CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02b. D21.261642 vast te stellen bestemmingsplan Dijkversterking

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan dijkversterking35.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Aan de noordzijde is met een voetgangersoversteekplaats een verkeersveilige oversteek voor voetgangers ontworpen.

Afbeelding 2.25 Ontwerp rotonde Boomdijk - Kanaalstraat - Eendracht

33 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Aansluiting Werfdijk - Veerweg Voor de aansluiting van de Veerweg op de Werfdijk komt op +5 meter NAP. Ruimtelijke inpassing Vanaf de Veerweg tot aan de sportvelden wordt de parkzone als geheel ingericht. Een centraal pad, dat voor een groot gedeelte op de dijkberm ligt, is het verbindend element, zie afbeelding 2.26. Andere maatregelen om de lengte van het park te benadrukken zijn het verplaatsen van de keerlus van de bus (nieuwe rotonde) en het verwijderen en slim terugplaatsen van beplanting. Verspreid in de parkzone worden sport- en speelvoorzieningen teruggebracht. Rondom de vijver bij Pluimpot wordt de parkzone structureel aangepast met een nieuwe vorm van de vijver zodat het water weer een prominente plek krijgt in het park, er voldoende speelruimte is en de paden en beplanting goed aansluiten op de omgeving. Er is gekozen voor het ‘draaien’ van het westelijk voetbalveld en het compenseren van het verlies van het trapveld met een kunstgrasveldje van 20 x 35 meter. Om dit in te passen zal ook het oostelijk voetbalveld richting de parkeerplaats opschuiven. Langs de dijkberm en de bermsloot wordt een windsingel geplant.

Afbeelding 2.26 Inrichting parkzone dijksectie Dorpsrand Zeedijk/ Dorpsrand Werfdijk

2.2.6

Nieuwe situatie dijksectie 6: Landelijk gebied

In de dijksectie Landelijk gebied wordt de dijk versterkt door een binnenwaartse verhoging met een binnenberm, zie Afbeelding 2.27. De ontwerpkruinhoogte van de dijk varieert tussen NAP +10,0 meter en NAP +10,5 meter. Ter plaatse van gemaal Schore is de kruinhoogte lokaal lager, NAP +9,5 meter.

Afbeelding 2.27 Dwarsprofiel Landelijk gebied

34 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Bekleding De bekleding op het ondertalud blijft behouden. De bekleding op de onderhoudsstrook wordt wel vervangen. Het buitentalud wordt voorzien van een verruwde zetsteenbekleding, die wordt aangebracht op een filterlaag en een waterremmende laag. Hierboven op komt een dunne laag teelaarde/ grond. Op de kruin wordt een bekleding van open steenasfalt aangebracht. het binnentalud van de dijk wordt bekleed met klei. Ten behoeve van het aanslaan van de grasmat wordt op deze kleibekleding een laag teelaarde aangebracht. Hoogspanningsmast en leidingen Vanuit waterveiligheid is ter plaatse van de hoogspanningsmast geen damwand benodigd. Hier wordt een verankerde damwand toegevoegd als blijkt dat dit nodig is om het effect van de dijkversterking op de constructie van de hoogspanningsmast te mitigeren. Hierover vindt momenteel afstemming plaats met de beheerder. Door optimalisatie van de kruinhoogte en de binnenberm is deze niet meer noodzakelijk, er is voldoende ruimte. De teensloot loopt via een bypass om de hoogspanningsmast heen. Er wordt onderzocht of de sloot tussen de dijkteen en de mast aangebracht kan worden. Ter plaatse van de funderingspoer die het dichtst bij de dijkteen ligt dient in dat geval een duiker te worden aangebracht.

De buisleiding met gevaarlijke stoffen (Dow Chemical) en de drinkwaterleiding worden vooruitlopend op de dijkversterking verplaatst via een afzonderlijke ruimtelijke procedure. Voordat de dijkversterking wordt uitgevoerd worden deze leidingen verlegd. Gemaal Schore Rondom gemaal Schore is de kruinhoogte lokaal verlaagd tot NAP +9,5 meter (afbeelding 2.28). Door lokaal een lagere kruin toe te staan kan dijkversterking, inclusief de weg op de binnenberm, worden ingepast in de beschikbare ruimte tussen de bestaande put met beluchtingsleidingen en het gemaal. De lagere kruinhoogte kan op deze locatie gerealiseerd worden door het gecombineerde effect van de dijkoriëntatie en bredere buitenberm, die beide gunstiger zijn dan de naastgelegen trajecten. Vanuit waterveiligheid is ter plaatse van het gemaal en de windturbines geen damwand benodigd. Hier wordt een verankerde damwand toegevoegd als blijkt dat dit nodig is om het effect van de dijkversterking op de constructies te mitigeren. Hierover vindt momenteel afstemming plaats met de beheerder.

Afbeelding 2.28 Dwarsprofiel - Landelijk gebied - profiel ter plaatse van gemaal Schore (dijkpaal 275)

De persleidingen van gemaal Schore zijn niet bestand tegen de hogere belasting als gevolg van de ophoging van de waterkering en de resulterende zettingen. De bestaande leiding zal vervangen worden door een stalen leiding met flexibele koppelingen, de huidige capaciteit van het gemaal blijft behouden. Wegontwerp De Schoorse Steenweg maakt als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom onderdeel uit van een recreatieve fietsroute en is een van de hoofdfietsroutes voor schoolgaande jeugd vanuit Hansweert. De weg zal in verband hiermee worden ingericht met fietssuggestiestroken. Dit zorgt tevens voor een optische versmalling van de rijloper wat zorgt voor lagere rijsnelheden van het autoverkeer. Tevens is de weg een onderdeel van de westelijk ontsluiting voor speciale transporten voor Van der Straaten. De inrichting van de bochten en de benodigde bochtverbreding is op de speciale transporten afgestemd.

35 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Aansluiting Steenweg De nieuwe Steenweg komt direct ten oosten van het gemaal te liggen, en de huidige weg blijft als doodlopende weg liggen ten behoeve van de bereikbaarheid van de windturbine en aangrenzende percelen. Het dijkmagazijn wordt geamoveerd en elders herbouwd. Toegang gemaal en windturbine De toegangsweg tot de windmolen en het gemaal wordt tussen de teen van het nieuwe bermlichaam en de windmolen aangelegd. Toegang windturbines Ter hoogte van dijkpaal 281 wordt het grondlichaam tot het onderhoudspad aangepast op de mogelijke komst van een windturbine (E-connection). De toekomstige toegang van de geplande nieuwe windturbine komt te liggen op het onderhoudspad van het Waterschap naast het perceel van de perenboomgaard. Op grond van de specificaties voor de transporten voor de (beoogde) nieuwe windturbines is een wegbreedte van 5 meter, een maximale helling van 6 % en bochtstralen van 40 meter vereist. Het wegontwerp bestaat uit een normale aansluiting voor een onderhoudsweg, namelijk 5 meter breed. Ruimtelijke inpassing Het ontwerp van de dijk in dwars- en lengteprofiel is zoveel mogelijk continue en verlopend over lange lengtes. De weg heeft een vaste afstand tot de teen van dijk op de berm.

Verspringingen in bermbreedte zijn gekoppeld aan landschappelijke aanleiding zoals een bocht in de dijk (bij dijkpaal 272 tussen dijkpaal 279 en dijkpaal 280) of aansluiting van een weg (Steenweg). Karakteristieken van de dijk blijven behouden door bochten scherp te ontwerpen. De verruwde steenzetting op het buitentalud wordt ontworpen met een patroon van hoge en lage stenen dat een rustig beeld geeft en lange lijnen van de dijk benadrukt.

2.2.7

Nieuwe situatie dijksectie 7: Overgang naar traject 30-03

Dijkontwerp In dijksectie 7 is gekozen voor een binnenwaartse dijkverhoging met binnenberm, zie afbeelding 2.29. De ontwerpkruinhoogte van de dijk is NAP +9,0 meter.

Afbeelding 2.29 Dwarsprofiel - Overgang naar traject 30-3

De aanwezige teensloot wordt binnenwaarts verlegd, met uitzondering van het gedeelte waar een voormalige stortplaats aanwezig is (ter hoogte van dijkpaal 290). Ter plaatse van de stortplaats wordt de binnenberm aangebracht op NAP +3,0 meter en wordt (in tegenstelling tot de rest van het dijktraject) geen onderhoudsstrook langs de teensloot aangebracht. In combinatie met het lokaal steiler maken van taluds op deze locatie wordt op deze wijze de stortplaats ontzien en zijn geen constructieve maatregelen nodig. Overgang naar niet-versterkt deel De overgangsconstructie begint bij de strekdam aan de buitenzijde, zie afbeelding 2.30. De hellingen in langsrichting is 1:100 of flauwer. Over dezelfde lengte waarover de kruinhoogte wordt aangepast, wordt ook een eventueel verschil in bermbreedte opgelost.

36 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Afbeelding 2.30 Overgangsconstructie (blauw) en deel versterkt conform traject 30-3 (rood)

Bekleding Het buitentalud wordt voorzien van een verruwde zetsteenbekleding, die wordt aangebracht op een filterlaag en een waterremmende laag. Hierboven op komt een dunne laag teelaarde/ grond. Op de kruin wordt een bekleding van open steenasfalt aangebracht. het binnentalud van de dijk wordt bekleed met klei. Ten behoeve van het aanslaan van de grasmat wordt op deze kleibekleding een laag teelaarde aangebracht. Wegontwerp Voor de aansluiting van de Schoorse Zeedijk met de Weg langs de Zeedijk, de Langeweg en de opgang naar het praathuis Schore is gekozen om de Schoorse Zeedijk met een T-aansluiting aan te laten sluiten op de Weg langs de Zeedijk. Het vrijliggende fietspad ter hoogte van de kruising met de Nieuwe Schoorseweg wordt daarbij doorgetrokken tot aan de opgang naar het praathuis Schore. Het bestaande profiel is hiervoor niet toereikend. Aan de oostzijde is een extra stook grond nodig. Aan de westzijde is ter hoogte van de aansluiting met de Schoorse Zeedijk een versmalling van de watergang tussen de vuilstort en de weg nodig of een verhoogde oeverbeschoeiing/grondkering. Het weggedeelte Langeweg - Schoorse Zeedijk vervalt.

37 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Afbeelding 2.31 Wegontwerp Schoorse Oudedijk - Schoorse Zeedijk

2.3

Vigerende bestemmingsplannen

Vanwege de dijkversterking Hansweert wordt de waterkering verbreed. Hierdoor komen functies, zoals de waterkering en de weg op de dijk, in de nieuwe situatie buiten het daarvoor bestemde gebied te liggen. Het ruimtebeslag van de nieuwe waterkering is groter dan het ruimtebeslag dat is toegestaan in de vigerende bestemmingsplannen. Naast de aanpassing aan de dijk zelf worden ook andere functies aangepast zoals de sportvelden, de rotonde op de boomdijk en uitwerking van de parkzone. Voor het gehele traject van de dijkversterking gelden de volgende bestemmingsplannen als opgenomen in tabel 2.2. Op hoofdlijnen heeft de waterkering de enkelbestemming ‘Waterkering’ (gemeente Reimerswaal) en de enkelbestemming ‘Waterstaat’ (gemeente Kapelle). Aanvullend heeft de waterkering in de gemeente Reimerswaal op enkele delen nog de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’.

Tabel 2.2 Vigerende bestemmingsplannen in het plangebied Naam

Gemeente

Status

NL.IMRO

Bestemmingsplan Buitengebied 2019

Reimerswaal

vastgesteld (17 december 2019, onherroepelijk)

NL.IMRO.0703.BGRWBP2018-va01

Bestemmingsplan Buitengebied 2020

Reimerswaal

vastgesteld (28 september 2021)

NL.IMRO.0703.BGRWBP2020-va01

Bestemmingsplan Hansweert

Reimerswaal

vastgesteld (22 november 2011, onherroepelijk)

NL.IMRO.0703.01HaBPKom-va01

Parapluherziening Kernen en Bedrijventerreinen

Reimerswaal

vastgesteld (27 juni 2017, onherroepelijk)

NL.IMRO.0703.00BTParaplu1-va01

38 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Naam

Gemeente

Status

NL.IMRO

Parapluherziening Kernen en Bedrijventerreinen

Reimerswaal

vastgesteld (24 september 2019, onherroepelijk)

NL.IMRO.0703.00BTParaplu2-va01

Bestemmingsplan Loswal Reimerswaal

Reimerswaal

vastgesteld (26 november 2019, onherroepelijk)

NL.IMRO.0703.01HaBPLoswal-va02

Bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening

Kapelle

vastgesteld (24 februari 2015, onherroepelijk)

NL.IMRO.0678.buitengebiedHZ002VA02

Rijksinpassingsplan ZuidWest 380 kV west

Kapelle

vastgesteld (17 oktober 2018, onherroepelijk)

NL.IMRO.0000.EZip15ZW380west-3002

Windpark Landmanslust

Kapelle

vastgesteld (27 oktober 2020, onherroepelijk)

NL.IMRO.0678.buitengebiedHZ006VAST

Voor de planologische inpassing is het totale ontwerp van de dijkversterking over de vigerende bestemmingsplannen gelegd en is getoetst of: 1 de maatregelen strijdig zijn met bepalingen uit de vigerende bestemmingsplannen; 2 de waterkering na de dijkverbetering voldoende planologische bescherming heeft op basis van de vigerende bestemmingsplannen.

2.3.1

Gemeente Reimerswaal

Bestemmingsplan ‘Loswal’ In de gemeente Reimerswaal kent het ontwerp geen strijdigheden met het bestemmingsplan ‘Loswal Reimerswaal’. Binnen het bestemmingsplan ‘Loswal Reimerswaal’ ligt alleen een gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’ over het ontwerp. Deze gebiedsaanduiding is een aanvulling op de onderliggende vigerende bestemmingsplannen en het ontwerp is niet in strijd met de bepalingen uit de gebiedsaanduiding. Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ en ‘Buitengebied 2020’ In het ruimtebeslag van bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ en bestemmingsplan ‘Buitengebied 2020’ bestaat het ontwerp alleen uit aanpassing van de waterkering en ligt volledig binnen de enkelbestemming ‘Waterkering’ en binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’. De waterkering is voldoende planologisch beschermd maar in de vigerende enkelbestemming ‘Waterkering’ zijn alleen bestaande wegen indien dit uit oogpunt van de waterkering toelaatbaar is toegestaan. Omdat voor de dijkversterking wegen worden verlegd die zijn gelegen binnen het gebied van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ en bestemmingsplan ‘Buitengebied 2020’ is het ontwerp strijdig. Bestemmingsplan ‘Hansweert’ en parapluherzieningen ‘kernen en bedrijventerreinen’ Aan de binnenzijde van de dijk ligt het ontwerp in het vigerende bestemmingsplan ‘Hansweert’.

Daarnaast is er zowel in 2017 als in 2019 een parapluherziening ‘Kernen en Bedrijventerreinen’ vastgesteld. Het ontwerp is niet in strijd met de regels uit de parapluherzieningen. Aanvullingen die van toepassing zijn op het plangebied zijn overgenomen. Op bijna de gehele binnenzijde van de waterkering zorgt het ontwerp voor extra ruimtebeslag. Binnen de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer’, Sport en ‘Water’ zijn waterpartijen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding toegestaan. Uitbreiding van de waterkering met bijbehorende infrastructuur valt hier niet onder. De waterkering wordt verbreed op de plek waar in het verleden vijf woningen aan de Maasstraat zijn gesloopt. In het vigerende bestemmingsplan zijn deze gronden (nog) bestemd als ‘Wonen’ en ’Tuin’. Binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ zijn geen bepaling opgenomen die een waterkering en bijbehorende infrastructurele voorzieningen toestaan waardoor het ontwerp hier tevens strijdig is. Daarnaast is de waterkering in de toekomstige situatie niet voldoende planologisch beschermd vanwege het ontbreken van een dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ of gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone - Dijk’. Naast de uitbreiding van de waterkering worden het sportpark, de groenvoorzieningen langs de kern van Hansweert en enkele infrastructurele aanpassingen (verplaatsing dijk op- en afgangen en rotonde)

39 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

doorgevoerd. Ook deze aanpassingen zijn op de gewijzigde locaties op delen in strijd met de vigerende bestemmingen en moeten planologisch mogelijk worden gemaakt.

2.3.2

Gemeente Kapelle

Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2e herziening’ In de gemeente Kapelle zorgt het ontwerp op bijna de gehele binnenzijde van de waterkering voor extra ruimtebeslag. Binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Verkeer’ zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, sloten en watergangen toegestaan. Uitbreiding van de waterkering met bijbehorende infrastructuur valt hier niet onder. Binnen de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’ zijn geen bepaling opgenomen die een waterkering en bijbehorende infrastructurele voorzieningen toestaan en is het ontwerp strijdig. Daarnaast is de waterkering in de toekomstige situatie niet voldoende planologisch beschermd binnen deze bestemmingen vanwege het ontbreken van een dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterkering’ of gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone - Dijk’. Bestemmingsplan ‘Windpark Landmanslust’ Het bestemmingsplan ‘Windpark Landmanslust’ maakt twee windturbines mogelijk. De gebiedsaanduidingen ‘Overige zone- Parkinfrastructuur’ en ‘Veiligheidszone - Windturbine’ liggen binnen het plangebied, maar kennen geen strijdigheden met het ontwerp.

2.3.3

Conclusie planologische inpassing

Gebleken is dat de het dijkontwerp op delen strijdig is met de vigerende bestemmingsplannen. Daarnaast is de toekomstige waterkering niet voldoende planologisch beschermd. Onderhavig bestemmingsplan zorgt ervoor dat de dijkversterking planologisch wordt ingepast en de waterkering in de toekomst voldoende planologisch beschermd is.

40 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt voor onderhavig plan het relevante ruimtelijk beleid beschreven. Centraal staat de relatie tussen het plan en het beleid en wordt getoetst of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken aan onze nationale prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3 sterke en gezonde steden en regio’s; 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI zijn het waarborgen van de waterveiligheid, de klimaatbestendigheid en realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit als nationale belangen benoemd. Bij het realiseren van waterveiligheid staat preventie voorop door primaire waterkeringen te onderhouden en te versterken. De in de NOVI gehanteerde term leefomgevingskwaliteit omvat zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit van de fysieke leefomgeving. Onder ruimtelijke kwaliteit komen de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde samen. Milieukwaliteit heeft betrekking op waarden die wij toekennen aan een gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving. Het gaat dan om concrete onderwerpen als luchtkwaliteit, geluidhinder, geur, omgevingsveiligheid, bodem- en waterkwaliteit.

Ook sociale samenhang en economische vitaliteit zijn onderdeel van een te realiseren goede leefomgevingskwaliteit. Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt het nationaal belang waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid’ mogelijk gemaakt. Het Rijk is verantwoordelijk voor het integrale beheer van het hoofdwatersysteem en is, samen met de waterschappen, verantwoordelijk voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen. Het is belangrijk dat bij ruimtelijke plannen rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige eisen. Naast preventie als primaire pijler bij de bescherming tegen overstromingen, is het waterveiligheidsbeleid ook gericht op het beperken van de gevolgen van een overstroming door keuzes in de ruimtelijke planning en het op orde krijgen en houden van de rampenbeheersing (meerlaagse veiligheid). De voorgenomen maatregelen voor de dijkversterking bij Hansweert dragen primair bij aan waterveiligheid en de bescherming van Nederland tegen overstromingen. Daarnaast zijn, ter bescherming van de leefomgevingskwaliteit, in dit bestemmingsplan een goede ruimtelijke kwaliteit en een goede milieukwaliteit geborgd. Effecten van zowel het plan als de uitvoering zijn onderzocht en worden, waar nodig, gemitigeerd of gecompenseerd.

41 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Conclusie Het bestemmingsplan maakt de noodzakelijk gebleken dijkversterking mogelijk en waarborgt de leefomgevingskwaliteit als gevolg van het plan. Hiermee past de dijkversterking in het landelijke beleid zoals geformuleerd in de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de juridische implementatie van de kaderstellende uitspraken uit de SVIR ten aanzien van de dertien daarin genoemde nationale belangen. Met de komst van de NOVI komt de SVIR te vervallen en gaat de SVIR bijna geheel op in de NOVI. Het Barro blijft ook onder de NOVI van kracht. Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke plannen (zoals een bestemmingsplan) te borgen, draagt het Barro bij aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In de NOVI is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen wordt ingezet. In artikel 2.3.4 van het Barro staan de algemene regels betreffende de primaire waterkeringen met inbegrip van de beschermingszones. Dit artikel bepaalt dat met betrekking tot gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben of beschermingszones, een bestemmingsplan kan worden vastgesteld dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan. Deze wijziging kan alleen worden verwezenlijkt wanneer daardoor geen belemmeringen ontstaan voor: 1 de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament, of; 2 het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering.

Tevens bepaalt het Barro de manier waarop een dijk bestemd dient te worden in een bestemmingsplan: - een bestemmingsplan geeft de bestemming «waterkering» aan gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben (artikel 2.3.3 lid 1 Barro); - bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben, wordt voor die gronden de bestemming «waterkering» opgenomen (artikel 2.11.2 lid 1 van het Barro); - een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een beschermingszone van de dijk duidt die gronden aan met de gebiedsaanduiding «vrijwaringszone – dijk» (art. 3.2.2 lid 2 Barro); - bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een beschermingszone wordt voor die gronden de gebiedsaanduiding «vrijwaringszone – dijk» opgenomen (artikel 2.11.2 lid 2 Barro). Conclusie De voorgenomen maatregelen voor de dijkversterking bij Hansweert dragen primair bij aan het onderhoud, de veiligheid en versterking van de primaire waterkering. De voorgeschreven manier van bestemmen uit het Barro is toegepast in dit bestemmingsplan.

3.1.3

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het 2e Nationaal Waterplan (NWP) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op

42 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan. Wat de belangrijkste punten zijn, staat omschreven in het 2e lid van artikel 4.1 Waterwet. Ook de stroomgebiedbeheerplannen, de overstromingsbeheerplannen, het Noordzeebeleid alsook de functies van de rijkswateren maken onderdeel uit van het Nationaal waterplan. Het plan is voor de ruimtelijke aspecten ook een structuurvisie, als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 4.1, 1e lid Waterwet). In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan: - hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid; - gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland; - benodigde maatregelen en ontwikkelingen; - beheerplannen voor de stroomgebieden; - beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico; - mariene strategie; - beleidsnota Noordzee; - functies van de Rijkswateren.

Toetsing Voor het waterveiligheidsbeleid zijn door het kabinet doelen geformuleerd in het Nationaal Waterplan: - iedereen die in Nederland achter de dijk woont wordt ten minste een beschermingsniveau van 1/100.000 per jaar geboden; - er geldt extra bescherming op plaatsen waar kans is op: grote groepen slachtoffers, en/of grote economische schade en/of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang. Deze doelen zijn omgerekend naar normspecificaties voor de waterkeringen. Elk dijktraject krijgt een normspecificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. Deze normspecificaties vormen de basis voor de vast te leggen wettelijke normen en het toetsinstrumentarium. Uit het Nationaal Waterplan blijkt dat voor het dijktraject Hansweert een normspecificatie van 1/100.000 per jaar geldt. Bij het realiseren van het beschermingsniveau blijft preventie voorop staan. Dat kan door dijken, duinen en stormvloedkeringen te versterken en rivierverruimende maatregelen te nemen. Er zijn verschillende mogelijkheden om de veiligheid te verbeteren. Het kabinet bevordert daar waar mogelijk een integrale uitvoering, rekening houdend met gebiedsontwikkeling en een tijdige aanpak van het veiligheidsrisico. De uitwerking van de waterveiligheidsopgave vergt altijd een goede ruimtelijke inpassing.

De centrale opgaven voor het plangebied zijn afgebeeld op onderstaande afbeelding.

43 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Afbeelding 3.1 Opgaven waterveiligheid en zoetwater (Nationaal Waterplan)

Conclusie De dijkversterking Hansweert draagt bij aan de doelen die zijn geformuleerd in het NWP met betrekking tot hoogwaterbeschermingsmaatregelen en voldoet daarmee aan het Nationaal Waterplan 2016-2021.

3.1.4

Deltaprogramma 2021

Nederland is een delta: een laaggelegen land met veel water. Deze ligging maakt Nederland kwetsbaar. In het Deltaprogramma staan plannen om Nederland te beschermen tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer. Het Deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten werken hierin samen. Ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en organisaties met veel kennis over water zijn erbij betrokken. De afspraken over het Deltaprogramma staan in de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Elk jaar op Prinsjesdag krijgt het parlement het nieuwe Deltaprogramma. Het doel van het Deltaprogramma is: - Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen overstromingen; - zorgen voor voldoende zoet water; - de inrichting van het land klimaatbestendig maken. Toetsing Na de watersnoodramp van 1953 heeft de overheid maatregelen genomen om Nederland beter te beschermen tegen overstromingen, door onder andere afspraken te maken over de hoogte van de dijken en de kust. Het meest recente voorbeeld hiervan zijn de nieuwe waterveiligheidsnormen voor waterkeringen die met de wetswijziging op 1 januari 2017 zijn vastgelegd in de Waterwet.

44 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Het relevante doel van het Deltaprogramma voor de ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is de bescherming van Nederland tegen overstromingen. De dijkversterking Hansweert is op basis van de nieuwe waterveiligheidsnormen in voorbereiding. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt de noodzakelijk gebleken dijkversterking mogelijk en voldoet in dat opzicht aan het Deltaprogramma 2021.

3.1.5

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) staat voor een grote maatschappelijke opgave om de waterveiligheid van Nederland te waarborgen en vormt het grootste uitvoeringsprogramma binnen het Deltaprogramma. Doel van het HWBP is om in 2050 alle primaire keringen op een sobere en doelmatige wijze versterkt te hebben, zodat deze voldoen aan de wettelijke normen zoals die zijn vastgelegd in de Waterwet. Toetsing Het HWBP is een samenwerking van de waterschappen en Rijkswaterstaat om de primaire waterkeringen aan de veiligheidsnormen te laten voldoen. Waterschap Scheldestromen is beheerder van de dijk bij Hansweert. Binnen het HWBP vindt een urgentiebepaling plaats, met andere woorden de meest urgente projecten komen het eerst aan de beurt. Daarnaast speelt het beschikbare budget een belangrijke rol bij het programmeren. In het definitieve programma hoogwaterbescherming 2021-2026 is het project dijkversterking Hansweert opgenomen, als een van de meest urgente dijkversterkingen. Conclusie De doelstelling van het project is het realiseren van een veilige en leefbare dijk die voldoet aan de wettelijke hoogwaterveiligheidsnormen en past binnen de randvoorwaarden van het HWBP. De dijk wordt naar verwachting in 2025 opgeleverd.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsplan Zeeland 2018

Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voortzetting van het voorgaande beleid was het uitgangspunt. Nieuw beleid is er onder meer voor de inrichting van de kustzone, energietransitie en klimaatadaptatie. Het beleid is meer op hoofdlijnen beschreven en bouwt voort op de verkenning Zeeland 2040. Toetsing Het Omgevingsplan Zeeland 2018 benoemd onder andere dat wordt ingezet op sterke waterkeringen, als de eerste laag in de meerlaagse waterveiligheid benadering. De nieuwe normering voor primaire keringen – verankerd in Waterwet 2017 – brengt nieuwe versterkingsopgaves met zich mee, die zich vooral concentreren langs de Ooster- en Westerschelde. Via het HWBP wordt door middel van de dijkversterking bij Hansweert gewerkt aan de nieuwe versterkingsopgave. Daarnaast benoemd het Omgevingsplan 2018 het belang om waterkeringen langs de delta te benaderen vanuit diverse kwaliteiten en gebiedsopgaves. Naast waterveiligheid is het beschermen en versterken van de natuurlijke processen, planten- en diersoorten en habitats, landschappelijke kwaliteiten, het dienen van economische belangen en het bieden van verblijfsmogelijkheden van belang.

Bij het ontwerp van de dijkversterking zijn ook deze andere belangen dan waterveiligheid meegewogen, zoals natuur en aangrenzende bedrijven.

45 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Op dit moment is de Zeeuwse Omgevingsvisie in de maak die op den duur het Omgevingsplan Zeeland 2018 vervangt. Naar verwachting treedt de Zeeuwse Omgevingsvisie eind 2021, begin 2022 in werking. Conclusie De dijkversterking Hansweert draagt bij aan de doelen die zijn geformuleerd in het Omgevingsplan 2018.

3.2.2

Omgevingsverordening Zeeland 2018

De omgevingsverordening bevat provinciale regels over de fysieke leefomgeving die voor iedereen gelden. Dit zijn drie soorten regels: 1 voor burgers en bedrijven over vergunningplichten; 2 voor de overheid om vergunningaanvragen te beoordelen; 3 instructies over hoe gemeenten en waterschappen hun taken en bevoegdheden moeten uitoefenen. De Omgevingsverordening richt zich, net zo breed als het Omgevingsplan Zeeland 2018, op de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Toetsing In hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die zich richten tot het waterschap als functioneel bestuur en operationeel waterbeheerder van oppervlaktewateren in Zeeland die niet in beheer zijn bij het Rijk. Daaronder vallen normen met betrekking tot het voorkomen en beperken van wateroverlast en regionale waterkeringen en regels die betrekking hebben op het beheer van grondwater. De dijk bij Hansweert is een primaire waterkering en de Omgevingsverordening heeft alleen betrekking op regionale waterkeringen.

Conclusie Strikt genomen is de Omgevingsverordening niet van toepassing op de primaire waterkering Hansweert, de Omgevingsverordening heeft tenslotte enkel betrekking op regionale waterkeringen. De dijkversterking draagt bij aan de bescherming van Zeeland tegen overstromingsgevaar en is in die zin daarom ook in overeenstemming met de Omgevingsverordening Zeeland 2018.

3.2.3

Zeeuwse Nota Waterkeringen 2016 - 2021

Zeeland beschermen tegen overstromingen vraagt om afstemming en samenwerking tussen partijen die betrokken zijn bij de zorg voor de waterkeringen en waterveiligheid. Dit krijgt gestalte via het Zeeuws Overlegorgaan Waterkeringen, waarin provincie Zeeland, waterschap Scheldestromen, de Zeeuwse gemeenten, Rijkswaterstaat Zee en Delta en de Veiligheidsregio Zeeland zich hebben verenigd. In de Zeeuwse Nota Waterkeringen 2016-2021 wordt aangegeven hoe Zeeland beschermd moet worden tegen overstromingen. Daarnaast gaat de nota in op hoe omgegaan moet worden met klimaatverandering en de extreme weerssituaties die zich daarbij kunnen voordoen. Toetsing In de Zeeuwse Nota Waterkeringen is een programma opgesteld voor 2016-2021 waarin tientallen actiepunten zijn opgenomen. De dijkversterking Hansweert draagt onder ander bij aan onderstaande actiepunten: - ‘Meer Met Dijken Doen’, ofwel bij aanpassing van dijken worden mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik onderzocht (natuur, recreatie, wonen, et cetera); - de projectorganisatie Waterveiligheid (POW) benutten voor de realisatie van projecten die kennis en ervaring vereisen en waarvoor samenwerking tussen partijen in de regio noodzakelijk is.

46 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Conclusie Door onderhavig plan worden bovenstaande actiepunten die zijn geformuleerd in de Zeeuwse Nota Waterkeringen 2016-2021 uitgevoerd. De dijkversterking Hansweert is in lijn met de Zeeuwse Nota Waterkeringen 2016-2021.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Waterbeheerplan Scheldestromen 2016-2021

Alle waterbeheerders in Nederland stellen waterbeheerplannen op voor de periode 2016-2021. Dit is een verplichting vanuit de Waterwet. Voor het beheergebied van waterschap Scheldestromen laat het Waterbeheerplan Scheldestromen 2016-2021 zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn voor deze periode. Het waterschap heeft een specifieke verantwoordelijkheid voor wettelijk vastgelegde taken zoals het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het doelmatig zuiveren van afvalwater. Ook heeft waterschap Scheldestromen de taak om het watersysteem en de afvalwaterketen toekomstbestendig te maken zodat de gevolgen van klimaatverandering opgevangen kunnen worden. Het waterschap heeft de volgende visie op het waterbeheer opgesteld: ‘De watersystemen en afvalwaterketen worden doelmatig beheerd en zijn robuust en toekomstbestendig ingericht.’

Het watersysteem en de afvalwaterketen in het beheergebied zijn in 2027 op orde voor nu en voor de klimaatomstandigheden die worden verwacht in 2050. Dit is geconcretiseerd tot de volgende doelen: - watersystemen behoren zodanig te zijn ontworpen dat ernstige en langdurige wateroverlast zoveel mogelijk wordt voorkomen. Oppervlaktewater treedt niet vaak buiten zijn oevers; - de gehanteerde waterpeilen zijn afgestemd op het grondgebruik oftewel de functies landbouw, natuur en wonen. Goed waterpeil onder normale omstandigheden; - zorgen voor een waterkwaliteit die gezond is voor mens, plant en dier; - faciliteren van een verantwoord gebruik van het beschikbare zoetwater; - in de (communale) afvalwaterketen van de toekomst wordt afvalwater op een duurzame en efficiënte manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor de volksgezondheid en de omgevingskwaliteit; - intensief samenwerken met regionale partners om deze visie waar te maken en de doelen te bereiken. Conclusie De dijkversterking Hansweert draagt bij aan de veiligheid tegen overstromingen en ernstige en langdurige wateroverlast. Daarnaast werken bij de dijkversterking waterschap, gemeenten en provincies samen met regionale partners om de doelen te bereiken en past daarmee binnen het Waterbeheerplan Scheldestromen 2016-2021.

3.3.2

Waterkeringenbeheerplan 2016-2020

In het Waterkeringenbeheerplan beschrijft het waterschap het beleid en beheer voor de kerntaak waterkeringen: Waterveiligheid in Zeeland. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak het waterschap de doelen wil bereiken. De taak om de waterveiligheid in Zeeland te waarborgen, reikt verder dan het beheergebied van waterschap Scheldestromen. Daarom werkt het waterschap samen en stemt zijn plannen af met een aantal partijen, zoals aangrenzende beheerders van waterkeringen, waterschappen (binnen de Unie van Waterschappen) en andere nationale en internationale (kennis)organisaties. De samenwerking met deze partijen is noodzakelijk voor de robuuste en integrale doelstelling waterveiligheid.

47 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Naast het gegeven dat de waterkeringen belangrijk zijn voor de waterveiligheid, zijn de waterkeringen ook aantrekkelijke gebieden voor andere gebruikers. In de Algemene Regels, de Keur en de Nota Vergunningenbeleid waterkeringen staan de regels over het medegebruik van de waterkeringen. Het waterschap wil economische en recreatieve belangen toestaan als het niet in strijd is met de hoofdfunctie: waterveiligheid voor nu en in de toekomst. Toetsing Het waterschap heeft de wettelijke taak om de primaire waterkeringen aan de veiligheidseisen te laten voldoen en voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud te zorgen. Om doelmatig beheer en onderhoud aan de waterkeringen uit te voeren en tevens te voldoen aan de zorgplicht, heeft het waterschap in het Waterkeringenbeheerplan de externe en interne ontwikkelingen vertaald in activiteiten. Voor primaire waterkeringen gelden de volgende activiteiten: - 92 % van de primaire waterkeringen conform de norm 2010; - implementatie nieuwe normering Waterveiligheid uitvoeren toetsing vanaf 2017; - alle primaire waterkeringen in eigendom en beheer; - dijken niet enkel als zeewering maar breder gebruik stimuleren; - kustversterking koppelen aan verbeteren ruimtelijke inrichting/kwaliteit; - doorontwikkeling projectorganisatie Waterveiligheid.

Conclusie De primaire doelstelling van het project is het realiseren van een veilige en leefbare dijk die voldoet aan de wettelijke hoogwaterveiligheidsnormen. Daarmee is de dijkversterking in overeenstemming met het Waterkeringenbeheerplan.

3.4

Beleid gemeente Kapelle

3.4.1

Structuurvisie 2012 - 2030

De structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. Kapelle is een bloeiende gemeente en dit wil het gemeentebestuur zo houden. Kapelle is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. De opgaven en kansen liggen daarom vooral in het onderhouden en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarnaast verdienen de ruimtelijke kwaliteit, het functioneren van de bedrijventerreinen en de voorzieningen en de kansen in de recreatie nadrukkelijk de aandacht om deze toekomstgericht te maken en te behouden. De gemeentelijke ambities zijn daarom gericht op: - behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; - ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). Met de structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente. Het centrale thema van de structuurvisie is: Kapelle bloeit! Behoud en versterking van de onderstaande kernkwaliteiten staat voorop: 1 een uitstekend woon‐ en leefklimaat; 2 een prima voorzieningenniveau; 3 voldoende werk in de gemeente; 4 aantrekkelijk voor recreatie. Toetsing Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart bij de structuurvisie, welke de kernkwaliteiten en ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de dijkversterking weergeeft.

Met betrekking tot primaire waterkeringen gesteld dat de dijken langs de Oosterschelde, Westerschelde en het kanaal door ZuidBeveland van groot belang zijn voor de veiligheid. Behoud van deze functie is van essentieel belang. In het plangebied van de dijkversterking zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen voorzien.

48 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Afbeelding 3.2 Kaart bij de Structuurvisie 2012-2030

Conclusie De dijkversterking bij Hansweert draagt bij aan een betere hoogwaterveiligheidsbescherming van de Westerschelde en het Kanaal door Zuid-Beveland. Zodoende is dit plan in overeenstemming met de Structuurvisie 2012-2030.

3.4.2

Strategisch Kompas

Op 2 juli 2019 is het Strategisch Kompas door de gemeente Kapelle vastgesteld. Bij het opstellen van deze toekomstvisie is de gemeente in gesprek gegaan met inwoners, ondernemers en organisaties. Het Strategisch Kompas is geen blauwdruk van een bestemming maar een kompas dat richting geeft naar de toekomst. De kernambitie van de gemeente Kapelle luidt: Kapelle is een aantrekkelijke, groene woongemeente voor iedereen , waar ondernemers en inwoners bijdragen aan het woongenot. Toetsing Bij dit toekomstbeeld horen de volgende ambities: 1 het woningaanbod voorziet in woonruimte voor alle doelgroepen; 2 ondernemers dragen bij aan het woongenot;

49 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

3 4 5 6

Wemeldinge als toeristische trekpleister in Zeeland, kleinschalig groen toerisme in de andere kernen en het buitengebied; vaart maken met duurzaamheid en circulaire economie; de leefomgeving voorziet in de basisbehoefte van alle doelgroepen; de gemeenteraad, het college en de medewerkers van de gemeente Kapelle zijn facilitator en aanjager in samenwerkingen.

De dijkversterking is noodzakelijk om te voldoen aan de gestelde waterveiligheidseisen. Naast de waterveiligheid wordt ook het recreatieve en cultuurhistorische karakter van de dijk meegenomen in het ontwerp. Bij de landschappelijke inpassing wordt rekening gehouden met de aanleg van onder andere natuur, wandel- en fietspaden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft het behoud van de primaire waterkeringen en een betere hoogwaterveiligheidsbescherming. De dijkversterking is niet in strijd met de ambities uit het Strategisch Kompas.

50 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

4 OMGEVINGSASPECTEN In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor de dijkversterking Hansweert onderzoek verricht naar verschillende omgevingsaspecten. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen. Deze aspecten zijn ook van belang bij het beoordelen van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.1

M.e.r.-(beoordelings)plicht

4.1.1

Aanleiding

Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) en op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) geldt voor het project geen directe m.e.r.-plicht, dat wil zeggen dat er geen plicht is om een milieu-effectrapportage op te stellen. De voorgenomen activiteit kwalificeert namelijk niet als een activiteit zoals beschreven in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De voorgenomen activiteit kwalificeert als een activiteit zoals beschreven in onderdeel D (categorie 3.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’). Voor het project geldt daarom louter een project m.e.r-beoordelingsplicht, omdat er geen sprake is van een plan bedoeld in kolom 3. Het bijbehorende (moeder)besluit is de goedkeuring van het Projectplan Waterwet door Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland en/of het Projectplan Waterwet zelf, zo staat in de laatste kolom van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., zie onderstaande tabel.

Tabel 4.1 Omschrijving activiteit in Besluit m.e.r. Cat.

Activiteit

Plan

Besluit

3.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet.

De goedkeuring van Gedeputeerde Staten van het Projectplan, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Waterwet of, bij het ontbreken daarvan, het Projectplan, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van die wet, of, indien artikel 5.4, zesde lid, van die wet van toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

51 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Volgens art. 7.2a lid 1 Wm zijn plannen die volgens een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht zijn en waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. Significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe zijn op basis van de Voortoets, niet uitgesloten. Daarom is een passende beoordeling opgesteld. Het bestemmingsplan kwalificeert als plan voor de Wm, en is daarom plan-m.e.r-plichtig. Het Projectplan Waterwet en/of de goedkeuring van het Projectplan Waterwet door GS kwalificeert niet als een plan in de zin van de Wm en het Besluit m.e.r., maar als een besluit en leidt dus enkel tot een projectm.e.r.-beoordelingsplicht. Om de milieugevolgen inzichtelijk te maken is er vrijwillig gekozen voor het doorlopen van een project-m.e.r. Daarmee wordt ook aan de vereisten van een plan-m.e.r. voldaan. Het MER kwalificeert dus als een gecombineerd plan- en project-MER.

4.1.2

Proces

Op 19 september 2018 maakten Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland bekend dat de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de versterking van de waterkering bij Hansweert ter inzage lag. Deze kennisgeving vormde de eerste stap in de m.e.r.-procedure. De kennisgeving is samen met de NRD voor advies aangeboden aan de betrokken overheidsorganisaties en wettelijke adviseurs. De Commissie voor de milieueffectrapportage (Cmer) heeft op 6 december 2018 advies uitgebracht over de reikwijdte en detailniveau van voorliggend MER. In paragraaf 6.1.3 is de reactie op het advies van de Cmer opgenomen. Het MER onderbouwt het eind van de planuitwerkingsfase te nemen besluit. Omdat het in de verkenningsfase te nemen besluit over het voorkeursalternatief ook een zorgvuldige afweging vereiste, werd het MER voor het project dijkversterking Hansweert uit twee delen samengesteld: - het eerste deel van het MER (MER fase 1) is het product van de verkenningsfase (2018-2019) en vormde de ondersteuning van de in 2019 genomen beslissing over het voorkeursalternatief (welk); - het tweede deel van het MER, (dit rapport, MER fase 2) opgesteld in de planuitwerkingsfase (2019-2020), vormt de ondersteuning van de uitwerking van het voorkeursalternatief en het te nemen besluit over de dijkversterking (hoe).

In het MER fase 1 zijn de alternatieven voor de hoogwaterveiligheidsopgave voor de dijk bij Hansweert beoordeeld op de onderscheidende of significante effecten op de omgeving. De onderbouwing van deze effecten van de alternatieven speelde een rol bij de keuze voor het voorkeursalternatief. Het doel van het MER fase 2 is om de milieueffecten van het voorkeursalternatief in beeld te brengen. Met als achterliggende gedachte het ontwerp of de uitvoering waar mogelijk te optimaliseren, effecten te mitigeren of te compenseren. Het MER fase 2 gaat in op alle effecten die in het advies reikwijdte en detailniveau zijn opgenomen bij de start van de m.e.r.-procedure. Het doel van de m.e.r. is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het Projectplan Waterwet, de benodigde besluiten en nieuwe bestemmingsplannen.

4.1.3

MER en dit bestemmingsplan

In paragraaf 4.2 en verder worden de omgevingsaspecten uit het MER fase 2 die relevant zijn voor dit bestemmingsplan behandeld. Per omgevingsaspect wordt ingegaan op de conclusies en de wijze waarop deze zijn vertaald in het bestemmingsplan. De milieuonderzoeken zijn uitgevoerd voor het gehele dijktraject Hansweert en in de navolgende paragrafen worden de onderzoeksresultaten besproken, waarbij waar nodig wordt ingezoomd op het specifieke plangebied van dit bestemmingsplan. Het volledige rapport is te vinden in bijlage I Milieueffectrapport fase 2 en bijlage II Achtergrondrapport MER fase 2.

52 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

4.2

Water

De voorgenomen ontwikkeling kan effecten hebben op de waterhuishoudkundige situatie, zowel kwantitatief als kwalitatief. In Nederland is daarom de toetsing van de wateraspecten een verplicht onderdeel voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Voor de dijkversterking Hansweert is een Projectplan Waterwet opgesteld. Dit is verplicht bij werken of werkzaamheden in of nabij een waterstaatswerk die tot gevolg hebben dat er een wijziging wordt aangebracht in de normatieve toestand (richting, vorm, afmeting of constructie) van het waterstaatwerk. Het Projectplan Waterwet beschrijft het werk en de wijze waarop het wordt uitgevoerd. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens kort ingegaan op de hoogwaterveiligheidsfunctie en de gevolgen voor het grond- en oppervlaktewater. In de paragraaf natuur wordt tevens ingegaan op de Kaderrichtlijn Water (4.3.4).

4.2.1

Hoogwaterveiligheidsfunctie

4.2.1.1

Toetsingskader

Waterschap Scheldestromen heeft als taak haar primaire waterkeringen te beheren. Onderdeel van het beheer is het periodiek uitvoeren van de beoordeling van de waterkeringen. De waterkering bij Hansweert is bij de laatste beoordelingen op hoogwaterveiligheid afgekeurd. Vanaf 1 januari 2017 geldt de nieuwe normering voor de waterveiligheid. Deze nieuwe normering is gebaseerd op overstromingskansen en komt in de plaats van de oude normering die gebaseerd is op overschrijdingskansen. Bij de oude norm moest de waterkering hoog en sterk genoeg zijn om een bepaalde waterstand te kunnen keren (uitgedrukt in een overschrijdingsfrequentie, bijvoorbeeld 1:4.000 jaar). De norm gold voor een dijkring en gaf eisen per dijkvak. Met de nieuwe norm heeft de waterkering een faalkans. Dit is de kans waarbij de waterkering mag falen (bijvoorbeeld 1:100.000). De nieuwe norm gaat uit van een risicobenadering waarin ook de potentiële gevolgen worden meegenomen. De nieuwe norm geldt voor dijktrajecten (in plaats van dijkringen). Voor de indeling van een dijktraject is gekeken naar het gebied dat kan overstromen, naar de omvang van de gevolgen, aard van de bedreiging en naar de lengte van de trajecten.

De hoogte van de nieuwe normen zijn afgeleid van de volgende doelen: - iedereen in Nederland achter dijken en duinen krijgt ten minste een beschermingsniveau van 10-5 (kans op overlijden is niet groter dan 1:100.000 per jaar); - meer bescherming wordt geboden op plaatsen waar sprake kan zijn van: · grote groepen slachtoffers; · en/of grote economische schade; · en/of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang. Deze dijkversterking bij Hansweert valt in normtraject 30-2 en een klein deel in 30-1 en 30-3. De westelijke aansluiting valt in dijktraject 30-3. De oostelijke aansluiting valt binnen het sluiscomplex van Rijkswaterstaat en in dijktraject 30-1. Voor deze dijktrajecten gelden de normen in onderstaande afbeeldingen.

53 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Afbeelding 4.1 Normstelling (signaleringswaarde) dijktrajecten nabij Hansweert

Afbeelding 4.2 Normstelling (ondergrens) dijktrajecten nabij Hansweert

De signaleringswaarde voor een dijktraject is, samen met de ondergrens, als norm in de Waterwet opgenomen. De waarde betreft een overstromingskans en is zodanig gekozen dat er voldoende tijd is voor het uitvoeren van een verbeteractie, voordat de ondergrens wordt bereikt. De ondergrens geeft de maximaal toelaatbare faalkans voor een waterkering weer, die hoort bij de betreffende signaleringswaarde van de kering. Voor normtraject 30-2 bij Hansweert gelden een signaleringswaarde en ondergrens van 1:100.000, voor normtraject 30-3 gelden 1:3.000 en 1:1.000. Voor de sluizen bij Hansweert gelden een signaleringswaarde en ondergrens van 1:10.000.

54 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

De veiligheidsnorm wordt vertaald naar een combinatie van waterstanden en golfcondities (hydraulische randvoorwaarden), waaraan de waterkeringen worden getoetst. Daarin is rekening gehouden met onder meer: - zeespiegelstijging; - bodemdaling; - stormduur; - grondwaterstanden; - verkeersbelastingen. De manier waarop de beoordeling moet worden uitgevoerd, is vastgelegd in een wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI). De veiligheidsanalyse voor de waterkering is uitgevoerd volgens het WBI2017. Naast de hydraulische randvoorwaarden en het WBI geven de beheerders van waterkeringen een eigen oordeel op basis van veldkennis (bijvoorbeeld op grond van peilbuismetingen, grondonderzoeken). 4.2.1.2 Resultaten Bij een beoordeling van een waterkering kijkt het waterschap naar de mogelijke faalmechanismen van de waterkering. Dit zijn mogelijke manieren waarop de dijk kan bezwijken. Voor het project dijkversterking Hansweert zijn diverse faalmechanismen onderzocht: - graserosie kruin en binnentalud; - macrostabiliteit binnenwaarts; - erosie en instabiliteit steenbekleding; - macrostabiliteit buitenwaarts; - piping en heave; - micro-instabiliteit; - instabiliteit voorland. De dijk is over (bijna) de gehele lengte afgekeurd op twee faalmechanismen: graserosie kruin en binnentalud (hoogtetekort) en macrostabiliteit binnenwaarts.

Hieronder is daarom nader ingegaan op deze twee belangrijkste faalmechanismen. Graserosie kruin en binnentalud (hoogtetekort) Om maatgevende waterstanden te kunnen keren, moet een waterkering voldoende kruinhoogte hebben. Daarnaast is nog extra hoogte nodig om te voorkomen dat water over de waterkering slaat door wind en golven. De hoeveelheid water per tijdseenheid die tijdens een storm over de waterkering slaat, wordt het overslagdebiet genoemd. Een te groot overslagdebiet kan leiden tot erosie van de kruin en het binnentalud, waardoor de waterkering faalt.

Afbeelding 4.3 Schema erosie binnentalud

In de huidige situatie ligt er gras op de kruin en op het binnentalud van de dijk. De erosiebestendigheid van de kruin en het binnentalud is onvoldoende. Over het hele onderhavige dijktraject blijkt daarnaast een aanzienlijke hoogteopgave, variërend van circa 1 m in dijksectie Kanaalzone tot circa 3 meter in dijksecties Dorpsrand Zeedijk en Landelijk gebied. Om erosie van de kruin en het binnentalud te voorkomen wordt de kruin en het binnentalud over het gehele dijktraject versterkt met hard of zacht materiaal. Tevens is dit noodzakelijk om te voorkomen dat er door oploop en overslag water in het dijklichaam binnendringt.

55 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

Macrostabiliteit binnenwaarts Bij hoogwater neemt door infiltratie de hoeveelheid water in de waterkering en de ondergrond toe, waardoor de waterdruk in de waterkering stijgt. Door deze waterdruk wordt de stabiliteit van het grondlichaam verminderd. Dit kan leiden tot afschuiven van het binnentalud. Dit kan ook gelden voor de binnendijkse berm.

Afbeelding 4.4 Schema macrostabiliteit binnenwaarts

Stabiliteit binnenwaarts is in de huidige situatie onvoldoende langs bijna het gehele dijktraject, uitgezonderd in dijksectie Slibdepot en in een deel van de dijksectie Kanaalzone. Om erosie van de kruin en het binnentalud te voorkomen, worden deze taluddelen over het gehele dijktraject versterkt. Tevens is dit noodzakelijk om te voorkomen dat er door oploop en overslag water in het dijklichaam dringt. Om golfaanval op te kunnen nemen wordt ook het buitentalud verstevigd met hard of zacht materiaal. 4.2.1.3 Conclusie Dit plan heeft tot doel de waterveiligheid te vergroten middels het versterken van de dijk bij Hansweert. Na de uitgevoerde dijkversterking zijn de afgekeurde faalmechanisme hersteld en voldoet de dijk aan de normering voor primaire waterkeringen zoals vastgelegd in de Waterwet. Gezien voorstaande is er vanuit het aspect hoogwaterveiligheid geen bezwaar welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staat.

4.2.2

Grond- en oppervlaktewater

Binnen het thema water zijn de effecten beoordeeld voor de grondwaterkwantiteit (grondwaterpeil en grondwaterstroming), de oppervlaktewaterkwantiteit van het binnendijks watersysteem en de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. In deze paragraaf wordt het binnendijks watersysteem behandeld. Het buitendijks water bestaat uit de Westerschelde en is een Kaderrichtlijn water (KRW) oppervlaktewaterlichaam. Het eventuele effect dat de dijkversterking op dit buitendijkse water heeft, wordt beschreven in de paragraaf Natuur (paragraaf 4.3.4). Bijlage II Achtergrondrapport MER fase 2 bevat een uitgebreide beschrijving van het onderzoek naar de effecten op grond- en oppervlaktewater. 4.2.2.1 Toetsingskader De Waterwet richt zich op het voorkomen van wateroverlast en -tekorten en geeft invulling aan de zorgplicht van de overheden. Een ingreep in het watersysteem mag niet leiden tot wateroverlast op andere functies. De dijkversterking mag dus niet leiden tot binnendijkse wateroverlast. Binnen het thema water wordt gekeken of de kwel of verziltingssituatie als gevolg van de werkzaamheden kan veranderen en of dit van significante invloed is op de hydrologische situatie. Aanpassingen in het hydrologische systeem kunnen van invloed zijn op landbouw, natuur, bodemverontreiniging en archeologische waarden en zijn daarom van belang om te onderzoeken.

De beoordeling van het aspect wateroverlast en waterschaarste is opgedeeld in drie stappen: - stap 1: een kwalitatieve beoordeling van de aangepaste dijkdoorsnedes op basis van expert-judgement; - stap 2: modelberekeningen op basis van de zomergrondwaterstanden;

56 | 120 Witteveen+Bos | 118115-3/21-018.198 | Definitief 05 (bestemmingsplan)

-

stap 3: controle modelberekeningen op basis van de gemeten wintergrondwaterstanden.

Met aanpassingen aan en rondom de dijk kunnen er veranderingen plaatsvinden in het grondwatersysteem en in de waterkwantiteit van het binnendijkse oppervlaktewatersysteem. Om deze veranderingen te berekenen is een grondwatermodel opgezet. Hierin is op basis van de bestaande uitgangspunten en randvoorwaarden een referentiemodel opgezet. Dit model is in twee stappen gekalibreerd aan de hand van de gemeten zomer- en wintergrondwaterstanden (stap 2 en 3). Vervolgens is een tweede model gemaakt waarin de aanpassingen op en rond de dijk zijn doorgevoerd. Het referentiemodel en het aangepaste model zijn vervolgens vergeleken om een inschatting te krijgen van de kwantitatieve verandering in het binnendijkse grondwatersysteem en oppervlaktewatersysteem. 4.2.2.2 Grondwaterkwantiteit Resultaten Voor het berekenen van de effecten op het grondwaterpeil zijn vier 2D-modellen opgezet langs meetraaien verspreid over het dijktraject Hansweert (zie afbeelding 4.5). Op basis van de best beschikbare grondwaterstanden, namelijk de gemiddeld waargenomen zomer (meetperiode augustus en september 2020) en winter (periode oktober 2020 tot en met januari 2021) grondwaterstanden, is het model gekalibreerd. Met het gekalibreerde model zijn vervolgens de effecten van ontwerp op de grondwaterstanden bepaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11174022/1