CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-44b. D21.258266 Bestemmingsplan 000360 BP01 VG01 Smokkelho 000360 BP01 VG01 Smokkelhoek 2e herziening

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Smokkelhoek 2e herziening (Smokkelhoekweg)31.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hollandveen Laagpakket – Formatie van Nieuwkoop Resten uit de bronstijd tot midden-ijzertijd kunnen voorkomen in de onderzijde van en het opgaand Hollandveen Laagpakket. Gedurende de bronstijd en midden-ijzertijd behoorde het plangebied echter tot een uitgestrekt veenmoeras waar de omstandigheden vermoedelijk te nat en ongunstig zijn voor bewoning. Gecombineerd met het ontbreken van vindplaatsen uit deze periode in Zeeland (met uitzondering van het duinengebied in Westenschouwen en het Pleistoceen dekzand in Nieuw Namen) wordt de archeologische verwachting voor deze periode laag ingeschat. In de (intacte) top van het Hollandveen kunnen vindplaatsen uit de late ijzertijd tot en met Romeinse tijd worden verwacht. De verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit deze periode in de top van het veen wordt op de Maatregelen in Lagen-kaarten hoog ingeschat. De resultaten van de onderzoeken in het industriegebied Smokkelhoek ten oosten van het plangebied (en de recente vondsten bij de ’s Heer Abtskerksezandweg in ‘s Gravenpolder 32 ) bevestigen deze hoge verwachting. Hier zijn namelijk vindplaatsen uit de Romeinse tijd aangetroffen. Deze vindplaatsen zijn waar het veen intact bewaard gebleven is goed bewaard.

Delen van het veen in dit gebied zijn geërodeerd en ook grotendeels gemoerd, echter ook in de gemoerde en verspoelde contexten zijn in deze zone Romeinse vondsten aangetroffen. Op basis van de resultaten van de eerdere vaststellingen in de Smokkelhoek kan de archeologische verwachting voor de bovenzijde van dit pakket dan ook als hoog behouden blijven waar dit intact is. In gemoerde en verspoelde zones (zoals dit mogelijk in het westen van het plangebied het geval is) vervalt de verwachting voor archeologische sporen maar geldt nog een middelhoge verwachting voor losse vondsten in het gemoerde pakket(indien van toepassing). In het plangebied wordt de bovenzijde van het Hollandveen op basis van de beschikbare gegevens verwacht op een diepte vanaf circa 2,15 m -mv (1,85 m -NAP).

32

Datering

Late ijzertijd - Romeinse tijd.

Complextype

Rurale nederzettingen, grafvelden, sporen gerelateerd aan ambachtelijke activiteiten, infrastructuur: grondsporen (paalsporen, afvalkuilen, greppels) en houten planken en paaltjes in het veen, ophooglagen, bodembewerking in functie van de landbouw.

Soort vindplaats

Vindplaatsen met grondsporen; mogelijk vondststrooiing; Off-site vindplaatsen.

Omvang

> 200 m2; de omvang van deze vindplaatsen varieert sterk en is afhankelijk van de aard van de vindplaats.

Onderzoek nog in uitwerking, mondelinge mededeling E. Coppens (Artefact!)

37

ARTEFACT RAPPORT 609

Uiterlijke kenmerken

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Vondstdichtheid

De archeologische resten zullen zich kenmerken door bewerkt natuursteen (zoals maalstenen), bewerkt organische resten (hout, bot) en aardewerk en bouwkeramiek. Tevens bestaat de mogelijkheid dat er houtskool wordt aangetroffen. Nederzettingsterreinen kunnen zich ook vertalen in een zwak heterogene en/of brokkelige, losse structuur in het veen, soms met bijmenging van klei. Zeer laag: < 40 per m².

Diepteligging

De top van het veen kan aangetroffen worden vanaf een diepte van circa 1,85 m - NAP.

Locatie

Volledig plangebied, in het westen mogelijk geërodeerd of gemoerd.

Gaafheid en conservering

Matig: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor o.a. organisch materiaal maar mogelijk aangetast. Omdat dit (bij aanvang) een relatief organisch rijk en vochtig niveau betreft en dit naderhand in een vochtig zuurstofarm pakket gelegen is zal naar verwachting de conservering van organische materialen redelijk goed zijn. Gegevens uit eerdere onderzoeken in de omgeving laten veronderstellen dat het betreffende niveau deels geërodeerd of gemoerd kan zijn.

Mogelijke verstoringen

Mogelijk deels aangetast door erosie of moernering.

Jong getijdenlandschap van het Laagpakket van Walcheren – Formatie van Naaldwijk Bij eerder onderzoek er plaatse van de Smokkelhoek in 2008 is plaatselijk bovenop het Hollandveen de aanwezigheid van een kleilaagje vastgesteld (met daarin sporen uit vermoedelijk de Romeinse tijd). De verwachting voor dit niveau is dan ook hoog gesteld. Het is evenwel niet geweten of het betreffende pakket ook binnen het plangebied tot ontwikkeling is gekomen en in welke mate dit pakket onderhevig is geweest aan erosie. Datering

Romeinse tijd.

Complextype

Rurale nederzettingen, grafvelden, sporen gerelateerd aan ambachtelijke activiteiten, infrastructuur: grondsporen (paalsporen, afvalkuilen, greppels), ophooglagen, bodembewerking in functie van de landbouw.

Soort vindplaats

Vindplaatsen met grondsporen; mogelijk vondststrooiing; Off-site vindplaatsen.

Omvang

> 200 m2; de omvang van deze vindplaatsen varieert sterk en is afhankelijk van de aard van de vindplaats.

Uiterlijke kenmerken

Vondstdichtheid

De archeologische resten zullen zich kenmerken door bewerkt natuursteen (zoals maalstenen), bewerkt organische resten (hout, bot) en aardewerk en bouwkeramiek. Tevens bestaat de mogelijkheid dat er houtskool wordt aangetroffen. Zeer laag: < 40 per m².

Diepteligging

De top van dit niveau is aan te treffen boven het veen, tot circa 1,85 m – NAP,

Locatie

Volledig plangebied, in het westen mogelijk geërodeerd of gemoerd.

Gaafheid en conservering

Matig: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor o.a. organisch materiaal maar mogelijk aangetast. Omdat dit (bij aanvang) een relatief vochtig niveau betreft en dit naderhand in een vochtig zuurstofarm pakket gelegen is zal naar verwachting de conservering van organische materialen redelijk goed zijn. Gegevens uit eerdere onderzoeken in de omgeving laten veronderstellen dat het betreffende niveau deels geërodeerd of gemoerd kan zijn.

Mogelijke verstoringen

Mogelijk deels aangetast door erosie of moernering.

38

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Op basis van het gegevens dat het plangebied voorafgaand aan de 12e eeuw in een getijdegebied, op de rand van een kreek, gelegen is en het feit dat er in de omgeving geen vroegmiddeleeuwse vindplaatsen of waarnemingen bekend zijn geldt voor deze periode een lage verwachting. Gedurende de late middeleeuwen en nieuwe tijd is het gebied (voor zover dit cartografisch te achterhalen is) in niet bebouwd buitengebied gelegen. Het is daarenboven niet centraal op de kreekrug of de naastgelegen oeverwallen is gelegen, die vanaf de late middeleeuwen als geprefereerde bewoningslocaties gelden, en bevindt zich buiten de oude dorpskernen die in de omgeving zijn ontstaan. Het maakt daarenboven gedurende de late middeleeuwen mogelijk deel uit van een zone die gemoerd wordt. Er geldt dan ook slechts een middelhoge verwachting voor de late middeleeuwen en een lage verwachting voor de nieuwe tijd. Het grondgebruik tot in de 20e eeuw (boomgaard) zal het bodemarchief plaatselijk tot onbekende diepte hebben verstoord. Datering

Late middeleeuwen

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, infrastructuur en nijverheid.

Soort vindplaats

Vindplaatsen met alleen grondsporen; mogelijk vondststrooiing; vindplaatsen; Vindplaatsen met een archeologische laag.

Omvang

Huisplaats: 500-2.000 m²; Nederzetting: 2.000-8.000 m².

Uiterlijke kenmerken

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; voorkomen van 'vuile' laag of antropogeen doorwerkte bodem/sporen(niveau); voorkomen van leef-, cultuur- of ophooglagen.

Vondstdichtheid

Hoog: > 80 per m².

Diepteligging

Vanaf het maaiveld c.q. onder de bestaande verstoring.

Locatie

Volledig plangebied

Gaafheid en conservering

Matig tot goed: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor o.a. organisch materiaal; mogelijk deels afgetopt/aangetast door (diep)ploegen en gebruik als boomgaard

Mogelijke verstoringen

Eventueel aanwezig vindplaatsen zullen deels aangetast zijn bij de realisatie van de bestaande bebouwing en het gebruik als boomgaard.

Off-site

39

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

3

Inventariserend veldonderzoek

3.1

Methoden

Het voorliggend hoofdstuk omvat de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O, verkennende fase). In de aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland staat immers beschreven dat het, op basis van het voorafgaand bureauonderzoek, opgestelde archeologisch verwachtingsmodel door een verkennend booronderzoek moet worden getoetst. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 (IVO-O) van de KNA 4.1, de Aanvullende Richtlijnen van de Provincie Zeeland (2019) en het hiertoe opgestelde Plan van Aanpak 33. Het verkennend booronderzoek is niet de meest geschikte methode voor het in kaart brengen van (de aan- of afwezigheid) van archeologische vindplaatsen; dit vormde evenwel ook niet het doel van het onderzoek, waarbij het bepalen van de landschappelijke vormeenheden en het toetsen van het archeologische verwachtingsmodel voorop staat. De strategie en werkwijze is afgestemd op de bovengenoemde richtlijnen en in onderstaande tabel opgenomen: Aantal boringen

15

Grid

35 m in verspringende rijen

Dichtheid

8 boringen per hectare

Plaats- en hoogtebepaling

RTK-GNSS (GPS & GLONASS, max. afwijking horizontaal/verticaal= 2 cm)

Boorgegevens

Digitaal vastgelegd op iPad

Gebruikte codelijsten - standaard

(afgeleide van) ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode) en ABR (Archeologisch Basis Register)

Boordiepte

Maximaal 4 m-mv/ 3,71 m-NAP

Gehanteerde boor

Edelmanboor (Ø 7 cm tot circa 1,0 m -mv), Gutsboor (Ø 3 cm)

Opsporen indicatoren

In het veld visueel door versnijden/verbrokkelen

Monstername

Geen

Oppervlaktekartering

Geen (gras, verhakseld hout, teelaarde)

Tijdens het beschrijven van de boringen is verder specifieke aandacht besteed aan de volgende geologische en bodemkundige kenmerken:  de aard, kleur en kalkgehalte van het sediment  aard van de laagovergangen (erosieverschijnselen)  de genese van de laag  bodemvormende kenmerken (bodemvorming/veraarding, ontkalking, rijping e.d.)  de diepteligging van het reductievlak De boorpuntenkaart wordt afgebeeld op figuur 18, de boorstaten zijn opgenomen in bijlage 4.

33

Delporte, 02-03-2021: Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen Biezelinge 40 Smokkelhoekweg 5. Artefact, Zaamslag.

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Figuur 18 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors.

3.2

Resultaten booronderzoek

3.2.1

Geologie en bodem

Onderin de uitgevoerde boringen is tussen 3 en 3,75 m -mv (2,78 en 3,26 m -NAP) de top van het Laagpakket van Wormer vastgesteld. De afzettingen van dit laagpakket bestaan uit matig tot zwak siltige, (matig) slappe, lichtgrijze klei met sporen van riet in de top. Deze afzettingen worden afgedekt door het Hollandveen Laagpakket, waarvan de top is vastgesteld tussen 2,1 en 2,75 m -mv (1,88 en 2,46 m -NAP). Het Hollandveen bestaan aan de basis uit donkergeelbruin en zwartbruin, zwak tot matig amorf rietveen. Naar boven toe gaat dit over in sterk (rood)bruin bosveen (met veelal wat resten van hout, riet, plaatselijk wat mos en regelmatig lagen met platgeslagen rietwortels). De bovenzijde van het veenpakket is zwartbruin tot donkerbruin, sterk amorf en regelmatig zwak kleiig. De dikte van het veen bedraagt tussen 0,7 en 1,1 m. De bovenzijde van het veen is in elke van de boringen geërodeerd en gaat scherp over op het bovenliggende Laagpakket van Walcheren. Er is enkel in boring 5 sprake van een veraarde veentop (zwak kleiïg sterk amorf en veraard veen), die evenwel eveneens bovenin geërodeerd is. De bovenzijde van dit veenpakket is gelegen op 2,5 m -mv (2,06 m -NAP) en ligt dan ook niet hoger dan de bovenzijde van het veen in de overige boringen (eerder op de gemiddelde hoogte). Bovenop het veen bevindt zich afzettingen van het Laagpakket van Walcheren.

Deze afzetting bestaan uit kreekafzettingen. Aan de basis betreft dit sterk silige (donker)grijze zanden en kleien met plaatselijk zand- en

41

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

kleilaagjes. Op de overgang naar het onderliggende (geërodeerde) veen betreft dit veelal en pakketje slappe donkergrijze klei met plaatselijk humeuze laagjes, zandige laagjes, verslagen veen, schelplagen en schelpen in leefstand. Naar boven toe is in het pakket steeds een afname van de siltigheid waar te nemen en gaan de afzettingen over van kalkrijk naar kalkloos. Deze overgang is steeds geleidelijk en daardoor niet exact te begrenzen, globaal is deze overgang gelegen op een diepte tussen 0,95 en 2 m -mv (0,58 en 1,56 m -NAP). De bovenste kalkloze afzettingen bestaan eveneens uit (licht)grijze klei- en zand maar vertonen vrijwel geen fijne gelaagdheid met klei- en of zandbandjes. De bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren is in 11 van de uitgevoerde boringen (1, 2, 4 ,6 ,7, 8, 10, 11, 12, 14 en 15) opgenomen in een doorwerkt pakket. Dit bestaat uit afzettingen van het Laagpakket van Walcheren die doorworteld en licht doorwerkt zijn. De onderzijde van dit pakket is gelegen op een diepte tussen 0,5 en 1,15 m -mv (0,02 m +NAP en 0,64 m -NAP). In deze doorwerkte laag komen plaatselijk wat puin- en houtskoolspikkels voor. De doorwerking en -worteling van dit pakket is te relateren aan het historische gebruik als boomgaard. Bij boring 13, gelegen onmiddellijk ten oosten van de bestaande bebouwing) is het profiel verstoord tot 1,25 m – mv (0,88 m -NAP).

Bovenin de boorprofielen is (met uitzondering van boringen 12 en 14) een 0,15 tot 0,6 m dikke bouwvoor of teelaardelaag gelegen. Deze bevat eveneens plaatselijk wat puinspikkels. Deze teelaarde dekt ook het heterogene pakket in boring 13 af. Boring 12 is gelegen in een zone waar bomen gerooid en verhakseld zijn, hier is de teelaarde geheel opgenomen in een verhakselde bodem (tot 0,25 m -mv/ 0,23 m +NAP). Bij boringen 1, 5 en 14 is de bodem vrij recent opgehoogd. In boringen 1 en 5 is dit 0,5 tot 0,6 m dikke opgebrachte pakket bovenop de bouwvoor gelegen, bij boring 14 gaat het opgebrachte pakket rechtstreeks over op het doorwerkte Laagpakket van Walcheren (op 0,9 m -mv/ 0,48 m -NAP).

3.2.2

Archeologie

In verschillende boringen zijn in de bouwvoor/teelaarde en de doorwerkte laag puinspikkels en enkele houtskoolspikkels aangetroffen. Voor het plangebied is geen bewoning of bebouwing gekend in de nieuwe tijd voorafgaand aan de 20e eeuw. Het gebied is wel gebruikt als boomgaard. De vastgestelde resten vormen dan ook naar verwachting geen indicatie voor de aanwezigheid van een vindplaats. Zij zijn eerder toe te schrijven aan het historische grondgebruik.

42

ARTEFACT RAPPORT 609

4

Conclusie en Advies

4.1

Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het bureauonderzoek is een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen beantwoord worden en het verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden.  Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? Binnen het plangebied bestaat de bovenzijde van het natuurlijk profiel uit afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Deze bestaan uit kreekafzettingen die naar boven toe in een steeds minder actief milieu zijn afgezet. Onder deze afzettingen bevindt zich het Hollandveen. Dit veen bovenin geërodeerd, bij één boring is de top van het veen veraard, het betreft hier evenwel ook geen intact veenpakket. De onder het Hollandveen gelegen afzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn kleiig. In het grootste deel van de boringen is bovenin het boorprofielen een doorwerkte laag aanwezig.  Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? De bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren is opgenomen in de doorwerkte laag. Deze laag is naar verwachting het resultaat van het historisch gebruik van het plangebied als boomgaard.

Enkel bij boring 3 en 9 gaat de bouwvoor/teelaarde onmiddellijk over op de ongestoorde afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (op 0,45 m mv/ 0,27 m -NAP en 0,4 m -mv/ 0,03 m -NAP). Bij boring 13 is de bodem verstoord tot 1,25 m -mv (0,88 m -NAP).

 Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Er zijn binnen het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen vastgesteld.  Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Op basis van het onderzoek kan de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek gedeeltelijk onderschreven en gedeeltelijk bijgesteld worden. In het plangebied zijn in en op het Laagpakket van Walcheren geen potentiële archeologische niveaus vastgesteld. De in het plangebied aanwezige doorwerkte laag is eerder het resultaat van het gebruik als boomgaard. De archeologische verwachting voor de middeleeuwen en nieuwe tijd is hier dan ook laag. Het ongestoorde Laagpakket van Walcheren kan aangetroffen worden vanaf een diepte van minimaal 0,3 m -mv en maximaal 1,25 m -mv (0,12 m +NAP en 0,88 m -NAP). De bovenzijde van het veen is geërodeerd.

Enkel in boring 5 lijkt nog sprake van wat verraad veen, maar hier is het veen niet hoger gelegen (eerder op een gemiddelde hoogte aangetroffen), waardoor de aanwezigheid van een wat veraarde top niet onmiddellijk als minder diep geërodeerd (en dus meer intacte) veenpakket kan worden gezien. Ook zijn bovenin het veen nergens antropogene ophooglaagjes of heterogene lagen aangetroffen. Om die reden wordt de hoge archeologische verwachting voor resten uit de late ijzertijd tot Romeinse tijd bijgesteld naar een lage verwachting. De lage verwachting voor resten uit de bronstijd tot midden ijzertijd blijft behouden. Het Hollandveen kan aangetroffen worden vanaf minimaal 2,1 m -mv (1,88 m -NAP). Het veraarde pakketje is echter aangetroffen op 2,5 m -mv (2,06 m NAP), ter vergelijking, de archeologische vindplaatsen met Romeinse resten op het veen die in de omgeving zijn

43

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

aangetroffen (SmokkelhoeK 34 en het recente onderzoek aan de ’s Heer Abtskerksezandweg in ‘s Gravenpolder 35) zijn telkens gelegen op een diepte van circa 1,4 tot 1,6 m -NAP. De lage archeologische verwachting voor resten uit het neolithicum op het niveau van het Laagpakket van Wormer (vanaf minimaal 3 m -mv/ 2,78 m -NAP) blijft eveneens behouden. De archeologische verwachting voor de vroege prehistorie (Formatie van Boxtel en Basisveen) kon, door de grote diepteligging niet getoetst worden en blijft dan ook behouden. Concreet geldt dan ook een middelhoge verwachting voor resten uit het finaal-paleolithicum tot mesolithicum en een lage verwachting voor laat-mesolithicum tot middenneolithicum voor het oostelijke deel van het plangebied, vanaf een diepte van circa 9,05 m -mv (8,75 m -NAP, gegevens DINO-loket).

Figuur 19 Archeologische verwachtingskaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors.

 Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? Er zijn nog geen concrete plannen beschikbaar, het is dan ook onbekend waar en tot hoe diep met de herinrichting van het plangebied de bodem verstoord zal worden.  Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Deze vraag wordt in het volgende hoofdstuk 4.2 beantwoord.

34 Zie De Groot, 2008. 35 Onderzoek nog in uitwerking, mondelinge mededeling E. Coppens (Artefact!)

44

ARTEFACT RAPPORT 609

4.2

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Advies

In bovenstaande hoofdstukken wordt het archeologisch potentieel binnen het plangebied geïllustreerd. Hieruit blijkt dat binnen het oostelijke deel van het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor archeologische waarden uit het finaal-paleolithicum tot mesolithicum. Dit op het niveau van de Formatie van Boxtel. De diepteligging van dit niveau is met een regulier booronderzoek niet te bereiken en is dan ook tijdens voorliggend onderzoek niet kunnen vastgestelde worden. Het niveau bevindt zich naar verwachting op een diepte van 9,05 m -mv (8,75 m -NAP). In de overige delen van het plangebied, en in de niveaus hoger dan 9,05 m -mv (8,75 m -NAP) in het oosten van het plangebied, geldt een lage verwachting op het aantreffen van vindplaatsen.

Op basis van de archeologische verwachting en de te verwachten diepteligging van de eventuele aanwezige archeologische vindplaatsen wordt dan ook aanbevolen om in het nieuwe bestemmingsplan voor het oostelijke deel van het plangebied een dubbelbestemming voor archeologie op te nemen (rode zone op figuur 19), waarbij vrijstellingsgrenzen uit het geldende gemeentelijk beleid voor wat betreft dit deel van het plangebied bijgesteld worden naar een diepte 9 m –mv (8,7 m -NAP) (hierbij is het niveau van Basisveen aangehouden, dit omdat eventueel aanwezige vindplaatsen uit de vroege prehistorie met name zullen bestaan uit oppervlakte vondstspreidingen en het dan ook van belang is dat de overgang van het Basisveen naar de Formatie van Botel ook archeologisch beschermd wordt). Voor de overige delen van het plangebied (geel op figuur 19) wordt geadviseerd geen dubbelbestemming meer op te nemen. Dit betekent verder dat archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht voor het grootste deel van het plangebied. Voor wat betreft het oostelijke deel van het plangebied betekent dit dat indien de geplande werkzaamheden hier niet dieper reiken dan 9 m -mv (8,7 m -NAP), hier eveneens geen vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Bijkomend dient ook het volgende opgemerkt.

Het is niet uit te sluiten dat voor de hoger gelegen niveaus waarvoor geen vervolgonderzoek aanbevolen is desondanks toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen: Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.

4.2.1.1

Besluit bevoegde overheid

Voorliggend rapport is ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid. Deze heeft het rapport goedgekeurd maar heeft wel besloten om enigszins van het in dit rapport geformuleerde advies af te wijken. Concreet is besloten om binnen het volledige plangebied een dubbelbestemming inzake archeologie aan te houden vanaf een diepte van 1,7 m -NAP (circa 2,4 m -mv) met een vrijstellingsoppervlakte van 250 m2. Deze vrijstellingsdiepte is gebaseerd op de diepteligging van het Hollandveen. Deze diepteligging is namelijk vergelijkbaar met het niveau waarop in de omgeving archeologische resten zijn aangetroffen en in 2018 opgegraven, waardoor het niet uitgesloten is dat ondanks de aanwijzingen voor erosie van de bovenzijde van het veen binnen het plangebied alsnog archeologische resten aanwezig kunnen zijn.

45

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Figuur 20 Het selectiebesluit. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors.

46

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2021. ....................................... 7 Figuur 2 Overzicht van de bestaande situatie. Bron: ESRI Nederland, Beeldmateriaal.nl. ........................................... 11 Figuur 3 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Zwarte stip: globale ligging plangebied. Bron: Vos en de Vries 2013. .......................................................................................................................................................................... 15 Figuur 4 Uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: van Rummelen, 1978. ................................................................. 17 Figuur 5 Bodemkaart van de Polder “De Brede Watering bewesten Yerseke” door van der Meer uit 1952. ................. 18 Figuur 6 Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus en De Lange, 1986. ...................................................... 19 Figuur 7 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DTM). 20 Figuur 8 Bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DTM). 20 Figuur 9 Ostium Scaldis fluvii cum insulis quas efficit uit het midden van de 16e eeuw, door C. Sgrooten, 1573. Bron: Koninklijke Bibliotheek België.

.................................................................................................................................. 21 Figuur 10 Uitsnede van de Zelandiae comitatus novissima tabula, door Visscher en Roman, vervaardigd omstreeks 1656. Bron: Nationale Bibliotheek Frankrijk. .............................................................................................................. 23 Figuur 11 Kaarte van het Oostelyk gedeelte van Zuydbeveland door W.T. Hattinga uit 1747-1748. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr. 293_126. ................................................................................................................................ 24 Figuur 12 Gedigitaliseerde versie van het Minuutplan van de Kadastrale Kaart uit 1811-1832. Bron: Geoloket Provincie Zeeland. ....................................................................................................................................................................25 Figuur 13 Uitsneden van de topografische (militaire) kaarten uit 1850 tot 2005. Bron: Esri Nederland/ Kadaster. ...... 26 Figuur 14 Monumenten, onderzoeken en vondstlocaties en gemeentelijke vindplaatsen. Gegevens ontleend aan Archis 3 en gemeentelijke beldisdocumenten. ...........................................................................................................

31 Figuur 15 Luchtfoto van 10 september 1944. Foto genomen door de RAF. Bron: WUR Library, ID 3266. .................... 34 Figuur 16 Luchtfoto uit 1970. Bron: Provincie Zeeland, Atlas van Zeeland. ................................................................. 35 Figuur 17 Luchtbeeld uit 2007. Bron: Provincie Zeeland, Atlas van Zeeland. ............................................................... 35 Figuur 18 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors. ............................................................................................................................................................. 41 Figuur 19 Archeologische verwachtingskaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors. ....................... 44 Figuur 20 Het selectiebesluit. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors................................................. 46

47

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Bronnen Literatuur Alkemade, M., R.M. van Heeringen & W.A.M. Hessing, 2011, Archeologiebeleid gemeente Kapelle. Deel A: Beleidsnota archeologie, Vestigia-rapport V703-A, Amersfoort. Bazen, M.A., 1987. Bodemkaart van Nederland, 1:50.000 blad 49 West Bergen op Zoom, Stiboka, Wageningen. Brugman, B.A., R.M. van Heeringen en R. Schrijvers, 2011. Archeologiebeleid gemeente Reimerswaal. Deel B: Toelichting beleidskaart, Vestigia-rapport V703-B, Amersfoort. Brus, D.J. en G.W. de Lange, 1986. Geomofologische Kaart van Nederland, kaartblad 48 (gedeeltelijke) – 42 (gedeeltelijk) – 47 (gedeeltelijk) Middelburg – Zierikzee - Cadzand, Schaal 1:50.000. Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Coen, I., 2008. De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde. Waterbouwkundig laboratorium 19332008. Vlaamse Overheid, s.l. de Groot, R.W., 2008. Plangebied Smokkelhoek, Sectie S, perceelnummer 178, gemeente Kapelle; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP-rapport 1721, Weesp. Dekker, C., 1971. Zuid-Beveland: de historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de Middeleeuwen, Van Gorcum, Assen. Jansen, B., 2003a. Plangebied Smokkelhoek, gemeente Kapelle; een inventariserend archeologisch onderzoek. Raaprapport 929, Weesp. Jansen, B., 2003b.

Plangebied Smokkelhoek, gemeente Kapelle; een (aanvullende) oppervlaktekartering op twee percelen. Raap-notitie 494, Weesp. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, 19 februari 2018, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Meijlink, B., 2005. Biezelinge, Middenweg (bedrijventerrein Smokkelhoek perceel S409, gemeente Kapelle). Een Inventariserend Veldonderzoek met proefsleuven. ADC-Rapport 438, Amersfoort. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 20172020. Middelburg. van den berg, J.J.H en K.-J. Kerkhaert, 2018. Romeinse bewoning in Smokkelhoek. Een archeologische veldkartering door de AWN te Biezelinge (gem. Kapelle) in 2006-2008. Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, Middelburg. van der Meer,K., 1952. Bodemkaart van de polder “de Brede Watering Bewesten Yerseke.” Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. van Rummelen, F.F.F.E., 1978. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem.

48

ARTEFACT RAPPORT 609

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Vlam, A.W., 1946. Bijdragen tot de geschiedenis van de Schelde. Archief, 1944-1945, pp. 32-50. Vos, P.C. and R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: Fischer, M.M., Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO, 59, 5-109. Vos, P. en S. de Vries 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 25 september 2019 gedownload van www.cultureelerfgoed.nl. Wilderom M.H., 1968. Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel 3: Midden Zeeland (Walcheren en Zuid-Beveland), Vlissingen

Websites Atlas van Zeeland: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland Bodemloket via www.bodemloketl.nl Bestemmingsplan: geraadpleegd op http://www.ruimtelijkeplannen.nl Geoloket Provincie Zeeland / Cultuurhistorische http://zldgwb.zeeland.nl/gwbh5/?Viewer=Cultuur%20Historie

Hoofdstructuur:

geraadpleegd

op

Databank RCE: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www. Ime.nl/ Zeeuws Archief: https://www.zeeuwsarchief.nl/ Wageningen University & Research: https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf

49

ARTEFACT RAPPORT 609

Bijlage 1

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

AMZ-cyclus

De KNA processen in relatie tot de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Bron: SIKB, Protocol 4001, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018:p.4

50

ARTEFACT RAPPORT 609

Bijlage 2

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Verklarende woordenlijst en afkortingen

Afkortingen - mv

beneden maaiveld

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

n. Chr.

na Christus

NAP

Nieuw Amsterdams Peil

v. Chr.

voor Christus

Woordenlijst Antropogeen

door menselijk handelen

ARCHIS

het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd

Erosie

verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water

Geul

rivier- of kreekbedding

Holoceen

geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse Tijd en de historische tijd

In situ

bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten

Moernering

veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof

OM-nummer

het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem

Sediment

afzetting gevormd door bezinksel of neerslag

Site

een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden

Vindplaats

een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie)

Vondst

alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties

51

ARTEFACT RAPPORT 609

Bijlage 3

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Tijdstabel

Tijdtabel Holoceen. Bron: Deeben J., E. Drenth, MF. Van Oorsouw en L. Verhart; 2005.

52

ARTEFACT RAPPORT 609

Bijlage 4

BIEZELINGE SMOKKELHOEKWEG 5

Boorstaten

53

Rapportage Archeologisch Booronderzoek

Project: Smokkelhoekweg 5 2021ART6 Plaats:

Biezelinge

Gemeente:

Kapelle

Opdrachtgever: MCG Zuidwest b.v.

Kaartblad:

65H

OM-nummer:

4965530100

Bepaling Locatie:

Dgps

Bepaling Maaiveldhoogte:

Dgps

Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort

Silt Humus Grind

Boring: 1

Project:

Datum: 10-3-2021 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Frederik D'hondt

Smokkelhoekweg 5 X: 56514,24

Y: 387797,99

Z: 0,52

Lithologie: Opmerking: Ondergrens:

Zand, kleiig Sterk humeus Matig fijn Zwart Graszode 5 -mv NAP: 0,47 Aard ondergr.:

Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Ondergrens:

Klei, matig siltig Matig stevig Licht Bruin-Grijs Kalkloos Opgebrachte grond 50 -mv NAP: 0,02 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Archeologie: Ondergrens:

Klei, matig zandig Matig stevig Donker Bruin-Grijs Kalkloos Oude akkerlaag Spoor baksteen 95 -mv NAP: -0,43 Aard ondergr.: Geleidelijk

Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Klei, matig zandig Matig stevig Grijs Donkergrijs -gevlekt Kalkloos Heterogeen Bodem: Gebioturbeerd Spoor roestvlekken Archeologie: Spoor baksteen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 115 -mv NAP: -0,63 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie: Klei, matig siltig Stevig Licht Grijs Kalkloos Bodem: Spoor roestvlekken Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 125 -mv NAP: -0,73 Aard ondergr.:

Geulafzettingen Geleidelijk

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Klei, matig zandig Matig slap Grijs Kalkloos Bodem: Weinig roestvlekken Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 145 -mv NAP: -0,93 Aard ondergr.:

Geulafzettingen Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Klei, zwak siltig Matig stevig Grijs Kalkloos Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 180 -mv NAP: -1,28 Aard ondergr.:

Geulafzettingen Geleidelijk

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Zand, sterk siltig Zeer fijn Donker Grijs Donkerblauwgrijs-gevlekt Kalkarm Bodem: Spoor roestvlekken Oxidatie-en reductieverschijnselen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 205 -mv NAP: -1,53 Aard ondergr.: Diffuus Boortype: Steekguts 3 Lithologie:

Zand, sterk siltig Zeer fijn Grijs Donkergrijs -gevlekt Kalkrijk Veel dunne humus-& kleilagen Bodem: Volledig gereduceerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 240 -mv NAP: -1,88 Aard ondergr.: Diffuus Zand, uiterst siltig Zeer fijn Grijs Kalkrijk Fragmenten van schelpen Veel dunne kleilagen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 270 -mv NAP: -2,18 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie:

Veen, zwak kleiig Zwart-Bruin Bosveen Sterk amorf Spoor riet Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 290 -mv NAP: -2,38 Aard ondergr.: Diffuus

Boortype: Steekguts 3

Lithologie:

Boortype: Steekguts 3

Lithologie:

Veen, mineraalarm Donker Bruin Bosveen Sterk amorf Spoor riet Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 365 -mv NAP: -3,13 Aard ondergr.: Diffuus

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, mineraalarm Donker Geel-Bruin Rietveen Matig amorf Opmerking: Onderin zwart met dertitus Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 375 -mv NAP: -3,23 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie:

Klei, zwak siltig Matig slap Licht Blauw-Grijs Kalkloos Spoor riet Lithostratigrafie: Laagpakket van Wierden Lithogenese: Kwelderafzettingen (schor) Ondergrens: 400 -mv NAP: -3,48 Boortype: Steekguts 3

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Boring: 2

Project:

Datum: 10-3-2021 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Jan Wattenberghe

Smokkelhoekweg 5 X: 56583,53

Lithologie: Bodem: Ondergrens:

Klei, sterk zandig Sterk humeus Donker Bruin Bouwvoor 10 -mv NAP: 0,05

Lithologie: Bodem: Archeologie: Ondergrens:

Klei, sterk zandig Zwak humeus Grijs-Bruin Bouwvoor Weinig puinspikkels Doorwerkt 60 -mv NAP: -0,45 Aard ondergr.:

Lithologie: Klei, matig zandig Grijs Bodem: Spoor roestvlekken Archeologie: Puinspikkel in top, mogelijk meegedraaid Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 70 -mv NAP: -0,55 Lithologie: Klei, zwak siltig Stevig Grijs Bodem: Weinig roestvlekken Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Ondergrens: 100 -mv NAP: -0,85

Lithogenese: Aard ondergr.:

Lithologie: Klei, sterk siltig Slap Grijs Bodem: Weinig roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 150 -mv NAP: -1,35 Lithologie: Zand, uiterst siltig Zeer fijn Grijs Bodem: Veel roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 195 -mv NAP: -1,80 Aard ondergr.:

Y: 387807,96

Z: 0,15

Boortype: Edelman 7

Scherp

Boortype: Edelman 7

Geulafzettingen Boortype: Edelman 7

Geulafzettingen Scherp

Boortype: Edelman 7

Geulafzettingen Boortype: Edelman 7

Geulafzettingen Geleidelijk

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Zand, matig siltig Zeer fijn Donker Grijs Bodem: Spoor roestvlekken Oxidatie-en reductieverschijnselen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Geulafzettingen Ondergrens: 210 -mv NAP: -1,95 Aard ondergr.: Geleidelijk

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Zand, sterk siltig Zeer fijn Donker Grijs Bodem: Volledig gereduceerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 235 -mv NAP: -2,20 Aard ondergr.:

Geulafzettingen Geleidelijk

Boortype: Steekguts 3

Geulafzettingen Scherp

Boortype: Steekguts 3

Lithologie:

Klei, matig siltig Slap Donker Grijs Aan de basis zandig Bodem: Volledig gereduceerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 260 -mv NAP: -2,45 Aard ondergr.: Lithologie:

Veen, mineraalarm Donker Rood-Bruin Bosveen Sterk amorf Spoor hout Top geerodeerd Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 310 -mv NAP: -2,95 Aard ondergr.: Diffuus

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, mineraalarm Rood-Bruin Matig amorf Opmerking: Spoor mos Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 330 -mv NAP: -3,15 Aard ondergr.:

Boortype: Steekguts 3

Diffuus

Lithologie:

Veen, mineraalarm Los Zwart-Bruin Rietveen Zwak amorf Weinig riet Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 340 -mv NAP: -3,25 Aard ondergr.: Scherp Lithologie:

Boortype: Steekguts 3

Klei, zwak siltig Matig slap Licht Grijs Kalkloos Spoor riet Opmerking: Platliggend riet Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Lithogenese: Kwelderafzettingen (schor) Ondergrens: 365 -mv NAP: -3,50 Boortype: Steekguts 3

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10769852/1