2026-11a D25.337232 Mobiliteitsplan Kapelle Compleet
Tekst van het document
Dit betreft doorgaans aanpassingen waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is. Daardoor is er ook geen (handhavend) toezicht mogelijk op het verdwijnen van parkeergelegenheid door het op een andere wijze gebruiken van de betreffende ruimte. Het berekenen van het juiste parkeeraanbod op eigen terrein is daarom belangrijk en hiervoor zijn rekenfactoren opgenomen. In onderstaande tabel is een overzicht van parkeervoorzieningen opgenomen met een indicatieve factor voor het bepalen van het aantal Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 31
parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze rekenfactoren worden toegepast bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De toepassing van de rekenfactoren kan betekenen dat de parkeereis groter is dan de berekende parkeerbehoefte. Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekenings aantal
Opmerking
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Oprit min. 5 m. diep en 2,5 m. breed
Lange oprit zonder garage of 2 carpoort
1
Oprit min. 10 m. diep en 2,5 m. breed
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Oprit min. 5 m. diep en 4,5 m. breed
Garage zonder woning)
1
0,4
Garage min. 5 m. diep en 2,8 m breed
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage min. 5 m. diep en 2,8 m breed
Garage met enkele oprit
2
1
Oprit min. 5 m. diep en 2,5 m. breed
Garage met lange oprit
3
1,3
Oprit min. 10 m. diep en 2,5 m. breed
Garage met dubbele oprit
3
1,8
Oprit min. 5 m. diep en 4,5 m. breed
Parkeervak/parkeerplaats
1
1
Parkeren op de rijbaan
1
1
oprit
(bij
Per 6 m. aaneengesloten trottoirband zonder inritten = 1 parkeerplaats
1.3.5 Laden en lossen In bepaalde gevallen heeft een ruimtelijke ontwikkeling ruimte nodig voor bevoorrading van een betreffende functie. De gemeente verwacht dan een bevoorradingsplan vanuit de initiatiefnemer van de functie. Met dit plan wordt het aantal laad- en losbewegingen in beeld gebracht. Hiermee kan bepaald worden welke laad- en losvoorziening nodig is voor de situatie. 1.3.6 Afwijkingsmogelijkheden Het college van burgemeester en wethouders kan in de te verlenen omgevingsvergunning besluiten dat niet aan de parkeerbehoefte of een deel daarvan hoeft te worden voldaan, mits wordt voldaan aan één van de volgende afwijkingsmogelijkheden. Maatwerk De afwijking wordt onderbouwd aan de hand van specifieke kenmerken van de locatie, functie of doelgroep van het project. Het afkopen van parkeerplaatsen behoort niet tot de mogelijkheden.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 32
Bijlage 1 – Fietsparkeernormen Fietsparkeernormen Wonen
Koophuis, vrijstaand Koophuis 2 onder 1 kap Koophuis, tussen/hoek Koop appartement > 100 m2 bvo Koop appartement 75-100 m2 bvo Koop appartement < 75 m2 bvo Huurhuis vrije sector Huurhuis sociale huur Huur appartement vrije sector > 100 m2 bvo Huur appartement vrije sector 75-100 m2 bvo Huur appartement vrije sector < 75 m2 bvo Huur appartement sociale huur > 100 m2 bvo Huur appartement sociale huur 75-100 m2 bvo Huur appartement sociale huur < 75 m2 bvo Huur appartement sociale huur of vrije sector < 30 m2 bvo / huisvesting arbeidsmigranten en opvang vluchtelingen Kamerverhuur studenten niet-zelfstandig Aanleunwoning serviceflat Kleine eenpersoonswoning (tiny house)
Bebouwde Buiten kom bebouwde kom 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 4,3 4,3 3,3 3,3 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 4,3 4,3 3,3 3,3 5,0 5,0 4,3 4,3 3,3 3,3
Eenheid
2,5 1,4 0,8 2,5
Woning Kamer Woning Woning
2,5 1,4 0,8 2,5
Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning Woning
Werken
Bebouwde Buiten Eenheid kom bebouwde kom
Kantoor (zonder baliefunctie)
0,8
0,7
100m2 bvo
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
1,1
0,8
100m2 bvo
0,7
0,7
100m2 bvo
0,3
0,3
100m2 bvo
Bedrijfsverzamelgebouw
0,6
0,6
100m2 bvo
Opslagruimte (particulier)
6,0
6,0
Per vestiging
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 33
Horeca en (verblijfs)recreatie
Bebouwde kom
Camping (kampeerterrein) Bungalowpark (huisjescomplex) Hotel (1 ster) Hotel (2 sterren) Hotel (3 sterren) Hotel (4 sterren) Hotel (5 sterren) Café/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Winkelen en boodschappen
Buurtsupermarkt (<600 m2 verkoopvloeroppervlakte) Fullservice-supermarkt (1.000 - 2.000 m2 verkoopvloeroppervlakte) Grote supermarkt (>2.500 m2 verkoopvloeroppervlakte) Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
0,2 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 11,5 6,5 10,0
Buiten bebouwde kom
Eenheid
0,2 0,2 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
Per standplaats Per bungalow Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers 100m2 bvo 100m2 bvo 100m2 bvo
5,5
Bebouwde kom Buiten Eenheid bebouwde kom 1,4
100m2 bvo
2,3
100m2 bvo
2,3
100m2 bvo
1,2
100m2 bvo
1,2
100m2 bvo
Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum 2,0 Weekmarkt / klein wijk-, buurt-, en dorpscentrum 2,0
100m2 bvo
Groothandel algemeen
100m2 bvo
Kringloopwinkel
1,1
0,8
100m2 bvo
Bruin- en witgoedzaken
0,3
0,3
100m2 bvo
Meubelboulevard / woonboulevard
0,3
100m2 bvo
Winkelboulevard
0,3
100m2 bvo
Outletcentrum
0,3
0,2
100m2 bvo
Bouwmarkt
0,3
0,3
100m2 bvo
Tuincentrum
0,3
0,3
100m2 bvo
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
0,3
0,3
100m2 bvo
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 34
Onderwijs
Bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
Eenheid
Kinderdagverblijf
0,8
0,8
100 m2 bvo
Basisschool Middelbare school
14,5
14,5
Per leslokaal
80,0
80,0
Per 100 leerlingen
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
3,8
3,8
Per 10 studenten
Sport, cultuur en ontspanning
Bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
Eenheid
Bibliotheek
2,9
2,2
100m2 bvo
Museum
0,7
Bioscoop
2,3
1,0
100m2 bvo
Filmtheater / Filmhuis
2,3
1,0
100m2 bvo
Dorpshuis
2,3
1,0
100m2 bvo
Bowlingcentrum
2,6
2,4
Per baan
Biljart- / snookercentrum
1,5
1,1
Per tafel
Dansstudio
2,9
2,0
100m2 bvo
Fitnesstudio / sportschool
2,9
2,0
100m2 bvo
Fitnesscentrum Welnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
2,9
2,0
100m2 bvo
4,0
4,0
100m2 bvo
Sauna, hammam
4,0
4,0
100m2 bvo
Sporthal
2,9
2,4
100m2 bvo
Sportzaal
2,6
2,0
100m2 bvo
Tennishal
0,5
0,5
100m2 bvo
Padelhal
1,0
1,0
100m2 bvo
Squashhal
3,0
2,5
100m2 bvo
Zwembad overdekt
12,5
9,5
100m2 bassin
Zwembad openlucht
20,5
17,5
100m2 bassin
Sportveld
57,5
57,5
Per ha netto terrein
Jachthaven
0,2
0,2
Per ligplaats
Golfoefencentrum
17,5
17,5
Per centrum
Golfbaan (18 holes)
17,5
17,5
Per 18 holes, 60 ha
Kinderboerderij
12,5
12,5
Per boerderij
0,6
Per box
Manege
100m2 bvo
Volkstuin
1,8
1,6
Per 10 tuinen
Plantentuin (botanische tuin)
14,1
11,0
Per gemiddelde tuin
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 35
Gezondheidszorg en (sociale)voorzieningen
Bebouwde Buiten kom bebouwde kom
Eenheid
Huisartsenpraktijk (-centrum)
0,8
Per behandelkamer
Apotheek
7,0
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
0,3
Per apotheek
0,8
0,3
Per behandelkamer
0,8
0,3
Per behandelkamer
0,8
0,3
Per behandelkamer
1,7 6,5
Per behandelkamer
Begraafplaats
2,0 6,5
Religiegebouw
0,4
Verpleeg- en verzorgingstehuis
0,8
Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk
Per gelijktijdige plechtigheid Per zitplaats
0,8
Per wooneenheid
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 36
Bijlage 2 – Autoparkeernormen Autoparkeernormen Wonen
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Koophuis, vrijstaand
1,8
2,0
2,1
Woning
Koophuis 2 onder 1 kap
1,7
1,9
1,9
Woning
Koophuis, tussen/hoek
1,6
1,8
1,8
Woning
Koop appartement > 100 m2 bvo
1,6
1,8
1,8
Woning
Koop appartement 75-100 m2 bvo
1,2
1,4
1,4
Woning
Koop appartement < 75 m2 bvo
1,1
1,3
1,3
Woning
Huurhuis vrije sector
1,2
1,4
1,4
Woning
Huurhuis sociale huur
0,9
1,1
1,1
Woning
Huur appartement vrije sector > 100 m2 bvo 1,2
1,4
1,3
Woning
Huur appartement vrije sector 75-100 m2 bvo
0,8
1,0
1,0
Woning
Huur appartement vrije sector < 75 m2 bvo
0,8
0,9
0,9
Woning
Huur appartement sociale huur > 100 m2 bvo
0,8
1,0
1,0
Woning
Huur appartement sociale huur 75-100 m2 bvo
0,8
0,9
0,9
Woning
Huur appartement sociale huur < 75 m2 bvo 0,7
0,8
0,8
Woning
Huur appartement sociale huur of vrije sector < 30 m2 bvo / huisvesting arbeidsmigranten en opvang vluchtelingen
0,4
0,5
0,5
Woning
Kamerverhuur studenten niet-zelfstandig
0,2
0,3
0,4
Kamer
Aanleunwoning serviceflat
0,8
0,9
0,9
Woning
Kleine eenpersoonswoning (tiny house)
0,3
0,4
0,4
Woning
Bezoekers
0,2
0,2
0,3
Woning
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 37
Werken
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Kantoor (zonder baliefunctie)
2,3
2,6
2,6
100m2 bvo
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
3,2
3,6
3,6
100m2 bvo
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
2,1
2,4
2,4
100m2 bvo
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
0,9
1,1
1,1
100m2 bvo
Bedrijfsverzamelgebouw
1,8
2,0
2,0
100m2 bvo
Opslagruimte (particulier)
9,0
10,0
10,0
Per vestiging
Horeca en (verblijfs)recreatie
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Camping (kampeerterrein)
n.v.t.
n.v.t.
1,2
Per standplaats
Bungalowpark (huisjescomplex)
1,5
1,7
2,1
Per bungalow
Hotel (1 ster)
2,3
2,5
4,5
Per 10 kamers
Hotel (2 sterren)
3,8
4,3
6,3
Per 10 kamers
Hotel (3 sterren)
4,7
5,2
6,8
Per 10 kamers
Hotel (4 sterren)
6,8
7,5
9,0
Per 10 kamers
Hotel (5 sterren)
9,9
11,0
12,6
Per 10 kamers
Café/bar/cafetaria
6,3
7,0
n.v.t.
100m2 bvo
Restaurant
6,3
7,0
9,0
100m2 bvo
Discotheek
18,8
20,9
20,8
100m2 bvo
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 38
Winkelen en boodschappen
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Buurtsupermarkt (<600 m2 verkoopvloeroppervlakte)
3,7
4,1
n.v.t.
100m2 bvo
Fullservice-supermarkt (1.000 - 2.000 m2 verkoopvloeroppervlakte)
5,3
5,9
n.v.t.
100m2 bvo
Grote supermarkt (>2.500 m2 verkoopvloeroppervlakte)
7,7
8,6
n.v.t.
100m2 bvo
Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
100m2 bvo
Groothandel algemeen
6,4
7,1
n.v.t.
100m2 bvo
Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
3,6
4,0
n.v.t.
100m2 bvo
Weekmarkt / klein wijk-, buurt-, en dorpscentrum
0,2
0,2
n.v.t.
100m2 bvo
Kringloopwinkel
1,8
2,0
2,3
100m2 bvo
Bruin- en witgoedzaken
7,3
8,2
9,3
100m2 bvo
Woonwarenhuis / woonwinkel
1,8
2,0
2,0
100m2 bvo
Meubelboulevard / woonboulevard 9
2,3
2,6
n.v.t.
100m2 bvo
Winkelboulevard
4,0
4,5
n.v.t.
100m2 bvo
Outletcentrum
9,4
10,4
10,4
100m2 bvo
Bouwmarkt
2,2
2,5
2,5
100m2 bvo
Tuincentrum
2,4
2,7
2,9
100m2 bvo
Groencentrum (inclusief buitenruimte)
2,4
2,7
3,1
100m2 bvo
Onderwijs
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Kinderdagverblijf
1,3
1,4
1,5
100 m2 bvo
Basisschool
0,7
0,8
0,8
Per leslokaal
4,4
4,9
4,9
Per 100 leerlingen
Middelbare school
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 39
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
10,5
Per 10 studenten
6,1
6,8
Sport, cultuur en ontspanning
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Bibliotheek
1,0
1,2
1,4
100m2 bvo
Museum
0,9
1,1
n.v.t.
100m2 bvo
Bioscoop
10,1
11,2
13,7
100m2 bvo
Filmtheater / Filmhuis
7,1
7,9
9,9
100m2 bvo
Dorpshuis
7,1
7,9
9,9
100m2 bvo
Bowlingcentrum
2,5
2,8
2,8
Per baan
Biljart- / snookercentrum
1,2
1,4
1,8
Per tafel
Dansstudio
5,0
5,5
7,4
100m2 bvo
Fitnesstudio / sportschool
4,3
4,8
6,5
100m2 bvo
Fitnesscentrum
5,7
6,3
7,4
100m2 bvo
Welnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
8,4
9,3
10,3
100m2 bvo
Sauna, hammam
6,0
6,7
7,3
100m2 bvo
Sporthal
2,6
2,9
3,5
100m2 bvo
Sportzaal
2,6
2,9
3,6
100m2 bvo
Tennishal
0,4
0,5
0,5
100m2 bvo
Padelhal
0,6
0,7
0,7
100m2 bvo
Squashhal
2,4
2,7
3,2
100m2 bvo
Zwembad overdekt
10,4
11,5
13,3
100m2 bassin
Zwembad openlucht
11,6
12,9
15,8
100m2 bassin
Sportveld
18,0
20,0
20,0
Per ha netto terrein
Jachthaven
0,5
0,6
0,6
Per ligplaats
Golfoefencentrum
46,0
51,1
56,2
Per centrum
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 40
Golfbaan (18 holes)
86,4
96,0
118,3
Per 18 holes, 60 ha
Kinderboerderij
4,2
4,7
5,1
Per boerderij
Volkstuin
1,2
1,4
1,5
Per 10 tuinen
13,5
Per gemiddelde tuin
Plantentuin (botanische tuin)
9,5
10,5
Gezondheidszorg en (sociale)voorzieningen
Kapelle/ Biezelinge
Rest Buiten Eenheid bebouwde bebouwde kom kom
Huisartsenpraktijk (-centrum) Apotheek
2,9
3,3
3,3
Per behandelkamer
3,0
3,4
n.v.t.
Per apotheek
1,8
2,0
2,0
Per behandelkamer
2,2
Per behandelkamer
Fysiotherapiepraktijk (-centrum) Consultatiebureau 1,8
2,1
Consultatiebureau voor ouderen 1,8
2,0
2,2
Per behandelkamer
2,3
2,6
2,7
Per behandelkamer
Begraafplaats
28,4
31,6
31,6
Per gelijktijdige plechtigheid
Religiegebouw
0,1
0,2
n.v.t.
Per zitplaats
n.v.t.
Per wooneenheid
Tandartsenpraktijk
Verpleeg- en verzorgingstehuis
0,5
0,6
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 41
Bijlage 3 – Aanwezigheidspercentages Functie
werkdag werkdag werkdag koop- werkdag zaterdag zaterdag zondag ochtend middag avond avond nacht middag avond middag
Woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100% 100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/podium/enzovoort
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Verpleeg-/verzorgingstehuis/ aanleunwoning/ verzorgingsflat
50%
50%
100% 100%
25%
100%
100%
100%
Ziekenhuis patiënten inclusief bezoekers
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
Ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100% 100%
0%
0%
0%
0%
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 42
Bijlage 4 – Rekenvoorbeelden Rekenvoorbeeld stap 1 Een nieuwe ontwikkeling in de kern Kapelle betreft de functiewijziging van een kantoor naar 8 woningen in de vorm van huur appartementen vrije sector met ieder een oppervlakte van 90 m2. De parkeernormen uit bijlage 1 en 2 worden gebruikt voor het berekenen van de parkeerbehoefte. Categorie Huur appartement vrije sector 75-100 m2 Wonen (bezoekers)
Aantal 8
Parkeernorm 0,8
Eenheid Per woning
Parkeerbehoefte 6,4
8
0,2
Per woning
1,6
Totaal
8 parkeerplaatsen *
* afronding bij stap 3, niet tussentijds afronden. De normatieve parkeerbehoefte voor de toekomstige situatie is 8 parkeerplaatsen.
Rekenvoorbeeld stap 2 Bij de situatie in Kapelle waarbij een kantoor wordt verbouwd naar 8 huurappartementen, is sprake van een verschuiving van de maatgevende parkeerbehoefte. Eerst wordt de parkeerbehoefte per dagdeel van de huidige situatie berekend. Dit wordt berekend aan de hand van aanwezigheidspercentages uit bijlage 3. Categorie Kantoor (zonder baliefunctie) Totaal
Aantal
Parkeernorm 3
Eenheid
2,3 Per 100 m2 bvo
Parkeerbehoefte 6,9 6,9
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 43
Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Kantoor
100%
100%
Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Kantoor
6,9
6,9
Koopavond
Werkdag nacht 5%
5%
Werkdag avond
Koopavond
Werkdag nacht 0,3
0%
0,3
0
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
0%
0%
0%
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
0
0
0
Vervolgens berekenen we ook de parkeerbehoefte van de toekomstige situatie per dagdeel. Functie
Werkdag Werkdag Werkdag ochtend middag avond
Werkdag nacht
Koopavond Zaterdag Zaterdag Zondag middag avond middag
Wonen (bewoners)
50%
50%
90%
100%
80%
60%
80%
70%
Wonen (bezoekers)
10%
20%
80%
0%
70%
60%
100%
70%
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Wonen (bewoners)
3,2
3,2
5,8
6,4
5,1
3,8
5,1
4,5
Wonen (bezoekers)
0,2
0,3
1,3
0
1,1
1
1,6
1,1
Totaal
3,4
3,5
7,1
6,4
6,2
4,8
6,7
5,6
Functie
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koopavond
Zaterdag Zaterdag Zondag middag avond middag
Uiteindelijk brengen we de parkeerbehoefte van de toekomstige situatie in mindering op de huidige situatie. Zo ontstaat de verandering van de parkeerbehoefte per dagdeel. Functie
Werkdag Werkdag ochtend middag
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koopavond Zaterdag Zaterdag Zondag middag avond middag
Huidige situatie
6,9
6,9
0,3
0,3
0
0
0
0
Toekomstige situatie
3,4
3,6
7
6,4
6,2
4,8
6,7
5,6
Toename/afname
-3,6
-3,4
6,7
6
6,2
4,8
6,7
5,6
Door de normatieve parkeerbehoefte van zowel de huidige als toekomstige situatie te vermenigvuldigen met het juiste aanwezigheidspercentage wordt bepaald hoe hoog de parkeerbehoefte per dagdeel is. Het moment waarop deze het hoogst is, is het maatgevende moment die de parkeerbehoefte voor een nieuwe ontwikkeling bepaalt. In het rekenvoorbeeld is een zaterdagavond het maatgevende dagdeel. Op dat moment ontstaat er door de functiewijziging een extra parkeerbehoefte van 6,7 parkeerplaatsen.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 44
Rekenvoorbeeld stap 3 In de straat van de ontwikkeling waarbij het kantoor wordt omgevormd tot woningen, staan deelauto’s voor openbaar gebruik. Hierdoor mag een correctie worden doorgevoerd in de parkeerbehoefte. Bij de ontwikkeling wordt één parkeerplaats voor een deelauto gereserveerd. Per 50 woningen geldt een mobiliteitscorrectie van 10%. Voor 8 woningen is dit 1,6%. Parkeerbehoefte – correctie deelauto concept = 6,7 – 0,1 = 6,6 parkeerplaatsen.
Rekenvoorbeeld stap 4 De parkeerbehoefte na stap 1, 2 en 3 is 6,6 parkeerplaatsen. Zoals benoemd in stap 1 wordt deze nu afgerond. Een aantal van 7 parkeerplaatsen is dus nodig.
Rekenvoorbeeld stap 5 Op het terrein van een pand zijn, naast het pand, zeven reguliere parkeerplaatsen beschikbaar. De volledige parkeerbehoefte wordt dus op eigen terrein opgevangen. 7 (parkeerbehoefte) – 7 (parkeerplaatsen) = 0 parkeerplaatsen worden opgevangen in de openbare ruimte. Het uitgangspunt is parkeerplaatsen realiseren op eigen terrein. Daarom moet aangetoond worden hoeveel parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Indien geen mogelijkheid aanwezig is om het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, is de volgende stap van toepassing.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 45
Rekenvoorbeeld stap 6 Om te onderzoeken of er in de openbare ruimte voldoende restcapaciteit beschikbaar is, is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Op het maatgevende dagdeel bepaald in stap 2 (zaterdagavond) is met behulp van een parkeerdrukmeting de bezettingsgraad in kaart gebracht. Hierbij wordt het totale aanbod aan parkeerplaatsen vergeleken met het aantal geparkeerde auto’s op de beschikbare parkeerplaatsen. Dagdeel Capaciteit Bezetting Zaterdagavond 106 66
Restcapaciteit Bezettingsgraad 40 62,3%
Binnen het onderzoeksgebied zijn in totaal 106 parkeerplaatsen beschikbaar. Tijdens het maatgevende moment (zaterdagavond) waren er 66 parkeerplaatsen bezet. De bezettingsgraad is daarom 62,3%. Er zijn nog 40 parkeerplaatsen beschikbaar. Als de vastgestelde parkeerbehoefte wordt opgeteld bij de huidige bezetting ontstaat de toekomstige theoretische bezetting: 7 + 66 = 73 parkeerplaatsen. Bij een bezetting van 73 parkeerplaatsen ontstaat een bezettingsgraad van (73 / 106) * 100 = 68,9%. De maximale acceptabele bezettingsgraad is 90%. De toekomstige parkeersituatie blijft dus acceptabel. Let op: in deze situatie was het niet nodig om deze stap te doorlopen omdat de parkeerbehoefte op eigen terrein opgevangen wordt. Voor de verduidelijking van stap 6 is het rekenvoorbeeld opgenomen in dit document.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 46
Rekenvoorbeeld stap 7 In stap 7 hanteren we een ander rekenvoorbeeld omdat deze stap bij het voorgaande rekenvoorbeeld niet nodig is. Aan de rand van Biezelinge worden plannen gevormd voor het bouwen van een nieuwe woonwijk met rijwoningen. Ook is hier de mogelijkheid voor initiatiefnemers om bedrijven met kantoorfuncties te realiseren. Het totaalplan bestaat uit 35 koop tussen- en hoekwoningen en 2 vestigingen voor een kantoor zonder baliefunctie van circa 250 m2 Bruto Vloeroppervlak (bvo) per vestiging. Categorie
Aantal
Parkeernorm Eenheid
Parkeerbehoefte
Koopwoning tussen/hoek
35
1,8
Per woning
63
Kantoor (zonder baliefunctie) 5
2,6
Per 100 m2 bvo
13
Totaal
76
Normatief zou de parkeerbehoefte van deze ontwikkeling bestaan uit 76 parkeerplaatsen. Door de aanwezigheid van verschillende functies en aanwezigheid, is het mogelijk om parkeerplaatsen in te zetten voor meerdere functies. Werkdag nacht
Koopavond Zaterdag Zaterdag Zondag
Functie
Werkdag Werkdag Werkdag ochtend middag avond
Woningen bewoners
50%
50%
90%
100%
Kantoor/bedrijven 100%
100%
5%
middag
avond
middag
80%
60%
80%
70%
0%
5%
0%
0%
0%
Functie
Werkdag Werkdag Werkdag ochtend middag avond
Werkdag nacht
Koopavond Zaterdag Zaterdag Zondag middag avond middag
Woningen bewoners
31,5
31,5
56,7
63
50,4
37,8
50,4
44,1
Kantoor/bedrijven
13
13
2,6
0
2,6
0
0
0
Totaal
44,5
44,5
59,3
63
53
37,8
50,4
44,1
De parkeerbehoefte tijdens de werkdag nacht is maatgevend in deze situatie. Hierbij geldt een parkeerbehoefte van 63 parkeerplaatsen. Een aandachtspunt hierbij is dat de parkeerplaatsen voor zowel de woningen als de kantoorfuncties bereikbaar dienen te zijn binnen de maximaal acceptabele loopafstanden (zie hoofdstuk 1.1.6).
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 47
3 Actieplan Verkeersveiligheid De gemeente Kapelle probeert om het aantal verkeersslachtoffers te laten dalen. In dit actieplan beschrijven we op welke manier we dat gaan doen. In dit actieplan wordt achtereenvolgens ingegaan op de drie pijlers infrastructuur en omgeving, gedrag en educatie en handhaving. Bij iedere pijler staan drie vragen centraal om de problematiek te verminderen en te streven naar nul vermijdbare verkeersslachtoffers. Met de vraag waarom? beschrijven we de huidige problematiek en stand van zaken. De vraag hoe? stellen we om aan te geven welke oplossingsrichting we kiezen om de problematiek op te lossen. Onder wat? benoemen we vervolgens concrete projecten die we in de komende jaren gaan oppakken.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 48
1. Inleiding De gemeente Kapelle probeert om het aantal verkeersslachtoffers te laten dalen. In dit actieplan beschrijven we op welke manier we dat gaan doen.
We werken aan het uiteindelijke doel om te komen tot nul vermijdbare verkeersslachtoffers. Deze doelstelling sluit aan bij de landelijke en provinciale doelstellingen uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) en de Zeeuwse Uitvoeringsagenda SPV. Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) Er is een nieuwe aanpak ontwikkeld om de toenemende verkeersonveiligheid in Nederland aan te pakken. Die aanpak is vastgelegd in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). Het SPV breekt met de jarenlange trend om de verkeersveiligheid reactief aan te pakken op basis van ongevallengegevens. In plaats daarvan wordt een proactieve aanpak beoogd op basis van risico’s. Dit staat ook bekend als de risicogestuurde aanpak. Aan de hand van risico-indicatoren kunnen we preventief actie ondernemen. Het SPV beschrijft de belangrijkste verkeersveiligheidsrisico’s binnen negen beleidsthema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Veilige infrastructuur Heterogeniteit in het verkeer Technologische ontwikkelingen Kwetsbare verkeersdeelnemers Onervaren verkeersdeelnemers Rijden onder invloed Snelheid in het verkeer Afleiding in het verkeer Verkeersovertreders
De eerste drie thema's kijken naar risico's vanuit het verkeerssysteem en het voertuig en zijn generiek van aard. De thema's 4 en 5 hebben betrekking op specifieke risicogroepen (jongeren, ouderen) en modaliteiten (tweewielers, voetgangers). De laatste vier thema's hebben te maken met risico's vanuit de individuele verkeersdeelnemer en hebben te maken met gedrag. Het SPV moet gezien worden als een leidraad. De landelijke, regionale en lokale inzet worden gebaseerd op eigen risicoanalyses (zie hoofdstuk 3) en daaruit volgende prioriteiten. Deze eigen risicoanalyse hebben we samen met de andere Bevelandse gemeenten Borsele, Goes, Noord-Beveland en Reimerswaal laten uitvoeren. Zeeuwse Uitvoeringsagenda SPV Het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ) is het netwerk van overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de verkeersveiligheid in Zeeland. In Zeeland is het landelijke SPV vertaald naar een Zeeuwse Uitvoeringsagenda SPV 2030. Hierin staat hoe de thema’s in Zeeland uitgevoerd gaan worden. Besloten is dat de aandacht uitgaat naar vijf van de Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 49
negen thema’s: Infrastructuur, heterogeniteit (het mengen van gewoon verkeer met landbouwverkeer en drukte op fietspaden), afleiding in het verkeer (MONO), kwetsbare en onervaren weggebruikers en verkeersovertreders. Duurzaam Veilig In de jaren 90 is een landelijke impuls gegeven aan de verkeersveiligheid. Dat gebeurde aan de hand van het programma ‘Duurzaam Veilig Wegverkeer’ (kader 1). In dat programma is aandacht voor de drie pijlers infrastructuur en omgeving, gedrag en educatie en handhaving. Sindsdien is ook in Kapelle geïnvesteerd in de infrastructuur. Het onderdeel gedrag en educatie wordt voor de gehele provincie vooral opgepakt door het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ). Handhaving vraagt nog extra aandacht. Kader 1 Duurzaam Veilig Verreweg de meeste ongelukken gebeuren door menselijk falen. Daarom wordt gedacht vanuit de gebruiker van de weg, een mens die ook fouten kan maken. De gedachte achter een Duurzaam Veilige infrastructuur is dat de weg op zo'n manier wordt ingericht dat duidelijk is wat van de weggebruiker wordt verwacht en fouten worden voorkomen. Er wordt daarbij uitgegaan van de bovengenoemde basisprincipes: Functionaliteit: Wegen moeten worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld.
(vastgelegd in een categoriseringsplan) Homogeniteit: Conflicten tussen weggebruikers met een groot verschil in snelheid, richting of massa moeten worden uitgesloten. Herkenbaarheid: Het voorspelbaar en consequent maken van verkeerssituaties, zodat deze voor de weggebruiker logisch en makkelijk te begrijpen zijn. Sleutelwoord hierbij is uniformiteit, bijvoorbeeld bij de vormgeving van rotondes. Vergevingsgezindheid: Het voorkómen van ernstig letsel bij ongevallen, bijvoorbeeld door het aanleggen van verharde bermen, geen hoogteverschil tussen fietspad en voetpad, geen obstakels. Duurzaam Veilig Wegverkeer houdt in dat de verkeersomgeving zó is ingericht, dat er geen ernstige ongevallen kunnen gebeuren. En dat als er tóch een ongeval plaatsvindt, de ernst van de afloop beperkt blijft. De mens wordt hierbij als ‘maat der dingen’ genomen: de mens die kwetsbaar is, fouten maakt en zich niet altijd aan regels houdt. De wegomgeving, voertuigen en technologie moeten de mens ondersteuning en bescherming bieden zodat de veiligheid van het verkeerssysteem zo min mogelijk afhankelijk is van individuele handelingen.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 50
2. Feiten en cijfers Het aantal ongevallen in Kapelle is in de afgelopen jaren, in lijn met de landelijke trend, gedaald en enigszins gestabiliseerd (afbeelding 1). Na de coronajaren 2020 en 2021 is het aantal ongevallen in 2022 en 2023 weer gestegen.
Ongevallen en slachtoffers Kapelle 2014 - 2023 Totaal per jaar 120 100 80 60 40 20 0 Ongevallen Gewonden Doden
2014 76 12
2015 64 17
2016 83 16
2017 98 13
2018 74 21
2019 67 17
2020 65 14
2021 52 8
2022 65 10
2023 67 18
0
0
0
1
2
1
0
2
3
0
Ongevallen
Gewonden
Doden
Afbeelding 1. Ongevallen en slachtoffers 2014-2023 per jaar. Bron: Viastat
Niet alle ongevallen vinden plaats op wegen waarvan de gemeente wegbeheerder is (afbeelding 2 en afbeelding 3). In Kapelle hebben ook Rijkswaterstaat, de provincie en het waterschap wegen in beheer. Als gemeente hebben we dus niet op alle ongevallen grip. Het is goed om te beseffen dat het verbeteren van de verkeersveiligheid iets is dat we samen met andere wegbeheerders doen. Tot slot laten de cijfers zien dat bij veruit de meeste ongevallen een personenauto betrokken is (afbeelding 4). Inzittenden van een personenauto raken hierbij echter lang niet altijd gewond. Dat geldt niet voor bestuurders van (brom)fietsen, motors of e-bikes. Zij zijn relatief weinig betrokken bij ongevallen, maar raken daarbij wel vaker wel gewond.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 51
Ongevallen en slachtoffers Kapelle 2014-2023 Totaal per wegbeheerder 250
215
213
200
166
150 111 100 50
40
31
2
2
3
Provincie
Waterschap
Gemeente
2 0
Rijk
45
28
Ongevallen
Gewonden
6
2
0
Onbekend
Doden
Afbeelding 2. Ongevallen en slachtoffers 2014-2023 per wegbeheerder. Bron: Viastat
Ongevallen Kapelle 2014-2023 Totaal per wegbeheerder per jaar 60 50 40 30 20 10 0
2014
2015
2016 Rijk
2017 Provincie
2018 Waterschap
2019
2020
Gemeente
2021
2022
2023
Onbekend
Afbeelding 3. Ongevallen 2014-2023 per wegbeheerder per jaar. Bron: Viastat
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 52
Slachtoffers Kapelle 2014-2023 Totaal per vervoerwijze
624 400 350 300 250 200 150 100
84
57
50
5 1
1
39 29
29
0
2 0
30 19
50 1
17
23 10
1
3
9 3 0
6 3 0
Gewonden
r ge
ke Vo
et g
an
bi E-
ot or M
ts om
fie
ts Br
ac Vr
Betrokkenen
Fie
ht
au
to
er ige Ov
ut el a st Be
Pe rs
on
en a
ut
o
o
0
Doden
Afbeelding 4. Slachtoffers 2014-2023 per vervoerwijze. Bron: Viastat
Wat hebben we gedaan in Kapelle? We hebben in 2021 een Wegenplan vastgesteld waarin een wegencategorisering is opgenomen en is verkend hoe de wegenstructuur verbeterd kan worden. Sindsdien hebben we: • • • •
• •
• • •
… wegen opnieuw ingericht, waaronder de Stationsstraat en de Klinker; … een bijdrage geleverd aan het verkennen van knelpunten in het landbouwroutenetwerk; … verschillende parkeerdrukmetingen laten uitvoeren in alle kernen en enkele gebiedsgerichte metingen in het centrum van Wemeldinge en Kapelle; … een begin gemaakt met de aanpak van de wateroverlast in Kapelle-West, waarbij de Dijkwelsestraat opnieuw is ingericht en de voorbereidingen zijn gestart voor herinrichting van onder andere De Warretjes, Ceresstraat, Oude Bosstraat en Vijverstraat; … meerdere verkeersmeting uitgevoerd op de Vroonlandseweg om de verkeerssituatie van fietsers en gemotoriseerd verkeer in beeld te brengen; … verschillende modelstudies laten uitvoeren om de verkeerssituatie in beeld te brengen na ontwikkeling van Zuidhoek IV en Smokkelhoek II. Daarbij is ook gekeken naar de effecten voor de bestaande wegenstructuur; … de voetgangersstructuur verbeterd door een trottoir aan te leggen aan de Havenweg in Biezelinge; … de Oostambachtweg in Kapelle omgevormd tot 30 km-zone vanwege de komst van een opvanglocatie; … verzoeken in behandeling genomen om voetgangersoversteekplaatsen aan te leggen bij het nieuwe winkelcluster aan de Abdijstraat in Kapelle en de Biezelingsestraat in Kapelle.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 53
3. Infrastructuur Waarom? 1.
We hebben ons aangesloten bij de aanpak van infrastructuur in het kader van Duurzaam Veilig Wegverkeer (kader 1 op pagina 2). Nog niet alle wegen zijn ingericht volgens de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Als wegbeheerder passen we daarnaast de richtlijnen toe van het CROW, die aansluiten op de aanpak van Duurzaam Veilig.
2. In ons Wegenplan Kapelle 2021 staan herinrichtingsopgaven die nog niet zijn uitgevoerd. 3. Er liggen binnen de gemeente Kapelle knelpunten uit het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer die opgelost moeten worden. 4. We willen de fietsinfrastructuur verbeteren, waarbij we aansluiten bij het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets. 5. We ontvangen verzoeken voor voetgangersoversteekplaatsen (VOP’s, zebrapaden) en willen weten in hoeverre bestaande VOP’s veilig zijn ingericht. Met VOP’s verbeteren we de toegankelijkheid van de openbare ruimte, een van de aandachtspunten uit de Lokale Inclusie Agenda die we opstellen. 6. In 2021 hebben we samen met de gemeente Reimerswaal, waterschap Scheldestromen, provincie Zeeland en Rijkswaterstaat een Gebiedsgerichte aanpak Zuid-Beveland Oost (GGA) opgesteld met hoofdstructuren voor alle modaliteiten en knelpunten in het gebied die we willen aanpakken. Hoe? 1.
Bij de verbetering van infrastructuur houden we ons aan de richtlijnen van Duurzaam Veilig Wegverkeer. Om de prioriteiten te bepalen, pakken we de verbetering van infrastructuur risicogestuurd aan (kader 2). We sluiten hiermee aan bij het SPV. De basis voor de verbetering van de infrastructuur is een inventarisatie van risicofactoren. Het gaat enerzijds om objectieve indicatoren (ongevallen, snelheid, inrichting weg), maar we nemen ook subjectieve aspecten mee (meldingen). Alle wegen zijn getoetst met een zogenaamde vormtoets. Op deze manier krijgen we een beeld van de infrastructuur die verbeterd moet worden. De risicoanalyse vormt de verplichte basis voor een subsidieaanvraag in het kader van de landelijke SPV-subsidie. Zodra er weer een subsidieregeling wordt opengesteld, dragen we projecten aan.
2. In ons Wegenplan Kapelle 2021 is een actielijst opgenomen met infrastructurele maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren. De projecten en hun status zijn weergegeven in bijlage 1. Zodra straten onderhoud nodig hebben, nemen we deze projecten Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 54
mee. We maken daarbij ook gebruik van de knelpunten die we in november 2025 hebben opgehaald bij bewoners en andere geïnteresseerden (hoofdstuk 5, uitvoeringsprogramma, bijlage 1). 3. In 2022 is het provinciaal Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer Zeeland (KLZ) geactualiseerd. Ook op het grondgebied van de gemeente Kapelle liggen enkele knelpunten. We pakken deze knelpunten gezamenlijk op met Rijkswaterstaat, de provincie en het waterschap, de andere wegbeheerders in de gemeente. 4. Op 20 april 2023 hebben we de intentieverklaring voor het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets (ZTF) ondertekend. Samen met de andere Zeeuwse overheden en betrokken stakeholders gaan we aan de slag om het fietsgebruik te stimuleren. Dit gebeurt aan de hand van een (nog op te stellen) uitvoeringsprogramma. 5. Aan de hand van een afwegingskader VOP’s toetsen we de veiligheid van bestaande VOP’s en stellen we voorwaarden vast voor de aanleg van nieuwe VOP’s. 6. In de GGA Zuid-Beveland Oost zijn knelpunten geclusterd en afspraken gemaakt over acties die vanaf 2022 uitgevoerd gaan worden. Wat? De pijler infrastructuur en omgeving geeft aanleiding tot de volgende acties: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Aanpak wegen van de vormtoets die in de top-13 staan (afbeelding 5 en tabel 1). Aanpak wegen uit het Wegenplan Kapelle 2021. Aanpak knelpunten uit het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer Zeeland (tabel 2). Aandacht voor verbeteren infrastructuur in het nieuwe gemeentelijk fietsbeleid Afwegingskader voetgangersoversteekplaatsen (VOP’s). Zie bijlage 2. Aanpak knelpunten uit de GGA Zuid-Beveland Oost.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 55
Top-13 aandachtslocaties SPV Kapelle (alle locaties die als slecht of matig beoordeeld zijn in de vormtoets) 1 Wemeldingse Zandweg, Wemeldinge
5 Oostelijke Kanaalweg, Wemeldinge 6 Prinses Julianastraat, Wemeldinge 7 Bonzijweg, Wemeldinge
2 Stationsstraat, Kapelle
8 N670 / Postweg, Kapelle 9 Vroonlandseweg, Kapelle
3 Biezelingseweg, Kapelle
10 Noordstraat, Biezelinge 11 Middenweg, Biezelinge
4 De Klinker, Biezelinge
12 Smokkelhoekweg, Biezelinge 13 Kloosterweg, Biezelinge
Afbeelding 5. Top-13 aandachtslocaties SPV (in willekeurige volgorde).
Aandachtslocatie 1
Beschrijving Wemeldingse Zandweg, Wemeldinge
2
Stationsstraat, Kapelle
3
Biezelingseweg, Kapelle
4
De Klinker, Biezelinge
5
Oostelijke Kanaalweg, Wemeldinge
6
Prinses Julianastraat, Wemeldinge
7
Bonzijweg, Wemeldinge
8 9
N670 / Postweg, Kapelle Vroonlandseweg, Kapelle
10
Noordstraat, Biezelinge
11
Middenweg, Biezelinge
12
Smokkelhoekweg, Biezelinge Kloosterweg, Biezelinge
13
Tabel 1. Top-13 aandachtslocaties SPV.
Omschrijving knelpunten Snelheidsremmende maatregelen ontbreken, drempel bij komgrens heeft beperkt effect op snelheid Gedeelte ten oosten van station heeft weinig snelheidsremmende maatregelen en matige fietsvoorzieningen. Ter hoogte van aansluiting Dijkwelseweg ontbreken trottoir en fietsvoorzieningen Lange rechtstanden zonder snelheidsremmende maatregelen Lange rechtstanden zonder snelheidsremmende maatregelen en er ontbreken fietsvoorzieningen Lange rechtstanden zonder snelheidsremmende maatregelen Weg voldoet niet aan inrichtingskenmerken 30 kmzone Hoge snelheid van het verkeer Verkeersveiligheid voor fietsers verbeteren Snelheidsremmende maatregelen en trottoir ontbreken Aansluiting met Abdijstraat is voor fietsers onveilig vormgegeven Weg is niet volgens de richtlijnen ingericht Fietsvoorzieningen en snelheidsremmende maatregelen ontbreken
Opmerkingen
Westelijk deel is in 2023 opnieuw ingericht.
Kruispunt met Dijkwelseweg wordt in 2026 opgepakt. Straat is in 2023 opnieuw ingericht.
Knelpunt P1
P2
Route Kapelseweg, Kloetinge
Kapelle, doorgaande route door de kom
Omschrijving knelpunt Drukke schoolroute. Verkeer gemengd op een smalle weg
Betrokken partijen en status Provincie Zeeland, waterschap Scheldestromen, gemeente Goes, gemeente Kapelle We zijn in overleg met bovengenoemde partijen over toekomstige aanpak. Waterschap Scheldestromen, gemeente Kapelle
Route door Kapelle via Dijkwelsestraat en Goessestraatweg. Verkeer rijdt ook Nog geen aanpak voorzien. via de Verlorenweg en Oostweg naar de N670. Dit zijn echter ook smalle wegen die niet geschikt zijn voor doorgaand landbouwverkeer. Tabel 2. Knelpunten uit het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer Zeeland, gelegen in Kapelle. Er wordt onderscheid gemaakt in prioritaire knelpunten (P) en overige knelpunten (O). In en nabij Kapelle liggen alleen prioritaire knelpunten.
Kader 2 Risicogestuurde aanpak De basis voor de verbetering van de infrastructuur is de inventarisatie van risicofactoren. Dit is een mix van objectieve indicatoren waar ook subjectieve aspecten in zijn meegenomen. We krijgen op deze manier een beeld van de infrastructuur die op basis van een risicoanalyse moet worden verbeterd. In het kader van de landelijke SPV-subsidie is de risicoanalyse een verplichte basis voor een subsidieaanvraag. We hebben alle gemeentelijke wegen in de gemeente Kapelle getoetst op hun risico’s. Dit is gebeurd aan de hand van tabellen met de volgende gegevens: 1. Locatie wegvak 2. Categorisering. We benoemen hier of het gaat om een gebiedsontsluitingsweg of een erftoegangsweg en of er sprake is van een (hoofd)route voor landbouw- of fietsverkeer of openbaar vervoer 3. Objectieve gegevens, waaronder de gemeten (bandbreedte) snelheid op basis van VIA Speedprofiles, de geregistreerde ongevallen (VIAstat) en globale verkeersintensiteiten 4. Subjectieve gegevens, waaronder meldingen via het Participatiepunt van Veilig Verkeer Nederland en bij de gemeente bekende meldingen 5. Een toets van het wegvak, bestaande uit een vormtoets (voldoende, matig of onvoldoende) waarmee de belangrijkste afwijkingen worden benoemd van de ontwerprichtlijnen volgens Duurzaam Veilig / CROW. Ook is gekeken naar de inrichting van de kruispunten
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 58
4. Gedrag en educatie Waarom? 1.
Verkeersonderwijs, zowel thuis als op school, een goede rijopleiding en voorlichting dragen bij aan veilig verkeersgedrag. Met verkeersonderwijs en een rijopleiding kunnen vaardigheden worden aangeleerd. Voorlichting draait om kennisvermeerdering en gedragsverandering van verkeersdeelnemers, bijvoorbeeld ten aanzien van rijden onder invloed. Uit cijfers van het CBS blijkt dat van alle fietsers die jaarlijks overlijden het merendeel 70 jaar of ouder is. 33% van alle dodelijke fietsongelukken vindt plaats met een elektrische fiets. De groep 70-plussers op de elektrische fiets vraagt daarom bijzondere aandacht.
Hoe? 1.
Gedrag en educatie wordt veelal gecoördineerd door het ROVZ. Denk daarbij aan doelgroepacties voor ouderen (valpreventie, scootmobielcursussen, e-bikecursussen), en jongeren, scholieren (verkeersveiligheidslabel, remwegdemo’s, veilig omgaan met landbouwverkeer, praktisch verkeersexamen primair onderwijs, skate-clinics, voorlichting alcohol en drugs in het verkeer). We willen dat het ROVZ deze rol blijft nemen. Waar nodig zorgen we voor ondersteuning vanuit de gemeente.
2. We nemen deel aan het Samenwerkingsconvenant Inbedding van Verkeerseducatie in het Voortgezet Onderwijs (VEVO). Wat? De pijler gedrag en educatie geeft aanleiding tot de volgende acties: 1.
In ons Wegenplan Kapelle 2021 is verkeerseducatie geen thema. We constateren alleen dat de inrichting van wegen soms het verkeerde gedrag kan uitlokken. Het aanpassen van de inrichting heeft echter betrekking op de pijler infrastructuur. In Zeeland zetten we via het ROVZ in op de aspecten gedrag en educatie. Op maat en schaal van Kapelle zijn de volgende acties het overwegen waard: a. Zeeuws Verkeersveiligheidslabel (ZVL) op 100% van de basisscholen in Kapelle. Het ZVL-programma bestaat niet alleen uit theoretische verkeerseducatie, maar gaat ook over het oefenen van fietsvaardigheden, het ervaren van de dode hoek bij vrachtwagens en het leren inschatten van risico’s. Ook wordt aandacht besteed aan het haal- en brenggedrag van ouders bij scholen, een belangrijk onderwerp bij alle basisscholen. b. Cursussen rijden met een e-bike en scootmobiel. c. Aansluiten bij (provinciale) campagnes ROVZ, zoals de BOB-campagnes in de kantine bij sportverenigingen en MONO-campagne. d. Diverse educatiepakketten van Veilig Verkeer Nederland (VVN), variërend van dode hoeklessen op basisscholen tot opfriscursussen rijvaardigheid voor ouderen. Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 59
2. We blijven onze snelheidsdisplays via een roulatiesysteem ophangen, om daarmee het verkeer bewust te maken van hun rijsnelheid. 3. Met de jaarlijkse (poster)actie Onze scholen zijn weer begonnen maken we het verkeer na de vakanties extra bewust van het schoolgaande verkeer.
Afbeelding 6. Overzicht basisscholen met (blauw) en zonder (rood) Zeeuws Verkeersveiligheidslabel (Bron: Provincie Zeeland).
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 60
5. Handhaving Waarom? 1.
Verkeershandhaving versterkt de norm van veilig verkeersgedrag en kan naleving van regels afdwingen met sancties. Bij handhaving van de verkeersregels is de gevoelsmatige (subjectieve) pakkans vaak belangrijker dan de feitelijke (objectieve) pakkans.
2. Handhaving door politie is in de afgelopen jaren achtergebleven bij de ambities op andere terreinen. Politie-inzet kwam steeds meer onder druk te staan door bezuinigingen en taakverzwaringen. Hoe? 1.
Voor verkeershandhaving heeft het Openbaar Ministerie beleidsregels opgesteld die de handhaving regelen. Zo moet er sprake zijn van absolute verkeersonveiligheid op wegen waar de inrichting past bij de snelheidslimiet. In een risicogestuurde aanpak van verkeersveiligheid past dit beleid niet helemaal. Verkeershandhaving moet dan in samenspel met andere middelen worden ingezet op plaatsen waar de risico’s het grootst zijn. Handhaving wordt dan daar ingezet waar dat het meest effectief is. Dat vraagt afstemming met het Openbaar Ministerie en de politie, iets wat we samen met het ROVZ oppakken.
2. We onderzoeken of we de capaciteit kunnen vergroten. Er is in de afgelopen jaren al veel ingezet op verbetering van de infrastructuur. De mogelijkheden om dit kosteneffectief te blijven doen, zijn niet onuitputtelijk. Daarom pleiten we voor een veel grotere inzet van handhaving. We willen dat mogelijk maken door provinciebreed met het ROVZ te kijken naar het vergroten van de capaciteit bij de politie. Ook de inzet van alternatieve vormen van handhaving, bijvoorbeeld de inzet van BOA’s onderzoeken we. BOA’s krijgen in dat scenario de bevoegdheid om de handhaving van sommige verkeersregels ter hand te nemen en ook boetes uit te schrijven. Het gaat dan om ‘lichte verkeersovertredingen’, zoals telefoongebruik op de fiets, het negeren van rood licht door fietsers en voetgangers en het dragen van fietsverlichting. Vergelijkbare pilots zijn al opgestart in onder andere Breda en Zaanstad. Wat? De pijler handhaving geeft aanleiding tot de volgende acties: 1. Verbeteren samenwerking lokale driehoek <-> verkeersbeleid. 2. Onderzoek pilot handhaving (verkeersboetes door boa’s).
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 61
Bijlage 1 – Knelpunten GGA Zuid-Beveland Oost Knelpunten rond Kapelle in de GGA Zuid-Beveland Oost
Uitsneden knelpunten omgeving Kapelle uit de GGA Zuid-Beveland Oost.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 62
Nr. Omschrijving knelpunt Kapelle en Biezelinge 1 Fietsers en landbouwverkeer samen
2 Kruispunt met gevaarzetting 3 Kruispunt met gevaarzetting 4 Kruispunt met gevaarzetting 5 GOW-80 afwaarderen naar ETW-60 6 Doorgaand verkeer door kern Kapelle 7 Sluipverkeer Wemeldinge en Overtieringe 8 Kruispunt met gevaarzetting 9a Complexe en onveilige kruispunten 9b Complexe rotonde en voorsorteervakken 10 Snelheid verlagen op wegvak 11 Onveilige fietsoversteek 12 Smalle fietspaden 13 Kruispunt met gevaarzetting 14 Onveilige fietsoversteek 15 ETW-60 omvormen naar GOW-50 16 Kruispunt met gevaarzetting 17 Kruispunt met gevaarzetting 18 Kruispunt met gevaarzetting 19 Kruispunt met gevaarzetting 20 Kruispunt met gevaarzetting 21 Sluipverkeer naar Gresnigt en Seasun 22 Weg inrichten als GOW-80 Wemeldinge 1 ETW-60 omvormen naar ETW-30 2 Weg inrichten als GOW-80
Opmerkingen / Status Er ligt een voorstel klaar om landbouwverkeer toe te staan op de provinciale weg.
Niet meer actueel. Blijft GOW-80
Uitgevoerd. Aangepakt.
Ambitie in het kader van Boulevardvisie
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 63
Bijlage 2 – Afwegingskader aanleg VOP’s Afwegingskader aanleg voetgangersoversteekplaatsen (VOP’s) Inleiding Gemeente Kapelle stimuleert actieve mobiliteit, zoals lopen. De veiligheid van de voetganger vinden we daarom belangrijk. Voetgangersoversteekplaatsen (VOP’s), bij de meeste mensen beter bekend als zebrapaden, zijn soms nodig om delen van het netwerk voor voetgangers veilig met elkaar te verbinden. Duidelijk beleid hiervoor bestaat er niet. Er zijn enkele wettelijke bepalingen over de uitvoering van een VOP. Ook geeft het CROW een aantal aanbevelingen voor het realiseren van een veilige oversteek. Het is alleen niet helder waar en in welke vorm oversteekplaatsen gerealiseerd moeten worden. In dit afwegingskader stellen we daarom randvoorwaarden voor de manier waarop we omgaan met bestaande (eventueel aan te passen) en toekomstige VOP’s in de gemeente Kapelle. Het kader wordt gebruikt om de noodzaak en inrichting van bestaande en toekomstige VOP’s te toetsen. Oversteken binnen Duurzaam Veilig Eén van de principes van Duurzaam Veilig is dat verkeersongevallen worden voorkomen door een herkenbare vormgeving van de wegen. Daarom vallen alle wegen onder een bepaalde categorie en worden wegen binnen een categorie op dezelfde manier ingericht. De weggebruiker weet op die manier wat er van hem of haar wordt verwacht.
Binnen de bebouwde kom worden twee typen wegen onderscheiden: •
Gebiedsontsluitingswegen (50 km/u of 70 km/u). Doorstroming van het verkeer heeft hier een hogere prioriteit dan uitwisselen. Oversteken gebeurt in principe alleen bij kruispunten. Het kan ook op andere logische plaatsen, mits voldoende aandacht wordt besteed aan de verkeersveiligheid.
•
Erftoegangswegen (30 km/u). Oversteken gebeurt hier meer verspreid, naar eigen inzicht van de voetganger. Er zijn vaak geen aanvullende maatregelen nodig om dit mogelijk te maken Aandacht voor het oversteken is er vaak bij gebundelde oversteekrelaties ter hoogte van scholen of winkelclusters.
Voorwaarden voor een aangename oversteek Bij het oversteken moeten voetgangers inschatten 1) hoe lang zij bezig zijn met oversteken en 2) hoe bruikbaar de hiaten in de voertuigstromen zijn om de oversteek te maken. De volgende voorwaarden zijn van invloed op het maken van een aangename oversteek: •
Oversteeklengte maximaal 7 meter. Rijbanen met twee rijstroken en een breedte van 7 meter zijn voor voetgangers lastig om over te steken. Dit kan verbeterd worden door de oversteek in twee etappen uit te voeren of de weg plaatselijk te versmallen.
•
V85 van naderende voertuigen is bij voorkeur 30 km/u en maximaal 50 km/u. Dit betekent dat 85% van het verkeer de oversteekplaats nadert met een snelheid van maximaal 50 km/u. Het inschatten van snelheden van nadere motorvoertuigen is voor voetgangers lastig.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 64
Als voetgangers de snelheid hoger inschatten, leidt dit tot onbenutte bruikbare hiaten. Schatten zij de snelheid lager in, dan leidt dit tot verkeersonveilige situaties. •
Voldoende zichtlengte gedurende dag en nacht. Zowel bestuurders als voetgangers moeten elkaar tijdig kunnen waarnemen. Het zicht van automobilist is daarom minimaal gelijk aan zijn stopzicht (remweg), zodat hij op tijd voorrang kan geven aan de voetganger. Andersom moet het uitzicht van de voetganger groter zijn dan de afstand die een voertuig aflegt gedurende de oversteektijd. Alleen binnen zo’n hiaat is oversteken veilig mogelijk.
•
Wachttijd maximaal 30 seconden. Bij een wachttijd korter dan 30 seconden nemen voetgangers minder risico. Een gemiddelde wachttijd van 15 seconden is een streven. Bij een intensiteit hoger dan 700 mvt/u (motorvoertuigen per uur; spitsintensiteit van een weg met ca. 6.500 mvt/etmaal) hebben volwassen voetgangers moeite om de oversteek te maken. Voor ouderen en mensen met een beperking ligt de grens op ca. 400 mvt/u (spitsintensiteit van een weg met ca. 3.500 mvt/etmaal).
•
Voorzieningen voor mensen met een beperking. Voor deze doelgroep is oversteken vaak lastiger. Extra voorzieningen zijn gewenst om de oversteek makkelijker te maken. Denk aan een verlaagd trottoir bij de oversteekplaats, gids- en/of geleidelijnen of een oversteek in etappen.
Nut en noodzaak van een zebrapad Er zijn meerdere mogelijkheden om de voetganger in een bevoorrechte positie te brengen: • • •
•
Verkeerslichten. Voetgangers krijgen hiermee een vooraf ingestelde tijd om – zonder conflicten – hun oversteek te maken. Inzet verkeersregelaar. Verkeersregelaars of -brigadiers zijn effectief als er gedurende korte periodes van de dag groepen voetgangers moeten oversteken. De inzet is dus tijdelijk. Uitritconstructies. Bij wegen met een verschil in hiërarchie wordt vaak een uitritconstructie toegepast. Omdat het voetpad doorloopt tot over het kruispunt, heeft de voetganger voorrang op het andere verkeer. Bijkomend voordeel is dat de uitritconstructie een lagere snelheid afdwingt. Voetgangersoversteekplaats (VOP). Vaak wordt dit gezien als de oplossing voor oversteekproblemen. Een zebrapad leggen we niet zomaar aan. Alleen als er sprake is van één van onderstaande situaties, overwegen we om een zebrapad aan te leggen:
1.
Opheffen voorrangsongelijkheid. Verkeerssituaties zijn beter te begrijpen en veiliger als dezelfde regels van toepassing zijn. Gaat de voetgangersoversteek samen met een fietsoversteek, dan is het belangrijk dat ze dezelfde voorrangsregeling hebben. Heeft de fietser voorrang, dan krijgt ook de voetganger een vrije doorgang.
2. Wachttijd verminderen. We vinden dat voetgangers een straat slecht kunnen oversteken, als ze hiervoor gemiddeld 15 en maximaal 30 seconden moeten wachten. Een VOP helpt in zo’n geval om het oversteken te verbeteren. In theorie ontstaan op die manier meer bruikbare hiaten voor de voetganger. In de praktijk blijkt dat voetgangers niet altijd voorrang Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 65
krijgen, met name bij hogere verkeersintensiteiten. In die gevallen is het wenselijk om maatregelen te nemen waarmee de intensiteiten en/of snelheden omlaaggaan. 3. Voetgangers bijzonder primaat geven ten opzichte van gemotoriseerd verkeer. Dit is vaak een subjectieve afweging waarbij het succes afhangt van de locatie of omgeving. Denk hierbij aan scholen of verpleeghuizen of winkel- of stationsgebieden. Bij de eerstgenoemde locaties ondersteunt een VOP kwetsbare doelgroepen zoals jongeren en ouderen met oversteken. Bij de laatstgenoemde locaties gaat het vooral om het faciliteren van de oversteek van grotere voetgangersstromen. 30 km/u
> 400 mvt/spitsuur of >100 mvt/spitskwartier > 200 mvt/spitsuur of >50 mvt/spitskwartier
Meer dan 100 voetgangers/etmaal en meer dan 50 kinderen/ouderen Voorziening (zebra)
Minder dan 100 voetgangers/etmaal en meer dan 50 kinderen/ouderen Voorziening (zebra)
Minder dan 25 voetgangers/etmaal
Voorziening (zebra)
Geen voorziening
Geen voorziening
Geen voorziening
Bij 50 km/u-wegen is een zebrapad alleen te overwegen bij intensiteiten tot 1.500 voertuigen/spitsuur of tot 375 voertuigen/spitskwartier en meer dan 100 voetgangers/etmaal en meer dan 50 kinderen/ouderen. Bij hogere intensiteiten moet een verkeerslicht of ongelijkvloerse oversteek overwegen worden. Bij minder voetgangers is een oversteekvoorziening ongewenst. Om inzicht te krijgen in de verkeersintensiteiten, maken we gebruik van het Verkeersmodel Bevelanden met prognosejaar 2040. Uitvoering De minimale uitvoering van een voetgangersoversteek is wettelijk vastgelegd in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften BABW. Het doel van een oversteekplaats is om te zorgen voor een veilige oversteek. Daarom zorgen we altijd voor: • Een zo kort mogelijke oversteeklengte; • Het aanbrengen van zebramarkering met een lengte van 4 meter; • Het plaatsen van verkeersborden L2; • Het plaatsen van verlichting in afwijkende kleur of sterkte; • Het aanbrengen van voorzieningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking, zoals geleidelijnen; • Het aanbrengen van een trottoirafrit, zodat ouderen, met een beperking en personen met bijvoorbeeld rolstoel of kinderwagen er eenvoudig gebruik van kunnen maken;
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 66
Daarnaast zorgen we bij gebiedsontsluitingswegen (GOW 50 km/u of 70 km/u) altijd voor de volgende maatregelen en overwegen we om deze toe te passen bij erftoegangswegen (ETW 30 km/u): • Een gefaseerde oversteek om de oversteeklengte te verkorten; • Het aanbrengen van snelheidsremmers.
Voor het opstellen van dit afwegingskader is gebruikgemaakt van de publicatie ‘Oversteken doen we zo!’ van de gemeente Geertruidenberg (16 januari 2020) en de richtlijnen van het CROW.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 67
4 Wegenplan De gemeente Kapelle heeft in 2021 een Wegenplan vastgesteld met als doel een samenhangende visie op het wegennet binnen de gemeente te creëren. Dit plan bood een concreet kader voor de actuele opgaven op het gebied van mobiliteit en infrastructuur. Met het verstrijken van de tijd en de ontwikkelingen in verkeer, leefbaarheid en duurzaamheid, is het noodzakelijk om het Wegenplan te actualiseren. Met dit geactualiseerde Wegenplan wordt ingezet op een evenwichtige verdeling van het verkeer, verbeterde doorstroming en een veilige, duurzame leefomgeving. Het vormt de basis voor toekomstige ontwikkelingen en infrastructurele keuzes binnen de gemeente Kapelle.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 68
1. Inleiding In de gemeente Kapelle liggen de kernen Kapelle, Biezelinge, Wemeldinge en Schore. Binnen de bebouwde kom is de gemeente verantwoordelijk voor het wegbeheer, terwijl wegen buiten de bebouwde kom vaak onder het beheer van het Rijk, de provincie of het waterschap vallen. Desondanks is een integrale benadering essentieel, aangezien het wegennet een hiërarchische structuur heeft waarin alle verbindingen samenhangen en de verkeersstromen beïnvloeden. Dit nieuwe Wegenplan bouwt voort op het fundament van 2021, waarbij eerdere opgaven zijn geactualiseerd en aangevuld met nieuwe inzichten en een concreet uitvoeringsplan. Bij de totstandkoming van het Wegenplan 2021 is nadrukkelijk de inbreng van de lokale gemeenschap meegenomen. Door middel van enquêtes en analyses van verkeersgegevens zijn knelpunten en verbeterkansen geïdentificeerd, wat heeft geleid tot specifieke opgaven per kern. De opbrengst uit deze participatieve aanpak blijft ook in het nieuwe plan een belangrijke rol spelen, zodat de infrastructuur optimaal aansluit op de behoeften van inwoners, bedrijven en bezoekers. We hebben voor dit Mobiliteitsplan bewoners en andere geïnteresseerden opnieuw de mogelijkheid geboden om te reageren op de knelpunten. Ook konden andere knelpunten worden aangedragen. We hebben deze reacties en aanvullingen opgenomen in bijlage 1 van hoofdstuk 5, Uitvoeringsprogramma.
Kapelle heeft een strategische ligging binnen Zeeland, met goede verbindingen naar omliggende gemeenten en de A58. Dit biedt economische en sociale voordelen, maar brengt ook mobiliteitsuitdagingen met zich mee. Kapelle en Biezelinge zijn in de loop der jaren steeds meer naar elkaar gegroeid, waardoor de verkeersdruk toeneemt. Wemeldinge trekt door zijn recreatieve functie veel seizoensverkeer, wat vraagt om een heroverweging van de verkeersstructuur. In Schore speelt vooral de verkeersveiligheid een rol, met name door de snelheid op bepaalde wegen rondom de kern. Met dit geactualiseerde Wegenplan wordt ingezet op een evenwichtige verdeling van het verkeer, verbeterde doorstroming en een veilige, duurzame leefomgeving. Het vormt de basis voor toekomstige ontwikkelingen en infrastructurele keuzes binnen de gemeente Kapelle.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 69
2. Wegenplan 2021 In 2021 heeft de gemeente Kapelle een Wegenplan vastgesteld dat een compleet beeld gaf van de ambities voor het wegennet binnen de gemeente. Het plan maakt een concrete vertalingsslag van de actuele opgaven destijds. Aanleiding Het Wegenplan 2021 heeft betrekking op de kernen binnen de gemeente Kapelle: dit zijn Kapelle, Biezelinge, Wemeldinge en Schore, Wegen binnen de bebouwde kom zijn behoren in de regel tot het beheersgebied van de gemeente. Buiten de bebouwde kom is de situatie anders. De wegen hier vallen weliswaar binnen de gemeentegrenzen, maar zijn vaak in beheer van het Rijk (A58), provincie (voornamelijk n-wegen) en het waterschap. Toch is het belangrijk om het gehele gemeentelijke wegennetwerk als een geheel te zien. Er is namelijk sprake van een hiërarchisch opgebouwd netwerk met veel samenhang. In andere woorden: de structuur van het (hoofd)wegennet bepaalt hoe verkeer zich verdeelt en op welke manier dit verkeer uiteindelijk in de verblijfsgebieden terecht komt. Het Wegenplan heeft daarom betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Kapelle. De gemeente heeft zeggenschap over haar eigen wegen en kan hierover zelf besluiten nemen. Voor de wegen buiten het beheersgebied geldt dat de gemeente afhankelijk is van samenwerking en afstemming met andere wegbeheerders om tot infrastructurele aanpassingen te komen.
Desondanks is het belangrijk om ook deze opgaven vast te leggen. Proces en opzet Uitgangspunt voor de totstandkoming van het Wegenplan 2021 is geweest om de inbreng van de lokale gemeenschap mee te nemen in het plan. Dit betekent dat zowel bewoners, bedrijven en andere instellingen zijn betrokken. Hiermee is zoveel mogelijk aangesloten op de ideeën en behoeften die binnen de maatschappij leven. Bij aanvang van het proces is een online enquête uitgezet waarin is gevraagd naar bevindingen, ideeën, meldingen en klachten van inwoners en ondernemers. Deze input is binnen een inventarisatiefase gecombineerd met feitelijke gegevens als rijsnelheden, verkeersongevallen en verkeerstellingen. Op basis van de inventarisatie zijn concrete opgaven per kern voor het Wegenplan 2021 geformuleerd. Vervolgens zijn in wegencategoriseringskaarten per deelgebied de opgaven verwerkt en de toekomstige wegennetwerken weergegeven. Vooruitblik Het Wegenplan 2021 heeft een tijdshorizon tot 2025 en loopt daarmee op zijn eind. Daarmee is het tijd voor een nieuwe Wegenplan dat rekening houdt met de laatste ontwikkelingen. Dit betekent niet dat de opgaven uit het oude Wegenplan worden genegeerd. Sterker nog, het plan heeft een sterke basis gelegd voor de toekomst. Delen van het plan zijn daarom opgenomen in dit Wegenplan.
De eerdere opgaven zijn daarbij geactualiseerd met een nieuwe wegencategorisering en zijn aangevuld met een uitvoeringsplan.
Mobiliteitsplan Kapelle 2026-2035 | 70
3. Context De gemeente Kapelle heeft een gevarieerd karakter. Binnen de gemeentegrenzen liggen meerdere kernen, maar een aanzienlijk deel bestaat ook uit landelijk gebied. Daarnaast speelt de ligging binnen Zeeland een belangrijke rol. Enerzijds is er de invloed van grotere, verkeer aantrekkende locaties zoals Goes en de A58, anderzijds fungeert Kapelle zelf als verzorgingsgebied en trekt het veel bezoekers uit omliggende kleinere kernen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de context van de gemeente Kapelle. Kapelle ligt ingeklemd tussen de gemeenten Goes, Borsele en Reimerswaal en heeft daarmee een relatief centrale ligging binnen Zeeland. De gemeente is goed bereikbaar, zowel per fiets als per auto. Er lopen diverse utilitaire en recreatieve fietsroutes door Kapelle, die tevens verbonden zijn met omliggende kernen. Daarnaast zorgt de nabijheid van de A58 voor vlotte verbindingen met NoordBrabant en de rest van Zeeland. Kapelle en Biezelinge Kapelle is de grootste kern van de gemeente en telt, samen met Biezelinge, bijna 10.000 inwoners. Voor een plaats van dit formaat beschikt Kapelle over een relatief groot aantal voorzieningen binnen het centrumgebied. Deze voorzieningen bedienen niet alleen de inwoners van Kapelle, maar trekken ook mensen uit omliggende kernen aan.
Ooit vormde de spoorlijn tussen Kapelle en Biezelinge een duidelijke grens: Kapelle lag ten noorden en Biezelinge ten zuiden van het spoor. Door diverse woonontwikkelingen en de uitbreiding van de Smokkelhoek zijn beide dorpen in de loop der jaren steeds verder naar elkaar toe gegroeid, wat heeft geleid tot een sterke wisselwerking en een grotere aantrekkingskracht. De goede bereikbaarheid van Kapelle brengt voordelen met zich mee, maar zorgt ook voor uitdagingen. De wegenstructuur in Kapelle en Biezelinge is onvoldoende aangepast aan de toegenomen verkeersstromen. In dit Wegenplan wordt hier extra aandacht aan besteed. Wemeldinge Wemeldinge ligt in het noorden van de gemeente Kapelle en wordt begrensd door de Oosterschelde en het Kanaal door Zuid-Beveland. Het dorp telt ongeveer 3.000 inwoners en heeft twee primaire ontsluitingsroutes: één naar Kapelle en één via de Postbrug (N670) naar Yerseke. Ook Wemeldinge staat voor uitdagingen op het gebied van de wegenstructuur. Met zijn jachthaven, diverse campings en vakantieparken is het een belangrijke recreatieve trekpleister. Vooral in het hoogseizoen zorgt dit voor een toename van het verkeer. Dit verkeer wordt via een relatief smalle doorgaande route over de Binnendijk en Boulevard door het dorp geleid. De toenemende verkeersdruk vraagt om heroverweging van de wegencategorisering en de inrichting van wegen.