CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-48a D23.294885 Partnerschapsafspra Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 en bijlagen

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 202427.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.4 De volledige decentralisatieopgave wordt gemonitord om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij willen we niet alleen monitoren wat we binnen de gezamenlijke inkoop doen, maar ook welke effecten in de afzonderlijke gemeenten optreden. Daarnaast is monitoring belangrijk om te volgen of de partnerschapsafspraken en de gekozen verdeelsleutels daadwerkelijk effectief zijn en geen onbedoelde neveneffecten veroorzaken. • Er is een centrale backoffice nodig voor de administratie. • Het systeem moet tussentijds geëvalueerd worden en zo nodig bijgesteld kunnen worden.

Bijlage 1: Overzicht objectief verdeelmodel per totaalbudget komende 10 jaar (op basis van septembercirculaire 2021, het definitieve model volgt in mei 2022)

4.5 De governancestructuur die de Zeeuwse gemeenten hiervoor met elkaar afspreken moet ondersteunend zijn aan de transformatieopgave en deze partnerschapsafspraken.

Kort samengevat is de objectieve verdeelsleutel waarmee ook het rijksbudget wordt verdeeld het voordeel dat het beter aansluit bij het doel van de te verdelen middelen, maar het nadeel dat de verdeling meer fluctueert op jaarbasis. De verdeling op basis van het aantal inwoners sluit inhoudelijk minder goed aan bij het doel van de te verdelen middelen, maar is stabieler van jaar tot jaar. De daadwerkelijke uitkomsten voor beide verdeelsleutels zijn opgenomen in bijlage 2. De keuze voor een van beide verdeelmodellen moet uiteindelijk een bestuurlijke keuze zijn.

46

Onderstaand zijn de geraamde budgetten voor de Zeeuwse gemeenten weergegeven op basis van het objectieve verdeelmodel. Voor deze verdeling zijn de maatstaven gebruikt uit 2020. Ieder jaar worden deze maatstaven geactualiseerd naar de huidige stand, waarmee

JAAR

TOTAAL REGIO

BORSELE

GOES

HULST

ook de objectieve verdeling verandert. Onderstaande tabel betreft dus alleen een inschatting van de budgetten voor de komende 10 jaar op basis van de gegevens van 2020.

KAPELLE

MIDDELBURG NOORD-B

REIMERSWAAL

SCHOUWEN-D SLUIS

Bijlage 2: optie A en B verdeelsleutel

TERNEUZEN THOLEN

VEERE

VLISSINGEN

CG VLISSINGEN

HISTORISCH

2021

€ 34.370.168

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ 34.370.168

2022

€ 33.090.006

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ 33.090.006

2023

€ 33.424.216

€ 183.560

€ 463.646

€ 277.990

€ 123.045

€ 440.955

€ 89.116

€ 178.441

€ 273.671

€ 260.724

€ 536.290

€ 203.100

€ 159.138

€ 412.633

€ 29.821.908

2024

€ 33.755.492

€ 585.080

€ 1.477.832

€ 886.069

€ 392.197

€ 1.405.505

€ 284.050

€ 568.764

€ 872.303

€ 831.034

€ 1.709.378

€ 647.363

€ 507.240

€ 1.315.231

€ 22.273.446

2025

€ 34.089.310

€ 921.802

€ 2.328.345

€ 1.396.014

€ 617.911

€ 2.214.393

€ 447.524

€ 896.096

€ 1.374.326

€ 1.309.306

€ 2.693.149

€ 1.019.930

€ 799.164

€ 2.072.165

€ 15.999.185

2026

€ 34.424.045

€ 1.204.659

€ 3.042.803

€ 1.824.384

€ 807.519

€ 2.893.885

€ 584.848

€ 1.171.065

€ 1.796.041

€ 1.711.069

€ 3.519.548

€ 1.332.897

€ 1.044.389

€ 2.708.014

€ 10.782.923

2027

€ 34.743.879

€ 1.442.282

€ 3.643.004

€ 2.184.249

€ 966.804

€ 3.464.712

€ 700.211

€ 1.402.061

€ 2.150.316

€ 2.048.583

€ 4.213.788

€ 1.595.815

€ 1.250.397

€ 3.242.177

€ 6.439.479

2028

€ 35.063.712

€ 1.642.542

€ 4.148.834

€ 2.487.531

€ 1.101.044

€ 3.945.785

€ 797.435

€ 1.596.737

€ 2.448.886

€ 2.333.027

€ 4.798.871

€ 1.817.393

€ 1.424.015

€ 3.692.352

€ 2.829.260

2029

€ 35.383.546

€ 1.803.007

€ 4.554.147

€ 2.730.547

€ 1.208.609

€ 4.331.262

€ 875.339

€ 1.752.728

€ 2.688.126

€ 2.560.949

€ 5.267.689

€ 1.994.941

€ 1.563.131

€ 4.053.070

€0

2030

€ 35.703.380

€ 1.819.305

€ 4.595.312

€ 2.755.228

€ 1.219.534

€ 4.370.413

€ 883.251

€ 1.768.571

€ 2.712.424

€ 2.584.097

€ 5.315.304

€ 2.012.973

€ 1.577.261

€ 4.089.706

€0

2031

€ 36.023.214

€ 1.835.602

€ 4.636.478

€ 2.779.910

€ 1.230.458

€ 4.409.564

€ 891.163

€ 1.784.414

€ 2.736.722

€ 2.607.246

€ 5.362.919

€ 2.031.005

€ 1.591.390

€ 4.126.342

€0

2032

€ 36.343.048

€ 1.851.900

€ 4.677.643

€ 2.804.592

€ 1.241.383

€ 4.448.714

€ 899.076

€ 1.800.257

€ 2.761.020

€ 2.630.394

€ 5.410.534

€ 2.049.038

€ 1.605.519

€ 4.162.978

€0

47

Inwoneraantal

Verdeelsleutel optie A o.b.v. objectief verdeelmodel in %

Verdeelsleutel optie Bo.b.v. inwoneraantal in %

Verschil

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen

22.739 38.082 27.556 12.695 48.822 7.392 22.730 33.839 23.210 54.426 25.757 21.880 44.360

5,10 12,87 7,72 3,42 12,24 2,47 4,95 7,60 7,24 14,89 5,64 4,42 11,45

5,93 0,83 9,93 -2,94 7,19 -0,53 3,31 -0,11 12,73 0,49 1,93 -0,55 5,93 0,97 8,82 1,23 6,05 -1,19 14,19 -0,70 6,72 1,08 5,71 1,29 11,57 0,11

Totaal

383.488

100%

100% 0,00

48

Dankwoord Dit Regiovisie BW/MO document kwam tot stand met de medewerking van: Dank aan Stichting Ypsilon, Stichting Hersteltalent en Zorgbelang Zeeland West-Brabant. We bedanken zorgaanbieders, corporaties, adviesraden en cliëntvertegenwoordigers voor hun deelname aan de sessies die plaatsgevonden hebben bij de totstandkoming van deze regiovisie.

Stichting HerstelTalent en alle fotomodellen/ervaringsdeskundigen die hun eigen schroom opzij hebben gezet om beschermd wonen in Zeeland een gezicht te geven. Hartelijk dank voor jullie moed.

Ook willen we de vertegenwoordigers van Juvent, Emergis, Leger des Heils, CKZ en Novafarm Grip bedanken voor de inzichten die wij in dit document mogen delen. De vertegenwoordigers van deze zorgaanbieders gaven antwoord op twee vragen: • •

De tendens is: ‘van intramuraal naar beschermd thuis’. Wat is uw visie op deze ontwikkeling? Wat is uw toekomstdroom voor beschermd wonen in Zeeland?

Vormgeving de Wilde Zeeuw Ontwerpers | dwzo.nl Fotografie en illustratie: Ronès Wielinga Concept en vorm: Sophie Noens

49

Voor een toekomst zonder geweld Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zeeland 2019-2023 Juni 2019

Inhoud

Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zeeland 2019-2023 Werkgroep Huiselijk Geweld & Kindermishandeling 1. Inleiding 3 Terugblik regiovisie 2015-2018 3 Ontwikkelingen3 Omvang3 Landelijk programma Geweld hoort nergens thuis 5 Kenmerken regio Zeeland 5 2. Regiovisie 2019-2022 Centrale visie Centrale ambities Randvoorwaarden voor het realiseren van de centrale ambitie:

Werkgroep Huiselijk Geweld & Kindermishandeling Jacqueline de Regt (gemeente Terneuzen) Yoeba Dresen (gemeente Middelburg) Gerda van Bambost (gemeente Borsele) Sjef Neve (gemeente Hulst) Paulette de Kraker (projectleider Geweld hoort nergens thuis) Saskia Ummels (CZW Bureau) In opdracht van de Stuurgroep CZW Bureau Goes, juni 2019

6 6 6 7

3. Actielijnen 8 Actielijn 1: Eerder en beter in beeld 8 Visie9 Ambities9 Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen 10 Visie10 Ambities10 Actielijn 3: Specifieke groepen 12 Visie12 Ambities12 4. Monitoring en evaluatie

13

5. Wettelijke en financiële kaders Wettelijk kader Financieel kader

14 14 14

Bijlagen15 Bijlage 1: Veilige Opvang in Regiovisie BW & Opvang  15 Bijlage 2: Infographic Landelijke en Zeeuwse cijfers 16 Bijlage 3: Afkortingen & begrippenlijst 18 Bronnen19

1. inleiding

Huiselijk geweld en kindermishandeling is de meest voorkomende vorm van geweld in Nederland

Huiselijk geweld en kindermishandeling is de meest voorkomende vorm van geweld in Nederland en vormt één van de grootste maatschappelijke problemen, met enorme (directe en indirecte) impact, persoonlijk én maatschappelijk. Het komt bovendien in alle lagen van de bevolking voor. Vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet vervullen de gemeenten hierin een centrale rol. Gemeenten hebben ook een rol als toezichthouder op de toepassing van de Wet Meldcode in de lokale zorg. Bovendien is de aanpak van huiselijk geweld een belangrijk aandachtspunt in het integrale veiligheidsbeleid van de Zeeuwse gemeenten. Een effectieve aanpak vereist nauwe samenwerking tussen gemeenten, inwoners, hulpverlening, maatschappelijke organisaties, politie en justitie. De gemeenten in Zeeland maken beleid om samen met instellingen en organisaties huiselijk geweld en kindermishandeling tegen te gaan. Terugblik regiovisie 2015-2018 In 2014 hebben de Zeeuwse gemeenten de eerste gezamenlijke regiovisie op de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. Deze regiovisie was voornamelijk gericht op de vorming en inrichting van het AMHK (Veilig Thuis) en de samenwerking tussen veiligheids- en zorgpartners. Daarnaast is aandacht uitgegaan naar het zo snel mogelijk stoppen van geweld. Veilig Thuis voldoet inmiddels aan de eisen van de inspecties in het Toezicht Sociaal Domein.

Toch slagen we er in Nederland, ook in Zeeland, onvoldoende in om geweld in huiselijke kring en afhankelijkheidsrelaties te voorkomen en terug te dringen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat we te veel signalen van mishandeling missen en veel meer preventief kunnen werken. Bovendien lukt het te vaak niet om de hardnekkige patronen van geweld duurzaam te doorbreken en welzijn van betrokkenen te herstellen. Ontwikkelingen Bovenstaande en nieuwe ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven tot het nationaal programma Geweld hoort nergens thuis.In de Regiovisie Zeeland 2019-2022: “Voor een toekomst zonder geweld” worden de actielijnen uit dit landelijke programma vertaald naar een Zeeuwse visie. Nieuwe ontwikkelingen zijn onder andere de aanscherping van de Wet Meldcode, de radarfunctie Veilig Thuis en de ontwikkeling van MDA++. Maar in de eerste plaats is er een wereld te winnen met nog beter samenwerken, preventiever werken en beter signaleren op lokaal niveau. Samenwerken en deskundigheid zijn nadrukkelijke randvoorwaarden in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Gemeenten hebben ook een rol als toezichthouder op de toepassing van de Wet Meldcode in de lokale zorg. Omvang In Nederland heeft 5,5% van de 18+ bevolking de afgelopen vijf jaar te maken gehad met ten minste één voorval van fysiek of seksueel geweld dat werd gepleegd door iemand uit de huiselijke kring.

Daarnaast wordt naar schatting zeker 3% van de kinderen mishandeld (119.000 kinderen per jaar). Veel daarvan betreft ernstige verwaarlozing. Naar schatting wordt 5% van de thuiswonende ouderen boven de 65 jaar slachtoffer van mishandeling door partners, familie, huisvrienden of zorgverleners. 20% van de vrouwen in Nederlands is ooit fysiek mishandeld door haar (ex)partner en jaarlijks kloppen zo’n 10.000 vrouwen met hun kinderen aan bij de vrouwenopvang voor hun veiligheid.

voor een toekomst zonder geweld 3

De meest recente Zeeuwse gegevens geven het volgende beeld:

128 kinderen en 114 vrouwen in de Veilige Opvang

kindermishan­deling

huiselijk geweld

Adviesvragen VT: 1050

Adviesvragen VT: 525

Meldingen VT: 500

Meldingen VT: 555

42 huisver­boden

57 meldingen bij het Centrum Seksueel Geweld

Gegevens Zeeland 2018: Zie ook de infographic met landelijke en Zeeuwse cijfers in bijlage 2.

NB: Er zit overlap tussen deze cijfers. Een melding of adviesvraag bij Veilig Thuis kan zowel over kindermishandeling als huiselijk geweld gaan. In totaal zijn er door Veilig Thuis in 2018 1375 meldingen en 2117 adviesvragen geregistreerd. De meldingen en adviesvragen die over andere problematiek gingen zijn in bovenstaande

cijfers niet meegeteld. Ten aanzien van de betrokkenen bij tijdelijk huisverboden en cliënten in de vrouwenopvang kan ook een melding of adviesvraag zijn gedaan bij Veilig Thuis. Uit de laatste cijfers van de gezondheidsmonitor (2016)2 blijkt bovendien:

25%

4.3%

van de Zeeuwse ouderen (65+) is fysiek, sociaal of psychisch kwetsbaar.3

van de ouderen (65 jaar en ouder) heeft te maken gehad met een vorm van ouderenmishandeling.

9.9% van de inwoners van Zeeland in de leeftijd 19 t/m 64 jaar geeft aan ooit slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld.

Bronnen: CBS Beleidsinformatie Veilig Thuis 1e en 2e halfjaar 2018; subsidieverantwoording Emergis VO, CSG, politie (m.b.t. huisverboden). 2 www.zeelandscan.nl 3 Volgens de Tilburg Frailty Indicator

1

4

voor een toekomst zonder geweld

Landelijk programma Geweld hoort nergens thuis Gemeenten, het Rijk, professionals en burgers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Rijk en gemeenten onderkennen dat oplossingen niet in het bereik liggen van één overheidslaag. Daarom is er een nationaal programma onder de titel ‘Geweld hoort nergens thuis’ gepresenteerd. De ambitie van dit programma is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade van geweld te beperken en de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, vaker en duurzaam te doorbreken. Het programma heeft deze ambities uitgewerkt in drie actielijnen: 1) Eerder en beter in beeld, 2) Stoppen en duurzaam oplossen, 3) Aanvullende aanpakken/activiteiten voor specifieke groepen. De gemeenten in Zeeland maken gezamenlijk een regiovisie die aansluit op het nationaal programma om te zorgen voor een integrale aanpak. Vanuit een bestuurlijk gedragen visie vormen we met elkaar een veilig netwerk rondom de slachtoffers, (potentiële) daders en hun sociale omgeving. Zeeland heeft voor drie jaar een regionaal projectleider aangesteld. De projectleider wordt gefinancierd vanuit het landelijk programma.

Kenmerken regio Zeeland Zeeland wordt gevormd door de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen. Op 1 januari 2019 had Zeeland 383.073 inwoners. Zeeland is een dunbevolkt gebied met een relatief grote oppervlakte dat grenst aan de Nederlandse provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant en de Belgische provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen. De regio van de centrumgemeente voor Vrouwenopvang en de jeugdregio komen overeen met de grenzen van de provincie Zeeland. Door de politieregio Zeeland-West-Brabant, is er voor de justitiële kant van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling een relatie met West-Brabant. Door de uitgestrektheid en het gering aantal inwoners verschilt Zeeland van andere regio’s in Nederland. De lange reisafstanden maken zorg in Zeeland relatief duur. De dubbele vergrijzing, een toename van ouderen en een afname van de totale bevolking, zorgen voor toenemende

capaciteitsproblemen in de zorg en wachtlijsten. Dit zijn uitdagingen die ook in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling om aandacht vragen. Mede daarom is een regionale visie nodig en benadrukken we in deze visie het belang van goede samenwerking tussen gemeenten, sectoren en professionals.

voor een toekomst zonder geweld 5

2. Regiovisie 2019-2023

Met deze regiovisie:

• Stellen we de visie van de Zeeuwse gemeenten vast op de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties. • Leggen we de basis voor afspraken tussen de Zeeuwse gemeenten. Het geeft inzicht in verantwoordelijkheden op provinciaal en lokaal niveau en inzet van de middelen. • Vertalen we de doelstellingen van het nationale meerjarenprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’ van het Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Justitie en Veiligheid (JenV) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) naar ambities die aansluiten bij de Zeeuwse context en stand van zaken. • De regiovisie vormt de basis voor een meerjarig uitvoeringsprogramma. Hierin wordt ook de relatie gelegd met lopende en geplande activiteiten in het brede gemeentelijk beleid van de Zeeuwse gemeenten. Dit uitvoeringsprogramma zal jaarlijks verfijnd en bijgesteld worden op basis van voortschrijdend inzicht.

Centrale visie

De gemeenten in Zeeland zetten zich in voor een toekomst zonder geweld. Dat doen de gemeenten niet alleen. Het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling is een verantwoordelijkheid van iedereen. Er is een gezamenlijke visie nodig om effectief te kunnen sturen op veiligheid en duurzaam herstel. Effectieve preventie en aanpak kan daarom alleen door een gezamenlijke inspanning van burgers, professionals en gemeenten worden bereikt. De persoon staat centraal in het handelen en dus werkt de professional over grenzen van domeinen samen. We moeten met elkaar een veilig netwerk vormen rondom de slachtoffers, (potentiële) daders en hun sociale omgeving. Daarvoor is goede samenwerking nodig en een gezamenlijke verantwoordelijkheid rondom het gezin. De veiligheid van slachtoffers staat bij de aanpak voorop en er moet ook aandacht zijn voor (potentiële) plegers en hun sociale omgeving. Voorkomen en stoppen van geweld doen we met de betrokkenen en met aandacht voor alle leefgebieden. Samenbrengen van informatie van verschillende partijen en de betrokkenen geeft een integraal

beeld van de risicofactoren binnen een gezin en van wat er nodig is om geweld te stoppen en duurzaam op te lossen. Professionals werken eerst samen aan directe veiligheid. Die veiligheid is een basisvoorwaarde om te kunnen werken aan stabiele veiligheid en herstel met als doel de cyclus van geweld duurzaam te doorbreken.

De Zeeuwse gemeenten definiëren ‘veiligheid’ als volgt4: “Veiligheid in Zeeland betekent dat iemand structureel kan rekenen op een persoon die voorziet in zijn basale fysieke en emotionele behoefte, die hem beschermt tegen gevaar en die daarin continuïteit en voorspelbaarheid biedt”. Daarvoor geldt minimaal dat:

• regelmaat en stabiliteit zoals overzicht, structuur, continuïteit en voorspelbaarheid geregeld zijn; • basale verzorging, acceptatie en bescherming geregeld is. Dit omvat naast een veilig opvoedingsklimaat ook een veilige leef- en woonomgeving; • er een gevoel van geborgenheid geregeld is. Dit gevoel van veiligheid is gebaseerd op de relatie met opvoeders en andere gezinsleden; • er een bescherming tegen geweld en misbruik geregeld is en/of geweld en misbruik afwezig zijn.

Centrale ambities

In deze regiovisie volgen we de actielijnen die geformuleerd zijn in het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ dat in april 2018 is gepresenteerd: 1. Eerder en beter in beeld: Huiselijk geweld voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. 2. Stoppen en duurzaam oplossen: Het geweld zo snel mogelijk en duurzaam stoppen, schade beperken en herstel bevorderen, zodat nieuwe ontwikkelingskansen ontstaan voor de betrokkenen. 3. Aandacht voor specifieke groepen: Voor extra kwetsbare groepen met specifieke problemen is de nodige deskundigheid in Zeeland aanwezig.

Op dit moment worden er binnen Zeeland verschillende discussies gevoerd over de definitie en taxatie van de veiligheid binnen een casus. Belangrijk is dat we daarom kiezen voor een definitie van Veiligheid die helpt om de mate van (on)veiligheid in overleg te beoordelen. Deze definitie is gebaseerd op en een concretisering van de definities van Turnell en Ten Berge en Bakker die landelijk met name in de zorg worden gehanteerd en de definitie van veiligheid in het integrale veiligheidsbeleid van gemeenten: ‘Veiligheid betekent dat mensen effectief beschermd zijn tegen persoonlijk leed: tegen de aantasting van hun lichamelijke en geestelijke integriteit’.

4

6 voor een toekomst zonder geweld

Randvoorwaarden voor het realiseren van de centrale ambitie:

• samenwerking tussen alle beleidsvelden, sectoren en leefgebieden; • regie op de aanpak huiselijk geweld en een samenhangende aanpak op regionaal en lokaal niveau met • duidelijke afspraken over de lokale en bovenlokale verantwoordelijkheden; • continuïteit van zorg en ondersteuning met het perspectief van de cliënt en het gezin voor ogen (bij overdracht tussen sectoren, domeinen en overdracht tussen bovenlokale en lokale voorzieningen en ondersteuning); • een goed bestuurlijk netwerk; • heldere afspraken over verantwoordelijkheden en financiering; • deskundigheid; • een goede lokale en bovenlokale zorgstructuur die op elkaar aansluiten; • toepassen van de Handreiking gegevensdeling door professionals, zoals dat in Zeeland in de leertuin gegevensdeling is ontwikkeld; • toepassen van de Zeeuwse Regiekaart (de)escaleren Sociaal Domein, Zorg en Veiligheid; • professionals begrijpen elkaar en spreken dezelfde taal.

‘De gemeenten in Zeeland zetten zich in voor een toekomst zonder geweld’

voor een toekomst zonder geweld 7

3. Actielijnen In 2018 heeft de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling de noodzakelijke brede aandacht gekregen door opname in het Interbestuurlijke Programma (IBP). Afgesproken is om de aanpak te intensiveren. De opgave in het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ voor het Rijk, gemeenten en hun partners luidt: huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade

Deze doelstelling wordt door de Zeeuwse gemeenten volledig onderschreven. De ambities van de regio Zeeland sluiten aan op de drie actielijnen van het landelijke programma:

Eerder en beter in beeld

Stoppen en duurzaam oplossen

Specifieke groepen

• Bespreekbaar maken • Werkgevers alerter maken •  Zorgen dat professionals met de meldcode werken • Veilig Thuis versterken • Verbeteren feiten-onderzoek • Lokale teams versterken •  Forensisch medische expertise versterken

• Multidisciplinair en Systeemgericht samenwerken • Traumascreening en passende hulp • Plegeraanpak • Scholen sneller informeren • Opvang en passende ondersteuning voor slachtoffers verbeteren

• Slachtoffers seksueel geweld • Slachtoffers loverboys en mensenhandel • Slachtoffers eergerelateerd geweld en huwelijksdwang • Kinderen in kwetsbare opvoedingssituaties • Complexe scheidingen • Slachtoffers ouderenmishandeling

Actielijn 1: Eerder en beter in beeld

Huiselijk geweld en kindermishandeling kan nog veel meer worden voorkomen door inzet op preventie. Door het geweld dat al plaatsvindt eerder in beeld te hebben, kan de duur van het geweld worden verkort en kan erger worden voorkomen. Door het geweld beter in beeld te hebben, weten we hoe het slachtoffer en diens omgeving het beste kan worden geholpen. Bron: Geweld hoort nergens thuis, 25-04-2018, VWS, JenV, VNG

5

8

ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken5.

voor een toekomst zonder geweld

‘Alle mensen die ervan weten en niets doen, zijn medeschuldig aan het in stand houden. Mijn oproep is dan ook: kom alsjeblieft in actie als je een ‘niet-pluisgevoel’ bij een kind hebt. Iedereen kan hét verschil maken’ - Jorien

Visie

Samenwerken voor veiligheid begint bij het tijdig signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervoor is bewustwording nodig, vaardigheden om het geweld bespreekbaar te maken en deskundigheid over hoe te handelen. Een effectieve aanpak vraagt onder andere om een krachtige lokale infrastructuur. Deze lokale infrastructuur heeft een belangrijke rol in het signaleren en bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook professionals van bovenlokale organisaties zoals de politie, Veilig Thuis, jeugdhulp en ggz-instellingen kunnen signaleren. Professionals op lokaal en bovenlokaal niveau moeten elkaar dan snel weten te vinden.

‘Ik zei tegen de kinderen dat ze me moesten appen of bellen als er thuis problemen waren. Vanaf toen stroomden de berichtjes binnen op mijn telefoon’ - Josette Ambities

• Inwoners (slachtoffers, plegers en omstanders) weten de weg bij vermoedens of signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. • Slachtoffers en plegers weten de weg naar hulpverlening te vinden. • Professionals herkennen risicofactoren voor huiselijk geweld en kindermishandeling vroegtijdig. • Professionals hebben kennis van het actuele hulpaanbod en weten elkaar te vinden. • De Zeeuwse gemeenten hebben een krachtige lokale en bovenlokale infrastructuur. • Professionals kunnen geweld bespreekbaar maken. • Alle professionals zijn bekend met de werkwijze van Veilig Thuis. • Professionals passen de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toe. • De kwetsbaarheid van inwoners en hun gezinnen wordt vroegtijdig gesignaleerd en er wordt snel passende ondersteuning geboden zodat geweld wordt voorkomen. • Ernstig huiselijk geweld en kindermishandeling is eerder in beeld (o.a. door inzet van de radar- en monitorfunctie van Veilig Thuis).

voor een toekomst zonder geweld 9

Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen

‘Ik ben uit mijn oude leven weggerukt’ Op de vlucht voor een gewelddadige vader, vertrok Jade (15) met haar moeder, broertje en zus naar een vrouwenopvang. Ze moest haar vrienden, school en alles wat vertrouwd was achterlaten. ‘Met drie koffers en een tas gingen we het huis uit’

Ambities

• Alle professionals werken volgens de visie: “Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg”: geweld wordt zo snel mogelijk gestopt doordat professionals eerst samenwerken voor veiligheid. Samenwerkende hulpverleners bieden vervolgens samenhangende hulp, gericht op duurzaam herstel van veiligheid. Zorg- en veiligheidspartners werken hierin samen. • Er is een naadloze samenhang tussen zorg en straf (samenwerking zorg en veiligheid). • Er zijn duidelijke (samenwerkings)afspraken m.b.t. een plegeraanpak. • Er wordt multidisciplinair en systeemgericht samengewerkt in zowel reguliere situaties als bij de aanpak van complexe en ernstige vormen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Voor deze

Visie

De Zeeuwse gemeenten zetten zich in om geweld zo snel mogelijk te stoppen, stabiele veiligheid en herstel van door de betrokkenen opgelopen schade te realiseren. Om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken is er eerst directe veiligheid nodig. Daarna is er ruimte om de oorzaken aan te pakken en kan er gewerkt worden aan herstel van (ontwikkelings-) schade. De Zeeuwse gemeenten omarmen daarom de visie ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’6. Voor het hele gezinssysteem wordt samenhangende steun of hulp georganiseerd die bijdraagt aan herstel en veerkracht. Er wordt gewerkt volgens het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ en er wordt de tijd genomen die nodig is om duurzame veiligheid en herstel te realiseren. Professionals werken hiervoor samen op basis van wat het gezin nodig heeft. Alle gezinsleden en hun sociale netwerk zijn betrokken. Dat geldt ook voor de plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hulpverlening, justitiepartners en gemeenten hebben een gezamenlijke taak bij de inzet van interventies die de pleger hulp bieden en aanpakken. Een voorbeeld hiervan is dat aan een pleger van huiselijk geweld een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd, zodat de periode wordt benut om andere maatregelen te nemen die (de dreiging van) huiselijk geweld kunnen wegnemen.

Om recidive te voorkomen, zetten we in op een plegeraanpak met een naadloze samenhang tussen zorg en straf.

kijk voor meer info op www.vng.nl Eerst samenwerken voor veiligheid, dán samenwerken voor risicogestuurde zorg: een duurzame visie op ketenzorg bij kindermishandeling, huiselijk geweld en seksueel misbruik en de centrale rol hierbij van het triage-instrument Veilig Thuis / auteurs: L. Vogtländer & S. van Arum (GGD GHOR Nederland, VNG) (mei 2016, pdf) 6

10 voor een toekomst zonder geweld

• • •

•

•

•

•

complexere vormen van huiselijk geweld en acuut seksueel geweld hebben we een MDA++-aanpak en het CSG. Op casusniveau wordt altijd afgewogen of traumascreening nodig. Er is voldoende aanbod voor traumabehandeling. Knelpunten in- en na de vrouwenopvang worden opgelost. Hierdoor is de periode dat vrouwen en hun kinderen in de opvang verblijven niet langer dan nodig. Zij kunnen doorstromen naar een woning wanneer de situatie voldoende veilig is en krijgen de passende hulp en begeleiding die nodig is.7 Gemeenten zorgen voor de nodige randvoorwaarden op de diverse leefgebieden van slachtoffers van huiselijk geweld na de vrouwen(of mannen)opvang. Herhaling van geweld (recidive) komt veel minder voor doordat duurzame veiligheid en herstel wordt gerealiseerd. Lokale teams hebben de mogelijkheid om voor langere duur casusregie te voeren over kwetsbare gezinnen. De Zeeuwse werkwijze bij tijdelijk huisverboden is doorontwikkeld met aandacht voor preventieve inzet van huisverboden en voorkomen van recidive.

Ongeveer 40 procent van de kinderen heeft traumatische klachten door huiselijk geweld. Bij de ouders valt op dat veel van hen in het verleden zelf slachtoffer zijn geweest van geweld. Er is volgens Verwey-Jonker sprake van een vicieuze cirkel die alleen kan worden doorbroken met goede en passende hulp aan kinderen én ouders en steun in een sociaal netwerk. Bron: www.nationalezorggids.nl In het Beleidskader Beschermd Wonen en opvang (november 2017) dat door de Zeeuwse gemeenten is vastgesteld zijn al diverse afspraken gemaakt over de vrouwenopvang (Veilige Opvang). Zie bijlage 1. 7

voor een toekomst zonder geweld 11

Actielijn 3: Specifieke groepen Visie

Voor een aantal doelgroepen met specifieke problemen is specifieke expertise nodig en/of een specifieke aanpak. Het gaat om groepen die extra kwetsbaar zijn en niet altijd direct te herkennen zijn. De Zeeuwse gemeenten vinden het belangrijk dat er in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling aandacht is voor en kennis is van deze kleinere en grotere doelgroepen. Dit betreft in ieder geval: • Ouderen • Slachtoffers en plegers met een lichte verstandelijke beperking • Kwetsbare jongeren/loverboyproblematiek • Kinderen in kwetsbare (opvoed)situaties • Kinderen bij complexe scheidingen • Slachtoffers van seksueel geweld • Slachtoffers van eergerelateerd geweld en schadelijke traditionele praktijken • Slachtoffers mensenhandel

12 voor een toekomst zonder geweld

Ambities

• Er is voldoende deskundigheid en specialistische kennis omtrent de specifieke aanpak die nodig is om huiselijk geweld te signaleren en duurzaam te stoppen bij alle specifieke groepen. • Professionals zijn vaardig in het bespreekbaar maken van geweld m.b.t. de specifieke groepen. • Ouderenmishandeling (inclusief financiële uitbuiting), ontspoorde mantelzorg, eergerelateerd geweld, seksueel geweld, loverboyproblematiek, slachtoffers mensenhandel, kinderen in kwetsbare (opvoed)situaties en complexe scheidingen, zijn eerder en beter in beeld, waardoor (nieuw) huiselijk geweld wordt voorkomen en duurzaam stopt.

Ouderenmishandeling is een ‘verborgen’ vorm van huiselijk geweld. De afhankelijkheidsrelatie tussen slachtoffer en pleger speelt een belangrijke rol in het taboe. Schaamte, bang om alleen te blijven en isolement zijn factoren die het lastig maken ouderen en hun omgeving te bereiken.

4. Monitoring en evaluatie

Monitoring van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een belangrijk onderdeel van een systematische aanpak van geweld. Er wordt daarom een monitoringsysteem opgezet vanuit het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis. Er wordt een set van indicatoren opgesteld, waarmee de impact van de inzet van organisaties, professionals en overheden wordt gemonitord en onderzocht. Hierin wordt ook de ervaring van betrokken kinderen en volwassenen meegenomen. Deze monitor wordt in 2019 ontwikkeld. Zeeland sluit hierbij aan. De cijfers die we nu bijhouden geven wel een beeld van hoe we ervoor staan, maar zijn ook lastig te duiden. Bijvoorbeeld: als er meer meldingen komen kan dit betekenen dat het geweld toeneemt, maar het zou ook een gevolg kunnen zijn van een betere aanpak, waarin meer mensen en professionals bewust zijn van de signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en de weg naar Veilig Thuis weten te vinden. We kunnen wel op basis van diverse instrumenten, onderzoeken en gegevens

een beeld krijgen hoe de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling werkt: • de gegevens van Veilig Thuis (vanaf 2019 worden deze landelijk vergelijkbaar); • de evaluaties van de samenwerking van Veilig Thuis, lokale teams, MDA++, CSG, Tijdelijk huisverbod, Raad voor de Kinderbescherming, Veiligheidshuis, Reclassering, enz.; • evaluaties van de uitvoering tijdelijk huisverbod en intensief casemanagement; • de gezondheidsmonitor; • de bevindingen uit Inspectieonderzoeken bij Veilig Thuis; • factsheets: Het lokale netwerk na Veilig Thuis 2018 (Terneuzen, Tholen, Vlissingen); onderzoek door het Toezicht sociaal domein (TSD); • jaarverslagen in het kader van subsidieverantwoordingen; • onderzoek bij ervaringsdeskundigen; • toezicht op gebruik meldcode.

voor een toekomst zonder geweld 13

5. Wettelijke en financiële kaders

Wettelijk kader

De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de aanpak huiselijk geweld is vastgelegd in de Wmo 2015, de Jeugdwet, de wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de wet Tijdelijk Huisverbod. Dit houdt in dat gemeenten: • Regie voeren • Stimuleringsbeleid uitvoeren • Toezicht houden op maatschappelijke organisaties en kinderopvang

Financieel kader

In de regiovisie wordt het beleid op regionaal niveau vastgelegd. Gemeenten financieren de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling met name vanuit de budgetten Wmo, Jeugdwet en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DU-VO) van de centrumgemeente. Financiering van de lokale zorg is een autonome verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. In Zeeland is Vlissingen de centrumgemeente voor zowel de decentralisatie-uitkering VO als voor Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW). De centrumgemeente-middelen worden ingezet voor centrale voorzieningen die voornamelijk of uitsluitend op Zeeuws niveau te organiseren zijn vanwege de benodigde specialistische expertise of kosteneffectiviteit vanwege de schaalgrootte. In verband met de decentralisatie van de MO- en BW-middelen, kan de centrumgemeente het huidige financieringsniveau voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling met ingang van 2021 naar verwachting niet handhaven. De Zeeuwse gemeenten besluiten met deze regiovisie de regionale voorzieningen minimaal op het huidige niveau overeind te houden en zich in te zetten voor doorontwikkeling van deze voorzieningen. Het is daarom van belang om vóór 2021 duidelijke afspraken te maken over welke kosten door de centrumgemeenten uit de DU-VO gefinancierd kunnen worden en welke kosten voor de individuele gemeenten van de regio Zeeland komen.

14 voor een toekomst zonder geweld

6. Bijlagen

Bijlage 1: Paragrafen m.b.t. de Veilige Opvang uit Regiovisie Beschermd Wonen en Opvang Bij ernstige dreiging van huiselijk geweld is het een wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten om inwoners een veilige opvangplek te bieden. De Zeeuwse gemeenten volgen de wettelijke kaders en afspraken over een landelijk dekkend systeem voor vrouwenopvang en opvang van andere slachtoffers van huiselijk geweld. Het landelijk stelsel dient ervoor dat slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling die wegens veiligheidsredenen niet in hun eigen regio kunnen worden opgevangen in een andere regio kunnen worden opgevangen. De Zeeuwse gemeenten sluiten zich daarvoor aan bij de afspraken die tussen de centrumgemeenten en de Federatie Opvang zijn gemaakt in het ‘Beleidskader in-, door- en uitstroom crisisopvang & opvang in acute crisissituaties vrouwenopvang’ (december 2016). Specifieke uitgangspunten voor de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld: Voor de vrouwenopvang worden in ieder geval de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Voor de instroom wordt het landelijk gevalideerde risico-taxatie instrument gehanteerd. • Specialistische opvang voor bijzondere groepen (slachtoffers van loverboys, eerwraak, mensenhandel en mannenopvang): hiervoor zijn landelijke voorzieningen aangewezen. • Slachtoffers worden zoveel mogelijk in de eigen regio geholpen en opgevangen.

• De gemeente van herkomst blijft verantwoordelijk voor de huisvesting o.b.v. de huisvestingswet indien de cliënt wil terugkeren. • Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende opvangplaatsen en zorgen daarnaast voor minimaal 2 opvangplaatsen in de regio voor acute crisissituaties. • Toegang: Vanwege de specifieke doelstelling en de landelijke afspraken ligt de bevoegdheid tot het verstrekken van de maatwerkvoorziening vrouwenopvang

bij de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is hiertoe gemandateerd door de gemeente Vlissingen. • Kwaliteit: bij de doorontwikkeling van de Veilige Opvang wordt minimaal uitgegaan van de basiskwaliteitseisen die in het kader van de Regio Aanpak Veilig Thuis in opdracht van VWS, VNG en de Federatie Opvang zijn beschreven4. De Regiovisie Huiselijk Geweld en kindermishandeling Zeeland die in juni 2014 is vastgesteld, wordt op basis van de ervaringen en actuele ontwikkelingen bijgesteld. Vrouwenopvang maakt onderdeel uit van de bredere infrastructuur en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de Veilig Thuis regio’s. Elke regio dient op basis van de regiovisie te zorgen voor een goede sturing en samenhang in het beleid, waarbij lokale en regionale organisaties gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een integrale en sluitende aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de regiovisie voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling gaat het om een gemeenschappelijke visie van de Zeeuwse gemeenten op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Van preventie, opvang (veiligheid), herstel tot nazorg. Hierin worden afspraken gemaakt over de samenhang tussen lokaal beleid en de onderdelen die op provinciaal niveau worden georganiseerd, onder meer door inzet van de decentralisatieuitkering vrouwenopvang.

voor een toekomst zonder geweld 15

Bijlage 2:

Landelijke cijfers

LANDELIJKE CIJFERS

HUISELIJK GEWELD

KINDERMISHANDELING

16.000 kinderen bron: de kinderombudsman (2014)

4,7%

6,2%

slachtoffers

per jaar ondervinden ernstige hinder door een complexe scheiding

bron: De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland (2019)

Ongeveer 1 op de 20 (5,5%) volwassenen heeft in een periode van vijf jaar naar eigen zeggen wel eens met een voorval van fysiek en/of seksueel geweld in huiselijke kring te maken gehad. Dit zijn in totaal circa 747.000 mensen van 18 jaar of ouder. bron: Van Eijkern et al., 2018

Per jaar zijn 119.000 kinderen slachtoffer van mishandeling (3% van alle kinderen in Nederland). bron: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en Jeugdigen (2018)

200.000

PLEGERS

volwassen slachtoffers van huiselijk geweld per jaar

100.000 à 110.000

bron: Van der Veen & Bogaerts, 2010

60%

bron: Van der Veen & Bogaerts, 2010

17%

De meeste daders van seksueel geweld komen uit de familie- of vriendenkring. bron: centrumseksueelgeweld.nl

83%

plegers huiselijk geweld per jaar

betreft (ex)partner geweld

bron: Factsheet (Ex-)partnergeweld (Movisie, 2018)

2/3

1/3 van de slachtoffers is ook dader

van de daders is/was slachtoffer bron: Van der Veen & Bogaerts, 2010

OVERIG 1 op de 5 vrouwen is ooit fysiek mishandeld door (ex)partner

10.000

bron: Factsheet (Ex-)partnergeweld (Movisie, 2018)

Jaarlijks kloppen zo’n 10.000 vrouwen aan bij de opvang

OUDERENMISHANDELING

5%

ruim 1 op de 20 thuiswonende ouderen wordt slachtoffer van ouderenmishandeling (=5%).

bron: Aard en omvang ouderenmishandeling - Regioplan (2018)

16 voor een toekomst zonder geweld

Maatschappelijke kosten zijn

vele miljarden per jaar

jaarlijks

bron: Federatie Opvang

6.250

slachtoffers

van mensenhandel

bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel (2017)

Zeeuwse cijfers

ZEEUWSE CIJFERS 2000

2000

'Onderzoeken

'Onderzoeken

OUDERENMISHANDELING

1500

'Ondersteuning

4%

1000

'Adviezen 500

1000

'2016

'2017

'Adviezen

'Adviezen

van de ouderen heeft te maken gehad met een vorm van ouderenmishandeling

1 op de 10 volwassenen (19-64 jaar) is ooit slachtoffer 500 geweest van huiselijk geweld Bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland 2016

bron: Gezondheidsmonitor GGD Zeeland (2016)

0

'Meldingen 'Ondersteuning

'Ondersteuning

'Meldingen

HUISELIJK GEWELD

1500

'Meldingen

'Onderzoeken

0

'2018

'2016

'2017

'2018

VEILIG THUIS ZEELAND

TIJDELIJK HUISVERBODEN ZEELAND 80

2000 80 70 'Zeeland

60

'Walcheren

40

'Walcheren 'Oosterschelderegio

n

1000

'Oosterschelderegio

'Zeeuws-Vlaanderen

50

'Walcheren 'Ondersteuning

40

'Adviezen

'Oosterschelderegio

30

30

20

500

20

10

10 0

'Meldingen

60

1500

'Zeeuws-Vlaanderen

'Zeeuws-Vlaanderen 50

'Onderzoeken 'Zeeland

70

'Zeeland

0 '2014

'2015

'2016

'2017

'2016

0

'2014 '2017 '2015

'2016 '2018 '2017

'2018

'2018

Bron: politie Zeeland

VEILIGE OPVANG 80

VEILIGE OPVANG 300

Ambulant

'Cliënten

m 17 jr)

250

'Kinderen (t/m 17'Volwassenen jr)

250 200 200

50

200

30

150

1500

100

100 '2016 50

'2017

'2018

'2016

'2017

200

'Cliënten

150

10

100

50

250

'Volwassenen ‘Totaal cliënten 'Walcheren

'Kinderen (t/m 17 jr) ‘Volwassenen 'Oosterschelderegio 'Kinderen (t/m 17 jr) 'Cliënten (t/m 17 jr) ‘Kinderen

200 20

150

100

'Volwassenen

250 40

'Kinderen (t/m 17 jr) 'Cliënten

150

'Zeeuws-Vlaanderen

300 60

'Volwassenen

250

'Zeeland

Opvang 70

'2016

'2014

'2015

'2016

'2016

'2017

'2017

'2018

'2018

'2017

100

'2018

50

'2018

SEKSUEEL GEWELD 300

250

'Volwassenen

Aantal meldingen Seksueel Geweld bij CSG 'Kinderen (t/m 17 jr)

250

feb. - dec. 2017

200

71

bron: CSG Zeeland

150

57

200

'Cliënten

jan. - dec. 2018

150

100

voor een toekomst zonder geweld 17 100

'2016

'2017

'2018

50

'2016

Bijlage 3: Afkortingen & begrippenlijst Afkortingen

AMHK: Algemeen Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) BW: Beschermd Wonen CSG: Centrum Seksueel Geweld DU-VO: Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang MDA++: Multidisciplinaire aanpak integraal en specialistisch MO: Maatschappelijke Opvang TSD: Toezicht Sociaal Domein VT: Veilig Thuis

Begrippenlijst

Dader Een persoon waarvan in rechte (middels een uitspraak of strafbeschikking) is vastgesteld dat hij een strafbaar feit heeft begaan. Huiselijk Geweld: Lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijk kring (Wmo 2015). Vormen van geweld in huiselijk kring: kindermishandeling, (ex-) partnergeweld, huwelijksdwang en eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en vrouwelijke genitale verminking. Huiselijke kring: Een familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger (Wmo 2015). Kindermishandeling: Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokken of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Vormen: • Lichamelijke mishandeling • Lichamelijke verwaarlozing • Psychische mishandeling • Psychische verwaarlozing • Seksueel misbruik • Getuige zijn van geweld in het gezin

18 voor een toekomst zonder geweld

Ouderenmishandeling Ouderenmishandeling is het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt dan wel vermoedelijk lijden zal, en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid. Er worden vijf vormen onderscheiden: fysieke mishandeling, psychische mishandeling (incl. schending van recht op privacy), verwaarlozing, financieel misbruik en seksueel misbruik. Pleger Een persoon die een handeling die valt onder de noemer van huiselijk geweld heeft verricht. Slachtoffer Iemand die buiten zijn schuld lichamelijke, financiële of geestelijke schade lijdt.

Bronnen • www.vng.nl/programma-geweld-hoort-nergens-thuis • www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode • www.raadsledenenveiligheid.nl/raadsleden-en-veiligheid • www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld • www.waarstaatjegemeente.nl • www.veiligthuiszeeland.nl • www.huiselijkgeweld.nl • www.zeelandscan.nl

Werkafspraken tussen gemeenten onderling en met CZW-bureau over de monitoring van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen in Zeeland Artikel 1 Startdatum Per 1 januari 2023 wordt er gestart met de monitoring van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Artikel 2 Definitieomschrijvingen a) Onder beschermd wonen wordt in het kader van de monitoring verstaan: beschermd wonen intramuraal, geclusterd en IBT; b) Onder maatschappelijke opvang wordt verstaan: de door de betrokken organisaties (Leger des Heils, Emergis, Juvent en Meld- en Actiepunt Bemoeizorg) geleverde zorg en begeleiding, te weten: o dag- en nachtopvang, o sociale pensions, o ambulante begeleiding, o 24-uurs opvang, o outreachende aanpak. c) De definitie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is steeds gelijk aan de producten die regionaal (lees: Zeeuws) worden ingekocht en gesubsidieerd. Artikel 3 Bronnen a) De monitoring van beschermd wonen is gebaseerd op en (vooralsnog) begrensd tot de gegevensregistratie die plaatsvindt in het kader van de iWmo door de gemeenten in Zeeland (zie bijlage 1); b) De monitoring van de maatschappelijke opvang is gebaseerd op en (vooralsnog) begrensd tot de gegevens die zorgaanbieders van de maatschappelijke opvang aanleveren in het kader van de gemeentelijke monitor sociaal domein (GMSD) (zie bijlage 1). Artikel 4 Kwaliteit a) Gegevensregistratie m.b.t.

beschermd wonen in de iWmo vindt plaats conform de hiervoor (landelijk) opgestelde iStandaarden te vinden op iWmo | iStandaarden en de werkafspraken zoals opgesteld in bijlage 2; b) Om de kwaliteit van de gegevensregistratie in de iWmo te borgen vindt er in het eerste kwartaal van 2023 scholing plaats bij gemeenten over de wijze van uitvoering van de iStandaarden en het administratieprotocol; c) Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de gegevens in iWmo; d) Het CZW Bureau toetst per maand onder gemeenten de volledigheid van gegevensregistratie in de iWmo. Het CZW Bureau heeft een signalerende functie als het gaat om de gegevensregistratie. Indien er opvallende afwijkingen worden gezien in de gegevensaanlevering, neemt het bureau contact op met betreffende regiogemeente. e) Voor MO wordt de aanlevering van de gegevens en de kwaliteit daarvan geborgd via de subsidieverleningsbeschikking en de daarin opgenomen prestatieafspraken. Artikel 5 Aanleveren a) Aanlevering vindt plaats aan het CZW-bureau; b) Gemeenten leveren uiterlijk de 10e van de maand de (nieuwe) mutaties uit de iWmo voor de monitoring van beschermd wonen over de maand ervoor aan;

c) Zorgaanbieders maatschappelijke opvang leveren de gegevens voor de monitoring van de maatschappelijke opvang per halfjaar aan bij het CZW Bureau (aanlevertijd GMSD); d) Voor de aanlevering van gegevens gebruiken gemeenten en zorgaanbieders het format opgenomen als bijlage 3 en 4 waarbij de uitvraag vanuit de GMSD als basis dient; e) De aanlevering van de gegevens voor de monitoring van beschermd wonen door de gemeenten binnen de Oosterschelderegio en de gemeente Veere geschiedt automatisch; f) De aanlevering van de gegevens voor de monitoring van beschermd wonen door de gemeenten op Zeeuws Vlaanderen en Middelburg en Vlissingen geschiedt via een CSVbestand. Dit CSV-bestand wordt gedownload (export) uit de regie- en backoffice applicatie en vervolgens ge-upload in het WUP-Portaal; g) De aanlevering van de gegevens voor de monitoring van de maatschappelijke opvang door de zorgaanbieder geschiedt rechtstreeks aan het CZW Bureau via een upload in het WUP-Portaal. Artikel 6 Wijze van rapporteren a) Er wordt door het CZW-bureau per half jaar een feitelijk rapport opgeleverd; b) Het feitelijk rapport bevat een analyse op basis van de vooraf vastgestelde indicatoren (bijlage 1); c) Welke analyses het CZW-bureau op basis van de vooraf vastgestelde indicatoren uitvoert wordt in de werkgroep Monitoring BW/MO vastgesteld.

In deze werkgroep zijn naast het CZW-bureau vanuit gemeenten de disciplines beleid, uitvoering en data-analist vertegenwoordigd. De werkgroep wordt voorgezeten door een kernteamlid; d) De analyses vinden plaats en worden gepresenteerd op gemeenteniveau en Zeeuws niveau; e) De aanlevering van de feitelijke rapportage door het CZW-bureau geschiedt digitaal aan de 13 gemeenten in Zeeland en kernteam MO; f) De aanlevering wordt tevens ge-upload in het WUP Portaal. Artikel 7 Bespreking en vervolgacties a) De uitkomst van artikel 6 wordt ten behoeve van beleidsmatige interpretatie geagendeerd voor het kernteam. Het CZW-bureau schuift hierbij aan voor toelichting op het feitelijke rapport; b) Indien het feitelijk rapport daartoe aanleiding geeft vindt op basis daarvan advisering plaats; c) Dit advies komt in werkgroepverband tot stand. De werkgroep wordt voorgezeten door een kernteamlid; d) Na akkoord kernteam vindt agendering van de resultaten voor het ambtelijk afstemmingsoverleg plaats. e) Doel van bespreking in AA MO is: • Ter informatie over tussenopbrengst; of • Ter informatie en advisering f) In het geval het rapport een advies bevat vervolgt het vervolgens de reguliere route richting PMO en verder.

Artikel 8 Opdrachtgeverschap a) Gemeente Vlissingen is in haar hoedanigheid als centrumgemeente opdrachtgever en rechtstreeks aanspreekpunt voor het CZW-bureau namens de gemeenten in Zeeland voor deze werkafspraken; b) Deze afspraken gelden vanaf 1 januari 2023 en eindigen op het moment dat een nieuwe Governance is ingericht en tussen partijen Partnerschapsafspraken zijn gemaakt, of zoveel eerder wanneer de 13 gemeenten daartoe besluiten.

Opdracht 9 Evaluatie Deze werkafspraken worden in 2024 geëvalueerd door Kernteam MO in afstemming met de werkgroep.

Bijlage 1 Gegevensregistratie iWmo en GMSD

GMSD BW GMSD MO

iWmo

Indicator

x x

x x

Aantal unieke cliënten (achtergrondkenmerk) Afgenomen product

x

Afgenomen product Looptijd afgegeven beschikkingen Wachttijd aanbieders Looptijd afgegeven beschikkingen

Per persoon BSN Productcategorie Productcode Beoogde startdatum ondersteuning

x

x

Beoogde einddatum ondersteuning

x

x

Daadwerkelijke startdatum ondersteuning

x

x

Daadwerkelijke einddatum ondersteuning

x

x

Looptijd feitelijk ingezette zorg Wachttijd aanbieders Looptijd feitelijk ingezette zorg

Verstrekkingsvorm (ZIN of PGB)

x

x

Financieringsvorm

Reden beëindiging

x

x

Reden toewijzing wijziging toewijzing

x

x

Redenen beëindiging van zorg Redenen (tijdelijke) stopzetting van zorg ➢ Verhuizing Redenen wijziging van zorg

Reden afwijzing wijziging toewijzing

x

Redenen wijziging van zorg

Geboortedatum

x

Leeftijd (achtergrondkenmerk) en leeftijdsopbouw

Geslacht

x

Geslacht (achtergrondkenmerk)

Naam aanbieder

x

Aanbieder (achtergrondkenmerk)

Gemeentecode

x

Woonplaats (achtergrondkenmerk)

Startnummer iEb

x

Gemeente aanmelding CAK

Berichtcode

x

Status casus en ter controle

Per aanbieder Centrumgemeente, opvangorganisaties, trajectbegeleiding, GGD, Onbekend, Anders, namelijk:

x

Soort organisatie (achtergrondkenmerk)

x

Aantal registraties voor voorzieningen

x

Aantal unieke personen

x

Aantal afdelingen/organisaties per type bron

Briefadres

x

Opvangadres

x

Verblijfplaats

Bijlage 2

Werkafspraken verbeterplan berichtenverkeer BW regio Zeeland Gebruik en inhoud berichtenverkeer Beschermd Wonen Nr. 1

Regiogemeenten hanteren de i-standaard iWmo en iEb. Onderstaande codes vallen hier onder: o

o o o o

WMO301 (gemeente, toewijzing) ▪ Productcode: ▪ Productcategorie: eerste 2 cijfers van productcode ▪ Eenheid: 83 euro’s ▪ Frequentie: 4 maandelijks ▪ Volume: tarief desbetreffend product ▪ Datum: begindatum beschikking ▪ Einddatum (tot en met): • onbepaalde tijd (31-12-2099) • bepaalde tijd: datum einde beschikking • NB Bij zorg beëindiging voor afloop beschikking pas je de einddatum aan ▪ Reden wijziging WMO302 (aanbieder, retourbericht) WMO305 (aanbieder, start zorg) WMO306 (gemeente, retourbericht) WMO307 (aanbieder, stopzorg) ▪ Reden stop WMO308 (gemeente, retourbericht) WMO317 (aanbieder, verzoek om wijziging Wmo hulp) WMO318 (gemeente, retourbericht) WMO319 (gemeente, antwoordbericht)

o o o o

IBT en Geclusterd WMO401 (gemeente, start eigen bijdrage) WMO402 (CAK, retourbericht) WMO403 (gemeente, stop eigen bijdrage) WMO404 (CAK, retourbericht)

o o

Intramuraal WMO407 (gemeente, eigen bijdragebericht beschermd wonen) WMO408 (CAK, retourbericht)

o o o o

Nr. 2

Berichten worden steeds binnen 5 werkdagen verstuurd.

Nr. 3

In het Wmo 407-bericht wordt door elke regiogemeente een uniek nummer gebruikt, het startnummer. Dit bestaat uit 8 posities, waarbij de eerste twee posities per gemeente te bepalen zijn. Elke regiogemeente gebruikt een eigen startnummer voor de aanmelding bij het CAK, te weten: o

Borsele (01)

o o o o o o o o o o o o

Goes (02) Hulst (03) Kapelle (04) Middelburg (05) Noord Beveland (06) Reimerswaal (07) Schouwen Duiveland (08) Sluis (09) Terneuzen (10) Tholen (11) Veere (12) Vlissingen (13)

Achtergrondinformatie: In het aanmeldproces naar het CAK kan de situatie ontstaan dat twee of meer regiogemeenten een klant aanmelden met hetzelfde BW-startnummer. Omdat geen eigen bijdrage kan worden afgedragen aan een centrumgemeente voor meerdere klanten met hetzelfde BW-startnummer vallen deze berichten uit. In de regio moet daarom worden afgestemd wie welke range startnummer gaat gebruiken zodat niet hetzelfde BWstartnummer wordt aangeleverd. Dit moet een getal onder de twintig zijn. Nr. 4

Regiogemeenten gebruiken de volgende productcodes: o 10A13 : IBT o 10A14 : IBT (extra module) o 15A54 : Geclusterd o 15A04 : Intramuraal standaard o 15A07 : Intramuraal specialistisch

Nr. 5

Regiogemeenten vullen bij de aanmelding van intramurale cliënten de gemeentecode van Vlissingen in (0718) voor de afdracht van de eigen bijdragen.

Nr. 6

Ingeval van verlenging of her-indicatie wordt de oude toewijzing gestopt en een nieuwe gestart de dag ná de einddatum van de oude toewijzing. Dit om te voorkomen dat er data verloren gaan door overschrijving daarvan. Bij verhuizing vindt er een warme overdracht plaats tussen vertrekgemeente en de (nieuwe) woongemeente met als doel dat de gegevensregistratie een- op een op elkaar aansluit.

Nr. 7

Aanlevering gegevens BW aan het CZW Bureau Nr. 8 Nr. 9

Nr. 10

In februari leveren gemeenten de bestaande cliënten beschermd wonen, IBT en geclusterd initieel aan bij het CZW-bureau conform format BW met peildatum 1 januari 2023. Regiogemeenten leveren uiterlijk de 10e van de maand de (nieuwe) mutaties uit de iWmo van beschermd wonen over de maand ervoor aan bij het CZW Bureau, ten behoeve van de bekostiging aanbieders BW en de monitoring BW. Voor de aanlevering van gegevens gebruiken regiogemeenten en zorgaanbieders het format opgenomen als bijlage 2 en 3 waarbij de uitvraag vanuit de GMSD als basis dient.

Nr. 11

De aanlevering van de gegevens van beschermd wonen door de gemeenten binnen de Oosterschelderegio en de gemeente Veere geschiedt automatisch.

Nr. 12

De aanlevering van de gegevens van beschermd wonen door de gemeenten op Zeeuws Vlaanderen en Middelburg en Vlissingen geschiedt via een CSV bestand. Dit CSV-bestand wordt gedownload (export) uit de regie- en backoffice applicatie en vervolgens ge-upload in het WUP-Portaal.

Bijlage 3

Aanmaakdatu Startnum Gemeente Geboorted Productc mtijd bestand mer iEb code BSN atum ategorie Productcode 123456789 DD-MM-JJ 10 OF 15 10A13 OF 15A54 OF 15A04 OF 15A07

type maatwerkarran Datum_start_ Datum_einde_ Datum_start_ Datum_einde_d Leveringsv gement Nummer beoogd beoogd daadwerkelijk aadwerkelijk orm declaratie toewijzing DD-MM-JJ DD-MM-JJ DD-MM-JJ DD-MM-JJ

Beschikte Geleverd Beschikt_ Beschikte _frequent e_eenhei Geleverd volume _eenheid ie d _volume Reden_einde 83 4 83 4 02; 19 t/m 23; 31; 36 t/m 39

Reden_wi jziging_to AGBewijzing code

Bijlage 4 Aanmaakdat um bestand 1_Bron 2_Client_id Indien beschikbaar BSN, anders uniek cliëntnummer

2a_ BSN_Besch 5_Gemeentecode 6_Gemeentecode 7_Persoonlijke_kenm 8_Oorzaak 9_Melding_ 10_Type_ingezett 11_Passende_wach 12_Opvang_ 13_Opvang_ei 14_Directe_opvang_(crisis/ 15_Directe_opvang_(crisis/n 16_(Langdurige)_opv 17_(Langdurige)_op 18_Uitstroom_ 19_Type_ver ikbaar 3_Geslacht 4_Geboortejaar _melding _herkomst erken_instroom _instroom datum e_opvang ttijdzorg_ingezet startdatum nddatum nood)_startdatum ood)_einddatum ang_startdatum vang_einddatum reden volgplek 20_Terugval

Bijlage 4 Objectieve Verdeelsleutel

AFWEGINGSKADER BESCHERMD WONEN ZEELAND 2024 NAAM CLIËNT (voorletters + achternaam)

ZAAKNUMMER:

BSN NUMMER:

DATUM GESPREK:

ACTUEEL ADRES:

RAPPORTAGE INGEVULD DOOR: (voornaam + achternaam)

PC + WOONPLAATS:

NAAM INSTELLING/INSTANTIE:

GEBOORTEDATUM: Beschrijving van In deze kolom worden per rubriek aspecten beschreven van de achtergrond en het functioneren van de cliënt, en de mate waarin haar of zijn aandoening hierop een bepalende invloed heeft. In de twee kolommen rechts hiervan, kruist u aan welke beschrijving wel of niet van toepassing is.

A 1 PSYCHIATRISCHE PROBLEMATIEK

NADERE OMSCHRIJVING Van toepas sing

Niet van toepas sing

U kruist aan welke beschrijving u het meest op de cliënt van toepassing vindt. U gaat aan de hand van het gesprek met de cliënt alle rubrieken langs. In principe moet bij elke rubriek een score komen. Bij elke gekozen mogelijkheid is ruimte voor een nadere toelichting of onderbouwing van uw keuze. U kunt zoveel tekst gebruiken als u wilt. Beschrijf alles wat niet meteen duidelijk is uit de vraagstelling of wat anderszins naar uw idee relevant is Geef bij nadere omschrijving de bewijsvoering voor psychiatrische/ psychosociale problematiek en een korte beschrijving van de voorgeschiedenis.

Aanwezig, maar staat niet op de voorgrond. Enkelvoudige psychiatrische problematiek. Veelal passief van aard. Is in principe onder controle. Aanwezig. Meervoudige psychiatrische problematiek. Varieert van passief naar actief (vaker actief) met behandeling (o.a. medicatie) onder controle te houden, indien van toepassing gecontroleerd middelen gebruik. Naast psychiatrische problematiek mogelijk ook lichamelijke, somatische of cognitieve beperkingen Aanwezig. Chronische, meervoudige psychiatrische problematiek. Varieert van passief naar actief (overwegend actief). Met behandeling (o.a. medicatie) onder controle te houden. Eventueel naast psychiatrische problematiek ook ernstig middelengebruik en mogelijk lichamelijke, somatische of cognitieve beperkingen. Intensieve begeleiding vereist. Voorkomen van klinische opname. ER IS VOORTS AANTOONBAAR SPRAKE VAN: Somatiek Cognitieve beperking Verslavingsproblematiek

Kruis aan en motiveer indien van een van de genoemde omstandigheden aan de orde is:

A 2 GEDRAGSPROBLEMATIEK Kan aanwezig zijn, maar goed hanteerbaar. Eventueel ook buiten de context van een beschermende woonvorm Aanwezig, gebrek aan sociale vaardigheden en interpersoonlijk functioneren, gebrekkige impulsbeheersing. Begeleiding gericht op het beheersbaar houden van deze problematiek. Ernstig, vaak manipulatief, soms grensoverschrijdend van aard en er kan sprake zijn van fysieke en of verbale agressie. Onvoorspelbaar. Begeleiding voortdurend in de nabijheid, gericht op het beheersbaar houden van de gedragsproblematiek. Overnemen van structuur en regie. A 3 AFHANKELIJKHEID VAN MIDDELEN Middelengebruik niet van toepassing of binnen sociaal aanvaardbare normen. Passief middelengebruik of -misbruik. Niet op de voorgrond, veelal onder controle of in remissie. Zelfregulatie, probleemoplossend vermogen aanwezig. (Vraaggerichte) begeleiding en ondersteuning, zo nodig op- en afschaling; gericht op toekomstperspectief en ter voorkoming van opname. Positieve sociale relaties zijn aanwezig. Actief middelengebruik (afhankelijk van middel) Mogelijk hierdoor ook somatische, psychische en/of cognitieve beperkingen, geringe zelfredzaamheid. Begeleiding en ondersteuning nodig op verschillende leefgebieden met zo nodig op- en afschaling. Sprake van sociale en omgevingsproblemen vanwege middelengebruik (kans op overlast, criminaliteit); Weinig toekomstperspectief.

Ondersteuning gericht op voorkomen opname. CLUSTER B: NOODZAAK TOT BESCHERMING EN TOEZICHT IN NABIJHEID EN OP 24/7 BASIS

B 1 WONEN

Aard van de psychiatrische of gedragsproblematiek vormt op zich geen belemmering om zelfstandig huishouden te voeren mits toezicht en ondersteuning nabij en op afroep inzetbaar zijn. Cliënt is in staat ondersteuningsvraag zelfstandig te formuleren en eventueel uit te stellen.

Benoem bij ‘nadere omschrijving’ persoonskenmerken, behoeften en voorkeuren die specifiek gelden voor de cliënt.

KRUIS AAN

ALGEMENE VOORBEELDEN/NADERE OMSCHRIJVING

Van toepas sing

U kruist aan welke beschrijving u het meest op de cliënt van toepassing vindt. U gaat aan de hand van het gesprek met de cliënt alle rubrieken langs. In principe moet bij elke rubriek een score komen.

Niet van toepas sing

Deze rubriek is van belang om tot een juiste keuze te komen voor de aangewezen woonvorm. Hier tracht u tot een afweging te komen of een cliënt in staat is zelfstandig te wonen met ondersteuning op afroep nabij, of dat 24/7 aanwezigheid altijd noodzakelijk is. Goede motivering en risicotaxatie is hierbij noodzaak!.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13496793/1