13. Bijlage 5. Alliander Jaarverslag 2020 (1900925)
Tekst van het document
€ miljoen Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten Totaal kasstroom
2020
2019 634 -775 286
638 -713 88
145
13
Voor het jaar 2020 is de kasstroom uit operationele activiteiten uitgekomen op € 634 miljoen (2019: € 638 miljoen). Deze lagere operationele kasstroom komt met name door het lagere resultaat hetgeen deels wordt gecompenseerd door lagere betaalde rente en winstbelasting. De uitgaande kasstroom uit investeringsactiviteiten bedraagt in 2020 € 775 miljoen en is hiermee ruim € 60 miljoen hoger ten opzichte van 2019. Dit heeft drie oorzaken: 1. De toename van de (bruto) investeringen met € 50 miljoen in materiële vaste activa. Deze worden hieronder toegelicht; 2. Hier tegenover staan ook hogere klantbijdragen van € 50 miljoen; 3. De aankoop van TReNT in 2020 welke een impact had van € 60 miljoen negatief op de investeringskasstroom.
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
48
Investeringen
0
Ondanks een daling van de investeringen in de gasnetten en de afronding van de grootschalige uitrol van de slimme meter, zijn de totale investeringen in de afgelopen vijf jaar gestegen met € 210 miljoen, een stijging van 31%. Dit wordt nagenoeg geheel veroorzaakt door de toegenomen investeringen in de elektriciteitsnetten als gevolg van woningbouw en de toenemende vraag naar aansluitingen van zonneparken en windmolens. Niet alleen worden nieuwe en zwaardere kabels uitgerold, ook zijn nieuwe elektriciteitsverdeelstations gebouwd en bestaande stations uitgebreid. De investeringen in de gasnetten laten ten opzichte van 2016 een daling zien van 59%, hetgeen grotendeels conform de verwachtingen is. De investeringen in de slimme meters zijn een aantal jaren op een hoog niveau geweest, met een maximum van € 137 miljoen in 2018. Inmiddels wordt de grootschalige uitrol uitgefaseerd wat leidt tot investeringen in 2020 die € 30 miljoen lager zijn dan in 2019. In de categorie Gebouwen, ICT etc. is de laatste twee jaar sprake van een stijging van de investeringen in telecomnetwerken (zowel op het gebied van glasvezelnetwerken als mobiele communicatienetwerken voor dataverkeer). De relatief hoge investeringsbedragen in de jaren 2016 en 2017 zijn het gevolg van de verbouwing van de panden in Duiven en Bellevue.
Vrije kasstroom € miljoen Kasstroom uit operationele activiteiten Aankoop TReNT (Des-)investeringen in vaste activa Bijdrage investeringen van derden Vrije kasstroom
2020
2019 634 -60 -890 175
638 -837 124
-141
-75
De vrije kasstroom over het jaar 2020 is uitgekomen op € 141 miljoen negatief ten opzichte van een vrije kasstroom over 2019 van € 75 miljoen negatief. Dit komt door zowel het lagere resultaat in 2020 als door het hogere investeringsniveau. Wordt in de vrije kasstroom de dividenduitkering in 2020 van € 114 miljoen en de vergoeding aan de houders van de achtergestelde eeuwigdurende obligatielening meegenomen, dan bedraagt deze kasstroom in 2020 € 263 miljoen negatief (2019: € 233 miljoen negatief). Deze negatieve kasstroom is gefinancierd door de uitgifte van een groene obligatielening van € 500 miljoen, de onderhandse plaatsing van € 100 miljoen aan groene obligaties en een onderhandse lening van € 125 miljoen. De kasstroom uit financieringsactiviteiten bedraagt over 2020 € 286 miljoen positief (2019: € 88 miljoen positief). Zonder de dividenduitkering en vergoeding obligatiehouders (totaal € 122 miljoen) is sprake van een financiering van € 408 miljoen. Hiervan is € 146 miljoen toegevoegd aan de liquide middelen, het overige leidt direct tot een toename van onze nettoschuldpositie. Een onderdeel van de financieringskasstroom is de uitgifte van een groene obligatielening welke Alliander in juni 2020 voor € 500 miljoen heeft uitgegeven. Het is onze derde ‘Green Bond’.
De eerdere groene obligatieleningen werden onder meer gebruikt om de duurzame verbouwing van kantoor Duiven te financieren en om slimme meters aan te schaffen. Deze Green Bond wordt voor een belangrijk deel aangewend voor investeringen ten behoeve van netverzwaringen in het kader van de energietransitie.
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
49
Financiële positie Ontwikkeling schuldpositie Hieronder is de ontwikkeling van de nettoschuldpositie gedurende het jaar 2020 opgenomen.
Ontwikkeling nettoschuldpositie
0
De nettoschuldpositie is met circa € 300 miljoen gestegen en bedraagt € 2.507 miljoen ultimo 2020 (31 december 2019: € 2.223 miljoen).
Nettoschuldpositie Nettoschuldpositie
€ miljoen Langlopende financiële verplichtingen Kortlopende financiële verplichtingen Verplichtingen uit hoofde van leases Brutoschuldpositie Liquide middelen Beleggingen die dienen ter dekking van leaseverplichtingen uit hoofde van cross border leases Totaal liquide middelen en beleggingen Nettoschuldpositie volgens de jaarrekening (IFRS) 50% van de achtergestelde eeuwigdurende obligatielening Nettoschuldpositie volgens financieel beleid Alliander
31 december 2020 2.479 8 217 2.704
31 december 2019 1.765 297 226 2.288
298
153
147
160 445
313
2.259
1.975
248
248
2.507
2.223
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
50
Alliander heeft een EMTN-programma van € 3 miljard. Per 31 december 2020 staat voor een boekwaarde van € 1.990 miljoen (nominaal: € 2.000 miljoen) aan obligaties uit. Voor de uitgifte van kortlopend schuldpapier beschikt Alliander over een ECP-programma van € 1.500 miljoen. Gedurende het jaar heeft Alliander diverse malen ECP-leningen uitgegeven. Per ultimo 2020 staan geen ECP-leningen uit (ultimo 2019: € 289 miljoen).
Rentedragende leningen Het aflossingsschema van de rentedragende leningen ultimo 2019 en 2020 is als volgt:
Aflossingsschema rentedragende leningen
0
De bedragen in 2022, 2024, 2026 en 2030 hebben voornamelijk betrekking op de aflossingen van obligatieleningen. De overige bedragen hebben betrekking op aflossingen van aandeelhoudersleningen en overige leningen.
Beschikbare financieringsruimte voor groene financering Alliander heeft sinds 2016 een viertal groene financieringen afgesloten, waaronder drie groene obligatieleningen. Met de opbrengsten van deze financieringen zijn diverse activa gefinancierd die nader gedefinieerd zijn in het Green Finance Framework (https:// www.alliander.com/nl/investor-relations/financiering/groene-obligaties/). Over deze activa en financieringen is in aparte rapportages verantwoording afgelegd (https://www.alliander.com/nl/investor-relations/financiering/groene-obligaties/). Onderdeel van deze rapportages is de zogenaamde allocatietabel. Deze geeft inzicht in de omvang en samenstelling van de groene activa portefeuille en de groene financieringen van Alliander N.V. Bijgaand de allocatietabel per ultimo 2020. Dit is de geactualiseerde versie van de tabel zoals opgenomen in het Green Finance Report 2020 van 15 september 2020.
Allocatietabel: aanwending van de opbrengsten uit groene financiering Netto boekwaarde 3.098 3.098
Wegingsfactor 26,2% 26,2%
Gewogen bedrag 812 812
Slimme meters Glasvezel netwerk Totaal energie-efficiëntie
537 53 590
100,0% 100,0% 100,0%
537 53 590
Duiven Totaal duurzame gebouwen
70 70
100,0% 100,0%
70 70
-
-
1.472
€ miljoen Elektriciteitsnetwerk (distributienet en aansluitingen) Totaal hernieuwbare energie
Totaal portefeuille groene activa
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
€ miljoen Groene obligatielening Groene obligatielening Groene onderhandse lening Groene obligatielening
51
Instrument (ISIN) XS1400167133 XS2014382845 XS2152901315 XS2187525949
Uitgiftedatum 22-04-2016 24-06-2019 08-04-2020 10-06-2020
Afloopdatum 22-04-2026 24-06-2032 08-04-2035 10-06-2030
Hoofdsom 300 300 100 500
Totaal groene financiering De tabel geeft aan dat de netto boekwaarde van groene activa per 31 december 2020 € 1.472 miljoen bedraagt. Dit betekent een toename van € 256 miljoen sinds 30 juni 2020. Hierdoor is per ultimo 2020 voor € 272 miljoen aan groene financieringsruimte beschikbaar. De wegingsfactor voor de activacategorie hernieuwbare energie is per ultimo 2020 vastgesteld op 26,2% (bron: energieopwek.nl). Dit betreft het aandeel hernieuwbare opwek in de totale productiecapaciteit voor elektriciteit in Nederland. Er is voor gekozen om niet ons volledige elektriciteitsnet in aanmerking te laten komen voor groene financiering maar slechts het deel dat wordt ingezet om groene stroom te distribueren.
Gebeurtenissen na balansdatum Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum.
Vooruitblik 2021 Resultaten Alliander verwacht in 2021 een verbetering van het bedrijfsresultaat, onverwachte ontwikkelingen uitgesloten. Deze verbetering wordt verwacht als gevolg van de hogere, gereguleerde tarieven zoals vastgesteld voor 2021, onder meer doordat de tariefstijging van TenneT in deze tarieven gecompenseerd wordt. De tarieven van TenneT zullen overigens in 2021 verder gaan stijgen, wat invloed zal hebben op het kostenniveau van Alliander. In deze resultaatsverwachting is verondersteld dat de impact van corona op ons resultaat in 2021 van eenzelfde omvang is als in 2020.
Investeringen De energietransitie versnelt en de vraag naar o.a. zonneparken, windmolens, warmtepompen laadpalen neemt sterk toe. Het werkpakket van Alliander blijft fors groeien, met name omdat zowel huishoudens als bedrijven steeds meer elektriciteit gaan verbruiken of duurzaam opgewekte stroom willen terugleveren aan het net. De bruto-investeringen ten behoeve van vooral vervanging en uitbreiding van de netwerken, maar ook de aan de energietransitie gerelateerde investeringen en investeringen in IT, bedragen in 2021 gezamenlijk naar verwachting bijna € 1 miljard. Deze investeringen zijn nodig voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Door de snelgroeiende vraag van onder meer zonneparken, datacenters en andere snel ontwikkelende energie-intensieve sectoren, zoals glastuinbouw, raakt het elektriciteitsnet op steeds meer plekken vol. De verwachte investeringen worden gedaan in regio’s waar door de economische groei en de energietransitie een extra vraag naar capaciteit is.
Kasstromen Het hoge investeringsniveau kan niet volledig worden gefinancierd met de operationele kasstromen. Dit leidt daarmee naar verwachting tot een negatieve vrije kasstroom in 2021. Dit, in combinatie met het dividend dat in 2021 uitgekeerd zal worden over het resultaat van 2020, zal evenals in 2020 leiden tot een financieringsbehoefte voor Alliander.
1.200
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
52
Verduurzaming van de energievoorziening en van onze organisatie De verduurzaming van de energievoorziening in ons verzorgingsgebied is in volle gang. De toename van de vraag naar elektriciteit en de snelle opkomst van grootschalige teruglevering zorgen ervoor dat het druk is op het elektriciteitsnet. Dit leidt tot knelpunten. Die kunnen we niet alleen oplossen. Daarvoor is vroegtijdige samenwerking tussen alle stakeholders en een planmatige aanpak nodig. We werken mee aan de Regionale Energiestrategieën (RES'en) die voortvloeien uit het Klimaatakkoord. Daarnaast nemen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid door aandacht te geven aan de verduurzaming van onze eigen organisatie.
Gerelateerde onderwerpen Dit hoofdstuk gaat over wat wij doen op het gebied van duurzaamheid van de energievoorziening en onze eigen organisatie. De gerapporteerde informatie heeft betrekking op een aantal thema's die stakeholders belangrijk vinden. Daarbij dragen de activiteiten bij aan SDG's.
Gerelateerde materiële thema's
Bijdrage aan SDG's
C) Faciliteren duurzame energieopwekking D) Samenwerken aan innovatieve oplossingen H) Maatschappelijk verantwoord investeringsbeleid J) Toekomstbestendig netwerk K) Maatschappelijke verantwoordelijkheid in de keten M) Klimaatverandering, energieverbruik en CO2 O) Toegang tot betaalbare energie
Gerelateerde stakeholdergroepen Klanten, Aandeelhouders en Investeerders
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
53
Doelen en resultaten duurzame bedrijfsvoering
1 2 3
CO2-uitstoot eigen bedrijfsvoering
Circulariteit2
205
44%3
resultaat 2020 in kton
resultaat 2020
≤ 207 doelstelling 2020 in kton
≥ 40% doelstelling 2020
2431 kton in 2019
30% in 2019
Het resultaat van de CO2-uitstoot voor 2019 is herberekend volgens de meest recente emissiefactoren. De scope van de KPI is primaire assets: LS- en MS-kabels, gasbuizen, distributie- en vermogenstransformatoren en (slimme) elektriciteits- en gasmeters Consistent met de methode van voorgaande jaren, waarbij wordt uitgegaan van de percentages gerecycled en recyclebaar van onze leveranciers, bedraagt het percentage 44%. Op basis van een herijkte methode omtrent de grondstofpaspoorten is het meest waarschijnlijke percentage voor Circulair 35%, deze methode kent echter voor bepaalde materialen een brede variantie, tussen de 10% tot 80% recyclebaar. Zie ook paragraaf: ‘Circulaire bedrijfsvoering'
Ondersteuning van klanten bij het maken van keuzes We willen het voor klanten aantrekkelijker maken om energie te gebruiken als er veel van beschikbaar is. Daarnaast willen we dat klanten energie terugleveren als er weinig van is en het energienet zo min mogelijk belasten als er te veel drukte op ontstaat. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld met oplossingen om het bestaande net beter te benutten, zoals niet-redundant aansluiten, flexibiliteitsmarkten en betere schakelingen tussen verdeelstations. Maar ook door lokale markten te stimuleren, omdat daarmee congestie op hoger gelegen netten voorkomen wordt. Verder willen we het als neutrale marktfacilitator mogelijk maken dat de klant zelf controle heeft over zijn eigen data en wie daarbij kan. Zo kan de klant bijvoorbeeld kiezen om deze te delen met een dienstverlener, die vervolgens automatisch de thuisbatterij aanstuurt op basis van actuele marktprijzen. Met dit soort oplossingen wordt beschikbare netcapaciteit zo volledig mogelijk benut, kan piekbelasting zoveel mogelijk worden voorkomen en kunnen we het optimale toekomstige energiesysteem ontwerpen.
Stijging van het aantal klanten met duurzame opwek In toenemend tempo sluiten we laadpalen, windmolen- en zonneparken aan op het elektriciteitsnet. Ook producenten van groen gas kloppen steeds vaker bij ons aan voor aansluitingen om hun duurzame gas te kunnen invoeden op het aardgasnet. Tenslotte zagen we in 2020 wederom een toename van het aantal geregistreerde aansluitingen met een actieve terugleverinstallatie in ons verzorgingsgebied, van 381.000 naar circa 494.000 (+29%). In totaal is dat 8,5% van het totaal aantal aansluitingen.
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
54
0
Duurzame ontwikkeling in ons verzorgingsgebied Opgesteld vermogen zonne-energie
Opgesteld vermogen windenergie
3.444 MW
1.714 MW
2.222 MW in 2019
1.321 MW in 2019
Ingevoede hoeveelheid groen gas
Aantal publieke laadpalen
54,9 miljoen m
8.459
41,4 miljoen m3 in 2019
6.066 in 2019
3
Elektrificatie van mobiliteit Het aantal elektrische voertuigen neemt snel toe. Dat levert uitdagingen op voor het elektriciteitsnet, maar ook kansen. Alliander wil daarom dat ‘slim laden’ de norm wordt. Hiermee stemmen we (ont)laadsessies af op lokale beperkingen in de netten en op momenten en manieren die gunstig zijn voor de netbalans. Hierdoor zijn kostbare en arbeidsintensieve netverzwaringen niet nodig en kan (een piek in) lokaal opgewekte duurzame energie benut worden. Daarnaast pleiten we ervoor dat elektrisch vervoer en de laadinfrastructuur worden opgenomen in ruimtelijk beleid om de inpassing in de netten optimaal af te stemmen op de beschikbare netcapaciteit. Tot slot streven we naar vrije energieleverancierskeuze aan de laadpaal door middel van een toegankelijke markt waarin partijen samenwerken en informatie delen. Initiatieven hiervoor zullen uit de markt zelf komen, waarbij Alliander faciliteert. In 2020 sloten we 2.400 publieke laadpalen aan (2019: 1.700). Liander neemt deel aan kennis- en innovatiecentrum ElaadNL en de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).
Overgang naar een duurzame warmtevoorziening Gemeenten spelen een belangrijke rol in het waarmaken van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Op regionaal niveau via de Regionale Energiestrategie (RES) en op gemeentelijk niveau via de Transitievisie Warmte en het Wijkuitvoeringsplan. De overgang naar een duurzame warmtevoorziening raakt alle circa 1.000 wijken in de 145 gemeenten in het verzorgingsgebied van Liander.
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
In 2020 zijn alle Nederlandse gemeenten begonnen met een lokale Transitievisie Warmte, die aangeeft wanneer een wijk van het aardgas afgaat. Bij het ontwikkelen en realiseren van aardgasvrije warmte-oplossingen maken de gemeenten gebruik van onze expertise en ervaring op het terrein van nieuwe energie. We geven bijvoorbeeld inzicht in technische en financiële afschrijvingen van het gasnet en de status van het elektriciteitsnet. Dit doen we onder meer met de Buurtanalyse-app. Door expertise te leveren, brengen we vernieuwende projecten en initiatieven van landelijke, regionale en lokale partners verder en komen we samen tot de optimale oplossing voor specifieke situaties. Zo maken we de juiste keuzes en blijft energie betaalbaar. De Transitievisies dienen in 2021 voor alle gemeenten in Nederland afgerond te zijn.
Nieuwe ontwikkelingen in open netten Open warmtenetten leveren een belangrijke bijdrage aan de warmtetransitie. De warmtenetten van Alliander-dochter Firan maken het mogelijk om het potentieel te benutten van bijvoorbeeld biomassa, collectieve warmte- en koudeopslag, aquathermie, aardwarmte en restwarmte uit datacenters. In 2020 hebben we stappen gezet in de realisatie van open warmtenetten in verschillende Nederlandse gemeenten. Firan is aan de slag in onder meer Noord-Holland, Gelderland en Overijssel. Samen met initiatieven zoals Stichting Warmtenetwerk en WarmingUP werken we aan kennisontwikkeling over duurzame, betrouwbare en betaalbare concepten. Op die manier vinden we samen met partners steeds meer oplossingen voor actuele uitdagingen in de warmtetransitie, zoals veranderende wet- en regelgeving, succesvolle samenwerking in lokale warmteketens en de businesscase voor aardgasvrije concepten.
Warmtenet Zaanstad-Oost Het eerste open warmtenet van Nederland in Zaanstad-Oost is gerealiseerd door Warmtenetwerk Zaanstad B.V. (een samenwerkingsverband tussen de gemeente Zaanstad, Firan en de provincie Noord-Holland). Dankzij de open structuur kunnen op termijn alle leveranciers en afnemers onder dezelfde voorwaarden gebruikmaken van de warmte-infrastrcutuur. Het warmtenet, dat sinds 2019 warmte levert aan een bestaande woonwijk, wordt in eerste instantie gevoed door een lokale kleinschalige biomassacentrale. In de toekomst kunnen we ook nieuwbouwwoningen aansluiten en koppelingen maken met nieuwe producten, leveranciers en gebruikers.
Verduurzaming van de warmtenetten in Amsterdam In verschillende wijken in Amsterdam verkent Firan samen met partners en bewoners welke energie-infrastructuren het beste passen bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van de buurt. Hier zijn veel kansen voor warmtenetten die gebruikmaken van restwarmte van datacenters en aquathermie. Zo ondersteunen we in de wijken Middenmeer-Noord en Amstel III de lokale initiatieven om warmtenetten te voorzien van restwarmte uit nabijgelegen datacenters. In Buikslotermeer vindt onderzoek plaats naar een bronnet met restwarmte uit grote rioolleidingen.
Koploperprojecten in Gelderland In een groeiend aantal gemeenten in Gelderland brengen we de warmtetransitie verder. Firan is actief in drie proeftuinen van het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken (Arnhem Elderveld, Apeldoorn Kerschoten en Huissen). Firan is daarnaast betrokken bij de pilot van Alliander met het Buurt Energie Systeem voor de Nijmeegse wijk Hengstdal, dat behoort tot de tweede tranche van proeftuinen. Verder zijn we al langere tijd aan de slag met het warmtenet in Dukenburg in Nijmegen. Daarnaast starten we samen met de provincie Gelderland, de gemeenten Arnhem, Wageningen, Apeldoorn, Ede, Lingewaard, Culemborg en Nijmegen een haalbaarheidsonderzoek naar een publiek warmte-infrabedrijf voor de regio.
Nieuwe stappen richting warmtenetten In samenwerking met partners als gemeenten en woningcorporaties verkennen we op verschillende locaties in Nederland mogelijkheden voor toekomstbestendige warmtenetten. Dat resulteerde in 2020 in nieuwe stappen in onze samenwerkingsverbanden in onder meer de gemeenten Haarlem en Wageningen. Verder startten we nieuwe onderzoeken en initiatieven in onder meer de regio Rijnland. Het warmtenet in Hengelo, dat slim gebruik maakt van lokale industriële restwarmte, werd door het Nationaal Warmtecongres 2020 aangemerkt als het meest innovatieve warmtenet van Nederland.
55
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Proeftuinen In verschillende Nederlandse gemeenten wordt proefgedraaid met het aardgasvrij maken van een wijk. Zij krijgen een bijdrage van het Rijk om bestaande woningen en gebouwen via een wijkgerichte aanpak ('proeftuinen') aardgasvrij te maken, of ervoor te zorgen dat ze klaar zijn om aardgasvrij te worden. In 2020 werd opnieuw aan 19 wijken een rijksbijdrage toegekend. Daarvan vallen er acht in een gemeente in het verzorgingsgebied van Liander: Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Doesburg, Hilversum, Lingewaard, Nijmegen en Opsterland. Deze proeftuinen zijn belangrijk om te leren hoe we samen een bestaande wijk aardgasvrij kunnen maken. De grootste uitdaging is het maken van systeemkeuzes in de ontwerpfase, zodat iedereen in de toekomst ook de juiste warmtevoorziening heeft, niet te veel betaalt, de straat niet steeds opnieuw open hoeft en we schaarse arbeidscapaciteit efficiënt kunnen inzetten. De regie voor de plannen ligt bij de gemeente. Liander zoekt actief samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, bewoners, marktpartijen en andere belanghebbenden. We helpen beslissingen te nemen over een nieuwe duurzame energievoorziening om zo samen een vlotte uitvoering te realiseren.
Pilots met waterstof De toepassingsmogelijkheden van waterstof worden over de hele wereld bestudeerd en becommentarieerd. De kansen voor toepassing in de gebouwde omgeving lijken zich pas voor te doen ná 2030, bij voldoende aanbod en verdere prijsdaling. Omdat netbeheerders voor de lange termijn investeren en we nog steeds beschikken over een kostbare fijnmazige gas-infrastructuur, volgen we ontwikkelingen op de voet en onderzoeken we het liefst zelf de kansen om de juiste keuzes te maken over onze gasleidingen. Alliander is gestart met pilots om samen met partners te leren wat het gebruik van waterstof in de praktijk betekent. Zo gaan we in Lochem woningen voorzien van waterstof in plaats van aardgas. In het Friese Oosterwolde onderzoeken we met de eigenaar van een zonnepark de conversie naar waterstof. Dat kan een oplossing zijn bij drukte op het net, maar wellicht is het ook mogelijk om de opgewekte energie voor langere tijd op te slaan als waterstof voor andere toepassingen zoals duurzame mobiliteit of warmte. Op die manier hoeft niet alle energie naar het elektriciteitsnet te worden geleid. Dat draagt bij aan het flexibeler maken van een volledig duurzaam energiesysteem.
Planmatigheid van de energietransitie De omschakeling naar de duurzame energievoorziening moet in 2050 voltooid zijn. Voor Alliander is het belangrijk om ver vooruit te kijken, zodat we weten wat waar en wanneer verandert in de energievoorziening om de infrastructuur op tijd geschikt te maken. Dat betekent methodisch te werk gaan, prioriteiten stellen en veel voorkomende taken digitaliseren. Denk daarbij aan analyses van de invloed die bepaalde ontwikkelingen hebben op spanningsniveaus, maar ook op het geautomatiseerd delen van data en informatie. De nieuwe vorm van samenwerking met overheden is al goed te zien in de Regionale Energiestrategiëen (RES'en). We gaan deze vroegtijdige samenwerking steeds meer toepassen.
Meer overzicht en efficiëntie nodig Nu de energietransitie in volle gang is, ontstaan er knelpunten die zowel een belemmering kunnen vormen voor de energietransitie als de verdere economische ontwikkeling van Nederland. Het realiseren van netuitbreidingen is een proces van vele jaren. Voor netbeheerders is het vandaag dus al 2030 en overmorgen 2050. Dit betekent dat we op een heel andere manier moeten gaan kijken naar de energietransitie. Er is op nationaal, regionaal en lokaal niveau overzicht nodig van de benodigde infrastructuur. Van daaruit is er behoefte aan regie en coördinatie op de transitie, zodat we prioriteiten kunnen stellen en keuzes kunnen maken op basis van de volgordelijkheid van het werk. Zodat naast tijdige vergunningverlening ook de schaarse technici daar ingezet worden waar ze het hardst nodig zijn. Zo kunnen we tijdig de infrastructuur creëren die Nederland nodig heeft voor een klimaatneutrale energievoorziening. Afgelopen jaar zijn bij alle sectoren goede samenwerkingsvormen opgezet, wat leidt tot steeds meer nationale programma’s die het werk in regio’s ondersteunen. Dit omvat onder andere de Regionale Energiestrategieën, het Programma Aardgasvrije Wijken, de Cluster Energiestrategieën voor de industrie en de Nationale Agenda Laadinfrastructuur voor mobiliteit.
De samenhang tussen deze trajecten is groot: keuzes voor één regio hebben ook impact op de ontwikkelingen binnen de industrie, de landbouw, mobiliteit en de gebouwde omgeving. Alliander pleit voor een samenhangende en gecoördineerde aanpak die inhoudelijk op elkaar is afgestemd met een duidelijke prioritering. Op die manier kunnen netbeheerders blijven zorgen dat onze energievoorziening betaalbaar, betrouwbaar en voor iedereen toegankelijk blijft.
56
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Regionale Energiestrategieën In Nederland wordt in 30 regio’s een Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld, met als ambitie in 2030 35 TWh aan duurzame opwek op land te realiseren. Het elektriciteitsnet van ons land vormt de ruggengraat van deze gezamenlijke strategieën. In de RES in onze verzorgingsgebieden werken overheden met ons, maatschappelijke partners, het bedrijfsleven en bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Op 1 juli 2021 wordt de eerste RES opgeleverd. Dit is geen eindproduct: om de twee jaar zullen de RES-regio’s hun plannen aan de hand van de nieuwste inzichten bijwerken. In 2020 zijn de eerste conceptversies van de RES’en opgeleverd. Liander heeft samen met de andere regionale netbeheerders inzicht gegeven in een deel van de consequenties van deze plannen. De impact is groot: de komende tien jaar zullen alle netbeheerders miljarden investeren in uitbreidingen van de infrastructuur en is er veel extra ruimte nodig voor deze infrastructuur (vaak dicht bij dorpen en steden). Gemeenten en provincies hebben ons gevraagd om intensiever samen te werken aan oplossingen rondom netcapaciteit. De eerste adviezen zijn opgeleverd, het eindadvies en bijbehorende acties volgen begin 2021. Daarnaast heeft Liander voor de eigen RES-regio’s inzichtelijk gemaakt hoe de plannen ingepast kunnen worden in het bestaande en al geplande net.
Het toepassen van ontwerpprincipes en technische oplossingen kan de benodigde aanpassingen sterk reduceren, terwijl de regionale ambities gelijk kunnen blijven. Maximaal is bijna 60% van de maatschappelijke kosten te besparen, 60% van de ruimte en 50% van het werk. Door efficiënt om te gaan met het bestaande net zijn minder uitbreidingswerkzaamheden nodig, zodat duurzame opwek sneller aangesloten kan worden. Deze inzichten hebben we samen met andere netbeheerders gebundeld in een landelijk factsheet. Om de energievoorziening betaalbaar en de doelstellingen uit het Klimaatakkoord binnen bereik te houden kunnen de RES-regio’s deze inzichten benutten om de optimale afweging te maken tussen lokaal draagvlak, maatschappelijke kosten en realisatietijden. In 2021 blijven we intensief samenwerken met onze regio’s. Zodra plannen zijn bijgewerkt, zullen we direct weer de consequenties van keuzes in kosten, ruimte en tijd duiden. Daarnaast werken we intensief mee met een pilot van het Nationaal Programma RES over het toepassen van het instrumentprogramma uit de nieuwe Omgevingswet. Hierin onderzoeken we hoe de plannen in RES geconcretiseerd kunnen worden en verkennen we hoe we gezamenlijk met overheden afspraken kunnen maken over infrastructuuruitbreidingen. Ook op landelijk niveau wordt hier volop aan gewerkt en wordt er afstemming gezocht tussen het nationaal programma RES en Alliander.
Uitvoering van de regionale energietransitie We bereiden ons voor op de uitvoering van de regionale energietransitie. Dit doen we aan de hand van praktijkvoorbeelden uit de proeftuinwijken. Hiervoor hebben we in de keten van bouwpartners samen met het onderwijs het leer- en innovatieprogramma ‘Mensen Maken de Transitie’ opgezet. Zo hebben we het aanvragen van verwijderingen voor gasaansluitingen in bulk verbeterd, werken we aan de eindtermen van de opleiding zodat installateurs straks de elektraaansluiting kunnen verzwaren en we tevens laadpaalmonteurs kunnen certificeren. Ook hebben we een ‘serious game’ ontwikkeld, zodat ketenpartners al voordat aan de realisatie van een aardgasvrije wijk wordt begonnen met elkaar in gesprek gaan over de aanpak.
Aanpassing van wetgeving De activiteiten van Alliander worden sterk gereguleerd door wet- en regelgeving. Deze stammen echter nog uit de tijd vóór de energietransitie toen er nauwelijks sprake was van decentrale duurzame opwek van energie. Alliander is met de relevante stakeholders in overleg om de afspraken uit het Klimaatakkoord nader uit te werken in onder meer de Energiewet, de Wet collectieve warmtevoorziening en de Omgevingswet met de Nationale Omgevingsvisie. Het Klimaatakkoord is echter al meer dan een jaar oud, maar de regels die nodig zijn voor de uitvoering daarvan zijn er nog niet, terwijl er dringend behoefte is aan flexibele en toekomstgerichte wetgeving en investeringszekerheid.
Een integrale Energiewet De huidige Elektriciteitswet en Gaswet worden samengevoegd en aangepast in de nieuwe Energiewet. Alliander onderschrijft de opzet van de nieuwe Energiewet om tot een integrale en toekomstbestendig kaderwet te komen voor het energiesysteem, die nader uitgewerkt wordt in lagere regelgeving welke gemakkelijker aangepast kan worden. De Energiewet moet ruimte laten voor meer marktrollen, grotere diversiteit aan contracten en tarieven en ruimte geven aan actieve aangeslotenen die mee willen doen aan vraagrespons, congestiemanagement et cetera. De Energiewet voorziet in een herijking van de aansluit- en transportplicht. De achttienwekentermijn wordt vervangen door een redelijke termijn, welke in lagere regelgeving wordt geconcretiseerd en waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen bijvoorbeeld type aansluitingen. Het recht op een aansluiting wordt voor grootverbruikers elektriciteit gekoppeld aan de aanwezigheid van transportcapaciteit. Dit is noodzakelijk omdat de huidige vraag naar aansluitingen en transport van elektriciteit is verveelvoudigd.
57
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Energiedata zijn voor de energietransitie cruciaal. Het is in onze ogen van belang om te borgen dat aangeslotenen zelf zeggenschap hebben over hun meetdata en dat zij zelf kunnen aangeven wie zij naast hun contractpartijen toegang willen geven tot deze data. De netbeheerder heeft hierin een belangrijke faciliterende taak. De Energiewet biedt voorwaarden voor het beschikbaar stellen van deze data, en moet grondslagen gaan bieden voor het door de netbeheerders verstrekken van data. Het is belangrijk dat de Energiewet ruimte biedt voor nieuwe innovaties. Netbeheerders moeten bijvoorbeeld ruimte krijgen om waterstofgas te distribueren in de bestaande gasnetten. Om op korte termijn al met duurzame gassen zoals waterstof te kunnen experimenteren, is hiervoor ruimte in de aankomende Energiewet nodig.
Een nieuwe Warmtewet De verwachting is dat veel huizen de komende jaren op een warmtenet aangesloten worden. Gemeenten krijgen in het voorstel voor de nieuwe Warmtewet de bevoegdheid om een warmtebedrijf aan te wijzen dat per gebied in de gemeente de warmtevoorziening op zich zal nemen. In de contouren van de nieuwe Warmtewet wordt een verplichting gesteld voor integraal verantwoordelijke warmtebedrijven, met een aanwijzing voor tientallen jaren. Alliander is van mening dat de nieuwe Warmtewet niet gericht moet zijn op het reguleren van één type warmtebedrijf, maar juist ruimte moet bieden aan diversiteit en innovatie. Dat betekent dat je niet alle warmtenetten op dezelfde manier moet inrichten. Gemeenten moeten zelf keuzes kunnen maken; alleen dan ontstaat draagvlak en komen warmtenetten echt van de grond.
Omgevingswet Het belang van de energie-infrastructuur moet, naast alle andere belangen, opgenomen worden in de omgevingsvisies- en plannen van de overheden. Systeem-efficiëntie noemen we dit. Met onze inzet in de RES’en en bij Transitievisies Warmte geven we een goede aanzet hiervoor met zienswijzen. We zoeken tevens aansluiting bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zodat we zicht blijven houden op alle ontwikkelingen. We zien het DSO als kans om alle regels inzichtelijk te maken, zodat de planvorming over onze infrastructuur sneller en met de inbreng van belanghebbenden kan plaatsvinden. De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2022 in werking.
58
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Duurzame organisatie In 2020 hebben we de duurzame prestaties voor CO2-reductie en circulariteit verder verbeterd. We zien al een aantal jaren de effecten van een goede inbedding van onze maatschappelijke programma’s. We liggen op de afgesproken koers naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2023. Daarnaast hebben we een verbinding gelegd tussen onze goede resultaten op de circulaire economie en kostenbesparingen, waarbij meer hergebruik leidt tot lagere kosten. Met andere infrabeheerders hebben we een begin gemaakt met beleidsafstemming op onze interne CO2-beprijzing.
Op weg naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2023 Alliander streeft naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2023. Dat wil zeggen dat in 2023 per saldo geen CO2 door Alliander wordt uitgestoten als gevolg van onze netactiviteiten, kantoren en voertuigen. In 2020 zaten we op 74% van deze doelstelling. Hier werken we stap voor stap aan met ons programma voor vermindering en vergroening van de CO2-emissies. Ons wagenpark is steeds meer elektrisch of hybride, het energieverbruik van onze gebouwen daalt en de netverliezen voor elektriciteit nemen af en worden verder vergroend. In 2020 is de uitstoot van CO2 ten opzichte van 2019 met 38 kiloton gedaald (16%) van 243 naar 205 kiloton. Het effect van ons vergroeningsbeleid is daarmee voor het vijfde jaar op rij duidelijk zichtbaar. De uitstoot is de afgelopen jaren mede sterk gedaald door de vergroening van de netverliezen. De uitstoot is ook gedaald door het verder vervangen van de grijs gietijzeren gasleidingen, een lager netverlies door toenemende lokale duurzame opwek, de dalende CO2-uitstoot van gebouwen en mobiliteit, en het effect van de coronapandemie; zowel het elektriciteitsverbruik van onze gebouwen als het aantal gereden woon-werkkilometers daalden flink.
CO2-uitstoot van Alliander1
0
1
Het resultaat van de CO2-uitstoot voor 2019 is herberekend volgens de meest recente emissiefactoren.
Uitstoot door net- en lekverliezen Onze bruto-uitstoot CO2 wordt voor 94% veroorzaakt door net- en lekverliezen, die grotendeels ontstaan bij het distribueren van elektriciteit en gas. De netverliezen kostten ons in 2020 circa € 68 miljoen en zijn slechts in beperkte mate te beïnvloeden. Niettemin proberen we elk jaar zowel onze technische als administratieve netverliezen te verminderen.
59
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
6
4
2
0
De laatste twee jaar van het percentage netverlies betreft een schatting.
Vergroenen van netverliezen met duurzaam opgewekte energie Alliander vergroent zijn netverliezen met behulp van opwek van additionele duurzame energie in Nederland. In 2020 hebben wij 80 kiloton van onze totale netverliezen vergroend met Garanties van Oorsprong en daarnaast 39% van het elektrische netverlies als groene stroom ontvangen. Wij hebben bewust de keuze gemaakt om de inkoop van onze netverliezen stapsgewijs te verleggen naar stroom uit nieuwe investeringen in hernieuwbare bronnen. Hiermee bereiken we dat ons netverlies CO2-arm wordt én ondersteunen we de groei van duurzame energieopwekking. In 2020 hebben we met het effectueren van reeds gecontracteerde additionele groencertificaten bijna 71% van het totale netverlies verduurzaamd.
Technische netverliezen De absolute omvang van de technische netverliezen elektriciteit is in 2020 met 11% gedaald ten opzichte van 2019. Waar deze technische netverliezen voorheen altijd sterk samenhingen met economische ontwikkelingen, zien we inmiddels dat een groeiende economie niet per se leidt tot meer transport van elektriciteit en gas en dus tot meer netverlies. De afname van ons technisch netverlies is deels toe te schrijven aan de verbeterde energie-efficiency en deels aan de toenemende duurzame opwek door klanten. Ons reductieprogramma voor technisch netverlies blijft van kracht. Met het oog op veiligheid en verminderen van gaslekkages vervangen we jaarlijks een deel van de grijs-gietijzeren gasleidingen. Hiermee reduceren we energieverlies en beperken we klimaatgerelateerde emissies.
Interne CO2-prijs Voor het afwegen van onze investeringen op duurzaamheid werken wij met een interne CO2-prijs. Energiebesparing of het verminderen van methaan-lekkages wordt op deze manier hoger gewaardeerd. In 2020 leidde Alliander de coalitie van alle netbeheerders om te komen tot een sectorbrede afspraak over (een hogere) interne CO2-beprijzing. Dit jaar besloten de netbeheerders om in 2021 allemaal met dezelfde CO2-prijs van € 50 per ton CO2 te gaan rekenen en deze de komende jaren stapsgewijs te verhogen.
Administratieve netverliezen De totale omvang administratieve netverliezen steeg door de toevoeging van netverliezen gas. Onze administratieve netverliezen elektriciteit zijn in absolute omvang gedaald ten opzichte van 2019. Administratieve netverliezen ontstaan onder meer door fraude, bijvoorbeeld het illegaal aftappen van energie voor hennepkwekerijen, of het ontbreken van contracten bij nieuwe of bestaande aansluitingen. Voor het opsporen van fraude zijn we mede afhankelijk van de focus en inzet van politie en justitie met wie we samenwerkingsafspraken hebben. We werkten in 2020 verder aan de verbetering van het opsporen van fraude en het innen van openstaande bedragen, onder andere door het digitaliseren van onze netten.
60
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Uitstoot gebouwen Het energieverbruik in onze kantoren en gebouwen is gedaald. Dit komt enerzijds door uitvoering van energiebesparende maatregelen voortkomend uit energiescans en anderzijds door een verminderde bezetting van de gebouwen door de coronacrisis. De CO2-uitstoot daalde met 10% ten opzichte van 2019. De volledige uitstoot van de gebouwen is vergroend. Het verschil tussen energieopwek en -verbruik van ons kantoor in Duiven was in 2020 zelfs energiepositief. In 2020 presenteerden we onze plannen voor een nieuw kantoor in Amsterdam-West. Dit wordt na het hoofdkantoor in Arnhem en het regiokantoor in Duiven het derde energieneutrale kantoor van Alliander.
Uitstoot mobiliteit Het aantal gereisde kilometers daalde, vooral als gevolg van de coronapandemie, met 62% ten opzichte van 2019. het brandstofverbruik van lease- en dienstauto’s daalde met 24%, waardoor onze CO2-uitstoot door mobiliteit met 29% daalde ten opzichte van 2019. Ons beleid bleef ongewijzigd. Dit beleid kent een sober vergoedingenstelsel voor mobiliteit, een strengere uitstootnorm voor CO2 en stikstof voor leaseauto’s (maximaal 100 gram CO2/km), de uitsluiting van diesel en het toegankelijker maken van elektrisch rijden. Leaserijders kunnen daarnaast, net als alle andere medewerkers van Alliander, gebruikmaken van een NS-businesskaart. In 2020 was 28% van ons totale wagenpark op geel kenteken (deels) elektrisch (2019: 26%).
#SAMENFIETSEN In 2020 namen 80 medewerkers deel aan een pilot ‘samen fietsen’ ter bevordering van zakelijk fietsgebruik. Dit om de fiets als alternatief vervoersmiddel naar en tussen werklocaties aan te moedigen. In totaal is in de maanden september en oktober onder werktijd 14.600 km gefietst. #samenfietsen is goed voor gezondheidswinst en CO2-reductie. We zijn van plan om de actie de komende jaren te herhalen.
Hoogste trede op CO2-prestatieladder Onze aanpak en werkwijze zijn extern getoetst aan de hand van de CO2-prestatieladder. In 2020 zijn we opnieuw met positief resultaat geaudit op niveau 5 van de ladder. Certificering op de CO2-prestatieladder is een bewijs van inzicht in: • • • • •
de eigen voetafdruk (niveau 1) de mogelijke reductiemaatregelen (niveau 2) de competentie om deze maatregelen ook echt uit te voeren (niveau 3) inzichten transparant te maken (niveau 4) met ketenpartners innovaties te initiëren (niveau 5)
De CO2-prestatieladder wordt vaak gebruikt als gunningscriterium bij aanbestedingen. Dit betekent dat we over de CO2-inventaris van onze belangrijkste leveranciers beschikken, we de doelstellingen op niveau 3 en 4 hebben gehaald en we ons publiek committeren aan het CO2-reductieprogramma van de overheid.
Biodiversiteit In 2020 is voorgesteld om biodiversiteit als nieuw thema toe te voegen aan het MVO-beleid. In onze bouw- en aanlegactiviteiten zijn we al gebonden aan ruimtelijke voorwaarden op basis van de Wet op Natuurbescherming wat gaat over biologische diversiteit en de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving. Hiernaast willen we ons extra inspannen om in onze geplande operationele processen schade aan biodiversiteit te minimaliseren dan wel te herstellen. Zo is eigen beleid in voorbereiding voor het duurzaam ontwerpen van onze onderstations. Naast energieneutraal en circulair is biodiversiteit een belangrijk thema. Denk aan groene daken, natuurlijke varianten van erfafscheiding of lokale waterberging. Implementatie van dit beleid vindt plaats vanaf 2021. Alliander participeert in een bredere coalitie van infrabedrijven die kansen ziet om eigen areaal te verbinden ten behoeve van grootschalig natuurherstel. In totaal beheren de nationale infrabedrijven zo'n 900 km2 grond. Samenwerking op biodiversiteit heeft hierdoor nationale impact. Het project Ecologische Hoofdstructuur Infra is in 2020 gestart. In navolging van TenneT wilde Alliander onderzoeken hoe onze terreinen kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.
Hiertoe hebben we in 2020 een pilot gestart met slingerend maaien, 'sinusmaaien', in plaats van maaien in strakke, rechte lijnen. De pilot is uitgevoerd onder begeleiding van de Vlinderstichting. Slingerend maaien leidt tot meer variatie in het aantal en de structuur van vegetatie, waardoor insecten beter kunnen overleven. De pilot is succesvol verlopen. Alliander is van plan sinusmaaien in 2021 buiten de schakeltuinen als regulier beheer door te voeren.
61
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Science-based targets Science-based targets (SBT’s) zijn bedrijfsdoelen om binnen de 2°C stijging te blijven. In 2020 is opnieuw vastgesteld dat Alliander binnen de 1,5-gradengrens opereert van het Parijs-akkoord uit 2015. Deze doelstelling kan worden omgerekend naar de maximale CO2-uitstoot per sector (landbouw, industrie, energie et cetera) en naar de maximale CO2-uitstoot per bedrijf. Dit heet de Sectoral Decarbonization Approach. Voor Alliander betekent dit concreet dat we voor dit scenario in totaal circa 21% CO2 voor 2025 en 42,4% CO2 moeten reduceren voor 2030 ten opzichte van 2020. Voor het geheel voldoen we, met ons beleid voor klimaatneutraal in 2023 en met de geboekte resultaten, ruim aan de SBT-doelstelling. Het onderzoek bevestigt de juistheid van de koers die we als bedrijf voor onze klimaatgerelateerde emissies hebben vastgesteld. Alliander streeft naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2023. SBT onderscheidt drie categorieën emissies. Onze klimaatdoelstellingen voor Scope 1-2 broeikasgasemissies zijn in lijn met de ScienceBased Targets criteria. Scope 3 ketenemissies van leveranciers zijn bij ons niet in scope, aangezien hier slechts indirect op kan worden gestuurd.
Omgaan met klimaatrisico’s en adaptatie; TCFD Klimaatverandering vereist dat bedrijven verantwoordelijkheid nemen voor het reduceren van CO2 maar ook scherpte op de risico’s voor de organisatie. Dit kan gaan om fysieke risico’s (bijvoorbeeld overstromingen) maar ook om bedrijfseconomische effecten zoals wijzigingen in het fiscale regime. In 2020 zijn we gestart om de fysieke en transitierisico’s scherper in beeld te krijgen. We hebben de mogelijke effecten van klimaatverandering in beeld gebracht aan de hand van de aanbevelingen van de internationale Taskforce on Climate-related Financial Disclosures (TCFD). Van de TCFD hebben we de eerste stappen doorlopen, die een kwalitatief beeld geven van onze risico’s. De risico’s zijn uitgewerkt voor twee scenario’s; een vergaande opwarming van de aarde als gevolg van niet of te laat uitgevoerd beleid (4gradenscenario) en een optimistisch scenario waarbij de mensheid erin slaagt de Parijs-doelstellingen te halen en de opwarming te beperken. Uit de TCFD-analyse blijkt dat we aan ongeveer twee derde van de aanbevelingen voldoen, mits wij meer beschikbare informatie rapporteren. We zijn van plan deze ambitie in 2021 in te vullen.
Fysieke risico’s en kansen Fysieke risico’s zijn vooral het gevolg van ketenafhankelijkheden bij extreme weersomstandigheden en overstromingen. Dit betreft onder meer mogelijke schade aan eigen componenten of bovengrondse hoogspanningsmasten van TenneT. Gezien onze energienetwerken in Noord-Holland en Friesland vormt ook zeespiegelstijging een risico. Hogere temperaturen leiden bovendien tot meer elektriciteitsverbuik vanwege een grotere koelbehoefte in de maatschappij.
Transitierisico’s en kansen Netbeheerders zijn onderdeel van de oplossing bij de transitie naar een duurzame energievoorziening. Er zijn meer transitiekansen dan transitierisico’s. De kansen gaan over de groeiende elektrificatie van de samenleving en de groei van opwek van groen gas. De risico’s betreffen de maakbaarheid van onze opgave en de uitfasering van de gasinfrastructuur.
62
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
63
Fysieke risico's
Mogelijke effecten
Extreem weer zoals droogte, hitte, branden en grote regenval
Schade aan infrastructuren Uitval van energie Schade bij leveranciers, in energieketen en transportinfrastructuur
Zeespiegelstijging
Schade energieketen, bedrijfsmiddelen en bij klanten
Stijging gemiddelde temperatuur
Schade aan bedrijfsmiddelen Schade door plagen door dieren Meer vraag naar koeling
Transitierisico's
Mogelijke effecten
Technologische innovatie en marktveranderingen
Afname van aardgasdistributie in onze netwerken in combinatie met warmtetransitie op andere bronnen Beperkingen in beschikbare arbeidskrachten Consument wordt prosument Elektrificatie van samenleving Energie-opslag Kansen voor waterstof
Veranderingen in beleid en regulering
Kostenverdeling van energietransitie CO2-beprijzing
Invulling van ketenverantwoordelijkheid Een aanzienlijk deel van onze maatschappelijke prestaties realiseren we in samenwerking met partners in de keten. We beogen een netto-positieve bijdrage te realiseren op SDG 12, verantwoorde productie en consumptie, zodat we bijdragen aan sociale en milieueffecten in onze ketens. Ons inkoopbeleid draagt direct bij aan de duurzaamheidspijlers van Alliander: toegang tot schone en betaalbare energie, klimaat, grondstoffen en inclusief werkgeverschap.
Een duurzame relatie met onze leveranciers Alliander heeft een jaarlijks inkoopvolume van ongeveer € 1,5 miljard aan producten en diensten. Onze grootste inkoopvolumes betreffen: aannemerij, inkoop van energie, componenten en IT. Samen met onze leveranciers kunnen we een grote bijdrage leveren aan duurzaamheid. In onze aanbestedingscriteria is duurzaam inkopen een integraal onderdeel. We hebben hierin bepalingen opgenomen over mensenrechten, arbeidsomstandigheden, grondstoffengebruik, recycling en CO2-uitstoot. Alliander eist dat werkzaamheden voldoen aan specifieke protocollen en voorschriften voor veiligheid bij werken aan de gas- en elektriciteitsinfrastructuur zoals VIAG en BEI. Ook medewerkers van aannemers moeten hier aan voldoen. Alle gecontracteerde leveranciers van Alliander committeren zich aan de ‘Alliander Gedragscode Leveranciers'. Deze richtlijn is gebaseerd op OESO-richtlijnen en stelt eisen aan het ethisch en eerlijk zakendoen van leveranciers en hun toeleveranciers en fabrikanten. Bij overtreding van de code kunnen we sancties opleggen, zoals beëindiging van het contract, het tijdelijk staken van werkzaamheden al dan niet met ingebrekestelling.
Naleving afspraken met leveranciers Jaarlijks voeren we meerdere ketenaudits uit. Door de coronacrisis hebben we er in 2020 slechts twee kunnen uitvoeren naar de kwaliteit van de geleverde producten en diensten (2019: 11). Hierin zijn geen kritische tekortkomingen gerapporteerd. In de audits wordt de naleving van de Gedragscode besproken, naleving van ketenaspecten en de opvolging van eventuele bespreekpunten. Naast de gebruikelijke controle op kwaliteit en product kijken we naar MVO-elementen zoals naleving van universele mensenrechten, arbeidsomstandigheden, veiligheid en milieu. Uitbesteding, investeringen en productie in andere landen betekenen soms een verhoogd risico voor deze aspecten en voor de erkenning én naleving van fundamentele mensenrechten. Ongewild kan een organisatie betrokken raken bij discutabele omstandigheden zoals bijvoorbeeld kinderarbeid. Bevindingen worden gedeeld met de leverancier. In 2020 hebben we geen maatregelen getroffen richting leveranciers. Bij gebleken nalatigheid of overtreding van de afspraken beëindigen we de relatie of leggen we andere sancties op overeenkomstig het contract en de Alliander Gedragscode voor Leveranciers. In geval van schade of risico’s communiceren wij met onze stakeholders, verrichten onderzoek en treffen tijdelijke of structurele maatregelen. Over de voortgang onderhouden wij contact met betrokken en informeren wij hen.
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
CO2-waardering bij aanbesteding In onze aanbestedingen nemen we energieverbruik van componenten gedurende de levensduur zo veel mogelijk mee in de beoordeling. Gezien ons inkoopvolume zoeken we hierbij altijd naar verbeteringen. Alliander is initiatiefnemer voor een sectorbrede interne beprijzing van CO2 (zie ook hoofdstuk Duurzame Organisatie). Door te werken met een interne CO2-prijs krijgen eigen investeringen én in te kopen componenten met een hogere CO2-reductie meer voorrang. In 2020 hebben we in samenwerking met de andere netbeheerders een instrument ontwikkeld waarbij deze CO2-prijs objectief en in goede samenhang met circulariteit kan worden ingezet bij aanbestedingen. In 2021 gaan we deze methodiek concreet inzetten, structurele toepassing voorzien we in 2022.
Circulaire bedrijfsvoering Als netbeheerder gebruiken we grote hoeveelheden materialen en indirect grondstoffen. Het is onze verantwoordelijkheid om zo goed mogelijk met onze materiaalbehoefte om te gaan. Sinds een aantal jaar hebben we circulair inkopen geïntegreerd in onze inkoopprocessen. Per kwartaal rapporteren we over het percentage ‘circulair ingekocht’. Onder ‘circulair ingekocht’ verstaan we de inkoop van materialen die grotendeels uit recycled materialen bestaan en/of materialen die na gebruik recyclebaar zijn. Dit gebeurt voor onze primaire assets: laagspannings- en middenspanningskabels, gasbuizen, distributie- en vermogenstransformatoren en (slimme) elektriciteits- en gasmeters. Om vast te stellen welke percentage gerecycled dan wel recyclebaar is verstrekken onze leveranciers een grondstofpaspoort waarin deze percentage zijn opgenomen. Hierbij steunen wij op de input en expertise van onze leveranciers ten aanzien van deze percentages. In 2020 lag het percentage ‘circulair ingekocht’ op 44% (2019: 30%). Het percentage ‘circulair ingekocht’ berekenen we door het gemiddelde van ‘gebruikt recyclaat’ en ‘recyclebaar na einde levensduur’ te nemen. Tevens maken wij vanaf eind 2020 gebruik van relevante gegevens uit onderzoek van CE Delft om een eigen analyse te kunnen uitvoeren op de door leveranciers opgegeven percentages en waar nodig deze percentages bij te stellen.
Op basis van een herberekening vanuit onderzoek van de CE Delft betreft het meest waarschijnlijke percentage voor ‘circulair’ ongeveer 35%. Deze methodiek kent echter voor bepaalde materialen een brede variatie, tussen de 10% tot 80% recyclebaar. We streven ernaar in 2025 60% procent van onze primaire assets circulair in te kopen. Om verdere invulling te geven aan circulaire bedrijfsvoering sturen wij ook op de volgende stromen: • We maken optimaal gebruik van de spullen die we al hebben. • We voorkomen het verspillen van grondstoffen in onze organisatie. • We recyclen het overgebleven afval 90% hoogwaardig. Binnen de coalitie Groene Netten delen de coalitieleden (regionale netbeheerders, TenneT, GTS, ProRail, Rijkswaterstaat en KPN) hun ervaringen met grondstoffenpaspoorten. In 2020 hebben de coalitieleden afgesproken het grondstofpaspoort standaard uit te vragen voor de belangrijkste componenten. Hierbij wordt in belang van de leveranciers gewerkt vanuit hetzelfde format.
Green Deal Circulair Inkopen Circulair inkopen vraagt om intensieve samenwerking met onze leveranciers. Hiervoor werken we al enkele jaren volgens de Green Deal Circulair Inkopen. Doel is door het starten van circulaire inkooptrajecten van elkaars ervaringen te leren en circulair inkopen te versnellen. Met de deelname van meer dan zestig partijen ontstaat er veel kennis en ervaring. Alliander levert een aanzienlijke bijdrage aan de Green Deal, onder meer met bedrijfsveilige kleding, transformatoren, herontwikkeling kantoren, koffiebekers, meubilair en fair meters.
Publieke grondstofdata De circulaire economie is gebaat bij een hoge transparantie in de vraag naar en het aanbod van materialen en grondstoffen. Leveranciers weten dan beter welke grondstoffen van welke kwaliteit waar vrijkomen en hergebruikt kunnen worden. Transparantie faciliteert ook het groeiende aantal ‘grondstofmakelaars’, die zich specialiseren in het matchen van vraag en aanbod. Samen met de andere netbeheerders hebben we geïnvesteerd in een publieke database voor het professionaliseren van onze grondstofdata en de grondstofpaspoorten. Dit doen we via het platform KSANDR, waar netbeheerders ook alle storingsdata bijhouden van onze belangrijkste componenten. KSANDR is een not-for-profitstichting met als doel het delen, borgen en ontwikkelen van kennis over het gedrag van de huidige elektriciteitsnetwerken in Nederland.
64
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Optimaal gebruiken wat er is: herinzet Het efficiënt benutten van materiaal past bij een circulaire economie en ondersteunt de principes van excellent netbeheer. Herinzet van netcomponenten voorkomt gebruik van nieuwe grondstoffen en vermindert CO2-uitstoot. Na de introductie in 2019 is het programma in 2020 continu geoptimaliseerd, onder meer door inbedding in onze logistieke systemen en processen. Hierdoor wordt de herinzet van componenten gezien als eerste inkoopkanaal. Door een groeiende herinzet van componenten (zoals transformatoren 10 kV/50 kV, (slimme) meters, magnefix-installaties en kabels) hebben we in 2020, naast een substantiële bijdrage aan een duurzaam Alliander, een kostenbesparing van € 5,8 miljoen gerealiseerd.
65
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
66
Een veilig energienetwerk en een veilige werk- en dataomgeving De ambitie van Alliander is ‘iedereen veilig thuis’. Dat geldt voor Alliander-medewerkers maar ook voor klanten, omwonenden en medewerkers van partijen met wie wij samenwerken. Daarom werkt Alliander voortdurend aan veiligheid, van werkvloer tot aan de Raad van Bestuur. We doen er alles aan om risico’s te beheersen in de techniek, onze werkprocessen, dataveiligheid en ons gedrag. Veilig denken en handelen vinden wij een vanzelfsprekend onderdeel van het werken bij Alliander. Gerelateerde onderwerpen Dit hoofdstuk gaat over wat wij doen op het gebied van veiligheid, privacy en cybersecurity. De gerapporteerde informatie heeft betrekking op een aantal thema's die stakeholders belangrijk vinden. Daarbij dragen de activiteiten bij aan een SDG:
Gerelateerde materiële thema's
Bijdrage aan SDG's
B) Veilig werken en een veilige infrastructuur N) Dataveiligheid, privacy en cybersecurity
Gerelateerde stakeholdergroepen Klanten, Medewerkers
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Doel en resultaat duurzame veilige werkomgeving Lost Time Injury Frequency (LTIF)
1,8
resultaat 2020
1
geen doelstelling 2020 2,1 in 2019
1
Voor de prestatie-indicator LTIF wordt geen target vastgesteld. Dit is ingegeven door het feit dat het aantal ongevallen met verzuim "0" zou moeten zijn.
Veilige infrastructuur Klanten rekenen op een veilige infrastructuur en gaan ervan uit dat wij tijdens onze werkzaamheden hun veiligheid garanderen. In 2020 hebben zich gelukkig geen grote incidenten voorgedaan. De veiligheid van onze netwerken voor alle betrokkenen heeft dan ook prioriteit. We investeren op basis van informatie over de conditie van ons netwerk continu in de betrouwbaarheid van onze infrastructuur.
Vervangingsprogramma grijs gietijzeren en asbestcement gasleidingen Op 27 januari 2019 vond in Den Haag in het gasnetwerk van Stedin een gasexplosie plaats. We hebben, naar aanleiding van een advies van Staatstoezicht op de Mijnen, in overleg met partners de einddatum van het saneringsplan van grijs gietijzeren en asbestcement leidingen in 2019 met acht jaar verkort tot 2032. Door de versnelling van het vervangingsprogramma hebben we 10% van de grijs gietijzeren en asbestcement gasleidingen in 2020 vervangen. Eind 2020 lag er in ons verzorgingsgebied nog 1.169 kilometer leiding van grijs gietijzer en 200 kilometer van asbestcement. Tot 2032 zullen we de resterende leidingen periodiek extra inspecteren om de veiligheid te garanderen. Naast deze vervangingen speuren we ook dagelijks met zeer gevoelige apparatuur naar kleine gaslekken. Zo kunnen we minimale gaslekken, nog voor ze een probleem vormen, in een heel vroeg stadium aanpakken. Daarbij blijft veiligheid altijd voorop staan. We blijven alert op veranderende situaties en nieuwe risico’s, en vervangen leidingen indien nodig met hoge prioriteit.
Asbest in fitterskit Fitterskit is in het verleden gebruikt voor het afdichten van metalen schroefdraad-verbindingen. Eind 2019 hebben we ontdekt dat in het verleden, mogelijk tot 1978, aan de fitterskit asbest is toegevoegd. De aanwezigheid van deze asbest is ongevaarlijk, zolang er niet aan de verbinding gewerkt wordt. Uit asbest-emissiemetingen die we hebben uitgevoerd bij het werken aan de fitverbindingen, waarin de asbesthoudende fitterskit is gebruikt, blijkt echter dat te hoge asbest-emissies vrij kunnen komen. Om de veiligheid van onze monteurs te garanderen hebben we in 2020 met de sector gezocht naar een veilige manier om aan verbindingen met asbesthoudende fitterskit te werken. Met aangepaste werkinstructies zijn de werkzaamheden aan deze verbindingen inmiddels weer op veilige wijze hervat door onze monteurs.
Storingen oplossen en voorkomen We werken volgens een gerichte aanpak als zich incidenten in het gas- of elektriciteitsnet voordoen. Daarnaast doen we er alles aan om onveilige situaties voor medewerkers en de omgeving te voorkomen. Zo werkten we in 2020 verder aan het vervangen en sluiten van onvoldoende of beperkt afgeschermde middenspanningsruimtes. Aangezien dit nog lange tijd gaat duren, gelden er tot die tijd extra maatregelen die het veilig werken in deze ruimtes bevorderen.
67
Jaarverslag 2020 | De waarde die we creëren
Veilig werken Veilig werken tijdens de coronacrisis Na het uitbreken van de coronacrisis in februari heeft de Rijksoverheid op advies van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en het Outbreak Management Team (OMT) op basis van het aantal besmettingen, ziekenhuisopnamen, IC-opnamen en sterfgevallen maatregelen genomen. Als Alliander hebben we de richtlijnen steeds nauwgezet gevolgd. Sommige maatregelen grijpen in op het dagelijkse leven en op hoe we bij Alliander het werk doen. Het werk van netbeheerders wordt beschouwd als vitale infrastructuur. Nagenoeg al ons werk kon onverminderd doorgaan. Gegeven de toename van het werk en vooruitkijkend heeft dat een groot maatschappelijk belang. Als werkgever heeft Alliander een zorg voor werknemers om ze te beschermen tegen het virus tijdens het uitoefenen van hun werkzaamheden. Er zijn diverse aanpassingen doorgevoerd zodat collega’s hun werk konden blijven doen.