2023-48a D23.294885 Partnerschapsafspra Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 en bijlagen
Tekst van het document
overgang naar wonen in de wijk of het dorp zorgen we voor een warme overdracht zodat mensen na uitstroom uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang, veilige opvang, GGZ-kliniek of jeugdvoorziening op alle leefgebieden de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om prettig te kunnen leven. Ook betekent dit dat we vroegtijdig contact hebben met woningcoörporaties.
18
Het woningtekort in Zeeland, net als in de rest van het land, bemoeilijkt de beschikbaarheid van (passende) woningen. Het gesprek met zorgaanbieders, woningcorporaties en de koppeling met de Zeeuwse woonagenda is daarom essentieel. De woonopgave is vooral een sub-regionaal vraagstuk vanwege de nauwe betrokkenheid van woningcorporaties en zorgaanbieders die in de verschillende gemeenten actief zijn. De corporaties zijn in de meeste gevallen sub-regionaal georiënteerd. Huidige stand van zaken Om uitvoering te geven aan de woonopgave werken gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties samen binnen het actieprogramma Weer Thuis. Zowel in de Oosterschelderegio als in Zeeuws-Vlaanderen hebben deze partijen samenwerkingsafspraken gemaakt om de uitstroom vanuit een instelling naar zelfstandig wonen te ondersteunen, de overgang voor cliënten zo soepel mogelijk te laten verlopen en terugval te voorkomen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant. Voor de uitvoering werken beide sub-regio’s met een Team Thuis. Ook Walcheren is in het najaar 2021 gestart met het actieprogramma Weer Thuis en maakt gelijkluidende afspraken. Het landelijk programma ‘Een (t)huis, een toekomst’ benadrukt de inzet van tijdelijke woningen (flexwoningen) en alternatieven voor woningen zoals de transformatie van kantoorpanden.
In Zeeland worden deze mogelijkheden ook ingezet om (tijdelijke) woonruimte te creëren voor de inwoners die uitstromen uit beschermd wonen of maatschappelijke opvang. De bouwstenennotitie maatschappelijke opvang beschrijft hoe we dit vraagstuk in Zeeland gezamenlijk willen oplossen.
“Wij hebben cliënten die een periode heel beschermd wonen en dan opeens terug de maatschappij in moeten. Dan zien we vaak een terugval. Er zou een tussenvorm moeten zijn.” Sylvia van Waarde | Coöperatie Kleinschalige Zorg Zeeand
Voorstellen voor 2022 en verder 1. Alle gemeenten, aanbieders en woningcorporaties nemen de afspraken die voortvloeien uit het actieprogramma Weer Thuis op in de prestatieafspraken vanaf 2023. Tussen de Zeeuwse subregio’s worden afspraken gemaakt om de uitstroom met elkaar af te stemmen. 2. Om de uitstroom uit de voorzieningen te monitoren, houden we regionaal zicht op de wachtlijst voor woningen.
Wat moet er nog gebeuren? 1. De regionale effecten van ambulantisering moeten in kaart worden gebracht, waaronder het vastgoedvraagstuk over om- en afbouw van locaties. 2. We maken de verbinding tussen de Zeeuwse woonagenda en de uitvoeringsagenda bij deze Regiovisie.
19
Voorzieningen en ondersteuningsbehoeften 206 59 73 338
Intramurale voorzieningen Geclusterde voorzieningen Ondersteuning thuis Totaal aantal cliënten
We willen een verschuiving naar meer ondersteuning thuis
= Aantal cliënten beschermd wonen = Beschermd wonen = Maatschappelijke opvang
Schouwen-Duiveland
1
8
Veere
13
NoordBeveland
13
53
35
Tholen
76
19
Middelburg
562 330
Maatschappelijke opvang cliënten Gebruiken intramurale opvang
Vlissingen
18
Kapelle
4
Reimerswaal
Goes Borsele 40 51
7
Sluis
Terneuzen
Hulst
20
6
Voorzieningen en ondersteuningsbehoeften De Zeeuwse gemeenten nemen de verantwoordelijkheid voor een passend ondersteuningsaanbod voor alle inwoners die zijn aangewezen op beschermd wonen. Ze zorgen hierbij voor aansluiting op begeleiding vanuit het lokale Wmo aanbod. Het ontbreekt momenteel vaak aan (flexibel inzetbare) intensieve begeleiding voor een aanzienlijk aantal uren per week. Deze inzet garandeert dat mensen die zelfstandig blijven of gaan wonen, voldoende continuïteit en nabijheid van hulpverleners ervaren. Dit gebrek vergroot het risico op terugval en onveiligheid. Het is daarom belangrijk dat elke gemeente een breed Wmo-palet heeft van producten en voorzieningen: van lichte vormen van begeleiding tot zware vormen van opvang. Ook de aansluiting op het terrein jeugd is van belang, vanwege de overgang van jeugd naar Wmo voorzieningen bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Huidige stand van zaken De fysieke beschermd wonen voorzieningen in Zeeland zijn ruim verspreid. In veel gemeenten is een locatie voor beschermd wonen aanwezig, in sommige gemeenten zijn dit er meerdere. Voor veel inwoners is in beginsel een voorziening voor beschermd wonen op niet al te grote afstand. Dit komt doordat spreiding van voorzieningen al geruime tijd het beleidsuitgangspunt is bij de grotere aanbieders. Tegelijkertijd is de verdeling van de fysieke voorzieningen tussen gemeenten niet in evenwicht. Soms zijn er wel drie tot vijf verschillende voorzieningen binnen één gemeente.
Voor een goede verdeling van beschermd wonen voorzieningen zijn verschillende punten van belang om te onderzoeken. Ten eerste is momenteel – na de uitstroom van 53% van de cliënten naar de Wet langdurige zorg (Wlz) – onvoldoende duidelijk of het huidige aanbod nog past bij de behoefte in onze regio. Voor de resterende behoefte aan intramuraal beschermd wonen moeten we onderzoeken hoe zorgaanbieders meer dan nu complementair aan elkaar kunnen werken. Ten tweede speelt de vraag in hoeverre aanwezig aanbod nieuwe of extra vraag creëert. Ten derde is het de vraag welke mate van spreiding past bij toekomstbeeld en hoe het brede arsenaal aan woonvarianten eruit moet zien.
21
“We moeten aandacht hebben voor de mensen die zowel kampen met verslaving als psychische problematiek en soms LVB. De voorzieningen daarvoor in Zeeland zijn beperkt.”
“Met een behandelaar heb je een andere klik dan met een ervaringsdeskundige die kan meepraten op hetzelfde level.”
Roderik Bin | Leger des Heils
De locaties voor dag- en nachtopvang staan in Terneuzen en Vlissingen. In Goes is ook opvangcapaciteit. Deze is gestart als noodbeddenvoorziening en is nu in ontwikkeling. Schouwen-Duiveland heeft eveneens een kleine noodopvangvoorziening. De tussenvoorzieningen (waar ook dak- en thuislozen zitten die qua gezinssituatie of problematiek niet in de opvang passen) zijn verspreid over Hulst, Oostburg (gemeente Sluis), Middelburg en Goes. In sommige gemeenten zijn opstap- en doorstroomwoningen beschikbaar. Verdere spreiding van de opvangcapaciteit en de ondersteuning aan de doelgroep verdient aandacht.
Voorstellen voor 2022 en verder 1. We zorgen voor een passend ondersteuningsaanbod van voorzieningen voor inwoners die vanuit de aard van hun problematiek (nog) niet zelfstandig (meer) kunnen wonen. 2. Gemeenten en zorgaanbieders werken toe naar een evenwichtige spreiding van fysieke voorzieningen over de regio. 3. Gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties werken aan meer variatie in woonvarianten tussen zelfstandig wonen en intramuraal beschermd wonen, waaronder tussenvoorzieningen zoals geclusterd wonen.
Wat moet er nog gebeuren? 1. We brengen de actuele behoefte van inwoners in beschermd wonen en maatschappelijke opvang binnen onze regio in kaart. 2. We brengen in kaart welk ondersteuningsaanbod past bij deze behoeften. Hierbij gaat het om intramurale en tussenvoorzieningen, als ook ambulante ondersteuning. We richten het aanbod in vanuit de behoefte van cliënten en in lijn met de Dannenberg visie. 3. Samen met zorgaanbieders stellen we een spreidingsplan op voor voorzieningen beschermd wonen en opvang op basis van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Binnen het spreidingsplan wordt rekening gehouden met voorzieningen die een regionale functie vervullen.
22
Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit
E n ewnea a n s l u idte l o k a l e op ersteuning ond
TOEKOMST
G ezamen l i jke inkoop Zeel an d
2023
Evalueren
2025
7
Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit De Zeeuwse gemeenten nemen de verantwoordelijkheid voor een passend ondersteuningsaanbod voor Beschermd wonen. Met de gezamenlijke inkoop van beschermd wonen inclusief de tussenvarianten borgen we als gemeenten de beschikbaarheid en continuïteit van beschermd wonen in Zeeland. Ook na de doordecentralisatie. Daarnaast werken we samen met de zorgaanbieders in de regio aan de beoogde transformatie. We doen dit door in de contracten met aanbieders meer afspraken te maken over innovatie, samenwerking, kwaliteit en volume. We geven zorgaanbieders de ruimte om te werken aan deze transformatie door meerjarige contracten aan te gaan. We sturen meer op: • Preventie van (terugval in) zwaardere zorgvormen; • De effectiviteit en uitstroomfacilitering door een integrale herstelgerichte cliëntaanpak, zorgcontinuïteit en financiële prikkels; • Variatie in (beschermd wonen) zorgvormen die meer
• • • •
aansluiten op de feitelijke zorgbehoefte van cliënten; Het flexibeler kunnen op- en afschalen van zorgintensiteiten bij en tussen zorgaanbieders; Regionale spreiding van beschermd wonen voorzieningen; Uitstroom naar herkomstgemeente, tenzij; Doelgerichte en rechtmatige inzet van zorgbudget.
Huidige stand van zaken De centrumgemeente Vlissingen koopt beschermd wonen in namens de dertien Zeeuwse gemeenten. De inkoop, het contractbeheer, toezicht en kwaliteitsbewaking zijn gemandateerd aan het CZW-Bureau. Binnen het huidige contract worden ook geclusterd beschermd wo-
nen en Intensieve Begeleiding Thuis samen ingekocht. Dit zijn feitelijk vormen van lokale Wmo-begeleiding en worden gezien als tussenvarianten, waarvoor de centrum gemeente budget ontvangt. De inkoop van bovenregionale plaatsen gebeurt nu ad hoc. Er zijn geen structurele afspraken. Voor de toekomst willen we hier goede afspraken over maken, daarom nemen we de inkoop van bovenregionale plaatsen mee in de inkoopstrategie voor beschermd wonen vanaf 2023. De regionale werkgroep Inkoop beschermd wonen is in 2021 gestart met de voorbereidingen voor de regionale aanbesteding beschermd wonen 2023-2025.
24
“Ik heb hulp nodig om te functioneren. Iemand waar ik een beroep op zou kunnen doen zou mij enorm helpen.”
Toezicht en kwaliteit is minimaal ingericht, alleen reactief toezicht is op dit moment ingekocht bij de GGD. De opvangvoorzieningen worden ingekocht door centrumgemeente Vlissingen via subsidieverlening. Voorstellen voor 2022 en verder 1. Het huidige contract voor de inkoop van beschermd wonen wordt verlengd met een jaar tot en met december 2022. 2. De Zeeuwse gemeenten kopen tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Hierbij verstaan we onder beschermd wonen: • Beschermd wonen in een instelling of wooninitiatief met 24-uurs beschikbaarheid van toezicht en ondersteuning; • Geclusterd beschermd wonen met 24-uurs beschikbaarheid van toezicht en ondersteuning.
• Intensieve Begeleiding Thuis (IBT) ambulante begeleiding thuis met de zekerheid van 24x7 onplanbare ondersteuning. 3. Een gemeente kan ervoor kiezen om IBT niet Zeeuws, maar lokaal/regionaal in te kopen. Deze keuze wordt verwerkt in de inkoopstrategie. 4. Wij evalueren in 2024, zodat wij tijdig afspraken kunnen maken over de inkoop vanaf 2026. 5. Binnen de inkoopstrategie 2023-2025 maken wij afspraken over centraal contractbeheer, toezicht, en kwaliteit en de invulling ervan zodat we goed kunnen sturen op de uitvoering en kwaliteit bij zorgaanbieders. 6. Ook maken wij afspraken met de regio’s waarmee wij regelmatig samenwerken over bovenregionale plaatsingen. 7. Cliënt- en naastenperspectief worden betrokken bij de aanbesteding 2023 - 2025.
Wat moet er nog gebeuren? 1. We brengen samen in beeld hoe het complete zorglandschap eruit ziet, om hiaten en overlap in producten te signaleren. 2. De regionale werkgroep Inkoop bereidt momenteel de aanbesteding 2023-2025 voor. Parallel aan deze Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt de inkoopstrategie voor 2023 tot en met 2025 de komende tijd vormgegeven. 3. Vanuit de nieuwe samenwerkingsvorm moet per 2023 invulling gegeven worden aan de uitvoering van contractbeheer, toezicht en kwaliteit, met daarbij specifieke aandacht voor lokale aansluiting. 4. De verdere uitwerking van toezicht en kwaliteit invulling geven en zorgdragen voor borging, onder ander in het contractbeheer.
25
Bekostiging en partnerschap
HISTOR ISCH BUDGET
OBJECT IEVE BUDGET TEN
In 2024 gaan we evalueren
En indien nodig voeren we in 2026 wijzigingen door op grond van de evaluatie
REGIO BUDGET Gezam elijke inkoo p besche rmd wonen
Verst evigin g lokale infras truct uur 13 gemee nte 26
8
Bekostiging en partnerschap De middelen voor beschermd wonen worden naar verwachting per 2023 doorgedecentraliseerd. Alle gemeenten ontvangen vanaf 2023 middelen voor beschermd wonen. De rijksmiddelen voor alle gemeenten worden objectief verdeeld en nemen stapsgewijs toe in gelijke tred met de verwachte instroom van nieuwe cliënten in de gemeenten. De overgang heeft een tijdspad van 10 jaar. In deze periode worden nieuwe cliënten gefinancierd vanuit de middelen per gemeente, bestaande cliënten vanuit het historisch budget dat bij de centrumgemeente blijft. Dit historisch budget ‘loopt over’ in de objectieve budgetten per gemeente.
singen ontvangt is nagenoeg gelijk aan het bedrag dat de gemeenten vanaf 2023 samen ontvangen. Dit alles is gebaseerd op de meest actuele versie van het objectieve verdeelmodel gepubliceerd in september 2021. De definitieve versie wordt gepubliceerd in de Meicirculaire 2022.
Tegelijkertijd verandert het budget dat de regio in zijn geheel krijgt. Dit lijkt voor Zeeland niet zo’n hele grote afwijking te zijn. Deze verandering komt door de overgang van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel. Het totaalbedrag in 2021 en 2022 dat Vlis-
Op dit moment kan iemand zich voor beschermd wonen tot elke gemeente in Nederland wenden. Op basis van een wetsvoorstel geldt, zoals het er nu naar uitziet, vanaf 2023 het woonplaatsbeginsel voor nieuwe cliënten beschermd wonen.
•
•
Nieuwe cliënten vallen dan onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar zij ingezetene zijn voorafgaand aan het beschermd wonen-traject (= de herkomstgemeente). Het gaat hierbij om het laatste woonadres, niet de gemeente waar zij beschermd gaan wonen. Bestaande cliënten vallen onder het overgangsrecht: voor hen blijft de gemeente verantwoordelijk die de beschikking heeft afgegeven (centrumgemeente Vlissingen). Dit zijn cliënten die vóór 1 januari 2023 een beschikking hebben gekregen én cliënten die binnen 12 maanden na het aflopen van de beschikking (dus
27
“Ik ben voor het realiseren van aanbod binnen de eigen regio.” Sylvia van Waarde | Coöperatie Kleinschalige Zorg Zeeand
niet per se aansluitend) opnieuw beschermd wonen nodig hebben. Dit overgangsrecht geldt alleen voor bestaande cliënten die volgens de wettelijke definitie beschermd wonen-cliënten zijn (dus een indicatie intramuraal beschermd wonen en niet voor de cliënten die geclusterd of IBT zorg ontvangen). De verschuiving van financiële verantwoordelijkheid vereist het ontstaan van een partnerschap, het maken van bindende bestuurlijke afspraken tussen alle dertien gemeenten. De Zeeuwse gemeenten willen samen optrekken voor de komende jaren. Samen willen we de transformatie beschermd wonen vormgeven en tot een succes maken. Huidige stand van zaken De Rijksbijdrage beschermd wonen wordt op dit moment als integratie-uitkering verstrekt aan de centrumgemeente Vlissingen. Vanuit deze rijksbijdrage worden alle vormen van beschermd wonen betaald, zoals we die
onder de huidige aanbesteding in de regio kennen (intramuraal, geclusterd en Intensieve Begeleiding Thuis). De Rijksbijdrage maatschappelijke opvang wordt eveneens verstrekt aan centrumgemeente Vlissingen. In 2025 wordt de doordecentralisatie beschermd wonen geëvalueerd. Op basis daarvan wordt beslist of maatschappelijke opvang in de toekomst ook verder wordt gedecentraliseerd. Tot die tijd blijft Vlissingen als centrumgemeente de middelen voor de maatschappelijke opvang ontvangen. Voorstellen voor 2022 en verder (zie bijlage voor meer achtergrondinformatie en een uitgebreide onderbouwing van deze voorstellen).
ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). Ondersteuning voor cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding, zoals verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT), wordt ook op regionaal niveau ingekocht, maar individuele gemeenten kunnen ook besluiten om dit zelf in te kopen. 2. De Zeeuwse gemeenten bekostigen beschermd wonen voor alle Zeeuwse cliënten gezamenlijk in de periode 2023 t/m 2025. Dit geldt voor: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). • Cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding zoals we die wordt verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT). • Bestaande (indicaties afgegeven vóór 2023) en nieuwe cliënten (indicaties afgegeven vanaf 2023) met een indicatie voor beschermd wonen intramuraal, geclusterd beschermd wonen en IBT. • Er zijn hierbij geen voor- en nadeelgemeenten, omdat alle bovengenoemde beschikkingen gezamenlijk worden bekostigd. • In 2024 wordt geëvalueerd om tot een nieuwe (en voortgezette of gewijzigde) situatie te komen in 2026.
1. De Zeeuwse gemeenten kopen van 2023 tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Onder beschermd wonen verstaan we: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en
28
3. Voor de bekostiging wordt in de periode 2023 tot en met 2025 gewerkt met één regiobudget. • Het regiobudget wordt gevuld met: o Het (historisch) centrumgemeentebudget beschermd wonen o De objectieve budgetten beschermd wonen van de dertien gemeenten o De eigen bijdragen die gemeenten ontvangen voor inwoners met een indicatie intramuraal beschermd wonen. • De reserve centrumtaken - inclusief de bijbehorende risico’s van de centrumgemeente op 31-12-2022 - wordt overgeheveld naar het regiobudget. Voor het overhevelen van (een deel) van de reserve centrumtaken is toestemming van de art. 12 inspecteur nodig. Naar verwachting zal de inspecteur adviseren de evaluatie in 2024 af te wachten. Nodig is de risico analyse van de huidige en de toekomstige risico’s bij de centrumgemeente Vlissingen na 31-12-2022. Het is nog niet aangetoond dat de 13 gemeenten in staat zijn om de risico’s over te nemen én er zijn nog geen afhechtingsafspraken gemaakt voor het geval bij de evaluatie in 2024 besloten wordt om de gezamenlijke financiële afspraken ingrijpend bij te stellen. Hier komt nog bij dat op dit moment nog weinig bekend is over de nieuwe governance. Dit alles heeft tot gevolg dat gedurende de ingroeiperiode de centrumgemeente Vlissingen nog steeds risico’s loopt terwijl ze vanaf 2023 weinig sturingsmogelijkheden heeft.
• De tekorten meerjarenbegroting maatschappelijke opvang/vrouwen opvang2 (maatschappelijke opvang/vrouwen opvang) op begrotingsbasis zijn onderdeel van de begroting beschermd wonen (vraagt verdere uitwerking afspraken rondom maatschap-
• Voor de te hanteren verdeelsleutel (voor toegang, preventie en eventueel tekort op de reserve) bestaan verschillende opties. Het voorstel is om de verdeelsleutel vanuit het objectieve verdeelmodel te hanteren.
ings fA waedger k
pelijke opvang/vrouwen opvang, en hoe gaan we ermee om als de middelen niet toereikend zijn). • Uit het regiobudget wordt een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten voor toegang en preventie. We gebruiken hiervoor een verdeelsleutel. Zie de bijlage voor een verdere uitwerking en onderbouwing van de verdeelsleutels. • Overschotten op het regiobudget worden tot en met 2025 binnen het regiobudget gehouden en niet tussentijds uitgekeerd. Tekorten gaan in eerste instantie ten laste van de reserve. Aan de voorkant worden afspraken gemaakt over de verdeelsleutel bij tekorten wanneer de reserve niet toereikend is. • Reserve is minimaal 10% en maximaal 15% van het regiobudget. Deze 15% is een voorlopige inschatting. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie bij centrumgemeente Vlissingen kan dit maximumbedrag opgehoogd worden.
4. De volledige decentralisatieopgave wordt gemonitord om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij willen we niet alleen monitoren wat we binnen de gezamenlijke inkoop doen, maar ook welke effecten in de afzonderlijke gemeenten optreden. Daarnaast is monitoring belangrijk om te volgen of de partnerschapsafspraken en de gekozen verdeelsleutels daadwerkelijk effectief zijn en geen onbedoelde neveneffecten veroorzaken. • Er is een centrale backoffice nodig voor de administratie. • Het systeem moet tussentijds geëvalueerd worden en zo nodig bijgesteld kunnen worden.
29
“Onze mensen komen vaak in coöperatiewoningen terecht. Aandacht voor draagkracht in de wijken is belangrijk. Dat is wel een kanttekening bij deze ontwikkeling.”
“Je kan het steunpunt bellen tussen 9 en 5, maar een terugval gebeurt meestal niet tijdens kantooruren.”
Roderik Bin | Leger des Heils
5. De governancestructuur die de Zeeuwse gemeenten hiervoor met elkaar afspreken moet ondersteunend zijn aan de transformatieopgave en deze partnerschapsafspraken. Wat moet er nog gebeuren? 1. In de werkgroep maatschappelijke opvang en de kerngroep huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) is een voorstel voor herijking van maatschappelijk opvang en vrouwen opvang voorgelegd. Voorgesteld is om dit in het kader van en ook in het verlengde van de NvO verder uit te werken in afspraken De keuzes die leiden tot verwevenheid tussen maatschappelijk opvang en vrouwen opvang worden nogmaals ter instemming aan de 13 colleges voor-
gelegd én voor maatschappelijk opvang en vrouwen opvang wordt opnieuw gezamenlijk de grens tussen de lokale en de regionale verantwoordelijkheid vastgesteld. Deze actie kan gevolgen hebben voor het structurele tekort maatschappelijk opvang en vrouwen opvang, we verwachten dit overigens niet. 2. We spreken af dat we in de toekomst toewerken naar een regiobudget voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwen opvang. Hierin worden de drie rijksbijdragen voor de Zeeuwse gemeenten gebundeld. Een dergelijke samenvoeging dient uiteraard gekoppeld te worden aan een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwen opvang. Aangezien Vlissingen de art. 12 status heeft, zal dit
onderwerp ook besproken worden met de art .12 inspecteur. 3. We bereiden de evaluatie in 2024 van bovengenoemde afspraken voor.
30
Governance
BESLUIT WERKCONSTRUCTIE
Regeling zonder meer Artikel 1
Constructie van de centrumgemeente
Gemeenschappelijk orgaan DB
Bedrijfsvoeringsorganisatie ...en wat dachten julie van: - zo licht mogelijk - zo zwaar als nodig - aansluiting bij Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein
Openbaar lichaam AB DB
9
Governance
“Meer ruimte voor trajecten met een functionele dagbesteding in combinatie met een pragmatische aanpak” Iwan van Esch | Novafarm Grip
Om de samenwerking tussen de dertien Zeeuwse gemeenten vorm te geven, moet er een stevig fundament liggen. De governance omvat de afspraken die we als dertien gemeenten maken om de samenwerking vorm te geven. Deze afspraken vormen de (juridische) basis waar we vanuit samenwerken voor beschermd wonen. Huidige stand van zaken Op dit moment is de gemeente Vlissingen centrumgemeente voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. De twaalf Zeeuwse gemeenten hebben Vlissingen voor deze taken gemandateerd. Vervolgens heeft Vlissingen mandaat verleend aan het CZW-bureau (College voor Zorg en Welzijn) om uitvoering te geven aan het beleid en de uitvoering van alle taken voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het CZW-bureau is ondergebracht bij het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO).
Van SWVO maken de vijf Bevelandse gemeenten, Schouwen-Duiveland en Tholen deel uit. Het CZW-bureau heeft een stuurgroep waarin wethouders van een aantal Zeeuwse gemeenten zitting hebben met de wethouder van de gemeente Vlissingen als voorzitter. De dertien Zeeuwse gemeenten hebben nadrukkelijk uitgesproken dat zij gedurende de doordecentralisatie voor de taken van beschermd wonen regionaal willen samenwerken. Hiermee hebben de gemeenten ook uitgesproken tot een passende governance voor deze taken te komen. De dertien gemeenten zijn van mening dat een centrumgemeenteconstructie niet de best passende governance lijkt voor de toekomst, omdat de gemeen-
ten samen aan het roer willen staan. De bestuurders hebben de wens uitgesproken om een samenwerkingsverband in te richten die zo licht mogelijk is en zwaar als nodig is. De bestuurders hebben ook aangegeven dat zij graag onderzocht willen hebben of er een samenwerking kan plaats vinden op het aanpalende beleidsterrein van jeugd.
32
Voorstellen voor 2022 en verder 1. In 2022 blijft centrumgemeente Vlissingen gemandateerd voor de uitvoering van beschermd wonen 2. Vanaf 2023 gaat de nieuwe governance in. 3. We onderzoeken hoe we in de nieuwe governance goed kunnen aansluiten op de ontwikkelingen die regionaal spelen op het jeugdbeleid en kiezen in beginsel niet opnieuw voor een ‘centrumgemeente-constructie’. 4. De Norm voor Opdrachtgeverschap en ook de inkoop vraagt om één bestuurlijk aanspreekpunt voor de regio. Zolang er nog geen nieuwe entiteit is, ligt het voor de hand dat de voorzitter van de stuurgroep CZW bestuurlijk aanspreekpunt is voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in Zeeland. 5. Halverwege 2024 evalueren we de samenwerkingsstructuur en -afspraken. Op basis van de evaluatie besluiten we tot voortzetting of wijziging hiervan per 2026. 6. We maken ontvlechtingsafspraken voor het geval van beëindiging van de samenwerking. Wat moet er nog gebeuren? 1. We willen in eind 2021 starten met het onderzoeken welke samenwerkingsvorm kan worden opgericht (‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’), om daarin de Zeeuwse samenwerking voor beschermd wonen onder te brengen. 2. We komen vervolgens met een voorstel dat ter goedkeuring aan de raden van de Zeeuwse gemeenten zal worden voorgelegd, zodat oprichting in de loop van 2022 kan plaatsvinden.
“Ik wil een opleiding volgen, maar je wordt geremd door de regels van de gemeente.”
2
De tekorten op maatschappelijke opvang/vrouwen opvang worden al jaren gedekt uit de reserve die ontstaat uit BW. Het is een landelijke tendens dat de middelen voor MO/VO voor de regio niet toereikend zijn en de middelen voor BW net ruim zijn bedeeld.
33
Monitoring en evaluatie
Hoe gaat het?
Mijn ervarin g is...
UITVOE RINGSAGENDA AHHA V I SIE
DOCUMENT
Hoe staat onze kwaliteit ervoor?
Grondig en helder beeld We hebben ruimte ingebou wd om aanpass ingen uit te voeren
Gedegen funderi ng
Verder bouwen aan systeem
Planning periodiek kijken
Gemeente A uitgave
Gemeente B uitgave
Gemeente C uitgave
TOEKOMST
10
Monitoring en evaluatie De Zeeuwse gemeenten zien de samenwerking op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang als een lerende omgeving, een proces in doorontwikkeling. Er is altijd ruimte voor ontwikkeling naar beter, naar nieuwe inzichten, mogelijkheden en kansen. We willen dan ook een omgeving creëren die zich steeds en op alle niveaus aanpast aan veranderingen en vraagt om regelmatig onderhoud. Tussen gemeenten, maar ook in de samenwerking met cliënten (en naasten) en partners, liggen altijd weer nieuwe mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren. Hierbij is het de dagelijkse praktijk die vaak aanknopingspunten levert voor verdere ontwikkeling. Het planmatig organiseren van periodiek overleg om stil te staan bij waar we in de praktijk tegenaan lopen, biedt kansen en houvast om met onze partners in de regio in gesprek te blijven. Goede kwalitatieve en kwantitatieve monitoring vormt de basis van dit proces. Huidige stand van zaken Monitoring van beschermd wonen maakt onderdeel uit van het contractbeheer en is gemandateerd aan het CZW-Bureau. Afspraken met zorgaanbieders over monitoring zijn vastgelegd in de huidige inkoopcontracten. Deze monitoring is zowel kwalitatief, op basis van de geldende kwaliteitseisen, als kwantitatief. Kwantitatieve
informatie wordt nog uitgevraagd omdat het berichtenverkeer (de iWmo) voor beschermd wonen in de regio nog niet naar behoren werkt. Er wordt momenteel aan gewerkt om het berichtenverkeer bij gemeenten en zorgaanbieders op orde te krijgen, zodat er geen kwantitatieve gegevens meer handmatig aangeleverd hoeven te worden.
Er is een start gemaakt met monitoring maatschappelijke opvang bij het CZW-Bureau. Jaarlijks vindt er een uitvraag van gegevens plaats ten behoeve van de subsidieverantwoording, op basis van verantwoordingseisen en prestatie-indicatoren. Daarnaast bestaat de landelijke monitor dak- en thuisloosheid. Het aantal dak- en thuislozen is de afgelopen tien jaar verdrievoudigd. Landelijk
35
“Er zou meer diversiteit in beschermde woonvormen moeten komen, zodat we mensen, die nu tussen wal en schip vallen, kunnen ondersteunen bij hun herstelproces” Vivian Scharmin | Emergis
wordt dan ook veel aandacht besteed aan het monitoren van de mensen die aangewezen zijn op de opvang. Elk half jaar leveren aanbieders gegevens aan ten behoeve van deze centrale registratie. Voorstellen voor 2022 en verder 1. De volledige transformatie en decentralisatieopgave wordt gemonitord en geëvalueerd om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij monitoren en evalueren we op inhoud (cliënten naastenervaring, preventie, toegang, wonen en voorzieningen) en op de voorwaarden (de gezamenlijke inkoop en bekostiging, de partnerschapsafspraken, de governance structuur en de samenwerking onderling en met de partners).
2. In 2022 hebben alle gemeenten het berichtenverkeer op orde. 3. We monitoren de voortgang van de implementatie van deze Regiovisie. Dit doen we door een uitvoeringsagenda op te stellen waarvan we periodiek de stand van zaken bespreken.
Wat moet er nog gebeuren? 1. Systeem inrichten voor monitoring en evaluatie van beschermd wonen. 2. Uitvoeringsagenda maken voortkomend uit de afspraken in deze Regiovisie voor de periode tot en met 2025.
36
Bijlagen
37
Bijlage bij Regiovisie beschermd wonen/maatschappelijke opvang Zeeland - Voorstel partnerschapsafspraken beschermd wonen in Zeeland 2023 tot en met 2025
1. Inleiding De dertien Zeeuwse gemeenten staan samen voor de opgave de transformatie van beschermd wonen conform de visie van de commissie Dannenberg ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’ vorm te geven. De gemeenten volgen hierin landelijke beleidsuitgangspunten, neergelegd in de Meerjarenagenda Opvang en Bescherming (VWS, VNG en partners). Vanuit een historisch gegroeide situatie van hoofdzakelijk intramurale zorg willen de gemeenten toegroeien naar een landschap van zoveel mogelijk extramurale ondersteuning: daar waar de cliënt woont, of heeft gewoond. Dit vergroot de kans op herstel en participatie. Om dit transformatiedoel te kunnen realiseren zal tussen 2023 en 2032 de financiële verantwoordelijkheid verschuiven van de centrumgemeente naar de dertien (woon)gemeenten. Dat vereist het ontstaan van een partnerschap, het maken van bindende bestuurlijke afspraken daarover tussen alle dertien gemeenten. Het perspectief is: passende ondersteuning, zoveel mogelijk thuis. De gemeenten willen elkaar vasthouden voor de komende jaren waarbij er nog veel onzekere factoren op ons pad zijn, maar waarbij de gemeenten samen wel voor de opgave staan om continuïteit van zorg te bieden, de transformatie beschermd wonen vorm te geven en tot een succes te maken. In december 2020 zijn de uitgangspunten voor dit partnerschap onderschreven door de dertien portefeuillehouders in het CZW.
1. Alle gemeenten zetten actief in op preventie en nazorg. 2. De doelgroep Beschermd Wonen (zowel bestaande als nieuwe cliënten) beschouwen we als “Zeeuwse cliënten”. 3. We nemen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een passend voorzieningenniveau voor de doelgroep “Zeeuwse Cliënten” Beschermd Wonen (tot en met 2025). 4. Aan de werkgroep partnerschap wordt opdracht gegeven aan de hand van bovenstaande uitgangspunten e.e.a. verder uit te werken op o.a. de onderdelen governance, jaarlijkse inkoopkosten, verrekeningen, etc.
38
2. Huidige situatie in vogelvlucht 2.1 Juridische verantwoordelijkheid Volgens de Wmo zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen. Momenteel hebben de Zeeuwse gemeenten de centrumgemeente Vlissingen gemandateerd voor de uitvoering. De juridische verantwoordelijkheid is hiermee niet overgedragen; gemeenten blijven verantwoordelijk voor hun eigen cliënten. Juridisch zit er wel verschil in welke gemeente verantwoordelijk is. Juridisch gezien valt namelijk alleen het 24/7 intramuraal beschermd wonen onder de wettelijke definitie van beschermd wonen. Alle tussenvormen, zoals het geclusterd beschermd wonen en intensieve begeleiding thuis vallen onder de reguliere, lokale Wmo. Bij beschermd wonen is momenteel de gemeente waar iemand zich meldt verantwoordelijk en de centrumgemeente financieel verantwoordelijk, terwijl voor ambulante ondersteuning de gemeente waar iemand woont verantwoordelijk is. De Zeeuwse gemeenten hebben de centrumgemeente gemandateerd voor de uitvoering van beschermd wonen in de brede zin (dus ook geclusterd beschermd wonen en Intensieve begeleiding thuis).
2.2 Budgetverdeling De Rijksbijdrage beschermd wonen wordt op dit moment als integratie-uitkering verstrekt aan de centrumgemeente Vlissingen. Dit zijn de middelen voor alle BW-cliënten in de regio Zeeland, welke gebaseerd zijn op de situatie vóór 2015. Dit zijn dus zowel intramurale cliënten beschermd wonen, als ook extramurale cliënten in een geclusterde BW-vorm en cliënten met intensieve begeleiding thuis. Met andere woorden: vanuit het centrumgemeentebudget wordt niet alleen beschermd wonen volgens de wettelijke definitie betaald, maar ook het beschermd wonen dat inmiddels is getransformeerd tot een tussenvorm.
39
3. Toekomstige situatie 3.1 Juridische verantwoordelijkheid bestaande en nieuwe cliënten Op dit moment kan iemand zich voor beschermd wonen tot elke gemeente in Nederland wenden. Op basis van een wetsvoorstel geldt, zoals het er nu naar uitziet, vanaf 2023 het woonplaatsbeginsel voor nieuwe cliënten beschermd wonen. • Nieuwe cliënten vallen dan onder de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid van de gemeente waar zij ingezetene zijn voorafgaand aan het BW-traject (= de herkomstgemeente). Het gaat hierbij om het laatste woonadres, niet de gemeente waar zij beschermd gaan wonen. • Bestaande cliënten vallen onder het overgangsrecht: voor hen blijft de gemeente verantwoordelijk die de beschikking heeft afgegeven (centrumgemeente Vlissingen). Dit zijn cliënten die vóór 1 januari 2023 een beschikking hebben gekregen én cliënten die binnen 12 maanden na het aflopen van de beschikking (dus niet per se aansluitend) opnieuw beschermd wonen nodig hebben. Dit overgangsrecht geldt alleen voor bestaande cliënten die volgens de wettelijke definitie BW-cliënten zijn (dus een indicatie intramuraal beschermd wonen).
3.2 Budgetverdeling na doordecentralisatie Per 1 januari 2023 worden de middelen voor beschermd wonen stapsgewijs doorgedecentraliseerd van centrumgemeente Vlissingen naar alle dertien regiogemeenten. De rijksbijdrage die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt op basis van het oude, historische verdeelmodel wordt gedurende het ingroeipad stap voor stap afgebouwd en de rijksbijdragen die de 13 gemeenten ontvangen op basis van het objectief verdeelmodel, wordt jaarlijks groter. Dit is op basis van objectieve verdeelstaven. Tegelijkertijd verandert het budget dat de regio in zijn geheel krijgt (dit lijkt voor Zeeland niet zo’n hele grote afwijking te zijn) van historisch naar objectief. De rijksmiddelen voor alle gemeenten worden objectief verdeeld en nemen toe in gelijke tred met de verwachte instroom van nieuwe cliënten in de gemeenten. Zie bijlage 1.
3.3 Risico’s Nieuwe cliënten worden dus in principe gefinancierd vanuit de objectief verdeelde middelen per gemeente, bestaande cliënten vanuit het historische budget dat bij de centrumgemeente blijft en door de jaren heen ‘leegloopt’ in de objectieve budgetten bij de dertien gemeenten. Hierbij speelt een aantal risico’s: 1. De instroomsnelheid van nieuwe cliënten wijkt af van de te verwachten instroom waar de budgetten op gebaseerd zijn. 2. De gemeenten kunnen met tekorten te maken krijgen omdat zij financieel verantwoordelijk worden voor een groter aantal cliënten dan het aantal waarvoor zij de financiële middelen ontvangen. 3. De centrumgemeente loopt het risico dat het historische budget gaandeweg niet meer toereikend is voor de bestaande BW-cliënten. Het is dus in het belang van alle gemeenten en de centrumgemeente Vlissingen om hier goede afspraken over te maken.
40
4. Voorstel Rekening houdend met de eerder onderschreven uitgangspunten voor partnerschap en de afspraken die hierover zijn gemaakt in de Versnellingsagenda wordt voorgesteld in elk geval de volgende afspraken met elkaar te maken. Op sommige onderdelen vragen deze afspraken nog om een nadere uitwerking, dit wordt trapsgewijs opgepakt (verdere uitwerking volgt na instemming met dit voorstel). 4.1 De Zeeuwse gemeenten kopen van 2023 tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Dit is een jaar later en langer dan eerder vastgesteld. Hiermee wordt aangesloten bij het uitstel van de doordecentralisatie met één jaar. Onder beschermd wonen verstaan we: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). Ondersteuning voor cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding, zoals verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT), wordt ook op regionaal niveau ingekocht, maar individuele gemeenten kunnen ook besluiten om dit zelf in te kopen.
4.2 De Zeeuwse gemeenten bekostigen beschermd wonen voor alle Zeeuwse cliënten gezamenlijk in de periode 2023 t/m 2025. • Dit geldt voor: o Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. o Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). o Cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding zoals we die wordt verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT). o Bestaande (indicaties afgegeven vóór 2023) en nieuwe cliënten (indicaties afgegeven vanaf 2023) met een indicatie voor beschermd wonen intramuraal, geclusterd beschermd wonen en IBT. • Er zijn hierbij geen voor- en nadeelgemeenten, omdat alle bovengenoemde beschikkingen gezamenlijk worden bekostigd. • In 2024 wordt geëvalueerd om tot een nieuwe (en voortgezette of gewijzigde) situatie te komen in 2026.
4.3 Voor de bekostiging wordt in de periode 2023 tot en met 2025 gewerkt met één regiobudget. Onderstaand zijn eerst de voorgestelde afspraken opgenomen. Hierna volgen drie paragrafen met verdiepende onderbouwingen bij de drie belangrijkste afspraken / afwegingen (het gebruik van een regiobudget en de brede definitie van beschermd wonen, het opnemen van de tekorten maatschappelijke opvang/vrouwen opvang in de begroting voor beschermd wonen, en de afwegingen rondom de mogelijke verdeelsleutels). • Het regiobudget wordt gevuld met: o Het (historisch) centrumgemeentebudget beschermd wonen o De objectieve budgetten beschermd wonen van de dertien gemeenten o De eigen bijdragen die gemeenten ontvangen voor inwoners met een indicatie intramuraal beschermd wonen. • Zie paragraaf 4.3.1 voor een onderbouwing van het gebruik van een regiobudget. • De reserve centrumtaken inclusief bijbehorende risico’s van de centrumgemeente op 31-12-2022 wordt overgeheveld naar het regiobudget. Voor het overhevelen van (een deel) van de reserve centrumtaken is toestemming van de art. 12 inspecteur nodig. Naar verwachting zal de inspecteur adviseren de evaluatie vanaf 2023 af te wachten. . Nodig is de risicoanalyse van de huidige en blijvende risico’s bij cg Vlissingen na 31-12-2022.
Het is nog niet aangetoond dat de 13 gemeenten in staat zijn om de risico’s over te nemen én er zijn nog geen afhechtingsafspraken gemaakt voor het geval bij de evaluatie in 2024 besloten wordt om de gezamenlijke financiële afspraken ingrijpend
41
•
•
•
•
•
bij te stellen. Hier komt nog bij dat op dit moment nog weinig bekend is over de nieuwe governance. Dit alles heeft tot gevolg dat gedurende de ingroeiperiode de cg Vlissingen nog steeds risico’s loopt terwijl ze vanaf 2023 weinig sturingsmogelijkheden heeft. De tekorten1 meerjarenbegroting maatschappelijke opvang/vrouwen opvang op begrotingsbasis zijn onderdeel van de begroting beschermd wonen (vraagt verdere uitwerking afspraken rondom maatschappelijke opvang/vrouwen opvang, en hoe gaan we ermee om als de middelen niet toereikend zijn). Zie paragraaf 4.3.2 voor een verdiepende beschouwing over het opnemen van deze tekorten in de begroting beschermd wonen. Uit het regiobudget wordt een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten voor toegang (200.000 euro per jaar – zie voorstel toegang voor berekening van deze kosten) en preventie (op basis van een inventarisatie wordt een onderbouwd voorstel voor een budget gedaan). Deze overheveling wordt gedaan aan de hand van een verdeelsleutel (zie laatste punt). Overschotten op het regiobudget worden tot en met 2025 binnen het regiobudget gehouden en niet tussentijds uitgekeerd. Tekorten gaan in eerste instantie ten laste van de reserve. Aan de voorkant worden afspraken gemaakt over de verdeelsleutel bij tekorten wanneer de reserve niet toereikend is. Reserve is minimaal 10% en maximaal 15% van het regiobudget.
Deze 15% is een voorlopige inschatting. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie bij centrumgemeente Vlissingen kan dit maximumbedrag opgehoogd worden. Voor de te hanteren verdeelsleutel (voor toegang, preventie en eventueel tekort op de reserve) bestaan verschillende opties. Het voorstel is om de verdeelsleutel vanuit het objectieve verdeelmodel te hante-
ren. Dit verdeelmodel is afgestemd op de verwachte toekomstige opgave van gemeenten op basis van de nieuwe beleidsmatige uitgangspunten voor beschermd wonen. Het model is gebaseerd op 6 maatstaven: hoge zorgkosten, aantal patiënten met een ernstig psychiatrische aandoening, oppervlakte land, regionale centrumfunctie en een vast bedrag.
•
Een andere optie is de verdeelsleutel op basis van inwoneraantal. Zie bijlage 2. De verschillende voor- en nadelen rondom deze afweging zijn verder uitgewerkt in paragraaf 4.3.3. • 4.3.1 Het gebruik van een regiobudget en de brede definitie van beschermd wonen. In de huidige situatie ontvangen alleen de centrumgemeenten een (historisch verdeeld) rijksbijdrage voor beschermd wonen. Als de volledige doordecentralisatie afgerond is, zullen alle gemeenten een rijksbijdrage voor beschermd wonen ontvangen op basis van een objectief verdeelmodel. Om deze overgang te faciliteren wordt het historische budget de komende jaren afgebouwd aan de hand van een ingroeipad. Het tempo van dit ingroeipad is gebaseerd op de geprognosticeerde uitstroom van bestaande cliënten. Na een aantal jaar zouden alle cliënten uitgestroomd moeten zijn2, waarna het budget op basis van deze prognose volledig objectief verdeeld wordt. Mogelijke gevolgen van de nieuwe verdeling en het ingroeipad Deze nieuwe verdeling en het bijbehorende ingroeipad kunnen een aantal gevolgen hebben: • Voor centrumgemeenten: Indien de uitstroom van bestaande cliënten langzamer gaat dan voorspeld, en dus langzamer dan het ingroeipad, dan zullen er meer cliënten beschermd wonen dan waarvoor fi-
nanciële middelen worden ontvangen. Omgekeerd ontstaat er bij een snellere uitstroom ook een overschot. Voor regiogemeenten: Het objectieve budget neemt jaarlijks toe aan de hand van hetzelfde ingroeipad. Effectief betekent dit dus dat het objectieve budget in gelijke tred zou moeten groeien met de instroom in beschermd wonen. Als de instroom van nieuwe cliënten in een gemeente sneller gaat dan verwacht, dan zal deze gemeente hiervoor te weinig financiële middelen ontvangen. Omgekeerd ontstaat er bij een lagere instroom ook een overschot. Voor alle gemeenten: Naast deze mogelijkheden waardoor een tekort of overschot kan ontstaan, kan het ook zo zijn dat het budget dat het objectieve verdeelmodel voorspelt voor een gemeente groter / kleiner is dan de kosten die deze gemeente maakt. Landelijk is de verklaringsgraad van het verdeelmodel vrij laag (minder dan 50%), wat betekent dat het objectieve budget dat een gemeente ontvangt vanuit het Rijk niet altijd goed aan zal sluiten bij de werkelijke kosten. Dit kan zowel hoger als lager liggen. Wat dit betekent op het niveau van iedere individuele gemeente is niet bekend.
Voordelen van het hanteren van een regiobudget De verwachting is dat er zowel gemeenten zullen zijn met een tekort, als gemeenten met een overschot. Een manier waarop het risico op een tekort kan worden verkleind, is door regionale samenwerking. Als de budget1 De tekorten op maatschappelijke opvang/vrouwen opvang worden al jaren
gedekt uit de reserve die ontstaat uit BW. Het is een landelijke tendens dat de middelen voor maatschappelijke opvang/vrouwen opvang voor de regio niet toereikend zijn en de middelen voor BW net ruim zijn bedeeld. 2 Cliënten die levenslang in beschermd wonen zouden verblijven, zijn als het
goed is de Wlz ingestroomd.
42
ten van alle gemeenten in een regio worden gebundeld voor de inkoop van beschermd wonen, heffen de tekorten en overschotten elkaar naar verwachting voor een groot deel op. Zelfs als dit niet volledig het geval is, zorgt het in ieder geval voor kleinere jaarlijkse schommelingen in de eventuele tekorten of overschotten. Tot slot sluit het hanteren van een regiobudget nauw aan bij het huidige systeem. De relatie tussen financiële middelen en een brede definitie voor BW-cliënten In de afgelopen jaren zijn er steeds meer zogenaamde tussenvormen van beschermd wonen ontwikkeld. Centrumgemeenten ontvangen momenteel financiële middelen vanuit het Rijk via een historische verdeling die is gebaseerd op de periode voordat deze tussenvormen werden ontwikkeld. Omdat ook het macrobudget in de tussentijd niet is veranderd (buiten indexatie), bevat dit historisch budget ook de financiële middelen voor BW-cliënten met tussenvormen. Met de overgang naar de objectieve verdeling verandert het macrobudget wederom niet. Dit betekent dat bekostiging voor de tussenvormen in ook in de toekomstige situatie in de financiële middelen vanuit het Rijk is inbegrepen.
Onderbouwingen voor het hanteren van een brede definitie voor BW-cliënten Voor het hanteren van de brede definitie voor beschermd wonen in het kader van de regionale samenwerking zijn een aantal onderbouwingen: • Aansluiting bij financiële middelen: De financiële middelen dekken in principe alle vormen (in de brede definitie) van beschermd wonen. Als er gekozen wordt om te werken met een regiobudget, dan is het logisch om hierbij aan te sluiten met de brede definitie van BW-cliënten.
•
•
Aansluiting bij huidige afspraken: Hoewel regiogemeenten in de huidige situatie op papier verantwoordelijk zijn voor tussenvormen, zijn er in Zeeland momenteel al afspraken om de centrumgemeente hiervoor te mandateren. Belang van opnieuw instromende cliënten: Het overgangsrecht gaat alleen gelden voor klassiek/ wettelijk beschermd wonen. Voor alle tussenvormen vallen cliënten die binnen een jaar opnieuw instromen onder de verantwoordelijkheid van de herkomstgemeente. Dat zou kunnen betekenen dat ze ergens anders naar toe moeten voor ondersteuning. Met de brede definitie van beschermd wonen, in combinatie met een regiobudget, wordt deze situatie voor cliënten voorkomen.
Een mogelijk nadeel van het hanteren van een brede definitie beschermd wonen inclusief IBT is dat het hierdoor lastiger is om het ondersteuningsaanbod lokale Wmo op het regionale beschermd wonen aanbod aan te laten sluiten. Dit kan het op- en afschalen van ondersteuning tussen lokaal en regionaal aanbod ingewikkelder maken. Het lijkt dus een verstandige keus om de brede definitie van beschermd wonen te (blijven) hanteren, zeker in combinatie met de keuze voor een regiobudget. Hierbij is het wel van belang dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over welke vormen van ondersteuning er onder de tussenvormen van beschermd wonen vallen, en welke niet. Ook moet in de praktijk gemonitord worden hoe het op- en afschalen tussen lokale Wmo en regionale beschermd wonen ondersteuning verloopt.
4.3.2 Het structurele tekort maatschappelijke opvang/ VO in relatie tot de begroting beschermd wonen. In Zeeland is de rijksbijdrage beschermd wonen ruim bemeten en de rijksbijdragen maatschappelijke opvang en VO pakken minder gunstig uit. Dit heeft wellicht te maken met de verdeelmaatstaven die gehanteerd worden voor deze rijksbijdragen én het feit dat de rijksbijdragen maatschappelijke opvang en VO niet geïndexeerd worden. Zeeland is in dit opzicht niet uniek. Bovendien is de rijksbijdrage maatschappelijke opvang en VO nooit als kostendekkend uitgekeerd. Gemeenten worden geacht hun eigen aandeel te leveren m.b.t. het opvangen en ondersteunen van mensen die door wat voor reden dan ook dakloos (dreigen te) worden of slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Gemeenten worden daarvoor gefaciliteerd via het Gemeentefonds.
Inhoudelijke en financiële verwevenheid maatschappelijke opvang en vrouwen opvang In Zeeland is er sprake van een inhoudelijke en financiële verwevenheid tussen maatschappelijke opvang en VO. Deze verwevenheid is gebaseerd op bewuste keuzes die de cliënt ten goede komen. Deze inhoudelijke verwevenheid brengt ook financiële verwevenheid met zich mee. Structureel tekort maatschappelijke opvang/vrouwen opvang Een deel van de structurele uitgaven maatschappelijke opvang/VO structureel wordt jaarlijks ten laste gebracht van de rijksbijdrage beschermd wonen. Het om een bedrag van ca. € 1 mln.
43
Het structurele tekort maatschappelijke opvang/vrouwen opvang en de doordecentralisatie beschermd wonen met ingang van 2023 Bij de doordecentralisatie beschermd wonen in 2023 en de overgang naar het objectief verdeelmodel zou het feit dat jaarlijks een bedrag van ca. € 1 mln ten laste gebracht wordt van de rijksbijdrage beschermd wonen tot problemen kunnen leiden. Dit is naar alle waarschijnlijkheid niet het geval omdat – voor zover nu bekend – het nieuwe verdeelmodel voor Zeeland in totaliteit weinig financiële gevolgen zal hebben: het totale budget voor beschermd wonen (bestaande uit de rijksbijdrage beschermd wonen die nog binnenkomt bij de centrumgemeente Vlissingen) blijft vanaf de start van de financiële doordecentralisatie in 2023 nagenoeg gelijk. Mogelijk neemt het gezamenlijke budget toe in de loop van het 10-jarig ingroeipad. Ook in de toekomst zal het dus naar alle waarschijnlijkheid mogelijk zijn om het tekort op maatschappelijke opvang/VO structureel aan te vullen vanuit het jaarlijks overschot op het regionale beschermd wonen budget. De afspraak dat het tekort maatschappelijke opvang/VO in 2023-2025 ten laste gebracht wordt van het regio budget beschermd wonen moet uiteraard wel expliciet vastgelegd worden in de NvO/Partnerschapsafspraken.
Ook moet op voorhand geregeld worden hoe hier vanaf 2026 mee omgegaan wordt in het geval dat de samenwerkingsafspraken na 2025 niet gecontinueerd of ingrijpend gewijzigd worden. Voorkomen moet immers worden dat de centrumgemeente Vlissingen geen financiële mogelijkheden heeft om dit tekort maatschappelijke opvang/ VO aan te vullen terwijl zij als centrumgemeente wel verantwoordelijk blijft voor de financiële gang van zaken rond maatschappelijke opvang en VO. Immers, pas in 2026 wordt bekend of maatschappelijke opvang al dan niet door gedecentraliseerd wordt en VO wordt in ieder geval niet door gedecentraliseerd.
Ambitie: één gezamenlijk budget bestaande uit de rijksbijdragen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwen opvang Ook gezien de inhoudelijke overlap tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang/VO ,en de wens om daar waar mogelijk vraagstukken integraal op te pakken aangezien dit veelal tot beter passende oplossingen voor onze inwoners leidt én kosteneffectief is, is in de Regiovisie de ambitie neergelegd om te komen tot een samengevoegd budget bestaande uit de rijksbijdragen beschermd wonen (één rijksbijdrage via de centrumgemeenten en 13 rijksbijdragen via de regiomeenten) + de rijksbijdrage maatschappelijke opvang en de rijksbijdrage VO. Een dergelijke samenvoeging dient uiteraard gekoppeld te worden aan een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en VO. Aangezien Vlissingen de art. 12 status heeft, zal dit onderwerp ook besproken worden met de art. 12 inspecteur. Kan de transformatie maatschappelijke opvang leiden tot een structureel lager kostenniveau? Gemeenten hebben niet alleen voor beschermd wonen maar ook voor maatschappelijke opvang een transformatieopdracht. De centrumgemeente Vlissingen heeft in december 2020 via de decembercirculaire een eenmalige decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang ontvangen van bijna € 2,7 mln.
Dit bedrag is gekoppeld aan het plan voor het terugdringen en voorkomen van dak- en thuisloosheid dat de gemeenten in september 2020 ingediend hebben. Dit plan is opgebouwd langs 3 lijnen: 1. Voorkomen van dak- en thuisloosheid (inclusief terugval), 2. Transformatie van de opvang door verbouw van de klassieke slaapzalen in zelfstandige woonplekken zodat er meer aandacht kan komen voor begeleiding vanuit een eigen woonplek, dit betekent ook dat er
meer woonplekken gecreëerd moeten worden, 3. Meer aandacht voor passende begeleiding. De 13 gemeenten zijn nu bezig met het verder uitwerken van dit plan en hebben 21 concept-maatregelen opgesteld. Naar verwachting zullen bepaalde maatregelen structurele kosten met zich mee brengen. Op dit moment is nog niet bekend of en wanneer dit geheel van maatregelen leidt tot een dusdanige transformatie die leidt tot meer effectieve preventie en meer kansen op snel herstel maar er tevens voor zorgt dat we op een structureel lager kostenniveau terecht komen. Herijking maatschappelijke opvang en veilige opvang Tegelijkertijd zijn we in de werkgroep maatschappelijke opvang bezig met een herijking van maatschappelijke opvang en VO. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat het tekort minder wordt. 4.3.3 Afwegingen rondom de te hanteren verdeelsleutel. Naar aanleiding van het overgenomen advies van de commissie Toekomst beschermd wonen door ministerie van VWS en BZK, is landelijk een bredere transformatie ingezet, die wordt gekenmerkt door de volgende drie verschuivingen: 1. Van regionale gecentraliseerde voorzieningen naar lokale ondersteuning; 2. Van verblijf naar ambulante voorzieningen (ambulantisering); 3. Van bestaand aanbod naar vraaggericht.
De opgave is een goede aansluiting tot stand brengen op de lokale infrastructuur in wijken en buurten met het oog op preventie van instroom en het bevorderen en bestendigen van uitstroom uit verblijfsvoorzieningen. Waarbij een groter deel van de huidige (en nieuwe) cliën-
44
ten beschermd wonen in de toekomst naar verwachting worden ondersteund met –intensievere vormen van – ambulante begeleiding in plaats van ondersteuning met verblijf in een intramurale voorziening. Het aanbod transformeert dan ook mee van aanbod (bestaande voorzieningen) naar vraaggerichte ondersteuning: levensbrede en domeinoverstijgende ondersteuning gericht op inclusie, herstel en participatie. Huidige situatie: historisch financieel verdeelmodel op basis van bestaand aanbod Met de decentralisaties van het sociaal domein in 2015 zijn ook de financiële middelen voor deze taken overgegaan naar de gemeenten. Hiervoor heeft het Rijk in 2015 een ‘foto’ gemaakt van de situatie van beschermd wonen – voorzieningen en cliënten – op dat moment. Op basis van die foto is het budget vastgesteld. Ditzelfde budget is vervolgens jaarlijks via de centrumgemeenten uitgekeerd aan de gemeenten. Dit model kennen we als het historische financieel verdeelmodel. Openstelling Wlz Voor mensen die als gevolg van een psychische kwetsbaarheid blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in nabijheid, is op 1 januari 2021 de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld. Ongeveer 53 procent van de huidige cliënten in beschermd wonen zijn hiervoor in aanmerking gekomen in Zeeland. Met de overgang van cliënten van de Wmo naar de Wlz wordt ook het zorgbudget van deze cliënten overgeheveld.
Toekomstige situatie: objectief verdeelmodel op basis van de vraag De doordecentralisatie, die op 1 januari 2023 in werking zal treden, moet de verhoudingen weer in balans brengen. Vanaf 1 januari 2023 wordt het rijksbudget – met
een ingroeipad van tien jaar – verdeeld door middel van een nieuw objectief financieel verdeelmodel. De kern van dit verdeelmodel is dat het budget niet langer op basis van historische gegevens wordt verdeeld, maar op basis van objectieve verdeelmaatstaven. Hierbij wordt gekeken naar de demografische samenstelling van de gemeente, aangevuld met de aanwezigheid van zogenaamde risicofactoren. Deze gegevens bepalen samen hoeveel budget er naar elke afzonderlijke gemeente gaat. De definitieve uitname Wlz is gepubliceerd in de septembercirculaire 2021. De rijksbijdrage beschermd wonen 2021 en 2022 voor de resterende beschermd wonen cliënten, is nu dus bekend. De uitname Wlz is in Zeeland hoog gezien het feit dat zo’n 53 % van de cliënten overgaan naar de Wlz. Door deze hoge uitname is er in Zeeland de facto sprake van een zesjarig ingroeipad: vanaf 2029 jaar ontvangen de 13 gemeenten alle beschermd wonen middelen op grond van het objectief verdeelmodel. De rijksbijdrage beschermd wonen (op grond van het historisch verdeelmodel) die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt, staat in 2029 op nul, zie de tabel in bijlage 1. De verdeling voor toegang en preventie vanuit het regiobudget Zoals opgenomen onder de afspraken wordt er vanuit het regiobudget een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten om de toegang in te kunnen richten, en preventie-werkzaamheden op te zetten.
Voor de toegang gaat het om € 200.000 per jaar, die verdeeld worden over de 13 gemeenten. Voor preventie is er nog geen concreet voorstel. Voor de wijze waarop deze bedragen worden verdeeld onder de gemeente zijn twee opties: 1. Via dezelfde objectieve verdeelsleutel als waarmee het rijksbudget wordt verdeeld. 2. Via een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners.
Gemeente
Landelijk verdeelmodel Borsele 1,7% Goes 1,5% Hulst -0,1% Kapelle 5,0% Middelburg -0,6% Reimerswaal 0,6% Terneuzen -3,2% Tholen 1,7% Veere 2,4% Vlissingen 0,8% Schouwen-Duiveland 0,4% Noord-Beveland -0,7% Sluis -2,6%
Inwoners -0,3% 1,7% 0,1% 0,1% 1,2% 1,2% -0,8% 0,4% -0,6% -0,6% -0,3% -0,4% -2,4%
Het objectieve verdeelmodel is geijkt op het aantal instromende cliënten. De financiële middelen die nodig zijn voor het inrichten van de toegang en preventie schalen naar alle waarschijnlijkheid met het aantal instromende cliënten. Op basis daarvan kunnen we stellen dat de objectieve verdeelsleutel waarmee het rijksbudget wordt verdeeld inhoudelijk waarschijnlijk beter past bij het doel van het budget dat verdeeld wordt over de dertien gemeenten. Dit verdeelmodel kent echter ook een nadeel. De maatstaven waarop het model is gebaseerd (voornamelijk de maatstaf “hoge zorgkosten”) fluctueren op jaarbasis doorgaans meer dan het aantal inwoners van een gemeente. Dit betekent dat de verdeling volgens dit verdeelmodel ook minder stabiel is, en dat het budget dat een gemeente van jaar op jaar ontvangt meer kan schommelen dan het geval zou zijn bij de verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners.
45
De fluctuaties voor beide verdeelsleutels zijn in de tabel rechts in beeld gebracht. Hiervoor is een vast regionaal budget gehanteerd, en zijn de beschikbare gegevens uit 2017 en 2020 gebruikt, om de verdeling over de Zeeuwse gemeenten te maken aan de hand van beide verdeelsleutels. In de tweede kolom zijn de procentuele fluctuaties van de gemeentelijke budgetten weergegeven indien de objectieve verdeelsleutel van het rijksbudget wordt gebruikt, en in de derde kolom de fluctuaties bij het gebruik van een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners. Te zien is dat de schommelingen op basis van het landelijke verdeelmodel doorgaans groter zijn dan de schommelingen op basis van het aantal inwoners. De gemiddelde fluctuatie bij gebruik van het landelijke verdeelmodel (in absolute waarde) bedraagt 1,6%, maar voor een individuele gemeente zijn er fluctuaties tot 5% te zien. Bij gebruik van het verdeelmodel o.b.v. het aantal inwoners is de gemiddelde fluctuatie (in absolute zin) 0,8%, en ook de grootste individuele fluctuatie is kleiner (2,4%).