CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 _ OUD

Gemeenteraad 28 juni 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Jaarrekening 202037.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

75

3.1 Gronden: Binnen de bouwgrondexploitaties zijn op dit moment een tweetal grondexploitaties die bij afsluiting naar verwachting een positief resultaat opleveren. Dit zijn voormalig gemeentehuis met een verwacht positief resultaat van € 226.556 en Regenboogweg NWN met een verwacht positief resultaat van € 321.162. Dit resultaat kan nog hoger of lager uitvallen. Als we met het totale risico van € 363.000 rekening houden, dan blijft er een stille reserve over van € 184.718. Daarnaast kan er nog sprake zijn van stille reserve bij de overige gronden. Deze zijn echter beperkt en niet direct beschikbaar. Bovendien fluctueert de marktwaarde en zijn de verkoopkosten op dit moment ook niet goed in te schatten. Voorzichtigheidshalve is de stille reserve hiervoor niet meegerekend als mogelijke buffer voor incidentele risico’s. 3.2 Opstallen: Gebouwen die niet meer van belang zijn voor de gemeentelijke bedrijfsvoering kunnen worden afgestoten. Voor deze panden zal na verkoop de economische waarde kunnen worden toegevoegd aan de vermogenspositie voor het deel waarmee deze de boekwaarde overstijgt. Voor overige activa is het niet goed mogelijk de in de waarden aanwezige stille of geheime reserves te bepalen, omdat de waarde sterk afhankelijk is van de gebruiksmogelijkheden en de marktvraag. Structurele weerstandscapaciteit: Bedrag * €1.000

2021

2022

2023

2024

B. Structurele weerstandscapaciteit Begrotingsruimte (MJB begroting 2021, incl corr.stelpost effecten herverdeling gemeentefonds)

2.414

347

739

197

Beschikbare weerstandscapaciteit:

2.414

347

739

197

Onbenutte belastingcapaciteit

3.304

3.304

3.304

3.304

Theoretische weerstandscapaciteit:

5.718

3.651

4.043

3.501

Toelichting structurele weerstandscapaciteit De begrotingsruimte/buffer In de begrotingsruimte is de vastgestelde Begroting 2021, inclusief effecten septembercirculaire en Voortgangsmonitor 2020 als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn ook de effecten op de gemeentelijke exploitatie van door de raad genomen besluiten in de periode ná het vaststellen van de begroting meegenomen. Dit betreft alleen de begrotingswijziging als gevolg van de aanbesteding van de accountantswerkzaamheden. Daarnaast is de stelpost voor de negatieve effecten van de herverdeling van het gemeentefonds hierop gecorrigeerd omdat het er op dit moment naar uitziet dat deze herverdeling voor de gemeente Kaag en Braassem niet nadelig zal zijn. De onbenutte belastingcapaciteit Jaarlijks wordt in de mei/junicirculaire het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 vastgesteld. Dit zogenaamde redelijk peil is voor 2021 vastgesteld op 0,1809. Uitgaande van de laatst vastgestelde WOZ-waarden en de verwachte opbrengsten OZB 2021 is het gewogen gemiddelde tarief voor Kaag en Braassem berekend op 0,1114. De onbenutte belastingcapaciteit kan dan als onderstaand worden berekend:

76

Berekening werkelijk gewogen gemiddelde tarief voor toelating tot artikel 12 WOZ-waarde woningen WOZ-waarde niet woningen eigenaren en gebruikers samen Geraamde OZB-opbrengst obv totaal WOZ-waarde Geraamde onderdekking reiniging/ afvalstoffen Geraamde onderdekking riolering Geraamde OZB-opbrengst gecorrigeerd voor onderdekking Gewogen gemiddelde OZB-tarief Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. het redelijk peil/ "toelatingstarief artikel 12" Redelijk peil 2021 conform meicirculaire 2020 voor toelating artikel 12 Werkelijk gewogen gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente Kaag en Braassem Verschil (=weerstandtarief) Onbenutte belastingcapaciteit (=weerstandtarief * totale WOZ-waarde)

laatste taxatiewaarde € 4.211.611.000 545.545.000 5.713.018 400.000 11.696 5.301.322 0,1114

0,1809 0,1114 0,0695

€

3.304.373

FINANCIËLE KENGETALLEN Al een aantal jaren maken de financiële kengetallen vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Algemeen beeld Op basis van onderstaande beoordelingen kan worden geconcludeerd dat onze gemeente in het verslagjaar 2020 een redelijk tot goede financiële positie heeft. Vier van de zes kengetallen vallen in de minst risicovolle categorie en scoren daarmee “groen”. Pas als er meerdere kengetallen in de meest risicovolle categorie vallen, kan dit wijzen op een zwakke financiële positie. De aandacht richt zich op basis van onderstaande beoordeling vooral op de kengetallen solvabiliteit (oranje) en belastingcapaciteit (rood). Dit totaalbeeld is gelijk met het totaalbeeld van de afgelopen jaren.

In de “Notitie solvabiliteit en schuldenlast”, besproken in de raadswerkgroep financiën van 8 maart 2017, hebben wij aandacht geschonken aan de drie kengetallen die betrekking hebben op de schuldenpositie van onze gemeente: de netto schuldquote, de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen en de solvabiliteit. Ook hebben we hierin een viertal maatregelen toegelicht, ter verbetering van deze posities. Onderstaande kengetallen geven alleen een beeld over het verslagjaar (begroot en werkelijk) en het voorgaande verslagjaar. In de begroting wordt het meerjarig toekomstbeeld geschetst. Onderstaand hebben we hier wel aandacht aan besteed door steeds in te gaan op het perspectief per kengetal. Dit hebben we gedaan omdat we vanaf 2022 structureel lagere inkomsten hebben door het wegvallen van de precarioheffing en omdat we ook verwachten dat de schuldenpositie oploopt als gevolg van geplande grote investeringen voor onder meer onderwijshuisvesting, riool, wegen en het Masterplan Sportpad. Voorgaand jaar werd in de jaarstukken 2019 en de begroting 2021 ook nog rekening gehouden met een nog grotere inkomstendaling door negatieve effecten van de herverdeling van het gemeentefonds per 2022. Op basis van de laatste publicaties hierover is er geen reden meer om aan te nemen dat de effecten hiervan negatief zullen zijn.

De kanttekening die nu wordt gemaakt heeft dus alleen nog betrekking op de grote investeringen in de toekomst. Om uw raad een goed afgewogen besluit te kunnen laten nemen zijn bij de presentatie en besluitvorming over het Masterplan Sportpad de effecten hiervan op de kengetallen aan uw raad gepresenteerd. Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld:

77

Jaarverslag jaar 2020

Verloop van de kengetallen Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

netto schuldquote

77%

118%

69%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

69%

108%

61%

solvabiliteitsratio

26%

24%

30%

structurele exploitatieruimte

8%

6%

9%

Kengetallen:

grondexploitatie

14%

14%

13%

belastingcapaciteit

119%

120%

115%

1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal: netto schuldquote

Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

77%

118%

69%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde waarde < 90% 90% > 130% > 130%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: groen In 2020 is de netto schuldquote ruim onder de 90% en is daarmee een stuk gunstiger dan begroot. Met deze waarde van 69% komt het van de gele zone in de groene en kan daarmee aangemerkt worden als minst risicovol. Oorzaak Dat het percentage gunstiger uitvalt dan bij de begroting is voorzien heeft met name te maken met het feit dat er investeringen en uitgaven later plaatsvinden dan gepland. Het gaat hier om de investeringen in wegen, riool en grondexploitaties, die in 2021 zullen plaatsvinden en om uitgaven in verband met Focus met Ambitie waardoor de kortlopende financiering lager is dan geraamd. De grootste post die dit beïnvloedt is de uitgestelde uitgave in verband met de kunstgrasvelden. Daarnaast zijn vervangingsinvesteringen doorgeschoven. Ook de baten zijn veel hoger dan in de primaire begroting, wat een versterkend verbeterend effect heeft op dit kengetal, werkelijk vs begroot. Belangrijkste veroorzaker hier zijn de extra bijdragen in verband met Tozo en de andere extra bijdragen via de algemene uitkering voor Covid-gerelateerde kosten. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. leningen aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen.

Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven.

78

2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal: netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

69%

108%

61%

Inzicht De gecorrigeerde netto schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die zijn doorbetaald aan derden is geëlimineerd. De gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld en is in het verslagjaar 2019 goed. Signaalwaarde De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen draagt dezelfde signaalwaarden als de netto schuldquote. Oordeel: groen In 2020 is de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen goed en valt gunstiger uit dan in 2019 en veel gunstiger dan begroot. Oorzaak Dat ook dit kengetal gunstiger uitvalt dan bij de begroting werd voorzien heeft dezelfde oorzaak als toegelicht bij het kengetal van de netto schuldquote. Perspectief Hoewel bovenstaande percentages binnen de grenzen van het minst risicovolle gebied blijven en ook zijn gedaald ten opzichte van 2018 en 2019 en “groen” scoren, verwachten we wel dat deze percentages in de jaren 2021-2026 verder oplopen als gevolg van geplande grote investeringen voor onder meer wegen, bruggen, onderwijshuisvesting en het masterplan Sportpad.

Bij de Begroting 2022 en bij toekomstige raadsvoorstellen voor grote investeringen (waaronder Sportpad) zal daarom in de presentatie aan uw raad blijvend expliciet aandacht worden besteed aan de gevolgen van deze besluiten voor de financiële positie van de gemeente, zodat uw raad deze informatie mee kan nemen in de besluitvorming. 3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal: solvabiliteitsratio

Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

26%

24%

30%

Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde waarde > 50% 20% > 50% < 20%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

79

Oordeel: oranje De solvabiliteitsratio is na een daling in 2019 (ivm overheveling rioolmiddelen van bestemmingsreserve naar voorziening), nu gestegen van 26% naar 30%, een heel stuk hoger dan geraamd. Hoewel de waarde volgens de signaalwaarden “oranje” scoort, is de waarde daarmee wel ruim boven de door uw raad vastgestelde norm van minimaal 20%. Oorzaak De leningenpositie heeft een sterke invloed op de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen en daarmee op de solvabiliteit waarbij het eigen vermogen wordt afgezet tegen het totale vermogen. De leningenpositie in onze gemeente is in belangrijke mate beïnvloed door Braassemerland, waarvoor in de voorliggende jaren aanzienlijke geldleningen zijn aangetrokken. Dat de solvabiliteit gunstiger is dan geraamd komt doordat de extra leningen in verband met de geraamde investeringen nog niet in 2020 zijn aangetrokken door vertraging in het uitgavenpatroon van deze investeringen. Ook heeft de vertraging van de werkzaamheden een positief effect op het resultaat, waardoor ook de solvabiliteit een hogere waarde krijgt. Perspectief Ook hier geldt dat exploitatieoverschotten zorgen voor een toename van het eigen vermogen en daarmee een positief effect hebben op de solvabiliteitsratio. Na 2022 zijn de exploitatieoverschotten door het wegvallen van de precarioheffing fors lager.

Ook het aflossen van geldleningen heeft een positief effect. Met de investeringen in de onderhuisvesting en ook andere investeringen voor Focus met Ambitie is de verwachting eerder dat de leningenportefeuille zal toenemen en daarmee ook het balanstotaal. Afhankelijk van hoe zich dit verhoudt tot de toename van het eigen vermogen, zal de solvabiliteit in de periode na 2022 gelijk blijven of verder dalen. Uiteraard bewaken wij de ondergrens hierin.

4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal: structurele exploitatieruimte

Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

8%

6%

9%

Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Een positief percentage geeft aan dat de structurele baten van de gemeente toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > € 0 Begrotingsruimte = € 0 Begrotingsruimte < € 0

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: groen Het jaarrekeningresultaat geeft een structureel exploitatieoverschot en krijgt daarmee een “groene” score. De structurele exploitatieruimte is hoger dan begroot.

80

Oorzaak Wij verwijzen u naar de toelichting per programma en per taakveld, waarin uitgebreid is ingegaan op de verschillende oorzaken. Daarnaast is in grote lijnen een toelichting in de inleiding en in het raadsvoorstel bij deze jaarstukken gegeven. Perspectief Het meerjarenperspectief in de Begroting 2021 gaf een negatief exploitatiesaldo. In de begroting 2021 was bij het meerjarenperspectief rekening gehouden met negatieve effecten van de herverdeling van het gemeentefonds vanaf 2023. De meest recente rapportages geven geen aanleiding meer om uit te gaan van een negatief effect. Als we dit effect elimineren is er een positief structureel exploitatieoverschot zichtbaar. Hoewel het perspectief dan voor dit kengetal goed is, is het overschot niet voldoende om de gekwantificeerde structurele risico’s op te vangen. Bij het opstellen van de Richtnota 2022 zullen daarom de maatregelen die in de afgelopen maanden met uw raad zijn geïnventariseerd ingezet worden om een duurzaam gezond resultaat te blijven behouden. 5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal: grondexploitatie

Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

14%

14%

13%

Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijze veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: groen Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het verslagjaar 2020 een gezonde grondpositie heeft. Het percentage ligt iets lager dan begroot en is ook iets gedaald ten opzicht van verslagjaar 2019. Oorzaak Het percentage ligt in lijn met de begroting en met voorgaand verslagjaar, blijft “groen”. Het percentage is in 2020 iets gedaald ten opzichte van 2019 door het afsluiten van grondexploitatie locatie Van Egmond. Voor een toelichting op de grondexploitaties verwijzen wij u naar paragraaf 7. Perspectief Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd en worden de verwachte kosten en opbrengsten en de parameters door de organisatie met een toets van de accountant opnieuw beoordeeld. Verondersteld mag dan ook worden dat de huidige boekwaarden, verminderd met de daarvoor beschikbare verliesvoorzieningen, in de komende jaren kunnen worden “terugverdiend” met de opbrengsten uit de grondverkopen. Naar verwachting zal het percentage in de komende jaren wel wijzigen. We verwachten een daling door het geplande afsluiten van een aantal grondexploitaties, zoals Gerardusschool (gepland in 2021), Regenboogweg Nieuwe Wetering Noord en Centrumplan

81

Leimuiden (beide gepland in 2022). Anderzijds verwachten we in de verdere toekomst weer een stijging als gevolg van plannen die verband houden met de tweede fase van Masterplan Sportpad.

6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:

Verslag 2019

Begroting 2020

Verslag 2020

belastingcapaciteit

119%

120%

115%

Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Bij de afvalstoffenheffing en het rioolrecht wordt in onze gemeente uitgegaan van 100% kostendekkendheid. Bij het rioolrecht zit deze op 100%. Bij de afvalstoffenheffing op 88%. Dit heeft te maken met kostenstijging en tariefsverlaging. In de komende jaren zal in de begrotingen een hogere kostendekkendheid worden nagestreefd. Afwijking van het landelijk gemiddelde vergt een nadere analyse van de hoogte van de lasten die bij deze onderdelen worden gemaakt en de mate/wijze waarin deze worden doorbelast in de tarieven. De capaciteit bij de OZB kan worden afgelezen door het tarief te vergelijken met het landelijk gemiddelde en in absolute zin door de ruimte van het eigen tarief in vergelijking tot de artikel 12-norm (zie hiervoor de onbenutte belastingcapaciteit, in deze paragraaf). Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%

oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol

Oordeel: rood In onze gemeente ligt de gemiddelde belastingdruk in het verslagjaar 2020 15% boven het landelijk gemiddelde tarief en is daarmee hoog, maar gunstiger dan begroot en gedaald ten opzichte van 2018 en 2019. Dat het iets gunstiger is dan begroot in 2020 heeft te maken met het feit dat de landelijke woonlasten bij de jaarrekening met 4 tot 5% zijn gestegen ten opzichte van de landelijke woonlasten ten tijde van het opstellen van de begroting en onze woonlasten werkelijk in lijn liggen met de begrote last. Daarmee wordt het percentage ten opzichte van het landelijke lager. Oorzaak OZB Het in onze gemeente gehanteerde OZB-tarief voor woningen ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Dat de lasten in absolute zin toch hoger uitvallen ten opzichte van het landelijk gemiddelde zit in het feit dat bij de berekeningen wordt uitgegaan van een landelijke gemiddelde woningwaarde van € 248.000 (waarde 1-1-2019 voor aanslag 2020) terwijl in onze gemeente voor de berekening een gemiddelde waarde van € 298.000 geldt. De hogere woonlasten op dit onderdeel bestaan dus uit een hogere gemiddelde woningwaarde in onze gemeente ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Afvalstoffenheffing Uw raad heeft besloten om per 1 januari 2018 Diftar in te voeren. 2018 was een overgangsjaar, waarbij eenmalige korting is gegeven op beide tarieven voor afvalstoffenheffing.

Ook deze korting heeft bijgedragen aan een lagere belastingdruk dan geraamd. In 2019 en in 2020 zijn de kosten voor de verwerking van afvalstoffen sterk gestegen, procentueel meer dan de afvalstoffenheffing. Daardoor

82

is de afvalstoffenheffing niet kostendekkend. In de komende jaren groeien we naar meer kostendekkendheid van de tarieven. Rioolheffing De rioolheffing is in onze gemeente fors hoger dan het landelijk gemiddelde. In 2016 is het GRP geactualiseerd en bij de Perspectiefnota 2017 is het tarief naar beneden bijgesteld tot € 262 in 2017. In het in 2016 bijgestelde GRP 2014-2018 wordt voor de tarieven uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 1%, vermeerderd met de prijsindex. Deze groei is ook gehanteerd in het GRP 2019-2023. Eind 2019 bleek dat het aantal rioolaansluitingen sneller was gestegen dan in het GRP was voorzien. Daarom is in december 2019 bij het vaststellen van de belastingverordeningen en de tarieven riool voor 2020 het GRP 2019-2023 geactualiseerd vastgesteld met een groeipercentage op de tarieven van 0,5% in plaats van 1%, exclusief index. Eind 2020 bleek het aantal rioolaansluitingen wederom sneller te zijn gestegen dan in het GRP was voorzien. Dit heeft ertoe geleid dat het GRP eind 2020 opnieuw is geactualiseerd en het tarief in 2021 gelijk is gebleven aan het tarief in 2020. Perspectief De totale woonlasten zullen hoger blijven dan het landelijk gemiddelde. Dit komt in onze gemeente door de hogere WOZ-waarden dan landelijke gemiddelden en door de hoge tarieven van de rioolheffing.

Dit laatste heeft te maken met het lage aantal inwoners in relatie tot de grondoppervlakte van onze gemeente en de grondsoort. Eind 2018 is het GRP 2019-2023 vastgesteld en eind 2019 en 2020 is deze geactualiseerd. Door snellere uitbreiding van het areaal en daarmee het aantal aanslagen kon het tarief voor 2021 gelijk blijven aan dat van 2020. Verdere stijging van de rioolheffing, anders dan de prijsindex, wordt door inzet van de voorziening riolering zo veel mogelijk voorkomen. Onze afvalstoffenheffing is momenteel niet kostendekkend. De kosten van afvalinzameling en afvalverwerking stijgen landelijk. Ook onze tarieven zullen in de komende jaren stijgen. Of daarmee ook de lasten voor de inwoners stijgen is ook afhankelijk van de hoeveelheid afval en het soort afval dat wordt aangeboden door de inwoner en is daarmee gedeeltelijk door de inwoner zelf te beïnvloeden.

83

Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen Introductie De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De gemeente beschikt over kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, kunstwerken, riolering, speelvoorzieningen, groen en water. Vanzelfsprekend moeten deze kapitaalgoederen worden onderhouden. Door middel van visies, beleidsplannen en beheerplannen wordt richting gegeven aan het meerjarig beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen. Het onderhoud gebeurt op een sobere en doelmatige wijze, waarbij wordt voldaan aan wettelijke richtlijnen. In 2020 is de openbare ruimte onderhouden aan de hand van het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) 2020-2024, dat 27 januari 2020 is vastgesteld. Overzicht beheerplannen De volgende beheerplannen vormen het uitgangspunt voor het beheer van de openbare ruimte, de gewenste kwaliteit en de hiervoor beschikbare budgetten. Beheerplan

Datum raadsbesluit

Looptijd t/m

Financiële vertaling in begroting

IBOR 2020-2024

januari 2020

2024

Ja

Riolering (GRP)

Q4 2018

2023

Ja

Gebouwen (MJOP) 2020-2024

Q4 2019

2024

Ja

Civiele kunstwerken

2018

Actualisatie in 2021, t/m 2025

Ja*

Water (Baggerplan)

2014

2023

Ja

* N.a.v. van wijziging van het beheerplan 2018 zijn de budgetten in de begroting aangepast. Als gevolg van extra areaal en meer inzicht in de (constructieve) staat van de kunstwerken wordt behoorlijke impact verwacht op 2021 en verder.

Integraal beheer openbare ruimte - Beleidsmeting: In augustus 2020 heeft een beleidsmeting plaatsgevonden naar de mate waarin de beoogde beheerkwaliteit in de praktijk wordt behaald. Kijkend naar de resultaten van de beleidsmeting is op alle beheeronderdelen en gebiedstypen de aangetroffen beheerkwaliteit minimaal gelijk aan onze ambities. De enige uitzondering hierop is de kwaliteit van verharding in centra en van doorgaande wegen. In 2020 is extra budget vrijgemaakt en heeft al een eerste inhaalslag plaatsgevonden. - Kwaliteitsniveaus: De door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus voor de openbare ruimte zijn gebaseerd op de CROW-standaard voor beeldkwaliteit. Deze kwaliteitsniveaus zijn de basis voor het beheer en de onderbouwing voor de beschikbare budgetten. In de figuur hieronder zijn de in het IBOR 2020-2024 vastgestelde kwaliteitsniveaus per beheercategorie weergegeven. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen zijn civiele kunstwerken, speelvoorzieningen, riolering en gebouwen. Inzet en ambities voor deze beheeronderdelen is vastgelegd in aparte beheerplannen.

84

KAPITAALGOEDEREN IN OPENBARE RUIMTE

Wegen Kaders waarbinnen het wegbeheer wordt uitgevoerd zijn: de CROW-richtlijnen, de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), het eerdergenoemde IBOR en de samenwerkingsovereenkomst met het hoogheemraadschap van Rijnland. De reconstructieprojecten worden gerapporteerd in de Voortgangs- en Verantwoordingsmonitor. In 2020 is uitvoering gegeven aan, of zijn voorbereidingen getroffen voor de volgende reconstructies en grootonderhoudsprojecten: - Uitvoering van de reconstructies van de Van Fenemalaan (Hoogmade), Herenweg 1 e fase (binnen bebouwde kom Rijnsaterwoude), Herenweg 2 e fase (buiten bebouwde kom Rijnsaterwoude) en het Jaagpad (Bilderdam). - Voorbereiding van de reconstructies van de Van Klaverweijdeweg (Hoogmade), Willem van der Veldenweg (Leimuiden), Schoolstraat (Woubrugge) en het Jaagpad (Bilderdam) - Voor wegonderhoud zijn budgetten beschikbaar voor (groot) onderhoud aan element- en asfaltverharding en besteed aan noodzakelijk onderhoud van diverse wegen. Dit betreft vooral het vervangen of herstellen van kleine(re) wegvakken. De prioritering van wegen voor groot onderhoud volgt uit een in 2019 uitgevoerde visuele weginspectie naar de kwaliteit van alle wegen binnen de gemeente. Zo zijn in 2020 onder meer (groot) onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd aan onder meer de Burgemeester Bakhuizenlaan (Leimuiden), Molenweg (Nieuwe Wetering) en de Achterwetering (Oud Ade).

In 2021 wordt opnieuw een visuele weginspectie uitgevoerd. Riolering De kaders waarbinnen het beheer en onderhoud van de riolering vallen, komen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 - 2023 (GRP). In 2020 is uitvoering gegeven aan de volgende projecten: - Rioolvervanging binnen project Herenweg (fase 2 - buiten de bebouwde kom) in Rijnsaterwoude - Rioolaanleg en vervanging t.b.v. parkeerplaatsen in project IKC in Leimuiden - Rioolvervanging project Van Fenemalaan in Hoogmade - Afkoppeling hemelwater van woningen in de Van Wassenaarlaan, van Schellingerhoutstraat en deels Van Hoogstratenlaan in Woubrugge - Optimalisatie HWA riool Cilinderweg in Roelofarendsveen - Vervangen circa nog 50 oude besturing rioolpompunits in het buitengebied door besturingssysteem Te-tec waardoor nu alle rioolpompunits en rioolgemalen storingen melden en te monitoren zijn. - Projecten m.b.t. relinen van ca. 1,1 km riolering - Reiniging en inspectie van circa 8 km hoofdriool Groen Kaders waarbinnen het gemeentelijk groenbeheer plaatsvindt zijn de CROW-richtlijnen, de LIOR en het IBOR. In 2020 is als volgt uitvoering gegeven aan het groenbeheer: - Het project “Groen en Doen!”, waarbij bewoners openbaar groen adopteren is gegroeid van twee naar zes projecten.

- In totaal zijn er 76 bomen verwijderd door de gemeente en zijn er 160 teruggeplant (hierbij zijn onder meer 56 bomen die door Tennet zijn gekapt teruggeplant op gemeentelijke grond). Aanplant en herplant van nieuwe bomen heeft op diverse locaties plaatsgevonden verspreid

85

-

-

-

-

door de gemeente. Het cluster van 56 bomen ter compensatie van Tennet is terug te vinden langs de Oostveenweg in Nieuwe Wetering. Door de ontwikkelingen in Leimuiden (IKC de Lei, Leimuiden centrum en Leimuiden West) en rondom de Gerardusschool zijn er door de ontwikkelende partijen meer bomen verwijderd dan er nu zijn teruggeplant. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal het aantal verwijderde bomen volledig worden gecompenseerd. Daarnaast zijn de bomen in de Akkers nog niet ingevoerd in het beheersysteem. Risicobomen in de gemeente zijn geïnspecteerd conform de VTA-controle. Hierbij zijn 60 bomen als risicovol aangeduid en dienen gekapt te worden of er dient nader onderzoek naar het behoud en het risico van de boom te worden uitgevoerd. Dit nadere onderzoek wordt in het eerste kwartaal van 2021 uitgevoerd. Bestaande plantvakken zijn gecontroleerd op kwaliteit en waar nodig voorzien van aanvullende beplanting en tevens is 1.022 m2 aan heesterbeplanting gerenoveerd. Er is invulling gegeven aan de wens van de gemeenteraad om de openbare ruimte te vergroenen, waarbij 1.334 m2 verharding is vervangen voor een groene inrichting. Tevens zijn in Woubrugge de groeiplaatsen van bomen verbeterd na een renovatie van het straatwerk, hierbij zijn meer bomen herplant dan er zijn verwijderd.

Water Het kader waarbinnen het beheer en onderhoud van de watergangen wordt uitgevoerd is de legger van het hoogheemraadschap van Rijnland. Op basis hiervan is het baggerplan 2014 – 2023 opgesteld. De gemeente is voor het baggeren opgedeeld in tien ongeveer gelijke clusters zodat er ieder jaar een cluster gebaggerd kan worden en er na tien jaar een volledige baggerronde is geweest. Doordat er enige tijd onduidelijkheid was over de (on)mogelijkheden voor de verwerking van bagger als gevolg van de landelijke PFAS-discussie zijn de aanbesteding en de werkzaamheden die gepland stonden voor 2019 uitgevoerd in 2020. Zo is het cluster rondom Woubrugge in 2020 gebaggerd. Om wat in te lopen op de achterstand van het baggerplan hopen we in 2021 een extra baggerronde aan het begin en een extra baggerronde aan het einde van het jaar uit te laten voeren. Daarnaast is in 2020 het voorbereidende werk voor het baggeren van het volgende cluster, in en rondom Leimuiden voorbereid. De onderhandse aanbesteding zal begin 2021 worden uitgevraagd. Het beheer en onderhoud van beschoeiingen vindt plaats door visuele inspecties, die in 2020 voor de gehele gemeente is vastgesteld. Hieruit is gekomen dat er ruim 50 km aan beschoeiing (schotten, damwand, palenrij, nvo of onderwaterbeschoeiing) wordt beheerd door de gemeente. Tevens beheren en onderhouden we ook circa 80 km onverharde waterkanten.

Op basis van de vastgestelde schadebeelden, de beeldkwaliteit en de risicozetting van de constructie is een prioriteitsstelling geformuleerd voor herstel. In 2020, met uitloop naar 2021, zal er in totaal 1.300 m1 beschoeiing vervangen worden. Openbare verlichting Groot onderhoud wordt integraal in reconstructieprojecten opgepakt waarbij de verlichting met energiezuinige LED wordt uitgevoerd. Het dagelijks onderhoudscontract van de lichtmasten met Spie is i.v.m. herhaaldelijke klachten per 1 juli 2020 beëindigd. Tijdelijk wordt de openbare verlichting door Van Vuuren Elektrotechniek onderhouden en wordt in 2021 een nieuw onderhoudscontract aanbesteed voor een periode van vier jaar. In 2020 is het volgende uitgevoerd: - Openbare verlichting project Herenweg fase 2 (buiten de bouwde kom) in Rijnsaterwoude - Openbare verlichting binnen project IKC in Leimuiden - Het geplande groot onderhoud is in 2020 is grotendeels afgerond. - In voorbereiding is de openbare verlichting binnen het project Willem van der Veldenweg in Leimuiden en deze wordt medio 2021 uitgevoerd. - Het vervangen van lichtmasten in 2020 aan de Oudendijkseweg in Woubrugge is wat vertraagd en wordt in 2021 uitgevoerd.

86

Civiele kunstwerken Door de aanwezigheid van veel water binnen de gemeentegrenzen bezit de gemeente relatief veel civiele kunstwerken. Naast vaste bruggen zitten er in het areaal tien beweegbare bruggen die jaarlijks geïnspecteerd worden en onderhoud krijgen. Optredende storingen worden verholpen voor zowel de vaste bruggen als de beweegbare bruggen. In 2019 is er verder gewerkt aan het beheerbeleidsplan 2019-2023 voor civiele kunstwerken, dit betreft een wijziging van sturen op incident naar risico gestuurd werken. Onderdeel van dit beheerbeleidsplan is het op orde brengen van de areaalgegevens en het aantal kunstwerken dat de gemeente in beheer heeft. In 2020 is uitvoering gegeven aan de volgende projecten: - Vervanging diverse bruggen en kunstwerken, zoals de voetgangersbruggen aan het Robiniahof en de Sluiskolk in Leimuiden en de Theo Bosmanlaan in Hoogmade, en de brug in de Grietpolderweg (Leimuiden) - Regulier onderhoud van diverse kunstwerken - Start sloop en bouw van de Langebrug (Oud Ade) - Vervanging van de brug Zwanebloem (Woubrugge) door een duiker en een dam - Aanbesteding voor vervanging brug Langeweg (Roelofarendsveen) - Areaalonderzoek en constructieve schouw Instellen voorziening bruggen De Langebrug in Oud Ade is in 2019 lange tijd afgesloten geweest en in 2020 wordt gestart met het vervangen van de brug.

De brug is dusdanig versleten dat vervanging noodzakelijk is. Er wordt verwacht dat de werkzaamheden medio 2021 zijn afgerond. Naar aanleiding van klachten en incidenten blijkt ook voor de houten bruggen in Woubrugge een dusdanige achteruitgang dat herstel noodzakelijk is in 2020 en 2021. Met een recente wijziging in het BBV dient de gemeente bij de jaarrekening een voorziening voor de kosten van herstel te treffen. Deze voorziening is gevoed door de beoogde uitgaven voor herstel geheel ten laste van het resultaat 2019 te brengen. In 2020 en 2021 worden de feitelijke uitgaven betaald uit de voorziening. Gebouwen De gemeente is eigenaar van diverse gebouwen. Die gebouwen zijn ook in 2020 beheerd en onderhouden aan de hand van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) dat door de raad is vastgesteld en eens in de vier jaar wordt geactualiseerd. Het bedrag dat per jaar gemiddeld nodig is voor de uitvoering van het MJOP wordt jaarlijks in de voorziening onderhoud gebouwen gestort. In 2019 heeft een actualisatie plaatsgevonden van MJOP. Het nieuwe MJOP 2020 – 2024 heeft de raad bij de Begroting 2020 vastgesteld. De vastgoedstrategie is niet veranderd, hierbij gaan we nog steeds uit van ‘afstoten tenzij’. In 2020 is er ook een duidelijke scheiding aangebracht in het dagelijks onderhoud en groot onderhoud. Onder het dagelijks onderhoud vallen o.a.

de onderhoudscontracten en periodieke inspecties maar ook het klachtenonderhoud. Hierdoor is er ook geschoven met de budgetten vanuit de voorziening naar het dagelijks onderhoud omdat veel dagelijks onderhoud was opgenomen in het MJOP. Elk jaar wordt een jaarplan gemaakt voor dagelijks en groot onderhoud.

87

Financiële kaders In onderstaand figuur zijn de geraamde en de werkelijke kosten/opbrengsten voor 2020 van de exploitatie weergegeven:

*) Bedragen x € 1.000. Dit betreft de lasten en baten per taakveld, inclusief salarislasten en kapitaalslasten.

Dat de budgetten 2020 niet volledig zijn besteed wordt met name veroorzaakt door de projecten. Zoals hierboven beschreven komen een aantal grote projecten in plaats van eind 2020 tot uitvoering in het eerste halfjaar van 2021, waarmee de restantbudgetten volledig worden besteed. Bijdrage aan de provincie ivm N207(300K) is doorgeschoven naar 2021. Degeneratievergoeding(300K) wordt opgelegd zodra een bedrijf de weg openbreekt. Dit gaat op basis van een standaardtarief. Pas een half jaar later kan de weg gerepareerd worden, omdat de grond eerst nog moet zakken. De kosten ontstaan dus pas ver na de opbrengst. Brug 932 Langeweg en Brug 305 Prunusstraat Leimuiden zijn in 2020 voorbereid en aanbesteed en gereed in 2021.

88

Paragraaf 4 – Financiering In de Financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 18 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 16). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut.

RENTERISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2020 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 5,1 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. In het onderstaande overzicht is zichtbaar dat de kasgeldlimiet in 2020 niet is overschreden, aangezien de gemeente gedurende het grootste deel van het afgelopen jaar een overschot aan middelen heeft gehad. Gemiddelde netto-vlottende schuld 2020

bedrag x €1.000 overschot middelen (-) netto vlottende schuld (+)

1e kwartaal

676

2e kwartaal

-1.187

3e kwartaal

-8.832

4e kwartaal

-7.644

89

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op vaste schuld bedraagt daardoor in 2020 € 12,1 miljoen. In 2020 is voor € 19,8 miljoen afgelost en voor een lening van € 5 miljoen de rente herzien; waardoor de renterisiconorm is overschreden. Conform de wet- en regelgeving moet de gemeente bij een overschrijding van de renterisiconorm dit aan de toezichthouder, de provincie Zuid-Holland, voorleggen. Hierin zal de gemeente onder andere moeten aantonen dat het meerjarenperspectief weer aan de renterisiconorm voldoet en dat de gemeente een sluitende meerjarenbegroting heeft met voldoende structureel weerstandsvermogen. In maart 2020 hebben wij dit gesprek met onze toezichthouder gehad en afspraken gemaakt over ons plan van aanpak. Dit zorgt ervoor dat wij vanaf 2021 weer aan de renterisiconorm zullen voldoen. Rentevisie De Euribor ligt nog altijd onder de 0%.

Dat de rente zo laag is, komt vooral doordat de Europese Centrale Bank (ECB) een ruim monetair beleid voert om de economische groei in het eurogebied te ondersteunen. De rentevisie van de BNG is dat de rentetarieven op een zeer laag niveau zullen blijven en dat de kortetermijnrente iets zal gaan zal gaan stijgen tot rond de -0,40% ultimo 2021. Het EONIA rentetarief (daggeldrente rekening-courant schatkist) is dit jaar iets verder gedaald tot rond de -0,47% ultimo 2020. Bij het rijk is de rente, indien die negatief is, bij het uitzetten van gelden (vooralsnog) gelijkgesteld aan nul; maar de BNG zal binnenkort negatieve creditrente in rekening gaan brengen v.a. € 500.000. De rente op staatsleningen is vanwege matige vooruitzichten voor de inflatie en economie in Europa negatief. Hierdoor is het rentepercentage voor langlopende leningen het afgelopen jaar nog verder gedaald en komt uit op 0,10% ultimo 2020 (10 jaar fixe BNG). De rentetarieven van langlopende leningen zullen mede onder invloed van een aantrekkende inflatie en een minder actief aankoopbeleid van obligaties van de ECB naar verwachting wel wat oplopen tot rond de 0,85% ultimo 2021 maar blijven op een zeer laag niveau. De gemiddelde rente over de leningenportefeuille bedroeg in 2020 1,88%.

Doordat de afgesloten leningen verschillende looptijden hebben met een vaste rente, is de gemiddelde rente over de leningenportefeuille nog steeds hoger dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Bij laagblijvende rente op de kapitaalmarkt is de verwachting dat de gemiddelde rente over de leningenportefeuille zal gaan dalen door het aflopen en herfinancieren van langlopende leningen en het aantrekken van nieuwe langlopende leningen tegen een gunstiger rentetarief.

KREDIETRISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De drempel is vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 453.895 in 2020. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (EONIA/ daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). De stand in de schatkist per 31 december 2020 is voor de gemeente € 3.300.251 (r/c saldo) en € 0 (depositosaldo). In onderstaande tabel is zichtbaar dat gerekend over een heel kwartaal het op dagbasis buiten de schatkist aangehouden bedrag, gemiddeld niet hoger is dan het drempelbedrag ad € 453.895.

90

bedrag x €1.000 Gemiddeld buiten de schatkist aangehouden bedrag 2020

1e kwartaal

106

2e kwartaal

251

3e kwartaal

403

4e kwartaal

407

Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/ stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2020 is er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde van € 4,8 miljoen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat eind 2020 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,5 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 1,9 miljoen. Dit betreft afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op). Daarnaast staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borg voor leningen aan woningbouwcorporaties ten bedrage van € 31,1 miljoen, waarbij de gemeente samen met het rijk in de achtervang staat.

Het verlies dat achtervangers kunnen lijden, is beperkt tot de rentederving over leningen die ze bij een calamiteit aan het WSW moeten verstrekken. In het treasurystatuut is vastgelegd dat voor het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak goedkeuring nodig is van het college (tot € 50.000) dan wel de gemeenteraad (hoger dan € 50.000). De treasurycommissie is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van gelden. Het WSW heeft met de gemeente een ongelimiteerde achtervangovereenkomst voor de twee in de gemeente werkzame corporaties ‘Stichting Woondiensten Aarwoude’ en ‘Stichting MeerWonen’, tot een maximum van het door het WSW bepaald borgingsplafond ( =wat een corporatie maximaal kan lenen gelet op de prognosegegevens van de corporatie (dPi)).

GEMEENTEFINANCIERING __________________________________________________________________________ Wet Hof en EMU-saldo De wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) zorgt ervoor dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Het EMU-saldo van de decentrale overheden telt mee voor het EMU-saldo van de totale Nederlandse overheid. Om het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk te bepalen, moeten de decentrale overheden gegevens aanleveren zoals het opnemen van de meerjarige EMU-begrotingsgegevens in de begroting. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo gevolgd door middel van verplichte rapportages (Iv3) aan het Centraal Bureau van de Statistiek. Voor decentrale overheden is een gezamenlijk plafond voor de tekortnorm vastgesteld (macronorm). Bij een (dreigende) structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm voor de decentrale overheden samen, kunnen maatregelen volgen via een correctiemechanisme (bestuurlijke afspraken over verbeterplannen EMU-saldo) en in uiterste geval kan het sanctiemechanisme in werking treden (zoals het faseren van investeringen of in uiterste instantie het opleggen van kortingen). Voor de gemeente Kaag en Braassem is het gerealiseerde EMU-saldo over boekjaar 2020 + € 0,4 miljoen (= overschot).

91

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. de kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie); 2. de kasstroom uit investeringen; 3. de kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken en uitgezette geldleningen). Het inzicht hierin wordt verkregen door het permanent actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Uit de jaarcijfers 2020 is een financieringsoverschot van € 5,8 miljoen zichtbaar (excl. jaarrekeningresultaat). Dit zal voornamelijk ingezet worden voor de financiering van de bouwgrondcomplexen ad € 8,9 miljoen. In 2020 hebben we een grote hoeveelheid geldleningen afgelost en geherfinancierd, samen € 19,8 miljoen (vnl. in het verleden aangegane niet tussentijds aflosbare leningen voor onroerendgoedtransacties). Daarnaast zijn er verder geen kortlopende leningen aangetrokken. Het onderstaande overzicht geeft de mutaties weer in de leningenportefeuille 2020: bedrag x € 1.000 Mutaties in de leningenportefeuille 2020

Stand per 1 januari

52.368

Nieuwe leningen

18.500

Reguliere aflossingen

19.844

Vervroegde aflossingen

0

Stand per 31 december

51.024

Gemiddeld rentepercentage

1,88%

In tegenstelling tot de groei van de schuld (die aan een maximum gebonden is door de Wet Hof) is de hoogte van de schuld een politieke keuze zolang de schuld beheersbaar blijft. Dat wil zeggen dat de gemeente bij een scenario met economisch slecht weer genoeg geld moet overhouden om aan de schuldverplichtingen (aflossingen en interest) te kunnen blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Daarnaast is het de samenhang tussen meerdere factoren – in dit geval de schuldpositie, de structurele weerstandscapaciteit en de rek in de belastingopbrengsten – die bepaalt of de gemeente financieel gezond is (zie voor nadere toelichting paragraaf weerstandsvermogen). Financieringswijze Zolang de kortlopende rente lager is dan de rente op de kapitaalmarkt, wordt de ruimte die de kasgeldlimiet biedt zoveel mogelijk benut. Indien nodig worden langlopende leningen aangetrokken om een overschrijding van de limiet tegen te gaan. Bij de keuze van de looptijden van financieringsmiddelen is het uitgangspunt dat deze zoveel mogelijk aansluiten bij de financieringsbehoefte uit de liquiditeitsplanning.

92

RENTETOEREKENING EN RENTERESULTAAT __________________________________________________________________________ Het saldo van de externe rentelasten en -baten moet in eerste aanleg worden toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden die op projectbasis zijn gefinancierd. Het resterende saldo wordt samen met de rente die wordt berekend over voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd, omgeslagen naar de taakvelden die integraal zijn gefinancierd. Het renteomslagpercentage wordt vervolgens berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd (= 1,35%); waarbij het renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% mag worden afgerond (= 1,60%). Het financieringsresultaat voor 2020 komt dan uit op € 175.150 voordelig. De rekenrente in 2020 is hiermee nog steeds hoger dan de huidige rente op de kapitaalmarkt. Doordat de afgesloten leningen verschillende looptijden hebben met een vaste rente, is het niet mogelijk direct volledig mee te bewegen met de rente op de kapitaalmarkt. Maar bij laagblijvende rente op de kapitaalmarkt zal de rekenrente gaan dalen door het aflopen en (her)financieren van leningen tegen een gunstiger rentetarief.

In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Renteschema 2020

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€ 1.002.931

De externe rentebaten (idem)

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten

€ 795.597

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€ 207.334

-/-

€ 258.543 -€ 109.738 -/-

€ 148.805

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€ 646.792

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen

€0 € 292.656

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€ 939.447

1,35%

€ 1.114.597

1,60%

-€ 175.150

-0,3%

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

93

Paragraaf 5 – Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van de gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van de doelen van de gemeente. Bedrijfsvoering is een onderdeel van zowel de primaire processen, dienstverlening aan inwoners, beleids- en bestuurlijke processen als de ondersteunende processen, het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning. De bedrijfsvoering en de daarbij behorende interne ondersteunende en dienstverlenende disciplines zijn: • Control • Financiën • Juridische zaken • HRM / Personeel en organisatie • Communicatie • Documentaire informatie voorziening • Facilitaire zaken • Informatie- en gegevensbeheer (ICT) • Burgerzaken • Vergunningen, toezicht en handhaving • Klantcontactcentrum Met uitzondering van ICT en Control is de bedrijfsvoering bij de gemeente Kaag en Braassem ondergebracht binnen één afdeling. Control is belegd in een afzonderlijke eenheid met een onafhankelijke positie in de organisatie en valt rechtstreeks onder de gemeentesecretaris. Hieronder lichten we de belangrijkste bedrijfsvoeringsonderdelen toe die in 2021 naast de reguliere werkzaamheden extra inspanningen hebben geleverd om de doelstellingen van de bedrijfsvoering te realiseren.

AMBTELIJKE ORGANISATIE EN PERSONEEL EN ORGANISATIE

__________________________________________________________________________ De ambtelijke organisatie van onze gemeente is een professionele organisatie die dienstbaar is aan de samenleving en het bestuur van Kaag en Braassem. Drie jaar geleden zijn we begonnen met een verdere doorontwikkeling van de organisatie. Deze organisatie: • heeft een regiefunctie bij de ontwikkeling en uitvoering van maatschappelijke en ruimtelijke taken; • bereikt efficiënt, effectief en klantgericht maatschappelijke doelen door samen te werken; • benut en stimuleert eigen verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven en instellingen; • communiceert open en duidelijk; • heeft aandacht voor de vraag naar en het leveren van producten en diensten; • ontvangt waardering van de inwoner voor de producten en dienstverlening die worden geleverd en zij laat leveren. De huidige organisatiestructuur moet ons helpen toe te groeien naar een organisatie die bestaat uit een vaste kern met daaromheen een flexibele schil die wordt geactiveerd afhankelijk van de vraag. Zo kan de organisatie altijd kwalitatief goede invulling geven aan taken en rollen die op dat moment gevraagd worden.

94

Op dit moment beschikt de gemeentelijke organisatie van Kaag en Braassem over 144,94 fte incl. 2,22 FTE griffie (in 2020 is tijdelijk sprake van 5,66 FTE bovenformatief). Dit is 5,26 FTE per 1000 inwoners. Van deze 144,94 fte is momenteel 5,91 fte vacant. Dit houdt dus in dat de bezetting 139,03 fte bedraagt wat per 1000 inwoners 5,04 FTE betekent. Omdat de gemeentelijke organisatie een aantal vacatures kent wordt extern ingehuurd om deze vacatures deels in te vullen. Ook wordt er extern ingehuurd als gevolg van projecten of ontwikkelingen die niet binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen. Onder externe inhuur vallen ook de kosten voor onderhoud in de buitenruimte en schoonmaak die worden uitgevoerd door Rijnvicus. In totaal bedroeg de externe inhuur in 2020 € 1.692.301. Ten opzichte van de totale loonsom van € 10.351.518 is dit 16,35%. Binnen de afdeling Bedrijfsvoering zijn alle bedrijfsvoeringstaken van de ambtelijke organisatie ondergebracht. Het merendeel van de activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering wordt tot de overhead gerekend. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij zijn BBV-regels en de uitgangspunten uit de Notitie Overhead van de BBV toegepast. Onze overhead bedraagt in 2020 € 7.056.854.

Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten, zijnde € 66.024.000 bedraagt dit percentage 10,69%. Uitgedrukt per inwoner bedragen de apparaatskosten € 256 per inwoner.

FINANCIËN

__________________________________________________________________________ Al een aantal jaren zijn we bezig met de vernieuwing van de P&C-cyclus en -producten met als doel de raad beter te bedienen en om daarbij de informatie te geven die nodig is om heldere kaders te kunnen stellen, de voortgang scherper te controleren en de mogelijkheid te bieden om sneller bij te sturen, indien nodig. Daarnaast heeft de vernieuwing van de planning&controlfunctie tot doel om de financiële sturing in de ambtelijke organisatie te versterken. De jaarrekening over 2020 zal te raadplegen zijn via www.jaarrekeningkaagenbraassem.nl Ook de begroting voor 2021 is te raadplegen via www.begrotingkaagenbraassem.nl. Onze jaarrekening 2019 is voor de zomervakantie met een goedkeurende verklaring van de accountant door de gemeenteraad vastgesteld en voor 15 juli bij de provincie ingediend. Dit komt vooral door het intensieve voorwerk en overleg met onze samenwerkingspartners. ICT EN INFORMATIEBEHEER

__________________________________________________________________________ Met ingang van 1 januari 2018 is de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem in werking getreden, de samenwerking op het gebied van ICT en automatisering. Uitgangspunt voor de samenwerking is standaardisatie van de I&A-dienstverlening, inclusief de bijbehorende standaardinrichting van de gemeentelijke werkprocessen en het daarbij passende applicatielandschap. De samenwerking heeft als beoogd doel om voor beide gemeenten voordelen te behalen. Hierbij kan gedacht worden aan: • Integratie op procesniveau (zoveel als mogelijk dezelfde applicaties en bijbehorende werkprocessen) om zo meer kwaliteit en efficiency te behalen. • Integratie tussen beide gemeenten in andere werkvelden wordt hierdoor eenvoudig. • De grotere schaal zorgt voor inkoopvoordeel en een betere onderhandelingspositie bij leveranciers. • De grotere schaal maakt het ook mogelijk om specialistische I&A-expertises (als informatieplanning en security management) volwaardig in te vullen en goed te organiseren en daarmee zal de samenwerking beter in staat zijn de noodzakelijke en ambitieuze digitale overheidsagenda te volgen. • Samenwerking noodzaakt een nog verdere professionalisering van de I&A-dienstverlening, uitbouw van de regierol en werken met servicelevels.

95

Informatiebeveiliging Met de VNG-resolutie ‘Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente’ van november 2013 hebben gemeenten afgesproken om de informatiebeveiliging op orde te krijgen en te houden. Eén van de afspraken in de resolutie was dat elke gemeente in het jaarverslag een aparte paragraaf opneemt over informatiebeveiliging, waarin het college verantwoording aflegt aan de gemeenteraad over informatiebeveiliging in brede zin (‘horizontale verantwoording’). Er zijn ook afspraken gemaakt met het rijk voor de ENSIA-verantwoording informatiebeveiliging (‘verticale verantwoording’). ENSIA staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit en betekent eenmalige informatieverstrekking en eenmalige IT-audit. ENSIA is ingevoerd in 2017 en heeft tot doel het ontwikkelen en implementeren van een zo effectief en efficiënt mogelijk ingericht verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten wordt hiermee verder geprofessionaliseerd door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke p&ccyclus. Hierdoor heeft het gemeentebestuur meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid en kan hier ook beter op sturen.

ENSIA helpt gemeenten in één keer slim verantwoording af te leggen over informatieveiligheid gebaseerd op de BIO. De verantwoordingssystematiek over de Basisregistratie personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling (PUN), Digitale persoonsidentificatie (DigiD), Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), Basisregistratie grootschalige topografie (BGT) Basisregistratie ondergrond (BRO) en werk en inkomen (SUWI) is samengevoegd en gestroomlijnd. In 2020 is een zelfevaluatie informatiebeveiliging, DigiD, BRP, PUN, BGT, BRO en BAG gedaan. De resultaten waren over het algemeen goed. Hieronder wordt voor de basisregistraties een overzicht weergegeven van de stand van zaken in 2020. BAG Onderdeel

Waarde Kaag en Braassem

Maximale Score

Gemiddelde score in %

Deelscore Borging Proces

70

80

88 %

Deelscore Actualiteit

0

45

0%

Deelscore Volledigheid

40

40

100 %

Deelscore Juistheid

40

40

100 %

Puntentotaal BAG

150

205

73 %

Waarde Kaag en Braassem

Maximale score

Percentages

Deelscore Borging proces

70

70

100 %

Deelscore Actualiteit

20

20

100 %

Deelscore Volledigheid

30

30

100 %

Deelscore Juistheid

30

30

100 %

Puntentotaal BGT

150

150

100 %

BGT Onderdeel

96

BRO Onderdeel

Waarde Kaag en Braassem

Maximale score

Percentage

Deelscore Borging proces

50

70

71 %

Deelscore Actualiteit

10

20

50 %

Deelscore Volledigheid

20

20

100 %

Deelscore Juistheid

10

10

100 %

Puntentotaal BRO

90

120

75 %

BRP Onderdeel

Waarde Kaag en Braassem

Maximale score

Percentages

Organisatie van de beveiliging

320

400

80

Toegangsbeveiliging

335

400

84

Naleving

125

400

31

Puntentotaal BRP

780

1.200

65

Waarde Kaag en Braassem

Maximale score

Percentages

Organisatie van de beveiliging

150

200

75

Toegangsbeveiliging

215

250

86

Naleving

85

200

43

Puntentotaal Reisdocumenten

450

650

69

Reisdocumenten Onderdeel

De SUWI-zelfevaluatie wordt door de samenwerking met gemeente Alphen aan den Rijn - taken werk en inkomen (SUWI) door Alphen aan den Rijn uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de DigiD, die is gekoppeld aan de website. De website valt onder de Bedrijfsvoeringsorganisatie Rijn en Braassem en is daarmee hier niet opgenomen. De kwaliteit van de basisregistraties is in het algemeen goed op orde. Met betrekking tot de BAG en de BRO zitten we in een inhaalslag; elk jaar wordt de kwaliteit beter. Met betrekking tot de BGT hebben we in 2020 zelfs een 100% score behaald. Met betrekking tot de kwaliteit van de BRP en van de reisdocumenten zitten we op een stabiel niveau. Wat het informatiebeveiligingsbeleid betreft: inmiddels is het aanpassen van het informatiebeveiligingsbeleid aan de BIO, de Baseline Informatieveiligheid Overheid die in de plaats is gekomen van de BIG, de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten, ter hand genomen. Daarnaast vinden activiteiten plaats op het gebied van informatiebewustzijn om informatieveiligheid op een hoger plan te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=02e122d3-9ab9-4148-93c1-2a34e230f9fa