2021-44b. D21.258266 Bestemmingsplan 000360 BP01 VG01 Smokkelho 000360 BP01 VG01 Smokkelhoek 2e herziening
Tekst van het document
Wel is de locatie verdacht voor bestrijdingsmiddelen vanwege de ligging in een voormalig boomgaardengebied. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond voor wat betreft de standaardparameters geen verhogingen zijn aangetoond. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan DDE, DDD en DDT aangetoond. In het grondwater zijn enkele (zeer) lichte verhogingen aangetoond. In de grond zijn voor wat betreft de standaard parameters geen verhoogde gehalten aangetoond. De hypothese dat de bovengrond van de locatie verdacht is op de aanwezigheid van een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen is bevestigd. Aangezien alleen licht verhoogde gehalten zijn gemeten, is een nader onderzoek in het kader van de Wet bodembescherming niet noodzakelijk. Vanuit milieukundig oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. Aanbevolen wordt om vrijkomende grond te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen.
Dit onderzoek kan niet gebruikt worden om grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, elders toe te passen.
Juust
25
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Op 23 februari 2021 is door MCG Zuidwest een asbestinventarisatie uitegevoerd (zie Bijlage 3). Er zijn geen asbesthoudende toepassingen waargenomen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
4.5
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. Met de gewenste ontwikkeling worden bedrijfsgronden (zonder risicorbronnen) gerealiseerd en een tweetal bedrijfsvilla's gerealiseerd. Deze zogenaamde bedrijfswoningen (van derden) zijn beperkt kwetsbare objecten. Coroos Aan de noord- en noordwestkant van het plangebied ligt het bedrijf 'Coroos Conserven'. Bedrijven kunnen een risicobron zijn voor wat betreft externe veiligheid door opslag of verwerking van gevaarlijke stoffen. Op het terrein van Coroos Conserven zijn twee installaties (LPG tanks) gelegen. Vanwege deze tanks is er een invloedsgebied van 425 meter, met als maatgevend aspect 'explosief'. Het plangebied ligt niet binnen de risicocontour van de bestaande risicobronnen. Het plangebied ligt wel voor een klein deel binnen het invloedsgebied van de inrichting 'Coroos Conserven' (zie afbeelding 7).
Afbeelding 7 | Uitsnede Risicokaart (bron: Risicokaart.nl, bewerking: Juust) Op het deel van het plangebied dat binnen het invloedsgebied ligt bestaat in de huidige situatie de planologische mogelijkheid om daar een woning te realiseren (kwetsbaar object). In de nieuwe situatie zijn hier alleen bedrijfsgebouwen mogelijk (geen kwetsbare objecten). De beoogde bedrijfsvilla's (beperkt kwetsbare
Juust
26
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
objecten) zijn gelegen aan de Smokkelhoekweg en vallen daarmee buiten het invloedsgebied. Daarmee worden de (beperkt) kwetsbare objecten op grotere afstand van de risicobron gesitueerd. Hierdoor vindt er een betere ruimtelijke scheiding tussen de risicobron en de gevoelige functies plaats. Echter, bij het vullen van de tanks kan brand ontstaan wat ertoe kan leiden dat er een zogeheten BLEVE ontstaat. Dit is het explosief vrijkomen van de brandbare gassen in een vuurbal welke tot 15 meter hoog kan reiken. De vuurbal zal circa 15 seconden duren. Voornaamste effecten hierbij zijn overdruk en hittestraling. De afstand van de dichtstbijzijnde LPG-tank tot het plangebied bedraagt ca. 290 meter. Op deze afstand zal er sprake zijn van een beperkte hittestraling die bij mensen buiten nog tot (dodelijk) letsel kan leiden. Voornaamste maatregel bij dit scenario is om in het BHV-/ontruimingsplan (indien een dergelijk plan vereist is) op te nemen om bij een (dreigende) BLEVE binnen te blijven en te schuilen. Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningsprocedure. Daarnaast is het van belang om dit handelingsperspectief kenbaar te maken aan gebruikers/aanwezigen van de panden. Deze maatregel is van toepassing op de nog te realiseren gebouwen binnen het invloedsgebied van Coroos. Dit betreft grofweg de noordoostelijke en oostelijke zijde van het plangebied.
Verder zijn er in de directe nabijheid van het plangebied geen risicobronnen aanwezig. Wegen en spoor In de directe omgeving zijn wel transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig. Het gaat om de A58 en de N289 (Rijksweg) en de spoorlijn Vlissingen – Bergen op Zoom. De afstand van het plangebied tot deze transportroutes bedraagt ca. 370 tot 430 meter. Voor de A58, de N289 en de spoorlijn geldt dat het gehele plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van ongevallen met toxische stoffen op deze transportroutes. Voor het spoor geldt dat het plangebied ook is gelegen binnen het invloedsgebied van ongevallen met brandbare gassen. Het maatgevende scenario hierbij is ook een BLEVE. Om de effecten van het vrijkomen van toxische stoffen te beperken advisereer de Veiligheidsregio de volgende maatregelen: 5.
6.
7.
Ventilatie: Maak de bedrijfsvilla's en andere toekomstige bedrijfsgebouwen luchtdicht afsluitbaar om te kunnen schuilen voor een toxisch scenario. Dit houdt in dat ramen, deuren en ventilatieroosters te sluiten zijn (inclusief automatische schuifdeuren) en dat de mechanische ventilatie met een druk op de knop is uit te schakelen. Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningverleningsprocedures van de betreffende objecten. Risicocommunicatie: Draag zorg voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. In de mail bij deze bijlage zit een infographic met het handelingsperspectief bij het vrijkomen van een gifwolk. Ons advies is dit om aan alle toekomstige gebruikers van de bedrijfsvilla's en bedrijfsgebouwen te verstrekken. BHV-/ontruimingsplan: Neem bovengenoemd handelingsperspectief ook op in de BHV-/ontruimingsplannen van de panden waarvoor een dergelijk plan conform het Bouwbesluit vereist is. Ook hierbij geldt dat dit geborgd kan worden in de vergunningsprocedure van de betreffende panden.
Voor een BLEVE op het spoor geldt, evenals bij Coroos, dat de hittestraling gelet op de afstand van het spoor tot het plangebied beperkt zal zijn en vooral mensen in de buitenlucht kan verwonden. Ook hierbij is de voornaamste maatregel om binnen te blijven en te schuilen. Deze maatregel kan opgenomen worden in de BHV-/ontruimingsplannen van de bedrijfspanden indien een dergelijk plan conform het Bouwbesluit vereist is. Borging hiervan kan plaatsvinden via de vergunningsprocedure. Daarnaast is het van belang om dit handelingsperspectief kenbaar te maken aan gebruikers/aanwezigen van de panden. Buisleidingen Bovendien liggen in het zuiden van het bedrijventerrein Smokkelhoek enkele planologische leidingen. Het invloedsgebied van één buisleiding reikt tot aan het plangebied. Dit betreft leiding A515, een hogedruk aardgasleiding. Het bijbehorend scenario is een fakkelbrand. Deze ontstaat wanneer de leiding, als gevolg van werkzaamheden, beschadigd raakt waarna het gas vrijkomt en direct ontsteekt. Dit leidt tot een brandende fakkel die tot ruim 400 meter de lucht in kan gaan. Het voornaamste effect hierbij is hittestraling. Een fakkelbrand wordt gekenmerkt door een eerste fase van ca. 20 seconden gevolgd door een stabiele fase. In de eerste fase zal de hittestraling het grootst zijn. De Veiligheidsregio heeft advies gegeven en geeft aan de
Juust
27
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
volgende maatregelen in acht te nemen. Maatregelen met betrekking tot fakkelbrand bij buisleiding De buisleiding heeft gelet op de werkdruk en diameter een invloedsgebied van 580 meter. De rand van het plangebied ligt op ca. 410 meter van de leiding. De afstand tot de te realiseren villa's bedraagt ca. 500 meter. Op deze afstanden komen in de eerste fase van 20 seconden mensen in de buitenlucht om het leven. Tevens kunnen aan of in gebouwen brandhaarden ontstaan. Maatregelen om de effecten te beperken zijn: 8.
9.
Situering (nood)uitgangen en vluchtroutes: Vanwege het risico op een fakkelbrand en daarmee de kans op het ontbranden van gebouwen, dienen de bedrijfsvilla's en andere toekomstige bouwwerken zodanig gesitueerd te worden dat aanwezigen bij een (dreigende) brand gelegenheid hebben te vluchten. Hierbij dient minimaal één (nood)uitgang van de risicobron (buisleiding) af gericht te zijn (naar het noorden). Alle (nood)uitgangen dienen aan te sluiten op de infrastructuur binnen en buiten het plangebied (Let wel dat vluchten pas dient plaats te vinden na de eerste fase van de fakkelbrand). Zorg dat gebruikers op de hoogte zijn van de handelingsperspectieven bij een fakkelbrand. Bij een fakkelbrand is dit in eerste instantie binnen blijven en schuilen aan de zijde van de bouwwerken die het verst van de buisleiding zijn afgelegen. Zeker in de eerste 20 seconden na het ontstaan van de fakkelbrand zullen personen buiten komen te overlijden. Indien, na de eerste fase, in gebouwen brand is ontstaan, dienen de aanwezigen de gebouwen in de stabiele fase te ontvluchten aan de zijde die het verst van de risicobron af ligt en in de richting van de risicobron af (in noordelijke richting). Neem dit op in het BHV-/ontruimingsplan van de bouwwerken waarvoor een dergelijk plan conform het Bouwbesluit vereist is. Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningsprocedure.
Bluswater en bereikbaarheid De bedoeling is om de Ambachtsweg in de huidige situatie door te trekken tot de bedrijfspercelen. Wordt hiervan afgeweken dan dient de ontsluiting te voldoen aan een toegangsweg die voldoet aan een aantal eisen (zie bijage Bijlage 4). De openbare weg kan voldoen als opstelplaats voor een tankautospuit, mits de opstelplaats kan plaatsvinden op maximaal 40 meter bij de bedrijfsvilla`s of maximaal 10 meter (dit laatste is van toepassing indien de inzetdiepte meer dan 60 meter bedraagt). Voor de opstelplaatsen gelden evengoed een aantal eisen.. Primair bluswater Aan de Smokkelhoekweg is één brandkraan aanwezig welke buiten de gestelde afstand valt die de handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” voorschrijft. Aan de Ambachtsweg is ook een brandkraan aanwezig welke op een (geschatte) afstand ligt van iets minder dan 100 meter. Een extra brandkraan op de drinkwaterleidingaan de Smokkelhoekweg ter hoogte van de terreintoegang van de bedrijfsvilla`s wordt door de Veiligheidsregio geadviseerd. Voor wat betreft de Ambachtsweg ligt de brandkraan net binnen de gestelde afstand die de handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” voorschrijft. Echter, wanneer de Ambachtsweg wordt doorgetrokken is het advies van de Veiligheidsregio om ook nog een brandkraan te realiseren op dat extra gedeelte.
Secundair bluswater Het is gewenst om een secundaire bluswatervoorziening in nabijheid te hebben. Op een afstand van ongeveer 1,2 km is er een waterpartij aanwezig die voldoet aan de eisen voor secundaire bluswatervoorziening. Echter is deze afstand groter dan de capaciteit van het huidige repressief arsenaal. Geadviseerd wordt om een secundaire bluswatervoorziening te realiseren met een capaciteit van 1500 l/min x 4 uur = 360m3. Deze dienen op een zo strategische mogelijke plaats te worden aangebracht. Alvorens tot uitvoering te gaan wordt geadviseerd om de ontwerptekeningen ter goedkeuring voor te leggen aan de Brandweer. Voor de opgave van watercompensatie zijn er verschillende mogelijkheden (zie 4.12 Water). In deze mogelijkheden zijn ook mogelijkheden om bovengenoemde bluswatervoorziening te realiseren. Door bovenstaande maatregelen in acht te nemen vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering om te komen tot vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
Juust
28
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
4.6
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. De bedrijfsvilla's zijn geluidgevoelige functies. De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is een burgerwoning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Wegeverkeerslawaai De Smokkelhoekweg heeft ter plaatse van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/uur. Op basis van de Wet geluidhinder is onderzoek (wegverkeerslawaai) niet noodzakelijk, omdat deze wet niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven.
Desondanks moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op de Smokkelhoekweg is naar verwachting een hogere verkeersintensiteit dan een gemiddelde 30 km/uur weg te verwachten. Dit komt door de gebiedsontsluitende functie van de kern Kapelle-Biezelinge. Bovendien wordt onder andere via de Smokkelhoekweg het bedrijventerrein ontsloten voor autoverkeer. Door de bedrijfsvilla's op 20 meter uit de westelijke perceelsgrens te realiseren is er voldoende afstand tot de Smokkelhoekweg zodat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Industrielawaai Zonering van een industrieterrein volgens de Wet geluidhinder is het ruimtelijke scheiden van (grote) lawaaimakers en geluidsgevoelige objecten. Deze scheiding ontstaat door het vaststellen van een zone rondom het industrieterrein waarin het toelaten van geluidsgevoelige objecten enkel onder voorwaarden mogelijk is. In dat kader is op 24 juni 2003 voor bedrijventerrein Smokkelhoek een geluidzone vastgesteld (zie afbeelding 9). Op grond van de wet behoort tot de geluidzone het gebied tussen het industrieterrein zelf en de buitengrens van de zone. Het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de geluidzone. Buiten een geluidzone mag de cumulatieve geluidbelasting als gevolg van alle bedrijven op het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen.
Juust
29
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Afbeelding 9 | Gezoneerd industrieterrein Smokkelhoek en geluidszone (bron: Provincie Zeeland, bewerking: Juust) Op het bedrijventerrein is een concentratie van bedrijfswoningen aanwezig aan de Fleerbosseweg. Daarnaast zijn aan de rand van het plangebied, aan de Smokkelhoekweg, ook al een aantal bedrijfsvilla's aanwezig. Het gaat hierbij om een specifiek type woningen waar andere eisen aan het woon- en leefklimaat mogen worden gesteld dan bij reguliere woningen. Bedrijfswoningen zijn immers per definitie aan bedrijvigheid gelieerd en liggen daarmee in het algemeen op een bedrijventerrein. In de directe omgeving van de bestaande bedrijfswoningen zijn daarom bedrijven uit milieucategorie 3.1 . Omdat de bedrijfswoningen op het gezoneerde industrieterrein staan, gelden overigens conform de Wet geluidhinder geen normen voor geluid. De Wgh beschermt geluidsgevoelige functies alleen in de zone van het gezoneerde bedrijventerrein. Voor het gezoneerde bedrijventerrein Smokkelhoek geldt een geluidzone met bijbehorende normen (grenswaarden, vastgestelde hogere waarden) waaraan bij vestiging, wijziging of uitbreiding van een bedrijf moet worden voldaan. Hiermee wordt gewaarborgd (onder andere door de provincie Zeeland, de beheerder van de geluidzone) dat ter plaatse van aanwezige geluidgevoelige functies in de omgeving een aanvaardbaar geluidniveau gehandhaafd blijft.
Voorwaarde blijft dat de geluidbelasting voor de omgeving niet groter mag zijn dan door middel van de geluidzone is vastgesteld en begrensd. Het is niet de bedoeling om de zone te vergroten door de buitenste grens van de zone naar buiten te verplaatsen. In dit bestemmingsplan wordt de gebiedsaanduiding 'gezoneerd industrieterrein' overgenomen. Hiermee ontstaat een koppeling met de geldende geluidzone. De bestemmingsregeling voor de nieuwe bedrijfspercelen zorgt ervoor dat de geluidhinder van die bedrijven in totaliteit van het bedrijventerrein wordt getoetst en begrensd door de reeds geldende geluidzone. De gemeente is voornemens om de geluidszone te optimaliseren en te actualiseren en daartoe op korte termijn te starten met onderzoek. Deze ontwikkeling wordt daarin opgenomen. De verwachting is dat er hierdoor geen consequenties zijn voor de woningen en andere geluidsgevoelige objecten in de bestaande geluidszone. Het aspect geluid vormt daarom geen belemmering om het gewenste plan te realiseren.
Juust
30
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
4.7
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.
4.8
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaand tabel. Dit is gebaseerd op 260,6 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal, zie 4.11 Verkeer en parkeren.
4.9
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). Er zijn sloopactiviteiten voorzien (woning Smokkelhoekweg 5). Het kan zijn dat daardoor beschermde soorten worden verstoord. Gebiedsbescherming
Juust
31
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Op 17 december 2020 heeft ATKB een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 5). Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied en niet in het NNN of overige provinciaal beschermde gebieden, waardoor bij voorbaat kan worden uitgesloten dat sprake is van een direct negatief effect op beschermde natuurgebieden. Op ruimte afstand van het plangebied liggen de natuurgebieden 'Kapelse Bos', op ongeveer 800 meter, en 'Smokkelhoek', op ongeveer 300 meter. Door deze afstand worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door geluid, trilling en licht) verwacht. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied 'Westerschelde & Saefthinge' en ligt op een afstand van ongeveer 1 km. Op ongeveer een afstand van 1,5 km ligt het Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse moer'. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de nieuwe AERIUS Calculator (2020) moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Voor zowel de realisatiefase (sloop- en bouw) als de gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie Bijlage 6). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn.
De gewenste ontwikkeling, voor het realiseren van bedrijfsgronden, heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Bij concrete bouwplannen en de daadwerkelijke aanvraag omgevingsvergunning(en) zal bepaald moeten worden of er een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is, en/of er ‘aanhaakplicht’ geldt in het kader van het verlenen van de omgevingsvergunning(en). Soortenbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming (Wnb) blijkt dat het plangebied een geschikte broedbiotoop is voor de sperwet, ransuil en boomvalk en vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Tevens is in het plangebied een geschikt broedbiotoop enkele categorie 5-soorten en overige algemene broedvogels aanwezig. Verder zijn in het plangebied geschikte vleermuisverblijfplaatsen aanwezig en delen van het plangebied maken deel uit van essentiële vliegroutes. Ten slotte is het plangebied geschikt voor strikt beschermde zoogdieren zoals de wezel en hermelijn en algemene soorten zoals de egel en enkele muizen. De ingreep heeft een negatief effect op de eventueel aanwezige sperwer, ransuil en boomvalk. De ingreep uitvoeren zonder eerst ontheffing gekregen te hebben is een overtreding van de Wnb. De ingreep kan een negatief effect hebben op categorie 5-soorten en overige algemene broedvogels.
Indien binnen het globale broedseizoen (1 maart tot 1 september) gewerkt wordt, kunnen nesten worden aangetast of vernietigd en kunnen individuen worden verwond of gedood. Dit is een overtreding van de Wnb. De ingreep heeft negatief effect op eventueel aanwezige gebouw- en boombewonende vleermuizen. Het aantasten of vernietigen van verblijfplaatsen en het verwonden of doden van vleermuizen is een overtreding van de Wnb. Tevens heeft het nóg een negatief effect op vleermuizen aangezien een essentiële vliegroute mogelijk wordt vernietigd. De ingreep kan een negatief effect hebben op de wezel en hermelijn. Het vernielen van verblijfplaatsen van wezel en hermelijn is verboden onder de Wnb. Voor de algemene soorten geldt dat deze in de provinciale verordening Wet natuurbescherming is opgenomen, en voor deze soorten een vrijstelling geldt. De zorgplicht is wel van kracht. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. In de periode maart t/m september 2021 is een nader ecologisch onderzoek door Melk en Honingh uitgevoerd (zie bijlage Bijlage 7). Uit dit onderzoek blijkt dat er geen broedlocatie of verblijfplaatsen van de sperwer, boomvalk, ransuil, vleermuizen, wezel en hermelijn waargenomen.
Er zijn om die reden dan ook geen mitigerende of compenserende maatregelen nodig.Het is ook niet nodig om ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen voor het verstoren van deze soorten of het (tijdelijk) vernielen van hun vaste verblijfplaatsen. Indien dit project (gedeeltelijk) uitgevoerd zal worden in de broedperiode, dient er rekening gehouden te worden met (grond)broedende vogels, dit geldt ook voor andere soorten (fazant, turkse tortel, kauw, koolmees). Het is raadzaam om het terrein al voor het broedseizoen beplantingsvrij te maken. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Juust
32
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
4.10
Niet gesprongen explosieven
In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waar op te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen. Het plangebied ligt niet in een aandachtsgebied voor niet-gesprongen explosieven.
4.11
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeerplaatsen Parkeren vindt zowel voor personenwagens als vrachtwagens plaats op de bedrijfskavels. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van het type zich te vestigen bedrijf en moet nader worden bepaald in het kader van de daartoe aan te vragen omgevingsvergunning. Verkeersgeneratie Bij de planontwikkeling is niet precieze invulling van het plangebied bekend. Voor de gebieden is het toch mogelijk om op globaal niveau te kunnen rekenen aan de effecten van de gewenste ontwikkeling. Als over een gebied met de functie 'werken' geen bedrijfsspecifieke informatie voor handen is, kan toch een globale berekening van de verkeersgeneratie op etmaalniveau worden gemaakt. De CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' onderscheidt vijf typen bedrijventerreinen. Het bedrijventerrein 'Smokkelhoek' is te typeren als 'gemengd terrein'. Dit is een terrein met een hindercategorie 1,2,3 of 4, bestemd voor reguliere bedrijvigheid.
Gemengde terreinen kennen een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid, voornamelijk bestaande uit lichtmoderne industrie en overige ('modale') industrie. Voor gemengd terrein gelden de volgende kencijfers voor het gemiddeld aantal motorvoertuigbewegingen per netto hectare bedrijventerrein per weekdagetmaal: 128 personenauto's; 30 vrachtauto's. Dit betekent een totaal van 158 motorvoertuigbewegingen per netto hectare bedrijventerrein per weekdagetmaal. Voor het bedrijventerrein met een oppervlakte van 16.495 m² betekent dit een verkeersgeneratie van 260,6 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Een deel daarvan zal direct via de Smokkelhoekweg ontsluiten. Een ander deel via de Ambachtsweg en de Kloosterweg. De toename van het aantal verkeersbewegingen heeft geen relevante effecten op de verkeerscapaciteit van de Smokelhoekweg en de Ambachtsweg/Kloosterweg, omdat de Smokkelhoekweg een gebiedsontsluitingsweg betreft en de Kloosterweg één van de hoofdontsluitingen van het bedrijventerrein.
4.12
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling
Juust
Uitwerking
33
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Veiligheid waterkeringen Het plangebied lig niet in en in de nabijheid van een waterkering. Het Waarborgen van het veiligheidsniveau en plangebied ligt wel tegen een secundaire watergang. In het rekening houden met de daarvoor plangebied is een tertiaire watergang gelegen. benodigde ruimte.
Juust
34
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. Op basis van planologisch redeneren bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer dan 80% van het bouwperceel. Met een plangebied van 16.438 m² (18.416 – 788 (groenstrook) – 1.190 (buiten bouwvlak)) is het maximum dat gebouwd kan worden 13.150 m². Uitgaande van een complete verharding van de bedrijfsgronden is er sprake 3.288 m² aan dichte bodemverharding. Een totaal van 16.438 m² aan verharding. In de bestaande situatie is het dakoppervlak ongeveer 368 m² en de dichte bodemverharding ongeveer 775 m². De totale oppervlakte, om mee te rekenen, is 15.295 m² (16.438 – 368 – 775). Uitgaande van een regenbui van 75 mm (maatgevend) houdt dit in dat er ongeveer 1.147 m³ aan extra waterberging noodzakelijk is. Met een bergende schijf van 1,19 m diep is een oppervlakte van 964 m² nodig voor de waterberging. Echter, op basis van feitelijk redeneren is de kans klein dat dat er precies 80% aan bebouwing komt en 100% verharding.
Omdat er nog geen concrete bouwplannen zijn is het bovenstaande een worst-case scenario en zal naar alle waarschijnlijkheid minder waterberging noodzakelijk zijn. Bovendien zijn er verschillende opties (of combinatie van opties) die het mogelijk kunnen maken om minder waterberging te moeten realiseren. De wens is om de daadwerkelijk te realiseren waterbergingsopgave uit te rekenen en te bepalen in de omgevingsvergunningsfase. Er is tenslotte nog geen sprake van een concreet bouwplan. Desondanks is inzichtelijk gemaakt hoe de waterberging gerealiseerd kan worden. Voor de inrichting van deze berging bestaat namelijk een aantal mogelijkheden. Hieronder de drie voorkeuren: 1. Waterberging met behulp van vertraagd afvoeren (wadi): de huidige tertiaire en secundaire watergangen langs het plangebied te verbreden. Daarnaast van de noordelijk gelegen greppel een volwaardige watergang te maken.
Juust
35
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Een kleine strook van de bestaande tertiaire watergang, aan de westkant van het plangebied nabij de bedrijfsvilla's, wordt gedempt. 2. Waterberging realiseren binnen peilgebied: waterberging kan aangelegd worden op eigen terrein of gezocht worden in het betreffende peilgebied .
3. Benodigde waterberging verminderen: aan de hand van de toekomstige bouwplannen kan bepaald worden of de benodigde maximale waterberging is te verminderen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om groene daken toe te passen of parkeerterreinen uit te voeren in open verharding (bijvoorbeeld grasbetontegels). Voorkomen overlast door hemel- en Het huishoudelijk afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater afvalwater via het bestaande gemeentelijke rioolstelsel en aangeboden voor Waarborgen optimale werking van de zuivering. zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen Het regenwater dat op het terrein valt wordt via de watergang van van (schone) verharde oppervlakken in het waterschap aan de zuidzijde van het plangebied afgevoerd. verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Juust
36
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. Er Voorkomen en tegengaan van wordt grondwateroverlast voorkomen door het realiseren van de grondwateroverlast en -tekort. Rekening waterberging(en). houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Het plangebied maakt geen deel uit van een Behoud of realisatie van een goede grondwaterbeschermingsgebied en ligt ook niet in de buurt van een grondwaterkwaliteit. Denk aan dergelijk gebied. De grondwaterkwaliteit zal op deze locatie als grondwaterbeschermingsgebieden. gevolg van de ontwikkeling niet verslechteren. Oppervlaktewaterkwaliteit Het regenwater wordt gescheiden getransporteerd naar het Behoud of realisatie van goede oppervlaktewater (oppervlakkig of via een regenwaterriool). Er wordt oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten nieuw oppervlakte gerealiseerd en/of wordt de bestaande watergang van de veerkracht van het watersysteem. verbreed. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Niet van toepassing. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling Er wordt geen grondwater onttrokken en hemelwater wordt zoveel Voorkomen van maatregelen die (extra) als mogelijk op het terrein teruggevoerd. Bodemdaling wordt dan ook maaiveldsdalingen in zettinggevoelige niet verwacht. gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Met de gewenste ontwikkeling worden waardevolle wateren en natte Ontwikkeling/bescherming van een rijke natuur niet aangetast. gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Onderhoud van de oppervlaktewateren is een gedeelde Oppervlaktewater moet adequaat verantwoordelijkheid van het waterschap en de gemeente. Binnen de onderhouden worden. Rekening houden onderhoudsstrook van 7 meter langs de secundaire watergang met obstakelvrije onderhoudsstroken worden in principe geen gebouwen/bouwwerken geprojecteerd. vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Binnen de beschermingszone mag niet zonder ontheffing van het Waterschap gebouwd en opgeslagen worden. Dit beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van een waterkeringen/of de veiligheid ervan wordt aangetast, de berging (incl. aan-en afvoer) van de watergang wordt verminderd of het onderhoud wordt gehinderd. Eventuele vergunningen worden alleen verleend als waterstaatkundige belangen niet in het gedrang komen.
Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom In het plangebied zijn geen gronden en objecten van het waterschap waterbeheerder gelegen. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap N.v.t.
Juust
37
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
4.13
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein (D 11.3).
De bijbehorende drempelwaarde is gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. De gewenste ontwikkeling valt ver onder deze drempelwaarde. Een vormvrije m.e.r-beoordeling is noodzakelijk. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 8). Op basis van deze notitie (en voorgaande paragrafen) is gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
4.14
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
38
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan voorziet in het realiseren van bedrijfsvilla's en bedrijfsgronden t.b.v bedrijfsgebouwen. Dit betreft een bouwplan, zoals dat hierboven is benoemd. De gemeente Kapelle sluit met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst waarin onder andere het kostenverhaal is geregeld. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Ook eventuele planschade wordt op de initiatiefnemer verhaald. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De direct omwonenden, Smokkelhoekweg 1 t/m 7 zijn op de hoogte gebracht van de ontwikkeling. Ze zijn tevens op de hoogte gehouden door middel van persoonlijk contact. Met de bewoner(s) van Smokkelhoekweg 7 is, vanwege de niet correcte grenzen van de percelen, de afspraken via de mail vastgelegd waarbij is aangegeven dat er geen bezwaar is tegen de ontwikkeling. Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. De veiligheidsregio heeft 29 januari 2021 een advies gegeven dat verwerkt is in het ontwerpbestemmingsplan. Het waterschap heeft op 10 september 2021 gereageerd: de watercompensatie is vastgesteld op 1.147 m² maar dat is afhankelijk van waar dit gecompenseerd wordt, dan kan de watercompensatie in m² worden berekend. Daarnaast geeft het waterschap aan dat de keurstroken weliswaar 7 meter breed bedragen, maar in dit gebied kan worden volstaan met onderhoudsstroken van 5 meter breed. De provincie heeft tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan gereageerd, zie onderstaand.
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan ''Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)' heeft met ingang van 17 juni 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn drie zienswijzen en één reactie ingediend (zie bijlage Bijlage 9).
Juust
39
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Juust
40
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Bijlagen bij toelichting
Juust
41
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
Bijlage 1 Archeologisch onderzoek
Juust
42
Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)
ARTEFACT! RAPPORT 609
Biezelinge Smokkelhoekweg 5 Gemeente Kapelle Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
F.M.J. Delporte
Colofon Titel
Biezelinge Smokkelhoekweg 5. Gemeente Kapelle. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
Auteur(s)
drs. F.M.J. Delporte
Artefact rapport
609
Status rapport
Definitief
Datum
14 mei 2021
Projectcode
2021ART11
Projectmedewerker(s)
drs. F.G.R. D’hondt en drs. J.E.M. Wattenberghe (veldwerk)
ISSN
2213 7424
Autorisatie
Naam
drs. J.E.M. Wattenberghe (Senior KNA Prospector)
Paraaf
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed! Riemensstraat 9 4543 BW Zaamslag T 0115 851614 E info@artefact-info.nl W www.artefact-info.nl
© Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed, 2021 Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van het hierin verwoorde advies.
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................................................. 4 Administratieve Gegevens ...........................................................................................................................................5
1
Inleiding ............................................................................................................................................ 7 1.1 Aanleiding van het onderzoek ..................................................................................................................... 7 1.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen.............................................................................................8 1.3 Wettelijk kader en beleid .............................................................................................................................9 1.4 Plangebied, onderzoeksgebied en planvorming ........................................................................................ 10
2
Archeologisch bureauonderzoek ....................................................................................................... 12 2.1 Methoden .................................................................................................................................................. 12 2.2 Landschap en geologie .............................................................................................................................. 13 2.2.1
Landschappelijke ontwikkeling ..................................................................................................... 13
2.2.2
Aardkundige waarden .................................................................................................................. 16
2.3 Historie ...................................................................................................................................................... 21 2.3.1
Historisch-geografische ontwikkeling ........................................................................................... 21
2.3.2
Verstoringsgeschiedenis ...............................................................................................................25
2.4 Archeologische waarden ........................................................................................................................... 27 2.5 Bouw- en cultuurhistorische waarden ........................................................................................................ 36 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................................................ 36 3
Inventariserend veldonderzoek ......................................................................................................... 40 3.1 Methoden .................................................................................................................................................. 40 3.2 Resultaten booronderzoek ........................................................................................................................ 41
4
3.2.1
Geologie en bodem ...................................................................................................................... 41
3.2.2
Archeologie ................................................................................................................................. 42
Conclusie en Advies .......................................................................................................................... 43 4.1 Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................................... 43 4.2 Advies ....................................................................................................................................................... 45 4.2.1.1
Besluit bevoegde overheid ....................................................................................................45
Lijst met figuren ........................................................................................................................................................ 47 Bronnen .................................................................................................................................................................... 48
Bijlage 1
AMZ-cyclus ..........................................................................................................................................50
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst en afkortingen .............................................................................................. 51
Bijlage 3
Tijdstabel .............................................................................................................................................52
Bijlage 4
Boorstaten ........................................................................................................................................... 53
3
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Samenvatting De initiatiefnemer heeft het voornemen om het plangebied, dat bestaat uit de bestaande woning Smokkelhoekweg 5 en de omliggende tuin- en groenpercelen, opnieuw te ontwikkelen. Het plangebied is gelegen binnen de kadastrale percelen Gemeente Kapelle, Sectie E, nr. 3201 en Sectie S, nr. 852, 853 en 854. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 18.400 vierkante meter. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het bestaande bestemmingsplan. Om de plannen mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. In het kader hiervan heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. In het kader van het bureauonderzoek werd een groot aantal bronnen bestudeerd die geleid hebben tot een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een verkennend booronderzoek. Op basis van de resultaten dit onderzoek kan gesteld worden dat: Binnen het plangebied de bovenzijde van het natuurlijk profiel uit afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bestaat. Deze bestaan uit kreekafzettingen die naar boven toe in een steeds minder actief milieu zijn afgezet. Onder deze afzettingen bevindt zich het Hollandveen.
Dit veen bovenin geërodeerd, bij één boring is de top van het veen veraard, het betreft hier evenwel ook geen intact veenpakket. De onder het Hollandveen gelegen afzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn kleiig; De bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren in het grootste deel van het plangebied opgenomen is in een doorwerkte laag. Deze laag is naar verwachting het resultaat van het historisch gebruik van het plangebied als boomgaard; Er in en op het Laagpakket van Walcheren geen potentiële archeologische niveaus aanwezig zijn. De archeologische verwachting voor de middeleeuwen en nieuwe tijd is hier dan ook laag. Het ongestoorde Laagpakket van Walcheren kan aangetroffen worden vanaf een diepte van minimaal 0,3 m -mv en maximaal 1,25 m -mv (0,12 m +NAP en 0,88 m -NAP); Gelet op het gegeven dat het Hollandveen bovenin geërodeerd is er een lage verwachting geldt voor resten uit de bronstijd tot Romeinse tijd. Het Hollandveen kan aangetroffen worden vanaf minimaal 2,1 m -mv (1,88 m -NAP); Er een lage archeologische verwachting geldt voor resten uit het neolithicum op het niveau van het Laagpakket van Wormer (vanaf minimaal 3m -mv/ 2,78 m -NAP); De archeologische verwachting voor de vroege prehistorie (Formatie van Boxtel en Basisveen), door de grote diepteligging niet getoetst kon worden en dan ook behouden blijft.
Concreet geldt dan ook een middelhoge verwachting voor resten uit het finaal-paleolithicum tot mesolithicum en een lage verwachting voor laatmesolithicum tot midden-neolithicum voor het oostelijke deel van het plangebied, vanaf een diepte van circa 9,05 m -mv (8,75 m -NAP, gegevens DINO-loket). Er zijn nog geen concrete plannen beschikbaar, het is dan ook onbekend waar en tot hoe diep met de herinrichting van het plangebied de bodem verstoord zal worden. Op basis van de archeologische verwachting en de te verwachten diepteligging van de eventuele aanwezige archeologische vindplaatsen is vervolgens een advies geformuleerd. Voorliggend rapport is ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid. Deze heeft het rapport goedgekeurd maar heeft wel besloten om enigszins van het in dit rapport geformuleerde advies af te wijken. Concreet is besloten om binnen het volledige plangebied een dubbelbestemming inzake archeologie aan te houden vanaf een diepte van 1,7 m -NAP (circa 2,4 m -mv) met een vrijstellingsoppervlakte tot 250 m2.
4
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
Administratieve Gegevens Projectnaam
Biezelinge Smokkelhoekweg 5. Gemeente Kapelle
Onderzoeksvorm
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
LOCATIE Provincie
Zeeland
Gemeente
Kapelle
Plaats
Biezelinge
Adres / Locatie
Smokkelhoekweg 5
Hoekpunten coördinaten RD
NW 56.420 / 387.865 ZO 56.612 / 387.805
Centrum coördinaat RD
56.516 / 387.866
Kaartblad
65H
Kadastraal perceel
Gemeente Kapelle, Sectie E, perceel 3201 en Sectie S, Perceel 852, 853 en 854
Oppervlakte plangebied
Circa 18.400 m²
Vigerende bestemmingsplan
Smokkelhoek (2013), enkelbestemmingen Wonen, Tuin en Groen, dubbelbestemming Waarde archeologie 2 (250 m2/0,4 m -mv)
NO 56.583 / 387.941 ZW 56.422 / 387.814
BEKENDE WAARDEN Gemeentelijke vindplaats
Geen
AMK status
Geen
Archis vondstlocatie
Geen
Zeeuws Archeologisch Depot
Geen (mail helpdesk d.d. 01-03-2021)
OPDRACHTGEVER Naam
MCG Zuidwest b.v.
Contactpersoon
dhr. P. de Jonge
Adres
Schouwerseweg 9, 4451 HS Heinkenszand
Telefoon
0113 567926
peter@mcgzuidwest.nl
BEVOEGDE OVERHEID Naam
Gemeente Kapelle
Contactpersoon
Dhr. P. Vogel
Adres
Postbus 79, 4420 AC Kapelle
Telefoon
14 0113
p.vogel@kapelle.nl
5
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
ADVISEUR BEVOEGDE OVERHEID Naam
Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband (OAS)
Contactpersoon
Dhr. K-J. R. Kerckhaert
Adres
Postbus 49, 4330 AA Middelburg
Telefoon
0118 670611
kjr.kerckhaert@erfgoedzeeland.nl
BEHEER EN PLAATS DOCUMENTATIE EN VONDSTEN Naam
Zeeuws Archeologisch Depot
Contactpersoon
dhr. J.J. H. van den Berg
Adres
Looierssingel 2, 4331 NK Middelburg Postbus 49, 4330 AA Middelburg
Telefoon
0118 670618
jjh.vanden.berg@erfgoedzeeland.nl
E-depot
EDNA (E-Depot Nederlandse archeologie via www.easy.dans.knaw.nl)
UITVOERDER Naam
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed.
Contactpersoon
dhr. J.E.M. Wattenberghe
Adres
Riemensstraat 9, 4543 BW Zaamslag
Telefoon
0115 851614
janwattenberghe@artefact-info.nl
ONDERZOEKSGEGEVENS Planologische aanleiding
Bestemmingsplanwijziging
Begin/einddatum veldwerk
10 maart 2021
Projectnummer Artefact
2021ART6
Archis onderzoeksmelding
4965530100
6
ARTEFACT RAPPORT 609
1
Inleiding
1.1
Aanleiding van het onderzoek
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
In opdracht van MCG Zuidwest heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd binnen een plangebied ten zuidoosten van het centrum van Biezelinge, gemeente Kapelle. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door het voornemen van de initiatiefnemer om de percelen binnen het plangebied opnieuw te ontwikkelen. Het plangebied omvat de bestaande woning Smokkelhoekweg 5 en de omliggende tuin- en groenpercelen, deze zijn gelegen binnen de kadastrale percelen Gemeente Kapelle, Sectie E, nr. 3201 en Sectie S, nr. 852, 853 en 854. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 18.400 vierkante meter (figuur 1 en 2).
Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2021.
Het plangebied is binnen bestemmingsplan Smokkelhoek (2013) gesitueerd in een gebied met de enkelbestemmingen Tuin‐Wonen‐Groen. Mogelijke archeologische waarden worden planologisch beschermd door een dubbelbestemming waarde archeologie 2. Binnen het gebied met waarde archeologie 2 geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 250 vierkante meter én dieper reiken dan 0,40 meter beneden maaiveld. Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 7
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het bestaande bestemmingsplan. Om de plannen mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. In het kader hiervan wordt het voorliggend archeologisch onderzoek uitgevoerd.
1.2
Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen
Conform de AMZ- cyclus start een archeologisch onderzoek steeds met een bureauonderzoek. Het doel van een bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied. Het resultaat is een standaardrapport met een advies op basis waarvan de bevoegde overheid een besluit kan nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. 1 De resultaten van het standaardrapport bureauonderzoek kunnen leiden tot één van de volgende uitkomsten: Er zijn onvoldoende data: er wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek Er zijn voldoende data: er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd Het doel van een inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en/of in het Programma van Eisen. Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek. Inventariserend veldonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied.
Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek kan uitgevoerd worden als een IVOproefsleuvenonderzoek (IVO-P waarbij veldwerk bestaat uit het aanleggen van proefsleuven en/of proefputten) of als een IVO-overig (IVO-O waarbij het veldwerk kan bestaan uit oppervlaktekartering, boringen, profielputjes of geofysisch onderzoek). Een inventariserend veldonderzoek kent drie mogelijke fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Het is vanzelfsprekend niet steeds noodzakelijk al deze fasen te doorlopen. De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Dit kan met een eenvoudige terreininspectie, maar ook door geo-archeologisch booronderzoek en het graven van profielputjes. Doel daarbij is het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor de volgende vormen van onderzoek. Tijdens de karterende fase wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen.
Tijdens de waarderende fase kan het waarnemingsnet verdicht worden om de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de archeologische resten vast te stellen Het resultaat van dit onderzoek is een standaardrapport met een waardering en een inhoudelijk selectieadvies (buiten normen van tijd en geld), op basis waarvan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) kan worden genomen. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien er onvoldoende data voor waardering en selectie-advies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. 2 Het advies kan dan zijn: vrijgeven, vervolgonderzoek en/of planologische bescherming. Het voorliggend onderzoek betreft een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O, verkennende fase). Conform de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch 1 SIKB, Protocol 4002, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4 2 SIKB, Protocol 4003, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4-5
8
ARTEFACT RAPPORT 609
BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5
onderzoek in de provincie Zeeland 2019 3 dient een archeologisch vooronderzoek in de Provincie Zeeland, behoudens anders besloten na overleg met de bevoegde overheid, immers (minimaal) te bestaan uit een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Daarbij dienen volgende vragen te worden beantwoord: Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd?
1.3
Wettelijk kader en beleid
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, hiermee is het Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed, dat zich in de bodem bevindt, beter te beschermen. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van archeologische onderzoeken. De Erfgoedwet moet samen met de (nog in werking te treden) Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk maken. Op landelijk niveau is een Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA2) opgesteld waarin het Zeeuws kleigebied als archeoregio een afzonderlijk hoofdstuk vormt en de regiogebonden onderzoeksthema’s en -vragen toegelicht worden. Daarnaast worden in deze NOaA2 ook per periode en complextype specifieke onderzoeksthema’s en –vragen geformuleerd die richtinggevend kunnen zijn bij onderzoek. Het beleid van de provincie Zeeland ten aanzien van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) is vastgelegd in de CultuurNota 2017-2020. In februari 2017 heeft het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland het ‘Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017’ vastgesteld. 4 In het toetsingskader is vastgesteld wanneer archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is indien de provincie als bevoegde overheid optreedt.