DEFINITIEF Programmabegroting 2023.
Tekst van het document
begroting 2023 OZB eigenaren woningen 4.719.700 OZB eigenaren niet-woningen 860.000 OZB gebruikers niet-woningen 599.000 RZB eigenaren woningen 19.570 Inzameling grof huishoudelijk afval 150.641 Afvalstoffenheffing 4.251.000 Rioolheffing 4.046.787 Forensenbelasting 336.810 Precariobelasting 0 Diverse rechten grafrechten 63.090 marktgelden 11.000 Diverse leges omgevingsvergunningen 1.375.482 snelle motorboten 20.966 burgerzaken 306.388 16.760.434
40
Kostendekkendheid Met ingang van 2017 is extra informatie verplicht waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de baten de lasten niet overschrijden. Deze informatie wordt afzonderlijk in beeld gebracht voor de belangrijkste onderdelen binnen de gemeentelijke belastingen. De tarieven voor afvalinzameling, riolering, begraafplaatsen en omgevingsvergunningen worden ieder afzonderlijk berekend. De resterende opbrengsten betreffen de overige leges te weten het verstrekken van persoons- en reisdocumenten alsook de overige vergunningverlening op basis van de APV. bedragen in €
Nr Afvalinzameling en –verwerking (taakveld 7.3) 1 Kosten taakveld afval (netto) 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totaal kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten 8 Kostendekking
1 2 3 4.
Begroting 2023 3.122.060 634.928 717.719 16.535 4.491.241 -4.401.641 89.600 98%
Betreft de kosten zoals die opgenomen zijn in het taakveld afval. Extracomptabele toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de BTW-plicht gemeente. Betreft de overhead op de taakgerichte uren. Dit wordt conform BBV-voorschriften extracomptabel toegerekend. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften
De kostendekkendheid op afval is al enkele jaren lager dan 100% door de landelijke stijging van de kosten voor de inzameling en verwerking van afval en door de korting die was toegepast in 2018 en heeft doorgewerkt in de tarieven 2019 t/m 2021. Bij de vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing 2022 en de daarin opgenomen afvaltarieven voor 2022 is bepaald dat er een groei in kostendekkendheid wordt nagestreefd in twee jaar tijd. 95% in 2022 en 100% in 2023. Bij het opstellen van deze begroting is daarom uitgegaan van een kostendekkendheid van bijna 100%( 98%). Door een goed scheidingsgedrag en zo min mogelijk aanbieden van restafval kunnen inwoners hun werkelijke lasten lager houden.
41
bedragen in €
Nr Beheer rioleringsstelsel en waterzuivering (taakveld 7.2) 1 Kosten taakveld riolering en waterzuivering 2 BTW 3 Overhead 4 Toerekening rente 5 Totaal kosten 6 Inkomsten 7 Netto-lasten 8 Kostendekking
1 2 3 4
Begroting 2023 2.734.095 374.082 560.455 380.900 4.049.532 -4.046.787 2.745 100%
Betreft kosten zoals opgenomen in het geactualiseerde GRP aangevuld met de taakgerichte uren. Extracomptabel toegerekende BTW op kosten en investeringen op grond van de invoering van de BTW-plicht gemeente. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.
De kostendekkendheid van de rioolheffing bedraagt 100%. Door wijziging van het renteomslagpercentage en een jaarlijkse (snellere dan geraamd) en forse uitbreiding van het areaal is het nodig gebleken om het kostendekkingsplan van het GRP jaarlijks te monitoren en bij te stellen. Bij het vaststellen van de tarieven 2023 zullen wij daarom het geactualiseerde kostendekkingsplan bij het GRP 2019-2023 opnieuw ter vaststelling aan u voorleggen. bedragen in €
Nr Begraafplaatsen (taakveld 7.5) 1 Kosten taakveld begravingen 2 Overhead 3 Toerekening rente 4 Totaal kosten 5 Inkomsten 6 Netto-lasten 7 Kostendekking
1 2 3
Begroting 2023 174.394 64.962 9.543 248.899 -63.090 185.809 25%
Betreft kosten zoals geraamd op het taakveld begraafplaatsen Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond van de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is gebaseerd op de omslagrente, met inachtneming van de BBVvoorschriften.
42
bedragen in €
1 2 3
Nr 1 2 3 4 5 6
Leges: fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning (WABO) (taakveld 8.3) Kosten op de taakvelden Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten
7
Kostendekking
Begroting 2023 1.418.152 697.477 0 2.115.629 -1.375.482 740.147 65%
Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden behorend tot de fysieke leefomgeving (m.n. WABO). Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extracomptabel toegerekend op grond de BBVvoorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing. bedragen in €
1 2 3
Nr 1 2 3 4 5 6
Leges: Overige leges (Burgerzaken) (taakveld 0.2) Kosten op de taakvelden Overhead Toerekening rente Totaal kosten Inkomsten Netto-lasten
7
Kostendekking
Begroting 2023 743.080 325.870 0 1.068.949 -327.354 741.595 31%
Betreft kosten zoals geraamd op de taakvelden die behoren tot dienstverlening. De nadruk ligt hier persoons- en reisdocumenten, alsmede vergunningverlening op basis van de APV. Betreft overhead op taakgerichte uren. Dit wordt extra comptabel toegerekend op grond van de BBV- voorschriften. Toerekening van rente is niet van toepassing.
43
Totale woonlasten meerpersoonshuishoudens Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel worden de woonlasten van Kaag en Braassem weergegeven. Gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden
2022
2023
OZB (2022 cf opgave gemiddelde WOZ-waarde Kaag en Braassem van € 386.000 * tarief 2022 0,0978%), 2023 op basis van een stijging van de last met 3%)*1) Afvalstoffenheffing *2) Rioolheffing
€ 378 € 263 € 277
€ 389 € 282 € 288
Totale gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden
€ 918
€ 959
*1) In voorgaande begrotingen gingen we in deze opstelling uit van de gemiddele woz-waarde
volgens het Coelo. Toen presenteerde het Coelo de gemiddelde waarde van koop- en huurwoningen. Sinds 2022 presenteert Coelo de gemiddelde woz-waarde van alleen koopwoningen. Deze bedroeg in belastingjaar 2022 € 447.828. In bovenstaand overzicht zijn de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden gepresenteerd. De woonlast per meerpersoonshuishouden gaat niet alleen over de woonlasten van koopwoningen, maar over álle meerpersoonshuishoudens in Kaag en Braassem. Daarom is in dit overzicht bij de gemiddelde woz-waarde rekening gehouden met de totale woz-waarde, die van de koop- én huurwoningen. Deze bedroeg voor belastingjaar 2022 gemiddeld € 386.000. *2) De werkelijke last per huishouden afvalstoffenheffing is afhankelijk van het scheidingsgedrag. De gemiddelde tarieven zijn gebaseerd op de prognosticeerde opbrengsten in 2022, gedeeld door het aantal huishoudens. Bij de woonlast in 2023 is er op afval een prijsstijging van 7% verwerkt waardoor de kostendekkendheid van (afgerond) 98% wordt gehaald. Kwijtscheldingsbeleid Een belastingplichtige met een inkomen van 100% of minder van het minimuminkomen komt in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Er kan uitsluitend kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Alle andere heffingen zijn van kwijtschelding uitgesloten.
De beoogde regeling, waarbij het Rijk de gemeenten de mogelijkheid zou geven om voor AOWgerechtigden en volledig arbeidsongeschikten de vermogensnorm voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen met maximaal € 2.000,= op te hogen, is niet ingevoerd. Daarom is er geen impactanalyse gemaakt van de kwijtscheldingsverzoeken.
44
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze paragraaf geeft inzicht in het verwachte weerstandsvermogen voor het begrotingsjaar 2023 en geeft een doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen. Ook geeft het inzicht in de financiële kengetallen in de begrotingsperiode 2023-2026. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: 1. Een inventarisatie van de risico’s met een risicoprofiel en een benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op risicosimulatie; 2. Inzicht in de beschikbare weerstandscapaciteit; 3. Beoordeling van het weerstandsvermogen; 4. Overzicht van structurele risico’s en toekomstige ontwikkelingen; 5. Inzicht in de financiële kengetallen. Het uitwerken van deze paragraaf gebeurt conform het door de raad in 2019 vastgestelde beleid in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (Nota R&W) voor de periode 2020-2023, aangevuld door de opdracht van uw raad aan ons college in het raadsakkoord dat dit voorjaar is vastgesteld. Hierop is hieronder een toelichting gegeven.
Actualisatie van de risico-inventarisatie ten opzichte van de inventarisatie bij de Richtnota 2023 ____________________________________________________________________________ In het raadsakkoord “Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen” heeft uw raad als koers aangegeven het proces van de risico-kwantificering te upgraden en toe te groeien naar het uitgangspunt dat er zo min mogelijk PM posten in de risico-inventarisatie worden opgenomen. Om dit mogelijk te maken heeft uw raad ons college de opdracht gegeven om een specialist/ bureau in te huren om gezamenlijk met de ambtelijke organisatie het huidige risicokwantificeringsproces te beoordelen en te bekijken of hier nog verbeteringen of andere werkwijze wenselijk kan zijn. Ons college heeft hier in het proces naar de begroting invulling aan gegeven. In de context en kadersavond van 19 oktober a.s. wordt uw raad geïnformeerd over de werkwijze. In deze paragraaf presenteren wij de uitkomsten van de nieuwe risico-inventarisatie- en kwantificeringsmethodiek. Risico-inventarisatie en kwantificering ____________________________________________________________________________ 1. Aanleiding en achtergrond De gemeente Kaag en Braassem geeft in het kader van financiële verslaglegging en verantwoording inzicht in de risico’s die de gemeente loopt afgezet tegen de financiële positie van de reserves.
Tot aan de Begroting 2022 is ervoor gekozen om een systematiek te hanteren die resulteerde in een overzicht van incidentele en structurele risico’s. Met deze paragraaf is de systematiek en presentatie zo veel als mogelijk aangepast binnen de kaders van de Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2020-2023.
45
Met de herziene systematiek of doorontwikkeling realiseren we de volgende verbeteringen: a. Een striktere scheiding tussen weerstandsrisico’s (incidenteel) waarvoor een weerstandscapaciteit wordt aangehouden in de reserves en de wendbaarheidsrisico’s (structureel) waarbij de gemeente en/of bestuur een duidelijke keuze kan maken in de beheersing van de risico’s; b. Een modelmatige aanpassing waarbij op basis van simulaties een nauwkeuriger onderbouwing van de benodigde weerstandscapaciteit mogelijk is; Op basis van deze aanpassing kan de gemeente Kaag en Braassem daar waar wenselijk scherper aan de wind varen. Daarnaast dwingt het inzicht in de risico’s de gemeente om tijdig duidelijke keuzes te maken in termen van beheersing van de risico’s. Met de versterking van de risicosturing kan de noodzakelijk aan te houden weerstandscapaciteit beperkt blijven. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend. De weerstandsrisico’s zijn die risico’s die een direct nadelig financieel gevolg hebben op komend jaar en waarvoor geen extra beheersmaatregelen te nemen zijn of genomen worden. Van deze risico’s is een kans en financieel gevolg opgenomen.
De wendbaarheidsrisico’s worden kort beschreven aan het einde van de paragraaf. Voor deze risico’s moet er komend jaar worden ingezet op beheersmaatregelen. Dit kan zijn door daadwerkelijk kans van optreden of gevolgen te beperken, maar het kan ook zijn door eventuele structurele kosten op te nemen in de begroting.
2. Risicoprofiel Ten aanzicht van de Richtbrief eerder zijn de nodige wijzigingen opgetreden. De wereld staat steeds meer onder invloed van globale (externe) invloeden die elkaar in een sneller tempo lijken op te volgen. We hebben te maken gehad met een pandemie met grote impact op de maatschappij. En nog steeds is er een dreiging van de opleving van nieuwe virusvarianten. Aan de andere kant raakt de oorlogsvoering in Oekraïne en ook de dreiging daarvan van elders in de wereld onze economie middels hoge energieprijzen en oplopende inflatie. Daarbinnen zijn op landelijk niveau de uitdagingen groot op het gebied van de arbeidsmarkt en milieuregelgeving (stikstof). Binnen deze context is voor een aantal van deze ontwikkelingen in de begroting voorzien. Onderstaand zijn de belangrijkste risico’s voor de gemeente weergegeven. Hierbij is tevens een inschatting gemaakt van de kans van optreden en de mogelijke maximale financiële gevolgschade. Het percentage geeft de invloed van het risico op het totaal benodigde weerstandsvermogen aan. Risicogebeurtenis
Toelichting
Kans Financieel Maximum
Invloed (%) op weerstand
Extra ondersteuning in het kader Als gevolg van de onzekerheid met 75% € 1.100.000 41,73% van armoedebestrijding en betrekking tot energieprijzen, inflatie kunnen inkomensondersteuning meer inwoners, ondernemers en verenigingen in de financiële problemen komen. Dit leidt niet alleen tot directe uitgaven, maar zal ook een beslag hebben op de inzet van de gemeentelijke organisatie.
46
Risicogebeurtenis
Uitspraak Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen inzake het juridisch geschil Grietpolderweg valt negatief uit
Toelichting
Kans Financieel Maximum
Het geschil over de verantwoordelijkheid van 50% de extra kosten voor de Grietpolderweg in het kader van de zettingsproblematiek wordt beslecht door een uitspraak van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen. De kosten zijn in 2023 geraamd op ca. 1,2 miljoen en ondanks, de in de ogen van de gemeente sterke positie, wordt in het kader van de risicoreservering toch rekening gehouden met een negatieve uitspraak. Grote tekorten op de Voor de gemeente is het een uitdaging om 50% arbeidsmarkt en het niet (tijdig) voldoende gekwalificeerde medewerkers te kunnen invullen van kritische behouden en/of te werven. De druk op de functies waardoor duurdere medewerkers wordt groter gezien een aantal inhuur noodzakelijk is. externe ontwikkelingen in zowel de sociale als ruimtelijke beleidsvelden. Hiermee bestaat er ook een risico op een hoger ziekteverzuim dan voorzien. Hoewel het arbeidsmarkt risico een lange termijn component kent, wordt in de risico reservering rekening gehouden met extra uitgaven voor komend jaar. Afwijkingen op de raming open Wet Maatschappelijke Ondersteuning 50% einde regeling WMO (WMO) kent een open einde regeling. ondersteuning Ondanks de opgebouwde ervaring en kwaliteit van de prognoses kan het voorkomen dat grote en/of complexe woningaanpassingen noodzakelijk zijn.
Bovenmatige stijging Als gevolg van de snel stijgende bouwprijzen 80% bouwkosten, schaarste is in de begroting rekening gehouden met bouwproducten en indexaties. Zowel voor investeringsprojecten brandstof/energieprijzen (indexatie) als voor beheerprojecten en regulier onderhoud is in de richtnota en begroting rekening gehouden met een aanzienlijke stijging. Omdat de markt op dit moment dermate volatiel en onvoorspelbaar is, wordt een extra risico reservering voor 2023 opgenomen. Bovenmatige stijging CAO De ontwikkelingen van de CAO zijn 50% kosten dan prognose in begroting meegenomen in de begroting van de personeelslasten. Gezien de recente ontwikkelingen bestaat het risico dat de aannames ten aanzien van de stijging niet toereikend zijn. Onvolledig werkend systeem Tot in november 2022 bestaat er 50% omgevingswet onduidelijkheid of de omgevingswet per 1-12023 in werking treed. Veel voorbereidingen zijn getroffen maar er bestaan twijfels ten aanzien van de volledige werking van de software (digitaal stelsel). Daarnaast is de operationalisering in werkwijze ondanks alle voorbereiding een onzekere factor. Rekening wordt gehouden met een ingangsdatum van 1-1-2023 en de nodige herstelacties die dat met zich mee brengt.
Invloed (%) op weerstand
€ 1.200.000 30,46%
€ 300.000
7,65%
€ 165.000
4,19%
€ 100.000
4,06%
€ 150.000
3,80%
€ 150.000
3,80%
47
Risicogebeurtenis
Hogere brandstofprijzen en wijziging in uitvoering van het afval contract
Toelichting
Kans Financieel Maximum
Als onderdeel van het contract met de 90% afvalverwerker is de gemeente zelf verantwoordelijk voor het aanbieden van het afval op de verwerkingslocatie. Vanwege wijzigingen in die locaties wordt de gemeente geconfronteerd met extra kilometers met de toch al hoge brandstofprijzen. De exacte verdeling van de extra kosten is nog niet bekend. Eenmalige bijdrage aan Vooruitlopend op de nieuwe inrichting van de 10% frictiekosten financiële problemen jeugdhulp per 2024 waarmee besparingen te aanbieders gesloten jeugdhulp realiseren zijn, zijn er enkele aanbieders van gesloten jeugdhulp in de financiële problemen gekomen. Landelijk en bovenregionaal wordt gekeken naar een bedrijfsplan (herstelplan) voor deze aanbieders. Mogelijk heeft dit financiële consequenties in de vorm van eenmalige frictiekosten. Juridische procedures De gemeente is in meerdere juridische 10% procedures betrokken. Dit kan op meerdere beleidsvelden spelen. Elk P&C moment wordt vanuit de risico reservering een actuele lijst opgesteld en gewaardeerd. Wanneer één van de onderliggende procedures van significante omvang zijn worden ze apart in de risico paragraaf benoemd.
Bij het opnemen van juridische risico's wordt de afweging gemaakt om eventuele relevante informatie (naam, onderwerp, omvang claim etc.) niet in het P&C document op te nemen lopende de procedures om te voorkomen dat andere belanghebbende partijen daaruit een strategisch voordeel kunnen halen. Extra stortingen om APPA-fonds Extra stortingen om APPA-fonds op peil te 10% op peil te houden voor houden voor toekomstige toekomstige pensioenverplichtingen op basis van pensioenverplichtingen op basis jaarlijkse actualisatie van jaarlijkse actualisatie Discontinuïteit bedrijfsvoering Hoewel de uitvoering van de ICT verzorgd 1% gemeente als gevolg van wordt door de BVO Rijn en Braassem kan informatiebeveiligingsproblemen het risico van cyberaanvallen en het stil (hacking, gijzeling, ransomware vallen van het netwerk (met de nodige etc.) herstelkosten) niet worden weggenomen. Rekening wordt gehouden met een kleine kans, maar aanzienlijk gevolg dat is gebaseerd op ervaringen bij andere overheden (gemeente, onderwijs en woningcorporaties).
Invloed (%) op weerstand
€ 50.000
2,28%
€ 150.000
0,78%
€ 150.000
0,75%
€ 50.000
0,26%
€ 500.000
0,25%
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 4.065.000 - zie tabel 1) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. 48
Zekerheidspercentage Bedrag
Statistieken
80% 90% 95% 99%
Absolute maximum € 4.065.000 Trekkingen 100.000
€ 1.443.987 € 1.746.644 € 1.994.347 € 2.354.865
Waarde
Tabel 1: resultaten risico simulatie
Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.746.644 (benodigde weerstandscapaciteit). De norm van 90% wordt toegepast bij Nederlandse gemeenten. Extra zekerheid gaat vanaf dit punt een naar verhouding groter beslag leggen op de weerstandscapaciteit. 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Kaag en Braassem bestaat uit de algemene reserve. Dit bestaat in het geheel uit middelen die de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.
Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand Startcapaciteit Kaag en Braasem € 23.651.509 Totale weerstandscapaciteit € 23.651.509
49
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.
Risico's:
Weerstandscapaciteit :
Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product
Kaag en Braassem Reserve
Weerstandvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 23.651.509 € 1.746.644
= 13.54
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
Waarderingscijfer A B C D E F
Tabel 4: Weerstandsnorm Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
50
5. Structurele risico’s en nieuwe ontwikkelingen Bovenstaand is aangegeven welk beslag incidentele risico’s kunnen hebben op de beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij is strikt aangegeven dat het om risico’s gaat die de gemeente direct geld gaat kosten. Aangenomen is dat structurele risico’s niet worden verrekend. Met andere woorden de gemeente reserveert niet voor risico’s met effecten die zich op middellange en lange termijn kunnen voordoen. Hiervoor moet de gemeente besluiten nemen in het kader van beheersing daarvan en de (financiële) gevolgen opnemen in de begrotingssystematiek. Ten opzichte van de Richtnota zijn de volgende aannames over onzekerheden gedaan: - De directe financiële consequenties van de eventuele opvang van vluchtelingen zijn niet te verwachten omdat de compensatie vanuit het Rijk voldoende lijkt; - De eventuele opleving van Corona varianten wordt vooralsnog niet als financiële onzekerheid opgenomen omdat ook hiervoor wordt aangenomen dat er voldoende compensatiemogelijkheden worden geboden.
De structurele risico’s waarop (extra) beheerst moet gaan worden: - Aflopende energiecontracten na 2023 bij een gelijkblijvende of stijgende energieniveau; - Impact Oekraïne oorlog en gevolgen op gemeentelijke organisatie en dienstverlening op middellange termijn; - Tijdige keuzes in beheer en onderhoud ten aanzien van stijgende prijzen, areaaluitbreiding, beheerniveau ’s en klimaatimpact; - Bijsturing of tijdige signalering stijgende bijdragen aan verbonden partijen; - Tijdige sturing op grondexploitaties in het kader van renteontwikkelingen (stijging); - Renterisico in het kader van de komende investeringen en projecten o.a. Masterplan Sportpad; - Herziening inrichting jeugdhulp en te realiseren besparingen. 6. Conclusies Ondanks de groter wordende onzekerheden en verslechterde financiële omstandigheden voor Nederlanders blijft het benodigde weerstandvermogen op gelijk niveau met vorig rapportagemoment in de Richtbrief. Dit komt omdat: - De gemeente scherper is in het hanteren van risico’s die directe impact hebben op de weerstandscapaciteit; - De gemeente in de begroting reeds maatregelen heeft genomen; De weerstandsratio is met 13,54 uitstekend. Dit is mede te danken aan de beschikbaarheid van de weerstandscapaciteit. De ratio biedt voldoende comfort voor de reguliere taken en geeft aan dat er ruimte is voor een grotere risico acceptatie.
51
Financiële kengetallen ____________________________________________________________________________ De financiële kengetallen maken een vast onderdeel uit van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen. Er is vanuit het BBV geen normering aangegeven waaraan deze kengetallen kunnen worden getoetst. De provincies hebben in 2016 gezamenlijk met het ministerie van Binnenlandse Zaken signaleringswaarden benoemd. Deze signaleringswaarden passen wij hieronder toe bij de beoordeling van de kengetallen op zich en geven een indicatie over de financiële situatie van onze gemeente. Algemeen beeld financiële kengetallen In de voorgaande begrotingen is aangekondigd dat onze financiële positie vanaf 2022 kwetsbaarder zou worden door het wegvallen van de precarioheffing. Ondanks het feit dat we deze structurele inkomst missen sinds 2022, zien de kengetallen er in de begroting 2023 allemaal beter uit dan in de begroting 2022. In de begroting van 2022 hadden we al een kleine positieve verwachting voor 2023ev aangekondigd, mede vanwege de positieve effecten voor onze gemeente ten aanzien van de herverdeling van het gemeentefonds. Met name de schuldpositie, de solvabiliteit en exploitatieruimte zijn verbeterd. De sterke verbetering is het gevolg van een forsere stijging van de algemene reserve in de afgelopen jaren.
De hoge positie van de algemene reserve en de hogere structurele inkomsten als gevolg van de positieve accressen t/m 2025 in de septembercirculaire van 2021 en de meicirculaire van 2022 hebben een positieve invloed gehad op de kengetallen, die hieronder zijn gepresenteerd en toegelicht. Andere kengetallen die zich positief ontwikkelen ten opzichte van voorgaande jaren zijn de getallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit. Door het afsluiten van grondexploitaties worden de risico’s in de toekomst kleiner. Om ons heen zagen we in de afgelopen jaren gemeenten hun belastingen verhogen. Door de stijging van de landelijke belastingdruk in gemeenten is onze belastingdruk ten opzichte van het landelijk gemiddelde verbeterd. Toch is enige waakzaamheid geboden. De ontwikkelingen ten aanzien van de algemene uitkering vanaf 2026 zijn onzeker. In de septembercirculaire 2022 is éénmalig een extra bedrag beschikbaar gesteld voor 2026, maar over een structurele verhoging wordt nog niet gesproken. Ook de opschalingskorting komt vanaf 2026 nog steeds op ons af. Met de risico’s die we in beeld hebben en de ambities die voortvloeien uit het raadsakkoord en het college-uitvoeringsprogramma is het voor een blijvend gezonde financiële positie belangrijk om de kengetallen blijvend te monitoren.
52
Het totaaloverzicht aan financiële kengetallen geeft het volgende meerjarenbeeld: Begroting jaar 2023 Kengetallen:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
netto schuldquote
70%
88%
102%
98%
90%
96%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
59%
75%
89%
86%
81%
86%
solvabiliteitsratio
34%
29%
27%
29%
32%
32%
structurele exploitatieruimte
9%
2%
3%
5%
5%
-1%
grondexploitatie
11%
9%
8%
4%
3%
3%
belastingcapaciteit
118%
108%
113%
113%
113%
113%
1. Netto Schuldquote In dit kengetal wordt het bedrag van de financieringsmiddelen (schulden) minus de financiële activa (vorderingen) uitgedrukt in % van de totale baten in het jaar. Kengetal:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
netto schuldquote
70%
88%
102%
98%
90%
96%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de netto schuldenlast uitgedrukt in een percentage van de totale baten exclusief reservemutaties. Signaalwaarde waarde < 90% 90% > 130% > 130%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: oranje In meerjarenperspectief loopt de netto schuldquote op en blijft binnen de neutrale signaalwaarde. In 2023 komt deze boven de 100%, waarmee de schuld hoger is dan de jaaromzet, maar wel onder de waarde van 130% en daarmee “neutraal”. Vanaf 2024 zien we nog steeds een fors hogere waarde door investeringen in riool, wegen en het Masterplan Sportpad. De hoge waarde blijft dan nog steeds onder de waarde van 130% en behoudt het ook dan de signaalwaarde “neutraal”. Dat de waarde ondanks de stijging in de verwachte schuld toch daalt komt door de positieve accressen in het gemeentefonds in 2024 en 2025. Dat de waarde in 2026 stijgt tov 2025 komt doordat in 2026 sprake is van een fors lagere baat uit het gemeentefonds dan in (2024 en) 2025. De schuldquote wordt tevens beïnvloed door leningen die zijn doorgeleend aan derden (bijv. aan sportverenigingen, personeelshypotheken). Om inzicht te krijgen in de effecten hiervan wordt als kengetal eveneens voorgeschreven de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze is in het onderstaande overzicht weergegeven.
53
2. Netto Schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen In dit kengetal wordt het vorige kengetal gecorrigeerd met de aan derden doorgeleende gelden. Kengetal:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
59%
75%
89%
86%
81%
86%
Inzicht De effectieve schuldquote is in feite een nadere analyse van de netto schuldquote waarbij de invloed van afgesloten leningen die door zijn betaald aan derden en het geld dat is geïnvesteerd in nog te leveren bouwgrond is geëlimineerd. De voor alle verstrekte leningen gecorrigeerde netto schuldquote geeft hierdoor een gunstiger beeld dan de netto schuldquote. Oordeel: oranje De gecorrigeerde netto schuldquote heeft dezelfde beweging als de netto schuldquote. Door de correctie komt deze waarde niet boven de 90% uit. Dus ondanks de hierboven bij 1. benoemde grote investeringen, blijft het kengetal onder de 90% en kan daarmee als “minst risicovol” worden beoordeeld. Oorzaak De schuldquote in onze gemeente wordt in belangrijke mate beïnvloed door het grote bouwplan Braassemerland, waarvoor in de voorliggende jaren aanzienlijke geldleningen zijn aangetrokken. De leningen die voor dit complex zijn gesloten komen voor bijna € 50 miljoen niet meer terug uit de verkoopopbrengsten uit dit complex waardoor deze schulden blijven bestaan en na het aflopen van de leningsperiode zullen moeten worden geherfinancierd met nieuw aan te trekken leningen. Dit heeft als gevolg dat de netto schuldquote op een hoog niveau zal blijven. De stijging in 2022/ 2023 en in de jaren daarna wordt veroorzaakt door investeringen die kunnen/ moeten worden gefinancierd met aanvullend vreemd vermogen.
Het gaat om investeringen voor uitvoering van het GRP en groot onderhoud in de buitenruimte, voor de bouw van verschillende IKC’s, inleg EV VOF Braassemerland en in 2022 beschikbaar gesteld vermogen voor Alliander en de financieringen voor de investeringen die samenhangen met de realisatie van het Masterplan Sportpad. Echter door de positieve accressen in het gemeentefonds tot en met 2025 ziet het meerjarenbeeld van dit kengetal er nu veel beter uit dan in de voorgaande begroting. De verbetering bedraagt gemiddeld zo’n 20 procentpunt. Perspectief Maatregelen die de netto schuldenlast en de netto schuldenlast, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen kunnen verbeteren zijn opgenomen in de notitie solvabiliteit en schuldenlast van februari 2017. Het gaat hier om verkoop van bestaand bezit, verbeteren van de exploitatie en het versoberen of spreiden van de toekomstige investeringen. Mede hierom zal bij toekomstige raadsvoorstellen voor grote investeringen zoals de nog te voteren kredieten voor Masterplan Sportpad en in de begrotingen in deze paragraaf aandacht worden besteed aan de gevolgen van deze besluiten voor de financiële positie van de gemeente, zodat uw raad deze informatie mee kan nemen in de besluitvorming.
Verder zal naast onze eigen geplande ambities met name ook de ontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2026 in belangrijke mate van invloed zijn op de ontwikkeling van dit kengetal.
54
3. Solvabiliteitsratio In dit kengetal wordt het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Hoe hoger het percentage hoe beter de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Kengetal:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
solvabiliteitsratio
34%
29%
27%
29%
32%
32%
Inzicht Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Signaalwaarde waarde > 50% 20% > 50% < 20%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel: oranje De solvabiliteitsratio en ook het toekomstige beeld daarvan is verbeterd ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar. Dit is met name het gevolg van de hogere dan geplande groei van de algemene reserve in de afgelopen twee jaren én in de positieve accressen en daarmee de verwachte resultaten voor de jaren 2023 t/m 2025. Overigens zijn in bovenstaande cijfers wel de voorgenomen investeringen en ambities uit de vorige Samenwerkingsagenda meegenomen, maar nog niet de nog in te vullen ambities uit het Raadsakkoord “Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen”. De solvabiliteitsratio daalt naar verwachting wel als gevolg daarvan, maar komt daarbij met de huidige inzichten en besluiten niet onder de 20%. Oorzaak Dat het percentage al jaren niet in de groene zone ligt, komt doordat wij een hoog saldo langlopende leningen hebben voor in het verleden gedane investeringen. Daarmee is het lastig om de solvabiliteitsratio in de groene zone, namelijk > 50% te krijgen. Dat we een verbetering ten opzichte van de begroting in 2021 en 2022 zien heeft als belangrijkste oorzaak de grote positieve resultaten in de jaarrekeningen 2020 en 2021 én de positieve accressen vanaf 2022 tot en met 2025. Perspectief Exploitatieoverschotten kunnen zorgen voor een verdere verbetering van de solvabiliteitsratio.
Of deze verbetering doorzet, is voor een groot deel afhankelijk van de ambities van de gemeenteraad, het tempo van de geplande investeringen en het tijdstip van de verkopen van de woningen in Braassemerland. Ook het tempo van de andere geplande investeringen en de ontwikkelingen van het gemeentefonds zijn van invloed. Wat besluit dit kabinet ten aanzien van de opschalingskorting? Blijft deze bevroren vanaf 2026 of houden ze de korting vanaf 2026 in tact? Wat gebeurt er met de extra gelden voor de jeugdzorg ? Of nog breder: wat voor gevolgen heeft de oorlog in Oekraïne, de vluchtelingencrisis, de energiecrisis, de hoge inflatie etc op de begrotingen van gemeentes ?
55
4. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal worden de structurele baten verminderd met de structurele lasten en dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten. Kengetal:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
structurele exploitatieruimte
9%
2%
3%
5%
5%
-1%
Inzicht Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Hiermee kan worden beoordeeld of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Signaalwaarde waarde Begrotingsruimte > € 0 Begrotingsruimte = € 0 Begrotingsruimte < € 0
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel Tot en met 2025 is de begrotingsruimte om structurele tegenvallers op te kunnen vangen en nieuw beleid in te kunnen passen ruim. Via de septembercirculaire ontvangen de gemeentes éénmalig een extra bedrag om het tekort in 2026 (voor een groot deel) op te kunnen vangen. Deze extra uitkering is nog niet verwerkt in deze begroting en in deze kengetallen. Vandaar dat de structurele exploitatieruimte in 2026 nog negatief uitkomt. Omdat de jaren t/m 2025 zeer positief zijn en omdat de situatie voor 2026, rekening houdend met de extra uitkering positief zal zijn, is toch het oordeel “groen” meegegeven voor dit kengetal. Oorzaak Ondanks het wegvallen van de structurele inkomsten voor precarioheffing vanaf 2022, ondanks de toenemende kosten in het sociaal domein en de kosten in verband met de realisatie van de ambities van ons college en uw raad, en dankzij de hoge accressen van het gemeentefonds volgens de septembercirculaire 2021 en de meicirculaire 2022 is het structurele begrotingsresultaat beduidend verbeterd ten opzicht van de begroting 2022. Daarmee is ook het oordeel gewijzigd van “oranje” naar “groen”. Of deze ruimte op 5% zal blijven of daalt naar 1 of 2% is onder meer afhankelijk van het tempo waarin de ambities uit het Raadsakkoord en het college- uitvoeringsprogramma kunnen worden gerealiseerd.
Perspectief In het raadsakkoord “Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen” is verwoord dat uw raad staat voor een realistische meerjarenbegroting, waarbij op zoek wordt gegaan naar structureel meer ruimte om ambities te kunnen waarmaken. Voor een deel is deze ruimte al ontstaan door de positieve accressen bij het gemeentefonds en het bevriezen van de opschalingskorting tot en met 2025. Verder heeft de herverdeling van het gemeentefonds ook een positief effect gehad op onze gemeentelijk begrotingsbeeld. Daarnaast is gehoor gegeven aan de andere methode voor het berekenen van het benodigde weerstandsvermogen voor risico’s met structurele effecten.
56
5. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grondposities) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Kengetal:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
grondexploitatie
11%
9%
8%
4%
3%
3%
Inzicht Dit kengetal geeft aan of een gemeente verhoudingsgewijs veel middelen heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit is geld dat nog terugverdiend moet worden uit de grondverkopen. Het risico of dit wel of niet lukt, is afhankelijk van de vraag en het aanbod. Signaalwaarde waarde < 20% 20% > 35% > 35%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel Uit de berekende kengetallen kan worden geconcludeerd dat de gemeente in het meerjarenperspectief een gezonde grondpositie heeft. De grondexploitaties worden jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd. Bij deze actualisatie worden ook steeds de risico’s bij deze grondexploitaties geactualiseerd. Zie hiervoor paragraaf 7. Oorzaak De waarde voor de grondposities wordt jaarlijks beter. Door het afsluiten van verschillende grondexploitaties in 2021 t/m 2023 daalt de boekwaarde van de grondposities en verbetert het percentage in de jaren na 2021 en met name vanaf 2024 verder. Perspectief In de afgelopen jaren hebben omvangrijke afboekingen op balanswaarden plaatsgevonden. Jaarlijks worden de grondexploitaties door de organisatie met een toets van de accountant geactualiseerd en worden de balanswaarden beoordeeld. Verondersteld mag dan ook worden dat de huidige boekwaarden, verminderd met de daarvoor beschikbare verliesvoorzieningen, in de komende jaren kunnen worden “terugverdiend” met de opbrengsten uit de grondverkopen. De geplande grondverkopen in de complexen Braassemerland GEM gronden en Braassemerland centrum zorgen voor een verdere daling van de omvang van de grondposities vanaf 2021. Ook het afsluiten van diverse grondexploitaties in 2020 t/m 2023 verbetert het percentage.
Er wordt momenteel nagedacht over het openen van grondexploitaties voor woningbouw bij KC Noord. Hierdoor zal het percentage weer stijgen, maar dat zal naar verwachting niet boven de 20% uitkomen en daarmee de minst risicovolle waarde blijven behouden.
57
6. Kengetal belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit drukt de gemiddelde belastingdruk uit in een percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Kengetal:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
belastingcapaciteit
118%
108%
113%
113%
113%
113%
Inzicht Dit kengetal is voorgeschreven om inzicht te krijgen in de belastingcapaciteit. Hierbij wordt gekeken hoe de lokale belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Bij de afvalstoffenheffing en het rioolrecht wordt in onze gemeente gestreefd naar 100% kostendekkendheid. In de afgelopen twee jaar en in deze begroting is hier voor afval en riool naar toegegroeid. Afwijking van het landelijk gemiddelde vergt een nadere analyse van de hoogte van de lasten die bij deze onderdelen worden gemaakt en de mate/wijze waarin deze worden doorbelast in de tarieven. De capaciteit bij de OZB kan worden afgelezen door het tarief te vergelijken met het landelijk gemiddelde en in absolute zin door de ruimte van het eigen tarief in vergelijking tot de artikel 12-norm. Signaalwaarde waarde < 95% 95% > 105% > 105%
oordeel minst risicovol neutraal meest risicovol
Oordeel Je kunt zien dat de gemiddelde belastingdruk in andere gemeenten in de afgelopen jaren sterker is gestegen dan in onze gemeente. Hierdoor zie je vanaf het begrotingsjaar 2022 een lagere belastingdruk dan in 2020 en 2021. Ondanks deze daling in 2022 ten opzichte van het landelijk gemiddelde ligt de capaciteit nog wel boven het landelijke gemiddelde. Dit zou kunnen betekenen dat er weinig ruimte is om de belastingtarieven verder te verhogen. Echter vergeleken met de artikel 12-norm is die ruimte om belastingtarieven te verhogen er wel. Oorzaak OZB Het in onze gemeente gehanteerde OZB-tarief voor woningen ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Dat de lasten in absolute zin toch hoger uitvallen ten opzichte van het landelijk gemiddelde komt doordat de landelijk gemiddelde woningwaarde (waarde 1-1-2022 voor aanslag 2023 uitkomt op € 315.000, terwijl in onze gemeente voor de berekening (dd augustus 2022) per 1-1-2022 een gemiddelde waarde van € 377.000 geldt (bron: CBS). Afvalstoffenheffing Per 1 januari 2018 is Diftar ingevoerd en vanaf 2019 is een vast en een variabel tarief ingevoerd. Het variabele tarief geldt per lediging of per aangeboden afvalzak. De uiteindelijke belastingdruk is afhankelijk van het scheidingsgedrag van een inwoner. In het najaar van 2022 worden de tarieven voor 2023 vastgesteld.
Op basis van het besluit bij de vaststelling van de tarieven voor 2021 heeft ons college in deze begroting voorgesteld in 2023 te groeien naar 100% kostendekkendheid. Dit zal voor 2023 leiden tot een tariefsverhoging. Uiteindelijk is de
58
werkelijke last en het effect van deze verhoging ook afhankelijk van het scheidingsgedrag van de inwoner. Rioolheffing De rioolheffing is in onze gemeente hoger dan het landelijk gemiddelde. Toch hebben we in de jaren 2020 t/m 2022 geen tariefsverhogingen door hoeven te voeren door een forse daling van het renteomslagpercentage en een snellere stijging van het aantal aansluitingen dan waarvan was uitgegaan in het geactualiseerde GRP. Daartoe is het kostendekkingsplan bij het GRP 2019-2023 eind 2019, 2020 en in 2021 opnieuw geactualiseerd en vastgesteld. Door de toegenomen lasten als gevolg van de forse inflatie is voor de begroting 2023 een iets hogere stijging dan de prijsindex noodzakelijk om tot een kostendekkendheid van 100% te komen. Met de wetenschap dat de tarieven in de afgelopen 3 jaar niet zijn gestegen, valt deze stijging binnen de indexstijging van de afgelopen jaren. Eind 2022 stelt uw raad de tarieven voor riool voor 2023 definitief vast. Perspectief De ontwikkeling van de belastingdruk is naar verwachting in de komende jaren redelijk stabiel. We zijn in de afgelopen jaren toegegroeid naar 100% kostendekkendheid. Daarmee is er in de afgelopen jaren een belangrijke inhaalslag gerealiseerd. Stijging met een jaarlijkse inflatiecorrectie zal dan in de komende jaren naar verwachting toereikend zijn.
Met een uitgestrekt gebied als Kaag en Braassem en een WOZ waarde die hoger ligt dan landelijk gemiddeld zal de belastingdruk naar verwachting niet snel op of beneden het landelijk gemiddelde uitkomen en is het streven naar een niet verdere stijging van dit kengetal meer realistisch dan de verwachting van een daling.
59
3. Kapitaalgoederen De gemeente beheert de openbare ruimte en gebouwen waarin wordt gewerkt en gerecreëerd. In beleidsvisies en beheerplannen geven we richting aan het meerjarig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Voor een effectieve en efficiënte uitvoering pakken we het beheer en onderhoud zoveel mogelijk integraal op. Onderstaande tabel geeft inzicht in het te onderhouden areaal van de gemeente. Het beheerareaal IBOR:*
Riolering:
Groen
Kolken
9160 stuks
Vrij verval riool Drukriool (incl. persleiding) Gemalen Pompputten (in beheer)
150 km 136 km 104 stuks 785 stuks
-
Hagen (omtrek in m1) Gras/Gazon (in km2) Gras/Berm (in km2) Gras/Bloemrijk (in km2) Cultuur beplanting (in km2) Natuurlijke beplanting (in km2)
Bomen Verharding Water Beschoeiing of kade -
Beschoeiing (in m1) (beschoeid, palenrij en damwand. Natuurvriendelijke oever (in m2) (NVO, onderwaterbeschoeiing) Straatmeubilair
19264 0,216 0,487 0,077 0,136 0,155 9.776 stuks 1,71 km2 0,17 km2
44.465 4.480 997 stuks (totaal)
Verharding:
533 stuks 412 stuks 52 stuks
Elementen Asfalt Beton Halfverharding
714.523 m2 682.754 m2 4925 m2 16.675 m2
Speeltoestellen
422 stuks
Verkeersborden
5101 stuks
Lichtmasten
5.500 stuks
Kunstwerken: Aanleginrichting steiger
21 stuks
Steiger Bruggen (beweegbaar) Bruggen (vast) Dammen Damconstructies Grondkeringen Onderdoorgang Schutsluis Trappen Voetgangerstunnel RV Viaduct RV Waterreguleringswerken Duikers <1 m1 Duikers >2 m2
5 stuks 12 stuks 201 stuks 1 stuks 7 stuks 27 4 1 4 1 1 5 354 32
-
Prullenbakken (Afvalbakken, containers, blikvanger en hondenpoepbak) Banken Overig
* Eenheden zijn afgeleid van het IBOR en geactualiseerd op basis van de areaalvlakken in het beheerprogramma Geovisia.
60
Gebouwen:
Stuks
Gebouwen waarvan: - Groep 1 (vaste voorraad)
34 15
-
4 7 8
Groep 2 (beheer door sportbedrijf) Groep 3 (losse voorraad) Groep 4 (reeds uitgefaseerde voorraad)
Begin 2020 is het IBOR (Integraal Beheerplan Openbare Ruimte) door de gemeenteraad vastgesteld voor de periode 2020-2024. Doel van het IBOR is om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te beheren, afgestemd op de behoefte van de (deelgebieden binnen de) gemeente binnen daarbij passend budget. Beheeronderdelen die niet in het IBOR zijn meegenomen, zoals civiele kunstwerken, riolering en gebouwen, zijn vastgelegd in aparte beheerplannen. Onderstaande tabel geeft de actuele stand van zaken van de diverse beheerplannen weer. Beheerplan
Datum raadsbesluit
Looptijd t/m
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
IBOR GRP (Riolering) Gebouwen Civiele kunstwerken
2020 Q4 2018 Q4 2019 2012
2024 2023 2024 Actualisatie in 2021, t/m 2025
Ja Ja Ja Ja
Nee Nee Nee nnb
Kwaliteit
In bovenstaande figuur zijn de door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus weergegeven waarmee de openbare ruimte in de verschillende deelgebieden wordt onderhouden. Aan de kwaliteitsniveaus zijn normbedragen en te onderhouden arealen gekoppeld, op basis waarvan het totaal benodigde beheerbudget is vastgesteld en toegekend. Hierbij is A een hoge beeldkwaliteit aflopend naar D met een lage of onvoldoende beeldkwaliteit. Riolering De kaders waarbinnen het beheer en onderhoud van de riolering valt, komen uit het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP), vastgesteld in het vierde kwartaal 2018. Dit GRP is gebaseerd op de volgende speerpunten: • De stijging van de rioolheffing beperken tot 1,0% exclusief indexatie • Anticiperen op klimaatverandering door: o bij rioolvervangingen en andere ingrepen in de openbare ruimte gescheiden stelsels aan te leggen mits doelmatig 61
ook particuliere oppervlakken projectmatig af te koppelen nader onderzoek te verrichten naar het samenspel tussen riolering en oppervlaktewater (samen met het hoogheemraadschap) • Het beheer en onderhoud een kwaliteitsimpuls geven, met name door structureel periodieke beoordelingsrichtlijnen (BRL) en Nederlandse Norm (NEN) -keuringen van pompen en gemalen. Ambitie: minimaal 25% minder storingen. Het areaal en de kwaliteit zijn goed in beeld. Projecten zijn gepland en de financiering hiervan is op orde. o o
Civiele kunstwerken Civiele kunstwerkobjecten zijn uniek gemaakte bouwwerken in de openbare ruimte, zoals bruggen, viaducten, duikers, kademuren, sluizen en veerstoepen. Kaag en Braassem ligt in een waterrijke omgeving, waardoor er binnen de grenzen van de gemeente veel civiele kunstwerkobjecten aanwezig zijn. De gemeente heeft gewerkt aan een actueel en compleet beheerplan voor de civiele kunstwerken voor de periode 2018-2023 en werkt aan een update meerjaren onderhoudsplan (MJOP) 2023 op het beheerplan 2018-2023. Dit wordt uitgewerkt in de MJOP update inclusief risicobruggen in de periode 2023-2028. Daarin maken we een noodzakelijke omslag van het huidige incident gestuurde beheer (piepsysteem) naar een risico gestuurd systeem. Daarmee wordt een potentieel risico ten aanzien van de risicoaansprakelijkheid (zorgplicht), functieverlies en kapitaalvernietiging verkleind. Het areaal van de gemeente op het onderdeel kunstwerken ziet er als volgt uit: Civiel kunstwerken Bruggen vast1 Bruggen beweegbaar2 Tunnels Viaducten Duikers Waterreguleringswerken Onderdoorgangen Aanleginrichting en steigers3 Remmingwerk en passantensteiger3 Grondkeringen Trappen Sluizen
2018 145 10 1 1 22
21 2769 m (20) 4 1
2020 221 10 1 1 374 6 1 21 5 6743 m (346) 4 1
2022 221 111 1 1 374 6 1 21 5 6743 m (346) 4 1
In 2023 wordt er een nieuwe inventarisatie uitvoert naar de conditiestatus van ons areaal. Tot op heden is gebleken dat de Lange brug in Oud Ade en de Langeweg in Roelofarendsveen constructief onveilig zijn / waren. De Lange brug is eind 2021 vervangen. De Langeweg wordt vervangen in december 2022. Voor de Noorderhemweg is groot onderhoud nodig of zal vervanging op korte termijn noodzakelijk zijn. De voorbereidingen & engineering hiervan zijn gestart in kwartaal 2 van 2022 en beslaan minimaal een half jaar. Ook deze resultaten zullen worden opgenomen in het MJOP 2023-2028.
62
Onderstaand is een overzicht weergegeven van potentiële risicobruggen die buiten het vigerende MJOP 2018-2023 vallen en worden geïntegreerd in de update MJOP 2023-2028: nummer
brug
ID
1
Floraweg
1001
Update Areaal K&G 2023 MJOP
2
Floraweg
1002
Update Areaal K&G 2023 MJOP
3
Floraweg
1009
Update Areaal K&G 2023 MJOP
4
Floraweg
1011
Update Areaal K&G 2023 MJOP
5
Noordehemweg
1021-1028
Update Areaal K&G 2023 MJOP
6
Pastoor onelplein
1030
Project
7
Meerkreuk
604
Update Areaal K&G 2023 MJOP
8
Langeweg
1032
Project
9
Geestweg
1018
Update Areaal K&G 2023 MJOP
Het vervolg van het aanvullend onderzoek 2023 kan leiden tot onvoorziene extra kosten, omdat deze bruggen mogelijk extra onderhoud nodig hebben of vervangen dienen te worden. De resultaten van het onderzoek gaan onderdeel uitmaken van het beheerplan kunstwerken MJOP 2023-2028, waarmee wordt beoogd meer grip te krijgen op het areaal aan civiele kunstwerken. Een beeld van de definitieve financiële consequenties kan worden opgemaakt wanneer het onderzoek is afgerond en alle kunstwerken zijn geschouwd in 2023. Openbaar groen en water Het nauwkeurig in beeld brengen van het areaal openbaar groen waarmee in de afgelopen periode is gestart, is nog niet afgerond. Er is hierdoor reeds 0,11 km2 areaal toegevoegd (9% uitbreiding) en tevens is er door het in kaart brengen van onze watergangen en walkanten inzicht in de hoeveelheid beschoeiing/damwand/kade die door de gemeente wordt beheerd. De totale lengte bedraagt hierbij ca. 62 strekkende km waarvan ca. 51 km op enige wijze beschoeid is. Wegen (asfalt, elementen, beton en halfverharding) Ten opzichte van vorig jaar is er voor het areaal wegen een grote verschuiving geweest. Begin 2022 is er werk gemaakt van het nog verder inzichtelijk krijgen van ons areaal. Daarbij is de ongedefinieerde 115.902 m2 areaal in zijn totaliteit weggewerkt. Elke twee jaar vindt een visuele weginspectie plaats van alle wegen binnen de gemeente.
In 2023 voeren we deze inspectie voor het complete areaal wederom uit. Op basis van de inspectie vindt een prioritering plaats in het kader van veiligheid, risico en aansprakelijkheid. Deze prioritering vormt de basis voor de jaarlijkse planning van het beheer, groot onderhoud en reconstructies van en aan asfaltwegen en straten met elementenverharding (tegels) binnen de gemeente. Gebouwen De gemeente bezit gebouwen en bouwwerken. Deze zijn opgenomen in het MJOP Gebouwen. De gebouwen zijn verdeeld in meerdere groepen, met verschillende onderhoudsniveaus. De vaste voorraad (groep één) bestaat uit gebouwen die we in principe willen behouden. De gebouwen worden redelijk tot goed onderhouden. De gebouwen die vallen onder het Sportbedrijf betreffen groep twee. Het Sportbedrijf ontvangt een bijdrage uit de voorziening. De losse voorraad (groep drie) bestaat uit gebouwen die naar alle waarschijnlijkheid binnen een 63
aantal jaar kunnen worden afgestoten. Het onderhoudsniveau van groep drie is sober en doelmatig. De financiële consequenties van het MJOP 2020-2024 zijn verwerkt in deze begroting. Financieel In onderstaande tabellen wordt inzichtelijk gemaakt hoe de financiële consequenties zijn verwerkt in de begroting. Dit betreft de budgetten voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte, de kunstwerken, riolering en voor gebouwen (exclusief personeel, kapitaallasten en energielasten). Vertaling financiële consequenties onderhoud in de begroting
2023
2024
2025
2026
Onderhoud Groen
650
658
658
658
2.062
2.063
2.096
2.096
Water
475
475
475
475
Openbare verlichting
371
371
371
371
Kunstwerken
512
353
546
711
Verharding
Riolering
739
739
739
739
4.808
3.567
3.600
3.600
367
367
367
367
2023
2024
2025
2026
919
17
Riolering
3.377
2.735
2.735
2.735
Verharding
1751
1751
1751
1751
Totaal kredieten IBOR in de begroting
6.047
4.503
4.486
4.486
Totaal budgetten onderhoud
Gebouwen (dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen)
Vertaling financiële kredieten IBOR in de begroting Kredieten Kunstwerken
Om tot een zo efficiënt mogelijke inzet van de beschikbare middelen te komen heeft een afstemming tussen alle beheeronderdelen plaatsgevonden. Deze zijn vertaald in een meerjarige uitvoeringsplanning 2023 tot en met 2026.
64
4. Financiering In de financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem is in artikel 20 opgenomen dat de gemeente jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken in de paragraaf financiering verslag doet van de wijze waarop de gemeente de treasuryactiviteiten uitvoert. Hierbij komen in ieder geval de volgende punten aan de orde: • de kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de rentevisie; • het kredietrisicobeheer; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; • de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddelde verschuldigde rentepercentage; • de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan grondexploitaties, investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Hiermee is deze paragraaf het instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de financiële verordening (artikel 16). De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het treasurystatuut.
RENTERISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Wet Fido en financiering De wet Fido beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen langlopende leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet Fido om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De door het rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de korte schuld (looptijd < 1 jaar) tot 8,5% van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Voor 2023 bedraagt de limiet voor de gemeente Kaag en Braassem € 6,0 miljoen. Bij het aantrekken van kortlopende financiering wordt bewaakt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet niet overschrijdt. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijden van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moet worden aangepast.
Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% 65
van de totale lasten van de primaire programmabegroting. Het maximale bedrag aan aflossingen en renteherziening op vaste schuld bedraagt daardoor in 2023 € 14,1 miljoen. In 2023 zal voor € 10,6 miljoen worden afgelost en er zijn geen leningen waarvan de rente wordt herzien; waardoor de renterisiconorm niet zal worden overschreden. Op basis van deze meerjarenbegroting is de verwachting dat we de renterisiconorm de komende jaren niet zullen gaan overschrijden. Renterisico(norm) op vaste schuld
bedrag x € 1.000 2025 2026
2022
2023
2024
(1a) renteherziening op vaste schuld o/g
0
0
0
0
0
(1b) renteherziening op vaste schuld u/g
0
0
0
0
0
(1) netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
0
0
0
0
10.613 10.613
10.623 10.623
11.883 11.883
12.894 12.894
1.405 1.405
63.775
70.208
70.362
70.487
66.529
20%
20%
20%
20%
20%
(4) renterisiconorm (4ax4b)
12.755
14.042
14.072
14.097
13.306
(5a) ruimte onder renterisiconorm (4>3)
2.142
3.419
2.189
1.203
11.901
renterisico op vaste schuld
(2) betaalde aflossingen (3) renterisico op vaste schuld (1+2) renterisiconorm (4a) begrotingsomvang (4b) het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
(5b) overschrijding renterisiconorm (3>4)
Rentevisie De Euriborrentes hebben een tijd lang onder de 0% gelegen doordat de Europese Centrale Bank (ECB) een ruim monetair beleid heeft gevoerd om de economische groei in het eurogebied te ondersteunen. Maar ondertussen zijn - door het verkrappen van het monetaire beleid en door het herprijzen van de ECB-rentes - de rentes weer gestegen en komen dit jaar weer boven de 0% uit. De rentevisie van de BNG is dat de rentetarieven Euribor 3-maands naar verwachting verder zullen oplopen het komende jaar (naar rond de 1,4% medio 2023). Het EONIA rentetarief (daggeldrente rekening-courant schatkist) is per 2022 vervangen door het ESTER rentetarief (Euro Short-Term Rate); en is dit jaar gestegen tot rond de -0,1% medio 2022. Bij het rijk is de rente, indien die negatief is, bij het uitzetten van gelden gelijkgesteld aan nul; en de BNG brengt negatieve creditrente in rekening v.a. € 500.000. Door hoge inflatie, economische ontwikkelingen, oorlog in Oekraïne en het door het ECB verkrappen van het monetair beleid / herprijzen ECB-rentes; is het rentepercentage voor langlopende leningen het afgelopen jaar flink gestegen en komt uit op 2,23% medio 2022 (10 jaar fixe BNG).
De rentetarieven van langlopende leningen zullen mede onder invloed van een aantrekkende inflatie en een minder actief aankoopbeleid van obligaties van de ECB naar verwachting verder gaan oplopen tot rond de 2,96% medio 2023.
66
KREDIETRISICOBEHEER __________________________________________________________________________ Regeling Schatkistbankieren voor decentrale overheden en uitgezette gelden De regeling Schatkistbankieren heeft tot gevolg dat de decentrale overheden verplicht zijn om financiële overschotten, als ze die hebben, bij het rijk onder te brengen. De maatregel is bedoeld om de EMU-positie van Nederland te verbeteren. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden (niet zijnde verticaal toezicht). Wel is er sprake van een bepaald drempelbedrag dat de gemeente maximaal buiten de schatkist van het rijk mag houden. De ondergrens van het drempelbedrag is verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal; wat voor de gemeente Kaag en Braassem neerkomt op € 1,4 miljoen in 2023. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente (ESTER/ daggeldrente (r/c) of inleenrente (deposito)). Bij de berekening van de financieringsbaten is met deze verwachtingen rekening gehouden.
Verstrekte leningen en uitgezette leningen De gemeente Kaag en Braassem heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen (door)verstrekt aan woningcorporaties, verenigingen/stichtingen, SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) en personeel (hypothecaire leningen; er worden geen nieuwe hypothecaire leningen verstrekt). Eind 2023 is de verwachting dat er aan (door)verstrekte leningen een boekwaarde is van € 4,9 miljoen. Daarnaast is een converteerbare obligatielening aan Alliander beschikbaar gesteld van € 2,7 miljoen. Verstrekte gemeentegaranties De gemeente Kaag en Braassem staat begin 2022 voor een aantal geldgevers ten bedrage van € 0,5 miljoen borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door verenigingen of stichtingen die activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Tevens staat de gemeente garant voor hypotheken op woningen van inwoners ad € 1,7 miljoen. Dit betreft afloop van in het verleden verstrekte garantstellingen, waarvoor de gemeente nog steeds garant staat. Al geruime tijd valt dit onder de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en de gemeente gaat sindsdien geen nieuwe garanties meer aan (voor hypotheken op woningen voor andere garantiestellingen stellen we ons terughoudend op).