Programmabegroting 2024
Tekst van het document
Als gevolg van de onzekerheid met betrekking tot energieprijzen, inflatie kunnen meer inwoners, ondernemers en verenigingen in de financiële problemen komen. Dit leidt niet alleen tot directe uitgaven, maar zal ook een beslag hebben op de inzet van de gemeentelijke organisatie.
75% € 1.100.000
28,7%
Uitspraak Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen inzake het juridisch geschil Grietpolderweg valt negatief uit
Het geschil over de verantwoordelijkheid van de extra kosten voor de Grietpolderweg in het kader van de zettingsproblematiek wordt beslecht door een uitspraak van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen. De kosten zijn in 2023 geraamd op ca. 1,2 miljoen en ondanks, de in de ogen van de gemeente sterke positie, wordt in het kader van de risicoreservering toch rekening gehouden met een negatieve uitspraak.
50% € 1.200.000
20,9%
Grote tekorten op de Voor de gemeente is het een uitdaging om voldoende gekwalificeerde arbeidsmarkt en het niet medewerkers te behouden en/of te werven. De druk op de medewerkers (tijdig) kunnen invullen wordt groter gezien een aantal externe ontwikkelingen in zowel de van kritische functies sociale als ruimtelijke beleidsvelden. Hiermee bestaat er ook een risico op waardoor duurdere inhuur een hoger ziekteverzuim dan voorzien. Hoewel het arbeidsmarkt risico noodzakelijk is. een lange termijn component kent, wordt in de risico reservering rekening gehouden met extra uitgaven voor komend jaar (de meerkosten tov het salarisbudget).
70% €
399.000
9,7%
Afwijkingen op de raming Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kent een open einde open einde regeling Wmo regeling. Ondanks de opgebouwde ervaring en kwaliteit van de ondersteuning prognoses kan het voorkomen dat grote en/of complexe woningaanpassingen noodzakelijk zijn.
50% €
165.000
2,9%
Bovenmatige stijging bouwkosten, schaarste bouwproducten en brandstof/energieprijzen
Als gevolg van de snel stijgende bouwprijzen is in de begroting rekening gehouden met indexaties. Zowel voor investeringsprojecten (indexatie) als voor beheerprojecten en regulier onderhoud is in de richtnota en begroting rekening gehouden met een aanzienlijke stijging. Omdat de markt op dit moment dermate volatiel en onvoorspelbaar is, wordt een extra risico reservering voor 2024 opgenomen.
20% € 2.596.000
18,1%
Jeugdhulp: - Ombouw gesloten jeugdhulp - Caseloadverlaging jeugdbescherming - Meerkosten (specialistische) jeugdhulp - Subregionale teams
Op het gebied van jeugdhulp spelen meerdere risico’s die we hier samenvoegen. Het gaat om de volgende risico’s: -Ombouw gesloten jeugdhulp: de financiële situatie van aanbieders van gesloten jeugdhulp blijft precair. Mochten er extra middelen nodig zijn om de continuïteit van gesloten jeugdhulp te (blijven) borgen, zijn wij als gemeente verplicht om deze middelen beschikbaar te stellen. Gesloten jeugdhulp is namelijk aangewezen als cruciale zorg. De raad is per brief van mei 2023 over dit risico geïnformeerd. -Caseloadverlaging jeugdbescherming: de caseload voor jeugdbescherming wordt stapsgewijs verlaagd. Dit houdt in dat elke jeugdbeschermer minder casuïstiek in zijn caseload heeft. Dit heeft financiële consequenties: om dezelfde omvang aan casuïstiek te kunnen bedienen zijn meer jeugdbeschermers nodig. De omvang van deze consequenties is op dit moment nog niet bekend. -Meerkosten (specialistische) jeugdhulp: we zien de afgelopen jaren lokaal en regionaal dat het beroep op de jeugdhulp blijft toenemen. Regionaal worden bezuinigingsmaatregelen voorbereid, maar het risico bestaat dat deze niet direct effect sorteren. Indien er geen ombuiging van instroom, doorstroom en uitstroom plaatsvindt, bestaat dan ook het risico dat het bedrag in de begroting onvoldoende is.
Ook financiële consequenties van de nieuwe inrichting van de jeugdhulp 2024 in Kaag en Braassem en de aansluiting bij de regio zijn nog onvoldoende bekend waardoor het risico bestaat dat extra budget nodig is om tijdig goede jeugdhulp te bieden. -Subregionale teams: Binnen GO! voor jeugd zijn meerdere teams aanwezig die een vorm van specialistische jeugdhulp bieden. We onderzoeken of we deze teams kunnen behouden en of we deze teams via de regionale inkoop kunnen financieren. Vanwege de onzekerheid van regionale financiering is dit onderdeel in de risicoparagraaf opgenomen.
75% €
750.000
19,6%
Discontinuïteit Hoewel de uitvoering van de ICT verzorgd wordt door de BVO Rijn en bedrijfsvoering gemeente Braassem kan het risico van cyberaanvallen en het stil vallen van het als gevolg van netwerk (met de nodige herstelkosten) niet worden weggenomen. informatiebeveiligingsprob Rekening wordt gehouden met een kleine kans, maar aanzienlijk gevolg lemen (hacking, gijzeling, dat is gebaseerd op ervaringen bij andere overheden (gemeente, ransomeware etc.) onderwijs en woningcorporaties).
1% €
500.000
0,2%
40
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 6,7 miljoen) niet nodig is. De kans is zeer klein dat alle risico's tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande grafiek en tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
Resultaten risico simulatie: Zekerheidspercentage Bedrag 10% € 458.325 25% € 819.872 50% € 1.295.361 75% € 1.873.193 80% € 2.049.641 90% € 2.607.646 95% € 3.157.848 99% € 4.085.790
Statistieken Minimum Gemiddeld Standaarddeviatie Absolute maximum Trekkingen
Waarde €0 € 1.436.708 € 863.267 € 6.710.000 100.000
Uit de grafiek en tabel volgt dat het 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.607.000 (benodigde weerstandscapaciteit). De norm van 90% wordt toegepast bij Nederlandse gemeenten. Extra zekerheid gaat vanaf dit punt een naar verhouding groter beslag leggen op de weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Kaag en Braassem bestaat uit de algemene reserve. Dit bestaat in het geheel uit middelen die de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.
Weerstand Kaag en Braasem Totale weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Startcapaciteit € 22.645.000 € 22.645.000
41
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Risico's:
Weerstandscapaciteit :
Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product
Kaag en Braassem Reserve
i
i
Weerstandvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 22.645.000 € 2.607.000
= 8,7
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Het ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
42
Structurele risico’s en nieuwe ontwikkelingen Bovenstaand is aangegeven welk beslag incidentele risico’s kunnen hebben op de beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij is strikt aangegeven dat het om risico’s gaat die de gemeente direct geld kosten. Aangenomen is dat structurele risico’s niet worden verrekend. Met andere woorden de gemeente reserveert niet voor risico’s met effecten die zich op middellange en lange termijn kunnen voordoen. Hiervoor worden besluiten genomen in het kader van beheersing daarvan, en de (financiële) gevolgen worden opgenomen in de begroting. De structurele risico’s waarop (extra) beheerst moet gaan worden: - Aflopende energiecontracten ná 2023 bij een gelijkblijvend of stijgend energieniveau; - De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en gevolgen voor de gemeentelijke organisatie en dienstverlening op middellange termijn; - Tijdige keuzes in beheer en onderhoud ten aanzien van stijgende prijzen, areaaluitbreiding, beheerniveau ’s en klimaatimpact; - Bijsturing of tijdige signalering stijgende bijdragen aan verbonden partijen; - Tijdige sturing op grondexploitaties in het kader van renteontwikkelingen (stijging); - Renterisico en prijsrisico in het kader van de komende investeringen en projecten zoals de kindclusters en het Sportpad. - Herziening inrichting jeugdhulp en te realiseren besparingen.
Werken aan een sluitende meerjaren begroting Als gevolg van de opschalingskorting van het Rijk, vertoont de begroting vanaf 2026 een tekort. Wij hebben er namelijk voor gekozen bij de inrichting van deze begroting aan te sluiten bij de adviezen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), zoals ook de meeste gemeenten ook hebben ingezet naar aanleiding van de ledenvergadering van de VNG. Na vaststelling van deze begroting start meteen het traject om in voorbereiding op de Richtnota 2025, te bezien welke bezuinigingen/ ombuigingen mogelijk zijn. Aansluitend worden in de aanloop naar de Richtnota 2025, scenario’s ontwikkeld vanuit deze brede inventarisatie. Deze worden gecombineerd met de alternatieven die wij al hebben gepresenteerd in de huidige Nota van Actualisatie 2024. Conclusie Ondanks de grote onzekerheden en verslechterde financiële omstandigheden kwalificeert ons weerstandsvermogen als uitstekend voor de korte termijn risico’s. Wij hebben ruim voldoende buffer om incidentele tegenvallers op te vangen. Om ook op de langere termijn financieel gezond te blijven, starten we meteen na vaststelling van deze begroting het traject om te bezien welke bezuinigingen/ ombuigingen mogelijk zijn voor de komende jaren.
43
Financiële kengetallen ____________________________________________________________________________ De financiële kengetallen maken een vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Begroting jaar 2024 Kengetallen:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
netto schuldquote
49%
86%
103%
89%
103%
108%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
37%
74%
92%
80%
95%
99%
solvabiliteitsratio
42%
32%
28%
30%
29%
29%
structurele exploitatieruimte
10%
2%
1%
-1%
-4%
-6%
grondexploitatie
7%
6%
6%
4%
4%
5%
belastingcapaciteit
114%
97%
103%
103%
103%
103%
1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
netto schuldquote
49%
86%
103%
89%
103%
108%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde waarde < 90% 90% > 130% > 130%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: neutraal In meerjarenperspectief blijft de netto schuldquote binnen de neutrale signaalwaarde. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven.
44
2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
37%
74%
92%
80%
95%
99%
Inzicht De effectieve schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die door zijn betaald aan derden en het geld dat is geïnvesteerd in nog te leveren bouwgrond is geëlimineerd. De voor alle verstrekte leningen gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld dan de netto schuldquote. Oordeel: neutraal De gecorrigeerde netto schuldquote heeft dezelfde beweging als de netto schuldquote: neutraal 3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
solvabiliteitsratio
42%
32%
28%
30%
29%
29%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde waarde > 50% 20% > 50% < 20%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: neutraal De solvabiliteitsratio en ook het toekomstige beeld daarvan blijft neutraal. Daar hoort een kanttekening bij. In de begroting zijn diverse stelposten opgenomen voor grote investeringen. Deze stelposten leggen een budgettaire claim op de begroting, maar zijn nog niet vertaald naar concrete investeringskredieten door uw raad. Wanneer er in toekomst invulling wordt gegeven aan een stelpost, door het voteren van een uitvoeringskrediet, kan dat leiden tot een afname van de solvabiliteit. Als wij zéér voortvarend de komende jaren alle investeringsambities zouden realiseren, daalt de solvabiliteit richting de 20%. 4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
structurele exploitatieruimte
10%
2%
1%
-1%
-4%
-6%
45
Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > 0 Begrotingsruimte = 0 Begrotingsruimte < 0
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: meest risicovol De verslechtering van de structurele vrije ruimte hangt samen met het tekort in de meerjarenraming. Na vaststelling van deze begroting start dan ook meteen het traject om in voorbereiding op de Richtnota 2025, te bezien welke bezuinigingen/ ombuigingen mogelijk zijn. Aansluitend worden in de aanloop naar de Richtnota 2025, scenario’s ontwikkeld vanuit deze brede inventarisatie. Bij deze verslechtering van de structurele ruimte hoort ook een nuancering. In de laatste tabel van deze begroting is een overzicht van het nieuwe beleid in deze begroting opgenomen (zie ook tabel hieronder). We beschouwen dit nieuwe beleid nu reeds als structurele last, maar uw raad moet op veel dossiers nog een besluit nemen. Daardoor is het structurele tekort in deze begroting vooral een weergave van uw ambities, maar nog géén voldongen feit. Overzicht III
Overzicht nieuw beleid
Bedragen * € 1.000
Beschikbare stelposten begroting waarvoor nog separate kredieten moeten worden toegekend 2024 2025 Nr. Omschrijving Programma 1 Bestuur, regio en middelen CUP 2.0 Totaal programma 1
2026
2027
923 N 923 N
993 N 993 N
900 N 900 N
900 N 900 N
49 N 1 N 230 N 783 N
82 N 34 N
251 N 34 N
251 N 34 N
972 N 114 N 1.201 N
1.024 N
2.005 N
1.309 N
2.290 N
382 N
382 N
N
382 N
382 N
382 N 210 N 592 N
1.985 N
2.576 N
2.591 N
3.783 N
Programma 2 Sociaal domein Geactualiseerde uitbreiding locatie Kaskade Infra & parkeren Kaskade 1e inrichting uitbreiding Kaskade Stelpost herinrichting Sportpad, incl. nieuwbouw de Tweesprong Extra 1e inrichting uitbreiding KC Noord (onderdeel sportpad) Totaal programma 2 Programma 3 Ruimte en leefomgeving
1.063 N
Stelpost Vriezenweg en Vriezekoop noord Stelpost brug Noorderhemweg Totaal programma 3
-
Totaal financieel effect op meerjarenbeeld
5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
grondexploitatie
7%
6%
6%
4%
4%
5%
46
Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijs veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt, is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: minst risicovol Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het meerjarenperspectief een gezonde grondpositie heeft. De grondexploitaties worden jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden ook steeds de risico’s bij deze grondexploitaties geactualiseerd. Zie hiervoor paragraaf 7. 6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:
2022
2023
2024
2025
2026
2027
belastingcapaciteit
114%
97%
103%
103%
103%
103%
Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: neutraal Bij deze indicator worden de woonlasten voor een huiseigenaar (OZB, riool- en afvalheffing) vergeleken met het landelijk gemiddelde. Een laag percentage suggereert weinig risico omdat er nog ruimte is om de belastingen te verhogen. Wij zitten met 103% net boven gemiddeld. Daar hoort wel een nuancering bij. Het landelijk gemiddelde waarmee wordt vergeleken, is dat van vorig jaar. Dit kengetal vergelijkt dus onze woonlasten van 2024 met het landelijk gemiddelde van 2023. We weten niet wat het landelijk gemiddelde 2024 wordt, maar als het procentueel evenveel stijgt als dat van Kaag en Braassem, wordt de signaalwaarde 97%, iets onder het landelijk gemiddelde, maar het oordeel ‘neutraal’ wijzigt niet. Algemeen oordeel We staan voor een stevige uitdaging met een structureel tekort op de meerjarenbegroting. Dat wordt ook bevestigd met een verslechtert beeld van de structurele exploitatieruimte. Maar onze balansposities staan er nu wel beter voor dan enige jaren geleden. Dat komt tot uitdrukking bij de schuldquotes en de solvabiliteit. Die scoren neutraal.
47
Terugkijken De begroting gaat over de toekomst, maar het is soms goed om terug te kijken. Hoe zagen we de toekomst drie jaar geleden, en hoe is die uitgekomen? In onderstaande tabel is te zien hoe we in de programmabegroting 2021, aankeken tegen het jaar 2024 (bij de meerjarenraming 2021-2024). De kengetallen voor 2024 staan er nu bijna allemaal beter voor dan destijds werd voorzien. Onze startpositie voor de komende vier jaar is flink verbetert. jaarschijf 2024 van programmabegroting: Kengetallen:
2021 2024
2024 2024
netto schuldquote
138%
103%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
129%
92%
solvabiliteitsratio
17%
28%
structurele exploitatieruimte grondexploitatie
-2% 3%
1% 6%
belastingcapaciteit
113%
103%
48
3. Kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen geven we richting aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering pakken we het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal op. Onderstaande tabel geeft inzicht in het te onderhouden areaal van de gemeente. Het beheerareaal Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR:*)
Riolering:
Groen
Kolken
8893 stuks
Vrij verval riool Drukriool (incl. persleiding) Gemalen Pompputten (in beheer)
153 km 138 km 96 stuks 772 stuks
-
Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (in km2) Gras/Berm (in km2) Gras/Bloemrijk (in km2) Cultuur beplanting (in km2) Natuurlijke beplanting (in km2)
19576 0,224 0,533 0,088 0,139 0,176
Bomen Water
9.876 stuks 0,172
Beschoeiing of natuurvriendelijke oever -
Beschoeiing (in m1) (beschoeid, palenrij en damwand. Natuurvriendelijke oever (in m1) (NVO, onderwaterbeschoeiing)
Straatmeubilair
44.350 4.480 1114 stuks (totaal)
Verharding:
555 stuks 349 stuks 210 stuks
Elementen Asfalt Beton Halfverharding
748.159 m2 676.635 m2 4925 m2 17.983 m2
Speeltoestellen
422 stuks
Verkeersborden
5851 stuks
Lichtmasten
5.136 stuks
Kunstwerken: Aanleginrichting steiger
21 stuks
Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies Grondkeringen Onderdoorgang Schutsluis Trappen Voetgangerstunnel RV Viaduct RV Waterreguleringswerken Duikers <1 m1 Duikers >2 m2
5 stuks 12 stuks 201 stuks 1 stuks 7 stuks 27 4 1 4 1 1 5 354 32
-
Prullenbakken (Afvalbakken, containers, blikvanger en hondenpoepbak) Banken Overig
* Eenheden zijn afgeleid van het IBOR en geactualiseerd op basis van de areaalvlakken in het beheerprogramma Geovisia. Gebouwen: Gebouwen waarvan: - Groep 1 (vaste voorraad)
Stuks 34 15
-
3 7 8
Groep 2 (beheer door sportbedrijf) Groep 3 (losse voorraad) Groep 4 (reeds uitgefaseerde voorraad)
49
Begin 2020 is het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) door de gemeenteraad vastgesteld voor de periode 2020-2024. Doel van het IBOR is om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te beheren, afgestemd op de behoefte van de (deelgebieden binnen de) gemeente binnen daarbij passend budget. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen, zoals civiele kunstwerken, riolering en gebouwen, zijn vastgelegd in aparte beheerplannen. Onderstaande tabel geeft de actuele stand van zaken van de diverse beheerplannen weer. Beheerplan IBOR GRP (Riolering) Gebouwen Civiele kunstwerken
Datum raadsbesluit 2020 Q4 2018 Q4 2019 2021
Looptijd t/m 2024 2023 2024 2024
Financiële vertaling in begroting Ja Ja Ja Ja
Achterstallig onderhoud Nee Nee Nee nnb
Kwaliteit
In bovenstaande figuur zijn de door de gemeenteraad vastgestelde beeld kwaliteitsniveaus weergegeven waarmee de openbare ruimte in de verschillende deelgebieden wordt onderhouden. Aan de kwaliteitsniveaus zijn normbedragen en te onderhouden arealen gekoppeld, op basis waarvan het totaal benodigde beheerbudget is vastgesteld en toegekend. Hierbij is A een hoge beeldkwaliteit aflopend naar D met een lage of onvoldoende beeldkwaliteit. Het is belangrijk om op te merken dat beeldkwaliteit en technische kwaliteit twee verschillende dingen zijn. Beeldkwaliteit C houdt bijvoorbeeld in dat de technische kwaliteit van de weg al fors verminderd is. In het nieuwe IBOR dat eind 2024 zal moeten worden vastgesteld. Zal de nadruk meer komen te liggen op de technische kwaliteit van onze wegen. Riolering Het huidige GRP (gemeentelijk rioleringsprogramma) kent een looptijd tot en met 2023. Eind 2023 is het WTP (water takenplan) opgeleverd en vastgesteld. Het WTP vervangt het GRP. In dit plan is naast riolering meer ruimte gemaakt voor het onderwerp water. Dit vooral met het oog op de klimaatsverandering.
De indexatie van de riool- en waterzorgheffing is in een eerder stadium vastgesteld en zal 5,2% bedragen ten opzichte van het GRP 2019-2024 Civiele kunstwerken Civiele kunstwerkobjecten zijn uniek gemaakte bouwwerken in de openbare ruimte, zoals bruggen, viaducten, duikers, kademuren, sluizen en veerstoepen. Kaag en Braassem ligt in een waterrijke omgeving, waardoor er binnen de grenzen van de gemeente veel civiele kunstwerkobjecten aanwezig zijn. Het huidige beheerplan loopt tot en met 2024. Aan dit beheerplan is een uitvoeringsprogramma gekoppeld voor groot onderhoud en vervanging. 50
Met het ingaan van dit beheerplan is een overgang gemaakt van incident gestuurd beheer (reactief onderhoud naar aanleiding van een gebrek) naar risico-gestuurd beheer. Binnen het risico gestuurd beheer staat vooral het plannen en uitvoeren van het juiste onderhoud op het beste moment centraal. Hiermee worden risico’s op schadeaansprakelijkheid, kapitaalvernietiging en functieverlies verder beperkt. In Q4 2023 is de evaluatie van het lopende beheerplan behandeld in het college en de gemeenteraad. Hierbij is ingegaan op de technische en beeldkwaliteiten van de kunstwerken, de aandachtspunten uit het rekenkamer rapport en wordt er vooruitgeblikt naar het nieuwe beheerplan. Als basis van deze evaluatie is de toestandsinspectie gebruikt van de kunstwerken welke in Q4 2023 is opgeleverd. In de eerste helft van 2024 wordt het opvolgende beheerplan kunstwerken 2025-2029 opgeleverd voor behandeling in het college en de gemeenteraad. Een aantal bruggen is niet opgenomen in het onderhoudsprogramma 2020-2024 van het beheerplan, maar naderen wel het punt dat ze in de nabije toekomst onderhouden of vervangen moeten worden. Deze hebben een raakvlak met de mogelijke ontsluitingsroutes van de ontwikkeling van Braassemerland. Het is daarom zaak dat de onderhoudsmaatregelen worden afgestemd met het toekomstig gebruik. Door de ontwikkeling zal de belasting op deze bruggen toenemen.
Echter is nog niet exact duidelijk welke effecten dit heeft op de bestaande kunstwerken. Hierover vindt afstemming plaats tussen de beheerafdeling en de VOF. Tot dat hier duidelijkheid over is houden we deze bruggen in gezonde conditie. De toestandsinspectie wordt gebruikt om de staat van onderhoud te monitoren en eventuele technische risico’s te beperken Met de kapitaallasten van de toekomstige vervanging van deze bruggen is rekening gehouden, en deze zijn doorgerekend in de reserve. Onderstaand is een overzicht weergegeven van de bruggen die buiten het onderhoudsprogramma van het beheerplan 2021-2024 vallen en raakvlak hebben met de ontwikkeling Braassemerland: nummer
brug
ID
1
Floraweg
1009
2
Floraweg
1011
3
Noordehemweg
4
Geestweg
1013
5
Geestweg
1018
1021-1028
Openbaar groen en water Er is veel werk uitgevoerd aan het in kaart brengen van al het in beheer zijnde openbaar groen. Inmiddels is dit goed in beeld en kan er efficiënter worden beheerd. Wegen (asfalt, elementen, beton en half verharding) Er is hard gewerkt aan het compleet maken van de gegevens in het beheersysteem. Door dit totaaloverzicht te verkrijgen hebben we meer grip op de staat van het onderhoud en beheerrisico’s. In 2023 is de weginspectie opnieuw uitgevoerd. Deze dient als basis voor het inplannen 51
en uitvoeren van het onderhoud in 2024 en 2025. Hiermee wordt het behouden van de kwaliteit van de verharding geborgd en het risico op kapitaalvernietiging en schadeaansprakelijkheid verkleint. Gebouwen De gemeente bezit gebouwen en bouwwerken. Deze zijn opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). De gebouwen zijn verdeeld in meerdere groepen, met verschillende onderhoudsniveaus. De vaste voorraad (groep één) bestaat uit gebouwen die we in principe willen behouden, zoals de gemeentelijke huisvesting. De gebouwen worden redelijk tot goed onderhouden. De (sport)gebouwen die worden geëxploiteerd het Sportbedrijf, betreffen groep twee. Het Sportbedrijf verzorgt ook het (groot)onderhoud van deze gebouwen. De losse voorraad (groep drie) bestaat uit gebouwen die de gemeente wenst af te stoten. Het onderhoudsniveau van groep drie is sober en doelmatig. De financiële consequenties van het MJOP 2020-2024 zijn verwerkt in deze begroting. Omdat het huidig MJOP in 2024 afloopt, wordt er in 2024 een nieuw MJOP voorbereid voor de periode 2025-2029.
Financieel In onderstaande tabellen wordt inzichtelijk gemaakt hoe de financiële consequenties zijn verwerkt in de begroting. Dit betreft de budgetten voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte, de kunstwerken, riolering en voor gebouwen (exclusief personeel, kapitaallasten en energielasten). Vertaling financiële consequenties onderhoud in de begroting
2024
2025
2026
2027
727
727
727
727
2.219
2.601
2.601
2.601
Water
523
523
523
523
Openbare verlichting
408
408
408
408
Kunstwerken
373
566
732
617
Riolering
1.015
1.015
1.000
1.000
Totaal budgetten onderhoud
5.265
5.840
5.991
5.876
367
367
367
367
Onderhoud Groen Verharding
Gebouwen (dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen)
Hierna zijn de vast te stellen reguliere kredieten opgenomen. De beoogde kredieten uit het CUP 2.0 zijn hierin nog niet meegenomen. Dit geldt ook voor reconstructies van de Vriezekoop Noord, Vriezenweg en de brug bij de Noorderhemweg. Voor deze investeringen zijn wel stelposten opgenomen in de begroting voor de budgettaire consequenties. Maar voor elke ontwikkeling zal uw raad nog een separaat kredietvoorstel worden voorgelegd.
52
Vertaling financiële kredieten IBOR in de begroting
2024
2025
2026
2027
Kredieten Kunstwerken
17
Riolering
3.550
3.550
3.550
3.550
Verharding
1751
1751
1751
1751
Totaal kredieten IBOR in de begroting
5.318
5.301
5.301
5.301
Om tot een zo efficiënt mogelijke inzet van de beschikbare middelen te komen vindt continue afstemming tussen alle beheeronderdelen plaats. Deze afstemmingen worden vertaald in uitvoeringsplannen.
53
4. Financiering
In de financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 20 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. • Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 16). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut. RENTERISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden.
Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2024 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 6,7 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op vaste schuld bedraagt daardoor in 2024 € 15,7 miljoen.
In 2024 zal voor € 10,9 miljoen worden afgelost en er zijn geen leningen waarvan de rente wordt herzien; waardoor de renterisiconorm niet zal worden overschreden. Op basis van deze meerjarenbegroting is de verwachting dat we de renterisiconorm de komende jaren niet zullen gaan overschrijden; op één jaar na in 2025. 54
Renterisico(norm) op vaste schuld
bedrag x € 1.000 2026 2027
2023
2024
2025
(1a) renteherziening op vaste schuld o/g
0
0
0
0
0
(1b) renteherziening op vaste schuld u/g
0
0
0
0
0
(1) netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
0
0
0
0
(2) betaalde aflossingen
10.623
10.883
19.894
1.405
1.293
(3) renterisico op vaste schuld (1+2)
10.623
10.883
19.894
1.405
1.293
70.173
78.361
78.805
76.644
77.573
20%
20%
20%
20%
20%
(4) renterisiconorm (4ax4b)
14.035
15.672
15.761
15.329
15.515
(5a) ruimte onder renterisiconorm (4>3)
3.412
4.789
13.924
14.221
renterisico op vaste schuld
renterisiconorm (4a) begrotingsomvang (4b) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
(5b) overschrijding renterisiconorm (3>4)
-4.133
Rentevisie De rente voor langlopende leningen is flink gestegen en bedraagt bij het opstellen van deze begroting, (najaar 2023) circa 3,5%. Voor de begroting volgen we de rentevisie van de BNG (Bank Nederlandse gemeenten). De BNG verwacht dat de rente van langlopende leningen (10 jaar fixe) oploopt naar 4%. Deze verwachting hanteren we als uitgangspunt voor nieuwe leningen in deze meerjarenbegroting.
55
KREDIETRISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De ondergrens van het drempelbedrag is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 1,6 miljoen in 2024. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (ESTER/ daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). Bij de berekening van de financieringsbaten is met deze verwachtingen rekening gehouden.
Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2024 is de verwachting dat er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde is van € 5,1 miljoen. Daarnaast is een converteerbare obligatielening aan Alliander beschikbaar gesteld van € 2,7 miljoen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat begin 2023 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,5 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 1,4 miljoen. Dit betreft afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op).
Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 42,3 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden. Tot en met juli 2021 had het WSW met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting MeerWonen’, tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond ( =wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)). WSW staat borg voor deze leningen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken.
In verband met de veranderde werkwijze van de achtervang heeft de WSW vanaf 1 augustus 2021 een nieuwe achtervangovereenkomst gesloten met alle gemeenten; waarbij alle contracten per die datum gelijk zijn getrokken. Hierbij worden de nieuwe leningen via een verdeelsleutel toegewezen aan de gemeenten waar de corporatie werkzaam is. Voorheen werd een lening één op één gekoppeld aan een gemeente. 56
GEMEENTEFINANCIERING __________________________________________________________________________ Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor het EMU-saldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in het uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het geprognosticeerde EMU-saldo over boekjaar 2024 € 4 miljoen (negatief).
Het EMU-saldo is gebaseerd op het kasstelsel en doordat vanaf 2024 grote investeringen zijn gepland (met name op het gebied inleg eigen vermogen Vof Braassemerland, GRP, IMNOR, IKC Woubrugge), is de verwachting dat de gemeente vanaf dan een tekort zal hebben (meer zal uitgeven dan ontvangen). Op dit moment zijn er geen consequenties. Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Hierbij zijn de ontvangsten en uitgaven volgens de programmabegroting en investeringsplannen het uitgangspunt. Op basis van ervaringscijfers, inschatting van de (periodieke) uitgaven en ontvangsten en de mutaties in de leningenportefeuille voorzien wij per ultimo 2024 een financieringoverschot van € 1 miljoen (exclusief resultaat). Dit zal ingezet worden voor een deel van de financiering van de bouwgrondcomplexen ad € 4,5 miljoen.
57
Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille: bedrag x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Stand per 1 januari
Mutaties in de leningenportefeuille
44.058
60.436
77.052
66.659
73.254
(her)financiering
27.000
27.500
9.500
8.000
3.000
Reguliere aflossingen
10.623
10.883
19.894
1.405
1.293
Vervroegde aflossingen
-
-
-
-
-
Stand per 31 december
60.436
77.052
66.659
73.254
74.961
Gemiddeld rentepercentage
2,29%
2,99%
3,45%
3,40%
3,45%
Gemeente Kaag en Braassem past het principe van totaalfinanciering toe. Dat wil zeggen dat de aangetrokken leningen niet één op één gekoppeld zijn aan de investeringsprojecten of verstrekte leningen; maar dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden, zowel reguliere activiteiten als projecten. Om een financieringstekort op te kunnen vangen is de verwachting dat in verband met herfinanciering van de in het verleden aangegane leningen voor onroerendgoedtransacties en financiering geplande investeringen/kapitaalverstrekking (met name op het gebied inleg eigen vermogen Vof Braassemerland, GRP, IMNOR, IKC Woubrugge) langlopende leningen zullen worden aangetrokken van respectievelijk € 27 miljoen, € 27,5 miljoen, € 9,5 miljoen, € 8 miljoen en € 3 miljoen. Daarnaast is de verwachting dat in de periode 2023-2026 kortlopende leningen zullen worden aangetrokken of tijdelijk gebruik zal worden gemaakt van de kredietfaciliteit bij de BNG voor bedragen van maximaal € 5 miljoen (binnen de kaders van de kasgeldlimiet) om een tijdelijk financieringstekort op te kunnen vangen. In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft.
Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan. Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.
58
RENTETOEREKENING EN RENTERESULTAAT __________________________________________________________________________ Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd (= 1,72%); waarbij het bij de begroting voorgecalculeerde renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond. De rekenrente in 2024 zal naar verwachting 2% zijn en is hiermee lager dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Reden is dat de we de afgelopen jaren de in het verleden aangegane leningen voor onroerendgoedtransacties grotendeels hebben geherfinancierd tegen een gunstiger rentetarief; en de rente op de kapitaalmarkt het afgelopen jaar flink is gestegen. In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Renteschema 2024
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
-/-
€ 1.812.457 € 606.937 € 1.205.520
€ 216.939 -€ 455.724
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-/-
-€ 238.785 € 1.444.305
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€0 € 240.022 € 1.684.327
1,72%
€ 1.963.310 -€ 278.983
-0,28%
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Verwacht renteresultaat op het taakveld treasury
-/-
2,00%
59
5. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners en van beleids- en bestuurlijke processen, als ook de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoeringsonderdelen toe die in 2024, naast de reguliere werkzaamheden, extra inspanningen leveren om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren. Organisatie en overhead Onze ambtelijke organisatie is de afgelopen jaren steeds meer toegegroeid (en zal dat de komende jaren blijven doen) naar een organisatie die bestaat uit een vaste ambtelijke kern, met daaromheen een flexibele schil. Deze flexibele schil wordt afhankelijk van de vraag geactiveerd. Op dit moment beschikt de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem over 149,21 fte incl. 2,89 fte griffie. Dit is omgerekend 5,13 fte per 1000 inwoners. Van deze 149,21 fte is momenteel 9,67 fte vacant. Dit houdt in dat de bezetting 139,54 fte bedraagt en dat is 4,89 fte per 1000 inwoners. Er wordt extern ingehuurd om de vacatures (deels) in te vullen. In een enkel geval wordt een functie bewust extern ingevuld, zoals de functie van planeconoom.
In veel gevallen blijkt het echter moeilijk om goed gekwalificeerde medewerkers te vinden voor het invullen van de vacatures. Als een vacature te lang open blijft staan, is externe inhuur nodig. Ook wordt er extern ingehuurd als gevolg van (tijdelijke) projecten of ontwikkelingen die niet binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen. Momenteel is nog 9,67 fte vacant. Indien deze vacatures voor 2024 niet kunnen worden ingevuld, zullen die vacaturebudgetten ingezet moeten worden voor inhuur derden. In de afdeling Dienstverlening zijn alle taken met betrekking tot de bedrijfsvoering ondergebracht. Het merendeel wordt tot de overhead gerekend. Overhead is het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij zijn BBV-regels en de uitgangspunten van de Notitie Overhead van de BBV toegepast. Onze overhead is voor 2024 geraamd op € 10.937.725. Uitgedrukt in een percentage van de totale geraamde lasten, zijnde € 77.695.000 bedraagt dit percentage 14,0%. Uitgedrukt per inwoner bedragen de apparaatskosten € 383,22 per inwoner. ICT en informatiebeheer De kwaliteit van gemeentelijke beleidsvorming en dienstverlening raakt meer en meer afhankelijk van betrouwbare en moderne ICT. Een groot deel van deze ontwikkelingen is vastgelegd in beleid dat door de rijksoverheid is vastgesteld.
Ook worden de eisen omtrent informatieveiligheid steeds strenger. Andere ontwikkelingen zijn: in de samenleving De gemeente opereert steeds meer in een netwerksamenleving, in directe communicatie met bijvoorbeeld scholen, handhavers, zorgverleners en bedrijven. Ook inwoners willen zaken met de gemeente direct via hun mobiele apparaten af kunnen handelen, net zoals dat in de zakelijke dienstverlening gebeurt. Men wil daarnaast inzage in wat de gemeente met persoonlijke gegevens doet en verwacht dat deze gegevens bij gemeenten in veilige handen zijn.
60
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De Wmebv regelt dat inwoners en ondernemers hun zaken die ze met de gemeente moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. De Wmebv treedt naar verwachting op 1 juli 2024 in werking. Inwoners en ondernemers krijgen hiermee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan de gemeente te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de gemeente. De mogelijkheid om per post met de gemeente te communiceren blijft. Om minder digitaal vaardige inwoners en ondernemers passend te kunnen ondersteunen in hun contact met de gemeente, is een zorgplicht een belangrijk onderdeel van de Wmebv. Tot het einde van 2023 staat het project Wmebv in het teken van een inventarisatie van onze diensten die betrekking hebben op de eisen van deze wet. Zowel deze inventarisatie als de implementatie die daarop volgt, pakken we samen met Gemeente Alphen aan den Rijn op. Hierbij gaan wij na welke digitale kanalen op dit moment in gebruik zijn en of deze voldoen aan de wettelijke eisen. Na deze inventarisatie gaan wij aan de slag met het maken van keuzes rondom de inzet van digitale kanalen. Op basis van deze keuzes implementeren wij de wettelijke eisen die worden gesteld vanuit de Wmebv. Wet open overheid (Woo) Met ingang van 1 mei 2022 is de Woo ingegaan.
De wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waarin de regels voor passieve openbaarmaking waren vastgelegd, of met andere woorden het voldoen aan informatieverzoeken van burgers of organisaties. Nieuw is dat de Woo ook actieve openbaarmaking verplicht stelt. In de komende jaren wordt de actieve openbaarmaking gefaseerd vormgegeven. In totaal voor 11 informatiecategorieën. De implementatie van de Woo is samen met gemeente Alphen aan den Rijn opgepakt. De wijzigingen van de passieve openbaarmaking zijn afgelopen jaar doorgevoerd en ook zijn we begonnen met de actieve openbaarmaking. Met actieteams worden de informatiecategorieën behandeld. Inmiddels zijn enkele informatiecategorieën afgerond. In 2024 zullen wij deze actieve openbaarmaking voortzetten en daarbij een start maken aan nieuwe informatiecategorieën. Hiermee volgen wij de landelijke ontwikkelingen voor de Woo. in gemeenteland Gemeenten veranderen van lokale uitvoeringsorganisaties naar regieorganisaties. Dit houdt in dat we niet meer alles zelf doen, maar publieke taken ook laten uitvoeren door combinaties van overheden en bedrijven. Dit vereist dat we de raad goed informeren over de kwaliteit en financiën van ICT en dat de gemeentelijke organisatie die samenwerkingsvormen en uitbestedingen goed kan aansturen en monitoren.
in ICT-innovaties Sinds begin 2018 is de gemeenschappelijke regeling ‘Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Rijn en Braassem’ opgericht. Dit is het samenwerkingsverband tussen de gemeente Kaag en Braassem en de gemeente Alphen aan den Rijn, dat zorg draagt voor de ICT-dienstverlening. De basisdienstverlening staat, er is weinig tot geen downtime, er is up-to-date beveiliging en continuïteit bij primaire processen. Sinds de coronacrisis is ingezet op het thuiswerken en digitaal vergaderen. Inmiddels is de aandacht verlegd van een crisissituatie naar bestendig hybride werken en de daarbij horende ICT-inrichting. Denk hierbij aan de inrichting van hybride-vergaderruimtes en de transformatie van vaste werkplekken naar hybride-werkplekken (met laptops). Daarnaast lopen er diverse aanbestedingen en vinden de nodige (door)ontwikkelingen plaats, zoals: de digitalisering bij de invoering van de Omgevingswet, de aanbesteding van een nieuwe (digitale) telefooncentrale en de invoering van robotisch werken.
61
Toch zijn er ook de nodige aandachtspunten die om verdere verbetering en afstemming vragen, of die daar het afgelopen jaar om hebben gevraagd. Een belangrijk aandachtspunt is de aansluiting op de diensten die Alphen aan den Rijn levert ten behoeve van de ICT-inrichting. Dit zijn diensten naast de BVO. Samen met de gemeente Alphen aan den Rijn wordt onderzocht of en hoe hier op kan worden aangesloten. Permanent punt van aandacht blijft hoe de kosten en baten zich tot elkaar verhouden. In de wetenschap dat de wereld om ons heen continu verandert en dat veel veranderingen direct of indirect gevolgen kunnen hebben voor diverse ICT-gerelateerde zaken, zoals digitale infrastructuur, thuiswerkfaciliteiten, informatieveiligheid en zo meer, zal dit gevolgen hebben voor de ICT kosten. De meeste taken van een gemeente kunnen niet uitgevoerd worden zonder goede digitale ondersteuning en goede data. Investeringen op dit vlak zullen in de toekomst zeker nodig blijven, waarbij ook aandacht zal moeten blijven voor de personele component (bezetting en belasting) en waarbij steeds de balans gezocht moet worden tussen ‘need to have’ en ‘nice to have’. Rechtmatigheidsfouten/onduidelijkheden Op 27 september 2022 is het wetsvoorstel over de rechtmatigheidsverantwoording definitief aangenomen in de Eerste Kamer.
Dit leidt tot een wijziging in het afleggen van (rechtmatigheids)verantwoording door het college vanaf de jaarrekening 2023. Er zijn met betrekking tot het lopend boekjaar 2023 geen ontdekte financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden geweest die de met de raad in juli 2023 overeengekomen rechtmatigheidsrapporteringsgrens overschrijden.
62
6. Verbonden partijen Als zelfstandige gemeente zoekt Kaag en Braassem naar samenwerking als dit voordeel oplevert bij vraagstukken die erg complex of kostbaar zijn. In deze paragraaf worden de rechtspersonen beschreven waar de gemeente een bestuurlijk en financieel belang in heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap (stemrecht of het hebben van een zetel in het bestuur). Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking wordt gesteld dat niet verhaalbaar is wanneer de verbonden partij in financiële problemen raakt of failliet gaat. Verbonden partijen voeren beleid uit van de gemeente. Als een taak uitgevoerd wordt door een verbonden partij, dan blijft de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen. Kaag en Braassem rapporteert over de verbonden partijen op diverse momenten in de P&C cyclus, zoals de jaarrekening, de begroting en de voortgangsmonitor. Beleidsvoornemen is dat Kaag en Braassem vooral een regiegemeente is. Om regie te voeren is het van belang de grip op verbonden partijen te hebben en is een scherpe inhoudelijke focus binnen prioritaire thema’s nodig. Deze inhoudelijke focus is terug te vinden in de Regionale agenda Kaag en Braassem. In het raadsakkoord 2022 – 2026 is afgesproken dat we de Regionale agenda weer actualiseren.
In het hoofdstuk Regionale Samenwerking in het Raadsakkoord staat hoe Kaag en Braassem regionale samenwerking wil benutten bij het behalen van onze doelstellingen. Ook stellen we daarbij een analyse op van onze verbonden partijen. Over beide stukken vindt in Q4 van 2023 besluitvorming plaats. Met ingang van 1 juli 2022 is de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. De wijziging van de Wgr heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren, wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. De gemeenteraden krijgen door deze wijziging meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op samenwerkingsverbanden. De regelingen hebben vanaf 1 juli 2022 twee jaar de tijd om hun wijzigingen via een zienswijzeprocedure voor te leggen aan de deelnemende gemeenteraden. Verbonden partijen Kaag en Braassem Gemeenschappelijke regelingen
Overig
Holland Rijnland Omgevingsdienst West-Holland Veiligheidsregio Hollands Midden Hecht Hollands Midden BVO Rijn en Braassem Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland
BNG NV Oasen NV Cyclus NV Alliander NV De Tweesprong BV GEM Braassemerland VOF
Op www.kaagenbraassem.nl is alle informatie over de verbonden partijen te vinden Inzicht in de financiën van de verbonden partijen De raad beoordeelt alle begrotingen, tussentijdse rapportages en jaarrekeningen van de verbonden partijen. De raad stemt in met deze producten van de verbonden partijen of doet voorstellen voor aanpassingen hierin. Er zijn ook risico’s. Hierbij wordt gedacht aan consequenties van nieuw overheidsbeleid, wijzigingen in wet- en regelgeving en ontbreken van commitment. Risico’s kunnen beperkt 63
worden door het functioneren van de verbonden partij goed te volgen qua budget en beleid. De risico’s zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s. De verbonden partijen zijn helder in kaart gebracht in de Monitor Verbonden Partijen en DVO’s. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. De (advies)processen binnen de gemeentelijke organisatie zijn gestroomlijnd door het aanwijzen van een driehoek van accounthouder, financieel consulent en manager waarbij de accounthouder primair verantwoordelijk is voor alle zaken die met de verbonden partij samenhangen. Ontwikkelingen verbonden partijen 2024 Holland Rijnland Binnen Holland Rijnland werken we samen om de kwaliteit van wonen, werken, leren en leven van inwoners, ondernemers en instellingen te verbeteren. Holland Rijnland profileert zich vooral als netwerkpartij van de 13 aangesloten gemeenten die zich sterk maakt voor beleidsmatige- en lobbywerkzaamheden. Daarnaast vervult Holland Rijnland ook diverse faciliterende (soms wettelijke) taken. Denk aan de Regiotaxi, het Regionaal Bureau Leerrecht en op het gebied van wonen worden een aantal diensten in Holland Rijnland verband ingevuld, zoals de contingenten- en urgentieregelingen.
Hierdoor kunnen woningzoekenden met een urgentie of spoedzoekers voorrang krijgen op het woningaanbod, deze situaties worden door commissies (van Holland Rijnland) beoordeeld. Binnen Holland Rijnland werken we met het Werkprogramma Holland Rijnland 2022-2026. In de vorige bestuursperiode zijn diverse strategische documenten (Regionale Energie Strategie, Regionale Omgevingsagenda en de Regionale Strategie Mobiliteit) vastgesteld. Deze vormen de basis voor het werkprogramma 2022 -2026. In het werkprogramma is uiteengezet welke activiteiten we als regio de komende jaren willen oppakken. Denk hierbij aan grote opgaven zoals: grote tekorten op de woningmarkt, de ontwikkelingen rondom het stikstofdossier, de steeds grotere impact van klimaatverandering en de noodzaak tot economische vernieuwing in een veranderende wereld. Samenwerking in het aanpakken van de opgaven is daarom noodzakelijk. ‘Holland Rijnland 2022-2026’ is ons antwoord op hoe wij een bijdrage willen leveren aan die uitdagingen. Hiervoor werken we in 2023 en 2024 aan een gezamenlijke investeringsagenda, de Regionale Investeringsagenda (RIA). Deze zal in het eerste kwartaal van 2024 ter zienswijze worden voorgelegd aan de gemeenteraden van Holland Rijnland. BVO Rijn en Braassem In paragraaf bedrijfsvoering zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de BVO Rijn en Braassem beschreven.
Ook voor de ontwikkelingen met betrekking tot ICT verwijzen wij u naar de paragraaf bedrijfsvoering. VRHM Veiligheidsregio Hollands Midden staat voor de (fysieke) veiligheid van burgers, bedrijven en instellingen. In de Veiligheidsregio Hollands Midden werken brandweer, politie, GHOR en de gemeenten samen aan de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De veiligheidsregio werkt nauw samen met partners, zoals waterschappen, milieudiensten en defensie. Aansluitend op maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende risico’s in de samenleving heeft de veiligheidsregio het Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 opgesteld. Thema’s zoals klimaatverandering, energietransitie en verdichting zullen hier nader worden geïnventariseerd en toegelicht. Het Regionaal Risicoprofiel is een belangrijke pijler van het Regionaal Beleidsplan en zal hierin verder worden opgenomen. De afgelopen periode is er door het Rijk daarnaast regelmatig een beroep op de Veiligheidsregio’s gedaan. Denk aan het coördineren van langdurige opvang voor vluchtelingen, crisisnoodopvang voor asielzoekers, het versneld huisvesten van statushouders en Covid. De veiligheidsregio trekt hierin samen op met de gemeente. Dit vergt echter veel van personeel en regulier werk blijft liggen. Dit vraagt om