2021-44b. D21.258266 Bestemmingsplan 000360 BP01 VG01 Smokkelho 000360 BP01 VG01 Smokkelhoek 2e herziening
Tekst van het document
Daarnaast is in 2016 de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017-2020 gepubliceerd waarin de kernthema’s en zwaartepunten voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland worden gepresenteerd: Basale harde gegevens en diachrone datasets Archeologisch onderzoek in diepere bodemontsluitingen Uitwerking oud archeologisch onderzoek Verdronken land en dorpen Onderzoek naar infrastructuur Verdedigingswerken in Zeeland Boerderijen en rurale nederzettingen Voedseleconomie van stad en platteland Religieuze en rituele verschijningsvormen
3 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019. 4 Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017, Provinciaal blad 2017 nr. 605, 15 februari 2017.
9
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Scheeps- en onderwaterarcheologie Publiekswerking van archeologisch onderzoek Tot slot heeft de provincie een Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. 5 De Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland zijn bevoegde overheid in het kader van de Ontgrondingenwet. De gemeente waarin deze ontgronding gebeurt, is ook bevoegde overheid vanuit de procedure tot het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Met de komst van de (herziene) Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007, de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 is de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed in grote mate gedecentraliseerd en verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten worden verantwoordelijk gehouden voor de omgang met archeologische waarden. Daartoe dienen gemeenten een eigen archeologiebeleid te voeren en te verankeren in de ruimtelijke ordening. Als gevolg van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn de burgemeester en wethouders bevoegde overheid in het kader van de omgevingsvergunning. Het gemeentelijke beleid van Kapelle is in 2011 door Vestigia opgesteld en vervolgens in 2012 door het College van Burgemeester en Wethouders vastgesteld. In de beleidsnota is geconcludeerd dat de gemeentelijke ondergrond in vier archeologisch relevante lagen kan worden onderverdeeld.
Op de hieruit volgende archeologische maatregelenkaart-in-lagen werd de archeologische waarde bepaald op basis van bekende landschappelijke en bodemkundige informatie, archeologische waarnemingen en bekende vindplaatsen. Elk van de vastgestelde 8 categorieën vertegenwoordigt een bepaalde archeologische waarde of –wanneer de waarde nog niet is vastgesteld– een archeologische verwachting. Dit gemeentelijk beleid is meegenomen in de sinds 2012 opgestelde bestemmingsplannen waarbij gebieden met (een) archeologische (verwachtings)waarde een planologische bescherming hebben gekregen. De vrijstellingsgrenzen werden toegekend op basis van de (verwachtings)waarde. Op de vigerende gemeentelijke archeologische maatregelenkaart-in-lagen geldt voor het plangebied:
1.4
-
Een hoge verwachting op het niveau van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk; Laag 1).
-
Een hoge verwachting voor het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop; Laag 2).
-
Een hoge verwachting voor het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk; Laag 3).
-
Deels een gematigde verwachting (in het oosten) en deels geen verwachting voor het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel; Laag 4).
Plangebied, onderzoeksgebied en planvorming
Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de dorpskern van Biezelinge, ten oosten van de Smokkelhoekweg en omvat de woning met huisnummer 5, de hierrond gelegen tuin en de ten zuiden hiervan gelegen groenpercelen. Binnen het plangebied zullen de bestaand gebouwen gesloopt worden en wordt een bedrijfsterrein met bedrijfsvilla’s (woon/werk-kavels) aangelegd. Er zijn nog geen concrete plannen beschikbaar, het is ook onbekend tot welke diepte de bodem met de geplande inrichten zal verstoord worden.
5 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.
10
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 2 Overzicht van de bestaande situatie. Bron: ESRI Nederland, Beeldmateriaal.nl.
11
ARTEFACT RAPPORT 609
2
Archeologisch bureauonderzoek
2.1
Methoden
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Het voorliggend hoofdstuk omvat de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de KNA 4.1 en de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. 6 Hierbij werden de volgende processtappen doorlopen: Processtap
Specificatie
Hoofdstuk
Afbakenen plan/onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik
LS01
1.4
Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid
LS01
1.3
Beschrijven huidig gebruik
LS02
1.4
Beschrijven historische situatie
LS03
2.3.1
Beschrijven mogelijke verstoringen
LS03
2.3.2
Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond
LS02-03-04
2.5
Beschrijven bekende aardwetenschappelijke kenmerken
LS04
2.2.2
Beschrijven bekende archeologische kenmerken
LS04
2.4
Opstellen gespecificeerde verwachting
LS05
2.6
Tijdens het uitvoeren van de bovengenoemde processtappen werd een groot aantal bronnen van diverse aard geraadpleegd. Deze worden hieronder benoemd en in het bronnenoverzicht nader gespecificeerd. (Landelijke en regionale) bodem-, geologische en geomorfologische (overzichts)kaarten Paleogeografische kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Specialistische) literatuur Rapporten van eerder uitgevoerd archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek Inrichtingsplannen en conditionerende onderzoeksrapporten: milieu, ecologie, niet-gesprongen explosieven Lucht- en satellietfoto’s Kaartmateriaal: topografische (militaire) kaarten, oud(st)e kadasterkaarten, oude en/of historische kaarten Gemeentelijk en/of provinciaal archief Archeologische Monumenten Kaart (AMK) Het Archeologisch Informatie Systeem (Archis) Centraal Monumenten Archief (CMA) en Centraal Archeologisch Archief (CAA) werden niet geraadpleegd omdat deze oude papieren archieven na de introductie door de ROB werden ingevoerd in Archis Cultuurhistorie: gemeentelijke waardenkaart en/of de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) Gemeentelijke verwachtings- en beleidskaarten Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), maar enkel indien geen meer gedetailleerde regionale kaarten beschikbaar zijn Amateurarcheologen, AWN
en/of heemkundevereniging Provinciaal depot: archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD)
6 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.
12
ARTEFACT RAPPORT 609
2.2
Landschap en geologie
2.2.1
Landschappelijke ontwikkeling
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Zeeland maakt deel uit van het zuidwestelijk zeekleigebied, een sterk gestapeld landschap bestaande uit eolische afzettingen, mariene sedimenten en sedentaat (veen). Omdat in beginsel de locatiekeuze van bewoning en nederzettingspatronen grotendeels te herleiden zijn op de mogelijkheden die het natuurlijke landschap daartoe bood, is het zinvol de landschappelijke ontwikkeling gedurende de laatste fase van het pleistoceen en het holoceen in beeld te krijgen. De landschappelijke evolutie van het Zeeuwse kustgebied kan geschetst worden aan de hand van de paleogeografische kaarten die door Vos en de Vries zijn gepubliceerd 7. Paleogeografische kaarten zijn ontwikkeld door de analyse van grote hoeveelheden bodemdata en bieden aan de hand van momentopnamen inzicht in het waarschijnlijke landschapsbeeld. De veranderende landschappelijke omgeving gedurende de laatste 12.000 jaar en de globale ligging van het plangebied, wordt afgebeeld op figuur 5. Onder invloed van de stijgende temperatuur en het smelten van ijskappen in het boreaal (circa 8.400 – 6.950 v. Chr.) stijgt de zeespiegel en gaat hierdoor het pleistocene zandlandschap langzaam vernatten. Plantaardig materiaal wordt als een gevolg van het stijgende waterniveau niet meer afgebroken.
Eerst op de lager gelegen delen, maar later ook hogerop in het landschap groeit laag na laag een pakket veen dat lithostratigrafisch benoemd wordt als Basisveen (Formatie van Nieuwkoop). Deze veengroei doet zich eerst voor in het westen van Zeeland, maar de grens verschuift door de constante stijging van het waterpeil geleidelijk op in oostelijke richting. Aan het veenvormingsproces komt een einde in het midden tot laat-atlanticum (vanaf 5.500 v. Chr.). 8 Gaandeweg wordt namelijk door de sterke zeespiegelstijging en getijdenwerking de strandbarrière die het veenlandschap van de zee afschermt opgeruimd en loopt het noordelijke deel van Zeeland onder water. Er ontstaat hierbij een open kust met daarachter een groot getijdengebied bestaande uit platen, slikken en schorren. Grote delen van het oude pleistocene landschap en Basisveen worden door getijdengeulen uitgeschuurd. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) die in dit getijdengebied gevormd zijn, zijn overwegend zandig maar kunnen ook bestaan uit kleiplaatgronden. 9 Vanaf het subboreaal stagneert de stijging van de zeespiegel in die mate dat de sedimentatie en de stijging elkaar in balans houden. Er zetten zich hierbij meer kleiige sedimenten af. Deze klei is slap en bevat veel rietwortels.
Op de hoger opgelslibde kwelders groeit een dichte rietvegetatie in het getijdengebied en er gaat zich opnieuw veen vormen op de getijdenafzettingen, zodat er vanaf het midden-subboreaal (3.100 v. Chr.) een quasi gesloten kustbarrière van strandwallen ontstaat met daarachter een groot veenlandschap dat bestaat uit een veenmoeras met daartussen kleine vennen en veenstroompjes. 10 Geologisch wordt dit veen tot het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop gerekend. Het veenmilieu verandert in het subboreaal van brak naar zoet en vervolgens van eutroof naar oligotroof en kan opgroeien tot ruim boven NAP. Omstreeks 500 v. Chr. bereikt het veenkussen zijn maximale omvang. Daarna treedt een geleidelijk verval in. Water uit dit veengebied zoekt zijn weg richting de zee in steeds breder wordende geulen. Hierdoor wordt de mariene invloed op het achterliggende land opnieuw geactiveerd. Tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle, op Walcheren, doorbreekt het water de strandwal en ontstaat er een sluftergebied met een veelvoud aan smalle geulen die de verbinding tussen het veengebied met de zee versterkten. Het Veerse gat, de inbraakgeul tussen Walcheren en Noord-Beveland, is in oorsprong wellicht ook in deze periode ontstaan. 11
7 Vos en de Vries, 2013 8 Van Rummelen, 1978: 62-64 9 Van Rummelen, 1978: 53 10 Vos and Van Heeringen, 1997: 28 11 Vos and van Heeringen, 1997 paleogeografische kaart.
13
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
14
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 3 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Zwarte stip: globale ligging plangebied. Bron: Vos en de Vries 2013.
15
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Tot in de late ijzertijd wordt de landschappelijke ontwikkeling voornamelijk bepaald door natuurlijke factoren zoals de morfologie van de ondergrond, de zeespiegelstijging en de gedifferentieerde afzettingen en opslibbing van sediment. Grofweg vanaf de Romeinse tijd gaat de antropogene invloed geleidelijk aan een meer bepalende rol spelen in de vorming en afbraak van het landschap. 12 De ontwatering van het veen door het graven van afwateringsgreppels en het verbreden en kanaliseren van de reeds aanwezige veenstroompjes resulteren in erosie van het oppervlakteveen en inklinken van het veenlandschap. De zee krijgt opnieuw vat op het gebied. De eerste tekenen van overstromingen dateren dan ook al uit de 2de helft van de 2de eeuw. Vanaf het midden-subatlanticum (circa 250 n. Chr.) kan de zee ook verder en breder het achterland voorbij de strandwallen instromen, waardoor een nieuw getijdenlandschap ontstaat. 13 Het ontstaan van een nieuw getijdenlandschap vanaf deze periode resulteert in de sedimentatie van dikke pakketten klei en zand. Daar waar getijdengeulen zich hebben ingesneden worden zandige pakketten afgezet en de hoger gelegen veengronden worden afgedekt met fijner sediment, hoofdzakelijk zware klei. De afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk), die daarbij tot stand komen, liggen tot op heden in vrijwel heel Zeeland aan het oppervlak.
Ook de omgeving van het plangebied bestaat omstreeks 800 n. Chr. grotendeels uit een langzaam opslibbend kweldergebied. De geleidelijk aan droger en stabieler wordende situatie biedt nieuwe kansen. Gedurende de eeuwen die volgenden vindt dan ook een intensieve kolonisatie van het getijdengebied plaats. Het economische zwaartepunt ligt hier op schapenteelt en wolproductie. Vanaf dat ogenblik beginnen de bewoners zich ook met grootschalige bedijkingen tegen het water te beschermen en worden ook nieuwe gebieden (offensief) ingepolderd. In het nieuwgewonnen land wordt naast landbouw en veeteelt ook aan veenontginning gedaan. Het zoute veen kan namelijk gebruikt worden bij de productie van zout. Het weggraven van het veen heeft echter ook een aanzienlijke verlaging van het maaiveld en een erosie van het leefoppervlak tot gevolg. 14 De degeneratie van het landschap in de late middeleeuwen wordt bovendien in de hand gewerkt door slecht onderhoud van dijken, wat ertoe zal leiden dat dijkdoorbraken tijdens een stormvloed catastrofale gevolgen kennen, waarbij veel land verloren gaat. Het oostelijk deel van Zuid-Beveland (het verdronken land van Zuid-Beveland) welke na zware stormen aan het einde van de 16e eeuw onder water komt te staan, is hiervan een van de bekendste exponent. Bovendien heeft dit ook fundamentele gevolgen voor de hydrografie van Zeeland.
De hoofdstroom van de Schelde, die tot dat ogenblik steeds via het Kreekrak en de Oosterschelde zijn weg naar de zee had gevonden, verlegt zich zuidwaarts naar de Westerschelde. Reeds eeuwen drong deze zeearm verder binnen in het land, maar door de plots ontstane ruimte die het water krijgt op de verdronken Bevelanden, kan de Westerschelde de laatste barrière opruimen en zich ontwikkelen tot zijn huidige dimensies. 15
2.2.2
Aardkundige waarden
Geologie Op de Geologische Kaart van Nederland (figuur 4) is het plangebied gesitueerd in een gebied waar de ondergrond bestaat uit afzettingen van Laagpakket van Walcheren op Hollandveen (Hollandveen Laagpakket) op klei- op zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer. De code A.2 duidt op de post-Romeinse datering van dit geulensysteem. Het oosten van het plangebied is hierbij gelegen in een zone waarin onder de kleiafzettingen van het Laagpakket van Wormer Basisveen aanwezig is (gebied aangegeven met ‘V’-tjes).
12 Vos and Van Heeringen: 1997 13 Vos and van Heeringen: 1997 14 Dekker, 1971: 20. 15 Vlam, 1944, Coen, 2008.
16
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 4 Uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: van Rummelen, 1978.
Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) Ten behoeve van dit onderzoek is ook het DINO-loket (TNO Geologische Dienst Nederland) geraadpleegd. Dit bevat de data van een groot aantal in Nederland uitgevoerde boringen die opgenomen zijn in het GeoTOP v1.4-model. Een van deze in het DINO-loket opgenomen boringen is gelegen binnen te huidig plangebied (blauwe stip op figuur 4). Dit betreft boring B48F0323. Het in deze boring vastgestelde profiel bestaat tot een diepte van 2,15 m -mv (1,85 m -NAP) uit kleiafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Hieronder is een 0,55 m dik pakket Hollandveen gelegen. Vanaf 2,7 m -mv (2,4 m -NAP) gaat dit veenpakket over op de afzettingen van het Laagpakket van Wormer. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer bestaan in de ruime bovenste meter uit klei en vervolgens uit zandige klei. Op 9 m mv (8,7 m -NAP) bevindt zich vervolgens een 5 cm dik laagje Bassiveen met daaronder (vanaf 9,05 m -mv / 8,75 m NAP) de zanden van de Formatie van Boxtel. Het profiel van deze boring bevestigt dan ook het profiel zoals dit door de Geologische kaart is aangegeven voor dit deel van het plangebied. In de overige delen van het plangebied komen geen boringen voor in het GeoTOP v1.4-model. Onmiddellijk ten zuiden van dit deel van het plangebied bevindt zich echter wel een boring (boring B48F0324).
Hier bestaat het profiel tot een diepte van 3,4 m -mv (2,2 m -NAP) uit afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, bestaande uit klei op zand (vanaf 2,4 m -mv/ 1,2 m -NAP). Het onderliggende Hollandveenpakket is slechts 0,2 m dik. Het Laagpakket van Wormer (vanaf 3,6 m -mv/ 2,4 m -NAP) bestaat tot 3,8 m -mv (2,6 m -NAP) uit zandige klei, vervolgens tot 5,1 m -mv (3,9 m -NAP) uit kleiig zand en daaronder uit klei. Het Laagpakket van Wormer rust rechtstreeks op de Formatie van Boxtel, op een diepte van 8,3 m -mv (7,1 m -NAP). Ook het profiel van deze boring bevestigd globaal de informatie die op de Geologische kaart is gegeven. De opeenvolging van klei op zand en het dunnere veenpakket vormen hier wel aanvullend een indicatie voor enige erosie.
17
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Bodem Volgens de Bodemkaart van Nederland (niet afgebeeld) 16 ligt het plangebied in een zone waarin de bodem bestaat uit een geëgaliseerde kalkarme poldervaaggronden met moerig materiaal dieper dan 0,8 m -mv, deels bestaande uit zavel en deels uit zware zavel (code Mn56Cv/Mn25C). Deze poldervaaggronden hebben een grondwatertrap VI en VII. Daarmee schommelt de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 0,40 tot meer dan 0,80 m -mv en bedraagt de gemiddeld laagste grondwaterstand meer dan 1,2 en 1,60 m -mv. Voor het gebied rondom het huidig plangebied is tevens de meer gedetailleerde Bodemkaart van de Polder “De Brede Watering bewesten Yerseke” door van der Meer (1952) beschikbaar. Deze maakt deel uit van een reeks bodemkaarten die omstreeks 1950-1960 voor Zeeland zijn vervaardigd zijn. Op deze kaarten wordt niet enkel een onderscheid gemaakt in de oorsprong van de afzettingen maar worden deze ook in een relatieve datering opgedeeld Oud-land (bodems met een code beginnend met MO), Middel-land (beginnend met MM) en Nieuw-land (codes beginnend met MN). 17 Projectie van het plangebied op deze bodemkaart (figuur 5) laat zien dat dit gelegen is ter plaatse van een zone met zware oude kleiplaatgrond (Oud-land, code Moa17). Deze worden in langs meerder zijden doorsneden door kalkhoudende jongere kreekruggrond met zavelige bovengrond (code MMr3).
Figuur 5 Bodemkaart van de Polder “De Brede Watering bewesten Yerseke” door van der Meer uit 1952.
16 Bazen, 1987. 17 Deze datering is relatief en niet rechtstreeks te verbinden met bepaalde tijdsperioden.
18
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Geomorfologie Op de Geomorfologische Kaart van Nederland 18 ligt het plangebied grotendeels in een gebied waar de ondergrond bestaat uit welvingen in getijdeafzettingen (code 3L20). Deze gaan naar het oosten toe over op een zone die bestaat uit een geëgaliseerde vlakte van plaatselijk gemoerde getijafzettingen. Beide zijn gelegen in een ruimer gebeid waarin de ondergrond bestaat uit een getij-inversierug (code 3K33).
Figuur 6 Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus en De Lange, 1986.
Actueel Hoogtebestand Nederland De bovenstaande geologische situatie wordt tevens geïllustreerd op de bewerkte uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). De weergave in figuur 7 toont de ligging van de brede hoger gelegen zone gevormd door de kreekrug en aangrenzende oude kleiplaatgronden waarop Kapelle en Biezelinge tot ontwikkeling zijn gekomen (rood- en geeltinten). Buiten deze hoger gelegen zone bevinden zich de poelgebieden (blauwtinten op figuur 7). Het plangebied is gelegen op de westelijke flank van de hoger gelegen zone, op de overgang naar het lagergelegen poelgebied. Op de meer gedetailleerde weergave in figuur 8 is te zien dat het plangebied op de uiterste rand van het hoger gelegen gebied gelegen is, ten oosten van het plangebied is het maaiveld op een hoogte van minder dan 0 m NAP gelegen, terwijl het plangebied zelf een maaiveldhoogte tussen 0,14 en 0,45 m +NAP heeft. Het maaiveld daalt van het westen in oostelijke richting af. In het zuiden van het plangebied is centraal een scherper hoogteverschil waar te nemen, hier bedraagt de maaiveldhoogte in het zuidwesten circa 0,5 m +NAP en ten oosten van deze scherpe grens circa 0,2 m +NAP, mogelijk is het zuidoostelijke deel van het plangebied opgehoogd.
18 Brus en De Lange, 1986.
19
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 7 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DTM).
Figuur 8 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DTM).
20
ARTEFACT RAPPORT 609
2.3
Historie
2.3.1
Historisch-geografische ontwikkeling
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Biezelinge is gelegen in de polder De Breede Watering Bewesten Yerseke, kortweg de Westwatering genoemd. Dit is een van de oudste Zeeuwse poldergebieden; de polder wordt dan ook gerekend tot het zogeheten Oudland, een term die wordt gebruikt om land te duiden dat werd bedijkt vóór 1200. Volgens historische bronnen is deze streek rond 1134 namelijk getroffen door een geweldige overstroming. Deze overstroming zou niet alleen Zeeland hebben getroffen, maar ook de Vlaamse kust en Zuid-Holland. Na deze inundatie wordt een dijk opgeworpen als eerste beveiligingswerk op de noordrand van de kreekrug Wemeldinge – Kapelle – Kloetinge – ’s-Heer Arendskerke, in een wijde boog rond de centrale punten van aantasting. Het westelijke gedeelte van deze dijk, tussen Goes en ’s-Heer Arendskerke, is later herhaaldelijk opgehoogd en bestaat nog steeds. Van andere gedeelten is niet met zekerheid geweten of ze nog tot in de 16e eeuw als zaaidijk of als hoge weg in gebruik blijven. In de 16e eeuw wordt deze dijken niet meer als (restant van) één en dezelfde dijk aanzien, maar krijgen de nog resterende dijkdelen afzonderlijke namen, zoals bijvoorbeeld de Braanjendijk tussen Kapelle en Kloetinge. De aanwezige grangiae (grote hoeven) van de Vlaamse Cisterciënzerabdijen op Zuid-Beveland zorgen mee voor de nodige financiering van de bedijkingsactiviteiten.
19 Rond 1200 wordt de Westwetering uiteindelijk volledig omsloten met een ringdijk.
Figuur 9 Ostium Scaldis fluvii cum insulis quas efficit uit het midden van de 16e eeuw, door C. Sgrooten, 1573. Bron: Koninklijke Bibliotheek België.
De Breede Watering Bewesten Yerseke blijf, mede dankzij de vele dijkwerkzaamheden vanaf de 12e eeuw, gedurende de zware stormvloeden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd grotendeels onaangetast. Met name de vloeden van 1530 en 1532 veroorzaakten grote schade in grote delen van Zeeland. In de omgeving van de Wetering loopt Oostelijk 19 Dekker, 1971, 137-140
21
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Zuid-Beveland ten oosten van de dijk tussen Yerseke en Hansweert (Brede Wetering Beoosten Yerseke) onder water, de Zanddijk en de Molendijk worden hierna versterkt tot zeewering. Op de westelijke rand van Zuid-Beveland verdrinkt de regio rond Heinkenszand. Op figuur 9, die een uitsnede van de Kaart met de Zeeuwse Delta door Christiaan Sgrooten uit 1573 laat zien, is duidelijk te zien dat meerdere delen van Zuid-Beveland overstroomd zijn. Zuid-Beveland vormt op dat moment een eiland met Goes als voornaamste stad. De verdronken regio’s zijn blauw-geelbruin gevlekt maar de namen van de verdronken dorpen staan nog weergegeven. Op deze kaart wordt Biezelinge als Bieselingen aangegeven. Een exacte projectie van het onderzoeksgebied is op deze kaart niet mogelijk, het is gelegen in de zone ten zuidoosten van Bieselingen. De nederzetting zelf wordt hier aangegeven als een reeks gebouwen langs een haveninham. In het noorden is een groter gebouw gelegen, dat net als de ten oosten hiervan gelegen kloosterkerk met een gele stip is gemarkeerd. Deze markering lijkt alle voorname gebouwen aan te geven, het grote gebouw betreft dan ook mogelijk de parochiekerk.
De haveninham is een restant van de voormalige (middelland)kreken die hier op de Bodemkaart van de Polder “De Brede Watering bewesten Yerseke” door van der Meer (1952) zijn aangegeven en wordt ook als dusdanig in het begeleidende rapport omschreven. Vermoed wordt dat de oudste bewoning van Biezelinge teruggaat tot de 11de eeuw. 20 Hiermee kan het dorp tot een van de oudste van Zuid-Beveland worden gerekend. Het dorp is bovendien gelegen in de oudste en grootste polder van Zeeland, met name de “Polder de Breede Watering bewesten Yerseke”. De nederzetting heeft zich ontwikkeld op de afdamming van een voormalige kreek, waarbij de zuidelijke, niet afgedamde restant van de kreek gebruikt is als haven (zie ook bovenstaande alinea en figuur 9). Deze dam is vermoedelijk gelegen ter plaatse van het huidige marktplein (Hoofdstraat). Reeds in de eerste helft van de 14e eeuw is Biezelinge doorontwikkeld tot een belangrijke havenplaats aan de zuidzijde van de Honte, met een economisch zwaartepunt op lakennijverheid, handel en transport. 21 Naast de economische functie fungeert de haven ook in de veerdienst tussen Zuid-Beveland en Antwerpen en Vlaanderen. 22 Even ten oosten van de nederzetting wordt in 1246 een vrouwenklooster (het Viktorinnenklooster Jeruzalem) gesticht dat onder de hoede van de heren Van Maalstede valt.
De leden van het geslacht Van de Maelstede vormen het voornaamste lokale geslacht en beheersen het gebied in de 12e/13e tot 15e eeuw. 23 Aan het einde van de 15de eeuw sterft het geslacht (aan mannelijke zijde) uit en gaan de bezittingen via huwelijken over op onder andere de heren van Gistellis en Bruelis. Het klooster zelf houdt op als dusdanig te bestaan met de invoeringen het protestantisme op het einde van de 16e eeuw, de fysieke bouwwerken worden in de 17e eeuw gesloopt. Hoewel Biezelinge in de middeleeuwen groter en economisch belangrijker is dan Kapelle blijft deze toch deel uitmaken van de parochie van Kapelle. Het is pas in 1529 dat Biezelinge een zelfstandige parochie wordt, ambtelijk blijft het steeds afhankelijk van Kapelle. 24 Op de kaart van Zeeland door Visscher-Roman uit circa 1656 (figuur 10) worden, behalve de diverse parochies, in vergelijking met de oudere kaarten voor het eerst individuele voorname bebouwing, weginfrastructuur en dijken weergegeven. Dit betreft echter een vereenvoudigd beeld. De wegen tussen de woonkernen en ook de ligging van de kerken en de bewoning van de dorpen staan vaak niet op de juiste plaats aangegeven. Duidelijk herkenbaar zijn de kerk van Bieselingen en het ten oosten hiervan gelegen klooster (t’Klooster). Ook de havengeul en haven zijn herkenbaar met ten noorden en westen van de haven wat (schetsmatig aangegeven) bebouwing.
Ook de huidige Smokkelhoekweg is op deze kaart aangegeven, binnen het plangebied komt geen bebouwing voor.
20 Dekker, 1979, 9 21 Dekker 1979, 10-11 22 Dekker 1979, 11 23 Het geslacht heeft ook bezittingen in Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen en speelt ook een belangrijke rol
in de (inter)regionale Zeeuwse politiek. 24 Encyclopedie van Zeeland, geraadpleegd dd. 25-2-21.
22
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 10 Uitsnede van de Zelandiae comitatus novissima tabula, door Visscher en Roman, vervaardigd omstreeks 1656. Bron: Nationale Bibliotheek Frankrijk.
Aan het begin van de 18e eeuw begint de haven geleidelijk volledig te verzanden, waarna het al snel, economisch gezien, achteruit gaat met Biezelinge. Omstreeks 1717 is de haven nagenoeg volledig dichtgeslibd en wordt wat nog rest van deze voormalige kreek ook in het zuiden volledig afgedamd. Hierdoor komt er ook een einde aan de havenactiviteit in Biezelinge en verschuift de economische activiteit naar (hoofdzakelijk) landbouw. De Kaarte van het Oostelyk gedeelte van Zuydbeleand door Hattinga uit 1747-1748 (figuur 11) is nauwkeuriger aan het tegenwoordige kaartbeeld te relateren vanwege de duidelijker topografie. Zo is op deze kaart de bebouwing met meer detail weergegeven en is ook het wegenpatroon exacter aangegeven. Bieselinge bestaat uit een aantal woonblokken langs de huidige Markt en Hoofdstraat en enkele losse gebouwen hier rondom. De kerk is ten noordoosten van de kern gelegen (daar waar dit bij Visscher-Roman ten noordwesten is). De afdamming van de voormalige haven is op deze kaart reeds een feit, in de voormalige havengeul is nu een polder gelegen (de Bieselingse Ham). Buitendijks is een groot schorgebied gelegen, het open water bevindt zich nu op enige afstand ten zuiden van het Bieselinge. Het huidig plangebied is op deze kaart nog steeds in onbebouwd gebied gelegen.
Dit gebied maakt, ondanks de ligging nabij Bieselinge, op dit tijdstip deel uit van het grondgebied van de Heerlykheit Vlake. Het gelijknamige dorp is als parochie
23
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
afhankelijk van Yerseke (daar waar Biezelinge voordat het een zelfstandige parochie wordt, van Kapelle afhankelijk is). Vlake wordt in de loop van de 18e eeuw samengevoegd met het zuidelijk hiervan gelegen Schore. 25
Figuur 11 Kaarte van het Oostelyk gedeelte van Zuydbeveland door W.T. Hattinga uit 1747-1748. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr. 293_126.
Ook in de eerste helft van de 19e eeuw blijft het plangebied onbebouwd. De vroeg 18e-eeuwse situatie is te zien op het Minuutplan van de Kadastrale Kaart uit 1812-1832. Met de invoer van het kadaster worden namelijk voor het eerst nauwkeurige kaarten van geheel Nederland gemaakt. De Minuutplans geven de omvang van de aanwezige gebouwen, de ligging van wegen, dijken en waterlopen en de ligging (maar niet de fysieke vorm) van de grenzen van de verschillende kadastrale percelen weer. Het plangebied is gelegen op het kaartblad Gemeente Schore Sectie B, de Moolhoek. Op de weergave van de gedigitaliseerde versie van de kaarten van geheel Zuid-Beveland (figuur 12) is te zien dat het regio rondom het plangebied nog grotendeels gelijk is aan de door Hattinga weergegeven 18e-eeuwse situatie (figuur 11). Ten zuiden van het plangebied zijn de voormalige buitendijkse schorren ingedijkt (als de Willem Anna Polder uit 1756). Volgens de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel), die bij het Minuutplan hoort, zijn de percelen waarbinnen het plangebied (deels) gelegen is belastbaar als bouwland. Centraal is hierin een wegeling gelegen (deze is als lager gelegen lijn zichtbaar op het AHN en is heden ontgraven en als sloot in gebruik).
25 Website gemeente Kapelle.
24
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 12 Gedigitaliseerde versie van het Minuutplan van de Kadastrale Kaart uit 1811-1832. Bron: Geoloket Provincie Zeeland.
In figuur 13 kan de verdere evolutie in de omgeving tussen circa 1850 en 2005 gevolgd worden. Vanaf de 19e eeuw is het gebied in gebruik als boomgaard. Bij de Watersnoodramp van 1953 blijft het grondgebied van Kapelle zo goed als gespaard. De situatie binnen het plangebied blijft dan ook dezelfde tot omstreeks de jaren ’50 wanneer in het zuidwesten van het plangebied een klein bijgebouw komt te staan. De huidige bebouwing (en situatie) ontstaat vervolgens voorafgaand aan 1968. Bestuurlijk wordt het westelijke deel van Schore in 1941 bij Kapelle gevoegd, het oostelijke deel bij Kruiningen
2.3.2
Verstoringsgeschiedenis
Bodemloket In het bodemloket worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het bodemloket leert dat in het bedrijventerrein Smokkelhoek (inclusief het huidige plangebied) tussen 1994 en 2017 meerdere grootschalig (historisch) bodemonderzoek hebben plaatsgevonden. Deze hebben geen inleiding gegeven tot een sanering of verplichting tot sanering. KLIC Tussen de bestaande bebouwing (huisnummer 5) en de inrit van het perceel zijn meerdere kabels en leidingen (huisaansluitingen) aanwezig. In de overige delen van het plangebied komen geen kabels en leidingen voor.
25
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 13 Uitsneden van de topografische (militaire) kaarten uit 1850 tot 2005. Bron: Esri Nederland/ Kadaster.
Gegevens (gemeente)archief, bouwtekeningen, opdrachtgever De gemeentearchieven van vóór 1990 zijn ondergebracht in het Zeeuws Archief in Middelburg, dat digitaal middels de website werd geraadpleegd. In het Zeeuws Archief werden geen bouwtekeningen of andere informatie gevonden. Bouwdossiers van 1970 tot heden en de archieven van na 1990 zijn in de gemeente Kapelle aanwezig, maar werden niet geraadpleegd. De opdrachtgever heeft verder geen tekeningen beschikbaar.
26
ARTEFACT RAPPORT 609
2.4
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Archeologische waarden
Archeologische monumenten De Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumenten terreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. (Een deel van) de monumententerreinen werden opgenomen op de gemeentelijke beleidskaarten. De wettelijk beschermde monumenten, waarvoor het rijk bevoegd is, worden enkel op de AMK weergegeven. Het plangebied is niet gelegen binnen de contouren van een AMK-terrein. Het historische centrum van Biezelinge (ten noordwesten van het plangebied) is in de AMK opgenomen als een terrein van hoge archeologische waarde met nummer 13452. Ten noorden van het plangebied bevindt zich tevens een beschermd monument van zeer hoge waarde (nummer 661). Dit betreft de locatie van het voormalige klooster Jeruzalem. Hier zijn al in de loop van de 19e eeuw fundamenten en binnenmuren aangetroffen en in het begin van de 20e eeuw een grafsteen. Het terrein onderscheidt zich van de naaste omgeving door een iets hogere ligging. Op het perceel bevindt zich een grote concentratie puin, dakleien en scherven. Het zuidelijke deel van het monument is overbouwd, zonder dat hier voorafgaand archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden.
Eerder uitgevoerd onderzoek en vondstlocaties Archis is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat binnen het plangebied nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden, noch dat er archeologische vondstlocaties bekend zijn. In een straal van 1 km rondom het plangebied zijn wel reeds meerdere onderzoeken uitgevoerd, deze worden in de onderstaande tabel opgesomd. Nr.
Uitvoerder
Aard en resultaten onderzoek
1
Onderzoek nummer 2064060100
BAAC bv
Archeologisch booronderzoek Kapelle West (2005). Vondsten 13e 15e eeuw. Tijdens het onderzoek werden zeven vindplaatsen afgebakend. Voor de zeven vindplaatsen wordt een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen.
2
2106359100
ADC
Archeologisch booronderzoek (2006) Biezelingseweg. Geen indicatoren aangetroffen tijdens booronderzoek, er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.
3
4883323100
Artefact!
Archeologische begeleiding (2020). Er werden twee antropogene ophooglagen aangetroffen, deze dateren uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. De ondergrond bestond uit een inversierug.
4
2394825100
Artefact!
2412385100
SOB Research
Archeologisch bureau- en booronderzoek (2013) Biezelinge Noordstraat 23. Hoge verwachting op bebouwing uit de 18e eeuw. Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2013). Hierbij zijn de funderingen van en woonhuis (late middeleeuwen tot nieuwe tijd, met hogere waarschijnlijkheid voor nieuwe tijd). Een restant van een tweede muur of poer, een laatmiddeleeuwse kuil en een aantal recente paalkuilen aangetroffen. Er is behoud in-situ/opgraving aanbevolen.
5
2106359100
ADC
Archeologisch booronderzoek (2006) Nieuwe Kerkstraat. 18eeeuwse boerderij (mogelijk ouder) aanwezig. Vervolgonderzoek aanbevolen.
6
2348022100
Sweco
Bureauonderzoek met boringen (2011). Er werden tijdens het onderzoek indicatoren aangetroffen die verwijzen naar het gebruik van het plangebied als kerkhof/begraafplaats. Daarnaast werden
27
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
ook mogelijk oudere funderingen aangeboord die verband houden met een oudere fase van de kerk. Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2012). Op basis van de aangetroffen resten wordt geadviseerd om vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een archeologische opgraving dan wel een archeologische begeleiding. Archeologische begeleiding (2012). Binnen de contouren van de ontgraven bouwput werden hierbij 19 begravingen uit de late middeleeuwen en/of nieuwe tijd, een knekelput, funderingen, een muur en een uitbraaksleuf aangetroffen. Slechts twee inhumaties werden daadwerkelijk gelicht en de inhoud van de knekelkuil werd geborgen. De overige sporen zijn in-situ behouden.
2359363100
SOB Research
2379095100
SOB Research
7
4919109100
Econsultancy
Archeologisch afgemeld.
8
2147572100
Archeomedia
Archeologisch Booronderzoek (2007). Op grond van de mogelijke aanwezigheid van kadewerken en met name scheepswrakken werd aanvullend archeologisch onderzoek wenselijk geacht.
9
2144753100
ADC
Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2000) in het kader van het AMZ-project.
10
2041397100
ADC
Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2003). Hierbij zijn 29 putjes van 5x4 m aangelegd in die zones waar zich poelafzettingen bevonden en de flank van de ten noorden hiervan gelegen kreekrug. Bij 10 putten werd intact veen aangetroffen, in de overige was het veen gemoerd. Er werden in en op het veen geen archeologische resten aangetroffen.
11
4002033100
Laagland archeologie
Archeologisch booronderzoek (2016). In de boringen werd geen veen aangetroffen. De bodem was erg diep verstoord. Geen indicatoren aangetroffen
12
2089130100
RAAP
Archeologisch veldkartering (2003) in aanvulling op een eerder onderzoek. Tijdens de oppervlaktekartering op 2 percelen die niet eerder afgelopen konden worden, zijn op 27 plaatsen scherven aangetroffen. Op 23 plaatsen betreft het scherven uit de Romeinse tijd, voornamelijk afkomstig van geïmporteerd aardewerk (97%). Het overige materiaal dateert uit het einde van de vroege middeleeuwen t/m nieuwe tijd. Het eerder in 2003 uitgevoerde booronderzoek en oppervlaktekartering is niet als onderzoekslocatie in Archis aanwezig. Tijdens dit onderzoek werden eerder al 43 locaties met oppervlaktevondsten vastgesteld. Het grootste deel van deze vondsten betrof eveneens Romeins vondstmateriaal. Uit de bemonsterde top van het Hollandveen werd in boring 73 een fragment witbakkend aardewerk uit de Romeinse tijd aangetroffen. Het fragment bevond zich in de veraarde top van het veen tussen 1,3 en 1,5 m -mv (tussen 2,11 en 2,31 -NAP). Het booronderzoek heeft verder uitgewezen dat grote delen van het plangebied gemoerd zijn, waardoor de Romeinse vindplaats in grote mate verstoord kon zijn. 26
13
2063283100
ADC
Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2005). Tijdens het onderzoek werden verspreid over het perceel 72 kleine putjes en twee kleine sleuven opgegraven. De resultaten van de proefputjes bevestigen de resultaten van het voorgaande booronderzoek door RAAP voor wat betreft de verspreiding van de moerneringskuilen op
26
Jansen, 2003a en 2003b.
booronderzoek
(2020).
Onderzoek
nog
niet
28
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
het perceel. In en rond de door RAAP vastgestelde vindplaatsen werd telkens weer op opgevulde moerneringskuilen gestuit. Behalve één dakpanfragment werden ter hoogte van de RAAP-vindplaatsen 7, 8, 10 en 11 geen sporen van een Romeinse vindplaats aangetroffen, noch in de top van de veendammen, noch in de opvulling van de moerneringskuilen. Dit gold ook voor de zone rond de RAAP-boring 73, die uit het niveau van de top van het veen een Romeinse scherf had opgeleverd. Ter hoogte van RAAP-vindplaats 26 werden wel resten van een Romeinse vindplaats gevonden. Het betreffen twee smalle veendammen, waar in de top ervan een sterk vervuild (loop-)niveau, rijk aan Romeins vondstmateriaal, aanwezig was. Ook in de opvulling van de aangrenzende moerneringskuilen werd een grote hoeveelheid Romeins aardewerk aangetroffen. Op de locatie van enkele veendammen na leek de vindplaats dan ook grotendeels verstoord te zijn geweest door middeleeuwse moernering. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen. 27 14
2186282100
RAAP
Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2008). Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd een vindplaats uit de middenRomeinse tijd aangetroffen. Deze bestond uit ophogingslaag met voornamelijk import aardewerk en dakpanfragmenten. In de top van het intacte Hollandveen werd verder langs een getijdengeul een houten constructie aangetroffen. Deze bestond uit twee parallelle balken met een tussenafstand van 2 meter. Aan de zuidelijke kant van de twee balk bevonden zich twee dwarsverbindingen naar het noorden. Aan de noordkant van deze balk bevonden zich ook 4 paalkuilen, waarvan 2 nog een intacte paal bevatten. Deze constructie was mogelijk te interpreteren als een wandconstructie (naar analogie met eerder - militaire – contexten), al was RAAP van mening dat de kans groot was dat de resten eerder te interpreteren waren als de een zoutpan (waarin water uit de getijdengeul werd verzameld om in te laten dampen). Hoewel andere kenmerken van zoutwinning, zoals briquetage aardewerk en aslagen niet werden aangetroffen werd de vindplaats op basis van de Vlaamse parallellen dan ook in de literatuur opgenomen als een zoutwinningslocatie. Op een andere locatie werden twee haardkuilen aangetroffen. Deze dateerden uit een tweede fase van gebruik van de vindplaats, aangezien die vanuit de onderste lagen van het Laagpakket van Walcheren in de ophogingslaag waren ingegraven.
De haardkuilen dateren op basis van het aangetroffen aardewerk eveneens uit de Romeinse tijd. In de verschillende vastgestelde moerneringskuilen werden tevens vondsten uit de Romeinse tijd en late middeleeuwen aangetroffen. 28 Er werd vervolgonderzoek aanbevolen voor de zone met Romeinse sporen.
15
2384010100
ADC
Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2013). In 25 van de 29 proefsleuven werden sporen van veenwinning aangetroffen. Er werden geen resten uit de Romeinse tijd aangetroffen, in de moerneringskuilen bevonden zich losse vondsten aardwerk uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd.
16
4607364100
ADC
Archeologische opgraving (2018). Het onderzoek is nog niet gepubliceerd. Er zijn ook geen eerste bevindingen in Archis
27 28
Meijlink, 2005. De Groot, 2008.
29
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
opgenomen. Uit een krantenartikel, verschenen in de PCZ op 16 juni 2018 29, blijkt dat er bij het onderzoek resten aangetroffen zijn van een (woonstal) boerderij uit de 2e eeuw Het gebouw met een lengte van 16,8 en een breedte van 7 m kende ten minste twee bouwfasen. De gemeente Kapelle meldt op haar website dat de houtconstructie van de boerderij bestond uit onderdelen van vlechtwerkwanden, liggende houten balken, dwarsbalken en aangepunte palen. Onderin een geul die zich nabij de boerderij bevond lagen grote hoeveelheden Romeins aardewerk. Maar ook dakpan- en tegelfragmenten, en dierlijke botten. 30 [Van resten van zoutpannen is vooralsnog geen sprake, mogelijk betreft het door RAAP in 2008 aangetroffen houtconstructie dan ook geen zoutpan maar een onderdeel van de bebouwing]. 17
2154570100
RAAP
Archeologische begeleiding (2007) van de aanleg van een gasleiding door Zuid-Beveland (Ossendrecht naar het Sloegebied). Er zijn in de omgeving van het huidig plangebied geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen.
18
2387487100
Sweco/Artefact!
Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met verkennende boringen t.b.v. de aanleg van hoogspanningsmasten tussen Tilburg en Borssele.
19
4716893100
RAAP
Archeologisch proefsleuvenonderzoek ter plaatse van de mastlocaties uit het voorgaande onderzoek. Het onderzoek heeft plaatsgevonden eind 2019 en is nog niet afgemeld.
20
2392710100
Transect
Archeologisch bureauonderzoek vervolgonderzoek aanbevolen.
21
4786220100
Archeopro
Archeologisch bureauonderzoek (2020). Het onderzoek werd nog niet afgemeld.
22
4806057100 4866419100
Archol
Archeologisch bureau- en booronderzoek (2020). Bij het onderzoek werden 92 boringen gezet tot maximaal 4,6 m -mv. Uit de boringen bleek dat de verwachtte bodemopbouw van jonge getijdenafzettingen op veen op oude getijdenafzettingen vrijwel overal aanwezig was. Het veen was plaatselijk intact en verraad. Er werden enkele vindplaatsen aangetroffen, deze zijn allen op ruime afstand van het huidig plangebied gelegen.
(2012).
Er
werd
geen
Op basis van de beschikbare data afkomstig van booronderzoeken die in de omgeving zijn uitgevoerd bestaat de kans dat het Hollandveen binnen het plangebied deels gemoerd is. Waar het veen intact is geldt echter een hoge kans op Romeinse resten, zoals mag blijken uit de resultaten van het eerder onderzoek in het industriegebied Smokkelhoek.
29 https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/smokkelhoek-in-kapelle-geeft-romeinse-schat-bloot~a288e68a/ 30 https://www.kapelle.nl/home/canon-van-kapelle_45254/item/1-jagers-boeren-en-romeinen_162556.html.
Geraadpleegd dd. 1-3-21
30
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 14 Monumenten, onderzoeken en vondstlocaties en gemeentelijke vindplaatsen. Gegevens ontleend aan Archis 3 en gemeentelijke beldisdocumenten.
In de omgeving van het plangebied zijn verschillende vondstlocaties gelegen, deze worden opgesomd in de onderstaande tabel. Nr.
Vondst locatie
Datering
Aard van de vondsten
23
1051230
MEV-NTL
Bij oppervlaktekartering: fragmenten rood- en grijsbakkend aardewerk, mogelijk Elmpt, mogelijk Pingsdorf, (proto) steengoed. Relatief veel oppervlaktevondsten gedaan uit de periode 900-1450.
24
1099284
MEL-NT
Tijdens een proefsleuvenonderzoek aan de Noordstraat 23 te Biezelinge (OM 2412385100) werden de funderingen aangetroffen van een woonhuis, dat in ieder geval op de kadastrale kaart van 1811-1832 vermeld staat. De fundering van de noordelijke zijgevel loopt over een laatmiddeleeuws spoor, vermoedelijk een kuil. Tevens werden het restant van een muur of poer, een drietal sub-recente paalgaten en een drietal grondsporen aangetroffen.
25
1096426
MEL-NT
1096845
MEL-NT
Melding van de resultaten van het booronderzoek 2348022100. Drie boringen zijn gestuit op massief metselwerk. Het betrof drie boringen in het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie. In twee boringen werden fragmenten van menselijk botmateriaal teruggevonden. Er werden geen aanwijzingen terug gevonden die wijzen op een ruiming van het kerkhof. Melding van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek 2359363100. Tijdens het onderzoek werden twee proefputten gegraven, aan weerzijden
31
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
van het achterdeel van de kerk op het kerkhof. De maximale ontgravingsdiepte bij het onderzoek was 0.6 meter + NAP. In de noordelijke proefput werden geen archeologische resten vastgesteld binnen de ontgravingsdiepte. In de zuidelijke proefput werden aan de oostzijde van de put juist op de maximale ontgravingsdiepte enkele grafkuilen vastgesteld. Aan de westzijde van de put tekenden zich geen grafkuilen af door het ontbreken van de lichtere ondergrond. In de noordwesthoek van de zuidelijke proefput werd ook een funderingsrestant van de voormalige kerk waargenomen. Het betreft vermoedelijk de zuidwestelijke hoekfundering voor een steunbeer van een voormalige aanbouw aan de kerk, zoals deze zichtbaar is op de kadasterkaart uit de eerste helft van de 19e eeuw. In de vulling van de grafkuilen alsmede uit de bovenlaag in de proefput werd vrijwel alleen 18e/19e-eeuws vondstmateriaal aangetroffen. Melding van de resultaten van de archeologische begeleiding 2379095100. Tijdens de begeleiding werd een archeologisch vlak aangelegd op 1 m -mv (circa 0,6 m +NAP). In dit vlak werden 19 inhumatiegraven aangetroffen, waarvan 17 in situ werden bewaard en 2 ex-situ werden veiliggesteld. Op basis van de historische informatie en stratigrafische positie dateerden de begravingen uit de 19e eeuw.
Daarnaast werden 3 funderingen, de resten van mogelijk een grafkelder, en de uitbraaksleuf van een muur aangetroffen, die mogelijk tot een voorganger uit de nieuwe tijd van de huidige kerk uit 1908 behoren. De uitbraaksleuf kon gerelateerd worden aan een uitbouw ten zuiden van de huidige kerk. Het gevonden aardewerk kon gedateerd worden in de periode lopende van de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd, dit aardewerk werd uitsluitend als aanlegvondsten aangetroffen
1097659
MEL-NT
26
1029558
MEL-NT
Resten van een kapel (bidruimte) aangetroffen bij een sloop van een pand aan de Markt 10, in het centrum van Biezelinge.
27
1077645
MEL-NT
Melding van een onderzoek door Erfgoed Zeeland (in samenwerking met de AWN) aan de oude haven (hoek Marktplein-Hoofdstraat). Er werden voornamelijk bewoningssporen blootgelegd van de 12e tot en met de 20e eeuw. De bewoning was hier continu. Tijdens de opgraving bleek dat het grootste gedeelte van de funderingen van de huizen waarschijnlijk onder het huidige wegdek ligt, in de opgravingsput werden namelijk naast enkele kleine funderingsrestanten diverse beer- en waterputten aangetroffen. Deze bevonden zich in de achtertuintjes van de woningen. Uit deze putten werd een grote hoeveelheid 16e- en 17e-eeuws aardewerk verzameld, zoals waterkannen, pispotten, grapen en borden. Uit een dieper niveau kwamen diverse houten palen en planken tevoorschijn. Uit hetzelfde vlak konden ook 12e- tot en met 14e-eeuwse aardewerkscherven en enkele metalen voorwerpen worden geborgen. De houten constructie en de erbij behorende vondsten corresponderen met de eerste bewoningsfase na de afdamming van de haven in de tweede helft van de 12e eeuw. Deze dam was ook goed zichtbaar in het profiel van de put.
28
1033718
LME
Melding van de vondst van enkele fragmenten van middeleeuws aardewerk aan de Abdijstraat.
29
1141633
MELB-NT
Een particulier uit Kapelle meldde de vondst van diverse fragmenten laatmiddeleeuws aardewerk en dierlijk bot bij Erfgoed Zeeland. Deze waren gevonden in uitgegraven grond van een grote waterpartij. De waterpartij was aangelegd op de plek van de vroegere haven van Biezelinge.
30
1051296 1119102
MEL-NTV MEL-NTV
Melding op basis van archiefstukken van het voormalige klooster Jeruzalem. Vondst door een particulier (met zijn metaaldetector) van twee zegelstempels op een akker bij Biezelinge. Ze kunnen in verband worden gebracht met het klooster Jeruzalem.
32
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
31
1082866
MEL-NTV
Melding van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek 3210429100. Het onderzoek betreft een pilot in het kader van het Project Actualisering Monumentenregister van OCenW + ROB. In dit archeologisch monument zijn drie proefsleuven aangelegd. Het opgravingsvlak is aangelegd direct onder de bouwvoor. Sporen zijn gedocumenteerd. Vondsten zijn in situ gelaten en niet geborgen.
32
1072955
MEL-NT
Melding van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek 3210429100.Er werden enkel sporen van moernering aangetroffen.
33
#
ROM(-NT)
Cluster van 57 meldingen. Het grootste deel hiervan (50) betreft meldingen van (oppervlakte-)vondsten van voornamelijk Romeins materiaal door RAAP tijdens het onderzoek 2186282100 (en de voorgaande fase). Verder ook nog: - de aanvullende vondst van een 2 fragmenten Romeins aardewerk bij een inspectie in 1989, - de melding bij onderzoek 2063283100 (proefsleuvenonderzoek door RAAP): voor de resultaten zie de betreffende onderzoeksmelding in de voorgaande tabel, - 2 meldingen van de resultaten van onderzoek 2186282100 (proefsleuvenonderzoek door RAAP): het vondstmateriaal is grotendeels aangetroffen in een laag direct op het Hollandveen. Vanwege de aard van deze laag is die geïnterpreteerd als een ophogingslaag. Voor de overige resultaten zie de betreffende onderzoeksmelding in de voorgaande tabel, - melding van de resultaten van onderzoek 2384010100 (proefsleuvenonderzoek door ADC), voor de resultaten zie de betreffende onderzoeksmelding in de voorgaande tabel, - melding van de resultaten van onderzoek 2475809100 (proefsleuvenonderzoek door ADC), voor de resultaten zie de betreffende onderzoeksmelding in de voorgaande tabel, - Op een deel van een archeologisch vrijgegeven terrein, ter hoogte van een verspoeld deel van de Romeinse vindplaats, is in 2006 een grote waterpartij uitgegraven. De grond die hierbij vrijkwam werd in depot gezet en bleek Romeins aardewerk te bevatten.
Dit materiaal is door de AWN verzameld. In totaal zijn 340 scherven opgeraapt. Deze zijn in 2017 uitgewerkt (zie volgende hoofdstuk).
Overige meldingen Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d.d. 1 maart 2021) heeft geen aanvullende informatie opgeleverd met betrekking tot het plangebied. Na het ontgraven van een waterpartij in de omgeving van de Romeinse vindplaats in het gebied Smokkelhoek (in een vrijgegeven gebied waar de ondergrond volgens de beschikbare data verspoeld is) zijn door de AWN vanaf 2006 een grote hoeveelheid Romeinse vondsten aangetroffen in de gestorte grond. Deze vondsten zijn verzameld en in 2017 uitgewerkt door Erfgoed Zeeland. 31 In totaal zijn hierbij 340 fragmenten Romeins aardewerk onderscheiden. Ruim een derde van dit aardewerk betreft luxe-aardwerk (of tafelwaar), de overige fragmenten betreffen ruw- en gladwandig gebruiksaardewerk (kook- en gewoon gebruikswaar, mortaria, dolia en amforen). Verder werden ook enkele fragmenten handgevormd aardwerk vastgesteld. Het aangetroffen materiaal is globaal in het laatste kwart van de 2e eeuw en 3e eeuw te dateren en bestaat voor een groot deel uit importaardwerk. De locatie waar in 2008 door RAAP archeologische sporen uit de Romeinse tijd zijn vastgesteld (een waar in 2018 door ADC een opgraving is uitgevoerd) is in het gemeentelijk beleid opgenomen als vindplaats. Dit betreft de gemeentelijk vindplaats KAPE-3.
31
Van den Berg en Kerckhaert, 2018.
33
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Luchtfotoanalyse In het kader van dit onderzoek zijn meerdere luchtfoto’s geraadpleegd: 1943-1947 (Wageningen University & Research), 1959 (Geoloket Provincie Zeeland), 1989 (Foto-atlas Zeeland), 2003 (Luchtfoto-atlas Zeeland) en satellietfoto’s uit 2005 en 2007 t/m 2019 (Atlas van Zeeland). Met name luchtfoto’s van onverharde en onbebouwde terrein kunnen aan de hand van herkenbare soil- en of cropmarks aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van mogelijke archeologisch vindplaatsen in de bodem. De foto van 10 september 1944 (figuur 15) geeft een beeld dat gelijkaardig is aan de topografische data uit de periode 1950. De percelen zijn in gebruik als boomgaard en in het zuidwesten van het plangebied is een klein bijgebouw gelegen, dit maakt deel uit van de bebouwing die ten zuidwesten van het plangebied staat.
Figuur 15 Luchtfoto van 10 september 1944. Foto genomen door de RAF. Bron: WUR Library, ID 3266.
Op de foto uit 1959 (niet afgebeeld) is het plangebied nog steeds onbebouwd, vanaf 1970 wel (zie figuur 16). In 1970 is het zuidelijke deel van het plangebied in gebruik als boomgaard of landbouwperceel, aan het begin van de 20e eeuw (zie figuur 17) betreft dit een tuin, vanaf 2009 ligt het terrein braak (begroeiing met gras). Eveneens aan het begin van de 20e eeuw is de bestaande bebouwing binnen het plangebied aangevuld met een aanbouw.
34
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Figuur 16 Luchtfoto uit 1970. Bron: Provincie Zeeland, Atlas van Zeeland.
Figuur 17 Luchtbeeld uit 2007. Bron: Provincie Zeeland, Atlas van Zeeland.
35
ARTEFACT RAPPORT 609
2.5
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Bouw- en cultuurhistorische waarden
Bouwhistorische waarden De Gemeente Kapelle beschikt niet over een bouwhistorische waardenkaart. Om vast te stellen of er binnen het plangebied waardevolle bouwhistorische elementen voorkomen is het Geoloket van de Provincie Zeeland geraadpleegd. Binnen het plangebied worden geen gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten, MIP-objecten of historische boerderijen vermeld. De woning Abdijstraat 10 (gelegen op de kruising van de Smokkelhoekweg, Abdijstraat en Middenweg, ten noordwesten van het plangebied) is opgenomen in de lijst met historische boerderijen. Deze boerderij is in 1920-1940 gebouwd. Cultuurhistorische waarden Om vast te stellen of er binnen het plangebied waardevolle cultuurhistorische elementen voorkomen is het Geoloket Cultuurhistorie van de Provincie Zeeland geraadpleegd. De verschillende voormalige en nog bestaande dijktrajecten in en rondom Biezelinge en de voormalige haven van Biezelinge zijn opgenomen in de kaartlaag Historisch LandschapDijken, deze zijn allen op enige afstand van het huidige plangebied gelegen. Op de overige kaartlagen is geen bijkomede informatie in de omgeving van het plangebied aanwezig. Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog).
Raadpleging van de kaart leert dat binnen, of direct grenzend aan, het plangebied geen militaire relicten worden weergegeven.
2.6
Archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van deze beschikbare gegevens komen binnen het plangebied verschillende potentieel archeologische niveaus voor. Indien tijdens het bureauonderzoek geen argumenten werden aangetroffen die toelaten de verwachting voor dit laagpakket omhoog of omlaag bij te stellen (zoals bijvoorbeeld bekende vindplaatsen in de omgeving, erosieve werking van geul(en)(systemen) of diep reikende verstoringen) wordt de verwachting zoals opgenomen op de gemeentelijke Maatregelen in Lagen-kaarten overgenomen. Per niveau zal de archeologische verwachting besproken, enkel perioden met een middelhoge of hoge verwachting zijn vervolgens in de verwachtingstabellen opgenomen. Pleistoceen landschap - Laagpakket van Wierden – Formatie van Boxtel Vindplaatsen uit het laat-paleolithicum kunnen worden verwacht in eventueel aanwezige paleosols in het opgaand pakket dekzand behorende tot het Laagpakket van Wierden en vindplaatsen uit het finaal-paleolithicum en mesolithicum in de top van dit dekzand. Dit niveau is in het oosten van het plangebied naar verwachting intact (hier bevindt zich een afdekkende laag Basisveen). Er geldt dan ook een middelhoge archeologische verwachting voor de betreffende perioden in het oosten van het plangebied.
In het westen van het plangebied ontbreekt het Basisveen, hier is het Laagpakket van Wierden naar verwachting dan ook deels geërodeerd door het Laagpakket van Wormer er geldt voor deze zone dan ook geen verwachting. Het pleistocene dekzand bevindt zich naar verwachting op 8,3 tot 9,05 m mv (7,1 tot 8,75 m -NAP). De Formatie van Boxtel is hiermee ruim beneden de haalbare boordiepte gelegen en is hiermee ook beneden de meest courante verstoringen bij bouwwerkzaamheden gelegen. Basisveen Laagpakket – Formatie van Nieuwkoop In sommige delen van de Bevelanden komt tussen het pleistocene dekzand en het Laagpakket van Wormer een (relatief dun) veenpakket voor: het Basisveen, welke tot de Formatie van Nieuwkoop wordt gerekend. Dit Basisveen is op de gemeentelijke Maatregelen in Lagen-kaarten buiten beschouwing gelaten. Een ontwikkeld veenmoeras was geen geschikte plaats om op te wonen of landbouw te bedrijven. Er geldt dan ook een lage verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de het laat-mesolithicum tot midden-neolithicum. Het Basisveen kan op basis van
36
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
de gegevens van het DINO-loket in het oosten plangebied aangetroffen worden vanaf een diepte van circa 9 m -mv (8,7 m -NAP). Oude getijdelandschap - Laagpakket van Wormer – Formatie van Naaldwijk Na afloop van de vorming van de marine afzettingen die het Laagpakket van Wormer vormen is in principe bewoning mogelijk. Eventuele bewoning uit het neolithicum is dan ook te verwachten bovenin deze afzettingen. De verwachting voor dergelijk vindplaatsen in de top van deze afzettingen is voor het grootste deel van het plangebied in de gemeentelijke Maatregelen in Lagen-kaarten als hoog benoemd. Eerder boringen (DINO-loket) in de onmiddellijk omgeving van het plangebied hebben uitgewezen dat het Laagpakket van Wormer binnen het plangebied bovenin veelal uit kleiige afzettingen bestaat. Dergelijke zones met een kleiige afzettingen bovenin het pakket zullen deel hebben uitgemaakt van getijdegebied dat ongunstig was voor bewoning. Daarenboven wijzen de uiterst zeldzame vondsten op dit niveau eerder op een gebruik van dit gebied als jachtgebied dan als woongebied. Er geldt dan ook een lage verwachting voor vindplaatsen uit het neolithicum. In het plangebied wordt de top van deze afzettingen van het Laagpakket van Wormer op basis van de beschikbare gegevens van het DINO-loket verwacht op een diepte tussen circa 2,7 en 3,6 m -mv (2,4 m -NAP).