CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024 incl controleverklaring

Gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Jaarstukken 2024.36.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Een huishouden ontvangt één aanslag met het vaste deel voor het actuele kalenderjaar en het variabele deel (daadwerkelijke aantal ledigingen) van het jaar daarvoor. De opbrengsten van het variabele deel komen weliswaar een jaar later binnen bij de gemeente, maar worden als opbrengsten in de exploitatie van het lopende jaar worden verwerkt, omdat inwoners het variabele deel per einde belastingjaar verschuldigd zijn. Over 2024 was de heffing bijna 100% kostendekkend. Riool- en waterzorgheffing 2024 In 2024 is het nieuwe watertakenplan 2024-2027 ingegaan. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op dit watertakenplan 2024-2027. De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgheffing 2024 bedraagt 100%. Bouwleges 2024 In 2024 ging de nieuwe Omgevingswet van kracht. De wet omvat een ingrijpende stelselherziening van het omgevingsrecht. Vrijwel alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is opgegaan in de Omgevingswet. In dat kader moest ook de legesverordening volledig worden herzien. De nieuwe omgevingswet stelde ook andere eisen aan omgevingsaanvragen en beoordelingen, en voorafgaand aan de introductie per 1 januari, was er dan ook (landelijk) vrees voor 28

grote vertragingen in de procedures. Financieel merkten wij in 2024 hiervan dat de legesinkomsten met 40% terugliepen. Wij zijn nog aan het evalueren of dit effect éénmalig is, of structureel. Het jaar 2025 zal daarin definitief uitsluitsel kunnen geven. Overzicht belastingdomein gemeente Kaag en Braassem De hiernavolgende tabel geeft een overzicht van het lokale belastingdomein. bedragen in €

Werkelijke opbrengst 2024 OZB eigenaren woningen 5.444.616 OZB eigenaren niet-woningen 949.642 OZB gebruikers niet-woningen 636.318 RZB eigenaren woningen 22.823 Inzameling grof huishoudelijk afval 157.378 Afvalstoffenheffing 4.483.558 Rioolheffing 4.330.328 Logiesbelasting Forensenbelasting 403.696 Precariobelasting 13.353 Diverse rechten grafrechten 89.810 marktgelden 16.402 Diverse leges omgevingsvergunningen 977.581 snelle motorboten 52.302 burgerzaken 701.169 Totaal 18.278.975 Kostendekkendheid Met ingang van 2017 is extra informatie verplicht waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de baten de lasten niet overschrijden. Deze informatie wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De tarieven voor afvalinzameling, riolering, begraafplaatsen en omgevingsvergunningen worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten alsook de overige vergunningverlening op basis van de APV.

Nr Afvalinzameling en -verwerking (taakveld 7.3) 1 Kosten op de taakvelden (netto) 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totale kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten 8 Kostendekking

bedragen in € Werkelijkheid 2024 3.191.310 671.591 780.822 26.760 4.670.482 4.640.936 29.546 99%

29

1 2 3 4

Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. Extracomptabele toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt conform BBV-voorschriften extracomptabel toegerekend. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.

Kostendekkendheid afval is bijna 100%. Door een goed scheidingsgedrag en zo min mogelijk aanbieden van restafval kunnen inwoners hun werkelijke lasten lager houden. bedragen in € Nr Beheer rioleringsstelsel en waterzuivering (taakveld 7.2) Werkelijkheid 2024 1 Kosten op de taakvelden 2.754.138 2 BTW 432.200 3 Overhead 674.064 4 Toerekening rente 481.266 5 Totaal kosten 4.341.669 6 Inkomsten 4.330.328 7 Netto-lasten 11.341

100%

8 Kostendekking 1 2 3 4

Betreft kosten zoals opgenomen in het geactualiseerde GRP aangevuld met de taakgerichte uren. Extracomptabel toegerekende btw op kosten en investeringen op grond van de invoering van de btw-plicht gemeente. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.

De kostendekkendheid van de riool- en waterzorgheffing bedraagt 100%.

Nr Begraafplaatsen (taakveld 7.5) 1 Kosten taakveld begravingen 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten 7 Kostendekking 1 2 3

bedragen in € Werkelijkheid 2024 197.291 80.625 11.977 289.893 89.810 200.083 31%

Betreft kosten zoals geraamd op het taakveld begraafplaatsen Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV-voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.

30

bedragen in € Werkelijkheid 2024 1.502.685 799.613 0 2.302.298 688.330 1.613.968

Nr Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.3) 1 Kosten op de taakvelden 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten 7 Kostendekking

1 2 3

30%

Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.

Nr Leges: Overige leges (Burgerzaken) (taakveld 0.2) 1 Kosten op de taakvelden 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten

bedragen in € Werkelijkheid 2024 1.070.043 380.911 0 1.450.954 753.471 697.483

7 Kostendekking 1 2 3

52%

Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extra comptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.

Totale woonlasten meerpersoonshuishoudens Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven.

Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishoudens Gemiddelde WOZ waarde Kaag en Braassem

2023 2024 € 448.000 € 464.000

Onroerend zaak belasting Afvalstoffenheffing vast tarief (*) Riool- en waterzorgheffing Totale woonlasten per meerpersoonshuishouden

€ € € €

391 282 288 961

€ € € €

418 305 303 1.025

31

(*): De werkelijke last per huishouden afvalstoffenheffing is afhankelijk van het scheidingsgedrag. Boven op het vast tarief wordt nog een bedrag per aangeboden zak of container in rekening gebracht. Kwijtscheldingsbeleid Een belastingplichtige met een inkomen van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten. In 431 gevallen met een bedrag van € 150.837,70 is automatische kwijtschelding verleend. Om hiervoor in aanmerking te komen is eerder volledige kwijtschelding verkregen en worden de nieuwe gegevens bij diverse instanties opgevraagd en automatisch getoetst. Daarnaast zijn er ook kwijtscheldingsverzoeken. Die zijn hierna inzichtelijk gemaakt. In 2024 zijn er 280 verzoeken ingediend waarvan 165 geheel of gedeeltelijk zijn toegewezen voor een bedrag van € 59.423,27. Het aantal afgewezen verzoeken is 174 voor een bedrag van € 39.183,80. Er is nog 1 verzoeken in behandeling met een bedrag van € 202,53. Ter vergelijking staan ook de aantallen voor de twee eerdere jaren. Omschrijving Toegewezen (geheel of gedeeltelijk) Afgewezen In behandeling Totale ingediende kwijtscheldingsverzoeken

2022 128 61 1 190

2023 171 100 4 334

2024 165 174 1 280

Bedrag € 59.423,27 € 39.183,80 € 202,53 € 98.809,60

32

Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in het weerstandsvermogen in het verslagjaar 2024 en de ontwikkelingen bij de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: • Een inventarisatie van de risico’s met een risicoprofiel en een benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op risicosimulatie; • Inzicht in de beschikbare weerstandscapaciteit; • Beoordeling van het weerstandsvermogen; • Overzicht van structurele risico’s en toekomstige ontwikkelingen; • Inzicht in de financiële kengetallen. Het uitwerken van deze paragraaf gebeurt conform de in 2023 geïntroduceerde nieuwe systematiek. Verantwoording geïnventariseerde risico’s 2024 Risicogebeurtenis

Verantwoording over 2024

Extra ondersteuning in het kader van armoedebestrijding en inkomensondersteuning

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. Het risico blijft actueel.

Uitspraak Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen inzake het juridisch geschil Grietpolderweg valt negatief uit

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. Het risico blijft actueel.

Grote tekorten op de arbeidsmarkt en het niet (tijdig) kunnen invullen van kritische functies waardoor duurdere inhuur noodzakelijk is.

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. De meeste functies in de formatie zijn inmiddels ingevuld. Maar het risico blijft actueel omdat mensen de organisatie ook weer verlaten

Afwijkingen op de raming open einde regeling Wmo ondersteuning

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. Het risico blijft actueel.

Bovenmatige stijging bouwkosten, schaarste bouwproducten en brandstof/energieprijzen

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. Het risico blijft actueel.

Jeugdhulp: - Ombouw gesloten jeugdhulp - Caseloadverlaging jeugdbescherming - Meerkosten (specialistische) jeugdhulp - Subregionale teams

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. Het risico blijft actueel.

Discontinuïteit bedrijfsvoering gemeente als gevolg van informatiebeveiligingsproblemen (hacking, gijzeling, ransomeware etc.)

Heeft niet geleid tot een claim ten laste van het weerstandsvermogen. Het risico blijft actueel.

Conclusie Voor zover de geïnventariseerde risico’s zich in 2024 hebben voorgedaan, konden die altijd worden opgevangen binnen de bestaande begroting, en was een beroep op het weerstandsvermogen (Algemene reserve) niet nodig. Risicoprofiel Onderstaand zijn de belangrijkste risico’s voor de gemeente weergegeven. Hierbij is tevens een inschatting gemaakt van de kans van optreden en de mogelijke maximale financiële gevolgschade. Het percentage geeft de invloed van het risico op het totaal benodigde weerstandsvermogen aan.

33

Risicogebeurtenis Afwijkingen op de raming open einde regeling Participatiewet Toename kosten bijzondere bijstand

Toelichting

Kans Financieel Invloed (%) Maximum weerstand De Participatiewet kent een open einde regeling. Het uitkeringsbestand kan 75% € 500.000 15,3% jaarlijks fluctueren. De begroting is budgettair neutraal opgesteld (begrote uitgaven zijn gelijk gesteld aan de verwachte BUIG -uitkering). Mochten er meer kosten zijn dan begroot, moeten wij als gemeente de eerste 7,5% van de overschrijding dragen Er speelt landelijk “alleenverdienersproblematiek”. Dit houdt het volgende in: een samenloop van regelingen pakt voor een groep alleenverdieners met een combinatie van inkomstenbronnen nadelig uit. Daardoor ontvangen zij minder huur- en zorgtoeslag dan wenselijk is. Als gevolg hiervan hebben zij een lager besteedbaar inkomen dan een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering en ligt dit inkomen onder het bestaansminimum (bijstandsnorm en maximale toeslagen). Gemeenten ontvangen budget om deze mensen te ondersteunen. Indien dit niet voldoende is, komen de meerkosten verhaald op de bijzondere bijstand.

Geschil extra kosten zettingsproblematiek Grietpolderweg

Grote tekorten op de arbeidsmarkt en het niet (tijdig) kunnen invullen van kritische functies waardoor duurdere inhuur noodzakelijk is.

Afwijkingen op de raming open einde regeling Wmo ondersteuning Bovenmatige stijging bouwkosten, schaarste bouwproducten en brandstof/energieprijzen

Jeugdzorg: -Ombouw gesloten jeugdhulp -Ombuiging jeugdzorg rendeert onvoldoende -Vervallen regionale solidariteitsprincipe

Het geschil over de verantwoordelijkheid van de extra kosten voor de 25% € Grietpolderweg in het kader van de zettingsproblematiek is nog niet beslecht. De gevolgen worden geraamd tussen de € 0 en 2,5 miljoen. De gemeente is een procedure gestart bij de rechtbank. Ondanks, de in de ogen van de gemeente sterke positie, wordt in het kader van de risicoreservering toch rekening gehouden met een negatieve uitspraak. Voor de gemeente is het een uitdaging om voldoende gekwalificeerde 70% € medewerkers te behouden en/of te werven. De druk op de medewerkers wordt groter gezien een aantal externe ontwikkelingen in zowel de sociale als ruimtelijke beleidsvelden. Hiermee bestaat er ook een risico op een hoger ziekteverzuim dan voorzien. Hoewel het arbeidsmarkt risico een lange termijn component kent, wordt in de risico reservering rekening gehouden met extra uitgaven voor komend jaar (de meerkosten tov het salarisbudget). De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kent een open einde regeling. Ondanks de opgebouwde ervaring en kwaliteit van de prognoses kan het voorkomen dat grote en/of complexe woningaanpassingen noodzakelijk zijn. Als gevolg van de snel stijgende bouwprijzen is in de begroting rekening gehouden met indexaties.

Zowel voor investeringsprojecten (indexatie) als voor beheerprojecten en regulier onderhoud is in de richtnota en begroting rekening gehouden met een aanzienlijke stijging. Omdat de markt op dit moment dermate volatiel en onvoorspelbaar is, wordt een extra risico reservering voor 2024 opgenomen. Op het gebied van jeugdzorg spelen meerdere risico’s die we hier samenvoegen. Het gaat om de volgende risico’s:

2.500.000

25,5%

199.500

5,7%

50% €

200.000

4,1%

20% €

2.930.000

23,9%

75% €

750.000

23,0%

300.000

2,5%

- Ombouw gesloten jeugdhulp: de financiële situatie van aanbieders van gesloten jeugdhulp blijft precair. Mochten er extra middelen nodig zijn om de continuïteit van gesloten jeugdhulp te (blijven) borgen, zijn wij als gemeente verplicht om deze middelen beschikbaar te stellen. Gesloten jeugdhulp is namelijk aangewezen als cruciale zorg. De raad is per brief van mei 2023 over dit risico geïnformeerd. - Meerkosten (specialistische) jeugdhulp: we zien de afgelopen jaren lokaal en regionaal dat het beroep op de jeugdhulp blijft toenemen. Regionaal worden bezuinigingsmaatregelen voorbereid, maar het risico bestaat dat deze niet direct effect sorteren. Indien er geen ombuiging van instroom, doorstroom en uitstroom plaatsvindt, bestaat dan ook het risico dat het bedrag in de begroting onvoldoende is.

-Regionaal solidariteitsprincipe komt te vervallen: Binnen de regio werken we met een solidariteitsprincipe. Dit houdt in elke gemeente een x% bijdraagt aan de regionale begroting. Het % is gebaseerd op het aandeel in de uitgaven t-2. Als besloten wordt te stoppen met het solidariteitsprincipe, gaat elke gemeente de werkelijke kosten betalen. Dit kan positieve effecten hebben, maar brengt ook een risico met zich mee. Dit risico is dat er door bepaalde uitzonderlijke situaties in individuele casuïstiek (bijvoorbeeld door uithuisplaatsing van meerdere kinderen in een gezin) er hogere kosten zijn dan verwacht. Discontinuïteit Uit recent onderzoek van het Ministerie van Economische zaken wordt het 20% € bedrijfsvoering gemeente als risico op cyberschade steeds groter ingeschat. De kans op een brand is gevolg van 1:8.000, de kans op een inbraak is 1:250 en de kans op een cyberaanval is 1:5 informatiebeveiligingsproble voor bedrijven. Daarnaast is de gemiddelde schade per incident inmiddels men (hacking, gijzeling, gestegen: van € 184.000,- naar € 300.000,-. In Nederland bedraagt de totale ransomeware etc.) jaarlijkse schade als gevolg van cyberincidenten zo'n 10 miljard euro.

34

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd (Monte Carlo simulatie). De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag niet nodig is. De kans is zeer klein dat alle risico's tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande grafiek en tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

Resultaten risicosimulatie Zekerheidspercentage Bedrag

Statistieken

Waarde

10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%

Minimum Maximum Gemiddeld Standaarddeviatie Absolute maximum Trekkingen

€0 € 6.328.145 € 1.193.333 € 953.814 € 7.046.000 100.000

€ 277.499 € 512.955 € 865.487 € 1.682.928 € 2.021.025 € 2.683.309 € 3.087.528 € 4.139.048

Uit de grafiek en tabel volgt dat het 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2,7 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). De norm van 90% wordt toegepast bij Nederlandse gemeenten. Extra zekerheid gaat vanaf dit punt een naar verhouding groter beslag leggen op de weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Kaag en Braassem bestaat uit de algemene reserve. Dit bestaat in het geheel uit middelen die de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Weerstand Kaag en Braasem Totale weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit Startcapaciteit € 27 miljoen € 27 miljoen

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen

35

de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Risico's:

Weerstandscapaciteit :

Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product

Kaag en Braassem Reserve

i i Weerstandvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 27 miljoen € 2,7 miljoen

= 10,0

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Het ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

36

Structurele risico’s en nieuwe ontwikkelingen Bovenstaand is aangegeven welk beslag incidentele risico’s kunnen hebben op de beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij is strikt aangegeven dat het om risico’s gaat die de gemeente direct geld kosten. Aangenomen is dat structurele risico’s niet worden verrekend. Met andere woorden de gemeente reserveert niet voor risico’s met effecten die zich op middellange en lange termijn kunnen voordoen. Hiervoor worden besluiten genomen in het kader van beheersing daarvan, en de (financiële) gevolgen worden opgenomen in de begroting. De structurele risico’s waarop (extra) beheerst wordt: - De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en gevolgen voor de gemeentelijke organisatie en dienstverlening op middellange termijn; - Tijdige keuzes in beheer en onderhoud ten aanzien van stijgende prijzen, areaaluitbreiding, beheerniveau ’s en klimaatimpact; - Bijsturing of tijdige signalering stijgende bijdragen aan verbonden partijen; - Tijdige sturing op grondexploitaties in het kader van renteontwikkelingen (stijging); - Renterisico en prijsrisico in het kader van de investeringen en projecten zoals de kindclusters en het Sportpad. - Herziening inrichting jeugdhulp en de te realiseren hervormingen.

Conclusie Ondanks de grote onzekerheden en verslechterde financiële omstandigheden kwalificeert ons weerstandsvermogen als uitstekend voor de korte termijn risico’s. Wij hebben ruim voldoende buffer om incidentele tegenvallers op te vangen. Financiële kengetallen Al een aantal jaren maken de financiële kengetallen vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Algemeen beeld Op basis van onderstaande beoordelingen kan worden geconcludeerd dat onze gemeente in het verslagjaar 2024 een redelijke tot goede financiële positie heeft. De meeste kengetallen vallen in de categorie minst risicovol of neutraal. Pas als er meerdere kengetallen in de meest risicovolle categorie vallen, kan dit wijzen op een zwakke financiële positie. Onderstaande kengetallen geven alleen een beeld over het verslagjaar (begroot en werkelijk) en het voorgaande verslagjaar. In de begroting wordt het meerjarig toekomstbeeld geschetst.

Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Jaarverslag jaar 2024

Verloop van de kengetallen Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

netto schuldquote

40%

103%

41%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

29%

92%

31%

solvabiliteitsratio

44%

28%

44%

structurele exploitatieruimte

10%

1%

8%

grondexploitatie

2%

6%

-1%

belastingcapaciteit

114%

103%

115%

Kengetallen:

37

1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal: netto schuldquote

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

40%

103%

41%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde Waarde < 90% 90% > 130% > 130%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: minst risicovol In 2024 is de netto schuldquote ruim onder de 90% en is daarmee een stuk gunstiger dan begroot. Het grote verschil wordt primair veroorzaakt door het planningsoptimisme van uitgaven op kredieten, kapitaalstortingen voor de VOF ten tijde van de begrotingsopstelling, en de meevallers in de reguliere exploitatie. We leenden uiteindelijk veel minder dan was begroot.

2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal: netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

29%

92%

31%

Inzicht De gecorrigeerde netto schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die zijn doorbetaald aan derden is geëlimineerd. De gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld. Signaalwaarde De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen draagt dezelfde signaalwaarden als de netto schuldquote. Oordeel: minst risicovol De netto schuldquote geeft hetzelfde beeld als de schuldquote.

38

3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal: solvabiliteitsratio

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

44%

28%

44%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde Waarde > 50% 20% > 50% < 20%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: neutraal De solvabiliteitsratio is ten op zichtte van de begroting verbetert. Dat hangt samen met het feit dat er minder is geleend (zie schuldquote), dit leidt tot een lager balanstotaal, terwijl anderzijds ook het eigen vermogen is toegenomen door onderbesteding bij de exploitatie (=positief jaarresultaat).

4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal: structurele exploitatieruimte

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

10%

1%

8%

Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Een positief percentage geeft aan dat de structurele baten van de gemeente toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde Waarde Begrotingsruimte > € 0 Begrotingsruimte = € 0 Begrotingsruimte < € 0

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: minst risicovol Het jaarrekeningresultaat geeft een exploitatieoverschot en daarmee kwalificeert dit kengetal als minst risicovol. Maar bij de jaarrekening wordt slechts over een momentopname gerapporteerd. Er wordt niet meerjarig voorruit gekeken. Daarmee is het kengetal nu van beperkte betekenis.

39

5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal: grondexploitatie

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

2%

6%

-1%

Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijze veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde Waarde < 20% 20% > 35% > 35%

Oordeel minst risicovol Neutraal meest risicovol

Oordeel: minst risicovol Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente eind 2024 een gezonde grondpositie heeft. Het percentage ligt lager dan begroot en is in de afgelopen jaren steeds iets gunstiger geworden. Paragraaf 7 geeft meer inzicht in de grondexploitaties. 6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:

Verslag 2023

Begroting 2024

Verslag 2024

belastingcapaciteit

114%

103%

115%

Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Signaalwaarde Waarde < 95% 95% > 105% > 105%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: meest risicovol Bij deze indicator worden de woonlasten voor een huiseigenaar (OZB, riool- en afvalheffing) vergeleken met het landelijk gemiddelde. Een laag percentage suggereert weinig risico omdat er nog ruimte is om de belastingen te verhogen. Wij zitten met 115% boven gemiddeld. Daar hoort wel een nuancering bij. Het landelijk gemiddelde waarmee wordt vergeleken, is dat van vorig jaar. Dit kengetal vergelijkt dus onze woonlasten van 2024 met het landelijk gemiddelde van 2023. Een tweede nuancering betreft de interpretatie van het oordeel ‘meest risicovol’. In de algemene uitkering maakt het Rijk een normatieve raming van de door ons te heffen OZB. Maar wij heffen veel minder OZB dan de rijksnorm. In de berekening van onze benodigde algemene uitkering, gaat het rijk er van uit dat wij OZB-inkomsten genereren conform hun rijksnorm. 40

Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen geven we richting aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering pakken we het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal op. Onderstaande tabel geeft inzicht in het te onderhouden areaal van de gemeente. Het beheerareaal Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR:*) Groen -

Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (in km2) Gras/Berm (in km2) Gras/Bloemrijk (in km2) Cultuur beplanting (in km2) Natuurlijke beplanting (in km2)

Bomen Water

Riolering: Kolken 19246 0,235 0,569 0,243 0,140 0,176 10.017 stuks 0,172 km²

Beschoeiing of natuurvriendelijke oever -

Beschoeiing (in m1) (beschoeid, palenrij en damwand. - Natuurvriendelijke oever (in m1) (NVO, onderwaterbeschoeiing) Straatmeubilair

9500 stuks

Vrij verval riool Drukriool (incl. persleiding) Gemalen Pompputten (in beheer)

153 km 138 km 96 stuks 772 stuks

44.298350 4.558 1475 stuks (totaal)

Verharding:

559 stuks 413 stuks 503 stuks

Elementen Asfalt Beton Halfverharding

735.130 m2 683.893 m2 5468 m2 15.757 m2

Speeltoestellen

422 stuks

Verkeersborden

5698 stuks

Lichtmasten Kunstwerken: Aanleginrichting (remmingswerk)

5.136 stuks 4 stuks

Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies Grondkeringen Keermuur

20 stuks 11 stuks 208 stuks 7 stuks 1 stuks 26 5

-

-

Prullenbakken (Afvalbakken, containers, blikvanger en hondenpoepbak) Banken Overig

41

Schutsluis Trappen Voetgangerstunnel RV Viaduct RV Waterreguleringswerken Duikers <1 m1 Duikers >2 m2

1 4 1 1 6 354 32

* Eenheden zijn afgeleid van het IBOR en geactualiseerd op basis van de areaalvlakken in het beheerprogramma Geovisia. Gebouwen: Gebouwen waarvan: - Groep 1 (vaste voorraad) - Groep 2 (beheer door sportbedrijf) - Groep 3 (losse voorraad) - Groep 4 (reeds uitgefaseerde voorraad)

Stuks 34 15 3 7 8

Begin 2020 is het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) door de gemeenteraad vastgesteld voor de periode 2020-2024. Doel van het IBOR is om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te beheren, afgestemd op de behoefte van de (deelgebieden binnen de) gemeente binnen daarbij passend budget. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen, zoals civiele kunstwerken, riolering en gebouwen, zijn vastgelegd in aparte beheerplannen. Onderstaande tabel geeft de actuele stand van zaken van de diverse beheerplannen weer. Beheerplan

Datum raadsbesluit

Looptijd t/m

IBOR Watertakenplan Gebouwen Civiele kunstwerken

2020 Q4 2023 Q4 2019 2021

2024 2027 2024 2024

Financiële vertaling in begroting Ja Ja Ja Ja

Achterstallig onderhoud Nee Nee Nee nnb

Kwaliteit

In bovenstaande figuur zijn de door de gemeenteraad vastgestelde beeld kwaliteitsniveaus weergegeven waarmee de openbare ruimte in de verschillende deelgebieden wordt onderhouden. Aan de kwaliteitsniveaus zijn normbedragen en te onderhouden arealen gekoppeld, op basis 42

waarvan het totaal benodigde beheerbudget is vastgesteld en toegekend. Hierbij is A een hoge beeldkwaliteit aflopend naar D met een lage of onvoldoende beeldkwaliteit. Het is belangrijk om op te merken dat beeldkwaliteit en technische kwaliteit twee verschillende dingen zijn. Beeldkwaliteit C houdt bijvoorbeeld in dat de technische kwaliteit van de weg al fors verminderd is. In het nieuwe IBOR dat in 2025 zal moeten worden vastgesteld. Zal de nadruk meer komen te liggen op de technische kwaliteit van onze wegen. Riolering Het beheer en onderhoud van de riolering vallen binnen de kaders van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 - 2023 (GRP). In 2023 werd een nieuw plan, het Watertakenplan 2024-2027, opgesteld en in december door de gemeenteraad vastgesteld. Dit plan biedt inzicht in de beleidskaders en schetst onze visie en ambities voor de komende jaren. Dit Watertakenplan beschrijft hoe we de aankomende jaren (2024-2027) invulling geven aan onze watertaken. Dit plan biedt inzicht in de beleidskaders en schetst onze visie en ambities voor de komende jaren. Binnen het programma water en riolering worden specifieke plannen gemaakt om invulling te geven aan de verschillende zorgplichten in de nieuwe planperiode. Bovendien wordt in het Watertakenplan de benodigde financiering, ontwikkeling van de rioolheffing en personele capaciteit besproken.

In 2024 is gestart met de implementatie van het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW, voorheen bekend als BRP). In het SSW worden alle delen van het stedelijk watersysteem gedetailleerd beschreven, inclusief hun functioneren, evaluatie en eventuele benodigde maatregelen. Dit biedt een uitgebreide kijk op de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater, waarbij niet alleen de riolering, maar ook de openbare ruimte en het oppervlaktewater betrokken zijn. Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken zijn essentiële bouwwerken in de openbare ruimte, waaronder bruggen, viaducten, duikers, kademuren, sluizen en veerstoepen. Gezien de waterrijke omgeving van Kaag en Braassem, beschikt de gemeente over een aanzienlijk aantal van deze objecten. Het huidige beheerplan, dat loopt tot eind 2024, omvat een uitvoeringsprogramma voor groot onderhoud en vervanging. Dit plan markeert de overgang van incident-gestuurd naar risico-gestuurd beheer, waarbij de nadruk ligt op het plannen en uitvoeren van onderhoud op het meest geschikte moment. Dit vermindert de risico’s op schadeaansprakelijkheid, kapitaalvernietiging en functieverlies. Enkele bruggen zijn niet opgenomen in het onderhoudsprogramma 2020-2024, maar naderen het punt waarop ze binnenkort moeten worden onderhouden of vervangen. Deze bruggen zijn relevant voor de ontsluitingsroutes van de ontwikkeling van Braassemerland.

Het is daarom essentieel dat de onderhoudsmaatregelen worden afgestemd op het toekomstige gebruik. Door de ontwikkeling zal de belasting op deze bruggen toenemen, hoewel de exacte effecten op de bestaande kunstwerken nog niet duidelijk zijn. Openbaar groen en water Er is veel werk uitgevoerd aan het in kaart brengen van al het in beheer zijnde openbaar groen. Dankzij deze inspanningen is er nu een helder en completer beeld van de omvang en de staat van het groen- en waterbeheer. Met deze gedetailleerde informatie kunnen we nu veel doelmatiger te werk gaan. We kunnen beter plannen en prioriteiten stellen voor onderhoudswerkzaamheden, zoals baggeren, vervangen beschoeiingen, onderhoud bomen, enz. Door het duidelijker in kaart brengen van het openbaar groen en water is het beheer ervan aanzienlijk verbeterd, wat uiteindelijke bijdraagt aan een betere onderhouden leefomgeving voor alle inwoners.

43

Wegen (asfalt, elementen, beton en half verharding) 2024 was een uitdagend jaar wat betreft het onderhoud van de wegen. Begin 2024 is de raamcontractant voor het onderhoud elementen verharding(bestrating) failliet gegaan. Hierdoor heeft de organisatie moeten bijschakelen. Er is er een partij gevonden die het onderhoud aan de element verharding heeft overgenomen. Terwijl tegelijkertijd zowel het Asfalt bestek als het elementen bestek opnieuw werden aanbesteed. Ondanks deze uitdagingen heeft de organisatie goede stappen kunnen zetten in het wegonderhoud. Zo bleek ook uit de visuele inspectie die is uitgevoerd ten behoeve van het nieuwe IBOR. Gebouwen De gemeente bezit gebouwen en bouwwerken. Deze zijn opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). De gebouwen zijn verdeeld in meerdere groepen, met verschillende onderhoudsniveaus. De vaste voorraad (groep één) bestaat uit gebouwen die we in principe willen behouden, zoals de gemeentelijke huisvesting. De gebouwen worden redelijk tot goed onderhouden. De (sport)gebouwen die worden geëxploiteerd het Sportbedrijf, betreffen groep twee. Het Sportbedrijf verzorgt ook het (groot)onderhoud van deze gebouwen. De losse voorraad (groep drie) bestaat uit gebouwen die de gemeente wenst af te stoten. Het onderhoudsniveau van groep drie is sober en doelmatig.

Financieel In onderstaande figuur zijn de geraamde en de werkelijke kosten/opbrengsten voor 2024 van de exploitatie weergegeven:

*) Bedragen x € 1.000. Dit betreft de lasten en baten per taakveld, inclusief salarislasten en kapitaalslasten.

44

Paragraaf 4 – Financiering In de Financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 21 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 17). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut.

Renterisicobeheer Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en te beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2024 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 6,6 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. In het onderstaande overzicht is zichtbaar dat de kasgeldlimiet in 2024 niet is overschreden, aangezien de gemeente gedurende het grootste deel van het afgelopen jaar een overschot aan middelen heeft gehad.

45

Kasgeldlimiet 2024 vlottende schuld: Kasgeldlening Liquide middelen (1) vlottende schuld: vlottende middelen: Deposito Liquide middelen (2) vlottende middelen: (3) netto vlottend (+) of overschot middelen (-)

1 mrt 2024

1 apr 2024

1 mei 2024

1 jun 2024

1 jul 2024

1 aug 2024

1 sep 2024

1 okt 2024

bedrag x € 1.000 1 dec 1 jan 2024 2025

1 jan 2024

1 feb 2024

1 nov 2024

2.221 2.221

4.293 4.293

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1.066 1.066

3.089 3.089

2.832 2.832

4.367 4.367

7.321 7.321

3.498 3.498

1.633 1.633

2.685 2.685

8.807 8.807

7.475 7.475

785 785

2.221

4.293

-1.066

-3.089

-2.832

-4.367

-7.321

-3.498

-1.633

-2.685

-8.807

-7.475

-785

(4) gemiddelde van (3)

1.816

-3.430

-4.151

-6.322

kasgeldlimiet (7) begrotingsomvang (8) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (5) kasgeldlimiet (7x8)

70.173 8,5% 5.965

70.173 8,5% 5.965

70.173 8,5% 5.965

70.173 8,5% 5.965

-4.149

-9.394

-10.115

-12.287

(6a) ruimte onder de kasgeldlimiet (5>4) (6b) overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op de vaste schuld bedraagt daardoor in 2024 € 15,7 miljoen. In 2024 is voor € 10,9 miljoen afgelost; waardoor de renterisiconorm niet is overschreden. Op basis van de meerjarenbegroting is de verwachting dat we de renterisiconorm de komende jaren niet zullen gaan overschrijden. 2024

2025

2026

2027

bedrag x € 1.000 2028

(1a) renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

0

(1b) renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

0

(1) netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

0

10.883 10.883

10.894 10.894

12.605 12.605

11.293 11.293

8.050 8.050

78.366

90.234

92.293

85.259

85.692

20%

20%

20%

20%

20%

(4) renterisiconorm (4ax4b)

15.673

18.047

18.459

17.052

17.138

(5a) ruimte onder renterisiconorm (4>3)

4.790

7.153

5.854

5.759

9.089

Renterisico(norm) op vaste schuld renterisico op vaste schuld

(2) betaalde aflossingen (3) renterisico op vaste schuld (1+2) renterisiconorm (4a) begrotingsomvang (4b) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

(5b) overschrijding renterisiconorm (3>4)

Rentevisie De rente voor langlopende leningen is afgelopen jaar weer iets gedaald en bedraagt ultimo 2024 3,23%. Voor de begroting hebben we altijd de rentevisie van de BNG (Bank Nederlandse gemeenten) gevolgd. De BNG deed een voorspelling van de rente over 1 jaar. Echter, de BNG publiceert sinds 2024 geen rentevisie meer. Daarom is gekozen om voor de begroting de actuele rente van de BNG als uitgangspunt te nemen. Voor de nieuwe leningen en herfinancieringen in de meerjarenraming hanteren we: 3,16%, op basis van een 10-jaars fixed lening, peildatum 1 augustus 2024.

Kredietrisicobeheer Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald

46

drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De ondergrens van het drempelbedrag is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 1,6 miljoen in 2024. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (ESTER / daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). De stand in de schatkist per 31 december 2024 is voor de gemeente € 239k (r/c saldo) en € 0 (depositosaldo). In onderstaande tabel is zichtbaar dat gerekend over een heel kwartaal het op dagbasis buiten de schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger is dan het drempelbedrag ad € 1,6 miljoen. bedrag x €1.000 Gemiddeld buiten de schatkist aangehouden bedrag 2024

1e kwartaal

262

2e kwartaal

524

3e kwartaal

507

4e kwartaal

578

Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2024 is er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde van € 4,8 miljoen. Daarnaast is een converteerbare obligatielening aan Alliander beschikbaar gesteld van € 2,7 miljoen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat eind 2024 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,4 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 0,5 miljoen. Dit betreft de afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op).

Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 56,2 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden. Tot en met juli 2021 had het WSW met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting WYwonen’ (voorheen Meerwonen), tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond (= wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)). WSW staat borg voor deze leningen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat. Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken.

In verband met de veranderde werkwijze van de achtervang heeft de WSW vanaf 1 augustus 2021 een nieuwe achtervangovereenkomst gesloten met alle gemeenten; waarbij alle contracten per die datum gelijk zijn getrokken. Hierbij worden de nieuwe leningen via een verdeelsleutel toegewezen aan de

47

gemeenten waar de corporatie werkzaam is. Voorheen werd een lening één op één gekoppeld aan een gemeente.

Gemeentefinanciering Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor het EMU-saldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het gerealiseerde EMU-saldo over boekjaar 2024 € 6,7 miljoen negatief (= tekort; er is meer uitgeven dan ontvangen). Op dit moment zijn er geen consequenties.

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Uit de jaarcijfers 2024 is een financieringsoverschot van € 2,5 miljoen zichtbaar (excl. jaarrekeningresultaat). Dit zal voornamelijk ingezet worden voor de financiering van de bouwgrondcomplexen. In 2024 hebben we geldleningen afgelost en aangetrokken/geherfinancierd, samen € 16,2 miljoen (deels in het verleden aangegane niet tussentijds aflosbare leningen voor onroerendgoedtransacties). Daarnaast zijn er verder geen kortlopende leningen aangetrokken. Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille 2024 ev: 2024

2025

2026

2027

bedrag x € 1.000 2028

Stand per 1 januari

40.186

45.502

97.109

127.504

132.211

(her)financiering

16.200

62.500

43.000

16.000

11.750

Reguliere aflossingen

10.883

10.894

12.605

11.293

8.050

Vervroegde aflossingen

-

-

-

-

-

Stand per 31 december

45.502

97.109

127.504

132.211

135.911

Gemiddeld rentepercentage

2,91%

3,03%

3,16%

3,21%

3,12%

Mutaties in de leningenportefeuille

In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft. Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de 48

belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan. Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.

Rentetoerekening en renteresultaat Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd (= 1,45%); waarbij het renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond (= 1,50%). Het financieringsresultaat voor 2024 komt dan uit op € 40.454 voordelig. Door de aantrekkende rente op de kapitaalmarkt en nieuwe investeringen; is de verwachting dat de rekenrente zal gaan stijgen door het aflopen en herfinancieren van langlopende leningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen.

Renteschema 2024

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

-/-

€ 1.259.451 € 394.430 € 865.021

€ 144.914 -€ 201.596

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-/-

-€ 56.682 € 921.703

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€0 € 255.283 € 1.176.986

1,45%

€ 1.217.440 -€ 40.454

-0,05%

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

1,50%

49

Paragraaf 5 – Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners en van beleids- en bestuurlijke processen, als ook de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoeringsonderdelen toe die in 2024, naast de reguliere werkzaamheden, extra inspanningen leveren om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren. Organisatie en overhead Onze ambtelijke organisatie is de afgelopen jaren steeds meer toegegroeid (en zal dat de komende jaren blijven doen) naar een organisatie die bestaat uit een vaste ambtelijke kern, met daaromheen een flexibele schil. Deze flexibele schil wordt afhankelijk van de vraag geactiveerd. In 2024 is de personeelsbegroting volledig opnieuw opgesteld, naar aanleiding van de gewijzigde organisatiestructuur. Ultimo 2024 beschikte de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem over 178,92 fte incl. 3,03 fte griffie. Dit is omgerekend 6,10 fte per 1000 inwoners. Van deze 178,92 fte was ultimo 2024 9,65 fte vacant. Dit houdt in dat de bezetting 169,27 fte bedroeg en dat is 5,77 fte per 1000 inwoners. Er wordt extern ingehuurd om de vacatures (deels) in te vullen.

In een enkel geval wordt een (parttime) functie bewust extern ingevuld, zoals de functie van planeconoom. Voor een aantal vacatures blijkt het echter moeilijk om goed gekwalificeerde medewerkers te vinden. Als een vacature te lang open blijft staan, is externe inhuur nodig. Ook wordt er extern ingehuurd als gevolg van (tijdelijke) projecten of ontwikkelingen die niet binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen. Momenteel is nog 9,65 fte vacant. Indien deze vacatures voor 2025 niet kunnen worden ingevuld, worden die vacaturebudgetten ingezet voor externe inhuur. In de afdeling Dienstverlening zijn alle taken met betrekking tot de bedrijfsvoering ondergebracht. Het merendeel wordt tot de overhead gerekend. Overhead is het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij zijn BBV-regels en de uitgangspunten van de Notitie Overhead van de BBV toegepast. Onze overhead bedraagt in 2024 € 11 miljoen. Uitgedrukt in een percentage van de totale geraamde lasten, zijnde € 89,5 miljoen bedraagt dit percentage 12%. Zie verder ook de Regeling beleidsindicatoren op pagina 26. ICT en informatiebeheer De gemeente opereert steeds meer in een netwerksamenleving, in directe communicatie met bijvoorbeeld scholen, handhavers, zorgverleners en bedrijven.

Ook inwoners willen zaken met de gemeente direct via hun mobiele apparaten af kunnen handelen, net zoals dat in de zakelijke dienstverlening gebeurt. Men wil daarnaast inzage in wat de gemeente met persoonlijke gegevens doet en verwacht dat deze gegevens bij gemeenten in veilige handen zijn. Als gemeente zien wij ook dat de kwaliteit van gemeentelijke beleidsvorming en dienstverlening meer en meer afhankelijk raakt van betrouwbare en moderne ICT. Een groot deel van deze ontwikkelingen is vastgelegd in beleid dat door de rijksoverheid is vastgesteld. Ook worden de eisen omtrent informatieveiligheid steeds strenger. Op de volgende manier hebben wij in 2024 gewerkt aan de eisen die de samenleving en de overheid aan ons stelt: Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De Wmebv regelt dat inwoners en ondernemers hun zaken die ze met de gemeente moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Vorig jaar was de verwachting dat de Wmebv op 1 juli 2024 in werking zou treden. Inmiddels is duidelijk dat de Wmebv naar verwachting op 1 januari 2026 in werking zal treden. Ondanks het feit dat de Wmebv is uitgesteld zijn wij er toch mee aan de slag gegaan. In mei is er een kanaalaanwijzingsbesluit genomen. Zo is duidelijk voor onze inwoners, bedrijven en 50

instellingen welke kanalen beschikbaar zijn voor welke producten en diensten. Er wordt alleen om noodzakelijke gegevens gevraagd voor het aangevraagde product of dienst, we verstrekken een ontvangstbevestiging en sturen een afschrift van de aanvraag zelf toe. De klanten worden eventueel doorgeleid naar het juiste kanaal als zij het verkeerde kanaal gebruiken. Wet open overheid (Woo) Met ingang van 1 mei 2022 is de Woo ingegaan. De wet vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waarin de regels voor passieve openbaarmaking waren vastgelegd, of met andere woorden het voldoen aan informatieverzoeken van burgers of organisaties. De Woo regelt naast passieve openbaarmaking ook de verplichting tot actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking geldt voor overheidsorganen in totaal voor 11 informatiecategorieën. De implementatie van de Woo wordt samen met de Gemeente Alphen aan de Rijn uitgevoerd. Veel wijzigingen ten aanzien van passieve openbaarmaking en actieve openbaarmaking zijn in de afgelopen jaren, waaronder ook in 2024 afgerond. Het gaat hier onder meer om de categorieën bestuur stukken, jaarplannen en jaarverslagen en bereikbaarheidsgegevens. Met actieteams worden de verschillende informatiecategorieën behandeld. Landelijk zijn er wat vertragingen. Binnen onze gemeente is besloten om het momentum van actieve openbaarmaking vast te houden waar mogelijk.

Er is ook aan bewustwording gewerkt in de organisatie door middel van een bewustwording campagne. De laatste categorieën worden afgerond volgens de planning van de Rijksoverheid in de komende jaren. Deze planning is nu nog niet bekend. Dit wordt op de voet gevolgd. Stukken die openbaar worden gemaakt moeten nagelopen worden op teksten die geanonimiseerd moeten worden. In 2024 is hiervoor samen met de gemeente Alphen een applicatie aangeschaft om stukken te anonimiseren. Een digitaal toegankelijke overheid Ieder mens heeft het recht om te leven als ieder ander. En om mee te doen in de samenleving. Meedoen in de digitale wereld hoort daar natuurlijk bij. Daarom is het belangrijk dat websites en apps digitaal toegankelijk zijn. Want als dat zo is, kan écht iedereen ze gebruiken. Eén van de doelen van de Wet digitale overheid is om websites en mobiele applicaties van (semi-) overheidsinstanties beter toegankelijk te maken voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. Denk aan mensen met een visuele beperking, auditieve beperking, motorische beperking, cognitieve of neurologische beperking en ouderen. De gemeente Kaag en Braassem staat niet stil op dit punt. De volgende websites en apps waar inwoners veelal in contact staan met ons als gemeente zijn getoetst op digitale toegankelijkheid. Vijf websites en apps voldoen aan de wet en scoren een A of B status.

Een A-status voldoet volledig en een B-status voldoet grotendeels met een aantal verbeterpunten. Hieronder het overzicht: Website gemeente Kaag en Braassem Klantenportaal website Kaag en Braassem Meldingen openbare ruimte (Fixi website) Meldingen openbare ruimte (Fixi app) Klantportaal belastingen

B-Status B-status B-status A-status B-status

Digitalisering van archieven De Gemeente Kaag en Braassem werkt steeds meer digitaal. De beschikbare informatie wordt ook steeds meer digitaal ontsloten en openbaar gemaakt volgens de archiefwet. Echter zijn er nog steeds fysieke archieven aanwezig die wel fysiek opvraagbaar en openbaar zijn, maar nog niet digitaal beschikbaar zijn. Deze informatie willen we ook digitaal beschikbaar stellen. In 2024 is 55 meter fysiek archief gedigitaliseerd. Het gaat om bouw- en sloopvergunningen. Deze informatie wordt nog digitaal ontsloten en openbaar gemaakt volgens de archiefwet in 2025. Van BVO naar centrumregeling

51

Sinds begin 2018 is de gemeenschappelijke regeling “Bedrijfsvoering organisatie (BVO) Rijn en Braassem” opgericht. Dit is het samenwerkingsverband tussen de Gemeente Kaag en Braassem en de Gemeente Alphen aan den Rijn, dat zorg draagt voor de ICT-dienstverlening. Op 25 november heeft uw raad ingestemd met het opheffen van de gemeenschappelijke regeling per 31 december 2025. Deze gaat per 1 januari 2026 over in een centrumregeling met bijbehorende dienstverleningsovereenkomst. De Gemeente Alphen aan den Rijn is de centrumgemeente. De Gemeente Kaag en Braassem neemt straks de diensten af van de centrumgemeente. Resultaten die bereikt zijn in samenwerking met de BVO Er zijn diverse resultaten behaald zoals centralisatie en/of verSaaSing van verschillende applicaties. Er is een nieuwe telefooncentrale (bellen via Teams) geïnstalleerd, deze heeft functionaliteiten waarmee de inwoner op meer manieren bediend kan worden (Omnichannel). Het toegangssysteem voor het gemeentehuis is vervangen, waardoor de verschillende zones in het gemeentehuis en de toegang daartoe voldoen aan de geldende veiligheidsvereisten. Ook is het Intranet vervangen voor een nieuwere versie en is het Wifi netwerk vervangen voor een overheid breed Wifi netwerk Govroam. Onze medewerkers kunnen zo ook werken op het Wifi netwerk bij andere overheden die aangesloten zijn op Govroam.

Wel zo gemakkelijk als je op werkbezoek bent bij, veel samen optrekt of samenwerkt met medewerkers van een andere overheidsinstantie. Daarnaast zijn er meer flexibele werkplekken beschikbaar binnen de organisatie en kan er digitaal vergaderd worden op verschillende manieren. Toch zijn er ook de nodige aandachtspunten die om verdere verbetering en afstemming vragen. Een belangrijk aandachtspunt is de aansluiting op de diensten die Alphen aan den Rijn levert ten behoeve van de ICT-inrichting. Dit zijn diensten naast de BVO zoals portfoliomanagement, architectuur en informatiebeveiliging. Deze afstemming gaat steeds beter. Permanent punt van aandacht blijft hoe de kosten en baten zich tot elkaar verhouden. In de wetenschap dat de wereld om ons heen continu verandert en dat veel veranderingen direct of indirect gevolgen kunnen hebben voor diverse ICT-gerelateerde zaken, zoals digitale infrastructuur, thuiswerkfaciliteiten, informatieveiligheid en zo meer, zal dit gevolgen hebben voor de ICT kosten. De meeste taken van een gemeente kunnen niet uitgevoerd worden zonder goede digitale ondersteuning en goede data. Investeringen op dit vlak zullen in de toekomst zeker nodig blijven, waarbij ook aandacht zal moeten blijven voor de personele component (bezetting en belasting) en waarbij steeds de balans gezocht moet worden tussen ‘need to have’ en ‘nice to have’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=7e35ed7c-25d5-4ce0-8f96-f035a52961db