4.1 Bijlage 1 Ontwerp-Omgevingsvisie IJsselstein juni 2021
Tekst van het document
Energie vormt een belangrijk thema in dit gebied. We onderzoeken de mogelijkheden om het buitengebied in te zetten voor energieopwekking, zonder afbreuk te doen aan de aanwezige natuurwaarden.
Langs de Hollandsche IJssel zijn veel oorspronkelijke karaktereigenschappen en landschapselementen terug te vinden, zoals de smalle, veelal zandige oeverwallen met fruitboomteelt.
De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel. De Hollandsche IJssel kan als een zoetwaterbuffer ingericht worden als droogte een groter probleem wordt. Daarnaast is het water een belangrijke ecologische structuur.
De waterstructuren en diverse fiets- en wandelroutes kunnen beter recreatief worden benut.
Bron: Facebook gemeente IJsselstein
Voor het versterken van de recreatiemogelijkheden zijn de beschikbaarheid van routes (fiets- en wandelpaden en andere geschikte wegen, kanoroutes) van belang
Wij willen voor functieverandering ruime mogelijkheden opnemen uit oogpunt van het behoud van de economische vitaliteit van het landelijk gebied.
Bron: InIJsselstein
Identiteit en kwaliteiten
Het buitengebied Hollandsche IJssel ligt ten oosten van de weg Achtersloot en ten noorden van het stedelijk gebied. Het gebied loopt door tot de gemeentegrenzen met Utrecht (Rijnenburg) Montfoort. Dit betreft met name het rivieren- en uiterwaardenlandschap rond de Noord-IJsseldijk. Agrarische bedrijven (bouwpercelen) zijn in dit gebied nog beperkt aanwezig. Dit gebied is voor recreatie en natuur steeds belangrijker geworden voor bewoners van IJsselstein en Utrecht (en onderdeel van het programma Recreatie om de stad Utrecht). Er worden de laatste jaren steeds meer recreatieve en natuurfuncties ingepast die vragen om een andere landschappelijke inrichting, zoals het IJsselsteinsebos en de jachthaven. Rondom de Achtersloot is sprake van een gemengd cultuurlandschap. Hier is sprake van een afwisseling van agrarische bedrijven, recreatie en woningen. Ook kent het landschap kernkwaliteiten die we willen behouden. Bij nieuwe ontwikkelingen dient versterking van deze kernkwaliteiten plaats te vinden. De cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied worden behouden en versterkt. De duurzame instandhouding van het cultuurhistorische erfgoed is uitgangspunt. De beste verhalenvertellers zijn de monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Wij staan in beginsel positief tegenover initiatieven die ten doel hebben het behouden van dergelijke waardevolle bebouwing.
Beleidsprioriteiten
Een belangrijk aandachtspunt bij ontwikkelingen in dit gebied is de balans tussen de nieuwe functies en de bestaande functies. Het gebied rondom de Achtersloot heeft potentie om zich te ontwikkelen tot een stedelijk uitloopgebied in de vorm van verbrede landbouw, recreatieve routes en dagrecreatieve functies in vrijkomende agrarische bebouwing. Het landelijk gebied van IJsselstein is waardevol, zowel voor landschap als natuur. De natuurwaarden zijn met name gekoppeld aan de Hollandsche IJssel. Hier omheen liggen verschillende waardevolle natuurgebieden die wij graag willen behouden en waar mogelijk versterken. Wij faciliteren hier graag initiatieven om natuur- en landschapswaarden te versterken. Wij streven naar het realiseren van een gezond en veerkrachtig watersysteem met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Dit uiteraard binnen de ontwikkelingsmogelijkheden van een duurzaam watersysteem, een duurzame waterketen en overige aanpalende beleidsterreinen.
59
60
Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu
Ook het gebied rondom de Hollandsche IJssel omvat een groot gedeelte van onze gemeente. Een groot deel van dit gebied wordt voornamelijk gebruikt voor landbouw, natuur en recreatie. We streven naar een standaard kwaliteit op het gebied van lucht, geluid en geur. De bodem kent al een goede kwaliteit en dit willen we graag zo houden. Door deze kwaliteiten na te streven wordt het gebied ook een veiliger en prettiger gebied voor recreanten.
Aan de randen kan het opwekken van duurzame energie invloed kan hebben op de externe veiligheid. We streven naar de standaard, met ruimte voor nuance. Nabij de linten en de woonwijken is de norm bijvoorbeeld wel hoger. Per ontwikkeling wordt hier gekeken wat de mogelijkheden zijn en wat de gewenste kwaliteit is.
Mengpaneel buitengebied Hollandsche IJssel HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
61
4.6
Bedrijventerreinen "De bedrijventerreinen zijn een belangrijke spil in de economische aantrekkingskracht van IJsselstein. Op dit moment hebben we gezonde bedrijventerreinen met weinig tot geen leegstand."
De bedrijven die zich op onze bedrijventerreinen bevinden, dragen een groot deel van de IJsselsteinse economie. Bestaande (gereserveerde) bedrijventerreinlocaties worden verder ontwikkeld en geherstructureerd. Er wordt een evenwichtige marktsituatie nagestreefd.
We zetten in op het versterken en verbeteren van het binnenstedelijke groen, dus ook op de bedrijventerreinen. Hier liggen veel kansen qua waterberging, klimaatadaptieve maatregelen, groene aankleding en ecologische inrichting.
Grote, versteende oppervlaktes zorgen voor wateroverlast en hittestress. Er wordt voor het stedelijk gebied onderzocht waar maatregelen gerealiseerd kunnen worden om hemelwater tijdelijk vast te houden of te bergen.
De functies van de bedrijventerreinen vinden steeds meer aansluiting met ontwikkelingen in de omgeving. Bedrijvigheid aan de IJssel maakt in de toekomst wellicht plaats voor woningbouw.
De bedrijventerreinen vormen een grote kans als het gaat om energieopwekking. Voor bedrijven die grote hoeveelheden energie verbruiken is het verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen.
De bedrijventerreinen kennen ruime mogelijkheden voor bewegen in de openbare ruimte. Ook is hier plek voor grootschalige (sport)voorzieningen, zoals fitnesscentra.
De bedrijventerreinen moeten goed bereikbaar blijven. Er wordt ingezet op snelfietsroutes en uitbreiding van het regionale routenetwerk. Daarnaast worden de loop- en fietsroutes op de bedrijventerreinen verbeterd.
Bij ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de (archeologische) waarde van de ondergrond en de historische linten die door het bedrijventerrein lopen.
Bron: Facebook gemeente IJsselstein
Bron: GoogleMaps
Identiteit en kwaliteiten
Het laatste deelgebied zijn alle bedrijventerreinen van IJsselstein. IJsselstein heeft in totaal 68 hectare bedrijventerrein. De eerste bedrijventerreinen aan de IJssel en de Lage Biezen werden steeds meer ingebed in de bebouwde kom. De ruimte voor groei moet nu worden gevonden aan onze nieuwe stadsgrenzen. IJsselstein kent veel productiebedrijven, waarbij een gunstige ligging aan de A2 en centraal in het land, belangrijke vestigingsfactoren zijn. De leegstand is beperkt, maar ook de groeimogelijkheden. Toename van fiets- en deelmobiliteit en informatietechniek bieden kansen voor het slim omgaan met onze ruimte en ambities. Onze bedrijventerreinen zijn voornamelijk gemengde bedrijventerreinen met een mix van bedrijven, leisure en perifere detailhandelsbedrijven.
Beleidsprioriteiten
Het concept ‘bedrijventerrein’ is sterk in ontwikkeling. Niet alle bedrijven hoeven naar een bedrijventerrein en moderne ondernemers stellen andere eisen aan hun bedrijfsomgeving dan enkele decennia geleden. De traditionele aanbod-gestuurde overheidsmarkt voor bedrijventerreinen staat steeds meer open voor een markt waarbij wordt ingespeeld op de specifieke vraag van MKB en in toenemende mate ZZP’ers. Bij deze ontwikkeling past een faciliterende overheid en geen initiërende overheid. We maken in onze beleidsprioriteiten onderscheid tussen de volgende bedrijventerreinen: • IJsseloevers (Zomerdijk): één van de oudste bedrijventerreinen. Dit bedrijventerrein langs de Hollandse IJssel heeft een grote diversiteit aan bedrijfsactiviteiten, zoals een meubelfabriek en een metaalverwerkend bedrijf. • Lagedijk: dit bedrijventerrein dateert uit de jaren zestig en zeventig. Er zijn onder andere enkele grote bedrijven in de metaalverwerkende industrie en in de autobranche gehuisvest. Dit bedrijventerrein wordt met een provinciale subsidiebijdrage van ruim 930.000 euro geherstructureerd. • Paardenveld: dit bedrijventerrein dateert uit de jaren tachtig en negentig. Het gebied is bestemd voor lichte bedrijvigheid en perifere detailhandel.
• Over Oudland: dit bedrijventerrein is bestemd voor middelzware en zwaardere vormen van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4 (categorie 5 indien gelijkwaardig aan 4) en vooral productiebedrijven en VAL (Value Added Logistics). De eerste fase is gerealiseerd. Op dit terrein treft men middelzware bedrijvigheid aan zoals groothandel en productie. De tweede fase is bijna afgerond. Dit terrein is geschikt voor zwaardere bedrijvigheid. De gemeente heeft geen gronden meer beschikbaar voor uitgifte.
•
•
De Corridor: dit bedrijventerrein is een C plus-locatie, nabij een sneltramhalte. Het is bestemd voor lichte en kleinschalige vormen van bedrijvigheid, dienstverlening en (groot)handel en voor detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde goederen en in auto’s, boten, motoren, caravans en de daar direct toe behorende accessoires. Op De Corridor is een grote mate van kantoorhoudendheid en opleidingscentra mogelijk. Ook zijn bedrijfswooneenheden gerealiseerd. Bedrijven behoren tot de milieuzoneringscategorieën 1 en 2 (categorie 3 indien gelijkwaardig aan cat. 1 en 2) Bedrijventerrein De Kroon: Ingeklemd tussen de rijksweg A2, de N210 (Weg der Verenigde Naties) en de Hollandse IJssel, ligt een strook grond dat wordt ontwikkeld als Bedrijvenpark De Kroon. Het terrein sluit aan op het bestaande bedrijventerrein Over Oudland dat ten westen van de N210 ligt. De het provinciale 'Kader voor regionale programmering wonen en werken' is de ontwikkeling van een 9 hectare groot bedrijventerrein opgenomen.
De functies van de bedrijventerreinen Zomerdijk en Paardenveld vinden dus steeds meer aansluiting met ontwikkelingen in de omgeving. Bedrijvigheid aan de IJssel maakt plaats voor woningbouw, terwijl bedrijventerrein Paardenveld perspectief biedt aan perifere handel en leisure (bijvoorbeeld theater Pantalone en Monkeytown). Er is geen actief gemeentelijk beleid op het uitplaatsen van bedrijven. Als er zich voor gevestigde bedrijven kansen voordoen, wordt er door de gemeente constructief over ruimtelijke oplossingen meegedacht. We willen IJsselstein en haar bedrijventerreinen bereikbaar houden voor nu en in de toekomst. Door te investeren in het fietsnetwerk kan de mobiliteit groeien via de vervoerswijze die ruimte-efficiënt, duurzaam en gezond is em neemt de parkeerdruk af. De fietsroute IJsselstein-Nieuwegein-Utrecht maakt onderdeel uit van het programma snelfietsroutes van de Provincie. Via het gekozen tracé worden de bedrijventerreinen Over Oudland, Lage Dijk, Paardenveld en het toekomstige bedrijventerrein De Kroon per fiets uitstekend verbonden met Nieuwegein en Utrecht, waar een groot deel van hun werknemers vandaan komen. Ook voor de andere bedrijventerreinen wordt de route korter en ontstaat er meer tijdswinst.
63
64
Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu
We willen bedrijven op de bedrijventerreinen voldoende beweegruimte geven om hun activiteiten te kunnen uit voeren. We kiezen echter niet voor de laagste milieukwaliteiten. Mede omdat de bedrijven relatief dichtbij de woonomgeving gevestigd zijn zetten we voor externe veiligheid, geur- en luchtvervuiling in op standaard kwaliteit. In de basis gaan we in dit gebied voor een vrij lage bodemkwaliteit. Echter, daar waar bedrijventerreinen worden omsloten door woongebieden, wordt naar de standaardkwaliteit gestreeft. Daarom mag alleen op bepaalde bedrijventerrein lage kwaliteit grond worden opgebracht.
Mengpaneel Bedrijventerreinen HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
65
Bron: KuiperCompagnons
66
Kromme IJsselpark Door het gebied langs de Kromme IJssel en aan de Lek te ontwikkelen, ontstaat een park als raamwerk voor wonen, natuur en recreatie. Dit biedt kansen om natuur en recreatieve voorzieningen toe te voegen en de ruimtelijke relatie met de Lek te versterken. Hiermee geven we vorm aan de ambitie van gezond stedelijk leven. De nieuwe uitloper van IJsselstein in het zuiden verbindt de stad met de Lek. Het park verbindt en vitaliseert IJsselstein en Nieuwegein. Het landschappelijk raamwerk gebruikt patronen uit het cultuurlandschap en van historische linten. Bij de nadere uitwerking vormen de cultuurhistorische en landschappelijke waarden het uitgangspunt, denk daarbij bijvoorbeeld aan bestaande waterlopen, verkavelingsstructuur, linten, bestaande boerderijen en zendmasthistorie. De nieuwe woningontwikkeling op zuid vormt een ‘stedelijke omarming’ van een nieuw groen hart. Het park rondom de Kromme IJssel wordt zo van drie kanten omarmd door woongebieden. Het park heeft meervoudige functies: landbouw, natuur, recreatie, energie, landbouw en een nieuw groen woongebied. Stedelijke functies bevinden zich in de directe nabijheid van de bewoners van IJsselstein (en Nieuwegein). Het (landschappelijk) ontwerp speelt in op, en respecteert de historie door de historische inlaat van de IJssel, de blokverkavelingsstructuur en het dijkenpatroon te benadrukken.
Er komen verschillende woongebieden met verschillende dichtheden. Kenmerkend is de verweving van groen en wonen. De ‘driehoek’ (tussen de N210, de Biezendijk en de Hogebiezendijk) kan bijvoorbeeld meer op een eigen, losstaande wijze ontworpen worden.
Ambities op hoofdlijnen: wonen, park, recreatie en duurzame oplossingen • •
•
• •
•
• • •
• •
Het park brengt de Lek en de IJssel in samenhang en vormt een ruimtelijk raamwerk. De woningontwikkeling wordt zorgvuldig ingepast in het landelijk gebied. Daarbij spelen we in op de aanwezige landschappelijke structuren. Bij de inpassing van de nieuwe aansluiting op afrit 10 van de A2, is onderzocht hoe de voormalige plek van de inlaat van de Kromme IJssel (de knik in de dijk) herkenbaar blijft en de dijk niet wordt aangetast. De historische aansluiting van IJssel met Lek wordt vernat. We spelen hier in op het voormalige verloop van de Hollandse en Kromme IJssel. Hierbij kunnen voor recreatie (zwem)plassen gerealiseerd worden. De nieuwe wijk is klimaatpositief, heeft veel ruimte voor groen en water, en nodigt uit tot bewegen en ontmoeten. Het gebied is klimaatadaptief, onder andere dankzij waterberging. Het biedt ruimte voor natuur en recreatie, in de nabijheid van de stad. Door de goede bereikbaarheid en de mogelijkheid van nieuwe mobiliteitsconcepten, is een lage parkeernorm mogelijk. De woningontwikkeling aan de zuidrand kan stapsgewijs ontwikkeld worden. De woongebieden hebben voldoende volume om bij te dragen aan de vitaliteit van IJsselstein.
67
68
Bron: Facebook gemeente IJsselstein
Hoofdstuk 5 1
Uitvoering - de omgevingsvisie in werking In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie willen realiseren bij de tijd houden en doorvertalen naar andere omgevingswetinstrumenten. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere initiatiefnemers beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. In dit hoofdstuk beschrijven we verder de diverse uitwerkingen die we bij de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.
69
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken te realiseren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere initiatiefnemers beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. In dit hoofdstuk beschrijven we verder de diverse uitwerkingen die we bij de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.
5.2
Monitoring, aanvulling en herziening
De omgevingsvisie is een integrale visie die we in IJsselstein vooruitlopend op de Omgevingswet hebben opgesteld. Hiermee willen we koers bepalen en snel kunnen schakelen als dat nodig is. Verder is er geen wettelijke actualiseringtermijn meer zoals wel bij structuurvisie en bestemmingsplannen altijd het geval was. Op enig moment kan blijken dat een bepaald thema nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. In de geest van de Omgevingswet moet de omgevingsvisie ‘elke dag vers’ gehouden worden. Dit is in de praktijk niet werkbaar. Wij denken dat een actualiseringscyclus van vier jaar werkbaar is en de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd houdt. Een belangrijk ijkpunt is het jaar 2022. Op dat moment treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Als IJsselstein hebben we dan een actueel planologisch kader en kennen we de finesses van de Omgevingswet. Eens per vier jaar, dus één keer per raadstermijn, wordt deze omgevingsvisie herzien. Bijzondere aandacht bij het herzien van de omgevingsvisie vraagt de verdere integratie van de ‘niet traditionele’ ruimtelijke beleidsvelden, visie op de bodem en nader inzichtelijk maken van milieueffecten.
Sommige sociaal-maatschappelijke thema’s zitten al in de omgevingsvisie, maar die integratie en interactie met de omgeving moet ook in de praktijk worden gebracht. Het integraal en interactief werken binnen de gemeente zal verder gestalte moeten krijgen. Voor de actualisering en grip op mogelijke positieve en negatieve effecten van onze beleidsdoelen is monitoring van kwaliteiten en ontwikkelingen van groot belang. Het nader uitwerken van het monitoringssysteem en een inschatting van milieueffecten wordt bij de nadere uitwerking betrokken.
70
5.3
Doorwerking omgevingswetinstrumenten
De Omgevingswet voorziet in een zestal omgevingswetinstrumenten waarvan de omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan de belangrijkste zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige omgevingswetinstrumenten.
Omgevingsplan
Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Dit betekent in principe dat het systeem zoals we dat nu kennen, verschillende bestemmingsplannen voor het stedelijk- en het buitengebied, niet meer aan de orde is. Ook alle verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, worden in het omgevingsplan opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente zelf direct bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld. De omgevingsvisie wordt zodanig interactief opgesteld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. In deze omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten van IJsselstein als geheel - en per deelgebied - opgenomen en vertaald in activiteiten en ambities, die in het omgevingsplan verder uitgewerkt kunnen worden. Het doel is dat in het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief in zijn geheel niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie.
Zo wordt vormgegeven aan de intentie van de wetgever dat de raad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders, maar niet nadat de raad de kaders heeft meegegeven.
Programma’s
De omgevingsvisie biedt ruimte en stelt ambities, kaders en richtlijnen. Verdere uitwerking van het strategisch beleid in de omgevingsvisie kan op tactisch/ operationeel niveau plaatsvinden via het programma. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s vindt de afweging plaats op gebiedsniveau. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Er kan worden gewerkt met onder andere gebiedsgerichte, thematische of opgavegerichte programma’s. Een gebiedsgericht programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van de visie voor de binnenstad. Een thematisch gericht programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van een plan om de bereikbaarheid binnen de gemeente te verbeteren. Een opgavegericht programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van één van de in de omgevingsvisie door de gemeente IJsselstein geformuleerde opgaven. De komende jaren werken we enkele van onze opgaven uit in programma's. Te denken valt aan opgaven vanuit hogere overheden, het uitwerken van de energieopgaven of een mobiliteitsprogramma. De exacte invulling van deze programma's staat echter nog niet vast.
5.4
Juridische en financiële paragraaf
Kostenverhaal
Om de kwaliteit in IJsselstein op peil te houden, zijn investeringen nodig. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgave een groot deel hiervan gaan bekostigen. Maar omdat private partijen ook profijt gaan krijgen van deze investeringen, zal de gemeente waar mogelijk ook hen om een bijdrage vragen. Kortom, iedereen in IJsselstein draagt bij aan de opgaven binnen onze gemeente. Partijen die bouwen in de stad en daarmee inkomsten verdienen, dragen op twee manieren bij aan de stad. Direct door invulling te geven aan de stedelijke opgaven en indirect via financiering van kwaliteitsimpulsen die de gemeentelijke organisatie geeft aan onze stad. IJsselstein is wettelijk verplicht om de kosten die de gemeente zelf maakt, te verhalen op de (particuliere) initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Soms is dit de gemeente zelf, soms zijn het marktinitiatieven. Alle kosten die de gemeente moet maken om dit mogelijk te maken, brengt de gemeente in rekening bij de initiatiefnemer. Daarvoor vraagt de gemeente een exploitatiebijdrage.
Waar dit nodig is sluit de gemeente vooraf een overeenkomst met de betrokken initiatiefnemers. In deze overeenkomst worden de afspraken over het project vastgelegd, evenals de rechten en plichten wederzijds. Het kostenverhaal vloeit nu nog voort uit de Wet ruimtelijke ordening, maar heeft straks een wettelijke basis in de Omgevingswet. Daarom is het kostenverhaal nu nog (deels) in de basis geformuleerd conform het vigerende Wro. Het kostenverhaal bestaat uit 2 categorieën, onderverdeeld in 5 kostenposten: Kosten direct aan het initiatief gerelateerd: • Planeigen kosten • Plankosten Kosten die het initiatief overstijgen: • Bovenwijkse voorzieningen • Bovenplanse kosten • Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Bij private initiatieven borgt de gemeente het kostenverhaal met een exploitatiebijdrage in een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk spoor). Alleen als we er echt niet uitkomen, stellen we een exploitatieplan vast en kunnen we de kosten afdwingen (publiekrechtelijk spoor). De Omgevingswet biedt twee mogelijkheden van publiekrechtelijk kostenverhaal: • Kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling. Dan is er een concreet eindbeeld en tempo van de ontwikkeling. Het tijdvak is bepaald. • Kostenverhaal voor organische gebiedsontwikkeling. Dan ontbreken een concreet tijdvak en eindbeeld.
Kostenverhaal met tijdvak is mogelijk bij een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of projectbesluit. Kostenverhaal zonder tijdvak is alleen mogelijk in het omgevingsplan. Daarnaast gaat de gemeente deze omgevingsvisie gebruiken als onderbouwing in subsidie- en cofinancieringstrajecten. In de visie hebben we de koers voor IJsselstein uitgezet. Het koppelen en verbinden van geldstromen aan de realisatie van deze koers is waar de gemeente zich hard voor maakt. Daarbij gebruikt de gemeente de brede inbedding van eigen projecten in grotere structuren ook om de financiering van ambities beter mogelijk te maken. Daarnaast kan de visie wellicht ook door andere initiatiefnemers worden gebruikt in de motivering van subsidieaanvragen.
71
Om dit verder te concretiseren hebben we hieronder verschillende kostendragers per ontwikkelrichting opgenomen. De exacte investeringsopgave wordt na vaststelling van de omgevingsvisie nog nader geconcretiseerd in de overige kerninstrumenten van de Omgevingswet.
Ontwikkelrichting Landschap
Cultuurhistorie
Groen en recreatie
Stedelijk
Economie
72
Ontwikkelingen/uitgangspunten
Kosten-Baten
Versterken natuurwaarden en toename biodiversiteit
Kosten
Investeren in groene- en historische structuren
Kosten
Investeren in landschaps- en gebiedskenmerken
Kosten
Investeren in openbare ruimte
Kosten
Fruitbomencollectie behouden en versterken
Kosten
Recreatief-toeristische faciliteiten ontwikkelen / faciliteren
Kosten
Doorontwikkelen historisch stadshart en historische linten
Kosten
Inzetten op kwaliteit cultureel aanbod en historisch erfgoed
Kosten
Faciliteren culturele en sociale initiatieven
Kosten
Cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten beschermen
Kosten
Groen-blauwe verbinding tussen het landbouw-gebied, de Hollandsche IJssel en de Kromme Ijssel versterken
Kosten
Groenstructuren beter op elkaar aan laten sluiten
Kosten
Stimuleren natuurbeheer door agrariërs en andere gebruikers
Kosten
Bevorderen van extensief toeristisch-recreatief (mede-)gebruik van het buitengebied
Kosten
Fysiek vergroenen van gebouwen en openbare ruimte
Kosten
Ontwikkeling stadsranden
Kosten / Baten
(her)ontwikkeling binnenstedelijke locaties
Kosten / Baten
Uitbreiding in het zuiden (Kromme IJsselpark)
Kosten / Baten
Verbeteren verblijfsklimaat in stadscentra
Kosten / Baten
Openbare ruimte versterken door invulling te geven aan de doelen uit de integrale visie openbare ruimte
Kosten
Kwaliteitsverbetering bestaande wijken
Kosten / Baten
Toevoegen woningen
Kosten / Baten
Inzetten op het clusteren van detailhandel
Kosten
Investeren in kwaliteit detailhandel- en horeca
Kosten
Mogelijkheden recreatie en toerisme uitbouwen in het historisch centrum
Kosten
Innovatieve initiatieven faciliteren
Kosten
Verduurzaming gebouwen
Kosten / Baten
Bedrijventerreinen ontwikkelen/ herstructureren
Kosten / Baten
Innovatie en verduurzaming landbouw stimuleren
Kosten
Duurzaamheid/ klimaatadaptatie
Mobiliteit
Gezondheid, veiligheid en milieu
Ruimte bieden aan doorontwikkeling en verduurzaming grootschalige landbouw
Kosten
Duurzame energie opwekken - zonnedaken- en velden
Baten
Stimuleren uitbreiding van laadinfrastructuur
Kosten
Inpassen windenergie
Baten
Onderzoeken mogelijkheden vasthouden en bergen hemelwater
Kosten
Extra waterberging in de openbare ruimte realiseren
Kosten
IInvesteren in regionale fietsverbindingen (incl. brug Hollandse Ijssel)
Kosten
Nieuwe ontsluiting Nieuwegein-Zuid
Kosten
Bereikbaarheid werkgebieden verbeteren (OV)
Kosten
Inzetten op scheiding van langzaam verkeer en/of veiligere inrichting 30km zones
Kosten
Stimuleren fietsgebruik en gebruik van deel- en elektrische auto's
Kosten
Versnellen tramverbinding en zelfrijdende voertuigen (voor- en natransport)
Kosten
Centrale parkeerlocaties
Kosten
Stimuleren bewegen en gezonde voeding
Kosten
Inzetten op actieve mobiliteitsvormen
Kosten
Ouderen zo lang mogelijk veilig thuis laten wonen
Kosten
Inzetten op het klimaatadaptief inrichten van de (openbare) ruimte, vergroenen van de leefomgeving en hittestress tegengaan
Kosten
(Verkeers)veiligheid waarborgen
Kosten
Verduurzamen van de landbouwsector
Kosten
Bodemkwaliteit op peil houden
Kosten
73
74
Afwegingskader duurzame elektriciteit opwek Samen met de gemeenten Montfoort, Lopik, Oudewater en Woerden bekijken we welke gebieden in de vijf gemeenten geschikt zijn voor de opwek van duurzame elektriciteit middels zonnevelden en windturbines. Dit moet uiteindelijk leiden tot een afwegingskader zonnevelden en windturbines waarin we beschrijven waar en onder welke voorwaarde de gemeente IJsselstein ruimte biedt aan zonnevelden en windturbines. In deze paragraaf beschrijven we de eerste resultaten uit dit proces. Een nadere uitwerking vindt plaats in het afwegingskader zonnevelden en windturbines. In 2030 wil de gemeente IJsselstein 0,05 TWh duurzame elektriciteit opwekken middels grootschalig zon op dak (>15 kWp), zonnevelden en/of windturbines. Om bij de inpassing van duurzame energie recht te doen aan mens, natuur en omgeving stelt de gemeente IJsselstein bij de beoordeling van initiatieven een aantal algemene principes centraal: • Goede landschappelijke inpassing; • Behoud van natuurlijke/ecologische waarde; • Streven naar multifunctioneel ruimtegebruik; • Streven naar 50% lokaal eigendom in energieprojecten; Aanvullend op deze algemene principes gelden er afhankelijk van de locaties specifieke voorwaarden. Ten behoeven hiervan is de gemeente IJsselstein opgedeeld in een aantal landschappelijke zones: • • • •
Gebied ten noorden van de Noord IJsseldijk (A1); Gebied tussen de Noord IJsseldijk en Achtersloot (C4 en A3 samengevoegd); Noordwestelijk agrarisch gebied (B3); Ganzenrustgebied (D6);
• • • • •
Lintbebouwing (F7); De Kern IJsselstein (F7); IJsselstein zuid (A2); Uiterwaarde lek (C5) Snelwegzone A2 (G9);
Voorlopige inzichten per gebied: Gebied ten noorden van de Noord IJsseldijk (A1) Onderdeel van buitengebied Hollandsche IJssel • Niet geschikt voor grote windturbines; • Geschikt voor zonnevelden wanneer deze aansluiten bij natuur- en recreatiewaarde of ontwikkeling van het gebied. Middels een gebiedsgerichte verdieping worden de mogelijkheden voor zonnevelden in dit gebied nader in kaart gebracht. Op basis daarvan inzetten voor de ambitie tot 2030. Gebied tussen de Noord IJsseldijk en Achtersloot (C4 en A3 samengevoegd) Onderdeel van buitengebied Hollandsche IJssel • Niet geschikt voor grote windturbines; • Beperkt geschikt voor zonnevelden wanneer deze aansluiten bij natuur- en recreatiewaarde of ontwikkeling van het gebied. Middels een gebiedsgerichte verdieping worden de mogelijkheden voor zonnevelden in dit gebied nader in kaart gebracht. Op basis daarvan inzetten voor de ambitie tot 2030. Noordwestelijk agrarisch gebied (B3) Onderdeel van buitengebied Polder Noord • Grote windturbines technisch mogelijk maar vanuit landschappelijke inpassing tot 2030 niet wenselijk; • Beperkt geschikt voor zonnevelden mits agrarische functie centraal blijft staan. Mogelijk inzetten na 2030.
Ganzenrustgebied (D6) Onderdeel van buitengebied Polder Noord • Zon en wind beide uitsloten ivm ganzenrustgebied Lintbebouwing (F8) • Focus op Zon op dak en mogelijk benutten van braakliggende terreinen voor zonnevelden; • Niet geschikt voor grote windturbines. De Kern IJsselstein (E7) Onderdeel van het centrum, de woonwijken en bedrijventerreinen • Focus op Zon op dak en mogelijk benutten van braakliggende terreinen voor zonnevelden; • Niet geschikt voor windturbines. IJsselstein zuid (A2); Onderdeel van buitengebied Zuid • Niet geschikt voor grote windturbines i.v.m. toekomstige woningbouw; • Beperkt geschikt voor zonnevelden mits dit aansluit bij het ontwikkelingsbeeld IJsselstein zuid. Inzetten voor de ambtite tot 2030. Uiterwaarde lek (C5) Onderdeel van buitengebied Zuid • Niet geschikt voor grote windturbines en zonnevelden. Snelwegzone A2 (G9); Onderdeel van buitengebied Zuid • Nader onderzoeken voor geschiktheid voor windturbines; • Geschikt voor zonnevelden en inzetten voor de ambitie tot 2030.
De bovenstaande gebiedsgerichte voorwaarden worden allen nader uitgewerkt in het afwegingskader zonnevelden en windturbines.
75
Colofon Titel Omgevingsvisie IJsselstein: Behoud én ontwikkeling Datum Mei 2021 Auteurs Projectteam gemeente IJsselstein in samenwerking met KuiperCompagnons Vormgeving KuiperCompagnons Copyright Alle beelden van KuiperCompagnons of Gemeente IJsselstein tenzij anders vermeld. Citaten en beelden mogen zonder schriftelijke toestemming van de auteurs worden gebruikt, op voorwaarde dat een duidelijke bronvermelding en naamsvermelding erbij worden vermeld.
76
77
Bijlage 1 - Beschrijving participatie Met hartelijk dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is tot stand gekomen in overleg met een denktank - bestaande uit afgevaardigden van diverse ondernemers en maatschappelijke organisaties - en met de inwoners van IJsselstein. Intern hebben een breed samengestelde stuurgroep en projectgroep het proces begeleid en inhoudelijke input geleverd.
Wijze van verwerken Belangrijk om te benoemen is dat de omgevingsvisie tot stand gekomen is in een iteratief proces. Dit proces bestond uit het constant bijslijpen en aanscherpen van de ambities, doelen en formuleringen in de visie. Dit ook om het gesprek en de dialoog met de omgeving op gang te houden.
Een belangrijke reden om de inhoud van de omgevingsvisie, voorafgaand aan de bestuurlijke besprekingen, voor te leggen aan diverse IJsselsteinse partners en inwoners is om het beleid beter te maken. Gedurende het proces is er niet omtrent alle ontwikkelingen consensus bereikt, maar de verschillende participatierondes hebben de omgevingsvisie wel beter gemaakt.
De participatie rondom het opstellen van de Atlas was gericht op informeren en ophalen. Aan de hand van de thema's uit de Atlas is een open gesprek gevoerd over kernkwaliteiten, trends en ontwikkelingen en kansen en zorgen binnen onze gemeente. De opgehaalde input is een-op-een verwerkt in de vastgestelde versie van de Atlas.
Bijeenkomsten/inspraakmomenten • 26 november 2019: Raadscommissie start omgevingsvisie • 10 december 2019: Bijeenkomst Atlas met ketenpartners, maatschappelijke organisaties en inwoners • 18 februari: Raadscommissie toelichting Atlas • Juni/juli 2020: Onderzoek inwonerspanel DUO (online enquête) • 21 april 2020: Verdiepingssessie Energie met ketenpartners • 24, 30 en 31 maart 2020: Verdiepingssessie Woningbouw in het kader van IJsselstein Vitaal • 9 maart 2020: Verdiepingssessie Natuur, Groen en Erfgoed met ketenpartners en maatschappelijke organisaties • 16 april 2020: Thema-avond gemeenteraad • 10 september 2020: Thema-avond gemeenteraad • 26 oktober 2020: Bijeenkomst conceptomgevingsvisievisie burgerpanel • 27 oktober 2020: Bijeenkomst conceptomgevingsvisievisie lokale partners en ondernemers • 28 oktober 2020: Bijeenkomst concept-visie ketenpartners • 25 februari 2021: Extra bijeenkomst concept-visie professionele samenwerkingspartners • 25 februari 2021: Extra bijeenkomst lokale partners en ondernemers • Maart/April 2021: Schriftelijke reactieronde
Geconsulteerde stakeholders: • Provincie Utrecht • GGD • ODRU • HDSR • Provides • Stedin • LTO-Zuidwest • Eneco • Veiligheidsregio Utrecht • Gemeente Montfoort • Gemeente Lopik • Gemeente Nieuwegein • Groen Platform IJsselstein (GPIJ) • Koninklijke Horeca Nederland (KHN) • Historische Kring IJsselstein (HKIJ) • Vereniging Industrie en handel IJsselstein (VIHIJ) • Binnenstadondernemers • BB+W • Museum IJsselstein • Stichting Pulse • Werkgroep Behoud Lopikerwaard
De uitkomsten uit de enquête en uit de verdiepingssessies zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. In de thema-avond van 10 september 2020 zijn de opgehaalde resultaten getoetst en aangescherpt. Samen met de gemeenteraad is de koers bepaald en dit moment heeft een belangrijk ijkpunt gevormd in het omgevingsvisie-proces. De concept-omgevingsvisie is in oktober 2020 besproken met inwoners en organisaties. De input van deze bijeenkomsten is verwerkt in een tweede concept. We hebben ervoor gekozen om een extra participatieronde te organiseren voordat dit concept aan het bestuur wordt aangeboden. Deze bijeenkomsten hebben plaatsgevonden in februari 2021. Tevens is er de mogelijkheid geboden tot het indienen van een schriftelijke reactie. Deze bijeenkomsten en schriftelijke reacties hebben geleid tot een aantal concrete wijzigingen in de visie, zoals bijvoorbeeld het aanpassen van een aantal 'mengpanelen', het aanpassen van onderdelen op het kaartmateriaal en het aanscherpen van onderdelen als de rolopvatting van de gemeente en de regionale paragraaf.
Resultaten verdiepingssessie Energie - 21 april 2020 In korte presentatie is de Atlas en de stand van zaken van de omgevingsvisie toegelicht. Aan de hand van de verschillende denkrichtingen uit de Regionale Energie Strategie van de U16 zijn voorafgaand aan de sessie enkele denkrichtingen voor de gemeente IJsselstein opgesteld. Het doel van deze sessie was om aan experts die in de gemeente of de regio actief zijn binnen de energietransitie hun mening te vragen over de voor- en nadelen van de verschillende denkrichtingen. De belangrijkste conclusies uit de sessie zijn in onderstaande beelden gevat.
Resultaten verdiepingssessie Natuur, Groen en Erfgoed - 9 maart 2020 In korte presentatie is de Atlas en de stand van zaken van de omgevingsvisie toegelicht. Tijdens de sessie stonden een aantal vragen centraal: Wat zijn de belangrijkste elementen? Wat is hiervan voldoende beschermd, wat moeten we beter beschermen, wat is kansrijk voor (her)ontwikkeling, waar moeten we rekening mee houden en wat kunnen we loslaten? Het doel van deze sessie was om advies op te halen bij betrokken partijen in de gemeente die zich bezighouden met Groen, Erfgoed of Natuur. De belangrijkste conclusies uit de sessie zijn in onderstaande beelden gevat.
Resultaten thema-avond gemeenteraad - 10 september 2020 Tijdens de raadsavond is een toelichtende presentatie gegeven over het proces van de omgevingsvisie. Er zijn enkele bespreekpunten behandeld die uit eerdere gesprekken en de participatierondes zijn gekomen. Daarnaast is aan de raad gevraagd welke uitgangspunten en kaders zij willen meegeven voor de nadere uitwerking van de omgevingsvisie. Deze bespreekpunten zijn behandeld middels een interactieve tool, waarvan onderstaande afbeeldingen het resultaat tonen. Dit betrof een tussentijdse peiling, aan de hand hiervan heeft de bespreking plaatsgevonden. Het betrof in geenszins een besluit of een voorloper van de omgevingsvisie.
Reactienota concept-omgevingsvisie, april 2021 Alle feedback die wij hebben ontvangen naar aanleiding van de schriftelijke participatieronde in maart en april 2021, en de gemeentelijke reactie daarop, is gebundeld in de volgende tabel.
1 2
3 4
5
6
7
Reactie
Verwerking reactie
De opbouw van de visie vanuit de kernkwaliteiten richting de ambities biedt goede kansen bieden om in onderling overleg en samenwerking concrete uitvoeringsdoelstellingen te realiseren. De bestaande constructieve samenwerking op deze ontwikkelthema’s zetten wij graag voort in de uitvoeringsprocessen van uw omgevingsvisie. Zoals u bekend is zullen aard, plaats en omvang van nieuwe bouwlocaties en hun randvoorwaarden door gemeenten, U16 en provincie in het op te stellen regionale programma voor wonen en werken worden afgestemd en beklonken. Voor Ijsselpark beperken we ons in dit document tot enkele thematische opmerkingen. Zoals gezegd worden de woningbouwlocaties regionaal afgewogen in de regionale programmering. ( paragraaf 3.6 bullet 2): Op regionaal niveau missen wij in de visie nog de Woondeal U16. In deze Woondeal gaat het om vier thema’s waarover afspraken zijn gemaakt over het versnellen van de woningbouwplannen, het functioneren van de woningmarkt en vitale wijken. 4. Wat wordt concreet bedoeld met de flexibele stadsrand
Dank, ook wij zetten de bestaande constructieve samenwerking op deze ontwikkelthema’s graag voort bij de uitvoering van de omgevingsvisie. Dat is bekend en in orde. We praten hier graag over verder.
Provincie Utrecht
De Woondeal U16 zal worden benoemd in het regionaal perspectief. We willen daar een mix van functies mogelijk maken, met meerwaarde voor mens en natuur. Met name gericht op recreatie, ecologie sport, evenementen en water, maar binnen bepaalde kaders ook beperkte ruimte voor bouwen woningbouw en energie. We zullen dit nader toelichten in de omgevingsvisie. We passen dit aan in het kaartmateriaal
(3.3 Groen /recreatieve kwaliteiten ) Bij dit hoofdstuk willen graag over de kaart het volgende opmerken. Benut de groen-recreatievelandschappelijke- cultuurhistorische kwaliteiten van de dijken en hun directe omgeving door ze als gecombineerd groen lint op de kaar te zetten en niet alleen als cultuurhistorisch ‘lint erf’. Aan de zuidzijde van het gebied gaat het om de Hoge dijk - Hoogland richting het Hooge land ten oosten van de A2 en de Lage dijk als aftakking van Hoogland tot aan de bebouwing in het noorden. Aan de noordzijde van de gemeente betreft het de Noord IJsseldijk en de Zuid IJsseldijk. Er liggen veel kansen om met behoud van landschapselementen en beplantingen, en herstel van landschapselementen en inzetten op natuurvriendelijk beheer, de kwaliteit op diverse fronten (natuur, landschap, cultuurhistorie, recreatieve / utilitaire routes) te versterken. Een andere concrete voorstel gaat over de ecologische zone NNN langs de N210: Wij werken binnen de gemeente met gebieden met Het voorstel is om aansluiting te zoeken voor natuur op de aanwezige ecologische structuur (NNN), langs de N210. Door er een groen verbinding een ecologische waardenkaart. Bepaalde gebieden uit van te maken draagt het bij aan een visueel minder harde overgang stedelijk gebied naar buitengebied. deze kaart liggen in de nabijheid van de N210.
Het omgevingsplan raakt aan ons cultuurhistorisch beleid bij de gebieden Buitengebied polder noord en het gebied Hollandse IJssel en het gebied Bij de nadere uitwerking vormen de cultuurhistorische IJsselpark (zuid). en landschappelijke waarden het uitgangspunt, denk De twee noordelijke gebieden vallen (deels) in het agrarische cultuurlandschap. In het omgevingsplan wordt hier rekening gehouden met de daarbij bijvoorbeeld aan bestaande waterlopen, identiteit en de cultuurhistorische kwaliteiten. Geen verdere opmerkingen. Het gebied IJsselpark is een gebied met veel cultuurhistorische verkavelingsstructuur, linten, bestaande boerderijen waarden en kwaliteiten. Het is een hele oude blokverkaveling (ouder dan de naast gelegen strokenverkaveling) en hier speelt de geschiedenis van en zendmasthistorie. We zullen dit nog explicieter de afdamming van de Hollandse IJssel bij Klaphek. En er is de smalle Lekdijk en de relatie met de Lek en de uiterwaarden. Woningbouw is wellicht opnemen in de omgevingsvisie. Vooralsnog schatten
mogelijk, maar het is van belang dat ze hier de bestaande structuur handhaven en respecteren en als uitgangspunt en inspiratiebron nemen voor we in dat er voldoende ruimte is om deze elementen de verdere ontwikkelingen. Het is de vraag of het voorgestelde zware programma haalbaar is in dit gebied. De driehoek van de Hogebiezendijk als uitgangspunt te nemen en dat het programma staat als dichtbebouwd gebied gepland (prioriteit wonen). Deze driehoek valt onder ons beleid van het Agrarisch cultuurlandschap. Van belang is haalbaar is, maar bij de nadere uitwerking van de dat daar de verkavelingsstructuur en het karakter van het gebied leidend is. Daarbij is dit gebied onderdeel van het Nozema-terrein. Dit is een plannen voor zowel woningen als ontsluiting zal dit beschermd rijksmonument (ligt net in de naastgelegen gemeente Lopik), waarbij ook rekening gehouden moet worden met de omgeving van het nader bekeken worden. We zullen dit in nauw overleg monument. In dit geval speelt hier de belangrijke geschiedenis van het zendstation wat zijn bestaan dankt aan de aanwezigheid van de met de provincie uitwerken. Voor de huidige versie zendmasten. De restanten van deze masten zijn nog aanwezig in het gebied (ook in deze driehoek). Hier dient dus rekening mee gehouden te van de omgevingsvisie hanteren we de schetsen zoals worden bij de planvorming.
Verder staat hier een provinciale ontsluitingsweg in gepland in de plannen. Ook hiervoor geldt dat daarbij de reeds opgenomen, dit is slechts een voorbeeld. De cultuurhistorische waarden in het gebied (niet alleen het landschap met de verkavelingstructuur, waterlopen, relatie met de Lek en de Hollandse ambities in de tekst zijn leidend de beelden die hierbij IJssel, maar ook de daarin aanwezige monumenten en hun relatie met de omgeving) rekening gehouden moet worden. In de schetsen en plannen horen zullen bij de nadere uitwerking zeker nog voor dit gebied die getoond worden in het omgevingsplan blijkt nog onvoldoende wat ze als ambitie in de tekst schrijven en is nog onvoldoende aangepast worden. rekening gehouden met de aanwezige waarden. Dat wordt nog een hele opgave.Hierbij nog de reactie van Hester vanuit cultuurhistorie op de plannen:Voor wat betreft het IJsselpark zouden we wellicht kunnen meegeven om de landschappelijke verkavelingsstructuur zoveel mogelijk te behouden en zo min mogelijk water vanuit cultuurhistorische (en waterkundig) oogpunt te dempen. Ik zou ze ook vragen om eventuele zwemplassen in te passen in de bestaande (cultuurhistorische) structuur van het gebied en in al bestaande laagtes die zijn achtergelaten door de rivieren. Ook voor het geplande groen kunnen bestaande cultuurhistorische landschapselementen het uitgangspunt vormen.
Hierdoor blijft iets van het vroegere karakter van het gebied behouden voor de toekomst, ook al is sprake van nieuwbouw. 8 (Pag 22): In het algemeen raken de plannen beperkt aan bekende archeologische vindplaatsen. Daarbij moet wel worden aangegeven dat niet We vullen het kaartmateriaal aan met archeologische vindplaatsen. alle bekende vindplaatsen staan aangegeven op de kaart op pagina 22. Met name voor het deel Buitengebied Hollandsche IJssel is archeologie een aandachtspunt, aangezien hier een aantal vindplaatsen bekend zijn. Dit geldt ook bij de aanleg van zonnevelden. 9 Recreatie wordt slechts beperkt wordt meegenomen in de visie. We willen oproepen om evenwijdig aan de groei van bijvoorbeeld woningen te Recreatie heeft onze aandacht, niet alleen werken aan voldoende ruimte voor recreatie en groen. De afgelopen tijd (Corona) heeft wel duidelijk gemaakt dat er over het algemeen te weinig buitenstedelijk, maar juist ook binnenstedelijk met recreatiemogelijkheden zijn nabij bebouwd gebied. voldoende groen, sportvoorzieningen en speelplekken. Voor wat betreft het IJsselpark is het belangrijk om de landschappelijke verkavelingsstructuur zoveel mogelijk te behouden en zo min mogelijk Zoals bij punt 7. Benoemd nemen we bestaande water vanuit cultuurhistorische (en waterkundig) oogpunt te dempen.
cultuurhistorische landschapselementen als Eventuele zwemplassen inpassen in de bestaande (cultuurhistorische) structuur van het gebied en in al bestaande laagtes die zijn achtergelaten uitgangspunt. door de rivieren. Ook voor het geplande groen kunnen bestaande cultuurhistorische landschapselementen het uitgangspunt vormen. Hierdoor blijft iets van het vroegere karakter van het gebied behouden voor de toekomst, ook al is sprake van nieuwbouw. We werken de details graag nader met u uit. 10 Alvast voorsorterend op het uitvoeringsprogramma van de visie: Vanuit de provincie willen we vanuit de aanpak Vrijkomende Agrarische Bebouwing, graag ondersteunen door aanbod/inbreng van kennis en (gezamenlijke) visievorming op dit punt is reeds instrumenten. uitgewerkt in de regionale omgevingsagenda Aan het begin van het visiedocument staat onder de uitgangspunten (van IJsselstein bij invulling geven aan Omgevingswet) dat IJsselstein Lopikerwaard. Zie hiervoor: “Ontwikkelprincipe 2.3: regionaal georiënteerd wil zijn en dat opgaven gemeenten grenzen overschrijden. Bij VAB aanpak helpt het als gemeenten bereid zijn samen te Transformeren vrijkomende agrarische bebouwing werken, samen aan visievorming te doen, samen een sloop administratie willen bijhouden en uitwisselbaarheid van sloopmeters mogelijk te (VAB) naar passende bedrijvigheid in de linten” en maken.
(Gezamenlijke) Visievorming op dit punt is noodzakelijk om samen te kunnen werken. IJsselstein geeft als doel voor VAB aan andere toelichting daarop bij “Duurzame en kleinschalige functies zoals wonen mogelijk te willen maken. Vragen die dan beantwoord moeten worden in een volgend stadium zijn bijvoorbeeld: waar is de woon-werklinten”. gemeente naar op zoek bij woningbouw?, wat is kansrijk in een landbouwomgeving, wat voor soort woonvormen en wil men ook bedrijvigheid, zo ja wat zijn daar de kansen? We gaan over genoemde punten graag in gesprek met de gemeente. Twee aandachtspunten voor vroegtijdige afstemming:
1. er wordt voor landbouw aangegeven dat er gestreefd wordt naar economisch verantwoorde voortzetting en ruime mogelijkheden voor functieverandering en – menging. Dit zal in een volgend stadium concreter geduid moeten worden. 2. Groei van landbouwbedrijven wil men ruimte voor geven. Ook dit zal concreter geduid moeten worden. Beide keuzen/ambities kunnen tot discussie en aandachtspunten leiden. 11 De (koppeling met de) projecten Sterke Lekdijk (traject Jaarsveld-Vreeswijk) als dijkversterking Noordelijke Hollandse Ijssel worden gemist in de visie. 12 In de gemeente IJsselstein ligt één aardkundige waarde, het Wiel Klaphek. Graag opnemen op de kaarten. 13 Lucht en gezondheid: In de hoofdstukken 1 t/m 3 wordt dit thema gemist. Bij mobiliteit zou het goed zijn iets te zeggen over de afstand tot (drukke) wegen waar het gaat om luchtkwaliteit.
In een volgend stadium nemen we de aandachtspunten mee en we gaan graag met u in gesprek over de nadere uitwerking hiervan.
Deze projecten zullen expliciet worden benoemd in de visie. (paragraaf 3.6, onder ‘Water en klimaat’) Voegen we dit aan het kaartmateriaal toe Hier zal bij mobiliteit nader worden stilgestaan. Daarnaast wordt hier ook bij milieu, gezondheid en veiligheid uitgebreider bij stilgestaan en komt dit in de deelgebieden terug. 14 In hoofdstuk 4 komt luchtkwaliteit wel aan de orde en is goed opgelost door gebruik te maken van staafdiagram / ‘schuifpaneel’. Hier wordt wel Dit komt inderdaad in een nadere uitwerking pas aan de kwalificatie gemist wat de ‘standaard’ milieukwaliteit is en ten opzichte waarvan? Is hier bijv. een GES score bij te betrekken?. En op welke de orde. Het gaat in het kader van de omgevingsvisie wijze wordt dit vervolgens weer vertaald naar gezondheid of een gezonde leefomgeving? Wellicht komt dit ook in een nadere uitwerking aan de nog om ambitiebepaling. Nadere kwantificering orde. hiervan in exacte normen vindt plaats in het omgevingsplan. Het is een goede tip om hierbij de Gezondheids Effect Score (GES) te betrekken. 15 In tegenstelling tot het onderwerp duurzaam opwekken van energie (zonnevelden, zonnepanelen, windturbines) waar de visie redelijk specifiek Scherp opgemerkt. Dat klopt inderdaad. Op dit in is, wordt het onderwerp warmtetransitie nog nauwelijks ingevuld. moment is hierin nog geen keuze gemaakt.
In het Gaat de gemeente de ondergrond en/of oppervlakte water gebruiken voor bodemenergie, geothermie, aquathermie evt. in combinatie met kader van de transitievisiewarmte wordt momenteel opslag in de bodem? Het valt op dat niet duidelijk wordt gemaakt hoe de warmtetransitie ingevuld gaat worden. De warmtetransitie wordt bij inzichtelijk gemaakt welke keuzeopties m.b.t. enkele deelgebieden in hoofdstuk 4 genoemd als opgave. Daarentegen is IJsselstein wel redelijk specifiek waar het gaat om op het duurzaam warmtetransitie er per wijk zijn en zal er een voorstel opwekken van energie (zonnevelden, zonnepanelen, windturbines). Door het ontbreken van globale invulling van het leveren van warmte (en evt. worden gedaan. Zodra dit bekend is zal dit in deze of koude) is mij niet duidelijk of IJsselstein voornemens is de ondergrond en/of oppervlaktewater hiervoor te gaan gebruiken (bodemenergie, een volgende versie van de omgevingsvisie worden geothermie, aquathermie evt. in combinatie met opslag in de bodem). verwerkt. Hier is dus ook nog geen inschatting voor Daarop aansluitend: is aanleg van een warmtenet in IJsselstein nodig i.h.k. van de warmtetransitie? wat betreft kosten voor gemaakt.
Bij buitengebied Hollandse IJssel wordt geschetst dat onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn voor inzet buitengebied voor energietransitie Het klopt dat windmolens en zonnevelden een zonder natuurwaarden negatief te beïnvloeden. Is dat alleen voor elektriciteit of ook voor warmte? rendement op kunnen leveren en mogelijk ook een In de tabel op blz 71 wordt bij “opwekken duurzame energie-zonnedaken en velden” en “inzet windturbines” gesproken over baten. Moet ik dit bijdrage kunnen leveren aan fondsontwikkeling. Dit lezen dat de baten groter zijn dan de kosten? Er zal nl. ook geïnvesteerd moet worden. wordt momenteel nog nader onderzocht. Zie ook: Zelfde tabel blz 71: is er ook een inschatting gemaakt voor de warmtetransitie? https://ijsselstein.raadsinformatie.nl/vergadering/786 709/Commissie%20Ruimte%2013-04-2021 16 Het is positief dat in de omgevingsvisie aandacht wordt geschonken aan circulaire economie. De aandacht gaat naar het sluiten van de kringloop. We voegen grondstoffenreductie toe aan de doelen. Wij zien dat echter als een deel van het verhaal, het advies is om te focussen op reductie grondstofgebruik (ipv sluiten kringlopen). Wellicht kan de provinciale Conceptbeleidsvisie Circulaire Samenleving 2050 u hierbij behulpzaam zijn.
https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Vergaderingen/Statencommissie-Bestuur-Economie-en-Middelen/2020/02december/09:00/SB-circulaire-Samenleving-2020BEM182/2020BEM182-02-1-Concept-Beleidsvisie-Circulaire-Samenleving-2050.pdf Daarnaast heeft Platform 31 onderzoek gedaan naar circulariteit in omgevingsvisies, het advies vindt u op https://www.platform31.nl/publicaties/omgevingswet-en-circulaire-economie (zie ook bijlagen).
GGD regio Utrecht 17 Een mooie concept omgevingsvisie waar op veel vlakken rekening wordt gehouden met een ‘gezonde’ visie op de invulling van onderwerpen als Correct, vanuit deze visie willen we borgen dat er bij
18
19 26
20 27
21 28 22 29
23 24 25
26
mobiliteit, milieu, openbare ruimte, groen en water. Deze omgevingsvisie ademt ‘rekening houden met de gezondheid van inwoners’ uit, nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met ondanks dat het nergens met zoveel woorden wordt gezegd. Dit impliciete uitgangspunt, gezondheid van inwoners, zou juist wel explicieter de gezondheid van onze inwoners benoemd mogen worden bij de verschillende onderdelen. Zie hiervoor onderstaande opmerkingen en suggesties. In het hele stuk missen we het thema ‘corona’. Het coronavirus heeft onze samenleving veranderd en zal dat waarschijnlijk op langere termijn ook Hier is door het stuk heen wel aandacht voor, maar blijven doen. Hier kun je in de omgevingsvisie al op in gaan. Bijvoorbeeld doordat er meer thuis gewerkt wordt, de behoefte aan bijvoorbeeld wellicht onvoldoende expliciet. Dat is een goed punt. groen en natuur/sport en recreatie is toegenomen en dat deze thema’s nog urgenter zijn geworden, zeker in de eigen leefomgeving. De trendanalyse voor de omgevingsvisie (voor de Atlas) is gedaan voorafgaand aan de pandemie. In de nadere uitwerking van de visie zal bij deze impact worden stilgestaan. Op GGDatlas dashboard - Gezondheidsbescherming - IJsselstein (buurtmonitor.nl) In IJsselstein (t.o.v.
regio Utrecht totaal) is te zien dat: De tekst bij ‘Gezondheid, veiligheid en milieu’ zal hier -hoger % mensen bezorgd is om gezondheid in fysieke omgeving door bedrijven of industrie in de buurt; verder op worden aangescherpt. -blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide bevindt zich in hoogste categorie, evenals oppervlakte stedelijk gebied met hittestress en lage sociale samenhang. Het groene bolletje met ‘inrichting openbare ruimte voor bewegen en ontmoeten’ kan gevoelsmatig nog wat verder naar de buitenkant: nu lijkt Voorstel nemen we over. Nu wordt daar impliciet wel aandacht aanvoor besteed in de omgevingsvisie, maarinkijk deze in de is hand en waar er mogelijke dit bolletje minder belangrijk, terwijl het de leefbaarheid en gezondheid demet wijken ergcijfers belangrijk dat nog hiereven volopofwordt ingezet. aanscherping van de visie nodig/mogelijk is (expliciet). Het zullen themaonderwerpen gezondheid isop opgenomen bij ‘Gezondheid, (Hele document + p. 18-19): In het regionaal wordt gezondheid expliciet maar ‘gezondheid’ niet expliciet We missen beleidskeuzes t.a.v. houtrook. Dat kanperspectief op deze plek, maar ook ergens andersgenoemd, (p. 34 Gezondheid, Veiligheidwordt & Milieu). De bijdrage van We dit detailniveau enbij milieu’ op pagina 24 t/mvan 27. de Ookvisie bij in verwerkt deluchtverontreiniging gemeentelijke visie.isIssubstantieel.
het mogelijk Een de term gezondheidbiedt prominenter in de gemeentelijke omgevingsvisie te verwerken? Dat geeft veiligheid houtrook in aan omgevingsvisie kansen om hierop visie te geven. meenemen de verdere uitwerking diverse kwaliteiten en ontwikkelingen wordt hieraan aan dat ditdeeen belangrijkebetreft (verbindende) in de omgevingsvisie. Waar het houtkachels (naast bv.factor BBQ, isvuurkorf) zien we in het kader van de energietransitie dat, o.a. waar woonwijken van het aardgas het omgevingsplan. bijgedragen. afgaan, houtkachels populairder worden wat de luchtverontreiniging verslechterd. We zullen zullen onderwerpen dit bij stedelijke en 12: Bijzin: de ‘er conclusies wordt gezondheid/welbevinden niet genoemd. Dit is eenGezondheid verbindende factor met groen en natuur, en te We :p. Laatste is geen gemeentelijk beleid op het uitplaatsen van bedrijven…’. technisch zouwonen, het aantrekkelijk zijn omsport een beleid opontwikkeling dit detailniveau nadrukkelijker laten terugkomen. recreatiedat etc.bv. bedrijven die ongezond voedsel produceren/verkopen (Mc Donalds etc.) weert of met bepaalde eisen omkleed (niet in buurt van recreatie/toerisme hebben meenemen bij de verdere uitwerking van de visie in Gezondheid de punten genoemd bij goede stedelijke ontwikkeling recreatie en toerisme iets prominenter naar voren mogen komen.
scholen etc.).zou Debij omgevingsvisie biedt hier kansen om dit ‘teen regelen’. het omgevingsplan. p. 23: ‘Waar mogelijk ruimte wordt gegeven aan ontwikkelingen, mits deze bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Er is sprake We voegen toe dat we onder ruimtelijke kwaliteit ook een gezonde omgeving verstaan. (p.72) In ontwikkelingen/uitgangspunten komt van het woord ‘gezondheid’inniet terug,van terwijl dat welintussen de regels te lezen is in de hele Voorstel nemen we over. van ontwikkelingsruimte onder de voorwaarde een tegenprestatie de vorm investeren kwaliteit, onderdoor het motto: omgevingsvisie. Goedmoet om het ookkun hierje)explicieter te benoemen. ‘ontwikkelingsruimte je (of verdienen’.’ Hier zouden we graag ook een voorwaarde aan toevoegen: een tegenprestatie in de vorm van investeren in gezondheid. p. 25: ‘Uitgangspunten: Bij ontwikkelingen moet het groene karakter in de stedelijke omgeving behouden worden.’ Voorstel nemen we over Hier kan bij komen te staan: vergroening van de stedelijke omgeving draagt bij aan de vermindering van hittestress dat met het oog op de klimaatverandering een grotere rol gaat spelen in de toekomst. p.34: Hier kan ook benoemd worden dat de omgeving veel invloed heeft op gezondheid/welbevinden en gedrag van de inwoners van IJsselstein. Voorstel nemen we over.
Voldoende bewegen en voldoende contact met buurtgenoten lukt als de omgeving hierop inspeelt. Dit kan bv. door de toevoeging: ‘een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag’. Voorstel nemen we over. p.35: Hitte en wateroverlast kan ook invloed hebben op gezondheid van inwoners in de zin van grotere kans op infectieziekten. - Bv. riooloverstroming door wateroverlast met o.a. kans op ziekte van Weil. Warmer klimaat trekt tropische ziekten aan: muggen die infectieziekten overbrengen. In dit verband ook belangrijk om bij inrichting van omgeving ‘stilstaand’ water te beperken. Bij het creëren van wadi’s of opvangbekkens voor overtollig water is dit een aandachtspunt. Hier kun je in de omgevingsvisie al op inspelen door dit als aandachtspunt te benoemen. Het groene bolletje met ‘inrichting openbare ruimte voor bewegen en ontmoeten’ kan gevoelsmatig nog wat verder naar de buitenkant: nu lijkt Voorstel nemen we over. dit bolletje minder belangrijk, terwijl het voor de leefbaarheid en gezondheid in de wijken erg belangrijk is dat hier volop wordt ingezet.