CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 _ OUD

Gemeenteraad 28 juni 2021, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Jaarrekening 202037.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Daarnaast zijn er drie variabele tarieven, gebaseerd op het aantal keer dat een container (afhankelijk van de grootte 140 of 240 liter) of zak restafval wordt geleegd dan wel ingeleverd. De kosten voor de inzameling en verwerking van het afval zijn wederom gestegen. Dit komt vooral door de stijging van de kosten voor de verwerking van het gft-afval; een hoger verwerkingstarief door “vervuild” gft en door minder opbrengst van de inzameling van oud papier. Dit gebeurt nu door Cyclus. Ons beleid is om de tarieven voor afvalstoffenheffing kostendekkend te laten zijn. De kostendekkendheid is 88%. Er zal de komende jaren worden toegewerkt naar een kostendekkendheid van 100%. Rioolheffing De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het GRP 2019-2023. Het uitgangspunt is 100% kostendekkendheid. Op basis hiervan zijn de tarieven naar boven bijgesteld en gecorrigeerd met het inflatiecorrectiepercentage. Het GRP is bijgesteld en geactualiseerd vanwege de daling van de renteomslag (van 3,12% naar 1,6%) en het hogere aantal aansluitingen dan waar eerder van was uitgegaan. Dit is noodzakelijk voor het kunnen onderbouwen van de meerjarige kostendekkendheid van de rioolheffing. Van een mogelijke differentiatie van tarieven is afgezien. Wellicht komt dit weer ter sprake bij de meerjarenbegroting.

Forensenbelasting De tarieven voor deze belasting zijn volgens de tariefontwikkeling aangepast. Alle woonbootlocaties zijn geïnventariseerd en opnieuw in kaart gebracht. Daarbij zijn alle bestemmingsplannen geraadpleegd zodat goed inzicht is verkregen in de locaties die permanent zijn en die recreatief zijn. Op de meeste locaties, die bereikbaar waren, zijn foto’s gemaakt van de woonarken en zijn de arken visueel beoordeeld. Dit heeft uiteindelijk tot gevolg gehad dat 227 objecten zijn ingedeeld in de hoogste tariefklasse. Het vorig jaar waren dit er 127.

57

Diverse leges 2020 Voor indiening van een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt gestuurd op digitale indiening. Hiervoor is een landelijke voorziening ingesteld. De leges voor niet-digitale aanvragen worden verhoogd. Tegelijkertijd is een korting op de leges van toepassing als er sprake is van een gecoördineerde behandeling van aanvraag omgevingsvergunning en het wijzigen van het bestemmingsplan. De inkomsten aan leges omgevingsvergunningen zijn gedaald. Landelijke ontwikkelingen. Van m3 naar m2; WOZ waarden zijn nu nog bepaald door woningen onderling te vergelijken aan de hand van de bruto inhoud van de woningen. De WOZ-waarden van woningen naar waardepeildatum 1 januari 2021 die in 2022 worden vastgesteld, zullen gebaseerd moeten zijn op taxaties waarbij woningen zijn vergeleken op basis van de gebruiksoppervlakte. De gebruiksoppervlakte omvat het aantal m2 om te wonen, zowel in als onder de woning met een minimale stahoogte van 1,5 meter. Ook aangebouwde delen die dicht zijn worden meegeteld; alles volgens de meetmethodiek NEN 2580. Hoewel deze nieuwe manier van meten geen direct effect zal hebben op de WOZ-waarde van de woning, kunnen bij controle of omzetting nieuwe zaken worden gesignaleerd die wél kunnen leiden tot verhoging van de WOZ. De werkzaamheden die met de omzetting gepaard gaan, zullen extra kosten met zich meebrengen.

Het WOZ-waardeloket maakt WOZ-waarden van woningen voor iedereen openbaar. Er is recente jurisprudentie van het Gerechtshof inzake een vrijstelling van dijkpercelen voor de OZB. Voor onze gemeente gaat het om ca. 1200 percelen. De tarieven zullen worden doorgerekend met de impact van deze uitspraak. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe basisregistratie SOR, Samenhangende Objecten Registratie) waarin o.a. de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) zullen opgaan. De realisatie van de SOR is een belangrijk instrument voor de uitvoerbaarheid van bestuurlijk belangrijke trajecten zoals de energietransitie en de invoering van de Omgevingswet. OVERZICHT BELASTINGDOMEIN GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM De hierna volgende tabel geeft overzicht van het lokale belastingdomein van de gemeente: bedragen x € 1.000 Belastingsoort ozb eigenaren woningen

begroting 2020 na wijziging

werkelijke opbrengst 2020

4.128

4.180

ozb eigenaren niet-woningen

705

826

ozb gebruikers niet-woningen

526

639

rzb eigenaren woningen

6

20

Inzameling grof huishoudelijk afval

58

80

afvalstoffenheffing

2.998

3.038

rioolheffing

3.321

3.732

forensenbelasting

316

347

precariobelasting

2.926

2.928

grafrechten

63

120

marktgelden

16

14

1.237

1.634

leges omgevingsvergunningen leges snelle motorboten

50

56

leges burgerzaken

526

624

16.877

18.238

58

Kostendekkendheid Sinds 2017 is extra informatie verplicht waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de baten de lasten niet overschrijden. De informatie inzake kostendekkendheid wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De taakvelden afvalinzameling, riolering, begraafplaatsen, omgevingsvergunningen en overige leges (burgerzaken) worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten alsook de overige vergunningverlening op basis van de APV. Nr 1 2 3 4 5 6 7

Afvalinzameling en –verwerking (taakveld 7.3) Kosten taakveld afval (netto) BTW Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten

8

Kostendekking

rekening 2020

2.600.587 485.308 453.327 10.904 3.550.127

-3.118.944 431.183 88%

1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. 2. Extracomptabele toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de BTW-plicht gemeente. 3. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 4. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels. Nr 1a 1b 2 3 4 5 6 7

Beheer rioleringsstelsel en waterzuivering (taakveld 7.2) Kosten taakveld riolering en waterzuivering Storting in reserve en voorziening riool BTW Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten

8

Kostendekking

rekening 2020 2.039.006 511.822 270.000 491.776 436.198 3.748.801 -3.732.429 16.372 100%

1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in de geactualiseerde GRP aangevuld met de taakgerichte uren. 2. Extracomptabele toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de BTW-plicht gemeente. 3. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 4. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels.

59

Nr 1 2 3 4 5 6

Begraafplaatsen (taakveld 7.5) Kosten taakveld begravingen Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten

7

Kostendekking

rekening 2020 90.710 7.603 13.345 111.658 -120.489 -8.831 108%

1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld begraafplaatsen. 2. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 3. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels. Nr 1 2 3 4 5 6

Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.3) Kosten op de taakvelden Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten

7

Kostendekking

rekening 2020 965.940 421.317 0 1.387.256 -1.633.519 -246.263 118%

1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). 2. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 3. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels. De hogere kostendekkendheid wordt veroorzaakt door een toename van het aantal aanvragen waaronder een aantal grote projecten. Nr 1 2 3 4 5 6

Leges: Overige leges (Burgerzaken) (taakveld 0.2) Kosten op de taakvelden Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten

7

Kostendekking

rekening 2020 427.827 159.802 0 587.629 -679.336 -91.707 116%

1. Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier op persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. 2. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend met inachtneming van de BBV-regels. Vijftig procent wordt verdeeld op basis van de directe loonkosten en de andere vijftig procent wordt verdeeld op basis van de kosten van het taakveld. 3. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBV-regels. De hogere kostendekkendheid wordt veroorzaakt door het feit dat er geen kosten met betrekking tot verkiezingen waren in 2020 en dat er een toename is in de ontvangen leges AVOI (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren). De leges AVOI waren in het verleden beperkt en hadden geen grote invloed op de kostendekkendheid en zijn in de afgelopen jaren steeds verantwoord op

60

taakveld burgerzaken. De leges AVOI zijn in de afgelopen jaren door gebruik te maken van een digitale techniek echter fors toegenomen. Dit is structureel en nu dit aandeel steeds groter wordt, geeft dit een vertekend beeld in de kostendekkendheid. De leges hebben te maken met de ondergrondse infrastructuur en zullen daarom vanaf de begroting 2022 worden overgeheveld naar taakveld wegen, zodat bij het taakveld burgerzaken een zuivere kostendekkendheid zichtbaar wordt.

TOTALE WOONLASTEN MEERPERSOONSHUISHOUDENS Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven. Gemiddelde woonlasten meerpersoonhuishoudens (conform Coelo)

Bedrag 2019

2020

OZB

€ 332

€ 351

Afvalstoffenheffing

€ 280

€ 262

Rioolheffing

€ 272

€ 277

Totaal woonlasten

€ 884

€ 891

KWIJTSCHELDINGSBELEID Een belastingplichtige die een inkomen heeft van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gedeeltelijke of volledige kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten. Onderstaand alle kwijtscheldingsverzoeken die zijn ingekomen in 2020 over belastingjaar 2020 en eventueel al afgehandeld in 2020. Ook zijn hierbij alle automatische kwijtscheldingen meegenomen over belastingjaar 2020. In het overzicht zijn niet de meerjarige kwijtscheldingsverzoeken over oudere jaren meegenomen. Overzicht ingediende kwijtscheldingsverzoeken 2020 Omschrijving

Aantal 2019

Aantal 2020

Bedrag

(geheel of gedeeltelijk) toegewezen

201

112

€ 49.233

afgewezen

147

153

€ 47.052

in behandeling

61

34

€ 11.356

Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken

409

299

€ 107.642

61

Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in het weerstandsvermogen in het verslagjaar 2020 en de ontwikkelingen bij de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: 1. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen om aanwezige risico’s te kunnen opvangen). 2. Een inventarisatie van de risico’s van materiële betekenis voor de financiële positie, zoveel als mogelijk gekwantificeerd (financiële consequenties x ingeschatte kans). 3. Inzicht in het incidenteel weerstandsvermogen per balansdatum en in het structureel weerstandsvermogen in de periode 2020 – 2023. 4. Inzicht in de financiële kengetallen. Het uitwerken van deze paragraaf gebeurt conform het door de raad in 2019 vastgestelde beleid in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (Nota R&W) voor de periode 2020 – 2023.

ONTWIKKELINGEN RISICOANALYSE IN HET VERSLAGJAAR 2020 Onderstaand worden de risico’s zoals geïnventariseerd en gekwantificeerd bij de begroting 2020 beschouwd ten opzichte van de ontwikkelingen in het verslagjaar 2020. 1. Wmo Begroting 2020 Wmo incidenteel risico De Wmo betreft een openeinderegeling. Dit betekent dat wij als gemeente maatschappelijke ondersteuning moeten bieden, ook als het budget op is. Een aantal dure woningaanpassingen kan bijvoorbeeld extra lasten met zich meebrengen. Omdat het onzeker is wanneer inwoners meer dan verwacht een beroep doen op een dergelijke woningaanpassing, is ervoor gekozen hiervoor een risico op te nemen in de risicoparagraaf. Een aanvraag voor een grote woningaanpassing staat op zichzelf en heeft geen structureel effect, maar heeft mogelijk een incidenteel effect op de algemene reserve. Op basis van ervaringscijfers van voorgaande jaren achten wij het verantwoord om dit risico incidenteel in te schatten op € 150.000 met een kans van 50%. Wmo structureel risico Per 1-1-2020 vinden er wijzigingen plaats in de wet- en regelgeving Wmo. Vooralsnog is het uitgangspunt in de begroting 2020 dat deze geen financiële gevolgen hebben, maar dat is nog erg onzeker. Het gaat hierbij met name om de invoering van het abonnementstarief en in mindere mate om wijzigingen rondom de verstrekking van hulpmiddelenzorg.

62

Invoering abonnementstarief Wmo Het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen, in plaats van een inkomensafhankelijke bijdrage, wordt 1 januari 2020 definitief van kracht. In 2019 is reeds een tussenvorm ingevoerd. De inkomsten vanuit eigen bijdragen voor Kaag en Braassem in 2018 bedroegen € 182.000, voor 2020 wordt een inkomst van € 72.000 verwacht. Een daling van € 110.000. Daarnaast verwachten gemeenten als gevolg van het wetsvoorstel een aanzuigende werking, met name een toenemende vraag naar huishoudelijke hulp van mensen die dit nu zelf geregeld hebben, een toenemende vraag naar (duurdere) hulpmiddelen zoals scootmobielen en een toenemende vraag naar woningaanpassingen. In 2019 ziet onze uitvoeringsorganisatie Participe het aantal afgegeven beschikkingen voor huishoudelijke ondersteuning, vervoer- en woonvoorzieningen toenemen. Hierbij is het lastig om te beoordelen of dit wordt veroorzaakt door het abonnementstarief of dat hier ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen. Vanuit het regeerakkoord is een structureel bedrag ter compensatie aan de gemeenten beschikbaar gesteld, voor Kaag en Braassem is dit € 186.000 in 2020, oplopend naar € 191.000 in 2021. Of dit voldoende is om zowel de verminderde inkomsten als de toenemende kosten op te vangen is op dit moment nog niet in te schatten.

De VNG voert voor de jaren 2019 tot en met 2022 een monitor uit op de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Aan de hand van de uitkomsten bespreekt de VNG straks met de minister over passende maatregelen, als de financiële gevolgen groter blijken dan eerder begroot. Hulpmiddelenzorg naar de Wlz Vanaf 1 januari 2020 wordt ook de regelgeving verstrekking hulpmiddelenzorg vereenvoudigd. Mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en scootmobiel) worden voor alle cliënten in een Wlzinstelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo. Hulpmiddelen voor zorgverlening en wonen voor algemeen gebruik worden uit de Wlz betaald (zoals tilliften en hoog-laagbedden). Hoe dit precies wordt ingevoerd en hoe de overgangsregeling eruit ziet is op dit moment nog niet volledig uitgewerkt. Voor de wijziging wordt een bedrag uit het gemeentefonds gehaald ten gunste van de Wlz. (zie ook www.informatielangdurigezorg.nl) Het bedrag wordt geschat op € 15 miljoen landelijk maar wordt pas eind 2020 definitief vastgesteld. In de begroting 2020 wordt ervan uitgegaan dat het financiële effect van deze maatregel nihil is. Jaarrekening 2020 Wmo incidenteel risico In de jaarrekening 2019 hadden we al vermeld dat we voor 2020 aanspraak zouden moeten doen op de risicoreserve.

Er waren op dat moment namelijk al twee grote aanvragen binnen voor 2020: deze twee aanvragen bedroegen in totaal € 165.000. Zowel bij de reguliere woningaanpassingen als bij de duurdere woningaanpassingen hebben we te maken met stijgende prijzen. Om die reden stellen we voor de impact van een dure woningaanpassing te verhogen van € 150.000 naar € 165.000. De kans hierop blijft gelijk, namelijk 50%, waarmee het incidentele risico uitkomt op € 82.500. Wmo structureel risico Invoering abonnementstarief. In 2020 waren de kosten hoger dan in voorgaande jaren door een toename van het aantal aanvragen én doordat de voorzieningen in prijs zijn gestegen. In totaal is in 2020 ruim € 400.000 aan woningaanpassingen besteed (tegenover € 146.000 in 2019). Hiervan betrof € 165.000 dure woningaanpassingen (incidenteel, zie boven). Blijft over een last van € 235.000 aan reguliere woningaanpassingen. Hiervoor is € 106.000 structureel in de begroting geraamd, waardoor we dus een tekort hierop hadden van € 129.000). Voor de eigen bijdrage is structureel een bedrag geraamd van € 200.000. Door het abonnementstarief is in 2020 slechts € 107.000 aan eigen bijdragen ontvangen. Dit geeft een tekort van € 93.000. Ervan uitgaande dat we van het rijk € 186.000 aan extra middelen hiervoor hebben gehad, was dit onvoldoende om de hogere lasten en de lagere inkomsten te dekken.(totaal extra lasten en lagere

63

opbrengst was namelijk € 222.000. De extra bijdrage van het Rijk was daarmee in 2020 € 36.000 te laag. Bij de Richtnota 2022 wordt nader onderzocht of we de risicoparagraaf hierop aanpassen of dat we de budgetten voor de voorzieningen en de eigen bijdragen in onze begroting structureel hierop moeten aanpassen. 2. Reguliere jeugdhulp Begroting 2020 In 2017 is de jeugdhulp succesvol aanbesteed en is een contract afgesloten met GO! voor Jeugd (GO!). 2018 was grotendeels een overgangsjaar (tot augustus), waarbij de jeugdhulp is overgedragen aan GO!. 2019 is het eerste jaar dat de jeugdhulp volledig door GO! wordt geleverd. In de Richtnota 2020-2023 (lokale ontwikkelingen) is het budget bijgesteld conform de afspraken met GO!. Bij de inschrijving heeft GO! risico’s geïnventariseerd. Als deze risico’s zich voordoen en beheersmaatregelen leveren onvoldoende resultaat, kan het – op grond van de overeenkomst – zo zijn dat we extra budget toekennen. De impact hiervan hebben we gelijkgesteld aan het verschil tussen de omvang van de kosten voor jeugdhulp in 2017 en de jaarbedragen waarvoor GO! zich heeft ingeschreven. Wij schatten de kans op hogere kosten in 2019 in op 50%. In verband met het wijzigen van de regels rondom het woonplaatsbeginsel is de kans in de contractjaren 2020 en 2021 lager, te weten 30%.

Indien het contract door GO! wordt beëindigd per 2022 is het risico groot dat de kosten voor jeugdhulp in 2022 en 2023 aanzienlijk zullen stijgen. De kans op hogere kosten wordt dan geschat op 80%. Jaarrekening 2020 Bij de inschrijving heeft Go! voor Jeugd risico’s geïnventariseerd. Als deze risico’s zich voordoen en beheersmaatregelen leveren onvoldoende resultaat, kan het – op grond van de overeenkomst – zo zijn dat we extra budget toekennen. In 2020 heeft één van de risico’s zich voorgedaan (net als in voorgaande jaren). Het betreft hier het uitstel van het woonplaatsbeginsel, waardoor GO! meer kosten moet maken. Daarna hebben zich wetswijzigingen voorgedaan en werd GO! geconfronteerd met autonome ontwikkelingen en corona, waarop zij geen invloed hadden en die zij niet hadden kunnen voorzien. Daarom zijn er in 2020 extra middelen toegekend aan GO! ter hoogte van € 1.491.920. Deze extra kosten zijn voor een groot deel bij de voortgangsmonitor bijgeraamd (€ 1.051.005). Het restant € 442.915) komt ten laste van het jaarrekeningresultaat, maar is deels gedekt binnen het MAG-thema 335 Leven / Ontwikkeling / Wettelijke taken door andere meevallers (o.a. onderbesteding PGB’s). Voor 2021 en 2022 zijn nieuwe contractafspraken gemaakt met GO!. Daarom hebben we voor deze jaren het risico ingeschat op € 0. In 2022 vindt er een aanbesteding plaats. Wat de kosten voor 2023 e.v.

worden is nog onzeker. Aan de andere kant is het ook nog onzeker in hoeverre er vanuit het Rijk nog structureel extra gelden komen om de hogere lasten bij Jeugd te kunnen dekken. Doordat er nog te weinig hierover bekend is, hebben we de jaren 2023 e.v. ingeschat met een pm. 3. JB/JR en gesloten jeugdhulp Begroting 2020 De zorg verband houdende met jeugdbescherming/jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp wordt regionaal ingekocht via Jeugdhulp Holland Rijnland. Voor deze vormen van jeugdhulp geldt een wettelijke regionale samenwerking. Eind 2018, na afronding van de begroting 2019, moest regionaal een keuze gemaakt worden op basis van welke verdeelsleutel de kosten over de diverse gemeenten zouden worden verdeeld. Inmiddels is bekend dat voor de begroting en realisatie 2020 zal worden gerekend met een gemiddelde over de realisatie van de jaren 2016, 2017 en 2018. In 2018 zagen we een stijging in met name de kosten voor gesloten jeugdhulp, als gevolg van een toename van het aantal jeugdigen in deze relatief dure vorm van jeugdhulp. De stijging is hoger dan die in de regio waardoor wij voor onze gemeente in 2020 rekening moeten houden met een hoger aandeel van de totale kosten JB/JR en gesloten jeugdhulp. Binnen zowel JB/JR en gesloten jeugdhulp zien we de kosten (regionaal) toenemen, anderzijds weten we nu wel met welke verdeelsleutel we rekening

64

moeten houden. Het risico is daarom voor 2020 en verder bijgesteld naar € 50.000 met een kans van 50% dat dit risico zich voordoet. Jaarrekening 2020 Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Voor JB/JR hebben we een kleine overschrijding die we konden opvangen binnen onze begroting. In de begroting 2021 e.v. is het budget voor TWO met 3% verhoogd. Met deze verhoging achten wij het verantwoord om het risico te handhaven op € 50.000 met een kans van 50% dat het zich voordoet. 4. Sociale woningbouw Begroting 2020 In 2018 heeft uw raad de grondexploitaties voor sociale woningbouw bij de locaties Gerardusschool, Van Egmond en Van Alcmaerlaan geopend. De restantboekwaarde van de Gerardusschool is ten laste van de algemene reserve gebracht. Ook is er in 2018 bij de opening van de grondexploitaties en later ook actualisaties daarvan een verliesvoorziening getroffen ter dekking van te verwachten verliezen op deze grondexploitaties. Voor de risicoparagraaf blijft dan alleen nog de ontwikkeling van het Connexxionterrein over als risico. Of daar sociale woningbouw gaat komen of dat het terrein een andere bestemming gaat krijgen is nog niet bekend. Wel hebben we te maken met een boekwaarde die in welke ontwikkeling dan ook betrokken moet worden. Afhankelijk van welke ontwikkeling het gaat worden, zal het bedrag van het verlies hoger of lager zijn.

De kans dat de volledige boekwaarde moet worden afgeboekt is daarom bij begroting 2019 bijgesteld naar 50%. Deze inschatting blijft nu ongewijzigd. Met een boekwaarde van € 1.050.000 komt het incidentele risico voor deze post uit op € 525.000. Jaarrekening 2020 De noordelijke helft van het perceel van het Connexxionterrein is in 2014 aan de provincie ZuidHolland verkocht ten behoeve van de reconstructie van de N207. Het resterende deel van de kavel is beoogd bedrijventerrein. In afwachting van besluitvorming over de passage N207 hebben geen concrete activiteiten plaatsgevonden. Daarnaast is deze locatie in beeld voor de realisatie van extra sociale woningbouw en heeft zich een initiatiefnemer gemeld voor deze locatie. Omdat nog steeds niet duidelijk is wat de uiteindelijke ontwikkeling van dit gebied zal zijn, bestaat nog steeds de kans dat in dit gebied sociale woningbouw gerealiseerd gaat worden. In dat geval zal het te nemen verlies in de grondexploitatie hoger zijn dan bij realisatie van een bedrijventerrein. Voor de kans dat dit verlies moet worden genomen, is dit risico opgenomen. Met een boekwaarde van afgerond € 1.165.000 en een kans van 50% komt het incidentele risico voor deze post uit op € 582.500. 5.

Pontveren Begroting 2020 Op basis van de inschrijving heeft dit risico zich voorgedaan en wordt bij de Najaarsnota aan uw raad voorgesteld het budget voor pontveren op te hogen. Op basis van de 1e kwartaalcijfers van 2019 van de nieuwe exploitant lijkt hiermee de bijdrage toereikend en leidt de afgesproken nacalculatie op 1 april 2020 zoals de cijfers er nu uitzien niet tot een hogere bijdrage. Omdat er een open einde in de contractafspraken zit, willen we dit risico wel in beeld houden, maar kunnen we het op basis van de eerste cijfers en daarop gebaseerde verwachtingen op pm zetten. Jaarrekening 2020 Het risico op een hogere bijdrage heeft zich niet voorgedaan in 2020. Bij de Richtnota 2022 zal worden beoordeeld of er nog redenen zijn om dit risico in beeld te blijven houden of niet. 6. Kunstwerken (bruggen, duikers etc.) Begroting 2020 6.1 Kunstwerken – onderzoek eigendomsverhoudingen In 2018 is gestart met ene herziening van het beheerplan voor kunstwerken binnen de gemeente. Hierbij is gekozen voor een risico gestuurde beheersaanpak. Aan de hand hiervan is de staat van onderhoud van de primaire kunstwerken

65

(kernvoorraad) in beeld en de inschatting van het meerjarig onderhoud op orde gebracht. In 2019 is er verdere invulling gegeven aan dit plan. Zoals ook in andere gemeenten is er nog een slag te maken in onderzoek naar secundaire kunstwerken voor wat betreft eigendomsverhoudingen, verplichtingen en de beoordeling van de onderhoudsstaat. Daarna zal voor primaire en secundaire kunstwerken de risicogestuurde toets plaatsvinden op de constructieve staat. In 2020 zal nader worden onderzocht of en wat de mogelijke financiële consequenties zijn. Op basis van inschattingen van het aantal te onderzoeken objecten schatten we het risico op € 250.000. De kans dat verder onderzoek noodzakelijk is, wordt op 80% geschat. De verwachting is dat we dit risico in 2020 gerichter kunnen kwantificeren. 6.2 Kunstwerken – gevolgen vervolgonderzoek. In 2020 worden de uitkomsten van eigendomsverhoudingen, onderzoeken en inspecties inzichtelijk. Indien hieruit kunstwerken naar voren komen die onder beheer van de gemeente vallen, moet nader onderzoek naar de staat van de brug worden uitgevoerd. Pas na afronding daarvan weten we welke opgaven voor (groot) onderhoud op ons af komen en op welke termijn. Vooralsnog kan dit risico niet gekwantificeerd worden en is deze op pm gezet. 6.3 Kunstwerken - Langebrug.

Na het opstellen van onze begroting 2019 is gebleken dat wij toch eigenaar zijn van de Langebrug en volledig de kosten van vervanging moeten dragen. Intussen heeft de raad besloten een voorbereidingsbudget beschikbaar te stellen. Er wordt gewerkt aan een raadsvoorstel waarin de uitkomsten van de variantenstudie en de financiële gevolgen worden gepresenteerd. Besluitvorming is eind 2019 voorzien. De bandbreedte ligt tussen de € 2,0 miljoen en de € 3,0 miljoen, voorlopig wordt dit risico daartussen gekwantificeerd op € 2,25 miljoen. Na het beschikbaar stellen van het bedrag door de raad in het najaar van 2019 kan dit risico in 2020 vervallen. Jaarrekening 2020 6.1 Kunstwerken – onderzoek eigendomsverhoudingen en 6.2 Kunstwerken – gevolgen vervolgonderzoek. In 2020 heeft onderzoek plaatsgevonden naar volgorde (prioritering) van het onderzoek naar de constructieve staat. Hiervoor zijn 60-70 kunstwerken onderzocht waaruit een lijst met volgorde en een inschatting van de kosten is gekomen. De bevindingen en de financiële consequenties worden in het voorjaar van 2021 met uw raad gedeeld en verwerkt in de Richtnota en meerjarenbegroting. Iedere vier tot vijf jaar worden de bruggen opnieuw onderzocht en wordt het beheerplan geactualiseerd. Daarmee kunnen we de kosten vanaf 2022 opvangen binnen de beheerplannen en de daarop aangepaste meerjarenramingen.

6.3 Kunstwerken - Langebrug Voor de Langebrug in Oud Ade en de houten bruggen in Woubrugge is bij het vaststellen van de jaarstukken 2019 in 2020 een voorziening getroffen. De kosten voor het herstellen van de bruggen en het opheffen van de onveilige situatie met betrekking tot deze bruggen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Met het treffen van deze voorziening is dit risico in 2020 komen te vervallen. 6.4 Kunstwerken – Noorderhemwegbrug Uit de inspectie van 2018 komt naar voren dat in 2022/2023 onderhoud nodig is aan de Noorderhemweg. De omvang van de onderhoud is groot, ca 1,5 miljoen en maakt dat de constructie weer 20 tot 30 jaar mee kan gaan. Ook is de vervanging globaal geraamd. Deze is een factor 2 tot 3 groter dan het onderhoud maar dan heeft de brug een levensduur van ca 100 jaar, de werkzaamheden moeten binnen ca 10 jaar gebeuren. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan de inrichting van Braassemerland. Uit de inrichting van Braassemerland komt naar voren dat er mogelijk verkeer afgewikkeld dient te worden over de Noorderhemweg. Bij inbreiding van het Braassemerland bestaat er het risico dat de Noorderhemweg verbreed dient te worden. Dan zal de omvang, afhankelijk van de keuze, van de investering liggen op

66

4 tot 6 keer de omvang van groot onderhoud. In het 3e kwartaal 2021 zal er op dit onderdeel een raadsvoorstel worden gepresenteerd. 7. Asbestverwijdering Begroting 2020 In het verleden zijn in het kader van het project Braassemerland vastgoedobjecten aangekocht die niet bij dit project betrokken zullen worden. In een aantal gevallen is sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. De kosten van de sanering hiervan komen voor rekening van de gemeente. Afhankelijk van de keuze in concrete gevallen zullen wij overgaan tot het uitvoeren van de sanering of tot verkoop van het betrokken object in de huidige staat. Kwantificering van dit onderdeel is niet mogelijk zodat hier moet worden volstaan met een pm-vermelding. Jaarrekening 2020 Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. In 2020 zijn alleen kosten gemaakt voor asbestinventarisaties. Hier zijn in 2020 geen werkzaamheden voor asbestsaneringen uit voortgekomen. 8.1 en 8.2 Bestrijding essentaksterfte/ kastanjebloedingsziekte/ eikenprocessierups Begroting 2020 De essen in de gemeente zijn aangetast door essentaksterfte en kastanjes door de kastanjebloedingsziekte. Ieder jaar komt de boom in een nieuwe ziektefase. Het verloop van de ziekte wordt nauwkeurig gemonitord. Zieke bomen worden verwijderd, als deze een gevaar (gaan) vormen voor de veiligheid.

Naarmate de ziekte verder verloopt, wordt de kans op verwijderen groter. Het bedrag voor hogere lasten is verhoogd omdat we daarnaast verplichte maatregelen moeten nemen in verband met de aanwezigheid van de eikenprocessierups. Omdat we dit tot nu toe binnen de bestaande budgetten konden opvangen, maar de kosten naar de toekomst toe naar verwachting hoger worden, wordt de reservering hiervoor in eerste instantie incidenteel opgevangen binnen deze risicoparagraaf. We hebben hiervoor de impact verhoogd met € 5.000. Na een aantal jaren ervaring, zal het waarschijnlijk nodig blijken hiervoor structureel een budget op te nemen in onze begroting en is inzichtelijk hoe hoog dit budget zal moeten zijn. Jaarrekening 2020 Jaarlijks laten we een monitoring uitvoeren voor essentaksterfte, ook dit jaar heeft deze plaatsgevonden, voor het derde jaar op rij lijken de effecten van sterfte mee te vallen, de verwachting is dat de het effect van de essentaksterfte mede beperkt zijn door de droogte. Er zijn circa 10 essen verwijderd in het afgelopen jaar. De essen zijn verwijderd binnen het regulier onderhoud. Er zijn in alle gevallen andere soorten bomen voor teruggezet. De kosten hiervan bedroegen in totaal circa € 5.000 en zijn ten laste van het reguliere budget gebracht.

8.1 Eikenprocessierups In de begroting 2020 was het risico bestrijding eikenprocessierups opgenomen bij het risico bestrijding essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte. Deze is in de Richtnota separaat opgenomen in verband met verplichte maatregelen voor de bestrijding van de eikenprocessierups, vallend onder milieu (ongediertebestrijding). Dit risico is ongewijzigd opgenomen in de Richtnota 2021 ten opzichte van de begroting 2020. De impact is geraamd op € 10.000 met een kans van 50% dat dit zich voordoet. De structurele impact is daarmee € 5.000. In vergelijking met de kosten die andere gemeenten maken in de bestrijding van de rups is dit beperkt. Experts geven aan dat de groeiende overlast een tendens is die de komende jaren aanhoudt. Een goede oplossing voor de bestrijding van de rups is nog niet voorhanden. Echter zien we op basis van de uitgaven in 2019 geen reden om het structurele risico voor onze gemeente naar boven bij te stellen. Na een aantal jaren ervaring zal blijken of het nodig is om hiervoor structureel een budget op te nemen in onze begroting.

67

Jaarrekening 2020 De kosten in 2020 in verband met het verwijderen van de nesten van de eikenprocessierups waren minder dan voorgaand jaar. Mogelijk heeft het aanbrengen van de mezenkasten in het voorgaande jaar nu een positief effect gehad. De werkelijke kosten voor de eikenprocessierups bedroegen in 2020 circa € 4.000. 9. Openbaar groen Begroting 2020 Het budget voor openbaar groen dient ter dekking van de inhuur vanuit de sociale werkvoorziening Rijnvicus, renovatie projecten (combinaties riool/weg/groen) van onderhoud en aankoop van beplanting (plantsoenen, bomen, etc.) en de kosten voor maaien (gazons, bermen etc.). Binnen openbaar groen is de afgelopen periode ingezet op het zo nauwkeurig mogelijk in kaart brengen van het areaal van de gemeente. Daarnaast is door de nieuwbouwwijken het areaal toegenomen. Vervolgens is aan de hand van eenheden in het beheerssysteem, reële levensduur van planten en bomen en de prijs van vervanging per eenheid berekend hoeveel budget er minimaal nodig is om het vastgestelde beleid, conform de uitgangspunten in het IBOR 2015, te continueren. Hieruit is gebleken dat de huidige budgetten niet toereikend zijn. In het najaar gaan wij in gesprek met uw raad over het paarse blok “openbaar groen in de wijk”. Hierbij zal er een discussie plaatsvinden over de kwaliteit van de buitenruimte en daarmee de uitgangspunten voor het IBOR.

Indien de kwaliteitseisen naar beneden worden bijgesteld naar aanleiding van de discussie in het najaar, dan is de financiële impact kleiner dan hierna is aangegeven. Indien de kwaliteitseisen niet wijzigen en het beleid van 2015 wordt gecontinueerd, dan is het verschil tussen de huidige budgetten en het bedrag vanuit de nieuwe berekeningen structureel circa € 156.000. De kans dat we hogere kosten gaan krijgen bij voortzetting van het vastgestelde beleid is groot en is op 90% gezet. Jaarrekening 2020 Begin 2020 is het IBOR 2020-2024 vastgesteld. Het nieuwe IBOR is grotendeels ongewijzigd vastgesteld. De beschikbare budgetten zijn na vaststelling structureel opgehoogd met € 32.000. Daarnaast is het budget in 2020 incidenteel opgehoogd vanuit Focus met Ambitie met € 100.000. Daarmee was het budget voor 2020 toereikend en heeft dit risico zich niet voorgedaan. Ook voor 2021 is het budget incidenteel opgehoogd vanuit Focus met Ambitie. Daarom is het risico voor 2021 op € 0 ingeschat. Voor 2022 e.v. is het risico niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2021 en blijft daarmee op € 136.000 met een kans van 90%. 10. Implementeren Omgevingswet Begroting 2020 De nieuwe Omgevingswet betekent een volledige herziening van de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. De regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water worden gebundeld.

De wet zou medio 2019 in werking treden, maar momenteel is de verwachting dat de Omgevingswet in 2021 in werking treedt. Naast de brede herziening van de regelgeving vraagt de Omgevingswet ook om een andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Integraal werken en meer ruimte voor initiatieven zijn belangrijke uitgangspunten. De rijksoverheid betaalt de investeringskosten die samenhangen met de wet zoals de centrale digitale voorzieningen. Gemeenten moeten zelf de kosten dragen voor de transitie naar het werken met de nieuwe wetgeving. De omslag in wetgeving vraagt om een zorgvuldige voorbereiding in de gemeente. Dat geldt voor de aanpassing van (digitale) systemen, het voorbereiden van de nieuwe visie, plannen en vergunningstrajecten en om verandering in houding en dienstverlening. De VNG heeft een rekenmodel ontworpen waarmee gemeenten een eerste indicatie kunnen krijgen van kosten voor de invoering van de Omgevingswet. Het model werkt op basis van gemeentegrootte en omvat de visieen planvorming, de instrumenten, dienstverlening, werkprocessen, opleidingen en de informatiearchitectuur. De uitkomsten zijn in deze fase slechts indicatief op te vatten. Een eerste

68

doorrekening voor Kaag en Braassem resulteert in een bedrag van € 2,4 miljoen voor de invoeringskosten tot en met 2024. Afhankelijk van de concrete veranderopgave in Kaag en Braassem zijn de invoeringskosten en exploitatielasten op een later moment meer exact in beeld te brengen. Vooralsnog nemen we dit bedrag op als een risicoreservering onder aftrek van de werkelijke bestede bedragen van 2017-2018 (€ 248.000) en de jaareindeverwachting voor 2019 (€ 202.500). In de Richtnota is een raming voor 2020 opgenomen van € 200.000. Gebaseerd op het rekenmodel worden de overige implementatiekosten voor 2021 tot en met 2024 nog ingeschat op € 1.750.000. Tot er nieuwe (betere) berekeningen bekend zijn, gaan we uit van de bestaande berekeningen. Jaarrekening 2020 In 2020 is één medewerker bezig geweest met werkzaamheden voor het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn er kosten gemaakt voor ondersteuning bij het opstellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan en zijn er organisatiekosten gemaakt voor het houden van bijeenkomsten en het maken van een video bij de Omgevingsvisie. De totale werkelijke kosten in 2020 bedroegen € 156.000. Naast het bedrag dat in 2021 in de begroting is opgenomen, blijft voor 2022 e.v.

in de risicoparagraaf een bedrag gelabeld van € 2.400.000 (totaal raming implementatie) -/- € 538.492 (werkelijk besteed in 2017 t/m 2020) -/- € 200.000 (begroot in 2021) en -/- € 44.000 (voorgesteld over te hevelen naar 2021) en -/- € 33.292 (voorgesteld extra te ramen in 2021 in verband met ICT) = € 1.584.216 11. Afvalinzameling/ afvalverwerking Begroting 2020 Onder meer door de ambitie van een meer circulaire economie stijgen landelijk de kosten voor afvalinzameling en –verwerking (voornamelijk bijdrage Cyclus) en stijgt de afvalbelasting. De kans bestaat dat de inzamelings- en verwerkingskosten zodanig stijgen dat de kostendekkendheid daalt. Per 1 januari 2019 is in onze gemeente Diftar ingevoerd. Hierbij bestaat de kans dat de opbrengsten dalen als gevolg van een beter dan verwacht scheidingsgedrag. Dat onze inwoners zelf invloed op de hoogte van hun eigen kosten voor afvalinzameling en –verwerking hebben door het aantal keer dat zij hun grijze container aanbieden voor lediging, geeft een risico op een lagere opbrengst aan afvalstoffenheffing. Dit geeft een risico op een nog lagere kostendekkendheid. Aangezien uitgangspunt 100% kostendekkende tarieven is, maar dit mogelijk tot een ongewenste stijging van de tarieven leidt, is dit risico niet als incidenteel ingeschat, maar gefaseerd afnemend structureel meegenomen.

Met een kans van 78% is dit risico van € 474.000 gekwantificeerd op € 295.000, dalend tot € 148.000 in 2022 (en € 74.000 in 2023 en € 0 in 2024). Jaarrekening 2020 Het risico op een lagere kostendekkendheid op afval dan geraamd, heeft zich in 2020 niet voorgedaan. De definitieve diftaropbrengsten zijn in 2020 licht gestegen t.o.v. 2019. De kostendekkendheid in 2020 is hoger dan begroot, voornamelijk veroorzaakt door hogere vergoeding inzameling PMD en drukte bij het afvalbrengstation. 12. Verbonden partijen – algemeen Begroting 2020 In de afgelopen jaren is het regelmatig voorgekomen dat wij als gemeente werden geconfronteerd met structurele begrotingswijzigingen bij onze verbonden partijen door uitbreiding van taken of andere oorzaken, die een grotere impact hadden op onze begroting dan de afgesproken indexatie. Met name als dit om structurele zaken gaat, hebben de verbonden partijen hiervoor onvoldoende reserves om deze toegenomen kosten te dekken. Wij hadden hiervoor in de Richtnota 2020 een risicoreservering opgenomen van 3% van de totale bijdragen aan de verbonden partijen. De totale bijdragen aan de verbonden partijen bedraagt in de begroting 2020 € 6,8 miljoen en met een kans van 50% dat een verhoging zich bij alle partijen voordoet, is dit gekwantificeerd op € 102.000 structureel.

69

Jaarrekening 2020 In 2020 zijn de kosten voor een aantal verbonden partijen hoger geworden dan begroot. Dit geldt voor de RDOG, de Tweesprong en de BVO Rijn en Braassem. Voor de RDOG was een aparte risicoreservering opgenomen in de begroting 2020. In de begroting 2021 is er ook voor de Tweesprong een aparte risicoreservering gemaakt. De extra kosten voor de Tweesprong en voor de BVO Rijn en Braassem bedroegen in 2020 € 292.000 respectievelijk € 80.000. 13. Verbonden partijen – Ontwikkelingen RDOG Begroting 2020 Naast het algemene risico dat hierboven is opgenomen voor de verbonden partijen, zien we specifiek bij het RDOG ontwikkelingen die aanleiding geven om dit als apart risico te benoemen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen rondom Veilig Thuis (VT), maar ook om nieuwe ontwikkelingen zoals de Wet verplichte GGZ en het Zorg- en Veiligheidshuis. In september 2019 heeft het RDOG wederom het signaal afgegeven dat de huidige begroting 2020 voor VT een minimum weergeeft. In oktober 2019 presenteert het RDOG een nieuwe begroting. Omdat hierbij rekening moet worden gehouden met resultaten van het onafhankelijk onderzoek naar VT dat eerder dit jaar heeft plaatsgevonden, is dit risico niet gekwantificeerd en op pm gezet. Over de invoering van de Wet verplichte GGZ en de oprichting van het Zorg- en Veiligheidshuis zullen de komende tijd belangrijke keuzes gemaakt worden.

De raad is in september 2019 per brief door het college geïnformeerd over de ontwikkelingen RDOG en hoe het college deze discussie met het RDOG vorm wenst te geven. De komende tijd zal meer inzicht komen in de eventuele financiële consequenties. Jaarrekening 2020 In 2020 is de bijdrage aan de RDOG hoger geweest dan primair was begroot. In de Voortgangsmonitor 2020 is het budget voor de bijdrage aan de RDOG met bijna € 59.000 verhoogd. Met deze wijziging is het uiteindelijke resultaat bij de jaarrekening binnen de raming gebleven.

Risico’s op de nog vast te stellen en nog niet in de begroting verwerkte ambities van Focus met Ambitie Overige risico's voor nog niet in de begroting verwerkte ambities: 15 Bouwkosten Focus met Ambitie

2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 180

193

7

-430

-171

417

417

14. Bouwkosten Focus met Ambitie Begroting 2020 In het raadsvoorstel Focus met Ambitie en de Richtnota 2020 zijn budgetten beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de ambities voor Focus met Ambitie. Niet alle ambities kunnen tegelijk worden opgepakt en uitgevoerd. De berekeningen die zijn gemaakt voor de ambities die nog in de (nabije) toekomst worden opgepakt, zoals de nog te ontwikkelen IKC’s, De Tweesprong en de herinrichting van het Sportpad, kunnen in de toekomst door veranderende marktomstandigheden of gewijzigde duurzaamheidseisen of naar aanleiding van keuzes binnen ambities veranderen. Ook is het mogelijk dat ambities pas later in de tijd worden gerealiseerd dan waar in Focus met Ambitie per 25 maart van dit jaar vanuit is gegaan. Ook dit heeft financiële gevolgen voor de vermelde begrotingsjaren. Hierom is het noodzakelijk een bedrag te reserveren voor eventuele hogere lasten. Bij het opstellen van de Richtnota zagen wij de volgende ontwikkelingen: Sportcomplex De Tweesprong Op basis van nieuwe inzichten in rente en bouwkosten zijn de ramingen voor de nog te realiseren ambities onlangs geactualiseerd. De oude berekeningen komen uit 2017. Intussen zijn de bouwkosten flink gestegen. Dit komt door de kostenstijgingen van personeel en materiaal. Daarnaast zijn de

70

duurzaamheidseisen aangescherpt en waren in de eerdere raming de sloopkosten uitgesloten. Deze zijn in de nieuwe berekeningen wel meegenomen, mede vanwege het risico op asbestsanering. Ook gaan we uit van een realisatie later in de tijd, waardoor er in 2023 en 2024 een voordeel op de te verwachten lasten zichtbaar wordt en vanaf 2025 een nadeel. Gebiedsontwikkeling Sportpad Bij het vaststellen van de begrotingswijziging Focus met Ambitie op 25 maart 2019 en bij het vaststellen van de Richtnota 2020 heeft de Raad een voorbereidingsbudget beschikbaar gesteld van € 75.000 in 2019 en 2020. Dit budget is primair bedoeld voor het opstellen van een integrale gebiedsvisie (en om de haalbaarheid van deze gebiedsontwikkeling nader te onderzoeken). De onderzoekfase kan in 2020 worden afgesloten. Als de raad in 2020 positief besluit op een verdere gebiedsontwikkeling start daarna de (ruimtelijke) voorbereiding. Voor deze voorbereidingsfase hebben we in het kader van Focus met ambitie al vast een indicatieve doorrekening gemaakt en verwerkt bij het risico op hogere lasten. Of dit risico zich voordoet en de mate waarin, is afhankelijk van besluitvorming door uw raad. IKC Rijnsaterwoude De actuele berekeningen van de bouwkosten voor IKC Rijnsaterwoude hebben een nadelig effect op de bouwkosten en daarmee op de toekomstige kapitaallasten.

Bij het vaststellen van de jaarstukken 2018 heeft uw raad besloten om reeds gemaakte plankosten al ten laste te brengen van het rekeningresultaat van 2018. Dit besluit heeft weer een voordelig effect op de kapitaallasten. Per saldo is het financiële effect nadelig. Ook dit effect is meegenomen in de gekwantificeerde risico’s op de nog vast te stellen ambities. Samengevat bouwkosten Focus met Ambitie De bedragen die nu in de risicoparagraaf voor de bouwkosten van Focus met Ambitie zijn opgenomen, zijn het verschil tussen de inzichten bij het moment van vaststellen van Focus met Ambitie en de inzichten op dit moment. In 2020-2022 zijn die lasten hoger door de gebiedsontwikkeling van het Sportpad. Daarna zien we juist een daling van de lasten als gevolg van een latere start van de ambities, echter vanaf 2025 zien we het effect van de naar verwachting hogere bouwkosten, door de hierboven genoemde oorzaken. Voor elk van deze ambities zal ons college nog op zoek gaan naar besparingen binnen de ambities en kostendragers voor de hogere lasten. Op deze wijze heeft uw raad de keuze om extra inkomsten te genereren, of extra budget beschikbaar te stellen of een andere invulling te geven aan de ambitie, als dat nodig of gewenst is. Jaarrekening 2020 Dit risico heeft in 2020 geen effect gehad op het jaarrekeningresultaat.

In 2020 heeft uw raad een krediet beschikbaar gesteld voor de bouw van IKC Rijnsaterwoude. De aanbesteding heeft inmiddels plaatsgevonden en van een risico op hogere bouwkosten is buiten het beschikbaar gestelde krediet geen sprake meer. Voor de bouw van sportcomplex de Tweesprong en de gebiedsontwikkeling van Sportpad heeft uw raad in het voorjaar van 2021 het Masterplan Sportpad gepresenteerd gekregen. In dit Masterplan wordt afzonderlijk stil gestaan bij eventuele risico’s voor de toekomst. Wij zullen u blijven informeren over de stand van zaken hierin.

NIEUWE RISICO’S IN HET VERSLAGJAAR 2020 Onderstaand een inventarisatie en toelichting van de risico’s die in 2020 zijn gesignaleerd. Deze zijn in veel gevallen ook in de begroting van 2021 opgenomen en toegelicht, in een enkel geval zijn ze daarna ontstaan of gesignaleerd of intussen vervallen.

71

COVID-19 (incidenteel) In het voorjaar van 2020 is de wereld geconfronteerd met een wereldwijde pandemie die heeft geleid tot ongekende omstandigheden. In dit jaarverslag hebben we in de programmaverantwoording van programma 1 een aparte beleidsinhoudelijke verantwoording opgenomen over Covid-19. Bij de overige gegevens in het jaarverslag informeren wij u apart over de extra ontvangen bijdragen en de extra lasten in verband met Covid-19, en over het voorstel voor een bestemmingsreserve om ook in 2021 extra kosten te kunnen dekken. Herziening gemeentefonds (vervallen) In het voorjaar van 2020 werd duidelijk dat de herverdeling van het gemeentefonds grote nadelige effecten zou kunnen hebben voor met name de plattelandsgemeenten, waaronder Kaag en Braassem. In de Richtnota 2021 en Begroting 2021 hebben wij daarom een risicoreservering hiervoor opgenomen. In november 2020 en in februari 2021 zijn rapporten beschikbaar gekomen met specifiekere doorrekeningen per gemeente. Op dit moment is de stand van zaken dat de effecten van de herverdeling voor de gemeente Kaag en Braassem naar verwachting juist positief zullen uitvallen in plaats van negatief. Aangezien de besluitvorming hierover door het nieuwe kabinet zal plaatsvinden zijn de effecten nog onzeker.

Maar met de meest actuele gegevens (rapport februari 2021) zien wij geen reden meer voor een risicoreservering voor negatieve effecten. Dit risico is daarmee komen te vervallen. Opdrachten Sociale Participatie en Ondersteuning De opdracht Gewoon Dichtbij zou begin 2020 worden aanbesteed en na gunning starten op 1 januari 2021. Als gevolg van het coronavirus is de aanbesteding uitgesteld. Dit betekent dat de huidige contracten in 2021 worden overbrugd tot de nieuwe ingangsdatum van de opdracht Gewoon Dichtbij. In het najaar van 2020 hebben we onderhandeld over de voorwaarden waaronder de contracten worden overbrugd. Daarnaast is wel al gestart met Intensieve ambulante begeleiding (Gewoon Thuis). Deze taak voeren we ter voorbereiding uit voordat wij per 2022 verantwoordelijk worden voor de taken die vallen onder de Maatschappelijke Zorg (Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang). De middelen moeten worden overgeheveld vanuit centrumgemeente Leiden. In de begroting 2021 is Gewoon Thuis budgetneutraal opgenomen. Het risico bestaat dat de kosten niet volledig vergoed worden. De kans hierop is in 2021 het grootst en loopt dan af zodat we ingroeien naar volledige kostendekkendheid. Voor 2022 e.v. is het uitgangspunt dat de opdracht Gewoon Dichtbij is aanbesteed en dat het kostprijsonderzoek van Rebel aangehouden kan worden.

In deze begroting 2021 is uitgegaan van het “middellijn”-scenario. De inschrijvers op de aanbesteding kunnen zowel hoger, tot de “bovenlijn” of lager, tot de “onderlijn” inschrijven. In het risico is verwerkt dat inschrijvers in het eerste jaar boven de middellijn inschrijven (investeren in de opdracht) en dat dit zich vertaalt in een structurele lagere prijs in de latere jaren. Werk en Inkomen W&I incidenteel risico In de Richtnota 2021 zijn geen wijzigingen voorgesteld op de budgetten voor Werk en Inkomen. Vóór de coronacrisis werd een overschot op de BUIG verwacht voor de jaren 2020 en 2021. Deze verwachting moeten we nu bijstellen: Inkomsten als gelijkblijvend opgenomen: We ontvangen van het rijk een doeluitkering; de gebundelde uitkering (BUIG), voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. Op basis van de systematiek die ten grondslag ligt aan het macrobudget BUIG worden de gegevens van het aantal bijstandsontvangers van voorgaande jaren gebruikt. Omdat in die jaren landelijk het bijstandsbestand daalde, zou het macrobudget BUIG in 2021 ook dalen. Op de website van de VNG staat het volgende vermeld: “Bij de rijksbegroting in september wordt het definitief budget 2020 vastgesteld waarbij actuele gegevens worden gebruikt.

Aangezien de gebruikte CBS-data een vertraging hebben voor het inzicht in de stand van zaken van uitgaven BUIG hebben SZW en de VNG

72

extra contacten met gemeenten om te zien hoe de meest actuele instroom in de bijstand zich ontwikkelt.” De verwachting is daarom dat de effecten van corona wel worden meegenomen bij het macrobudget BUIG (voor zowel 2020 als 2021) en voor onze gemeente de BUIG in ieder geval niet lager komt te liggen dan wat er in de huidige begroting is opgenomen. Risico op toenemende uitgaven: De uitgaven nemen toe omdat het aantal bijstandsontvangers toeneemt. Indien deze op het niveau van de vorige crisis uit 2017 komt te liggen dan moeten we rekening houden met minimaal 276 uitkeringen. De financiële impact hiervan, bij een gelijkblijvend BUIG-budget van het rijk, is berekend op € 175.000. Met de kans van 80% dat dit zich voordoet wordt een incidenteel risico van € 140.000 opgenomen. Deze is incidenteel omdat vanaf 2022 de balans tussen de doeluitkering en de uitgaven weer bereikt moet zijn. W&I structureel risico: financiële afspraken DVO Alphen aan den Rijn Voor de uitvoering van de taken Werk en inkomen hebben wij als gemeente een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten met Alphen aan den Rijn. Deze DVO is voor onbepaalde tijd afgesloten, maar de financiële afspraken voor de uitvoering van de DVO lopen af per 2022. Dit betekent dat nieuwe afspraken moeten worden gemaakt voor 2022 en volgende jaren.

De huidige afspraken zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rijnvicus 2018-2021. Het is de verwachting dat de huidige afspraken niet meer afdoende zullen zijn en dat de kosten voor de uitvoering van de DVO daarom gaan toenemen per 2022. De Tweesprong De Tweesprong, incidenteel risico Dit betreft het risico op hoge incidentele onderhoudslasten voor de Tweesprong om de locatie veilig open te houden. Zolang er geen separaat besluit is genomen over nieuwbouw van de Tweesprong, blijft het incidentele risico op onderhoudskosten bestaan. De gemeente is verantwoordelijk voor het groot onderhoud. In de afgelopen jaren is hier € 855k voor beschikbaar gesteld. In de meerjarenraming is een stelpost opgenomen voor de lasten die ontstaan na nieuwbouw. Dit budget is toereikend om eventuele tegenvallers voor onderhoud aan het oude zwembad op te kunnen vangen. Daarom is er bij de structurele risico’s een bedrag van € 0 opgenomen. De Tweesprong, structureel aflopend risico Voor de komende jaren is een risicoreservering opgenomen voor de gemeentelijke B.V. De Tweesprong. De risicoreservering heeft betrekking op het exploitatietekort waarvoor de gemeente contractueel het risico draagt. Het bedrag is gebaseerd op de trend van toenemende kosten en dalende inkomsten van de afgelopen jaren.

Alhoewel wij de situatie intern, met de komst van de nieuwe directeur, de afgelopen periode zien stabiliseren en wij daarom ook verwachten dat deze de komende periode verder zal stabiliseren verwachten wij een blijvend risico. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de ondergrens van de voorziening 'nog te besteden exploitatiebijdrage' is bereikt. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de financiële gevolgen - voor zover wij die nu kunnen inschatten - die COVID-19 met zich mee brengt. Covid-19 brengt inkomstendervingen en vraagt om extra veiligheidsmaatregelen die zowel extra personele inzet als fysieke aanpassingen vereisen. Het effect zal zich nog enkele jaren voordoen en vraagt een geleidelijke aanpassing van de exploitatie. Openbare verlichting (vervallen) Eind 2020 is gestart met een nieuwe aanbesteding voor de openbare verlichting. Onlangs is de aanbesteding afgerond en kunnen we stellen dat we met de afspraken die er zijn gemaakt voor 20212024 binnen de geraamde bedragen in de meerjarenbegroting blijven. Hiermee is dit risico vervallen.

73

RISICO-INVENTARISATIE EN KWANTIFICERING Het inventariseren en kwantificeren van risico’s heeft conform het bepaalde in de Nota R&W plaatsgevonden. Onderstaand is een overzicht opgenomen, waarbij tevens rekening is gehouden met de hiervoor geschetste ontwikkelingen in het verslagjaar 2020 ten opzichte van de begroting 2020 en de nieuw geïnventariseerde risico’s in 2020, bij het opstellen van de Begroting 2021 en daarna.

Categorieën risico’s met financiële consequenties: Omschrijving risico per categorie Kans Gevolg Risico Raming klasse schade Totaal risico's Financieel 1 Wmo

50%

2 Reguliere jeugdhulp

bedragen* € 1000

Risico (kans x gevolg) Incidenteel

Structureel 2021 2022 2023 2024

165

83

pm

pm

pm

pm

pm

0

0

0

pm

pm

3 JB/ JR en gesloten jeugdhulp

50%

50

0

25

25

25

25

4 Sociale woningbouw

50%

1.050

525

0

0

0

0

5 Pontveren

50%

48

24

24

24

24

6.1 Kunstwerken - Onderzoek

0

0

0

0

6.2 Kunstwerken - Gevolgen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

pm

pm

0

0

0

0

5

5

5

5

0

0

0

0

122

122

122

122

pm

pm

pm

pm

6.3 Kunstwerken - Langebrug 6.4 Kunstwerken - Noorderhemwegbrug

pm

Milieu 7 Asbestverwijdering 8.1 Bestrijding eikenprocessierups

0 50%

pm

10

Product/ diensten 8.2 Bestrijding essentaksterfte/ kastanje bloedingsziekte 9 Openbaar groen

50% 90%

85 136 2.400

10 Implementatie omgevingswet

43

1.584

11.1 Afvalinzameling/ afvalverwerking

25-70%

154-355

151

101

101

101

11.2 Afval - kostendekkendheid 12 Opdrachten sociale participatie en ondersteuning

25-75%

150-200

100

50

25

0

35-60%

300-700

105

345

325

215

80%

106

85

85

85

85

13 Werk en Inkomen

Verbonden partijen 14 Algemeen 15 RDOG - Veilig thuis 16 De Tweesprong

Gekwantificeerde risico's

50%

225

113

113

113

113

75-95%

19-95

14

89

89

89

90%

80-240

219

146

73

0

963 1.105

987

779

pm 2.234

CONCLUSIE WEERSTANDSVERMOGEN BIJ GESIGNALEERDE RISICO’S Op 14 januari 2019 heeft uw raad de ondergrens van de ratio voor het structurele weerstandsvermogen bepaald op minimaal 1. Met een kader van minimaal 1 zijn de structurele risico’s voldoende afgedekt, zonder dat er direct moet worden gesneden in bestaand beleid. Voor de incidentele risico’s is bepaald dat de algemene reserve binnen onze gemeente zodanig groot moet zijn, dat de solvabiliteit minimaal 20% is. De beoordeling van de solvabiliteit komt verderop in deze paragraaf aan de orde bij de beoordeling van de financiële kengetallen.

74

Afweging van de beschikbare weerstandscapaciteit versus de gekwantificeerde risico’s in deze paragraaf leidt tot onderstaande conclusie: Bedrag * €1.000

Incidenteel 2021

Structureel 2022

2023

2024

Beschikbare weerstand (obv begr 2020ev en door raad vastgestelde besluiten)

14.107

2.414

347

739

197

Benodigde weerstand

2.234

963

1.105

987

779

Ratio

6,31

2,51

0,31

0,75

0,25

CONCLUSIE •

•

Incidenteel voldoet de ratio ruim aan de door uw raad vastgestelde norm. Met een algemene reserve van € 14,1 miljoen komt de solvabiliteit eind 2020 uit op 30%. Zie hiervoor ook het financiële kengetal over solvabiliteit in deze paragraaf. Structureel voldoet de ratio de eerste jaren van het meerjarenperspectief. Vanaf 2022 duikt de weerstandsratio onder de 1 en voldoet het daarmee niet aan de door uw raad vastgestelde ratio. Dit komt enerzijds door het wegvallen van de inkomsten voor precarioheffing op kabels en leidingen en anderzijds door een grote toename van de kosten voor jeugdzorg én de risico’s op hogere kosten bij de diverse verbonden partijen. In de afgelopen maanden is gesproken met onze raad over dekkingsvoorstellen om het begrotingsresultaat structureel sluitend te houden en de risico’s te kunnen dekken.

De grondslagen voor berekening van de ratio’s worden hierna per onderwerp toegelicht. BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in incidentele en structurele capaciteit, zoals vermeld in de Nota R&W: Incidentele weerstandscapaciteit Bedrag * €1.000

A. Incidentele weerstandscapaciteit 1. De algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (reserve grondexploitatie niet gelabeld deel)

Beschikbare weerstandscapaciteit: 3. Stille en geheime reserves:

Theoretische weerstandscapaciteit:

14.107 0

14.107 0

14.107

Toelichting incidentele weerstandscapaciteit: 1. De algemene reserve Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2020 afgerond € 14,1 miljoen. 2. Bestemmingsreserves De gemeente beschikt over een bestemmingsreserve bouwgrondexploitatie van € 3,438 miljoen (saldo 31-12-2020). Deze reserve moet voldoende van omvang zijn om de berekende risico’s bij verliesgevende plannen af te dekken. In de reserve bouwgrondexploitatie is rekening gehouden met de berekende omvang van deze risico’s. Het volledige saldo is hierdoor voor deze risico’s gelabeld. 3. Stille en geheime reserves We spreken van stille reserves indien activa lagere balanswaarden hebben dan de werkelijke waarde. Geheime reserves zijn activa die helemaal niet meer op de balans staan (boekwaarde nihil) maar die mogelijk nog wel een restwaarde hebben in het economisch verkeer. Hieronder zijn deze activa in twee onderdelen vermeld:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=02e122d3-9ab9-4148-93c1-2a34e230f9fa