CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-48a D23.294885 Partnerschapsafspra Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 en bijlagen

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 202427.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

PARTNERSCHAPSAFSPRAKEN BESCHERMD WONEN EN OPVANG 2024 Aangepast op 25 september 2023

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

1

De ondergetekenden 1.

De gemeente Borsele, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer G.M. Dijksterhuis, burgemeester van de gemeente Borsele, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Borsele';

2.

De gemeente Goes, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer M.A. Fränzel, waarnemend burgemeester van de gemeente Goes, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Goes';

3.

De gemeente Hulst, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw I.M.M. Jense-van Haarst, burgemeester van de gemeente Hulst, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Hulst';

4.

De gemeente Kapelle, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer C.G. Jansen, burgemeester van de gemeente Kapelle, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Kapelle';

5.

De gemeente Middelburg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H.M. Bergmann, burgemeester van de gemeente Middelburg, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Middelburg';

6.

De gemeente Noord-Beveland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw G.L. Meeuwisse, burgemeester van de gemeente Noord-Beveland, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Noord-Beveland';

7.

De gemeente Reimerswaal, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw J.S. van Egmond, burgemeester van de gemeente Reimerswaal, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Reimerswaal';

8.

De gemeente Schouwen-Duiveland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.Chr. van der Hoek, burgemeester van de gemeente SchouwenDuiveland, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Schouwen-Duiveland';

9.

De gemeente Sluis, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw M.M.D. Vermue, burgemeester van de gemeente Sluis, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Sluis';

10.

De gemeente Terneuzen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H.J.A. van Merrienboer, burgemeester van de gemeente Terneuzen, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Terneuzen';

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

2

11.

De gemeente Tholen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw M.L.P. Sijbers, burgemeester van de gemeente Tholen, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Tholen;

12.

De gemeente Veere, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw F.J. van Doesburg-Schouwenaar, burgemeester van de gemeente Veere, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Veere';

13.

De gemeente Vlissingen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A.R.B. van den Tillaar, burgemeester van de gemeente Vlissingen, handelende ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en Wethouders van XXX, hierna genoemd 'de gemeente Vlissingen';

Hierna gezamenlijk te noemen: 'Partijen';

Considerans Overwegende dat: a)

b) c)

d) e)

f)

g)

h)

de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) alle individuele gemeenten opdraagt om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen, waaronder de voorzieningen voor Beschermd Wonen en Opvang; de gemeenten in Zeeland deze verantwoordelijkheid onderschrijven en gezamenlijk willen dragen; de Nederlandse gemeenten hebben ingestemd met de Norm voor Opdrachtgeverschap, waarin de Nederlandse gemeenten zich hebben verplicht tot het opstellen van een Regiovisie voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; Partijen hun visie hebben vastgelegd in de “Regiovisie beschermd wonen, maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025” (bijlage 1); de Regiovisie beschermd wonen, maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025 door alle gemeenteraden is vastgesteld, met dien verstande dat voor de gemeente Vlissingen een voorbehoud geldt t.a.v.

de uitvoering daarvan, vanwege het feit dat zij een aanvullende uitkering krijgt op grond van artikel 12 van de Financiëleverhoudingswet; de Regiovisie beschermd wonen, maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025 niet-vrijblijvende samenwerkingsafspraken bevat, welke afspraken een voorwaarde zijn voor de start van financiële doordecentralisatie van Beschermd Wonen; Partijen reeds geruime tijd met elkaar in overleg zijn over een nieuwe Governance voor de samenwerking in het sociaal domein en in dat kader voornemens zijn een Gemeenschappelijke Regeling (GR) op of in te richten, maar dat de besluitvorming hierover nog niet heeft plaatsgevonden; Partijen vooruitlopend op de besluitvorming inzake de nieuwe Governance afspraken willen maken die uitvoering van de Regiovisie beschermd wonen, maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025 mogelijk maakt,

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

3

i)

j)

k) l)

m)

n)

o)

p)

q) r)

s)

t)

u)

v)

w)

waaronder afspraken over het gezamenlijk bepalen van het beleid en de vorming van een Regiobudget; Partijen een “Samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen 2023” hebben gesloten met het oog op de wijziging van Wmo 2015, maar nu deze Wetswijziging (nog) niet in werking is getreden, zij de onderhavige Partnerschapsafspraken hiervoor in de plaats willen laten komen; Partijen tevens de “Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zeeland 2019-2023, voor een toekomst zonder geweld” hebben vastgesteld (bijlage 2); Partijen het beleid op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang in gezamenlijkheid willen blijven bepalen; Partijen het belang onderkennen van het (blijven) ontwikkelen van beleid gericht op preventie en vroeg-signalering alsmede dat de invulling daarvan lokaal per Regiogemeente moet kunnen verschillen; zolang er geen nieuwe Governance is, de gemeente Vlissingen bereid is de voorzieningen in het kader van Beschermd Wonen namens de Regiogemeenten in te kopen waarbij de kosten ten laste van het te vormen Regiobudget zullen komen; Partijen uit het Regiobudget tevens de kosten van Opvang willen voldoen en een deel van het Regiobudget willen bestemmen voor de invulling van het lokale preventiebeleid en de lokale toegang Beschermd Wonen; de gemeente Vlissingen als Centrumgemeente Budgethouder is van de Integratieuitkering die zij ontvangt voor Beschermd Wonen en de

Decentralisatie-uitkeringen die zij ontvangt voor Opvang; de Regiogemeenten, indien de Wetswijziging inwerking treedt ten gevolge waarvan de doordecentralisatie plaatsvindt, elk een Rijksbijdrage Beschermd Wonen zullen ontvangen die zij beschikbaar willen stellen ten behoeve van het te vormen Regiobudget; de gemeente Vlissingen, zolang er geen nieuwe Governance is, bereid is om als Budgethouder van het te vormen Regiobudget op te treden; de afspraken die Partijen maken over de (formele) taken en bevoegdheden onverlet laten dat Partijen besluiten inzake beleid en financiën steeds gezamenlijk ambtelijk zullen voorbereiden onder coördinatie van het programmateam sociaal domein; de uitvoering van het beleid thans geschiedt door een uitvoeringsorganisatie (het CZW Bureau) en Partijen die werkwijze willen handhaven tot het moment dat er een nieuwe Governance is; de Overeenkomst zich niet uitstrekt over het Historisch Centrumgemeentebudget, nu daarover separate afspraken zullen worden gemaakt rekening houdend met de uitkomst van de risicotaxatie-onderzoeken; de afspraken in de Overeenkomst, voor zover die zien op middelen ten behoeve van het Regiobudget, het budgetrecht van de gemeenteraden aangaan en de Overeenkomst om die reden aan de gemeenteraden ter goedkeuring is voorgelegd; Partijen zich bewust zijn van het belang en de noodzaak van monitoring en daarom (nadere) invulling en

uitvoering willen geven aan de “Werkafspraken tussen gemeenten onderling en met CZW Bureau over de monitoring maatschappelijke opvang en beschermd wonen in Zeeland” (bijlage 3); Partijen de gemaakte afspraken, die tot doel hebben om de kwaliteit en continuïteit van Beschermd Wonen en Opvang in Zeeland te borgen, schriftelijk vast willen leggen om zodoende de rechten, verplichtingen, verantwoordelijkheden, inspanningen en taken voor Partijen inzichtelijk te maken;

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

4

x)

de afspraken worden gemaakt voor de periode tussen inwerkingtreding van deze Overeenkomst en de inrichting van een nieuwe Governance, aangezien Partijen beogen bepaalde taken en bevoegdheden uit deze Overeenkomst toe te bedelen aan een op of in te richten Gemeenschappelijke Regeling. Voor afspraken uit deze Overeenkomst die geen onderdeel (zullen) zijn van de op- of in te richten Gemeenschappelijke Regeling en daarmee niet in strijd zijn, geldt dat Partijen beogen dat deze tussen Partijen zullen blijven gelden, met dien verstande dat nagegaan dient te worden in hoeverre deze gelet op de nieuwe Governance aanpassing behoeven.

Artikel 1:

Definities

De in deze Overeenkomst met een hoofdletter aangeduide begrippen hebben de volgende betekenis: Beschermd Wonen

Beschermd Wonen in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, alsmede de producten die regionaal worden ingekocht en/of gesubsidieerd, zoals thans de Intensieve Begeleiding Thuis (IBT) en geclusterde voorzieningen. Beschermd Wonen omvat zowel zorg in natura (ZIN) als zorg via een persoonsgebonden budget (PGB).

Budgethouder

De gemeente Vlissingen in haar hoedanigheid van beheerder van het Regiobudget.

Centrumgemeente

De gemeente Vlissingen.

CZW Bureau

Organisatie zonder rechtspersoonlijkheid, ondergebracht bij het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio.

Decentralisatie-uitkeringen

De door de gemeente Vlissingen als Centrumgemeente te ontvangen uitkeringen voor Opvang, bestaande uit de Decentralisatie-Uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) en Decentralisatie-Uitkering Vrouwen Opvang (DUVO).

Governance

Samenwerkingsvorm tussen de Zeeuwse gemeenten.

Gemeenschappelijke Regeling (GR)

Een door Regiogemeenten op of in te richten samenwerkingsvorm op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor de inkoop van Jeugdhulp, Beschermd Wonen en Opvang.

Historisch Centrumgemeentebudget

De door de gemeente Vlissingen, als Centrumgemeente, opgebouwde reserve tot 1 januari 2024.

Nieuwe reserve

De reserve die mogelijk ontstaat vanaf 1 januari 2024 en welke reserve onderdeel blijft van het Regiobudget.

Integratie-uitkering

De door de gemeente Vlissingen als Centrumgemeente te ontvangen uitkering voor Beschermd Wonen.

Jaarresultaat

Het op te stellen overzicht van de werkelijke kosten en baten voor Beschermd Wonen en Opvang en de uit het

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

5

Regiobudget verstrekte middelen voor preventiebeleid en lokale toegang Beschermd Wonen . Objectieve Verdeelsleutel

De door Partijen op basis van het laatstelijk tussen Partijen vastgestelde objectief verdeelmodel, periodiek vast te stellen verdeling van middelen (Bijlage 4).

Opdrachtgever

Gemeente Vlissingen.

Opvang

Opvang in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waaronder Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) en welke producten regionaal worden gesubsidieerd.

Overeenkomst

De onderhavige Overeenkomst.

Overleg Zeeuwse Overheden (OZO)

Een bestuurlijk overlegplatform zonder wettelijke taken, waarin elke Regiogemeente is vertegenwoordigd of zich kan laten vertegenwoordigen.

Partij

Eén van de gemeenten in Zeeland die partij is bij deze Overeenkomst.

Partijen

De gemeenten in Zeeland die partij zijn bij de Overeenkomst.

Partnerschapsafspraken

Het geheel van tussen de Regiogemeenten gemaakte afspraken om de samenwerking op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang vorm te geven.

Raamovereenkomst Beschermd Wonen

De door de gemeente Vlissingen op basis van een aanbesteding(en) gesloten of nog te sluiten raamovereenkomsten voor Beschermd Wonen.

Regiogemeenten

De gemeenten in Zeeland die partij zijn bij de Overeenkomst.

Regiobudget

Het door de Regiogemeenten te vormen budget voor Beschermd Wonen en Opvang en waarvan een gedeelte wordt bestemd voor de invulling van het lokale preventiebeleid en de lokale toegang Beschermd Wonen.

Rijksbijdrage Beschermd Wonen

De door de Regiogemeenten te ontvangen bijdrage voor Beschermd Wonen indien de Wetswijziging in werking treedt.

Regionaal Afwegingskader Beschermd Wonen

Beschrijving van de uniforme inrichting en werkwijze van de lokale toegang van Beschermd Wonen (bijlage 5).

Samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen 2023

De tussen Partijen op of omstreeks 3 april 2023 gesloten overeenkomst.

Werkbegroting

Het door de Gemeente Vlissingen vast te stellen overzicht van te verwachten kosten en baten voor Beschermd Wonen en Opvang en het bedrag bestemd voor preventiebeleid en lokale toegang Beschermd Wonen.

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

6

Wetswijziging

Artikel 2: 1. 2.

3.

2.

2.

2.

Regionale cliënten

Partijen spreken met elkaar af dat cliënten, die in Zeeland een beroep kunnen doen op een maatwerkvoorziening waarin Partijen hebben besloten te voorzien, cliënten zijn waarvoor Partijen gezamenlijk de financiële risico’s en verantwoordelijkheden dragen door middel van het Regiobudget. Het betreft tenminste: a. klassiek beschermd wonen waarbij cliënten geen huur betalen; b. tussenvormen van beschermd wonen waarbij cliënten huur of een vergelijkbare vergoeding voor het wonen betalen ofwel zelfstandig wonen met een beschermd thuisindicatie; c. inwoners die een beroep kunnen doen op de regionaal georganiseerde opvang of regionale producten en diensten om Opvang te voorkomen. Onverminderd de bevoegdheid van elke Regiogemeente zullen de Regiogemeenten, zorgvuldig onderzoek doen naar de ondersteuningsbehoefte van de regionale cliënten, waarbij zij het Regionaal Afwegingskader Beschermd Wonen tot uitgangspunt nemen.

Artikel 5: 1.

Regionale samenwerking

Partijen komen overeen om samen te werken en gezamenlijk, met inachtneming van elkaars belangen en in goed overleg met andere belanghebbenden, zorg te dragen voor Beschermd Wonen en Opvang in Zeeland. In navolging en ter vervanging van de afspraken zoals neergelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen 2023, zullen Partijen de financiële risico’s en verantwoordelijkheden van Beschermd Wonen en Opvang in Zeeland gezamenlijk dragen op de in deze Overeenkomst beschreven wijze.

Artikel 4: 1.

Overeenkomst en bijlagen

De bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze Overeenkomst. Voor zover een bijlage een beleidsdocument bevat en dit beleid door Partijen wordt gewijzigd, geldt dat het gewijzigde beleid onderdeel uitmaakt van deze Overeenkomst. In geval van tegenstrijdigheden tussen bepalingen in deze Overeenkomst en bepalingen in de bijlagen, prevaleert deze Overeenkomst.

Artikel 3: 1.

Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Taken en bevoegdheden van de gezamenlijke Regiogemeenten

Partijen stellen gezamenlijk beleid vast op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang. Partijen bepalen in het beleid de besteding van het Regiobudget, met uitzondering van het gedeelte van het Regiobudget dat bestemd is voor de Regiogemeenten voor de bekostiging van preventie, vroeg-signalering en lokale toegang Beschermd Wonen.

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

7

Artikel 6: 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

Elke Partij blijft bevoegd en verantwoordelijk voor het vaststellen van lokaal beleid op het gebied van preventie en vroeg-signalering met betrekking tot Beschermd Wonen en Opvang, evenals de uitvoering van die (preventie)maatregelen. Elke Partij spant zich op lokaal niveau in om de instroom van regionale cliënten in Beschermd Wonen en Opvang te beperken en de uitstroom te bevorderen. Partijen doen dit onder meer als volgt: a. zij dragen zorg voor adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten voor onder meer werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp)1, jeugdhulp en wonen; b. zij zorgen voor voldoende, goed gespreide, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente en maken hierover afspraken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen van Beschermd Wonen niet of minder wordt belemmerd; c. Zij scheppen een lokale sociale infrastructuur om mogelijke maatschappelijke uitval en multi-problematiek vroegtijdig te signaleren en om psychosociale en psychische problemen te herkennen en zo proactief te kunnen handelen. Elke Partij draagt zorg voor de continuïteit en kwaliteit van de lokale toegang tot Beschermd Wonen.

Partijen benoemen gezamenlijk een onafhankelijk deskundige, die de Regiogemeenten adviseert over de toekenning van maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen en de uniforme toepassing van het Regionaal Afwegingskader Beschermd wonen. Indien de instroom van cliënten in Beschermd Wonen en/of Opvang in een Regiogemeente zich in negatieve zin ontwikkelt en/of de instroom in een Regiogemeente t.o.v. de andere Regiogemeenten verhoudingsgewijs aanzienlijk groter is en/of de uitstroom wordt belemmerd door lokale omstandigheden in een Regiogemeente, treden Partijen in overleg teneinde te bezien in hoeverre aanpassing van het lokale beleid en/of de lokale maatregelen door de betreffende Regiogemeente kan bijdragen aan vermindering van de instroom en/of verbetering van de uitstroom. Onverminderd de bevoegdheid van elke Regiogemeente, zijn de Regiogemeenten bij de uitvoering van de in deze Overeenkomst bedoelde lokale taken en bevoegdheden gehouden om te handelen in lijn met het bepaalde van de geldende regiovisies en het overige gezamenlijk vastgestelde beleid en de gemaakte afspraken. Partijen dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en middelen om aan alle taken en verplichtingen die voortvloeien uit deze Overeenkomst adequaat te kunnen voldoen.

Artikel 7: 1.

Lokale taken en bevoegdheden

Taken en bevoegdheden m.b.t. de Aanbesteding

De Centrumgemeente Vlissingen heeft de opdracht voor de Raamovereenkomst Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen (nationale identificatie 57639593) in 2023

Daaronder vallen voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 en 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 anders dan Opvang en Beschermd Wonen 1

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

8

2.

3. 4.

aanbesteed en zal gedurende de looptijd van deze (te sluiten) Raamovereenkomst(en) optreden als Opdrachtgever namens de Regiogemeenten. In de Raamovereenkomst(en) is of zal worden voorzien in een mogelijkheid van overdracht van (een deel van) de rechten en verplichtingen uit die Raamovereenkomst(en) door de Opdrachtgever aan de Regiogemeenten, aan hen gelieerde entiteiten en/of nieuw op te richten juridische entiteiten. De Regiogemeenten zullen medewerking verlenen aan de in lid 2 bedoelde overdracht. Ingeval van (be)(ë)eindiging van één (of meerdere) (te sluiten) Raamovereenkomst(en) als bedoeld in lid 1, zal de gemeente Vlissingen als Centrumgemeente dan wel als Budgethouder, binnen de kaders van het door de Regiogemeenten gezamenlijk vastgestelde beleid zorgdragen voor het aangaan of wijzigen van een (nieuwe) Raamovereenkomst(en), teneinde Beschermd Wonen te borgen.

Artikel 8: 1.

2.

De Centrumgemeente Vlissingen draagt binnen de kaders van het door de Regiogemeenten gezamenlijk vastgestelde beleid zorg voor het aangaan en beëindigen van subsidierelaties met aanbieders van regionale algemene voorzieningen voor Opvang en draagt in dat kader zorg voor het maken van prestatieafspraken met de aanbieders. De Centrumgemeente Vlissingen brengt jaarlijks voorafgaand aan en ten behoeve van het opstellen van de Werkbegroting, de kosten en baten voor Opvang in beeld

Artikel 9: 1.

2. 3.

4.

5. 6.

7.

Taken en bevoegdheden m.b.t. de subsidierelaties Opvang

Vorming Regiobudget

Met ingang van 1 januari 2024 wordt een Regiobudget gevormd, dat in elk geval zal bestaan uit de door de gemeente Vlissingen als Centrumgemeente van het Rijk te ontvangen Integratie-uitkering voor Beschermd Wonen en de Decentralisatieuitkeringen voor Opvang en de ontvangen bijdrage van intramurale cliënten. De gemeente Vlissingen oormerkt de in het eerste lid bedoelde uitkeringen als middelen bestemd voor de taken als bedoeld in deze Overeenkomst. In geval de Wetswijziging in werking treedt en de Regiogemeenten een Rijksbijdrage Beschermd Wonen ontvangen, zullen deze bijdragen onderdeel uitmaken van het Regiobudget. De Regiogemeenten zullen de in het derde lid bedoelde Rijksbijdrage Beschermd Wonen op uniforme wijze en budget- en resultaatneutraal opnemen en verantwoorden in hun gemeentebegroting en jaarstukken en bestemmen voor de in deze Overeenkomst bedoelde taken, waarna zij deze ter goedkeuring zullen voorleggen aan de gemeenteraad. Het Regiobudget is bestemd voor alle Regiogemeenten met het oog op de bekostiging van de in deze Overeenkomst bedoelde taken. De gemeente Vlissingen zal, na afstemming met de Regiogemeenten, binnen de kaders van het door de Regiogemeenten gezamenlijk vastgestelde beleid een Werkbegroting opstellen, waarin is opgenomen hoe het Regiobudget is samengesteld en waaraan het zal worden besteed.

Uit het Regiobudget zullen tenminste de volgende kosten worden voldaan: a. alle kosten die verband houden met Beschermd Wonen; b. alle kosten die verband houden met Opvang; Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

9

c.

8. 9.

10.

een gedeelte van de kosten van Veilig thuis en Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, te weten de kosten waarvoor de Decentralisatieuitkeringen dekking beogen te bieden, maar die daaruit niet volledig kunnen worden voldaan; d. de regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten voor het beheer van het Regiobudget en de kosten van de in artikel 6 lid 4 bedoelde onafhankelijk deskundige en de kosten van de in artikel 11 bedoelde monitoring; e. de kosten van lokale toegang Beschermd Wonen; f. de voor de Regiogemeenten bestemde bijdrage voor lokaal preventiebeleid. De Werkbegroting en het Jaarresultaat worden in het bestuurlijk Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) afgestemd met de Regiogemeenten. De Werkbegroting zal uiterlijk 6 maanden voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar met een (concept) advies worden voorgelegd aan de gemeente Vlissingen. Het Jaarresultaat wordt uiterlijk 4 maanden na afloop van het begrotingsjaar voorgelegd aan de gemeente Vlissingen. De Centrumgemeente Vlissingen is formeel beslissingsbevoegd t.a.v. het Regiobudget.

Artikel 10: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

7. 8.

9.

10.

Beheer en besteding

De Gemeente Vlissingen zal het Regiobudget beheren. De Gemeente Vlissingen zal een ordentelijke boekhouding inrichten voor de in deze Overeenkomst bedoelde taken. De Regiogemeenten krijgen inzage in deze boekhouding. De bedragen zoals bedoeld in artikel 9 lid 7 onder e en f komen of blijven beschikbaar voor de Regiogemeenten. De Regiogemeenten zijn gehouden deze bedragen te bestemmen voor deze taken. Indien het Regiobudget niet toereikend is om de kosten als bedoeld in artikel 9 lid 7 te voldoen, dragen alle Regiogemeenten bij in het tekort, waarbij de bijdrage van iedere Regiogemeente wordt bepaald op basis van de laatstelijk tussen Partijen vastgestelde Objectieve Verdeelsleutel. De Regiogemeenten zullen uiterlijk binnen 30 dagen nadat het Jaarresultaat voor enig jaar is vastgesteld en kenbaar is gemaakt door de gemeente Vlissingen, het door hen verschuldigde aandeel in een eventueel tekort bijschrijven op het bij hen bekende bankrekeningnummer van de gemeente Vlissingen. Een eventueel overschot op de middelen als bedoeld in artikel 9 blijft als Nieuwe Reserve beschikbaar in het Regiobudget, tenzij anders wordt overeengekomen. Indien een overschot aan de Regiogemeenten wordt uitgekeerd, zal dit plaats vinden op basis van de laatstelijk tussen Partijen vastgestelde Objectieve Verdeelsleutel.

Daarbij spreken de Regiogemeenten de intentie uit om eventuele overschotten binnen het sociaal domein te besteden. Indien wordt voorzien dat de middelen als bedoeld in artikel 9 voor het betreffende jaar niet toereikend zijn om de werkelijke kosten te voldoen, is de gemeente Vlissingen bevoegd van de Regiogemeenten tussentijds een voorschot te verlangen ter hoogte van het begrote tekort, waarvan de verdeling en betaling plaatsvindt overeenkomstig het in lid 5 bepaalde. Als redelijkerwijs valt te voorzien dat er afwijkingen zullen zijn van de Werkbegroting die groter zijn dan 5%, dan zal de gemeente Vlissingen de

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

10

Regiogemeenten daarover zo spoedig mogelijk informeren door middel van een tussentijdse rapportage. Artikel 11: 1.

2.

3.

De Regiogemeenten komen overeen om (ontwikkelingen op het gebied van) Beschermd Wonen en Opvang te (blijven) monitoren en – indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven – het beleid tijdig aan te passen en /of (nadere) afspraken te maken over te treffen maatregelen. Het bepaalde in artikel 6 lid 5 geldt hierbij als uitgangspunt. De in lid 1 bedoelde monitoring ziet onder meer, maar daartoe niet beperkt, op: a) de uniforme inrichting en werkwijze van de lokale toegang Beschermd Wonen, conform het Regionaal Afwegingskader Beschermd Wonen; b) de omvang van de instroom vanuit elke Regiogemeente in Beschermd Wonen en Opvang; c) de spreiding van cliënten over de regio; d) de omvang van eventuele wachtlijsten; e) de omvang van de uitstroom naar elke Regiogemeente vanuit Beschermd Wonen en Opvang. Monitoring zal plaatsvinden overeenkomstig tussen Partijen gemaakte en/of nog te maken (werk)afspraken.

Artikel 12: 1.

2. 3.

Opzegging

Opzegging van de Overeenkomst binnen vier jaar na ondertekening is uitgesloten. Na vier jaar geldt dat opzegging: a. geschiedt met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 1 jaar en niet eerder dan tegen 1 januari van het daarop volgende jaar én b. niet kan plaats vinden tegen een datum gelegen binnen de looptijd van de Raamovereenkomst(en) Beschermd Wonen én c. met inachtneming van de in artikel 14 opgenomen uittreedregeling.

Artikel 14: 1.

Overleg

De Regiogemeenten overleggen zowel ambtelijk als bestuurlijk (OZO) zo dikwijls als nodig is over Beschermd Wonen en Opvang, maar ten minste tweemaal per jaar met het oog op de afstemming over de Werkbegroting en het Jaarresultaat. De Regiogemeenten dragen zorg voor een passende vertegenwoordiging in het ambtelijk en bestuurlijk overleg (OZO), met oog voor de continuïteit ervan. Het bestuurlijk overleg (OZO) is gericht op het bereiken van overeenstemming m.b.t. de onderwerpen waarop deze Overeenkomst betrekking heeft.

Artikel 13: 1. 2.

Monitoring

Uittreding

Indien een Partij deze Overeenkomst opzegt, formeren de Partijen die de samenwerking voortzetten (hierna: ‘de overige Partijen’) een werkgroep die de gevolgen van de opzegging inventariseert en deze vastlegt in een concept uittredingsplan.

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

11

2.

3.

4. 5. 6.

7.

8.

9. 10.

De werkgroep kan zich desgewenst laten bijstaan door een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende Partij. Onder de gevolgen van opzegging wordt in ieder geval, maar daartoe niet beperkt, verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Het concept uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de uittreedsom die de uittredende Partij aan de overige Partijen dient te betalen. De uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten die het directe gevolg zijn van de uittreding. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle huidige en toekomstige kosten die het gevolg zijn van (de afbouw van) verplichtingen, overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, afbouw van risico’s daaronder begrepen, gedurende een periode van vijf jaar na uittreding. Ten minste zes maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stellen de overige Partijen het uittredingsplan met daarin een uittreedsom en een betaalschema definitief vast.

De uittredende Partij zal de uittreedsom dan wel de eerste termijn daarvan, indien in delen mag worden betaald, binnen drie maanden na vaststellen daarvan bijschrijven op de bankrekening van de Budgethouder. Kosten die de uittredende Partij maakt ter voorbereiding op of als gevolg van uittreding komen voor diens eigen rekening. De overige Partijen zijn gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden.

Artikel 15: 1. 2.

3.

Tussentijdse wijziging of aanvulling van deze Overeenkomst is slechts mogelijk indien Partijen hier unaniem mee instemmen. Tussentijdse wijzigingen en aanvullingen van deze Overeenkomst zijn slechts geldig indien deze schriftelijk zijn vastgelegd, door alle Partijen zijn ondertekend en als addendum zijn toegevoegd aan deze Overeenkomst. Partijen zullen de samenwerking periodiek evalueren, dit zal in elk geval geschieden voorafgaand aan de besluitvorming inzake de nieuwe Governance. Partijen zullen in dat kader bezien in hoeverre de afspraken uit de onderhavige Overeenkomst aanpassing behoeven.

Artikel 16: 1. 2.

3.

Wijziging en evaluatie

Inwerkingtreding en Looptijd

Deze Overeenkomst wordt aangegaan, na instemming van de gemeenteraden en geldt vanaf 1 januari 2024. Deze Overeenkomst geldt tot het moment waarop partijen een nieuwe Governance hebben vastgesteld en – indien een Gemeenschappelijke Regeling wordt in- of opgericht – Partijen nadere afspraken hebben gemaakt over de taken en bevoegdheden die niet aan de Gemeenschappelijke Regeling zijn toebedeeld. Deze Overeenkomst vervangt de Samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen 2023.

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

12

Artikel 17: 1. 2.

3. 4.

Geschillenregeling

Van een geschil is sprake indien en zodra één (of meerdere) Partij(en) daartoe besluit(en). Een Partij die meent dat er een geschil over de uitvoering van deze Overeenkomst bestaat, overlegt hierover met de andere Partijen. Leidt dit overleg niet tot overeenstemming dan deelt de betreffende Partij dat schriftelijk mee aan de andere Partijen, waarbij de mededeling een aanduiding en onderbouwing van het geschil bevat. Op deze Overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit en/of samenhangen met deze Overeenkomst.

Artikel 18:

Citeertitel

Deze Overeenkomst wordt aangehaald als: Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024. Opgemaakt en ondertekend te Gemeente Borsele

Gemeente Goes

Dhr. G.M. Dijksterhuis

Dhr. M.A. Fränzel

Datum

Datum

Gemeente Hulst

Gemeente Kapelle

Mw. I.M.M. Jense-Van Haarst

Dhr. C.G. Jansen

Datum

Datum

Gemeente Middelburg

Gemeente Noord-Beveland

Dhr. H.M. Bergmann

Mw. G.L. Meeuwisse

Datum

Datum

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

13

Gemeente Reimerswaal

Gemeente Schouwen-Duiveland

Mw. J.S. van Egmond

Dhr. J.Chr. van der Hoek

Datum

Datum

Gemeente Sluis

Gemeente Terneuzen

Mw. M.M.D. Vermue

Dhr. H.J.A. van Merrienboer

Datum

Datum

Gemeente Tholen

Gemeente Veere

Mw. M.L.P. Sijbers

Mw. F.J. van Doesburg-Schouwenaar

Datum

Datum

Gemeente Vlissingen

Dhr. A.R.B. van den Tillaar Datum

Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen en Opvang 2024

14

Regiovisie

Beschermd Wonen

Maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025

1

Inhoud

1. Versnellingsagenda als uitgangspunt 2. Om wie gaat het? 3. Preventie en vroegsignalering 4. Toegang 5. Wonen 6. Voorzieningen en ondersteuningsbehoefte 7. Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit 8. Bekostiging en partnerschap 9. Governance 10. Monitoring en evaluatie

Inleiding Voor u ligt de aangescherpte Regiovisie die de gemeenten hebben opgesteld in het kader van de landelijke Norm voor Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen-Maatschappelijke Opvang (NvO). Iedere regio wordt geacht de NvO eind december 2021 of uiterlijk begin 2022 te hebben geïmplementeerd. De niet vrijblijvende samenwerkingsafspraken die gemeenten gezamenlijk vastleggen in deze Regiovisie, zijn een randvoorwaarde voor een verantwoorde start van de financiële doordecentralisatie van Beschermd Wonen per 1-1-2023. Bij de transformatie van ‘beschermd wonen naar beschermd thuis’ verschuift het zwaartepunt van wonen met ondersteuning in een intramurale setting naar wonen in de wijk met ondersteuning in de vertrouwde omgeving, dichtbij huis. Op die manier krijgen ook inwoners met een psychische kwetsbaarheid of inwoners die te maken gehad hebben met (dreigende) dak- en thuisloosheid, meer mogelijkheden om te werken aan hun herstel en deel te nemen aan de samenleving. Tegelijkertijd verschuiven via een ingroeipad van 2023-2032

de financiële middelen voor beschermd bonen én de financiële verantwoordelijkheid van de centrumgemeente naar de 13 Zeeuwse gemeenten. De gemeenten moeten immers meer financiële armslag krijgen om hun lokale infrastructuur te versterken en beter toe te rusten op de zorgvraag van inwoners met een psychische kwetsbaarheid. De centrumgemeente-constructie is een aflopende zaak en de 13 gemeenten gaan met elkaar een nieuwe governance voor beschermd Wonen inrichten.

Om in deze overgangsfase, die gepaard gaat met ingrijpende veranderingen én grote financiële onzekerheden, continuïteit van zorg te kunnen garanderen en tegelijkertijd de transformatie van het zorglandschap op voortvarende wijze vorm te geven, zijn solide samenwerkingsafspraken noodzakelijk. We gaan de winkel gedurende meerdere jaren verbouwen terwijl de verkoop gewoon doorgaat. Hier mag niemand nadeel van ondervinden, zeker niet de kwetsbare inwoners die van onze ondersteuning afhankelijk zijn.

2

Ook na de start van de financiële doordecentralisatie van beschermd wonen in 2023, blijven we (in ieder geval in de periode 2023-2025) Beschermd Wonen gezamenlijk inkopen. De afspraken over de gezamenlijke bekostiging komen in hoofdstuk 8 aan de orde. In dit hoofdstuk worden ook de verdere financiële afspraken, de Partnerschapsafspraken, behandeld. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat de continuïteit van zorg goed geregeld is en iedere inwoner van Zeeland, die afhankelijk is van Beschermd Wonen, op dezelfde manier een beroep kan doen op deze zorg. De komende jaren blijven we denken en handelen vanuit een gezamenlijk regiobudget zodat er geen sprake is van voordeel- of nadeelgemeenten.

Leeswijzer Deze aangescherpte Regiovisie bevat een inhoudelijk gedeelte waarbij de onderwerpen preventie, toegang, wonen en voorzieningen centraal staan. Samen vormen zij de kapstok voor het inrichten van het nieuwe zorglandschap. De huidige stand van zaken wordt beschreven en vervolgens de gewenste situatie vanaf 2022. Vervolgens komen de onderwerpen aan de orde die de voorwaarden moeten creëren om de gewenste situatie te realiseren, zoals inkoop en contractbeheer, kwaliteit en toezicht. De verdere uitwerking en implementatie krijgen een vervolg in de uitvoeringsagenda.

De contouren voor de nieuwe governance komen in hoofdstuk 9 aan de orde en de monitoring en evaluatie van de afspraken in 2024, in hoofdstuk 10. Waarom deze aangescherpte Regiovisie? De Zeeuwse gemeenten hebben in 2017 de Regiovisie Bescherming en Opvang in Zeeland opgesteld, in overeenstemming met visie van de commissie Dannenberg (van beschermd wonen naar beschermd thuis). Dit was een eerste stap in de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Een belangrijk onderdeel in de transformatie is de doordecentralisatie van beschermd wonen. Hierbij worden - in plaats van alleen de huidige centrumgemeenten - álle gemeenten verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning aan inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Ter voorbereiding op de doordecentralisatie is in 2019 de Regiovisie uitgewerkt in de Versnellingsagenda Bescherming en Opvang in Zeeland.

De transformatie is alleen verantwoord als sprake is van een zorgvuldige overgang en een krachtige regionale samenwerking. Gemeenten hebben daarom medio 2020 ingestemd met een Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, waarin niet-vrijblijvende afspraken zijn opgenomen tussen gemeenten binnen een regio en tussen regio’s onderling. Hiermee nemen gemeenten de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren, het opdrachtgeverschap te versterken en de administratieve last te verminderen.

3

Versnellingsagenda als uitgangspunt

NAAR

VAN

MESSIE

MEDICIJN

INTRA MURAAL

IN DE WIJK

1

Versnellingsagenda als uitgangspunt Deze Regiovisie is een aanscherping en een verdere uitwerking van de thema’s die zijn benoemd en vastgesteld in de Versnellingsagenda. In deze agenda hebben de Zeeuwse gemeenten op zes thema’s een visie geformuleerd en per thema afspraken vastgelegd over het samenwerkingsniveau (Zeeuws, lokaal of sub-regionaal). Deze thema’s zijn onder te verdelen in thema’s op inhoud (preventie, toegang, wonen en voorzieningen) en thema’s die voorwaardelijk zijn voor de inhoud (inkoop & contractbeheer, toezicht & kwaliteit, bekostiging & partnerschap). In deze Regiovisie zijn de thema’s aangescherpt en verder uitgewerkt. Vanuit de voorwaarden van de NvO is het zevende thema ‘governance’ toegevoegd. Per thema is de huidige stand van zaken beschreven, de afspraken vanaf 2022 en wat nog moet gebeuren.

“Alle toeters en bellen zijn niet altijd nodig. Kort, snel en simpel is vaak voldoende.” Mariska Ringelberg | Juvent

De afspraken in deze Regiovisie beperken zich tot de taken op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Daar waar raakvlakken zijn met het beleidsveld vrouwenopvang/veilige opvang wordt hier melding van gemaakt. Visie en uitgangspunten In de Versnellingsagenda is een duidelijke visie beschreven gericht op ondersteuning met als doel het vergroten van zelfredzaamheid, het versterken van de participatie en op de kwaliteit van leven. Deze visie onderschrijven de gemeenten nog steeds en wordt in deze Regiovisie doorgetrokken. De visie is opgebouwd aan de hand van drie bewegingen die we hierna compact zullen beschrijven.

Herstelgedachte in de GGZ De herstelgedachte vindt haar inspiratie in het rapport ‘Over de brug’. In dit rapport wordt gepleit voor ambulantisering van de GGZ, een doel dat door VWS, zorgverzekeraars, gemeenten en zorgaanbieders is overgenomen. Hoop hervinden en moed verzamelen, een positief zelfgevoel ontwikkelen, een betekenisvol bestaan opbouwen en controle over het eigen leven hernemen, onder andere met behulp van begeleiding en financiële ondersteuning. Om de doelstellingen van ‘Over de Brug’ en de herstelgedachte te halen, heeft Zeeland het uitgangspunt om aan de dimensies van maatschappelijk herstel, medisch herstel en persoonlijk herstel evenwichtig aandacht te besteden.

5

“Cliënten in hun kracht zetten? Dit kan door te kijken wat de cliënt zelf kan en wat door het informele netwerk kan worden opgepakt.” Mariska Ringelberg | Juvent

Beschermd Thuis in het Sociaal Domein In de visie van Commissie Dannenberg staan sociale inclusie en het ‘normaliseren’ van het beschermd wonen centraal. Er wordt uitgegaan van 8 randvoorwaarden om tot sociale inclusie te komen. De Zeeuwse gemeenten omarmen de visie van commissie Dannenberg op hoofdlijnen met de volgende uitgangspunten: • • • •

Focus op herstel en participatie; Zo goed mogelijk zelfstandig wonen in de wijk; Zo veel mogelijk samenwerken met belangrijke partners zoals zorgverzekeraars, aanbieders en woningcorporaties; Lokaal wat kan, regionaal wat moet.

Juiste zorg op de juiste plek De essentie van de juiste zorg op de juiste plek is: de zorg zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de mogelijkheden van de cliënt, waarbij de cliënt zoveel als mogelijk regie houdt. verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door andere zorg). Uitgangspunt voor de Zeeuwse gemeenten hierbij is: zorg zo licht mogelijk en zo zwaar als nodig. Daar waar er ambulante hulp geboden kan worden heeft dit de voorkeur boven een verblijf in een accommodatie.

Herstel in de eigen omgeving We kiezen ervoor om cliënten te laten herstellen in hun eigen omgeving. De focus wordt gelegd op herstel en participatie. Cruciaal is dat blokkades die de zelfredzaamheid belemmeren worden weggenomen. Dat betekent dat aan integraal herstel voor mensen moet worden gewerkt: wonen, werk/inkomen en zelfvertrouwen/ zelfredzaamheid. Ontbreekt een facet dan gaat het op de andere terreinen ook niet goed. De gemeenten willen zo in een effectief samenspel van lokale en regionale inzet aan integraal herstel werken.

6

Om wie gaat het?

C liëntperspectief Praktijk ervaringen Ervaringen uit netwerk en de buurt

e d n i n e B o rl egi d s c y c l u s be

Ja , d a t herken ik w e l Tip: blijf r ernaa n vrage

A h, da ’s ee n le er m om en t

2

Om wie gaat het?

“Ik ben op zoek naar de juiste verhouding tussen zelfstandigheid en hulp.”

Ook inwoners die te kampen hebben met een psychische kwetsbaarheid of door meerdere problemen de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, willen een zo normaal mogelijk leven leiden en deelnemen aan de samenleving. In een inclusieve samenleving wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden en is er meer aandacht voor inwoners die een duwtje in de nodig hebben. In feite zijn dus alle inwoners van Zeeland aan zet. En wie hebben tijdelijk of langdurig extra ondersteuning nodig? Bij beschermd wonen gaat het om inwoners die als gevolg van psychische en psychosociale problemen niet meer zelfstandig kunnen wonen. Het aantal Zeeuwse inwoners in beschermd wonen op peildatum 1-7-2021 is 338. Deze inwoners ontvangen beschermd wonen: intramuraal (206 inwoners), geclusterd wonen (59 inwoners) en Intensieve Begeleiding thuis (73 inwoners). Bij maatschappelijke opvang gaat het om inwoners die vaak kampen met meerdere, elkaar beïnvloedende problemen. Zo is er vaak sprake van een combinatie van

dak- en thuisloosheid, geweldsproblematiek, schulden, psychiatrische en/of verslavingsproblemen en/of werkloosheid. Op dit moment maken circa 562 inwoners gebruik van de opvang inclusief de tussenvoorzieningen. Van deze groep maken 330 inwoners gebruik van de intramurale opvang.

Cliënt- en naastenperspectief De transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang vraagt om het centraal stellen van het perspectief en de behoeften van de mensen waar het om gaat. Mensen moeten maximaal ondersteund en gefaciliteerd worden om de eigen regie over hun leven te houden. Welke uitdagingen hebben ze in het leven, wat kunnen ze daarbij zelf oppakken en waarbij hebben ze ondersteuning nodig? Het actief werken aan eigen herstel gaat niet bij iedereen vanzelf. Het is belangrijk dat cliënten en hun naasten hier ondersteuning bij kunnen

8

krijgen. Ervaringsdeskundigen hebben een cruciale rol bij de ondersteuning aan herstel, omdat zij in staat zijn vanuit cliëntperspectief mee te denken. Cliënt- en naastenperspectief is ook bij beleidsontwikkeling belangrijk. De kwaliteit van beleid en uitvoering verbetert wanneer directbetrokkenen meedenken en inbreng leveren. Mensen die afhankelijk zijn van het beleid kunnen vertellen hoe dit in de dagelijkse praktijk uitwerkt, waar ze tegenaan lopen en waar de zorg en ondersteuning volgens hen aan moet voldoen. Dit geldt niet alleen voor het perspectief van de cliënt zelf, maar ook voor naasten die vaak een belangrijke rol vervullen bij de signalering van een psychische aandoening, (het volhouden van) de behandeling en het leven met de aandoening. Ook voor naasten heeft de betrokkenheid bij degene met psychische problematiek een grote impact op het eigen leven. De Zeeuwse gemeenten onderschrijven het belang van het centraal stellen van cliënt- en naastenperspectief en het gebruik maken van collectieve ervaringskennis. Het cliënt- en naastenperspectief loopt als een rode draad door deze Regiovisie. Voor het beleidsveld vrouwen opvang is dit uitgewerkt in de Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zeeland 2019-2023 ‘Voor een toekomst zonder geweld’.

voor gemeenten om collectieve ervaringskennis te ontsluiten. Dit project is nu in de afrondende fase, waarbij

“We moeten ook realistisch zijn. Er zijn mensen die niet zonder 24-uur begeleiding kunnen.” Vivian Scharmin | Emergis

deze methode is toegepast voor het ophalen van ervaringskennis ten behoeve van deze Regiovisie en voor het ‘Actieprogramma Weer Thuis’ in Walcheren. De Oosterschelderegio, Zeeuws-Vlaanderen en de gemeenten Veere en Middelburg doen mee met het koploperschap Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO). Uit het koploperschap OCO in de Oosterschelderegio blijkt dat OCO gericht op specifieke doelgroepen – voornamelijk jongeren en volwassenen met een geestelijke kwetsbaarheid – onvoldoende is geborgd. Momenteel loopt er een pilot in de Oosterschelderegio waarbij ervaringsdeskundigen (op het gebied van psychische kwetsbaarheid) voor OCO wordt ingezet als onderdeel van Team Thuis1 . In 2019 is de Sleutelnotitie beschermd wonen opgeleverd, waarin ervaringsverhalen van inwoners zijn beschreven en de klankbordgroep beschermd wonen advies heeft gegeven voor de doorontwikkeling van beschermd wonen in Zeeland. De opbrengsten van deze verschillende trajecten en notities worden gebruikt bij de (door)ontwikkeling van het cliënt- en naastenperspectief binnen Zeeland.

Huidige stand van zaken De collectieve ervaringskennis van mensen met een psychische kwetsbaarheid wordt in Zeeland op dit moment nog onvoldoende benut. Het CZW-Bureau heeft daarom aan Stichting Hersteltalent gevraagd om te onderzoeken hoe gemeenten ondersteund kunnen worden bij inzetten van collectieve ervaringskennis. Met subsidie van ZonMW ontwikkelt Stichting Hersteltalent een methode

9

“Ik kom hier niet vandaan maar wordt in Goes in de BW gedropt”

“We willen cliënten op alle vlakken zo zelfstandig mogelijk laten functioneren. ” Iwan van Esch | Novafarm Grip

Voorstellen 2022 en verder 1. We borgen cliënt- en naastenperspectief door de inzet van collectieve ervaringskennis, in elk geval bij beleidsontwikkeling en bij de inkoop van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. We verankeren ervaringsdeskundigheid en onafhankelijke cliëntondersteuning bij het verlenen van zorg en ondersteuning vanuit het brede sociaal domein en zorgen ervoor dat dit toegankelijk is voor al onze inwoners. Hiervoor onderzoeken we hoe we nog beter invulling kunnen geven aan de rol van de ervarings-

deskundige en de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner. Wat moet er nog gebeuren? 1. We moeten afspreken op welke manier we cliënt- en naastenperspectief en de inzet van collectieve ervaringskennis bij beleidsontwikkeling en de inkoop van beschermd wonen en maatschappelijke opvang borgen. We moeten onderzoeken waar we collectieve ervaringskennis nog meer kunnen inzetten. 2. We gaan verder met het onderzoek naar de rol van de

ervaringsdeskundige en de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

1

Team Thuis is een oproepbaar multidisciplinair team die mensen op tijd begeleidt van wonen in een instelling naar weer zelfstandig wonen in de wijk. Team Thuis bestaat ten minste uit een gemeenteconsulent, de cliënt zelf, woningcorporatie, begeleider/zorgaanbieder en (onafhankelijke) cliëntondersteuner

10

Preventie en vroegsignalering

VOORKOMEN GROTERE PROBLEMATIEK

PEcRLIENT SPE CTIE

F

RK NETWE

STI E V S I U H

NG

IN K O M E N

THEMA’S D WEARGBEST K ED

ING

3

Preventie en vroegsignalering

“Er is bereidheid en dat levert mooie maatwerkoplossingen.” Mariska Ringelberg | Juvent

Door preventie en vroegsignalering willen we het verergeren van (psychische) problematiek of terugval na het afsluiten van behandeling of (intramuraal) verblijf zo veel mogelijk voorkomen. Een belangrijke voorwaarde is bestaanszekerheid. Dit is niet alleen de zekerheid van voldoende en een voorspelbaar inkomen, maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning, het hebben van werk en het mee kunnen doen in de samenleving. Ook het hebben van een thuis, met een netwerk waar iemand op kan terugvallen is van groot belang. Problemen op het ene leefgebied hebben vaak een effect op andere leefgebieden. Een integrale preventieve aanpak in de gemeenten is daarom nodig om duurzame verbeteringen te realiseren.

werk om de persoon heen en het bieden van integrale ondersteuning en concrete hulp op alle leefgebieden en in samenhang met elkaar. We leggen hierbij het accent op de mogelijkheden van personen in plaats van op de beperkingen. We vergroten de veerkracht en eigen regie. Ook stimuleren we sociale cohesie in wijken en dorpen.

Daarom zetten we in op het tijdig signaleren van problemen, het zien en horen van de persoon waar het over gaat en diens omgeving. Het mobiliseren van een net-

Huidige stand van zaken De focus en verantwoordelijkheid voor preventiebeleid beschermd wonen en maatschappelijke opvang ligt

12

primair op lokaal niveau. De Zeeuwse gemeenten hebben bestuurlijk commitment uitgesproken voor een basispakket aan preventiemaatregelen die gemeenten op een aantal thema’s houvast en richting geven voor (door) te ontwikkelen beleid. Dit zijn de thema’s: maatwerk, vroegsignalering, netwerk, betrekken en ondersteunen cliënt, expertise, dagbesteding/werk, huisvesting en monitoring. Gemeenten bepalen zelf hoe ze hier inhoudelijk vorm aan geven en zorgen voor aansluiting bij de lokale behoefte en bestaande maatregelen. De lokale toegangen spelen hierbij een belangrijke en sturende rol. De uitgangspunten voor de preventiemaatregelen zijn vastgelegd in de notitie Preventie beschermd wonen en maatschappelijke opvang van mei 2020. Wel willen we de lokale ontwikkelingen als regio monitoren. Op regionaal niveau zorgt de werkgroep Preventie voor kennisdeling tussen gemeenten en andere organisaties in Zeeland. Zij organiseert inspiratiesessies, waarin gemeenten en organisaties elkaar laten kennismaken met goede lokale voorbeelden, maar ook aangeven waar ze tegenaan lopen bij de ontwikkeling ervan. De eerste inspiratiesessie is gepland voor het najaar van 2021. Landelijk worden ook nieuwe preventieactiviteiten in de vorm van pilots aangeboden.

Om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van de verschillende preventiemaatregelen, wordt gebruik gemaakt van maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA). Zeeland doet mee aan de pilot MKBA over inzet van ervaringsdeskundigheid bij het voorkomen van dak- en thuisloosheid. De pilot is gericht op het uitwisselen van informatie, vragen en ervaringen tussen gemeenten die de MKBA al geïmplementeerd hebben en gemeenten die hiermee willen gaan werken. Door deelname aan de pilot krijgen we inzicht in de effectiviteit, wordt zichtbaar welke partijen de inspanning moet leveren (en de kosten dragen) en welke partijen

“Toen ik mijn hulphond kreeg werd mijn begeleiding afgebouwd. Dat is pittig. Het heeft een tijd geduurd voordat ik om extra hulp durfde te vragen.”

baat hebben bij de maatregel. Ook is een landelijke preventiescanner ontwikkeld die op lokaal niveau aangeeft welke verbetermogelijkheden er zijn om de preventie van dak – en thuisloosheid nog succesvoller te maken. Voorstellen voor 2022 en verder 1. We ontvangen vanuit het regionale budget in de periode 2023-2025 middelen voor preventie en vroegsignalering op lokaal niveau. De verdeelsleutel staat beschreven in de bijlage ‘voorstel partnerschapsafspraken’. 2. Iedere gemeente legt (mocht deze er nog onvoldoende zijn) een duidelijke link tussen het basispakket preventiemaatregelen en de lokale toegang. 3. We spreken af hoe en tot op welk niveau we verantwoording afleggen over de inzet op lokaal preventiebeleid en met welk doel. 4. We richten een kennisdelingsstructuur in voor af-

stemming met elkaar en het delen van goede ideeën, nieuwe methodieken, vragen en adviezen op het vlak van preventie en vroegsignalering. Wat moet er nog gebeuren? 1. We moeten afspraken maken over de mate waarin we de inzet op lokaal preventie- en vroegsignaleringsbeleid willen monitoren en met welk doel (zie hoofdstuk Monitoring).

13

Toegang

Gemeente B past het beleid goed toe

Gemeente A kan nog een training gebruiken

VAN

H E k e e sh,e t ? hoe gaat A A NRG R O Z BIEDE

NT C L INëD E R -I N G O N STEU

ing fA waedger k

NAAR

DAGBESTEDING/WERK

BEGELEIDING

BESCHERMD WONEN

JOUW GEMEENTE

s TOEGANG

Centrale toegang beschermd wonen

Lokale toegang beschermd wonen

14

4

“Ik moet mezelf aan de gang houden, anders raak ik in een isolement. Gelukkig woon ik dicht bij een BW waar ik binnen kan lopen.”

Toegang We vinden het belangrijk om alle inwoners passende ondersteuning te bieden. Ondersteuning die aansluit op andere leefgebieden en (zo dicht mogelijk) georganiseerd is in de eigen leefomgeving en lokale zorginfrastructuur. Ook de toegang tot deze ondersteuning willen we zo dicht mogelijk bij onze inwoners organiseren. Om op- en afschaling van ondersteuning makkelijker te maken, wordt de toegang tot beschermd wonen integraal opgepakt met de toegang tot het sociaal domein. De toegang tot beschermd wonen wordt daarom lokaal uitgevoerd door de gemeenten. Ondanks dat iedere gemeente de lokale toegang vorm geeft op de voor die gemeente best passende wijze, blijft uniformiteit op dit punt belangrijk. We werken met een Zeeuws afwegingskader, zodat alle inwoners op gelijke wijze een beroep kunnen doen op beschermd wonen. Om de samenwerking tussen gemeenten te bevorderen en de lokale expertise te verbeteren ondersteunt een expertteam de lokale toegang. Het expertteam bestaat uit

medewerkers van de lokale toegang, zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen en de onafhankelijk deskundige, die ook voorzitter is van het expertteam. Zo is - ook in het overgangsjaar - voldoende kennis, expertise en capaciteit beschikbaar. Een centrale registratie en het op orde krijgen en houden van het berichtenverkeer zijn belangrijk voor gemeenten om de lokale toegang goed vorm te geven. Deze regi­ stratie is een voorwaarde om goed te kunnen monitoren en waar nodig te sturen op de contractafspraken, beleid en bekostiging.

Huidige stand van zaken De toegang tot beschermd wonen wordt voor de regio Zeeland centraal uitgevoerd door het CZW-Bureau. Hierbij gelden de regels van landelijke toegankelijkheid. Deze gelden dus ook voor inwoners die buiten de regio beschermd gaan wonen of van buiten de regio naar Zeeland komen. De onafhankelijke deskundige heeft hierin een adviserende rol. Wanneer iemand beschermd wonen in de vorm van een pgb aanvraagt, wordt op dit moment de toegang tot beschermd wonen door de lokale toegang van de desbetreffende gemeente uitgevoerd.

15

Voor maatschappelijke opvang zijn de aanbieders gemandateerd om de toegang te regelen. Ook hier geldt de landelijke toegankelijkheid, wat betekent dat mensen van buiten de regio ook een beroep kunnen doen op de maatschappelijke opvang in Zeeland en andersom. De gemeenten in Zeeland hebben voor de uitvoering hiervan het door de VNG opgestelde convenant ondertekend. De beleidsregels uit dit convenant zijn opgenomen in het beleid van de gemeenten. De gemeente waar de cliënt zich meldt, is verantwoordelijk voor de eerste opvang. De aanbieders zijn via de centrumgemeente gemandateerd om dit te regelen. Na de eerste opvang onderzoekt de aanbieder in de welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft.

Het berichtenverkeer voor beschermd wonen werkt in de regio nog niet naar behoren. Dit vraagt van gemeenten en zorgaanbieders nog extra inspanningen.

Voorstellen voor 2022 en verder 1. De toegang tot beschermd wonen (intramuraal, geclusterd en intensieve begeleiding thuis) wordt per 1 januari 2022 voor nieuwe én bestaande cliënten uitgevoerd door de lokale toegang van de dertien Zeeuwse gemeenten. 2. 2022 zien we als overgangsjaar van de huidige situatie naar de nieuwe situatie. Per 2023 is iedere lokale toegang in staat de toegang tot beschermd wonen zelf vorm te geven. 3. De lokale toegang wordt in elk geval in 2022 ondersteund door een expertteam beschermd wonen. Dit team draagt bij aan een zorgvuldige overgang door de expertise en uniformiteit bij de lokale toegang te vergroten. De onafhankelijke deskundige speelt hierin ook een belangrijke rol en is voorzitter van het expertteam. 4. De bovenregionale plaatsing voor beschermd wonen loopt via de onafhankelijke deskundige. 5. We evalueren de nieuwe werkwijze inclusief het expertteam in september 2022. 6. Financiering van de kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van de toegang voor beschermd wonen vindt voor 2022 plaats vanuit de rijksbijdrage beschermd wonen. 7. Vanaf 2023 worden deze kosten meegenomen in de partnerschapsafspraken en betaald vanuit het regiobudget beschermd wonen. 8. We maken in de tweede helft van 2023 afspraken over hoe in de toekomst de toegang tot maatschappelijke opvang georganiseerd wordt.

Wat moet er nog gebeuren? 1. De regionale werkgroep Toegang ondersteunt alle gemeenten bij de implementatie van de toegang beschermd wonen. De werkgroep levert een uniforme toegangsregeling, het afwegingskader en een handboek voor de toegangsmedewerkers met gezamenlijke uitvoeringsafspraken op. 2. De nieuwe toegangsregeling moet vóór 1 januari 2022 zijn vastgesteld door de colleges van B&W van alle dertien gemeenten. 3. Het huidige afwegingskader beschermd wonen wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld en vastgesteld door de colleges van B&W vóór 1 januari 2022. 4. Er moeten afspraken worden gemaakt over de rol, taakomschrijving en positionering van de onafhankelijke deskundige vanaf 2023. 5. Er moeten afspraken worden gemaakt over samenwerking, informatie-uitwisseling en casusoverleg (warme overdracht) bij bovenregionale plaatsing. 6. We moeten het berichtenverkeer en de centrale registratiesysteem, nu gesitueerd bij het CZW-bureau, borgen. De Zeeuwse gemeenten en zorgaanbieders conformeren zich aan de verantwoordelijkheden en taken die zijn vastgelegd in de handleiding berichtenverkeer. Deze handleiding maakt onderdeel uit van het handboek toegang. 7. We moeten afspreken hoe de administraties van de lokale toegang voor beschermd wonen aansluiten op het centrale registratiesysteem c.q. het berichtenverkeer.

16

Wonen

B i n naennd e n 6 m aw o n i n g e e na a r v o o r kl stroom in

H e bo ei kn d e v o lidn g e n b e w ocnh i k b a a r ? s INTRAMUR AAL W O ORNA T I E CORPO

E Z EWE UOWO NS AGENDA

W EILNKDOEM WIJK en iD t ww oo rndi n g e n flex-

THUIS

17

5

Wonen

“Alles draait om indicaties. Als je daar niet aan voldoet val je buiten de boot.”

We streven voor al onze inwoners naar een stabiele woonplek in de samenleving. Het hebben van een eigen woonplek draagt bij aan de identiteit van mensen, geeft meer zelfvertrouwen en eigenwaarde. Het is één van de basisvoorwaarden voor het opbouwen van een zo zelfstandig mogelijk bestaan en om te werken aan stabilisatie, herstel en deelname aan de samenleving. We willen een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin ook mensen die ondersteuning nodig hebben zich thuis voelen in de wijk of het dorp en hun leven vorm kunnen geven. Er is een gevarieerd arsenaal aan woonvarianten nodig om tegemoet te komen aan de woonbehoefte van inwoners, zoals zelfstandige woonruimte of geclusterde woonvormen. Daarnaast is het belangrijk dat er een sociaal vangnet aanwezig is in de wijken of dorpen waar deze inwoners op terug kunnen vallen.

Om dit te realiseren, organiseren we beschermd wonen, begeleiding en opvang zo dicht mogelijk bij onze inwoners, in hun eigen wijk en dorp. Dit betekent een verschuiving van wonen in een instelling naar zelfstandig (blijven) wonen in de eigen omgeving. Verblijf in de opvang zien we als laatste redmiddel (als er geen andere oplossingen voorhanden zijn). Belangrijke randvoorwaarden zijn de beschikbaarheid van voldoende woningen en een soepele overgang wanneer iemand vanuit een instelling uitstroomt naar zelfstandig wonen. Bij de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13496793/1