4.1 Bijlage 1 Ontwerp-Omgevingsvisie IJsselstein juni 2021
Tekst van het document
Binnenstedelijk richten we ons daarom op kwaliteitsverbetering, herstructurering en een geringe verdichting van (delen van) het bestaand stedelijk gebied. 29
We stimuleren het gebruik van deelauto’s en elektrische auto’s onder andere door toename van het aantal laadpunten. Met de provincie en gemeente Utrecht en Nieuwegein onderzoeken we hoe we de reistijd met de tram kunnen versnellen. IJsselstein zet actief in op het mogelijk maken van keuzevrijheid in mobiliteit. Samen met de provincie zorgen we voor goede verbindingen en overstappunten in het OVnetwerk. We zetten in op een hoger gebruik van vervoerwijzen die schoon zijn, bijdragen aan de gezondheid door actieve mobiliteit en relatief weinig ruimte en energie vergen zowel voor het rijden als het parkeren. In de verblijfsgebieden beperken we het doorgaande verkeer (sluipverkeer) en het gemotoriseerd verkeer past zich aan wat betreft de snelheid in verband met de verkeersveiligheid van het langzame verkeer. In het verblijfsgebied is het belangrijk dat kinderen zich veilig kunnen verplaatsen en spelen. Om het lopen te bevorderen in het kader van de gezondheid en vitaliteit (voldoende bewegen) ontwikkelen we een gemeentelijk knooppuntennetwerk van wandelroutes. We willen geen overlast van verkeerslawaai nabij woningen en de luchtkwaliteit goed houden. Op het gebied van de luchtkwaliteit werkt de gemeente IJsselstein samen met de Provincie Utrecht, naar aanleiding van het Schone Lucht Akkoord.
Het verbeteren van het OV kan door van de sneltram een snelle verbinding met Nieuwegein en Utrecht te maken. Dit biedt, samen met de mogelijke ontwikkeling van een transferium en uitbreiding van het busnetwerk, kansen voor de vitaliteit en verdere woningontwikkeling in IJsselstein en een betere verkeersafwikkeling van de N210 op de A2. Door in het zuidelijke buitengebied woningen te ontwikkelen, zit je dicht bij het OVknooppunt IJsselstein Binnenstad (800 meter). Bewoners kunnen bij het knooppunt op de bus en de sneltram stappen. Het is ook goed bereikbaar op de fiets. Voor verdere woningontwikkeling in het zuiden, kan aantakking op het OV gerealiseerd worden door een buslijn naar het zuiden (bijvoorbeeld Vianen Lekbrug) te realiseren.
Grondstoffen Door de stijging van het aantal consumenten is er wereldwijd een groeiend tekort aan grondstoffen en neemt de druk op het milieu toe. Er zijn simpelweg te weinig ‘wereldbollen’ om aan de vraag te voldoen. Daarom moeten we op een andere manier met onze grondstoffen omgaan: van een lineaire naar een circulaire economie. Daarin bestaat er geen afval meer, maar worden alle producten en grondstoffen op wat voor manier dan ook hergebruikt. Ook in IJsselstein willen we inzetten op een reductie van het grondstoffengebruik en het hergebruiken van zoveel mogelijk grondstoffen. Dit geldt niet alleen voor het afval van inwoners, maar ook van bedrijven. Hierin onderzoeken we ook de mogelijkheden tot circulair bouwen. Circulair bouwen leidt tot reductie van primair grondstoffengebruik. We hebben de ambitie om een schone gemeente te zijn met een prettige en gezonde leefomgeving. Om dit te bereiken willen wij de hoeveelheid restafval zo veel mogelijk reduceren: het doel is in 2050 geen restafval meer, met als tussendoel 100kg restafval per inwoner per jaar in 2025. We focussen op hergebruik en recyclen van producten en grondstoffen, door de inzameling van grondstoffen makkelijker en aantrekkelijker te maken. Dit betekent dat er rekening gehouden moet worden met de ruimtevraag die de afvalinzameling en circulair leven met zich meebrengt.
Op scholen worden leerlingen gestimuleerd afval te scheiden via het programma afvalvrije scholen.
We kennen een relatief nieuwe woningvoorraad en een relatief grote hoeveelheid platte daken. Daarnaast is er in het buitengebied (planologisch) ruimte voor de opwekking van duurzame energie. Hierdoor hebben we een goede uitgangspositie voor de verdere verduurzaming van onze leefomgeving en klimaatneutraal in 2050 een stap dichterbij te brengen.
Zon Bundeling nabij beschikbare elektriciteit-infrastructuur is voor eventuele zonnevelden kansrijk. Technisch gezien is dit gunstiger omdat de aansluitkosten beperkt blijven. Een geclusterd zonneveld kan ook voor een efficiënter gebruik van de grond zorgen, waardoor er bijvoorbeeld minder agrarische grond nodig. Het is zonde van de ruimte om zonnevelden monofunctioneel te realiseren, waarbij de grond alleen voor het opwekken van energie gebruikt wordt. Dit is een belangrijk aandachtspunt.
We wekken op dit moment nog maar 6,5% (klimaatmonitor 2018) van onze energiebehoefte duurzaam op. De afgelopen jaren is vooral ingezet op energiebesparing voor zowel elektriciteit als warmte. Om de landelijke en lokale klimaatafspraken
In de buurt van het stiltegebied zijn zonnepanelen een optie. Een voordeel van zonnepanelen is dat de impact op het landschap minder ver rijkt dan windturbines. Echter blijft het effect op de beleving van het landschap negatief.
Energie en grondstoffen
30
te halen is een verdere energiebesparing en een forse toename van het opgesteld vermogen van wind- en zonne-energie nodig. Samen met 15 regiogemeenten bepalen we hoeveel duurzame energie we in 2030 kunnen opwekken. Dit heet de regionale energiestrategie (RES). Als regio denken we in 2030 1,8 TWh (tera wattuur) duurzame elektriciteit per jaar op te kunnen wekken aan energie. Als IJsselstein zetten we tot 2030 in op en bijdrage hieraan van ongeveer 0,05 TWh. Hierbij gaat het alleen om grootschalig zon op dak, zonnevelden en winturbines.
In de regio Lopikerwaard worden zonnepanelen langs de snelwegen en provinciale wegen als een interessante optie gezien, maar aandachtspunt hierbij is een efficiënte aansluiting op het elektriciteit net. Ook zonnepanelen op dijken behoren tot de mogelijkheid, Ook hier geld het aandachtspunt van de aansluiting op het elektriciteitsnet. Wind Windturbines kunnen zowel in clusters als in een lijn-opstelling opgesteld worden. Qua energie efficiëntie kan er het best gekozen worden voor grote windturbines vanaf 5 MW in plaats van kleinere met 1 MW. In het noorden van de gemeente ligt het stiltegebied, waar extra eisen aan de plaatsing van windturbines worden gesteld. Ten zuiden van het stedelijk gebied is ook een kansrijke locatie voor nieuwe woningbouw en qua groenstructuur en cultuurhistorie een waardevol gebied, waardoor er mogelijk minder ruimte is voor windturbines. Voor dit gebied werken we aan een goede afweging tussen wonen, groen en erfgoed en energie. Windturbines plaatsen langs recreatieve routes zijn planologisch ook een optie, maar hebben een grote impact op de landschappelijke waarde en de beleving van het buitengebied. Voor windturbines dicht bij de stadsrand is een goed participatieproces nodig, waar windturbines met een gezamenlijk eigenaarschap aantrekkelijker worden voor inwoners.
Een groot voordeel van windturbines in de buurt van de stad is dat opwek en gebruik dichter bij elkaar liggen. Voor deze windturbines is er zowel ruimte ten noorden als ten zuiden van het stedelijk gebied, deze moeten goed worden ingepast. Vanuit de regio Lopikerwaard worden windturbines lang infrastructuur als meest aannemelijk gezien. Voor IJsselstein zijn dit de A2 en N210. In de uiterwaarden van de Lek is plaatsing van windturbines en zonnepanelen complex, omdat het een overstroom gebied is en de status van een natuurgebied heeft. Ruimtelijk gezien heeft deze locatie wel voordelen. Samen met de gemeente Lopik en Montfoort zijn we bezig met het opstellen van een afwegingskader voor zon- en windenergie. Hierin worden per gebied alle voor- en nadelen tegen elkaar afgezet. In het intermezzo 'Afwegingskader zon en wind' wordt hier nader op ingegaan.
Uitgangspunten duurzame energieopwekking
In de aanloop naar de omgevingsvisie is input opgehaald tijdens de verdiepingssessie over energie. Daarin kwamen de volgende uitgangspunten naar voren. • “Gebundeld = Beter” Zonneweide als cluster, bundeling in de nabijheid van energie-infrastructuur, en in combinatie met andere maatschappelijke doelen. • “Groter = beter”. Het gebruiken van >5MW windturbines is in de meeste gevallen te prefereren. • “Langs infrastructuur = kansrijk” In zuidelijke deel van de gemeente windturbines kansrijk, met name langs infra. • “Buitengebied heeft ruimte, maar ook beperkingen” In overleg met regio windturbines als cluster, lijn of boog opstellen in buitengebied ten noorden van Gemeente, hiervoor is gedegen regionale afweging nodig met betrekking tot natuur, landbouw, recreatie en landschap. • “Meervoudig ruimtegebruik = beter dan enkelvoudig” Een mono-functie van zonnevelden moet worden voorkomen. • “Landschappelijke waarde = leidraad” Rekening houden met de landschappelijke waarde bij het kiezen van zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden. • “Lokaal eigenaarschap = het streven” Streven naar gezamenlijk eigenaarschap van zonnevelden en windturbines.
• “Gedegen afweging met andere belangen = cruciaal” Het inpassen van zonnevelden en windturbines in het zuiden van IJsselstein en langs de Hollandsche IJssel dient zorgvuldig te worden afgewogen met de andere functies als wonen, groen, recreatie en erfgoed.
Water en klimaat
31
Water en klimaat
We zien dus een grote opgave in het bevorderen van bewustwording en het stimuleren van gedragsverandering ten aanzien van klimaatadaptatie. Samen met 14 gemeenten uit de regio Utrecht Zuidwest, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Veiligheidsregio Utrecht is er tevens gewerkt aan een regionale adaptiestrategie (RAS) en het regionale programma 'gevolgbeperking overstromingen'. De RAS is inmiddels vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest hebben, waarbij het gebied en de samenleving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering.
De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel. Het zuiden van de gemeente wordt begrensd door de Lek. Het noordelijke deel van het landelijk gebied is een polder waar met sloten de ontwatering is geregeld.
Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden werkt daarnaast aan het project 'Sterke Lekdijk'. De Lekdijk beschermt een groot deel van Midden- en West-Nederland tegen overstroming. Als de Lekdijk doorbreekt kan een groot deel van de Randstad overstromen, tot Amsterdam aan toe. Daarom wordt de dijk versterkt.
IJsselstein is rijk aan water. De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel, de stad is gevormd langs de rivier en heeft haar naam hieraan te danken. Het zuiden van de gemeente wordt begrensd door de Lek. Het noordelijke deel van het landelijk gebied is een polder waar met sloten de ontwatering is geregeld. Ook in het stedelijk gebied is water een belangrijke structuurdrager, met name rondom de binnenstad en in het zuiden. Water is vaak gecombineerd met groenstructuren en heeft een grote ecologische waarde.
Klimaatverandering is een belangrijke ontwikkeling. We onderscheiden hierin vier effecten: meer droogte, grotere kans op overstromingen, wateroverlast en hittestress. Naast vaker voorkomende droge periodes kan ook in een korte tijd veel regenwater vallen, wat niet direct afgevoerd kan worden en er dus voldoende ruimte voor tijdelijke retentie nodig is. In warmere periodes kan hittestress ontstaan wat negatieve effecten voor de gezondheid tot gevolg kan hebben, met name bij ouderen. Met name in versteende gebieden is dit een risico. Met meer neerslag in Nederland, en buitenland, kan een hogere waterafvoer ontstaan in de Lek waardoor de dijkveiligheid in de toekomst onder druk kan komen te staan. Ook de waterkwaliteit staat onder druk door o.a. medicijnresten en plastic in het water, maar ook doordat door droogte de waterkwaliteit van stilstaand water afneemt. In 2018 hebben we een klimaat-stresstest uit laten voeren, waaruit blijkt dat er in het stedelijk gebied problemen ontstaan als er hevige korte piekbuien over het gebied heen komen. Van grote droogte is (nog) geen sprake. Voor het stedelijk gebied moeten we daarom onderzoeken waar maatregelen gerealiseerd kunnen worden om hemelwater tijdelijk vast te houden of te bergen.
Uit de stresstest blijkt ook dat er enkele gebieden in de gemeente zijn waar snel hitte optreedt, maar dit kan nog sterk verschillen in de praktijk, omdat het lastig is te bepalen waar extreme hitte zich precies bevindt en in welke mate het ontstaat.
32
IJsselstein valt onder het deeltraject Vreeswijk-Jaarsveld. Dit dijkversterkingstraject loopt van Beatrixsluis in Nieuwegein tot aan het dorp Jaarsveld. Dit beslaat een totale lengte van 13 km. De Lekdijk in het gebied is erg groen en een gedeelte van de uiterwaarden maakt deel uit van een Natura 2000-gebied. Bij de dijkversterking wordt gekeken hoe veiligheid kan worden gecombineerd met recreatie, natuur en mobiliteit.
3.7
Landschappelijke ontwikkelingen
In het zuiden wordt de ontwikkeling van het landschapspark Kromme IJssel een belangrijke ontwikkeling. In het noorden wordt langs de IJssel ook ingezet op natuur en recreatie, met ruimte voor kleinschalige landbouw. In het noord-westelijke open veenweidegebied van de Lopikerwaard blijft landbouw de belangrijkste drager. Er wordt meegewerkt aan verbreding en verduurzaming van landbouwactiviteiten, voor zover dit niet aan teveel afbreuk doet aan de ambities uit de kwaliteitslagen.
Uitgangspunten: • •
•
• •
Kromme- en Hollandsche IJsselzones vormen hotspots voor natuur en recreatie. Hier bouwen we op voort. Het veenweidelandschap aan de noordwestzijde van IJsselstein willen we behouden als gebied voor de grondgebonden landbouw. Wij stimuleren hiervoor de uitbreiding van de laadinfrastructuur. Er wordt gewerkt aan veilige directe fietsverbindingen naar alle windrichtingen, waarbij Nieuwegein en Utrecht prioriteit hebben. We bieden ruimte voor de doorontwikkeling en verduurzaming van grootschalige landbouw in de Lopikerwaard. Bij projecten in gebieden met een hoge of zeer hoge natuurwaarde hanteren we het principe dat door een gecertificeerd ecologisch bureau moet worden aangetoond dat compensatie van de natuurwaarde plaatsvindt. Hierbij is het uitgangspunt om zoveel mogelijk binnen het project te compenseren, anders in de directe omgeving, of op een compensatielocatie in de gemeente.
Gezondheid, veiligheid & milieu Veiligheid, milieu en gezondheid zijn andere thema's die in het kader van de bredere blik op de fysieke leefomgeving, die in de Omgevingswet centraal staat, een prominentere plaats krijgen in ons omgevingsbeleid. Door normen te stellen is de kwaliteit van onze leefomgeving in de afgelopen decennia flink verbeterd. Dit heeft een gunstig effect gehad op het milieu en onze gezondheid en veiligheid. Echter, de effecten op de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld de luchtkwaliteit of geluidbelasting zijn nog steeds aanzienlijk. Een veilige samenleving wordt bepaald door een aantal factoren: de fysieke veiligheid, digitale veiligheid en de sociale veiligheid. Bij de fysieke veiligheid gaat het over veiligheid in het verkeer, de veiligheid van de leefomgeving met plaatsgebonden risico’s en externe veiligheid. Op het gebied van sociale veiligheid is er een kloof tussen de feitelijke veiligheid en de veiligheid die mensen ervaren. Steeds meer mensen voelen zich onveiliger terwijl cijfers vaak laten zien dat het niet onveiliger is geworden. Deze aspecten van een veilige samenleving vragen allemaal om een andere aanpak. Wij vinden een goed milieu een wezenlijk onderdeel van een goede fysieke leefomgeving.
Daarom hechten wij grote waarde aan een goede bodemkwaliteit, weinig geluidhinder, een goede luchtkwaliteit, weinig geurhinder, een hoge externe veiligheid en weinig lichthinder. Dit komt ook de woonkwaliteit en de recreatie ten goede. In de koers voor de deelgebieden wordt de afwegingsruimte voor de verschillende milieuaspecten nader beschreven. Hierbij maken wij het voorbehoud dat nog niet voor ieder milieuaspect een (volledige) afweging is gemaakt. De lokale afwegingsruimte wordt de komende jaren verder ingevuld.
Impact Corona
Ondanks de huidige crisis, blijft de verwachting dat ons gezondheidsnivieau en levensverwachting op de lange termijn verder toeneemt. Een crisis zorgt over het algemeen namelijk niet voor volstrekt nieuwe trends en ontwikkelingen, maar versterkt en versnelt onderliggende reeds in gang gezette ontwikkelingen. Naast een versterking van de kloof tussen mensen met een goede en minder goede gezondheid, hebben de coronamaatregelen bijvoorbeeld geleid tot een herwaardering van tuinen en balkonnen, het openbaar groen in de wijk en parken en natuur- en recreatiegebieden in de directe nabijheid van de woonomgeving. Een verbetering van de lokale luchtkwaliteit is nog niet waargenomen. Ondanks de afname van de hoeveelheid werk- en vliegverkeer. Het heeft namelijk ook geleid tot een toename van het aantal pakketbezorgingen en de impact op industriële werkzaamheden en vrachtverkeer is minimaal. Ondanks de verwachting dat meer thuiswerken voor kantoorbanen (deels) blijvend wordt, is dit waarschijnlijk te beperkt voor een significante reductie van de luchtvervuiling door verkeer. Een bijkomend voordeel van het thuiswerken is wel een toename van het onderling contact in de buurt en een toename van sociale controle. De reductie van vlieg- en wegverkeer heeft wel bijgedragen aan een hogere opbrengst
van zonnepanelen en een reductie van de CO2-uitstoot. Ook de vraag naar olie en gas is (tijdelijk) gekelderd. De langetermijneffecten op de energietransitie zijn nu nog zeer onzeker en hangen samen met het politieke en economische klimaat. We zien ook een versnelling in de verschuiving van fysiek versus digitaal winkelen, waarvan het op dit moment onduidelijk is of winkelen nog op hetzelfde niveau komt in termen van uitgaven en bezoekers en dus draagkracht van detailhandelclusters. De pakketbezorging blijft naar verwachting toenemen. De directe impact op de (maak) industrie is vooralsnog beperkt, een eventuele zware economische recessie kan uiteraard wel grote negatieve impact hebben op de sector. De verwachting is dat de impact op (de vraag naar) de horecasector als geheel van korte duur is. De verwachting is dat bezoek en uitgaven komende jaren weer snel richting het oude niveau gaan. De korte termijn effecten van corona op de toeristische sector zijn groot. Internationale reizen zijn sterk afgenomen. Daar tegenover staat dat verblijf in eigen land hoger lag dan normaal, maar samen met gedeeltelijke sluiting ligt de omzet en bezetting beduidend lager. Hoe dit zich verder ontwikkeld op korte termijn hangt grotendeels af van het verloop van het virus en bijbehorende reisbeperkingen en economische impact.
Voor recreatie zien we momenteel een sterke toename van activiteiten in de openbare ruimte en natuur- en recreatiegebieden. De nabijheid hiervan ten opzichte van de woonomgeving is belangrijker geworden. Ook voor evenementen zijn de korte termijn effecten desastreus. De lange termijn effecten zijn momenteel nog lastig in te schatten.
Gezondheid
De focus op (positieve) gezondheid is een relevante ontwikkeling. Dit gaat om zaken als voldoende beweging, mentale gezondheid, kwaliteit van leven en voldoende contact met anderen. Ook de klimaatverandering heeft een groeiende invloed op de gezondheid van onze inwoners. Bewegen Op dit moment zijn er in Nederland te veel mensen met overgewicht. Om dit te verminderen wordt onder andere ingezet op het stimuleren van bewegen, zowel in sportclubs als individueel in de (groene) buitenruimte. We streven naar een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. Een toename van het aantal inwoners kan aanleiding zijn voor eventuele uitbreiding van het aantal sport-, recreatie- en groenvoorzieningen. Als gemeente proberen we onze inwoners te stimuleren om gezonder te eten en voldoende te bewegen, zodat overgewicht afneemt en de inwoners gezonder worden. Op dit moment zijn we als gemeente tevreden over de infrastructuur van de hoeveelheid sportvoorzieningen. Het grootse deel van de jongeren is aangesloten bij een sportvereniging, maar bij volwassenen en senioren is dit aanzienlijk minder. Hoewel het aantal ouderen dat sport aanzienlijk is toegenomen, ligt hier nog een uitdaging. We zetten ook in op actieve vormen van mobiliteit. Door te voet, met de fiets of OV te reizen werken inwoners ongemerkt aan de conditie en geestelijke gezondheid.
Vergrijzing Door de toenemende vergrijzing is er in de toekomst meer vraag naar zorg. We willen als gemeente proberen ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, zodat verzorgingstehuizen niet overvol raken. Een toenemende oudere bevolking is ook kwetsbaarder worden voor ziektes en klimaatsverandering. Met name de hogere temperaturen kunnen een gevaar opleveren voor ouderen. Uit eerdere analyses is gebleken dat IJsselstein een groene gemeente is. Een groene omgeving draagt ook bij om hittestress te verminderen, maar op dit moment zijn er nog steeds gebieden waar het te warm wordt. Klimaatverandering Door klimaatverandering neemt daarnaast de druk op de dijken van de grote rivieren en de kust toe, als de waterbescherming niet mee groeit, neemt de kans op grote overstromingen toe. Ook door meer regenwater en hitte kan de directe gezondheid van inwoners minder worden. Als toegangswegen niet bereikbaar zijn door diepe plassen of bruggen niet werken door de warmte kunnen veiligheidsdiensten een calamiteit niet (op tijd) bereiken. Hitte en wateroverlast kan ook invloed hebben op gezondheid van inwoners in de zin van grotere kans op infectieziekten. Warmer klimaat trekt tropische ziekten aan: muggen die infectieziekten overbrengen. Bij de inrichting van de omgeving willen we daarom ‘stilstaand’ water beperken.
Bij het creëren van wadi’s of opvangbekkens voor overtollig water is dit een aandachtspunt.
Milieu
Door een toenemende bevolking en het gebruik van fossiele brandstoffen wordt er nog steeds veel broeikasgassen uitgestoten. Dit geldt ook voor een toename in vrachtvervoer in het verkeer nu de economie in hoogconjunctuur is en meer goederen van a naar b vervoerd worden. Met een toename van verkeer neemt naast luchtvervuiling, uitstoot van stikstofoxiden (NOx) ook geluidshinder toe rond de drukkere ontsluitingswegen. Een wereldwijde bevolkingstoename betekent ook meer vraag naar voedsel, de landbouw is een van de grotere stikstofproducenten (NH3). Niet alleen in de lucht maar ook in het water en de bodem kan verontreiniging zitten. Door oude industriële of landbouw activiteiten kan de bodem en het oppervlakte water verontreinigd zijn. Volgens data vanuit de GGD blijkt dat in IJsselstein een hoger percentage mensen bezorgd is om gezondheid in fysieke omgeving door bedrijven of industrie in de buurt, ten opzichte van andere plaatsen in de regio. De blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide bevindt zich in hoogste categorie, evenals oppervlakte stedelijk gebied met hittestress en lage sociale samenhang. In deze visie proberen we handvatten mee te geven waarmee deze problemen in de toekomst kunnen worden aangepakt.
Groen Groen heeft meervoudige voordelen. Dat wil zeggen het verbetert de luchtkwaliteit, verbruikt CO2, zorgt voor hittereductie en helpt bij het vasthouden van hevige neerslag, biedt ruimte voor bewegen, versterkt de ecologie en heeft een positief effect op de geestelijke gesteldheid van mensen. Tot slot is dit alles ook nog eens in euro's te vertalen. Het leidt namelijk tot reductie van zorgkosten, stijging van de vastgoedwaarde en het vergroot de aantrekkelijkheid voor bezoekers en bedrijven. Oftewel, vergroening van onze omgeving van groot belang.
▲ Afbeelding 3.1 Milieugezondheidsrisico (bron: Atlas voor de leefomgeving)
▲ Afbeelding 3.2 Geluidsoverlast
(bron: Atlas voor de leefomgeving)
▲ Afbeelding 3.3 Uitstoot stikstofdioxide (bron: Atlas voor de leefomgeving)
▲ Afbeelding 3.4 Bodemkwaliteitsnormen IJsselstein
Mobiliteit Het wegennet rondom IJsselstein staat onder druk door files op de provinciale weg N210 en de rijksweg A2. Hier wordt nog veel gebruik gemaakt vervoersmiddelen die fijnstof, CO2 en NO2 uitstoten en op dit moment rijden in de gemeente nog relatief weinig elektrische voertuigen die geen uitstoot hebben. Er is een OV-verbinding naar enkele regio gemeentes (Nieuwegein en Utrecht), maar die verbinding kan veel sneller. Naar andere regiogemeenten (Houten, Vijfheerenlanden en Woerden) is geen rechtstreekse verbinding. Naast luchtkwaliteit is ook geluidshinder een aandachtspunt bij de provinciale- en Rijkswegen Een kans hierin is de toename van elektrisch vervoer. We zetten in op de ontwikkeling van duurzame mobiliteit. Wij stimuleren hiervoor de laadinfrastructuur en er wordt gewerkt aan veilige directe fietsverbindingen naar Nieuwegein en Utrecht. Met een toename van verkeersbewegingen neemt de kans op verkeersongevallen toe. Door een toename van (elektrisch) fietsgebruik zijn veilige routes nodig om de interacties met auto’s te minimaliseren. Landbouw De landbouw is voor IJsselstein van belang; enerzijds als voedselproducent, anderzijds als beheerder en beeldbepalende drager van het landschap. Een deel van het buitengebied is bestemd voor agrarisch gebruik waar landbouw de voorkeur heeft. Hier liggen vooral veeteeltbedrijven.
Wij willen dat de landbouwbedrijven gezond kunnen blijven en als het moet kunnen doorgroeien, maar zonder dat het negatieve invloed heeft op de leefomgeving van onze gemeente. Er ligt een opgave om het verduurzamen van de landbouw concreter te maken. Het Rijk heeft ingezet op een kringlooplandbouw, deze doelstellingen kunnen terugkomen in het toekomstige landbouwbeleid. Ook de provincie Utrecht heeft een beeld voor kringlooplandbouw. De landbouw ontwikkelt door naar een economisch rendabel, circulair, klimaatneutraal en natuur-inclusief model. Bodem Binnen het bodembeleid kiezen we per gebruiksfunctie in hoeverre het wil afwijken van de landelijke normen. Hierbij hanteren we het principe: “streng waar het moet, soepel waar het kan”. Op deze manier zorgen we er in het algemeen voor dat de bodemkwaliteit hoog is waar het nodig is (bijvoorbeeld voor landbouwgrond en moes- en speeltuinen) en minder hoog waar dat kan (bijvoorbeeld op veel bedrijventerreinen). Optimale bescherming van ecosysteem en mens, zonder daarbij onnodig kosten te maken. Verder is het uitgangspunt dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. In de afbeelding hierboven is de ontgravingskaart van de gemeente opgenomen, waarop zichtbaar is waar welke bodemkwaliteit is te verwachten bij het graven in de bovengrond.
Aandachtspunt hierbij is dat we ook voor mogelijke toekomstige woongebieden de bijpassende kwaliteitsnorm voor de grond hanteren.
Veiligheid
Naast fysieke veiligheid wordt ook de sociale veiligheid een steeds belangrijker punt in de leefomgeving. Het aantal misdrijven in de gemeente is relatief laag en de criminaliteitscijfers laten zien dat dit de afgelopen jaren verder is gedaald. De sociale veiligheid kan (in beperkte mate) ook met fysieke maatregelen verbeterd worden. Bijvoorbeeld door de omgeving in te richten met oog op sociale controle en het bevorderen van de sociale cohesie. Veilig gebruik fysieke leefomgeving De inrichting van en activiteiten in de fysieke leefomgeving beïnvloeden de veiligheid van inwoners. Denk hierbij aan explosiegevaar, overstromingen, verkeer of giftige gassen. Een veilige energietransitie, waterveiligheid en -kwaliteit zijn de komende jaren belangrijke aandachtspunten. Er zijn vier uitgangspunten waar rekening mee gehouden moet worden om een veilige leefomgeving te garanderen: 1. De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving 2. Samenwerken aan een veilige leefomgeving 3. De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving 4. Iedereen is bekend met risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is Het is belangrijk dat veiligheid in een vroeg stadium wordt meegewogen als thema van de fysieke leefomgeving.
Hiermee komen veiligheidsaspecten vroegtijdig in beeld en is er ruimte om zorgvuldige afwegingen te maken. Een veilige leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij alle partijen hun verantwoordelijkheid voor hun deel van de risico’s nemen. In deze samenwerking kan bepaald worden wat het effect van een bepaald risico is of wat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zijn van toekomstige ontwikkelingen of veranderingen, zoals de energietransitie en klimaatverandering. Om tot een veilige fysieke leefomgeving te komen zijn er vijf ontwerpprincipes die meegenomen kunnen worden bij het ontwerp van een omgevingsplan. In deze ontwerpprincipes is een volgorde aangebracht: van het voorkomen van risico’s tot acute hulpverlening bij crises. De principes zijn: 1. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid 2. Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid 3. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming 4. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten 5. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk Het inzichtelijk maken van de risico’s en het bieden van handelingsperspectief, draagt bij aan de zelf- en samenredzaamheid van burgers.
Normen en beperkingen - Mengpanelen
De gezondheid van onze inwoners wordt deels beïnvloed door factoren in de fysieke leefomgeving. Met omgevingsbeleid kunnen wij sturen op het minimaliseren van de negatieve factoren en het verbeteren van ruimtelijke factoren die de gezondheid bevorderen. De (klassieke) milieuthema's zijn luchtkwaliteit, lichtuitstoot, geur, geluidsoverlast, trillingen en bodem- en watervervuiling. Het scheiden van milieubelastende activiteiten en kwetsbare functies, zoals wonen, scholen en kinderdagverblijven kan bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 4 wegen we per deelgebied de milieuthema's af tegen de ontwikkelingen die we zien in het deelgebied. Hier komt vervolgens een bepaalde ambitie uit, die uiteindelijk in het omgevingsplan wordt vertaald in een norm. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij onze ondergrens. Wanneer we dus voor een lage milieukwaliteit kiezen, voldoen de waarden nog steeds aan de vereiste normen. Er zal dus nooit sprake zijn van méér overlast dan wettelijk toegestaan. We zien echter wel ruimte om op bepaalde in de gemeente hogere normen te stellen, waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren willen verbeteren.
HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
▲ Afbeelding 3.5 Voorbeeld mengpaneel
In veel gevallen is het ambitieniveau gelijk aan het huidige kwaliteitsniveau. Hier gaan we dan ook uit van het behouden en waarborgen van de huidige omgevingskwaliteit. Maar door verduurzaming van onze woningvoorraad, mobiliteit en economische activiteiten en met behulp van bijvoorbeeld groenvoorzieningen kunnen we de leefomgeving gezonder en veerkrachtiger maken. Hier hanteren we dan een hoger kwaliteitsniveau. Aandachtspunt hierbij is wel dat bijvoorbeeld energietransitie ook negatieve effecten kan hebben op de veiligheid en op milieuaspecten, bijvoorbeeld geluidsoverlast van windmolens en warmtepompen. Hier gaan we dan ook uit van een lager kwaliteitsniveau. Ook bestaat er een nuancering per deelgebied. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat we centraal in het gebied andere ambities hanteren dan aan de randen, waar bijvoorbeeld al een weg of spoorlijn loopt. Het kwaliteitsniveau biedt een globale ambitie voor het gehele deelgebied, maar is niet specifiek bindend per locatie. De uiteindelijke, verplichte normen worden opgenomen in het omgevingsplan. In bijgevoegde beperkingenkaart geven we daarnaast een overzicht van mogelijke beperkingen voor ontwikkelingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om buisleidingen, geluidcontouren, hoogspanningsnetwerken, bedrijvigheid en inrichtingen met bepaalde risico's.
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen en transformatie van, of menging nabij, deze beperkingen kunnen ervoor zorgen dat de grenzen worden opgezocht wat betreft milieunormen.
▲ Afbeelding 3.6 Beperkingenkaart
Bron: Facebook gemeente IJsselstein
38
Hoofdstuk 4 1
De koers per deelgebied Aan de hand van de aanwezige en gewenste structuren en ontwikkelingen beschrijven we in dit hoofdstuk de koers voor de specifieke deelgebieden. We onderscheiden hierbij zes deelgebieden, ieder met een eigen karakter, kwaliteiten en ontwikkelrichtingen. In de deelgebieden spelen verschillende opgaven. Deze opgaven zijn gekoppeld aan de acht sectorale beleidsthema's. We houden de thema's uit de regionale (visie) documenten aan, die ook in de Atlas terugkomen. In de volgende paragrafen geven we aan wat het gewenste karakter is van de specifieke deelgebieden. Dat doen we met een webdiagram. De thema's die het belangrijkst voor de toekomst zijn, scoren in het diagram het hoogste. De scores zijn gebaseerd op de resultaten van de verdiepingssessies, het burgerpanel, raadsavond en besprekingen tijdens de tweede week van de omgevingsvisie. We zetten in op initiatieven die passen bij de koers per deelgebied. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid.
39
40
Economie Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, is de economische vitaliteit in de vorm van industrie, landbouw, handel, logistiek, retail en/of horeca van maximaal belang.
Wonen Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op het creëren en behouden van een aantrekkelijke woonomgeving. De woningvoorraad en de huisvestingsopgave staat dan centraal.
Water en klimaat Inspelen op klimaatverandering in de vorm van wateroverlast, droogte en hittestress is van groot belang. Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op klimaatadaptatie.
Sport en recreatie Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, is in dit deelgebied voldoende bewegen prioritair. Het aanbieden van voldoende sportmogelijkheden en recreatiemogelijkheden is van maximaal belang.
Energie Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we de energievraag centraal. We zetten hier maximaal in op het verduurzamen van de leefomgeving en het opwekken van duurzame energie in de vorm van warmte, zon en/of windenergie.
Kunst, cultuur en erfgoed Wanneer dit thema op maximaal staat in een deelgebied, is het versterken en bewaken van erfgoedwaarden, kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en onderscheidend cultuuraanbod van maximaal belang.
Natuur en groen Wanneer dit thema op maximaal staat, is de kwaliteit van de natuur en de groenvoorzieningen van maximaal belang. Het landschap staat hier centraal, zowel in het buitengebied als binnenstedelijk, evenals de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Mobiliteit Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op de bereikbaarheid binnen dit deelgebied en naar de andere deelgebieden toe.
41
4.1
Historisch centrum "Niet inzetten op kwantiteit maar op kwaliteit. Het is van belang dat de culturele infrastructuur versterkt wordt, door het leggen van verbindingen. Zoeken naar de balans tussen wonen, werken, winkelen en horeca."
De historische binnenstad is de trekker om meer toeristen, recreanten en inwoners naar de stad te halen. We zetten hier maximaal in op de kwaliteit van het culturele aanbod en het historische erfgoed.
De economische vitaliteit van het centrum is van groot belang. Het centrum blijft het kernwinkelgebied en veel horeca is hier gevestigd. We zetten hier in op het clusteren van de detailhandel.
Het centrum moet een goede mix van functies behouden, met een gevarieerd aanbod van winkels, horeca en cultuur, maar ook bewoning draagt bij aan een levendig centrum. Het doel is om de groenstructuren in en rondom het centrum te verbeteren of te versterken en meer op elkaar aan te laten sluiten, waardoor de verschillende groenstructuren meer één geheel vormen.
De bereikbaarheid naar het centrum toe is zeer belangrijk. We willen automobilisten verleiden om vaker voor de fiets of het OV te kiezen. De focus ligt bij ontwikkeling en optimalisering van het openbaar vervoer en langzaam verkeer. Rondom de binnenstad is water een belangrijke structuurdrager. De gracht heeft van oudsher een waterbergende functie en de groenverbinding eromheen heeft een ecologische waarde. Het vasthouden en bergen van hemelwater krijgt hier meer prioriteit, evenals het voorkomen van hittestress. In het stedelijk gebied staan we de komende jaren voor een grote verduurzamingsopgave. In dit gebied is minder ruimte voor duurzame energieopwekking, maar de warmtetransitie krijgt ook hier vorm. We streven naar openbare ruimte die bijdraagt aan een gezonde en prettige leefomgeving, door middel van meer groen en speelvoorzieningen.
Bron: InIJsselstein
Identiteit en kwaliteiten
De historische binnenstad is belangrijk voor IJsselstein. Het is de huiskamer van IJsselstein met historische gebouwen en vooral veel gezelligheid. De binnenstad kent horeca en veel winkels, zeker ook in het kwaliteitssegment. Door deze kenmerken komen mensen er graag. Tegelijkertijd is de binnenstad een trekpleister voor toeristen die de drukte van Utrecht ontvluchten, of na een ontspannen activiteit in het groene buitengebied de gezelligheid van de stad opzoeken. Het centrum leent zich goed voor het organiseren van evenementen. Door het historische karakter heeft de binnenstad een goede sfeer, welke aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers. Er zijn veel culturele evenementen en voorzieningen zoals het stadmuseum en het IJsselFestein. Ondernemers, verenigingen en inwoners van IJsselstein zijn zeer actief. Er worden veel evenementen en activiteiten, klein en groot, georganiseerd. Deze dragen in belangrijke mate bij aan de aantrekkelijkheid en vitaliteit van de stad.
Beleidsprioriteiten
De vitaliteit van de binnenstad en daardoor van heel IJsselstein staat als gevolg van de veranderend koopgedrag in de detailhandel onder druk. De binnenstad is daardoor een punt van aandacht, vanwege wisselende bezoekersaantallen en lagere bestedingen de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen zijn een gevolg van de landelijke economische situatie en de toename van internetverkopen. De IJsselsteinse binnenstad is volop in ontwikkeling op dit vlak, door samenwerking tussen ondernemers en gemeente. Toerisme, horeca en andere vrije tijdsbesteding zijn in Nederland nog altijd een groeisector. De stad heeft veel te bieden om mee te liften op de groei van de vrijetijdsector. We willen winkelen meet verweven met beleven en ontmoeten. We willen niet inzetten op kwantiteit van cultureel aanbod maar inzetten op kwaliteit. Het is van belang dat de culturele infrastructuur verder versterkt wordt. Hiervoor moeten samenwerkingsvormen worden gestructureerd en uitgebreid.
Het centrum moet een goede mix van functies behouden, met een gevarieerd aanbod van winkels, horeca en cultuur, maar ook bewoning draagt bij aan een levendig centrum. Het is de mix van functies dat kansen biedt voor een levendigheid. Qua typologie is jongeren- en studentenhuisvesting een kans, maar we richten ons op een mix van doelgroepen. Met nieuwe ontwikkelingen in het stedelijke gebied wordt gezocht naar nieuwe bouwlocaties, het is van belang dat oudere gebouwen of structuren die typerend zijn voor een stad of dorp behouden blijven. We gaan op zoek naar een nieuwe balans tussen wonen, werken en leven. Een stad kan zich met behulp van de kunst en cultuur specifieker profileren met een bepaald onderwerp en dit gebruiken als marketingmiddel. Door een identiteit te profileren kan een gemeente zich herkenbaar maken voor mensen van buitenaf maar ook voor de eigen inwoners. Qua mobiliteit hebben we al belangrijke stappen gezet. De grote parkeervoorzieningen liggen direct buiten de binnenstad waardoor het autoverkeer in de binnenstad beperkt is. We willen in de toekomst de bevoorrading en afvoer van goederen en afval duurzaam laten plaatsvinden: kleinschalig en schoon. We streven naar een verkeerscirculatiesysteem dat garant staat voor efficiënte routes voor het distributieverkeer en het voorkomen van doorgaand verkeer.
In de binnenstad wordt prioriteit gegeven aan de voetganger, de fietser, parkeren voor bewoners en korte bezoeken. We willen de openbare ruimte optimaliseren. Met de IJssel en de grachten relatief dicht bij het centrum kan het water daarnaast dienen als uitloopgebied voor bewoners. De aansluiting van de omliggende wegen en het OV-netwerk op de binnenstad blijft belangrijk voor een levendig stadscentrum. Duidelijke bewegwijzering vanaf de omliggende wijken en vanaf de provinciale- en snelweg kan hierbij helpen. Dit geldt ook voor bewegwijzering op regionale snelfietsroutes.
We bieden ruimte voor evenementen, deze kunnen zorgen voor meer bezoekers in de stad, waardoor andere trekpleisters op het gebied van kunst en cultuur hiervan kunnen profiteren. In de binnenstad wordt niet ingezet op grootschalige evenementen, maar passen bij de schaal van de historische binnenstad. Met de evenementen kan ook specifiek gericht worden op buurgemeenten uit de Lopikerwaard die IJsselstein al als een voorzieningsstad gebruiken.
43
44
Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu
Het centrum is een druk gebied waar veel bewegingen van personen en goederen plaats vinden. Hier staat reuring boven leefbaarheid, maar om het woonmilieu goed te houden moet worden voorkomen dat er extreme overlast ontstaat op het gebied van geluid, trillingen en geur door verkeer, horeca of evenementen.
We zetten in de hele gemeente, dus ook in het centrum, in op schone vervoersvormen en vergroening, hiermee streven we ook naar een betere luchtkwaliteit en een reductie van geluid van verkeer. Voor wat betreft bodemkwaliteit geldt dat deze door de historie een lage kwaliteit heeft. Door bij nieuwe grondtoepassingen in te zetten op standaard kwaliteit, ontstaat door de tijd een betere bodemkwaliteit.
Voor geluid van activiteiten en geur van bijvoorbeeld evenementen en horeca accepteren we in dit gebied dan ook een lagere kwaliteit dan bijvoorbeeld in de woongebieden, maar we hanteren nog steeds hogere normen dan wettelijk vereist. Zo willen we een goed woon- en leefklimaat garanderen.
Mengpaneel Historisch centrum HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
45
4.2
Woonwijken "Verouderde bebouwing wordt vernieuwd met een woningaanbod dat aansluit bij de huidige ontwikkelingen. We proberen wijken te ontwikkelen voor verschillende sociale groepen. Het groene karakter in de stedelijke omgeving moet hierbij behouden blijven."
De wijken zijn de primaire woongebieden in IJsselstein. Hier willen we zo prettig, gezond en veilig mogelijk kunnen wonen, leven en recreëren.
De inrichting van de openbare ruimte moet gericht zijn op het combineren van de functies bewegen, ontmoeten en meedoen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het uitbreiden van de speel- en sportvoorzieningen. Bron: Oranjekwartier, wd-bka.nl
Het groene karakter in de stedelijke omgeving moet behouden blijven. De prioriteit ligt bij het verbeteren van de ecologische en klimaatadaptieve kwaliteiten van het groen.
In de woonwijken staan we de komende jaren voor een grote verduurzamingsopgave, met onder andere de warmtetransitie die aanpassingen aan gebouwen vergt.
Er wordt voor het stedelijk gebied onderzocht waar maatregelen gerealiseerd kunnen worden om hemelwater tijdelijk vast te houden of te bergen. Ook het voorkomen van hittestress is een doel.
In de buurten zijn winkelcentra met ruimte voor dagelijkse detailhandel en horeca. Daarnaast faciliteren we kleinschalige dienstverlenende bedrijvigheid met minimale milieu- en verkeersimpact.
Door de compacte opbouw van IJsselstein kan het centrum vanuit elke woonwijk snel bereikt worden. Het ruimtebeslag van de geparkeerde auto moet niet verder toenemen. Hiervoor stimuleren we het fietsgebruik en gebruik van deel- en elektrische auto’s.
Cultuur en erfgoed heeft in de woonwijken minder prioriteit, desalniettemin zijn de historische groen- en lintstructuren en diverse monumenten van belang. Ook faciliteren we artistieke initiatieven in de wijken.
Bron: Schuttersgracht, van Oord Makelaardij
Identiteit en kwaliteiten
IJsselstein is een compacte stad met een authentiek karakter, met korte verbindingen naar de binnenstad en veel groene ruimtes in de woonwijken. Onder het gebied woonwijken van IJsselstein vallen alle verschillende woonwijken binnen ons stedelijk gebied, op de woningen in het oude stadshart na. Binnen de woonwijken vallen ook alle openbare voorzieningen, zoals winkels, horeca, sportclubs en openbaar groen. Door het vele groen in en rond de stad kunnen de inwoners relatief snel in een groene omgeving zijn. De gemeente is centraal gelegen in het land, met de nabijheid van Utrecht is het een aantrekkelijke, rustige woonomgeving in de nabijheid van grootstedelijke voorzieningen.
Beleidsprioriteiten
Naast het behouden van een fijne woonomgeving hebben we ook het doel om circa 2.500 woningen te ontwikkelen komende jaren. Dit biedt kansen voor de draagkracht van lokale voorzieningen en de regionale woningbehoefte. Het toevoegen van kleinere woonruimten aan de woningvoorraad, voor onder andere senioren, kan ervoor zorgen dat de doorstroom in de gemeente beter wordt. Door meer te bouwen voor starters en jonge gezinnen kan er daarnaast een jongere bevolkingsgroep bijkomen. Daarnaast groeit de huisvestingsopgave voor kwetsbare groepen. Hiervoor zijn extra sociale huurwoningen nodig. In dit gebied zien we ruimt voor ongeveer 800 woningen.
We willen het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de wijken niet verder laten toenemen. Nu al wordt een relatief groot oppervlak in beslag genomen door het parkeren. Kwaliteiten zoals groen en ruimte voor bewegen en spelen willen we behouden. Bij een hoge parkeerdruk in de woonwijken zoeken we de oplossingen meer in deelauto’s vooral als vervanger voor de tweede auto, het benutten van parkeercapaciteit op eigen terrein en het parkeren op afstand, waardoor het parkeren niet ten koste gaat van groenvoorzieningen. We willen parkeeroverlast in de woonomgeving ten gevolge van uitwijkgedrag door werknemers en OV-gebruikers voorkomen. We behouden het ruime groene karakter en de beschikbaarheid van speel- en recreatievoorzieningen. De woonomgeving, de fiets- en loopvoorzieningen nodigen uit tot actieve mobiliteit. Tevens willen we het foutief parkeren verminderen. Een efficiënte handhaving speelt daarin een belangrijke rol.
Met behulp van binnenstedelijke vernieuwing kan er ruimte ontstaan voor nieuwbouw binnen de rode contouren. Op langere termijn liggen er kansen bij huidige bedrijventerreinen langs de Hollandse IJssel. Verouderde bebouwing wordt vernieuwd met een woningaanbod dat aansluit bij de huidige ontwikkelingen. We proberen wijken te ontwikkelen voor verschillende sociale groepen. Voor de leefbaarheid binnen wijken is het belangrijk om de wijken zo divers mogelijk te houden. Het groene karakter in de stedelijke omgeving moet hierbij behouden blijven. Dit brengt echter ook opgaven met zich mee als extra druk op huidige infrastructuur (denk aan parkeerdruk en congestie) en voorzieningen (denk aan basisscholen en zorgvoorzieningen). Op dit moment zijn in de meeste wijken basisvoorzieningen aanwezig. Als gemeente willen we deze voorzieningen zo veel mogelijk behouden, waardoor de afstand voor kwetsbare groepen dicht bij de voorzieningen wonen en niet verder hoeven te reizen.
47
48
Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu
Woonwijken mogen geen druk gebied zijn, zoals het centrum. Om een rustig hoogkwalitatief woonmilieu te garanderen worden voor lucht, geluid, trillingen en geur een hoge milieukwaliteit nagestreefd. Door de wijken willen we ook zo min mogelijk zwaar verkeer hebben dat de externe veiligheid kan verminderen. De woonwijken vormen een groot deelgebied. Voor sommige wijken geldt dat ze dichtbij de N210, de A2 of bedrijventerreinen liggen, hier wordt het behalen van de lucht- en geluidsnorm een uitdaging. Bij nieuwe ontwikkeling wordt daarom goed gekeken naar de ligging en gezocht naar mogelijkheden om een zo hoog mogelijke omgevingskwaliteit te behalen.
Nuancering is ook op andere aspecten denkbaar. Op plaatsen met een concentratie van kwetsbare inwoners, zoals nabij verzorgingstehuizen is de ambitie op het gebied van bijvoorbeeld externe veiligheid hoger. Hier wordt per ontwikkeling invulling aan gegeven. Hier wordt in het algemeen ingezet op de standaardkwaliteit van de bodem die hoort bij de functie wonen. Op gevoelige functies binnen woonwijken, zoals kinderspeelplaatsen, streeft de gemeente een hogere bodemkwaliteit na.
Mengpaneel Woonwijken HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
49
4.3
Buitengebied Zuid "Momenteel is er een harde scheiding tussen stad en land in IJsselstein. Door ontwikkelingen aan de rand van de stad komen we tegemoet aan het doel om de overgang tussen stad en land te verbeteren."
Om aan de grote woningvraag te kunnen voldoen is kiezen we ervoor hier prioriteit te geven aan woningbouw. In een deel van het zuidelijke buitengebied willen we innovatieve groen-stedelijke woonmilieus ontwikkelen. Hierbij zoeken we de samenwerking met de gemeente Lopik De Kromme IJssel vormt een belangrijk landschappelijk element. Dit gebied, tussen de stedelijke contour en de Lek, biedt kansen om stad en groen in samenhang te ontwikkelen en deze met het IJsselbos te verbinden. Ontwikkelingen in dit gebied bieden kansen voor klimaatadaptatie. Vernatting en enkele plassen in het gebied kunnen dienen voor waterberging, natuur en recreatie. Het gebied langs de Kromme IJssel en aan de Lek ontwikkelen biedt kansen om natuur en recreatieve voorzieningen toe te voegen en de ruimtelijke relatie met de Lek te versterken.
Dit gebied biedt ruimte om meervoudige oplossingen te vinden voor vraagstukken als de energietransitie. Langs de A2 is ruimte voor energiewinning. Mogelijkheden zijn de aanleg van PV-systemen of energiewinning van en bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Bron: KuiperCompagnons
Het IJsselpark is de locatie waar groen, cultureel erfgoed en wonen elkaar ontmoeten. Cultureel erfgoed en woningbouw kunnen hand in hand gaan. Hierbij gaat het over landschappelijke en lintstructuren alsmede de zenderhistorie. Door in te zetten op nieuwe mobiliteitsconcepten, is bij toekomstige ontwikkelingen een relatief lage parkeernorm mogelijk. De verbinding naar het centrum enerzijds en naar Nieuwegein-zuid anderzijds hebben hier prioriteit. IJsselstein staat bekend om haar fruitteelt. De groei van toerisme en recreatie in dit gebied kunnen verder bijdragen aan de IJsselsteinse economie.
Bron: Facebook gemeente IJsselstein
Identiteit en kwaliteiten
Het buitengebied zuid ligt ten zuiden van de N210, de A2, de Lek en de gemeentegrens met Lopik die bestaat uit de weg Biezendijk. Het kleinschalige buitengebied heeft een divers karakter en een stedelijke invloedsfeer: polder Over-Oudland, Kromme IJssel/ Enge IJssel, Geinpolder met rioolwaterzuiveringsinstallatie. Naast een agrarische functie heeft het gebied een functie in de ecologische hoofdstructuur en als (recreatief) uitloopgebied. De lintstructuren, blokverkaveling en fruitteelt langs de Kromme IJssel zijn in het gebied van landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn de Lekdijk en de uiterwaarden zijn van landschappelijke, infrastructurele en ecologische waarde
Beleidsprioriteiten
Om aan de grote woningvraag te kunnen voldoen is het onvermijdelijk om naar locaties buiten de kern te kijken. Het doel is om het open, groene karakter zo veel mogelijk te behouden, maar tegelijkertijd ontwikkelingslocaties te zoeken voor woningbouw. Bij ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aanwezige natuurgebieden, woningbouw wordt niet geprojecteerd op deze locaties en de eventuele milieueffecten op deze gebieden worden vooraf inzichtelijk gemaakt. Het zuidelijke gebied biedt een potentiële ontwikkellocatie. Het gebied biedt mogelijkheden om innovatieve groen-stedelijke woonmilieus te ontwikkelen, die aantrekkelijk zijn voor jonge gezinnen en starters. De woonmilieus kunnen aansluiten bij de bestaande identiteit van IJsselstein. Momenteel is er een harde scheiding tussen stad en land in IJsselstein. Door ontwikkelingen aan de rand van de stad komen we tegemoet aan het doel om de overgang tussen stad en land te verbeteren. Het groen wordt aantrekkelijk en goed bereikbaar gemaakt, ook voor overige bewoners van IJsselstein. Door het gebied langs de Kromme IJssel en aan de Lek te ontwikkelen kan een park ontstaan, als raamwerk voor wonen, natuur en recreatie. Dit biedt kansen om natuur en recreatieve voorzieningen toe te voegen en de ruimtelijke relatie met de Lek te versterken. Hiermee geven we vorm aan de ambitie van gezond stedelijk leven.
Natuurinclusief en energiepositief bouwen is het streven.
51
52
Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu
We streven in dit gebied naar het combineren van functies als landbouw, wonen, energietransitie, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en recreatie. Om een rustig woon, natuur- en recreatiegebied te garanderen streven we naar hoge kwaliteitsnormen. De ligging nabij de snelweg en provinciale weg zorgt ervoor dat een te hoge kwaliteitsnorm voor lucht en geluid niet realistisch is. Wat betreft trillingen en geur sluiten we ook aan bij de standaard kwaliteit. We streven er wel naar dat (landbouw)Bedrijven hun impact op het milieu reduceren. De nagestreefde bodemkwaliteit past bij de huidige functie van landbouw en natuur en bij de gewenste grondkwaliteit die past bij toekomstige woningbouw. Het opwekken van duurzame energie en bestaande buisleidingen leveren wel aandachtspunten op voor de externe veiligheid.
Mengpaneel Buitengebied zuid (IJsselpark) HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
53
4.4
Buitengebied Veenweide "Wij willen dit gebied graag behouden als gebied voor de grondgebonden landbouw. Er liggen kansen voor andere functies mits ze bijdragen aan het ecologische en agrarische kwaliteit van het gebied."
Het agrarisch cultuurlandschap staat in dit gebied centraal. Het open landschap, waarvan een deel een stiltegebied is, zorgt ervoor dat er veel weide- en wintervogels naar de graslanden toe trekken.
In het buitengebied zetten we in op voorzieningen gerelateerd aan sport en recreatie. Ons beleid is gericht op het bevorderen van het toeristische- en recreatieve (mede)gebruik van het buitengebied.
Landbouw heeft in dit gebied, naast natuur en landschap, prioriteit. We streven naar economisch verantwoorde voortzetting van bedrijven met respect voor de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden.
Aan de noordwestzijde ontbreekt een goede ontsluiting. Zowel de Achtersloot als Noord-IJsseldijk zijn ongeschikt voor het verwerken van veel verkeer. We zetten in op de scheiding van langzaam verkeer.
Energie vormt een belangrijk nieuw thema in dit gebied. We onderzoeken de mogelijkheden om het buitengebied in te zetten voor energieopwekking door middel van windturbines en op en rondom erven middels zonne-energie.
Vrijkomende Agrarische Bebouwing kan op kleinere schaal gebruikt worden om een klein deel van de woningvraag op te vangen. Langs de linten en stadsranden kan transformatie en beperkte uitbreiding nader onderzocht worden.
De ontwatering in de polder is geregeld met sloten. We verkennen de mogelijkheden om water langer vast te houden voor droge perioden.
De cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied worden behouden en versterkt. De duurzame instandhouding van het cultuurhistorische erfgoed is het uitgangspunt.
Bron: InIJsselstein
Bron: Het Utrechts Archief
Identiteit en kwaliteiten
Het buitengebied polder noord is het gebied ten noorden van ons stedelijke gebied en ten westen van de weg Achtersloot die van de stad doorloopt tot de N228. Dit gebied loopt door tot de gemeentegrenzen van Montfoort en Lopik. De bebouwing is voornamelijk geconcentreerd in enkele bebouwingslinten met doorzichten naar het achterliggende landschap. Op sommige plekken is dit nog relatief open. Dit gebied is van oudsher primair in gebruik voor de grondgebonden agrarische bedrijvigheid. Andere functies zoals wonen en recreatie zijn ondertussen ook ruimschoots vertegenwoordigd. Door de kleinschaligheid van de linten, is het geschikt voor een grotere diversiteit aan plattelandsfuncties. Daarnaast heeft het weidse veenweidegebied zijn eigen kwaliteit die het beschermen waard is. Een groot deel van het gebied (noord-westzijde) is tevens aangewezen als stiltegebied.
Beleidsprioriteiten
Het noordelijke deel van de gemeente vormt een agrarisch cultuurlandschap waar landbouw centraal staat. Wij willen dit gebied graag behouden als gebied voor de grondgebonden land-bouw. Het uitbreiden van landbouwbedrijven is hier mogelijk, mits het geen afbreuk doet aan de landschappelijke en ecologsiche waarden. Een grootschalige toename in bebouwingsoppervlak is dan ook niet gewenst. Kleinschalige ontwikkelingen langs bestaande bebouwingsstructuren die aan de landschappelijke en ecologische kwaliteiten bijdragen zijn afweegbaar. Bij ontwikkelingen dienen met name de doorzichten in de bebouwingslinten en de gebieden met relatieve openheid te worden gerespecteerd. Wij zien in dit gebied ook kansen voor andere functies mits ze bijdragen aan het plattelandskarakter van het gebied. In het buitengebied komt steeds meer agrarische bebouwing vrij: Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Deze VAB kan gebruikt worden voor woningbouw zolang het bebouwd oppervlak niet toeneemt. De VAB kan ook voor andere functies gebruikt worden. Niet-grondgebonden landbouw, zoals intensieve veehouderij en glastuinbouw is incidenteel aanwezig in het gebied. Volgens het geldende bestemmingsplan is een nevenactiviteit in de vorm van een intensieve veehouderij toegestaan bij een grondgebonden veehouderijbedrijf.
Bestaande situaties respecteren we, maar nieuwe nevenactiviteiten in de intensieve veehouderij staan we niet meer toe. Veel agrarische ondernemers ontwikkelen tegenwoordig nevenactiviteiten in het kader van de verbrede landbouw. Een niet-agrarische nevenactiviteit kan een belangrijke aanvullende inkomstenbron zijn voor een agrariër. Wij willen hiervoor volop de ruimte geven.
55
56
Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu
Dit gebied wordt voornamelijk gebruikt voor melkveehouderijen en recreatie. We stellen een hoge norm aan de lucht- en geluidskwaliteit. Het blijft primair een landbouwgebied, daarom zetten we in een lage milieukwaliteit op het gebied van geur. Het gebied kent een goede bodemkwaliteit, dit willen we graag zo houden. Het opwekken van duurzame energie wordt hier onderzocht, voor zover dit geen afbreuk doet aan ecologische en agrarische kwaliteiten. Dit heeft invloed op de externe veiligheid. Daarnaast loopt er al een buisleiding door het gebied die mogelijk wordt uitgebreid en zijn er beperkt kwetsbare objecten aanwezig. Voor externe veiligheid accepteren dan ook een lager kwaliteitsniveau.
Mengpaneel Buitengebied polder noord HOGE MILIEUKWALITEIT
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
LAGE MILIEUKWALITEIT
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
4.5
Buitengebied Hollandsche IJssel "Een belangrijk aandachtspunt bij ontwikkelingen in dit gebied is de balans tussen de nieuwe functies en bestaande functies. Wij faciliteren graag toeristische en recreatieve initiatieven om natuur- en landschapswaarden te versterken."
De Hollandsche IJssel is de drager van de natuur in het gebied. We werken aan de verbinding tussen gebieden met ecologische waarden. Door deze verbindingen kan er een groenblauw netwerk ontstaan dat aansluit op het open weidelandschap.
Vrijkomende Agrarische Bebouwing kan op kleinere schaal gebruikt worden om een klein deel van de woningvraag op te vangen. Langs de linten en stadsranden kan transformatie en beperkte uitbreiding nader onderzocht worden.