niet zijn voorzien.
Geen actualiseringsplicht ruimtelijke plannen
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is met de Wet actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen de actualiseringsplicht uit de wet geschrapt, zodat gemeenten zich goed kunnen voorbereiden op de Omgevingswet. De effecten van het schrappen van de actualiseringsplicht worden over het algemeen beperkt ingeschat.
Legesvermindering door procesverbetering in de vergunningverlening
Beheer van gedecentraliseerde regels (bruidsschat)
Extra licentiekosten en applicatiebeheer plansoftware en toepasbare regels
Door procesverbeteringen kunnen de kosten voor vergunningprocedures verminderen, waardoor (bij een 100% kostendekkendheid) ook de legesbedragen verlaagd moeten worden; per saldo hoeven procesverbeteringen in de vergunningverlening dus geen hogere kosten te betekenen. Met de Omgevingswet wordt de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van een groot aantal regels die momenteel nog Rijksbevoegd zijn. Hiervoor verwachten we meer vragen van initiatiefnemers, meer bezwaar en beroep op regels uit de bruidsschat en het beheren van de regels in het omgevingsplan. In het rekenmodel voor de structurele effecten van de VNG wordt uitgegaan van gemiddeld 270 uren voor backoffice en 90 uren voor frontoffice extra per jaar. Doordat mutaties moeten worden doorgevoerd in de ruimtelijke plannen (nu bestemmingsplannen, straks omgevingsplan) en toepasbare regels, dienen veel gemeenten hun licenties uit te breiden en dient het applicatiebeheer uitgebreid te worden. Ook de licentiekosten en
Vermindering van (ruimtelijke) planprocessen
Heffing van milieuleges
74
In het omgevingsplan kan ruimte worden geboden om voor meerdere activiteiten toestemming te geven zonder vergunning-, melding- of informatieplicht. Dit leidt tot beperktere benodigde capaciteit voor ruimtelijke planprocessen.
Voor aanvragen van milieuactiviteiten mogen na inwerkingtreding van de Omgevingswet milieuleges geheven worden. Doordat het aantal vergunningen voor milieuactiviteiten verder beperkt wordt, zullen de opbrengsten ook relatief beperkt zijn.
Beheer van toepasbare regels
Beheer van omgevingsvisie, plan en programma’s
Uitbreiding bodemtaken
Toename handhavingszaken bouw
Intensiever vooroverleg / omgevingstafels
Verzwaring van adviesrecht en participatie
applicatiebeheer voor VTH-software kunnen bij gemeenten wijzigen als gevolg van de Omgevingswet. Het beheren van toepasbare regels, waardoor binnen het DSO de gemeentespecifieke vraagbomen voor vergunningcheck en aanvraag zijn opgenomen, kost extra uren. Dit is een activiteit die intensiever is dan momenteel binnen het omgevingsloket online (OLO). Actualisatie van visie, plan en programma’s vindt niet meer verplicht na verloop van tijd plaats. Wijzigingen in omgevingsplan worden meerdere keren per jaar doorgevoerd (gebiedsgericht en/of themagericht). Verwachting van de VNG is dat het komen tot een volledig omgevingsplan meer kost dan in de huidige situatie. De gemeenten worden met de Omgevingswet bevoegd gezag voor een groot deel van de bodemtaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) die momenteel bij de provincie zijn belegd. De ureninzet verschilt per jaar, afhankelijk van het aantal bodemdossiers (graven en saneren). Een deel daarvan kan worden gedekt uit leges (zie positieve effecten). Als gevolg van de Wet kwaliteitsborging bouwen wordt het gemeentelijk toezicht bij aanvang en tijdens de bouw beperkt. Hierdoor kunnen bouwers pas op een later moment worden geconfronteerd met bouwwerken in strijd met landelijke en lokale regelgeving. Doordat de bouw in een later stadium pas bezocht wordt, leidt dit naar verwachting tot meer en langere handhavingsprocedures.
Bij gebouwen in gevolgklasse 1 wordt bij circa 50% van de gevallen een afwijking van de bouwtechnische regels verwacht, met gemiddeld 6-8 uur handhaving van bouwtechnische regels. Een deel van deze handhavingszaken zou de gemeente onder het huidige Wabo regime ook hebben gehad. Afhankelijk van de mate waarin vooroverleggen en omgevingstafels intensiever worden, worden opgenomen in de gemeentelijke leges én daarna al dan niet in korting kunnen worden gebracht indien een definitieve aanvraag wordt ingediend, kan het kostenniveau voor vooroverleg en omgevingstafels toenemen. De keuze om adviesrecht en participatie intensiever in te zetten als binnen het huidige stelsel wordt gedaan, heeft negatieve financiële gevolgen. Anderzijds kan door intensievere participatie bespaard worden op zienswijzen, bezwaar en beroep.
Toename van leges voor bodemactiviteiten
Voor de behandeling van aanvragen voor bodemsaneringen en beoordeling van milieukundige bodemrapporten kan de gemeente leges heffen. Doordat de meeste activiteiten meldingsplichtig zijn, zijn de legesmogelijkheden beperkt.
Doorbelasting beheerkosten DSOLV in leges
Doordat de gemeente bijdraagt aan het DSO-LV en zonder een werkend DSO-LV de bouwmelding / omgevingsvergunning niet kan worden ingediend, kan zeer waarschijnlijk een deel van deze kosten worden doorberekend in de leges. Dit onder de voorwaarde dat deze kosten niet via de overhead worden doorverdeeld. Doordat de DSO-LV maar voor een deel betrekking heeft op meldingen/vergunningen, kan een deel (inschatting max. 50%) van de bijdrage aan DSO-LV worden doorbelast in de leges.
Procesverbeteringen (vooral bij gebruik toepasbare regels) bij vergunningverlening
Door procesverbeteringen kunnen de kosten voor vergunningprocedures mogelijk verminderen. Bij een 100% kostendekkendheid van de leges levert dit per saldo de gemeente geen hogere opbrengsten op, omdat als gevolg van procesverbeteringen bij vergunningverlening ook de leges verlaagd dienen te worden.
Beheer van omgevingsvisie, plan en programma’s
Actualisatie van visie, plan en programma’s vindt niet meer verplicht na verloop van tijd plaats. Afhankelijk van de keuzen bij de inrichting van het omgevingsplan, kan het beheer van deze ruimtelijke plannen minder kosten dan momenteel bij het beheer van de structuurvisie en bestemmingsplannen.
Verhoging kostendekking uit exploitatie
De Omgevingswet biedt meerdere mogelijkheden om kosten die de gemeente maakt voor en na realisatie door een initiatiefnemer op deze initiatiefnemer te verhalen middels exploitatieovereenkomsten.
Effect voor de gemeente als initiatiefnemer
Doordat de gemeente ook bij diverse plannen zelf initiatiefnemer is, kan de Omgevingswet en Wkb voor de gemeente als initiatiefnemer posiitieve effecten hebben.
75
Intensievere samenwerking tussen overheden
De opgave om in de geest van de Omgevingswet meer op te treden als één loket, en om achter dat loket samen te werken, leidt tot hogere kosten.
Overdracht financiën bodemtaken
76
Bij de overdracht van de bodemtaken van provincies naar gemeenten wordt mogelijk nog besloten om gelden uit het provinciefonds naar het gemeentefonds over te hevelen; dit kan leiden tot positieve effecten.
Bijlage 5. Overzicht relevante besluiten De raad heeft eerder een aantal besluiten genomen die terugkomen in dit transitieplan. Het overzicht van deze besluiten wordt hieronder weergegeven. 1. 2. 3. 4. 5.
Raadsvoorstel keuzeopgaven OW - 1788033 Adviesrecht raad Omgevingswet - 1878038 Verordening op de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Katwijk - Z13201D13205 Omgevingswet-proof Participatiebeleid - 1888867 Transitiedocument omgevingsplan: strategische en ontwerpkeuzes voor het omgevingsplan Z13465D13473 6. Actualisatie Omgevingsvisie Katwijk - Z27821D27933
77