18. Brief van het college van B&W van 7 april 2021 inzake eindrapportage Samen tegen armoede in Katwijk (1894118)
Tekst van het document
Bijvoorbeeld doordat meerdere professionals op één casus actief zijn zonder dat ze dat van elkaar weten. Verschillende partijen worden nog te weinig betrokken bij de aanpak zoals scholen, kerken, woningcorporaties, energie-en waterleveranciers en andere schuldeisers. Ook is de brede kijk op armoede nog niet in de praktijk (op uitvoerdersniveau) doorgevoerd. Toegang tot regelingen Over de toegang tot het regelingen geven enkele inwoners en stakeholders aan dat te veel wordt verwacht dat inwoners zelf deze opzoeken en aan kunnen vragen. Sommige aanvragen zijn echter te moeilijk, bijvoorbeeld voor de Doe Mee! regeling. Dit kan alleen digitaal, ook is de uitleg ervan in moeilijk te begrijpen taal waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met laaggeletterdheid en lage digitale vaardigheden. Ook vinden inwoners het ingewikkeld welke bewijsstukken zij allemaal moeten meesturen. Daarnaast wordt aangegeven dat niet alle groepen in gelijke mate toegang hebben tot regelingen. Zo wordt gezegd dat je voor sommige regelingen pas in aanmerking komt als je kinderen hebt. Anderen geven aan dat regelingen voor alleenstaanden en ouderen of jongeren juist ontbreken. Ook wordt aangegeven dat de groep statushouders onvoldoende wordt bereikt en geholpen. Of dat met name mensen met een uitkering in aanmerking komen voor regelingen.
Verder worden verschillende omstandigheden genoemd waaronder mensen niet in aanmerking komen voor hulp, terwijl ze dit wel nodig hebben. Zo is gesproken met een inwoner die geen tegemoetkoming kreeg voor de verloren inkomsten van haar zzp-bedrijf, omdat ze daarnaast nog parttime in loondienst was. Inwoners geven aan dat er verschillende mensen zijn die tussen wal en schip vallen. Dit betreft bijvoorbeeld mensen met een lichte handicap. Zo is gesproken met een inwoner die langzaam blind werd, maar geen financiële tegemoetkoming kon krijgen voor aanpassingen in haar woning. Of mensen met lage inkomens die een beetje spaargeld hebben of met twee (laagbetaalde) banen. Uitvoering van regelingen In de uitvoering van de regelingen ervaren inwoners eveneens dat een aantal zaken niet goed gaan. Als ze een aanvraag doen duurt het volgens sommige van hen lang voordat ze er gebruik van kunnen maken. Bij de Doe Mee! regeling wordt als nadeel ervaren dat inwoners het geld achteraf krijgen, nadat de kosten al gemaakt zijn, waardoor ze soms alsnog in de knel komen. Inwoners moeten in sommige gevallen elk jaar opnieuw een aanvraag indienen. Ze ervaren dat instanties langs elkaar heen werken. Mensen zonder uitkering maar die wel een laag inkomen hebben, ervaren dat ze veel bewijzen moeten aanleveren. Een aantal inwoners geeft aan dat in het aanbod niet altijd
18
rekening wordt gehouden met behoeften van mensen, die – bijvoorbeeld vanwege corona- ook aan verandering onderhevig zijn. Tenslotte wordt aangegeven dat Bijzondere bijstand niet optimaal wordt ingezet, aangezien bijvoorbeeld medicijnen niet worden vergoed. Menselijk contact en persoonlijke benadering Sommige inwoners zijn kritisch op de wijze waarop door de gemeente wordt gecommuniceerd. Ze ervaren dat de feedback van inwoners niet altijd wordt opgepakt door de gemeente. De gemeente staat in de beleving van een aantal inwoners ook wat meer op afstand tot de mensen dan voorheen: de communicatie verloopt veelal digitaal en het is lastig om zonder afspraak langs te komen. Met name ouderen en anderen die niet digitaal vaardig zijn hebben hier moeite mee. De gemeentewebsite wordt als ontoegankelijk en onoverzichtelijk ervaren. Een inwoner ervaart de externe hulpverlening als minder prettig, omdat hier medewerkers niet weten wat de problematiek in Katwijk is en wat er speelt.
19
4.
Voorbeelden ter inspiratie
In dit hoofdstuk presenteren we een aantal voorbeelden ter inspiratie voor Katwijk. Hierbij gaan we in op concrete regelingen en bespreken we welke ervan van waarde kunnen zijn voor Katwijk (4.1). Daarnaast bespreken we de aanpak/regelingen van een drietal gemeenten en de werkzame elementen ervan (4.2).
4.1 Regelingen/voorzieningen gericht op de aanpak van armoede We hebben een inventarisatie gemaakt van elf regelingen/voorzieningen die gericht zijn op een preventieve en integrale aanpak.28 Het doel van deze inventarisatie was zicht te krijgen op regelingen/voorzieningen die voor de gemeente Katwijk interessant kunnen zijn. We hebben een selectie gemaakt van regelingen/voorzieningen die goed aansluiten bij de doelen zoals omschreven in de Startnotitie Katwijk maar ook bij de behoefte die voortgekomen is uit eerder onderzoek zoals het Rekenkameronderzoek uit 2020. De gemeente Katwijk heeft een brede blik op armoede ontwikkeld en bekijkt armoede steeds meer in relatie tot andere levensdomeinen. Schulden staan vrijwel nooit op zichzelf en de gemeente onderstreept het belang om een integrale aanpak te ontwikkelen. Ten slotte hebben we ook de regelingen/voorzieningen meegenomen die zijn voorgesteld in de twee moties zoals het Vaste Lasten Pakket, het Jongeren Perspectief Fonds en de Stichting Urgente Noden. We hebben gekeken naar wat de regelingen/voorzieningen inhouden, wat de belangrijkste succesfactoren ervan zijn, mogelijke knelpunten, welke middelen hiervoor nodig zijn zoals capaciteit en budget (voor zover het mogelijk is om dit weer te geven) en de meerwaarde van de regelingen. In bijlage 4 beschrijven we de elf regelingen/voorzieningen uitvoerig.
Hieronder beschrijven we de elf maatregelen/regelingen kort (4.1.1), waarna we ingaan op welke van deze maatregelen/regelingen in het bijzonder van toegevoegde waarde kunnen zijn voor Katwijk (4.1.2). 4.1.1 Beschrijving elf maatregelen/regelingen • Een SUN noodhulpbureau geeft (eenmalig) financiële steun aan mensen die in financiële nood verkeren en tussen wal en schip dreigen te raken. Het financiële bedrag verschilt per individu: afhankelijk van wat mensen nodig hebben kan een fiets vergoed worden, een eenmalige boodschappen-bijdrage worden gedaan of een boete worden betaald, zodat iemand de schuldhulpverlening in kan. Deze giften kunnen worden aangevraagd door professionele dienst- en hulpverleners, zoals het wijkteam, zorginstellingen en bewindvoering. Iemand kan gebruik maken van deze ondersteuning als onderzoek uitwijst dat geen aanspraak kan worden gedaan op andere voorzieningen of wettelijke regelingen. Huishoudens met een inkomen tot 125% van het minimumloon komen in aanmerking hiervoor. Het kan hierbij gaan om mensen die vanwege ziekte, handicaps, echtscheiding en werkloosheid in een noodsituatie terecht komen en snel hulp nodig hebben om verergering te voorkomen. • Het Jongeren Perspectief Fonds is een voorziening speciaal gericht op jongeren (18-27 jaar) met hoge schulden (gemiddeld bijna €11.000 euro) en meerdere schuldeisers.
Met deze voorziening wordt gewerkt aan de aanpak van schulden in brede zin en worden jongeren in hun kracht gezet. Er is niet alleen aandacht voor schuldsanering maar nadrukkelijk ook voor werken aan perspectief. Afhankelijk van de inkomenssituatie betalen de jongeren de restschuld terug in natura (bijvoorbeeld stage) of in geld. • Het Vaste Lasten Pakket (VLP) is bedoeld om mensen met geldzorgen te ontzorgen door maandelijkse betalingen voor de belangrijkste vaste lasten centraal te regelen. Het kan hier gaan om mensen die risico lopen op schulden of mensen die misschien al te maken hebben met betaalproblemen. Zoals studenten die voor het eerst gaan huren of mensen die uitstromen uit budgetbeheer en die hun financiën weer zelf gaan beheren. Het VLP voorkomt dat (nieuwe) problemen ontstaan.
28 De elf regelingen zijn: SUN noodhulpbureau, Jongeren Perspectief Fonds, Vaste Lasten Pakket (VLP), Kredietbank (Landelijk of Gemeentelijk), Nederlandse Schuldhulproute
(NSR), Armoedecoalitie, SchuldenlabNL, Moedige Dialoog, Voorzieningen Wijzer, Eerste Hulp bij Geldzaken en fiKks.
20
• Een Kredietbank (Landelijk of Gemeentelijk) helpt gemeenten bij de uitvoering van schuldhulpverlening. De
•
•
•
•
•
•
•
Kredietbank kan de totale schuldhulpverlening voor haar rekening nemen, maar kan ook onderdelen van de schuldhulpverlening uitvoeren, zoals inkomensbeheer of de schuldregelingsfase. Daarnaast verstrekt het persoonlijke leningen of sociale leningen aan mensen. De Nederlandse Schuldhulproute (NSR) is een netwerk waarin Geldfit.nl, SchuldenlabNL, fiKks, Moedige Dialoog en de Nederlandse Vereniging van Banken samen werken. Hierdoor wordt snelle toeleiding naar adequate hulp bij (beginnende) financiële problemen mogelijk gemaakt. Schulden worden gesignaleerd op basis van klant-data van bedrijven, werkgevers, banken en verzekeraars. Cliënten worden naar Geldfit geleid. Op de website Geldfit.nl kunnen mensen een test doen om snel inzicht te krijgen in hun financiële situaties. Ook krijgt een bezoeker een gepast hulpaanbod, zoals tips, tools of een doorverwijzing naar hulpverlening bij een (lokale) instantie. De informatie die de site verzameld wordt geanalyseerd en geleverd aan gemeenten en bedrijven die een contract hebben met Geldfit. Op die manier krijgen zij inzicht in wat er speelt binnen hun gemeente en kan daarop geanticipeerd worden. Armoedecoalitie is een samenwerkingsverband voor allerlei maatschappelijke organisaties, initiatieven en belangenbehartigers. Ook de gemeente Utrecht is aangesloten.
Het fungeert als een netwerk om armoede en de schuldenproblematiek samen te bestrijden. Er wordt gelobbyd, er worden producten zoals een stroomschema ontwikkeld, er is aandacht voor problemen op meerdere leefdomeinen en scholen worden actief betrokken. SchuldenlabNL is eveneens gericht op netwerkvorming, zowel landelijk als in een gemeente. Door aanbieders van projecten samen te brengen en te laten samenwerken, heeft het voor ogen versnippering in de aanpak van schulden tegen te gaan. Tegelijkertijd faciliteert het doorontwikkeling (van bestaand aanbod) en innovatie. Moedige Dialoog brengt verschillende partijen samen om armoede en schulden tegen te gaan. Het project is gestart met 15 lokale netwerken met als belangrijke partners: sociaalwerkorganisaties, de lokale Rabobank en ondernemers. Door juist deze partijen samen te brengen, ontstaan er nieuwe, lokale samenwerkingen om armoede en schulden tegen te gaan. De Moedige Dialoog richt zich naast lokale samenwerking ook op een duurzame landelijke aanpak van armoede en schulden. De Voorzieningen Wijzer is een instrument dat eraan bijdraagt dat mensen (alle inwoners tot een modaal inkomen) daadwerkelijk een beroep doen op voorzieningen waar ze recht op hebben. Tijdens een persoonlijk adviesgesprek brengt een consulent (veelal is dit een getrainde vrijwilliger) in kaart waar iemand recht op heeft en vraagt het aan.
Hij gebruikt hiervoor een applicatie waarin alle (gemeentelijke) regelingen en toeslagen staan. Eerste Hulp bij Geldzaken biedt een laagdrempelige manier voor inwoners om vragen te stellen over geldzaken of (dreigende) schulden. Tijdens een inloopspreekuur kunnen mensen zonder afspraak langs komen en vragen stellen over hun geldzaken. Samen met een medewerker die veel weet over geldzaken wordt gekeken naar een oplossing. Inwoners kunnen een advies krijgen en het verder zelf oplossen, het probleem wordt ter plekke opgelost of er wordt een afspraak gemaakt voor een vervolgtraject. fiKks biedt mensen een app om een duidelijk overzicht te krijgen van hun financiën. Ook biedt het de mogelijkheid samen met een buddy, die helpt bij het beheer van de financiën, aan de slag te gaan. Mocht er toch meer hulp nodig zijn, dan verwijst de buddy mensen door naar professionele hulp.
4.1.2 Voorzieningen/regelingen met waarde voor Katwijk Bovenstaande voorzieningen/regelingen worden op verschillende plekken in het land toegepast en hebben allen hun merites. Over het algemeen valt op dat er (nog) niet of nauwelijks (wetenschappelijk) onderzoek gedaan is naar de effectiviteit van deze regelingen/voorzieningen. Wat werkt er nu? En waarom? Of hoe verschillen de regelingen
21
nu van elkaar?.29 Momenteel lopen er wel enkele evaluatieonderzoeken bijvoorbeeld met betrekking tot het Vaste Lasten Pakket).30 Los van bewezen effectiviteit kan - op grond van de bestaande situatie in Katwijk en wat er al is en wat wordt gemist - iets worden gezegd over voorzieningen/regelingen die van toegevoegde waarde kunnen zijn. Kijkend naar het overzicht in hoofdstuk 2 van regelingen en voorzieningen in Katwijk, valt allereerst op dat er al veel is in de gemeente. Er is voorzien in regelingen die mensen financieel ondersteunen of ontzien (bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, Noodfonds van Platform Kocon), voorzieningen gericht op het bevorderen van meedoen (Doe Mee! regeling, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld) en voorzieningen gericht op coaching en ondersteuning (Grip op de Knip, Formulierenbrigade). Deze regelingen en voorzieningen zijn met name gericht op mensen met een bijstandsuitkering en/of met een inkomen tot 120% van het sociale minimum. Er is minder voor de groep met een inkomen boven 120% van het sociaal minimum. Ook lezen we in hoofdstuk 2 dat de gemeente nog een slag moet maken richting vroegsignalering, en preventie van armoede nog een impuls kan gebruiken. Op grond hiervan zou de gemeente de volgende maatregelen/regelingen kunnen overwegen: 1.
Ten eerste kan een SUN noodhulpbureau een mooie aanvulling op het aanbod in Katwijk zijn. Deze regeling is bedoeld voor mensen met een inkomen tot 125% van het wettelijk minimum, terwijl de meeste regelingen in Katwijk zijn gericht op huishoudens tot 120% van het wettelijk minimum. Bovendien is de hulp aanvullend op andere voorzieningen/regelingen en juist bedoeld voor mensen die voor andere regelingen niet in aanmerking komen – tussen wal en schip vallen - maar wel snel hulp nodig hebben omdat zij vanwege een acute noodsituatie (tijdelijk) in financiële problemen verkeren die kunnen verergeren. Anders dan bijvoorbeeld Grip op de Knip biedt SUN niet alleen ondersteuning door middel van advies en coaching, maar voorziet het in concrete giften. De mogelijkheid bestaat om een sociaal leenfonds op te richten. Ook is de regeling niet alleen gericht op mensen die al schulden hebben maar juist ook op het voorkomen ervan. Katwijk kent al het Noodfonds van Kocon, dat eveneens voorziet in financiële hulp bij acute problematiek. Hierbij gaat het echter om de groep die al bij (schuld)hulpverlening in beeld is en waarbij de problematiek al ver gevorderd is (bijvoorbeeld als uithuiszetting aan de orde is), terwijl SUN Noodhulp ook is bedoeld om dit te voorkomen (preventie). Verder zorgt armoede voor veel stress en gaat het gepaard met multi-problematiek waar een SUN ook in kan ondersteunen.
In Katwijk komt sterk naar voren dat schaamte een erg grote rol speelt (ons kent ons). Ook geven de diaconieën aan dat er niet tot nauwelijks inwoners aankloppen met financiële problemen. Een SUN is een onafhankelijk bureau waardoor bijvoorbeeld ook mensen los van de diaconieën kunnen aankloppen voor hulp waardoor schaamte minder een drempel kan zijn (aankloppen bij een diaconie kan soms te dichtbij zijn). De nodige voorbereidingen zoals de Quick scan zijn al getroffen waardoor een SUN bureau op de korte termijn is te realiseren. Bovendien is al voldaan aan verschillende randvoorwaarden: de eerste contacten over een SUN bureau in Katwijk (of aansluiting in Leiden) zijn al gelegd en fondsen hebben interesse om deel te nemen. 2. Ten tweede kan aansluiten bij de NSR een bijdrage leveren aan de Katwijkse armoedeaanpak. Onder 2.4. zagen we dat vroegsignalering (in aansluiting op de herziene Wgs) in Katwijk nog wordt opgestart. Het NSR biedt een systeem om snelle toeleiding naar adequate hulp bij (beginnende) financiële problemen mogelijk te maken. Dit werkt bij NSR twee kanten op. 1. schulden worden gesignaleerd op basis van klant-data van bedrijven, werkgevers, banken en verzekeraars. 2. inwoners worden op grond hiervan outreachend benaderd en vroegtijdig geleid naar hulp (via de website Geldfit).
De signalen die worden verzameld over wat er speelt onder inwoners worden teruggekoppeld naar de gemeente voor het aanscherpen van haar aanbod. Tevens is aandacht voor voorlichting
29 Op dit moment voert het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van ZonMw een groot onderzoek uit naar de effectiviteit van interventies gericht op het voorkomen van beta-
lingsregelingen: 'Eerder uit de schulden: wat werkt?' - Verwey-Jonker Instituut (verwey-jonker.nl). Het onderzoek loopt tot en met 2023. In dit onderzoek worden verschillende interventies gericht op hulp en ondersteuning aan jongeren, vroegsignalering bij huisartsen en vroegsignalering bij rechtbanken onderzocht. De eerste resultaten van de werkzame bestanddelen en effecten op stress, welzijn, gezondheid en financiële zelfredzaamheid zijn medio 2022 beschikbaar. 30 Effectevaluatie Hogeschool Utrecht en Hogeschool Amsterdam. De oorspronkelijke looptijd van het onderzoek was tot het najaar 2020. De resultaten zijn eind maart nog niet gepubliceerd.
22
en bewustwording over armoede (bijvoorbeeld voor specifieke doelgroepen die door corona extra geraakt worden). 3. Ten slotte het Jongeren Perspectief Fonds. Deze voorziening is speciaal gericht op jongeren waar gewerkt wordt aan de aanpak van schulden in brede zin. Jongeren worden in hun kracht gezet. Er wordt bewust gewerkt aan het vergroten van zelfredzaamheid. Ook uit gesprekken met de respondenten kwam naar voren dat jongeren zich schamen en noemden sommigen dat regelingen voor jongeren ontbreken. Deze voorziening is gericht op het bieden van een duurzame oplossing. Door jongeren te helpen kan ingezet worden op het doorbreken van patronen (waaronder generatiearmoede). Eveneens kenmerkt deze voorziening zich door een integrale aanpak, waarbij aandacht is voor het verminderen van stress en multi-problematiek. Jongeren vormen een kwetsbare doelgroep, zeker nu ze geraakt worden door de coronacrisis.
4.2 Werkzame elementen integrale en preventieve aanpakken Door middel van een casusonderzoek is ingezoomd op de integrale en preventieve aanpak van armoede in drie gemeenten. Doel hiervan was zicht te krijgen op de situatie en wat werkt in die gemeenten (werkzame elementen) waar mogelijk ook Katwijk van kan leren. Per gemeente zijn diepte-interviews gehouden met twee professionals. In overleg met de opdrachtgever hebben we de volgende drie gemeenten geselecteerd: ’s-Hertogenbosch, Leiden en Arnhem. Deze drie gemeenten zijn gekozen vanwege hun succesvolle armoedebeleid met een sterke visie op integraal en preventief werken. Daarnaast hebben de drie gemeenten specifieke kenmerken die tot deze keuze hebben geleid: ➢ ’s-Hertogenbosch: o.a. laagdrempelige toegang Eerste Hulp bij Geldzaken; is aangesloten bij Geldfit/NSR; heeft een gemeentelijke Kredietbank. ➢ Leiden: aangesloten bij SUN-noodbureau; geografische ligging nabij Katwijk. ➢ Arnhem: hanteert een brede definitie van armoede; belangrijke rol voor het wijkteam en zet in op vindplaatsen en levensgebeurtenissen. In deze paragraaf worden kort de belangrijkste werkzame elementen per gemeente gepresenteerd waarna we de belangrijkste lessen daaruit voor de gemeente Katwijk bespreken. Voor van de aanpakken verwijzen we naar bijlage 5.
4.2.1 Werkzame elementen per gemeente ‘s-Hertogenbosch In de aanpak van armoede en schulden in ’s Hertogenbosch zijn drie beleidsprincipes leidend, zo blijkt uit het Aanvalsplan Den Bosch schuldenvrij 2018-2021. 1. voorkomen is beter dan genezen; 2. bureaucratie tegengaan en 3. inzetten op een samenhangende aanpak op alle leefgebieden. Belangrijke onderdelen van de Bossche aanpak zijn Eerste Hulp bij Geldzaken en een Convenant Vroegsignalering. Eerste Hulp bij Geldzaken (EHBG): Maakt onderdeel uit van het Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij 2018-2021 en biedt hulp en advies aan inwoners van ’s Hertogenbosch met (dreigende) financiële problemen of juridische vragen. Inwoners kunnen online of telefonisch contact opnemen met EHBG, maar ook met of zonder afspraak langskomen op een fysieke locatie. EHBG vormt een laagdrempelige natuurlijke toegangspoort voor inwoners met hulpvragen over armoede en schulden. Het werkt met consulenten en sociaal raadslieden, die ter plekke met inwoners problemen oplossen en een vervolgtraject plannen. Indien nodig kan EHBG inwoners doorverwijzen naar schulddienstverlening.31 In diepte-interviews met de gemeente is het volgende opgehaald over de werkzame elementen: 31 Eerste Hulp Bij Geldzaken.pdf (sharepoint.com) Bekendheid_Eerste_Hulp_Bij_Geldzaken_14012020_def.pdf (s-hertogenbosch.nl).
23
➢ Is ingebed in een structuur waardoor het voor inwoners goed herkenbaar en vindvaar is. Het EHBG is gehuisvest in het in ’s Hertogensbosch bekende Weener XL, dat is gericht op het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk of hen te laten participeren naar inkomen. ➢ Kent naamsbekendheid via wijkteams maar ook via actieve communicatie vanuit de gemeente, huisartsen en maatschappelijk werk. ➢ Belangrijk in de aanpak is dat problemen samen worden opgelost en escalatie ervan wordt voorkomen doordat inwoners tijdig een toeslag krijgen zodat verergering van schulden wordt voorkomen. ➢ Een diversiteit aan professionals en vrijwilligers werkt bij het EHGB en er is sprake van de juiste expertise. Vrijwilligers doen de eerste opvang maar getrainde EHBG-consulenten bieden gespecialiseerde hulp aan. Hierbij is sprake van continue afstemming. ➢ Er wordt vruchtbaar samengewerkt met bijvoorbeeld het sociale wijkteam en de jeugdzorg. Om deze samenwerking te ondersteunen is er een multidisciplinair overleg.
Convenant vroegsignalering: In 2016 hebben verschillende partijen, waaronder de gemeente, energieleveranciers, ziektekostenverzekeraars en woningcorporaties het convenant Vroegsignalering ondertekend.32 De convenantpartners kunnen via het beveiligde informatiesysteem ‘Vindplaats van Schulden’ betalingsachterstanden melden. Bij twee of meer meldingen voor hetzelfde huishouden is er een ‘match’ en wordt er een EHBG-consulent ingeschakeld. Er wordt een brief gestuurd of er is telefonisch contact.33 Ook is er een samenwerking met buurtteams en het Sociaal Wijkteam, die huisbezoeken kunnen uitvoeren. In diepte-interviews met de gemeente zijn de volgende werkzame elementen in het convenant vroegsignalering gerapporteerd: ➢ Ingebed in een groter geheel, namelijk de Aanpak Den Bosch Schuldenvrij. ➢ Gericht op interveniëren in een zo vroeg mogelijk stadium. Twee meldingen is voldoende om outreachend contact met een inwoner te leggen. ➢ Er zijn heldere afspraken gemaakt met Vindplaats bij Schulden, waarmee is voorzien in een beveiligd informatiesysteem.34 ➢ Er worden duidelijke afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een ondertekend convenant. Hiermee committeren organisaties zich aan afspraken met de gemeente (waarmee zij in een subsidierelatie zitten) en zijn zij verplicht tijdig meldingen te doen.
➢ Gericht op daadkrachtig optreden (bijvoorbeeld als er geen match is of gegevens niet goed worden aangeleverd, dan wethouder inschakelen).
Quiet35: een extra voorziening. Het is een soort marktplaats waar inwoners gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld een kapper die kinderen gratis knipt of voor theater kaartjes. Quiet heeft drie speerpunten: vertellen, verzachten & versterken. Quiet 500 is de ‘armoedeglossy’ die met een knipoog het verhaal van mensen in armoede vertelt. ➢ Biedt meer dan het standaard aanbod. ➢ Toegankelijke manier om armoede bespreekbaar te maken en het taboe te doorbreken.
Leiden De gezamenlijk ambitie in Leiden is om preventief iedereen te bereiken. Daarnaast door goed gebruik te maken van kennis en kunde van de samenwerkende partijen ervoor te zorgen dat iedereen mee kán doen.36 Door enerzijds deel te nemen aan sociale, culturele, sportieve en creatieve activiteiten. En anderzijds het verrichten van betaald werk of vrijwilligerswerk indien mogelijk. Doelen van het armoedebeleid zijn onder andere: inzetten op preventie
32 Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij: Raadsvoorstel (raadsinformatie.nl). 33 ‘Vroegsignalering’ vaak al onderdeel van proactieve schuldhulpverlening | BKR). 34 https://www.bkr.nl/nieuws/2020/9/vroegsign2alering-vaak-al-onderdeel-van-proactieve-schuldhulpverlening/. 35 Homepage - Quiet. 36 Meedoen door Maatwerk’, Beleidsplan armoedebeleid 2019-2022, gemeente Leiden.
24
en vroegsignalering; vroegtijdig begeleiding van mensen teneinde schulden en armoede te voorkomen; tegengaan van overerving van armoede, door het creëren van meer kansen voor de jeugd; tegengaan van sociaal isolement; een bijdrage aan armoedebestrijding vanuit bedrijven, fondsen, scholen, maatschappelijke organisaties en particuliere initiatieven. Belangrijke onderdelen van de Leidse aanpak zijn Maatwerkbudget en SUN. Deze regelingen kennen elk een aantal werkzame elementen die hier worden besproken. Maatwerkbudget37: In Leiden is sprake van een verschuiving van de focus op algemene voorzieningen voor iedereen met een inkomen tot 120% naar het bieden van maatwerk. Het maatwerkbudget wordt bijvoorbeeld ingezet om te voorkomen dat mensen in een duur schuldentraject terecht komen. Het maatwerkbudget ligt bij de Sociaal Wijkteam en het Jeugd- en Gezinsteam. Als zij merken dat een cliënt vastloopt, wordt gekeken of met het maatwerkbudget een doorbraak gerealiseerd kan worden door in nature bijdragen te leveren. Hierbij kan het gaan om een kleine bijdrage (bijvoorbeeld een stropdas van €20) maar ook om grote bedragen tot een bedrag van €2000 (bijvoorbeeld een bakfiets). Ook worden steeds vaker regelingen met tandartsen getroffen.
Verder is vanuit de Sociale Wijkteams een noodpotje waar mensen aanspraak op kunnen maken38 zonder dat ze een heel hulpverleningstraject hoeven te doorlopen. Werkzame elementen in deze aanpak zijn: ➢ Het is voor iedereen (grootste doelgroep in Leiden zijn alleenstaanden). ➢ Er wordt financiële rust gecreëerd (door bijdragen). ➢ Het is preventief van aard en gericht op het voorkomen van escalatie door het tijdig creëren van (duurzame) oplossingen. Dit bespaart de gemeenten ook kosten. ➢ De naamsbekendheid is hoog door koppeling met het Sociale Wijkteam en het Jeugd- en Gezinsteam. ➢ Het maatwerkbudget is goed te monitoren. Het Sociale Wijkteam en het Jeugd- en Gezinsteam houden alles goed bij: wat zijn de problemen, wat zijn de kosten, wat wordt er bespaard?
Stichting Urgente Noden (SUN): SUN is eveneens een belangrijke voorziening in Leiden. Zoals onder 4.1. besproken is dit mogelijk een regeling die van waarde kan zijn voor Katwijk, als aanvulling op haar huidige aanbod. We bespreken deze regeling dan ook iets uitgebreider. Naast werkzame elementen die zijn genoemd in de diepte-interviews, bespreken we een aantal afwegingen die de gemeente moet maken als ze besluit hiervan gebruik te maken. Allereerst de werkzame elementen: ➢ Bereik van de doelgroep is groot. Ook groepen die de gemeente zelf niet in beeld heeft maken er gebruik van, mensen die net boven de bijstand zitten, en werkende of stille armen. Maar ook andere mensen die van minima leven worden bereikt, bijvoorbeeld als er geen potje meer is bij de gemeente. ➢ Het biedt de mogelijkheid om maatwerk te leveren. Het aanbod in een gemeente is afgestemd op de noden van de inwoners en het aanbod dat er al is. ➢ Het heeft een focus op bepaalde doelgroepen die in de gemeente extra aandacht behoeven. Zo zijn er in Leiden veel alleenstaanden en voormalig vluchtelingen, die SUN kan helpen zodat ze meer perspectief krijgen. ➢ Het voorziet in een signaalfunctie en neemt trends waar. Als bepaalde doelgroepen zich steeds melden, is dat een signaal dat bestaande voorzieningen niet doeltreffend zijn. Dit wordt teruggekoppeld naar de gemeente zodat deze het beleid kan bijstellen.
➢ Het biedt acute hulp in nood (overbrugging) en tegelijkertijd biedt het ondersteuning om perspectief voor de langere termijn te realiseren. ➢ Het kent een vraagbaakfunctie waarmee veel vragen van mensen worden beantwoord en mensen worden geattendeerd op mogelijkheden die er nog zijn om hulp te krijgen. ➢ Er wordt gewerkt met een digitaal administratiesysteem waarmee organisaties rechtstreeks aanvragen kunnen doen. ➢ Het zorgt voor verbinding tussen professionals, bijvoorbeeld wanneer zij werken aan dezelfde casus. 37 Zie voor meer informatie ook onze eerdere publicaties over een maatwerkbudget: inclusieve-maatwerkaanpak-armoede-en-schulden.pdf (kis.nl) en 116068_Doen_wat_no-
dig_is_voor_inwoners_WEB.pdf (verwey-jonker.nl) 38 Per team is er €500 beschikbaar voor als mensen dringend en snel hulp nodig hebben.
25
➢ Er is een nauwe samenwerking met Humanitas en Schuldhulpmaatje. Zij kunnen een stukje begeleiding bieden, bijvoorbeeld als mensen niet in staat zijn schulden terug te betalen.
Indien Katwijk kiest gebruik te maken van SUN is een afweging die gemaakt moet worden of de gemeente aansluit bij SUN Leiden of dat zij een eigen SUN bureau opstart. Het aansluiten bij SUN Leiden zal waarschijnlijk minder tijd en middelen (bijvoorbeeld separate bureaukosten) kosten. Er is reeds ervaring opgedaan met een regionale werkwijze door andere SUN aanbieders, bijvoorbeeld door SUN Friesland en door SUN Groningen & Drenthe. Van deze SUN-aanbieders kan worden geleerd in de regionale organisatie ervan. In Katwijk is bij verschillende partijen echter ook de wens om een eigen SUN bureau op te starten, zo bleek uit een draagvlak onderzoek (Quick scan) uitgevoerd door SUN Nederland in 2019 en een raadpleging daarvoor uitgevoerd in 2018. Zowel Fonds 1818 en het fonds van de Ridderlijke Duitse Orde39 als kerken, jongerenwerk, Grip op de Knip en mensen vanuit de gemeente zijn hierbij bevraagd. Uit deze Quick scan bleek dat het mogelijk is om snel te starten met een eigen SUN bureau en dat waarschijnlijk een aanvullend draagvlakonderzoek niet nodig is. Eventueel kunnen ambtenaren eerst op werkbezoek bij SUN Leiden gaan. Ook kan worden geprofiteerd van de basis die al gelegd is in Leiden of door andere SUN bureaus, bijvoorbeeld door te kijken naar voorbeelden voor het bouwen van een eigen website. SUN kan mogelijk meehelpen met de opstart (vraagbaak en informatie geven).
De opstartkosten zijn eenmalig en voor rekening van de gemeente. Een belangrijke reden om te opteren voor een eigen SUN is de wens als gemeente autonoom te werken.
Arnhem De gemeente Arnhem heeft het doel om armoede te voorkomen en te bestrijden, en haar inwoners perspectief te bieden en te activeren naar een zelfstandig bestaan. Ambities hierbij zijn ervoor zorgen dat alle Arnhemmers hun financiële basis op orde hebben; voorkomen en beperken van (langdurige) armoede en doorbreken van generatiearmoede. Bij de uitwerking van deze ambities werkt de gemeente samen met keten- en netwerkpartners en met de inwoner zelf. De gemeente werkt met geldloketten. Daarnaast investeert het in driehoekgesprekken tussen de inwoner, Werk en Inkomen en Sociaal Wijkteams. Er is ook veel aandacht voor levensgebeurtenissen en adequate doorgeleiding als mensen vastlopen. Werkzame elementen hierin worden hieronder besproken. Geldloketten (Rijnstad in Arnhem): Rijnstad is een maatschappelijke organisatie op het gebied van welzijn en hulpverlening in Arnhem. Deze organisatie kent centraal in de wijken gelegen geldlokketten. Hier zijn alle relevante professionals aanwezig en kan een inwoner passende ondersteuning krijgen. Werkzame elementen hierin zijn: ➢ Centraal in de wijken gelegen geldloketten. ➢ Rijnstad zorgt ervoor dat de juiste mensen aanwezig zijn bij de geldloketten die ter plekke hulp kunnen bieden. ➢ Indien nodig wordt de hulpvraag doorgezet naar de juiste instantie.
Samenwerking Sociale Wijkteams en Werk & Inkomen (W&I)/ driehoekgesprek: Er is een nauwe samenwerking tussen W&I en het Sociale Wijkteam. Bij W&I wordt goed uitgevraagd wat de situatie en de problematiek is. Er wordt gekeken of toeleiding naar werk mogelijk is. Indien nodig kan het Sociale Wijkteam worden aangehaakt. Dan wordt een driehoekgesprek (W&I, Sociale Wijkteam, inwoner) gearrangeerd. Hierin wordt besproken hoe iemand verder kan worden geholpen. Werkzame elementen in deze werkwijze zijn: ➢ De gemeente heeft met de Sociale Wijkteams en W&I een stip op de horizon bepaald, waar ze naartoe willen werken. De doelen en ambities worden als belangrijk startpunt gezien om de samenwerking te verstevigen. ➢ De teams zijn in hetzelfde pand aanwezig. Dat versterkt onderlinge samenwerking, maakt uitwisseling van informatie makkelijker evenals het doen van hulpvragen. ➢ Er vindt dan ook een warme overdracht plaats naar het Sociale Wijkteam. 39 Commanderijen - RDO Balije van Utrecht.
26
Levensgebeurtenissen en vindplekken: Er is aandacht voor levensgebeurtenissen en de invloed die deze hebben op het inkomen en financiën. Het verliezen van een baan, echtscheiding, overlijden, het krijgen van kinderen, et cetera; de gemeente heeft alle levensgebeurtenissen in kaart gebracht en geïnvesteerd in de vindplekken voor hulp (bv. kerken, scholen, ziekenhuizen). Van professionals in verschillende domeinen wordt verwacht dat zij aandacht hebben voor mogelijke financiële gevolgen van deze levensgebeurtenissen en doorverwijzen naar de juiste instanties. Zo kan een verloskundige een bijdrage leveren in de armoedeaanpak door een kersvers ouderpaar de juiste vragen te stellen over financiën en indien nodig door te verwijzen naar hulp. Werkzame elementen zijn: ➢ Focus op levensgebeurtenissen waarmee armoede in brede zin de aandacht krijgt. Door de juiste vragen te stellen kunnen verscheidene professionals (verborgen) armoede/schulden op tafel krijgen. ➢ Vindplekken voor signalering en hulp zowel bij professionele hulporganisaties als op informele locaties, bijvoorbeeld de bibliotheek of de moskee. Deze laatste zijn belangrijk omdat dit vaak plekken zijn waarmee inwoners vertrouwensrelaties opbouwen. ➢ Door het focussen op levensgebeurtenissen is er aandacht voor de leefwereld van de inwoners (doelgroep en haar behoeften).
4.2.2 Lessen voor gemeente Katwijk Uit de hierboven besproken werkzame elementen kunnen een paar lessen worden getrokken voor het versterken van de huidige armoedeaanpak in Katwijk: 1. Uit het overzicht in hoofdstuk 2 en ook uit de waardering van stakeholders en inwoners in hoofdstuk 3 kunnen we opmaken dat er in Katwijk al veel is. Wat kan worden versterkt is samenhang tussen het aanbod. Er wordt al samengewerkt tussen een aantal organisaties en aanbieders van regelingen. Het BIP zet in op actieve samenwerking met ketenpartners waaronder Kwadraat. Broodnodig en de Voedselbank werken samen en ook Grip op de Knip en de diaconieën. Een versterking van de samenhang van het aanbod zou kunnen betekenen dat meer organisaties samenwerken en/of hun werk op elkaar afstemmen. Multidisciplinaire overleggen kunnen hierbij helpen. Maar ook het aanbieden van meerdere regelingen in één gebouw, waardoor deze goed vindbaar zijn voor inwoners en waarmee onderlinge samenwerking wordt bevorderd. In Kwadrant wordt al regelmatig samengekomen tussen BIP en maatschappelijk werk. Dit zou meer structureel kunnen en met meer partijen. 2. Ook is het van belang dat het aanbod is afgestemd op de doelgroep. Dit betekent dat de voorzieningen en regelingen goed aansluiten bij wat er onder de doelgroep leeft.
Hierbij hoort ook het creëren van duidelijke kaders (wanneer iemand wel of niet in aanmerking komt voor een regeling). Een SUN beschikt bijvoorbeeld over een signaalfunctie om te zien welke doelgroepen zich steeds melden. Ook stemmen gemeenten hun manier van communiceren af op de doelgroep. Door bijvoorbeeld actief aanwezig te zijn op vindplekken bereik je ook de groep die je anders niet of moeilijk bereikt. 3. Het wijkteam wordt in Katwijk steeds meer betrokken bij de armoedeaanpak. De Formulierenbrigade is aanwezig bij het spreekuur van het wijkteam en ook Broodnodig en Bereken uw recht hebben een link met het wijkteam. De verbinding van regelingen en organisaties aan het wijkteam zou verder kunnen worden versterkt. Het wijkteam is breed bekend bij inwoners en koppeling van voorzieningen eraan kan bevorderlijk zijn voor de naamsbekendheid en vindbaarheid. Hiervoor is het zinnig hen bij multidisciplinaire overleggen te betrekken. Ook koppeling tussen wijkteam en W&I, mogelijk in een driehoekgesprek, kan van waarde zijn. 4. Zoals we in hoofdstuk 2 zagen is de gemeente Katwijk nog een systeem voor vroegsignalering aan het opzetten. Vroegtijdig en outreachend interveniëren op grond van meldingen van meerdere partijen kan daarbij helpen. Hiervoor kan een convenant worden afgesloten om commitment van organisaties om deze meldingen te maken te garanderen.
27
5. In hoofdstuk 2 en in hoofdstuk 3 zagen we ook dat in Katwijk nog een slag kan worden gemaakt in het doorvoeren van een brede kijk op armoede in de praktijk. Dit betekent dat verschillende professionals werken vanuit de wetenschap dat armoede een probleem is dat niet op zichzelf staat maar dat samenhangt met problemen op meerdere levensdomeinen. Hiervoor kan het goed zijn om in te zetten op het vergroten van de sensitiviteit ten aanzien van levensgebeurtenissen en hun impact op financiën bij een grotere groep professionals.
28
5. Ambities, wensen en acties In dit hoofdstuk laten we de interne en externe stakeholders van de gemeente Katwijk én haar inwoners aan het woord. We beschrijven achtereenvolgens de ambities en wensen en de benodigde acties om deze ambities en wensen te realiseren.
5.1 Ambities en wensen in Katwijk De ambities en wensen van de stakeholders en inwoners hebben betrekking op verschillende onderdelen van een armoedeaanpak. Hiermee wordt duidelijk welke pijlers belangrijk worden bevonden. Duurzame oplossingen In hoofdstuk 2 werd aangeven dat stakeholders vinden dat er mooie initiatieven zijn op het terrein van de armoedeaanpak in Katwijk. Ze vinden het van belang om verder uit te bouwen wat goed gaat. Hierbij moet de focus worden gelegd op het bieden van duurzame oplossingen. Bijvoorbeeld door niet alleen te investeren in een tijdelijke financiele ondersteuning maar om armoede daadwerkelijk aan te pakken. Samenwerken en onderling schakelen Samenwerken en onderling schakelen zien alle stakeholders als een van de meest belangrijke opgaven. Op het terrein van samenwerking liggen nog genoeg uitdagingen (zoals in paragraaf 3.4.2 naar voren kwam). Organisaties en partijen moeten elkaar goed weten te vinden. Ook vinden ze het van belang dat duidelijk is wat het hulpaanbod in Katwijk is en welke taken en verantwoordelijkheden er zijn. Ze willen elkaar actief betrekken en door organisaties op te zoeken waar nog niet mee wordt samengewerkt. Stakeholders hebben behoefte aan warm contact. Door korte én duidelijke lijnen kan men snel schakelen: wie doet wat. Dit maakt het ook makkelijk om de hulp op elkaar af te stemmen.
Of te weten welke hulp een gezin krijgt. Ze hebben behoefte aan een gezamenlijke visie met bijbehorende aanpak waarbij de gemeente een sturende rol speelt. Meer inwoners (eerder en beter) bereiken Eerder bereiken. Een andere belangrijke opgave is gericht op het eerder bereiken van inwoners. In het voorveld kan meer gebeuren op het gebied van (vroeg)signaleren en doorverwijzen. Organisaties kunnen zich meer focussen op het in kaart brengen van signalen (bv. betalingsachterstanden van de huur maar ook bijvoorbeeld van Bol.com). Partijen moeten meer aanwezig zijn op vindplekken, zoals scholen, kinderopvang, thuiszorg en gezondheidzorg. “Elk kind gaat naar school, en het is dus een unieke vindplaats” (Slotbijeenkomst). Organisaties dienen proactief en outreachend te werken. Dit betekent dat ze actiever naar de mensen toe moeten gaan bijvoorbeeld door bij de inwoners thuis langs te gaan. “Je moet ook proberen om het aanbod direct bij de verschillende vindplekken te krijgen. Op websites en in kranten. Maar ook informatie via kerken, scholen, voedselbank, huisartsen. Overal die prikkels neerleggen over wat er zoal is. Ik denk dat het te hoog gegrepen is om te denken dat de inwoner het zelf gaat zoeken. We weten uit onderzoek over mensen die in schulden zitten, dat schulden enorm verlammend werken om in actie te komen. Het duurt lang om zelf op zoek te gaan.
Je moet zo dicht mogelijk bij de doelgroep komen. Niet halen, maar brengen” (Dialoogbijeenkomst 3 november 2020).
Hierdoor kan je ook de groep mensen die bijvoorbeeld niet snel zelf aanklopt of (te) laat hulp zoekt bereiken. De ontwikkelingen rondom de coronacrisis versterken de wens om meer aan vroegsignalering en preventie te doen. “Het is wel goed dat er op scholen richting leerkrachten meer aandacht voor is. Ze zijn soms verrast door gezinnen die flink in de knel zitten. Dat is in de coronatijd weer op een andere manier duidelijk geworden” (Slotbijeenkomst). Een inwoner noemt het inzetten van budgetbeheer voor mensen die hun baan kwijt raken waarbij het van belang is
29
om te investeren. "Als mensen nu in aanmerking komen voor een uitkering vanwege de corona, zet daar gelijk budgetbeheer op. Want als jij van een inkomen van 3000 euro naar 1500 euro gaat, is dat heel moeilijk. Kijk, ik heb dat ook moeten leren … Dat gedrag van geld uitgeven is niet binnen twee maanden afgeleerd” (Telefonische interviews inwoners). Beter bereiken. De wens bestaat om met het aanbod en de hulp inwoners beter te bereiken. De regelingen en de toeleiding ernaartoe kan makkelijker en beter worden afgestemd op de vaardigheden van de doelgroep. Inwoners willen dat duidelijker wordt aangegeven wanneer iemand wel of niet in aanmerking komt voor een regeling. Dit voorkomt ook misbruik van regelingen. Verder moeten de regelingen aansluiten op de verschillende doelgroepen alsook de behoeften. Ook kan er meer rekening worden gehouden met de impact van corona. Inwoners hebben er behoefte aan om de bestaande regelingen beter te vinden. Ook willen ze op een gemakkelijker manier gebruik kunnen maken van de regelingen. Meer focus moet komen te liggen op het bereiken van specifieke doelgroepen zoals ouderen, alleenstaanden, jongeren en inwoners met een migratieachtergrond (zoals statushouders). Ieder doelgroep heeft weer een ‘eigen’ aanpak nodig. “Als laatste wil ik meegeven, dat het ook belangrijk is om te onderscheiden op basis van afkomst.
We merken dat Turkse, Hindoestaanse Antilliaanse gemeenschap veel opener is over armoede. Dat zien we terug in de aanvragen, dat soms een hele straat zich aanmeldt. Mensen attenderen elkaar. Bij Nederlanders merken we dat er veel minder onderling gesproken wordt. Soms zeggen mensen: ’mijn broers en zussen weten er niet eens vanaf’. Belangrijk om in beleid onderscheid te maken. In vervolg veel meer rekening houden met wie we voor ons hebben en door ze op een andere manier te benaderen” (Dialoogbijeenkomst 5 november 2020).
Armoede bespreekbaar maken Het is van uiterst belang om het taboe en schaamte rondom armoede te verminderen. Stakeholders noemen het bespreekbaar maken van armoede als belangrijke opgave. Hierbij past het uitdragen van de boodschap dat ‘armoede iedereen kan overkomen’. “Ik denk dat we veel meer op scholen moeten normaliseren dat er inderdaad in de klas een aantal zullen zijn die minder geld hebben. En er een aantal zullen zijn die nu, zeker nu met corona, ook juist heel veel stress en ruzie hebben” (Dialoogbijeenkomst 5 november 2020). Brede aanpak van armoede De wens bestaat om breder te kijken en niet alleen maar te focussen op het bereiken van inwoners. Maar wat kan je nog meer bieden? Het is van belang om armoede aan te pakken in samenhang met andere uitdagingen waar inwoners voor staan. Veel regelingen gaan om materiële zaken maar mensen zijn vaak op zoek naar emotionele steun. Naast materiële steun is ook onder inwoners veel behoefte aan immateriële hulp en ondersteuning (bv. activiteiten of hulpverlening). Aandacht voor fysieke en mentale gezondheid van inwoners, opvoedings- en onderwijsondersteunend gedrag en de leef-en woonomgeving. Menselijke maat Stakeholders willen meer investeren in de menselijke maat. Het tonen van begrip voor het persoonlijke verhaal en investeren in het opbouwen van vertrouwen. Mensen aanspreken in hun taal, zonder wollig jargon.
Ook gaat het om een begripvolle bejegening. Ze willen serieus worden genomen. Mensen moeten zich gehoord voelen en het gevoel hebben dat er aan hun behoeften tegemoet wordt gekomen. Op casusniveau is het van belang maatwerk te leveren waarbij rekening wordt gehouden met unieke individuele omstandigheden. Hierdoor kunnen zij hulp krijgen die daarbij past. Ook is het nodig dat fysiek contact plaatsvindt, aangezien digitaal en telefonisch contact zich minder goed leent hiervoor. “Het is belangrijk om één op één te praten. Mensen vragen geen hulp bij onbekenden. Alleen praten, het gesprek voeren werkt. Mensen gaan niet via de mail om geld vragen” (Dialoogbijeenkomst 3 november 2020).
30
Vergroten van eigenwaarde en zelfredzaamheid Veel waarde wordt gehecht aan het vergroten van eigenwaarde en zelfvertrouwen bij de inwoners die met armoede te maken hebben. Het gaat om het voorkomen dat een laag zelfvertrouwen ervoor zorgt dat jonge mensen niet uit de armoede geraken, en patronen worden herhaald (intergenerationele armoede). De wens wordt geuit om meer in te zetten op positieve ervaringen in plaats van alleen zorg. Een voorbeeld hiervan is de winkel en kapper bij de Voedselbank. Dit soort voorzieningen geven mensen een stukje eigenwaarde terug, wat vaak door armoede is aangetast. “Als mensen zien wat ze meekrijgen en ondersteund worden met de kleding en knipservice. Dan zeggen ze vaak dat ze te lang gewacht hebben. Je wil dat mensen zich weer fijn gaan voelen, dat ze zich weer mens gaan voelen” (Dialoogbijeenkomst 3 november 2020). Door meer aandacht te besteden aan het versterken van de zelfredzaamheid kunnen inwoners zelf hun financiën regelen of op zoek gaan naar hulp en ondersteuning. Een belangrijk onderdeel is om meer in te zetten op het vergroten van basisvaardigheden en rekening houden met de beperkte taalvaardigheid. “Vaak wordt de nadruk gelegd op het oplossen van het armoedeprobleem door andere regelingen en het beter toepassen daarvan.
Maar een van de oorzaken van armoede is vaak het onvoldoende beheersen van basisvaardigheden als het goed lezen en schrijven, kunnen rekenen of digitaal vaardig zijn. Daardoor kunnen mensen moeilijker een baan vinden of inderdaad van regelingen gebruikmaken. Dus heb behalve voor het direct oplossen van problemen ook aandacht voor scholing en verbeteren van deze basisvaardigheden zodat mensen verder kunnen komen en zichzelf kunnen gaan redden op den duur” (Slotbijeenkomst).
Deskundigheidsbevordering Stakeholders willen dat er ingezet wordt op het vergroten van hun kennis en expertise over verschillende thema’s zoals hoe ze armoede kunnen signaleren of wat armoede met iemand doet. Tot zover zijn er veel verschillende ambities en wensen genoemd die elkaar ook weer deels overlappen. Dit valt de stakeholders ook zelf op. Zij geven aan dat ze graag willen dat de gemeente bepaalt waar nu de eerste prioriteit ligt.
5.2 Acties om de ambities en wensen te realiseren Stakeholders en inwoners hebben zich uitgesproken over acties die nodig zijn om de ambities en wensen te realiseren.
Sociale kaart Stakeholders noemen het ontwikkelen van een sociale kaart. De sociale kaart moet up-to-date zijn en een duidelijk overzicht bieden van organisaties, taken en verantwoordelijkheden zodat ze elkaar makkelijker weten te vinden. “Alle structuren zijn er al: aan elkaar knopen en bewust worden. De lijnen kort houden, dan weet de burger het ook al zelf te vinden” (Startbijeenkomst gemeente Katwijk 24 augustus 2020). Platform Niet alle stakeholders zijn even enthousiast over de sociale kaart omdat deze maatregel volgens hen niet ver genoeg gaat. Het is de bedoeling dat de stakeholders elkaar echt weten te vinden, er snel geschakeld kan worden en gelijk actie wordt ondernomen. Het idee werd geopperd van een (digitaal) gezamenlijk platform waar organisaties een casus kunnen voorleggen en andere organisaties daarop kunnen reageren. Een soort vragenbak. Dit is met name handig voor het aanpakken van cases waarin sprake is van multi-problematiek. Dan kan direct gekeken worden welke organisaties kunnen bijdragen aan het oplossen van verschillende problemen. In overleg kunnen organisaties dan bepalen wie het beste de case kan oppakken.
31
“…ik denk dat het veel belangrijker is dat je zo’n kennisbank hebt, waarin je alle nieuwe cases kan voorleggen. Dan kijk je naar een probleemgezin en nu? Er zijn inderdaad problemen met financiën, naar welke van de vijf/zes organisaties gaan we ze toe leiden? Juist met dat soort dingen zou het mooi zijn dat je een anonieme casus kan voorleggen: we hebben dit gezin met deze problematiek. … voor ons zou het goed zijn als we een casus kunnen plaatsen en organisaties kunnen reageren: Hé wij kunnen hier een rol in spelen. En dat we dan gegevens kunnen uitwisselen en dat ze zo op de juiste plek terecht komen” (Dialoogbijeenkomst 5 november). 2020).
Het voordeel hiervan is dat organisaties elkaar niet hoeven na te bellen of moeten wachten op antwoord. Daarnaast kunnen organisaties die signaleren, maar zelf geen hulp kunnen bieden direct contact leggen met een organisatie die dat wel kan. Een offline gezamenlijk platform kan ook de vorm aannemen van een integraal armoede-overleg waarin alle organisaties regelmatig samenkomen om cases te behandelen. Stroomschema (overzicht regelingen) Stakeholders noemen een eenvoudig stroomschema in de vorm van een A4 waarin is duidelijk is weergegeven welke regelingen er zijn en wanneer mensen daarvoor in aanmerking komen. Om bestaande regelingen beter te vinden en daar makkelijker gebruik van te kunnen maken, is het volgens inwoners van belang dat zij een overzicht hebben van regelingen en criteria om daarvoor in aanmerking te komen. Allereerst digitaal en op een makkelijk vindbare plek. Daarnaast willen ze het overzicht ook op papier hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een flyer. Ruimer materieel en immaterieel aanbod Zowel stakeholders als inwoners noemen concrete voorbeelden om het huidige aanbod uit te breiden: Materieel: - Ouderen financieel ondersteunen in gezondheidskosten, bijvoorbeeld via Bijzondere bijstand. Bijvoorbeeld voor medicijnen die niet vergoed worden. - Ondersteunen in de schoolkosten van kinderen.
- Het beschikbaar stellen van laptops en training in digitale vaardigheden niet alleen voor ouders met kinderen. Dit is nu van uiterst belang omdat digitaal is vanwege de coronamaatregelen. - Kringlooptegoed, zodat mensen kleding en meubels kunnen vervangen. - Financiële ondersteuning van moeders die net bevallen zijn.
Immaterieel: - Meer activiteiten voor alleenstaanden, bijvoorbeeld bingo middagen of activiteiten die ze in hun eentje kunnen doen. - Meer activiteiten voor kinderen. De gemeente kan bijvoorbeeld een speeltuintje in de wijk aanleggen zodat de kinderen hier ook kunnen spelen (zonder dat het geld kost). - Meer activiteiten voor jongeren, ouderen en mensen met een beperking. Bijvoorbeeld vanuit de DoeMee! Regeling voor gezelschapsspellen en tijdschriften. - Betaalbare sportlessen en gezonde voeding. - Laagdrempelige ontmoetings-, sport- en spelactiviteiten. - Ouders helpen met het ontwikkelen van opvoedings- en onderwijsondersteunend gedrag. - In gesprek gaan met kleine ondernemers. - Schoonmaken van de wijk en het opknappen van tuinen. - Inschakelen commerciële recruiters om mensen naar werk te begeleiden.
32
Meldcode armoede of betalingsachterstanden Stakeholders opperen het idee om een meldcode armoede of een meldpunt betalingsachterstanden op te zetten.40 Organisaties of bedrijven kunnen dan een melding maken over armoede of bij betalingsachterstanden. Hierdoor kan eerder hulp worden aangeboden. Convenant Vroegsignalering De gemeente moet rond de gewijzigde wet Wgs een plan van aanpak opstellen rond vroegsignalering. Stakeholders vinden het cruciaal dat dit plan concreet vorm krijgt en vervolgens ook wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld in convenanten maar ook in afspraken hoe je erop af gaat en dat er dingen geregeld worden. “We moeten de mensen ook zo ver krijgen dat ze er iets aan willen doen. De mensen ook mobiliseren om het met de gemeente op te pakken, en dat er dan ook effectief iets wordt gedaan. Dat we de gemeenschap betrekken” (Startbijeenkomst gemeente Katwijk 24 augustus 2020). Crediteuren moeten hier een belangrijke rol in krijgen. Trainingen stakeholders Stakeholders willen goed weten hoe ze met armoede om moeten gaan. Ze noemen trainingen over hoe armoede te signaleren, hoe armoede bespreekbaar te maken is en wat armoede met iemand doet. Of hoe je stress-sensitief kan werken. Deze trainingen kunnen worden aangeboden aan verschillende stakeholders. De gemeente moet hier een faciliterende rol bij spelen.
Inzet intermediairs, mobiele voedselbankbrigade en sleutelfiguren/rolmodellen Organisaties en de gemeente moeten inwoners actief benaderen bijvoorbeeld via intermediairs of een mobiele Voedselbankbrigade. Daarnaast door gebruik te maken van lokale informele (wijk)netwerken of initiatieven, zoals buurtverenigingen of energieambassadeurs. Door het inzetten van sleutelfiguren - die niet van de gemeente zijn – kunnen relaties worden opgebouwd. Op scholen zou het 10-minuten gesprek in kunnen worden gezet om meer over de gezinssituatie te weten te komen, en door te verwijzen naar hulp als dat nodig blijkt te zijn. De gemeente kan voorbeeldfiguren inzetten bijvoorbeeld in de media waar inwoners met schulden hun verhaal doen. Er moet aandacht worden besteed aan inwoners die nu niet/onvoldoende worden bereikt. Als voorbeeld worden statushouders genoemd. Maak gebruik van succesverhalen van statushouders die een plek in de samenleving hebben verworven. En creëer werkervaringsplekken en proefplaatsingen zodat statushouders positieve ervaringen opdoen. Hiermee kan worden begonnen in de gemeente om een voorbeeld te stellen voor het bedrijfsleven. Duidelijke informatievoorziening over regelingen Er moet worden geïnvesteerd in de informatievoorziening. Op verschillende plekken moet duidelijke informatie te vinden zijn (bv. over de regelingen en voorzieningen).
Stakeholders noemen een toegankelijke website, informatiefolders vanuit de gemeenten en berichten via kranten, kerken, scholen. “De digitale weg moeten we niet vergeten, voor de burger moeten we die ook goed inrichten. Dan kunnen ze eerst ook digitaal zoeken en daarna fysiek de drempel overgaan. Dat kan beter, qua website etc.” (Startbijeenkomst gemeente Katwijk 24 augustus 2020). Inwoners noemen ook het toegankelijker maken van de website. De informatie moet in begrijpelijke taal, met beeld en pictogrammen en bijvoorbeeld zonder logo van de gemeente (omdat er veel wantrouwen is). Ook kan de gemeente inwoners attenderen op regelingen bij het doen van een uitkeringsaanvraag. Het inzetten van opgeleide ervaringswerkers en rolmodellen kan eveneens helpen hierbij. Het idee wordt geopperd om een centrale informatieplek te hebben waar alle inwoners terecht kunnen en waar ook verschillende professionals (en vrijwilligers) aanwezig zijn. Ook in wachtkamers van zorgorganisaties kan narrowcasting (informatie delen op schermen) worden ingezet om mensen te informeren over regelingen. 40 Er zijn bijvoorbeeld positieve ervaringen met het meldpunt Zorg en Overlast, van de GGD. Daar wordt af en toe ook duidelijk dat een gezin betalingsachterstanden heeft. Dit
kon vervolgens worden doorgegeven aan de juiste instantie (input Dialoogbijeenkomsten).
33
Onderlinge communicatie (over armoede) Volgens inwoners helpt het om vanuit de gemeente te werken met één vast contactpersoon. Een inwoner noemt dat het zinvol is om te kijken of de schuldhulpverlening intern georganiseerd kan worden. Het voordeel is medewerkers dan op de hoogte zijn van de Katwijkse cultuur en weten wat er speelt in het sociaal domein. Inwoners met armoedeproblemen moeten op de juiste manier worden benaderd. Door beter te luisteren naar de situatie en zodat uitzonderingssituaties ook de juiste hulp krijgen. Via themabijeenkomsten in de wijk of voorlichting via scholen kan men armoede bespreekbaar maken. En om de boodschap naar buiten te brengen dat armoede overwonnen kan worden (bijvoorbeeld via de weg van het onderwijs). Aanvragen regelingen vergemakkelijken Het doen van een aanvraag en het gebruik maken van regelingen zelf moet makkelijk worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld door het sturen van een brief vanuit de gemeente. “… een A4tje, met: mevrouw u kan dat en dat, als u dat heeft kunt u dat en dat aanvragen. Wat eenvoudiger allemaal. Gewoon een brief van de gemeente, dat je moet kijken waar je voor in aanmerking komt. En niet zo’n boekwerk, dat onthoud je sowieso niet. Maar gewoon iets eenvoudigs, simpeler” (Telefonische interviews inwoners). Inwoners geven aan dat het belangrijk is om in de aanvragen rekening te houden met laaggeletterdheid.
Het formulier moet in makkelijkere taal. Het zou mooi zijn als iemand (de gemeente bv.) persoonlijk bij de inwoners langs kan komen om te ondersteunen bij de aanvraag. Andere opties die worden genoemd om het proces te vergemakkelijken zijn: een herinnering sturen, automatisch toekennen en per direct aan te vragen. Actieve rol van de gemeente (bij stroomlijnen van de samenwerking en integrale aanpak) Een duidelijke visie met bijbehorende gezamenlijke aanpak is volgens stakeholders cruciaal. Spreek inwoners aan op hun ervaringsdeskundigheid en betrek ze actief bij het bepalen van de aanpak. De gemeente moet haar regierol nemen in het faciliteren en coördineren van de samenwerking. Zij kan ondersteunen bij het ontwikkelen van de sociale kaart, het platform of het stroomschema. Ook wordt geopperd dat de gemeente netwerkbijeenkomsten kan organiseren, waar organisaties elkaar informeel kunnen ontmoeten. Inwoners vinden het belangrijk dat er vanuit de gemeente beter wordt samengewerkt waardoor problematische buurtbewoners beter in beeld komen. Het gaat bijvoorbeeld om inwoners die verslaafd zijn of overlast veroorzaken in een wijk. De gemeente kan samenwerken met woningbouwcorporaties om de sociale huurwijken netjes te houden.
34
6. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk geven we allereerst de belangrijkste conclusies weer. Vervolgens presenteren we enkele aanbevelingen. Hiermee geven we antwoord op de twee hoofdvragen: 1. Hoe ziet (de uitvoering van) het huidige armoedebeleid in Katwijk eruit en wat moet daarvan worden behouden? 2. Waar kan het huidige aanbod worden verbeterd of waar liggen kansen om extra op in te zetten op een wijze die passend is voor de situatie in Katwijk?
6.1. Belangrijkste conclusies In de gemeente Katwijk is sprake van armoede in brede zin. Armoede staat niet op zichzelf maar heeft een relatie met andere problemen zoals welzijn, verslaving, gezondheid of huisvesting. De groep inwoners die in armoede leeft is divers. Het gaat om alleenstaanden, ouderen, werkenden, statushouders, jongeren et cetera. Door de invloed van Covid-19 worden nieuwe groepen kwetsbaar voor armoede. Bij de groep inwoners die in armoede leeft zijn uiteenlopende signalen te zien. Armoede heeft veel invloed op hun leven. Het leidt tot stress, angst en sociaal isolement. Er is sprake van multi-problematiek. Bij sommige inwoners is armoede een vanzelfsprekendheid geworden, ze weten niet beter en het patroon is maar lastig te doorbreken. Een groot deel is niet zelfredzaam (ook vanwege beperkte taalvaardigheid) – hen moeten stakeholders dus bij de hand nemen. Inwoners schamen zich en kloppen niet snel aan. De Katwijkse cultuur is ingrijpend en kenmerkt zich door het zelf oplossen van problemen waardoor de (armoede)problematiek escaleert. In het huidige armoedebeleid heeft de gemeente Katwijk een aantal beleidskaders vastgesteld waarbinnen zij haar armoede aanpak vormgeeft. Het gaat onder andere om het Coalitieakkoord 2018-2022, de Maatschappelijke agenda 2019-2023 (MAG) en de Samenwerkingsagenda van de alliantie Katwijk 2020-2022.
Hierin staat dat ingezet wordt op de bestrijding van armoede, het vergroten van de zelfredzaamheid, het bevorderen van participatie, integraal werken en het gezamenlijk oplossen van de ervaren problemen van de inwoners van Katwijk. Armoede is tevens als belangrijk onderdeel opgenomen in de Katwijkse Onderwijsagenda, het Regionaal Programma Integrale aanpak laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024, de MAG-opdracht 2021 (waarin statushouders verplicht worden om de eerste zes maanden te ontzorgen) en het Ambitiedocument Wonen. De huidige uitvoering van de armoedeaanpak ziet er op het eerste gezicht veelbelovend uit. Een veelheid van en verscheidenheid aan interne en externe stakeholders is reeds betrokken bij de armoedeaanpak. Verschillende stakeholders werken al met elkaar samen. De wil en bereidheid om meer te gaan samenwerken is sterk aanwezig. ‘Nieuwe’ stakeholders worden ook bij de armoedeaanpak betrokken. Stakeholders noemen verschillende goede voorbeelden van samenwerking die behouden moeten blijven. Verschillende organisaties zijn bezig om armoede onderdeel van hun aanpak te maken zoals Zorggroep Katwijk en de GGD (positieve gezondheid), Zorg en Zekerheid en Dunavie. Andere voorbeelden zijn de Pilot Voorkomen Huisuitzetting en de inzet van het wijkteam. Op dit moment is de gemeente bezig om vroegsignalering verder vorm te geven.