CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan Floraweg 8b inclusief bijlagen [10-4-2024] verkleind

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Floraweg 8b, Roelofarendsveen.32.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Deze maatregel is overigens alleen effectief tegen het optreden van een warme BLEVE. Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist veel bluswater bedoeld voor het koelen van de LPG-tank. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). De aanwezigheid van effectieve grootschalige bluswatervoorziening is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Evenwel is het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in de woningen gaan wonen/aanwezig zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig 8verspreiden9 tussen de reguliere doelgroepen.

Maatgevende scenario BLEVE Het maatgevende scenario is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Er wordt onderscheid gemaakt tussen een warme BLEVE en een koude BLEVE. Bij een warme BLEVE kan door een incident op de weg kan een brand ontstaan waarbij een tankwagen met LPG is betrokken. Vanwege oplopende temperaturen neemt dan de druk in de tank met LPG toe. Binnen circa 20 minuten leidt het vrijkomen en het ontsteken van de inhoud tot overdrukeffecten en een grote vuurbal, een BLEVE. Een koude BLEVE treedt op zonder of voordat de LPG-tankwagen (maximaal) is opgewarmd door een externe brand. Het scheuren van de tank wordt veroorzaakt door een plaatselijke verzwakking van de tankwand. De maximale druk en temperatuur worden in dit scenario niet bereikt. De hittestraling van een BLEVE is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Toelichting Vaststelling

45

Scenario toxische gassen Door een incident kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt. De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied opgemerkt worden door de herkenbare geur van ammoniak. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Scenario plasbrand Het plangebied bevindt zich op dermate grote afstand van de rijkswegen dat het scenario van een plasbrand binnen het plangebied niet van toepassing is. Vluchtmogelijkheden Bij de bouw van kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van de aanwezige risicobronnen, wordt onafhankelijk van de locatie van het incident een vluchtweg vanuit het object naar de omgeving geadviseerd, via de gevel(s) aan de afgekeerde zijde(n) van de risicobronnen. In het geval van een incident op de rijksweg A4 met een GF3 transportwagen kan men vluchten van de bron af via de voetpaden binnen het plangebied of het verbrede fietspad langs de zuidkant van het plangebied om vervolgens op het fietspad langs de Braassemdreef of de Floraweg uit te komen. Van daar kan men verder van de bron af richting het oosten of zuiden vluchten.

7.7.3 Conclusie Gezien het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. In het kader van het (voorontwerp) bestemmingsplan is de Veiligheidsregio Hollands Midden om advies gevraagd in relatie tot de ontwikkeling. Daarbij heeft de VRHM enkele adviezen gegeven om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten te beperken en/of de zelfredzaamheid van de aanwezigen en het optreden van de hulpdiensten te verbeteren. De voor het bestemmingsplan relevante elementen zijn aan deze paragraaf toegevoegd. De overige adviezen en maatregelen worden meegenomen in de nadere uitwerking van de bouw- en inrichtingstekeningen. 7.8

Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. Binnen het plangebied lopen geen planologisch relevante kabels of (hoogspannings)leidingen, anders dan behandeld in de paragraaf externe veiligheid. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen.

7.9 Duurzaamheid 7.9.1 Kader Nationaal klimaatbeleid In 2013 zijn er in het 8Energieakkoord voor duurzame groei9 reeds afspraken gemaakt over energiebesparing, stimuleren van duurzame energie en werkgelegenheid tussen de overheid, vakbonden, werkgevers en milieuorganisaties. Tijdens de klimaattop in Parijs in 2016 hebben 197 landen, waaronder Nederland, zich gecommitteerd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden met 1,5 graad als streefwaarde. In de Klimaatwet (2019) is vastgelegd dat broeikasgasuitstoot (ten opzicht van 1990) met respectievelijk 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 verminderd moeten worden. Daarnaast moeten er in 2050 een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie zijn. In het Klimaatakkoord dat op 26 juni 2019 door het kabinet is gepresenteerd staan afspraken met verschillende sectoren om de uitstoot van Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Toelichting Vaststelling

46

broeikasgassen tegen te gaan en de doelen uit de Klimaatwet te kunnen halen. Deze afspraken zijn ingedeeld per sector: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Zo is voor de gebouwde omgeving afgesproken dat in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn, en in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Hierbij is een centrale rol weggelegd voor gemeentes, en wordt een wijkgerichte aanpak gehanteerd. Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaatwaarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen.

Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien. BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m 2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). Gelijktijdig met en in aanvulling op de BENG-eisen is de nieuwe indicator TOjuli ingevoerd. Om het risico op oververhitting gedurende de zomer bij nieuwbouwwoningen te beperken wordt aan deze indicator een grenswaarde gesteld.

Deze grootheid geeft een indicatie van het risico op temperatuuroverschrijding en wordt bepaald aan de hand van de berekende koelbehoefte over de maand juli in de BENG-berekening volgens NTA 8800. 7.9.2 Onderzoek Met de nieuwe woningen wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de huidige wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid en energie. Zo zullen de nieuwe woningen gasloos worden gerealiseerd en voldoen aan de geldende BENG-eisen. 7.9.3 Conclusie Op het gebied van duurzaamheid wordt in ieder geval voldaan aan de huidige wettelijke vereisten.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Toelichting Vaststelling

47

8

Uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan.

Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.2.1 Voorbereidingsfase Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, een vooraankondiging worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Inspraak en overleg In voorbereiding op de planvorming heeft een informatieavond plaatsgevonden over het initiatief en de beoogde ontwikkeling van de woningbouw op het perceel. Daarbij zijn verschillende omwonenden en direct betrokken geïnformeerd en gehoord. Naar aanleiding van de beoogde plannen is daarbij overwegend positief gereageerd. Conform artikel 3.1.1 van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeentes en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het concept-ontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de betrokken overlegpartners. Van de volgende instanties is een overlegreactie ontvangen: - Omgevingsdienst West-Holland (ODWH); - Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM); - Hoogheemraadschap van Rijnland; - Provincie Zuid-Holland. Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Toelichting Vaststelling

48

Naar aanleiding van de ontvangen overlegreacties is het bestemmingsplan op verschillende punten aangepast. De omgevingsdienst heeft de diverse milieuaspecten en -onderzoeken bij het bestemmingsplan beoordeeld. Naar aanleiding daarvan zijn de m.e.r.-beoordeling, het stikstofdepositieonderzoek, het akoestisch onderzoek en het onderzoek externe veiligheid aangepast. Ook zijn enkele tekstuele aanvullingen gedaan in de toelichting, onder meer met betrekking tot natuur, milieuzonering en luchtkwaliteit. Verder is de formulering van de planregels met betrekking tot geluid aangepast. Voor wat betreft de overlegreactie en adviezen van de VRHM, zijn de voor het bestemmingsplan relevante elementen aan de paragraaf 8externe veiligheid9 toegevoegd. De overige adviezen en maatregelen worden meegenomen in de nadere uitwerking van de bouw- en inrichtingstekeningen. Op basis van de overlegreactie van het hoogheemraadschap is in het bestemmingsplan nader uitgewerkt hoe invulling wordt gegeven aan de benodigde watercompensatie. In de waterparagraaf (5.2) is inzichtelijk gemaakt wat de compensatieopgave is, en op welke manier daarin wordt voorzien. Tot slot is naar aanleiding van de overlegreactie van de provincie de beschrijving van het provinciale beleid geactualiseerd en een toetsing aan de omgevingsverordening toegevoegd (paragraaf 3.2).

Daarbij is expliciet ingegaan op de relevante artikelen uit de omgevingsverordening. 8.2.2 Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 17 augustus 2023 t/m 27 september 2023 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. In deze periode zijn in totaal zeven zienswijzen ontvangen. De ingediende zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de 8Nota van beantwoording zienswijzen9, die als bijlage 10 bij dit bestemmingsplan is gevoegd. 8.2.3 Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging heeft de gemeenteraad een besluit genomen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan. 8.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Toelichting Vaststelling

49

betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles. Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente.

Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling De regels die voor het plangebied opgesteld worden zijn flexibel waar mogelijk en strak gesteld waar nodig. Bij de opzet van deze beheersregels is een ruimtelijke motivering opgenomen in de toelichting (zie hoofdstuk 2) die in de dagelijkse praktijk goed is uit te leggen. In deze motivering wordt ook ingegaan op de mogelijkheden om alsnog af te wijken van dit plan na een ruimtelijk-juridisch afwegingsproces. Zo wordt recht gedaan aan de praktijk dat een bestemmingsplan een momentopname is. De mogelijkheden voor een goede handhaafbaarheid van dit bestemmingsplan zijn daarmee gewaarborgd.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Toelichting Vaststelling

REGELS

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

2 2 8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Verkeer Water Wonen Waterstaat - Waterstaatkundige functie

10 10 12 14 16 19

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Specifieke gebruiksregels

21 21 22 24 25 26

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

28 28 29

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

30

2

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Floraweg 8b van de gemeente Kaag en Braassem. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1884.BPTUSSENFLWG8EN10-VAS1 met de bijbehorende regels en bijlagen.

Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3

aan huis verbonden beroep:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, als ook ondergeschikte detailhandel ten dienste van het dienstverlenend beroep, dat uitsluitend door de bewoner(s) van de woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4

aan huis verbonden bedrijf:

een bedrijf, gericht op het verlenen van diensten en/of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen), dat is opgenomen in categorie 1 of 2 van de bij deze regels behorende bijlage 1 'Staat van Bedrijfsactiviteiten'; als ook ondergeschikte detailhandel ten dienste van het aan huis verbonden bedrijf en webwinkels zonder afhaalmogelijkheid, dat uitsluitend door de bewoner(s) van de woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,0 m van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.8

antenne-installatie:

Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie; 1.9

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

3 1.10

bebouwingspercentage:

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel; 1.11

bed and breakfast:

de verzameling van voor publiek toegankelijke, besloten ruimtes waarin al dan niet bedrijfsmatig recreatief nachtverblijf, niet zijnde permanente bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, wordt verstrekt en in directe relatie daarmee ontbijt wordt aangeboden als nevenfunctie van de bestaande geldende bestemming; 1.12  

bestaand:

bestaand gebruik: het op het tijdstip van het in werking treden van het plan legaal aanwezige en/of vergunde gebruik; bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: legale afstands-, hoogte-, inhoudsen oppervlaktematen die op het tijdstip van in werking treden van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn of (mogen) worden gebouwd krachtens een rechtsgeldig verleende omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een bouwvergunning;

1.13

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.14

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15

bijbehorende bouwwerken:

hieronder worden begrepen: Aan- of uitbouw: een aan een hoofgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt; Bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.18

bouwlaag:

een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en ruimte onder de kap; Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

4 1.19

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bij woningen betreft dit het het gehele perceel inclusief voor- en zijtuinen; 1.20

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.21

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23

dakkapel:

Een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst, achter de goothoogte; 1.24

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf; 1.25

dienstverlening:

Het verrichten van economische en maatschappelijke diensten ten behoeve van anderen; 1.26

dove gevel:

a. een bouwkundige constructie of delen daarvan waarin geen te openen delen aanwezig zijn met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede, b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits deze niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte (functie); 1.27

extensieve dagrecreatie:

die vormen van openluchtrecreatie, waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn fietsen en wandelen; 1.28

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29

gestapelde woning:

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is;

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

5 1.30

hoofdgebouw:

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.31

horeca:

een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties; 1.32

huishouden:

een aantal door eerstegraads familie- of vergelijkbare band aan elkaar gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde gemeenschappelijke voorzieningen en de gezamenlijke toegang in één wooneenheid (zoals een gezin of een gezin met inwonende familieleden) die continue een eenheid vormt; 1.33

kantoren:

een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het beroepsmatig/bedrijfsmatig verlenen van diensten van hoofdzakelijk administratieve aard en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie; 1.34

ondergronds bouwwerk:

een gedeelte van een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen beneden maaiveld; 1.35

onderkomen:

voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken; 1.36

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één wand en een (overwegend) gesloten dak; 1.37

peil:

a. voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een gebouw of bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld voor het begin van de bouw; 1.38

perceelsgrens:

algemeen

grens van een perceel

voor

de grens van een perceel gelegen aan de zijde van de voorgevel van de woning

zij

de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt

achter

de van de weg afgekeerde grens van een perceel

indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijzen burgemeester en Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

6 wethouders een achterste perceelsgrens aan; 1.39

permanente bewoning:

bewoning door een persoon, gezin of door andere groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats langer dan 20 weken, waarbij niet aannemelijk is gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdverblijf wordt beschikt; 1.40

recreatief nachtverblijf:

recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.41

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.42

sociale huurwoning:

huurwoning in de zin van artikel 1.1.1 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.43

Staat van bedrijfsactiviteiten:

de staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage bij deze regels behorende onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.44

stacaravan:

een kampeermiddel, al dan niet voorzien van wielen en/of andere voor deelneming aan het wegverkeer bruikbare onderdelen, dat mede gelet op de afmetingen en constructie, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen te worden voortbewogen; 1.45

uitstekende delen uit gebouwen:

erkers, luifels, balkons, galerijen, ballustrades e.d.; 1.46

verblijfsrecreatieve onderkomens:

onderkomens bedoeld voor tijdelijk recreatief nachtverblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; hieronder vallen onder andere kampeermiddelen, stacaravans, chalets en recreatiewoningen. De verblijfsrecreatieve onderkomens worden onderverdeeld in de volgende categorieën: a. categorie 1: kampeermiddelen, geen gebouwen zijnde (bijv. tenten of caravans op seizoensplaatsen); b. categorie 2: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 36 m 2 (bijv. stacaravans, trekkershutten); c. categorie 3: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 60 m 2 (bijv. stacaravans, chalets, recreatiewoningen op daarvoor bestemde terreinen); d. categorie 4: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 90 m 2 (bijv. vrijstaande recreatiewoningen); 1.47

voorgevel:

tenzij anders op de plankaart is aangegeven;

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

7

1.48

voorgevellijn:

een denkbeeldige, dan wel op de verbeelding middels de figuur gevellijn aangegeven, lijn die direct langs een voorgevel van een gebouw of in het verlengde ervan is gelegen; 1.49

voorzieningen van openbaar nut:

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.50

weg:

een weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994; 1.51

woning:

een gebouw of gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.52

zolder:

zolder onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 cm boven de vloer is gelegen.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1

De afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens

De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel, met daarin geen onderscheid tussen bodem of water. 2.2

Afstand tussen gebouwen

De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen zowel haaks als evenwijdig gepositioneerd. 2.3

De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Bij bouwwerk op vlak maaiveld: 

tussen bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het peil.

Bij bouwwerken op talud of dijk:  2.4

bovenkant van het bouwwerk (bij beweegbare delen te meten in de uiterste stand) en het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein voor het begin van de bouw. Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of hart van scheidsmuren, gemeten 1,0 m boven peil. 2.5

De bouwhoogte van een gebouw

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6

Bebouwingspercentage

Een in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden gebouwd. Hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 2.7

De goothoogte van een bouwwerk

Bij bouwwerk op vlak maaiveld: 

de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan peil.

Bij bouwwerken op talud of dijk:  2.8

de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitend afgewerkt terrein. De oppervlakte van een gebouw

Tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren op 1,0 m boven peil.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

9 2.9

De oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, met inbegrip van de buitenste verticale projecties van overkappingen. 2.10

Vloeroppervlak van een gebouw

Gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw. 2.11

Inhoud van een gebouw

Boven peil tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken dit met inbegrip van aangebouwde bijgebouwen en dakkapellen. 2.12

Inhoud van een bouwwerk geen gebouw zijnde

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.13

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzicht van het horizontale vlak. 2.14

De hoogte van een windturbine

Vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.15

De hoogte van een zendmast voor telecommunicatie e.d.

Gemeten tussen de onderkant van de voet van de mast en het hoogste punt van de mast, het antenneopstelpunt daaronder begrepen. 2.16

Lengte, breedte en diepte van een steiger

De lengte, breedte en diepte van een steiger gemeten zoals opgenomen in de onderstaande afbeelding.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

groenvoorzieningen; bermen en beplanting; wegen en paden; speelvoorzieningen; verhardingen; straatmeubilair; objecten van beeldende kunst;

met daaraan ondergeschikt: h. i. j. k. l.

extensieve dagrecreatie; waterlopen en waterpartijen; ligplaatsen voor pleziervaartuigen; parkeervoorzieningen; evenementen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag een berging worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte niet meer dan 55 m2 bedraagt; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. overkappingen zijn niet toegestaan; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 6 m bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 12 m bedragen; e. in afwijking van het bepaalde onder c zijn aanlegsteigers voor pleziervaartuigen toegestaan, mits: 1. de maximum lengte niet meer mag bedragen dan 5 m; 2. de maximum breedte van niet meer mag bedragen dan 1,2 m; 3. de maximum hoogte van de steiger bedraagt 0,5 m; 4. de steiger evenwijdig aan de oever wordt gebouwd. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van ecologische waarden nadere eisen stellen aan de hoogte, de situering en de toepassing van lantarenpalen en lichtarmaturen alsmede begrepen het type lantarenpalen of armaturen. Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

11 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het gebruik van solitaire bebouwing voor permanente bewoning of als recreatief nachtverblijf.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

12

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie of verblijfsfunctie; b. tuinen ten behoeve van aangrenzende percelen; alsmede voor: c. d. e. f. g. h. i.

voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; kunstwerken; straatmeubilair; objecten van beeldende kunst; oeververbindingen (bruggen); in- en uitritten;

met daaraan ondergeschikt: j. k. l.

groenvoorzieningen waterlopen en waterpartijen; evenementen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen nutsvoorzieningen worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt. c. in afwijking van het bepaalde onder a mag een berging worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte niet meer dan 55 m2 bedraagt; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van lichtmasten en geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 12 m bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen; d. het bepaalde onder sub c is niet van toepassing op kunstwerken. 4.2.3

Overkappingen

Voor het bouwen van overkappingen geldt de volgende bepaling: a. op deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd. 4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van ecologische waarden nadere eisen stellen aan de hoogte, de situering en de toepassing van lantarenpalen en lichtarmaturen alsmede begrepen het type lantarenpalen of armaturen. Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

13 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

14

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

waterberging; waterhuishouding; waterlopen en waterpartijen; oevers en oeververbindingen; steigers;

alsmede voor: f. g. h. i.

groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; infiltratievoorzieningen; kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. er mogen uitsluitend keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers en bruggen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m bedragen. 5.2.3

Steigers

Voor de bouw van steigers binnen de bestemming 'Water' gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

het aantal steigers per woning mag niet meer bedragen dan 1; de maximum breedte van de steiger bedraagt 1,2 m; de maximum lengte van de steiger bedraagt 7,0 m; de maximum hoogte van de steiger bedraagt 0,5 m; de steiger mag niet meer dan 5,0 m vanaf de oeverlijn het water insteken; de doorvaarbaarheid mag niet in het geding zijn.

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van ecologische waarden nadere eisen stellen aan: a. de hoogte, de situering en de toepassing van lantarenpalen en lichtarmaturen alsmede begrepen het type lantarenpalen of armaturen; b. de hoogte van kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden. 5.4

Afwijken van de bouwregels

5.4.1

Maatvoering steigers

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 5.2.3, ten behoeve van een andere maatvoering voor steigers, met inachtneming van het volgende: a. de maximum lengte mag vergroot worden tot 15 m; b. de maximum breedte mag vergroot worden tot 2 m; Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

15 c. de steiger mag geen afbreuk doen aan de bestaande landschaps- en natuurwaarden; d. de doorvaarbaarheid mag niet in het geding zijn. 5.5

Specifieke gebruiksregels

5.5.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het normale onderhoud en/of het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het normale onderhoud en/of het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het al dan niet langdurig aanleggen van een boot op een dusdanige wijze dat daarmee de doorvaart wordt gehinderd. 5.5.2

Steigers

a. Een steiger mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van het gebruik op de aangrenzende gronden; b. Het afmeren/aanleggen van (plezier)vaartuigen bij wijze van opslag langer dan 1 week is niet toegestaan, met uitzondering van maximaal 2 vaartuigen per woning aangrenzend aan het betreffende perceel.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

16

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, uitsluitend in de vorm van sociale huurwoningen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; b. insteekhavens; met daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. wegen, paden en bermen; f. waterlopen en waterpartijen; g. groenvoorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. voor zover is aangegeven mogen uitsluitend de woningtypen worden gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', gestapelde woningen; c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; d. de bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; e. onderdoorgangen zijn toegestaan, waarbij in ieder geval op de begane grond geen bebouwing aanwezig is en de bouwmassa alleen aanwezig is vanaf de tweede bouwlaag en hoger; f. uitstekende delen aan hoofdgebouwen zijn buiten het bouwvlak toegestaan tot een maximum van 3 m; g. de bouw van een woning is uitsluitend toegestaan indien: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' de gevels van de betreffende hoofdgebouwen uitgevoerd (en in stand gehouden) worden als dove gevel; behalve als de berekende geluidbelasting op de betreffende gevel niet méér bedraagt dan de maximale ontheffingswaarde per bronsoort uit de Wet geluidhinder (Wgh) zoals deze geldt ten tijde van het in ontwerp ter inzage gaan van het plan; 2.

de noordwestelijke opening (niet zijnde een onderdoorgang) van het westelijke hoofdgebouw, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone – akoestiek 2', met een scherm wordt dichtgezet; 3. bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden afgeweken van het bepaalde onder 1, indien aangetoond wordt dat door het toepassen en in stand houden van andere (bouwkundige) oplossingen de geluidbelasting op die gevel wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting; 4. bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen middels een akoestisch onderzoek is aangetoond dat sprake is van ten minste één geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel per woning, en een geluidluwe gemeenschappelijke buitenruimte; 5. bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is aangetoond dat de toepassing van akoestische compensatie is beoordeeld door het bevoegd gezag en waar mogelijk toegepast. Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

17 6.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak of in het achtererfgebied; b. bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 1 m, dan betreft de bestaande afstand de minimale afstand achter de voorgevellijn; c. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m; d. de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m; e. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; f. de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m; g. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (uitgezonderd overkappingen) bedraagt: Totale oppervlakte per bouwperceel

Maximale gezamenlijke oppervlakte

tot 300 m2

60 m2

van 300 m2 tot 500 m2

80 m2

van 500 m2 tot 750 m2

90 m2

van 750 m2 tot 1.000 m2

100 m2

van 1.000 m2 en meer

150 m2

Met dien verstande dat het achtererf voor maximaal 50% bebouwd mag worden. 6.2.3

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. de maximale hoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; b. de oppervlakte mag niet meer dan 25 m2 bedragen. 6.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel of direct grenzend aan de bestemming 'Water' maximaal 1 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 6.2.5

Overkappingen

Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. overkappingen mogen, achter de voorgevellijn, binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 30 m2 bedraagt; c. per bouwperceel is niet meer dan 1 overkapping toegestaan.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

18 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Algemeen

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. seksinrichtingen. 6.3.2

Aan huis verbonden beroepen

Ten aanzien van aan huis verbonden beroepen geldt het bepaalde in artikel 12, lid 12.2. 6.3.3

Voorwaardelijke verplichting akoestiek

Het gebruik van woningen en andere geluidgevoelige functies in het oostelijke hoofdgebouw, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone – akoestiek 1', is uitsluitend toegestaan wanneer het westelijke hoofdgebouw, ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone – akoestiek 2' is gerealiseerd, waarbij de voorwaarden zoals beschreven in lid 6.2.1 onder g in acht dienen te worden genomen.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

19

Artikel 7 7.1

Waterstaat - Waterstaatkundige functie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, het beheer en de bescherming van (natuur)waarden in de vorm van: a. b. c. d. e. f.

waterberging; waterhuishouding; waterlopen en waterpartijen; waterkering met laag risiconiveau; taluds, oevers en onderhoudsstroken; kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Dubbelbestemming

Op de gronden mogen ten behoeve van de bestemming, zoals in lid 7.1 bedoeld, geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 7.2.2

Primaire bestemming

Voor het bouwen op deze gronden ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouw, indien: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken; b. de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 7.3

Nadere eisen

Ter beoordeling van de afwijking, bedoeld in lid 7.4, dient de aanvrager een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren. 7.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verlenen van het bepaalde in: a. lid 7.2.1 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijn, die noodzakelijk zijn in het kader van waterstaatsbelang; b. lid 7.2.2 indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1

Verboden uitvoering van andere werken

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag op de in lid 6.1 bedoelde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen en egaliseren; b. het dempen, graven, afdammen, vergroten of herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater; c. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur; Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

20 d. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm bij wijze van woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en afgraven dan wel ten behoeve van ontginning of draineren; e. de aanleg van oeverbeschoeiingen. 7.5.2

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1 is niet vereist voor; a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming; b. werken en werkzaamheden welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 7.5.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien het waterhuishoudkundig belang (kwantitatief en kwantitatief), met het oog op de waterhuishoudkundige doelstellingen niet wordt geschaad. 7.5.4

Advies

Een verzoek om een omgevingsvergunning wordt ter toetsing voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Rijnland omtrent de vraag of in voldoende mate is aangetoond dat de betrokken belangen niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

21

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

22

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

Algemeen

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.2

Ondergronds bouwen

a. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: 1. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; 2. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m2; 3. in aanvulling op het bepaalde sub a onder 1 en 2 is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:  het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 m van zijdelingse en achterste perceelsgrens;  het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als bedoeld in artikel 4 Bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) in acht wordt genomen;  het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;  per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd; 4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4,0 m onder peil; 5. bij het berekenen van de blijkens de deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen. b.

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 sub a onder 4 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil onder de voorwaarde dat: 1. de waterhuishouding niet wordt verstoord; 2. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 9.3

Dakkapellen

Dakkapellen op een woning zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c. d. 9.4

gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1,0 m boven de dakvoet; bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak. Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

23 9.5

Bestaande afstanden en maten

a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sub a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 9.6

Voorwaardelijke verplichting parkeren

a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of gebruiken staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen 2018', wordt gerealiseerd. b. Als de onder regel a bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. c. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 9.7

Voorwaardelijke verplichting mechanische ventilatie

a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, mag pas worden verleend indien in voldoende mate is aangetoond dat het gebouw wordt voorzien van een afsluitbare mechanische ventilatie, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen bij calamiteiten. b. Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie.

Bestemmingsplan <Floraweg 8b= Regels Vaststelling

24

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat nutsgebouwtjes, kunstobjecten, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje maximaal 50 m2 bedraagt en een maximale hoogte van 3 m heeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 m. Wat betreft zend- en ontvang- en/of sirenemasten gelden nog de volgende voorwaarden: 1.

losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan:  buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden;  binnen de bebouwde kom uitsluitend op bedrijventerreinen en sportparken. 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:  op hoge gebouwen (minimale hoogte 14 m); bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zonodig in overleg met een door B&W aan te wijzen deskundige/commissie inzake monumenten of inzake beschermd dorpsgezicht;  tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten. 10.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=183d234f-e5d9-4913-9168-f42dfee4eb6d