CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025

Gemeenteraad 11 november 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Programmabegroting 2025.32.634 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29.226 N -14.776 V 14.451 N 0 N 0 N 14.451 N

2025

2026

2027

2028

0 N 0 N

0 N 0 N

0 N 0 N

0N 0 N

-300 V -38 V -338 V

0 N

0 N

0 N

30

Meerjarenbegroting en algemene dekkingsmiddelen Het meerjarenperspectief van de algemene dekkingsmiddelen is in onderstaande tabel aangegeven en in de meerjarenbegroting 2025–2028 verwerkt.

Algemene dekkingsmiddelen Saldo van toe te rekenen overhead Geraamde vennootschapsbelasting Lokale heffingen Algemene uitkering Ontvangen dividend Saldo financieringsfunctie Saldo van baten en lasten Reservemutaties: toevoegingen Reservemutaties: beschikkingen Geraamd resultaat algemene dekkingsmiddelen Toevoegingen Niet van toepassing Beschikkingen Niet van toepassing

Programma budget 2025 11.992 1 -7.113 -49.477 -676 -377 -45.649 0 0 -45.649

N N V V V V V N N V

2025

Bedragen * € 1.000 Meerjarenperspectief 2026

2027

2028

11.469 N 1 N -7.150 V -47.529 V -676 V 10 N -43.876 V 0 N 0 N -43.876 V

11.513 N 1 N -7.188 V -48.287 V -676 V 204 N -44.433 V 0 N 0 N -44.433 V

11.500 N 1 N -7.225 V -48.950 V -676 V 24 N -45.326 V 0N 0N -45.326 V

2026

2027

2028

0 N 0 N

0 N 0 N

0 N 0 N

0N 0 N

0 N 0 N

0 N 0 N

0 N 0 N

0N 0 N

31

Overzicht kosten van overhead Onder overhead verstaan we het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Gemeenten mogen de overhead niet langer toerekenen aan de afzonderlijke programma’s. Het overzicht kosten van overhead is sinds 2017 een vast onderdeel van de gemeentelijke begroting. Met onderstaand overzicht is de omvang en de samenstelling van de overhead inzichtelijk gemaakt.

Overhead Beheer & projecten Buitendienst Concernstaf Klantcontact & informatie Middelen Ruimte & sociaal Juridische zaken en veiligheid Directie Bestuursondersteuning college Gemeentehuis Cluster ICT Cluster P&O (excl. eigen loonlasten) Tractiemiddelen Huisvesting buitendienst Cluster belastingen Totaal

Bedragen * € 1.000 Begroting 2025 Lasten 673 138 506 1.769 2.108 208 933 320 200 690 3.679 911 12.135

Baten -72 -3 -15 -53 -143

Saldo 601 138 506 1.766 2.108 208 933 305 200 637 3.679 911 11.992

Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven ingrijpend gewijzigd. Intussen hebben wij aangifte gedaan over de jaren 2016 tot en met 2023. De hoogte van de aangifte ligt onder het budget van € 1.000 per jaar, dat wij hiervoor hebben geraamd. Onvoorzien Bij het vaststellen van de begroting 2015 is het bedrag voor onvoorzien bepaald op € 0. Deze beleidskeuze is vastgelegd in de Financiële Verordening. Ook in deze begroting staat de post onvoorzien op € 0.

32

Lasten en baten per thema Hierna worden de lasten en baten per thema voor het jaar 2025 inzichtelijk gemaakt. Hoewel de thema’s in het programmaplan op inhoud, onder één specifiek programma worden toegelicht, zijn sommige thema’s financieel verweven. Een voorbeeld daarvan zijn thema’s als Financiën, Organisatie, Participatie en communicatie en Regionale samenwerking, die meerdere programma’s raken of in elkaar verweven zijn. Ambtelijke inzet op thema participatie en communicatie of op thema Land- en tuinbouw(gebieden) is hier in het thema Organisatie verantwoord. Dit is dan ook een voorzichtige poging om een alternatieve relatie te leggen tussen het geld en de thema’s.

Thema Bestuur Duurzaamheid Economie en bedrijventerreinen Financiën Jeugd Land- en tuinbouw(gebieden) Omgevingsvisie Onderwijs Organisatie Participatie en communicatie Recreatie Regionale samenwerking Sociaal domein Sport Veiligheid en handhaving Verkeersveiligheid, openbare ruimte en IBOR Wonen Mutatie reserves Saldo

Lasten 2.110 6.010 405 5.781 7.602 1 2.504 4.133 12.862 21 272 330 20.350 6.787 3.548 14.110 3.406 0 90.234

Baten -5.724 -17 -61.508 0 -316 -827 -473 -39 -6.515 -869 -58 -5.795 -3.535 -4.558 -90.234

Saldo 2.110 286 389 -55.727 7.602 1 2.189 3.307 12.389 21 233 330 13.834 5.918 3.490 8.315 -129 -4.558 0

Bedragen * € 1.000 Lasten Baten 2,3% 0,0% 6,7% 6,3% 0,4% 0,0% 6,4% 68,2% 8,4% 0,0% 0,0% 0,0% 2,8% 0,3% 4,6% 0,9% 14,3% 0,5% 0,0% 0,0% 0,3% 0,0% 0,4% 0,0% 22,6% 7,2% 7,5% 1,0% 3,9% 0,1% 15,6% 6,4% 3,8% 3,9% 0,0% 5,1% 100,0% 100,0%

33

Regeling beleidsindicatoren Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016, nr. 20160000177572 Taakveld

Naam Indicator

Eenheid

Bron

2025

0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

6,07 fte

0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

5,66 fte

0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

Eigen begroting

€ 808

0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

Eigen begroting

nnb

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

% van totale lasten

Eigen begroting

13%

1. Veiligheid

Verwijzingen Halt

Aantal per 10.000 jongeren

Bureau Halt

nnb

1. Veiligheid

Winkeldiefstallen

Aantal per 1.000 inwoners

CBS

nnb

1. Veiligheid

Geweldsmisdrijven

Aantal per 1.000 inwoners

CBS

nnb

1. Veiligheid

Diefstallen uit woning

Aantal per 1.000 inwoners

CBS

nnb

1. Veiligheid

Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)

Aantal per 1.000 inwoners

CBS

nnb

3. Economie

Functiemenging

%

LISA

nnb

3. Economie

Vestigingen (van bedrijven)

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar

LISA

nnb

4. Onderwijs

Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

DUO

nnb

4. Onderwijs

Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

DUO

nnb

4. Onderwijs

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

Ingrado

nnb

5. Sport, cultuur en recreatie

Niet-sporters

%

Gezondheidsenquête (CBS, RIVM)

nnb

6. Sociaal domein

Banen

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

LISA

nnb

6. Sociaal domein

Jongeren met een delict voor de rechter

% 12 t/m 21 jarigen

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

nnb

6. Sociaal domein

Kinderen in uitkeringsgezin

% kinderen tot 18 jaar

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

nnb

6. Sociaal domein

Netto arbeidsparticipatie

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

CBS

nnb

6. Sociaal domein

Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

nnb

6. Sociaal domein

Personen met een bijstandsuitkering

Aantal per 10.000 inwoners

CBS

nnb

6. Sociaal domein

Lopende re-integratievoorzieningen

Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar

CBS

nnb

6. Sociaal domein

Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

CBS

nnb

6. Sociaal domein

Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

CBS

nnb

6. Sociaal domein

Jongeren met jeugdreclassering

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

CBS

nnb

6. Sociaal domein

Cliënten met een maatwerkarrangement Aantal per 10.000 inwoners WMO

GMSD

nnb

7. Volksgezondheid en Milieu

Omvang huishoudelijk restafval

Kg/inwoner

CBS

nnb

7. Volksgezondheid en Milieu

Hernieuwbare elektriciteit

%

RWS

nnb

8. Vhrosv

Gemiddelde WOZ waarde

Duizend euro

CBS

nnb nnb

8. Vhrosv

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

Basisregistratie adressen en gebouwen

8. Vhrosv

Demografische druk

%

CBS

nnb

8. Vhrosv

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden

In Euro’s

COELO

nnb

8. Vhrosv

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

In Euro’s

COELO

nnb

34

Paragrafen In deze programmabegroting zijn de onderstaande paragrafen opgenomen: 1)

Lokale heffingen

2)

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3)

Kapitaalgoederen

4)

Financiering

5)

Bedrijfsvoering

6)

Verbonden partijen

7)

Grondbeleid

35

1. Lokale heffingen De Gemeentewet geeft een limitatieve opsomming van de belastingen die een gemeente mag heffen. Lokale heffingen vormen voor de gemeente een belangrijke inkomstenbron. Kaag en Braassem kent de onroerendezaakbelastingen (OZB), de roerende-zaakbelasting (RZB), de forensenbelasting, en mogelijk per 2025 logiesbelasting. Tevens wordt een aantal rechten geheven: de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, leges, marktgelden en grafrechten. In deze paragraaf wordt nader aandacht besteed aan de lokale heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en er wordt een overzicht gegeven van de diverse heffingen met de daarbij geraamde inkomsten en de lokale lastendruk in Kaag en Braassem. Beleid rondom belastingen De gemeente Kaag en Braassem hanteert het uitgangspunt dat de lokale heffingen de gemeentelijke kostenontwikkeling volgen. Voor de belastinginkomsten wordt een inflatiecorrectie toegepast van 4,4 %. Dit percentage is gebaseerd op de loonvoet sector overheid voor 2025 uit de kerngegevenstabel van het CEP per februari 2024. De heffingen voor riool en afval zijn maximaal 100% kostendekkend, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele btw-component in de kosten. Onroerendezaakbelastingen 2025 (OZB) Jaarlijks wordt de WOZ-waarde opnieuw bepaald.

Zodra de nieuwe WOZ-waarden voor 2025 (peildatum 1-1-2024) bekend zijn zal bij het tarievenvoorstel in december 2024, na vaststelling van de begroting, het definitieve belastingtarief hierop worden aangepast. Bij het bepalen van het tarief voor 2025 wordt tevens rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 4,4% ten opzichte van de raming 2024, vermeerderd met areaaluitbreidingen Afvalstoffenheffing 2025 De afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan gebruikers van woningen en recreatieverblijven en voor het inzamelen en verwerken van grof huishoudelijk afval. Er is in december 2021 voor 2022 en verder, een vast basistarief vastgesteld. Hierbij is geen onderscheid meer gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Daarnaast zijn er drie variabele tarieven gebaseerd op het aantal keer dat een container (afhankelijk van de grootte, 140 of 240 liter) of een zak restafval wordt aangeboden. In december 2024 worden de vaste en variabele tarieven voor 2025 vastgesteld. Ons beleid is om de tarieven kostendekkend te laten zijn. Dat is voor 2025 gelukt. Riool- en waterzorgheffing 2025 Vanaf 2024 is in de verordening geen sprake meer van rioolheffing maar van riool- en waterzorgheffing. Naast de afvoer van water is er ook zorg voor beheer van het grondwaterpeil en voorkoming van droogte. De herziening van de verordening is uitgewerkt watertakenplan 2024-2027.

De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op dit watertakenplan 2024-2027. In december 2024 worden de tarieven voor de heffing definitief vastgesteld. Bouwleges 2025 Bij het ramen van de bouwleges wordt, gelet op ervaringen uit het verleden, het voorzichtigheidsbeginsel gehanteerd. Dit wil zeggen dat alleen de reguliere leges worden geraamd en elk jaar afzonderlijk wordt bekeken of er aanvullend ook leges kunnen worden geraamd voor projecten die in de periode van het meerjarenperspectief van de begroting worden verwacht. Inmiddels is de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 ingegaan. Er zijn onderwerpen waar in 2024 ervaring mee wordt opgedaan, zoals bijvoorbeeld de opvang van inkomstenderving als de bouwtechnische toets voor bepaalde bouwwerken overbodig wordt. Maar over zaken als het heffen van leges over milieubelastende activiteiten moet nog duidelijkheid komen. Er is inmiddels een nieuwe legesverordening conform de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. In het eerste kwartaal van 2025 maken we over 2024, een eerste evaluatie van deze leges. 36

Overzicht belastingdomein gemeente Kaag en Braassem De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van het lokale belastingdomein. Ook is vermeld hoe de ramingen voor 2025 tot stand zijn gekomen en waar nodig nog toegelicht per belastingsoort. De totale raming van eigen inkomsten is bepaald op basis van het bestaande beleid bij de lokale heffingen en als baat opgenomen in de begroting 2025. Aan de hand van de nog vast te stellen WOZ-waarden 2025 (peildatum 1 januari 2024) zullen de definitieve OZB-tarieven 2025 worden bepaald.

OZB eigenaren woningen OZB eigenaren niet-woningen OZB gebruikers niet-woningen RZB eigenaren woningen Inzameling grof huishoudelijk afval Afvalstoffenheffing Rioolheffing Logiesbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Diverse rechten grafrechten marktgelden Diverse leges omgevingsvergunningen snelle motorboten burgerzaken

bedragen in € begroting 2025 5.551.633 944.528 657.875 21.691 150.641 4.616.685 4.712.844 38.000 369.914 3.000 63.090 11.000 1.151.513 20.966 306.388 18.619.768

Kostendekkend Met ingang van 2017 is extra informatie verplicht waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de baten de lasten niet overschrijden. Deze informatie wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De tarieven voor afvalinzameling, riolering, begraafplaatsen en omgevingsvergunningen worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten alsook de overige vergunningverlening op basis van de APV.

37

bedragen in € Nr Afvalinzameling en –verwerking (taakveld 7.3) 1 Kosten taakveld afval (netto)

Begroting 2025 3.403.179

2 BTW

681.892

3 Overhead

644.871

4 Toerekening rente

39.017

5 Totaal kosten

4.768.959

6 Inkomsten

-4.766.685

7 Netto-lasten

2.274

8 Kostendekking

100%

1 2 3 4.

Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. Extracomptabele toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt conform BBV-voorschriften extracomptabel toegerekend. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften

Bij de vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing 2023 en de daarin opgenomen afvaltarieven voor 2023 is bepaald dat er een groei in kostendekkendheid wordt nagestreefd. In deze begroting is de kostendekkendheid 100%. Door een goed scheidingsgedrag en zo min mogelijk aanbieden van restafval kunnen inwoners hun werkelijke lasten lager houden.

Nr Beheer rioleringsstelsel en waterzuivering (taakveld 7.2) 1 Kosten taakveld riolering en waterzuivering 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totaal kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten 8 Kostendekking 1 2 3 4

Begroting 2025 2.696.662 497.411 708.204 996.967 4.899.244 -4.712.844 186.400 96%

Betreft kosten zoals opgenomen in het geactualiseerde watertakenplan aangevuld met de taakgerichte uren. Extracomptabel toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.

De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgheffing bedraagt 96%. Dat is iets minder dan 100%. De kostenstijging (door hogere rente en personele inzet) gaat in 2025 wat harder dan geraamd. Het college 38

kiest er vooralsnog voor de inkomsten te handhaven conform het vorig jaar vastgestelde Watertakenplan, en ook het nadeel niet te onttrekken aan de voorziening riolering. bedragen in € Nr Begraafplaatsen (taakveld 7.5)

Begroting 2025

1

Kosten taakveld begravingen

182.556

2

Overhead

43.189

3

Toerekening rente

20.851

4

Totaal kosten

246.596

5

Inkomsten

-63.090

6

Netto-lasten

183.506

7

Kostendekking

1 2

26%

Betreft kosten zoals geraamd op het taakveld begraafplaatsen Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV-voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.

3

bedragen in € Nr Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.3)

Begroting 2025

1

Kosten op de taakvelden

987.341

2

Overhead

261.197

3

Toerekening rente

4

Totaal kosten

1.248.538

5

Inkomsten

-1.151.513

6

Netto-lasten

97.025

7

Kostendekking

92%

1 2

0

Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.

3

bedragen in € Nr Leges: Overige leges (Burgerzaken) (taakveld 0.2)

Begroting 2025

1

Kosten op de taakvelden

726.150

2

Overhead

178.276

3

Toerekening rente

4

Totaal kosten

904.426

5

Inkomsten

-329.854

6

Netto-lasten

574.572

7

Kostendekking

0

36% 39

1 2 3

Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extra comptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.

Totale woonlasten meerpersoonshuishoudens Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven.

Gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden 2024 OZB bij een fictieve woz-waarde van € 465.000 € 419 € Afvalstoffenheffing vast tarief (*) € 305 € Riool- en waterzorgheffing € 303 € Totale gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden € 1.026 €

2025 Mutatie 437 4,4% 310 1,6% 322 6,2% 1.068 4,1%

(*) De werkelijke last per huishouden afvalstoffenheffing is afhankelijk van het scheidingsgedrag. Boven op het vast tarief wordt nog een bedrag per aangeboden zak of container in rekening gebracht. Kwijtscheldingsbeleid Een belastingplichtige met een inkomen van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten.

40

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in het verwachte weerstandsvermogen voor het begrotingsjaar 2025 en geeft een doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen. Ook geeft het inzicht in de financiële kengetallen in de begrotingsperiode 2025-2028. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: • Een inventarisatie van de risico’s met een risicoprofiel en een benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op risicosimulatie; • Inzicht in de beschikbare weerstandscapaciteit; • Beoordeling van het weerstandsvermogen; • Overzicht van structurele risico’s en toekomstige ontwikkelingen; • Inzicht in de financiële kengetallen. Het uitwerken van deze paragraaf gebeurt conform de in 2023 geïntroduceerde nieuwe systematiek. Risicoprofiel Onderstaand zijn de belangrijkste risico’s voor de gemeente weergegeven. Hierbij is tevens een inschatting gemaakt van de kans van optreden en de mogelijke maximale financiële gevolgschade. Het percentage geeft de invloed van het risico op het totaal benodigde weerstandsvermogen aan.

41

Risicogebeurtenis

Toelichting

Kans

Financieel Maximum

Invloed (%) weerstand

EAfwijkingen op de raming open einde regeling Participatiewet Toename kosten bijzondere bijstand

De Participatiewet kent een open einde regeling. Het uitkeringsbestand kan jaarlijks fluctueren. De begroting is budgettair neutraal opgesteld (begrote uitgaven zijn gelijk gesteld aan de verwachte BUIG -uitkering). Mochten er meer kosten zijn dan begroot, moeten wij als gemeente de eerste 7,5% van de overschrijding dragen

75% €

500.000

16,2%

Er speelt landelijk “alleenverdienersproblematiek”. Dit houdt het volgende in: een samenloop van regelingen pakt voor een groep alleenverdieners met een combinatie van inkomstenbronnen nadelig uit. Daardoor ontvangen zij minder huur- en zorgtoeslag dan wenselijk is. Als gevolg hiervan hebben zij een lager besteedbaar inkomen dan een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering en ligt dit inkomen onder het bestaansminimum (bijstandsnorm en maximale toeslagen). Gemeenten ontvangen budget om deze mensen te ondersteunen. Indien dit niet voldoende is, komen de meerkosten verhaald op de bijzondere bijstand. Geschil extra kosten zettingsproblematiek Grietpolderweg

Het geschil over de verantwoordelijkheid van de extra kosten voor de Grietpolderweg in het kader van de zettingsproblematiek is nog niet beslecht. De gevolgen worden geraamd tussen de € 0 en 2,5 miljoen. De gemeente is voornemens een procedure te starten bij de rechtbank. Ondanks, de in de ogen van de gemeente sterke positie, wordt in het kader van de risicoreservering toch rekening gehouden met een negatieve uitspraak.

25% €

2.500.000

26,9%

Grote tekorten op de arbeidsmarkt en het niet (tijdig) kunnen invullen van kritische functies waardoor duurdere inhuur noodzakelijk is.

Voor de gemeente is het een uitdaging om voldoende gekwalificeerde medewerkers te behouden en/of te werven. De druk op de medewerkers wordt groter gezien een aantal externe ontwikkelingen in zowel de sociale als ruimtelijke beleidsvelden. Hiermee bestaat er ook een risico op een hoger ziekteverzuim dan voorzien. Hoewel het arbeidsmarkt risico een lange termijn component kent, wordt in de risico reservering rekening gehouden met extra uitgaven voor komend jaar (de meerkosten tov het salarisbudget).

70% €

199.500

6,0%

Afwijkingen op de raming open De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kent een open einde regeling. Ondanks de einde regeling Wmo ondersteuning opgebouwde ervaring en kwaliteit van de prognoses kan het voorkomen dat grote en/of complexe woningaanpassingen noodzakelijk zijn.

50% €

200.000

4,3%

Bovenmatige stijging bouwkosten, Als gevolg van de snel stijgende bouwprijzen is in de begroting rekening gehouden met schaarste bouwproducten en indexaties. Zowel voor investeringsprojecten (indexatie) als voor beheerprojecten en regulier brandstof/energieprijzen onderhoud is in de richtnota en begroting rekening gehouden met een aanzienlijke stijging. Omdat de markt op dit moment dermate volatiel en onvoorspelbaar is, wordt een extra risico reservering voor 2024 opgenomen.

20% €

2.596.000

22,4%

Jeugdzorg: -Ombouw gesloten jeugdhulp -Ombuiging jeugdzorg rendeert onvoldoende -Vervallen regionale solidariteitsprincipe

75% €

750.000

24,2%

Op het gebied van jeugdzorg spelen meerdere risico’s die we hier samenvoegen. Het gaat om de volgende risico’s: - Ombouw gesloten jeugdhulp: de financiële situatie van aanbieders van gesloten jeugdhulp blijft precair. Mochten er extra middelen nodig zijn om de continuïteit van gesloten jeugdhulp te (blijven) borgen, zijn wij als gemeente verplicht om deze middelen beschikbaar te stellen. Gesloten jeugdhulp is namelijk aangewezen als cruciale zorg. De raad is per brief van mei 2023 over dit risico geïnformeerd. - Meerkosten (specialistische) jeugdhulp: we zien de afgelopen jaren lokaal en regionaal dat het beroep op de jeugdhulp blijft toenemen. Regionaal worden bezuinigingsmaatregelen voorbereid, maar het risico bestaat dat deze niet direct effect sorteren. Indien er geen ombuiging van instroom, doorstroom en uitstroom plaatsvindt, bestaat dan ook het risico dat het bedrag in de begroting onvoldoende is. -Regionaal solidariteitsprincipe komt te vervallen: Binnen de regio werken we met een solidariteitsprincipe. Dit houdt in elke gemeente een x% bijdraagt aan de regionale begroting. Het % is gebaseerd op het aandeel in de uitgaven t-2. Als besloten wordt te stoppen met het solidariteitsprincipe, gaat elke gemeente de werkelijke kosten betalen. Dit kan positieve effecten hebben, maar brengt ook een risico met zich mee.

Dit risico is dat er door bepaalde uitzonderlijke situaties in individuele casuïstiek (bijvoorbeeld door uithuisplaatsing van meerdere kinderen in een gezin) er hogere kosten zijn dan verwacht.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 6,7 miljoen) niet nodig is. De kans is zeer klein dat alle risico's tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande grafiek en tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

42

Resultaten risico simulatie: Zekerheidspercentage Bedrag

Statistieken

Waarde

10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%

Minimum Maximum Gemiddeld Standaarddeviatie Absolute maximum Trekkingen

€0 € 6.134.377 € 1.158.709 € 952.463 € 6.746.000 100.000

€ 251.191 € 482.836 € 827.989 € 1.631.785 € 1.976.848 € 2.647.867 € 3.057.677 € 4.129.628

Uit de grafiek en tabel volgt dat het 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.648.000 (benodigde weerstandscapaciteit). De norm van 90% wordt toegepast bij Nederlandse gemeenten. Extra zekerheid gaat vanaf dit punt een naar verhouding groter beslag leggen op de weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Kaag en Braassem bestaat uit de algemene reserve. Dit bestaat in het geheel uit middelen die de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

43

Risico's:

Weerstandscapaciteit :

Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product

Kaag en Braassem Reserve

i i Weerstandvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 26.572.000 € 2.648.000

= 10,0

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Het ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Structurele risico’s en nieuwe ontwikkelingen Bovenstaand is aangegeven welk beslag incidentele risico’s kunnen hebben op de beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij is strikt aangegeven dat het om risico’s gaat die de gemeente direct geld kosten. Aangenomen is dat structurele risico’s niet worden verrekend. Met andere woorden de gemeente reserveert niet voor risico’s met effecten die zich op middellange en lange termijn kunnen voordoen. Hiervoor worden besluiten genomen in het kader van beheersing daarvan, en de (financiële) gevolgen worden opgenomen in de begroting. De structurele risico’s waarop (extra) beheerst moet gaan worden: - De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en gevolgen voor de gemeentelijke organisatie en dienstverlening op middellange termijn; - Tijdige keuzes in beheer en onderhoud ten aanzien van stijgende prijzen, areaaluitbreiding, beheerniveau ’s en klimaatimpact; 44

-

Bijsturing of tijdige signalering stijgende bijdragen aan verbonden partijen; Tijdige sturing op grondexploitaties in het kader van renteontwikkelingen en grondprijzen; Renterisico en prijsrisico in het kader van de komende investeringen en projecten zoals de kindclusters en het Sportpad. Herziening inrichting jeugdhulp en te realiseren besparingen. Het effect van de nieuwe Omgevingswet op de bouwleges. Het jaar 2024 is het 1e ervaringsjaar. Areaaleffecten (door groei van het inwonertal) van onderwijshuisvesting, infrastructuur/openbare ruimte, en de sociale voorzieningen.

Conclusie Ons weerstandsvermogen kwalificeert als uitstekend voor de korte termijn risico’s. Wij hebben ruim voldoende buffer om incidentele tegenvallers op te vangen. Om ook op de langere termijn financieel gezond te blijven, is belangrijk om het instrument van risicobeheersing breed in te bedden in de organisatie.

45

Financiële kengetallen De financiële kengetallen maken een vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Begroting jaar 2025 Kengetallen:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

netto schuldquote

40%

71%

126%

166%

181%

184%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

29%

62%

117%

157%

171%

175%

solvabiliteitsratio

44%

37%

25%

19%

18%

18%

structurele exploitatieruimte

10%

1%

1%

0%

0%

0%

grondexploitatie

2%

1%

3%

3%

4%

5%

belastingcapaciteit

114%

122%

113%

113%

113%

113%

Elk kengetal kent een signaalwaarde en wordt hierna toegelicht. Met groen wordt aangegeven dat we aan de veilige kant van de signaal waarde zitten, oranje staat voor neutraal, en rood staat voor risicovol. 1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

netto schuldquote

40%

71%

126%

166%

181%

184%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde waarde < 90% 90% > 130% > 130%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

De schuldquote verslechtert fors. Dit wordt primair ingegeven door het grote volume van investeringen in met name onderwijshuisvesting en sport, die inmiddels zijn geaccordeerd. In eerdere raadsessies is inzichtelijk gemaakt dat het voorgenomen investeringsvolume de komende 4 jaren een veelvoud is van de afgelopen 4 jaar. Wij gaan fors meer lenen voor de investeringen. Budgettair heeft dit geen effect, omdat wij reeds enkele jaren de beoogde rente en afschrijving van potentiële nieuwe onderwijshuisvesting als stelposten, meerjarig ramen in de begroting. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven.

46

2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

29%

62%

117%

157%

171%

175%

Inzicht De effectieve schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die door zijn betaald aan derden en het geld dat is geïnvesteerd in nog te leveren bouwgrond is geëlimineerd. De voor alle verstrekte leningen gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld dan de netto schuldquote. Maar ook hier is nog steeds het effect te zien van onze forse investeringsambities. 3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

solvabiliteitsratio

44%

37%

25%

19%

18%

18%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde waarde > 50% 20% > 50% < 20%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Ook de solvabiliteit daalt fors. Dit hangt samen met de eerder genoemde investeringsambities. Door de leningen gaat ons balanstotaal omhoog, en maakt het eigen vermogen daar dus een kleiner deel van uit. Ook dit is met uw raad in eerdere sessies besproken waarbij met behulp van een knoppenmodel inzichtelijk werd gemaakt welke invloed de verschillende investeringsambities hadden op onze solvabiliteit. 4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

structurele exploitatieruimte

10%

1%

1%

0%

0%

0%

Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

47

Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > 0 Begrotingsruimte = 0 Begrotingsruimte < 0

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Omdat wij een sluitende structurele begroting presenteren, scoort dit kengetal neutraal. In werkelijkheid heeft de begroting nog steeds een structureel positief saldo. U raad kiest ervoor om het voordeel van de begroting, als nader in te vullen lastenpost op te nemen, de zogenaamde budgettaire ruimte. 5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

grondexploitatie

2%

1%

3%

3%

4%

5%

Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijs veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt, is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het meerjarenperspectief een gezonde grondpositie heeft. De grondexploitaties worden jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden ook steeds de risico’s bij deze grondexploitaties geactualiseerd. Zie hiervoor paragraaf 7. 6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:

2023

2024

2025

2026

2027

2028

belastingcapaciteit

114%

122%

113%

113%

113%

113%

Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol 48

Bij deze indicator worden de woonlasten voor een huiseigenaar (OZB, riool- en afvalheffing) vergeleken met het landelijk gemiddelde. Een laag percentage suggereert weinig risico omdat er nog ruimte is om de belastingen te verhogen. Wij zitten boven gemiddeld. Daar hoort wel een nuancering bij. Dit kengetal kijkt naar de woonlasten van het vorige begrotingsjaar, hier dus 2024. Algemeen oordeel Vorig jaar hadden we nog een structureel tekort op in de meerjarenraming. Uw raad heeft met een pakket van realistische ombuigingen bij de Richtnota, structurele ruimte weten te creëren in de meerjarenraming. Het hielp ons dat de meicirculaire 2024 ook nog meezat. Tussen de richtnota en deze begroting deden zich wat overkomelijke ontwikkelingen voor, maar het lange termijn beeld is nog steeds positief. Onze leningenportefeuille zal, als wij alle investeringen voortvarend realiseren, de komende jaren fors toenemen. Dat betekent dat onze begroting gevoeliger wordt voor renteaanpassingen. Het laatst beeld daarbij is dat de ECB nu juist weer inzet op een geleidelijke verlaging van de rente. Dat stelt voor nu gerust, maar geeft nog geen garanties voor de verdere toekomst.

49

3. Kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen geven we richting aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering pakken we het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal op. Onderstaande tabel geeft inzicht in het te onderhouden areaal van de gemeente. Het beheerareaal Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR:*) Groen -

Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (in km2) Gras/Berm (in km2) Gras/Bloemrijk (in km2) Cultuur beplanting (in km2) Natuurlijke beplanting (in km2)

Bomen Water

Riolering: Kolken

9500 stuks

Vrij verval riool Drukriool (incl. persleiding) Gemalen Pompputten (in beheer)

153 km 138 km

19246 0,235 0,569 0,243 0,140 0,176 10.017 stuks 0,17 km²

Beschoeiing of natuurvriendelijke oever

96 stuks 772 stuks

Beschoeiing (in m1) (beschoeid, palenrij en damwand. - Natuurvriendelijke oever (in m1) (NVO, onderwaterbeschoeiing) Straatmeubilair

44.298

1475 stuks (totaal)

Verharding:

Prullenbakken (Afvalbakken, containers, blikvanger en hondenpoepbak) Banken Overig

559 stuks 413 stuks 503 stuks

Elementen Asfalt Beton Halfverharding

735.130 m2 683.893 m2 5468 m2 15.757 m2

Speeltoestellen

422 stuks

Verkeersborden

5698 stuks

Lichtmasten Kunstwerken: Aanleginrichting (Remmingswerk) Aanleginrichting (Pont) Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies

5.500 stuks

-

-

-

4.558

4 stuks 3 stuks 20 stuks 11 stuks 208 stuks 7 stuks 1 stuks 50

Grondkeringen Keermuur Schutsluis Trappen Voetgangerstunnel RV Viaduct RV Waterreguleringswerken Duikers <1 m1 Duikers >2 m2

26 stuks 5 stuks 1 4 1 1 6 354 32

* Eenheden zijn afgeleid van het IBOR en geactualiseerd op basis van de areaalvlakken in het beheerprogramma Geovisia. Gebouwen: Gebouwen waarvan: - Groep 1 (vaste voorraad) - Groep 2 (beheer door sportbedrijf) - Groep 3 (losse voorraad) - Groep 4 (reeds uitgefaseerde voorraad)

Stuks 34 15 3 7 8

Begin 2020 is het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) door de gemeenteraad vastgesteld voor de periode 2020-2024. Doel van het IBOR is om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te beheren, afgestemd op de behoefte van de (deelgebieden binnen de) gemeente binnen daarbij passend budget. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen, zoals civiele kunstwerken, riolering en gebouwen, zijn vastgelegd in aparte beheerplannen. Onderstaande tabel geeft de actuele stand van zaken van de diverse beheerplannen weer. Beheerplan

Datum Looptijd t/m raadsbesluit

IBOR Watertakenplan Gebouwen Civiele kunstwerken

2020 Q4 2023 Q4 2019 2021

2024 2027 2024 2024

Financiële vertaling in begroting Ja Ja Ja Ja

Achterstallig onderhoud Nee Nee Nee Nee

Kwaliteit

51

In bovenstaande figuur zijn de door de gemeenteraad vastgestelde beeld kwaliteitsniveaus weergegeven waarmee de openbare ruimte in de verschillende deelgebieden wordt onderhouden. Aan de kwaliteitsniveaus zijn normbedragen en te onderhouden arealen gekoppeld, op basis waarvan het totaal benodigde beheerbudget is vastgesteld en toegekend. Hierbij is A een hoge beeldkwaliteit aflopend naar D met een lage of onvoldoende beeldkwaliteit. Het is belangrijk om op te merken dat beeldkwaliteit en technische kwaliteit twee verschillende dingen zijn. Beeldkwaliteit C houdt bijvoorbeeld in dat de technische kwaliteit van de weg al fors verminderd is. In het nieuwe IBOR dat eind 2024 zal moeten worden vastgesteld. Zal de nadruk meer komen te liggen op de technische kwaliteit van onze wegen. Riolering Aan het einde van 2023 is het nieuwe Watertakenplan 2024-2027 (WTP) vastgesteld, dat het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vervangt. Dit nieuwe plan verschuift de focus naar een bredere aanpak van waterbeheer, waarin niet alleen aandacht wordt besteed aan de afvoer van riool- en regenwater, maar ook aan het beheer van oppervlakte- en grondwater. Deze bredere aanpak is noodzakelijk gezien de toenemende uitdagingen door klimaatverandering, die vaak om een integrale oplossing vragen.

Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken zijn essentiële bouwwerken in de openbare ruimte, waaronder bruggen, viaducten, duikers, kademuren, sluizen en veerstoepen. Gezien de waterrijke omgeving van Kaag en Braassem, beschikt de gemeente over een aanzienlijk aantal van deze objecten. Het huidige beheerplan, dat loopt tot eind 2024, omvat een uitvoeringsprogramma voor groot onderhoud en vervanging. Dit plan markeert de overgang van incident-gestuurd naar risico-gestuurd beheer, waarbij de nadruk ligt op het plannen en uitvoeren van onderhoud op het meest geschikte moment. Dit vermindert de risico’s op schadeaansprakelijkheid, kapitaalvernietiging en functieverlies. In de eerste helft van 2024 wordt het nieuwe beheerplan voor de periode 2025-2029 opgeleverd, ter behandeling door het college en de gemeenteraad. Dit nieuwe plan zal voortbouwen op de huidige strategieën en verdere optimalisatie van het onderhoudsproces nastreven. Enkele bruggen zijn niet opgenomen in het onderhoudsprogramma 2020-2024, maar naderen het punt waarop ze binnenkort moeten worden onderhouden of vervangen. Deze bruggen zijn relevant voor de ontsluitingsroutes van de ontwikkeling van Braassemerland. Het is daarom essentieel dat de onderhoudsmaatregelen worden afgestemd op het toekomstige gebruik.

Door de ontwikkeling zal de belasting op deze bruggen toenemen, hoewel de exacte effecten op de bestaande kunstwerken nog niet duidelijk zijn. Openbaar groen en water Er is veel werk uitgevoerd aan het in kaart brengen van al het in beheer zijnde openbaar groen en water. Dankzij deze inspanningen is er nu een helder en completer beeld van de omvang en de staat van het groen- en waterbeheer. Met deze gedetailleerde informatie kunnen we nu veel doelmatiger te werk gaan. We kunnen beter plannen en prioriteiten stellen voor onderhoudswerkzaamheden, zoals baggeren, vervangen beschoeiingen, onderhoud bomen, enz. Door het duidelijker in kaart brengen van het openbaar groen en water is het beheer ervan aanzienlijk verbeterd, wat uiteindelijke bijdraagt aan een betere onderhouden leefomgeving voor alle inwoners. Wegen (asfalt, elementen, beton en half verharding) In 2023 is de twee jaarlijkse weginspectie opnieuw uitgevoerd. Deze dient als basis voor het inplannen en uitvoeren van het onderhoud in 2024 en 2025. Hiermee wordt het behouden van de kwaliteit van de verharding geborgd en het risico op kapitaalvernietiging en schadeaansprakelijkheid verkleint. 52

Daarnaast is het “ontstenen” van onze buitenruimte een speerpunt. Waarmee we het wegen areaal verkleinen en het groen areaal vergroten. Gebouwen De gemeente bezit gebouwen en bouwwerken. Deze zijn opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). De gebouwen zijn verdeeld in meerdere groepen, met verschillende onderhoudsniveaus. De vaste voorraad (groep één) bestaat uit gebouwen die we in principe willen behouden, zoals de gemeentelijke huisvesting. De gebouwen worden redelijk tot goed onderhouden. De (sport)gebouwen die worden geëxploiteerd het Sportbedrijf, betreffen groep twee. Het Sportbedrijf verzorgt ook het (groot)onderhoud van deze gebouwen. De losse voorraad (groep drie) bestaat uit gebouwen die de gemeente wenst af te stoten. Het onderhoudsniveau van groep drie is sober en doelmatig. De financiële consequenties van het MJOP 2020-2024 zijn verwerkt in deze begroting. Omdat het huidig MJOP in 2024 afloopt, wordt er in 2024 een nieuw MJOP voorbereid voor de periode 2025-2029. Financieel In onderstaande tabellen wordt inzichtelijk gemaakt hoe de financiële consequenties zijn verwerkt in de begroting. Dit betreft de budgetten voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte, de kunstwerken, riolering en voor gebouwen (exclusief personeel, kapitaallasten en energielasten). Vertaling financiële consequenties onderhoud in de begroting Onderhoud

2025

2026

Bedragen * € 1.000 2027 2028

Groen Verharding Verharding (leges en vergoedingen) Water Openbare verlichting Kunstwerken

1.029 2.336 -355 523 807 584

867 2.176 -355 523 807 584

867 2.176 -355 523 807 794

867 2.192 -355 523 807 794

Riolering Gebouwen Totaal budgetten onderhoud

1.265 367 6.556

1.250 367 6.219

1.250 367 6.429

1.250 367 6.444

Hierna zijn de reguliere kredieten opgenomen. Een aantal kredieten zijn nog niet vrijgegeven. Voor deze investeringen zijn wel stelposten opgenomen in de begroting voor de budgettaire consequenties. Maar voor elke ontwikkeling zal uw raad nog een separaat kredietvoorstel worden voorgelegd. Vertaling financiële kredieten IBOR in de begroting

2025

2026

Bedragen * € 1.000 2027 2028

3.550 1.751

3.550 1.751

3.550 1.751

3.550 1.751

5.301

5.301

Kredieten Kunstwerken Riolering Verharding Vriezenweg en Vriezekoop Noord Nog niet vrijgegeven (*): Verkeersveiligheid & IBOR (CUP 2.0)

2.750 1.465

1.465

Brug Noorderhemweg Totaal kredieten IBOR in de begroting

4.400 13.916

6.766

Om tot een zo efficiënt mogelijke inzet van de beschikbare middelen te komen vindt continue afstemming tussen alle beheeronderdelen plaats. Op deze manier wordt (financieel) voordeel gehaald door middel van werk met werk maken.

53

4. Financiering In de financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 21 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • De kasgeldlimiet; • De renterisiconorm; • De rentevisie; • Het kredietrisicobeheer; • De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • De schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • De schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • De rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 17). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut. Renterisicobeheer Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden.

Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2025 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 7,7 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op vaste schuld bedraagt daardoor in 2025 € 18,1 miljoen.

In 2025 zal voor € 10,9 miljoen worden afgelost en er zijn geen leningen waarvan de rente wordt herzien; waardoor de renterisiconorm niet zal worden overschreden. Op basis van deze meerjarenbegroting is de verwachting dat we de renterisiconorm de komende jaren niet zullen gaan overschrijden. 54

bedrag x € 1.000 Renterisico(norm) op vaste schuld

2024

2025

2026

2027

2028

(1a) renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

0

(1b) renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

0

(1) netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

0

(2) betaalde aflossingen

10.883

10.894

6.405

6.293

8.050

(3) renterisico op vaste schuld (1+2)

10.883

10.894

6.405

6.293

8.050

78.366

90.234

92.293

85.259

85.692

20%

20%

20%

20%

20%

(4) renterisiconorm (4ax4b)

15.673

18.047

18.459

17.052

17.138

(5a) ruimte onder renterisiconorm (4>3)

4.790

7.153

12.054

10.759

9.089

renterisico op vaste schuld

renterisiconorm (4a) begrotingsomvang (4b) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

(5b) overschrijding renterisiconorm (3>4)

Rentevisie Voor de begroting hebben we altijd de rentevisie van de BNG (Bank Nederlandse gemeenten) gevolgd. De BNG deed een voorspelling van de rente over 1 jaar. Echter, de BNG publiceert sinds 2024 geen rentevisie meer. Daarom is gekozen om voor de begroting de actuele rente van de BNG als uitgangspunt te nemen. Voor de nieuwe leningen en herfinancieringen in de meerjarenraming hanteren we: 3,16%, op basis van een 10-jaars fixed lening, peildatum 1 augustus 2024. Korte termijn ontwikkelingen Recentelijk heeft de ECB haar rente weer verlaagd. De ECB houdt verdere renteverlagingen open, afhankelijk van de economische situatie en inflatieontwikkeling in de Eurozone.

55

Kredietrisicobeheer Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMUpositie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De ondergrens van het drempelbedrag is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 1,8 miljoen in 2025. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (ESTER/ daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). Bij de berekening van de financieringsbaten is met deze verwachtingen rekening gehouden. Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt).

Eind 2025 is de verwachting dat er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde is van € 5,0 miljoen. Daarnaast is een converteerbare obligatielening aan Alliander beschikbaar gesteld van € 2,7 miljoen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat begin 2024 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,5 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 0,5 miljoen. Dit betreft afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op). Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 46,2 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat.

Tot en met juli 2021 had het WSW met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting MeerWonen’, tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond (=wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)). WSW staat borg voor deze leningen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In verband met de veranderde werkwijze van de achtervang heeft de WSW vanaf 1 augustus 2021 een nieuwe achtervangovereenkomst gesloten met alle gemeenten; waarbij alle contracten per die datum gelijk zijn getrokken. Hierbij worden de nieuwe leningen via een verdeelsleutel toegewezen aan de gemeenten waar de corporatie werkzaam is. Voorheen werd een lening één op één gekoppeld aan een gemeente. In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden.

56

Gemeentefinanciering Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor het EMUsaldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMUsaldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in het uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het geprognosticeerde EMU-saldo over boekjaar 2025 € 42 miljoen (negatief).

Het EMU-saldo is gebaseerd op het kasstelsel en doordat vanaf 2025 grote investeringen zijn gepland (met name op het gebied van nieuwbouw KINEO, IKC Woubrugge, groot onderhoud openbare ruimte, GRP, inleg eigen vermogen Vof Braassemerland), is de verwachting dat de gemeente vanaf dan een tekort zal hebben (meer zal uitgeven dan ontvangen). Op dit moment zijn er geen consequenties. Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Hierbij zijn de ontvangsten en uitgaven volgens de programmabegroting en investeringsplannen het uitgangspunt. Op basis van ervaringscijfers, inschatting van de (periodieke) uitgaven en ontvangsten en de mutaties in de leningenportefeuille voorzien wij per ultimo 2025 een financieringstekort van € 0,2 miljoen (exclusief resultaat). Door het financieringstekort zal de schuld toenemen.

57

Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille: bedrag x € 1.000 2024

2025

2026

2027

2028

Stand per 1 januari

Mutaties in de leningenportefeuille

40.186

59.002

105.609

142.204

151.911

(her)financiering

29.700

57.500

43.000

16.000

11.750

Reguliere aflossingen

10.883

10.894

6.405

6.293

8.050

Vervroegde aflossingen

0

0

0

0

0

Stand per 31 december

59.002

105.609

142.204

151.911

155.611

Gemiddeld rentepercentage

2,93%

3,13%

3,19%

3,13%

3,13%

Gemeente Kaag en Braassem past het principe van totaalfinanciering toe. Dat wil zeggen dat de aangetrokken leningen niet één op één gekoppeld zijn aan de investeringsprojecten of verstrekte leningen; maar dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden, zowel reguliere activiteiten als projecten. Om een financieringstekort op te kunnen vangen is de verwachting dat in verband met herfinanciering van de in het verleden aangegane leningen voor onroerendgoedtransacties en financiering geplande investeringen/kapitaalverstrekking (met name op het gebied van nieuwbouw KINEO, IKC Woubrugge, groot onderhoud openbare ruimte, Watertakenplan, inleg eigen vermogen Vof Braassemerland) langlopende leningen zullen worden aangetrokken van respectievelijk € 30 miljoen, € 58 miljoen, € 43 miljoen, € 16 miljoen en € 12 miljoen. Daarnaast is de verwachting dat in de periode 2025-2028 kortlopende leningen zullen worden aangetrokken of tijdelijk gebruik zal worden gemaakt van de kredietfaciliteit bij de BNG voor bedragen van maximaal € 5 miljoen (binnen de kaders van de kasgeldlimiet) om een tijdelijk financieringstekort op te kunnen vangen. In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft.

Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan. Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.

58

Rentetoerekening en renteresultaat Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd (= 2,26%); waarbij het bij de begroting voorgecalculeerde renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond. De rekenrente in 2025 zal naar verwachting 2,5% zijn en is hiermee lager dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Reden is dat de we de afgelopen jaren de in het verleden aangegane leningen voor onroerendgoedtransacties grotendeels hebben geherfinancierd tegen een gunstiger rentetarief; en de rente op de kapitaalmarkt het afgelopen jaar flink is gestegen. In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Renteschema 2025

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

-/-

€ 2.550.423 € 506.561 € 2.043.861

€ 164.923 -€ 322.778

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-/-

-€ 157.854 € 2.201.716

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€0 € 259.249 € 2.460.965

2,26%

€ 2.717.425 -€ 256.460

-0,24%

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Verwacht renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

2,50%

59

5. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners en van beleids- en bestuurlijke processen, als ook de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoering onderdelen toe die in 2025, naast de reguliere werkzaamheden, extra inspanningen leveren om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren. Organisatie en overhead Onze ambtelijke organisatie is de afgelopen jaren steeds meer toegegroeid (en zal dat de komende jaren blijven doen) naar een organisatie die bestaat uit een vaste ambtelijke kern, met daaromheen een flexibele schil. Deze flexibele schil wordt afhankelijk van de vraag geactiveerd. Op dit moment beschikt de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem over 176,62 fte incl. 3,03 fte griffie. Dit is omgerekend 6,07 fte per 1000 inwoners. Van deze 176,62 fte is momenteel 11,98 fte vacant. Dit houdt in dat de bezetting 164,64 fte bedraagt en dat is 5,66 fte per 1000 inwoners. In geval van vacatures, wordt ingezet op het werven van nieuwe gekwalificeerde medewerkers. Wanneer dit niet direct lukt, wordt er extern ingehuurd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=3f4efa24-1236-4f1e-9280-a1be13bf4627