Programmabegroting 2022
Tekst van het document
61
toename van de algemene reserve in het afgelopen jaar en door de stelposten voor jeugd die in de meerjarenbegroting mochten worden opgenomen. Met de effecten van de Septembercirculaire en de verwachtingen ten aanzien van de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds ziet het er op dit moment gunstig uit. Wij verwachten daarom ook dat de begroting 2023 en het begrotingsbeeld 2024-2026 met niet al te vergaande maatregelen er beter uit zal zien. Aan de andere kant zien we ook dat de stijging van de kosten bij jeugd nog niet ten einde is en zien we ook in onze risicoparagraaf nog verschillende posten die van invloed zullen zijn op deze kengetallen in de komende jaren. Daarnaast zullen ook de nog te voteren kredieten voor de investeringen in het Masterplan Sportpad grote impact hebben op de kengetallen. Kengetallen die zich positief ontwikkelen ten opzichte van voorgaande jaren zijn de getallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit. Door het afsluiten van grondexploitaties worden de risico’s in de toekomst kleiner. Om ons heen zagen we in de afgelopen jaren gemeenten hun belastingen verhogen. Door de stijging van de landelijke belastingdruk in gemeenten is onze belastingdruk ten opzichte van het landelijk gemiddelde verbeterd. Concluderend vragen deze kengetallen om waakzaamheid.
Op basis van de huidige inzichten lijkt het erop dat de ontwikkelingen ten aanzien van de algemene uitkering zorgen voor een beter beeld ten aanzien van de kengetallen en een betere financiële positie van onze gemeente. De uitkomsten hiervan zijn op dit moment nog onzeker. Met de risico’s die we in beeld hebben, de ambities die we met elkaar willen realiseren, moeten we de kengetallen blijven monitoren. In het voorjaar van 2022 komt er meer duidelijkheid ten aanzien van de algemene uitkering en zijn wij als gemeenten ook beter in staat om keuzes te maken en belangen af te wegen en te sturen op een structureel gezonde financiële positie. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Begroting jaar 2022 Kengetallen:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
netto schuldquote
69%
88%
110%
112%
127%
128%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
61%
80%
97%
99%
113%
118%
solvabiliteitsratio
30%
26%
24%
24%
22%
22%
structurele exploitatieruimte
9%
2%
1%
1%
0%
-1%
grondexploitatie
13%
9%
11%
4%
5%
5%
belastingcapaciteit
120%
116%
114%
114%
114%
114%
1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
netto schuldquote
69%
88%
110%
112%
127%
128%
62
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde waarde < 90% 90% > 130% > 130%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: oranje In meerjarenperspectief loopt de netto schuldquote op en blijft binnen de neutrale signaalwaarde. Vanaf 2022 komt deze boven de 100%, waarmee de schuld hoger is dan de jaaromzet, maar wel onder de waarde van 130% en daarmee “neutraal”. Vanaf 2024 zien we de effecten van de investeringen voor FmA I, IKC Oude Wetering en sportcomplex De Tweesprong. Hoewel deze dan sterk oploopt, blijft deze nog net onder de waarde van 130% en behoudt het ook dan de signaalwaarde “neutraal”. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven. 2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
61%
80%
97%
99%
113%
118%
Inzicht De effectieve schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die door zijn betaald aan derden en het geld dat is geïnvesteerd in nog te leveren bouwgrond is geëlimineerd. De voor alle verstrekte leningen gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld dan de netto schuldquote. Oordeel: oranje De gecorrigeerde netto schuldquote heeft dezelfde beweging als de netto schuldquote. Door de correctie komt deze waarde niet vanaf 2022 boven de 100% uit, maar vanaf 2024. De gecorrigeerde waarde blijft ook onder de 130%. Mocht besluitvorming leiden tot aanvullend grote investeringen, zoals bijvoorbeeld voor Masterplan Sportpad, dan zal de netto schuldquote zoals bij 1 weergegeven boven de 130% uitkomen en daarmee als “meest risicovol” worden beoordeeld. Oorzaak De schuldquote in onze gemeente wordt in belangrijke mate beïnvloed door het grote bouwplan Braassemerland, waarvoor in de voorliggende jaren aanzienlijke geldleningen zijn aangetrokken. De leningen die voor dit complex zijn gesloten komen voor bijna € 50 miljoen niet meer terug uit de verkoopopbrengsten uit dit complex waardoor deze schulden blijven bestaan en na het aflopen van de leningsperiode zullen moeten worden geherfinancierd met nieuw aan te trekken leningen. Dit heeft als 63
gevolg dat de netto schuldquote op een hoog niveau zal blijven. De stijging in 2022 en in de jaren daarna wordt veroorzaakt door investeringen die kunnen/ moeten worden gefinancierd met aanvullend vreemd vermogen. Het gaat om investeringen voor uitvoering van het GRP en groot onderhoud in de buitenruimte, voor de bouw van IKC Leimuiden, Rijnsaterwoude en Woubrugge en voor inleg EV VOF Braassemerland. Tevens zijn we hier al uitgegaan van het beschikbaar stellen van vermogen voor Alliander. Hierdoor zal vanaf 2022 de netto schuldquote stijgen. Perspectief Maatregelen die de netto schuldenlast en de netto schuldenlast, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen kunnen verbeteren zijn opgenomen in de notitie solvabiliteit en schuldenlast van februari 2017. Het gaat hier om verkoop van bestaand bezit, verbeteren van de exploitatie en het versoberen of spreiden van de toekomstige investeringen. Mede hierom zal bij toekomstige raadsvoorstellen voor grote investeringen zoals de nog te voteren kredieten voor Masterplan Sportpad en in de begrotingen in deze paragraaf aandacht worden besteed aan de gevolgen van deze besluiten voor de financiële positie van de gemeente, zodat uw raad deze informatie mee kan nemen in de besluitvorming. 3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal.
Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
solvabiliteitsratio
30%
26%
24%
24%
22%
22%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde waarde > 50% 20% > 50% < 20%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: oranje De solvabiliteitsratio en ook het toekomstige beeld daarvan is verbeterd ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar. De solvabiliteitsratio daalt naar verwachting wel in de komende jaren, maar komt daarbij met de huidige inzichten en besluiten niet meer onder de 20%. Dat het vanaf 2024 verder daalt is het directe gevolg van het negatieve begrotingsresultaat dat nu zichtbaar is in de meerjarenbegroting. Zonder aanvullende maatregelen, zal het eigen vermogen door de negatieve resultaten snel krimpen in omvang. Oorzaak Dat het percentage al jaren niet in de groene zone ligt, komt doordat wij een hoog saldo langlopende leningen hebben voor in het verleden gedane investeringen. Daarmee is het lastig om de solvabiliteitsratio in de groene zone, namelijk > 50% te krijgen. Dat we een verbetering ten opzichte
64
van de begroting in 2021 zien heeft als belangrijkste oorzaak het grote positieve resultaat bij de jaarrekening in 2020. De daling in 2024 komt door de stijging van het balanstotaal door de grote investeringen in IKC’s in 2022 en 2023, waardoor het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal lager wordt. Dat de solvabiliteit in die jaren wel hoger is dan in de vorige begroting komt door de grote dotatie aan het eigen vermogen bij de jaarrekening 2020, waardoor we een gunstiger positie hebben én doordat het negatieve begrotingsresultaat vanaf 2024 iets lager is door de stelposten die we hebben mogen opnemen voor jeugd in die jaren. We teren daardoor minder in op het eigen vermogen in het meerjarenbeeld. Perspectief Exploitatieoverschotten kunnen zorgen voor een verdere verbetering van de solvabiliteitsratio. Of deze verbetering doorzet, is voor een groot deel afhankelijk van het begrotingsbeeld bij de Richtnota 2023. Wat voor effect heeft de herverdeling van het gemeentefonds, wat besluit het nieuwe kabinet ten aanzien van de opschalingskorting en de extra gelden voor jeugd. Hoe beter het begrotingsbeeld en hoe hoger het resultaat, hoe meer het eigen vermogen kan groeien. Verder is een mogelijke verbetering afhankelijk van de omvang en het tempo van de geplande investeringen en het tijdstip van de verkopen van de woningen in Braassemerland.
Hogere en snellere investeringen die vragen om financiering met vreemd vermogen, hebben een negatieve invloed op de solvabiliteitspositie. Een juist moment van verkoop van woningen kan ervoor zorgen dat er kort kan worden gefinancierd of mogelijk niet of minder hoeft te worden gefinancierd met vreemd vermogen. Hoewel het risico op het niet nakomen van de rente- en aflossingsverplichtingen bij gemeenten klein is, kan het zijn dat geldverstrekkers dit risico willen afdekken bij het doen van een financieringsvoorstel, waardoor de rentelasten kunnen toenemen bij een te hoge solvabiliteit. 4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
structurele exploitatieruimte
9%
2%
1%
1%
0%
-1%
Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > € 0 Begrotingsruimte = € 0 Begrotingsruimte < € 0
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel Hoewel het beeld er beter uitziet dan het voorgaande jaar, blijft het oordeel nog wel staan op oranje. Het meerjarenbegrotingsresultaat geeft in 2022 en 2023 vanwege de bijstellingen in de begroting en de getroffen dekkingsmaatregelen voor deze jaren nog een reëel en structureel exploitatieoverschot en
65
krijgt daarmee een “groene” score. Echter vanaf 2024 gaat dit zonder aanvullende maatregelen snel een slechter beeld geven, namelijk van oranje naar rood, meest risicovol. Overigens is dit ook afhankelijk van de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds en de besluiten van het nieuwe kabinet inzake de extra gelden voor jeugd en de eventuele afschaffing van de opschalingskorting. Bij de Meicirculaire 2022 en de Richtnota 2023 hopen we hier meer duidelijkheid over te hebben. Oorzaak Door het wegvallen van de precarioheffing, de toenemende kosten in het sociaal domein en de kosten in verband met de realisatie van de ambities van ons college en uw raad, loopt het begrotingsresultaat in het meerjarenbeeld terug. Vanwege mogelijk positieve effecten van de herverdeling van het gemeentefonds en andere mogelijk positieve ontwikkelingen worden er bij deze begroting geen aanvullende dekkingsmaatregelen voorgesteld voor de begrotingsjaren 2024 en 2025. Daarom hebben deze nog een negatief resultaat. Dit heeft een negatief effect op dit kengetal voor die jaren. Perspectief In de Samenwerkingsagenda “Maak meedoen mogelijk” is verwoord dat uw raad staat voor een structureel sluitende begroting. In aanloop naar deze begroting heeft ons college met uw raad een aantal knoppensessies georganiseerd.
In deze sessies is bepaald welke ambities wel en welke niet zouden worden opgenomen in de begroting en welke dekkingsmaatregelen er vervolgens zijn gekozen. De kans bestaat dat door de effecten van de herverdeling en een aantal andere ontwikkelingen de bijdrage vanuit het gemeentefonds hoger zal zijn dan waar we nu vanuit zijn gegaan. Als we nu ongewenste maatregelen zouden treffen voor het sluitend maken van de begroting in de toekomstige jaren, zou je die bij de begroting 2023 mogelijk weer terug kunnen draaien. Daarom is er door ons college voor gekozen om alleen de begroting 2022 reëel en structureel sluitend aan te bieden. Met deze maatregelen en de huidige inzichten sluit ook 2023 met een positief resultaat. Daarnaast bestaat er een reële kans dat de begroting 2023 een sluitende meerjarenbeeld zal laten zien, zonder al te vergaande maatregelen te hoeven treffen. Wij hebben u hierover geïnformeerd in de Richtbrief 2022 en in de brief van 21 september. 5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
grondexploitatie
13%
9%
11%
4%
5%
5%
Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijs veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt, is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
66
Oordeel Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het meerjarenperspectief een gezonde grondpositie heeft. De grondexploitaties worden jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden ook steeds de risico’s bij deze grondexploitaties geactualiseerd. Zie hiervoor paragraaf 7. Oorzaak De waarde voor de grondposities wordt jaarlijks beter. Door het afsluiten van verschillende grondexploitaties in 2021 t/m 2023 daalt de boekwaarde van de grondposities en verbetert het percentage in de jaren 2021 en verder. Perspectief In de afgelopen jaren hebben omvangrijke afboekingen op balanswaarden plaatsgevonden. Jaarlijks worden de grondexploitaties door de organisatie met een toets van de accountant geactualiseerd en worden de balanswaarden beoordeeld. Verondersteld mag dan ook worden dat de huidige boekwaarden, verminderd met de daarvoor beschikbare verliesvoorzieningen, in de komende jaren kunnen worden “terugverdiend” met de opbrengsten uit de grondverkopen. De geplande grondverkopen in de complexen Braassemerland GEM gronden en Braassemerland centrum zorgen voor een verdere daling van de omvang van de grondposities vanaf 2021. Ook het afsluiten van diverse grondexploitaties in 2020 t/m 2023 verbetert het percentage.
Er wordt momenteel nagedacht over het openen van grondexploitaties voor woningbouw bij IKC Oude Wetering. Hierdoor zal het percentage weer stijgen, maar dat zal naar verwachting niet boven de 20% uitkomen en daarmee de minst risicovolle waarde blijven behouden.
6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:
2020
2021
2022
2023
2024
2025
belastingcapaciteit
120%
116%
114%
114%
114%
114%
Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Bij de afvalstoffenheffing en het rioolrecht wordt in onze gemeente gestreefd naar 100% kostendekkendheid. Bij riool wordt deze wel bereikt, bij afvalstoffenheffing wordt voorgesteld deze in 2022 te laten groeien tot 95% en in 2023 tot 100%. In het tarief van de afvalstoffenheffing is daarom nog belastingcapaciteit aanwezig. Afwijking van het landelijk gemiddelde vergt een nadere analyse van de hoogte van de lasten die bij deze onderdelen worden gemaakt en de mate/wijze waarin deze worden doorbelast in de tarieven. De capaciteit bij de OZB kan worden afgelezen door het tarief te vergelijken met het landelijk gemiddelde en in absolute zin door de ruimte van het eigen tarief in vergelijking tot de artikel 12-norm. Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
67
Oordeel Je kunt zien dat de gemiddelde belastingdruk in andere gemeenten in de afgelopen jaren sterker is gestegen dan in onze gemeente. Hierdoor zie je vanaf het begrotingsjaar 2021 een lagere belastingdruk dan in 2020. Ondanks deze daling in 2021 ten opzichte van het landelijk gemiddelde ligt de capaciteit nog wel boven het landelijke gemiddelde. Dit zou kunnen betekenen dat er weinig ruimte is om de belastingtarieven verder te verhogen. Echter vergeleken met de artikel 12-norm is die ruimte er wel, zie hiervoor pagina 52 over de onbenutte belastingcapaciteit. Zowel in het OZB-tarief als gevolg van het “redelijk peil, de artikel 12 norm” als in het tarief voor de afvalstoffenheffing zit ruimte. Het kostendekkingspercentage bij afval zit in de voorliggende begroting op 95%. Oorzaak OZB Het in onze gemeente gehanteerde OZB-tarief voor woningen ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Dat de lasten in absolute zin toch hoger uitvallen ten opzichte van het landelijk gemiddelde komt doordat in de Coelo-atlas wordt uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van € 290.000 (waarde 1-1-2021 voor aanslag 2022, bron: CBS) terwijl in onze gemeente voor de berekening een gemiddelde waarde van € 353.346 geldt. Afvalstoffenheffing Per 1 januari 2018 is Diftar ingevoerd en vanaf 2019 is een vast en een variabel tarief ingevoerd.
De hoogte van het vaste tarief is afhankelijk van of er sprake is van een een- of meerpersoonshuishouden. Het variabele tarief geldt per lediging of per aangeboden afvalzak. De uiteindelijke belastingdruk is afhankelijk van het scheidingsgedrag van een inwoner. Door een goed scheidingsgedrag is de werkelijke gemiddelde last voor huishoudens in 2019 en 2020 lager gebleken dan de geraamde last per huishouden. In het najaar van 2021 worden de tarieven voor 2022 vastgesteld. Op basis van het besluit bij de vaststelling van de tarieven voor 2021 heeft ons college in deze begroting voorgesteld in 2022 te groeien naar 95% kostendekkendheid. Dit zal voor 2022 leiden tot een tariefsverhoging. Uiteindelijk is de werkelijke last en het effect van deze verhoging ook afhankelijk van het scheidingsgedrag van de inwoner. Rioolheffing De rioolheffing is in onze gemeente hoger dan het landelijk gemiddelde. (in 2020 en 2021 € 277). In 2018 is het GRP geactualiseerd en zijn de tarieven bepaald voor 2019-2023. Echter door een forse daling van het renteomslagpercentage en een snellere stijging van het aantal aansluitingen dan waarvan is uitgegaan in het geactualiseerde GRP, is het kostendekkingsplan bij het GRP 2019-2023 eind 2019 en 2020 opnieuw geactualiseerd en vastgesteld.
Ook voor de begroting 2022 zijn wij voornemens om het kostendekkingsplan opnieuw te actualiseren en bij het vaststellen van de verordeningen te laten vaststellen. In de begroting 2022 is door deze ontwikkelingen het tarief voor riool niet verhoogd met de prijsindex en gelijk gebleven aan het tarief in 2020 en 2021. Zo het er nu naar uitziet, zal dit ook zo worden voorgesteld als eind van het jaar de verordeningen door uw raad worden vastgesteld. Perspectief De ontwikkeling van de belastingdruk is afhankelijk van de maatregelen die uw raad neemt ter dekking van het begrotingstekort of welke ruimte er mogelijk ontstaat om de druk te verminderen als er in de toekomstige jaren sprake zal zijn van een begrotingsoverschot.
68
3. Kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen wordt richting gegeven aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering wordt het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal opgepakt. Onderstaande tabel geeft inzicht in het te onderhouden areaal van de gemeente. Het beheerareaal IBOR:*
Riolering:
Groen -
1,28 km2 Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (in km2) Gras/Berm (in km2) Gras/Bloemrijk (in km2) Cultuur beplanting (in km2) Natuurlijke beplanting (in km2)
Kolken
8.800 stuks
18573 0,242 0,474 0,084 0,128 0,143
Bomen
9.558 stuks**
Vrij verval riool
152 km
Verharding
1,71 km2
Drukriool (incl. persleiding)
136 km
Water
0,17 km2
Gemalen
92 stuks
Pompputten (in beheer)
785 stuks
Beschoeiing of kade ** -
Beschoeiing (in m1) Natuurvriendelijke oever (in m2)
47,961 3,393
Straatmeubilair
869 stuks
Verharding: Elementen
636479 m2
Speeltoestellen
422 stuks
Asfalt
660323 m2
Lichtmasten
5.500 stuks
Niet gedefinieerd
115902 m2
Kunstwerken -
Aanleginrichting steiger Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies Duikerconstructie oppervlaktewater Grondkeringen Onderdoorgang Schutsluis Trappen Voetgangerstunnel RV Viaduct RV Waterreguleringswerken
21 stuks 5 stuks 10 stuks 208 stuks 1 stuks 7 stuks 522 stuks 27 stuks 4 stuks 1 stuks 4 stuks 1 stuks 1 stuks 5 stuks
* Eenheden zijn afgeleid van het IBOR en geactualiseerd op basis van de areaalvlakken in het beheerprogramma Geovisia. ** circa 150 bomen zijn begin dit jaar aangeplant maar nog niet in het systeem verwerkt
69
Gebouwen:
Stuks
Gebouwen waarvan:
34
-
Groep 1 (vaste voorraad)
15
-
Groep 2 (beheer door sportbedrijf)
4
-
Groep 3 (losse voorraad)
7
-
Groep 4 (reeds uitgefaseerde voorraad)
8
Begin 2020 is een nieuw IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) door de gemeenteraad vastgesteld voor de periode 2020-2024. Doel van het IBOR is om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te beheren, afgestemd op de behoefte van de (deelgebieden binnen de) gemeente binnen daarbij passend budget. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen, zoals civiele kunstwerken, riolering en gebouwen, zijn vastgelegd in aparte beheerplannen. Onderstaande tabel geeft de actuele stand van zaken van de verschillende huidige beheerplannen weer. Beheerplan
Datum raadsbesluit
Looptijd t/m
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
IBOR
2020
2024
Ja
Nee
GRP (Riolering)
Q4 2018
2023
Ja
Nee
Gebouwen
Q4 2019
2024
Ja
Nee
Civiele kunstwerken
2012
Actualisatie in 2021, t/m 2025
Ja
nnb
Kwaliteit
In bovenstaande figuur zijn de door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus weergegeven waarmee de openbare ruimte in de verschillende deelgebieden wordt onderhouden. Aan de kwaliteitsniveaus zijn normbedragen en te onderhouden arealen gekoppeld, op basis waarvan het totaal benodigde beheerbudget is vastgesteld en toegekend. Hierbij is A een hoog kwaliteitsbeeld aflopend naar D met een lage/onvoldoende beeldkwaliteit. Riolering De kaders waarbinnen het beheer en onderhoud van de riolering vallen, komen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP), vastgesteld in het vierde kwartaal 2018. Dit GRP is gebaseerd op de speerpunten: • De stijging van de rioolheffing beperken tot maximaal 1,0% exclusief indexatie*1) • Anticiperen op klimaatverandering door: o bij rioolvervangingen en andere ingrepen in de openbare ruimte gescheiden stelsels aan te leggen mits doelmatig o ook particuliere oppervlakken projectmatig af te koppelen o nader onderzoek te verrichten naar het samenspel tussen riolering en oppervlaktewater (samen met het hoogheemraadschap) 70
•
Het beheer en onderhoud een kwaliteitsimpuls te geven, met name door structureel periodieke BRL en NEN-keuringen van pompen en gemalen. Ambitie: minimaal 25% minder storingen.
*1) = Door snellere uitbreiding van het aantal aanslagen en door een lagere rente-omslag kan voor 2022
de stijging van de rioolheffing achterwege blijven. Het areaal en de kwaliteit zijn goed in beeld. Projecten zijn gepland en de financiering hiervan is op orde. Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken zijn uniek gemaakte bouwwerken in de openbare ruimte, zoals bruggen, viaducten, duikers, kademuren, sluizen en veerstoepen. Kaag en Braassem ligt in een waterrijke omgeving, daarom zijn er binnen de grenzen van de gemeente veel civiele kunstwerken aanwezig. De gemeente werkt aan een actueel en compleet beheerplan voor de civiele kunstwerken voor de periode 2021-2025. Daarin wordt een noodzakelijke omslag gemaakt van het huidige incidentgestuurde beheer (piepsysteem) naar een risicogestuurd systeem. Daarmee wordt een potentieel risico ten aanzien van de risicoaansprakelijkheid (zorgplicht), functieverlies en kapitaalvernietiging verkleind. Uit een inventarisatie gedaan in 2021 van alle civiele kunstwerken binnen de gemeentelijke grenzen is gebleken dat het areaal aan civiele kunstwerken in gemeentelijk beheer iets geslonken is in vergelijking met 2020. De technische staat van de civiele kunstwerken en de constructieve veiligheid (een wettelijke verplichting) worden in beeld gebracht en geïntegreerd in een beheerplan.
Het areaal van de gemeente op het onderdeel kunstwerken ziet er als volgt uit: Civiel kunstwerken Bruggen vast1 Bruggen beweegbaar2 Tunnels Viaducten Duikers Waterreguleringswerken Onderdoorgangen Aanleginrichting en steigers3 Remmingwerk en passantensteiger3 Grondkeringen Trappen Sluizen
2018 145 10 1 1 22
21 2769 m (20) 4 1
2020 221 114 1 1 374 6 1 21 5 6743 m (346) 4 1
Het onderzoeken naar constructieve veiligheid richt zich met name op oudere betonnen bruggen en duikers. Het onderzoek is nog niet afgerond. Vooralsnog is gebleken dat de Langebrug constructief onveilig is en dient te worden vervangen. Voor de Noorderhemweg blijkt groot onderhoud nodig of zal vervanging op termijn noodzakelijk zijn. Het vervolg van het onderzoek kan leiden tot onvoorziene extra kosten, omdat bruggen mogelijk extra onderhoud nodig hebben of vervangen dienen te worden. De resultaten van het onderzoek gaan onderdeel uitmaken van het beheerplan kunstwerken 2021-2025, waarmee wordt beoogd meer grip te krijgen op het areaal aan civiele kunstwerken. Een beeld van de definitieve financiële consequenties kan worden opgemaakt wanneer het onderzoek is afgerond en alle kunstwerken zijn geschouwd (en zo nodig nader onderzocht).
71
Openbaar groen en water Het nauwkeurig in beeld brengen van het areaal openbaar groen waarmee in de afgelopen periode is gestart is nog niet afgerond. Er is hierdoor reeds 0,11 km2 areaal toegevoegd (9% uitbreiding) en tevens is er door het in kaart brengen van onze watergangen en walkanten inzicht in de hoeveelheid beschoeiing/damwand/kade die door de gemeente wordt beheerd. De totale lengte bedraagt hierbij ca. 62 strekkende km waarvan ca. 51 km op enige wijze beschoeid is. Uit de inventarisatie is gebleken dat in de periode van de komende tien jaar ca.16,2 km gedeeltelijk vervangen of hersteld moet worden om veiligheid en functie te borgen. Uit de kostenraming die hiervoor is gemaakt is gebleken dat de huidige budgetten niet toereikend zijn om veiligheid en functie te behouden. Hiervoor dient in deze begroting een risico opgenomen te worden. Wegen (asfalt en elementen) Elke twee jaar vindt een visuele weginspectie plaats van alle wegen binnen de gemeente. In 2021 wordt deze inspectie voor het complete areaal wederom uitgevoerd. Op basis van de inspectie vindt een prioritering plaats in het kader van veiligheid, risico en aansprakelijkheid. Deze prioritering vormt de basis voor de jaarlijkse planning van het beheer, groot onderhoud en reconstructies van/aan asfaltwegen en straten met elementenverharding (tegels) binnen de gemeente.
Gebouwen De gemeente bezit gebouwen en bouwwerken. Deze zijn opgenomen in het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Gebouwen. De gebouwen zijn verdeeld in meerdere groepen, met verschillende onderhoudsniveaus. De vaste voorraad (groep één) bestaat uit gebouwen die we in principe willen behouden. De gebouwen worden redelijk tot goed onderhouden. De gebouwen die vallen onder het Sportbedrijf betreffen groep twee. Het Sportbedrijf ontvangt een bijdrage uit de voorziening. De losse voorraad (groep drie) bestaat uit gebouwen die naar alle waarschijnlijkheid binnen een aantal jaar kunnen worden afgestoten. Het onderhoudsniveau van groep drie is sober en doelmatig. De financiële consequenties van het MJOP 2020-2024 zijn verwerkt in deze begroting. Financieel In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt hoe de financiële consequenties zijn verwerkt in de begroting. Dit betreft de budgetten voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte, de kunstwerken, riolering en voor gebouwen (exclusief personeel en kapitaallasten). Vertaling financiële consequenties in de begroting
2022
2023
2024
2025
Groen
571
471
471
471
Verharding
2090
2090
2090
2090
Water
339
339
339
339
Openbare verlichting
371
371
371
371
Totaal budgetten groot onderhoud IBOR
3371
3271
3271
3271
Kunstwerken
750
396
237
430
Riolering
2846
2814
2735
2767
Gebouwen (dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen)
367
367
367
367
IBOR:
72
Om tot een zo efficiënt mogelijke inzet van de beschikbare middelen te komen heeft een afstemming tussen alle beheeronderdelen plaatsgevonden. Deze zijn verwerkt in een meerjarige uitvoeringsplanning 2021 tot en met 2024. Bij riolering gaat het om de investeringen in de toekomstige jaren. Voor de begroting 2023 e.v. wordt bekeken of de huidige financiële middelen IBOR nog toereikend zijn.
73
4. Financiering 5. Bedrijfsvoering In de financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 18 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 16). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut.
RENTERISICOBEHEER __________________________________________________________________________________ Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2022 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 5,1 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk 74
heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op vaste schuld bedraagt daardoor in 2022 € 11,9 miljoen. In 2022 zal voor € 10,6 miljoen worden afgelost en er zijn geen leningen waarvan de rente wordt herzien; waardoor de renterisiconorm niet zal worden overschreden. Op basis van deze meerjarenbegroting is de verwachting dat we de renterisiconorm de komende jaren niet zullen gaan overschrijden. In 2019 hebben we een grote hoeveelheid geldleningen afgelost en geherfinancierd, samen € 23,5 miljoen (vnl. in het verleden aangegane niet tussentijds aflosbare leningen voor onroerendgoedtransacties). Totdat we de leningen voor onroerendgoedtransacties kunnen aflossen (door verkoop onroerend goed), zullen deze leningen voorlopig opnieuw gefinancierd worden, binnen de kaders van de renterisiconorm. Rentevisie De Euriborrentes liggen nog altijd onder de 0%. Dat de rente zo laag is, komt vooral doordat de Europese Centrale Bank (ECB) een ruim monetair beleid voert om de economische groei in het eurogebied te ondersteunen. De rentevisie van de BNG is dat de rentetarieven naar verwachting wat zullen oplopen het komende jaar (naar rond de -0,40% medio 2022).
Het EONIA rentetarief (daggeldrente rekening-courant schatkist) is dit jaar stabiel gebleven tot rond de -0,48% medio 2021. Bij het rijk is de rente, indien die negatief is, bij het uitzetten van gelden (vooralsnog) gelijkgesteld aan nul; maar de BNG zal binnenkort negatieve creditrente in rekening gaan brengen v.a. € 500.000. De rente op staatsleningen was vanwege matige vooruitzichten voor de inflatie en economie in Europa historisch laag en is - ondanks lichte stijging - nog steeds negatief. Hierdoor is het rentepercentage voor langlopende leningen het afgelopen jaar licht gestegen en komt uit op 0,38% medio 2021 (10 jaar fixe BNG). De rentetarieven van langlopende leningen zullen mede onder invloed van een aantrekkende inflatie en een minder actief aankoopbeleid van obligaties van de ECB naar verwachting wel wat oplopen tot rond de 0,89% medio 2022 maar blijven op een zeer laag niveau. Doordat de afgesloten leningen verschillende looptijden hebben met een vaste rente, zal de gemiddelde rente over de leningenportefeuille nog steeds hoger zijn dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Echter de gemiddelde rente is ondertussen al wel aanzienlijk gedaald door herfinanciering van langlopende leningen ad € 23,5 miljoen vanaf 2019 e.v.
Bij laagblijvende (negatieve) rente op de kapitaalmarkt is de verwachting dat de gemiddelde rente over de leningenportefeuille nog meer zal gaan dalen door het aflopen en herfinancieren van langlopende leningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen tegen een gunstiger rentetarief.
KREDIETRISICOBEHEER __________________________________________________________________________________ Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De drempel is vastgesteld op
75
0,75% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 0,4 miljoen in 2022. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (EONIA/ daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). Bij de berekening van de financieringsbaten is met deze verwachtingen rekening gehouden. Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2022 is de verwachting dat er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde is van € 4,6 miljoen. Daarnaast is nog een te verstrekken obligatielening aan Alliander opgenomen in de begroting 2022 e,v. Alliander verwacht forse investeringen in het kader van het Klimaatakkoord en deze groei dient (voor)gefinancierd te worden. Daarom heeft Alliander een kapitaalinjectie nodig om het eigen vermogen te versterken; zodat Alliander financiering kan aantrekken op de markt tegen aantrekkelijke rente. Voor het versterken van het eigen vermogen doet Alliander een beroep op haar aandeelhouders; en worden verzocht om naar rato een obligatielening beschikbaar te stellen (voor gemeente Kaag en Braassem € 2,7 mln).
De raad wordt hierover apart geïnformeerd via een raadsvoorstel. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat begin 2021 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,5 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 1,9 miljoen. Dit betreft afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op). Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 31,1 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken.
In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden. Het WSW heeft met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting MeerWonen’, tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond ( =wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)).
GEMEENTEFINANCIERING __________________________________________________________________________________ Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor
76
het EMU-saldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in het uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het geprognosticeerde EMU-saldo over boekjaar 2022 € 0,7 miljoen (positief). Het EMU-saldo is gebaseerd op het kasstelsel en doordat vanaf 2023 grote investeringen zijn gepland (met name op het gebied GRP, IKC Woubrugge, IMNOR, inleg eigen vermogen Vof Braassemerland), is de verwachting dat de gemeente vanaf dan een tekort zal hebben (meer zal uitgeven dan ontvangen). Op dit moment zijn er geen consequenties.
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Hierbij zijn de ontvangsten en uitgaven volgens de programmabegroting en investeringsplannen het uitgangspunt. Op basis van ervaringscijfers, inschatting van de (periodieke) uitgaven en ontvangsten en de mutaties in de leningenportefeuille voorzien wij per ultimo 2022 een financieringsoverschot van € 5,4 miljoen (exclusief resultaat). Dit zal ingezet worden voor een deel van de financiering van de bouwgrondcomplexen ad € 6,8 miljoen. Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille: bedrag x € 1.000 2021
2022
2023
2024
2025
Stand per 1 januari
Mutaties in de leningenportefeuille
51.024
53.671
64.053
62.223
70.382
(her)financiering
14.000
20.995
9.250
19.500
13.500
Reguliere aflossingen
11.353
10.613
11.080
11.341
11.351
Vervroegde aflossingen
-
-
-
-
-
Stand per 31 december
53.671
64.053
62.223
70.382
72.531
Gemiddeld rentepercentage
1,75%
1,72%
1,66%
1,76%
1,32%
In 2019 hebben we een grote hoeveelheid geldleningen afgelost en geherfinancierd, samen € 23,5 miljoen (vnl. in het verleden aangegane niet tussentijds aflosbare leningen voor onroerendgoedtransacties). Totdat we de leningen voor onroerendgoedtransacties kunnen aflossen (door verkoop onroerend goed), zullen deze leningen voorlopig opnieuw gefinancierd worden. Om een financieringstekort op te kunnen vangen is de verwachting dat ultimo 2021, 2022, 2024 en 2025 in verband met geplande investeringen/kapitaalverstrekking (o.a. GRP, IKC Rijnsaterwoude/Woubrugge, IMNOR, inleg eigen vermogen Vof Braassemerland en obligatielening Alliander) een langlopende lening zal worden aangetrokken van respectievelijk € 4 miljoen, € 11
77
miljoen, 10 miljoen en € 4 miljoen. Daarnaast is de verwachting dat in de periode 2022-2025 kortlopende leningen zullen worden aangetrokken of tijdelijk gebruik zal worden gemaakt van de kredietfaciliteit bij de BNG voor bedragen van maximaal € 5 miljoen (binnen de kaders van de kasgeldlimiet) om een tijdelijk financieringstekort op te kunnen vangen. In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft. Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan.
Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.
RENTETOEREKENING EN RENTERESULTAAT __________________________________________________________________________________ Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd ( = 1,01%); waarbij het bij de begroting voorgecalculeerde renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond. De rekenrente in 2022 zal – evenals 2021- naar verwachting 1,0% zijn en is flink gedaald ten opzichte van voorgaande jaren maar is hiermee nog steeds hoger dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Doordat de afgesloten leningen verschillende looptijden hebben met een vaste rente, is het niet mogelijk direct volledig mee te bewegen met de rente op de kapitaalmarkt. Maar bij laagblijvende rente op de kapitaalmarkt is de verwachting dat de rekenrente nog meer zal gaan dalen door het aflopen en (her)financieren van leningen tegen een gunstiger rentetarief.
In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend.
78
Renteschema 2022
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
-/-
€ 849.365 € 150.170 € 699.195
€ 182.413 -€ 53.170
1,24% 3,05%
-/Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ 129.243 € 569.952
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€0 € 284.069 € 854.020
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Verwacht renteresultaat op het taakveld treasury
-/-
€ 848.365 € 5.655
1,01% 1,00% 0,01%
79
5. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners en beleids- en bestuurlijke processen, als de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoeringsonderdelen toe die in 2022 naast de reguliere werkzaamheden extra inspanningen leveren om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren. Organisatie en overhead __________________________________________________________________________________ _ Onze ambtelijke organisatie is de afgelopen jaren steeds meer toegegroeid en zal dat de komende jaren blijven doen naar een organisatie die bestaat uit een vaste ambtelijke kern met daaromheen een flexibele schil die wordt geactiveerd afhankelijk van de vraag. Op dit moment beschikt de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem over 154,38 fte incl. 2,22 fte griffie. Dit is 5,63 fte per 1000 inwoners. Van deze 154,38 fte is momenteel 7,22 fte vacant. Dit houdt dus in dat de bezetting 147,16 fte bedraagt; dit is 5,37 fte per 1000 inwoners. Omdat de gemeentelijke organisatie een aantal vacatures kent wordt extern ingehuurd om deze vacatures (deels) in te vullen.
In een enkel geval wordt een vacature bewust extern ingevuld, zoals de functie van planeconoom. In veel gevallen blijkt het echter moeilijk om goed gekwalificeerde medewerkers te vinden voor het invullen van de vacatures. Als een vacature te lang open blijft staan, is externe inhuur nodig. Ook wordt er extern ingehuurd als gevolg van (tijdelijke) projecten of ontwikkelingen die niet binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen. In 2022 verwachten we dat de externe inhuur zal afnemen naar 5,2% van de totale loonsom (€ 12.270.000). Dit komt overeen met ongeveer € 635.000 voor externe inhuur. Momenteel is nog 7,22 fte vacant. Indien deze vacatures in 2022 niet kunnen worden ingevuld, zullen die gelden ingezet moeten worden voor inhuur derden. Binnen de afdeling Bedrijfsvoering zijn alle bedrijfsvoeringstaken van de ambtelijke organisatie ondergebracht. Het merendeel van de bedrijfsvoeringsonderdelen wordt tot de overhead gerekend. Overhead is het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij zijn BBV-regels en de uitgangspunten van de Notitie Overhead van de BBV toegepast. Onze overhead is voor 2022 geraamd op € 9.014.294. Uitgedrukt in een percentage van de totale geraamde lasten, zijnde € 62.882.000 bedraagt dit percentage 14,3%. Uitgedrukt per inwoner bedragen de apparaatskosten € 328,84 per inwoner.
ICT en informatiebeheer __________________________________________________________________________________ De kwaliteit van gemeentelijke beleidsvorming en dienstverlening raakt meer en meer afhankelijk van betrouwbare en moderne ICT. Een groot deel van deze ontwikkelingen is in door de rijksoverheid geformuleerd beleid vastgelegd. Ook worden de eisen omtrent informatieveiligheid steeds strenger. 80
Andere ontwikkelingen zijn: in de samenleving De gemeente zal steeds meer gaan opereren in een netwerksamenleving, directe communicatie met bijvoorbeeld scholen, handhavers, zorgverleners en bedrijven. Ook inwoners willen zaken met de gemeente direct via hun mobiele apparaten af kunnen handelen, net zo als dat in de zakelijke dienstverlening gebeurt. Men wil daarnaast inzage in wat de gemeente met persoonlijke gegevens doet en verwacht dat deze bij de gemeente in veilige handen zijn. vanuit de wetgever Het is de bedoeling van de wetgever dat de externe dienstverlening van de gemeenten ook digitaal beschikbaar is en blijft. Deze digitale dienstverlening moet voor iedereen toegankelijk zijn (digitale inclusie) en moet zo zijn ingericht dat inwoners en ondernemers alleen informatie bij de gemeente hoeven aan te leveren waar de overheid nog niet over beschikt. Verder vragen de decentralisaties (waaronder de nieuwe Wet Inburgering) en de Omgevingswet om verbetering van de informatie en informatiesystemen in het sociale en het omgevingsdomein. in gemeenteland Gemeenten veranderen van lokale uitvoeringsorganisaties naar regieorganisaties. Dit houdt in niet meer alles zelf doen, maar ook publieke taken laten uitvoeren door combinaties van overheden en bedrijven.
Dit vereist dat de raad goed wordt geïnformeerd over de kwaliteit en financiën van ICT en dat de gemeentelijke organisatie die samenwerkingen en uitbestedingen goed kan aansturen en monitoren. in ICT-innovaties Sinds begin 2018 is de gemeenschappelijke regeling ‘Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Rijn en Braassem’ het samenwerkingsverband tussen de gemeente Kaag en Braassem en de gemeente Alphen aan den Rijn, dat zorg draagt voor de ICT-dienstverlening. De basisdienstverlening staat, er is weinig tot geen downtime, er is up-to-date beveiliging en continuïteit bij primaire processen. Al bij de start van de coronacrisis is direct opgeschakeld en is het thuiswerken en digitaal vergaderen op alle fronten gefaciliteerd. Daarnaast zijn diverse aanbestedingen in gang gezet; aanbesteding van de zaaksuite, de website en een applicatie voor de ‘meldingen openbare ruimte’, een nieuwe telefooncentrale, nieuwe multifunctionals (printers en scanners) en er wordt gewerkt aan de verdere digitalisering van het beheer van de openbare ruimte en de invoering van de Omgevingswet. Toch zijn er ook de nodige aandachtspunten die om verdere verbetering en afstemming vragen, of die daar het afgelopen jaar om hebben gevraagd. Zo is het afgelopen jaar de samenwerkingsconstructie van de BVO, in de vorm van een gemeenschappelijke regeling, tegen het licht gehouden.
Dit construct vraagt het nodige aan extra ondersteuning en duidelijkheid en concrete afspraken over de te leveren dienstverlening. Alles overwegend hebbend, is besloten om het huidige construct te handhaven. Momenteel wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn tot samenwerking – met de gemeente Alphen aan den Rijn – in het CIO Office. Het CIO Office is een “strategische denktank” op ICT-gebied en informatievoorziening. Door samenwerking in het CIO Office kunnen beide gemeenten beter door de BVO worden bediend. Permanent punt van aandacht blijft hoe de kosten en baten zich tot elkaar verhouden, in de wetenschap dat de wereld om ons heen continu verandert en dat veel veranderingen direct of indirect
81
gevolgen hebben of kunnen hebben voor diverse ICT-gerelateerde zaken, zoals digitale infrastructuur, thuiswerkfaciliteiten, informatieveiligheid en zo meer. De meeste taken van een gemeente kunnen niet uitgevoerd worden zonder goede digitale ondersteuning en goede data. Investeringen op dit vlak zullen in de toekomst zeker nodig blijven, waarbij ook aandacht zal moeten blijven voor de personele component (bezetting en belasting) en waarbij steeds de balans gezocht zal moeten worden tussen ‘need to have’ en ‘nice to have’.
82
6. Verbonden partijen Als zelfstandige gemeente zoekt Kaag en Braassem naar samenwerking als dit voordeel oplevert bij vraagstukken die erg complex of kostbaar zijn. In deze paragraaf worden de rechtspersonen beschreven waar de gemeente een bestuurlijk en financieel belang in heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap (stemrecht of het hebben van een zetel in het bestuur). Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking wordt gesteld dat niet verhaalbaar is wanneer de verbonden partij in financiële problemen raakt of failliet gaat. Verbonden partijen voeren beleid uit van de gemeente. Als een taak uitgevoerd wordt door een verbonden partij, dan blijft de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen. Het beleid van de gemeente Kaag en Braassem over de verbonden partijen is beschreven in de Monitor Verbonden Partijen en DVO’s. Beleidsvoornemen uit de monitor is dat Kaag en Braassem vooral een regiegemeente is. Om regie te voeren is het van belang de grip op verbonden partijen te hebben en een scherpe inhoudelijke focus binnen prioritaire thema’s nodig. Deze inhoudelijke focus is terug te vinden in de actualisatie van de Regionale agenda Kaag en Braassem.
In deze agenda, opnieuw vastgesteld op 29 juni 2020, staan de regionale ambities verwoord; hetgeen we in samenwerking met onze verbonden partijen en/ of regionale partners willen behalen.
VERBONDEN PARTIJEN KAAG EN BRAASSEM __________________________________________________________________________________ Gemeenschappelijke regelingen
Overig
Holland Rijnland Omgevingsdienst West-Holland Veiligheidsregio Hollands Midden RDOG Hollands Midden Rijn en Braassem
BNG NV Oasen NV Cyclus NV Alliander NV De Tweesprong BV GEM Braassemerland VOF
Op www.kaagenbraassem.nl is alle informatie over de verbonden partijen te vinden
INZICHT IN DE FINANCIËN VAN DE VERBONDEN PARTIJEN __________________________________________________________________________________ De raad beoordeelt alle begrotingen, tussentijdse rapportages en jaarrekeningen van de verbonden partijen. De raad stemt in met deze producten van de verbonden partijen of doet voorstellen voor aanpassingen hierin. Er zijn ook risico’s. Hierbij wordt gedacht aan consequenties van nieuw overheidsbeleid, wijzigingen in wet- en regelgeving en ontbreken van commitment. Risico’s kunnen beperkt worden door het functioneren van de verbonden partij goed te volgen qua budget en beleid. De risico’s zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s. De verbonden partijen zijn helder in kaart gebracht in de Monitor Verbonden Partijen en DVO’s. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. De (advies)processen binnen de gemeentelijke organisatie zijn gestroomlijnd door het aanwijzen van een driehoek van accounthouder,
83
financieel consulent en manager waarbij de accounthouder primair verantwoordelijk is voor alle zaken die met de verbonden partij samenhangen.
ONTWIKKELINGEN VERBONDEN PARTIJEN 2022 __________________________________________________________________________________ •
Holland Rijnland Binnen Holland Rijnland werken we samen om de kwaliteit van wonen, werken, leren en leven van inwoners, ondernemers en instellingen te verbeteren. Momenteel wordt er ingezet op een regionale agenda 2019-2023.Onderwerpen die hierin centraal komen te staan zijn: ▪ Aantrekkelijke leefomgeving (ruimte, wonen en groen) ▪ Sterke regionale economie ▪ Duurzaam bereikbare regio ▪ Energieneutrale regio ▪ Een regio voor iedereen ▪ Kansrijke regio voor de jeugd Holland Rijnland is een netwerkpartij die zich sterk maakt voor lobby- en faciliterende werkzaamheden. Afgelopen twee jaar is er vanuit Holland Rijnland ingezet op de Regionale Energiestrategie (RES), de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) en de Regionale Omgevingsagenda (ROA). In 2022 vindt besluitvorming plaats over de nieuwe Regionale Woonagenda.
•
BVO Rijn en Braassem In paragraaf bedrijfsvoering zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de BVO Rijn en Braassem beschreven. Ook voor de ontwikkelingen met betrekking tot ICT verwijzen wij u naar de paragraaf bedrijfsvoering.
•
VRHM Veiligheidsregio Hollands Midden staat voor de (fysieke) veiligheid van burgers, bedrijven en instellingen. In de Veiligheidsregio Hollands Midden werken brandweer, politie, GHOR en de gemeenten samen aan de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De veiligheidsregio werkt nauw samen met partners, zoals waterschappen, milieudiensten en defensie. Naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en veranderende risico’s in de samenleving heeft de veiligheidsregio in het Regionaal Beleidsplan 2020-2023 haar koers en de daarbij behorende doelen bepaald. Deze doelen zijn afgestemd met alle gemeenteraden binnen onze veiligheidsregio en sluiten aan op het Regionaal Risicoprofiel dat in 2019 is vastgesteld. Inmiddels is de herziening van het Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 van start gegaan. Thema’s zoals o.a. klimaat, uitval vitale voorzieningen en infrastructuur zullen hier nader worden geïnventariseerd en toegelicht. Het Regionaal Risicoprofiel is een belangrijke pijler van het Regionaal Beleidsplan 2023-2026. Door de herziening van het Risicoprofiel met één jaar te vervroegen, kunnen beide planvormen beter op elkaar worden afgestemd. Daarnaast loopt de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s.
Hierin is onderzocht of de huidige wet- en regelgeving nog voldoende aansluit op de huidige situatie en of de wet voldoende is voorbereid op toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing. Naast deze beleidsmatige ontwikkelingen blijft ook de gezamenlijke aanpak rondom Covid-19 een aandachtspunt.
84
•
RDOG HM De Regionale Dienst Openbare Gezondheid (RDOG) Hollands Midden beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van alle inwoners in Hollands Midden, in het bijzonder die van de meest kwetsbaren. Hierbij wordt actief samengewerkt met 18 gemeenten en andere partijen in het sociaal domein, veiligheidsdomein, gezondheidszorg en openbaar bestuur. Het takenpakket van de RDOG is divers en bestaat uit wettelijke GGD-taken en andere wettelijke en nietwettelijke taken. Alle taken die gemeenten aan de RDOG HM hebben opgedragen, zijn taken waarvoor de colleges van B&W in hun gemeente verantwoordelijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van de jeugdgezondheidszorg, de ambulancezorg, de reizigersadvisering, het Meldpunt Zorg en Overlast, Veilig Thuis, het team Milieuhygiëne en Gezondheid en de spreekuren voor seksuele gezondheid. Deze taken zijn geordend aan de hand van ‘het schillenmodel’. In 2022 wordt er verder ingezet op de RDOG2024. Met het Programma RDOG2024 zorgen we ervoor dat de RDOG in 2024 een wendbare, moderne en klantgerichte organisatie is. Daarnaast zal er in 2022 meer zicht zijn op het functioneren van het Zorg- en Veiligheidshuis dat vanaf 2021 een aparte poot is binnen de RDOG. Het doel van dit ZVH is het huidige zorg- en veiligheidsveld met elkaar verbinden en bijdragen aan een integraal sluitende aanpak voor (complexe) casuïstiek.