Duurzaamheid-volledig rapport
Tekst van het document
28
Rekenkamer
welke activiteiten de gemeente hier precies mee wil ondernemen wordt niet gespecificeerd. In het Plan van aanpak energietransitie wordt wel genoemd dat voor het vastgoed in beeld moet worden gebracht welke stappen nodig en mogelijk zijn om als gemeentelijke organisatie CO2-neutraal te worden in 2030 en energieneutraal in 2040, en welke kosten hieraan verbonden zijn. Met de komst van zo een DMJOP kan de borging van het duurzaam onderhoud plaats gaan vinden, en kan ook een investeringsvoorstel worden opgesteld voor de benodigde verduurzamingsmaatregelen.
3.5
Belangrijkste bevindingen
De belangrijkste bevindingen van dit hoofdstuk zijn: - In het Beleidsplan duurzaamheid en in het Duurzaamheidsprogramma zijn verschillende meetbare doelstellingen opgenomen gerelateerd aan energiebesparing in gemeentelijke panden. Deze tussendoelstellingen zijn opgesteld voor het jaar 2020. In het nieuwe plan van aanpak energietransitie zijn geen specifieke doelstellingen op het gebied van de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed opgenomen. - De gemeente IJsselstein rapporteert niet over de voortgang van de verschillende doelstellingen op het gebied van het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. - Sinds de verbouwing in 2017 gebruikt het gemeentehuis geen gas meer. Voorheen was het gemeentehuis (na het zwembad) van de gemeentelijke panden de belangrijkste verbruiker van gas. De verbouwing van het stadskantoor naar aardgasvrij is dus een belangrijke maatregel geweest richting CO2-neutraliteit. - Binnen het gemeentelijk vastgoed wordt duurzaamheid meestal meegenomen als meekoppelkans bij vervanging en (groot) onderhoud, niet los daarvan. De meekoppelkansen worden al sterk benut, maar door deze focus op ‘werk met werk maken’ zijn bepaalde grote verduurzamingsmaatregelen lastiger door te voeren. - Naast energie (energiebesparing en hernieuwbare opwek), is er binnen de afdeling Civiele techniek & vastgoed ook aandacht voor klimaatadaptatie.
- De afdeling Civiele techniek & vastgoed wil een DMJOP op gaan stellen waarin budget kan worden gereserveerd voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen ongeacht of er gepland onderhoud plaatsvindt.
29
Rekenkamer
4.
Eigen mobiliteit
Dit hoofdstuk behandelt het thema mobiliteit. We gaan in op de manieren waarop de gemeente de eigen mobiliteit en die van haar werknemers verduurzaamt. De gemeente koopt ook mobiliteit in (leerlingen- en doelgroepenvervoer). Inkoop van mobiliteit komt in Hoofdstuk 6 aan bod.
4.1
Doelstellingen
In het Beleidsplan duurzaamheid (Gemeente IJsselstein, 2016a) staat dat de gemeente IJsselstein streeft naar meer fietsgebruik en deelmobiliteit in IJsselstein. Daarnaast wil de gemeente het gebruik van elektrische auto’s stimuleren (o.a. door middel van het uitbreiden van de oplaadinfrastructuur met openbare oplaadpunten) en de bereikbaarheid van IJsselstein met openbaar vervoer helpen verbeteren. Ook is in het Beleidsplan duurzaamheid de doelstelling opgenomen dat 20% van het woon-werkverkeer in 2030 met de fiets, e-bike of e-scooter wordt afgelegd. De gemeente heeft geen doelstellingen ten aanzien van duurzame mobiliteit geformuleerd voor de eigen organisatie.
4.2
Maatregelen
Woon-werkregeling In het personeelshandboek van de gemeente IJsselstein staat dat voor de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer de regels gelden die de Belastingdienst stelt aan het vergoeden van de reiskosten voor woon-werkverkeer. Alleen werknemers die verder dan 10 kilometer wonen van hun vaste werkplek krijgen een reiskostenvergoeding woonwerkverkeer (onder aftrek van de eerste 10 kilometer enkele reis). Medewerkers van de gemeente IJsselstein die met een eigen vervoermiddel naar hun werk komen, ontvangen een vergoeding van € 0,19 per kilometer. Dit is het maximale bedrag dat werkgevers mogen vergoeden zonder dat medewerkers hierover belasting moeten betalen (Rijksoverheid, lopend-b). Parkeerkosten worden niet door de werkgever vergoed. Medewerkers die met het openbaar vervoer naar hun werk reizen, krijgen hun volledige reiskosten vergoed.
Daarnaast staat in het personeelshandboek dat de gemeente een fietsplan heeft. Het fietsplan is een landelijke regeling. Medewerkers van de gemeente IJsselstein komen in aanmerking voor een bijdrage aan een fiets als zij een fiets gebruiken: - op meer dan de helft van de dagen waarop zij werken; of - als zij gebruik maken van de fiets om naar het vertrekpunt van het openbaar vervoer te reizen. De bijdrage voor een fiets is € 315 per vijf jaar. De bijdrage voor fietsaccessoires of een fietsverzekering is € 60 per kalenderjaar. Bovendien krijgen nieuwe medewerkers van de gemeente IJsselstein als zij in dienst treden per email twee fietsroutes vanaf Utrecht Centraal toegestuurd om hen vanaf de eerste werkdag te stimuleren met de fiets naar het werk te komen. 30
Rekenkamer
Thuiswerken De gemeente IJsselstein faciliteert haar werknemers sinds de coronasituatie om thuis te werken. Medewerkers van de gemeente krijgen een thuiswerkvergoeding14 en een bureau, bureaustoel en beeldscherm. Vanuit de rijksoverheid geldt dat werkgevers een zorgplicht hebben en thuiswerkers dus moeten voorzien van een goede en veilige werkplek (Rijksoverheid, lopend-a). In hoeverre de gemeente haar medewerkers ook na de coronasituatie wil faciliteren om thuis te blijven werken en in hoeverre hybride werken mogelijk wordt gemaakt, is nog niet duidelijk. De thuiswerkvergoeding is opgenomen in de cao Gemeenten die geldt tot 1 januari 2023. Eigen wagenpark Het gemeentelijk wagenpark bestaat uit drie auto’s: een piketauto (gekocht) en daarnaast twee auto’s voor Sportbeheer en Stadstoezicht (leasecontract). Bij de inkoop van deze auto’s is samen met het Inkoopbureau Midden-Nederland (IBMN) gekeken of het mogelijk was over te stappen op elektrische auto’s. Uit de interviews blijkt dat dit overigens geen specifieke eis vanuit het bestuur was. De auto voor Sportbeheer is elektrisch. De andere twee auto’s zijn benzineauto’s, omdat deze een trekhaak nodig hebben en vaak zwaarbeladen zijn. De elektrische auto’s waren hier destijds niet voor geschikt. De CO2-uitstoot en/of het energieverbruik van deze auto’s wordt niet bijgehouden.
Naast auto’s, bestaat het gemeentelijk wagenpark ook uit een aantal leenfietsen. Deze fietsen kunnen medewerkers van de gemeente gebruiken zodat zij niet met de auto naar verschillende locaties van de gemeente reizen. Duurzaamheid was niet het enige argument om leenfietsen beschikbaar te stellen, ook gezondheid van de medewerkers wordt hiermee gestimuleerd. De fietsen zijn onlangs vernieuwd en worden goed bijgehouden, opdat het gebruik hiervan laagdrempelig is. In het voorjaar van 2022 zijn bovendien twee elektrische fietsen aangeschaft voor de handhavers. Daarmee zijn de handhavers beter benaderbaar voor inwoners en wordt bespaard op autoritten met de handhavingauto’s.
4.3
Borging in de organisatie
Organisatie Het beheer van het gemeentelijk wagenpark is belegd bij één persoon in het team Vastgoed binnen de afdeling Civiele techniek & vastgoed. Monitoring IJsselstein heeft doelstellingen geformuleerd ten aanzien van o.a. meer fietsgebruik en deelmobiliteit in de gemeente als geheel. Deze doelstellingen zijn niet voorzien van een uitvoeringsprogramma voor de interne organisatie. De voortgang van de gemeentelijke organisatie op deze doelstellingen wordt dan ook niet gemonitord. Ook wordt het energiegebruik van het gemeentelijk wagenpark niet bijgehouden. Budget/capaciteit Uit de interviews blijkt niet dat medewerkers bij het verduurzamen van het gemeentelijk wagenpark tegen restricties lopen op het gebied van budget of capaciteit. In het team 14
De thuiswerkvergoeding is opgenomen in de cao Gemeenten.
31
Rekenkamer
Locatiebeheer is per mei 2022 een facilitair consulent gestart. Onderdeel van diens takenpakket is het faciliteren van hybride werken.
4.4
Belangrijkste bevindingen
De belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk zijn: - Werknemers van de gemeente IJsselstein die met een eigen vervoermiddel naar hun werk komen, krijgen hiervoor de maximale vergoeding die werkgevers mogen vergoeden zonder dat medewerkers hierover belasting moeten betalen. Dit stimuleert werknemers niet om de auto thuis te laten staan. Wel zijn parkeerkosten voor eigen rekening van medewerkers, worden ov-kosten volledig vergoed, is er een fietsplan, en krijgen medewerkers een thuiswerkvergoeding. Het fietsplan is een landelijke regeling en de thuiswerkvergoeding is opgenomen in de cao Gemeenten. - Eén van de drie auto’s uit het gemeentelijk wagenpark is elektrisch. Bij de andere twee auto’s is vanwege technische eisen gekozen voor benzineauto’s. Het gemeentelijke wagenpark bestaat daarnaast uit een aantal leenfietsen. Hiermee faciliteert de gemeente haar medewerkers om niet met de auto te reizen tussen de verschillende locaties van de gemeente.
32
Rekenkamer
5.
Eigen afvalstromen
Dit hoofdstuk gaat in op de manieren waarop de gemeente omgaat met haar eigen afvalstromen (met name uit het gemeentehuis). Naast de verwerking van de eigen afvalstromen, koopt de gemeente ook verwerking van huishoudelijk afval in. Dat onderwerp komt aan bod in het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 6).
5.1
Doelstellingen
In het Beleidsplan duurzaamheid (Gemeente IJsselstein, 2016a) is de doelstelling opgenomen dat in 2020 70% en in 2025 75% van het huishoudelijk afval gescheiden wordt ingezameld. Het uitgangspunt hierbij is “het gescheiden inzamelen laagdrempeliger maken en restafval inzameling ontmoedigen” (Gemeente IJsselstein, 2016a, p. 23). Verder staat er in het Beleidsplan duurzaamheid dat de gemeente direct invloed kan uitoefenen op afvalpreventie. De gemeente heeft geen specifieke doelstellingen opgenomen voor de eigen afvalstromen.
5.2
Maatregelen
Gescheiden inzameling van afvalstromen In 2017 is er een grote verbouwing van het stadskantoor geweest. Toen is ervoor gekozen om verschillende afvalstromen gescheiden in te zamelen. Papier/karton, glas, restafval, plastic en gft worden ingezameld door Renewi. Ook batterijen, inktpatronen, pallets, groot glas, oud ijzer, kapotte lampen en vertrouwelijk papier/archief worden door verschillende partijen apart opgehaald. Bij de koffiecorners zijn er aparte bakken om de koffiebekers in te zamelen. Deze koffiebekers worden door Douwe Egberts terug ingenomen. Douwe Egberts heeft de gemeente nog geen inzicht gegeven in hoe deze koffiebekers vervolgens worden gerecycled, ondanks dat hier door de gemeente meermaals naar is gevraagd.
De zichtbaarheid van afvalscheiding is groot, zowel voor medewerkers van de gemeente als voor bezoeker van de receptie. Dit komt doordat er drie verschillende afvalbakken zijn en aparte bakken om de koffiebekers in te verzamelen. Wanneer afval in de verkeerde bak belandt, spreken medewerkers elkaar hierop aan. Ook de schoonmaakdienst maakt hier melding van. Er wordt dus gecontroleerd of de afvalstromen juist worden gescheiden en medewerkers worden op de hoogte gesteld als dit niet naar behoren gebeurt. Hergebruik Oude meubels worden opgehaald door een partij die tweedehands kantoormeubilair verkoopt. Bij de inrichting van het nieuwe kantoor zijn meubels uit het oude kantoor hergebruikt: de overlegruimtes in het nieuwe kantoor zijn op deze manier ingericht. Ook zijn er in het kantoor schermen en stoelen van gerecycled plastic.
Kleinere spullen worden naar de kringloopwinkel gebracht. Ook is er een weggeeftafel voor medewerkers met spullen die niet meer te gebruiken zijn.
33
Rekenkamer
5.3
Borging in de organisatie
Organisatie De verantwoordelijkheid voor de afvalstromen van het gemeentehuis is belegd bij het team Locatiebeheer binnen de afdeling Civiele techniek & vastgoed. Sinds mei 2022 is er bij de gemeente IJsselstein een facilitair consulent begonnen. Met deze nieuwe functie kan er beter ingezoomd worden op vraagstukken als schoonmaakwerk (dit ligt nu te veel bij vastgoed), inrichting, hybride werken en afval in het stadskantoor. Monitoring De gemeente heeft geen inzicht in de omvang van de eigen afvalstromen. Mogelijk dat Renewi beschikt over de benodigde gegevens, maar de gemeente heeft deze informatie nog niet opgevraagd. Budget/capaciteit De gemeente verwacht dat er door de komst van een facilitair consulent in het team meer tijd vrijkomt om te rapporteren over de voortgang met betrekking tot afvalscheiding en -vermindering (en mogelijk de CO2-reductie die hiermee gepaard gaat). In het voorjaar van 2022 staat er een afspraak met de accounthouder van Renewi samen met de nieuwe facilitair consulent van de gemeente om te onderzoeken waar verbeterpunten aan te brengen zijn met betrekking tot de verwerking van afval en de kosten.
5.4
Belangrijkste bevindingen
De belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk zijn: - Sinds de verbouwing van het stadskantoor in 2017 worden de verschillende afvalstromen gescheiden. Ook de koffiebekers worden apart ingezameld, maar de gemeente heeft nog geen inzicht gekregen in hoe deze koffiebekers vervolgens worden gerecycled. - De gemeente heeft geen inzicht in de omvang van de verschillende afvalstromen die in het gemeentehuis worden ingezameld. Deze gegevens kan zij waarschijnlijk wel opvragen bij de inzamelaar. - De gemeente verwacht dat met de komst van een facilitair consulent in het team meer tijd vrijkomt om te kunnen rapporteren over de voortgang met betrekking tot afvalscheiding en -vermindering.
34
Rekenkamer
6.
Inkoop
Dit hoofdstuk gaat in op de manier waarop de gemeente duurzaamheid en CO2-reductie meeneemt bij de inkoop van goederen en diensten.
6.1
Doelstellingen
In het Beleidsplan duurzaamheid is de doelstelling opgenomen om in 2030 100% duurzaam in te kopen (waaronder Fairtrade15) (Gemeente IJsselstein, 2016a). Wat de gemeente behalve Fairtrade precies verstaat onder ‘duurzaam inkopen’, wordt niet duidelijk uit het Beleidsplan duurzaamheid en in het Duurzaamheidprogramma. Duurzaam inkopen wordt in het Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2020 (Gemeente IJsselstein, 2019a) ook wel maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) genoemd. Bij MVI wordt gekeken naar de effecten van de inkoop op milieu en sociale aspecten. De zes MVI-thema’s zijn circulariteit (inclusief biobased), diversiteit en inclusie, ketenverantwoordelijkheid (inclusief internationale voorwaarden), klimaat, milieu (inclusief biodiversiteit) en social return (PIANOo, lopend-b). Beleid In het Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2020 (Gemeente IJsselstein, 2019a) van de gemeente IJsselstein zijn juridische, economische en ideële uitgangspunten opgenomen. Een van de economische uitgangspunten is dat de gemeente bij haar inkopen streeft naar de economisch meest voordelige inschrijving. Het gunningscriterium hierbij is: de beste prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV), de laagste kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit of de laagste prijs. Dit sluit aan bij art. 2.114 van de Aanbestedingswet.
Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) is een van de drie ideële uitgangspunten, naast integriteit en lokaal mkb. Binnen het MVI-beleid van IJsselstein ligt de focus op arbeidsreintegratie, arbeidsomstandigheden en social return. Daarnaast wordt genoemd dat bij MVI total cost of ownership (TCO), levensduurkosten en verduurzamen een rol spelen, maar hier zijn geen kaders aan verbonden. In het inkoop- en aanbestedingsbeleid staat dat TCO relevant is bij circulair inkopen, omdat hierbij een financiële afweging wordt gemaakt gedurende de levenscyclus van een product, waarbij niet alleen wordt gelet op aanschafkosten, maar ook op o.a. gebruiks-, onderhouds- en afvoerkosten. Bovendien wordt innovatie genoemd bij MVI. De gemeente wil innovatiegericht inkopen daar waar mogelijk aanmoedigen, o.a. door ruimte te laten aan de ondernemer om een innovatieve oplossing aan te bieden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid is bondig en flexibel opgezet, waardoor medewerkers veel vrijheid hebben om selectiecriteria zelf te bepalen. Het beleid is erop gericht om invulling te geven aan aanpalende beleidsvelden, waaronder duurzaamheid. Echter ontbreekt in de gemeente IJsselstein beleid voor duurzaamheid bij inkoop. Dit leidt ertoe dat kaders voor duurzaamheid en duurzaamheidscriteria ontbreken.
15
Fairtrade is een keurmerk en een wereldwijde beweging die boeren en arbeiders in ontwikkelingslanden helpt een betere plek te verwerven in de handelsketen, zodat ze kunnen leven van hun werk en kunnen investeren in een duurzame toekomst (Fairtrade, lopend).
35
Rekenkamer
Tot slot staat in het inkoop- en aanbestedingsbeleid dat bij leveringen en diensten vanaf € 30.000 en bij werken vanaf € 150.000 moet worden afgewogen of MVI een rol kan spelen bij de inkoop. Deze afweging moet worden toegelicht, conform de Gids Proportionaliteit (Rijksoverheid, 2020), al is de invulling van deze toelichting niet gedefinieerd. De grens voor werken (€ 150.000) is zoals voorgeschreven in de Gids Proportionaliteit. De grens voor leveringen en diensten (€ 30.000) ligt lager dan de € 40.000-€ 50.000-grenswaarde die binnen de Gids Proportionaliteit wordt genoemd. De gemeente IJsselstein hanteert bij leveringen en diensten dus een strengere drempelwaarde voor het laten meespelen van MVI-aspecten dan landelijk vereist is.
6.2
Maatregelen
Om een beeld te krijgen van hoe duurzaamheid wordt meegenomen in de inkoop, hebben wij een aantal gemeentelijke inkooptrajecten nader bekeken. Een overzicht van de inkooptrajecten die zijn uitgezet in 2021 was niet beschikbaar. Daarom zijn inkoopstukken op ons verzoek door de gemeente IJsselstein en het Inkoopbureau Midden Nederland (IBMN) aangeleverd. Hierbij hebben we gevraagd naar representatieve inkoopstukken en naar inkoopstukken waarin klimaat expliciet is meegenomen. We verwachten daarom dat alle relevante inkoopstukken gedeeld zijn. De stukken zijn vooral representatief voor de inkoop binnen de bouw, huishoudelijk afval en energie (gas en elektriciteit). Dit zijn de categorieën die bij overheden over het algemeen de grootste klimaatimpact veroorzaken (Metabolic, RIVM & Purfacts, 2021). Hieronder gaan we per inkooptraject nader in op hoe duurzaamheid is meegenomen. NB: de aanbesteding op het gebied van openbare verlichting komt aan bod in het volgende hoofdstuk. Transformatie LTS-gebouw In de selectieleidraad voor de transformatie van het LTS-gebouw aan de Abbink Spainkstraat staat dat wordt gegund volgens BPKV. Bij kwaliteit gaat het om de cultuurhistorische waarde, woonkwaliteit, omgevingskwaliteit en financiële bereikbaarheid voor beoogde doelgroepen. Duurzaamheidseisen of -criteria zijn niet opgenomen in de selectieleidraad.
Uit de interviews blijkt dat wel is gekeken naar het terugdringen van gasverbruik, maar vooral vanuit financiële beweegredenen. Straat- en rioleringswerk Koningshof In het aanbestedingsdocument van straat- en rioleringswerk bij de Koningshof staat dat is gegund op basis van laagste prijs. In het aanbestedingsdocument staat hierover “het werk is dermate gestandaardiseerd dat er weinig tot geen onderscheid in kwalitatieve aspecten zal zijn”. Duurzaamheid is dus niet meegenomen bij deze aanbesteding. Het is echter wel mogelijk om bij straat-en rioleringswerk duurzaamheid expliciet mee te nemen (zie kader). Kader – Best practice: Duurzame GWW in Leiden De gemeente Leiden heeft het aanleggen van een apart riool voor hemelwater in Houtkwartier-Oost aangegrepen om klimaatadaptieve maatregelen te treffen. Aangezien de straten opengebroken moesten worden voor het aanleggen van het aparte riool voor de afvoer van hemelwater, combineert de gemeente dit met het vernieuwen van de straten, stoepen en het groen. In de nieuwe inrichting worden zoveel mogelijk klimaatadaptieve maatregelen genomen, zodat Houtkwartier-Oost voorbereid is op het veranderende klimaat met hevige regenbuien, droogte en hitte. Ook reserveert de gemeente alvast ruimte in de ondergrond voor de aanleg van een toekomstig energienet (Gemeente Leiden, lopend).
36
Rekenkamer
Inkoop gemeentelijk vastgoed Op het gebied van gemeentelijk vastgoed zijn ons twee voorbeelden bekend van aanbestedingen waarbij duurzame gunningscriteria zijn gebruikt: daken en klimaatinstallaties. Uit de interviews blijkt dat bij deze inkooptrajecten de persoonlijke motivatie van de betrokken medewerkers een belangrijke rol speelde. De weging van het criterium duurzaamheid is 30% (tegenover 20% planning en 50% prijs) in de dakaanbesteding en 40% bij klimaatinstallaties (tegenover 20% planning en 40% prijs). Duurzaamheid weegt in beide voorbeelden dus relatief zwaar mee. Hoofdstuk 3 ging in op het behaalde effect van deze inkoop en overige maatregelen voor gemeentelijk vastgoed. Kader - Best practice - Ambitieweb Om doelen en ambities binnen het inkoopproces helder te maken, kan gebruik worden gemaakt van een ambitieweb. Het Ambitieweb helpt publieke opdrachtgevers om doelstellingen concreet te maken, verdeeld over verschillende thema’s en uitgedrukt in drie ambitieniveaus. Het helpt projectteams om gezamenlijke afwegingen te maken en de dialoog over duurzaamheid te structureren, zodat duurzame maatregelen zoals MVI-criteria worden geformuleerd en vastgelegd. PIANOo, het kennisplatform voor duurzaam inkopen, heeft een speciale handreiking opgesteld.
Het ondersteunt overheden bij de toepassing van dit instrument en biedt een stappenplan om tot duurzame acties en maatregelen te komen. Figuur 7 - Het ambitieweb
Inkoop in regionaal verband: leerlingenvervoer De gemeente heeft leerlingenvervoer ingekocht in samenwerking met de gemeenten Montfoort, Nieuwegein en Lopik volgens BPKV. Hierbij is klimaat ook meegenomen (25 van de 1.000 punten). In het programma van eisen staat dat de opdrachtnemer verplicht is de minimumeisen uit het document Milieucriteria voor maatschappelijk verantwoord inkopen van contractvervoer toe te passen. In de aanbestedingsleidraad staat dat de gemeente het gebruik van schone en duurzame transportbrandstoffen wil stimuleren. Ook zijn er eisen op het gebied van een energiezuinige rijstijl, bandenspanning, het energielabel van de voertuigen en rolweerstand volgens ISO280580. De regio doet niet mee met het landelijke convenant zero-emissie doelgroepenvervoer. In dit convenant heeft een aantal gemeenten,
37
Rekenkamer
marktpartijen en andere organisaties uit de sector de ambitie vastgelegd dat het doelgroepenvervoer vanaf 1 januari 2025 volledig uitstootvrij is. Inkoop in regionaal verband: huishoudelijk afval Afval Verwijdering Utrecht (AVU) voert de inkoop van verwerking van huishoudelijk afval uit voor 25 gemeenten, waaronder IJsselstein. In de raadsnotitie Aanbesteding verwerkingscontracten 2021 staat dat de verschillende gemeenteraden het belang onderschreven van het opnemen van duurzaamheidscriteria ten aanzien van CO2-uitstoot (AVU, 2022). Ondanks dat afvalverwerking gezamenlijk wordt ingekocht, bepaalt de gemeente zelf of zij wel of niet aan een aanbesteding deelneemt. Hierbij legt AVU meerdere opties voor aan de gemeenten over de verwerking van verschillende typen afval. Klimaatimpact en circulariteit komen hierbij aan bod, maar op de exacte invulling hiervan is bij de gemeente geen centraal beeld. Wel is bekend dat IJsselstein voor bronscheiding van verschillende afvalfracties gekozen heeft. Dit heeft nog niet geleid tot het behalen van de gemeentelijke doelstelling om 70% van het huishoudelijke afval gescheiden in te zamelen (zie kader). De inzameling van huishoudelijk afval wordt uitgevoerd door Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN).
Kader – Voortgang op de doelstelling ‘70% van het huishoudelijk afval wordt in 2020 gescheiden ingezameld’ In het Beleidsplan duurzaamheid is de doelstelling opgenomen dat in 2020 70% van het huishoudelijk afval gescheiden wordt ingezameld en dat dit percentage in 2025 moet zijn toegenomen tot 75% (Gemeente IJsselstein, 2016a). In het raadsvoorstel Afvalbeleidsplan 2019 (Gemeente IJsselstein, 2019b) is een net wat andere doelstelling opgenomen, namelijk een scheidingspercentage van 70% (in plaats van 75%) in 2025. In hetzelfde raadsvoorstel staat dat de gemeente de komende jaren toewerkt naar een recyclingpercentage van 75%. In het jaarverslag 2020 staat dat de gemeente de doelstelling heeft om de hoeveelheid restafval per inwoner terug te dringen tot 100 kg in 2020 (Gemeente IJsselstein, 2021b). De landelijke doelstelling is een scheidingspercentage van 75% in 2020 en het verminderen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval tot maximaal 100 kg per persoon in 2020 (Rijksoverheid, 2022). Figuur 8 laat zien dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval16 in IJsselstein in de periode van 2015 tot en met 2019 iets is afgenomen. In 2020 is de hoeveelheid (rest)afval toegenomen ten opzichte van 2019. Dit komt waarschijnlijk doordat huishoudens in coronatijd meer tijd thuis doorbrachten.
De totale hoeveelheid huishoudelijk restafval in IJsselstein bedraagt in 2020 238 kg per inwoner (CBS, 2021).17 Dit betekent dat de doelstelling van de gemeente IJsselstein van maximaal 100 kg restafval per inwoner in 2020 niet wordt gehaald. Figuur 8 laat zien dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval in IJsselstein hoger is dan in andere Nederlandse gemeenten van vergelijkbare grootte. De inwoners van de gemeente IJsselstein produceren gemiddeld weliswaar minder huishoudelijk afval, maar doordat het scheidingspercentage in IJsselstein lager is, is de hoeveelheid huishoudelijk restafval in IJsselstein hoger. Het scheidingspercentage van de gemeente IJsselstein was in 2019 53% en in 2020 54%, waar gemeenten van vergelijkbare grootte een gemiddeld scheidingspercentage van 70% hebben in 2019 (zie Figuur 9). De doelstelling om in 2020 70% van het huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen wordt door de gemeente IJsselstein dus niet gehaald.
16 17
Huishoudelijk restafval bestaat uit drie categorieën, namelijk fijn restafval, grof restafval en verbouwingsrestafval. In het jaarverslag 2020 (Gemeente IJsselstein, 2021b) staat dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval in het jaar 2020 191 kilogram per inwoner bedroeg. Wij houden hier de cijfers van het CBS aan.
38
Rekenkamer Figuur 8 – Hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner in IJsselstein en Nederlandse gemeenten met 25.000–50.000 inwoners. Voor het jaar 2020 zijn wel gegevens voor de gemeente IJsselstein beschikbaar, maar niet van vergelijkbare gemeenten
Totaal huishoudelijk restafval 300
kg per inwoner
250 200 150 100 50
0 2015
2016
2017
2018
IJsselstein
25.000 - 50.000 inwoners
2019
2020
Brongegevens: (Waarstaatjegemeente.nl, lopend; CBS, 2021). Figuur 9 – Scheidingspercentage huishoudelijk afval in IJsselstein en Nederlandse gemeenten met 25.000–50.000 inwoners
Scheidingspercentage huishoudelijk afval 80% 70% 60%
50% 40% 30% 20% 10% 0% 2015
2016 IJsselstein
2017
2018
2019
2020
25.000 - 50.000 inwoners
Brongegevens: (Waarstaatjegemeente.nl, lopend; CBS, 2021).
Inkoop in regionaal verband: energie De gemeente koopt haar energie (gas en elektriciteit) sinds 2018 gezamenlijk in met zestien andere gemeenten18. Deze inkoop wordt uitgevoerd door een externe partij. De leveringsovereenkomsten met Eneco (elektriciteit) en Gazprom (gas) zijn verlengd voor leveringsjaar 2021 en 2022 (Gemeente IJsselstein, 2020a). De elektriciteit van Eneco is 18
Dit zijn de gemeenten Baarn, De Bilt, Bunnik, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Soest, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist (Source4Energy, 2020).
39
Rekenkamer
HollandseWind, dit is 100% windenergie afkomstig uit Nederland. Het gaat over circa 3 miljoen kWh per jaar. Dit is voldoende om het elektriciteitsverbruik van het jaar 2015 van de gemeentelijke panden, rioolgemalen en de openbare verlichting in te vullen. Om de CO2-uitstoot van het aardgas te compenseren, is in de leveringsovereenkomst opgenomen dat de leverancier VER Gold Standard19 certificaten inkoopt. Hiervoor wordt een opslag gerekend op de prijs per m3 van het aardgas.
6.3
Borging in de organisatie
Organisatie IBMN ondersteunt de gemeente bij de eigen (niet-regionale) inkoop, onder andere door begeleiding van medewerkers bij inkooptrajecten. Momenteel wordt ongeveer 20% van de aanbestedingen uitgevoerd door IBMN. De overige 80% wordt door gemeentemedewerkers zelf uitgevoerd. In maart 2022 is een inkooptool bij de gemeente IJsselstein geïntroduceerd, zodat de drempel voor informatieverschaffing vanuit IBMN bij medewerkers wordt verlaagd, er een beter overzicht is van de inkoop binnen de organisatie, en IBMN in een vroeger stadium bij aanbestedingstrajecten betrokken kan worden (zie kader). In het Inkoop- en aanbestedingsbeleid uit 2020 stond al dat het college zorgdraagt voor “een praktisch instrument waarmee een deugdelijke inkoopstrategie kan worden vormgegeven” (Gemeente IJsselstein, 2019a, p. 8). De inkooptool stuurt niet direct op het meenemen van duurzaamheid in inkooptrajecten. Dit komt doordat de gemeente IJsselstein momenteel geen duurzaamheidsbeleid heeft. Kader – Inkooptool IBMN Uit de interviews blijkt dat in maart 2022 op initiatief van medewerkers van de gemeente IJsselstein en IBMN een inkooptool is geïntroduceerd bij de gemeente. Deze tool begeleidt inkopers door een inkoopproces. Duurzaamheid is nog geen expliciet onderdeel van de tool, maar de grensbedragen waarbij moet worden afgewogen of MVI mee wordt genomen in een aanbesteding worden wel aangegeven.
Het is de bedoeling dat de inkooptool bij alle inkoop gebruikt gaat worden, zodat inkoop meer centraal kan worden aangestuurd en gemonitord. Momenteel wordt in samenwerking met IBMN gewerkt aan het uitrollen van deze tool binnen de gemeente. Hiervoor zijn tien inkoopambassadeurs aangewezen, die medewerkers op deze tool gaan wijzen.
Uit de gesprekken en inkoopstukken komt naar boven dat er met name bij de inkoop op energie en vastgoed een focus op duurzaamheid ligt. Centrale sturing voor duurzaam inkopen ontbreekt echter en duurzaam inkopen is niet als centraal uitgangspunt opgenomen in het inkoop- en aanbestedingsbeleid 2020 (Gemeente IJsselstein, 2019a). Uit de interviews blijkt daarnaast dat er weinig kennis over duurzaam inkopen aanwezig is bij medewerkers van de gemeente. Hierdoor wordt duurzaamheid bij de meeste inkooptrajecten niet meegenomen. De genoemde inkooptrajecten van energie, enkele vastgoedinkooptrajecten en regionale inkoop zoals afvalverwijdering en leerlingenvervoer vormen hier een uitzondering op. Bij de regionale inkoop was er externe kennis aanwezig over duurzaam inkopen. Bij energie en vastgoed kwam uit de interviews naar voren dat hier vooral de persoonlijke motivatie van de inkoopmedewerker een belangrijke rol speelde. 19
VER staat voor voluntary emission reductions. Gold Standard is een keurmerk voor projecten die zorgen voor duurzame ontwikkeling van een bepaald gebied en die als doel vermindering van CO2-uitstoot hebben (WWF, lopend).
40
Rekenkamer
Ten opzichte van het onderzoek door de rekenkamer naar de effectiviteit van het inkoopbeleid van de gemeente IJsselstein in 2017 is wel sprake van verbetering. Uit dat onderzoek kwam namelijk naar voren dat dat duurzaamheid in geen enkel dossier was opgenomen (Rekenkamer IJsselstein, 2017), waar er nu wel enkele voorbeelden zijn. Het college gaf in reactie op dit onderzoek aan enkele verbeteringen door te voeren in het inkoop- en aanbestedingsproces (Gemeente IJsselstein, 2017). Relevant voor duurzaamheid waren hierbij: - laagdrempeliger maken van ondersteuning door IBMN; - verbeteren van voorlichtingen en instructies over inkoop aan alle betrokken medewerkers; - opnemen van duurzaamheid als verplichte paragraaf in de B&W-adviezen en raadsvoorstellen; - ontwikkelen van acties op het gebied van duurzaamheid vanuit het beleid duurzaamheid. Tot slot heeft het college in 2015 naar aanleiding van het rekenkameronderzoek duurzaamheid toegezegd om bij het nieuw op te stellen Duurzaamheidsprogramma aan de raad voor te stellen, langetermijninvesteringen (Total Cost of Ownership, TCO) standaard mee te nemen in projecten waar verduurzaming mogelijk is.
Uit de gesprekken en inkoopstukken is alleen het laagdrempeliger maken van ondersteuning door IBMN naar boven gekomen als verbetering die momenteel wordt ingevoerd middels de inkooptool, al is hierin duurzaamheid niet specifiek in meegenomen, behalve dat de grensbedragen worden aangegeven waarbij moet worden afgewogen of MVI wordt meegenomen in een inkoop- of aanbestedingstraject. Er wordt niet richting B&W en de raad gecommuniceerd over duurzaam inkopen. In het Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 is TCO geen onderwerp, en we hebben in de onderzochte aanbestedingstrajecten niet gezien dat TCO als een standaard wordt meegenomen.20 Ten slotte is het Duurzaamheidsprogramma 2016-2020 niet geüpdatet, waardoor eventuele acties op het gebied van duurzaam inkopen niet ontwikkeld kunnen worden vanuit dit programma. Voorbeelden hoe dit op een goede manier te borgen, worden gegeven in de Handreiking Monitoring en Contractuele Borging MVI (zie kader).
Kader – Best practice: Handreiking Monitoring en Contractuele Borging MVI In de Handreiking monitoring en contractuele borging MVI van het ministerie van IenW staan de volgende vragen centraal: hoe organiseer je MVI-monitoring in je organisatie? Hoe borg je MVI in contracten met je leveranciers? Om MVI goed te kunnen implementeren, is het nodig om op alle niveaus in de organisatie stappen te zetten: op strategisch niveau, organisatieniveau en projectniveau. De handreiking bevat tips, kennis en voorbeelden voor elk niveau.
20
Ambtelijk wordt aangegeven dat TCO specifiek voor het aanbestedingstraject ten behoeve van het verduurzamen / vervangen van de openbare verlichting wel een aandachtspunt is geweest. Dit zien wij echter niet terugkomen in de overeenkomsten, raadsinformatiebrief of het Beheerplan openbare verlichting.
41
Rekenkamer
Monitoring Er is geen centrale monitoring voor duurzaamheid bij inkoop. De gemeente IJsselstein rapporteert daarnaast niet over de voortgang van de doelstelling om in 2030 100% duurzaam in te kopen. Een tool die hierbij kan helpen is de MVI-zelfevaluatietool (zie kader). Kader – Best practice: MVI-zelfevaluatietool De MVI-zelfevaluatietool (ZET) van PIANOo21 is een gratis tool waarmee aanbestedende diensten kunnen monitoren of en hoe zij maatschappelijk verantwoord inkopen. De aanbestedingsdata van openbare en onderhandse aanbestedingen uit TenderNed worden automatisch ingelezen, wat veel tijd bespaart bij het invullen van de tool. Vervolgens kunnen aanbestedende diensten in de tool per aanbesteding informatie toevoegen over zes verschillende MVI-thema’s: milieu (inclusief biodiversiteit), klimaat, circulair (inclusief biobased), ketenverantwoordelijkheid (incl. internationale sociale voorwaarden), diversiteit en inclusie, en social return. Ook kan er gemonitord worden op innovatiegericht en mkb-vriendelijk inkopen. Het monitoren geeft inzicht in de MVI-prestaties van de gemeente en vergelijkt ze met de gestelde MVIambities van de organisatie. De tool genereert standaardrapportages, maar biedt ook de mogelijkheid om de data te exporteren. Hierdoor kunnen de data gebruikt worden voor organisatiespecifieke rapportages die de gemeente aan kan leveren bij management of bestuur.
Budget/capaciteit Er is geen specifiek budget of ambtelijke capaciteit voor duurzaam inkopen. Medewerkers die wij hebben gesproken geven aan gemotiveerd te zijn om duurzaam in te kopen, maar dat hun ambities hoger liggen dan de financiële middelen en capaciteit mogelijk maken. Om duurzaam in te kunnen kopen, is het immers essentieel dat er voldoende tijd, budget en capaciteit beschikbaar wordt gemaakt (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2021).
6.4
Belangrijkste bevindingen
De belangrijkste bevindingen van dit hoofdstuk zijn: - In het Beleidsplan duurzaamheid 2016-2020 is opgenomen dat in 2030 100% duurzaam ingekocht moet worden. De invulling van duurzaam inkopen is niet verder gespecificeerd. - Binnen het inkoop- en aanbestedingsbeleid wordt gestreefd naar de economisch meest voordelige inschrijving. Hiervoor zijn grenswaarden opgenomen waarbij moet worden afgewogen en toegelicht of duurzaam inkopen (als onderdeel van MVI) een rol kan spelen bij een inkooptraject. De grenswaarden voor leveringen en diensten zijn strenger dan landelijk voorgeschreven. In de praktijk wordt echter veelal aanbesteed op laagste prijs. - Duurzaam inkopen is geen centraal uitgangspunt in het inkoop- en aanbestedingsbeleid en wordt niet centraal aangestuurd of gemonitord. Er is ook geen specifiek budget of capaciteit vrijgemaakt voor duurzaam inkopen en er is weinig kennis over duurzaam inkopen bij de medewerkers van de gemeente.. - Bij vastgoed, energie en regionale inkoop zijn er voorbeelden van inkoopstukken waarbij duurzaamheid meegenomen is. De persoonlijke motivatie van medewerkers 21
PIANOo is het Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij overheden te professionaliseren. PIANOo brengt experts op inkoop- en aanbestedingsgebied bij elkaar, bundelt kennis en ervaring en geeft advies en praktische tips.
42
Rekenkamer
-
en externe regionale kennis over duurzaam inkopen speelde bij deze inkooptrajecten een belangrijke rol. Ten opzichte van het rekenkameronderzoek over inkoop in 2017 is de situatie wel verbeterd, aangezien er nu meer inkoopstukken zijn waarin duurzaamheid meegenomen is dan toen. Van de toezeggingen voor verbeteringen lijkt tot nu toe alleen het laagdrempeliger maken van ondersteuning door IBMN te worden doorgevoerd. Dit initiatief is niet opgezet vanuit het college, maar vanuit medewerkers van de gemeente en IBMN.
43
Rekenkamer
7.
Openbare verlichting
Dit hoofdstuk beschrijft welke doelstellingen de gemeente heeft geformuleerd op het gebied van duurzame openbare verlichting en gaat in op de acties die zij onderneemt om deze doelstellingen te realiseren.
7.1
Doelstellingen
Centrale doelstellingen verduurzamen openbare verlichting In zowel het Beleidsplan duurzaamheid (Gemeente IJsselstein, 2016a) alsook in het Duurzaamheidsprogramma (Gemeente IJsselstein, 2016b) zijn de volgende doelstellingen opgenomen op het gebied van verduurzaming van openbare verlichting: - in 2020 is 30% en in 2025 40% van de openbare verlichting energiezuinig (dimbare led); - 20% energiebesparing bij openbare verlichting en verkeersregelinstallaties ten opzichte van 2013.
De tweede doelstelling komt uit het nationale Energieakkoord voor duurzame groei: “openbare verlichting en verkeersregelinstallaties zullen ten opzichte van 2013 20% besparing leveren in 2020 en 50% in 2030. Op weg hier naartoe is minimaal 40% van het openbare verlichtingspark in 2020 voorzien van slim energiemanagement en energiezuinige (led)verlichting” (SER, 2013, p. 49). Het ambitieniveau van deze doelstelling komt dus overeen met het landelijke ambitieniveau. Doelstellingen in het Beheerplan openbare verlichting 2021-2024 In 2021 is het Beheerplan openbare verlichting 2021-2024 vastgesteld. De drie centrale doelen van de openbare verlichting zijn sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid/ esthetica. Duurzaamheid is dus niet als centraal doel opgenomen in dit beheerplan, wel wordt genoemd dat “het beheer van de openbare verlichting is gericht op veiligheid, leefbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid (energiezuinig) en het beperken van de milieubelasting (CO2 en afvalstoffen)” (Gemeente IJsselstein, 2021a, p. 9).
Ook staat in het Beheerplan dat de verduurzaming van de openbare verlichting in 2018 gestart en in 2020 afgerond is. Enkel het areaal van de binnenstad is momenteel nog niet verduurzaamd. Hier wordt een separaat plan voor opgesteld dat in 2024 zal worden gepresenteerd (Gemeente IJsselstein, 2021a).
7.2
Voortgang op de doelstellingen
Openbare verlichting De doelstelling van 40% energiezuinige openbare verlichting in 2025 wordt ruimschoots en vroegtijdig gehaald. In het Raadsvoorstel Vervanging en verduurzaming openbare verlichting staat namelijk dat al in 2019 83% van het areaal was voorzien van dimbare ledverlichting (Gemeente IJsselstein, 2018).
De voortgang van de gemeente op de doelstelling van 20% energiebesparing bij openbare verlichting en verkeersregelinstallaties ten opzichte van 2013 is niet in beeld te brengen, 44
Rekenkamer
aangezien het verbruik in 2013 niet bekend is bij de gemeente, omdat de lichtmasten niet bemeterd zijn. Het verduurzamen van de bestaande armaturen door ledverlichting zou volgens de energiecertificaten die zijn bijgevoegd bij het raadsvoorstel Vervanging en verduurzaming openbare verlichting - leiden tot een jaarlijks elektriciteitsverbruik van 545.626 kWh. Dit zorgt dus voor een besparing van het energiegebruik (en daarmee van de CO2-uitstoot) van 37,6%. Uit de energiecertificaten blijkt dat het (berekende) energieverbruik in 2017 874.734 kWh bedroeg. Volgens het energiecertificaat staat deze hoeveelheid elektriciteit gelijk aan 699.787 kg CO2. De landelijke CO2-emissiefactor was in 2017 echter 0,45 kg CO2/kWh (Regionale klimaatmonitor, lopend-b), wat zou betekenen dat de CO2-uitstoot van het elektriciteitsverbruik van de openbare verlichting in 2017 gelijk staat aan een CO2-uitstoot van 393.630 kg. De omrekening van elektriciteitsverbruik in kWh naar kg CO2-uitstoot lijkt dus niet te kloppen. Wij hebben de gemeente om opheldering gevraagd op de vraag waarom een afwijkende CO2emissiefactor is gebruikt. De gemeente geeft aan dat zij de TCO-tool van RVO heeft gebruikt om de CO2-uitstoot te bepalen. Dit geeft echter nog geen verklaring voor de afwijkende CO2emissiefactor.
Verkeersregelinstallaties De gemeente wil niet alleen 20% energiebesparing bij openbare verlichting realiseren, maar ook bij verkeersregelinstallaties (VRI’s). De gemeente heeft geen inzicht in het energiegebruik van de VRI’s, maar verwacht dat het energiegebruik in plaats van afgenomen, waarschijnlijk is toegenomen. Dit komt doordat de installaties steeds slimmer worden, waardoor auto’s minder hoeven af te remmen en op te trekken. Dit bespaart brandstofverbruik van de voertuigen. Hoewel het elektriciteitsverbruik van de VRI’s waarschijnlijk is toegenomen, zorgt dit netto voor een afname van de klimaatimpact. Bovendien is het elektriciteitsverbruik van de VRI’s een fractie van de openbare verlichting: in IJsselstein zijn er slechts negen VRI’s, vergeleken met ruim 6.600 lantaarnpalen (Gemeente IJsselstein, 2021a).
7.3
Maatregelen
De doelstellingen op het gebied van het verduurzamen van de openbare verlichting zijn in het Duurzaamheidsprogramma vertaald naar twee maatregelen: - 2018: de gemeente sluit een nieuw contract af met een aanbieder van openbare verlichting; - 2018-2020: de nieuwe aanbieder vervangt 30% van de verouderde verlichting (in de wijken Achterveld-West en IJsselveld-West). Noodzaak tot afsluiten van een nieuw contract Het afsluiten van een nieuw contract met een aanbieder van openbare verlichting waarin nieuwe afspraken konden worden gemaakt was nodig, omdat de eerdere overeenkomst een belemmering vormde voor het grootschalig verduurzamen van het areaal (Gemeente IJsselstein, 2016b). De openbare verlichting was namelijk niet in eigendom van de gemeente, maar werd al vanaf de jaren ’80 geleaset van CityTec via een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Sinds 2010 zijn er pogingen ondernomen om het contract te beëindigen, echter zijn deze
45
Rekenkamer
steeds stukgelopen op de afkoopkosten22 van de overeenkomst. Vanwege de plannen om de overeenkomst te beëindigen, is door de gemeente aan CityTec verzocht om de jaarlijkse vervangingsopgave niet uit te voeren. Dit heeft ertoe geleid dat het areaal in 2018 sterk verouderd (en daarmee niet-energiezuinig) was (Gemeente IJsselstein, 2018). Energie- en CO2-besparing vervanging armaturen Het areaal bestaat uit ca. 6.600 masten (palen) en 6.700 armaturen (lampen) (Gemeente IJsselstein, 2021a). In 2018 was 55% van de masten en 83% van de armaturen sterk verouderd. Daarmee wordt bedoeld dat deze ruimschoots de economische levensduur van respectievelijk 40 en 20 jaar hadden overschreden. Daarom heeft de gemeente in 2019 83% van de armaturen laten vervangen voor (slimme en dimbare) ledverlichting (Gemeente IJsselstein, 2018). Elektriciteits- en daarmee CO2-besparing wordt zowel behaald door het toepassen van ledverlichting alsook door de lampen te dimmen wanneer dat mogelijk is.
De gemeente IJsselstein beschouwt zichzelf als een van de voorlopers van Nederland voor wat betreft de kwaliteit van de openbare verlichting. De gemeente loopt dan ook ver voor op de nationale doelstelling die is opgenomen in het Energieakkoord: minimaal 40% van het openbare verlichtingspark is in 2020 voorzien van slim energiemanagement en energiezuinige (led) verlichting (SER, 2013). De gemeente is een voorloper omdat ze de beschikking heeft over een slim systeem dat kan dimmen (Gemeente IJsselstein, 2021a). Dit houdt in dat in de nachtelijke (rustige) uren nog verder kan worden gedimd dan in de ochtend of avond. Ook de VRI’s zijn recentelijk vervangen voor smart exemplaren. Dit betekent dat deze installaties de hoeveelheid verkeer op een bepaald tijdstip kunnen meten (verkeersdrukmetingen). De openbare verlichting kan hier dan weer op worden afgestemd. Recyclebare masten van aluminium In 2018 waren 55% van de masten verouderd. De nieuwe masten zijn van aluminium. In het Raadsvoorstel Vervanging en verduurzaming openbare verlichting staat dat deze masten omdat deze van aluminium gemaakt zijn - 100% circulair zijn omdat ze volledig recyclebaar zijn zonder dat hierbij kwaliteitsverlies optreedt.
Ondanks dat aluminium zonder kwaliteitsverlies te recyclen is en gerecycled aluminium een betere keus is dan primair aluminium, leidt het gebruik van aluminium niet per definitie tot een meer circulaire grondstofketen. In Europa wordt namelijk slechts 36% van de vraag van aluminium ingevuld met gerecycled aluminium, terwijl de vraag naar aluminium blijft stijgen (European Aluminium Association, 2021). Dus ook als de lichtmasten van de gemeente IJsselstein zijn gemaakt van gerecycled aluminium, leidt dit hoogstwaarschijnlijk elders tot een verhoogde vraag naar primair (niet gerecycled) aluminium.
In het Raadsvoorstel Vervanging en verduurzaming openbare verlichting staat dat de armaturen volledig demontabel en daarna weer te hergebruiken zijn (Gemeente IJsselstein, 2018). Onderstaand kader geeft een voorbeeld van een ontwikkeling op het gebied van circulaire armaturen.
22
De gemeente heeft ervoor gekozen het nadeel in 2018 als gevolg van de afkoopboete te dekken uit de reserve onderhoud openbare ruimte (Gemeente IJsselstein, 2018).
46
Rekenkamer
Kader – Best practice: Armaturen gemaakt van bamboe In Rotterdam en Zoetermeer wordt geëxperimenteerd met het vervangen van aluminium armaturen door exemplaren gemaakt van bamboe. Bamboe is een biobased, hernieuwbare grondstof en kan daardoor als circulair worden beschouwd. Bovendien neemt bamboe tijdens de groei CO2 op. De gemeente geeft aan deze bamboe armaturen in toekomstige projecten toe te gaan passen.
Social Return On Investment (SROI) Bij de vervangingsopgave was er aandacht voor Social Return On Investment (SROI). De armaturen zijn voor een groot deel geassembleerd door een sociale werkplaats. 7% van de arbeidsuren zijn als SROI ingevuld, dit is hoger dan het doel van het aanbestedingsbeleid dat 5% van de contractwaarde ingevuld wordt met SROI (Gemeente IJsselstein, 2018). Areaal binnenstad nog niet verduurzaamd Voor de vervanging van de lantaarns in de binnenstad is nog geen aanpak opgesteld ten behoeve van de verduurzaming. Het gaat hier om 280 lantaarns (Gemeente IJsselstein, 2018), dit betreft dus een kleine fractie van het totaal van 6.600 masten. Voor het areaal van de binnenstad wordt een separaat plan opgesteld en gepresenteerd in 2024. In het plan wordt rekening gehouden met de klassiek ogende gebouwen en straten (Gemeente IJsselstein, 2021a). In het Raadsvoorstel Vervanging en verduurzaming openbare verlichting staat dat er bij dit plan meer inspraak gewenst is (Gemeente IJsselstein, 2018). De gemeente wil bovendien onderzoeken of er aanleiding is voor meer verlichting van de openbare ruimte in het centrum. Kapotte armaturen in de binnenstad worden wel meteen vervangen door led bij onderhoud.
7.4
Borging in de organisatie
Organisatie De verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de openbare verlichting is belegd bij één persoon in het team Civiele techniek. Uit de interviews blijkt dat de verduurzaming van de openbare verlichting voortkomt uit persoonlijke motivatie. Niet alle beheerders zijn enthousiast om duurzaamheid mee te nemen in projecten. Door de recente reorganisatie waarbij veel nieuwe medewerkers zijn aangenomen lijkt de focus op duurzaamheid toe zijn toegenomen. Monitoring In het Raadsvoorstel Vervanging en verduurzaming openbare verlichting staat dat in 2020 april een evaluatie plaats zou vinden waarbij gekeken zou worden in hoeverre de verwachte CO2reductie en kostenbesparing is behaald. Uit het interview met de betrokken medewerkers blijkt dat zij voornemens zijn te communiceren naar de gemeenteraad als de vernieuwing/ verduurzaming van de openbare verlichting is voltooid (dus wanneer ook het areaal van de binnenstad is aangepakt).
Over het energiegebruik van de openbare verlichting na verduurzaming wordt niet gerapporteerd door de betrokken ambtenaren richting de gemeenteraad. Hiervoor zijn wel gegevens beschikbaar, want deze moeten jaarlijks aan Stedin worden doorgegeven. 47
Rekenkamer
De lichtmasten zijn niet individueel bemeterd, maar nu de openbare verlichting ‘verslimd’ is, kan het elektriciteitsverbruik worden berekend. Ook het verbruik van de VRI’s is niet bekend. Kader – Best practice: Verduurzamingstool buitenverlichting voor gemeenten De verduurzamingstool buitenverlichting voor gemeenten is een online rekentool die duurzaamheidsmanagers en inkopers van openbare verlichting helpt bij het maken van duurzame keuzes in de vervanging van buitenverlichting qua energiegebruik, materialen en kostenvermindering. De tool is ontwikkeld door CE Delft en Tauw, in opdracht van de VNG. Met deze tool kunnen inkopers en duurzaamheidsmanagers inzicht krijgen in de energiebesparing en bijbehorende CO2-reductie die wordt behaald door het toepassen van ledverlichting en met statisch en dynamisch dimmen.
Budget/capaciteit Er is budget voor de instandhouding van de openbare verlichting. In het Duurzaamheidsprogramma zijn wel maatregelen op het gebied van de verduurzaming van de openbare verlichting opgenomen, maar er zijn geen specifieke middelen voor gereserveerd. De gemeente heeft de verduurzaming van de openbare verlichting bekostigd met het budget voor het beheer van de openbare verlichting ook verduurzaming meenemen. In het Beheerplan openbare verlichting is niet alleen budget opgenomen voor onderhoud, maar ook voor vervangingsinvesteringen.
7.5
Belangrijkste bevindingen
De belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk zijn: - De gemeente heeft meetbare doelstellingen opgesteld op het gebied van duurzame openbare verlichting. De gemeente heeft de doelstelling van 40% energiezuinige (dimbare led) openbare verlichting ruimschoots en vroegtijdig gerealiseerd. De voortgang op de andere doelstelling (20% energiebesparing bij openbare verlichting en verkeersregelinstallaties ten opzichte van 2013) kunnen we niet bepalen omdat de gemeente geen gegevens heeft over het huidige energiegebruik van de openbare verlichting en het energiegebruik in 2013, omdat de lichtmasten niet bemeterd zijn. - Doordat de gemeente plannen had om de overeenkomst te beëindigen, heeft de gemeente aan CityTec verzocht om de jaarlijkse vervangingsopgave niet uit te voeren. Hierdoor was het areaal in 2018 sterk verouderd. Daarom kon de gemeente in 2019 ruim 83% van de armaturen met een nieuw contract laten vervangen voor dimbare led. Het areaal in de binnenstad is nog niet verduurzaamd. - Bij het zoeken naar een nieuwe aanbieder had de gemeente aandacht voor SROI en circulariteit. Het is echter de vraag in hoeverre aluminium als circulair kan worden beschouwd, aangezien de vraag naar gerecycled aluminium in Europa hoger is dan het aanbod.
48
Rekenkamer
8
Lerend vermogen
In de voorgaande hoofdstukken zijn wij per thema dieper ingegaan op de doelstellingen, de genomen maatregelen en de wijze waarop het beleid is geborgd in de organisatie. In dit hoofdstuk nemen we een stap achteruit en kijken we integraal naar hoe het lerend vermogen in de organisatie is ingeregeld en hoe dit zich vertaalt naar het beleid om in 2030 een CO2-neutrale organisatie te zijn.
8.1
Lerend vermogen in organisaties
Om gezamenlijk als organisatie lessen te trekken uit beleid, is het van belang dat de volledige managementcyclus (zie Figuur 10) wordt uitgevoerd. Deze cyclus bestaat uit een aantal stappen: 1. Plan: het opstellen van beleid/een project. Hierbij is het belangrijk dat de beoogde doelstellingen van het beleid/het project scherp zijn. 2. Do: het uitvoeren van beleid/het project. Hierbij is het belangrijk om de juiste informatie bij te houden zodat het project geëvalueerd kan worden. 3. Check: het evalueren van beleid/het project. Hierbij staat de vraag centraal of de doelstellingen zijn behaald. 4. Act: het doorvoeren van de bevindingen uit de evaluatie bij het volgende project/het verder uitvoeren van het beleid. Deze stappen dienen op alle lagen in de organisatie te worden doorlopen. Van strategisch niveau tot projectniveau. De bovenstaande vragen blijven hierbij gelijk. Wel loopt de cyclus over een langere periode op strategisch niveau dan op projectniveau. Bijlage 2 beschrijft de verschillende rollen en verantwoordelijkheden bij het borgen van beleid op de verschillende niveaus. Figuur 10 – De managementcyclus vindt idealiter plaats op elk niveau in de organisatie
Bronvermelding: (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2021).
49
Rekenkamer
Het belang van goede cijfers Om de plan-do-check-act-cyclus op een goede manier te doorlopen, is het belangrijk dat er al bij het opstellen van een plan wordt nagedacht hoe gegevens kunnen worden verzameld voor de evaluatie (de check-fase) van het beleid. Hier moet namelijk in de uitvoeringsfase al rekening mee worden gehouden, anders wordt het uitdagend om gegevens voor de evaluatie op te halen.
Er valt hierbij onderscheid te maken tussen monitoring op effect (outcome of behaald resultaat) en proces (output of behaalde inspanning). Een voorbeeld van monitoring op effect is het bijhouden van de CO2-reductie door het energiegebruik van de gemeentelijke organisatie. Een voorbeeld van monitoring op proces is het bijhouden of en zo ja hoe duurzaamheidscriteria zijn meegenomen in aanbestedingen. Beide soorten monitoring zijn belangrijk om een beeld te krijgen van het doelbereik en de doeltreffendheid van het beleid. De volgende kaders geven voorbeelden van hoe monitoring in de organisatie kan worden ingeregeld. Kader – Best practice: CO2-prestatieladder De CO2-prestatieladder is een duurzaamheidsinstrument dat bedrijven en overheden helpt bij het reduceren van CO2. Het heeft betrekking op de bedrijfsvoering, projecten en op de keten. De CO2-prestatieladder bestaat uit vijf niveaus. Tot en met Niveau 3 gaat een organisatie aan de slag met de uitstoot van de eigen organisatie (en alle projecten). Vanaf Niveaus 4 en 5 wordt er ook werk gemaakt van de CO2-uitstoot in de keten en sector. Een gecertificeerde organisatie voldoet op een bepaald niveau (en alle onderliggende niveaus) aan de eisen van de CO2-prestatieladder. De eisen komen voort uit vier invalshoeken: 1. Inzicht: het bepalen van de energiestromen en de CO2-footprint. 2.
Reductie: het ontwikkelen van ambitieuze doelstellingen voor CO2-reductie. 3. Transparantie: structurele communicatie over het CO2-beleid. 4. Participatie: deelname aan initiatieven in de sector op het gebied van CO2-reductie (SKAO, lopend). De CO2-prestatieladder is een CO2-managementsysteem: het vereist continue verbetering van inzicht, verdere CO2-reductiemaatregelen, communicatie en samenwerking in de bedrijfsvoering, zowel in het uitvoeren van projecten als in de keten. Deze herhalende processen (plan-do-check-act-cyclus) kunnen zowel de CO2-prestatie als het managementsysteem verbeteren (SKAO, lopend). Elke gecertificeerde organisatie wordt jaarlijks geaudit door een onafhankelijke en geaccrediteerde Certificerende Instelling (CI). Een gecertificeerde organisatie heeft hierdoor gegarandeerd een werkend CO2managementsysteem voor de organisatie en de projecten, dat jaarlijks wordt getoetst op ambities, reductie en continue verbetering (SKAO, lopend). Kanttekening: het is van belang te beseffen dat de CO2-prestatieladder geen CO2-uitstoot toerekent aan het gebruik van groene stroom. Op die manier wordt niet alle impact inzichtelijk gemaakt.
Om meer inzicht te krijgen in energiebesparingsmogelijkheden, is het mogelijk om 'dual-reporting' toe te passen, wat inhoudt dat de berekening wordt uitgevoerd met zowel een nul-impact (zoals de Ladder voorschrijft) als met de impact wanneer wordt gerekend met de emissiefactoren van de gemiddelde Nederlandse energiemix (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2021).
50
Rekenkamer Kader – Best practice: Klimaatbegroting Eindhoven De gemeente Eindhoven heeft een klimaatbegroting (Gemeente Eindhoven, 2021) opgesteld. De klimaatbegroting laat zien hoe de gemeente staat ten opzichte van de gestelde CO2-reductiedoelstellingen en wat er moet gebeuren om deze doelen te behalen. Het is geen financiële begroting, maar een begroting op resultaat, kijkend naar de CO₂-reductie per jaar. De gemeente rapporteert over de CO2-uitstoot over vijf sectoren. De gemeentelijke organisatie is er hier één van. In de klimaatbegroting geeft de gemeente Eindhoven o.a. inzicht in de CO2-uitstoot gerelateerd aan het gasverbruik van de eigen organisatie voor de afgelopen jaren en hoe dit zich verhoudt tot het doel van een 100% emissievrije gemeentelijke organisatie in 2025. Ook geeft de klimaatbegroting inzicht in het aantal zonnepanelen op daken van gemeentelijk vastgoed.
8.2
Lerend vermogen in de gemeente IJsselstein
Binnen de gemeente IJsselstein is het doel gesteld dat de gemeentelijke organisatie CO2-neutraal is in 2030. Tot op heden is de plan-do-check-act-cyclus nog niet doorlopen. Het beleid ligt tussen de plan en do fasen in: er is beleid en hier wordt door verschillende medewerkers uitvoering aan gegeven. Echter is er in de planfase geen beeld gevormd van de benodigde inzet en middelen voor het behalen van het doel, en zijn er geen meetbare indicatoren voor het beleid opgenomen. Wel is er in het programma helder aangegeven waar middelen uit worden gefinancierd. Doordat er geen indicatoren zijn opgesteld, wordt de voortgang niet gemonitord en ontbreekt het aan terugkoppeling over het doelbereik. Dit is op basis van de gestelde doelen wel mogelijk. Het college en de raad worden niet geïnformeerd over de voortgang op deze doelstelling. De doelstelling staat zelfs niet benoemd in de jaarstukken van de gemeente IJsselstein (Gemeente IJsselstein, 2021b). Bestuurlijk is aangegeven dat wethouders ook niet periodiek over de voortgang op deze doelstelling worden geïnformeerd. Wel wordt er op projectbasis gekeken hoe een project aanvullend bij kan dragen aan de doelstelling. Rollen in de organisatie Na het uitzetten van de beleidsdoelstelling lijkt er op organisatorisch niveau geen uitvoering te zijn gegeven aan het verankeren van het beleid.
Sinds 1 januari 2019 is de UW samenwerking tussen IJsselstein en Montfoort ontvlochten en zijn beide gemeenten gestart met een nieuwe ambtelijke organisatie. Dit heeft als gevolg gehad dat veel nieuwe medewerkers zijn aangenomen, wat een nieuwe dynamiek met zich meebrengt over hoe er naar klimaat en duurzaamheid wordt gekeken. Deze ontvlechting heeft niet geleid tot het aanwijzen van een verantwoordelijke voor de doelstelling. Ook zijn er momenteel geen kaders waarbinnen de organisatie dient te handelen om dit beleid daadwerkelijk uit te voeren. Ook is niet bekend wat er nodig is om de beleidsdoelstelling te behalen. De conclusies hierover uit het Rekenkameronderzoek Duurzaamheidsbeleid uit 2015 zijn nog steeds van toepassing: “Er wordt binnen de organisatie vooral informeel en personeel geborgd dat er aandacht is voor duurzaamheid. […] Er is sprake van beperkte institutionele borging van duurzaamheid. Er bestaan voor projecten geen formats of checklists om de aandacht voor duurzaamheid te borgen” (Gemeente IJsselstein, 2015b). Met de komst van het DMJOP komt hier voor de afdeling Vastgoed verandering in. De afdeling vastgoed is zelf begonnen met het ontwikkelen van deze systematiek, aangezien er behoefte 51