CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 VRHM

Gemeenteraad 30 mei 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Begrotingen 2023 van de gemeenschappelijke regelingen26.478 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

INCIDENTEN

2019

2020

2021

Brand Automatische brandmelding Ongeval en dienstverlening Ongeval gevaarlijke stoffen Waterongeval Totaal

1.512 1.371 3.816 1 152 6.852

1.701 1.188 4.069 0 165 7.123

1.628 1.202 3.985 1 164 6.980

ASSISTENTIE AMBULANCE

2019

2020

2021

Hoogte assist. ambulance

547

611

662

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 25

BRW First Responder Totaal

180 727

202 813

239 901

OPSCHALING INCIDENT

2019

2020

2021

Middel brand Grote brand Zeer grote brand Middel hulpverlening Grote hulpverlening Zeer grote hulpverlening Middel waterongeval Groot waterongeval Middel IBGS Totaal

54 13 9 8 1 0 6 1 0 92

48 17 5 7 0 0 3 0 0 80

73 16 6 14 1 0 0 0 2 112

PARATE EENHEDEN

2019

2020

2021

Tankautospuiten Hulpverleningsvoertuigen Autoladders Waterongevallenwagens GSE eenheden WVD ploegen STH teams 25kV teams BRW First Responder teams Totaal

52 4 8 5 2 6 1 2 28 108

52 4 8 5 2 6 1 2 28 108

52 4 8 5 2 6 1 2 28 108

PERSONEEL EN KAZERNES

2019

2020

2021

Beroeps Vrijwilligers Kazernes

136 993 47

137 992 47

137 971 47

Kerngegevens Paraatheid

2.1.6 Bedrijfsvoering De uitvoering van onze wettelijke taken als veiligheidsregio kan niet zonder de ondersteuning vanuit de sector Bedrijfsvoering. De sector Bedrijfsvoering levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van ons beleidsplan. Een aantal ontwikkelingen binnen bedrijfsvoering is ondersteunend aan c.q. randvoorwaardelijk voor de uitvoering van het beleidsplan. Wat hebben we opgepakt De Veiligheidsregio is in 2021 gestart met een beleidskader voor duurzaamheid. Hierin komen in ieder geval aan de orde: huisvesting, wagenpark, mobiliteit en inkoop. Hierbij wordt ook aansluiting gezocht bij de landelijke ontwikkelingen. Ten aanzien van huisvesting was gepland om aan het einde van het 3e kwartaal 2021 een visie op het vastgoedbeheer van de Veiligheidsregio te hebben opgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen bij zowel gemeenten als de Veiligheidsregio. Het opstellen van de visie is echter door andere prioriteiten doorgeschoven naar 2022. Begin 2022 zullen de kazernes worden geschouwd en zullen zowel het planmatig groot onderhoud als de investeringen op grond van verduurzaming op grond van de BOEI-systematiek in kaart worden gebracht. In 2021 zijn de voorbereidingen hiervoor uitgevoerd. In het kader van het 2e loopbaanbeleid is in 2021 de strategische personeelsplanning gedeeltelijk opgesteld.

Voor de aankomende 5 jaar is het natuurlijk verloop en opleidingsdagen/stage (in het kader

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 26

van 2e loopbaan) inzichtelijk gemaakt. Begin 2022 wordt hier, in het licht van de 2e loopbaan en inzetbaarheidverlies dat hiermee gepaard gaat, verder invulling aan gegeven. In 2021 is het uitvoeren van een nieuwe RI&E voorbereid. Dit is voor de organisatie noodzakelijk om actuele risico’s te gaan beheersen. Daarnaast is het vanuit de Arbowetgeving verplicht om een actuele RI&E te hebben. In 2022 wordt de RI&E naar verwachting uitgevoerd en zal deze resulteren in een plan van aanpak. Op 11 juni 2021 gaf het Veiligheidsberaad groen licht voor de uitvoering van het Versnellingsprogramma Informatieveiligheid (VI) Overheid). Alle veiligheidsregio’s moeten eind 2022 de basis van hun informatieveiligheid op orde hebben en cyberweerbaar zijn. Hierbij moeten ze voldoen aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Eind 2021 heeft de VRHM de eerste stappen in het project gezet. Begin 2022 wordt het Plan van Aanpak opgesteld en in 2022 zal het worden uitgevoerd. De verbouwing van het hoofdkantoor van de Veiligheidsregio aan de Rooseveltstraat in Leiden is eind 2021 van start gegaan. Nieuwe werkwijzen als gevolg van de coronacrisis (o.a. werken op afstand, digitaal vergaderen) zijn meegenomen in het uiteindelijke ontwerp. Enkele ICT-investeringen en ontwikkelingen zijn uitgesteld, zodat zij integraal meegenomen kunnen worden in de verbouwing (o.a. nieuw datacenter hardware).

Medio 2021 is het nieuwe servicemanagementsysteem live gegaan, waardoor de dienstverlenende afdelingen van zowel Brandweerzorg als Bedrijfsvoering beter met elkaar kunnen samenwerken en de medewerkers bediend worden via een selfservice portaal waar ze hun storingen kunnen melden. In het 3e en 4e kwartaal 2021 heeft het nieuwe E-HRM-systeem grote inspanning van de organisatie gevraagd. Het capaciteitsbeslag van dit project en het uitstel van de ingangsdatum Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) tot 1 juli 2022 heeft geleid tot herprioritering van enkele andere Informatie Management (IM)-projecten. Het leiderschapsontwikkelprogramma ‘Samen Verder’ is vanaf september weer opgepakt. De coronacrisis heeft voor vertraging gezorgd met als gevolg dat een groot deel van de geplande onderdelen uit het programma dit jaar niet gerealiseerd zijn.

Prestatieverloop Indicator Verzuimpercentage* Instroom* Instroom (vrijwilligers) Uitstroom* Uitstroom (vrijwilligers)

2019 6,18%

2020 4,65%

2021 6,90%

26

41

22

112

60

54

26 83

20 46

23 48

* beroeps en kantoorpersoneel

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 27

Leeftijdsopbouw personeel 2021 40% 30% 20% 10% 0% 15-24

25-34

35-44

45-54

55-64

65

Het ziekteverzuim is in 2021 toegenomen van 4,65% tot 6,90%. De oorzaak is de toename van het aantal langdurig zieken. In 2020 was het ziekteverzuim in alle categorieën (kort, middellang en langdurig) afgenomen ten opzichte van 2019. Indicator

2019

Facturen en declaraties < 30 dagen betaald (%)

2020 79

2021 88

94

3 Overzicht Overhead

3.1 Algemeen Overhead bestaat uit alle loonkosten van de met name genoemde zogenaamde PIOFACH-functies, ook de ICT kosten van alle PIOFACH-systemen, alle huisvestingskosten, de uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. Dat betekent dat in ieder geval de kosten in verband met de volgende elementen tot kosten van overhead worden gerekend en moeten worden opgenomen: - Financiën, toezicht en controle organisatie - Personeel en Organisatie - Inkoop (incl. aanbesteding en contractman.) - Interne en externe communicatie - Juridische zaken - Bestuurszaken en bestuursondersteuning - Informatievoorziening en automatisering PIOFACH - Facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging) - Documentaire informatievoorziening (DIV) - Managementondersteuning primair proces

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 28

Prestatieverloop en kerngegevens De totale overheadkosten 2021 bedragen € 12,8 mln. en zijn per saldo in lijn met de begroting (€ 12,7 mln.). De afwijkingen op overheadkosten binnen de programmataken Bedrijfsvoering, Directie & Staf en Brandweerzorg worden hieronder toegelicht.

De lagere lasten binnen Directie & Staf ad € 0,4 mln. worden veroorzaakt door lagere realisatie van salarisgerelateerde kosten en inhuurlasten dan begroot. De lagere lasten binnen Brandweerzorg € 0,3 mln. worden voornamelijk veroorzaakt door de lagere salarislasten op tijdelijk niet bezette functies. De hogere lasten binnen Bedrijfsvoering ad € 0,7 mln. worden veroorzaakt door de verantwoording in het resultaat van IM/ ICT-gerelateerde projectkosten. Op basis van de verslaggevingsregels van de BBV is het niet toegestaan om de gemaakte, bijkomende kosten bij de projecten die betrekking hebben op de implementatie van SaaS-oplossingen te activeren en vervolgens af te schrijven, aangezien het hier dienstverlening in de vorm van een abonnement betreft. Het juridisch en economisch eigendom ligt bij de dienstverlener. In de begroting 2021 was het uitgangspunt nog dat deze kosten konden worden geactiveerd en de afschrijvingslasten via het resultaat konden worden verantwoord.

Overhead als % totale begroting VRHM 23,0 22,5

%

22,0 21,5 21,0 20,5 2019

2020

2021

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 29

De overhead per kostencategorie laat zien dat de realisatie binnen de kostencategorieën ‘Salarissen’, ‘Overige P-kosten’ en ‘Overig overhead’ significant afwijkt van de begroting 2021. De kosten binnen ‘Salarissen’ bedragen € 8,2 mln. en zijn € 0,9 mln. lager dan begroot als gevolg van tijdelijk niet bezette functies binnen de programmataken Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering. De kosten binnen ‘Overige P-kosten’ bedragen € 2,3 mln. en zijn € 1,8 mln. hoger dan begroot. De oorzaak is de hogere kosten voor inhuur van personeel in 2021. In 2021 zijn veel bijkomende inhuurlasten op projecten, conform de verslaggevingsregels BBV, in het resultaat 2021 verantwoord. Deze kosten waren niet in de programmabegroting 2021 voorzien. De kosten binnen ‘Overig overhead’ bedragen € 0,9 mln. en zijn € 0,7 mln. lager dan begroot als gevolg van lagere lasten dan begroot op activiteiten rond Inkoop, externe communicatie en afschrijvingslasten binnen de sector Bedrijfsvoering.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 30

4 Paragrafen

4.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (artikel 11 BBV) 4.1.1 Algemeen Op grond van het Besluit BBV bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de VRHM beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. • Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf betreffende weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit. • Een inventarisatie van de risico's. • Het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico's. In de afgelopen jaren heeft de VRHM in het jaarbericht en in de begroting een gelijkluidende paragraaf opgenomen omdat beide documenten in dezelfde bestuursvergadering worden vastgesteld. In de paragraaf weerstandsvermogen worden vermeld: • De risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. • Het weerstandsvermogen en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van risico’s van materieel belang met het weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen.

4.1.2 Inventarisatie weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt. Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen de reëel aanwezige weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde (en gekwantificeerde) risico's. De weerstandscapaciteit is de optelsom van in de organisatie aanwezige middelen om dit soort tegenvallers op te vangen. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves, de stille reserves en ook uit de nog niet ingevulde begrotingsruimte en de post onvoorzien. De belangrijkste component van de weerstandscapaciteit is het (vrije) eigen vermogen, dat wil zeggen de vrije componenten van de algemene reserve en van de bestemmingsreserves. De algemene reserve van de VRHM kent geen geoormerkte bestanddelen en is daarmee in haar geheel inzetbaar voor het afdekken van de financiële consequenties van risico’s. Ultimo 2021 bedraagt het saldo van de algemene reserve (voor resultaatbestemming 2021) € 859.000. Daarnaast beschikt de VRHM over bestemmingsreserves, waarvan de aard, de bestemming en het verloop in de Nota reserves 2021-2023 zijn aangegeven. In het 2e kwartaal 2021 is de nieuwe Nota reserves 2021-2023 door het Dagelijks Bestuur vastgesteld .

Het beleid van de VRHM is er op gericht te werken met een structureel sluitende exploitatiebegroting en de bestemmingsreserves in te zetten waarvoor zij zijn ingesteld. In de bestemmingsreserves is daarom geen ‘vrij besteedbare ruimte’ opgenomen die benut kan worden als een risico manifest zou worden.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 31

4.1.3 Inventarisatie risico’s Gezien de bijzondere omstandigheden in 2020 (COVID-19) is een uitgebreide risico-inventarisatie en evaluatie op het gebied van de interne beheersing van de organisatie, zoals uitgevoerd in 2016/2017 met ondersteuning van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR), niet als effectief beoordeeld. Om toch een beeld te vormen van de mate waarin de VRHM de mogelijke risico’s inzichtelijk heeft, is eind 2020 een risico-inventarisatie op hoofdlijnen uitgevoerd. Uit deze inventarisatie zijn in totaal 3 (hoofd)risico's in beeld gebracht. Deze risico’s worden gezien als een potentieel substantieel financieel risico. 1. Meerkosten die samenhangen met de taken van de Veiligheidsregio (financieel risico ingeschat op € 0,4 mln.) In 2020 en 2021 zijn de veiligheidsregio’s geconfronteerd met extra kosten in verband met het bestrijden en beheersen van COVID-19. De specifieke meerkosten COVID-19 in boekjaar 2021 voor VRHM bedroegen € 365.868. Veiligheidsregio’s kunnen de meerkosten van COVID-19, onder saldering van minder uitgaven, declareren bij VWS. Indien declaratie van meerkosten voor de bestrijding en beheersing van een pandemie, maar meer in het algemeen meerkosten die samenhangen met de taken van de Veiligheidsregio niet mogelijk is, draagt de Veiligheidsregio het financieel risico zelf.

De uitbraak van Covid-19 (Corona) eind februari 2020 heeft ook in 2021 nog een aanzienlijke impact gehad op ons allemaal. Zowel in 2020 als in 2021 is gebleken dat Covid-19 geen financieel effect op het weerstandsvermogen heeft gehad. Gebleken is dat de hogere kosten die verband hielden met Covid-19 niet opwogen tegen de lagere ‘minderkosten’. Covid-19 heeft derhalve geen negatieve impact gehad op het weerstandsvermogen. Zie hiervoor ook de (bijlage) ‘verantwoording Covid-19 kosten’. 2. Cyber- en digitale verstoringen (financieel risico ingeschat op € 0,25 - € 0,5 mln.) Een van de hedendaagse nieuwe risico’s wordt gevormd door cyber- en digitale verstoringen. Tussen 2017-2021 hebben zich diverse cyberaanvallen en digitale verstoringen voorgedaan in Nederland, bijvoorbeeld de cyberaanval op de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) in september 2020. De afhankelijkheid van digitale systemen is zó groot geworden dat aantasting van deze systemen kan leiden tot een ontwrichting van de organisatie. Cyberverstoringen hebben een forse impact op getroffen organisaties. Andere expertise is nodig, de dynamiek is anders in vergelijking met klassieke (niet-digitale) incidenten. 3.

Eigen risico onverzekerbare aanspraken (personele) ongevallenverzekeringen (financieel risico ingeschat op € 0,5 - 1 mln.) Veiligheidsregio’s worden in toenemende mate geconfronteerd met beperkte verzekerbaarheid, dekking en sterk gestegen premies van ongevallenverzekeringen. Daarnaast is gebleken dat veiligheidsregio’s een aantal zaken niet verzekerd hebben, die sterk samenhangen met de werkzaamheden van met name het repressief personeel. Hierdoor sluiten de verwachtingen en de afhandeling van claims niet altijd op elkaar aan. De verzekering is immers vooral een afdekking van het risico van de werkgever in plaats van de aanspraak van de medewerker.

Veiligheidsregio’s kunnen daarbij dus geconfronteerd worden met financiering van niet verzekerbare aanspraken indien wordt uitgegaan van de werkelijke schade (m.n. bij overlijden en blijvende invaliditeit), waarbij het inkomen van de benadeelde het uitgangspunt (‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’) vormt.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 32

Landelijk heeft dit bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker. Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s) het Project ‘Risicomanagement & Verzekeringen’ gestart. Voor de verzekerbare aanspraken is het de bedoeling om één collectieve ongevallenverzekering in te kopen. Voor wat betreft de onverzekerbare aanspraken wordt gekeken naar de mogelijkheid om deze in gezamenlijkheid te gaan dragen. Hiervoor zou een fonds kunnen worden opgericht, waaruit de onverzekerbare risico’s kunnen worden betaald. De beschikbare weerstandscapaciteit van Veiligheidsregio Hollands Midden bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Deze bestaat uit de Algemene Reserve. Per ultimo 2020 bedroeg de Algemene Reserve € 920.300. Besloten is om deze stand voor de periode 2021-2023 als benodigde weerstandsvermogen, dus omvang van de Algemene Reserve, te handhaven.

In 2021 hebben zich geen omstandigheden voorgedaan waarvoor een aanspraak gemaakt diende te worden op het weerstandsvermogen van de VRHM.

4.1.4 Beleid over weerstandscapaciteit en risico´s Risicomanagement is erop gericht de schadelijke gevolgen van in kaart gebrachte risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit kan worden gedaan door het vermijden van het risico (opheffen van de oorzaak), het verminderen van de impact van het risico (terugbrengen netto verwachte omvang en/of terugbrengen waarschijnlijkheid) of het overdragen van het risico (bijvoorbeeld door te verzekeren). De VRHM heeft diverse verzekeringspolissen afgesloten voor aansprakelijkheid, ongevallen personeel, schade aan opstallen, bedrijfsinventarissen en materieel. De VRHM voldoet hiervoor premie en kent per schade een beperkt eigen risico. Als de verwachte impact van het risico naar verhouding erg klein is, kan er ook voor gekozen worden het risico te accepteren. Als dat risico zich dan voordoet, draagt de VRHM de gevolgen zelf. Daar waar de VRHM een risico heeft verzekerd, maakt dit geen onderdeel meer uit van het vraagstuk rond het weerstandsvermogen. Immers het financieel risico is afgedekt en bij een derde, een verzekeringsmaatschappij, belegd.

4.1.5 Beoordeling verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten staan er garant voor dat de VRHM te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen (art. 51 gemeenschappelijke regeling VRHM). Daarmee is het weerstandsvermogen in principe altijd 100%. Maar de VRHM heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid en acht het vanuit normale bedrijfsvoering onwenselijk om telkens als zich een onverwachte tegenvaller voordoet, de deelnemende gemeenten aan te moeten spreken om financieel bij te springen. Daarom kiest zij ervoor zelf een zekere weerstandscapaciteit op te bouwen die afdoende dient te zijn om (de belangrijkste) onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 33

4.1.6 Financiële kengetallen

Het weerstandsvermogen is afgenomen van 1,00 tot 0,93. De afname van de algemene reserve met per saldo € 61.000 wordt veroorzaakt door de verwerking van de tijdens de accountantscontrole

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 34

geconstateerde fundamentele fouten in de beginbalans per 1-1-2021. Zie voor een nadere toelichting de jaarrekening 2021. Als gevolg van deze lichte afname is de VRHM (theoretisch) ‘matig’ in staat om de financiële consequenties van de geïdentificeerde risico’s zelf op te vangen. De netto risico’s zijn gelijk gebleven en de algemene reserve is dus licht afgenomen. Op basis van onderstaande normtabel bevindt het weerstandsvermogen van de VRHM zich in categorie ‘D’ en kwalificeert zich hiermee als ‘matig’. Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

Uitstekend

B

1.4-2.0

Ruim voldoende

C

1.0-1.4

Voldoende

D

0.8-1.0

Matig

E

0.6-0.8

Onvoldoende

F

< 0.6

Ruim onvoldoende

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRHM ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote is gestegen van 18% tot 27% en is hiermee aanzienlijk verslechterd. De oorzaak van de stijging is een forse toename van de schulden, terwijl de baten veel minder hard zijn toegenomen. Vooral de Vaste schulden zijn per saldo fors gestegen (€ 6,8 mln.) als gevolg van het afsluiten van totaal € 11,5 mln. aan nieuwe leningen. Daartegenover staat een aflossing van € 4,7 mln. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de VRHM aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De solvabiliteitsratio is, als gevolg van een afname van het eigen vermogen, gedaald van 18% tot 14%. Het eigen vermogen is, voornamelijk door de afname van de bestemmingsreserves, afgenomen met € 0,7 mln. Daarnaast zijn de schulden toegenomen en dan met name de Vaste schulden (€ 6,8 mln.). De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is (structurele baten en lasten vergeleken met de totale baten). De structurele exploitatieruimte bedraagt 4,63% en laat in 2021 een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van 2020 (3,9%).

De oorzaak is de hoge incidentele lasten in 2021 als gevolg van de FLO-kosten 2021 (€ 2,0 mln.) en de correctie uit 2020 (€ 0,4 mln.). Het gevolg is dat de toename van de structurele baten sterker is dan de toename van de structurele lasten.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 35

4.2 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (artikel 12 BBV) De financiële verordening schrijft ten aanzien van het onderhoud van de kapitaalgoederen het volgende voor: − Tenminste eens in de vier jaar wordt het meerjarig onderhoudsplan voor het (de) bedrijfsgebouw(en) in eigendom geactualiseerd om de noodzaak tot aanpassing van de jaarlijkse storting in de voorziening groot onderhoud gebouwen vast te stellen; − Bij de begroting en de jaarstukken doet het Bestuur verslag over de voortgang van het geplande onderhoud aan bedrijfsgebouwen en, als de actualisering van het meerjarig onderhoudsplan daartoe aanleiding geeft, van de (financiële) gevolgen daarvan. De VRHM beschikt niet over de kapitaalgoederen wegen, riolering, water en groen. In de sfeer van gebouwen, inventaris, voertuigen en redgereedschappen is wel sprake van onderhoud van kapitaalgoederen. 4.2.1 Onroerend goed Object Brandweerkazerne Loods Crisisruimte RBT Crisisruimte ROT Voormalige GMK, kantoorpand Parkeerterrein Voormalig locatie kantoorgebouw ROB

Locatie 15 locaties Leiden, Gooimeerlaan 25 Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Schipholweg 130

Eigendomsvorm Volledig eigendom Opstal Gemeente Leiden Gemeente Leiden Volledig eigendom Gemeente Leiden Volledig eigendom, inmiddels bouwlocatie

Waddinxveen, Noordeinde 48

Gemeente Waddinxveen; oefenobjecten volledig in eigendom

Alphen ad Rijn, verbouwing Het plan voor de verbouwing van de kazerne Alphen aan den Rijn is opgesteld samen met de gebruikers en wordt momenteel, na uitwerking door een architect, doorgerekend. Naar verwachting zal de realisatie in 2022 plaatsvinden. Dit jaar is door de gemeente de klimaatinstallatie vervangen. Leiden, Rooseveltstraat 4a Na het besluit in 2020 om de locatie aan te houden en te verbouwen, is in 2021 veel voorbereid. Eerst zijn de nodige ontwerpfasen doorlopen om te komen tot een goedgekeurd, definitief ontwerp. Op basis daarvan heeft de directie een begroting goedgekeurd, welke momenteel nog altijd reëel is, ondanks de sterke marktontwikkelingen in de bouw. Na de aanbesteding is de sloop op de valreep van 2021 gestart. Realisatie vindt verder plaats in 2022. Leiden, Schipholweg 130 In 2021 is de ruwbouw neergezet en begonnen met het aanbrengen van de installaties. Tevens is overeenstemming bereikt over de uiteindelijke inrichting. Door slim te plannen en op momenten door te werken, loopt de uitvoering nu ongeveer 2,5 maand voor op de planning. Hierdoor wordt de oplevering in juli 2022 verwacht en de verhuizing in het 4e kwartaal 2022.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 36

Leimuiden, verbouw Voor de verbouwing is de locatie in 2021 door de VRHM aangekocht. In 2021 is na een lang traject de beoogde verbouwing uitgevoerd en de gerenoveerde kazerne Leimuiden aan de gebruikers opgeleverd. Begin 2022 is nog een korte nazorgfase, waarna het project afgesloten wordt. Driebruggen, nieuwbouw Voor de nieuwe kazerne is in het afgelopen jaar een schetsontwerp gemaakt en een anterieure overeenkomst voorbereid. Begin 2022 zal de gemeente een bestemmingsplanwijziging voorstellen. Gezien de doorlooptijd van dat traject en de daaropvolgende voorbelasting van het terrein, verwachten we realisatie van de nieuwbouw in 2024. Voorlopig loopt de huur van de huidige kazerne gewoon door. Noordwijkerhout, verbouwing De verbouwing is op dit moment gaande en zal naar verwachting in mei 2022 worden afgerond.

Stolwijk, nieuwbouw 2021 stond in het teken van voorbereidende handelingen voor de nieuwbouw: het ontwerp is afgerond, een bestek opgesteld en de vergunning aangevraagd. De gemeente is gestart met het bouwrijp maken van het perceel. Medio april 2022 start de bouw met de ambitie om de kazerne in december op te leveren. Voorschoten, verbouwing De beoogde verbouwing is in 2020 gestart en de gerenoveerde kazerne is in 2021 aan de gebruikers opgeleverd. Begin 2022 is nog een korte nazorgfase, waarna het project afgesloten wordt. Waddinxveen, verbouwing Binnen VRHM zijn lange tijd voorbereidingen getroffen om de kazerne en het ROB op de huidige locatie integraal, in samenwerking met de gemeente, te her-ontwikkelen. Onverwachts bleek dat de gemeente op de locatie woningbouw had voorzien. Hierover is strategisch overleg gevoerd tussen VRHM en de gemeente. Het resultaat hiervan is dat voor de kazerne een nieuwe locatie beschikbaar is gesteld. Voor het ROB is een alternatieve locatie in overweging gegeven. De ontwikkeling van een nieuwe kazerne zal enkele jaren duren. In afwachting daarvan wordt overwogen om de huidige kazerne een kleine opknapbeurt te geven. Zwammerdam, nieuwbouw MFA De voorbereidingen voor de nieuwbouw van de Multifunctionele Accommodatie (MFA), waar de kazerne onderdeel van uitmaakt, zijn door VRHM voor zover mogelijk afgerond.

Het definitieve ontwerp en de aanbestedingstukken zijn voorbereid en de vergunning is aangevraagd. Vanuit omwonenden zijn echter veel bezwaren gemaakt, welke naar verwacht gegrond zullen worden verklaard. Deze bezwaren hebben geen betrekking op de kazerne, maar op de andere MFAgebruikers. Desalniettemin is hierdoor de nieuwbouw sinds april stilgelegd. Naar verwachting zal de bezwaarprocedure tot na de zomer van 2022 voortduren. Zwammerdam, tijdelijke huisvesting Als tijdelijke huisvesting voor de kazerne Zwammerdam is een deel van een oud schoolgebouw gehuurd, ingericht en is op het terrein een voertuigloods geplaatst. Deze locatie is voorzien voor 3 jaar, maar dit zal sterk afhankelijk zijn van de uitspraak van Raad van State inzake de MFA in Zwammerdam.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 37

Dagelijks (gebruikers)onderhoud in kazernes en werkplaatsen Voor alle belangrijke kapitaalgoederen zijn in 2014 onderhoudsplannen vastgesteld en in 2020 geactualiseerd daar waar dit nodig was. Een belangrijk gedeelte van het onderhoud op mobiliteit en PFU (inspecties, klein onderhoud) voeren de gebruikers zelf in de kazernes uit. Om wachturen van het 24-uurs beroepspersoneel optimaal in te zetten, worden het onderhoud aan ademlucht, de reiniging van bluspakken, slangen en klein onderhoud aan de kazernes en voertuigen door deze collega’s uitgevoerd. Met ingang van januari 2019 is het onderhoudsprogramma “Bumper tot Bumper” ingevoerd en in het verslagjaar 2020 aangepast en verbeterd. Dit behelst het onderhoud en controle aan de bepakking van alle tankautospuiten en andere grote voertuigen. Werkplaatsen zijn hiervoor voldoende geoutilleerd en voldoen aan de vigerende veiligheidseisen, ook aan de speciale vereisten die de Covid-19 pandemie van ons vraagt. De werkzaamheden binnen dit programma zijn in het verslagjaar opnieuw uitgebreid. Omdat de beschikbaarheid van 24-uurs personeel voor onderhoud altijd fluctueert, is er standaard een vaste bezetting die zich primair bezighoudt met onderhoud op de PFU-locaties en spoedeisend technisch onderhoud op locaties. Op een tweetal kazernes is een strategische voorraad ten behoeve van extreme weersomstandigheden voorhanden.

Om het onderhoud en controle van alle brandweerslangen mogelijk te maken, is in 2019 een slangenwerkplaats in Alphen aan den Rijn ingericht en in 2020 operationeel gemaakt. Hiertoe is een slangen was- en controlemachine aangekocht en geïnstalleerd. In 2021 is een projectteam samengesteld om de nieuwe uitrukleding aan te besteden en uiteindelijk uit te leveren. Naar aanleiding van het testmoment is de aanbesteding stopgezet, aangezien geen van de leveranciers volledig aan het programma van eisen voldeed. Het project is inmiddels weer opgestart.

4.2.2 Mobiliteit

A. Tankautospuiten Eind 2020 is het contract getekend voor de levering van 45 nieuwe tankautospuiten. In de eerste week van 2022 is de eerste tankautospuit in Nederland afgeleverd om daar verder af te bouwen. Eind februari 2022 zal deze worden geleverd aan de VRHM.

B. Watertransportsysteem 500 Eind 2020 is het contract getekend voor de levering van 3 nieuwe waterwagens met een watertransport-systeem 500. Ondanks dat het chassis 2 maanden later is geleverd door internationale computerchips schaarste is de geplande levering van eind 2021 gehaald. C. Autoladders Medio 2020 is het contract getekend voor de levering en onderhoud van 7 nieuwe autoladders. Begin 2022 worden de eerste twee voertuigen geleverd.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 38

Financieel

De onderhoudslasten bedragen € 1.665.000 en zijn € 277.000 lager uitgevallen dan begroot. Vooral de onderhoudslasten van de vervoermiddelen zijn lager dan begroot (€ 218.000). Oorzaak is voornamelijk dat de onderhoudslasten voor de tankautospuiten en de daarbij behorende bepakkingen lager zijn uitgevallen dan begroot.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 39

4.3 Paragraaf financiering (artikel 13 BBV) 4.3.1 Risicobeheer van de financieringsportefeuille

Het risicobeheer is opgenomen onder de treasury functie. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de renteopbrengsten. Het Treasury statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de voorwaarden: • Gelden worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën in verband met de heersende Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden; • Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee of meerdere financiële instellingen. • Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. • De VRHM verstrekt zelf geen geldleningen. Met het oog op de voorgenomen nieuwe investeringen zal op basis van de liquiditeitsplanning worden beoordeeld tot welk bedrag aanvullende geldleningen benodigd zijn. Bij aanschaf van duurzame goederen worden de aangegane geldleningen qua looptijd zoveel mogelijk afgestemd op de economische levensduur van die activa. • Het enkel voor beleggingsdoeleinden kopen van aandelen is in de verordening uitgesloten, behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak.

Aandelen zullen nooit worden gekocht zonder voorafgaand advies van het DB. De VRHM is te typeren als een geld vragende instelling en treedt niet als partij op om eventueel tijdelijk overtollige middelen om te zetten in beleggingsproducten. De VRHM houdt zich aan de in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van der VRHM is geen sprake van grondexploitatie.

6.3.2 Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. Een gemeenschappelijke regeling mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2021 weergegeven:

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 40

In heel 2021 was er sprake van een vordering en daardoor geen sprake van een overschrijding van het kasgeldlimiet. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden. 4.3.3 Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in 2021 weergegeven:

Het bedrag aan langlopende leningen, waarover de VRHM een renterisico loopt, blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO), zoals blijkt uit de tabel. 4.3.4 Financiering De ontwikkeling van de leningenportefeuille is in onderstaande tabel gegeven:

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 41

Een lening met een looptijd welke was gekoppeld aan de verkoop van een kazerne, is versneld afgelost. Inmiddels is besloten de kazernes niet terug te verkopen aan gemeenten en daarom is deze geherfinancierd. Daarnaast was er financiering nodig voor met name de nieuwbouw aan de Schipholweg in Leiden. 4.3.5 Rentemethodiek en renteresultaat Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Hieronder een overzicht van het renteresultaat:

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 42

Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor 2021 bedraagt dit 0,57%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd.

4.3.6 Schatkistbankieren Op grond van de wet Verplicht schatkistbankieren houdt VRHM haar overtollige middelen gedurende het jaar aan bij de schatkist. Het gemiddelde saldo van de overtollige middelen van een kwartaal mag het drempelbedrag niet overschrijden. Dat is in 2021 ook niet gebeurd. Vanaf 1 juli 2021 zijn de normen veranderd: de ondergrens is aangepast van € 250.000 naar € 1 miljoen en het percentage van het begrotingstotaal is verhoogd van 0,75% naar 2%.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 43

4.3.7 Overig Complexe financiële producten De VRHM maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten. Geldstromenbeheer De betalingen van de gemeente vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats. Met de BNG is daartoe een ruime kredietfaciliteit van € 2 miljoen overeengekomen.

4.4 Paragraaf verbonden partijen (artikel 15 BBV lid 2 BBV)

4.4.1 Openbaar belang dat behartigd wordt De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. • De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 44

• •

De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Naam gemeente

Aantal Inwoner Percentage stemmen bijdrage

Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal

6 2 4 2 2 4 3 6 2 2 2 3 2 2 2 2 1 3 50

12% € 6.612.812 4% € 2.258.928 8% € 4.756.918 4% € 1.229.288 4% € 1.772.224 8% € 3.593.654 6% € 3.419.226 12% € 10.354.610 4% € 1.706.878 4% € 1.460.560 4% € 1.615.746 6% € 3.001.948 4% € 1.358.118 4% € 2.028.114 4% € 1.400.468 4% € 1.535.908 2% € 676.146 6% € 2.435.852 100% € 51.217.398

Percentage 13% 4% 9% 2% 3% 7% 7% 20% 3% 3% 3% 6% 3% 4% 3% 3% 1% 5% 100%

Bovenstaande gegevens worden indicatief verstrekt aan gemeenten. Conform Artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 staan gemeenten garant voor exploitatie- en begrotingstekorten van de VRHM.

Artikel 51 Waarborg/Garantstelling 1. 2.

3.

De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant voor de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.

4.4.2 Omvang van het vermogen x € 1.000

Eigen vermogen 1/1/2021 Eigen vermogen 31/12/2021 Vreemd vermogen 1/1/2021 Vreemd vermogen 31/12/2021

€ 7.458 € 6.833 € 35.144 € 41.682

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 45

4.4.3 Omvang van het financiële resultaat 2021 x € 1.000

Resultaat 2021

4.5

€ 1.749

positief

Paragraaf bedrijfsvoering (artikel 14 BBV)

De verantwoording is opgenomen onder ‘Programmataak Bedrijfsvoering’ (blz. 26). Dit is conform de indeling van de programmabegroting 2021.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 46

voorlopige Jaarrekening 2021

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 47

Balans per 31 december 2021 Activa

31-12-2021

(x € 1.000)

31-12-2020 was

1-1-2021

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Totaal

30.095

26.164 30.095

Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal

9.119

Totaal vaste activa

25.532 26.164

8.252

25.532

9.470

9.119

8.252

9.470

39.214

34.416

35.002

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Totaal Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi Totaal

Totaal activa

201

201

7.961 16

6.151 6

6.151 6

8.072

2 398

6.358

2 309 400

Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal

Totaal vlottende activa

96

829

6.358

2 309 311

931

311

931

829

931

931

9.301

7.600

7.600

48.515

42.016

42.602

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 48

Passiva

31-12-2021

31-12-2020

859 4.225 1.749

920 4.841 1.758

1-1-2021

(x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Totaal

6.833

Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening ter egalisatie van kosten Totaal

6.907 -

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van a. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen b. Openbare lichamen Totaal

25.036

7.519

7.602 1.070 6.907

Totaal vaste passiva

859 4.841 1.758 7.458

8.249 1.070 8.672

18.247

9.319

18.247

25.036

18.247

18.247

38.776

34.438

35.024

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Overige schulden Totaal Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren a. Voorschotten van het Rijk Totaal

Totaal vlottende passiva

Totaal passiva

6.873

6.496 6.873

657

6.496 6.496

974

2.208

6.496

974

108

108

2.865

1.082

1.082

9.739

7.578

7.578

48.515

42.016

42.602

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 49

Overzicht van baten en lasten over 2021

Primair

Wijziging

Saldo

Realisatie 2021 Saldo

885.642 5.387.480 626.990 28.947.364 35.847.476 1.552.050 8.865.590 10.417.640 12.731.832 12.731.832 58.996.948

-

885.642 5.387.480 626.990 28.947.364 35.847.476 1.552.050 8.865.590 10.417.640 12.731.832 12.731.832 58.996.948

1.311.078 5.173.930 564.944 26.812.033 33.861.986 4.084.320 8.142.812 12.227.133 12.781.664 12.781.664 58.870.782

Programmabegroting 2021

LASTEN Meldkamer Risico- en Crisisbeheersing Bevolkingszorg Brandweerzorg Totaal Programmataken Directie & Staf Bedrijfsvoering Totaal Management & Ondersteuning Overhead Totaal Overhead Onvoorzien Totaal Onvoorzien Totaal Lasten BATEN (Algemene dekkingsmiddelen) Rijksbijdrage Bijdragen van derden Gemeentelijke bijdrage Vrijval van voorzieningen Totaal Baten Voor bestemming Mutatie reserves Na bestemming VPB Na belasting

-

Verschil Saldo -425.436 213.550 62.046 2.135.331 1.985.490 -2.532.270 722.778 -1.809.493 -49.832 -49.832 126.166 -

-6.215.000 -1.306.400 -51.217.394 -58.738.794 258.154 -258.154 -

-6.215.000 -6.527.990 -1.306.400 -1.094.159 - -51.217.394 -50.915.674 -1.466.139 - -58.738.794 -60.003.961 258.154 -1.133.179 -258.154 -616.045 -1.749.224 -

312.990 -212.241 -301.720 1.466.139 1.265.167 1.391.333 357.891 1.749.224 -

-

1.749.224

-

-1.749.224

Het voorlopig rekeningresultaat 2021 (vóór bestemming) bedraagt € 1.749.224 positief. Hierin zijn een aantal administratieve correcties verwerkt n.a.v. de bevindingen van de (nieuwe) accountant. Toelichting administratieve correcties (€ 1.466.139 positief) verwerkt in het (voorlopige) jaarrekeningresultaat 2021 Vrijval voorziening Groot Onderhoud (€ 889.589) en voorziening 2e Loopbaanbeleid (€ 179.987) Deze voorzieningen vallen, op aanwijzing van de (nieuwe) accountant, vrij voor de totale omvang in het rekeningresultaat 2021, omdat de omvang van de (toekomstige) verplichtingen momenteel (nog) niet in te schatten is. Met andere woorden, de totale verplichtingen kunnen qua financiële omvang (nog) niet voldoende onderbouwd worden. Voorziening Groot Onderhoud Eind december 2021 heeft het Directieteam besloten tot het (laten) uitvoeren van gebouwinspecties volgens de BOEI-methode. BOEI staat voor: Brandveiligheid, Onderhoud, Energie en Inzicht in weten regelgeving. Deze methodiek geeft een integrale basis voor het beheer van een gebouw, waarbij onderhoud, wet & regelgeving, (brand)veiligheid en duurzaamheid in één plan (Meerjaren Uitvoerings Plan, MUP) gevat zullen zijn. Op basis hiervan kan dan vervolgens een nauwkeurige onderbouwing

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 50

worden gegeven van de (toekomstige) verplichtingen. De inspecties moeten nog worden uitgevoerd door onafhankelijke, gecertificeerde BOEI-inspecteurs. Voorziening 2e Loopbaanbeleid Conform de afspraken over de uitvoering van het tweede loopbaanbeleid, kunnen de medewerkers met een bezwarende functie vanaf 2006, vanaf hun 15de dienstjaar starten met de scholingsactiviteiten die zij hebben afgesproken om na 20 jaar te kunnen uitstromen naar een nieuwe niet-bezwarende functie. Dat is dus vanaf 2021. Het gezien het laag aantal medewerkers met een bezwarende functie in 2006 is het aantal afgesproken loopbaanplannen te beperkt om een voldoende financiële onderbouwing te vormen voor het in stand houden van een voorziening, aldus de (nieuwe) accountant. Aangezien er wel sprake is van toekomstige lasten en egalisatie hiervan in de begroting gewenst is, wordt via bestemming van het jaarrekeningresultaat 2021 aan het Algemeen Bestuur gevraagd in te stemmen de vrijgevallen bedragen te reserveren in nieuwe bestemmingsreserves. Vrijval deel Voorziening FLO a.g.v. (jaarlijkse) herberekening (€ 396.563) Jaarlijks wordt de benodigde omvang van de Voorziening FLO herberekend. Als gevolg van niet voorziene uitstroom en gewijzigde wet- en regelgeving is de benodigde omvang kleiner dan een jaar eerder berekend.

Door deze lagere herberekende verplichting (over de jaren 2022 t/m 2047) vindt vrijval ten gunste van de exploitatie plaats. Toelichting verschil in baten (€ 200.971 negatief) De baten (excl. vrijval voorzieningen) bedragen € 58,5 mln. en liggen € 200.971 lager dan de programmabegroting 2021. Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen, begroot op € 51,2 mln., bedragen € 301.720 minder. Oorzaak is dat de vordering op Gouda ingevolgde FLO via de balans wordt verwerkt en niet meer via de V&W-rekening. Dit geldt ook voor de verplichting aan FLO-uitkeringen aan de lastenkant. Deze waren in de begroting 2021 nog niet via de balans verwerkt. Rijksbijdrage De rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) bedraagt op basis van de toegekende beschikking en loon- en prijsbijstelling 2021 € 6,5 mln. In de begroting 2021 was nog rekening gehouden met € 6,2 mln. (prognose van de Rijksbijdrage 2021-2023, bijlage bij beschikking 2020). Daarnaast wordt de Participantenbijdrage voor USAR (€ 41.470) als rijksbijdrage verantwoord en niet (meer) als overige bate. Overige baten (bijdragen van derden) De overige baten (bijdragen van derden) bedragen € 212.241 lager dan begroot. Voor sommige lasten binnen de begroting van de VRHM wordt een (gedeeltelijke) vergoeding ontvangen.

Te denken valt hierbij aan detacheringsvergoedingen, piketdienst 25kV, ziektewetuitkeringen, hoogte assistentie RAV etc. De ontvangen vergoedingen hiervoor zijn € 209.496 lager dan begroot, voor de detacheringsvergoedingen alleen al € 152.509. Hier staat tegenover dat de lasten waarvoor de vergoedingen zijn ontvangen ook lager zijn dan begroot.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 51

Met betrekking tot de meldkamer zijn een 2-tal (niet begrote) bijdragen ontvangen voor een totaal van € 85.000. Vanuit de GHOR een bijdrage van € 30.000 voor de financiering van de CaCo-functie en € 55.000 van de Veiligheidsregio Haaglanden voor de financiering van de projectkosten ‘Samenvoeging meldkamers’. Hier staat tegenover dat de lasten waarvoor de vergoedingen zijn ontvangen ook niet zijn begroot. De overige opbrengsten zijn € 87.745 lager dan begroot, met name als gevolg van het wegvallen van de huuropbrengsten van de GMK (€ 99.600) als gevolg van de overdracht van het beheer van de meldkamers naar de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) per 1 januari 2020. Dit was in de begroting 2021 nog niet verwerkt. Toelichting verschil in lasten (€ 126.116 positief) De totale lasten bedragen € 58.870.782 en liggen € 126.166 lager dan de programmabegroting 2021. Meldkamer Het negatieve resultaat bedraagt € 340.436. De oorzaak is dat vanuit de politie is gesteld dat met het inwerking treden van de Wijzigingswet per 1 juli 2021, de SLA met een lumpsum voor alle kosten tussen VRHM en politie verdwijnt (aangezien de beheergelden over zijn gegaan naar de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). Financiële effecten van COVID-19 In 2021 waren de financiële effecten van Covid-19 nog steeds substantieel zichtbaar.

Er kon nog steeds minder worden opgeleid, minder worden getraind en (realistisch) worden geoefend, zowel door de brandweer als ook voor het multidisciplinair Opleidings- Trainings- en Oefenprogramma. Activiteiten als korpsavonden, open dagen en wedstrijden lagen nog grotendeels stil. Dit zien we onder andere terug in een onderschrijding op de uitgaven voor brandweervrijwilligers (oefenvergoedingen) en inhuur instructeurs (opleidingen). Maar ook op reiskosten woon-werkverkeer. Ook moesten er projecten in tijd naar achter worden geschoven. Daarnaast is het jaar gestart met een aantal vacatures. Hier werd deels op ingehuurd. -

-

Onderschrijding Vakbekwaamheidsprogramma Onderschrijding oefen- en opleidingsvergoeding Onderschrijding open dagen en wedstrijden Onderschrijding Wedstrijden Onderschrijding MDOTO

€ 154.000 € 223.000 € 51.000 € 35.000 € 67.000 Totaal € 530.000

Als gevolg van COVID-19 heeft de VRHM echter ook in 2021 extra kosten moeten maken voor thuiswerkfaciliteiten, (juridische) advieskosten, communicatie, extra beschermingsmiddelen en zelftesten. In 2021 heeft de VRHM voor € 366.000 aan Corona-gerelateerde kosten uitgegeven. Dit is inclusief de salariskosten gerelateerd aan Corona, zoals overwerk. Incidentele lasten

▪

Voormalig personeel Binnen de kosten voor voormalig personeel is sprake van een flinke overschrijding t.o.v. de begroting als gevolg van het versneld sparen (levensloop / FLO-overgangsrecht). 2021 is het laatste jaar waarin dit voorkomt en de komende jaren laten verder een stabiel beeld zien wat betreft de te verwachten lasten. In totaal gaat het om een overschrijding van € 2.038.000 t.o.v. het oorspronkelijke budget. Hierin is ook de afkoop regionale maatwerkregeling FLO 2006 per 1 juni 2021 meegekomen. De kosten voor wat betreft deze eenmalige afkoop in 2021 zijn € 475.000.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 52

In 2021 is € 634.000 lasten voorgaande jaren verantwoord. Er waren nagekomen huisvestingslasten voor € 164.000. Voor de levensloopstortingen/FLO uit 2020 is nog € 394.000 in de lasten verantwoord. T.o.v. het regulier budget ▪

▪

Lagere salarislasten en vrijwilligersvergoedingen Het jaar is gestart met een aantal vacatures. Hier werd deels op ingehuurd. Verder is het Caoakkoord pas ingegaan per 1 december 2021. - Ruimte salarislasten kantoor- en beroepspersoneel € 783.000 - Ruimte vrijwilligersvergoedingen € 140.000 Totaal € 923.000

▪

Inhuur externen. Implementatie software in de vorm van een SaaS-oplossing Er is een overschrijding op de inhuurlasten vanwege het niet mogen activeren van consultancy kosten i.r.t. de diverse informatiemanagement projecten (SaaS-oplossingen). Dit was vooraf niet voorzien. - De inhuurlasten voor TOPdesk € 124.000 - De inhuurlasten voor project EHRM € 110.000 Totaal € 234.000

▪

Inhuur externen. Inhuur a.g.v. problemen in de bezetting (vacatures, ziekte) De inhuurlasten op voornamelijk POC (€ 276K), Beheer en onderhoud (€ 176K) en ten behoeve van koude logistiek (€ 104K) waren niet begroot. - De inhuurlasten POC € 276.000 - De inhuurlasten B&O € 176.000 - De inhuurlasten ‘Koude logistiek’ € 104.000 Totaal € 556.000

▪

Vanwege het doorschuiven van een aantal vervangingsinvesteringen (o.a. ademlucht, pagers, uitrukkleding en dienstkleding) en vertraging in de levering van nieuwe voertuigen is er sprake van lagere afschrijvingslasten dan vooraf begroot. - Vrijval afschrijvingslasten mobiliteit € 900.000 - Vrijval afschrijvingslasten PFU € 1.200.000 Totaal € 2.100.000

▪

Huisvestingskosten De realisatie van de huisvestingskosten bedraagt € 6,7 mln. en ligt € 0,2 mln. lager dan begroot. De oorzaak is de lagere afschrijvingslasten ad € 220.000 als gevolg van uitgestelde investeringen in nieuw te bouwen kazernes.

▪

Rentekosten Als gevolg van de uitgestelde investeringen op huisvestings- en IM/ICT-gebied zijn de rentelasten € 74.000 lager dan in de Programmabegroting 2021 was voorzien.

▪

Informatiemanagement en ICT De realisatie van de kosten voor Informatiemanagement en ICT bedraagt € 2,0 mln. en ligt per saldo € 354.000 lager dan begroot. De voornaamste oorzaken van de hogere lasten zijn: - Kosten project E-HRM € 217.000 - Kosten project DIP € 164.000 € 381.000

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 53

Tegenover deze hogere lasten staan lagere lasten dan begroot voor: - Lagere afschrijvingslasten door uitgestelde investeringen: - Lagere licentiekosten (o.a. DBK, bijdrage Brandweer Nederland)

€ 600.000 € 111.000 € 711.000

Totaal € 330.000 ▪

Overige verschillen: Per saldo € 249.000

Toelichting verschil in mutaties reserves (€ 357.891 positief) Mutaties reserves De onttrekkingen aan de reserves zijn € 357.891 hoger dan in de programmabegroting 2021 was voorzien. Voorzien was een begrote onttrekking van € 108.154 aan de Reserve Samenwerking Loont en € 150.000 aan de Reserve Resterende Exploitatielasten Meldkamer Brandweer Hollands Midden. Naast de onttrekking aan de Reserve Meldkamer Brandweer HM is de vrijval van de Reserve Taakstelling Cebeon ad € 466.045 geboekt. Dit is besloten in het AB van 22 april 2021. Administratieve correcties verwerkt in de Algemene Reserve Nominale waardering (i.p.v. contante waarde) van de vordering (financieel vast actief) op gemeente Gouda ingevolge FLO Er is een administratieve correctie verwerkt betreffende de waardering op nominale (in plaats van contante waarde) van de vordering op de gemeente Gouda ingevolge FLO. Door de vorige accountant was de waardering op basis van contante waarde voorgeschreven, maar artikel 63, lid 1 van het BBV bepaalt dat (financiële vaste) activa, zijnde deze vordering, moet worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, dus tegen nominale waarde. Deze administratieve correctie verhoogt het eigen vermogen met € 1.217.689 mln. en is toegevoegd aan de Algemene Reserve. Nominale waardering (i.p.v.

contante waarde) van de verplichting (voorziening) oud-werknemers gemeente Gouda ingevolge FLO Er is een administratieve correctie verwerkt betreffende de waardering op nominale (in plaats van contante waarde) van de verplichting (oud-werknemers) gemeente Gouda ingevolge FLO. Op zich geeft het BBV (artikel 63, lid 7) de mogelijk om voorzieningen te waarderen tegen contante waarde. Maar aangezien deze voorziening samenhangt met het bovengenoemd financieel vast actief (de vordering), wordt deze ook gecorrigeerd voor nominale waarde. Deze administratieve correctie verlaagt het eigen vermogen met € 646.776 mln. en is in mindering gebracht op de Algemene Reserve. Correctie geactiveerde software in de vorm van een SaaS-oplossing Er is in voorgaande jaren software in gebruik genomen in de vorm van een SaaS (Software as a Service). Hierbij is echter geen sprake van het verkrijgen van een actief (een investering met economisch nut) omdat het bij SaaS gaat om dienstverlening in de vorm van een abonnement waarmee wordt ingelogd bij de dienstverlener (Commissie BBV, januari 2020, Notitie Materiele vaste activa). Deze dienstverlener heeft die de activa zowel juridisch als economisch in bezit. Dit betekent dat ook de implementatiekosten behorende bij de implementatie van een SaaS-oplossing niet geactiveerd mogen worden.

Er is geen sprake van een verkrijgingsprijs en daarom zijn de kosten ook niet als bijkomende kosten te kwalificeren. Afboeking boekwaarden software in de vorm van een SaaS-oplossing: voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 54

TOPdesk Facility management software ZORRO Zaak-, Omgevings- en Risicogerichte RCB Oplossing VIMS Vakbekwaamheid en Inzet Management Systeem Totaal afboeking

€ 170.000 € 311.000 € 151.000 € 632.000

Het gesaldeerd effect van bovenstaand betekent een administratieve correctieve van -/- € 61.077 op de Algemene Reserve.

Zie voor meer toelichting de taakveldoverzichten per programma.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 55

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. 2.

3.

4.

5.

De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Indien er sprake is van (eenmalige) effecten van grote omvang dient een verplichting opgenomen te worden.

Materiële vaste activa: Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in de maand na ingebruikname van de activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Overige bedrijfsmiddelen

6.

7.

8.

Jaren 5-40 5-15 5-20

Voor het bepalen van de afschrijvingstermijnen is het bepaalde in artikel 9.5 lid 9 Waarderen en afschrijven van vaste activa van het Financieel Statuut VRHM van toepassing. De minimale activeringsgrens is € 25.000 voor aangeschafte (groep) activa vanaf 1 januari 2017. Investeringen in software betreft veelal een SaaS-oplossing en worden daarom niet geactiveerd en afgeschreven. Financiële vaste activa: Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De vordering op de gemeente Gouda stond in de balans per 31-12-2020 gewaardeerd tegen contante waarde. Deze waardering is echter volgens de verslaggevingsregels van de BBV niet toegestaan. Na consultatie van de Commissie BBV is de balans per 1-1-2021 gecorrigeerd met het renteverschil van € 1,2 miljoen. Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. De voorziening voor egalisatie van de onderhoudskosten is gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren grootonderhoud aan de kapitaalgoederen. De voorzieningen voor FLO en Tweede Loopbaanbeleid worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voor FLO stond in de balans per 31-12-2020 gewaardeerd tegen contante waarde.

Zoals toegelicht onder 6. was waardering van de vordering tegen contante waarde volgens de

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 56

9.

10.

verslaggevingsregels BBV niet toegestaan. Om de samenhang tussen de vordering en de voorziening te herstellen, waarderen we de voorziening ook tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Na wijziging van het BBV op 10 juli 2007 omvatten de overlopende passiva ook de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen voor overdrachten met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en waarvoor bij niet-besteden een terugbetalingsverplichting bestaat.

voorlopige Jaarstukken 2021 VRHM 0.2

Pagina 57

Toelichting op de balans per 31 december 2021 (bedragen x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa (bedragen x € 1.000) Gronden en terreinen Gebouwen Vervoermiddelen Overige materiële vaste activa Totaal

Saldo FundaSaldo Investe- Desinve31-12-2020 mentele 1-1-2021 steringen steringen Aangepast fout 1.749 15.154 6.838 2.424 26.164

-632 -632

1.749 15.154 6.838 1.792 25.532

4.563 1.756 919 7.238

-

Afschrijvingen

Saldo 31-12-2021

-802 -1.430 -443 -2.676

1.749 18.914 7.163 2.268 30.094

De VRHM heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. De materiele vaste activa bedragen per 31-12-2021 € 30.094.000 en bestaan voornamelijk uit bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen. De toename in 2021 van per saldo € 3.930.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door investeringen in bedrijfsgebouwen en vervoermiddelen. Correctie beginbalans fundamentele fout onder ‘overige materiele vaste activa’ In 2021 is geconstateerd dat er in voorgaande jaren Software is geactiveerd voor de projecten VIMS en ZORRO, terwijl dit op basis van de verslaggevingsregels van de BBV niet is toegestaan. De gemaakte bijkomende kosten bij de projecten hebben betrekking op de implementatie van SaaSoplossingen en hier betreft het dienstverlening in de vorm van een abonnement. Het juridisch en economisch eigendom ligt bij de dienstverlener. Daarom zijn de boekwaarden per 1/1/2021 gecorrigeerd ten laste van het resultaat 2021: € 321.000 voor de projecten VIMS en VIMS Nazorg en € 311.000 voor het project ZORRO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=b743481c-7d3c-4c8d-b5ab-34566e204bba