2024-32a D24.302970 2024 VGRP eindrapport (R007) R007 verbreed GRP Kapelle definitief
Tekst van het document
3.4
Strategie rioleringszorg De strategie is het centrale deel van het verbreed GRP waarin het beleid voor de planperiode is vastgesteld. In deze evaluatie zijn de belangrijkste aspecten daarvan opgenomen.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-16-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
3.4.1
Ontwikkelingen De afgelopen periode heeft voor een belangrijk deel in het teken gestaan van het beperken van de kans op wateroverlast (masterplan wateroverlast) en klimaatadaptatie (duurzaamheidsagenda). Het perspectief van de rioleringszorg en de gemeentelijke watertaken is langzaam veranderd. Integraliteit is steeds belangrijker geworden. Niet alleen op projectniveau, maar ook op het samenwerkingsniveau tussen de boven- en de ondergrond en de inrichting van de openbare ruimte. De wetgever legt steeds meer keuzevrijheid bij de gemeenten, onder meer in de afwegingen rondom de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater (doelmatigheid). In de komende planperiode komt daar met de komst van de Omgevingswet nog meer bij, bijvoorbeeld het gezag over lozingen in het buitengebied. Daarnaast geeft de Omgevingswet een cultuuromslag weer van het ‘nee-tenzij’- naar ‘jamits-principe’. In het algemeen wordt voor de verwerking van overtollig hemelwater steeds vaker gekeken naar bovengrondse afvoer en berging, berging in de ondergrond (waar mogelijk) en het gebruik van de openbare ruimte. Een steeds verder digitaliserende wereld bereikt ook het domein van het stedelijke water. Om effectiever en efficiënter beheer toe te passen, wordt data steeds belangrijker.
In de komende planperiode wordt onderzocht op welke manier data van meerwaarde kan zijn voor huidige rioleringsbeleid.
3.4.2
Buitengebied De gemeente Kapelle kent 61 niet gerioleerde panden in het buitengebied. Voor deze nietgerioleerde panden heeft de gemeente ontheffing gekregen van de zorgplicht vanuit de provincie Zeeland voor onbepaalde tijd. Ontwikkelingen op het gebied van riolering in het buitengebied zijn waar nodig gecommuniceerd met de betreffende bewoners. Dit wordt, waar nodig, in de komende planperiode nogmaals herhaald. Op het gebied van beleid voor het buitengebied wordt, via de SAZ+, Zeeuws breed opgetrokken. Aan het begin van de afgelopen planperiode is er een grootschalige vervangingsronde van circa 100 drukrioleringsgemalen, inclusief afkoppelwerkzaamheden, afgerond.
3.4.3
Gegevensbeheer en planvorming Het rioolbeheersysteem waarin alle basiskenmerken van de objecten worden bijgehouden, is goed gevuld en voorzien van actuele informatie. Het verkrijgen van revisie vereist soms nog wat extra inspanning en is niet altijd compleet. Uit de vergelijking van de huidige gegevens uit het beheerbestand met het voorgaande verbreed GRP blijkt dat er sprake is van een toename aan lengte riolering. Dit betreft ongeveer 11%. Deze toename wordt met name gevonden in regenwaterriolering als gevolg van afkoppelwerkzaamheden. Hierbij is de gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe)
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-17-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
regenwaterriolering bij gelegd. Daarnaast vindt er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties (zoals de Zuidhoek) plaats die zorgt voor toename van het areaal. Werkzaamheden om aan te haken bij het beleid vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), het waterkwaliteitsspoor of het tegengaan van rioolvreemd water worden vaak integraal meegenomen in de uitvoeringsprojecten.
3.4.4
Vervangingsplanning De vervangingsplanning uit de strategie is op hoofdlijnen gevolgd. Deze planning is met name gevoed door de rioolinspecties en de resultaten van uitgevoerde rioleringsberekeningen uit de voorgaande planperiode (tegengaan wateroverlast). De planning heeft echter een dynamisch karakter, omdat het met regelmaat aangevuld kan worden met nieuwe informatie. Gedurende de planperiode is de oorspronkelijke planning door verschillende factoren uit de pas gaan lopen. Enerzijds is dit veroorzaakt door personele druk binnen de organisatie, anderzijds ook door externe (ruimtelijke) ontwikkelingen. Veel projectleiders zijn ingezet voor de voorbereiding van ruimtelijke plannen (bijvoorbeeld Zuidhoek, Maximahof), waarbij de reguliere vervangingsprojecten en beheertaken onder druk zijn komen te staan. Ook zijn diverse projecten ‘uitgebreid’ gedurende de uitvoering door aanvullende aspecten in te brengen of deelgebieden toe te voegen aan de oorspronkelijke projectscope. Aan het einde van de planperiode is een inhaalslag gemaakt in de geplande projecten door de inhuur van extra personeel (externe projectleiders). De effecten op de reguliere beheertaken zijn deels opgevangen binnen de samenwerking op de Bevelanden. Deze samenwerking werkt positief en is verder gegroeid in de afgelopen planperiode.
In de planperiode (2017-2022) is circa 14 km aan vrijverval riolering vervangen en nieuw aangelegd, zowel in uitbreidingsplannen als bij afkoppelprojecten (regenwaterriolering). Daarnaast is er ruim 1,5 km riolering gerelined. Het uitgangspunt voor bestaande riolering is in principe ‘relinen, tenzij’. Een overzicht van de uitgevoerde rioleringswerkzaamheden is opgenomen in bijlage 3. Een belangrijk aspect binnen de projecten dat in de afgelopen planperiode naar boven is gekomen, zijn de kosten van de grondstromen. Het afvoeren van overtollige grond is kostbaar en locaties zijn lastig te vinden. Dit drukt financieel zwaar op projecten, zoals bijvoorbeeld op het project Wemeldinge Noordzijde.
3.5
Strategie grondwater In de afgelopen planperiode heeft de gemeente Kapelle een gemeente-breed grondwatermeetnet gerealiseerd, mede om invulling te geven aan haar gemeentelijke grondwaterzorgplicht. Met dit meetnet, dat ruim 50 peilbuizen omvat verspreid over de verschillende kernen, wordt inzicht verkregen in de gemiddelde grondwaterstanden binnen de gemeente. In geval van vragen, maar ook bij klachten of calamiteiten kan van deze gegevens gebruik worden gemaakt.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-18-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Naast de peilbuizen heeft de gemeente ook drainage in openbaar gebied in beheer en onderhoud. Nieuwe drainage is beperkt aangelegd in de planperiode. Er is echter geen regulier onderhoudsprogramma voor de drainge in openbaar gebied.
3.6
Middelen en kostendekking Het hoofdstuk ‘middelen en kostendekking’ geeft inzicht in de vooraf geplande financiële consequenties van de werkzaamheden op het gebied van riolering en grondwater. Op basis van de geplande activiteiten is tevens inzichtelijk gemaakt welke personele middelen noodzakelijk zijn.
3.6.1
Personele middelen In het voorgaande GRP is inzichtelijk gemaakt dat er circa 5,4 fte noodzakelijk is om de geplande gemeentelijke watertaken uit te voeren (binnendienst en buitendienst). Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd, dat de gemeente Kapelle er voor kiest om een groot deel van deze taken uit te besteden (circa 60%). In de afgelopen planperiode is er gemiddeld circa 4,8 fte beschikbaar geweest voor de gemeentelijke watertaken, inclusief externe ondersteuning. Daarbij geldt ook nog dat er door personele wisselingen voor de periode van een jaar minder inzet is geweest. De gemiddelde interne bezetting bedraagt circa 2,2 fte. Een deel van de werkzaamheden waar de gemeente zelf niet aan toe kwam, is uitbesteed. Ondanks de inhuur van personeel zijn niet alle geplande taken uitgevoerd. Het werken op regiebasis vraagt ook tijd van de vaste medewerkers. Vooral op het gebied van uitvoering van projecten was het merkbaar dat er minder personeel beschikbaar was dan vooraf noodzakelijk werd geacht. Dit blijft een punt van aandacht voor de komende planperiode. Structureel gebrek aan (eigen) personele middelen leidt tot (een verdere) achterstand in de uitvoering van de werkzaamheden. Daarnaast is participatie een belangrijk onderdeel bij rioleringswerkzaamheden, hetgeen ook tijd en personele inzet kost.
3.6.2
Financiële middelen Zoals eerder genoemd zijn de uitgaven over het algemeen redelijk conform de planning uit het voorgaande verbreed GRP. Gedurende de planperiode zijn de kosten voor de exploitatie gestaag omhoog gegaan. De eenheidsprijzen zijn gestegen, maar de uitvoering van de beheertaken heeft hier en daar onder druk gestaan, waardoor de kosten in totaal binnen de begroting zijn gebleven. Verder is zichtbaar dat enkele posten juist lager zijn geworden (apparaatskosten, afschrijvingslasten), maar dat er ook meer uit de voorziening is gehaald en is toegevoegd aan de egalisatievoorziening. De totale gemiddelde exploitatielasten zijn gedurende de planperiode gestegen van ruim 1,1 tot bijna 1,3 miljoen euro.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-19-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Ten aanzien van de investeringen valt op dat deze gedurende de planperiode aanzienlijk fluctueren. Het jaar 2019 is hierbij duidelijk een jaar met beperkte investeringen, daar waar het jaar 2021 juist een positieve uitschieter is. Wel is gedurende de planperiode consequent een deel van de investeringen gefinancierd vanuit de voorziening riolering, waardoor over deze som geen afschrijvings- en rentelasten hoeven te worden gedragen. De inbreng vanuit de voorziening groeit van ruim € 422.000,- in 2017 naar € 600.000,- in 2021. In de grotere projecten die gekoppeld zijn aan de investeringen wordt steeds duidelijker zichtbaar dat de doorlooptijd groter wordt. Aspecten als interdisciplinaire afstemming en samenwerking binnen de gemeente, maar ook burgerparticipatie dragen daaraan bij. Dit leidt tot ‘onderuitputting’ van de budgetten. Daarnaast wordt de planning van projecten, en ook de doorlooptijd, sterk beïnvloed door de toegenomen voorbereidingstijd van de nutsbedrijven. Zij dienen tot soms wel twee jaar vooraf inzicht te hebben in de voorgenomen werkzaamheden. Tabel 3.1: verloop investeringen voorgaande planperiode
totale uitgaven investeringsprojecten € 1.600.000
€1.427.110
€ 1.400.000
€1.227.844
€ 1.200.000 € 1.000.000
€961.030 €810.569
€ 800.000 €533.097
€ 600.000 € 400.000 € 200.000 €2017
2018 investeringen
2019
2020
2021
voorziening
De toegenomen doorlooptijd van projecten, maar ook de noodzakelijke inzet van personeel voor integrale en niet direct riool-gerelateerde projecten alsmede voor ruimtelijke projecten maken dat de omvang van de rioleringsinvesteringen fluctueert en op sommige momenten onder druk staat.
3.6.3
Kostendekking De gemeente ontvangt middelen uit nieuwe rioolaansluitingen en uit de rioolheffing die burgers en bedrijven betalen. Gedurende de planperiode is de heffing gestegen en kent een ruim kostendekkend niveau. Het overschot wordt in de voorziening gestort, waaruit (een deel van) de investeringen wordt betaald. Op deze manier worden de kapitaallasten steeds verder teruggedrongen en de kosten op lange termijn beperkt.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-20-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
4
Visie en ambitie In dit hoofdstuk wordt vooruit gekeken. Er wordt een stip op de horizon geplaatst en daar wordt met gepaste ambitie, stapsgewijs en doelgericht naartoe gewerkt. Door vooruit te blikken worden ook kansen zichtbaar. Door deze kansen te benutten kan werk met werk worden gemaakt en kan op sommige momenten hetzelfde worden bereikt tegen minder kosten of meer worden bereikt tegen gelijke kosten. De visie verwoordt de stip op de horizon. In hoofdstuk 2 is de visie reeds verwoord. Deze luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond, robuust en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente Kapelle.
4.1
Toelichting visie Grote ombuigingen binnen de rioleringszorg kunnen niet van de een op andere dag worden doorgevoerd. Onderdelen van het rioleringssysteem kennen een lange levensduur. Fysieke ingrepen vereisen veel inspanning en kosten en worden om die reden over meerdere jaren uitgespreid. Met de wetenschap dat veranderingen in de rioleringszorg tijd kosten, is het belangrijk om gedoseerd te bouwen aan een water- en rioleringssysteem dat voldoet aan de omstandigheden zoals die te verwachten zijn over een langere periode van 30 tot 50 jaar. In de navolgende paragrafen wordt vanuit de gemeentelijke watertaken beschreven hoe dit op hoofdlijnen vorm krijgt.
4.1.1
Afvalwater Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Kapelle produceren afvalwater. De gemeente heeft de wettelijke plicht om dit afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de met het waterschap overeengekomen overnamepunten. Daar wordt het afvalwater overgedragen aan het waterschap om te worden getransporteerd en gezuiverd. Het streven van de gemeente Kapelle is om het inzamelen en transporteren van het afvalwater tegen de laagst maatschappelijke kosten uit te voeren, zonder daarbij tekort te doen aan haar wettelijke verplichtingen. Als middel daarvoor gebruikt zij riolering.
4.1.2
Hemelwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Kapelle veel hemelwater vanaf de verharding in de openbare ruimte ook in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-21-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Het blijven vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt uiteindelijk te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (straten, wegen, pleinen) en daar waar mogelijk te vergroenen. Dit heeft als positief effect dat er minder hemelwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering. Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld.
Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen en/of kan infiltreren in de ondergrond. Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd en soms verplicht worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater. De perceeleigenaar kan ook een belangrijke bijdrage leveren door verharding te vervangen voor groen.
4.1.3
Grondwater De grondwaterzorglicht vereist van de gemeente inzicht in het functioneren van het grondwatersysteem en in de bodemopbouw. Daartoe worden de grondwaterstanden gemeten met behulp van een meetnet van peilbuizen. Deze meetgegevens worden met regelmaat geanalyseerd om de ontwikkelingen in het grondwatersysteem te volgen. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente daar waar nodig de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Dit dient echter wel doelmatig plaats te vinden, zijnde niet te diep uit oogpunt van verdroging en geen onnodige afvoer van
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-22-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
grondwater op het rioolstelsel. Bij projecten legt de gemeente als het nodig is drainage aan in openbaar gebied.
4.1.4
Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende neerslag moet geborgen worden en moet uiteindelijk afgevoerd worden. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatadaptief ingericht. De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met het waterschap dat de meeste oppervlaktewateren in beheer heeft.
4.1.5
Bedrijfsvoering De gemeente Kapelle wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit te bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. De gemeente Kapelle streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (SAZ+, HZ) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame oplossingen zijn daarbij het doel.
4.2
Ambitieniveau De wettelijke zorgplichten van de gemeente kunnen op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd: ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig), ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan) en ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee ook de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen een realistische (uitvoerings)planning, afgestemd met alle belanghebbenden binnen de openbare ruimte.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-23-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
4.2.1
Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld.
4.2.2
Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt meer planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen.
4.2.3
Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven.
4.3
Ambitiematrix In de bijgevoegde tabel (figuur 4.1) zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het verbreed GRP Kapelle. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar lange termijn visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente nu hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van het verbreed GRP Kapelle.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-24-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Figuur 4.1: ambitiematrix
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-25-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
4.3.1
Toekomstscenario Vanuit de ambitiematrix is een toekomstscenario geformuleerd. Het toekomstscenario geeft op hoofdlijnen een beeld waar de gemeente Kapelle de komende planperiode voor staat. Het sluit (logischerwijze) aan bij de ambitie zoals die ook in de voorgaande planperiode door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle is vastgesteld (2017) en waar al handen en voeten aan is gegeven in de afgelopen jaren. Daarnaast zijn, door actief te participeren in de regionale samenwerking en binnen de eigen organisatie, en op basis van de resultaten daarvan te zoeken naar kostenbesparingen en efficiëntere manieren van werken, reeds stappen gezet. Het toekomstscenario is opgenomen in de tabel in figuur 4.1. Uit de ambitiematrix blijkt dat de gemeente in veel gevallen kiest voor het ambitieniveau ‘anticiperend’ of ‘toekomstgericht’. Uit de evaluatie van het voorgaande verbreed GRP Kapelle is al gebleken dat de belangrijkste opgaven voor de komende planperiode bestaan uit het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte. In het kader van de gemeentelijke duurzaamheidsagenda zijn en worden hiervoor verschillende bouwstenen en uitvoeringsplannen opgesteld. In het voorgaande verbreed GRP Kapelle aangegeven dat het aspect communicatie en waterbewustwording een belangrijke rol zal gaan spelen. Daar is specifiek een apart onderdeel voor opgenomen in de ambitiematrix.
De ervaring van de afgelopen planperiode leert dat hiervoor wel financiële en personele middelen moeten worden gereserveerd om de druk op de projectleiders niet te hoog te laten worden. Tot slot is de ervaring dat ook op het gebied van onderzoek en onderhoud het uitvoeringsniveau al tegen ‘toekomstgericht’ aan schuurt. Op het gebied van grondwater is deze stap al gezet. Ten aanzien van de riolering in het buitengebied is de ambitie juist aangescherpt.
4.4
Toetsingskader In de Kennisbank Stedelijk Water is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP. Dit sluit als een nadere en meer concrete uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit verbreed GRP Kapelle vertaald naar doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn weergegeven op de volgende pagina.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-26-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Doel 1:
Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
Doel 2:
Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
Doel 3:
Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.
Doel 4:
Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.
Doel 5:
Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.
Doel 6:
Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.
Het toetsingskader in zijn geheel is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Kapelle wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. In het onderstaande kader is een voorbeeld van deze werkwijze gegeven. Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis. Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan.
Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’
De gedetailleerde uitwerking van het toetsingskader is opgenomen in bijlage 3.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-27-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-28-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
5
Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel van de gemeente Kapelle en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie.
5.1
Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Kapelle zijn per 1 april 2023 nog 61 panden aanwezig die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de eisen van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor al deze panden heeft de gemeente Kapelle een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd.
5.2
Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’.
5.2.1
Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Kapelle wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: • gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwater-zuiveringsinstallatie (RWZI). • gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. • verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemelwater wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. • infiltratie: hierbij wordt hemelwater rechtstreeks, via een apart stelsel (infiltratieriool) of via waterdoorlatende verharding in de bodem geïnfiltreerd. • persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstanden) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd.
• drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel. • IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-29-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
De kernen van de gemeente Kapelle zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater of in de bodem. Verbeterd gescheiden riolering is met name op bedrijventerreinen terug te vinden, zoals bedrijventerrein Smokkelhoek. Nieuwere wijken, zoals de Zuidhoek in Kapelle of Koningin Maximahof in Wemeldinge, zijn voorzien van gescheiden riolering of maken gebruik van infiltratie. In totaal zijn er ruim 5900 aansluitingen op de riolering. De gemeente Kapelle telt circa 13.000 inwoners (per 1 januari 2024, bron: gemeente Kapelle).
5.2.2
Kenmerken vrijverval riolering In de gemeente Kapelle ligt volgens het rioolbeheerbestand per 1 juni 2023 ruim 95 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 42,3 km • regenwaterriolering (RWA) 29,0 km • vuilwaterriolering (DWA) 23,4 km • overige riolering 1,0 km • kolken ruim 5.300 stuks Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende verbreed GRP blijkt dat er circa 10 km aan lengte riolering is bijgekomen, ofwel ruim 11%. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering en vuilwaterriolering. De hoeveelheid gemengde riolering is iets afgenomen. De toename van de lengte aan regenwaterriolering wordt voor een deel veroorzaakt door afkoppelwerkzaamheden van de afgelopen planperiode, bijvoorbeeld in Wemeldinge Noordzijde. Daarbij is gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Ook wordt bij rioolrenovatie (relining van oude riolen) soms een regenwaterriool mee gelegd om verharding af te koppelen. Daarnaast heeft er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaatsgevonden. Een goed voorbeeld daarvan is de riolering uit de nieuwe wijk Zuidhoek in Kapelle. In totaal is er binnen de gemeente Kapelle een aanzienlijke hoeveelheid verhard oppervlak aanwezig dat is aangesloten op de riolering (circa 175 ha). Een gedetailleerd overzicht daarvan is opgenomen in de basisrioleringsplannen.
Het grootste gedeelte van de verharding voert af via de gemengde riolering. Door afkoppelwerkzaamheden wordt deze hoeveelheid steeds minder. Naast de verharding in het openbaar gebied en de verharding van dakoppervlakken wordt ingeschat dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid verharding vanuit tuinen (opritten en dergelijke) afstroomt naar de gemeentelijke riolering. In de afgelopen planperiode zijn diverse hectaren verharding (zowel wegverharding als dakverharding) van de gemengde riolering afgekoppeld bij rioolvervangingswerkzaamheden. De leeftijdsopbouw van de vrijverval riolering is in de navolgende grafiek weergegeven. Nog goed zichtbaar is de piek in riolering met een aanlegjaar tussen 1970 en 1980. Dit betreft met name gemengde riolering, verspreid over diverse wijken in de verschillende kernen.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-30-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Daarnaast blijkt uit de grafiek dat er de laatste decennia (sinds 2000) veel riolering is aangelegd, gerenoveerd of vervangen. Nieuwe aanleg betreft daarbij voor een groot deel ook regenwaterriolering. Bij vervanging van de riolering wordt het aanlegjaar aangepast naar het jaar waarin deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Ruim 7% van de riolering is ouder dan 60 jaar, de gemiddelde levensduur die voor een rioolleiding wordt aangehouden. Figuur 5.1: aanlegjaar en lengte (in km) vrijverval riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Kapelle) 35,0
29,3
30,0 25,0 20,0
14,3
15,0 10,0 5,0
11,7
11,6 8,5
7,7
8,3
4,1
2020-heden
2010-2019
2000-2009
1990-1999
1980-1989
1970-1979
1960-1969
tot 1960
0,0
Figuur 5.2: aanlegjaar en lengte (in km) regenwater riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Kapelle)
13,2
14,0 12,0 10,0 8,0
6,7
6,0 4,0
0,4
0,6
0,8
1970-1979
1980-1989
1,2
1960-1969
2,0
3,4
2,7
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-31-
2020-heden
2010-2019
2000-2009
1990-1999
tot 1960
0,0
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Bij hevige neerslag is het gemengde rioolstelsel volledig gevuld en treden de overstorten in werking om overtollig water rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. In totaal zijn er 17 externe en 10 interne overstorten die deel uitmaken van het gemengde rioolstelsel. Voorts zijn er nog 8 overstorten vanuit de verbeterd gescheiden stelsels en circa 120 uitlaatconstructies voor het rechtstreeks lozen van hemelwater. Achter zeven gemengde overstorten is een randvoorziening aangelegd om de vuiluitworp te reduceren. Dit betreft bergbezinkleidingen of een bergbezinkbassin. In Kapelle zijn er drie randvoorzieningen, in Biezelinge is er één, in Wemeldinge zijn er twee randvoorzieningen en in Schore is er ook één randvoorziening.
5.2.3
Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Kapelle zijn in totaal 16 rioolgemalen aanwezig, exclusief de gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Kapelle. Daarnaast zijn er nog 3 rioolgemalen in beheer en onderhoud bij het waterschap Scheldestromen. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 131 minigemalen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied. In totaal is er binnen de gemeente Kapelle bijna 7 km persleiding aanwezig en ruim 19 km drukriolering. Ook voor deze leidingen wordt uitgegaan van een vervangingstijd van 60 jaar. Van een groot deel van de drukriolering is echter geen jaar van aanleg opgenomen in het rioolbeheerbestand. De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem (vrijverval riolering, gemalen en overige objecten) bedraagt in de orde grootte van 90 miljoen euro uitgaande van traditionele rioolvervanging.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-32-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
6
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelfs bij gebouwen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. Klimaatverandering en het daarop inspelen (adaptatie) is van groot belang en nauw verweven met de gemeentelijke watertaken.
6.1
Inleiding De effecten van de veranderingen van het klimaat beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, lange periodes van regenval, periodes van langdurige droogte en hitte en een stijgende zeewaterspiegel. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaatadaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem, het vereist dat er ook gekeken wordt naar het niveau van het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen) en ondergrondse mogelijkheden voor het opvangen en vasthouden van water. En dat niet alleen in het openbaar gebied, maar ook op particuliere percelen. De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen) en externe organisaties zoals het waterschap en nutsbedrijven (energietransitie) en met bewoners.
Daarbij wordt zoveel mogelijk meegelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Zowel lokaal als regionaal is in 2021 een strategie vastgelegd over de manier van omgaan met klimaatveranderingen en klimaatadaptatie. Daarvoor zijn er zowel regionaal als lokaal klimaatstresstesten uitgevoerd (2019) en zijn er risicodialogen gevoerd. Over het algemeen wordt ingezet op de onderstaande aspecten. • Inzetten op de voorkeursvolgorde: vasthouden van het water in het eigen gebied (indien doelmatig), bergen (bij voorkeur op eigen perceel) en afvoeren. • Creëren van waterberging in het eigen gebied, waarbij de voorkeur uitgaat naar waterberging buiten de kern. Hier is vaak meer ruimte en kan ook de landbouw profiteren van zoetwater in tijden van droogte.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-33-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
• • • • •
6.2
Infiltreren van hemelwater daar waar het kan (ondergrond afhankelijk) Vergroenen van het stedelijk gebied, zowel de openbare ruimte als de particuliere percelen Beperken van verhardingen, verhardingen zijn waterdoorlatend of lopen rechtstreeks af naar openbaar groen Klimaatadaptief bouwen Acceptatie van water op straat (waterhinder)
Duurzaamheidsagenda Kapelle Sinds 2019 is de gemeente Kapelle actief aan de slag om alle duurzaamheidsaspecten die binnen de gemeente spelen integraal te beschouwen in haar duurzaamheidagenda. Deze agenda is opgebouwd uit diverse bouwstenen, waar de bouwsteen ‘klimaatbestendige leefomgeving’ er een van is (2022). Hierin wordt uitgebreid ingegaan op klimaatadaptatie. De inhoud van dit verbreed GRP Kapelle sluit aan bij deze bouwsteen. De bouwsteen ‘klimaatbestendige leefomgeving’, en daarmee ook de klimaatadaptieve onderdelen van het verbreed GRP Kapelle, zijn opgebouwd vanuit diverse overkoepelende beleidskaders, zoals weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 6.2: beleidskaders klimaatadaptatie (bron: bouwsteen klimaatbestendige leefomgeving)
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-34-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
De overkoepelende ambitie voor klimaatadaptatie in de gemeente Kapelle is om in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te hebben, waardoor alle inwoners van de gemeente zijn beschermd tegen weersextremen. Daaronder valt niet alleen wateroverlast als gevolg van hevige neerslag, maar ook de gevolgen van droogte en hitte. Daartoe wordt klimaatadaptatie, voor zover van toepassing, altijd meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken binnen de gemeentelijke organisatie. Ook heeft de gemeente een uitvoeringsplan bij de bouwsteen klimaatbestendige leefomgeving opgesteld, waarin de ambitie verder wordt geconcretiseerd in maatregelen met een gerichte uitvoeringsplanning. Het proces van klimaatadaptatie moet periodiek herhaald worden met een frequentie van eenmaal per zes jaar. Indien zich in een (deel)gebied nauwelijks grote wijzigingen hebben voorgedaan, kan het proces in een geminimaliseerde vorm worden uitgevoerd. Aanleiding voor aanpassingen kan een wijziging van inzichten zijn of het optreden van klachten die eerder niet bekend waren.
6.3
Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Omgevingswet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Omgevingswet (artikel 2.16, lid 1, onder a, onder 1°) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
De hemelwaterzorgplicht heeft betrekking op het op een perceel verzameld hemelwater, waarvan de houder zich niet anders kan ontdoen dan door het aan de gemeente als inzamelaar over te dragen. De zorgplicht omvat in beginsel dan ook niet meer, dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waar(in) het hemelwater geloosd kan worden. Er bestaat een beleidsmatige voorkeur voor gescheiden rioleren. Bij nieuwbouwwijken wordt deze situatie direct gerealiseerd, in bestaande situaties wordt dit nader afgewogen. Aandachtspunten in dit geval zijn het voorkomen van foutieve aansluitingen en het voorkomen van problemen met ontluchting.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-35-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Bij het aanbieden van een voorziening heeft de gemeente een zekere beleidsvrijheid, waarbij voor de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen. Doelmatigheid uit zich hierbij onder meer in een afweging van de kosten van maatregelen, mogelijkheden om aan te haken bij andere maatregelen (bijvoorbeeld afkoppelen), de duurzaamheid van maatregelen, aspecten ten aanzien van beheer en onderhoud en uniformiteit (één gelijke maatregel voor een hele straat in plaats van diverse ad-hoc oplossingen). De gemeente Kapelle treft enkel maatregelen in de openbare ruimte. Uit doelmatigheidsoverwegingen worden afkoppelmaatregelen meegenomen in de uitvoering van een project. Het ontharden en vergroenen van particuliere terreinen is een punt van aandacht. Dit wordt gestimuleerd voor bestaande bouw en vanuit de bouwsteen klimaatadaptieve leefomgeving wordt onderzocht of het maximaliseren van verharding per perceel mogelijk is en wordt de aanleg van groene daken gestimuleerd. Het oppervlakkig afvoeren en/of infiltreren van hemelwater is afhankelijk van de mogelijkheden van een gebied, maar kent de primaire voorkeur van de gemeente bij projecten. In bestaande situaties, waar geen oppervlaktewater aanwezig is of er geen ruimte of mogelijkheid is om infiltratievoorzieningen aan te leggen, zal noodzakelijkerwijs gekozen moeten worden voor ondergrondse oplossingen.
Bij nieuwe ontwikkelingen echter zal nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheden van oppervlakkige afvoer en het niet aanleggen van een hemelwaterstelsel. Leidraad daarbij is de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ van water.
6.4
Beperken van wateroverlast Zoals genoemd leidt klimaatverandering tot het vaker ontstaan van lokale, hevige regenbuien. Het rioolstelsel kan het aanbod van hemelwater in zulke extreme gevallen niet altijd goed aan, waardoor water-op-straat optreedt. Deze water-op-straat situaties zijn nagenoeg onvermijdelijk, waardoor soms waterhinder of -overlast kan ontstaan. Ten aanzien van het beperken van wateroverlast in het algemeen is de gemeente op verschillende fronten actief. Het verminderen van het risico op wateroverlast is daarbij het belangrijkste doel. Water kan soms nog op straat blijven staan (waterhinder), maar de inzet is dat water niet de woningen binnen kan lopen (wateroverlast). Waterhinder
= ruime plasvorming op straat en/of tijdelijk water-op-straat geen problemen voor woningen of stremming van vitale infrastructuur.
Wateroverlast = water stroomt bebouwing binnen en er is sprake van schade, vitale infrastructuur (bijvoorbeeld wegen naar kwetsbare voorzieningen) is gestremd. De gemeente Kapelle legt de grens tussen wateroverlast en/of waterhinder bij het ontstaan van schade aan eigendommen en het belemmeren van de veiligheid in een gebied. Bij het ontstaan van schade is de afweging of dit een incident (overmacht) is of een structureel probleem. Als aanrijtijden van hulpdiensten in het geding komen door wateroverlast in de
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-36-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
hoofd-aanrijroutes wordt onderzocht of (tijdelijke) maatregelen het knelpunt kunnen verminderen. Belangrijk is hierbij het besef dat het praktisch en financieel onmogelijk is om iedere neerslagsituatie te verwerken via de riolering. De riolering heeft, net als andere infrastructuur, uit het oogpunt van doelmatigheid een maximale capaciteit. Als de ondergrondse leidingen volledig gevuld zijn, moet het hemelwater bovengronds worden geborgen en afgevoerd. Hierbij valt te denken aan straten, parkeerterreinen en openbaar groen. Water-op-straat is daarmee een belangrijke vorm van waterberging en een essentieel deel van de oplossing om wateroverlast te voorkomen, hoe hinderlijk het soms ook is. Maar schade (bijvoorbeeld doordat water woningen binnenstroomt) moet zoveel als mogelijk worden voorkomen. Maatregelen zijn er dan ook op gericht om de kans op wateroverlast te verkleinen. Bij de uitwerking en het uitvoeren van maatregelen wordt nadrukkelijk ook aandacht besteed aan de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners en de particuliere perceeleigenaren. Daar waar water op eigen terrein geborgen kan worden en de hoeveelheid particuliere verharding beperkt blijft of verminderd wordt, neemt de kans op wateroverlast af.
Over deze principes zullen bewoners zowel bij specifieke projecten als in het algemeen worden geïnformeerd en zij worden gestimuleerd om hierin hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast wordt bij (nieuwe) rioleringsberekeningen, maar ook bij afkoppelen, rekening gehouden met intensievere neerslagsituaties. Indien er maatregelen geformuleerd moeten worden, zeker in geval van concrete wateroverlastlocaties, wordt uitgegaan van een integrale benadering. Daarbij wordt de oplossing niet alleen gezocht in ondergrondse infrastructuur, maar juist in het beschouwen van de volledige openbare ruimte. Hierbij wordt ook stil gestaan bij opties als bovengrondse afvoer en berging van overtollig hemelwater in groenzones en in de bodem (klimaatadaptief handelen). Dit soort maatregelen vraagt interdisciplinaire samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke disciplines, maar biedt veel kansen om gezamenlijk op te trekken in de openbare ruimte. Concreet wordt voor rioleringsberekeningen in bestaande gebieden uitgegaan van de richtlijn ‘geen water op straat’ bij neerslagsituatie bui 08 conform de Kennisbank Riolering (20 mm in één uur). Voor nieuwbouwlocaties geldt hierbij bui 10 (circa 36 mm in drie kwartier).
Ook wordt een doorkijk gemaakt met behulp van de zogenaamde klimaatbuien van de stichting Rioned (bijvoorbeeld 70 mm in één uur), waarbij onderzocht wordt wat de bovengrondse effecten zijn van extreme neerslag en de mogelijkheden rondom afvoer en berging in de openbare ruimte. Buitenom het voorkomen van materiele schade en overlast als gevolg van water op straat is het ook van belang om te voorkomen dat burgers in aanraking komen met verontreinigd (afval)water uit oogpunt van de volksgezondheid.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-37-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-38-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
7
Strategie riolering In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het functioneren van de verschillende objecten en systemen en wordt de strategie ten aanzien van de rioleringszorg uitgewerkt. De strategie is de weergave van de maatregelen en de werkzaamheden die de komende planperiode worden uitgevoerd om invulling te geven aan de missie, visie en doelen.
7.1
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud bestaat uit diverse werkzaamheden en wordt grotendeels volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Het doel hiervan is om alle objecten naar behoren te laten functioneren, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is en de vervuilingsgraad tot een acceptabel minimum wordt beperkt. In de onderstaande paragrafen wordt per soort voorzieningen een overzicht gegeven van het beheer en onderhoud.
7.1.1
Vrijverval riolering Onderhoud bestaat uit reiniging en reparatie. Reiniging van de vrijverval riolen vindt plaats volgens het onderstaande schema. • Gemengde- en afvalwaterriolering 1 x per 8 jaar • Regenwaterriolering en IT-riolen 1 x per 8 jaar • Kolken zuigen 2 x per jaar • Overige voorzieningen 1 x per jaar Bij het reinigen van de riolering, de gemalen en de kolken wordt het vrijkomende rioolslib en het kolkafval naar een gecertificeerd slibverwerkingsbedrijf afgevoerd. Het reinigen van de riolering en de kolken wordt plaatselijk frequenter uitgevoerd indien de situatie daar om vraagt. In het algemeen wordt de reinigingsfrequentie van de objecten geoptimaliseerd op basis van ervaringen met betrekking tot de vervuilingsgraad om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken. Het inspecteren van de vrijverval riolering gebeurt met een rijdende inspectiecamera en wordt ingepast in het reinigingsschema. Reparatie bestaat in veel gevallen uit het herstellen van schades of het vervangen van onderdelen die versleten zijn. Deze werkzaamheden worden in principe niet zelf gedaan, maar uitbesteed. Reparatie, maar ook vervanging, vindt zoveel mogelijk plaats in combinatie met herstraatwerkzaamheden. Op die manier wordt er werk met werk gemaakt.
Renovatie door middel van relining (het aanbrengen van een kunststof bekleding in de rioolbuis) vindt plaats in combinatie met een project of het wordt geclusterd uitgevoerd.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-39-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Naast beheer en onderhoud op basis van inspectieresultaten vindt er beheer en onderhoud plaats op ad-hoc basis. Dit wordt grotendeels ingegeven door meldingen en klachten van bewoners en medewerkers van de buitendienst. Dit betreft onder andere verstoppingen van huis- en kolkaansluitingen. Prioritering hiervan vindt plaats op basis van schade, overlast en/of (omgevings)risico’s.
7.1.2
Gemalen en persleidingen Onderhoud aan de gemalen (inclusief de pompen van de randvoorzieningen) vindt per 2023 eenmaal per jaar plaats. Het onderhoud van de drukrioleringsgemalen vindt eenmaal per twee jaar plaats, behoudens enkele kwetsbare locaties. Deze onderhoudsronden zijn met alle Bevelandse gemeenten en Tholen gezamenlijk uitbesteed aan een externe partij. De onderhoudsfrequentie is (per 2023) naar beneden aangepast op basis van ervaringen uit de voorgaande jaren. Tijdens de onderhoudsronde worden de gemalen gereinigd en elektromechanisch geïnspecteerd. Tevens wordt preventief en (klein) correctief onderhoud uitgevoerd. De gemalen worden continu gemonitord op hun werking met behulp van het gemaalbeheersysteem Aquaview++. Via dit systeem kunnen alle instellingen worden geraadpleegd en waar nodig aangepast en kunnen grafieken en overzichten van iedere installatie worden gegenereerd. Ook worden storingen via het systeem geprioriteerd en doorgegeven aan de dienstdoende onderhoudsmonteur, die vervolgens de storing oplost. Ook voor het gemalenbeheersysteem is een samenwerkingsverband tussen de Bevelandse gemeenten en Tholen opgericht. Onderhoud aan de persleidingen en drukrioleringsleidingen wordt niet met een vaste frequentie uitgevoerd, maar is situatie afhankelijk.
Indien de persleidingen moeten worden gereinigd, wordt dat meestal gesignaleerd op basis van terugloop in de (werkelijke) capaciteit van het gemaal. In dat geval worden de leidingen gereinigd.
7.1.3
Overige voorzieningen riolering Overige voorzieningen, zoals de randvoorzieningen, worden in het reguliere onderhoud meegenomen. Dat betekent in de regel een onderhoudsfrequentie van eenmaal per jaar. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet uitgevoerd. De huisaansluitingen zijn op particulier terrein tot aan de perceelsgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
7.1.4
Inventarisatie en gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij vervalriolering) en een gemalenbeheer- en onderhoudssysteem. In deze beheersystemen staan, naast de statische gegevens (materiaalsoort, diameter, pomptype, et cetera), ook dynamische gegevens zoals inspecties, storingsmeldingen en dergelijke. Met
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-40-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
behulp van deze beheergegevens is te bepalen wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te worden of worden analyses en planningen gemaakt om knelpunten of storingen te voorkomen. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern, om te komen tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Met behulp van de gegevens van het beheerpakket kan het rioolstelsel planmatig beheerd worden. Het beheerpakket wordt doorlopend actueel gehouden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken. Deze dienen voor of bij oplevering van een project door de aannemer te worden aangeleverd aan de gemeente ter verwerking. Gegevensbeheer is een belangrijk aspect in het kader van data-gedreven rioolbeheer en vraagt daarom om voldoende aandacht. Andere ondergrondse eigendommen worden ook vastgelegd in het beheersysteem in het kader van de WIBON. Deze wet geeft richtlijnen om graafschades te voorkomen. De gegevens worden ter beschikking gesteld aan het Kadaster. Naast de karakteristieken van de riolering worden ook de inventarisatiegegevens van het op de riolering aangesloten verhard oppervlak (grafisch) bijgehouden.
Onder meer door de diverse afkoppelprojecten in de afgelopen planperiode is het van belang dit overzicht regelmatig bij te werken en actueel te houden.
7.1.5
Overnamepunten Gemeenten en waterschap hebben richtlijnen ten aanzien van de overnamepunten afgesproken (richtlijn overnamepunten afvalwaterketen Zeeland). Daarin gaat het over de grens tussen de verantwoordelijkheden voor het afvalwatersysteem van de gemeente en die van het waterschap. Een van de uitgangspunten is dat riolering van derden (veelal bedrijven of recreatiegebieden) aangesloten wordt op de gemeentelijke riolering, overeenkomstig de wettelijke zorgplicht van de gemeente tot inzameling van afvalwater. Bij omvangrijke lozingen wordt afgewogen of aansluiting op het transportsysteem van het waterschap doelmatiger is. Dit is vooral van belang bij ontwikkeling van nieuwe (grote) bedrijven, maar ook bij het heroverwegen van bestaande aansluitingen (overnamepunten) van bedrijven of recreatiegebieden op het transportsysteem. Nieuwe grootschalige recreatievoorzieningen of nieuwbouw worden altijd aangesloten op de gemeentelijke riolering of rechtstreeks op een rioolwaterzuivering van het waterschap. Alternatieve afvalwaterzuivering is alleen mogelijk als deze voorziening een vergelijkbaar rendement oplevert als een rioolwaterzuivering, vergelijkbare of lagere beheerkosten kent en een vergelijkbare betrouwbaarheid. De aanlegkosten zijn voor de initiatiefnemer. Het beheer en onderhoud kan onder bepaalde voorwaarden overgedragen worden aan gemeente of waterschap.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-41-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
Afweging en werkwijze bij nieuwe overnamepunten
Figuur 7.1: afweging en werkwijze bij nieuwe overnamepunten 1
Rioolaansluiting nodig o.g.v. Activiteitenbesluit of Besluit lozingen afvalwater huishoudens?
nee
Aanleg IBA.
ja 2
Omvang totale lozing in woonkern: - totaal aantal aansluitingen ≥ 40 waarvan ≥ 30 aansluitingen van permanente bebouwing? óf - totale vervuilingswaarde ≥ 250 i.e. en ≥ 30 aansluitingen van permanente bebouwing?
nee
Aansluiten op gemeentelijke riolering.
ja 3
Afstand tot nabijgelegen bebouwde kern > 500 m ? nee
ja 4
Lozing van bedrijf? ja
1. Aansluiten op gemeentelijke riolering. 2. Aansluiten op transportsysteem waterschap, via nieuwe gemeentelijke voorziening.
nee 5
Aansluiten op transportsysteem waterschap met nieuw overnamepunt. Initiatiefnemer werkt in overleg met waterschap nieuwe aansluiting uit. Stappen: - mogelijke aansluitvarianten bepalen - keuze meest doelmatige variant o.b.v. vergelijking investerings-en exploitatiekosten met contante waardeberekening over periode van tenminste 20 jaar - uitwerken meest doelmatige variant - realiseren aansluiting - overnamepunt vastleggen in beheersystemen waterschap en gemeente
Aandachtspunten: - compensatie negatieve effecten op transportsysteem - aandacht voor functioneren transportsysteem in de praktijk - technische en praktische voorzieningen bij overnamepunt (zie richtlijn) - kostenverdeling - praktische afspraken over uitvoering
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-42-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
7.2
Bewoners De belangrijkste doelgroep waarvoor rioleringszorg wordt uitgevoerd, zijn de bewoners en bedrijven in de gemeente. Het waarborgen van het functioneren van het systeem komt hen ten goede. Zij betalen daarvoor via de rioolheffing.
7.2.1
Huisaansluitingen Een belangrijke, letterlijke verbinding tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de voorzieningen van de bewoners en bedrijven is de huisaansluiting of huisaansluitleiding. Planmatig onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet door de gemeente uitgevoerd. De huisaansluitleidingen zijn, in geval van een aansluiting op de vrijverval riolering, vanaf de woning tot en met het ontstoppingsstuk op de perceelgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verstoppingen door het gebruik vallen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Alleen schades of wortelingroei in de huisaansluitleiding in de openbare grond wordt door en op kosten van de gemeente hersteld na melding door de gebruiker. Problemen rondom ontluchting en overlast ten gevolge van het niet of onvoldoende aanwezig zijn van ontluchtingsmogelijkheden binnen de woning vallen ook niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Figuur 7.2: verdeling verantwoordelijkheden huisaansluitleiding vrijverval riolering
In principe heeft ieder perceel een gemengde of twee gescheiden huisaansluitleidingen. Indien een perceeleigenaar een extra huisaansluiting wenst, kan deze, wanneer mogelijk, op kosten van de initiatiefnemer worden aangelegd.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-43-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
In het buitengebied is veel drukriolering aanwezig. Ook zijn verschillende panden aangesloten op een IBA. De verantwoordelijkheid voor de huisaansluitleiding is hier niet eenduidig aan te geven. In de meeste gevallen is dit de pompput of de perceelsgrens. Bij IBA’s is dit over het algemeen de aansluiting op de IBA. De afvoerleiding is de verantwoordelijkheid van de gemeente en/of het waterschap. Verstoppingen en storingen in de drukriolering die veroorzaakt worden door onjuist gebruik zijn voor rekening van de particulier. Hierin gelden dezelfde uitgangspunten als bij een vrijverval aansluiting. Er vinden ook regelmatig verstoppingen en storingen plaats in de gemeentelijke riolering of de gemeentelijke gemalen als gevolg van foutieve lozingen van vet, doekjes en dergelijke. Deze zaken horen niet in de riolering thuis en verstoren de reguliere afstroming. Om dergelijke lozingen terug te dringen, dient in de komende planperiode frequenter handhaving plaats te vinden, onder meer naar aanleiding van geconstateerde verstoppingen.