1. Bijlage Ontwerp programmabegroting 2022 Gemeenschappelijke regeling VRHM ontvangen op 25 maart 2021 (1901457)
Tekst van het document
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
28
2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
2.3.2
Wij versterken het risicomanagement In de afgelopen jaren zijn wij meer risicogericht gaan werken. Wij hebben dit vooral gedaan op de afzonderlijke onderdelen binnen de veiligheidsketen (pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg). Risicomanagement is echter nadrukkelijk een cyclus proces. We willen daarom graag een meer solide samenhang tussen de verschillende veiligheidsketens vormgeven om onze operationele slagkracht verder te versterken. Dit past goed bij de aanbevelingen vanuit de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s waarin dit ook als aanbeveling is genoemd. In 2021 is door middel van concrete projecten extra impuls gegeven aan het uitvoeren van de cyclus. Hier zal in 2022, samen met onze partners, verder mee worden gegaan.
Wij moderniseren onze crisisorganisatie De crisistypen waarmee wij geconfronteerd worden veranderen. We zien hierbij een verschuiving van de klassieke fysieke veiligheidsvraagstukken naar crisissituaties waarbij de continuïteit van de samenleving in het geding is. Onze crisisorganisatie wordt breder ingezet. Deze nieuwe crisistypen vereisen dat onze crisisorganisatie eerder in positie is (zelf startend vermogen), zodat wij eerder onze maatregelen kunnen nemen en ook gemeenten, partners en burgers tijdig kunnen informeren.
Hierin slagen wij in als: ■ de crisisorganisatie slagvaardig en gezaghebbend inzetbaar is bij nieuwe crisistypen, ook in een niet-opgeschaalde situatie. ■ onze sterke informatiepositie wordt ingezet als ‘startmotor’ om in de lauwe fase (opstartfase naar mogelijke crisis) gemeenten, burgers en partners tijdig te attenderen, te alerteren en hierop samen te anticiperen (permanente radarfunctie). ■ we een vakbekwaamheidsprogramma (OTO) aanbieden dat past bij een moderne crisisorganisatie en aansluit bij de behoeften van de hoofdstructuur en de crisisfunctionarissen daarbinnen. In 2021 hebben we, samen met onze nauwe partners als GHOR en Politie, een plan van aanpak opgesteld hoe we invulling gaan geven aan de modernisering van de crisisorganisatie. Op de onderdelen waar we snel resultaat kunnen halen, zijn deze in 2021 ook al uitgevoerd. Over de vraagstukken waar meer denk- en uitzoekwerk voor nodig is maken we in 2021 een start en gaan we in 2022 mee verder. Uiteraard nemen we hier de review resultaten van de aanpak van de corona crisis en het evaluatierapport van de Wet veiligheidsregio’s in mee Eén van de onderdelen waarop snel en redelijk makkelijk resultaat kan worden geboekt is het verbeteren van de informatiepositie van de veiligheidsregio (2021) .
Tegelijkertijd nemen we wat meer tijd om goed na te denken over hoe en wanneer de veiligheidsregio het bestuur adviseert in de koude en lauwe fase. De vier thema’s uit het regionaal risicoprofiel zijn verwerkt in het OTO-programma. Er vindt doorontwikkeling plaats van de individuele vakbekwaamheid door het aanbieden van o.a. leerdoelgesprekken en de registratie van de vakbekwaamheid. Ook beoefenen we de werkwijze van de crisisorganisatie in de lauwe fase. De website hollandsmiddenveilig.nl is inmiddels zodanig ingericht dat crisiscommunicatie zowel in de lauwe als warme situatie mogelijk is. De website zal op basis van de ervaringen in zowel de lauwe als warme fase verder ontwikkeld worden in 2022.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
29
2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
2.3.4 Wat gaan we oppakken
2.3.5
Nieuwe ontwikkelingen
Onlangs is het evaluatierapport van de Wet veiligheidsregio’s verschenen. Het rapport omtrent de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s biedt handvatten voor de verder ontwikkeling van risico -en crisisbeheersing. De aandachtspunten die hieruit volgen zijn:
■ Crisisbeheersing (risicoanalyse, preparatie, respons en herstel) flexibel vormgeven afhankelijk van de aard en omvang van specifieke risico’s en crises. ■ Crisisbeheersing inrichten als cyclisch proces dat risicoanalyse, preparatie, respons en herstel omvat en waarvoor alle bij de crisisbeheersing betrokken partners gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. ■ Crisisbeheersing vormgeven via netwerksamenwerking.
■ Organisaties in de zorg zelf primair verantwoordelijk te maken voor
de coördinatie van opgeschaalde geneeskundige hulpverlening. De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. ■ De verantwoordelijkheid voor de regie op bevolkingszorg te beleggen bij de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s. ■ Crisiscommunicatie te beschouwen als eigenstandig proces onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. Het is goed om te zien dat een aantal aanbevelingen van deze onderzoekscommissie al eerder door onze veiligheidsregio als beleidsthema’s zijn benoemd. Denk aan het versterken van het risicomanagement, het moderniseren van de crisisorganisatie en het verbeteren van de informatiepositie. De evaluatie geeft dan ook een positieve impuls aan de beleidsdoelstellingen van VRHM maar zal zeker ook in 2022 nog nadere aandacht vragen. Hierin zullen we nadrukkelijk samen met onze primaire partners zoals Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing, GHOR en politie optrekken. Tenslotte willen we aangeven dat de coronacrisis er voor gezorgd heeft dat ook binnen de veiligheidsregio het werk, vergaderingen en OTO momenten meer digitaal zijn gaan plaatsvinden. Dat zal naar verwachting ook na de coronacrisis zo blijven.
2.3.6
Risico’s
De evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s concludeert dat het noodzakelijk is om de Wvr te vernieuwen. Grensoverschrijdende samenwerking is nodig gezien het steeds ingewikkelder worden van crises. Gezien het controversieel verklaren door de Tweede Kamer van dit onderwerp zal nadere behandeling van het rapport gaan plaatsvinden na de vorming van een nieuw kabinet.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
30
2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
Binnen het project ‘toekomstige bluswatervoorziening’ zijn in 2021 de deelprojecten configuratie brandkranen en convenanten afgerond. De pilot/deelproject WTS500 voertuigen is opgepakt door de sector brandweerzorg. In 2022 wordt het project volgens planning vervolgd. Tenslotte willen we bij dit hoofdstuk opmerken dat de sector RCB ook nadrukkelijk betrokken is bij het behalen van de doelstellingen zoals genoemd in het algemene deel van het Regionaal Beleidsplan. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 2.1 Programmaplan Fysieke Veiligheid.
2.3.7
Ook nieuwe inzichten vanuit regionaal risicoprofiel, brandonderzoek en multi-inzetevaluatie moeten worden betrokken bij onze advisering op dit thema. Het herijken van onze afspraken op basis van de introductie van de Omgevingswet kent zodoende onzekerheden die momenteel in deze begroting nog niet nader kunnen worden geduid.
Raming van de baten en lasten Risico- en Crisisbeheersing
Risico -en Crisisbeheersing (bedragen x € 1.000,00)
Realisatie
Begroting
Begroting (in €)
2020
2021
2022
Meerjarenramingen 2023
2024
2025
Exploitatielasten
4.844
5.388
5.390.070
5.390
5.390
5.390
Salarislasten
4.383
4.727
4.715.150
4.715
4.715
4.715
Opleiden en oefenen
-
275
-
-
-
-
461
386
674.920
675
675
675
4.844
5.388
5.390.070
5.390
5.390
5.390
Onttrekking reserves
-
-
-
-
-
-
Storting reserves
-
-
-
-
-
-
4.844
5.388
5.390.070
5.390
5.390
5.390
Overige lasten Geraamde saldo baten en lasten
Geraamde resultaat
Het expliciet toerekenen van baten aan de programmataak Risico- en Crisisbeheersing binnen het Programma Fysieke Veiligheid is achterwege gelaten in verband met de zeer nauwe verwevenheid van de programmataak Brandweerzorg. ■ In 2021 zijn de Impulsgelden omgevingsveiligheid komen te vervallen, deze zijn in de begroting 2022 niet verder opgenomen en worden intern gecompenseerd. ■ De in 2021 ontwikkelde website hollandsmiddenveilig.nl is grotendeels operationeel en in 2022 zal verder worden gewerkt aan het verfijnen en verbeteren van de website. ■ De introductie van de Omgevingswet laat nogmaals op zich wachten, ter realisatie van onze daarin veranderende rol blijven wij investeren in de ontwikkeling van ons personeel. ■ De operationele voorbereiding RijnlandRoute leidt in 2021 tot een e-learning programma. De provincie Zuid-Holland is hierbij bereid gevonden om dit project mede te financieren voor een maximum bedrag van € 100.000,-. Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
31
2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
De impact van de politieke besluitvorming op dit dossier is momenteel nog te onduidelijk om hier de consequenties nader te kunnen bepalen.De meerjarige invoering van de Omgevingswet (2022-2029) herbergt voor de toekomst nog een aantal onbekende factoren.
2.4 Programmataak GHOR
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
32
Claire Verhaar / GHOR Hollands Midden
‘We komen meer aan de voorkant’ ‘Met elkaar in gesprek’ “Waar we voorheen aan initiatiefnemers standaard veel maatregelen oplegden, als een soort afvinklijstje, gaan we steeds meer adviseren op basis van de risico’s die wij zien. Dat vergt een andere manier van werken. We gaan meer met elkaar in gesprek. Daarvoor is het uiteraard nodig dat ik al aan de voorkant kan meekijken. In de planvormfase van nieuwe ontwikkelingen schuif ik aan om te adviseren en waar nodig bij te sturen. Ik kijk dan uiteraard ook door de bril van onze zorgpartners: wat betekent dit plan voor de RAV of voor onze ziekenhuizen? Ook breng ik mogelijke keteneffecten in kaart: als jij iets niet doet, wat heeft dat dan voor effect op anderen?”
‘Meer aan de voorkant’
‘Vernieuwing’ “Een verkenning en vernieuwing van risico- en crisisbeheersing én in kaart brengen wat dat voor het zorgnetwerk en voor ons betekent: dat is het hoofddoel van de GHOR voor 2022. Meer aan de voorkant komen is één van de aspecten van die beoogde vernieuwing.”
‘Geneeskundige adviezen’ “Het is mijn taak om geneeskundige adviezen te geven rondom risicovolle evenementen in de regio. Namens de GGD kijk ik bovendien naar de technische hygiënezorg: zijn er voldoende toiletten? En namens de RAV kijk ik naar de bereikbaarheid van het evenemententerrein: kunnen ambulances hun werk doen? Daarnaast geef ik adviezen rondom infrastructurele vraagstukken. Bij veranderingen van bestemmingsplannen, bijvoorbeeld als een kantoor een woningbestemming wordt of omtrent de verbreding van de A4. Ik doe dat namens de witte kolom.”
“De nieuwe Omgevingswet komt eraan. En die maakt het nog belangrijker dat wij meer aan de voorkant komen. Met die wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. Daarbij spreekt de wet over initiatieftafels, waar op strategisch niveau wordt onderzocht of bepaalde ontwikkelingen wel of niet passend zijn. Ook zijn er zogenaamde mutitafels met belanghebbenden. GHOR gaat ervoor zorgen dat wij telkens aanschuiven om al vroeg ons perspectief in te kunnen brengen.”
‘Minder slachtoffers’ “In feite zijn wij bij de GHOR informatiemakelaars, met als belangrijke taak betrokkenen zo goed mogelijk te informeren over mogelijke risico’s. Zodat zij vervolgens zelf beargumenteerd kunnen kiezen hoe zij zich daarop voorbereiden. Het beoogde maatschappelijke effect is minder slachtoffers, een groter veiligheidsgevoel en – als het dan toch mis gaat - voldoende beschikbaarheid van toegankelijke en passende zorg.”
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
33
2.4 Programmataak GHOR Wat doen we
Wij verbinden Organisaties en netwerken in zorg, veiligheid en bestuur zijn verschillende werelden. Het is onze taak deze werelden te kennen en deze op elkaar te laten aansluiten. Dat doen wij door netwerksamenwerking. Hierin hebben wij aandacht voor inhoud, en ook voor onderliggende processen, dilemma’s, belangen, verwachtingen en conflicten van organisaties en personen in deze netwerken. Onze netwerken zijn dynamisch; afhankelijk van het onderwerp gaan wij nieuwe relaties met belanghebbende organisaties aan en investeren hierin. Wij netwerken vanuit het overstijgend belang en een gezamenlijke ambitie. Wij begrijpen dat keteneffecten optreden als één van de partners niet mee kan gaan in de samenwerking. Onze netwerksamenwerking heeft een stevige basis. Wij onderhouden individuele relaties door periodieke gesprekken met crisisfunctionarissen in het zorgnetwerk en door deel te nemen aan georganiseerde overleggen in de zorgketen waaronder het Regionaal Overleg Acute Zorg regio West. Wij organiseren netwerkbijeenkomsten waarbij wij de verbinding in samenwerking en inhoud zoeken.
Wij brengen informatie samen; wij organiseren regie Samenwerking en ieders taken zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de veiligheidsregio en zorgpartners. Wij onderhouden deze schriftelijke afspraken. Onze focus ligt op het bevorderen van de consistentie tussen de crisisvoorbereiding en -beheersing van de zorgpartners en de algemene crisisstructuur van de veiligheidsregio. Wij willen informatie hierover samenbrengen.
Crisisplannen van zorgpartners laten wij aansluiten op de operationele voorbereidingen van de veiligheidsregio. Wij bevorderen dat crisisfunctionarissen van zorgpartners samen met crisisfunctionarissen GHOR c.q. VRHM blijven leren. Wij hebben een crisisorganisatie GHOR die paraat en vakbekwaam is. Deze crisisorganisatie monitort en signaleert in crisissituaties knelpunten en dilemma’s in het zorgnetwerk en de veiligheidsregio en gevolgen ervan voor de regie op de geneeskundige hulpverlening. Voor 24/7 bereikbaarheid van crisisfunctionarissen van de zorginstellingen gebruiken wij GHOR4all met gegevens over alle zorginstellingen.
Wij adviseren Op het gebied van veiligheid en zorg maken wij de vertaling wat crises betekenen voor zorgcontinuïteit, zelfredzaamheid en fysieke veiligheid. Naar de veiligheidsregio adviseren wij over gezondheidskundige aspecten van omgevingsvisies en -plannen, evenementenveiligheid en fysieke veiligheid. Op het gebied van risico- en crisisbeheersing adviseren wij naar het zorgnetwerk en naar gemeenten samen met politie en brandweer. Wij geven hiermee invulling aan onze rol van adviseur met een overall blik op veiligheid, zorg, bestuur en bevoegd gezag. Wij leveren onze bijdragen en adviezen aan de multidisciplinaire werkgroepen van de veiligheidsregio op het gebied van risicobeheersing, evenementenveiligheid, planvorming, informatiemanagement, risicocommunicatie, strategie en beleid, en opleiden, trainen en oefenen
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
34
2.4 Programmataak GHOR
2.4.2
2.4.3
Wat gaan we verbeteren
Wij verbinden Het evaluatierapport Wet veiligheidsregio’s constateert een overlap van taken tussen veiligheidsregio, GGD, het Netwerk Acute Zorg en het overleg niet-acute zorg. Deze overlap is ook gebleken uit tussenevaluaties van de coronacrisis van de veiligheidsregio en het IFV. Zichtbaarheid en positie van GHOR zijn niet altijd duidelijk. Wij willen de meerwaarde in onze netwerken duiden. Wij willen bereiken dat partners weten waar wij wel van zijn, wat onze meerwaarde is en wat zij van ons kunnen verwachten. Samen met GHOR Haaglanden willen wij onze positie duiden in het Netwerk Acute Zorg West. Wat gehandhaafd zal blijven is onze verbindende rol in deze netwerken gericht op de organisatie van de regie op de geneeskundige hulpverlening.
Wij willen in de netwerksamenwerking meer aandacht geven aan onderliggende mechanismen, dilemma’s en conflicten en deze juist belichten. Wat maakt dat de samenwerking met andere partijen al dan niet soepel verloopt? Welke factoren bevorderen of belemmeren de coördinatie en communicatie in crisissituaties?
Samenbrengen van informatie: wij organiseren regie Het evaluatierapport Wet veiligheidsregio’s adviseert een wijziging van deze wet in een Wet crisisbeheersing en brandweerzorg. De uitwerking in wetgeving over de geneeskundige hulpverlening in de veiligheidsregio zal gevolgen hebben voor de huidige schriftelijke afspraken tussen de veiligheidsregio en de zorgpartners over samenwerking en ieders taken in de geneeskundige hulpverlening. Wij ondersteunen in het actualiseren van deze schriftelijke afspraken. Wij zijn altijd op zoek hoe wij risico- en crisisbeheersing van het zorgnetwerk en de aansluiting ervan op de crisisorganisatie van de veiligheidsregio kunnen versterken. En omgekeerd: hoe wij de voorbereiding van de veiligheidsregio kunnen versterken. Concreet willen wij het zorgnetwerk bewust maken van risico’s uit het risicoprofiel en nieuw ontstane risico’s en bevorderen dat zij maatregelen nemen om het effect van risico’s te beperken. Wij willen inventariseren: wat leeft er, welke knelpunten zijn er, welke informatiebehoefte is in het zorgnetwerk het grootst? Wij maken afspraken met organisaties die beschikken over relevante gegevens (bij een inzet) van individuele en groepen verminderd zelfredzame burgers in de regio.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
35
2.4 Programmataak GHOR
Prestaties: ■ >95% aan GHOR gevraagde adviezen over evenementenveiligheid zijn binnen 10 werkdagen verstrekt. ■ >90% van GHOR-crisisfunctionarissen is op 31-12-2022 opgeleid, getraind en geoefend volgens de GHOR-jaarplanning 2022 OTO dat is afgestemd op het jaarplan 2022 VRHM OTO. ■ >95% van het totaalaantal gealarmeerde crisisfunctionarissen GHOR bij GRIP-inzetten (vanaf GRIP 1) voldoen aan vastgestelde verplichte opkomsttijden. ■ Alle GRIP-inzetten zijn door ons geanalyseerd.
2.4.4 Door onze inzet voor de COVID-19 crisis in 2020 en 2021 verschuift het doel uit de begroting 2021 naar 2022: wij willen in 2022 een GHOR beleid voor informatieveiligheid opstellen. Onze ambitie is het GHOR informatieveiligheid op landelijk niveau te brengen.
Adviseren Wij willen meer data verzamelen en analyseren dat ons ondersteunt in de onderbouwing van beleid en nemen van maatregelen. Nog te vaak adviseren wij bijvoorbeeld aan organisatoren van evenementen op basis van landelijke regels, die te weinig gebaseerd zijn op data-analyses. Omdat wij een kleine organisatie zijn, maken wij hiervoor landelijke en bovenregionale afspraken. Data onderbouwing moet ons zo helpen de goede dingen te doen, zowel in de voorbereiding als bij een inzet. Om de rol van bewust, bekwaam en betrouwbaar GHOR-adviseur goed te vervullen, willen wij competenties in kaart brengen, zoals netwerkvaardigheid, overtuigingskracht, omgevingsbewustzijn, samenwerken, creativiteit, communicatieve vaardigheden en politiekbestuurlijke sensitiviteit. Prestaties: ■ Actuele schriftelijke afspraken tussen zorgpartners en veiligheidsregio over samenwerking op het gebied van geneeskundige hulpverlening en voorbereiding op continuïteit van zorg. ■ Bekendheid bij crisisfunctionarissen van zorgpartners over rol en taken van GHOR, GGD en veiligheidsregio. ■ Ontwikkelafspraken zijn gemaakt om te voldoen aan de adviescompetenties van GHOR-adviseurs.
Wat gaan we oppakken
Vernieuwen informatiedeling Samenbrengen van informatie: wij organiseren regie Wij zetten ons in voor het versterken en het vernieuwen van de informatiedeling tussen de zorgketen en de crisisorganisatie van de veiligheidsregio in de lauwe en warme fase. Het gaat om snelle toegang tot informatie om de zorgketen beter te kunnen laten samenwerken in een crisisorganisatie en met veiligheidspartners. Wij bevorderen het netcentrisch samenwerken binnen het zorgnetwerk in de regio Hollands Midden en acteren op een gedeeld en actueel geneeskundig beeld. Wij trekken samen op met GHOR-regio Haaglanden en de daar gevestigde zorgorganisaties. Wij willen inventariseren: welke informatiebehoefte is in het zorgnetwerk nu het grootst? Ook in een niet-opgeschaalde situatie. Voor deze radarfunctie voor mogelijke crises blijven wij samen met onze partners op zoek naar flexibele en efficiënte werkwijzen. Wij willen leren van ervaringen uit andere regio’s en van onze partners en deze omzetten in informatie en adviezen aan het zorgnetwerk. Wij willen inzicht krijgen in de rol en de belasting van de crisisfunctionarissen GHOR, zowel in de warme fase als in de koude fase nu netcentrisch samenwerken in de zorgsector in de regio zijn vorm krijgt. Prestaties: ■ Inventarisatie bekendheid en ervaringen zorgnetwerk met het netcentrisch samenwerken.
■ Tussenevaluatie introductieproces netcentrisch samenwerken in het zorgnetwerk: volgen wij de juiste aanpak?
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
36
Nu wij gestart zijn met de aansluiting van het zorgnetwerk op LCMSgeneeskundige zorg, het landelijke crisismanagementsysteem, willen wij verkennen wat vernieuwing van risico- en crisisbeheersing voor ons betekent. Wij sluiten hiervoor aan bij de aandachtspunten uit het regionaal beleidsplan en het kabinetstandpunt van 3 februari 2021 op de aanbevelingen van de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s.
Prestaties: ■ Met zorgpartners is verkend wat nieuwe risico’s voor hen zijn, welke maatregelen mogelijk zijn en wat wij van elkaar kunnen leren.
Wat betekent risico- en crisisbeheersing als cyclisch proces voor onze netwerkpartners in de zorg? In dit proces benaderen wij risico’s vanuit hun verwevenheid met elkaar en samen onderzoeken wij wat dit inhoudt voor het leveren van toegankelijke en bereikbare passende zorg bij crises. Samen met de veiligheidsregio en onze zorgpartners willen wij verkennen wat deze zogenaamde all hazard benadering betekent voor de risico’s uit het regionaal risicoprofiel. Is er overlap met de risico’s die onze zorgpartners zien voor hun eigen zorgorganisatie? Welke risico’s zien zij in hun directe omgeving en zijn zij daarop voorbereid? Wat kunnen zij zelf aan deze risico’s gaan doen en waar kunnen we van elkaar leren? Nieuwe aandachtsgebieden voor de veiligheidsregio zijn de ontwikkeling van energietransitie en klimaatadaptatie. Welke geneeskundige (fysieke) risico’s ontstaan hierbij? Wij willen bijdragen aan het ontsluiten van kennis om burgers, hulpverleners en zorgpartners om hen bewust te maken van deze risico’s.
een crises nog extra inzet van wordt gevraagd, kunnen dilemma’s geven voor regionale zorgcontinuïteit en ketensamenwerking. Aan ons de taak om met onze partners aandacht te blijven houden voor opgeschaalde zorg en regionale continuïteit van zorg. ■ De evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s vindt dat de zorgsector goed in staat is zichzelf te organiseren. De commissie adviseert om uit te gaan van de eigen verantwoordelijkheid van de zorgsector voor crisisbeheersing. Daarbij adviseert de commissie dat de veiligheidsregio een regisserende taak krijgt voor geneeskundige hulpverlening. Met regie wordt bedoeld het bevorderen van consistentie tussen de crisisvoorbereiding en -beheersing van partners en het samenbrengen van informatie daarover. Een separate GHORorganisatie is niet nodig volgens de evaluatiecommissie. Indien het advies van de evaluatiecommissie door het kabinet wordt overgenomen, ontstaat het risico van verlies van specialistische netwerkkennis, nodig voor aansluiting van de crisisbeheersing van de veiligheidsregio op die van het zorgnetwerk. ■ Een langdurig incident of crisis zoals bijvoorbeeld de corona pandemie en/of gelijktijdige incidenten leggen een zware druk op de GHOR-crisisorganisatie, die vooral bestaat uit bureaumedewerkers.
Ook gelijktijdige uitstroom en/of langdurig zieken bij GHOR kan leiden tot verlies van specialistische dossierkennis en discontinuïteit in relatiemanagement in het GHOR-netwerk. Externe inhuur ter ondersteuning van de GHOR zal leiden tot niet begrote kosten in de begroting GHOR.
Een bijzonder aandachtspunt is cybersecurity: wat betekent cybersecurity voor de hele keten, als er sprake is van opgeschaalde situaties? De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen is al langer bezig met dit onderwerp. De NVZ zet zich in voor een brede samenwerking tussen ziekenhuizen, zorgaanbieders en verzekeraars en is medeoprichter van het expertisecentrum op het gebied van cybersecurity in de zorg en ondersteunt zorgverleners op het moment dat ze worden getroffen door een incident. Voor de veiligheidsregio is cybersecurity nog een relatief nieuw vraagstuk, waar wij samen antwoorden op kunnen vinden.
2.4.5
Risico’s
■ De toenemende zorgdruk en -zwaarte in de zorgketen, waar tijdens
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
37
2.4 Programmataak GHOR
Verkenning vernieuwing risico- en crisisbeheersing
2.4.6
Raming van de baten en lasten GHOR Realisatie Begroting Begroting (in €)
Meerjarenramingen
(bedragen x € 1.000,00)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Exploitatiebaten
-1.976
-2.229
-2.256.100
-2.257
-2.257
-2.257
Gemeentelijke bijdrage
-2.097
-2.224
-2.253.600
-2.254
-2.254
-2.254
121
-5
-2.500
-3
-3
-3
Derden Exploitatielasten
1.876
2.249
2.296.100
2.297
2.257
2.257
Salarislasten
1180
1.370
1.395.200
1.395
1.395
1.395
Overige personele lasten
243
254
247.000
247
239
239
Kapitaallasten
49
30
73.000
73
73
73
Huisvesting
47
51
48.600
49
49
49
Overige lasten
357
544
532.300
533
501
501
Geraamde saldo baten en lasten
-100
20
40.000
40
-
-
Onttrekking reserves
-28
-20
-40.000
-40
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Storting reserves Geraamde resultaat
-128
-
In de realisatie 2020 heeft RDOG Hollands Midden de verrekening met het Rijk verwerkt van het positief effect van het programma GHOR van de COVID-19-inzet met de verplichte opgave aan VWS van de door RDOG hiervoor gemaakte kosten. Het positief effect was € 135.000. Het COVID-19-effect is voornamelijk veroorzaakt door een beperkte uitvoering en deels in een andere opzet van het GHOR jaarprogramma 2020 opleiden, trainen en oefenen. Het positief resultaat van € 100.000 in 2020 wordt vnl. veroorzaakt door het niet invullen van vacatures in 2020. Voor de programmataak GHOR (onderdeel van de begroting RDOG Hollands Midden) is een gewogen indexering van 1,34% t.o.v. 2021 gehanteerd, gebaseerd op de verhouding bij de RDOG Hollands Midden van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het algemeen bestuur RDOG Hollands Midden van 9 december 2020 is deze indexering vastgesteld. In het algemeen bestuur RDOG Hollands Midden van 7 april 2021 worden de uitgangspunten voor de begroting 2022 RDOG Hollands Midden vastgesteld.
De onttrekking uit de bestemmingsreserve Instroom nieuwe OvDG’en - bedoeld voor de initiële kosten van werving, selectie, opleiding en training van nieuwe crisisfunctionarissen GHOR - bedraagt in 2022 € 40.000. In 2022 en 2023 wordt een verwachte uitstroom van 6 van 14 beschikbare en vakbekwame Officieren van Dienst Geneeskundig (OvDG’en) verwacht. In de overige lasten in 2022 en in de meerjarenramingen is een post Onvoorzien opgenomen van € 19.000. De kapitaallasten stijgen in 2022 door de vervangingsinvestering in piketvoertuigen voor crisisfunctionarissen GHOR en investering in werkkleding voor de OvDG’en, conform landelijke afspraken.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
38
2.4 Programmataak GHOR
GHOR
2.5 Programmataak Bevolkingszorg
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
39
Anna van Hoven (Kaag en Braassem) en Sanne van Velzen (Katwijk) / Bevolkingszorg
‘Focus op herziening crisisorganisatie’ ‘Scenario’s schrijven’ “Met een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van clusters van gemeenten binnen onze regio, zijn we scenario’s aan het schrijven. Hoe doen we het? Waar liggen kansen? Wat zijn de knelpunten als we naar een andere, wellicht slankere organisatievariant gaan? Hoe zit het met de financiële component? En wat vinden onze bestuurders daarvan? De volgende stap is dat we in uitgebreidere werksessies de verdieping zoeken en samen vaststellen welke varianties er mogelijk zijn.”
‘Samenwerking definiëren’ “We kijken ook naar wat Bevolkingszorg niet meer per se zelf hoeft te doen. Zo hebben organisaties als Stichting Salvage en het Rode Kruis al bepaalde taken van ons overgenomen. Dat doen we met behulp van onze partnerprofielen, waarin we – met het Regionaal Risicoprofiel als onderlegger - per partner de ideale samenwerking definiëren.”
‘Waar liggen kansen?’ “Komende periode gaan we binnen Bevolkingszorg werken aan een herziening van de gemeentelijke crisisorganisatie. Centraal staat de vraag: waar liggen kansen? Wat kunnen we in de toekomst regionaal organiseren en wat kunnen gemeenten beter zelf doen? Dat is nodig, want de organisatie is nu best fors van omvang. Voor alle functies zijn opleidingen, trainingen en oefeningen nodig.”
‘Kritisch zijn’ “Het moment om dit te doen lijkt wellicht niet ideaal. Immers: we zitten volop in de coronacrisis. Aan de andere kant is dat juist een mooie aanleiding. We leren veel over hoe we de huidige crisisorganisatie hebben ingericht en zien ook wat er beter kan. We worden als gemeente immers flink getest. Dat wil overigens niet zeggen dat wat we nu doen niet werkt. Maar wel dat we kritisch zijn op ons eigen functioneren en alert blijven op ontwikkelingen.”
‘Draagvlak verwerven’ “Belangrijke uitdaging is om straks voldoende draagvlak te verwerven in alle 18 gemeenten. Zij hebben immers allemaal hun eigen kleur. De keuzes die we voorleggen moeten daarom transparant zijn: waarom kiezen we ervoor iets wel of juist niet meer te doen? En laten we vooral ook niet vergeten om echt aan de slag te gaan. In de vorm van een pilot bijvoorbeeld.”
‘Betrouwbare partner’ “Dit is een meerjarenplan. In cluster-overleggen bespreken we de voortgang van de herziening. Bestuurders nemen we mee via de Regiegroep van gemeentesecretarissen. Ook zijn er regelmatig MOV-middagen, waar vertegenwoordigers van alle gemeenten aanschuiven. Vast onderdeel op die agenda is de herziening van de crisisorganisatie. We zetten met dit proces vol in op het versterken van de kwaliteit van Bevolkingszorg. Dat doen we door steeds te blijven kijken naar wat wel en wat niet werkt. En door te blijven zoeken naar een optimum. Doel is uiteindelijk dat Bevolkingszorg gezien wordt als een zichtbare en betrouwbare partner.”
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
40
2.5 Programmataak Bevolkingszorg Wat doen we
Tijdens een ramp of crisis is de gemeente verantwoordelijk voor de bevolkingszorgtaken: crisiscommunicatie (voorlichting aan de bevolking), acute bevolkingszorg (voorzien in opvang/verzorging van de bevolking) en herstelzorg (nazorg). De taak bevolkingszorg is ondergebracht bij de veiligheidsregio en wordt uitgevoerd door het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing (BGC) in nauwe samenwerking met de adviseurs crisisbeheersing (ACB-ers) van de achttien gemeenten en onder ambtelijke eindverantwoordelijkheid van de coördinerend functionaris. De coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis. Binnen BGC zijn de volgende taken/processen ondergebracht: ■ Het stimuleren van de samenwerking tussen gemeenten en clusters van gemeenten die de gemeentelijke crisisbeheersing uitvoeren door kennisdeling, toegang tot expertise en het faciliteren van gezamenlijke afspraken en processen; ■ Het uitvoering geven aan het vakbekwaamheidsprogramma voor circa 1.500 gemeentelijke crisisfunctionarissen waarin de thema’s uit het risicoprofiel en de lessen uit evaluaties worden meegenomen.
We onderhouden de examinering van zeven gemeentelijke crisisfuncties; ■ Het, indien nodig, aanpassen van crisisplannen en uitvoeringsprocedures voor de gemeentelijke crisisorganisatie en het vertegenwoordigen van gemeenten (als crisispartner) binnen de veiligheidsregio bij het opstellen van multidisciplinaire plannen en programma’s zoals waterveiligheid en cybersecurity/digitale weerbaarheid. ■ Het borgen van de 24x7-inzetbaarheid van gemeentelijke crisisteams en -functionarissen (piketbeheer) door periodieke werving en selectie, het vakbekwaamheidsprogramma en het onderhoud van de crisisfaciliteiten.
(piket app-groepen, beheer OOV-alert/gemeentelijke alarmering, crisisapp ‘Bevolkingszorg Hollands Midden’, piketcoördinatie van informatiecoördinatoren en crisiscommunicatiefunctionarissen). ■ Het rapporteren op basis van de inzichten die ontstaan door de jaarlijkse evaluatie van het functioneren van de gemeentelijke crisisorganisatie (systeemtest) aan de Inspectie van Justitie en Veiligheid en waar nodig doorvoeren hiervan in de gemeentelijke crisisorganisatie. Om een indruk te geven van onze prestaties: we verzorgen jaarlijks circa 50 opleidingen en trainingen, in de afgelopen beleidsplanperiode hebben 500 crisisfunctionarissen de basiscursus crisisbeheersing voor bevolkingszorg gevolgd. Voor zeven crisisfuncties binnen bevolkingszorg verzorgen wij een formele examinering. Ook organiseren we trainingen en examens voor de circa 50 communicatieadviseurs van de gemeenten die een rol in de taakorganisatie crisiscommunicatie vervullen.
2.5.3
Wat gaan we verbeteren
In 2021 zijn (kritische) prestatie-indicatoren voor de gemeentelijke crisisorganisatie opgenomen in een dashboard. In 2022 gaan we verder met het monitoren van deze prestatie-indicatoren en zo nodig aanvullen van deze indicatoren. Inzetten van de gemeentelijke crisisorganisatie in de warme fase worden geëvalueerd aan de hand van de monodisciplinaire evaluatiemethode. Daarnaast zal het prestatiekader en de prestatiemeting Bevolkingszorg doorontwikkeld worden. Eind 2022 evalueren we het gebruik van de prestatieindicatoren, dashboard en evaluatiemethode. We borgen de vakbekwaamheidsregistratie in de ontwikkelde digitale omgeving en evalueren het op gebruiksgemak en effectiviteit. De samenwerking tussen crisiscommunicatie en risicocommunicatie wordt gemonitord en geëvalueerd.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
41
2.5 Programmataak Bevolkingszorg
2.5.2
Wat gaan we oppakken
Wij werken aan en voor een meer slagvaardige gemeentelijke crisisorganisatie In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg). De laatste tijd zien wij, ondanks de grote taakverantwoordelijkheid van de crisisfunctionarissen, een afnemende belangstelling en verschuiving van de capacitaire inzet naar andere veiligheidstaakvelden binnen gemeenten in de koude fase. Echter heeft de COVID-19 crisis hier verandering in teweeg gebracht. Gemeenten hebben harder dan ooit gewerkt aan de crisisbeheersing en de rol van bevolkingszorg is zichtbaar, echter is het nog onduidelijk hoe zich dit zal ontwikkelen na de crisis: hoe zal het nieuwe normaal er uit zien? Tegelijkertijd zien wij bij hulpdiensten en partners steeds meer behoefte aan een 24/7 gemeentelijke ingang voor afstemming met of acties van de gemeente. Andersom geldt dit ook: gemeenten hebben behoefte aan afstemming met en informatievoorziening van de hulpdiensten. Het afschalen van een crisissituatie naar een reguliere situatie (i.c.m. de overdracht van de crisisorganisatie naar de staande gemeentelijke organisatie) en de verdere nazorgfase, blijft kwetsbaar.
Vakbekwaamheid en paraatheid van de gemeentelijke crisisorganisatie en -functionarissen is een grote opgave als gevolg van het aantal crisisfunctionarissen (circa 1.500 in 2021), het beperkt aantal inzetten (en ervaring beperkt blijft), het hoge verloop en de begrensde capaciteit. In 2021 heeft onze monodisciplinaire werkgroep Herziening Crisisorganisatie een plan opgeleverd voor een nieuwe inrichting van onze crisisorganisatie.
Doel was om te komen tot een meer wendbare, efficiënte en effectieve gemeentelijke crisisorganisatie. In 2022 werken we toe naar deze aangepaste organisatie: piketpools worden aangepast, functies vallen samen en de samenwerking tussen gemeenten wordt versterkt. Ook zien we dat de behoeften voor het vakbekwaamheidsprogramma in verandering is, als ook de vakbekwaamheidsmethoden. Doel is, om samen met gemeenten, te komen tot een meer slagvaardige en flexibele gemeentelijke crisisorganisatie. Hierin slagen wij in als:
■ we de huidige manier van meten (het prestatiekader) verbeteren en de prestaties transparant en overzichtelijk voor gemeenten zijn;
■ er een partnerprofiel is voor bevolkingszorgtaken met daarin
duidelijke samenwerkingsafspraken (o.a. over de rol van de Officier van Dienst Bevolkingszorg en het uitwisselen van informatie in de koude, lauwe en warme fase, ook bij nieuwe crisistypen); ■ we in gezamenlijkheid hebben gekozen voor een nieuwe koers voor de inrichting van de gemeentelijke crisisorganisatie. We actualiseren het partnerprofiel en werken het bij aan de hand van nieuwe inzichten (o.a. onderzoek inrichting hoofdstructuur n.a.v. nieuwe crisistypen). Op basis van het voorwerk in 2021 (onderzoek, themabijeenkomsten) bereiden we in 2022 besluitvorming voor over de herziening van de gemeentelijke crisisorganisatie en de rol van deze crisisorganisatie in niet-opgeschaalde situaties binnen gemeenten. Deze koers zal bepalend zijn voor de toekomst.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
42
2.5 Programmataak Bevolkingszorg
2.5.4
Over bevolkingszorg en crisisbeheersing is veel informatie beschikbaar. Deze informatie is voor gemeenten niet altijd goed bereikbaar of te ontsluiten. Op verschillende niveaus wordt (fysieke) veiligheidsbeleid ontwikkeld en opgesteld. De afstemming hierop en hiertussen is fragmentarisch, terwijl er wel samenhang is. Doel is het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing te ontwikkelen tot een (kennis) knooppunt voor gemeenten en partners. Hierin slagen wij in als: ■ wij relevante (operationele) informatie, kennis en expertise verzameld en ontsloten hebben voor gemeenten; ■ er in een vroegtijdig stadium afstemming is tussen het regionaal en lokaal (fysiek) veiligheidsbeleid en veiligheidsdoelen op elkaar worden afgestemd in een afgestemde beleidscyclus. In 2020 is een kennisbank voor bevolkingszorg gerealiseerd. Relevante (operationele) informatie, kennis en expertise zijn hiermee ontsloten voor gemeenten. In 2021 is het gebruik en de werkwijze geoptimaliseerd. In 2022 evalueren we de kennisbank en voeren waar mogelijk verbeterpunten door. We leveren actief input aan gemeenten die in 2022 hun Integraal Veiligheidsplan opstellen zodat we in staat zijn om gezamenlijke veiligheidsdoelen en prioriteiten vast te stellen als veiligheidsregio en gemeenten (voor bevolkingszorg, maar ook voor thema’s als advisering omgevingsveiligheid, evenementen, Veilig Leven, toezicht en handhaving).
Ook onderzoeken we met gemeenten de behoeften aan (een aangepaste) invulling van het accounthouderschap in de koude en lauwe fase.
2.5.5
Nieuwe ontwikkelingen
Toenemende inzet van BGC op een coördinerende en regisserende rol met gelijktijdige versterking en professionalisering van de intergemeentelijke samenwerkingsclusters die (een deel van) de bevolkingszorgstaken voorbereiden en uitvoeren. Binnen de clusters wordt intensiever samen gewerkt en het onderling leren wordt bevorderd door overleg tussen de cluster(voorzitter)s onderling en met het BGC. De kennisbank maakt relevante informatie en kennis laagdrempelig beschikbaar. Hierdoor verschuift de rol van BGC steeds meer naar een coördinerende en regisserende rol (bijvoorbeeld het vervullen van een bemiddelingsfunctie als gemeenten projectleiding nafase zoeken) en vindt uitvoering van de taken voor een belangrijk deel plaats in de clusters. Een aantal veiligheidsregio’s in het land heeft er voor gekozen om de omvang van de gemeentelijke crisisorganisatie te verkleinen om de vakbekwaamheid te kunnen waarborgen en om de slagkracht te vergroten. Het aantal incidenten waarbij de gemeentelijke crisisorganisatie ingezet wordt, is beperkt. Hierdoor blijft de ervaring met inzetten ook beperkt. Opleidingsactiviteiten (OTO activiteiten) zijn dus van groot belang om de vakbekwaamheid te kunnen garanderen. Door de omvang van de gemeentelijke crisisorganisatie af te bakenen, kan deze groep intensiever en op andere manieren getraind worden.
En ligt de nadruk op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Mocht eenzelfde besluit in de VRHM genomen worden, zal dit vermoedelijk consequenties hebben voor het aantal en soort OTOactiviteiten dat aangeboden wordt (verminderen). En mogelijkerwijs ook voor de wijze waarop dit aangeboden wordt. Momenteel wordt een beperkt deel van de OTO-activiteiten door BGC zelf georganiseerd. Als het proces in gang wordt gezet om het aantal gemeentelijke crisisfunctionarissen te verkleinen, kan er mogelijkerwijs ook overgegaan worden om, samen met de ACB-ers, meer OTOactiviteiten te organiseren en daardoor meer maatwerk te leveren, dan wel om meer gericht in te kopen.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
43
2.5 Programmataak Bevolkingszorg
Wij zijn het (kennis)knooppunt tussen gemeenten en veiligheidsregio
De COVID-19 crisis heeft ook onze crisisorganisatie beïnvloed. De taken vanuit de gemeenten stonden centraal in het uitvoeren van landelijke, regionale en lokale maatregelen. Afhankelijk van de evaluaties zullen de ervaringen rondom COVID-19 invloed hebben op onze taakopvatting en positie binnen de Veiligheidsregio. Daarnaast laat COVID-19 ook zien dat een langdurige crisis dagelijks van invloed is op onze reguliere werkzaamheden waarin keuzes moeten worden gemaakt om de continuïteit de waarborgen. De Evaluatie Wet veiligheidsregio’s kan ook invloed hebben op de processen afhankelijk van de stappen die gezet worden op landelijk en regionaal niveau. Op dit moment is het moeilijk om te voorspellen welke bewegingen van meeste invloed zijn op het uitvoeren van onze bevolkingszorgtaken.
2.5.6
Risico’s
De inzet van ACB-ers voor de uitvoering van het regionaal beleidsplan in de toekomst is ongewis. Ondanks een grote taakverantwoordelijkheid van de crisisfunctionarissen, zien we een regelmatig verschuiving van de capacitaire inzet naar andere veiligheidstaakvelden binnen gemeenten. Dit legt in de toekomst wellicht een grotere claim op de toch al beperkte capaciteit van BGC. Van invloed op de capaciteit is ook crisisbeheersing zelf, in tijden van bijvoorbeeld een langdurige inzet zoals de beheersing van de COVID-19 pandemie.
We zien hierbij dat de Adviseur Crisisbeheersing, bij iedere gemeente de beleidsmedewerker voor bevolkingszorg thema’s, ook veel verantwoording draagt voor de beheersing van de crisis in de warme fase. Hierdoor is de continuïteit van de koude fase in het geding. Omdat het aantal inzetten bij flitsincidenten vanuit Bevolkingszorg gering is, Bevolkingszorg een neventaak is van gemeentefunctionarissen en vanwege het verloop, blijft het lastig om de belangstelling voor fysieke veiligheid vast te houden en piketrollen te vullen. Wellicht dat de COVID-19 pandemie hier een positieve invloed op heeft om het onderwerp actueel te houden. Landelijk en ook regionaal is er een steeds grotere roep om interregionale samenwerking. Mede met het oog op het kunnen afhandelen van nieuwe risico’s in de samenleving (bijvoorbeeld cyberdreigingen). De Veiligheidsregio Hollands Midden en de Veiligheidsregio Haaglanden stemmen op diverse dossiers de operationele voorbereiding met elkaar af. Voor Bevolkingszorgprocessen is dit een uitdaging omdat de structuur van bevolkingszorg niet gelijkluidend is/ overeenkomt in beide regio’s. Dit geldt ook voor andere omliggende regio’s. Ervaring laat zien dat er een grote informatiebehoefte bij gemeenten is bij dreigende situaties (LCMS vullen zonder dat het GRIP is). Dit zorgt mogelijk voor een zwaardere belasting van de huidige piketfunctionarissen.
De VRHM onderzoekt in 2021 wie dit kan oppakken (politie/meldkamer, de afdeling crisisbeheersing). Daarnaast vraagt dit een gerichte investering van de veiligheidsregio in haar netwerkpartners om haar rol in het veiligheidsdomein te kunnen borgen. En om goede informatievoorziening zodat in tijden van dreiging meteen de gewenste, operationele informatie ontsloten kan worden (bijv. analyses polders).
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
44
2.5 Programmataak Bevolkingszorg
Landelijk is een trend zichtbaar bij gemeenten om zich te concentreren op de beleidsvorming en uitvoeringstaken uit te besteden. In het fysieke veiligheidsdomein is die trend ook zichtbaar. Sommige gemeenten hebben ervoor gekozen om gemeentelijke taken uit te besteden aan bijvoorbeeld het Rode Kruis of Salvage. Binnen de VRHM zullen in het kader van het partnerprofiel nieuwe afspraken worden gemaakt met deze en andere partners.
2.5.7
Raming van de baten en lasten Bevolkingszorg
Bevolkingszorg (bedragen x € 1.000,00)
Realisatie Begroting Begroting (in €)
Meerjarenramingen
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Exploitatiebaten
-688
-694
-701.690
-702
-702
-702
Gemeentelijke bijdrage
-609
-628
-635.690
-636
-636
-636
Rijksbijdrage (BDUR)
-66
-66
-66.000
-66
-66
-66
Exploitatielasten
554
626
636.990
637
637
637
Salarislasten
277
250
259.200
259
259
259
Opleiden en oefenen
136
116
117.000
117
117
117
Overige lasten
141
260
260.790
261
261
261
Geraamde saldo baten en lasten
-134
-68
-64.700
-65
-65
-65
-134
-68
-64.700
-65
-65
-65
Onttrekking reserves Storting reserves Geraamde resultaat
Het onderdeel Opleiden en oefenen voor een totaalbedrag van € 117.000,- zal in 2022 als zijn verdeeld: Bevolkingszorg Informatiemanagement
€ 16.000,-
Officier van Bevolkingszorg COPI
€ 30.000,-
Crisiscommunicatie
€ 30.000,-
E-Learning
€ 4.000,-
Team Bevolkingszorg
€ 27.000,-
Continue learning + Overige
€ 8.000,-
Bestuur OTO
€ 2.000,-
De overige uitgaven hebben betrekking op de Piket vergoeding van de piketten ten behoeve van de bevolkingszorg functionarissen voor een totaal van € 141.090,- aan gevuld met de verschillende afdrachten aan het IFV en het Nederlandse Rode Kruis voor een totaal bedrag van € 60.250,-.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
45
2.6 Programmataak Brandweerzorg
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
46
Sytze Coorens / Brandweerzorg
‘Op weg naar risicogerichte slagkracht’ Passen die investeringen binnen alle toekomstscenario’s? En zijn die ook geschikt voor nieuwe typen incidenten? Rondom buurtbatterijen, zonnepanelen en alternatieve energiebronnen bijvoorbeeld? Ingewikkelde afwegingen, die we steeds gebaseerd op kennis zullen moeten maken.”
‘Risicogerichte slagkracht’
Paraatheid op maat’ “Paraatheid op maat: dat onderwerp vraagt constant om onze aandacht. Dan bedoel ik niet alleen persoonlijke paraatheid, ofwel de beschikbaarheid van mensen, maar ook van middelen. Hoe organiseren we het zo dat we onze eigen continuïteit verbeteren en daarmee de maatschappij optimaal blijven bedienen? Waarbij meteen aangetekend dat wij moeten kiezen waar we ons op concentreren. We kunnen niet alles. En dus is het belangrijk dat we onze risico’s goed kennen. Zodat we weten hoe we onze muntjes het beste kunnen inzetten.”
‘Toekomstscenario’s’ “Als het gaat om middelen en nieuw materiaal vergt dat bijna altijd grote investeringen voor langere tijd. We moet voor vijftien jaar of soms zelfs langer vooruit kijken. Neem de aanbesteding van nieuwe tankautospuiten of de WTS 500. Dat zijn echt andere voertuigen dan die we nu in de remise hebben staan. Ze passen beter bij een nieuwe kijk op brand, waarbij we meer water op het vuur brengen.
“In 2022 beschikken we over een nieuw dekkingsplan, uitgaande van gebiedsgerichte opkomsttijden. Een nieuwe ontwikkeling waar wij meedoen aan de landelijke pilot. Doel is uiteindelijk de inbreng van brandweerzorg aan het begin van de keten te vergroten met – wat ik dan noem risicogerichte slagkracht. Dat betekent dat het materiaal (de slagkracht) wat we inzetten, afgestemd is op de soort en de omvang van het risico. Het streven is om optimaal gebruik te maken van de aanwezige kennis in lokale gemeenschappen. Daar weten ze immers wat de risico’s zijn. De uitdaging is de optimale balans te vinden tussen een slagkracht gebaseerd op generieke risico’s en lokaal maatwerk.”
‘Gedeeld beeld van risico’s’ “Wij zitten vaak aan de achterkant van het incident. De brandweer komt als er al wat aan de hand is. De uitdaging blijft om verstoringen in de samenleving te voorkomen of zo klein mogelijk te houden. Dan helpt het als we weten aan welke knoppen we kunnen draaien. Dit vraagt een goed zicht op de risico’s, maar ook om een transparante samenwerking met onze stakeholders. Daarvoor is het noodzakelijk dat bekend is wat wij wel en niet kunnen als repressieve organisatie. Dit is de input aan de voorkant die nodig is voor een goede risicoduiding. De maakbare wereld bestaat niet. Maar het is wel goed als we een gedeeld beeld hebben van de risico’s, zodat we daarop kunnen acteren.”
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
47
2.6 Programmataak Brandweerzorg Wat doen we
Het deelprogramma Brandweerzorg voor 2022 is gebaseerd op het VRHM Beleidsplan 2020-2023. In het beleidsplan zijn de meerjaren ontwikkelingen op het gebied van brandweerzorg opgenomen. Onderstaande ontwikkelingen, doelen en ambities sluiten hier voor 2022 op aan. De regie op de meerjarige ambities voor de sector Brandweerzorg vindt plaats vanuit dit deelprogramma. Dit betreft onder meer uitvoerende, voorbereidende en ondersteunende taken ten behoeve van brandbestrijding, hulpverlening, waterongevallen en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen. Daarnaast is er aandacht voor nieuwe ontwikkelingen. Dit geldt zowel voor vaktechnische als organisatorische vernieuwingen. Samen met de hieronder genoemde wettelijke taken is doorontwikkeling, voorbereiding en bewaking van het operationeel optreden een belangrijke ontwikkelopgave. Hierbij gaat het om het doorontwikkelen van het brandweervak. Daarmee is er binnen het deelprogramma Brandweerzorg aandacht voor de taken waarmee de sector brandweerzorg werkt aan een robuuste organisatie die onderweg is naar de toekomst. De wettelijke taak in het deelprogramma Brandweerzorg heeft artikel 25 uit de Wet veiligheidsregio’s als basis. Daarmee dragen we verantwoording voor de volgende wettelijke taken: ■ Het redden van slachtoffers en het beperken van schade bij branden (brandbestrijding).
■ Het opsporen en bevrijden van slachtoffers en het verlenen van levensreddende en technische hulp bij ongevallen anders dan brand (technische hulpverlening waaronder begrepen waterongevallen bestrijding, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen).
■ Het verlenen van diensten, anders dan de wettelijke taken
brandbestrijding en technische hulpverlening (bijv. first responder taken bij reanimaties) (dienstverlening). ■ Het bewaken van de inzetbaarheid van de operationele brandweereenheden ten behoeve van de brandbestrijdings-, technische hulpverlenings- en dienstverleningstaken. (Bewaken operationele inzetbaarheid). ■ Het opleiden, trainen en oefenen van brandweereenheden en leidinggevenden /piketfunctionarissen, dusdanig dat zij bij een inzet in staat zijn effectief het incident te bestrijden respectievelijk te coördineren en leiding te geven (vakbekwaam worden en blijven). ■ Het opstellen en actueel houden van operationele plannen en procedures (operationele planvorming). ■ Het beheren en onderhouden van materieel en materialen voor brandbestrijding en hulpverlening dusdanig dat inzetbaarheid is gegarandeerd (beheer en onderhoud materieel). ■ Het plannen van de beschikbaarheid van medewerkers, brandweereenheden, materieel en materiaal ten behoeve van brandbestrijding en hulpverlening, vakbekwaamheids-momenten, keuringen en onderhoud (planning operationele beschikbaarheid). ■ Het evalueren van de inzet bij brandbestrijding en hulpverlening (evaluatie). Ten slotte voert de brandweer ook taken uit bij rampen en crises in het kader van de Rampenbestrijding en Crisisbeheersing. Zij staan hierbij onder leiding van de regionaal commandant.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
48
2.6 Programmataak Brandweerzorg
2.6.2
Wat gaan we verbeteren
In het voorgaande beleidsplan hebben wij een aantal ontwikkelingen in gang gezet die ook in de huidige planperiode doorlopen. Zo zetten wij bijvoorbeeld de bovenregionale samenwerking tussen brandweerkorpsen en binnen Brandweer Nederland voort, waarbij we aandacht hebben voor de veranderde netwerkstructuur van Brandweer Nederland. Samen met gemeenten en drinkwaterbedrijven hebben wij afspraken gemaakt over een toekomstbestendige bluswatervoorziening. De implementatie hiervan is reeds begonnen. Dit wordt onder meer zichtbaar bij de pilot met de WTS 500. Dit betreft een innovatieve combinatie van een waterwagen en watertransportsysteem. De eerste voertuigen zijn eind 2021 geleverd en in 2022 verwachten we de eerste ervaringen op te doen. De eerder ingezette versterking van ons vakbekwaamheidsprogramma leidt trapsgewijs tot een programma dat beter aansluit bij onze oefenbehoefte. Dit valt samen met de nieuwe ontwikkelingen binnen het vakgebied. Denk hierbij aan taakdifferentiatie, basisprincipes brandbestrijding, energietransitie en landelijke visies maar ook aan de inzichten die worden opgedaan bij het opstellen van een brandweerrisicoprofiel. Naast de aandacht voor nieuwe ontwikkelingen houden we aandacht voor wat we al in gang hebben gezet. We blijven werken aan het verbeteren van de arbeidshygiëne.
Dit is niet alleen zichtbaar door de aanschaf van nieuwe bluspakken en helmen maar ook in de verbetering van ons logistieke proces en bij de toegenomen bewustwording van het beland van arbeidshygiëne tijdens incidenten.
Waar we in de vorige planperiode terughoudend zijn geweest met onze materieelvervangingen zijn we in deze beleidsperiode gestart met een grote inhaalslag voor wat betreft de noodzakelijke aanschaf van modern en bedrijfszeker materieel. Hierbij wordt gezocht naar het aansluiten op de landelijke visies die op de verschillende brandweerthema’s zijn ontwikkeld waarmee dit materieel ook voor de toekomst is geborgd. De resultaten van deze langlopende projecten worden inmiddels zichtbaar. Dit geldt voor de tankautospuiten en de redvoertuigen, maar ook de nieuwe dienst- en piketvoertuigen en de WTS 500. Dit laatste voortuig is een combinatie van een waterwagen en een watertranssport systeem en komt voort uit project Bluswater. Daarnaast wordt er gewerkt aan een het verbeteren van de informatievoorziening binnen brandweerzorg. Ten eerste willen we hulpverleners tijdens incidenten voorzien van de noodzakelijke informatie. Ten tweede vormen data de input voor zaken als een brandweerrisicoprofiel en het dekkingsplan. Door het verbeteren van de informatievoorziening zijn we beter in staat aan de voorkant een prognose te maken op risico en behoefte. De verwachting is dat in 2022 de nieuwe kazerne Leiden-Noord in gebruik wordt genomen. Dat is ook het moment waarop de kazernes Oegstgeest en Leiderdorp gaan sluiten.
De kazerne Leiden-Noord wordt een hybride kazerne waar ook de vrijwilligers van Oegstgeest en Leiderdorp een bijdrage leveren aan de brandweerzorg.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
49
2.6 Programmataak Brandweerzorg
2.6.3
Wat gaan we oppakken
Wij werken met paraatheid op maat In 2021 is de visie Paraatheid op Maat verder uitgewerkt. Paraatheid op Maat is een programma en hieronder worden de komende jaren diverse projecten gehangen. Vooruitlopend hierop is er afgelopen jaar al een dekkingsplan op basis van gebiedsgerichte opkomsttijden opgesteld. Het dekkingsplan is input voor het in 2022 op te stellen brandweerrisicoprofiel. In dat document maken we de monodisciplinaire risico’s voor de brandweer inzichtelijk. Daarnaast staat in 2022 het onderwerp taakdifferentiatie prominent op de agenda. De wijze waarop hier uitvoering aan wordt gegeven heeft een directe relatie met de manier waarop brandweerzorg invulling geeft aan paraatheid.
Wat we in 2022 aanvullend oppakken in relatie tot paraatheid is het onderwerp ‘thuiswerken’. Een van de lessen uit de coronaperiode lijkt te zijn dat het thuiswerken van een groot deel van onze vrijwilligers een positief effect heeft op de paraatheid van de brandweer. Dit willen we dit jaar onderzoeken en waar mogelijk de voordelen inbrengen in de reguliere bedrijfsvoering. De effecten van de versterking van het projectmatig werken worden meer en meer zichtbaar. In 2022 leggen we de focus op de borging van de processen. De wijze van werken is veelal ‘langs het werk’ opgesteld maar dient nu te worden vastgelegd en structureel te worden geïmplementeerd. Dit heeft een relatie met vraagstukken over de verhouding tussen primaire en ondersteunde processen, accounthouderschap, integrale afstemming tussen de sectoren, prioritering vs. overbelasting en organisatorische randvoorwaarden.
Het programma Paraatheid op Maat heeft een relatie met het materieelspreidingsplan, de invoering van Uitruk op Maat, taakdifferentiatie, nieuwe voertuigconcepten als de WTS 500 en de invoering van de basisprincipes brandbestrijding. De vernieuwde kennis en informatie versterkt de behoefte aan een flexibel vakbekwaamheidsprogramma waarbij er balans is tussen vraag en aanbod. Hierbij wordt eveneens onderzocht welke rol het Regionaal Opleidingscentrum Brandweer hierin kan vervullen en wat nodig is hieraan te voldoen.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
50
2.6 Programmataak Brandweerzorg
2.6.4
Het verder inrichten van een cyclisch proces van adviseren waarbij de voor- en achterkant van het proces meer met elkaar in verbinding staan heeft onder invloed van corona minder aandacht gekregen dan gewenst. Daarnaast is de invoering van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld. Om de inbreng in de veiligheidsketen in 2022 te verbeteren en te vergroten verbeteren we niet alleen het interne proces van accounthouderschap, maar willen we ook meer aandacht geven aan het bestuurlijk deel. Hiervoor moet het (interne) adviesproces richting directie worden verbeterd. Dit heeft betrekking op de contacten die we organisatiebreed hebben op strategisch, tactisch en operationeel niveau met bestuur, burgemeester en ambtelijk apparaat. Door het opstellen van een brandweerrisicoprofiel vergroten we het inzicht in de risico’s en onze strategische slagkracht. Daarmee kunnen we de inbreng in de veiligheidsketen op de verschillende niveau’s vergroten. We breiden de inzet van Brandweerzorg in het programma Veilig Leven uit. Dit geldt niet alleen voor de operationele uitvoering van Veilig Leven maar ook voor de organisatorische input. In 2022 wordt verder vormgegeven aan de VRHM brede opdracht om invulling te geven aan het vergroten van de samen- en zelfredzaamheid van de burger. Brandweerzorg neemt deel aan de opzet en invulling van dit programma.
Daarbij is de uitkomst van het proces van taakdifferentiatie wel van belang, omdat deze taken mogelijk niet meer bij vrijwilligers mogen worden belegd.
De afgelopen jaren is Brandonderzoek opnieuw vormgegeven en uitgebreid. Dit wordt verbreed naar incident-onderzoek, leren en evalueren. Deze informatie vormt samen met het nieuwe dekkingsplan input voor het brandweerrisicoprofiel. Het opstellen van een dergelijk profiel geeft ons beter inzicht in de eigen risico’s waarmee we de kennis en input vanuit het repressieve proces in de veiligheidsketen kunnen vergroten.
Wij staan in de (lokale) gemeenschap Onze brandweer staat midden in de (lokale) gemeenschap. We werken naar een operationele dienst die aansluit bij de maatschappij. Dit is goed voor een snelle hulpverlening, voor de benaderbaarheid en nabijheid van de overheidshulpdienst Brandweer. Maar ook voor een maatwerkopleiding voor eenvoudige taken tot zeer specialistische opleidingen en vaardigheden wanneer nodig. De brandweer speelt een onderdeel in, maar maakt ook onderdeel uit, van de (lokale) maatschappij. De aansluiting met de lokale gemeenschap is onder meer goed voor de werving van onze vrijwillige brandweermannen en -vrouwen. Maar ook voor het bevorderen van het veiligheidsbewustzijn van de burger. Het is ons doel om in de (lokale) gemeenschap te staan. In 2022 willen we de huidige hulpverlening continueren, en ons tegelijkertijd ook op andere manieren inzetten voor de (lokale) gemeenschap. Zoals het ondersteunen en versterken van de zelfredzaamheid van burgers en de waakzaamheid voor verminderd zelfredzamen.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
51
2.6 Programmataak Brandweerzorg
Wij vergroten onze inbreng in de veiligheidsketen
In dit jaar bieden we meer ruimte aan de kazernes om een eigen invulling te geven aan de werving en het behouden van voldoende brandweervrijwilligers. Dit kan al op jonge leeftijd beginnen bij de jeugdbrandweer. Dit sluit aan bij de verdere implementatie van de zelfstandige kazerne. Daarnaast is er aandacht voor vrijwilligers die zich willen inzetten voor hun (lokale) gemeenschap. Hierbij dienen we rekening te houden met het kader wat vanuit taakdifferentiatie wordt meegegeven. We vinden het belangrijk dat er duurzaam wordt omgegaan met mensen en materieel. Daarom krijgen verduurzaming en het tweede loopbaanbeleid in 2022 extra aandacht. Ten slotte sorteren we voor op effectmeting. De proeftuin van zelfstandige kazerne wordt verbonden aan prestatie-indicatoren. Op een kwalitatieve en kwantitatieve manier toetsen of het gewenste effect kan worden behaald. Hierbij wordt gekeken naar onderwerpen als medewerkerstevredenheid, paraatheid, duurzaamheid en lokale inbedding.